Lieve Lin,
Het is dan weer zover. Zover? Zo over!
“Het bezoek is over!” werd er aangekondigd. Welk bezoek? Mijn geluk drong nog niet tot me door of er kwam alweer verdriet voor in de plaats. Geen bezoek, maar een bezoeking.
Hoorde je die bewaarder met zijn schijnheilige pleuriskop zeggen: “Het spijt me oprecht U het einde van het bezoek aan te moeten kondigen”?
Je kon zien dat het hem speet. Dat was nou de Deuk. Dat was de enige keer dat ik het bijna kwijt raakte. Ik sloeg totaal op tilt en hem zowat op zijn bek. Nog roomser dan de paus hier. Schijnheiligheid ten absolute top. Blijkbaar ben ik nog steeds niet flexibel genoeg. Dat moet ook niet en zal ook nooit gebeuren, maar het verdriet blijft.
Waar ben je nu, Lin? Weg. Ik ben ook weg. Goed dan. Niets is goed. Het is nu half negen ‘s avonds. Het door de maatschappij uitgescheten excrement is naar een film aan het kijken. Vermaakt zich zeker. Of niet? Ik zou het nu niet eens kunnen.
Frustratie, verdriet, roddel, dwaasheid, verraad en onechte jool worden door een vacuümtunnel gezogen. Aan het eind wacht hen een filmscherm. Gejoel, gelach, geschreeuw, gerook en geouweteringhoer..., de vibrerende massa vermaakt zich. Vermaakt zich niet echt. Hoe kan het ook? Toch maar naar de film, ze hebben er uiteindelijk veertien dagen naar uitgekeken.
“Mot jij niet naar de film, Haak?”
“Nee, ik heb vanmiddag al in een deuk gelegen.”
De dag barst en wordt langzaam door de nacht leeg geperst. Ik schrijf, maar waarom eigenlijk? Ik voel dat het moet, ik ben alleen, wil dat ook, wil het niet. Ben nu alleen met je foto's. Ik schrijf. Zal wel moeten, denk ik. Ik denk niets. Ik schrijf mijzelf weg. Waaruit? Uit niets, want dit hier is niets. Een oud tochtig niets.
|