VOOR MIJN VRIEND BOUKE – Deel I
We moeten wel opletten dat je geen slinger van twee jaar krijgt, zegt de advocaat.
Als ik ontwaak, hoor ik dat storm en regen het dak van mijn motorhome mishandelen. Ik richt me op om uit het raampje te kijken en ervaar vervolgens dat een halve fles Glen Moray op zeer gespannen voet met mijn hersens staat. Ik laat mijn hoofd snel weer in het kussen zinken. Christus nog aan toe, wat heb ik een koppijn. Wat is er ook weer gebeurd, gisterenavond? Ik pijnig mijn geteisterde hersens nog wat meer, maar verder dan een groep toeristen met strooien hoedjes kom ik voorlopig niet.
"We zullen toch niet... Nee, dat is onmogelijk, zo gek kan ik toch niet zijn?" Ik draai me zo voorzichtig mogelijk om en zie dat je nog steeds slaapt. Ik wil maar dat ik me kon herinneren of er iets tussen ons gebeurd is. Niet dat ik dat spijtig zou vinden, maar ik was er dan toch wel graag bij aanwezig geweest, ook al ben je dan tien jaar ouder dan ik. Ruim twee weken slapen we nu in die camper, en voor zover ik weet is er nog steeds niets voorgevallen tussen ons. De vochtmeter leert mij ook niet al te veel. Weer drijfnat, maar dat is al twee weken zo, dus dat zegt ook niets.
Ik laat mijn hand maar waar die is en voel dat de bonzende pijn in mijn hersens even wordt verdreven door een aangenaam kloppend gevoel in mijn speeldoos. Is dat even een prachtig dilemma? Ik kan moeilijk straks aan je vragen of we gisterenavond misschien genaaid hebben. Hoe kom ik daar nu achter? Het is trouwens niet eerlijk ook, iedere keer dat ik opgewonden dacht ‘nu gaat het eindelijk gebeuren’, vertel jij mij liefjes dat ik er nog niet klaar voor ben, en dat je geen misbruik van de situatie wil maken. Ik begin er ondertussen aardig gefrustreerd van te raken. Ik heb je al een paar keer gevraagd wat er mis met me is. Dan zei je steeds dat je mij niet wilt zien als een ‘one night stand’, eenvoudigweg omdat ik geen slet ben.
Godverdomme, ik wil een nu graag een slet zijn, al was het maar voor vijf minuten. Ik kan je later altijd vertellen dat ik in de vakantie verliefd op je ben geraakt. Maar dat vermoed jij natuurlijk al, en je dekt je bij voorbaat in. Je domineert en je weet dat mijn vrouwelijke trots het mij verbiedt om het initiatief te nemen. Daarmee blijf jij in een superieure positie. Maar nu wil ik eens domineren, al is het alleen maar om je uit je evenwicht te brengen, maar ook dat zul je wel geraden hebben.
Wanneer mijn hand mij vochtige troost blijft verschaffen, voel ik dat er iets drastisch staat te gebeuren, een orgasme stapt op de stoep. Mijn benen verstrakken en ik begin onwillekeurig te persen met mijn buikspieren. De storm van buiten woedt nu ook onder het dekbed en gaat over in een orkaan waarvan het oog zich tussen mijn vingers dringt. Ik sluit mijn ogen en wacht op de climax, maar jouw hand sluit zich om mijn pols. Mijn hand wordt zachtjes weggetrokken, de ziedende orkaan achterlatend. Ik had het kunnen weten; je sliep natuurlijk weer niet.
"Je bent te ongeduldig, Suzanne”, murmel jij in mijn oor, en je steekt er plagend je tong in. Je streelt mijn hersens met die zachte gladde punt en ik voel mijn opgekropte frustratie smelten. Voor de vorm probeer ik je hand weg te duwen, maar dat lukt natuurlijk niet. De vingers van je andere hand drukken nu zachtjes in mijn liezen. Ik kronkel en draai om je vingers weg te werken, te verplaatsen misschien, maar dat lukt ook niet. De druk in mijn liezen wordt heviger, het is pijnlijk, maar dan op een zoete manier. Dan bijt je zachtjes in mijn oorlelletje, en de pijn wordt nog zoeter. Ik protesteer zwak. Dat denk ik, maar ik schreeuw. Niet van pijn echter.
