Homepage...
Zonde van de eerste steen
 
Autobiografie over een leven in de nationale en internationale misdaad

Een vriend wordt als een ei bekeken
Het beste moet van binnen steken.

“Giovanni, jij weet wie mijn zwager heeft vermoord, nietwaar?” vroeg Lino je een paar weken later.
“Als ik dat wist, zou ik het je zeggen, Lino”, antwoordde je hem ongelukkig.
“Misschien zou je het me wel willen zeggen, maar ben je bang voor de gevolgen. Niet dat ik je er van verdenk dat je er ook maar iets mee te maken hebt, maar je kunt wel bang wezen voor die ouwe stinkkerel. Je zou de eerste niet zijn.”
“Welke ouwe stinkkerel?”
“Zi’Ciccio, natuurlijk. Wie anders? Je denkt toch niet dat ik helemaal van de pot gerukt ben?”
“Hoe kom je er toch bij, Lino? Ik weet net zoveel als jij - ook niks, dus”, verdedigde je je.
“Maar je weet wel wie er geschoten heeft toen ik ziek bij die ouwe aasgier lag. En daar hoor ik ook niets over.”
“Godverdomme, Lino, ik heb je al een paar keer verteld dat ik de Don heb moeten zweren dat ik niets zou vertellen van wat er toen is voorgevallen. Waarom laat je me niet met rust?”
“Omdat ik zelf ook geen rust heb. Ik ben ervan overtuigd dat die ouwe dief er meer van weet. Het feit dat jullie me allebei niet vertellen wat dat schot te betekenen had, kan voor mij maar één ding betekenen. Ik neem het jou niet kwalijk, maar ik had wel meer loyaliteit van je verwacht.”
“Iedereen verwacht dat ik loyaal ben, maar zelfs al zou ik je vertellen wat er werkelijk gebeurd is, lost dat toch niets meer op. Je weet dat ik van het gebeurde met je zwager ook doodziek ben. Verder dacht ik dat de Don toch ook jouw vriend was.”
Was, dat is juist, ja, maar eens temeer is gebleken dat die ouwe rat niet te vertrouwen is. Ik zal je eens een verhaal vertellen. Misschien ga je de dingen dan wat anders zien.”

Lino zweeg even, keek je peinzend aan en vroeg: “Je weet wie Salvatore Giuliano was hè?”
“De Robin Hood van Sicilië, bedoel je?”
“Esattamente, die bedoel ik,” bevestigde hij. “Weet je ook hoe die aan zijn eind gekomen is?”
“Ik dacht dat hij verraden is door zijn neef Pisciotta. Die had hem opgezet voor de carabinieri die Giuliano toen vermoord hebben. Ik meen te weten dat Pisciotta later in de gevangenis van Palermo zelfmoord heeft gepleegd.”
“Weet je waarom Giuliano moest sterven, Giovanni?”
“Ik geloof dat hij de schuld kreeg van dat bloedbad in Portella della Ginestra, al denk ik persoonlijk niet dat hij daarvoor verantwoordelijk was.”
“Je weet veel, Giovanni, maar je weet niet alles. Het was de christen-democraten na de oorlog een doorn in het oog dat het communisme en het socialisme zich zo aan het verspreiden waren op Sicilië. Verschillende regeringsleiders die nauwe contacten met de Maffia onderhielden, vroegen een invloedrijke don of die er iets aan wilde doen. Net als andere amici degli amici hadden die Dons last van Giuliano. Door zijn voortdurende overvallen op transporten en kazernes van de carabinieri werden er steeds meer carabinieri naar Sicilië gestuurd.

Daardoor werden de families ernstig belemmerd in hun affari en het verdere uitmelken van de kleine landpachters. Daarbij kwam ook nog dat Giuliano geen enkel respect betoonde aan de families; eigenlijk had hij regelrecht schijt aan ze. En intussen was hij een volksheld geworden. Dat stond de kerk weer niet aan, want die werd geacht weldoener van het volk te zijn, ook al is diezelfde kerk eeuwenlang het verlengstuk van de maffia geweest. Waar de maffia met geweld tekort schoot, stapte de kerk in met het orakelen van hel en verdoemenis voor de arme boeren. Niet zo vreemd overigens, want de families deden altijd ruime schenkingen aan de kerk. De conclusie was dat de families gezichtsverlies hadden geleden door de oppositie van Giuliano, en dat de kerk aan macht inboette door het verspreiden van communisme en socialisme. Daarbij hadden de gelovige boeren een nieuwe profeet gevonden in Giuliano, die daadwerkelijk iets aan hun misère deed.

Het eeuwenoude machtsevenwicht op Sicilië lag danig in de kreukels en moest dus hersteld worden. Al hadden regering, kerk en maffia totaal verschillende beweegredenen, ze legden hun handen op een gezamenlijke buik. De zondebok was Giuliano, en die moest dus verdwijnen. Dat was echter makkelijker gezegd dan gedaan, want Salvatore Giuliano had met zijn boerensluwheid ook nog het geluk van de duivel. De maffia zette toen dus een duivels plan op. De intriges van de Borghia’s waren kinderspel vergeleken bij dit kuipen van de maffia. Pisciotta, neef en rechterhand van Salvatore, werd benaderd door een priester die gestuurd was door de maffia. Die priester vertelde aan Pisciotta dat Giuliano amnestie van Rome zou krijgen wanneer hij een bijeenkomst van communisten zou verstoren. Dit moest zonder enige vorm van geweld gebeuren. Pisciotta, die aan zag komen dat de dagen van de vrijbuiterij van Giuliano geteld waren, verwelkomde de mogelijke amnestie voor zijn geliefde neef, en slaagde erin Giuliano te overtuigen.

Toen de dorpelingen van Piani dei Greci en San Giuseppe Jato voor een reünie de bergen introkken, lagen de mannen van Giuliano in een hinderlaag in de pas, genaamd Portella della Ginestra, ofwel ‘de kleine deur van brem’. Giuliano’s mannen hadden opdracht om met machinegeweren over de hoofden van de dorpelingen te schieten om ze zo uiteen te drijven. Wat er precies gebeurd is, weten maar weinigen, maar toen het vuur geopend werd, vielen er mensen als witjes.

Honderden dorpelingen vluchtten in paniek weg, terwijl anderen achterbleven om hun vermoorde geliefden of kinderen te bewenen. Het moet een vreselijk bloedbad zijn geweest. Er waren meer dan twintig doden en evenzoveel gewonden. Giuliano huilde en wilde aanvankelijk zelfmoord plegen. Hij begreep dat het een val was geweest die hem het respect en de affectie van het volk zou doen verliezen. Hij was radeloos van verdriet en woede en zwoer wraak tegen de maffia die hij, zeer juist, als de ware schuldige zag aan de slachtpartij.

Giuliano vermoordde eigenhandig de beide machinegeweerschutters, omdat hij vermoedde dat deze waren omgekocht door de arglistige families. Er braken nu zware tijden voor hem aan. De kerk verkondigde dat onschuldige gelovigen waren gevallen door de moordenaarshand van Giuliano. De regering loofde een beloning uit voor informatie die tot arrestatie van Giuliano zou leiden, en beloofde de bendeleden amnestie als ze zich vrijwillig zouden overgeven. Getuigen tegen hun bendeleider was daarbij een voorwaarde. De lachende derde – de maffia - verkocht haar ‘bescherming’ intussen weer aan boeren en pachters.

Pisciotta, die wist dat ook zijn dagen nu geteld waren, wendde zich in wanhoop weer tot de priester. Deze vertelde hem dat er een nu een machtsstrijd gaande was tussen de meest invloedrijke families. Een uit Amerika verbannen Don van de Cosa Nostra was aangezocht om hierin te bemiddelen. Het verhaal gaat dat Pisciotta de priester vroeg of deze Don niet zou willen helpen om Giuliano van blaam te zuiveren, of Giuliano en hem naar Amerika te laten ontsnappen.

