Homepage...
Zonde van de eerste steen
 
Autobiografie over een leven in de nationale en internationale misdaad

Aan leugens heb ik niets…

Langzaam trek ik de Cessna Piper weer op naar tweeduizend voet. Onder me glijdt Yorkshire langzaam aan mijn gezichtsveld voorbij. Ik kijk naar grazende schapen in de met muren van platte stenen afgebakende weiden. Zoveel mogelijk de dalen volgend, zie ik het landschap voortdurend veranderen. Wanneer ik het vliegtuigje over een heuvelrug trek, openbaart zich weer een compleet nieuw panorama aan me.

Het weelderige loof van eeuwenoude olmen in goudgele korenvelden gaat over in donkergroene grasakkers, die op hun beurt weer doorsneden worden door staalblauwe beekjes. Hier en daar staat er een schilderachtige boerderij in het landschap. Een eenzame figuur die het ronken van de Cessna hoort naderen, kijkt even omhoog, beschermt zijn ogen met een hand tegen het felle zonlicht en zwaait naar me.

Bij wijze van wedergroet laat ik dan het vliegtuigje een keer cirkelen. ‘Schitterend is het hier’, denk ik. ‘Hier zou ik de rest van mijn leven wel willen slijten. Een kleine cottage met een pony en een ezel, een paar schapen en een stuk of twintig katten - wie wil er dan nog mensen om zich heen hebben?’ Ik trek snel de Cessna op wanneer als er onverwachts vanuit het niets een hoge heuvelrug voor me opdoemt. Onwillekeurig hadden mijn dagdromen even de overhand genomen over mijn concentratie. Ik was vergeten dat je ook af en toe nog op een hoogtemeter moest kijken. Zodra ik de heuvel over ben, duik ik de vallei weer in om de riviertjes stroomopwaarts te volgen, totdat ik opnieuw omhoog word gedwongen om een volgende heuvelrug te kunnen passeren. Me telkens weer verliezend in de schoonheid van het landschap volg de hele Pennine-route en zet vervolgens koers naar Glasgow, waar ik het luchtscheepje op het vliegveld neerzet om het bij te laten tanken.

De meteo geeft een gunstig weerrapport, zodat ik besluit om dezelfde dag nog door te vliegen naar het meest noordwestelijke punt van het Schotse vasteland, Cape Wrath, waar ik een afspraak heb met een ringleider van de IRA om een wapentransactie te regelen. Ik koop op het vliegveld een fles Glenn Livet en een slof Woodbine, en zodra mijn tank vol zit, wacht ik op het teken van de vliegverkeersleider om weer op te mogen stijgen.

Op hoogte gekomen, stel ik de automatische piloot in en steek een verse Woodbine op. Tien minuten later vlieg ik boven Loch Lomond, een van de mooiste meren van Schotland. Ik bewonder de cottages die tegen de hellingen van de heuvels zijn gebouwd en weerspiegeld worden in het staalgrijze meeroppervlak. Oogverblindend zijn de kleuren van de bloementuinen die rondom de cottages zijn aangelegd. Ik ruk de fles Glenn Livet open en neem een teugje van de nectar. Intens genietend van het uitzicht, de Woodbine en de godendrank, laat ik me achterover zakken. Het leven is weer even goed voor me. Ik heb dat nog niet vastgesteld of ik word me een vaag, metaalachtig gerammel gewaar, dat ik in mijn euforie probeer te negeren, tot het vliegtuigje plotseling hevig begint te schudden.

Ik sla mijn ogen op en merk dat er een bewaker aan mijn schouder staat te schudden. “Op transport, Haak…!”
Klets! Weg mooie droom. Terug in de werkelijkheid. Ik kan de sufferd wel vernielen. “Waar naar toe?” vraag ik nog half verdoofd. “Naar de rechter-commissaris, dus schiet een beetje op.”
“Rustig aan, sleutelhanger, anders hebben jullie ook zo’n haast niet met me.” 

“We gaan niet beledigend worden hè, anders schrijf ik even een rapportje.”
“Tjonge, jullie bejegeningfunctionarissen verbazen me toch telkens weer. Laat ik nou toch nooit geweten hebben dat je nog schrijven kon ook… Als je dat rapportje meteen even in elkaar flanst, heb ik in ieder geval nog een halve dag de tijd om me rustig aan te kleden. Mocht je moeite hebben met de grammatica, dan vraag je het maar.”