Dan laat je mijn hand los en begint mijn stuitje te masseren. Mijn benen trillen nu onbedaarlijk. Je vingers masseren de storm en een draaikolk ontstaat. Een vortex waarin ik diep wil wegzinken. Dat gaat ook niet. De vingers voorkomen dat ik in mijzelf verdwijn.
"Kleine meisjes mogen niet met hun piemeltje spelen”, fluister jij in mijn oor. Ik werk mijn lichaam naar voren om je hand naar achteren te dwingen, maar je vingers volgen genadeloos. Ik schok naar voren en nu win ik. De meedogenloze vingers van beide handen ontmoeten elkaar en zinken met mij in de maalstroom. "Kleine meisjes mogen ook niet klaarkomen.”
"O jij schoft, ik houd van je”, schreeuw ik tussen je vingers door en dan verdrink ik. Ik wil verdrinken, maar je brengt mij op de punt van je tong weer boven water. De golven geven mij niet prijs en het laatste wat ik voel, is dat je tanden zich zachtjes om mijn eilandje sluiten. Dan sterf ik in je mond.
De geur van verse koffie brengt me weer tot mijn positieven. Ik houd van koffie. Ik houd nog meer van jou. Je hebt mij bewust twee weken laten darren, maar ik vind het nu niet erg meer. De hete koffie brandt in mijn mond. Mij lichaam brandt ook. Moge het nooit meer voorbijgaan. Zou ik nu gewonnen of verloren hebben?, peins ik.
"Ik houd van je”, zeg ik zwak.
"Dat weet ik, hoe is de koffie Suzanne?"
"Smaakt heerlijk."
"Jij ook”, plaag je, "wil je wat eten?"
"Jou”, kaats ik schaamteloos terug.
Het is opgehouden met regenen. Wanneer we buiten lopen, knipoogt de zon naar me alsof die zeggen wil: "Jij hebt gewonnen, Suzanne."
Ik hoop dat hij gelijk heeft, maar als ik verloren heb, vind ik het niet zo verschrikkelijk.
"Sorry dat ik zo negatief was, gisteravond”, zeg jij.
Ik moet even nadenken en zeg dan: "Ik denk dat je gelijk hebt, maar ik heb het nooit zo willen of kunnen zien. Ik wil alles nu van je horen en ik zal me van nu af aan onthouden van kritiek. Waar waren wij gebleven gisteren?"
"Je wilde dat ik je van Bouke vertelde."
"O ja, dat is waar. Wacht, dan haal ik mijn dictafoon."
Ik pak de pocketrecorder en clip de microfoon op je jack. Zelf steek ik de recorder in mijn zak. Opeens moeten wij heel dicht naast elkaar lopen, wat in februari trouwens geen kwaad kan. Ik pak je hand en je begint weer te vertellen.
In 1976 was je in contact gekomen met een Zweed, Sven Nielssen, die iedere veertien dagen naar Nederland kwam om een partij nep Omega's van je te kopen. Je verdiende niet het meeste aan die horloges, want zelfs de kruidenier gaf nu zo’n nephorloge cadeau bij een pak margarine. Aangezien je van een beetje winst niet armer werd en je die Zweed wel een aardige gozer vond, bleef je hem maar volduwen met die handel, tot het moment dat Sven je vroeg of je hem speed kon verkopen.
Amfetamine kostte in Nederland tussen de drie- en vierduizend gulden per kilo en bracht in Zweden vlot vijfentwintigduizend op. Voor de koefnoen belde je een dealer en vertelde Sven daarna dat je die speed aan hem kon verkopen voor tien ruggen per kilo. Sven was geïnteresseerd en zei dat hij wel een kilo wilde kopen om te zien of de kwaliteit in orde was. De speed zou door een koerier naar Zweden worden vervoerd. Als de kwaliteit goed zou blijken, kon hij elke week wel een kilo of twee verkopen.
