“Cajun, jij weet wie mijn zwager heeft vermoord, nietwaar?” vroeg Lino je een paar weken later.
“Als ik dat wist, zou ik het je zeggen, Lino,” antwoordde je hem ongelukkig....................
...................Je had aandachtig geluisterd, maar begreep nog niet waarin voor jullie nu dat voordeel zat. Je ventileerde je twijfel, waarop Lino zei: “Je ziet dat zelfs een zogenaamd hechte, chauvinistische organisatie van Siciliaanse oorsprong - de Cosa Nostra - gerund of ten minste gemanipuleerd kon worden door de Camorra. Natuurlijk is alles wat ik net verteld heb geschiedenis, en je moet niet denken dat ik de pretentie heb om de Cosa Nostra te runnen. Maar met de hulp van ‘il professore’ van de Camorra NCO zie ik wel een mogelijkheid om wraak te nemen. Het zal niet in een week gebeurd zijn, en daarom wil ik eerst die maresciallo opknappen.”
“Je bent nogal wat van plan, Lino. Je wilt Franco Coppola aanpakken en hup, dan ook maar meteen de carabinieri uit de weg ruimen. Je bent nou toch eenmaal bezig, of niet soms? Wilde je verder nog iets? Brigata Rossa misschien, of de Calabrese nDrangheta? De PiDue?”
“Toevallig dat je daarover begint. Nee, dat niet hoor, maar we zullen wel hun hulp kunnen gebruiken bij de uitvoering van ons plan.”
“Ons plan? Toe maar weer. En over wiens hulp heb je het?”
“La Brigata Rossa,” antwoordde Lino.
“Ach, schei nou toch alsjeblieft uit, Lino. Ik heb je gezegd dat ik je wilde helpen, maar toen wist ik nog niet dat je een revolutie wilde beginnen. Ik ben dik tevreden met het leven dat ik leid en het geld dat ik verdien. Er zijn grotere koppen gevallen doordat zij niet van ophouden wisten. Geld verdienen is één ding, maar een zucht naar illegale macht leidt in dit leven gegarandeerd tot de ondergang.”
“Ik wil hier geen geld aan verdienen, en ik wil de macht van anderen gebruiken om mijn vendetta te realiseren. Dat is alles wat ik wil. Ik heb een morele verplichting tegenover mijn familie. Ik heb een rekening te vereffenen met die ouwe smeerlap.”
Lino negeerde je gebrek aan animo en ging verder: “Ik heb de laatste weken veel nagedacht, en heb in grote lijnen een plan uitgewerkt. Ik zal eerlijk tegen je zijn: bij de realisatie ervan kan ik niet zonder jouw hulp. Je hoeft niets anders te doen dan me met de planning te helpen. Ik beloof dat je buiten schot blijft. Mocht je halverwege toch besluiten om te stoppen, dan neemt niemand je dat kwalijk. Je hebt al genoeg voor mij gedaan en het is jouw zaak uiteindelijk niet.”
“Goed, laat maar horen dan. Ik zal alles doen om je te helpen. Ik stel één voorwaarde, en dat is deze: we werken het plan uit op een manier alsof het een zakentransactie betreft, in plaats van de realisatie van je wraak. Het waren trouwens je eigen woorden dat wraak een schotel is, die men vooral niet warm moet nuttigen. Je wilde bij die maresciallo beginnen,” eindigde je, “hoe had je dat gedacht te doen?”
“Renato Turcio - zegt die naam je iets, Cajun?”
“Ik ben bang van niet. Vul me maar in,” antwoordde je.
“Renato Turcio is één van de ringleiders van de Brigata Rossa, de organisatie die al een paar rechters en politici uit hun miserabele bestaan heeft geholpen. Niet dat ik terrorisme voorsta, want het is slecht voor de zaken. Maar goed, ik heb Renato leren kennen toen ik nog met Faccia d’Angelo – het engelengezicht - werkte.................
