Homepage...
Zonde van de eerste steen
 
Autobiografie over een leven in de nationale en internationale misdaad

Een te kostbare transactie.

Deel I

“Vijf kilo”, smakte Lino om een hap malse biefstuk heen. Je had hem zojuist gevraagd hoeveel hij aan zijn contact in Milaan kwijt kon.
 “Vijf kilo? Die gabber van je is ook niet verlegen hè? Weet je zeker dat hij geen vijf *ounce* (28,35 gram) bedoelt?”
“*Dio Santo, Giovanni* - Jan stomme Hollander dat je bent. Wij Napolitanen spreken al een tijdje dezelfde taal.”
“Dat is nu precies wat mij zo verontrust. Jullie lullen over een half miljoen gulden alsof het een pond peren is.”,
“Geen peren, maar wel drie en een halve *ton* winst.”,
“Ja dat, of vijfentwintig jaar in Italië voor schut. Hoe lang ken jij die vriend eigenlijk?”, vroeg jij sceptisch.
“Het is een vriend van een vriend.”,
“Dan moet het wel goed zitten”, snoof jij laatdunkend, en keek naar een paar late eters die zich luidruchtig te goed zaten te doen aan een kilo of tien spaghetti carbonara. ‘Het lijkt wel of iedereen zijn gezicht zit vol te proppen’, dacht je. Het waren de laatste klanten in Lino’s restaurant.

Je had mij verteld hoe, nadat je Lino in Italië die dienst had bewezen met dat koperwerk, er zich tussen jullie een hechte vriendschap had ontwikkeld. Er was niet veel waar Lino niet in dealde of in betrokken was. Zijn onderwereldcontacten in Italië waren uitstekend gebleken. Maar iedere keer dat jullie voor ‘zaken’ in Italië vertoefden had je het gevoel dat je een rol in een gangsterfilm uit de jaren dertig speelde. Hoe zeer je de Italianen ook mocht, het bleef een operettevolk. De laatste reis had Lino je voorgesteld aan *Zio Ciccio*, ofwel Franco Coppola, de laatst overgebleven *Cosa Nostra* Don. Na de oorlog werd deze uit Amerika terug naar Italië verbannen. Lino vertelde de oude *maffioso* dat jij zijn beste vriend was.

Zio Ciccio werd ondanks zijn hoge leeftijd weer eens gezocht door de Italiaanse justitie. Hij was met twee *neven* ondergedoken in een appartement op de zevende verdieping van een flatgebouw ergens in Rome. De twee neven zaten je wantrouwend op te nemen, terwijl de oude Don voortdurend Engels met je wilde praten.

Voor hem was elke buitenlander blijkbaar een Amerikaan. Hij herleefde klaarblijkelijk zijn verleden wanneer hij Engels met iemand sprak.
Na een half uurtje gaf de oude man te kennen dat het onderhoud was afgelopen. Hij zei bij het afscheid dat jij nu een lid van de familie was en kuste je op beide wangen. De tijd tussen de eerste kus op je rechterwang en de tweede op je linkerwang leek wel een eeuwigheid te duren. Ik denk dat wanneer hij je slechts op één wang gekust had, je van angst dwars door het venster van de zevende verdieping naar buiten zou zijn gesprongen. Maar gelukkig had de oude man niet het idee dat je een undercover van de Amerikaanse Drugs Enforcement Agency was. Je overleefde het bezoek dus. Later was je zo trots als een aap met zeven lullen, want er waren niet veel Hollanders die konden zeggen dat ze de oude Maffia Don hadden ontmoet.

Buiten gekomen vertelde Lino je dat hij voor vijf miljoen gulden valse travellercheques aan de Don had verkocht voor tien procent van de waarde. Na aftrek van de kosten voor de drukker bleven er ruim vierhonderdduizend gulden over. Lino had de winst later prompt met je gedeeld.

Je vertelde mij dat je in een paar maanden in Italië ruim zeshonderdduizend gulden met Lino had verdiend.
 