Je kocht een kilo van een gerenommeerde dealer voor vijfentwintighonderd gulden en verkocht dat voor tien ruggen door aan Sven. Dat was dus smakelijk eten. En inderdaad kreeg je na veertien dagen bericht van Sven dat hij nu twee kilo wilde kopen. Je kocht de handel in en wachtte op zijn komst. Sven arriveerde in een nieuwe Volvo, zo uit de doos.
"Jan, die handel is geweldig, maar in de partij kan ik maar drieëntwintig ruggen vangen, kun je wat doen met de prijs?"
"Wanneer je per keer niet minder dan twee ki afneemt, kan ik het je voor zeseneenhalf duizend per ki verkopen.”
"Dat is uitstekend. Maar laten we het echter zo doen dat je mij de handel in consignatie meegeeft, dan delen wij de winst.”
Je rekende snel je potentiële winst uit en kwam tot de conclusie dat je aan iedere kilo twaalfduizend tweehonderdvijftig gulden zou gaan verdienen, tegen een investering van vijfentwintig meier. Dat kon wel en je stemde toe. Sven vroeg of je hem een automatisch pistool kon verkopen. Je dacht na en besloot hem toen je eigen Beretta cadeau te geven.
Terwijl Sven in het Marriot Hotel bleef wachten, nam jij de Volvo mee en kocht twee kilo amfetamine, die je samen met het pistool in de carrosserie verstopte. De koerier - een andere dan de eerste keer - reed de auto daarop terug naar Zweden. Sven nam het vliegtuig naar Stockholm. Een week later waren ze weer terug en jij ving je vierentwintig en een halve rug winst. Ging dat even appie kim?
Vier kilo werden nu in een gehuurde Ford gebouwd en tien dagen later was je vijftig ruggen rijker, tegen een marginale input. Daarna vertrok er acht kilo opgewekt naar Zweden, en nog dezelfde week belde Sven je op om je te zeggen dat je honderd twintig ruggen in Stockholm voor je klaar lagen. In één maand tijd was je bijna honderd tachtig ruggen rijker geworden, en het werd dus tijd voor een vakantie. Je trapte je vriendin je nieuwe Daimler in en het gaspedaal ervan naar de plank. Geld bleek weer eens een prima afrodisiacum, want onderweg moest je drie keer stoppen om je siliconen beborste vriendin een afstraffing op de achterbank te geven.
"Smeerlap!” gil ik jaloers, de recorder even stoppend.
"Geen kritiek, weet je nog?"
Op de boot van Fredrikshavn naar Gothenborg kocht je twee flessen whisky voor je speedrelatie. Uiteindelijk was iedere respectabele ondernemer onderhevig aan representatiekosten. Aangekomen in Gothenborg nam je een hotel en flikkerde de wagen in de parkeergarage. Het lokaal vervoer deed je verder met taxi’s. Het leek je niet zo’n goed idee om een Daimler met een Hollands kenteken voor Svens deur te parkeren.
Een Zweedse dame liet jullie binnen in een huis waar twee blinde Zweedse paarden nog geen schade aan konden berokkenen. Die paarden waren net vertrokken. Sven zat op een door motten geperforeerde divan met zijn Beretta te spelen alsof hij een Joe Dillinger-imitatie oefende. Met een kritisch oog bekeek je de niet al te schone borden op een nog minder schoon tafellaken. Wat een zwijnenstal.
"Jullie eten toch wel een hapje mee, Jan?" vroegen de blonde haren.
"Dat is erg vriendelijk van u, mevrouw, maar we hebben net gegeten. Gaat U echter rustig uw gang, we hebben totaal geen haast”.
Het echtpaar begon zich tegoed te doen aan vijfentwintighonderd gemarineerde haringen. Toen ze eindelijk met eten stopten, waren de borden toch nog schoon.
"Ik heb wat drank voor je meegenomen, Sven”, zei jij, de flessen op tafel zettend.
Aangenaam verrast beval Sven zijn eega een paar glazen te gaan pakken. Je had nog nooit eerder een matglazen drinkservies gezien. Handige glazen bovendien; ze konden niet vallen, want ze bleven aan je vingers kleven. Je stelde daarom voor om op zuiver Hollandse wijze een toast uit te brengen. Je gaf een fles aan het echtpaar en deelde de andere met je vriendin, de glazen angstvallig vermijdend. In drank spugen ze ook al niet, die Zweden; het leek wel of de bodem uit hun fles donderde. Toen hun geperforeerde levers gesmeerd waren, trok Sven een plastic zak uit een gat in de divan.
