Homepage...
Zonde van de eerste steen
 
Autobiografie over een leven in de nationale en internationale misdaad

Heb je geld dan kun je huizen bouwen
Heb je het niet dan moet je de stenen sjouwen.

Thuisgekomen leek het wel of Ria veranderd was. Je dacht eerst dat het aan jezelf lag, maar er hing onheil in de lucht. De sfeer was gedwongen. Iedereen lachte, maar niemand was blij. Ria’s moeder zat je heimelijk op te nemen vanachter haar twaalfde kop koffie en een rookgordijn van sigaretten. Vuile vieze pooier, ik begrijp niet wat mijn dochter nog met hem moet, zal ze wel gedacht hebben. ‘Nou ja, dat moet zij dan maar lekker denken, ik ben weer vrij en ik heb jouw dochter en je kleindochter weer terug’, gnuifde je in stilte.

Maar toch, Ria was zwaarder opgemaakt dan vroeger en ze keek met een gezicht alsof zij wilde zeggen: “Het zijn echt niet alleen hoeren die er goed uit kunnen zien.”
‘Zal ze dan toch met een ander gozertje zijn weggeweest, terwijl ik *verschut* zat?’ dacht je. Het was de eerste vraag geweest die je haar had gesteld, die ene en enige keer dat ze je in de gevangenis had opgezocht. “Wij zijn niet allemaal zo als jij,” had je toen bitsig ten antwoord gekregen. Maar je had te lang met die angst geleefd om er, nu je weer thuis was, van overtuigd te zijn dat het maar hersenschimmen waren geweest.

Je wilde Ria niet met Jackie vergelijken, maar je vertrouwen in vrouwen had wel een gevoelige deuk opgelopen. ‘s Avonds in bed, na het herenigingritueel, vroeg je haar: “Ria, ben je echt niet met een ander weggeweest?”
“Daar heb je hem weer. Dat heb ik je toch al in de gevangenis verteld.”

Haar aarzeling, voordat zij je antwoordde, had echter iets te lang geduurd. Het zat krom en je wist het.
“Ja, maar dat is al weer een paar weken terug. Wanneer het zo is, wil ik het weten. Ik beloof je dat ik niet kwaad op je zal zijn, maar ik voel dat het zo is.” Ria bleef even stil en zei toen: “Ik ben één keer met een jongen uitgeweest.” Je hart stond eerst stil en bonsde daarna in driekwartsmaat. Je gezicht begon te gloeien.
“Ben je ook met die knakker naar het nest geweest, soms?” vroeg je met verstikte stem.
“Je had beloofd dat je niet kwaad zou wezen.”
“Ik ben ook niet kwaad,” loog je, “maar ik heb er recht op om het te weten.”
“Het spijt me, maar ik was zo dronken dat ik amper wist wat ik deed.”
“Dus het is waar?”
“Ja.”

Je wereld stortte in. Drie maanden had je met die vrees geleefd, en nu bleek dat je je niet ten onrechte zorgen had gemaakt. Je stak een sigaret op en zweeg.
“Ik wilde het je niet vertellen, maar je was er toch achtergekomen”, jankte Ria.
“Hoe dat zo?” vroeg je met een somber voorgevoel.
“Het was een vriend van mijn broer.”
“Dat is lekker zeg, dus ik loop nu voor je hele familie met hoorns op mijn kop,” vloekte je.
“Jij hebt het toch zeker ook gedaan”, wierp Ria tegen.
“Ja, maar niet met een vriend van je broer, en bovendien deed ik het voor het geld.”
“Daar heb ik anders weinig van gezien.”
“Je wilde het toch niet? Ach, wat kan mij het eigenlijk nog verdommen, jullie zijn toch allemaal hetzelfde”, zei je terwijl je het bed uitstapte en je aankleedde.

“Wat ga je doen?”
“Wat ga ik doen? Ik ga *pleite*, dat ga ik doen. Ik heb net drie maanden gezeten, daar kan jij niks aan doen, maar net nu ik een beetje lucht krijg, wordt mij de bokkenpruik opgezet. Eén torrenbak is genoeg geweest voor mij. Blijkbaar ben je geen haar beter. Je voost jezelf maar een slag in de rondte. Ik trek aan mijn stutten. De mazzel en de groeten aan je moeder”, zei je sarcastisch, en je sloeg de deur achter je dicht.

Je was niet echt kwaad toen je op straat liep. Vreemd genoeg voelde je je een beetje opgelucht. Beter er nu een punt achtergezet dan over tien jaar. God mag weten waar ik voor gespaard ben gebleven. ‘Wie van het verleden niet heeft geleerd, die heeft ook geen recht op een toekomst’, filosofeerde je.

Je besloot om maar bij je ouders te gaan wonen totdat je een kamer had gevonden. Die stonden ondertussen niet te juichen toen je aanbelde.
“Ik zal zo snel mogelijk een kamer zien te vinden”, zei je tegen je vader, nadat die je onomwonden had verteld hoe verheugd hij was om een zoon te hebben die in de gevangenis gezeten had. Je kon hem geen ongelijk geven. Veel plezier hadden ze niet van je gehad.

De volgende dag ging je meteen op zoek naar een kamer. Dat viel niet mee. Je moest overal de huur vooruit betalen en je was ridder te voet. Je zocht een vriend op bij wie je had ingewoond toen Jackie in de gevangenis zat. Deze Gerrie was echter niet meer thuis, vertelde zijn moeder je. Ze gaf je het adres van een café waar hij overdag vaak zat te kaarten: café Marktzicht op de Zeedijk. Je liep erheen en trof je gabber er aan, die er inderdaad interessant zat te doen achter een handvol kaarten.
“Hallo pooier”, zei hij toen je binnenkwam.
 
