Ja lieverd, het staaltje van humanitair kunnen dat ik nu weer in deze gevangenis heb mogen aanschouwen wil ik je beslist niet onthouden. Ik heb me toch zo geamuseerd. Ziehier het relaas van een onpartijdige omstander.
‘Goedemôge, collega’ is de voorlopige titel van mijn hierna volgende verslag. Een betere, meer passende aanhef wilde me vooralsnog niet te binnen schieten. Ik denk echter dat jij je in deze titel wel zult kunnen vinden.
Goedemôge, collega
Het leed van de vorige dag is nu geleden. De poliepen zijn gevoed en voldaan. Hun parasiterende existentie is weer voor onbepaalde tijd verzekerd. Poliepen slapen van 23.30pm tot 5.30am. Daarna moeten zij weer aan hun parasi-tering-drang gehoor geven. Poliepen kennen geen leed, ze zijn het leed! Leed waarvan zij zelf niets te vrezen hebben... Of misschien toch wel? Je kunt het ze niet vragen, want met wezens zoals jij en ik kunnen zij niet converseren. Ze kunnen dus ook niet antwoorden op onze vragen. Slechts in hun onverstaanbare en merkwaardige carcinomenconversatie communiceren zij met elkaar.
‘Ja zeg, waar hebben wij het nu eigenlijk over?’ vraag jij je intussen af.
Een waaierende anemoon van uniformen die sleutelgerammel produceert en een stank van ranzig zweet, zure adem, schimmelende voeten en vette haren verspreidt. ‘Het zijn toch zeker ook mensen?’ werp jij tegen, nu het onderwerp je duidelijk wordt. ‘O, het zijn geen beesten, nee beslist niet. Het kunnen ook geen dieren zijn, want bij dieren klopt alles volgens de perfecte natuurwetten, waarin alles in een zuiver evenwicht is. Voor hoelang echter nog?’ Een evenwicht en harmonie die ik in deze dingen niet kan vinden en eigenlijk ook niet mis als je het me eerlijk vraagt. Dus het zijn beslist geen dieren. Goed, maar wat zijn het dan? Zwammen of schimmels? Ja, die stinken ook wel, maar ze vervullen klaarblijkelijk toch een natuurlijke functie. Ze zouden anders immers toch niet bestaan? De geüniformeerde anemoon is er wel, maar volgens mij bestaat zij niet echt.
Beestachtige, beschimmelde, parasiterende carcinoompoliepen dan? Ja, dat lijkt me wel een redelijke omschrijving, maar toch had ik voor ‘beestachtige’ liever een ander woord gezien. Ik wil een goed passende beschrijving geven, zonder daarbij de dieren onrecht aan te doen. Aangezien de mensheid het presteert om niets dan leed te produceren, vervangen wij het beestachtige maar door supermenselijk. Maar goed, ik ga verder met de beschrijving van de habitus en hun habiliteiten.
Geüniformeerde boleten die leed heten en alom leed veroorzaken. Ter inspiratie nuttigen zij innig tevreden hun dertig cent kostende kop koffie en hun gerantsoeneerde Zware Van Nelle.
“Inspiratie tot wat?” vraag je mij nu.
Kijk! Daar loopt een................
|