"Hier zijn je centen, Jan”, zei hij trots en gooide een stapel Zweedse kronen op de tafel, die zowat bezweek onder het gewicht. Wat een afmetingen hadden die bankbiljetten. Je begon te tellen en kwam tot de conclusie dat Sven je inderdaad het equivalent van honderd twintig duizend gulden in kronen had gegeven, maar dan wel tegen de verkoopkoers. Hij had vroeger zeker op een grenswisselkantoor gewerkt, want hiermee zou jij bij het omwisselen tien procent op de dagkoers verliezen.
"Sven, ik verlies tien procent met wisselen; dat is twaalfduizend gulden en daar ben ik niet zo groots mee. Je zult me halverwege tegemoet moeten komen.”
Sven keek een beetje sip en telde nog wat van dat pakpapier uit. "Kunnen we zestien ki op komen halen over twee weken?", vroeg hij.
"Ik denk het wel, Sven, maar doe mij nou een lol en betaal de volgende keer in guldens, want anders kan ik je net zo goed bijna vier ki voor niets geven.”
De Zweed lachte en stemde toe op de voorwaarde dat hij jouw fles verder leeg mocht drinken. De volgende morgen vertrok je met je vriendin terug naar Duitsland. Je had keurige pakjes van dat gekke geld gemaakt, maar je zat nog met een klein probleem: waar moest je het laten? Als je het in de auto verstopte en de douane in Zweden zou het vinden, kon je je net zo goed meteen bij de kit aanmelden. Je ogen vielen op de siliconenbollen van je vriendin en ineens was er ruimte zat. Met cellotape bevestigde je de pakjes met geld onder die twee titanentieten, die door de eigenaresse met moeite omhoog werden gehouden. Toen het geld op zijn plaats zat en zij haar uiers losliet, was het geld niet meer te zien. Ze kon nu bijna topless de douane door.
"Je hebt een paar zeer waardevolle tieten, Irene”, complimenteerde je het meisje, terwijl jullie zonder problemen de boot naar Duitsland waren opgereden.
Tegen een kleine vergoeding werd er door het bedienende personeel champagne en toast met kaviaar naar de luxe hut gebracht. Wat was het leven toch weer goed: lekker eten en een paar tieten die hun gewicht in goud waard waren. Je besloot een paar foto's als aandenken van die tieten te maken. Tieten omlaag, geen geld. Tieten omhoog, veel geld. Tieten met een minuscuul slipje en tieten zonder slipje. Geen slipje en een champagnefles. Irene vond alles best. De lege fles protesteerde ook niet.
In Holland liet je de foto's door een kennis ontwikkelen. Irene en haar fles Bollinger stonden er gekleurd op, dat was wel grappig, maar een flinke ton in Zweedse kronen op een blote buik geplakt, was wel een beetje erg compromitterend, dus die verscheurde je maar. Gedurende de reis naar Zweden had je gemerkt dat de nieuwe Daimler meer motorolie gebruikte dan benzine, dus je besloot je op gepaste wijze van die olieboot te ontdoen. Je belde je vriend Dolf en verkocht hem de auto voor vierduizend gulden, op voorwaarde dat hij die tenminste zes weken in zijn garagebox zou laten staan. Je gaf Dolf de autospecialist een duplicaatsleutel en reed in de Daimler naar huis.
De volgende ochtend stond hij niet meer voor je deur. Bedroefd meldde het feit op het politiebureau.
"Dat gebeurt wel meer”, zei de rechercheur en vroeg of je all-risk verzekerd was. Gelukkig was dat het geval, en zeven weken later kreeg je een keurige cheque voor zesenvijftig duizend gulden van de verzekering uitgekeerd. Het bleek dat sinds jij de auto voor vijftigduizend gulden had gekocht, de nieuwprijs van Daimlers met zesduizend gulden was verhoogd. Omdat de auto nog geen jaar oud was, moest de verzekering je de nieuwprijs uitbetalen. Met de vierduizend gulden van Dolf had je dus tien ruggen doorslag. Het kon allemaal weer niet verkeerd. Nog diezelfde week kocht je een nieuwe Jaguar.
