Ik moet eerlijk bekennen dat toen ik je verzoek ontving om een verslag van je levensloop te maken, ik daar niet bijzonder veel voor voelde. Wie is tegenwoordig nog geïnteresseerd in het leven van een criminele pooier, een misdadige uitnemer die als enig ideaal heeft zoveel mogelijk geld te accumuleren om op zijn veertigste afscheid te kunnen nemen van de misdadige scene waarvan hij dan ruim twintig jaar deel heeft uitgemaakt? Toen ik je dit per telefoon meedeelde, was je niet in het minst verontwaardigd. Je zei dat jij mijn gemengde gevoelens goed kon begrijpen.
“In jouw plaats zou ik er waarschijnlijk precies zo over denken!” zei je, “geef me echter een middag van je tijd en als je dan besluit dat mijn relaas aangemerkt moet worden als een weggooiverhaal, dan betaal ik je voor de verspilde tijd en trakteer je op een diner als pleister op de wonde!”
Je wist donders goed dat het geld mij niet interesseerde, maar dat het vooruitzicht van een diner mij wel aantrok. Ik had de laatste maanden zo hard gewerkt, dat ik bijna vervreemd was van het uitgaansleven. Daarbij kwam ook dat ik van vroegere ervaringen geleerd had dat je een perfecte gastheer was. Ik heb altijd genoten van je gezelschap, de etentjes en je excellente wijnkeus. Ik stemde dus toe, maar had het onbestemde gevoel dat ik nu eigenlijk precies gedaan had wat je van mij verwachtte.
Nu ik op de sessies terugblik moet ik toegeven, ook al zou niemand anders geïnteresseerd zijn in je relaas, dat ik ervan genoten heb. Met veel genoegen, maar vaak geschokt, heb ik je verhaal aangehoord en opgeschreven. Wij weten samen dat het geen epos is. Dit is het levensverhaal van een opportunist en non-conformist. Wel is waar, dat jij je morele grenzen, volgens de geldende normen, hebt verlegd. Mijn persoonlijke mening is, dat je toch een mens bent die ik graag als mijn beste vriend wil blijven beschouwen.
Niets in jouw leven zou ooit als normaal aangemerkt kunnen worden. De naamgeving van een vooralsnog ongeboren zoon, zou dus zeker niet de eerste uitzondering worden. De maternale naamsbijdrage was eenvoudig, net als je moeder die gewoon Kee heette. De paternale contributie lag iets gecompliceerder want je vader heette Jean, wat op Franse extractie duidde. Je verwekker was een ex-amerikaans staatsburger, die van kolonisten in Louisiana afstamde. Een Cajun, die de echtelijke voornamen tot ‘KeeJean’ combineerde, wat hem het excuus verschafte deze Hollands-Franse combinatie te veramerikaniseren tot ‘Cajun’. De vernoeming was weliswaar geen vanzelfsprekende uitkomst geweest, voor je vader was het echter volkomen zinvol. Zelfs de moerassen bleken een collectieve achtergrond te vormen. Waar je vader zich had ontworsteld aan de moerassen van Louisiana, jij was voorbestemd in het moeras te verzinken; het metaforische moeras van de
misdaad, al kon je vader dat natuurlijk nimmer voorzien.
Het was onmiddellijk na de bevrijding van de Duitse bezetting, dat je het levenslicht aanschouwde. Meer dan een bevrijding was die dag voor je moeder een ware verlossing. Zij had net de hongerwinter achter de rug en was vel over been. Als baby zag je er niet uit, vertelde je. De dokter die hielp bij de bevalling gaf je moeder maar een zeer kleine kans dat je in leven gehouden zou kunnen worden. Je zag eruit als een opgerekt konijn, je woog nog geen vier pond en was een maand te vroeg, een gewoonte die je de rest van je leven niet meer kwijt zou raken: altijd haantje de voorste. Met veel moeite hebben je ouders je in leven kunnen houden.
