“Ze had gezegd dat ze na haar werk hierheen zou komen,” zei Dolf. Jullie zaten aan een tafeltje bij Wilfred op de Rijksstraatweg in Haarlem.
“Dan zal ze wel komen, Dolf. Ik maak me meer bezorgd om jou.”
Dolf keek je verbaasd aan en zei: “Ik heb toch gezegd dat ik het doe zoals jij het wilt? Het zal niet makkelijk zijn, want ik wil haar niet voor haar kop stoten, maar ik doe het. Klaar en over.”
Jij hield je twijfels over Dolf, want één verkeerde poging en het verhaal was voorgoed over. Niet alleen was je dan duizend gulden kwijt, maar, belangrijker, je zou dan Melinda kwijt zijn voordat je haar had bezeten. Dolf zou het beetje trots dat hij bezat in moeten slikken en zijn afspraak moeten nakomen. ‘Het is nu in de handen van het opperdier,’ dacht je toen Melinda binnenkwam.
“Dag Dolf, dag Cajun,” groette Melinda.
“Hallo Melinda, hoe is het?” vroeg Dolf, “wil je wat drinken?”
“Een pilsje graag,” zei Melinda.
Terwijl Melinda drie biertjes aan de bar ging halen, bekeek je haar nog eens goed. Zij zag er totaal verschillend uit in haar vrijetijdskleding. In feite zag ze er zelfs een beetje tuttig uit: lompe sportschoenen, een strakke zwarte spijkerbroek, een windjack en een twee meter lange gebreide das, die ze vier keer om haar hals geslagen had. Ze leek meer op de studente die zij sinds kort niet meer was.
“Drie bier,” zei Melinda en zette de glazen op tafel.
Haar gezicht, haar haar en haar ogen waren nog steeds even mooi. ‘Zij moet er even voorgezet worden,’ besloot jij.
Melinda ging naast Dolf zitten en voor een tijdje werd er alleen in algemeenheden gesproken. In een halfuur nuttigden jullie ieder drie glazen bier, zoals tevoren met Dolf besproken was.
“Waarom gaan we niet uit, het was toch afgesproken, Dolf?”
“Ik heb je toch gezegd dat ik geen zin heb?” antwoordde Dolf met moeite.
“Om uit te gaan of om met mij uit te gaan?” vroeg Melinda duidelijk geïrriteerd.
“In allebei niet,” antwoordde Dolf, de woorden uit zijn mond wringend.
‘Het gaat goed, maar voor hoelang?’ vroeg je je af.
“Je ziet eruit als een trut en ik heb geen zin om uit te gaan. Ik ga vroeg slapen,” zei Dolf en stond op.
“Je vrouw zal wel blij zijn dat ze je een keer vroeg thuis heeft, klootzak,” reageerde Melinda witheet.
Dolf moest nu echt vertrekken, want anders zou ze de deur uitlopen. Gelukkig begreep Dolf dat ook en zei: “Ik zie je morgen, Cajun,” waarop hij vertrok.
Melinda dronk haar glas leeg en vroeg: “Wil jij nog bier?”
Je schudde je hoofd.
“Vindt je het erg als ik er nog één van jou neem. Ik heb mijn loon nog niet gevangen. Ik betaal je terug.”
“Doe niet zo achterlijk,” antwoordde je, terwijl je opstond om haar biertje te gaan halen. Je voelde Melinda’s ogen in je rug prikken. ‘Dit is het cruciale moment,’ dacht je, wachtend aan de toog. ‘Als ze zo trots en eigenwijs is als ik denk, straft ze Dolf door met een vriend van hem uit te gaan. Daarin heeft ze in Dolf een prima leermeester gehad.’ Je zette het glas op tafel en zag hoe Melinda zich moed indronk.
“Hoe was dat verhaal ook al weer?” vroeg ze.
“Welk verhaal, Mel?”
“Over dat uitgaan. Dolf zei toch een tijdje geleden dat jij wel met mij uit wilde?” informeerde ze uitdagend.
“Ik zou het niet erg vinden om met je uit te gaan, maar ik heb dat nooit gezegd,” antwoordde jij naar waarheid.
“Dus dat heeft hij gewoon verzonnen. Misschien wilde hij toen al van mij af…” giste ze.
Je haalde je schouders op en vroeg: “Wat wil je dat ik zeg? Ik vind het klote voor jou dat hij je zo laat zitten. Is er dan misschien iets voorgevallen waardoor hij opeens niet meer uit wilde?”
“Ik weet nergens van, en het interesseert me ook niet meer. Nou, hoe zit het? Gaan wij nog wat drinken of niet?”
“Zou je het erg vinden eerst uit eten te gaan in plaats van gelijk dronken te worden, Melinda?”
“Nee, helemaal niet. Ik heb inmiddels ook wel honger, want op mijn werk heb ik nooit tijd om wat te eten. Waar gaan we heen?”
“Als jij het goed vindt, rijden we naar Amsterdam. Vrienden van mij hebben een Italiaans restaurant achter het Leidseplein.”
“Waarom niet? Dat is weer eens wat anders dan aan de bar van een seksclub zitten en naar hostesses kijken, om daarna even snel een wippie te maken in één van de kamertjes.”
Je kon je oren niet geloven. Dolf had haar dus meegenomen naar seksclubs om zich aan de prostituees op te rijgen en vervolgens Melinda te bonken in een peeskamertje. Dolf was dus al in de weer geweest om Melinda aan het werken te krijgen, maar hij wist niet hoe hij het aan moest leggen. Waarschijnlijk had hij gehoopt dat Melinda zou zeggen: “Wat denk je Dolf, zal ik hier dan ook maar een beetje de hoer voor je gaan spelen?”
