Pagina wordt geladen, één ogenblikje alstublieft...

Wanneer dit blauwe vlak niet verdwijnt na maximaal dertig seconden -met adsl of cable-, dan staan uw veiligheidsinstellingen te hoog.

Deze site maakt intensief gebruik van Javascript, zoals de meeste websites. Deze scriptingtaal is volkomen veilig en u dient 'scripting' aan te zetten in uw instellingen, daar anders deze site een mysterie voor u zal blijven.

Jan ter Haak

 
   
   
 
 
Naast mijn autobiografie 'Zonde van de eerste steen'...
 
is nu ook Anouk uit in 'Oddball and the Killa Gal'
Lees eerst mijn autobiografie over een leven in de nationale en internationale misdaad

U weet waarschijnlijk veel van de Siciliaanse Maffia. U hebt wellicht ook wel eens iets vernomen van de Napolitaanse Camorra. De NCO? De Calabrese nDrangheta klinkt mogelijk vaag bekend, maar eigenlijk weet u er misschien toch niet al te veel van. Van de Sacra Corona Unita en de Stidda heeft u nimmer gehoord. Zoals menig Nederlander met u.

Er is een Nederlander die er nagenoeg alles van weet. Die heeft met deze organisaties gewerkt en zelfs strijd gevoerd. Nu na twintig jaar kunt u zijn ervaringen en vele andere belevenissen lezen in zijn autobiografie. Die Nederlander ben ik:

Jan ter Haak
(ex-crimineel), aangenaam!

 
 

Belangrijke Mededeling !!

Deze website is bijzonder inter-actief en maakt intensief gebruik van Javascript. Deze scriptingtaal is volslagen veilig en wordt door nagenoeg iedere website gebruikt.

Wanneer u de link om door te gaan geklikt heeft en de website ziet er naar uw idee vreemd uit en/of functioneert niet, dan staan uw veiligheidsinstellingen veel te hoog.

Om van deze site optimaal gebruik te maken, dient u uw veiligheidsinstel-lingen naar een normaal niveau te brengen, daar anders deze website net zo opwindend wordt als uw leven, dat beheerst wordt door veiligheids-instellingen. Nauwelijks!

Javascript dient dus aan te staan en
Cookies moeten geaccepteerd worden.

 

 “Jan, wij moeten stoppen en splitsen want anders hebben wij binnenkort een situatie. Het wordt te heavy en het is niet langer verantwoord om nog door te gaan. De kit is druk met één en één optellen en tegen de tijd dat zij met vijf uit de bus komen, is het te laat.”

Ik schud mijn hoofd en protesteer: “Cajun, werkelijk, je bent nu paranoïde. Wij doen alles zoals het moet; voorzichtiger dan wij nu zijn, is onmogelijk. Je kunt de toekomst niet veranderen of je noodlot ontlopen. Laios probeerde dat en werd uiteindelijk toch door zijn eigen zoon vermoord. Wij zijn één geweest zolang ik mij kan herinneren. Individueel zijn wij niets, Cajun!”

“Laios probeerde zijn noodlot te ontlopen door het leven van zijn zoon te veranderen. Dat kan niet werken, Jan. Ik verander mijn eigen leven en ik raad je aan hetzelfde te doen. Consolideer, koop vastgoed en vooral grond op Cyprus. Verplaats vijftig procent van het kapitaal naar Israël. Hef de rekeningen in Zwitserland op want dat land komt onder steeds meer druk van de Yanks te staan. Ga in Schotland of Ierland wonen want hier volgt de kit het Amerikaanse model; wanneer ze je niet kunnen pakken dan word je opgezet. Getuigen worden door de justitie per partij ingekocht door hen ontslag van rechtsvervolging te beloven. Die strijd is niet te winnen, Jan. Computers zijn in opmars, internationale gegevensuitwisseling wordt steeds sneller en efficiënter. Om de statistieken vast wat op te pompen, begint de kit met vegen waar het minste vuil ligt en de asla wordt geleegd van de kachels die nagenoeg uitgebrand zijn. Verder zie je wat er hier om je heen gebeurt. De misdaad verhardt, de scene wordt er nu één van destructieve sociopaten, concurrerende dopegildes met de daar tussenin laverende rippers en powerbouwers. Geweld met als hoofddoel: de macht! De macht over het riool…! Jan, wij kunnen nu veilig stoppen. We hebben genoeg geld en ik ben het zat. Nokken gabber, nu is het de tijd! Ik wacht niet totdat ik ben opgezet door de kit of dat ik word neergeschoten tijdens een kidnappoging door een paar gewelddadige, hersenloze Boenjewatsen of andere Balkanbeulen.”