Er was aan alles gebrek, dus babyvoeding behoorde tot de uitzonderingen, en nog vaker tot de onmogelijkheden. Maar ze haalden je erdoor. Toen je vier jaar oud was, begon je er toch wel bevallig uit te zien. Blonde krullen en lekker rond. Rijp voor de kleuterschool. Een dag die je altijd bij is gebleven - jouw ouders trouwens ook - want je stond te brullen als een wilde beer toen je aan de zorgen van de schooljuffrouw werd toevertrouwd. Op dit instituut werd jij je ervan bewust dat er wel degelijk een anatomisch verschil bestond tussen jongens en meisjes. Rokken waren om onder te kijken, een vorm van vermaak die je meteen al duur kwam te staan. Tijdens het eeuwenoude spel van doktertje spelen in de bosjes met een van je klasgenootjes (die het omstreden piemeltje overigens bleek te missen) werd je betrapt door de schooljuf. Zij meende je te moeten straffen door je in je blote kont voor de hele klas te kijk te zetten. Vanaf die dag had je de reputatie dat je een viezerik was.
Was de kleuterschool al hobbelig voor je geweest, de lagere school was een kwelling voor je. Ondanks het feit dat je uitstekend kon leren, was je de mening toegedaan dat er een veel interessanter terrein onder de rokken braak lag. Je kon je maar slecht neerleggen bij discipline en autoriteit. Waren de onderwijzers goed over je leerprestaties te spreken, over je gedrag waren ze dat duidelijk minder. Tweeën voor gedrag en vlijt behoorden niet tot de uitzonderingen. Je doorliep de zes klassen echter moeiteloos, en deed toelatingsexamen voor de hbs. Je slaagde glansrijk. Was de lagere school een bezoeking voor je, de hbs bleek een paradijs te zijn. Hier deed je namelijk een tweede ontdekking. Het was niet alleen aangenaam toeven onder de rokken, maar als bonus waren er truitjes die vaak gevuld waren met tweelingsurprises die varieerden van klein, hard en puntig tot zacht, slap en monstrueus. Omringd door zoveel verlokkingen kon je je aandacht maar slecht tot de lessen beperken. Het resultaat was dan ook dat je cum laude de eerste klas over mocht doen. Om eerder genoemde redenen bleef je ook de tweede keer weer zitten, waarna het appa was en je van de hbs af moest. Dit was een bittere teleurstelling voor je vader, die zich kapot werkte om zijn zoon te laten studeren, maar het was niet anders.
Je werd op een christelijke lts geplaatst en je besloot om er nu eens echt wat van te gaan maken. Dit kon ook makkelijk, want op de ambachtsschool zaten er geen gleufjes in je klas die je aandacht afleidden en je wormvormig aanhangsel opleidden. Deze reis behoorden de negens en tienen niet tot de excepties. Je leerprestaties gingen opvallen, en wel zo dat je ouders werden uitgenodigd tot een gesprek met het hoofd van de school. Zij werden geadviseerd je een speciale cursus te laten volgen. Mocht je daarvoor slagen, dan kon je meteen toelatingsexamen doen voor de hts, zodat je voor ingenieur kon gaan studeren. Je gaf je ten volle over aan je studie, totdat je seksuele interesses je opnieuw parten begonnen te spelen. Om een beetje flinker te lijken, ging je condooms verkopen in de klas. Dit bleef natuurlijk niet onopgemerkt door de leraren. Je werd ter verantwoording geroepen bij het schoolhoofd, die je bekeek alsof je zojuist zijn vrouw een oneerbaar voorstel had gedaan. Heroïne verkopen in plaats van kapotjes – het had niet ernstiger kunnen zijn. Je bezwoer het schoolhoofd dat je nog nooit je handel had getest, maar het baatte je geen zier.
Het resultaat was dat ‘de heiden’ van de christelijke school verwijderd werd. Toen was de maat wel vol voor vader Cajun. Hij raasde tegen je: “Luister eens, zoonlief, wanneer jij te beroerd bent om te leren, ga je maar werken net als ik!”
Dat je ook te lui was om te werken, wist je toen nog niet, dus voorlopig kon je je wel in die suggestie vinden. Afgezien van je passie voor kieren, billen en ballen, had je nog een hobby ook: je mocht graag knutselen met elektrische apparaten. Dit leek de kans om aan je trekken te komen. Dat gebeurde ook, zij het niet in de vorm die jij je gedacht had. Je solliciteerde en werd aangenomen bij een grote firma in elektromotoren. Je werk bestond uit het schoonkrabben van de collectoren van elektromotoren, met het vooruitzicht dat wanneer je dit zo’n dertig jaar naar beste kunnen had volbracht, je misschien ook nog wel eens een ankertje mocht wikkelen. Aan het einde van de eerste werkdag was je nog zwarter dan een Afroman uit Bambia die in een kolenmijn werkt, en je stonk als een ingeborene van Maronesië uit zijn gulp. Dat alles voor de remuneratie van vijftien gulden in de week. Je had dus twee gulden tweeënzeventig verdiend, want je bleef precies een dag en nam toen eervol ontslag. Vader weer kwaad.