“Lino, ik weet dat je bestaande contacten goed zijn, maar voor vijf kilo heroïne snijden ze ons aan parachuteriemen.”,
“Is Giovanni bang soms?”’ sneerde Lino, terwijl hij rest van de biefstuk naar binnen schoffelde.
“Als voorzichtig zijn automatisch ‘bang zijn’ betekent, dan ben ik inderdaad bang, ja! Ik zal je vertellen waarom, Lino. Ik weet van een insider dat er even buiten Palermo op Sicilië ongeveer vijftig ton Libanese hasj, dertig ton Marokkaanse *zero zero* en tweehonderd kilo Turkse *horse* liggen te wachten om verkocht te worden. Nou, ik kan die horse in Sicilië kopen voor vijfentwintig ruggen per *ki*. Daarom vind ik het een beetje vreemd dat jouw contact honderd ruggen per kilo wil betalen. Of hij weet niet veel van prijzen, en dat betekent dat hij geen insider is, en dat maakt hem gevaarlijk. Een andere mogelijkheid is dat hij op een *rippartij* uit is, en dat maakt het nog linker, begrijp je? En dan is er nog de niet denkbeeldige situatie van entrapment van de *DEA*.”,
“*Si, lo capisco Giovanni* (ik begrijp het, Jan) maar mijn contact wil brown sugar, en dat is op het moment niet te koop in Italië.”,
“Precies, en hij weet dat jij dat weet en dat maakt het nou juist zo gevaarlijk. Het verhaal is goed genoeg, maar als er in Holland een tekort aan een bepaald soort dope is, dan wordt er een ander merk verkocht. Het zal die junks een pestzorg zijn wat ze spuiten of roken.”,
“Italië is Holland niet. Als je er geen bestek in hebt, dan doe ik het wel alleen. Amici come prima - even goede vrienden.”,
“Je weet best dat ik je niet alleen laat gaan, Lino. Niet voor de winst, maar je bent een gabber. Ik wilde alleen dat je voor de verandering eens een beetje nadacht voordat je handelt”, zei jij.
“Met denken alleen verdien je geen geld”, dolde Lino.
“Nou, daarover verschillen wij dan duidelijk ook van mening”, sneerde je. “Goed, zeg dan maar hoe je het dacht te doen, ook al denk je dan niet zo vaak.”,
“Wat betalen we voor vijf kilo?”, vroeg Lino.
“Normaal, honderd vijftig ruggen. Maar je moet bedenken dat een kilo eigenlijk geen kilo is. Er...”,
“Wat is dat nu weer voor onzin met je ‘een kilo is geen kilo’”, viel Lino je in de rede. “Jullie Hollanders hebben ook altijd iets bijzonders.”,
“Dat is nu eens geen typisch voorbeeld van niet denken, maar van regelrechte stupiditeit”, zei jij quasi verontwaardigd. “Als je mij nou even uit laat praten, zal ik het je proberen uit te leggen. Geef eens een stuk rekenmachine, pen en papier, als je wilt.”,
Lino wenkte zijn broer Lello, die verveeld over de toonbank leunde, en liet hem gevraagde brengen. Je maakte wat berekeningen en aantekeningen. Lino zat verveeld te wachten op de uitleg.

“Lino”, begon jij toen je klaar met rekenen was, “*brown sugar* komt uit Hong Kong en zoals je weet werken zij daar met Britse maten en gewichten. Een kilo bestaat daar niet. Zij werken met ponden. Normaal zitten er twee pond in een kilo; niet zo met de Britse ponden echter, die zijn vierhonderd drieënvijftig en een halve gram. Twee ponden zijn dus negenhonderd en zeven gram. De conclusie is dat wij aan iedere verkochte kilo bijna tien procent te kort komen. Die moeten wij dus extra bijkopen en daar kunnen wij de klant niets voor in rekening brengen. Die koopt en verwacht een kilo. Iedere kilo gaat ons ruim tien procent extra kosten, dus de hele handel kost ons iets meer dan honderd vijfenzestig ruggen. En dan hebben we het transport nog”, besloot jij.