In de tussentijd was de handel met de Zweden gewoon doorgegaan. De laatste keer had Sven zestien kilo laten vervoeren. Toen hij je belde dat hij in het Marriot Hotel op tweeëndertig kilo amfetamine zat te wachten, sprak je met hem af om hem diezelfde avond in Pino's restaurant te ontmoeten. Je had je winst al uitgerekend; met deze rit zou je kapitaal vermeerderd worden met ruim zevenhonderd zestigduizend guldentjes.
“Je zult deze keer weer naar Zweden moeten komen om je geld te halen, Jan, want ik denk niet dat we in veertien dagen tijd deze handel verkocht zullen hebben. Ik stel voor dat ik je bel zodra wij de helft van die speed verkocht hebben.”
"Dan mag ik Irene wel een paar hormoneninjecties toe gaan dienen”, zei je, en vertelde Sven hoe je het geld de laatste keer vervoerd had.
"Leuke brandkast”, lachte Sven, en bestelde nog een fles whisky. Na het drankfestijn bracht je hem terug naar het Marriot Hotel, nam zijn gehuurde Opel mee en liet je Jaguar in de garage van het hotel achter. Je reed naar je dealer en haalde tweeëndertig kilo speed op, die je die avond naar je zwagers huis bracht. De volgende morgen stapte je om zes uur in de Opel en reed naar je zwager terug.
Onderweg voelde je dat het krom zat. Je bleef in je spiegels kijken, maar je kon geen staart ontdekken. De straten waren verlaten en je reed met tachtig kilometer per uur door Amsterdam. Eenrichtingsstraten, maar dan tegen de rijrichting in. Zes keer om een rotonde en nog steeds geen auto's achter je. ‘Toch zit het fout’, dacht je. Je zwager liet je binnen en gaf je de vuilniszak met speed.
Weer rijden, maar deze keer deed je het rustiger aan. Je parkeerde de Opel in de Wibautstraat en liep naar een telefooncel.
"Is alles goed bij jou?" vroeg je aan je vriend, een garagehouder die steeds de dope in de auto's had gebouwd.
"Alles rustig hier, wanneer kom je?"
"Luister Wim, zet je horloge precies op kwart over zes als ik nu zeg. Exact half zeven rijd ik je garage in, zorg dat je klaar staat en meteen achter mij de roldeur laat zakken.”
"Denk je dat je gevolgd wordt, Jan?"
"Ik kan niets ontdekken, maar ik heb wel een vreemd gevoel. Nu!”
Je liep terug naar de Opel en alles leek rustig te zijn. Je reed kalm wat in de rondte, en klokslag half zeven scheurde je de garage in. De roldeur werd onmiddellijk achter je gesloten. Terwijl de monteur de deurbekleding aan het demonteren was, veegde jij alle vingerafdrukken van de zakken. Met enige moeite werden de deurpanelen later weer op hun plaats gezet. De ramen gingen nog maar voor de helft open. De monteur gaf je een eigengemaakte stalen haak om de raamhendels te verwijderen, en je betaalde de man voor zijn werk. Alles bij elkaar had de klus ruim twee uur geduurd.
Je reed naar het Leidseplein en zag dat de Zweden al op het overdekte terras van het hotel zaten te wachten.
"Alles in orde?" vroeg Sven.
"Ja, uitstekend. Het zit in de deuren. Hier is een haak om de raamhendels mee te verwijderen.”
De koerier die deze keer met Sven was meegelopen keek je nieuwsgierig aan. Sven gaf de koerier opdracht om te vertrekken en vroeg jou om hem naar Schiphol te willen brengen. Onderweg spraken jullie af dat Sven je zou bellen wanneer de centen klaar lagen. De code was deze keer dat de wijn lekker had gesmaakt, zodra het veilig was. Dat de wijn zuur was als het misgelopen was, hoefden jullie niet af te spreken.