De priester bracht het verzoek over en een ontmoeting tussen de Don, Pisciotta en Giuliano werd gearrangeerd. Ook hiervan kent niemand de precieze toedracht, maar in het huis waar Giuliano en Pisciotta op de Don wachtten, moet op een zeker ogenblik een schot zijn gelost, en niet veel later werd het levenloze lichaam van Giuliano op straat gegooid. Tientallen carabinieri zouden zijn komen aanrennen om het lijk met kogels te doorzeven. Pisciotta werd naar de Ucciardone-gevangenis in Palermo gebracht, waar hij verscheidene keren door de Don zou zijn bezocht. Een paar weken later werd Pisciotta dood in zijn cel gevonden. Vergiftigd.”

Lino pauzeerde even: “En weet je wie de Don was die door Rome was gestuurd, de Don die Giuliano zou ontmoeten en de Don die Pisciotta in de gevangenis heeft bezocht?”
“Don Franco?” vroeg jij ontdaan.
“Precies. Het is nooit bewezen dat hij de hele sting voor Giuliano gearrangeerd heeft, maar het geeft wel te denken, hè Giovanni?”
“Maar waarom deed je dan in vredesnaam zaken met hem?” vroeg jij.
“Je kunt in dit leven niet altijd kieskeurig zijn, en het voorval met Giuliano is van ver voor onze tijd. De Don moest zijn machtspositie wel veilig stellen, want Mussolini had tijdens de oorlog gezworen de maffia uit te roeien. Hoewel hem dat nooit gelukt is, heeft Mussolini hen wel gevoelige verliezen toegebracht. De Don zag zijn kans schoon om aan de top te komen en kun je hem dat kwalijk nemen? Ik weet het niet. Wat zouden wij doen als we door een derde in onze zaken belemmerd werden? Ik heb er vaak over gedacht, maar ik kom er niet uit. Nu is het anders, want hij heeft mijn zwager laten vermoorden.”

Je verkeerde in tweestrijd, maar besloot Lino uiteindelijk het hele verhaal te vertellen om hem voor een ernstige fout te behoeden. Lino luisterde zonder je te onderbreken. Toen jij je relaas had afgerond, zei hij: “Ik wist het wel. Hij is dus verantwoordelijk voor mijn zwagers dood.”
“Hoe kun je dat nu zeggen, Lino? De twee carabinieri die je zwager hebben vermoord, zijn dood. De Don heeft er één eigenhandig afgemaakt, en de ander met zijn oor in zijn mond laten begraven. Daarnaast hebben Francesco en Luigi min of meer mijn leven gered.”
“Denk je dat de Don de twee carabinieri ook zou hebben vermoord als die nog voor hem van waarde waren geweest? Alles wat die twee gedaan hebben, gebeurde in opdracht van hun maresciallo, die op zijn beurt weer moest gehoorzamen aan de Don.”

“Maar niemand heeft toch kunnen voorzien dat het allemaal zo zou lopen?”, protesteerde je.
“Misschien niet, maar de Don bouwt altijd alle zekerheden in die hij maar bedenken kan. Hij is niet voor niets tachtig geworden. Hij is een overlever. Hij heeft ons ervoor gebruikt om zijn concurrentie uit de weg te laten ruimen. Hij speelt altijd iedereen tegen elkaar uit, en komt steeds als enige overwinnaar uit de strijd. Alleen zal het deze keer anders lopen voor dat ouwe secreet. Hij zal boeten voor mijn zwagers dood en voor het feit dat hij ons gebruikt heeft en nog steeds wil gebruiken. Natuurlijk is hij in jou geïnteresseerd. Je spreekt vijf talen en je bent geen Italiaan. Jij kunt regelen wat je wilt en gaan en staan wáár je maar wilt, waar een Italiaan achterdocht zou wekken en tekort zou schieten door een gebrek aan talenkennis. Maak je intussen geen illusies, caro. Je bent waardevol zolang de Don je denkt te kunnen gebruiken; daarna ben je waard wat er hier op mijn hand ligt, en dat is niets. Ik zal hem opknappen.”
“Hoe kun je er nou denken het tegen die man op te kunnen nemen? Dat is een strijd die we nooit kunnen winnen.”
“Wij?” vroeg Lino verwonderd. “Zou je mij dan helpen?”
“Wij zijn er samen aan begonnen, en ik ben misselijk van wat er allemaal gebeurd is. Ja, ik zou je wel willen helpen, maar hoe weet ik niet. We staan alleen tegenover velen.”
“Niet echt, Giovanni, niet echt. Ik heb een vaag idee en als je mij met een paar technische problemen zou willen helpen, zou het wel eens kunnen lukken. Eerst wil ik je nog wat vragen. Heb je wel eens van de Camorra gehoord?”
“Nee. Wat is dat?”
“De Camorra is de Napolitaanse tegenhanger van de maffia. Er zijn echter een paar wezenlijke verschillen. Niemand weet precies wanneer de maffia ontstaan is. De meningen lopen daarover uiteen. De een beweert dat de maffia is ontstaan tijdens de Moorse bezetting van Sicilië, terwijl anderen de oorsprong denken te kunnen plaatsen tijdens de Napoleontische overheersing.
 
Hoe dan ook, de Camorra is veel ouder. De maffia wordt geacht een geheim genootschap te zijn, maar de boeken staan er vol van, dus zo geheim is de maffia ook weer niet. Over de Camorra heeft geen mens ooit een boek kunnen lezen. De maffia was een verzameling van families die elkaar de macht betwistten en regeerden door terreur uit te oefenen op boeren die geen enkele verdediging tegen ze hadden. Nu heeft de maffia zijn kapitaal geconsolideerd en dat in legale ondernemingen als bouwbedrijven en banken gestoken. Maar de machtstrijd is nog altijd gaande. Dat kan ook niet anders, want Sicilianen zijn het nog nooit met elkaar eens geweest op Sicilië. De Maffia uit Palermo vocht op leven en dood met de families uit Catania en Messina. Trapani en Monreale lagen elkaar ook al niet zo erg. Eigenlijk bestaat de maffia helemaal niet, het is een noemer voor bendes die het onderling nooit eens waren, al willen de kranten en boeken je anders doen geloven.”

Lino vervolgde: “De omerta is geen erecode, maar een zwijgplicht die op angst gebaseerd is. De Camorra daarentegen is een hechte organisatie die al eeuwen bestaat. Anders dan haar kapitaal te vergaren door middel van geweld en onderdrukking alleen, heeft zij zich verrijkt door middel van sluwheid, inventiviteit, arglist en protectie. Nu hebben de maffia en de Camorra één ding gemeen: ze haten elkaar als de pest. En daarvan gaan wij profiteren. Het is al eerder gebeurd dat de Camorra de maffia door middel van hun Amerikaanse filiaal, de Cosa Nostra, manipuleerde.

Toen Charly ‘Lucky’ Luciano na de oorlog uit Amerika terug naar Sicilië verbannen werd, droogden al na korte tijd zijn inkomsten uit de Amerikaanse syndicaten, op. Luciano werd in het leven gehouden door de Cosa Nostra, en dat was alles. Toen een van zijn vertrouwelingen, Joe Adonis, overkwam om hem wat geld te brengen, vroeg Lucky hem waarom de zaken zo slecht gingen. Joe vertelde hem dat Vito Genovese, die – je raadt het al - een Napolitaan was, Lucky’s zaken nu runde.