“Kan die vrachtwagenchauffeur van jou het niet voor ons vervoeren?”, informeerde Lino.
“De man wil alles voor ons wegbrengen, behalve dope.”
“Hij hoeft het toch niet te weten?”, stelde Lino voor.
“Lino, je denkt toch niet dat ik een man met een gezin een risico van tien jaar lik in Italië laat lopen zonder hem dat te zeggen. Ik dacht dat jij een *uomo d’honore* was?”,
“Lino trok een vies gezicht, en zei: “Nee, je hebt volkomen gelijk. Dat kunnen we niet doen. Weet jij iemand anders dan?”,
“Misschien, ik kan het die Tony vragen. Wat willen wij kwijt voor het transport?”,
“Zeg jij het maar”, stelde Lino voor.
“Ik denk dat tien procent van de schone winst wel redelijk is. Wat denk jij?”,
“Dus wij houden dan ongeveer driehonderd ruggen schoon over?”, rekende Lino.
“Wanneer alles goed gaat ja, maar als die koerier verschut gaat kunnen wij hem niet laten steunen. Wat kost een gemiddelde rechter in Italië?”,
Lino dacht even na en zei toen: “Als wij het door Zio Ciccio laten regelen ongeveer vijftig ruggen, maar als het goed gaat moeten wij hem dertig procent van de winst betalen.”,
“Dus in het gunstigste geval houden wij de man ruim een ton over. Dat is mij goed genoeg maar zit je dan niet in de Don zijn wijk te pieren?”
“Die ouwe vrek vind alles goed zolang hij maar verdient”, schimpte Lino.
“*D’accordo*, inkoop en transport zijn dus in principe geregeld”, somde jij op. “En wapens, hoe zit het daarmee, Lino?”,
“Ik heb een partij Beretta’s 7.65 met dempers liggen. Zwaar genoeg?”,
“Perfect. En de plaats van ontmoeting, hoe wilde je dat regelen?”,
“Ik heb een zwager die een hotel heeft in Milaan, in de Via Boschevich. Daar kunnen wij de deal ook doen als het moet.”,
 “Hoeveel zwagers heb jij eigenlijk, Lino?”
 
“O, ik kan nog wel een blik met zwagers opentrekken als het moet, wij hebben een grote familie. Ik had het zo gedacht, Giovanni: wij rijden achter de koerier aan met mijn auto en huren een andere auto in Milaan. Ik ontmoet mijn contact op een terras. Jij blijft in de auto zitten en legt de boel af. Wanneer mijn contact en ik besloten hebben dat de deal door kan gaan dan sta ik op van mijn stoel en kijk om mij heen alsof ik iemand verwacht. Wanneer volgens jou de kust veilig is dan bel jij die bar en je vraagt mij aan de telefoon. Wanneer jij mij binnen tien minuten niet belt, dan bel ik een taxi en ontmoeten wij elkaar bij mijn zwager. Is het echter *cool*, dan bel ik ook een taxi en neem mijn contact mee. Jij rijdt op een afstand achter de taxi aan en kijkt of we geen *staart* hebben. Als ik met mijn contact in het hotel ben, dan kom jij een kwartier later met de *sket*. Je hebt natuurlijk eerst mijn zwager gebeld hebt om te controleren of er geen situatie is.”,

“In grote lijnen kan ik mij daar wel in vinden, maar ik ga niet met vijf kilo van die kankerzooi over straat wandelen, om te beginnen. Ik denk ook niet dat jouw contact met een half miljoen in zijn binnenzak rondloopt. Hij zal ook wel moeten bellen om de centen af te laten leveren. Dus dat ligt dus allemaal weer een beetje gevoeliger.”,

“Wat had jij gedacht dan?”,vroeg Lino gekwetst.
“Zoals ik al zei, in grote lijnen hetzelfde. Ik stel alleen voor om de koerier vooruit te sturen naar het hotel van je zwager voordat we ook maar iets doen. Wanneer ik je niet op het terras bel omdat het volgens mij krom zit, dan vertrek jij alleen met een taxi zoals afgesproken. Ik bel dan meteen het hotel en laat de koerier met die *shit* verdwijnen naar een vriend van mij, even buiten Milaan. Wanneer het een fitup is en de kit je mocht volgen, dan is het hotel in ieder geval clean wanneer zij daar aankomen. Maar zit het goed, dan bel jij mij voordat jouw contact zijn *bagman* belt. Met een beetje geluk hebben zijn kornuiten onze gezichten dan niet gezien. We moeten namelijk ook nog weg uit dat hotel, en het liefst met de centen. Ik moet er dus zijn voordat de tegenpartij komt - al of niet met de centen. Is het eenmaal zover, dan zijn wij dus met zijn vieren in die kamer. Wanneer we het geld hebben gezien, dan blijf jij daar binnen met je contact, die de kassa bij zich houdt. Ik ga met zijn gabber naar de lege kamer van onze koerier. We zorgen ervoor dat er een jas op het bed ligt met daaronder een wapen. Dat wapen moet onder de uiterste linkerkant van de jas, met de demper de kamer inkijkend gelegd worden. Ik ben namelijk rechts en als het uit de hand loopt wil ik niet eerst een wapen om moeten draaien. Ik laat vriend klant dan de dope testen. Wanneer dat gebeurd is, bel ik jouw kamer en laat door die *sampler* bevestigen dat de handel goed is, en dat zijn maat het geld aan jou kan overhandigen. Jij bevestigt dan aan mij dat je de *monete* hebt en ik overhandig de handel. Vooraf zullen zij, net als wij, wel een codewoord ter bevestiging afgesproken hebben. Jij belt dan twee taxi’s en jullie verdwijnen in verschillende richtingen. Ik blijf in de kamer met die andere knul en wacht op je telefoontje, waarin je me zegt dat alles in orde is. Je vertelt mij dan waar je bent. Dan bel ik drie taxi’s, één voor de koerier, één voor de bagman en één voor mijzelf, en we vertrekken. De koerier gaat naar zijn auto en wacht daar op ons. Wij komen later met de centen en verstoppen die in de koerier z’n wagen.”
 