Gelukkig was er een betrekking vacant bij een ander elektriciteitsbedrijf. Je kon daar beginnen als bedradingmonteur. Dit was een baan die je wel beviel. Schoon werk, en niet zo geestdodend als collectoren krabben. Je hield dit dan ook zeker een paar maanden vol totdat je door je gebrek aan discipline ook hier weer ontslagen werd. Na de zoveelste ruzie thuis besloot je uit huis te gaan. Dat moest toch wel kunnen op vijftienjarige leeftijd, vond je. Je sloot je aan bij een jeugdbende die in de buurt van de Dam en de Nieuwendijk opereerde. Je sliep samen met een lotgenoot in een onbewoonbaar verklaarde woning bij het Waterlooplein. Hier kon je je pas echt goed aan je hobby wijden, en vertelde iedere nacht van huis weggelopen meisjes een verhaaltje op een oude stinkende matras. Het aanbod van dakloze meisjes was zo groot dat je van gleuf naar kier naar gat wipte. Je jongeheer werkte over zonder enige klacht. Ja, je was danig in je sas en in je nopjes met de knopjes.
Op een dag vroeg je vriend je mee om bij zijn moeder, die om de hoek woonde, wat te gaan eten en koffie te drinken. Daar aangekomen kregen jullie eerst op je falie omdat jullie van huis waren weggelopen, en daarna een abondantie van voedsel. Dat ging er goed in, want jullie hadden geen cent te makken. Armoe was constant troef. Tijdens het schransen ging plotseling de deur open en daar stapte een meisje van ongeveer vijftien jaar de kamer in; de zuster van je vriend. Addenojeleine, wat een knoert was dat, wat een schoonheid. Je was er helemaal aangeslagen van. Toen je vriend voorstelde om maar weer eens op te stappen, kon je hem wel voor zijn kop stompen. Op je vraag wie die megaster was, zei hij tegen je: “Dat is mijn zuster, een trut eerste klas. Niks voor jou.”
Jij vond dat het nu juist wel iets voor je was, en zeurde iedere dag zijn kop gek om koffie bij zijn moeder te gaan drinken. Zijn zuster heette Ineke. ‘Ineke, Ineke, Ineke’ gonsde het de hele dag door je hoofd. Zou je misschien verliefd zijn?
Ineke vond jou ook wel interessant, dus wat dat betrof zat het wel snor. Het enige probleem was dat ze verkering had met een jongen die op zee zat. Zij ging wel met je naar de bioscoop, maar je handen moest je in je zakken houden. Een zoen was er al helemaal niet bij. O, wat had je het moeilijk. Zwaar verliefd en geen enkele respons op je zuivere gevoelens voor haar. Toen kwam de dag dat de zeeman thuiskwam. Nu had eigenlijk je illusie over moeten zijn, als je geen Cajun geheten had. Hier moest iets geïmproviseerd worden, vond jij, want van opgeven wilde je niet weten. De zeeman was zeventien jaar oud. Meer een zeejongen nog eigenlijk. Hij had echter een snoet als de zeehond van Bontekoe. ‘Waar is zij nou gek op?’ vroeg je je verwonderd af. Je besloot om maar een beetje te gaan stoken in die innige relatie.
“Leuk meisje wel,” complimenteerde je de zeerob.
“Ja hè, vindt je ook niet?”
“Nou, zeker. En vlot ook.”
“Hoe bedoel je precies?”
“Ach, je weet wel, echt vlot, leuk om mee uit te gaan en tenminste niet zo preuts als al die andere trutten.”
“Wat bedoel je met 'niet preuts'?”
“Hé, ben jij nou een zeeman?”
“Je bedoelt toch niet dat terwijl ik op zee zat, zij met anderen...?”
“Ja, hoor eens even, wat verwacht jij van mij, ik ben geen verrader.”
“Nee, dat weet ik wel Cajun, maar hoe kom ik daar nou achter?”