Lucky reisde daarop naar Napels, en ontdekte dat Vito tijdens de oorlog in Napels een bevoorradingsorganisatie voor drugs had opgezet. Je begrijpt natuurlijk dat dit met de Camorra geregeld was. Vito kocht in van zijn eigen mensen in Napels en verkocht aan én met de Cosa Nostra in Amerika.

Ik kan me de benaming voor deze commerciële strategie niet herinneren, maar het heeft iets met walletjes, eten en twee te maken. En nee, Vito Genovese was geen bikker.

Hoe dan ook”, vervolgde Lino, “Lucky gaf zijn wetenschap door aan zijn boezemvriend Joe Costello, die beloofde er iets aan te zullen doen. Costello, die vrij hoog in de Cosa Nostra zat, besprak het met de andere families, maar hij bereikte er niets mee. De families verdienden aan Genovese. Het feit dat Vito Genovese Napolitaan was, veranderde er niets aan. Geld sprak de duidelijkste taal en Genovese werd steeds machtiger. Een diep teleurgestelde Luciano, die steeds armer werd, besloot toen zijn memoires te laten publiceren. Het syndicaat in Amerika kreeg hier lucht van en Vito Genovese plaatste een contract op Luciano. De gepubliceerde versie van het gebeurde is dat Luciano overleed aan een hartaanval op het vliegveld in...jawel, Napels. Dat zal ook wel zo zijn als er strychnine door je koffie is gemengd”, beëindigde Lino zijn verhaal.

Je had aandachtig geluisterd, maar begreep nog niet waarin voor jullie nu dat voordeel zat. Je ventileerde je twijfel, waarop Lino zei: “Je ziet dat zelfs een zogenaamd hechte, chauvinistische organisatie van Siciliaanse oorsprong - de Cosa Nostra - gerund of ten minste gemanipuleerd kon worden door de Camorra. Natuurlijk is alles wat ik net verteld heb geschiedenis, en je moet niet denken dat ik de pretentie heb om de Cosa Nostra te runnen. Maar met de hulp van de Camorra zie ik wel een mogelijkheid om wraak te nemen. Het zal niet in een week gebeurd zijn, en daarom wil ik eerst die maresciallo opknappen.”

“Je bent nogal wat van plan, Lino. Je wilt Franco Coppola aanpakken en hup, dan ook maar meteen de carabinieri uit de weg ruimen. Je bent nou toch eenmaal bezig, of niet soms? Wilde je verder nog iets? De Brigata Rossa misschien, of de Calabrese Drangheta? De PiDue?”

“Toevallig dat je daarover begint. Nee, dat niet hoor, maar we zullen wel hun hulp kunnen gebruiken bij de uitvoering van ons plan.”
“Ons plan? Toe maar weer. En over wiens hulp heb je het?”
“La Brigata Rossa”, antwoordde Lino.
“Ach, schei nou toch alsjeblieft uit, Lino. Ik heb je gezegd dat ik je wilde helpen, maar toen wist ik nog niet dat je een revolutie wilde beginnen. Ik ben dik tevreden met het leven dat ik leid en de poen die ik verdien. Er zijn wel grotere koppen gevallen doordat zij niet van ophouden wisten. Geld verdienen is één ding, maar een zucht naar illegale macht leidt in dit leven gegarandeerd tot de ondergang.”

“Ik wil hier geen geld aan verdienen, en ik wil de macht van anderen gebruiken om mijn vendetta te realiseren. Dat is alles wat ik wil. Ik heb een morele verplichting tegenover mijn familie. Ik heb een rekening te vereffenen met die ouwe smeerlap.”

Lino negeerde je gebrek aan animo en ging verder: “Ik heb de laatste weken veel nagedacht, en heb in grote lijnen een plan uitgewerkt. Ik zal eerlijk tegen je zijn: bij de realisatie ervan kan ik niet zonder jouw hulp. Je hoeft niets anders te doen dan me met het denkwerk te helpen. Ik beloof dat je buiten schot blijft. Mocht je halverwege toch besluiten om te stoppen, dan neemt niemand je dat kwalijk. Je hebt al genoeg voor mij gedaan en het is jouw zaak uiteindelijk niet.”

“Goed, laat maar horen dan. Ik zal alles doen om je te helpen. Ik stel één voorwaarde, en dat is deze: we werken het plan uit op een manier alsof het een zakentransactie betreft, in plaats van de realisatie van je wraak. Haat is nog nooit een goede adviseur geweest. Het waren trouwens je eigen woorden dat wraak een gerecht is dat koud genuttigd moet worden. Je wilde bij die maresciallo beginnen”, eindigde je, “hoe had je dat gedacht te doen?”
“Renato Turcio - zegt die naam je iets, Giovanni?”
“Ik ben bang van niet. Vul me maar in”, antwoordde ik.
“Renato Turcio is één van de ringleiders van de Brigata Rossa, de organisatie die al een paar rechters en politici uit hun miserabele bestaan heeft geholpen. Niet dat ik terrorisme voorsta, want het is slecht voor de handel. Maar goed, ik heb Renato leren kennen toen ik nog met Faccia d’Angelo – ‘het engelengezicht’ - werkte. Wij werkten voor de Camorra in Napels en verkochten protectie aan grote bouwbedrijven. Je kent dat wel: wij benaderden een aannemer die een opdracht had om bijvoorbeeld een flatgebouw te bouwen. Wij maakten een telefonische afspraak en stelden ons voor als projectontwikkelaars.

We bezochten de aannemer dan in zijn kantoor en boden hem een ‘verzekeringspolis’ aan tegen onvoorziene voorvallen tijdens de bouw van zijn project. Negen van de tien keer werd ons door de aannemer onomwonden gezegd dat hij geen verzekering hoefde en regelrecht schijt aan ons had. Wij verontschuldigden ons dan voor het onnodige beslag dat we op de aannemer’s kostbare tijd hadden gelegd. Vervolgens spraken we de hoop uit dat hij zijn beslissing nooit zou betreuren, en vertrokken onder het gehoon van de aannemer. Als het flatgebouw half voltooid was, bliezen we het op. Daarna werd de verzekeringspremie natuurlijk wel betaald.

De Brigata Rossa was toen net in opkomst en had dringend behoefte aan wapens en explosieven. Renato benaderde de Camorra en werd naar ons doorverwezen. Het was een stille, verlegen jongen, maar hij wist wel wat hij wilde: trotyl, semtex en wapens. Die konden wij leveren. Ondanks het feit dat onze ideologieën totaal verschillend waren, mocht ik hem wel. Wij hadden een goed contact totdat Il Professore van de Camorra ons verbood nog verder zaken met Turcio te doen. De Brigata Rossa betrok haar benodigdheden hierna van de Oostbloklanden. Toen ik later voor mezelf werkte, heb ik Renato nog een paar keer ontmoet. Meestal had hij onderdak nodig, wanneer hij weer eens aanslag had uit laten voeren. Hij is erg veranderd nu, want hij beseft dat hij niet lang meer te gaan heeft. Ik kan contact met hem opnemen door middel van een advertentie in de Corriera della Sera.

Hij heeft dossiers over rechters, aanklagers, politie, Carabinieri, politici, enzovoort. Ik denk dat hij die maresciallo bij wijze van vriendendienst wel voor mij van de wereld af wil blazen. Maar ik wil het liever zelf doen, en wel op zo’n manier dat dat stuk vuil voor hij sterft begrijpt waarom hij opgeblazen is. De Brigata Rossa mag er wat mij betreft later de verantwoordelijkheid voor opeisen. De conclusie is dus dat ik alles te weten kan komen wat ik nodig heb, maar nog niet weet hoe ik het in elkaar moet steken.”