“Hallo poot”, retourneerde je zijn groet. “Niet meer, niet meer”, mompelde hij, terwijl hij zijn kaarten aan een toeschouwer overgaf.  

Gerrie bood je wat te drinken aan en vroeg hoe het met je was. Je vertelde hem over je lotgevallen en vroeg hem of hij wat te verdienen voor je wist.
“Ik ga niet meer de baan op als broodpoot, want daar heb ik echt mijn zakken van vol”, zei je.
“Hoeft ook niet, hoeft ook niet mijn beste. Sinds twee maanden leef ik met een vrouwtje die in het leven zit. Geen schoonheid, echt niet, maar alleen slechte timmerlui willen een scherpe zaag. Ze verdient de kost en heeft weinig of geen pretenties. Ik heb een rustig leventje en pegels in mijn zak; wat wil ik nog meer?”

“Ik ben echt blij voor je, maar wat heb ik daaraan?” vroeg je.
“Rustig, rustig, mijn gehaaste vriend. Linda heeft een zuster van achttien lentes jong. Een plaatje, eerlijk. Het kind heet Joke en is getrouwd met een *miesgazzer* van een gozer. Die is zo verschrikkelijk jaloers, dat als ze uitgaan - wat ze trouwens zelden doen - en een man kijkt maar naar haar, dan slaat hij haar vierkant. Ze loopt constant met blauwe lampen. Ze heeft al en paar keer gezegd dat ze ook wel voor mij wil werken. Zij wil gewoon van die jaloerse gek af. Nou, ik zou er persoonlijk niets op tegen hebben, maar ik denk dat Linda mij ‘s nachts met een schroevendraaier aan het matras vaststeekt. En ik weet wat ik nu heb. Beter één kut in m’n hand dan tien aan de overkant”, lachte Gerrie.

“Je praat makkelijk, maar hoe moet ik dat wicht ontmoeten, en hoe kan ik haar aankatsen als die knul zo jaloers is?”
“Joke ruimt elke dag Linda’s huis op voordat die gaat pezen. Ze verdient daarmee een geeltje per dag, wat die slijmerd van haar daarna weer in drank omzet. Ik neem je vanavond mee, en je blijft dan bij ons slapen. Morgenochtend komt Joke opruimen en de rest mag je dan zelf doen.”

“Okay, wij kunnen het in ieder geval proberen. Niet geschoten is zeker altijd mis”, zei je gelaten.
“Dat dacht ik ook, en geloof me, als het je lukt heb je er een bestdoener aan. Trouwens, ze is nog lief ook”, verzekerde Gerrie.
“Kan ik ook wel gebruiken ook, ik ben de laatste tijd niet erg *bemazzeld*. Denk je dat wanneer het zou lukken, haar zuster bezwaar maakt dat ze gaat werken?”
“Dat maak ik wel in orde. Linda ziet haar liever gisteren dan vandaag van dat misbaksel af gaan. Daarbij komt dat wanneer Joke met jou zou zijn, Linda meteen weet dat ik het niet meer met haar zuster aan kan leggen. Nee, dat lukt wel.”

Gerrie betaalde de vertering en zei dat je gelijk maar mee moest komen om met Linda kennis te maken. Je wandelde met hem mee naar de Oudezijds Achterburgwal. Gerrie stapte een hoerenkast in en beduidde je om mee naar binnen te komen. Linda bleek een jaar of vierentwintig te zijn. Een dom maar lief gezicht met bijbehorend hoogblond haar, zwaar opgemaakt en een paar longen, niet te geloven. Benen tot aan haar nek. Wat een beest. Gerrie stelde je aan haar voor en zei dat je voorlopig bij hen zou komen wonen. Linda maakte geen bezwaar en zei dat je welkom was.

“Ik heb Jan van Joke verteld, Linda, en ik weet dat als Joke m’n gabber aardig vindt, Jan zich wel over die lamzak van een kerel ontfermt.” Linda begon te lachen en zei: “Je bent onverbeterlijk, Gerrie, maar je weet hoe ik over die patser denk. Ik vind bijna alles goed, als Joke maar bij die strontzak weggaat. Maar als je vriend Jan net zo blijkt te zijn als haar vent, dan kunnen jullie allebei vertrekken. Dat meen ik.”
‘Nou, zo dom is die Linda ook weer niet’, dacht je, terwijl Gerrie het blonde beest geruststelde. Daarna verlieten jullie het bordeel.
“Denk erom dat je mij niet laat versukkelen, Jan, want dan kunnen wij straks met zijn tweeën naar sociale zaken”, waarschuwde je vriend.
“Nee, natuurlijk niet. Ik ben veel te blij dat je mij uit de *marode* helpt, Ger.”

Jullie liepen terug naar Marktzicht. Er stonden nu verscheidene frisse Chevrolets en Fords voor de deur. Het bleek dat een groot deel van de *penoze* het etablissement frequenteerde. Alle tafels waren nu bezet en er werd flink gekaart. ‘Een best leven als je het eenmaal zo voor elkaar hebt. Ik hoop dat die Joke wat in mij ziet’, dacht je.

