Pagina wordt geladen, één ogenblikje alstublieft...

Wanneer dit blauwe vlak niet verdwijnt na maximaal dertig seconden -met adsl of cable-, dan staan uw veiligheidsinstellingen te hoog.

Deze site maakt intensief gebruik van Javascript, zoals de meeste websites. Deze scriptingtaal is volkomen veilig en u dient 'scripting' aan te zetten in uw instellingen, daar anders deze site een mysterie voor u zal blijven.

Jan ter Haak

 
   
   
 
 
Naast mijn autobiografie 'Zonde van de eerste steen'...
 
is nu ook Anouk uit in 'Oddball and the Killa Gal'
Lees eerst mijn autobiografie over een leven in de nationale en internationale misdaad

U weet waarschijnlijk veel van de Siciliaanse Maffia. U hebt wellicht ook wel eens iets vernomen van de Napolitaanse Camorra. De NCO? De Calabrese nDrangheta klinkt mogelijk vaag bekend, maar eigenlijk weet u er misschien toch niet al te veel van. Van de Sacra Corona Unita en de Stidda heeft u nimmer gehoord. Zoals menig Nederlander met u.

Er is een Nederlander die er nagenoeg alles van weet. Die heeft met deze organisaties gewerkt en zelfs strijd gevoerd. Nu na twintig jaar kunt u zijn ervaringen en vele andere belevenissen lezen in zijn autobiografie. Die Nederlander ben ik:

Jan ter Haak
(ex-crimineel), aangenaam!

 
 

Belangrijke Mededeling !!

Deze website is bijzonder inter-actief en maakt intensief gebruik van Javascript. Deze scriptingtaal is volslagen veilig en wordt door nagenoeg iedere website gebruikt.

Wanneer u de link om door te gaan geklikt heeft en de website ziet er naar uw idee vreemd uit en/of functioneert niet, dan staan uw veiligheidsinstellingen veel te hoog.

Om van deze site optimaal gebruik te maken, dient u uw veiligheidsinstel-lingen naar een normaal niveau te brengen, daar anders deze website net zo opwindend wordt als uw leven, dat beheerst wordt door veiligheids-instellingen. Nauwelijks!

Javascript dient dus aan te staan en
Cookies moeten geaccepteerd worden.

 

...................Nielssen, die iedere veertien dagen naar Nederland kwam om een partij nep Omega's van je te kopen. Je verdiende niet het meeste aan die horloges, want zelfs de kruidenier gaf nu zo’n nephorloge cadeau bij een pak margarine. Aangezien je ook van een klein beetje winst niet armer werd en je die Zweed wel een aardige gozer vond, bleef je hem maar volduwen met die handel, tot het moment dat Sven je vroeg of je hem speed kon verkopen.

Amfetamine kostte in Nederland tussen de drie- en vierduizend gulden per kilo en bracht in Zweden vlot vijfentwintigduizend op. Voor de koefnoen belde je een dealer en vertelde Sven daarna dat je die speed aan hem kon verkopen voor tien ruggen per kilo. Sven was geïnteresseerd en zei dat hij wel een kilo wilde kopen om te zien of de kwaliteit in orde was. De speed zou door een koerier naar Zweden worden vervoerd. Als de kwaliteit goed zou blijken, kon hij elke week wel een kilo of twee verkopen. Je kocht een kilo van een gerenommeerde dealer voor vijfentwintighonderd gulden en verkocht dat voor tien ruggen door aan Sven. Dat was dus lekker eten.

En inderdaad kreeg je na veertien dagen bericht van Sven dat hij nu twee kilo wilde kopen. Je kocht de handel in en wachtte op zijn komst. Sven arriveerde in een nieuwe Volvo, zo uit de doos.

"Cajun, die handel is geweldig, maar in de partij kan ik maar drieëntwintig ruggen vangen, kun je wat doen met de prijs?"

"Wanneer je per keer niet minder dan twee ki afneemt, kan ik het je voor vijfenzestighonderd gulden per ki verkopen.”

"Dat is uitstekend. Maar laten we het echter zo doen dat je mij de handel in consignatie meegeeft, dan delen wij de winst.”

Je rekende snel je potentiële winst uit en kwam tot de conclusie dat je aan iedere kilo twaalfduizend tweehonderdvijftig gulden zou gaan verdienen, tegen een investering van vijfentwintig meier. Dat kon wel en je stemde toe. Sven vroeg of je hem een automatisch pistool kon verkopen. Je dacht na en besloot hem toen je eigen Beretta cadeau te geven. Terwijl Sven in het Marriot Hotel bleef wachten, nam jij de Volvo mee en kocht twee kilo amfetamine, die je samen met het pistool in de carrosserie verstopte. De koerier - een andere dan de eerste keer - reed de auto daarop terug naar Zweden. Sven nam het vliegtuig naar Stockholm. Een week later waren ze weer terug en jij ving je vierentwintig en een halve rug winst. Ging dat even appie kim?