Acht dagen van wachten gingen langzaam voorbij, en de volgende drie dagen leken wel drie jaar. Geen bericht van Sven. Niks, noempa, nada. Je wijsvinger was tot op het bot versleten van het draaien van het Zweedse telefoonnummer. Je was ongenietbaar; Joke bleef wijselijk uit je buurt. ‘Lekker he, vierhonderd tachtig ruggen op de wip en taal noch teken van die kankerzweed…’ dacht je. ‘Nou, hij zit óf verschut of ik ben geript. Maar als hij verschut zit, zou zijn vrouw de telefoon toch opnemen? Ik ben dus geript. Als dat zo is, slacht ik hem, al moet ik er een maand voor bij hem voor de deur liggen.
Je pakte een koffer in met kleren en een negen millimeter Heckler & Koch met een geluiddemper. ‘Voor de douane lijkt het altijd wat vertrouwder als een man met een vrouw de grens over komt in plaats van een man alleen’, peinsde je, ‘helemaal als die een snoet heeft als ik’. Dus de tieten moesten weer mee. Als Irene zich er tijdens die reis niet van bewust was dat er iets mis was, zal ze zich toch zeker afgevraagd hebben wat er verkeerd was met de achterbank van een Jaguar. Wist zij ook veel.
Iedere keer als je benzine moest tanken, probeerde je Sven te bellen. Nog steeds vergeefs, dus Irene kreeg ook geen antwoord op haar simpele vragen. In Fredrikshavn kocht je een ticket voor de boot en reed de Jaguar achter de andere wachtende auto's. ‘Die Zweedse etterbak zal toch niet echt verschut zitten?’ dacht je, ‘want dan staan ze aan de andere kant op me te wachten. Ik ben dan klaar voor een jaar of tien knäckebröd. En wanneer ik weer vrij kom, is mijn Jaguar ook niet veel meer waard.’ Je smeet de autodeur open en liep de hal van de ferryterminal weer in. Nog maar eens bellen.
Zonder hoop draaide je het nummer. Tot je niet geringe verbazing werd er ditmaal opgenomen. Er werd je iets in het Zweeds gevraagd, en toen je in het Engels antwoordde dat je die taal niet machtig was, hoorde je zeggen: "O, is that you, John?"
"Yes indeed, could I speak to Sven please?”
"I am terribly sorry, but Sven has gone to the hospital to visit his mother. I am his brother Björn, can I take a message for Sven?"
”I am really sorry to hear that your mother is ill, Björn. Nothing serious I may hope?"
”O no, she is coming home this weekend, John.”
”I am pleased to hear that Björn... O, by the way, did Sven bring you the bottle of wine I bought for you?"
Het was even stil aan de andere kant en toen klonk het aarzelend: "Yes, he did indeed, thank you very much, John.”
"Did you like that kind of wine, Björn?"
Weer die onaangename pauze.
"Yes I did, actually I enjoyed it very much, and...”
Je smeet de hoorn op de haak, sprong in de Jaguar en manoeuvreerde hem uit de file van wachtende auto's. Zo hard het voetje vegen kon reed je richting Kopenhagen. Wat een sjlamazzel, en wat een idioten, die Zweedse smerissen. Nou, in ieder geval had die Sven nog een klein boodschapje aan je door kunnen geven. Sven had je nog nooit John genoemd, maar altijd Jan. Dat was foutje nummer een. Die smeris aan de andere kant begreep natuurlijk dat de wijn een code was, maar wist niet zeker of jij Björn wel of niet kende. Hij wist zeker niet of je inderdaad wijn had meegegeven voor Björn, en zei dus maar dat die erg lekker was geweest. Maar jij had nog nooit van Björn gehoord, laat staan dat je wijn voor de illustere Björn had gekocht. Dat was dus fout nummer twee. Redenen zat om niet naar tien jaar lik te varen. Je werd al werd misselijk van de gedachte alleen, en perste het gaspedaal zowat door de bodem van de vloer.
Voor de pont naar Kopenhagen stopte je en nam je intrek in een hotel. Geen redenen voor champagne en kaviaar, ditmaal. Irene zal wel gedacht hebben dat het niet zo'n leuk reisje was als de laatste keer. Moest zij weten. Met bijna een half miljoen verlies, had je weinig te vieren. De volgende dag voer je over naar Kopenhagen.