“En daarna vertrekken wij met de centjes weer naar Holland. Ik ben onder de indruk”, zei Lino triomfantelijk, een taartpunt van zijn kin vegend.

“Denken is dan zo verkeerd nog niet, hè?”,vroeg jij terwijl je het aangeboden glas grappa van Lello aannam.
Lino liep naar de telefoon en belde zijn contact in Milaan. Het gesprek werd in strak Napolitaans gevoerd, waarbij de dope werd vervangen door vijfduizend flessen Lambrusco. Je hoorde Lino zeggen dat hij over twee dagen zijn contact zou bellen nadat hij in Milaan was aangekomen. Dan belde hij af en vroeg of jij Tony wilde bellen, de koerier.
“Nee Lino, ik zoek hem wel op, want ik weet niet of zijn telefoon goed is.”,
Anderhalve dag later bevond je je in een geparkeerde Alfa Romeo op de Viale Zara in Milaan. Je zat niet alleen het verkeer te bekijken dat voor het terras langs raasde waar Lino met zijn nieuwe contact geparkeerd stond; je was vooral geïnteresseerd in wagens die stopten of wegreden, en in ogenschijnlijk onschuldig wandelende voetgangers. Wie had er ooit tegen je gezegd dat die Italianen weinig spraken? Dat moest Lino zijn geweest. Het leek godverdomme wel of zij aan hun stoelen vast waren gelast. Zwaaiende armen, en maar campari’s bestellen.
Je zat er al meer dan een uur, en begon je zorgen te maken over de mogelijkheid dat niet Lino, maar jij zelf in de gaten gehouden zou gaan worden. Tot overmaat van ramp stond je ook nog voor een bank geparkeerd. Je had het wel weer uitgezocht.
 
Toen Lino eindelijk van zijn stoel opstond en om zich heen keek, verliet je de auto en wandelde naar de dichtstbijzijnde koffiebar. Je bestelde snel een espresso en vroeg de eigenaar of je zijn telefoon mocht gebruiken. De man wees naar een telefoonautomaat. Natuurlijk had je er weer niet aan gedacht om munten mee te nemen. Je vroeg de bareigenaar om een paar *gettoni* voor de automaat. Met een verveeld gezicht telde deze op de bar vijf munten voor je uit. Je draaide je om om naar de telefoon te lopen. Tot je verbijstering zag je evenwel een Italiaan de zaak in komen die regelrecht naar de telefoon liep en begon te bellen. Het was niet te geloven. Je ging op een meter afstand van hem staan en liet de munten bij wijze van subtiele hint in je hand rammelen. De Italiaan stoorde zich echter volstrekt niet aan je. De tien minuten waren inmiddels al voorbij. Toen die telefoonmaniak eindelijk de hoorn op wilde hangen, rukte je die zowat uit zijn hand en uit de automaat. De Italiaan bekeek je met een vuile blik waarop jij nog vuiler terugkeek. “*Stranieri di merda*”, mompelde hij terwijl hij de zaak verliet.
 
“Jij hebt duidelijk weer eens geen haast, Giovanni”, zei Lino even later aan de telefoon.
“Jij anders ook niet”, reageerde je bits.
“Wat denk je ervan?”,vroeg Lino.
Je vertelde hem dat wat jou betrof de deal wel door kon gaan, omdat je niets verdachts had kunnen ontdekken. Je gaf hem het nummer van de koffiebar en hing op. Wachtend op het telefoontje vanuit het hotel hield de bareigenaar je bezig door je van alles over voetbal uit te leggen. Tegen de tijd dat je in staat was om een interlandwedstrijd te fluiten, rinkelde dan eindelijk de telefoon. De eigenaar staakte zijn monoloog en liep naar het apparaat. “È* per lei, signore*”, zei hij, en je meldde je. Lino zei dat alles in orde was en vroeg of je zo snel mogelijk wilde komen.
Je betaalde de voetbalpatroon en haastte je naar de Alfa. Het verkeer op de Via Zara stond intussen rijen dik. Het duurde dan ook een half uur om op de Corso Buenos Airos te komen. Je flikkerde de auto op een stoep en liep de Via Boschevich in.