Vier kilo werden nu in een gehuurde Ford gebouwd en tien dagen later was je vijftig ruggen rijker, tegen een marginale input. Daarna vertrok er acht kilo opgewekt naar Zweden, en nog dezelfde week belde Sven je op om je te zeggen dat je honderd twintig ruggen in Stockholm voor je klaar lagen. In één maand tijd was je bijna honderdtachtig ruggen rijker geworden, en het werd dus tijd voor een vakantie. Je trapte je vriendin je nieuwe Daimler in en het gaspedaal ervan naar de plank. Geld bleek weer eens een prima afrodisiacum, want onderweg moest je drie keer stoppen om je siliconen beborste vriendin een afstraffing op de achterbank te geven.

  

Op de boot van Fredrikshavn naar Gothenborg kocht je twee flessen whisky voor je speedrelatie. Uiteindelijk was iedere respectabele ondernemer onderhevig aan representatiekosten. Aangekomen in Gothenborg nam je een hotel en flikkerde de wagen in de parkeergarage. Het lokaal vervoer deed je verder met taxi’s. Het leek je niet zo’n goed idee om een Daimler met een Hollands kenteken voor Sven’s deur te parkeren.

Een Zweedse dame liet jullie binnen in een huis waar twee blinde Zweedse paarden nog geen schade aan konden richten. Die paarden waren net vertrokken. Sven zat op een door motten geperforeerde divan met zijn Beretta te spelen alsof hij een Joe Dillinger-imitatie oefende. Met een kritisch oog bekeek je de niet al te schone borden op een nog minder schoon tafellaken. Wat een zwijnenstal.

"Jullie eten toch wel een hapje mee, Cajun?" vroegen de blonde haren.

"Dat is erg vriendelijk van u, mevrouw, maar we hebben net gegeten. Gaat U echter rustig uw gang, we hebben totaal geen haast”.

Het echtpaar begon zich tegoed te doen aan vijfentwintighonderd gemarineerde haringen. Toen ze eindelijk met eten stopten, waren de borden toch nog schoon.

"Ik heb wat drank voor je meegenomen, Sven,” zei jij, de flessen op tafel zettend.

Aangenaam verrast beval Sven zijn eega een paar glazen te gaan pakken. Je had nog nooit eerder een matglazen drinkservies gezien. Handige glazen bovendien; ze konden niet vallen, want ze bleven aan je vingers kleven. Je stelde daarom voor om op zuiver Hollandse wijze een toast uit te brengen. Je gaf een fles aan het echtpaar en deelde de andere met je vriendin, de glazen angstvallig vermijdend. In drank spugen ze ook al niet, die Zweden; het leek wel of de bodem uit hun fles donderde.

 

Toen hun geperforeerde levers gesmeerd waren, trok Sven een plastic zak uit een gat in de divan.

"Hier zijn je centen, Cajun,” zei hij trots en gooide een stapel Zweedse kronen op de tafel, die zowat bezweek onder het gewicht. Wat een afmetingen hadden die bankbiljetten. Je begon te tellen en kwam tot de conclusie dat Sven je inderdaad het equivalent van honderd twintig duizend gulden in kronen had gegeven, maar dan wel tegen de verkoopkoers. Hij had vroeger zeker op een grenswisselkantoor gewerkt, want hiermee zou jij bij het omwisselen tien procent op de dagkoers verliezen.

"Sven, ik verlies tien procent met wisselen; dat is twaalfduizend gulden en daar ben ik niet zo groots mee. Je zult me halverwege tegemoet moeten komen.”

Sven keek een beetje sip en telde nog wat van dat pakpapier uit.

"Kunnen we zestien ki op komen halen over twee weken?” vroeg hij.

"Ik denk het wel, Sven, maar doe mij nou een lol en betaal de volgende keer in guldens, want anders kan ik je net zo goed bijna vier ki voor niets geven.”