Ik wil het niet geloven, maar ik weet dat je het meent. Ik heb het gevoel dat je mijn keel dichtknijpt; je zegt mij dat ik moet stoppen met leven. Ik probeer mij te vermannen, maar verdrietig vraag ik: “Waar ga je heen? Wat ga je doen, Cajun?”

“Dik Groot heeft mij en Suzanne uitgenodigd om een paar maanden bij hem in zijn kasteel in Schotland te komen wonen. Ik heb Suzanne gevraagd om mijn biografie te willen schrijven. In die maanden kan ik de stress mentaal afbouwen. Het praten tegen Suzanne en haar taperecorder zullen bevorderlijk zijn bij het hanteren van mijn catharsis.”

“Jezus Cajun,” zeg ik, “denk je dat je dat echt nodig hebt?”

“Geloof het maar, denk je dat dit leven niets met je brainbox doet?”

“Je zult wel gelijk hebben. Wanneer vertrek je Cajun?”

“Nu Jan, nu. Langer blijven doet onnodig pijn. Na Dik Groot in Schotland kun je mij altijd via Umberto in Geneve of Lucio in Napels bereiken als je mij nodig hebt. Tot ziens gabber, wanneer dit hele verhaal over is, zien wij elkaar weer want ik ga zeker in Schotland wonen.

 

Het is maar een tijdelijk afscheid. Jan, pas goed op je zelf want je bent alles wat ik heb. Ik ben wat wij zijn.”

Wij staan op en omhelzen elkaar. Totaal aangeslagen ga ik weer zitten en als ik opkijk ben je verdwenen. Ik kan niet meer denken, je woorden gaan als een maalstroom door mijn hoofd. Ik voel niets, behalve dat ik gehalveerd ben... met een kettingzaag! Ik wil vernielen... schreeuwen... janken..., maar hoe doet iemand dat wiens alter ego zojuist het hele verleden, alle emotie en kracht heeft meegenomen?

 

“Tot ziens Cajun, see you, ik zal je missen vriend,” mompel ik en open een fles Glen Morangie.

Nog geen vierentwintig uur na het vertrek van Cajun ben ik gearresteerd.

 

Ik lig onder een paar ranzige dekens en op een stuk schuimrubber, dat als matras fungeert. Ik overpeins de laatste twintig jaar die zijn verlopen tussen mijn eerste en huidige arrestatie; een tijd waarin ik totaal acht keer gearresteerd ben. Alleen de eerste keer werd ik, door gebrek aan ervaring, veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf. De derde keer heb ik drie maanden in voorarrest gezeten waarna ik wegens gebrek aan bewijs weer in vrijheid werd gesteld.

Nu, de achtste keer, ben ik me er terdege van bewust dat ik op zijn minst de volle honderd en twee dagen van het voorarrest zal moeten uitzitten - vooropgesteld dat de zaak niet aangehouden zal worden. Dit omdat ik van justitie het predikaat ‘niet meewerkende, leugenachtige en hardnekkig ontkennende verdachte’ opgelegd heb gekregen. Een etiket dat op de lange termijn in mijn voordeel uit zal pakken, maar tijdens mijn voorarrest alleen maar nadelen oplevert.