Op het vliegveld aangekomen, kocht je een ticket voor Irene naar Holland en belde Joke op.
"Joke, luister goed naar me, schroef de achterkant van de televisie eraf nadat je de stekker uit het stopcontact hebt getrokken. Neem een Belgisch en een Italiaans paspoort mee en boek een retourtje Kopenhagen voor vanmiddag. Ik heb hier al geïnformeerd en er zijn nog zat plaatsen vrij. Boek de terugreis voor twee weken later. Steek die paspoorten in je onderbroek, maar let op dat ze niet nat worden”, probeerde je nog grappig te zijn.
Zoals altijd vroeg Joke niets. Ze beloofde je onmiddellijk te komen.
"Schaf op Schiphol alles aan wat je belastingvrij mee naar Denemarken mag nemen en koop ook wat kinderspeelgoed. Dat staat netjes voor de douane. Als je door de douane in Kopenhagen loopt, laat dan vooral niet merken dat er op je gewacht wordt. Loop regelrecht naar buiten en doe dan of jij op iemand wacht. Kijk een paar keer ongeduldig op je horloge. Na vijf minuten gewacht te hebben, begin je in de richting van de taxistandplaats te lopen. Daar pik ik je op. Heb je het begrepen?"
“Ja schat, je kunt op me rekenen. Ik zie je vanmiddag dan. Wees voorzichtig.”
"Jij ook, en goede reis.”
Nadat Irene vertrokken was, liep je naar het restaurant en bestelde wat te eten. Het smaakte je allemaal niet bijzonder, maar dat zal aan jou gelegen hebben. De tijd schoot ook niet op. Een paar uur wachten duurt lang, maar tien jaar lik duurt nog wat langer. Je had de Jaguar in de langparkeergarage gezet en met zwart isolatieband de F en de L op de kentekenplaat veranderd in twee E's. Het landenplaatje NL had je al vervangen door GB. Dat moest een vluchtige opsporing wel kunnen doorstaan, ook al was het dan wel een vreemd Brits kenteken, en zat het stuur aan de verkeerde kant.
Het kentekenregistratiebewijs en de Heckler & Koch had je onder de mat in de Jaguar gelegd. Je had de sleutels van de auto en de parkeerkaart met een ballpoint in een van de uitlaten geduwd. Je bagage liet je in de kofferbak achter. Je was snel klaar met weinig eten en liep de hal van het vliegveld weer in. Je kocht twee aparte, enkele reizen voor dezelfde dag naar Amsterdam. Je gaf keurig jouw Belgische naam en Joke’s echte naam op. Bij de bank wisselde je de rest van je Hollandse geld om voor lires en Belgische franken. Op de toiletten versnipperde je een adresboekje en een paar andere belastende papiertjes. De getatoeëerde naam op je hand dekte je met een pleister af. Op de etiketten in je kleren na was je nu klaar. Klaar voor het wachten op Joke. Natuurlijk had het vliegtuig uit Amsterdam nog een halfuur vertraging ook.
Ongeduldig stond Joke op haar horloge te kijken. Ze was beladen met plastic tassen en teddyberen. Niemand toonde meer dan de normale belangstelling voor haar, en de kust leek je wel veilig. Je liep naar een taxi en gaf de chauffeur opdracht om die wachtende dame op te pikken. Twee teddyberen en Joke hingen om je nek terwijl de taxi naar het centrum reed.
"Ik was zo ongerust, Jan, is het ernstig?"
"Het kan ernstig worden als ik me hier op laat pakken. Denemarken en Zweden zijn één pot nat, en ze zetten me natuurlijk zo op de boot naar Zweden”, zei je, nadat je het verhaal in het kort aan Joke had verteld.
"En nu?" vroeg Joke angstig.
"En nu gaan we weer naar huis, liefje. Tenminste, dat ik ga proberen. Jij hebt geen problemen, maar ik weet niet hoe ver ze in Zweden zijn. Het kan zijn dat ik al op de telex bij Interpol sta. Ik voelde het al een paar weken geleden, toen die pestzweden in Amsterdam waren. Halfvast staat de politie in Holland al op me te wachten, maar ja, we zien wel waar het schip strandt. Ik kan er nu niets meer aan doen.”