Gerrie en jij werden volkomen genegeerd door de oudere *bikkers*, en jullie lieten je daarom maar vollopen met pils. Nadat de barkeeper de laatste ronde had aangekondigd, liepen jullie met zwaaiende gang naar de hoerenkast waar Gerrie en Linda boven woonden. Linda was nog aan het werk en zei tegen Gerrie dat zij nog een paar uur bleef zitten. Boven in de huiskamer trok Gerrie een bed uit de muur. Even later viel je als een blok in slaap en droomde van Joke die je nog nooit gezien had.

Toen je wakker werd, stond er een engel in de kamer. Je dacht even dat je in de hemel was.
“Ik heb je toch niet wakker gemaakt, hoop ik?” sprak het engeltje met een stofdoek in haar hand.
“Ben ik in het hiernamaals of slaap ik nog?” vroeg je slaapdronken.

Het meisje lachte verlegen en zei: “Ik maak hier schoon voor mijn zuster.”
Je gaapte. “Nou, zo geweldig ben ik nog nooit wakker geworden. Ik hoop maar dat ik straks niet alsnog ontwaak.”

“Vleier… Ik heet Joke, en jij?”
Op dat moment kwam Gerrie de kamer binnen.
“Morgen kinderen, hebben jullie al kennis gemaakt? Joke, dit is Jan. Hij komt net uit de gevangenis en blijft hier een tijdje wonen. Als hij je lastig valt zeg je het maar, dan stomp ik hem neer.”
“Stompen? Ik ben niet zo gek op stompen”, zei Joke, inmiddels haar trui optrekkend tot vlak onder haar bh.
“Begrijp je, Gerrie?” vroeg Joke, terwijl ze een bloeduitstorting ter grootte van een broccoli op haar ribben liet zien.
“Godverdomme,” vloekte Gerrie, “heeft die baggerbak van je dat weer gedaan?”
“Ja, ik stond met mijn buurman te praten, en toen ik bovenkwam trapte hij mij kort.”
“Ik snap niet waarom je niet van hem af gaat. Moet je eens kijken, Jan”, zei Gerrie.

Je keek naar de bloeduitstorting en vroeg: “Het ziet er nogal pijnlijk uit. Gebeurt dat altijd als je staat te praten?”
“Een keer of vier in de week slaat hij me altijd wel.”
“Ga dan ook van die lamstraal af”, zei Gerrie weer.
“Je hebt eenvoudig praten, Gerrie, maar ik weet niet waar ik naartoe moet. Als ik wegloop, vermoordt hij me. Nadat hij mij gisteren zo had getrapt, zette hij een mes op mijn keel. Hij zei dat hij me aan stroken zou snijden als hij me ooit weer met een kerel zag praten. Ik weet niet meer wat ik doen moet.”

“Linda!” schreeuwde Gerrie, “kom eens even hier.”
“Je zusje wilde je iets moois laten zien”, vervolgde Gerrie toen zijn vrouw in een doorzichtige ochtendjas de kamer inkwam. Joke trok haar trui weer op en liet Linda de kneuzing zien.
“Nou, nu is het toch wel genoeg geweest met die smeerkees van je. We halen je spullen op en je komt hier wonen, of geil je soms op die pakken slaag?” riep Linda.
“Nee Linda, je weet dat het al een tijd zat ben. Ik wil graag bij hem weg, maar ik wil jullie geen last bezorgen en mijn kleren krijg ik ook nooit mee.”

Dit was dus jouw moment om een duit in het zakje te doen: “Joke, het zijn mijn zaken niet, maar ik ben Gerrie en je zuster iets schuldig. Wanneer je weg wilt, gaan we naar je huis en halen we je spullen op. Je kunt hier blijven, dus er kan weinig met je gebeuren.”
Joke keek bedenkelijk en zei aarzelend: “Dat is tof van je, maar mijn man wordt gek wanneer hij hoort dat ik bij jullie kom wonen. Hij zal net zo lang buiten blijven wachten tot hij me te pakken heeft.”

Nu was het Gerrie’s beurt weer: “Joke, ik zou graag de hele dag bij je blijven om je te beschermen, maar je weet dat dat niet kan. Jan en ik gaan nu je spullen halen en als die *bijgoochem* moeilijk doet, zullen wij hem eens vaderlijk toespreken. Ik denk dat hij dan nog weinig trek heeft om je nog lastig te vallen. Bovendien Jan is net vrijgekomen en heeft toch niet veel te doen. Wil je niet een beetje op mijn schoonzuster letten, Jan?”
“Het zou me een voorrecht wezen, voorop gesteld dat Joke het er mee eens is natuurlijk”, antwoordde je galant.

Joke twijfelde nog steeds, maar Linda loste dat snel op door te zeggen: “Zusje, als je nu de knoop niet doorhakt, wil ik er nooit meer iets over horen. Je bent zo ondankbaar als de pest. Iedereen hier doet zijn best voor je. Jan heeft nog tien maanden voorwaardelijk en als het uit de hand loopt met die gek van je, dan kan hij die nog even uit gaan zitten.”
“Dat is het niet, Lin, ik wil hier graag wonen en zou het gaaf vinden als Jan op mij wil passen. Ik wil alleen niet dat iemand narigheid om mij krijgt.” “Dat is dan geregeld”, zei jij. “We zullen dan nu maar meteen je spullen op gaan halen. Mag ik je sleutel hebben?”