Terwijl jullie naar Amsterdam reden, speelde dit weer door je hoofd en je schoot in een geplande lach.
“Wat is grappig?” vroeg Melinda, die enigszins aangeschoten was geraakt..........................
...............Je hield de deur van het Ristorante Sette Bello voor Melinda open. Aarzelend liep ze naar binnen. Niet veel later omarmde jij de eigenaar, met wie je bevriend was.
“Don Cajun, che piacere! Ragazzi preparate tavolo numero sette per Don Cajun e la signorina.”
Terwijl de aangeroepen obers zich haastten om tafel zeven te gaan dekken, stelde jij Melinda in het Napolitaans aan de eigenaar voor, die natuurlijk ook weer Giovanni heette. In een paar woorden deelde je hem mee het er een beetje op te leggen die avond, omdat het een belangrijke afspraak betrof. Melinda stond er eigenlijk een beetje voor spek en bonen bij, maar volgde de conversatie nieuwsgierig. Giovanni noemde haar een bella signorina en kuste haar hand. Als de eigenaar van een gerenommeerd restaurant zoveel aandacht aan jou besteedde, zou ze wellicht de indruk krijgen dat jij een interessant geval moest zijn. Het feit dat je vloeiend Italiaans sprak, voegde daar vermoedelijk nog wel het nodige aan toe.
“Was dat Italiaans?” vroeg ze toen jullie plaats hadden genomen, “het klonk anders.”
“Klopt, het is een Napolitaans dialect. Het is vrij lastig, er zit een hoop verbasterd
Spaans en Frans in. Een voordeel daarvan is dat veel Italianen het niet begrijpen, waardoor je de gesprekken privé kunt houden als de situatie dat verlangt.”
Je zag Melinda haar hoofd even breken over wat voor situaties dat dan wel konden zijn, toen lachte zij en zei: “Okay, ik denk het te begrijpen. Ik zal er niet meer over vragen, maar je spreekt dus Italiaans ook?”
“Ja, hoezo?”
“Dolf heeft het regelmatig over je gehad. Hij zegt dat je behoorlijk slim bent,” zei Melinda.
“Maar het feit dat het een kwalificatie uit Dolf’s mond was, overtuigde jou niet zo hè, Mel?”
De lach maakte dat Melinda zich bijna in haar stokbrood met knoflookboter verslikte.
“Hoe weet je dat?”, vroeg zij, haar keel schrapend.
“Dat leg ik je nog wel uit. Laten wij eerst bestellen.”
Melinda liet het bestellen aan jou over, wat jij vervolgens weer aan de eigenaar delegeerde. Je had belangrijker dingen aan je hoofd. Melinda bleek van goed en apart eten te houden, wat een niet te verwaarlozen voordeel was, want zo zou je ook in gastronomisch opzicht haar belangstelling kunnen opwekken, hoopte je.
“Waar heb je Italiaans geleerd, Cajun?” vroeg Melinda geïnteresseerd.
“In Italië zelf,” zei je.
“Wat spreek je nog meer voor talen?”
Je antwoordde bescheiden: “Vloeiend Engels, redelijk goed Duits en schoolfrans.”
Ja hoor, daar kwam de vraag: “Heb je gestudeerd?”
“Nee, niet echt nee, ik heb HBS gehad.”
Je vermeldde maar niet dat je twee keer was blijven zitten omdat je te lui was om te leren.
“Jij hebt ook Grieks en Latijn op school gehad, nietwaar Melinda?”
Ze zei glimlachend: “Als het je interesseert kan ik de eerste verzen van de Ilias van Homerus voor je citeren.”
“Laat maar eens horen...” zei je, om haar op haar beurt een gelegenheid te geven om te schitteren.
Ze begon te citeren. Je luisterde aandachtig, al had het voor jou evengoed Grieks kunnen zijn.
“Knap... Leer je makkelijk, Melinda?”
“Ja, ik geloof het wel.”
“Vertel me eens wat meer over jezelf, als je dat wilt.”
Ze keek je aan en vroeg: “Waarom ben je in mij geïnteresseerd, Cajun?”
Elk compliment over haar uiterlijk zou nu verkeerd vallen, besefte je, want daar was ze mee bekend. Haar lichamelijke aantrekkingskracht was regelmatig een vertrekpunt op weg naar teleurstelling geweest. Wil je tijdens een gesprek indruk op een vrouw maken, laat haar dan praten en luister aandachtig. Vermijd lange verhalen en bluf niet, en laat haar via luchtige opmerkingen en welgeplaatste wise-cracks merken dat je niet de eerste de beste klootveger bent. Als je een vrouw laat merken dat je één en al oor bent, streel je haar ego, terwijl je haar ondertussen beter leert kennen en haar zo makkelijker kunt analyseren. Die opstelling zet je al apart van de doorsnee man, die meestal zelf het gesprek wil leiden. Wanneer een vrouw zich zeker voelt en jou begint te domineren, zet je haar eenvoudig op het verkeerde been. Dan moet zij uitwerken of je nu wel of niet in haar geïnteresseerd bent.
“Begrijp me niet verkeerd, Mel, ik wil je niet beledigen, maar je stelt mij een eerlijke vraag en daar geef ik je een eerlijk antwoord op. Als vrouw doe je me niet veel, net zo min als ik jou veel zal doen. We zijn elkaars type niet. Ik denk dat die vaststelling bij voorbaat al vele complicaties kan voorkomen.”