In het centrum liet je de taxi stoppen en vroeg aan de chauffeur of hij in plaats van een handvol kronen twee sloffen sigaretten, twee flessen whisky, parfum en twee teddyberen als betaling in natura wilde aannemen. De chauffeur hoefde niet lang na te denken en hield de deuren daarna ook nog voor jullie open. Om de hoek zat hij nog te zwaaien in zijn taxi, terwijl jij een van zijn collega’s aanhield. Terug naar het vliegveld. Toen het vertrek van jullie vlucht werd aangekondigd liep jij gescheiden van Joke door de immigratie. Je gaf het Belgische reisdocument aan de immigrant die het gelukkig niet al te kritisch bekeek. Dat was dan vast gelukt. Toen Joke ook veilig door de douane was, begaven jullie je op weg naar de vertreksluis.
Tien minuten voor de instaptijd kwamen er twee politiewagens met gillende sirenes aangegierd, en stopten onder het vliegtuig waar jullie in moesten.
"Einde van de rit”, dacht je treurig, en je keek naar Joke die spierwit was geworden. Je vond het beneden je waardigheid om te gaan rennen. Dat kon je Joke niet aandoen. Een halfuur later was je nog niet van de schrik bekomen. Je liet de stewardess nog maar wat drank brengen, ondertussen Joke over haar haren strelend.
"Jezus, ik bescheet mij zowat toen die politie aan kwam blèren”, bekende Joke.
"Wat dacht je van mij dan, ik weet nog niet wat die politie kwam doen, en ik wil het niet weten ook. Doe mij nog maar een zoen.”
"Je ruikt naar Nina Ricci”, mompelde Joke.
"Dat is angstzweet”, merkte jij op, Irene verwensend.
Je stond op en liep naar achteren. Op het toilet scheurde je het Belgische paspoort uit elkaar en spoelde de snippers door de wc. Je moest vijf keer doorspoelen voordat de laatste snipper verdwenen was. Je opende de toiletdeur. De stewardess keek je wat vreemd aan.
"Veel uien gegeten, mevrouw, er kwam haast geen eind aan.” Met een uitdrukking van afkeer op haar gezicht liet ze je passeren.
Toen de marechaussee op Schiphol je Italiaanse paspoort bekeek, kreeg je zowat een hartstuip. ‘Als die knul mijn ticket vraagt, ben ik er klaar voor, want daarop staat mijn Belgische naam’, paniekte je. Gelukkig kon je zo doorlopen. De enige die last had was Joke, want die moest nog even een parkeerbekeuring betalen. Je had er wel tachtig willen betalen. Je was erdoor.
"Een dezer dagen is je geluksemmertje leeg, Jan”, fluisterde Joke ’s nachts, terwijl ze aan je oor knabbelde.
"Zolang jij bij me bent, heb ik geen geluk nodig. Jij bent mijn geluk en je bent een kanjer, Joke.”
"Ben je nu niet meer bang, mijn held?"
"Hoe dat zo, mijn heldin?"
"Ik ruik geen Nina Ricci meer…” fluisterde Joke, en beet in je oor tot het bloed er uit spoot. "Luister, ladykiller, dat je andere wijven neukt moet jij weten, maar laat mij niet komen om je uit de stront te helpen als je uitgebonkt bent. De volgende keer bijt ik je oor er helemaal af. En nu ben ik aan de beurt, en je maakt je er niet met vijf minuten vanaf, reken daar maar vast op. Nina Ricci, hoe vindt je zo'n sletje…”
Hoe kon je ooit kwaad op haar worden. ‘Wat een prachtvrouw’, dacht je nog, voordat je uitgeput in slaap viel.
De volgende morgen belde je een van je sidekicks en vroeg hem of hij de Jaguar voor je uit Kopenhagen wilde halen. Hij vertrok nadat je hem erop gewezen had de tape van het kenteken te halen.
"Denk erom dat je die Heckler & Koch onder de mat vandaan haalt."
|