VERDRIET EN NETTE MENSEN
Ik vroeg je:
Waarom huil je toch, mijn vriend?
Is het dat je bent verraden
en de schuld op jou werd geladen?
Is het om je zieke moeder dat je grient,
en die pestbewaarder die je ermee mient?
Misschien jank je
omdat je niet kunt praten
met de vrouw die je heeft verlaten
en denk je, waarom?
dit heb ik toch niet verdiend?
Dan zeg je,
Jan, het is niet dat ik mij wil beklagen,
en je weet dat ik niet loen.
Op mijn gabber heb ik niet omgeslagen
maar mijn vrouw voost met die fijne vriend,
zij spenderen nu de poen
en ik mag de verschutting dragen.
Mijn moeder zei nog toen ik trouwde met die griet:
"Nooit in mijn leven zag ik een vrouw zo verdorven,
van haar krijg je niets dan ellende en verdriet".
Ik heb haar toen niet geloofd.
De liefde maakte mij volslagen blind,
en ik maakte ruzie met mijn moeder.
Ik heb haar sindsdien niet meer gezien
en nooit zag zij ons kind,
dat alles om dat loeder.
Ik jank, maar van verdriet is zij gestorven,
dus ik kreeg wat ik verdien.
Dan is er mijn buurman, hij is die bewaker.
Hij is netjes, maar behandelt mij naar willekeur
sart en tergt mij, en dat steeds vaker.
Mijn vriend zwijgt, ik zeg:
|