Eenmaal aangekleed loop ik het vlak op om me in de doucheruimte eerst de verplichte visitatie te laten welgevallen. Daarna loop ik door de sluis met de parketwacht mee naar de binnenplaats van de gevangenis, waar een parketbus warm staat te draaien. In de arrestantenkooi van de bus vraag ik me af waarom we in hemelsnaam buitenom moeten rijden om bij de rechter-commissaris te komen; naar mijn idee was het makkelijker en sneller geweest om binnendoor het gebouw te lopen. Maar ja, waarom zou je het makkelijk doen als het ook moeilijk kan? Aan de andere kant is het niet denkbeeldig dat ze mij voor het verhoor nog even van het straatbeeld willen laten genieten, ervan uitgaand dat het psychologische effect ervan de gedetineerde algauw wat ‘softer’ zal maken voor het verhoor. Wie zal het zeggen? Ik kan me moeilijk voorstellen dat ze zoiets uit humane overwegingen doen. De wegen van justitie zijn en blijven ondoorgrondelijk, in elk geval voor een normaal denkende gedetineerde.

Wanneer ik het sanctuarium van rechter-commissaris mr. Schweinebrat binnen word gebracht, constateer ik dat mijn advocvaat niet aanwezig is. ‘Dat kan nog leuk worden met die etterbak’, denk ik.

“Gaat u daar maar zitten, mijnheer Haak.”

Ik neem op de aangewezen stoel tegenover de rechter-commissaris plaats en wacht geduldig op de dingen die komen gaan.
“Ik heb hier twee verzoeken van u,” begint Schweinebrat. “Het eerste betreft een verzoek om nader gehoord te worden, en het andere behelst een verzoek om onder toezicht bezoek van uw vrouw te mogen hebben. Is dat juist?”
“Dat is correct, maar u kunt het tweede verzoek als niet verzonden beschouwen.”
“Ik ben ook niet van plan om u een bezoek van uw vrouw toe te staan.”
“Dat was mij inmiddels al duidelijk geworden, daarom is dit verzoek bij deze ingetrokken. U hoeft dan dus niets te weigeren of toe te staan. Veel beloven en weinig geven doet alleen een gek in vreugde leven.”
“En jij bent zeker niet zo gek?” Opeens heet ik nu jij in plaats van u. Hij begint me toch niet aardig te vinden?
“Ik moet inderdaad even gek geweest zijn om te denken dat u zich aan uw belofte zou houden, maar neemt u me dat maar niet al te kwalijk. We hebben zo allemaal onze gebreken en eigenaardigheden.”
“Trouwens,” vervolgt de rechter-commissaris, “je schrijft je vrouw, maar je bent getrouwd gewéést, gescheiden en dan nu weer bij elkaar. Het is je vrouw dus niet eens.”

Omdat die slijmzak mij nu met ‘jij’ en ‘jou’ blijft aanspreken, besluit ik ook maar aan die tutoyeertherapie deel te nemen. Hij vindt blijkbaar dat we elkaar nu wel lang genoeg kennen.  
“Ik denk dat je info niet juist is; met deze vrouw ben ik nog nooit getrouwd geweest, laat staan dat ik van haar gescheiden ben. Ik ben met deze vrouw sinds kort in ondertrouw.”
“Hoe dan ook, ik sta je geen bezoek toe.”
“Dat had je toch net al gezegd?”
“Je wilde een verklaring afleggen. Wat moet ik daaruit opmaken?”
“Ik heb de verklaring helemaal voor je uitgeschreven. Je kunt die zo bij het dossier voegen”, zeg ik, en pak mijn papieren erbij.

“Je weet dat er kruitsporen in je auto zijn aangetroffen, en dat er twee getuigen zijn die verklaren dat je hebt geschoten?”
“Dat van die kruitsporen is me bekend, en daar geef ik dan ook een volledige explicatie over in mijn eigen verklaring. Wat die getuigen betreft, ik zou echter graag een tegenoverstelling met ze willen, om ze het door jou beweerde hier en later, tijdens de zitting, onder de ede te laten bekrachtigen. Maar dat zal allebei wel weer niet gebeuren, hè?”