“Zal je haar moeten vragen, denk ik zo.”
“Kolere, hoe moet ik dat nou inkleden?”
“Nou, je zou haar kunnen zeggen dat voordat je met haar trouwt, je er zeker van wilt zijn dat zij nog maagd is. Dat wordt al eeuwen zo gedaan.”
“Juist, dat doe ik beslist!”
Dat deed de zeekoe dan ook. Jij stond in de tussenkamer het gesprek, dat al spoedig in een ruzie ontaardde, af te luisteren. Het einde van de verkering werd luidkeels door Ineke geannonceerd. Zo, nu was het nog maar een kwestie van tijd. In elk geval had je alvast meer armslag. Gelukkig werd je geduld niet al te zeer op de proef gesteld, want op een dag, toen haar moeder naar haar werk was, werd je het al snel met Ineke eens. Tot je grote voldoening kon jij vaststellen dat zij inderdaad nog maagd was, al heb je dat maar nooit aan de zeeman verteld.
Je was zo verliefd en jaloers tegelijk dat je het huwelijk als enig middel zag om haar nooit meer kwijt te raken. Aangezien je al voor hetere vuren had gestaan waren de voorbereidende werkzaamheden, met behulp van je vleespieper, snel geklaard: Ineke raakte zwanger. Het behoeft geen betoog dat jullie ouders hier niet erg enthousiast over waren. Zij vonden dat jullie nog veel te jong waren en dat het leven nog zoveel te bieden had. Maar nood brak toen ook al de wet en aangezien jij pas zestien jaar was, moesten jullie trouwen met de toestemming van de koningin.
Een maand na de bruiloft beviel je vrouw van een dochter. Je stond zo trots naar die kleine hummel te kijken, alsof je haar zelf had gemaakt. Jullie woonden in bij je schoonmoeder. Dukaten waren er weinig en jullie leefden van de ene dag in de andere, tot het moment dat jij voor een koppelbaas in Duitsland kon gaan werken: je werd uitgezonden om als bedradingmonteur in een hijskranenfabriek in Butzbach, bij Frankfurt, aan de slag te gaan.
Zondagnacht vertrok je met nog acht elektriciens in een busje naar Butzbach. Jullie reden de hele nacht door om vervolgens om zeven uur ’s morgens meteen aan de arbeid te mogen gaan. De werkuren liepen van zeven tot zeven, en als je dan
afgepeigerd aftaaide, ging je naar de barak om daar doodmoe in het nog warme bed te vallen van een collega die de nachtdienst draaide. Wat een ellende.
Zaterdagavond ontstond er enige onduidelijkheid in de barakken. In plaats dat iedereen zich uitkleedde voor de nacht, trok het hele garnizoen pak één aan. Op jouw vraag wat er te gebeuren stond, kreeg je als antwoord: “O, dat is niets voor jou. Krab jij eerst dat pukkeltje van je, maar eerst open!”
Toen jij die leuke collega had uitgelegd dat je pukkeltje al vanaf je dertiende jaar regelmatig werd uitgeleend, en dat allemaal zonder te hoeven krabben, en dat je al meer dozen had gezien dan dat je medewerkers frikadellen hadden gegeten, mocht je met ze mee. De enige voorwaarde die ze stelden, was dat je geen alcoholische drank zou gebruiken. Nou, dat was dan ook precies het enige wat je niet zou doen.
Jullie kwamen in een bar terecht die niet door de autochtonen werd gefrequenteerd. Sterker nog, het etablissement werd gemeden door de dorpelingen, want de penetrante geur van betaalde liefde was ubiquitair. De levende inboedel bestond uit een barmeisje en een dozijn animeermeisjes met daaraan vastgelijmde Amerikaanse militairen, die er in de buurt waren gestationeerd. Je maten probeerden af en toe zo'n kietelpoes naar zich toe te halen, maar het bleef bij vruchteloze pogingen. Het werd duidelijk dat de dollars niet alleen harder waren, maar ook zwaarder wogen dan marken. Hierover gefrustreerd zetten je collega’s hun voor vluggertjes bestemde marken om in jajem. Ze dronken als tempeliers, terwijl jij op je hoekje van de bar niet echt van je apfelsaft zat te genieten. Je keek erbij met een gezicht alsof je met je achttiende jaar alles al had gezien.