Gerrie en jij trokken de confectie aan en togen op pad.
“Wat vind je van haar?” vroeg Gerrie.
“Het is een plaatje. Het lijkt wel een Italiaanse looppop met die lange wimpers. Ik hoop echt dat ik het red met haar.”
“O, Linda rondt het wel af voor je, maak je maar niet druk! Trouwens, heb je niet gezien hoe Joke steeds naar je keek? Het leek wel of de zon uit je reet scheen”, grapte Gerrie.
“Ik ben bang dat mij dat ontgaan is, maar ik wil je graag geloven. Alleen voel ik me nu net Sint Joris met de draak: de koene ridder gaat op pad om zijn prinses te bevrijden. Ik voel mij verder nog een hypocriet ook, want ik kan er weinig van zeggen dat die Joke met blauwe plekken loopt. Uiteindelijk heb ik die Jackie ook een keer total loss geslagen.”

“Klein verschil, neem me niet kwalijk. Die Jackie deugde voor geen piek. Me dunkt dat je reden genoeg had, toen.”
Je twijfelde. “Dus je denkt dat die Joke wel goed in elkaar zit?”
“Dat kan een blind paard nog wel zien. Zeg, je bent toch niet bang van die knul van haar?”
“Dat zal ik je vertellen zodra ik hem zie”, dolde je. “Nee ik heb wel wat over voor een gemakkelijk leven. En daarbij genomen vind ik die Joke nog een schoonheid ook.”

“Je wordt toch niet alweer verliefd, hè Jan?”
“Ik veronderstel dat het niet moeilijk is om op dat *mokkeltje* verliefd te worden, maar ik heb ondervonden dat van verliefdheid alleen maar narigheid komt. Ik denk niet dat ik het me nog kan permitteren om op een temeier verliefd te worden. Ik hak nog liever mijn pik af.”

Al pratend aangekomen in de Uilenburgerstraat zochten jullie het huis op waar de man van Joke woonde. Je opende de voordeur met een van de sleutels en jullie slopen de trap op. Voorzichtig maakten jullie de deur naar het woonhuis open en stapten naar binnen. De voorzorgen waren echter overbodig, want er bleek niemand thuis te zijn. Gerrie trok alle kasten open en pakte alles wat op vrouwenkleren leek in een oude koffer.
“Zonde dat die fielt niet thuis is”, morde Gerrie terwijl jij de damesschoenen aan het inpakken was, “nu krijgen we die confrontatie alsnog, terwijl wij nu in het voordeel waren.”
“Zeker jammer,” beaamde je.

Met een volle koffer liepen jullie terug naar Gerries huis. Je hoorde het schreeuwen al toen jullie opliepen. “Daar heb je hem”, zei Gerrie, terwijl hij voor je uit naar binnen stapte. Linda stond in een hoek van de kamer met een hand voor haar mond. Haar handen en ochtendjas zaten onder het bloed. Joke lag op de grond en werd getrapt door een man van een jaar of dertig met een stiletto in zijn hand.

“Over mijn lijk dat je hier blijft wonen, stinksnol”, brulde hij. Vervolgens richtte hij zich tot Gerrie: “Ik heb niets tegen jou, Gerrie, maar toen ik Joke mee wilde nemen, vloog Linda me aan en krabde me in m’n gezicht.” Hij gaf Joke nog een trap en schreeuwde: “Is dat soms je nieuwe vriend? Ik dacht wel dat je iets zou proberen te flikken, na dat pak slaag van gisteren.”

Gerrie stapte naar voren, maar de gek stak zijn mes vooruit en dreigde: “Waag het niet, Gerrie, want ik kerf je open.”

Je had zwijgend staan kijken. Toen zei je tegen de maniak: “Ik weet niet voor wie je mij aanziet, maar ik heb hier niets mee te maken. Blijkbaar is zij je vrouw, dus het gaat me weinig aan.”
“Als je dat maar door hebt”, blèrde de zot.
“Ik zal even een handdoek voor je gezicht pakken, Linda”, zei je en liep naar de keuken. Je stak het gas aan en zette een ketel water voor koffie op.

“Je bent wel flink om vrouwen te slaan en met een mes te dreigen hè?” hoorde je Gerrie schreeuwen. “Leg dat mes eens weg en wees dan nog eens zo flink, vuile tyfuslijer.”
“Daag mij niet uit, Gerrie, want dan krijg je me.”
Jij schonk water in de koffiepot, pakte een paar bekers en liep met een handdoek over je arm naar binnen. “Hier is een handdoek voor je gezicht, Linda,” zei je.
Zij pakte de handdoek en keek je aan met een blik alsof ze je wilde vermoorden.
“Lafaard”, siste ze.
“Laten wij dit nu rustig oplossen, Gerrie”, suste je, “het is uiteindelijk zijn vrouw, dus dit gaat ons niet aan. Laten wij nou allemaal kalm aan doen, want er moet toch over gepraat kunnen worden. Ik heb koffie gezet. Ik denk niet dat die man je vrouw met opzet wilde slaan en ik zou ook niet willen dat een ander zich met mijn zaken bemoeide.”
“Krijg de tering met je koffie erbij”, vervloekte Gerrie je.
“Gelukkig iemand die hier zijn verstand gebruikt”, hoonde de wildeman terwijl hij Joke overeind trok, “jullie moeten je niet met mijn zaken bemoeien, dan is er ook niets aan de hand.”
Joke gilde: “Ik ga nooit meer met je mee terug. Ik laat me nog liever doodsteken.”