“Dat maak ik wel uit.”
“Blijkbaar, ja, maar dan toch alleen wat de confrontatie betreft, want die twee getuigenverklaringen zullen vanzelf wel wat afkoelen zonder dat we al te hard hoeven te blazen.”
“Hoe verklaar je de kruitsporen in je auto?”
“Ik heb de avond voorafgaand aan mijn arrestatie een revolver in de ringvaart bij Halfweg afgeschoten. Ik wilde dat ding uitproberen, zodoende.”

“Waar stond je met je auto toen je dat pistool afschoot?”

Een slimme vraag, maar ik had me erop voorbereid. Wanneer je namelijk vanuit een stilstaande auto een vuurwapen afschiet, krijg je een ander verwaaiingspatroon van kruitsporen en looddiffusies dan wanneer je rijdt. Ik had besloten om dicht bij de werkelijkheid te blijven om mijn verhaal voor de rechtbank zo geloofwaardig mogelijk te maken. En dat kan ik alleen maar doen door de conclusies van het Gerechtelijk Laboratorium te bevestigen.

“Het was geen pistool, maar een revolver, en ik stond niet, maar ik reed tijdens dat afschieten.”
“Wie zat er naast je tijdens dat schot?”
“Ik zat alleen in de auto.”
“Waarom staat die auto eigenlijk op je vrouw’s naam?”

Die gek denkt toch niet dat ik zal antwoorden dat ik een Porsche van honderd tachtigduizend gulden niet voor de fiscus kan verantwoorden en hem daarom maar op Mick haar naam heb gezet? Zo dom zal ik toch niet wezen?’
“Dat moet je aan haar vragen. Het is haar auto, immers.”
“Ik vraag het aan jou.”
“En ik geef jou daarop geen antwoord. Is het nu opeens weer wél mijn vrouw?”

Ik leid zijn aandacht af van de eigenlijke vraag door zo onbeschoft mogelijk te doen. De rechter-commissaris antwoordt: “Hoe je het ook noemen wilt.”
“Ik noem ‘het’ mijn vrouw, en ik zou het op prijs stellen als jij dat in het vervolg ook zou doen.” 

Op dat moment zie ik de griffier met zijn hoofd in zijn handen boven zijn schrijfmachine zitten. Kennelijk kan hij mijn behandeling van zijn patroon nu al niet meer aanhoren.
“Wat doe jij eigenlijk voor de kost?”
“Dat gaat jou niets aan!”
“Wat zeg je?”
“Ik spreek toch geen Chinees? Ik zeg: ‘het gaat je niets aan’. Ik kan er ook de relevantie voor je onderzoek niet van inzien. En als je persé wilt weten wat ik voor de kost doe, moet je maar weer ‘s in het proces-verbaal van de politie kijken. Daar heb je toch al je wijsheid aan ontleend?

Op momenten dat de rechter-commissaris denkt dat ik niet naar hem kijk, zit hij me nauwlettend op te nemen. Wanneer ik mijn blik duidelijk op hem richt en hem vriendelijk en bemoedigend aankijk, duikt hij evenwel weer gauw in de papierwinkel die voor hem ligt. Ook zit hij voortdurend met een potlood te spelen. Dat moet een tik van hem zijn. Intussen bladert hij mijn verklaring door, en zegt: “Dit is een leugenverhaal, en aan leugens heb ik niets.”

“Jij zegt dat het een leugenverhaal is. En dat jij er niets aan hebt, interesseert mij niets. Uit hoofde van je beroep ben je verplicht het bij de andere stukken te voegen.”

Zijn potlood gaat nu in driekwartsmaat bewegen.
“Waarom moet jij ineens zo snel trouwen? Ben je soms bang...?”

Opnieuw een slimme vraag, dat moet ik toegeven. In tegenstelling tot rechercheurs die voortdurend over één onderwerp doorzaniken, in de hoop dat je op een gegeven moment de fout in gaat, switcht deze rechter-commissaris steeds van onderwerp.

Een verdachte die nog zit na te denken over de vorige vraag, krijgt dan totaal onvoorbereid een volgende vraag, die vaak veel essentiëler is, voor zijn pan geslingerd. Daardoor kunnen zich aarzelingen en verwardheid voordoen die door de ondervrager dankbaar worden geregistreerd.