De Zweed lachte en stemde toe op de voorwaarde dat hij jouw fles verder leeg mocht drinken. De volgende morgen vertrok je met je vriendin terug naar Duitsland. Je had keurige pakjes van dat gekke geld gemaakt, maar je zat nog met een klein probleem: waar moest je het laten? Als je het in de auto verstopte en de douane in Zweden zou het vinden, kon je je net zo goed meteen bij de kit aanmelden. Je ogen vielen op de longen van je vriendin. Alhoewel implantaten al sinds 1962 op de markt waren, leek het wel of het silicone bij je vriendin ook nog een keer als groeihormoon gewerkt had; ineens was er dus ruimte zat. Met cellotape bevestigde je de pakjes met geld onder die tietaanorganen, die door de eigenaresse met zichtbare moeite omhoog werden gehouden. Toen het geld op zijn plaats zat en zij haar uitbouw losliet, was het geld niet meer te zien. Ze kon nu bijna topless de douane door.

"Je hebt een paar zeer waardevolle tieten, Els,” complimenteerde je het meisje, nadat jullie zonder problemen de boot naar Duitsland waren opgereden. Tegen een kleine vergoeding werd er door het bedienende personeel champagne en toast met kaviaar naar de luxe hut gebracht. Wat was het leven toch weer goed: lekker eten en een paar tieten die hun gewicht in goud waard waren. Je besloot een paar foto's als aandenken van die ‘jongens’ te maken. Borsten omlaag, geen geld. Borsten omhoog, veel geld. Tieten met een minuscuul slipje en tieten zonder slipje. Geen slipje en een champagnefles. Els vond alles best. De lege fles klaagde ook niet.

In Holland liet je de foto's door een kennis ontwikkelen. Els en haar fles Bollinger stonden er gekleurd op, dat was wel grappig, maar een flinke ton in Zweedse kronen op een blote buik geplakt, was wel een beetje erg compromitterend, dus die verscheurde je maar. Gedurende de reis naar Zweden had je gemerkt dat de nieuwe Daimler meer motorolie gebruikte dan benzine, dus je besloot je op gepaste wijze van die olieboot te ontdoen. Je belde je vriend Dolf en verkocht hem de auto voor vierduizend gulden, op voorwaarde dat hij die tenminste zes weken in zijn garagebox zou laten staan. Je gaf Dolf de autospecialist een duplicaatsleutel en reed in de Daimler naar huis.

 

..........................."Een dezer dagen is je geluksemmertje leeg, Cajun,” fluisterde Joke ’s nachts, terwijl ze aan je oor knabbelde.

"Zolang jij bij me bent, heb ik geen geluk nodig. Jij bent mijn geluk en je bent een kanjer, Joke.”

"Ben je nu niet meer bang, mijn held?"

"Hoe dat zo, mijn heldin?"

"Ik ruik geen Nina Ricci meer…,” fluisterde Joke, en beet in je oor tot het bloed er uit spoot.

"Luister, ladykiller, dat je andere wijven neukt, moet jij weten, maar laat mij niet komen om je uit de stront te helpen als je uitgerammeld bent. De volgende keer bijt ik je oor er helemaal af. En nu ben ik aan de beurt, en je maakt je er niet met vijf minuten vanaf, reken daar maar vast op. Nina Ricci, hoe vind je zo'n sletje…”

Hoe kon je ooit kwaad op haar worden. ‘Wat een prachtvrouw,’ dacht je nog, voordat je uitgeput in slaap viel.

De volgende morgen belde je een van je sidekicks en vroeg hem of hij de Jaguar voor je uit Kopenhagen wilde halen. Hij vertrok nadat je hem erop gewezen had de tape van het kenteken te halen.

"Denk erom dat je die Heckler & Koch onder de mat vandaan haalt en verbergt."

 

Vierentwintig uur later had je de Jaguar weer terug. Blijkbaar stond je dan toch niet op de telex bij Interpol.

 

"Als Sven zijn mond over mij dicht heeft gehouden, zal ik toch naar Zweden moeten om geld voor zijn vrouw te brengen,” zei jij een week later tegen Joke, die koffie stond in te schenken.

"Ik zou dan maar liever een advocaat sturen als ik jou was. Vergeet je emmertje niet.”

"Ik vergeet mijn oor... Stil eens even...,” siste je, terwijl je naar het raam liep.

"Nou, nu is mijn emmertje dan leeg. Er staan zes rechercheurs en twee smerissen voor de deur. Joke, verberg snel dat Italiaanse paspoort en onder het kussen van de

 

bank ligt de Heckler & Koch. Leg het onder een emmer op het balkon van de buren. Ik zal de deur maar opendoen, voordat zij die er met een moker uit slaan. Je moet ook onmiddellijk je broer bellen en zeggen dat ik gearresteerd ben.”

Er werd aangebeld. Je liep langzaam de trap af en begon met het slot van de buitendeur te morrelen, Joke zo voldoende tijd gevend om het paspoort en het pistool te verbergen.