Je zag Melinda over je woorden nadenken. Wat je zei klopte met haar bevindingen van de eerste avond in het restaurant, toen je geen enkele interesse in haar uiterlijk had getoond. Zelfs haar up-skirt exhibitionisme was je ontgaan.
“Maar daarmee ben ik nog niet klaar, Mel. Ik moet je zeggen dat ik wel uitermate geïnteresseerd ben geraakt in jou als persoon. Net als jij houd ik ervan om te leren. Dat is de reden voor mijn verzoek. Dat, en nog een reden.”
“Wat voor reden?” wilde Melinda weten. (Er is geen vrouw die geen probleem heeft. En mocht dat toch zo zijn, dan creëer je er één)
“Nogmaals, het is mijn interesse in je persoon die me de vraag doet stellen. Ik voel dat je met verdriet leeft. Niet alleen om wat er vanavond met Dolf voorgevallen is, maar je hebt een latent verdrietige uitstraling, die je zo goed mogelijk probeert te camoufleren met je gevatheid en je intelligentie. Het klinkt misschien zwaar, maar ik bespeur een emanatie van leed bij je.”
Nu had je haar volle aandacht, niet in de laatste plaats door je woordkeus, vermoedde je. Je zag haar ogen glanzen. Ietwat doelloos prikte ze met haar vork in de pasta.
“Waarom zou ik daarover met een wildvreemde willen praten?” testte ze je.
“Omdat je erover praten wilt, en ik het voordeel heb dat ik niet achter een onvolwassen kinderlichaam aanzit, zoals je meeste ex-vriendjes. Je wilt er ook over praten omdat je hoopt dat het je problemen kan helpen oplossen. En je wilt er met
me over praten omdat ik niet op seks uit ben, en het juist die seks is waarin een deel van je problemen liggen. Klopt het een beetje?”
Melinda knikte aarzelend.
“Vertel mij wat over jezelf, Melinda. Begin bij je jeugd, het hoeft geen nauwgezet verslag te zijn. Gewoon een globale levensbeschrijving, ik denk dat ik de relevante punten er wel uit kan peuteren.”
Melinda zei: “Ik weet niet waarom ik je vertrouw. Ik ben misschien wel dom met kerels, maar achterlijk ben ik zeker niet. Ik denk dat ik wel weet wat ik doe, ook al maak ik dan vaak dezelfde fouten. Maar goed, ik vertrouw je, ja.”
Ze begon voorzichtig met haar relaas. Je luisterde aandachtig, en plaatste een denkbeeldig merkteken bij alles wat je van belang achtte. Melinda had een vrij ongelukkige jeugd gehad. Geen vader en veel ‘ooms’. Haar moeder had weinig tijd voor haar, doordat ze ofwel aan het werk was, of zich met één of meerdere van deze ‘ooms’ bezighield. Verder had ze een oudere broer die niet veel aan haar gelegen liet liggen. Zij hield van school omdat ze daar erkenning vond; haar intelligentie zette haar apart van andere kinderen.
Zo werd ze steeds leergieriger, omdat haar prestaties haar een gevoel van superioriteit gaven. Tijdens haar relaas vertelde ze impliciet over een kampeeruitje met haar moeder en zo’n ‘oom’. Uit de manier waarop ze erover sprak kreeg je de indruk dat ze iets verzweeg. Ook haar ‘body-language’ wees die richting op.
“.............Sarcasme is de laagste vorm van humor, Mel, daarom gebruik ik het ook niet. Maar goed, voor zover ik iets weet, zou ik het je kunnen aanleren, ja. Maar dat moet je dan wel willen, want eigenwijze mensen leren nooit. Het woord eigenwijs zegt het al: die mensen zijn wijs van hun eigen. Het probleem is echter dat je van jezelf niet veel kunt leren, behalve lopen, eten en ademen. Voor de rest heb je de ervaring en de kennis van anderen nodig, direct of indirect - via boeken, scholing, leren, noem maar op.”
“En als ik van jou iets zou willen leren, moet ik klakkeloos opvolgen wat je zegt?”
“Van klakkeloos opvolgen leer je niets. Je moet willen begrijpen wat ik met iets bedoel, de logica ervan in willen leren zien. Pas dan kun je besluiten om er wel of niet iets mee te doen.”
“Dat klinkt goed,” zei Melinda.
Je vervolgde: “Maar er zouden zich ook wel eens situaties kunnen voordoen waarin er geen tijd voor uitleg is. Op die momenten zul je me moeten vertrouwen, maar hoogstwaarschijnlijk ben je dan allang zo ver dat je de reden zelf wel uit zult kunnen werken.”
“Goed, Cajun: ik ben geïnteresseerd, ik wil graag leren, ik wil superieur zijn en ik wil gerespecteerd worden. Dit laatste heb ik net bedacht,” zei Melinda niet zonder trots.
“Je wilt dat mensen jou behandelen zoals ik hier vanavond word behandeld?”
“Ja, dat is het precies. Ik zie het verschil tussen het respect dat jij hier krijgt en dat wat mij ten deel valt op mijn werk en bij al mijn veroveringen Verder zie ik het respect -of liever het gebrek aan respect- waarmee Dolf behandeld wordt, Vijf maal niets. Dit bevalt me beter.”
“Dat is dan al een begin. Maar onthoud goed: respect moet je verdienen of afdwingen. Het is geen freebie,” besloot je.
Melinda zei nu vastbesloten: “Goed, ik wil wel bij je in de leer. Maar wat is de prijs die ik ervoor betaal? Ik bedoel geen geld, maar wat verwacht je van mij?”