‘Kolere, hoe moet de tijd weer omkomen?’ denk ik, terwijl ik de zure zeikstank van de dekens probeer te negeren. De afgelopen zes uur van aanhouding leken al zes dagen te duren! Meteen realiseer ik mij dat ik verval in de klassieke fout om op de toekomst te anticiperen. Een karakteristiek waar ik mij de komende maanden ongetwijfeld nog vaak op zal betrappen wanneer ik de dag 's morgens beschouw, in plaats van ‘s avonds. Het werkt positiever te denken ‘gelukkig weer een dag om,’ dan ‘bah, weer een dag’. Ik schakel daarom over en laat de gebeurtenissen van gisteren de revue passeren.

 

Gisteren. Ik rijd de Porsche de garage uit om me op weg naar een ontmoeting in Amsterdam te begeven. De garage uitrijdend zie ik echter dat het verkeer in de rijrichting geblokkeerd staat.

“Dus dan maar tegen het verkeer in,” mor ik. Bij de eerstvolgende kruising aangekomen, zie ik dat er een vrachtwagen gelost wordt in de straat waar ik in wilde rijden. ‘Wat één keer werkt, lukt de tweede keer ook wel,’ denk ik. De daad bij deze gedachte voegend, rijd ik een pleintje op. Niets echter schetst mijn verbazing en ongenoegen te bemerken dat ook hier het verkeer volkomen vastzit. Om krankzinnig van te worden.

Mijn weg vervolgend zie ik dat er uit een vrachtwagen twee mannen kazen staan te lossen. Hoewel er voldoende parkeerruimte is, staat de vrachtwagen midden op straat, waardoor er zelfs geen dinkytoy meer door zou kunnen. Ik stop voor de parkeerruimte, zodat de chauffeur zijn vrachtwagen daar gemakkelijk in kan manoeuvreren. Blijkbaar ben ik naïef, want er komt een oudere man op mij af, die zegt: “Je kunt beter achteruit terugrijden. We hebben hier nog wel een halfuur werk.”

Nog steeds ontdaan door het plotselinge vertrek van Cajun, antwoord ik geïrriteerd: “Je kunt die vrachtwagen toch wel even parkeren? Alles zit hier in de buurt vast en er is hier toch parkeerruimte zat.”

De neringdoende verwaardigt zich niet om me te antwoorden. Hij loopt naar de vrachtwagen terug en gaat door met zijn werkzaamheden. Na vijf minuten gewacht te hebben, ben ik het zo ongeveer wel zat. Ik stap uit en loop naar de chauffeur, die mij echter volkomen negeert.

“Hé kaashaas, wil jij nou niet even die auto parkeren? Er is ruimte genoeg voor je. Ik ben onderweg naar een afspraak en ik ben nu al te laat.”

Ik krijg opnieuw geen antwoord en gekweld door zoveel onwil vraag ik: “Ben je behalve lui nog doof ook, kwijl?”

Vanuit de vrachtwagen krijg ik ten antwoord: “Ik weet niet tegen wie jij het hebt.”

“Kijk eens aan: lui, doof en nog achterlijk ook. Staan er behalve jou dan nog meer mafkezen in die zuivelduivel?”

“Wie denk je wel dat je bent om mij te kunnen commanderen?” vraagt die plofkop mij nu.

“Dat zal ik je laten zien als je even uitstapt, dan stomp ik je kin weg, galnek dat je bent.”

“Dan moet je wel een groter mes hebben dan ik!” merkt de kaasdwaas op.

“Maak jij je over mij nou maar niet bezorgd met die kaasschaaf van je. Kom nou maar uit die laadbak zodat ik smeerkaas van je kan maken.”