"Openmaken! Politie!” werd er geroepen.

"Ja, Ja. Ik kan de goede sleutel niet vinden, één moment...”

"Snel openmaken, anders rossen wij de deur eruit.”

"Voorzichtig, ik sta hier met een baby op mijn arm.”

Je hoorde een rechercheur mompelen: "Dat kan je niet maken, De Vries".

Joke riep dat ze klaar was en jij opende de buitendeur. Je werd overspoeld door politiemensen.

"En waar is die baby dan?" vroeg de Vries.

"Die is met het waswater weggespoeld. Jullie denken toch niet dat ik de deur opendoe wanneer mijn vrouw nog in haar blote kont staat?"

"Dat doet zij toch de hele dag?" vroeg de Vries kwaad.

"Ben je ook een klant van haar, dat je dat zo goed weet?"

De Vries verwaardigde zich niet om te antwoorden en liep door naar boven.

"Nemen jullie die pooier mee, dan halen wij de boel hier wel overhoop,” balkte hij tegen zijn collega's.

"We hebben hier een bevel voor uw aanhouding, mijnheer leCrochet,” zei een jonge rechercheur van de narcoticabrigade.

"Dat geloof ik best, als u dat zegt. Waar gaan we naartoe, rechercheur?"

"Hoofdbureau Elandsgracht.”

"Heb je dat gehoord?" vroeg je aan Joke die huilend boven aan de trap stond.

"Ja, Cajun.”

"Meteen advocaat Luis uit Haarlem bellen. Het is nu kwart voor negen en hij kan me om kwart voor drie zien.”

"U kent het klappen van de zweep zeker al?" zei de jonge rechercheur lachend.

"Ik ben een tijdje renpaard geweest.”

"Loopt u zo met ons mee, of moeten wij u de boeien omdoen?”

 

Aangekomen op het bureau Elandsgracht werd je naar je kamer gebracht. De deur van de oponthoudcel ging niet eerder open dan twee uur later. De twee narcoticheurs namen je mee naar een kamer waarin een grote man achter een enorm bureau zat. Je werd uitgenodigd te gaan zitten.

"Goedemorgen, mijnheer leCrochet, ik ben de hulpofficier van justitie. Wat kunt u mij vertellen over amfetamine?"

"Niet veel, excellentie, sommige mensen gebruiken het voor kiespijn en hoofdpijn. Ik zelf gebruik het nooit, want het kan maagbloedingen...”

“Amfetamine! Geen aspirine, idioot!”

Je reageerde als de onnozele die je was en zei: “Ik heb geen verstand van vitamines, A vitamine, B vitamine C vitamine, ik ben bang dat ik u daar niet mee helpen kan.”

De hulpofficier tekende een bevel en zei: “Hierbij bent u aangehouden. U wordt in verzekerde bewaring gesteld.”

“Dus ik ben wel verzekerd als er iets met mij gebeurt, een val tijdens het verhoor of als ik toevallig tegen een deur op loop?”

“We zullen zien of je na een verblijf van zesennegentig uur hier nog zo grappig bent,” antwoordde de hulpofficier koel.

Tijdens de wandeling naar het cellencomplex onder het politiebureau Elandsgracht zei een van de rechercheurs van de narcoticabrigade: “Cajun, je kunt in dit geval echt beter bekennen. Je hebt een reputatie van ontkennende verdachte en dat is je goed recht. In dit geval kan ik je echter verzekeren dat we de zaak tegen je rond hebben. Blijf je ontkennen, dan wordt dat door de rechtbank niet in dank afgenomen, en vraag je om een dubbele straf.”

“Voor iemand die onschuldig is?”

“Ja, ja, dat liedje hebben wij al zo vaak gehoord, maar het maakt niet uit. Praat met je advocaat en vraag wat in jouw geval het beste is.”

“Dat zal ik doen, mijnheer, ik vraag het hem beslist.”

Ondertussen waren jullie aangekomen bij het traliehek dat het cellencomplex van de rest van het politiebureau scheidde. Hier mocht je afscheid van je schoenveters en je broekriem nemen, die door de cipier in ontvangst werden genomen. Toen werd je naar je cel gebracht.

“Geloof ons nou, Cajun, praat met je advocaat”

“Ja, dat beloof ik, ik doe het echt.”

“Prima, dan halen wij je vanavond even op voor het verhoor.”

Je keek wat bedrukt en zei: “Ik ben bang dat het me vanavond niet zo goed uitkomt. Kunnen we geen andere afspraak maken, rechercheur?”

Bang! Dat was de celdeur die achter je in het slot werd geslagen..........................