...................Nog geen seconde later werd je tegen de grond geworpen door een betonblok van een ton of tien. Tegelijkertijd flitste er pijnscheut door je lichaam die je met betonblok en al van de grond lichtte, althans zo voelde het aan. ‘Daar ga je, vader,’ schoot het door je hoofd. Een smerige lucht drong in je neus. ‘Dat moet de duivel zijn.’ Je sloeg je ogen op en werkte het betonblok van je af. Uit de nek van de mastino hing een draad ter dikte van een vislijn. Kennelijk was zelfs de duivel niet opgewassen tegen een schok van een paar honderdduizend volt. Misschien had zijn hart het begeven bij de aanblik van een echte Hollandse clown?
Renato stond al bij de vrouw en hield de Ingram onder haar kin. Lino was razendsnel geweest. Met een bonkend hart raapte je jezelf van de grond.
“Dat was kantje boord. Mijn eeuwige dank, Lino,” stamelde je, de canvaszak weer oppakkend.
“Geef mij jouw Stun Gun, dan blijf ik wel bij die engerd,” stelde Lino voor, “hij mocht eens bijkomen.”
Renato duwde de vrouw voor zich uit het huis in, en jij volgde. In de hal keek je om je heen. Nadat je gevonden had wat je zocht, zei je: “Die kier had het alarm niet eens aan staan. Nou weet ik nog niet of de lamp werkt.”
“Schakel ’t dan even in,” stelde Renato voor, terwijl hij de vrouw in een bezemkast opsloot.
“Als je gaat gillen, schiet ik door de deur. Versta je me?”
“Si,” klonk het timide uit de bezemkast.
Terwijl Renato het huis overhoop haalde om jullie bezoekje op een inbraak te laten lijken, begaf jij je naar de telefoon. Welke telefoon? Er waren er twee in de huiskamer. Je koos voor het apparaat dat niet naast de televisie stond, stak de soldeerbout in het stopcontact en schroefde de bodem uit de telefoon. Vervolgens
bracht je het circuit aan en soldeerde de signaaldraden erop vast. Daarna drukte je de detonator in het pakje en soldeerde de ontstekingsdraden vast, nadat je die draden eerst kortgesloten had. Je wist namelijk niet of een eventuele lekspanning van de soldeerbout de elektrische detonator kon activeren. Je perste het explosief boven in de telefoon en bevestigde het met plakband. Met de nodige moeite bracht je de bodemplaat weer aan. Toen liep je naar de tweede telefoon, schroefde de bodem los en knipte de draden van de telefoonhoorn los. Renato stond je intussen al op te wachten met twee vuilniszakken die hij had volgestopt met kostbaarheden. Na de soldeerbout in de keuken even onder de kraan te hebben gehouden pakte je het gereedschap in. Renato liep naar de bezemkast en draaide die van het slot.
“Je telt tot vijfhonderd en dan kun je uit de kast komen. Bel de politie en wij komen binnenkort nog even terug om je uit je lijden te verlossen,” dreigde hij de hoer.
Jullie verlieten het huis. Lino zat trouw naast de bewegingloze hond te wachten. Er staken nu vier draden uit de nek van de hond.
“Ik heb een pijltje in dat nijlpaard geschoten, iedere keer dat hij begon te grommen.”
Je trok met een punttang de pijltjes uit de hond en rolde de draden op. Daarna haalde je snel het statief uit elkaar en jullie liepen terug naar de auto de auto.
“Het zal nu toch wel tijd worden dat we wegkomen,” zei je tegen Renato.
Die antwoordde: “Ik denk dat het wijf eerst haar maresciallo belt om te horen wat ze moet doen. Wanneer er politie bij komt, is de maresciallo zijn wiphok en vooskledder kwijt. Ja, toch maar beter wegwezen, je weet het uiteindelijk toch nooit met vrouwen.”
“Ze zal wel denken dat wij de telefoon onklaar hebben willen maken en de tweede telefoon daarbij over het hoofd hebben gezien,” stelde jij hoopvol.
“Dat zou mooi uitkomen,” zei Lino, “ik denk dat ik er niet ver naast zit als ik zeg dat de maresciallo vannacht nog in zijn keuvelkast verschijnt. Hij is natuurlijk als de dood dat zijn familie erachter komt.”
“Ik denk dat zijn familie hem een rotzorg zal zijn,” klonk het achter in de auto. Jullie reden inmiddels alweer veilig op de autostrada.
“Bekijk dit maar eens,” zei de zakenman.
Hij stopte een papier in zijn zak en gaf jou de rest van een stapel documenten die blijkbaar uit een van de vuilniszakken was gekomen.