Ik durf echter te beweren dat dit zelden tot nooit op mijn persoon van toepassing is, en nu zeker niet. Ik heb namelijk op de meeste van zijn vragen geanticipeerd, en kan daardoor kalm en snel antwoorden – voor zover ik dat tenminste wil, want té snel antwoorden is niet altijd verstandig. Voordat de rechter-commissaris dan ook kan suggereren dat ik wil trouwen om te voorkomen dat hij mijn vrouw als mogelijke getuige tegen mij oproept, val ik hem in de rede: “Ik wil trouwen, omdat ik haar al twee maanden niet heb gezien. Zodra ik gehuwd ben, kunnen we elkaar een halfuur zien.”

Mijn opzet slaagt, want de rechter-commissaris sneert: “Precies, en daarom sta ik ook die trouwpartij niet toe.”
“Dat staat je netjes. Kinderachtig ventje ben jij eigenlijk.”
“Heb je er bezwaar tegen dat ik je vrouw als getuige oproep?”

Daar is de vraag dan toch. ‘Wat een teringhufter’, denk ik. Hij heeft namelijk de macht om haar als getuige te horen. Weigert zij een verklaring af te leggen, dan kan hij haar in het belang van het vooronderzoek laten gijzelen voor een tijdsduur die hij noodzakelijk acht. Ik moet er niet aan denken dat zoiets zou gebeuren. Het mankeert er nog aan dat dit varken Mick zou gaan verhoren. En met haar gebrek aan ervaring is ze natuurlijk nooit tegen hem opgewassen. Ik probeer het dus nog maar een keer.

“Ja, daar heb zeker bezwaar tegen.”
“O, en waarom dan wel?”

Ik voel dat ik begin te trillen van de zenuwen en de woede. Tegelijkertijd moet ik een neiging onderdrukken om op te staan en zijn bureau om z’n varkenskop te vouwen. Ik moet daar natuurlijk wijselijk vanaf zien, want op iets dergelijks zit hij nu net te wachten. Dan kan hij immers aantonen dat de verdachte inderdaad gewelddadig van aard is, en dat zou meteen het beste bewijs tegen mij zijn. Op die manier kan ik mijn gram dus niet halen.

“Ik heb er bezwaar tegen, omdat je haar al genoeg hebt gedupeerd door haar steeds opnieuw een schriftelijk verzoek om een bezoekregeling te laten indienen. Dat je aan mij de schurft hebt, kan ik wel begrijpen. Ik moet jou namelijk ook niet. Maar wat heeft dat kind je misdaan?”
“Ik ‘dupeer’ haar, omdat ze met jou een relatie heeft en de consequenties daarvan maar voor lief moet nemen.”
“Heeft iemand je al eens verteld dat je de blauwe blafkanker kan krijgen?”
“Heeft iemand jou al eens verteld wat jij gaat krijgen?”
“Het is maar goed dat jij dat niet bepaalt.”
“Jammer genoeg niet.”
“Inderdaad jammer voor jou. En president van de rechtbank zal je waarschijnlijk nooit worden, al was het maar omdat ik nog nooit een rechter heb gezien die constant met zijn potloodje zit te spelen, althans boven zijn bureau. Jij lijkt mij nu precies de persoon die zijn hele leven met zijn potlood zal blijven spelen. Ik classificeer je hierbij dan ook als een potloodventer.” 

Ik krijg de indruk dat er prompt meer spanning op het potlood komt te staan. Volgens mij probeert hij het te breken. Dat zal hem nog niet meevallen met die luciferarmpjes van hem. Hij zich misschien nog net uit een papieren zak weten te werken, maar dan heb je het zo ongeveer wel gehad.
Mijn tactiek lijkt weer gewerkt te hebben, want de rechter-commissaris wijzigt opnieuw van onderwerp: “Waarom moest jij zo nodig je auto laten wassen?”

 

 

Primecrime
Primecrime
Microsoft
Marktplaats
Relatieplanet
Multicomms
Regenboogbrug
Google
Telegraaf
Informatique
Trouw
Zibb
Bizz
Bol
Amazon
HP
Samsung
Sony Ericsson
GSM Web
Nokia
RTL
Elsevier
Kro
Avro
Vpro
Vara
 
 Een unieke website voor een uniek boek
Klik om iets unieks te zien...
 Een unieke website voor een uniek boek