“Ik denk dat we het van de omstandigheden en mogelijkheden af zullen moeten laten hangen, Lino. Eerst moeten we alle nodige gegevens hebben; daarna kunnen we ons plan pas trekken. Ik stel voor dat we naar Italië gaan en daar contact met Renato opnemen. Laten we vooral beseffen dat we het ons niet kunnen permitteren tijdens en na de operatie ook maar een spoortje achter te laten. Geen enkel contact dus met vrienden die de Don ook kent. We kunnen niet in hotels verblijven en moeten ongezien het land in en uit. Ik stel voor dat we met een gehuurde auto over de open grens naar België rijden. In Brussel vliegen we dan met valse paspoorten naar Zurich. Daar neem ik dan contact op met vrienden van me die deviezen vanuit Italië smokkelen. Die halen ons op in Zwitserland en brengen ons via Domodossola, waar ze de douane plat hebben, Italië in. Onderdak kan ik wel regelen met een kennis in Cinisello. Dan zitten wij meteen ook lekker dicht bij Milaan.
Onder geen enkele voorwaarde wil ik die Renato ontmoeten; dat is jouw pakkie aan. Ik hoop dat je de redelijkheid hiervan inziet.”
“Dit is al meer dan ik had durven hopen”, zei Lino, zichtbaar aangedaan.

De reis naar Italië was zonder problemen verlopen, maar jullie zaten nu al drie dagen in het appartement op een bericht van Renato te wachten. Je stond diep in gedachten een paar biefstukken te bakken, terwijl Lino in de kamer de Corriera zat te ontleden.
“Finalmente”, zei Lino toen je met twee aangebrande biefstukken de kamer in kwam.
“Wat bedoel je met ‘eindelijk’? Me dunkt dat ik dat eten gauw klaar heb”, zei je.
“Nee, ik bedoel: eindelijk bericht van Renato”, zei Lino, met een zeker misprijzen naar de zwarte biefstuk op zijn bord kijkend. Hij liet je de advertentie zien en keek op zijn horloge.

“Ik kan maar beter meteen vertrekken, want ik moet morgenochtend in Bologna zijn”.
“Moet jij niet eerst even wat eten, Lino?” vroeg je.

Lino keek nog eens naar zijn bord en zei: “Sorry, maar ik heb eigenlijk nog niet zo’n trek. Ik eet straks wel een broodje in de trein.”
“Heb ik me daarvoor zo uit staan sloven... Okay, dan ga ik zelf maar wat bij de Quatro Stagione nuttigen. In je eentje eten is ook niet alles,” klaagde je, terwijl je opgelucht de zwarte lappen in de vuilnisbak kiepte. “Wanneer denk je terug te zijn?”

“Ik hoop morgenavond. Het hangt er vanaf hoe snel Renato zijn hand op de informatie kan leggen.”

Omdat je opeens niet meer zo’n trek in biefstuk had, bestelde je maar een tong in witte wijnsaus in het restaurant.

‘Ik ben benieuwd waar ik me nu weer in begeven heb’, peinsde je, en nam bedachtzaam een slok van je glas Linot Grigio. ‘Het ene moment ben ik nog een keurig zakenman en voordat ik er erg in heb, ben ik in de slag met de maffia, de Camorra en de Brigata Rossa. Nu alleen de n’Drangetha, de Baader Meinhof en de IRA nog, dan is het spul compleet. Wat een leven, niet? Maar ja, ik kom tenminste nog eens ergens, al is het dan in het slechtste geval voortijdig in mijn kist’, dacht je. Het eten smaakte je echter voortreffelijk en de wijn deed je neerslachtige bui snel verdwijnen. Een tweede fles maakte je vrolijk en de laatste zorgde ervoor dat je die nacht sliep als een os.

Je werd wakker van het gerinkel van de telefoon. Kijkend op je horloge nam je op. Het was al over half twee in de middag.
“Hallo?”
“Ja, ik ben het,” klonk het in je oor, “Ik ben bij mijn broer in het ziekenhuis geweest en alles was in orde. Ik mocht hem van de dokter gelijk mee naar huis nemen.”

“Godverdomme Lino, ik heb je toch gezegd dat ik je broer nooit meer wilde zien”, schreeuwde je.
“Ik weet het, maar het kan helaas niet anders, geloof me. Ik leg je alles thuis wel uit. Doe moeder de groeten van me. Ik zie je straks”, zei Lino en hing op.

“Ik zal toch het lazarus krijgen. Nooit gaat er iets zoals het is afgesproken”, vloekte je onder het aankleden. “Dat begint alweer goed, vandaag”. Je stond in tweestrijd of je de hele onderneming niet beter kon vergeten. Je kon nu echter moeilijk weglopen. Je zou op zijn minst moeten wachten tot Lino terug was. Ten gevolge van de wijn van gisteravond barstte je kop al uit elkaar, en het recente nieuws maakte je humeur er al niet beter op. Toen werd er aangebeld.

Je opende de deur van het appartement. Daar stond Lino, in gezelschap van een man die eruitzag als een overjarige student. Een snor en een baard onder zijn neus en een ziekenfondsbril erop. Daarmee hield de vergelijking met een student wel op. Nog nooit had je zo’n paar koolzwarte ogen gezien. Het leken de biefstukken van de avond ervoor wel.

“Dit is mijn vriend Giovanni uit Holland. Giovanni, dit is mijn vriend Renato”, zei Lino.

De biefstukken keken je kalm, maar doordringend aan toen Renato je hand drukte. Kolere, wat had die student een kracht in zijn handen. Je keek onwillekeurig naar je hand, alsof je vermoedde dat hij die verpulverd had.
“Non t’ho fato male, Giovanni?”, vroeg Renato glimlachend.
“Welnee, mij doe je niet zo gauw pijn. Geef je altijd van die slappe handjes, Renato?” vroeg je laconiek.

Renato schaterde: “Je gaat me toch niet vertellen dat je die maffiakusjes prefereert boven een stevige hand, Giovanni?”

Bedachtzaam antwoordde je: “Nee dat niet, maar geef me er de volgende keer maar liever een kusje op. Ik heb er maar twee, weet je.”
Het ijs leek gebroken te zijn. Je mocht die Renato wel.

“Lino vertelde me dat je mij liever niet wilde ontmoeten. Ik kan je daarin geen ongelijk geven. Veel geluk schijn ik niet te kunnen brengen; er blijven altijd wel een paar doden slingeren als ik ergens geweest ben. Begrijp mij niet verkeerd, Gian. Ik wil je niet ongerust maken. En als je liever hebt dat ik ga, zeg het me dan. Wij zijn elkaar nu nog niets verschuldigd, mijn vriend.”

Je was verbaasd door zoveel openhartigheid en voelde medelijden met de man. Je antwoordde: “Het is niet dat ik je niet wilde ontmoeten, Renato. Het was zeer zeker niet persoonlijk. Wanneer Lino je verteld heeft waarvoor we hier zijn, zul je wel begrijpen dat ik liever niemand wilde zien. Je zult je redenen wel hebben gehad om mee te komen. En nu je hier dan bent, Lino’s vrienden zijn mijn vrienden, als je daar wat mee kunt doen.”