“Signor Gianni?”,vroeg een jonge man vanachter de balie toen je het hotel in kwam.
“*Si signore*”, antwoordde jij.
“Ik ben de zwager van Lino, aangenaam. Kamer tien”, zei de jongeman, naar boven wijzend.
Je liep de trap en klopte bij de kamer aan. Lino opende de deur en liet je binnen. Hij stelde je voor aan zijn contact. Het was een al wat oudere en gezette man die je een hand gaf die aanvoelde als een kleffe drol.

“*Antonio piacere*”, stelde een weke mond zich voor. Slappe hand, weke mond en een neus die voortdurend opgehaald werd. Zwaar verkouden, een cokejunk, of beide, stelde jij stilzwijgend vast.
De tweede veronderstelling bleek de juiste te zijn toen de man de bekende gouden inhaler uit zijn zak haalde en vroeg of hij je van dienst kon zijn. “Nee, dank u, ik ben niet verkouden”, reageerde jij, waarop Lino je een verwijtende blik toewierp. In het Italiaans zei hij: “De centen kunnen nu elk moment hier zijn.”
“Het is te hopen Lino, want die vriend van je is niet echt. Dat kan een blind paard nog wel zien”, antwoordde jij in het Nederlands.
“*Cosa ha detto*?”, vroeg de Italiaanse neus wantrouwend.
“Mijn vriend zegt dat het hem een genoegen is om zaken te doen met u. Hij spreekt alleen nog niet zo goed Italiaans.”
Tevredengesteld nam de Italiaan een neusvol uit de gouden stift en bood deze zowaar opnieuw aan. Je werd niet goed van die vetbol. Er klonken voetstappen op de gang, en even later werd er op de deur geklopt. Lino stond op en liet een kopie van de neus binnen.
Het lijkt wel of ze uit dezelfde gietvorm zijn gerold, dacht jij. Heet zeker ook Antonio. Na de verplichte ceremonie en het uitwisselen van slappe handen maakte Antonio due op verzoek van de neus een koffertje open en begon het geld uit te tellen. Vijfhonderdduizend gulden. En natuurlijk weer in lires.
“Lino, we verliezen tien procent aan het wisselen van dat monopoliegeld, heb je ze dat uitgelegd?”
“Ja maar zij konden op korte termijn de rest van dat geld niet meer bij elkaar krijgen en vroegen of het goed was dat zij dat de volgende reis betaalden.”
“Zo begint het altijd, de volgende keer is het weer wat anders.”
“Houdt die tien procent maar van mijn portie af”, stelde Lino voor.
“Doe niet zo achterlijk. Samen uit, samen thuis. We zien het wel weer. Waar hangt onze koerier eigenlijk uit?”
“O, die zit bij mijn zwager in de kamer naar voetbal te kijken.”
“Als ik het niet dacht”, mompelde jij, en vroeg Lino in welke kamer de *smack* lag.
“Hiernaast op twaalf”, zei Lino in het Nederlands, waarop de twee Antonio’s jullie wantrouwig bekeken.
‘Ze hadden allebei een bolhoed op moeten hebben’, dacht jij, ‘dan waren het precies Jansen en Janssen uit Kuifje geweest.’

“Zullen wij naar de handel gaan kijken?”, vroeg jij Antonio due, die gretig knikte. Jullie liepen naar kamer twaalf, die stom genoeg niet op slot was. Er lag een lange zwarte lerenjas op het bed. Gezellig ging jij er naast zitten en trok de plastic tas onder het bed vandaan. De Italiaan keek op zijn horloge. Je overhandigde hem de tas en leunde achterover tegen de muur. Antonio *due* vroeg of je het niet als een belediging zou opvatten wanneer hij de handel even testte. Jij schudde je hoofd, terwijl de Italiaan uit zijn binnenzak een stuk zilverfolie haalde. Daarna maakte hij een pak open en haalde er een ouncezakje uit, opende dat en strooide een paar korrels op het zilverpapier. Met een gouden aansteker hield hij een vlam onder het zilverfolie en verhitte de korrels. Hij begon de rook die van de folie begon af te walmen met een gouden sigarettenpijpje te inhaleren. Nadat het laatste restje opgejaagde draak in de neus was opgegaan, legde hij zijn aansteker op tafel en keek weer op zijn horloge.
 