“Geen seks, Mel. Je bent mijn type niet, en seks is geen opoffering voor je, nog niet althans. De prijs is klasse. Die zul je je moeten verwerven.”
“Hoe begin ik?”
“Door je niet langer als een tienerslobber te gedragen die met haar kleedje op stap is en daarbij haar vleselijke gunsten kwistig in de rondte strooit. Het is niet langer een cadeautje meer, het is het hoogste goed dat je te bieden hebt. Je bent er dus zuinig op. Geen vriendjes voor de tijdsduur dat je ‘in opleiding’ bent, en waar het Dolf betreft: finale. Doek.”
Melinda lachte opgelucht: “Dat is geen opoffering, Cajun. Van Dolf heb ik niet veel te leren. Dat heb ik al geleerd.”
“Dus we hebben een deal?” vroeg jij.
“Ja. Mag ik je wat vragen?”
“Shoot,” zei je.
“Waarom wil je dit voor mij doen? Ik ben je type niet, ik ben een tienerslobber geweest. Wat is de reden dat je tijd en geld aan mij wilt spenderen?”
Jij aarzelde geen moment.
“In het restaurant met Dolf vond ik je een dwaas. In de auto vond ik je een verwend en eigenwijs pestkreng. Aan tafel hier veranderde dat. Dit klinkt niet leuk, maar ik kreeg medelijden met je. Je kunt zoveel, maar weet niet hoe je je leven in moet richten. Het was misschien geen medelijden, maar medeleven, empathie, zo je wilt. Als persoon intrigeer je me. Ik ben nieuwsgierig, ik wil weten wat je kunt. Ik voel dat ik een juiste beslissing neem door je wegwijs te maken. Is dat een antwoord, Mel, en wat belangrijker is: weet je wie ik ben en wat ik doe?”
Melinda aarzelde even, maar besloot met de waarheid te komen: “Dolf vertelde me dat je een pooier bent en vrouwen voor je hebt werken.”
“En dat is voor jou geen bezwaar om met mij in zee te gaan?” vroeg je.
“Nee. Niet dat ik erover sta te juichen, maar nu ik je vanavond een beetje heb leren kennen, geloof ik niet dat je bewust misbruik van iemand zal maken. En verder denk ik dat een pooier toch wel wat van vrouwen weet, anders kan hij dat beroep niet uitoefenen.”
“Dat is meestal niet het geval, maar je redenering is gezond. Wat weet je nog meer van mij?”
“Dolf heeft gezegd dat jullie met twee grote zaken bezig zijn, en dat jullie, als het lukt, een vermogen gaan verdienen.”
Je schrok, maar toonde geen reactie.
“Ga door.”
“Wanneer we in dat sekshuis waren, werd er vaak over jou gesproken door vrienden van Dolf. Niemand schijnt precies te weten wat je doet. Ja, dat je pooier bent, maar verder... Ze hadden het erover dat je met allerlei illegale praktijken bezig was, altijd in het buitenland zat, verschillende talen sprak en bijzonder sluw was. Ik moet je eerlijk bekennen, Cajun, dat ik al in Cajun leCrochet geïnteresseerd was voordat ik je met Dolf in het restaurant ontmoette. Daarom maakte ik er ook zo’n vertoning van.”
Nu schoot je in de lach en vroeg: “Dus die expositie heb je voor mij opgevoerd?”
“Ja, maar het was niet aan je besteed. Toen jullie aan tafel zaten, stond ik je op te nemen en dacht: ‘Dus dat is nu die beruchte Cajun leCrochet. Jammer dat hij er niet zo uitziet als Dolf’.”
“Ben je verliefd op hem?”
Melinda dacht goed over haar antwoord na: “Ik denk dat ik in het begin verliefd was, ja. Later niet meer, hij is zo oppervlakkig, heeft geen enkele diepgang. Altijd komt hij weer met dezelfde verhalen aan. Ik denk dat ik een zwak voor hem heb, het is net een groot kind. Aandoenlijk soms, en hij kan zo vertederend kijken. Hij praatte altijd over rijke en slimme mensen. Ken je een Kale Joop?”
“Jawel, wat is daarmee?”
“Die heb ik ook een keer ontmoet. Wat een griezel... Die is nog dommer dan Dolf.”
“Dat lijkt me nauwelijks mogelijk, maar hij is inderdaad een griezel. Hij is echter wel veel sluwer dan Dolf, die als een klit aan hem hangt omdat die Kale rijk is.”
Je zag dat Melinda in tweestrijd verkeerde om je iets te vertellen.
“Vertel het maar liever, Mel.”
“Goed,” zei ze, “misschien kan ik jou nu een plezier doen, Cajun. Ik vertrouw je en ik heb veel respect voor je gekregen vanavond. Ik ben blij dat jij mij onder je hoede wilt nemen, en misschien dat je hier iets aan hebt. Vlak voordat jullie samen op reis gingen, zaten we aan de bar van dat sekshuis. Kale Joop zat met Dolf te fluisteren. Ze hadden het over papieren, wat voor papieren weet ik niet. Dolf zei op een gegeven moment dat ze niets zonder jou konden doen, omdat jij alles in handen zou houden. Kale Joop zei toen dat dit alleen maar beter was, want ‘als er een kat’ zou vallen, zou jij de verschutting krijgen. Ze begonnen toen te lachen. Zegt dat je wat?”