“Dat kan geregeld worden”, brieste haar man en zette het mes onder haar kin. “Rustig!, rustig nou,” kalmeerde je de man, “zo kom je nog in de gevangenis...”
“Dat heb ik wel voor die sloerie over. Dan weet ik tenminste meteen dat ze me niet meer kan bedonderen.”

Jij zei: “Gerrie, ik stel voor dat je schoonzuster en haar man naar de slaapkamer gaan om het uit te praten. We nemen allemaal een kop koffie en laten de gemoederen wat tot rust komen. Iedereen is van slag, denk ik.”
“Je doet maar wat je wilt, fijne gabber, maar je bent met mij nog niet klaar.”
“Dat is lekker, nou ben je nog kwaad op mij ook”, reageerde je.

De maniak zei slijmend: “Je vriend heeft gelijk, Gerrie. Laten wij onder elkaar geen ruzie maken. Ik praat met mijn vrouw even alleen, en dan zal zij wel inzien dat het beste is om gewoon mee naar huis te komen.”
“Ik praat niet meer met je, steek me maar dood”, huilde Joke.
“Je komt gewoon mee”, zei haar man en sleurde haar naar de slaapkamer.

“Bedankt, wie je ook bent”, zei hij tegen jou, en duwde Joke langs je heen naar de deur. “Vergeet je koffie niet”, zei je, en gooide de kokendhete inhoud van de koffiepot in zijn gezicht, waarna je de pot in zijn gezicht aan stukken sloeg.

De man krijste van de pijn en begroef zijn gezicht in zijn handen. Je ramde je knie in zijn kruis en trok de hand met het mes opzij. Het bloed stroomde uit zijn ogen. Je duwde de hand met het mes tegen de deurpost van de slaapkamer en trapte de deur dicht. De man schreeuwde het uit en duwde zijn vrije hand in jouw gezicht. Je opende je mond en beet hem in een vinger tot je je tanden over het bot voelde schrapen.

De man brulde nu en trok zijn vinger terug, een flink stuk vlees in je mond achterlatend. Het bloederige stuk vlees uitspugend sloeg je hem met je knokkels op zijn strottenhoofd. De man rochelde en viel tegen de muur. Je sprong hem achterna en beukte met je knie in zijn gezicht tot hij in elkaar zakte.

Gerrie en Linda pakten Joke op, die met haar gezicht in haar handen op de grond lag te huilen. Je pakte de bebloede handdoek van Linda en scheurde deze aan repen. De polsen van de bewusteloze man vastbindend, zei je tegen Linda dat zij een ketel water op moest zetten.
“Sorry Ger, ik moest het zo wel doen, anders had jij of Joke misschien wel een paar prikken gehad.”
“Ik wist het echt niet meer, je was zo overtuigend dat ik echt geloofde dat je ons in de steek liet”, mompelde Gerrie.
“Als je het niet geloofd had, was die etterbak er ook niet ingetrapt”, zei je.
“Jan, het spijt me dat ik je uitgescholden heb. Nogmaals, ik wist het niet meer.”
“Ger, het was voor mij een eer en verplichting, ik ben blij dat ik iets voor jullie kon doen.”

De man kwam inmiddels kreunend bij bewustzijn. Linda kwam binnen met een ketel en een tweede koffiepot. Blijkbaar dacht ze dat je koffie wilde.
“Nee, hij heeft genoeg koffie gehad. Zet die ketel maar op tafel als je wilt en neem Joke dan zolang mee naar beneden. Wij moeten het bloed een beetje van zijn gezicht wassen.”

Joke ging met Linda mee naar de hoerenkast, terwijl jij de slaapkamer inliep. Je raapte de stiletto op, klapte hem dicht en stak hem in je zak. Je sleepte de man half de slaapkamer in en klemde zijn nek tussen de deur en de post.

“Ger, ga jij even op zijn benen zitten”, zei je terwijl je de ketel kokend water pakte. Gerrie deed wat je hem vroeg en jij duwde de deur wat strakker dicht. De man jankte. “Een beetje een heethoofd ben je wel, hè?” zei je, terwijl je met je andere hand het shirt van de man openscheurde. “Ik zal de rest ook even voor je verwarmen.”

Je goot de ketel leeg over zijn borst. De man krijste het uit van de pijn.
“Dat was het wel, denk ik. Ger, sta maar weer op.”
Je opende de deur en zag dat de man weer bewusteloos was geraakt. “Ik zal nu maar even koud water gaan pakken”, zei Gerrie en liep naar de keuken.

Toen de man weer bijkwam door het koude water dat over hem heen werd gegooid, knielde je naast zijn hoofd. Je nam de stiletto uit je zak en opende hem.
“Kun je me goed verstaan?” vroeg je aan het gehavende gezicht.

De ogen van de man keken je vol haat aan. “Luister, wereldgek,” siste je hem toe, “Joke is nu met mij. Denk je daar nog iets aan te moeten doen?”

Aarzelend schudde de man zijn hoofd.

“Ik denk het ook niet, maar voor het geval je er nog twijfels over hebt, en er ook maar aan denkt om iets te willen doen, dan kan ik je nu vertellen dat je dan nóg maar een keer moet denken. Ik heb net drie maanden lik achter de rug en knap graag drie jaar op voor mijn vrienden. Bid vanaf nu maar elke morgen dat er niets met Joke, Linda of Gerrie gebeurt. Ik ga nu weg. Wanneer je denkt naar de *kit* te gaan om ons aan te geven, denk dan nog een keer. Ik vind je altijd en over, en dan snijd ik je aan brokken en voer ik je op aan de meeuwen. Heb je mij begrepen?”
 