“Hij had beter een kluis kunnen nemen in plaats van een hond.”
“Wat is het?” vroeg Lino. Jij keek de papieren door en zei: “Het zijn dossiers over verschillende personen. Je vriend de Donnie zit er ook bij, heb je daar misschien wat
aan?”
Lino stopte de auto bij het eerste het beste benzinestation.
“Rijd jij even,” verzocht hij je.
“Asjemenou,” hoorde je na een tijdje, “dat is de levensverzekeringspolis van dat secreet. Hij heeft alles over de Don verzameld wat hij maar te pakken kon krijgen. Wisten jullie trouwens dat die ouwe smeerdeken heroïne uit Turkije importeert?”
“Dat klopt ja, dat heeft hij mij verteld toen jij ziek lag,” bevestigde jij.
Je trapte op de rem om een uitvoegende vrachtwagen de gelegenheid te geven in te halen.
“Het geluk is ons opeens bijster goed gezind. Luister hier maar eens naar. Voor jou trouwens ook wel grappig, Renato,” jubelde Lino, waarna hij begon voor te lezen:
Uit betrouwbare bronnen hebben wij vernomen dat indiziato -verdachte Franco Coppola- sinds enige jaren contacten onderhoudt met de Koerdistaanse verzetsbeweging in Turkije. Indiziato laat regelmatig zendingen automatische wapens verschepen met een Turkse koopvaarder. De betalingen voor de wapens worden voldaan in diacetylmorfine, die door de Koerdistaanse verzetsbeweging vanuit Irak naar Turkije wordt gesmokkeld. Bij de verscheping van de wapens en de diacetylmorfine heeft de indiziato medewerking van een hierna te noemen Turkse topfunctionaris. De verlading van de wapens en het in ontvangst nemen van de heroïne geschiedt op zee. Vijfentwintig kilometer uit de Italiaanse kust, tweehonderd zeventig graden ten noordoosten van Salerno. Contrabbandieri Napolitani verzorgen het transport van en naar de Turkse koopvaarder. De helft van de heroïne wordt versneden in Napels. De andere helft wordt verzonden naar Messina, vanwaar het zijn weg vindt naar Amerika, alwaar indiziato nauwe betrekkingen onderhoudt met het Cosa Nostra lid, Lucio Moretti.
Lino vervolgde: “Dit opent weer een heel nieuw perspectief voor ons. Nadat de bom ontploft is en wij veilig weggekomen zijn, fotokopiëren wij het dossier. Ik neem intussen contact op met Raffaele Cutolo van de NCO, oftewel de Nuova Camorra. Die zijn veel radicaler dan de Camorra. Voor hen is het een fluitje van een cent om uit te vinden wie van de contrabandieri Napolitani de transporten met het Turkse schip regelen. Ik bied hen de hele partij dope aan in ruil voor de wapens. Daar zul jij wel in geïnteresseerd zijn, Renato.
Na de rip-off sturen wij het origineel van de documenten naar Franco Coppola, met de complimenten van de n’Drangetha. Coppola zal dan actie tegen de maresciallo ondernemen voor het verlies van zijn handel. Hij doet dan de rest van het vuile werk voor ons. Dat hoofdstuk is dan afgelopen, en zo ook het miserabele leven van de maresciallo. Voor zover ik de Don ken, heeft hij de wapens in consignatie van fabrieken uit Val Trompia en wordt hij door de yanks op voorhand voor de dope betaald. Hij kan dan niet leveren, dus de Don heeft een probleem. Daarna sturen wij de andere kopieën van het dossier naar de Turkse regering. Die zullen er niet blij mee zijn dat een van hun topfunctionarissen het Koerdistaanse verzet ondersteunt. Met een beetje geluk kan don Franco dan niet meer leveren, omdat zijn aanvoerlijn is afgesneden.
In het gunstigste geval ligt hij dan een paar miljoen achter, wil hij tenminste aan zijn verplichtingen aan de yanks kunnen voldoen. Kan hij dat niet, wie weet wat er dan nog voor leuks gebeurt.”