“Ja, dat zegt me genoeg. Ik kan je niet vertellen waar het over gaat, maar ik had al een vermoeden, en dat heb je zojuist voor me bevestigd. Je hebt mij een heel groot plezier gedaan, Melinda. Ik wist wel dat ik er juist aan deed je naar me toe te trekken.”
Melinda straalde en vroeg: “Mag ik dan nog zo’n Sambucco?”
“Sambucca... Het is vrouwelijk.”
“Goh, Italiaans is wel moeilijk,” grapte Melinda.
Het ijs was gebroken en de zaak was gedaan. Je had Melinda over de streep getrokken door haar te overtuigen. Je rondde het af door te zeggen: “Melinda, je hebt me een groot plezier gedaan en dat zal ik niet vergeten. Maar er is één ding waar ik je voor wil waarschuwen.
...............“Hoe is het afgelopen met Melinda gisteren, Cajun?” vroeg Dolf nieuwsgierig.
“Ik denk wel goed, Dolf, maar ze is nog steeds gek op jou, dus het zal nog een flinke strijd worden.”
“Je hebt alle tijd. Ik zal me verre van haar houden.”
Je zei: “Ik heb juist helemaal geen tijd, Dolf. Lino heeft gebeld en ik moet naar Italië voor die kentekens. Het wordt duurder dan Lino gedacht had, en hij kan de kosten niet alleen dragen. Hij vertelde dat wanneer wij een koopje wilden hebben, zij het niet voor elkaar zouden krijgen om de kentekens er authentiek te laten uitzien. Ik moet er dus heen om extra geld te brengen. De kentekens kunnen in twee weken klaar zijn.”
“Dat is toch goed, Cajun? Dan kunnen we in een paar weken al de eerste winsten tegemoet zien…”
Je gevoel zei je dat Dolf tijdens je afwezigheid zijn kans zou gaan grijpen. Dat was één. Ten tweede was je nu superjaloers waar het Melinda betrof. Ja, een pooier die jaloers was... Ten derde kon je reputatie het niet verdragen dat Dolf een nieze van jou zou wippen, en ten vierde deugde het gewoon niet.
Je besloot hem dat te zeggen: “Dolf, ik mag je graag als vriend en ik weet dat je op de kit nooit praat. Als crimineel ben je geslaagd en ik durf alles met je aan. Ik wilde dit even onder je aandacht brengen, zodat wij precies weten waar we staan, en dat is hier: dat we paar miljoen gaan verdienen als we ons verstand gebruiken. We riskeren een paar jaar lik als er iets misgaat. Nu is het zo dat als ik Melinda niet met een gerust hart achter kan laten omdat ik je niet zou kunnen vertrouwen, ik helemaal geen bestek heb om een paar jaar lik met je te riskeren. Het geld kun je dan ook wel schrijven waar de zon niet schijnt.”
“Cajun, je bent paranoïde,” reageerde Dolf. “Het lijkt wel of je gek op haar bent.”
“Zou het helpen als ik zeg dat ik inderdaad gek op haar ben of wordt de uitdaging dan pas echt interessant voor je?” vroeg je.
Je vreesde dat dit overdreven klonk, maar Dolf was zwak en dus besloot je om de druk nog wat op te voeren: “Dolf, het spijt me om je te moeten waarschuwen. Dat zou niet nodig moeten zijn, maar je hebt het al bij betere vrienden dan ik geflikt. Ik zal je de voor- en achterkant ervan uitleggen, zodat je het begrijpt. Jouw uitdaging is niet Melinda te versieren, want dat lukt je wel; jouw uitdaging is ervoor te zorgen dat ik er nooit achterkom. Wanneer ik terugkom en Melinda is weer overgestapt, dan mag je de duizend gulden die ik je betaald heb, gewoon houden. Maar die worden dan wel samen met jou begraven. Dat is geen dreigement, dat is een belofte.”
“Cajun, in hemelsnaam...” begon Dolf.
Je liet hem niet uitpraten.
“Als Melinda nog met mij wil zijn als ik terugkom en jij hebt mij toch de hoorns opgezet, dan kom ik erachter. Dat is een zekerheid. Je wordt dan net als in het vorige
scenario… uitgevlakt. Dan is mogelijkheid drie er nog: jij versiert Melinda terug, en nadat je je vuil geloosd hebt, vertel je haar zolang een andere gozer te nemen, zodat het lijkt alsof jij nergens wat mee te maken hebt gehad. Dat is een reële mogelijkheid, en ik houd daar ook al rekening mee. Geef je eigenlijk om je eigen vrouw, Dolf?”
“Ja natuurlijk, ik snap niet...”
Opnieuw sneed je hem af: “Wanneer je om je vrouw geeft, zou ik er maar voor zorgen dat ze niet jong weduwe wordt.”
“Je zit me te bedreigen, Cajun,” zei Dolf, die zichtbaar kwaad begon te worden.
“Ja, je hebt gelijk. Wilde je er iets van maken dan?”
“Nee, maar er kan van alles gebeuren en ik zou daar dan wel eens de schuld van kunnen krijgen,” verweerde hij zich.
“Zoals?” vroeg jij benieuwd.
“Nou, ze zou een gozertje van haar eigen leeftijd tegen kunnen komen en daar gek op kunnen worden. Ik zou daar dan op aangekeken worden.”
Nu wist je zeker dat Dolf onder je duiven zou gaan schieten.
“Ja, daar heb je gelijk in, dat is een mogelijkheid. Goed, dan weet ik nu wat ik doen moet: hier blijven. Dan kan ik er zelf een oogje op blijven houden totdat Melinda weet waar ze hoort. We vergeten de kentekens en ik pak die zevenduizend gulden in de week zonder enig risico.”