De man knikte nu angstig.

“Dat is dan mooi. Ik hoop dat dit je helpt herinneren”, zei je en prikte het stiletto door zijn rechterwang naar binnen. De man gilde opnieuw, kokhalsde en spoog een straal bloed uit.

Gerrie stond je bedenkelijk aan te kijken. “Ik vertrouw hem niet, Jan. We kunnen hem beter peiger maken, dan weten we zeker dat we geen last meer van hem kunnen krijgen.”
Je boog je weer over de man en zei: “Je hoort wat mijn vriend zegt, en ik geloof dat hij gelijk heeft. Dit is niet persoonlijk, maar we moeten je de weg maar uit helpen.”

De man begon te janken en smeekte: “Vermoord me niet, ik zweer dat jullie geen last van mij meer zullen hebben. Ik weet dat ik verloren heb. Deze partij nooit kan winnen. Ik beloof ook dat ik nooit meer een vinger naar Joke uit zal steken. Laat mij alsjeblieft leven, alsjeblieft...”

Je keek Gerrie aan en vroeg: “Wat denk jij ervan?”
“Ik weet het niet. Je hebt gezien wat een stuk *rifraf* het is. Ga jij maar weg. Ik stop hem wel in een kiepelton.”

Je dacht even na, en vroeg toen: “Vertrouw je mij Gerrie?”
“Nou ik dacht van wel, na wat je hebt laten zien, hoe dat zo?”
“Wel het maakt mij persoonlijk niets uit of je dat kreng koud maakt, maar ik denk dat ik een oplossing heb.”

De man op de grond keek je hoopvol aan. Je pakte de stiletto en waste hem af met heet water, waarna je hem afdroogde. Je liep naar de man op de grond en draaide hem op zijn buik. De man begon te weer krijsen. Je bonkte hem met zijn kop op de grond en zei: “Houd je rotsmoel, anders steek ik dat mes in je nek.”

De man hield op met schreeuwen, maar bleef zachtjes jammeren. Je pakte het mes bij het lemmet en veegde het handvat schoon met een stuk handdoek. Daarna pakte je het mes bij het handvat, dat in de handdoek gewikkeld was, en veegde het lemmet schoon, waarna je het mes in je handpalm stak. Niet te diep, want dat zou pijn doen.

Je smeerde jouw bloed over het lemmet en vroeg: “Wil je blijven leven, klootveger?”

De man op de grond knikte heftig.

“Doe dan precies wat ik zeg, anders breek ik je nek”, zei je en zette je voet in zijn hals. Gerrie stond je vol verbazing aan te kijken. Je overtuigde je ervan dat de polsen van de man nog goed vastgebonden waren, en zei: “Ik geef je nu je mes in je handen en wil dat je het heft stevig vastpakt en vasthoud tot dat ik zeg dat je het los kan laten. Dan laat je het van je rug afrollen. Probeer niets met dat mes, want ik trap je nek stuk.”

Je gaf het mes in de gebonden handen en trok het stuk handdoek weg.
“Knijp nu stevig in het handvat en laat het dan los.”

De man deed wat hem was opgedragen en de stiletto viel op de vloer. Voorzichtig pakte je met de handdoek het mes tussen het lemmet en het heft van de grond.

“Draai je nu maar weer op je rug”, beval je, waarop de man zich onmiddellijk omdraaide. Je bukte je en veegde het mes langs het bebloede gezicht, het mes nog steeds met de lap vasthoudend. Gerrie begon te lachen.
“Geef mij eens een oud glas en een plastic zak, Gerrie.”
Toen Gerrie met het gevraagde terugkwam, deed je het mes in de plastic zak en legde die op tafel. Je pakte het glas en knielde naast de man zijn hoofd. Je gaf de man een vriendschappelijk kneepje in de wang en ving het wegstromende bloed op in het glas. De man gilde weer.
“Houd je rotkop toch eens even, ik ben je leven aan het redden.”
Je beval de man op te staan toen het glas halfvol was: “Ga met je rug tegen de muur staan en beweeg je niet, anders duw ik dat glas in je porem.”
Je goot de inhoud van het glas langs de wond, kin, hals en borst van de man. “Perfect, perfect”, mompelde je vriend, terwijl je hem de keuken in trok.

“Gerrie, wil je die handdoek en dat glas dumpen? Doe het maar in een plastic zak met iets zwaars, knijp de lucht eruit en knoop de zak dicht. Gooi het dan een eind verderop in de gracht. Wanneer je terugkomt, neem die vrouwen dan mee naar boven, maar vertel ze nog niets.”

Je liep snel terug naar de kamer. Gerrie verliet het huis. Toen hij terugkwam met Linda en Joke, zei je: “We hebben een beetje moeten improviseren om te voorkomen dat die *mafdaaier* naar de kit loopt en ons aangeeft.”