“De reden dat ik hier ben de volgende: kort voor ik Lino’s advertentie las, werd het safehouse in Rome waar we verbleven door de Squadra Mobile ontdekt. Ik had de pech om niet aanwezig te zijn tijdens de inval. Twee van mijn mensen zijn door de politie afgeslacht, waaronder mijn verloofde. Ik moest weer vluchten, en totdat ik weer contact krijg met één van de andere ringleiders heb ik geen onderduikadres. Lino bood me aan om zo lang hier te verblijven. Daarvoor ben ik jullie zeer erkentelijk. Ik zal mijn dankbaarheid ook tonen. Mijn verblijfsvergunning voor dit ondermaanse is bijna afgelopen en mijn laatste doel is nog zoveel schade aan te richten als maar mogelijk is. Het is vechten tegen de bierkaai, dat weet ik, en alles wat we tot zover gedaan hebben is een gat in water slaan. Ik heb gevochten voor een ideaal dat niet te realiseren viel. Ik ben op. Ik kan niet meer.”
“Renato, waarom kom je dan niet met ons mee naar Holland? Wij kunnen je opzetten in zaken en je kunt dan rustig gaan leven”, zei je aangedaan.
“Giovanni, onze levens zijn totaal verschillend. Verder zou ik de gedachte niet kunnen verdragen om de mensen die mij vertrouwen aan hun lot over te laten. Uiteindelijk help jij Lino toch ook belangeloos. Vriendschap, loyaliteit en respect zijn het hoogste goed in dit leven. Zonder dat en een ideaal is het leven niet waard om geleefd te worden.”
 “Je hebt gedaan wat je kon, dus wat is er de zin van om welbewust je ondergang te zoeken?” wierp jij tegen. “Je wordt ouder en je bent moe, dat is logisch. Je moet de leiding en je inspiratie nu aan anderen overdragen, en vooral: overlaten. Niemand zal je dat kwalijk kunnen nemen.”
“Dat weet ik, maar alles wat ik nu nog wil, is mij bij mijn verloofde en ons ongeboren kind voegen, nadat ik de stabilimento een afscheidscadeau heb gegeven. We werken aan Aldo Moro en we krijgen hem ook.”

“Maar ten koste van wat? Een hoop jonge mensen zullen er de dupe van worden. De enige die je daar een plezier mee doet, is de opvolger van Moro. Die staat nu al in de startblokken. Is het niet beter om de dieven te bestelen en de revenuen te gebruiken voor iets waar de underdog wat aan heeft? Het klinkt als een Robin Hood verhaal, dat besef ik, maar dan doe je tenminste iets constructiefs.”
“De mensen zijn er niet rijp voor.”
“Ze moeten eerst wakker worden gemaakt, zodat ze gaan begrijpen dat ze worden uitgebuit. Misschien, heel misschien zullen ze dan zelf het initiatief gaan nemen.”
“Zonder je ideaal te willen bagatelliseren, denk ik dat het een utopie is, Renato. Bijna ieder mens is een geboren egoïst; nagenoeg iedereen wil geld en goederen vergaren. Jullie hebben de publieke opinie tegen. Het volk schreeuwt nu al om strengere overheidsmaatregelen tegen wat zij ‘terrorisme’ noemen. De mensen waarderen het niet. Never...”
“Het geschreeuw van de massa is net zo oorverdovend als het nietszeggend is. Dat zal eens veranderen, al zal ik het niet meer meemaken. Maar genoeg hierover nu. Wij gaan eerst Lino’s klusje afwerken. Ik krijg morgen de dossiers van de koerier.”
“Maar toch niet hier Renato, hoop ik?”

“Mai Giovanni, een van onze topmensen is geïnfiltreerd in de P2 lobby hier in Milaan en kan ons alle informatie verstrekken waarin we geïnteresseerd zijn.”

Lino had zich al die tijd stil gehouden, maar vroeg nu: “Wat is de P2, Renato?”

“Zelfs de groten der aarde – ofwel degenen die zichzelf graag zo zien - maken deel uit van clubjes. Al zou ik de P2 niet direct als een clubje willen beschouwen. Het is een verzameling van bankiers, grootindustriëlen, rechters en hoge politiefunctionarissen. Ik denk dat het een afgesplitste tak van de vrijmetselarij is. De macht en invloed die zij uitoefenen gaat iedere verbeeldingskracht te boven. Ook voor hen hebben we een potje op het vuur staan.”
“Renato, hier verderop is een uitstekend restaurant. Ik zou willen voorstellen om onze kennismaking te vieren met een goede maaltijd en een nog betere fles wijn. Laten we ervan genieten zolang het nog kan.”
“Ik ben bang dat ik moet verzaken, Giovanni. Ik zou jullie alleen maar in gevaar brengen. Mijn gezicht is te bekend. Gaan jullie maar en breng een toast uit op onze idealen, hoezeer die ook van elkaar verschillen. Ik heb er een nieuwe en waardevolle vriend bij gekregen, en dat zal ik hier in meditatie vieren. Ik wil namelijk mijn verloofde gedenken. Verder wil mijn hoofd helder houden voor de dingen die komen gaan.”

Tijdens de maaltijd vroeg Lino: “Wat denk je van Renato, Giovanni?”

Je antwoordde: “Hij komt op me over als een sterk en charismatisch mens, Lino, met een groot overwicht op anderen, waarschijnlijk omdat hij vanuit zijn hart spreekt. Ik denk dat hij meer had kunnen bereiken door zijn briljante geest te gebruiken in plaats van geweld. Hij die bij het zwaard leeft, zal erdoor vergaan, en hij weet dat. Hij wil een ommekeer in de maatschappij teweegbrengen op een te korte termijn. Grote veranderingen zijn nimmer in korte tijd verwezenlijkt. En hij heeft bovendien de tijdgeest tegen. Mussolini, bijvoorbeeld, was gelukkiger in dat opzicht. Er heerste armoede onder het Italiaanse volk. De tijd was dus rijp voor een demagoog. Het trieste is dat iedere ideologie, ook als die in principe op humane beginselen rust, in een staatsideologie ontaardt die uiteindelijk wordt aangewend om de mensen te manipuleren. Maar de mensen lijken dat zelf te willen. Een koe loopt niet uit zichzelf naar een slachthuis, maar mensen zoeken hun ondergang welbewust. Maar om op je vraag terug te komen: ja, ik mag Renato zeker. Hij heeft alleen een sterke zelfvernietigingsdrang en sleept minder sterke geesten met zich mee.”

“Vertrouw je hem, Giovanni?”
“O absoluut, al was het alleen al om de reden dat geld niet zijn drijfveer is.”
“Ik heb medelijden met hem”, zei Lino, na een tijdje gezwegen te hebben.
“Ik ook, maar ik raad je aan om hem daar niets van te laten merken. Hij zou het je niet in dankbaarheid afnemen.”

De volgende dag namen de plannen een aanvang. Renato schoor zijn baard af en trimde zijn snor. Hij verfde zijn haar en snor grijs. Zijn bril werd vervangen door blauwe contactlenzen. Hij kleedde zich in een donkerblauw maatpak en trok schoenen aan die hem een maat te klein waren, waardoor zijn manier van lopen iets meelijwekkends kreeg. Verder propte hij twee halve rubberen balletjes tussen zijn wangen en kiezen, wat zijn gezicht een vollere aanblik gaf. De man had nu een complete metamorfose ondergaan. Toen hij zijn zakenkoffertje oppakte en de deur uit stapte, zag hij eruit als een oudere zakenman die een beetje slecht ter been was. 

Lino en jij hielden je die avond onledig met pokeren en drinken. Om elf uur ’s avonds was Renato terug. Hij haalde de rubberen balletjes uit zijn mond en verwijderde de lenzen uit zijn ogen. Uit zijn koffertje pakte hij een stapel papieren en wat foto’s.
“Hier is jullie man”, zei hij, terwijl hij het pak documenten op tafel liet vallen. Je keek naar een geüniformeerde man met een verbeten trek om zijn mond. Hij had een papegaaiensnavel van een neus, maar de ogen van een woestijngier.