Lekker stel, gruwde je in stilte: de een duwt zijn neus vol met meel, terwijl de ander er bruine suiker in laat verdwijnen. Ze kunnen wel een banketbakkerij beginnen. Vergeet de gouden aansteker, coke-inhaler en sigarettenpijp maar. Dit zijn wat je noemt een paar gouden neuzen. Maar wat zit hij toch steeds op zijn ‘gouwe’ klokkie te kijken? De Italiaan legde het folie op de tafel en zei dat hij nu zijn maat zou bellen om te bevestigen dat de handel in orde was. Hij liet zich verbinden met kamer tien en sprak een paar woorden in de hoorn, waarna hij deze aan jou gaf.
 
“Is het in orde Giovanni?”, klonk Lino’s stem in je oor.
“Tot zover wel, maar ze hebben zeker haast, want mijn kamergenoot hier zit voortdurend op zijn klokkie te kijken. Ik denk dat er wat gaat gebeuren, Lino.”,
“Vreemd, ik heb precies hetzelfde gevoel. Let je op, *Giannino*?”, zei Lino bezorgd. Je gaf de hoorn terug aan de Italiaan, die hem oplegde.
“Is het goed als ik het nog een keer test?”, vroeg deze.
“*Certo*”, antwoordde je.
De Italiaan strooide nog wat korrels op de folie, terwijl jij onopgemerkt je hand onder de leren jas liet glijden.
‘En nu gaat het fout’, dacht je. Je greep de kolf en met je duim duwde je de veiligheidspal om. ‘Niemand test twee keer uit hetzelfde zakje. Dat kan ik als leek nog wel begrijpen. Ik hoop maar dat Lino bij de les blijft.’
 
“*Accendiamo*”, hoorde je de Italiaan zeggen. Hij stak zijn hand in zijn binnenzak om zijn aansteker te pakken. Maar die lag nog steeds op tafel.
 
De Beretta kuchte verlegen toen je hem in zijn maag schoot. De reusachtige Luger was al halverwege de jaszak van de Italiaan. Het enige geluid dat had geklonken was het slaan van de slede van de Beretta. De Italiaan slaakte een kreet en viel achterover. Je schoot naar hem toe, duwde de Beretta in zijn mond en trapte twee keer op de hand met de Luger. Na wat gekraak trok je het wapen uit zijn hand, of wat daar nog van over was. Antonio due rochelde wat, er niet in slagend de geluiddemper probeerde door te slikken.
 
“Schreeuw nog een keer en ik schiet je een gat in je keel waar een gouden Ferrari doorheen kan rijden”, siste je hem toe.
 
De Italiaan kronkelde in elkaar, terwijl hij met zijn bebloede handen zijn maag bedekt hield. Op dat moment hoorde je schreeuwen in de aangrenzende kamer. Je trok de riem uit de man’s broek en haalde de stropdas van zijn nek. Terwijl je zijn bloederige handen met zijn stropdas vastbond kwam Antonio *uno* gevolgd door Lino de kamer in. Het gezicht van de eerste neus was nu één bebloede massa. Lino dreef de Italiaan, die het koffertje met geld droeg, voor zich uit.
Uit de nek van Antonio Uno was een Beretta gegroeid, waar Lino met zijn rechterhand aan vastzat. Zijn andere hand omvatte het heft van een mes dat in zijn eigen borst was geplant.
 
“Ik hoorde het lawaai hier en trapte dat stuk ongeluk in zijn gezicht. Toen ik wilde bukken om de koffer met geld te pakken, stak dat kreng hier een mes in mijn flikker. Gelukkig kon ik een schemerlamp pakken om zijn gezicht een beetje bij te lichten”, zei Lino, terwijl hij zijn Italiaan een slag met de Beretta achter zijn oor gaf. De getroffene besloot spontaan tot een time-out.

Jij begon de niet zo schone slaper te fouilleren en haalde een met riemen aan zijn schouders bevestigde *lupara* tevoorschijn.