“Dit is de story,” vervolgde je, “Joke werd door haar man geterroriseerd omdat hij wilde dat zij voor hem de hoer ging spelen. Nadat zij dat gisteravond weer geweigerd had, trapte hij haar in elkaar. De blauwe plek komt hierbij aardig van pas. Ten einde raad heeft zij vanmorgen haar spullen gepakt en vroeg aan jou, Linda, of zij hier mocht wonen. Je stemde daarin toe en Joke bleef dus hier. Een uur geleden stond haar man voor de deur en vroeg of hij met Joke mocht praten. Maar zij wilde niet meer met hem praten, dus je zei dat hij maar weg moest gaan, waarop hij woest werd en de woning binnendrong. Toen je hem tegen wilde houden, scheurde hij zijn shirt. Hij werd nog kwader en sloeg jou op je gezicht. Daar zijn ook bewijzen voor. Boven bedreigde hij jullie met een mes. Gelukkig kwamen even later Gerrie en ik boven. Ik probeerde Joke’s man te kalmeren en te overreden het mes weg te doen, terwijl ik naar hem toeliep. De man haalde onverwachts uit met het mes en stak mij daarbij in mijn hand. Toen ik met een bloedende hand achteruit liep, gooide Gerrie hem de pot koffie naar zijn hoofd. De pot brak en de man greep naar zijn gezicht, waarbij hij zichzelf in zijn wang stak. Hij liet daarna het mes vallen. Linda raapte snel het mes op, terwijl Gerrie en ik hem overmeesterden en vastbonden. Is dat duidelijk tot zover?”
“Ja”, klonk het eensgezind.

Je ging door: “We nemen straks alle details nog wel door wanneer dat krijsende speenvarken weg is.”

Je richtte je tot de man en begon het Wetboek van Strafrecht, dat je tijdens je recente detentie had bestudeerd, te parafraseren: “De straf op souteneurschap is drie jaar rijkswerkinrichting en twaalf dagen hechtenis. Dat wist je natuurlijk precies. Daar zal je wel niet meer dan een jaar van krijgen. Echter, je hebt ons allen woordelijk bedreigd, dat is twee jaar. Je hebt mij gestoken, Linda gestompt en je vrouw mishandeld. Dat is ook twee jaar. Je hebt huisvredebreuk gepleegd en vernielingen aangericht. Wanneer je nu aangifte doet bij de kit, dan dient Joke een aanklacht in wegens mishandeling en het aanzetten tot prostitutie. Linda doet aangifte wegens huisvredebreuk, mishandeling, vernieling, woordelijke bedreiging en vrijheidsberoving onder bedreiging van een steekwapen. Gerrie doet aangifte van bedreiging en ik doe aangifte van bedreiging en poging tot doodslag. We hebben een mes met mijn bloed en jouw vingerafdrukken en bloed erop. Wat je voor de hele grap krijgt, weet ik niet, maar ik denk dat je alles bij elkaar een jaar of drie van de totale straf overhoudt. Je mag het zeggen, maar mocht je toch zo stom zijn om toch aangifte te doen, bedenk dan dat ik alles nog een keertje dunnetjes over doe. Vinden doe ik je altijd.”
“Ik doe geen aangifte, echt niet, ik doe precies wat je zegt.”

“Precies?” vroeg je.
“Ja echt, ik zweer het.”
“Mooi, dat kun je dan meteen even laten zien”, zei je. Je richtte je tot Gerrie en vroeg: “Weet je twee mensen die je kunt vertrouwen?”
Nu mengde Linda zich in het gesprek: “Jan, ik kan mijn huisbaas met zijn vrouw laten komen, want die zijn echt tof.”

Je wendde je weer tot de man en zei: “We laten nu die twee mensen komen. Je vertelt hen het verhaal zoals ik het je net uitgelegd heb. Wij zeggen dan dat wij je een kans willen geven en je laten gaan. Die mensen zullen dan geen aanklacht indienen. Mocht je toch naar de kit gaan, weet dan dat je zes getuigen tegen je hebt. Dat zal ongeveer wel genoeg zijn, denk ik zo. Dus je vertelt het maar weer.”

“Ik zal doen wat je zegt.”

Linda kwam even later terug met de bordeelhouder en zijn vrouw. De gewonde vertelde het verhaal alsof het werkelijk zo was gebeurd. Je zei tegen de bordeelhouder dat niemand met de politie gebaat zou zijn en dat het vooralsnog maar beter was om die gek te laten lopen. Een aanklacht indienen kon altijd nog wel. Het bordeelpaar zei dat je volkomen gelijk had. De hoerenbaas trok ineens een revolver uit zijn zak en zette het wapen op het gehavende gezicht van de man.
“Luister goed naar wat ik je ga vertellen, pleurisbak,” zei hij, “nog een keer een verstering van jou in mijn huis en ik schiet een gleuf in je kop zo groot als je moer’s kut. Heb je me begrepen?”

De man knikte angstig.

“Laat hem nu maar oprotten”, zei de hoerenbaas.

Je maakte zijn handen los en liet hem strompelend vertrekken. Deze keer konden jullie eindelijk echt van een kop koffie genieten.
“Heeft die gek zichzelf echt in zijn wang gestoken Jan?” vroeg de hoerenbaas nadat Linda jullie aan elkaar had voorgesteld. Je aarzelde even.
“Luister jongen,” sprak hij, “je hebt mij blijkbaar laten komen om naar een indianenverhaal te luisteren. Wanneer je me niet vertrouwt, had ik wel thuis kunnen blijven.”

Je vertelde de oudere man wat er precies voorgevallen was en dat het niet je bedoeling was geweest om matschudding in zijn huis te maken. Je vertelde dat Linda in haar gezicht gestompt was en dat de kans er dik in had gezeten dat iemand een messteek zou hebben opgelopen. Al die tijd zat Joke je trots aan te kijken. Ze bleef je maar koffie inschenken.