“Een schoonheid, nietwaar?” las Renato jouw gedachten. “Hij werkt voor Franco Coppola en geeft tips over rijke zakenlui door aan de n’Drangetha, de Calabrese maffia. Die beloont hem dan weer na iedere succesvolle kidnapping. De man leeft zwaar boven zijn stand en is een verwoed gokker. Hij woont met zijn vrouw en twee kinderen in de Via XX Settembrini, hier in Milaan. Daarnaast heeft hij een villa in de heuvels van Toscana, waar hij de weekeinden met zijn maîtresse doorbrengt. Dat is een omhooggevallen hoer uit Foggia. Het zal niet eenvoudig zijn om hem hier te grazen te nemen. Hij heeft altijd een escorte bij zich en zijn dienstwagen is gepantserd. Zijn flat in Milaan is op de derde verdieping en zwaar beveiligd. Tevens heeft hij altijd twee van zijn carabinieri voor zijn deur staan. De villa in Siena is het zwakke punt. Daar weten zijn superieuren niets van. De villa staat op naam van een tandarts uit Florence. Hier zijn de foto’s.”

Lino en jij bekeken de foto’s en jij vroeg: “Is die villa ook beveiligd, Renato?”
“Niet in het huis zelf, want er loopt een mastino Napolitano rond. Dat is de beste beveiliging die er is. In de Romeinse tijd werden twee van die honden gebruikt om in de arena een leeuw te bevechten. Het is een monster. De villa is aan de buitenkant beveiligd met passief infrarood detectoren, zodat iedere beweging rond de villa wordt gesignaleerd.”
“Het is duidelijk dat het dus in die villa moet gebeuren”, opperde jij, na even nagedacht te hebben. Staan die sensors voortdurend ingeschakeld, Renato?”

“Dat weet ik niet, maar ze zijn zichtbaar op de foto’s.”

Je bekeek de foto’s met de diamantloep die Lino altijd bij zich droeg. Het waren Racal sensors, zag je, van Britse makelij. Linksonder in het sensorraampje was een klein gaatje zichtbaar. Je toonde dit aan Lino, en Renato en legde uit: “Die sensors zijn zelfactiverend. Zodra het buiten donker wordt, schakelen ze zichzelf automatisch in. In de sensor zit een foto-elektrische cel die het daglicht meet. Zodra dit onder een bepaalde waarde valt, worden de sensors geactiveerd. Dit voorkomt dat het alarm afgaat wanneer bijvoorbeeld de post afgeleverd wordt. Dat is een groot voordeel, waar ik nog op terugkom.”
“Woont die temeier daar de hele week, Renato?”, vroeg jij.

“Ja, want ze moet die hond voeren.”

“Hoe wilde je hem uit zijn miserabele bestaan verlossen, Lino?” informeerde je.
“Het maakt mij niet uit, als ik hem maar kan laten weten dat het van mij komt.”
“Is er telefoon in dat huis?” vervolgde jij.
Renato knikte.
“Goed, dan denk ik dat we het wel kunnen realiseren. Ik heb alleen wat spullen nodig.”
“Zeg maar wat je nodig hebt”, zeiden Lino en Renato tegelijkertijd.
“Kun je aan Stun Guns komen, Renato?”
“Ja, dat is geen enkel probleem. Ik neem aan dat die voor de hond en de vrouw zijn?” veronderstelde Renato terecht.
“Precies, hoe snel kan je dat verzorgen?”
“Binnen vierentwintig uur.”
“Goed, verder heb ik nitro-cellulose met een pikrinezuur detonator nodig die elektrisch geactiveerd kan worden.”
“Vanavond, als het echt moet. Maar denk je niet dat een brisante springstof zoals trinitrotolueen of hexogeen effectiever is?”
“Dat is waar, Renato, maar ik heb voor mijn doel een langzaam afbrandend explosief met een stuwende werking nodig. Ik moet zoveel hebben dat het maximale drukveld in een cirkel van zeg, anderhalve meter omtrek optimaal is, niet meer. Hoe minder volume de springstof heeft, des te beter het is.”
“Ik zal het laten verzorgen”, zei Renato, je ietwat bedenkelijk aankijkend.

De volgende dag gingen Lino en jij Milaan in om boodschappen te doen. In een groot warenhuis kochten jullie een antwoordapparaat voor een telefoon. In verschillende speciaalzaken voor elektronica schaften jullie een soldeerbout, meetapparatuur en wat elektronische componenten aan. Als laatste kocht je in een fotowinkel een statief. In de flat promoveerde je de keukentafel tot werkbank. De werkzaamheden namen een aanvang. Lino zat bij je te kijken met een gezicht alsof hij een non zag schaatsen.

“Wat ben je in hemelsnaam aan het doen, Giovanni? Ik begrijp er echt helemaal niets van.”

“Als het werkt, leg ik het je straks allemaal uit. De laatste keer dat ik met elektriciteit heb geknutseld, was in de Via Boschevich en sinds die tijd ben ik een beetje achterop geraakt met de theorie”, zei je, terwijl je het antwoordapparaat open schroefde.

Binnen de kortst mogelijke tijd lag de tafel bezaaid met onderdelen. Lino bleef koffie en broodjes aandragen, en maakte zich verder nuttig door je de soldeerbout met de gloeiende punt naar voren in je handen te duwen. Een vriendelijke opmerking jouwerzijds deed hem met een verongelijkt gezicht naar de kamer verdwijnen. Een paar uur later, toen je net de telefoon uit elkaar aan het schroeven was, kwam Renato binnen, ditmaal in gezelschap van een gloednieuwe leren koffer. Uit de koffer pakte hij een vieze oude rugzak, waaruit hij vervolgens een pakje haalde dat hij voor je op de keukentafel gooide.
“Wat is dat?” vroeg je. “Ik heb al vijf broodjes op.”

“Je bom”, antwoordde Renato.

Je schrok je ongelukkig en sprong op van je stoel.

“Chisteneziele, kijk uit alsjeblieft! Ik wil nog niet dood”, riep je paniekerig, terwijl je snel de keuken verliet.

Renato liep je lachend achterna en hield iets in de hoogte. “De detonator natuurlijk”, zuchtte je opgelucht. Met een lichte gêne liep je naar de keuken terug.
Lino en Renato stonden over je schouder mee te kijken toen je de laatste hand aan je uitvinding legde. “Zo, die is klaar”, zei je en gaf je uitvinding aan Lino.

“Wat doet het precies?” vroeg hij.
“Ik denk dat ik het weet”, zei Renato. “Wil je dat ik je ergens opbel om te zien of het werkt?”
“Als je wilt”, zei je, en gaf hem de afstandsbediening van het antwoordapparaat. “Bel eerst om te zien of de telefoon nog werkt. Ik zeg je wel wanneer je de knop in moet drukken. Je moet twee keer achter elkaar drukken.” Terwijl jullie op het telefoontje wachtten, gaf je de nietsvermoedende Lino twee draden in zijn hand die met het elektronische circuit verbonden waren.

De telefoon rinkelde en je nam op. Renato’s “Hallo” kwam duidelijk door. Je hield de hoorn zo dat Lino mee kon luisteren en zei tegen Renato: “Ja, drukt u maar.”

Er klonken twee fluittonen uit de hoorn. Lino gaf een schreeuw.
“Ja, het werkt perfect, Renato, kom maar terug.”

Lino maakte zich los van het plafond en vroeg versuft: “Wat was dat in hemelsnaam?”
“Dat was je wraak,” lachte een binnenlopende Renato. “Naar dat geschreeuw van je te oordelen, werkt het perfect.”
“Leg jij het hem maar uit”, zei je tegen Renato.

Renato pakte de gedemonteerde telefoon en het elektronische circuit en wees Lino op de verschillende onderdelen.