“Nou dat was dan op het kantje af. Hoe voel je je, Lino?”, vroeg je. Ondertussen bond je de handen van Lino’s Antonio met zijn stropdas op diens rug.
“Giovanni, je moet dat mes er voor me uittrekken, want ik verrot van de pijn. Ik heb het zelf al geprobeerd, maar ik ga zowat tegen de vlakte als ik het ook maar aanraak. We moeten ook zo snel mogelijk van wiek ook.”
“Vertel me wat. Maar ik denk dat je dat mes beter even kan laten zitten. Weet je zwager misschien een vertrouwde arts?”
“Ik denk het wel, maar wij kunnen die twee gekken hier niet voor hem achterlaten.”
“Doen wij ook niet”, zei jij, terwijl je uit het raam keek. “Er staat een Lancia voor de deur met één man achter het stuur en één achterin. Dat zullen er dus op zijn minst drie zijn. Is er een andere uitgang in dit hotel?”
“Er is een binnenplaats achter het hotel. Daar kunnen wij door een poort naar buiten.”
“Lino, haal even die schemerlamp uit je kamer. Ruk dan onze koerier bij de tv vandaan, laat hem die Alfa ophalen en zeg hem op ons te wachten bij die poort. Vertel je zwager dat hij de kit belt zodra wij hier weg zijn. Hij moet zeggen dat hij de kamers had verhuurd aan deze twee heren. Toen hij een schot hoorde, heeft hij meteen de politie gebeld. Ik maak ondertussen de rest in orde”, zei je, en je gaf Lino de autosleutels. “Maar als ik geen schot heb gehoord, hoe kan mijn zwager het dan hebben gehoord?”
“Misschien zijn er nog wel andere mensen in het hotel”, wierp Lino tegen.
“Schiet nu maar op en laat mij de rest regelen”, beval je, terwijl je een schemerlamp van een nachtkastje pakte. Je trok de stekker uit het stopcontact, sneed met je mes de draad eraf en begon de isolatie van de beide uiteinden af te pellen.
Toen Lino even later terugkwam met zijn schemerlamp herhaalde je deze procedure. Je verbond de blanke uiteinden van de twee stroomdraden met elkaar en begon vervolgens de zakken van de nog altijd bewusteloze Antonio Uno na te zoeken. Geen resultaat, maar in de zakken van de kermende Antonio Due vond je een gouden Cartier pen. Je trok de draden van de kabel uit elkaar en draaide het blanke uiteinde van één der draden strak om de duim van Antonio Uno. Het andere uiteinde verbond je met de clip van de Cartier pen. Toen draaide je de geboeide Antonio Uno op zijn rug en zette een stoel over zijn hoofd. Je prikte een gat in zitting en trok de draad er met de pen er doorheen tot die boven het hoofd van de bewusteloze bungelde.
Met een handdoek nam je vijf zakjes horse uit het geopende pak en stopte die zakjes in de binnenzak van de onschone slaper. Een lege bloemenvaas vulde je met water waarmee je de kleren van de bewusteloze doordrenkte. Die begon nu weer bij zijn negatieven te komen. Hij sloeg zijn ogen op en keek niet-begrijpend om zich heen.
“Weet je nog wat er gebeurd is, grapjas?”, vroeg je.
De Italiaan sloot zijn ogen weer en dacht blijkbaar na. Toen knikte hij.

“Doe je mond open zo wijd als je kan”, beval jij hem. De Italiaan keek omhoog en hij begreep niet waarom er een pen boven zijn hoofd bungelde.
“Wijder open, anders schiet ik je kronen je keel in”, zei je, terwijl je de Beretta tussen zijn kaken schoof. De mond ging verder open en jij liet de pen in zijn mond zakken tot deze op een centimeter of twee van zijn huig hing.
“Ik zou mijn mond maar openhouden als ik jou was”, raadde jij hem aan, terwijl je de stekker weer in het stopcontact stak. “Tevens zou ik ook maar stil blijven liggen, want wanneer je handen bewegen, gaat de pen ook slingeren. Jij wordt dan de eerste Italiaan met laserogen. O ja, ik weet niet waarom ik het zeg, maar probeer je hoofd ook stil te houden en vooral niet te slikken.”,
Op dat moment kwam Lino weer de kamer in. Hij keek verwonderd naar het stilleven en vroeg: “Wat is dat in hemelsnaam, Giovanni?”,
“Ik ben heel vroeger bedradingmonteur geweest, en heb altijd al eens een elektrische stoel willen maken. Wanneer dat varken beweegt, slaan zijn stoppen door.”
“Jezus Christus”, reageerde Lino geschrokken. “We kunnen ze toch wel meenemen en onderweg dumpen?”
“Ben je vergeten dat ze alle twee je telefoonnummer hebben? Wat wou je doen wanneer zij het in hun hoofd krijgen om verhaal te komen halen? Ik heb geen zin om de rest van mijn leven achterom te moeten kijken. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Laten wij het maar op mijn manier doen; uiteindelijk zijn we ook nog niet weg hier. Weten die pleurislijders dat de eigenaar van dit hotel je zwager is?”
“Nee, absoluut niet. Ik heb hem moeten vertellen wat er gebeurd is. Hij zou de politie bellen nadat hij het schot had gehoord. Tony staat al bij de poort te wachten met de Alfa.”
“Okay, dan zullen we nu maar aanstalten maken”, besliste je, en haalde het magazijn uit de Beretta. Je schroefde de demper van het wapen en stak die in je zak. Je drukte een verse kogel uit het magazijn en stak die omgekeerd in het uiteinde van de loop. Daarna wrikte je de huls eraf. De kogel stak je in je zak en laadde vervolgens het wapen door zodat de kogel uit de kamer in je hand sprong. Die stak je terug in het magazijn. De lege huls stak je in de kamer. Het magazijn ging weer in de kolf.
“Neem jij die andere gifbak mee, Lino, dan kijk ik of de gang leeg is.”

