De laatste ronde voor het toilet was een uur geleden. Het is nu stil in de koepel. Ik open mijn broodtrommeltje met de acht anderhalf voltbatterijen en neem er een snoer met een stekkertje uit. Ik gooi de dekens van mij af en loop naar de tafel. In het donker tast ik het tafelkleed af tot ik mijn thermosfles te pakken heb. Ik stap weer in bed en verberg de thermosfles onder de dekens, want ik hoor voetstappen op de ring. Zodra de bewaarder voorbij is, draai ik de bodem uit de thermosfles en neem vervolgens de in plastic verpakte telefoon uit de fles. Ik verwijder het plastic, sta weer op en rol de koperen antennedraad uit. Dan kruip ik met telefoon en al weer onder de dekens, steek de stekker in de telefoon en toets een nummer in.
Het heeft ruim drie weken geduurd voordat de PTT in de door Bullie gehuurde kamer een telefoonaansluiting heeft geïnstalleerd. Een moederapparaat voor een afstandtelefoon was toen snel aangesloten. Een trotse Sjakie bracht me gisteren de telefoon.
“Dat is verdomd makkelijk, Jan,” zei hij glunderend. “Wanneer je nu snel iets nodig hebt, dan bel je mij gewoon thuis op.”
“Dat zal dan wel een kort gesprek worden, bewaarder, en misschien werkt het wel helemaal niet.”
“Maar je vriend heeft me verzekerd dat het perfect werkte toen hij het apparaat uittestte.”
“Dat geloof ik graag, maar die geit denkt zeker dat ik hier in mijn cel een twaalfvolt gelijkrichter heb staan. Zonder stroom werkt een telefoon niet zo goed.”
“Godverdomme, wat een uil. Moet ik morgen zo’n ding voor je gaan kopen?”
“Ik denk dat het beter is dat ik met batterijen werk, want als een suffe collega van je ‘s avonds mijn licht uitdraait en daarbij per ongeluk mijn stopcontact ook uitschakelt, dan werkt het hele spul nog niet.”
Ik had Sjakie uitgelegd hoe hij acht batterijen in serie kon schakelen om de benodigde twaalf volt te verkrijgen.
“Neem ook een meter of vier dun koperdraad mee, als je wilt,” zei ik, de antenne van de telefoon afschroevend.
Vandaag heb ik mijn batterijen ontvangen, dus ik kan mijn telefoon gaan gebruiken. De rechter-commissaris moest eens weten. Ik denk dat hij zichzelf van woede een jaar beperkingen op zou leggen. ‘Bovenop de beperkingen die zijn vrouw hem al heeft opgelegd,’ denk ik wanneer ik de telefoon hoor overgaan.
“Ja hallo?” hoor ik de stem van mijn vriendin.
“Ik dacht… ik bel je even op, schat,” zeg ik nonchalant.
Het is even stil aan de andere kant van de lijn en dan vraagt ze opgewonden: “Zijn je beperkingen dan opgeheven?”
“Min of meer ja, ik heb ze zelf net een beetje opgeheven. Ik dacht dat je het wel fijn zou vinden als ik je even belde.”
“O Jan,” zegt Linda nu huilend, “ik heb die rechter-commissaris nu al vijf brieven geschreven en hem drie keer opgebeld om te vragen of ik bij je op bezoek mocht, ook al was het dan met een bewaarder erbij. Maar hij houdt me gewoon aan het lijntje. Ik dacht dat hij tegen jou gezegd had dat hij je wel bezoek onder toezicht zou toestaan.”
“Dat heeft hij ook, maar hij is kwaad dat ik blijf zeggen dat ik onschuldig ben. Hij kan mij niet kankeren met die beperkingen, dat zie je, dus leeft hij zich uit op jonge meisjes.”
“Ik hoop zo dat ik je snel kan zien, Jan,” snikt ze.
“Het zal nog wel even duren als het aan die etterbak ligt,” antwoord ik, inwendig trillend van woede, “luister schat, ik wil niet te lang praten. Ik bel je morgenavond om dezelfde tijd weer op. Sterkte en heel veel liefs.”
Ik bel af en moet de neiging onderdrukken om inlichtingen te bellen teneinde het nummer van rechter-commissaris Schweinebrat op te vragen en hem vervolgens de tyfus te schelden. Zou wel een beetje dom wezen. Alle kans dat mijn abonnement dan opgezegd wordt. ‘Ik zal het over een paar weken overdag eens doen,’ neem ik mij voor, ‘Ik kan me die verrotte pestkop van hem al voorstellen wanneer hij mij aan de lijn krijgt.’ Ik scheld hem inwendig een zweer in zijn hart en toets dan het nummer van de Bul in. Die heeft blijkbaar bovenop de telefoon zitten wachten, want hij neemt onmiddellijk op.
“Zegt u het maar.”
“Hallo Bullie, alles goed mijn vriend?”
“Kan ik beter aan jou vragen. Kun je het nogal uithouden daar?”