“Dit is het activeringscircuit van het antwoordapparaat. Dat wordt normaal geactiveerd wanneer de hoorn van de telefoon niet opgenomen wordt. Giovanni heeft de schakeling met een relais veranderd, zodat dit circuit actief wordt zodra iemand de hoorn opneemt. De eerste pieptoon activeert een kleine gelijkrichter, die dan een gelijkspanning gaat voeden aan deze condensator”, zei Renato, waarbij hij op een goudkleurig buisje wees. “De condensator bereikt in een paar milliseconden haar piekspanning. De tweede pieptoon activeert het tweede relais en de condensator ontlaadt zich. Het resultaat daarvan heb je net gevoeld. Wanneer die condensator nu verbonden is met de detonator begrijp je wel wat er gebeurt. Eén ding is mij echter niet duidelijk. Met deze explosieven is het niet zeker dat de maresciallo z’n lamp wordt uitgeblazen. Maar ik denk dat Giovanni je daar wel verder over in kan lichten.”

Vol bewondering voor Renato’s intelligentie richtte je je tot Lino: “De eerste reden is dat die temeier je niets gedaan heeft, en ze zou wel eens in de nabijheid van de telefoon kunnen zijn wanneer die knalt. Dat vind ik niet zo gezellig, want dat beest kan er ook niets aan doen. Misschien heb ik wel een zwak voor hoeren. De tweede reden is iets belangrijker. Jij wilt de man laten weten waar hij deze aanslag aan te danken heeft, en op deze manier kun je hem duidelijk maken dat het in opdracht van Franco Coppola is gebeurd. Ik verwacht dat hij door de explosie met een halve telefoon in zijn buik in het ziekenhuis terechtkomt - vooropgesteld dat het toestel op tafel staat, natuurlijk. Hangt het apparaat aan een muur, dan verplaatst de drukgolf zich van de muur af en wordt het een soort walkietalkie. De uitkomst wordt dan iets minder voorspelbaar. Mocht hij echter gelijk kapot gaan, dan heb je toch je zin.”

Een slokje Cynar nemend tegen je nasnorrende kater, vervolgde je: “Met een beetje geluk overleeft hij het en zal daarna een offensief tegen de don gaan beginnen. Tijdens die controverse tussen de don en de maresciallo hebben wij voldoende tijd om met de hulp van jouw illustere vrienden van de Camorra een directe aanval voor te bereiden. De don zal wel weer als overwinnaar uit de strijd komen en de maresciallo sterft dan alsnog. En zo niet, dan bespaart de maresciallo ons een hele hoop werk.”

Renato en Lino keken elkaar aan, waarop Renato zei: “Dit is perfect, Lino. Je hebt een vriend die jou waardig is.”
“Dat vind ik ook”, zei jij.

Lino was enkele ogenblikken sprakeloos. Toen zei hij: “Het is fenomenale, perfetto. Vergeef me  mijn stupiditeit, Giovanni, maar hoe komen wij in het huis tijdens de afwezigheid van de maresciallo?”

“Inbreken is mijn forte niet, dus dat zul jij moeten doen. Ik heb intussen wel een oplossing voor het alarm”, antwoordde je, en pakte het statief.
Op de schroef waar normaal een camera op rust, zat nu een soort staaflantaarn, met daarbovenop een telescoop.

“De lantaarn is uitgerust met een infrarode lamp, die we met behulp van de telescoop op de foto-elektrische cel van de sensor richten,” legde je uit. “De lamp heeft een bereik van driehonderd meter, wat ruim voldoende moet zijn. Eén of twee avonden voor de operatie gaan wij naar de villa en stellen de lamp op. Een van ons drieën begeeft zich naar de villa en zorgt ervoor dat hij parallel aan de sensor loopt. Die sensors zijn het gevoeligst wanneer je het detectieveld kruist, in plaats van er recht op in te lopen. Ik weet namelijk niet zeker of de infrarode lamp hetzelfde effect op de foto-elektrische cel heeft als daglicht. Ik denk het wel, maar zeker ben ik er niet van. Mocht het niet werken, dan moet de betrokkene zich snel uit de voeten maken, zodat die temeier denkt dat het een hond of een kat was die het alarm heeft afgezet. In dat geval moeten wij een normale lamp met een lenzenstelsel monteren om het licht te bundelen. We zullen dan ook dichterbij moeten komen met het statief.”

“Waarom doen wij dat niet meteen, Giovanni? Dat bespaart ons een reis, en dan zijn we er meteen zeker van dat het werkt”, zei Lino.
“De reden is, dat infrarood meer gebundeld is en de batterij niet groot vermogen hoeft te hebben. Als dat werkt, kunnen we met zijn drieën het huis in. De straal is immers onzichtbaar. Met een gewone lamp moeten we veel dichterbij komen. In dat geval moet er iemand achterblijven om de lamp uit te schakelen zodra de andere twee binnen zijn. Dit om het risico te verkleinen dat het licht gezien wordt.”

Lino en Renato waren uiterst tevreden over je uitleg en inspanningen. Renato stelde voor: “Laten we nu dan maar alsnog naar de Quattro Stagione gaan om wat te eten. Dat hebben we wel verdiend. Ik vermom me wel weer, al zal het eten met rubberen balletjes niet meevallen.”
“Je kunt toch soep nemen?” grapte Lino.

De volgende dag reden jullie met een gehuurde auto in de richting van Toscana. Lino zat achter het stuur en jij zat naast hem. De grijze zakenman zat met gesloten ogen achterin en sprak de hele reis geen woord. Hij was de avond ervoor nogal dronken geworden. Hij had je herhaaldelijk om je plan geprezen, tot de drank de overhand kreeg en hij in tranen uitbarstte. Hij kon het verlies van zijn aanstaande vrouw en ongeboren kind maar niet verwerken. Lino en jij hadden erbij gezeten als twee idioten, onmachtig om Renato troost te bieden.

Jullie reden Siena in. De inmiddels wakker geworden Renato zei: “Vergeef me voor mijn gedrag van gisteravond. Ik maak er geen gewoonte van om te huilen, maar ik denk dat ieders incasseringsvermogen zijn grenzen heeft. Het zal niet weer gebeuren.”

De villa lag in de Toscaanse heuvels. Er waren gelukkig geen andere huizen in de onmiddellijke nabijheid.

“Rijd maar weer terug naar Siena, Lino. Nu dat het nog licht is, kunnen we de ontsnappingsroute uitzetten. Lino zette de dagteller van de wagen op nul, terwijl jij een dictafoon uit je binnenzak pakte. Je sprak de gegevens van de hele route in, met vermelding van de afstanden tussen de relevante kruisingen.
“Je houdt niet op me te verbazen, Giovanni. Er is niet veel waar je niet aan denkt”, zei Renato, die zich achter in de auto weer eens aan het omkleden was. Zijn onberispelijk kostuum werd vervangen door de uitrusting van een trekker.

“Zonder beledigend te willen zijn, ik had wel iemand zoals jij in mijn organisatie kunnen gebruiken”, vervolgde Renato, die zijn berguitrusting met een paar stevige bergschoenen complementeerde. Je begreep nu waar de rugzak voor moest dienen.

“Ik denk het niet, want ik heb nu toch echt een kleinigheid over het hoofd gezien”, zei jij.
“Maar ik niet,” zei Renato lachend, en haalde drie clownmaskers uit zijn koffertje. “Voor het geval dat wij een paar CCTV-camera’s over het hoofd hebben gezien...”

Daarmee bespaarde Renato je de vernedering te moeten erkennen dat je vergeten was om ook voor de juiste kleding te zorgen - een omissie die je weldra op zou breken. Door zijn klasse en bescheidenheid had Renato in jou intussen een vriend voor het leven gevonden, besloot je, nog onwetend van het feit dat die vriendschap het einde van de week niet halen zou.

Renato’s rugzak bleek een onuitputtelijke voorraad attributen te bevatten. Toen jullie ‘s avonds het statief hadden opgesteld en de lamp op de sensor hadden gericht, haalde hij er een volautomatisch Ingram machinepistool uit.