Het meisje achter de bar leek de enige aanwezige vrouw te zijn die niet inging op de galante voorstellen van de GI's. Zij was duidelijk nog minder geïnteresseerd in de steeds banaler wordende invitaties van de elektrische clientèle. Je had al gemerkt dat zij je een paar keer op had zitten nemen, maar je vond dat je het aan je imago was verplicht om haar te negeren en deed dan ook alsof ze niet bestond. Blijkbaar raakte ze hierdoor geïntrigeerd, want na elkaar twee uur ontweken en niet en wel bekeken te hebben, kwam zij op een zeker ogenblik naar je toe.
Een zwoel Duits stemmetje vroeg of je van haar iets wilde drinken. Je antwoordde dat je nooit iets van vrouwen aannam en dat zij maar iets van jou moest drinken. Tot je verbazing en voldoening nam zij geen sekt of een Tom Collins, maar een Coca Cola. Ze kwam naast je zitten en begon tegen je te praten. Zij stelde zich als ‘Jackie’ voor en vroeg wat je in Duitsland deed.
Je legde haar uit dat je voor ingenieur studeerde en daarvoor stage moest lopen bij een grote Duitse fabriek. Alles wat je haar vertelde was wunderbar, en toen jij haar
quasi onverschillig uitnodigde om te dansen, vond zij dat fabelhaft.. Blijkbaar stond zij in de startblokken, want je had haar nauwelijks ten dans gevraagd of zij wiebelde al op de dansvloer. Daar kon ze wat beter bekeken worden en je kwam al gauw tot de conclusie dat zij beslist ook ‘wunderbar en fabelhaft’ genoemd kon worden. Gadegeslagen door de niet begrijpende GI's en jaloerse, ondertussen straal bezopen maten, danste jij met Jackie of je leven er vanaf hing. Tegen sluitingstijd vroeg Jackie wat de rest van de avond wilde gaan doen.
Met een nog steeds vlakke en emotieloze stem zei je: “Ik ga in Giessen kijken of er nog een beetje knappe nachtclub open is.”
“Heb je er bezwaar tegen als ik met je mee kom?” vroeg Jackie.
“Nee hoor, kom maar mee als je dat graag wilt.”
Je hart ging als een gek te keer, en je kon nauwelijks geloven wat er allemaal gebeurde. Je collega’s begrepen er nog minder van, want die vroegen uilachtig waar je naartoe ging.
“O, ik ga nog een beetje verderop kijken met dat kalletje.”
“Hij vertelt wat, ga je echt met haar mee?”
“Nee, zij gaat met mij mee, met het pukkeltje, weet je nog?”
“Neem haar straks mee naar de barak als je klaar bent.”
“Nou, ik dacht dat ik daar maar even mee moest wachten, vinden jullie ook niet zo?” antwoordde jij oncollegiaal.
Je verzocht Jackie, met een achteloosheid alsof je een ton te verteren had, of ze een taxi wilde bellen. In Giessen aangekomen zag je dat de taximeter op vijfenveertig mark stond, en dacht: ‘Kolere, dat is negentig mark heen en terug. Dat gaat lekker vlot zeg, nou nog een mudje vertering en ik heb een halve week voor nada gewerkt’. Hoe onredelijk ook, op dat moment kreeg je opeens een hekel aan die Jackie. Het leek echter wel of zij je gedachten kon lezen, want zij trok haar platvink en betaalde de chauffeur. Toen vond je haar plotseling wel weer lief. Ook in de armoedige en schaars bezochte nachtclub betaalde je Mädchen en het kostte je totaal geen moeite om haar steeds sympathieker te gaan vinden.
Bij het verlaten van de nachtclub vroeg Jackie naar je verdere plannen.
“Stel jij maar wat voor.”
“Mag ik het zeggen?” vroeg Jackie.
“Wat jij wilt, het is jouw nacht.”
Jackie sleurde je het eerste het beste hotel in en bestelde een tweepersoonskamer, die ze trouwens ook vlot schoof. ‘Nou kan er toch weinig meer stuk, wat een goudvink ben ik,’ dacht je terwijl je achter Jackie aan hobbelde. In de kamer kleedde
je je uit alsof je al twintig jaar met haar getrouwd was, en wachtte op de dingen die nu ongetwijfeld zouden komen. Jackie volgde je voorbeeld en kwam naast je liggen. Terwijl zij zich nog aan het uitkleden was, had je haar eens goed bekeken, en twijfelde er geen moment meer aan dat het aangenaam toeven met haar zou worden.