“Cajun, dat kan je niet doen, ik heb je niets gedaan. Je vertrouwt me gewoon niet.”
Je knikte.
“Dat heb ik toch net eerlijk toegegeven? En weet je waarom ik je niet vertrouw, Dolf? Ik heb jou niet één keer in dit gesprek horen zeggen: ‘Dan ga ik toch gewoon met je mee, Cajun.’”
Dolf verschoot van kleur: “Cajun, ik kan niet weg deze week. Mijn zoontje is jarig.”
“Zal ik de reis dan een week uitstellen, zodat je toch mee kan?”
Dolf wrong zich onmiddellijk in allerlei bochten: “Ik heb al bonje met mijn vrouw dat ik haast geen avond meer thuis ben. Je kunt mij vertrouwen, ik ben toch niet gek. Ik zou mezelf tekort doen.”
Je gevoel was niet goed, maar misschien zocht je de confrontatie met Dolf en Kale Joop ook wel. Je was alleen niet genegen om Melinda daarbij als joker in te zetten. Je verkeerde in grote tweestrijd, want je had Lino net beloofd om het geld te komen brengen. Bovendien had Lino je gevraagd om tien één karaats Top Wesselton VVSI diamanten voor hem mee te nemen. Je zat in een moeilijk parket en je wist het.
“Dolf, luister. Lino heeft gezegd dat we ongeveer op zestigduizend gulden voor
duizend of zelfs vijfduizend kentekenbewijzen uit zullen komen. Ik kan erop wachten als het moet, want met twee weken kan het klaar zijn. Ga dertig ruggen bij die Kale ophalen, en ik vertrek overmorgen. Over twee weken draaien we proef, dus zorg ervoor dat er dan een paar auto’s klaar staan. Hebben we iemand die de nummers overslaat en omwerkt wat nodig is?”
Dolf keek opgelucht.
“Bob uit Vijfhuizen, ken je die?”
Je antwoordde: “Heel goed zelfs, een eersteklas vakman.”
Jullie spraken af dat Dolf je het geld de volgende dag zou overhandigen.
Omdat je in totaal voor vijfenveertigduizend gulden aan kontanten en zestigduizend gulden aan diamanten mee moest nemen, besloot je de trein naar Milaan te nemen. In een Mercedes Sport als Hollander proberen om de Zwitserse douane te passeren was om moeilijkheden vragen. Hollanders genoten toch al een onevenredig grote belangstelling bij die jongens. Zal wel iets met drugs te maken hebben gehad. De Italiaanse douane was zo mogelijk nog gevaarlijker. In de tijd van deviezenbeperking werden alle duurdere wagens die uit Zwitserland kwamen op deviezensmokkel gecontroleerd. En dan was er nog de omstandigheid dat je foto op je paspoort evenals je levende gezicht weinig vertrouwen inboezemde. Je had er mee leren leven; je werd altijd gecontroleerd. In de trein zou alleen dat paspoort je achilleshiel vormen, maar het totale risico was danig gereduceerd. Lino zou je de volgende dag in Milaan op komen halen, om vervolgens met de auto verder naar Rome te rijden.
Op de dag van vertrek ontmoette je Melinda in een koffiebar. Ze wist dat je mogelijk een paar weken weg moest en leek een beetje triest te zijn.
“Ik zal je missen, Cajun, echt waar. Ik ben zo aan je gewend geraakt de laatste dagen, dat ik bang ben dat ik me een beetje eenzaam zal gaan voelen. In korte tijd ben je al een deel van me geworden.”
Haar woorden verontrustten je. Je zei: “Mel, voel je niet al te eenzaam. Deze reis bepaalt ook de rest van jouw leven. Dolf zal je ongetwijfeld bellen om zijn kans waar te nemen. Ga erop in en je blijft een intelligente lellebel voor de rest van je leven. Wees sterk en ik geef je het leven dat je hebben wilt. Ik weet dat het moeilijk is omdat je nog om Dolf geeft, maar je logica moet je laten weten waar je voordeel ligt. Afgezien van het feit dat je mij en jezelf voor schut zet, vergooi je alles.”
Melinda keek je geërgerd aan en zei: “Je vertrouwt me niet, Cajun.”
.............Een uur later raasden jullie over de Autostrada del Sole richting Bologna. Jij had besloten om te rijden want met Lino als chauffeur was niemand zijn leven meer zeker. Hij keek meer achterom of naast zich, dan op de weg. Lino vertelde je hoe hij gevaren was met de kentekens.
“Normaal had ik de kosten alleen gedragen, Cajun, maar met deze drukker is er komen noch gaan. We kunnen het goedkoop laten doen, maar dan hebben we een zootje vuiligheid met alle risico’s van dien. Ik denk dat het beter is om te betalen wat de drukker vraagt. Zo krijgen we in elk geval topkwaliteit, en wat zijn de kosten per kenteken dan uiteindelijk nog? Zestig gulden, daar kunnen we ons toch geen buil aan vallen?”
Jij bevestigde dit en besloot Lino op de hoogte te brengen van een mogelijke complicatie. Je vond dat niet meer dan billijk, omdat ook Lino in de zaak investeerde en er risico’s voor nam. Lino had je zwijgzaamheid al opgemerkt. Nog voordat je met je relaas kon beginnen vroeg hij: “Ci sono dei problemi, Cajun?”