“Met zulke vrienden kan ik het in Spandau nog wel uithouden,” antwoord ik flink, “nee, eerlijk gezegd heb ik het niet zo heel erg naar mijn zin. Maar het kan natuurlijk altijd slechter.”
“Was die hasj goed, Jan?” vraagt de Bul.
“Je weet toch dat ik niet rook.”
“Dat zeg ik ook altijd,” schatert de Bul, “ik heb net weer vijftig gram aan Sjakie voor je meegegeven.”
“Bullie, kun jij op korte termijn iets voor mij uit laten zoeken?”
“Zeg het maar. Moet er ik pen en papier bij pakken?”
“Ik denk dat het zo wel gaat. Kun je alles wat de moeite waard kan zijn over die Schweinebrat voor me laten uitzoeken?”
“Dat heb ik al gedaan, maar ik wilde het niet op die band inspreken voor het geval de tape onderschept zou worden. Wil je het over de telefoon horen?”
“Doe maar.”
“Nou, zijn vader heeft een advocatenkantoor op de Nieuwe Gracht in Haarlem. Die is in de oorlog zo fout geweest als maar mogelijk was. Kon ook al haast niet anders met zo’n naam, zou ik denken. Blijkbaar heeft de oude advocaat nu last van zijn geweten. Iedere avond verlaat hij zijn kantoor, zo dronken als een godmajoor. Ha ha, dat rijmt trouwens... Maar goed, ik heb uit goede bron vernomen dat die rechter-commissaris een chronisch geldgebrek heeft. Hij is tevens een hoerenloper die het recht op en neer niet maken kan. Moet in de takels, je kent dat wel. Een beetje van het leren onderbroekenwerk en de magistraat ligt weer een weekloon in zijn achteruit. Hij gaat dan naar zijn oude moeder, die het al moeilijk genoeg heeft met die dronken tor van haar en hij bedelt, liegt of vloekt dan net zo lang tot hij het oude mens weer een paar ruggen afgebietst heeft. Hij rijdt met een oud BMW’tje dat hij laat onderhouden door de dealer in Heemstede. De rekeningen voor het onderhoud worden prompt, dat wil zeggen na vijftig aanmaningen, door het Beierse broekenrechtertje voldaan. Dat is wel het zo’n beetje, Jan.”
“Geen wonder dat hij een hekel aan pooiers heeft,” antwoord ik verrast, “ik rijd een nieuwe Porsche van zijn centen. Nou, ik moet zeggen dat ik onder de indruk ben, Bullie. Je hebt geen half werk verricht.”
“Ik hoor het wel als je meer wilt weten. Is er nog iets dat je nodig hebt?”
“Ja, geef die Sjakie als je wilt een paar buizen met multivitaminetabletten mee.”
“Komt voor elkaar. Ik hoor wel weer van je. Sterkte en de mazzel.”
“Jij ook, en bedankt voor alles”.
Ik haal de draden van de telefoon en laat deze weer in zijn plastic jas in de thermosfles zakken. De twee telefoontjes hebben me goed gedaan. ‘Wat een hond van een vent die Schweinebrat,’ peins ik, nadat ik mijn medicatie voor de nacht heb ingenomen. ‘Zo’n leren onderbroekenvrijer die mij de les wil lezen…’ Niet veel later val ik in slaap.
“Je gaat naar de raadkamer vandaag, directeur,” zegt de Deuk glunderend, wanneer hij opnieuw een vergeefse poging doet om mij mijn ontbijt te overhandigen, “je voorarrest zal wel weer verlengd worden. Ja, ze weten wel wie hier thuishoort.”
“Dat blijkt, ik zie jou hier iedere dag. Wat heb jij in vredesnaam uitgespookt?” vraag ik nieuwsgierig.
“Ik ben hier uit hoofde van mijn beroep en word ervoor betaald om op misdadigers als jij te letten.”
“Ik ben hier ook uit hoofde van mijn beroep, maar ik word beter betaald. Ja, het zijn de altijd beste paarden die de haver krijgen.”
“Als je een vak had geleerd, had je hier niet gezeten, en met dat verdienen zal het wel meevallen.”
“Dus jij hebt nog geen vak geleerd ook,” stel ik vast, “heb je überhaupt wel eens iets geleerd? Ik kan de Ilias van Homerus in het Grieks van achter naar voren citeren, en ik betwijfel of jij dat al met Sinterklaas Kapoentje kan. Evengoed bedankt voor de mededeling. Ik zal mij om gaan kleden voor de raadkamer. Denk je dat ik mijn Armani jack maar het beste aan kan trekken? Je weet wel, ik bedoel dat jack van vijfendertighonderd gulden.”
De Deuk kan het niet langer aanhoren en smijt mijn celdeur in het slot. Zal ik maar niet naar de raadkamer gaan? Ik weet niet wat ik er doen moet. Ik krijg die tweede dertig dagen zo ook wel. Ach, laat ik het maar doen ook, ben er in ieder geval even uit.........................
|