Lang zwart haar, donkere amandelvormige ogen, een paar flinke longen en voor de rest een beetje skinny. Aangezien zij met het betalen zoveel initiatief had getoond, besloot jij haar het figuurlijke heft uit handen te nemen en tegelijkertijd het letterlijke heft in handen te geven, en ging in de aanval.
Je speelde een door jezelf gecomponeerde melodie die haar bijzonder goed beviel. Zij hield vooral van het refrein. Een staccato fortissimo, om beurten gespeeld in de 'tunnel of love' en daarna weer in de ‘bijkeuken’. Ja, je kon wel zeggen dat je flink van leer bent getrokken, want toen je je kluit ging wassen, stond je te trillen op je benen. ‘Wel gezellig, maar vijf keer op een nacht is toch echt wel genoeg,’ peinsde je in de douche. Op de rand van het bed zat je nieuwe prinses je met stralende ogen te bekijken. Zij vertelde wat een echte kerel je was: ‘Niet zo één van graaien, naaien en omdraaien’. Daar was je het zelf eigenlijk ook wel mee eens. Gelukkig was je die tijd nog naïef genoeg om alles van vrouwen te geloven. Je zou er snel genoeg achter komen dat wanneer een vrouw iets zegt of vaststelt, het omgekeerde eerder kwam.
De terugweg verliep zwijgend; hand in hand zaten jullie achter in de taxi verliefd te zijn. Jackie bracht je naar de barakken en ging zelf terug naar de bar waar ze werkte en woonde. Terwijl je uitstapte, vroeg ze je of je die avond ook zou komen en bij haar zou blijven slapen. Je zei dat je wel zou kijken wat je deed. In de barak werd je enthousiast onthaald door je maten en je moest vertellen hoe je gevaren was met die skinny. Dat was niet moeilijk, je vertelde het hele verhaal in geuren en kleuren. Uiteindelijk moest je ze toch even laten weten dat je geen dooie was.
Natuurlijk ging je die avond weer naar die bar om Jackie te ontmoeten. De avond ging om met dansen, kleine kusjes en een flinke portie gespeelde onverschilligheid van jouw kant. Op Jackie's vraag of je die nacht bij haar bleef slapen, antwoordde je dat dit niet mogelijk was, omdat je de volgende ochtend om zeven uur weer aan de bak moest.
“Ach wat, dan betaal ik toch wat je daar verdient, dan kan je lekker de hele nacht bij me blijven.”
Jij vroeg haar hoe lang ze dat dacht vol te kunnen houden. Je gaf voor het gemak van tellen maar een dubbel weekloon op. Een ingenieur in wording zou toch zeker niet veel minder verdienen? Toen viel er een koekje uit de trommel: Jackie zei dat ze, als je bij haar bleef, voor je in een Freudehaus zou gaan werken. Jij kon je oren niet geloven, en vroeg of ze dat even wilde herhalen, omdat je de Duitse taal niet volledig machtig was. ‘Zij zal toch geen bejaardentehuis bedoelen?’ vroeg je je ongerust af. Maar nee, je had het wel goed begrepen en zag al een nieuwe wereld voor je opengaan. Je protesteerde hevig, voor de vorm, en zei dat je zo veel van haar hield, dat je er niet aan moest denken dat ze met andere mannen naar bed zou moeten. De vorige avond mocht je haar dan wel verteld hebben dat je nooit iets van vrouwen aannam, maar als het getij verloopt, moet je de bakens toch verzetten, nietwaar?
Zo lukte het Jackie moeiteloos om je ervan te overtuigen dat dit de beste oplossing was. Ze mocht zich eens bedenken. ‘Dat is lekker eten,’ dacht je. Je kreeg al visioenen van sportwagens, dertig pakken in de kast en een gouden polshorloge. Wat jou betrof, mocht ze meteen wel beginnen. Jullie kwamen overeen dat zij aan het eind van de week met jou en je collega’s mee naar Holland zou rijden. Daar zou je dan woonruimte voor haar zoeken en een plek waar ze kon werken. Met Duitsland had je opeens niet zoveel meer op. Als je dan toch souteneur zou worden, dan maar liever dicht bij huis,.............
|