Je antwoordde dat er zich inderdaad problemen voor zouden kunnen gaan doen. Je vertelde hem over de transactie met Dolf inzake Melinda en voegde eraan toe dat je hem niet vertrouwde. Lino luisterde aandachtig. Toen je uitgesproken was, vroeg hij: “Sei innammuratu, Cajun?”
Je gaf toe dat je inderdaad smoorverliefd was geraakt en Melinda niet uit je hoofd kon zetten.
“Questo è l’amore, caro Cajun,” lachte Lino terwijl hij je op je knie klopte, wat overigens weinig aan je bedrukte stemming veranderde. Je vroeg je af of je ook zo gek was, toen je de eerste keer verliefd werd op je ex-vrouw. ‘Het lijkt wel of het erger wordt naarmate je ouder bent,’ dacht je. Je kon niet half vermoeden hoezeer je daarin gelijk zou blijken te hebben. Als je dacht dat je nu verliefd was, stond je over drieëntwintig jaar nog een verassing te wachten.
Ruim anderhalf uur later passeerden jullie Bologna. De reis werd voortgezet in de richting van Florence, dat jullie een uur later voorbij reden. Nog eens anderhalf uur later reden jullie Orvietto in, een plaatsje dat op een uur afstand van Rome lag en waar Lino met zijn vrouw en kinderen zolang een huis had gehuurd. De kinderen
begroetten je enthousiast, want zij kenden je van je bezoeken aan Lino’s restaurant in Amsterdam.
“Stom, ik was zo met mijn eigen ellende bezig, dat ik helemaal vergeten ben wat cadeautjes voor je kinderen te kopen. Waar is je vrouw Lino?” vroeg je.
Lino’s gezicht betrok. Hij zei: “Toen ik uit Nederland moest vluchten om niet aan Duitsland uitgeleverd te worden, besloot ik mijn gezin naar Italië mee te nemen. Het zou er niet inzitten dat ik ooit nog terug kon keren naar Nederland. Mijn vrouw en kinderen konden natuurlijk naar Holland om familie te bezoeken wanneer zij wilden, maar de stress van het uitleveringsverzoek, de vlucht naar Italië en het moeten wonen in een voor mijn vrouw volkomen vreemde omgeving, tussen onbekende mensen heeft haar in een zware depressie gebracht. Ze is nu opgenomen in een speciaal ziekenhuis om te herstellen.”
“Un manicomio?” vroeg jij.
“Si,” bevestigde Lino bedroefd, “een psychiatrische inrichting.”
“God, Lino, wat spijt me dat voor jullie allemaal. Hoe nemen de kinderen het op?”
“Mijn oudste dochter zorgt voor de kleintjes, maar het is moeilijk af en toe, Cajun.”
Je voelde je schuldig dat je zo’n miserabel gezelschap voor de immer optimistische Lino was geweest. ‘Hij heeft pas echt problemen en heeft er niets van laten merken, terwijl ik zit te janken omdat ik een beetje verliefd ben.’ Je besloot het roer finaal om te gooien en je aan je schoenveters op te trekken.
“Wat gebeuren moet, gebeurt toch wel, en als er iets mis kan gaan, dan gaat het ook mis. Murphy’s fucking law,” filosofeerde je hardop en je trok je veters nog wat strakker.
Na het eten ruimden de kinderen de tafel af. Jullie besloten de zaken door te spreken; een overleg dat zeer werd veraangenaamd door een troost verschaffende fles Vecchia Romagna.
“Cajun,” begon Lino, “als Dolf jouw nieuwe vriendin inderdaad niet met rust laat, brengt hij de hele operatie in gevaar, en ik werk niet met iemand die de vrouw van een vriend niet met rust kan laten. Want die brengt niet alleen de onderneming in gevaar, maar hij laat tevens zien dat hij niet te vertrouwen is.”
Je antwoordde somber: “Ik weet het, Lino, ik weet het. Ik kan er bijna niet van slapen. Het punt is dat ik hem pas aan kan pakken als het is bewezen dat hij Melinda terug heeft versierd, en dan is het te laat. Voor mij, in elk geval.”
Lino keek je peinzend aan zei: “Het is nu ook te laat om Melinda op te geven. Ik zie dat je het er zwaar mee hebt en daarbij zou het een nederlaag betekenen die je van
zo’n bastardo niet hoeft te accepteren! Ik stel voor dat je haar opbelt en haar per vliegtuig hierheen laat komen. Dan heeft Dolf het nakijken.”
Je kon niet geloven wat je hoorde. Het was altijd strikte politiek geweest om vrouwen buiten de zaken te houden.
“Lino, ik kan toch geen vrouw meenemen als wij hier met mensen moeten praten?”
“Verstaat ze Italiaans, Cajun?”
“Nee, en al helemaal geen Napolitaans. Het spreekt me wel aan, want het is een logische oplossing en minder riskant dan Dolf om Melinda heen te laten fladderen, maar we breken een van onze eigen regels.”
“Als het getij verloopt moet men de bakens verzetten, Cajun, en tijden veranderen. Wij veranderen. Ga je vriendin bellen,” zei hij en wees op de telefoon.
............Het restaurant was tegen een berghelling rond Napels gebouwd en bood een schitterend panorama over de fameuze baai. Terwijl je je aan frutta del mare tegoed zat te doen en de baai met in de verte het Castel Dell’Ovo bewonderde, begonnen Lino en Lucio de zaak te bespreken. Je begreep dat het watermerk in de valse kentekens het grootste probleem zou gaan vormen en dat de meeste tijd en daarmee ook het meeste geld daarin zouden gaan zitten.