Terwijl jij je daarvan overtuigde gooide een van pijn kreunende Lino de kermende Antonio Due over zijn goede schouder alsof het een zak arme turf was.

“Lopen maar, de gang is leeg. Wacht voordat je de binnenplaats oploopt. Ik kom zo.”
Je pakte de zak met dope, het geld en de jas. Je wachtte tot Lino zo ongeveer bij de uitgang moest zijn en knipte alle lichten in de kamer uit.
“Je hebt een doorslag”, zei je tegen de achterblijvende Italiaan. “Wanneer je beweegt, gaat het licht vanzelf aan en hoef jij de kamer in ieder geval niet meer te betalen”, grapte je, en schoot het pistool af.
De knal was hard genoeg om gehoord te worden, en dat gold ook voor het loeien van de Italiaan. Je trok de deur achter je dicht en haastte je de trap af, de demper weer op het wapen terugschroevend.
Lino’s zwager stond in de hal te wachten en trok je mee naar de binnenplaats. “Alles is rustig en Lino zit al in de auto.”,
“Het spijt me voor alle last die wij u bezorgen, signore”, verontschuldigde jij je.
“Geen last, zonder Lino had ik dit hotel ook niet gehad”, verzekerde Lino’s zwager je. “Letten jullie wel op, signor Gianni, want er zijn twee mannen uit de Lancia gestapt en die lopen nu steeds heen en weer.”
“Vriendelijk dank, signore, en hopelijk tot ziens onder betere omstandigheden.”,
“*Auguri et arriverderla*”, wenste Lino’s zwager je geluk, de poort achter jullie sluitend.

Godverdomme, vloekte je inwendig, die klanten hebben het schot natuurlijk ook gehoord. Toen je voorin de auto stapte vroeg je aan Lino: “Had jij soms het licht van jouw kamer ook uitgedaan?”
“Si, en er rende net een knakker weg hier”, bevestigde Lino.
“Dan mogen we wel opschieten nu. Rijden, Tony!”, schreeuwde je. De spanning begon nu haar tol te eisen. Tony roste de Alfa de smalle straat in achter het hotel, en knalde bijna op een witte Lancia die net de hoek om kwam blazen.
“Daar heb je ze!”, schreeuwde Lino. Je keek achterom en zag dat de Lancia veel sneller was dan de Alfa.
“Kun je niet door hun voorruit schieten, Lino?”, schreeuwde je.
“Ik weet wel wat anders”, zei Lino. Hij opende het achterportier en trapte de gewonde Italiaan de auto uit. Toen brak pas echt de hel los. De achtervolgende Lancia probeerde de op straat geworpen man te ontwijken, slaagde daar niet in en knalde op een rij geparkeerde auto’s. Er holden een paar voorbijgangers naar de Lancia. Het gehamer van een aantal submachinepistolen overstemde de verkeersdrukte. Tony scheurde de Alfa de hoek om, en algauw werden jullie liefderijk opgenomen in het verkeer op de Corso Buenos Airos. Sirenes loeiden in de verte.
“Zio Ciccio”, zei Lino zachtjes.

 

 

Primecrime
Primecrime
Microsoft
Marktplaats
Relatieplanet
Multicomms
Regenboogbrug
Google
Telegraaf
Informatique
Trouw
Zibb
Bizz
Bol
Amazon
HP
Samsung
Sony Ericsson
GSM Web
Nokia
RTL
Elsevier
Kro
Avro
Vpro
Vara
 
 Een unieke website voor een uniek boek
Klik om iets unieks te zien...
 Een unieke website voor een uniek boek