“Ik kon het echt niet anders doen, mijnheer.” De bordeelhouder begon te lachen. Zijn vrouw, die tot nu toe nog niets gezegd had, zei: “Jan verschilt niet veel van jou, Toon, toen je zijn leeftijd nog had.” “Wat, zijn leeftijd, ik zou het nu nog kunnen”, reageerde de man met een stem om cokes te kloppen.

Daarna richtte hij zich weer tot jou: “Ik vind dat je het netjes opgelost hebt, jongen. Als je ooit een kast voor een meisje zoekt, kom dan naar mij. Ik mag dat wel, ja! Heb je eigenlijk een vrouw die werkt?”

“Nee mijnheer, ik ben net los.” De man vroeg waarvoor je gezeten had en was niet eerder tevreden voordat je hem het hele verhaal van Jackie in geuren en kleuren verteld had.

“O, o!” schaterde de man. “Nou, ik moet wel zeggen dat je snel geleerd hebt. Kom vanavond maar naar mij toe, dan stel ik je aan een vrouwtje voor. Zij is al een jaar van haar man af en het is een werker. Regel je het even met Janet, Wilma?”

Je merkte dat Joke een beetje sip begon te kijken.
“Jan zou op mijn zuster letten, ome Toon”, zei Linda, die haar zuster’s teleurstelling ook bemerkt had.
“Wat doen jullie wijven toch altijd moeilijk. Die jongen heeft toch teveel klasse om zijn leven bij één vrouw door te brengen.”
“Nu snap ik waarom je nooit een andere vrouw erbij genomen hebt, Toon”, merkte zijn vrouw op.
“Dank je wel, Wilma, dat is nog eens aardig van je om te zeggen, maar je weet wel beter hé?”
“Laat Jan nou maar eerst eens een tijdje op Linda’s zuster passen, hij weet dat hij welkom is en ik denk dat Janet nog wel even een vrije meid blijft. Maar kom vanavond wel even met je meisje koffie drinken, Jan”, zei Wilma.
“Graag, dank u wel, mevrouw”, zei je, waarna het echtpaar de woning verliet.

Joke kwam naar je toe en gaf je een zoen op je wang: “Hartstikke bedankt voor wat je voor mij gedaan hebt, Jan, dit zal ik echt nooit vergeten.”
“Het was mij een genoegen, Joke”, deed je flink.

Die dag ging Linda niet werken. In plaats daarvan maakte ze een feestmaal klaar. Het was maanden geleden dat je zo uitgebreid en smakelijk gegeten had. Joke week niet van je zijde, en bleef je bord volscheppen en wijn inschenken.

Hier onderbrak ik je verhaal en zei je dat ik je een paar dingen wilde vragen. Je keek me geamuseerd aan en vertelde me dat ik je niets hoefde te vragen. Je zou mij de antwoorden wel geven. “Suzanne”, zei je, “ik weet wat je me wilt vragen, en ik heb me hetzelfde indertijd ook afgevraagd. Je moet weten dat ik van huis uit helemaal niet gewelddadig ben. Ik weet dat je moeite zult hebben om dit te verteren, maar bedenk het volgende: na alle ellende met die Jackie, waarvan ik me zoveel had voorgesteld, ga ik voor drie maanden voor schut. Mijn eigen stomme schuld, dat ben ik met je eens natuurlijk, want ik was dom en naïef.

Gedurende die drie maanden heb ik ontzettend zwaar zitten tuchten, dat weet je ook. Ik was ziekelijk jaloers om Ria en probeerde zelfs te ontsnappen, wat zoals je weet resulteerde in een pak slaag dat ik echt nooit zal vergeten. Ook mijn eigen schuld, dat geef ik toe. Daarna leefde ik in de hoop dat het tussen mij en Ria weer allemaal goed zou komen, terwijl ik tegelijkertijd ontzettend bang was dat ze vreemd zou gaan. Toen kwam ik thuis en kreeg te horen dat dat inderdaad zo was geweest. Iets knapte er toen in mij. Het zal wel melodramatisch klinken, maar zo voelde het. Ik moest besluiten om van Ria af te gaan, terwijl ik echt veel om haar gaf. Maar ik wilde die hele ‘rigmarole’ niet nog een keer in mijn leven meemaken.

Bij mijn ouders voelde ik dat ze mij liever zagen vertrekken. Ook dat deed eigenlijk wel pijn. Daarna wil een vriend mij helpen en zijn vrouw is ontzettend gastvrij. Dat gaf me een ontzettend dankbaar gevoel. Mijn grote probleem is dat ik loyaal ben. Als iemand uit mijn omgeving die goed voor me is onjuist wordt behandeld, dan ervaar ik dat als een groot onrecht. Dan wil ik er iets aan gaan doen. De psychologen hebben er een naam voor. Ik zou niet weten hoe die luidt, maar het feit dat er een naam voor is, duidt erop dat het een vaker voorkomend fenomeen is. Ik kan niet verdragen dat iemand waar ik op gesteld ben onrechtvaardig wordt behandeld.

 

 

Primecrime
Primecrime
Microsoft
Marktplaats
Relatieplanet
Multicomms
Regenboogbrug
Google
Telegraaf
Informatique
Trouw
Zibb
Bizz
Bol
Amazon
HP
Samsung
Sony Ericsson
GSM Web
Nokia
RTL
Elsevier
Kro
Avro
Vpro
Vara
 
 Een unieke website voor een uniek boek
Klik om iets unieks te zien...
 Een unieke website voor een uniek boek