Zo morose als je je tot gisteren had gevoeld, zo gelukzalig was je stemming nu. De zon verlichtte de baai van Napels met een zilverachtige jade glans. Je genoot van één van de mooiste panorama’s ter wereld en deed je tegoed aan de culinaire hoogstandjes die je in één van Napels’ toprestaurants kreeg geserveerd.
Daarnaast was je opgetogen weer in het gezelschap van Lino te verkeren, temeer daar de zaken nu definitief werden gelanceerd. Als kaarsje op de taart zou Melinda de dag erna in Rome aankomen. De naar vuursteen smakende wijn, gemaakt van een druif die tegen de hellingen van de Vesuvio werd geteeld, vermenigvuldigde je euforie met het alcoholpercentage dat erin was verwerkt. Je leven was weer goed. Je voelde je zelfs gelukkig, en liet de transactie verder helemaal aan Lino over, die je af en toe alleen voor wat details raadpleegde.
Terwijl Lino en jij later op die dag uit Napels wegreden, vulde hij je in over de afspraken.
“Het zal gaan zoals verwacht, Cajun, maar alleen hebben we er nu een partner bij. De kentekens kosten ons nu niets, dus wij hebben alweer dertigduizend gulden verdiend. Ik deel mijn portie met Lucio.”
“Hoe dat zo?” vroeg je verbaasd, “je zegt me net dat we er ‘een partner’ bij hebben, niet een aandeelhouder. Laten wij onze portie gewoon maar in drieën delen. Ik mag die Lucio wel, en wie weet waarmee hij ons nog meer mee helpen kan, later.”
“Dat is netjes, Cajun, vooral omdat ik die beslissing alleen heb genomen, maar ik wilde je niet storen toen je zo gelukzalig naar buiten zat te kijken. Je voelt je een stuk beter dan gisteren, hè?”
“Het is geen vergelijking, Lino. Ja, ik voel me nieuw vandaag.”
Toen jullie ‘s avonds in Orvieto terug waren, was je zo moe dat je wel op tafel zou kunnen slapen. Je vroeg dan ook of Lino het bezwaarlijk vond als je naar bed ging. Uiteindelijk moest je morgen ook Melinda van het vliegveld halen. ‘En hoe sneller ik slaap, des te sneller zie ik haar,’ dacht je. Je zei de kinderen gedag en reed met Lino’s auto naar het hotel. Een uur later sliep je.
Je was ‘s morgens al bijtijds naar Rome vertrokken. Melinda’s vliegtuig zou om half twee op Fiumicino landen. Om tien voor twaalf liep je de aankomsthal al in en moest dus ruim twee uur zoet brengen met het duivel’s oorkussen. Je kocht een broodje mozzarella, een cappuccino en een computerblad; een combinatie die je onder normale omstandigheden misschien zou hebben vermeden, maar normaal waren die omstandigheden dan ook niet, of misschien functioneerde jij zelf wel niet normaal.
Toen rond één uur het broodje mozzarella en de melk in de cappuccino aan het fermenteren waren, voelde je opeens een zware druk op je ingewanden. Je keek even om je heen en zag dat de dichtstbijzijnde vliegveldbezoeker altijd nog een meter of vier meter bij je vandaan stond. Dat moest genoeg zijn, vermoedde je, en blies wat gas af. Althans, dat was de bedoeling, want het voelde of er een pan warme soep in je broek gegoten werd. Gelukkig had je de tegenwoordigheid van geest om het computerblad achter in je broek te schuiven. Een beige ribcord broek – ook nog precies de verkeerde kleur. Terwijl je je naar een toilet begaf, hield je je kakwangen zo stevig tegen elkaar dat je er een arrenslee mee vooruit had kunnen trekken.
‘Ik zal toch de pest krijgen, nou beschijt ik mijzelf ook nog...!’
In een cabine van het toilet inspecteerde je de gevolgen en gooide het besmeurde computerblad vol walging in de papierbak. Je onderbroek was alleen nog voor vernietiging geschikt, dus die propte je in het spoelwaterreservoir van het toilet. ‘Kan die vast wat weken,’ dacht je. Je ribcord broek was een ander verhaal; die moest wel eerst wat opgeschoond worden. Een vlek ter grootte van een rijksdaalder ontsierde het achterwerk. Als voorzorg had je een stukje zeep van één van de wasbakken mee de cabine in genomen. Het zuiveren nam een aanvang. Toen je het karwei geklaard had, was de poepvlek weliswaar verdwenen, maar nu ontsierde
een natte plek ter grootte van een bierviltje de bilpartij. De klok had ondertussen ook niet stilgestaan en je moest opschieten om Melinda bij het verlaten van de douanehal te kunnen treffen. Je trok je natte broek over je blote onderlijf en dacht: ‘Zo ga ik toch niet door die hal zeker, ik loop voor schut.’ Je trok je spijkerjack uit en knoopte dat om je middel, zodat de vlek verborgen was.
Hijgend, maar zelfvoldaan stond je even later voor de glazen schuifdeuren van de douanehal. Geen moment te vroeg, want nog geen tien seconden later zag je Melinda naar buiten komen. Althans, iemand die Melinda bleek te zijn, want je herkende haar pas toen ze voor je stond. Ze was nu een echte jongedame en zag eruit om te zoenen, wat je wijselijk achterwege liet. Melinda pakte je om je nek en hield haar wang tegen de jouwe. Het was warm die dag dus je smolt onmiddellijk. Een eeuwigheid later, veel te snel naar je zin, worstelde Melinda zich los.
“Het is goed je weer te zien, Cajun, ik heb je echt gemist.”
|