“Dat is zeker een doorslag,” bevestigde jij, “het scheelt ons een hoop risico, omdat anderen nu het vuile werk zullen gaan opknappen. Als het lukt, heeft de donnie zeker een probleem, heb jij je wraak en Renato de wapens. Het zal alleen wel snel moeten gebeuren om te voorkomen dat de Don ruggespraak kan houden met de maresciallo. Daarom stel ik voor om nu meteen weer terug te gaan en de komst van de maresciallo af te wachten. Zodra hij in het huis is aangekomen, geven wij hem meteen een belletje. Dan is dat maar vast gebeurd. Daarna trekken wij aan onze latten en reizen naar Napels. Staat er in die documenten ook iets over wanneer die leveringen plaatsvinden?”
Lino bladerde door het dossier en vond het antwoord in de laatste aanvulling.
“Iedere vijftiende van de maand. Dat is dus over vier dagen.”
“Dan mogen we wel opschieten,” zei Renato, “ik wil namelijk een paar van mijn mensen tijdens de ruil op zee aanwezig hebben. Uiteindelijk is controle geen wantrouwen, en de inzet is nogal aan de hoge kant.”
Je reed de wagen de eerste de beste afrit op en draaide over het viaduct de autostrada weer op. Terug naar Siena. Voor de tweede keer die avond stelden jullie de telescoop op. Het wachten begon. De wind was in de tussentijd meer dan stevig geworden, en jullie zochten beschutting in een greppel.
Precies drie uur later werden jullie opgeschrikt door een sirene. Een blauw zwaailicht draaide de oprijlaan van de villa op. De deuren werden opengegooid en twee carabinieri stapten uit. De chauffeur vatte post bij de voordeur, de tweede man ging het huis binnen. Je richtte de telescoop op het kenteken van de Alfa Romeo en zag dat de auto geregistreerd was in Milaan.
“Dat moet je man zijn, Lino,” zei je. “Ik stel voor dat je nu zo snel mogelijk gaat bellen, voor de rat zijn polissen begint te missen. Renato en ik blijven hier om te
zien of die zevenklapper werkt. Vergeet niet twee keer te drukken zodra je hem de boodschap hebt gegeven. Doe het eigenlijk maar een keer of vijf, voor de zekerheid. Kom daarna zo snel mogelijk terug en wacht bij de eerste kruising op ons.”
Terwijl Lino met de auto verdween, kropen Renato en jij zo dicht mogelijk naar de villa en hielden jullie schuil in een greppel. De chauffeur stond verveeld tegen de gevel van het huis geleund, de ene sigaret met de andere aanstekend. Tot op het bot verkleumd wachtten jullie op het overgaan van de telefoon. Als er een windvlaag jullie kant op kwam, meende je af en toe het angstaanjagende grauwen van de mastino te horen. Op een zeker ogenblik ging in het huis de telefoon over. Toen er na een paar minuten nog niets gebeurd was, voelde je dat Renato je aankeek.
“Hij zal de verkeerde telefoon wel hebben opgepakt,” zei jij, Renato en jezelf daarmee moed insprekend. Niet veel later rinkelde de telefoon opnieuw. Het leek een eeuwigheid te duren voordat een explosie het serreraam eruit blies.
“Boem,” zei Renato.
“Plof,” bevestigde jij opgelucht.
De chauffeur ontwaakte uit zijn lethargie en rende naar de Alfa Romeo. Onder het hysterische gekrijs van de hoer werd de voordeur weer geopend. De mastino schoot langs haar heen en rende de met een machinepistool teruggekeerde chauffeur ondersteboven, zijn weg vervolgend naar de greppel waarin jullie lagen.
“Die leert het ook nooit,” vloekte Renato, terwijl het koude zweet je weer uitbrak. Een kort venijnig salvo uit de Ingram van Renato sneed de mastino in hapklare hondenbrokken.
De inmiddels opgekrabbelde chauffeur zocht dekking achter de Alfa Romeo, waarvan de mobilofoon driftig kwaakte, en begon gaten in de nacht te schieten. Het krijsen van de hoer ging onverminderd door. Renato maakte een omtrekkende beweging om achter de Alfa Romeo te komen. Een knetterend salvo van de Ingram dreef de chauffeur uit zijn dekking. In paniek rende hij naar het huis, maar strandde halverwege door het plotselinge gemis van een paar benen...................
|