Maar hij komt niet en ik ben er ook niet echt van gecharmeerd om in die vrachtwagen te klimmen, en vervolgens een schoen in mijn snoet te krijgen. Een impasse dus. Ik loop terug naar mijn wagen en blijf daar ongeduldig wachten tot de vrachtwagen wegrijdt. Nadat dat eindelijk is gebeurd, blijkt hij dezelfde route te willen volgen als ik. Gehaast en geïrriteerd probeer ik hem bij de eerste de beste gelegenheid te passeren. Weer heb ik buiten de waard gerekend, want de hork is duidelijk van plan om me zoveel mogelijk te hinderen: twee keer snijdt hij me van rechts, waardoor ik eerst ternauwernood een vluchtheuvel kan ontwijken, om vervolgens zowat tegen een brugleuning aan te klappen.

Nou, dat was het dan wel zo ongeveer voor mij. Ik word nu kritieke massa. ‘Jij kunt lachen met me, je bent dadelijk aan de beurt,’ denk ik terwijl ik achter hem aan blijf rijden tot we de snelweg bereiken. Ik accelereer nu en blijf ter hoogte van de bumper naast de vrachtwagen rijden. Ik scan de snelweg voor en achter me totdat

 

er geen ander voertuig meer in mijn blikveld te bekennen valt. Intussen open ik een vak in mijn portier. Ik pak mijn Ruger 357 Snub Nose Magnum, die geladen is met JSP's, en laat mijn elektrisch bediende rechterzijraam zakken. Dan begin ik in te halen. Ter hoogte van de achterwielen van de vrachtwagen span ik de haan van het wapen.

‘Je gaat verschut, Jan,’ flitst het nog even door mijn hoofd. Ik druk af, en bang…!!

Ik ben halfdoof van de explosie en stoned van de kick. 'Nou die is in ieder geval goed voor een ruggie schade aan zijn plaatwerk. Dan heeft hij ook wat voor zijn vrijdag. Nu even snel het veld ruimen en zorgen dat we niet verschut gaan,’ denk ik tevreden. Ik ruk de Porsche terug naar zijn tweede versnelling en blaas dan naar de tweehonderd en vijftig kilometer door. ‘Beter nou maar even opschieten, ome Bram’. Ik gier een afrit op en raas met een bloedgang door Badhoevedorp, het centrum van Amsterdam tegemoet. Na mij ervan overtuigd te hebben dat de twee vrienden met wie ik een afspraak heb op de afgesproken plek aanwezig zijn, parkeer ik de 928S twee straten verderop. Ik ontdoe de revolver van kogels en de lege huls en veeg mijn vingerafdrukken er vanaf. Dan steek ik het nu in een zakdoek verpakte wapen in mijn broekriem achter mijn rug. Ik sluit de wagen af en laat de kogels en de lege huls in een rioolput verdwijnen. Vervolgens ontmoet ik mijn vrienden op de plaats van afspraak.

Ik roep Bullie apart en vertel hem wat er voorgevallen is.

“Wat denk je dat de kit me maken kan, Bul?” vraag ik hem.

“Oh, niet veel,” sneert de Bul. “Een luttele aanklacht van poging tot moord. Dat is alles, denk ik.”

“Maar ze hebben toch niks anders dan het woord van die bijgoochem, die kan wel zoveel verklaren.”

“Die kogel is zeker door de fabriek in die vrachtwagen gebouwd. Wie denk je dat de granderik eerst gelooft, een hardwerkende chauffeur of een bikker met een criminele verificatiestaat?” weerlegt mijn vriend.

“Nou ja, ik zie wel waar het schip strandt! Wil jij die blaffer dumpen voor mij? Ik moet nog wat sporen verwijderen en ik kan slecht van me af praten als ze dat apparaat op mij vinden als ik aangehouden zou worden.”

Bullie stemt onmiddellijk toe en lost zich met het corpus delicti op in dunne lucht. Ik loop naar mijn sidekick en boezemvriend Robbie, die natuurlijk al begrepen had dat er iets krom zit, en mij dan ook nieuwsgierig aankijkt. Hij vraagt echter niets.