“Ik ga wel”, zei hij, en verdween als een kat in de nacht. Hij verscheen pas weer in de nachtkijker toen hij het huis op een paar meter genaderd was. Hij liep wat in de rondte, ervoor zorgend dat hij binnen het detectieveld van de sensor bleef. Daarna keerde hij terug. Er gebeurde niets en alles was rustig. De lamp moest dus gewerkt hebben. Er was echter wind op komen zetten en het statief moest getuid worden.
“Ik denk dat we maar moeten gaan”, zei jij, terwijl je de laatste tuidraad aan het statief bevestigde.

Renato gaf Lino en jou een Stun Gun en hield zelf de Ingram. Je pakte de canvaszak met de bom en jullie slopen naar het huis, ervoor zorgend uit de straal van de infrarode lamp te blijven.

Bij het huis aangekomen hoorde je een vrouw schreeuwen: “Sta zito cane di merda, non ce niente, imbecille.” Kennelijk probeerde ze hond, die jullie opgemerkt moest hebben, te kalmeren. Zij slaagde er niet in, en riep: “Okay dan, laten wij dan maar gaan kijken, zot dat je bent.”

De buitenverlichting begon te branden. Even later ging de voordeur open. Het kolossale beest gromde als een voorwereldlijk monster terwijl hij zichzelf in jouw richting katapulteerde. Verlamd van schrik kneep je ogen dicht. Nog geen seconde later werd je tegen de grond geworpen door een betonblok van een ton of tien. ‘Daar ga je, vader’, flitste het nog door je heen. Een smerige lucht drong in je neus.

Dat moet de duivel zijn. Je sloeg je ogen op en werkte het betonblok van je af. Om de nek van de mastino hing een draad ter dikte van een vislijn. Kennelijk was zelfs de duivel niet opgewassen tegen een schok van een paar honderdduizend volt. Of had zijn hartje het begeven bij de aanblik van een clown?
Renato stond al bij de vrouw en hield de Ingram onder haar kin. Lino was razendsnel geweest. Met een bonkend hart raapte je jezelf van de grond.
“Dat was kantje boord. Mijn eeuwige dank, Lino”, stamelde je, de canvaszak weer oppakkend.
“Geef mij jouw Stun Gun, dan blijf ik wel bij die engerd”, stelde Lino voor. “Hij mocht eens bijkomen.”

Renato duwde de vrouw voor zich uit het huis in, en jij volgde. In de hal keek je om je heen. Nadat je gevonden had wat je zocht, zei je: “Die kier had het alarm niet eens aan staan. Nou weet ik nog niet of de lamp werkt.”
“Schakel ’t dan even in”, stelde Renato voor, terwijl hij de vrouw in een bezemkast opsloot. “Als je gaat gillen, schiet ik door de deur. Versta je me?”
“Si”, klonk het timide uit de bezemkast.

Terwijl Renato het huis overhoop haalde om ons bezoekje op een inbraak te laten lijken, begaf jij je naar de telefoon. Welke telefoon? Er waren er twee in de huiskamer. Je koos voor het apparaat dat niet naast de televisie stond, stak de soldeerbout in het stopcontact en schroefde de bodem uit de telefoon. Vervolgens bracht je het circuit aan en soldeerde de voedingsdraden erop vast. Daarna drukte je de detonator in het pakje en soldeerde de ontstekingsdraden vast. Je perste het explosief boven in de telefoon en bevestigde het met plakband. Met de nodige moeite bracht je de bodemplaat weer aan. Toen liep je naar de tweede telefoon, schroefde de bodem los en knipte de draden van de telefoonhoorn los. Renato stond je intussen al op te wachten met twee vuilniszakken die hij had volgestopt met kostbaarheden. Na de soldeerbout in de keuken even onder de kraan te hebben gehouden pakte je je gereedschap in. Renato liep naar de bezemkast en draaide die van het slot.

“Je telt tot vijfhonderd en dan kun je uit de kast komen. Bel de politie en wij komen binnenkort nog even terug om je te vermoorden”, dreigde hij de hoer.

Jullie verlieten het huis. Lino zat trouw naast de bewegingloze hond te wachten. Er staken nu vier draden uit de nek van de hond.

“Ik heb een pijltje in dat nijlpaard geschoten, iedere keer dat hij begon te grommen.”

Je trok met een punttang de pijltjes uit de hond en rolde de draden op. Daarna haalde je snel het statief uit elkaar en borg het op in de kofferbak van de auto.

“Het zal nu toch wel tijd worden dat we wegkomen”, zei je tegen Renato.
Die antwoordde: “Ik denk dat het wijf eerst haar maresciallo belt om te horen wat ze moet doen. Wanneer er politie bij komt, is de maresciallo zijn wiphok en vooskledder kwijt. Ja, toch maar beter wegwezen, je weet het uiteindelijk toch nooit met vrouwen.”

“Ze zal wel denken dat wij de telefoon onklaar hebben willen maken en de tweede telefoon daarbij over het hoofd hebben gezien”, stelde jij hoopvol.
“Dat zou mooi uitkomen,” zei Lino. “Ik denk dat ik er niet ver naast zit als ik zeg dat de maresciallo vannacht nog in zijn keuvelkast verschijnt. Hij is natuurlijk als de dood dat zijn familie erachter komt.”

 “Ik denk dat zijn familie hem een rotzorg zal zijn”, klonk het van achter in de auto. Jullie reden inmiddels alweer veilig op de autostrada. “Bekijk dit maar eens”, zei de zakenman. Hij stopte een papier in zijn zak en gaf jou de rest van een stapel documenten die blijkbaar uit een van de vuilniszakken was gekomen.
“Hij had beter een kluis kunnen nemen in plaats van een hond.”

“Wat is het?” vroeg Lino. Jij keek de papieren door en zei: “Het zijn dossiers over verschillende personen. Je vriend de Donnie zit er ook bij, heb je daar misschien wat aan?” Lino stopte de auto bij het eerste het beste benzinestation.
“Rijdt jij even”, verzocht hij je.

“Alsjemenou,” hoorde je na een tijdje, “dat is de levensverzekeringspolis van dat secreet. Hij heeft alles over de Don verzameld wat hij maar te pakken kon krijgen. Wisten jullie trouwens dat die ouwe smeerdeken heroïne uit Turkije importeert?”
“Dat klopt ja, dat heeft hij mij verteld toen jij ziek lag”, bevestigde jij. Je trapte op de rem om een uitvoegende vrachtwagen de gelegenheid te geven in te halen.
“Het geluk is ons opeens bijster goed gezind. Luister hier maar eens naar. Voor jou trouwens ook wel grappig, Renato”, jubelde Lino. Hij begon voor te lezen:

Uit betrouwbare bronnen hebben wij vernomen dat indiziato, verdachte Franco Coppola, sinds enige jaren contacten onderhoudt met de Koerdistaanse verzetsbeweging in Turkije. Indiziato laat regelmatig zendingen automatische wapens verschepen met een Turkse koopvaarder. De betalingen voor de wapens worden voldaan in diacetylmorfine, die door de Koerdistaanse verzetsbeweging vanuit Irak naar Turkije wordt gesmokkeld. Bij de verscheping van de wapens en de diacetylmorfine heeft de indiziato medewerking van een hierna te noemen Turkse topfunctionaris. De verlading van de wapens en het in ontvangst nemen van de heroïne geschiedt op zee. Vijfentwintig kilometer uit de Italiaanse kust, tweehonderd zeventig graden ten noordoosten van Salerno. Contrabbandieri Napolitani verzorgen het transport van en naar de Turkse koopvaarder. De helft van de heroïne wordt versneden in Napels. De andere helft wordt verzonden naar Messina, vanwaar het zijn weg vindt naar Amerika, alwaar indiziato nauwe betrekkingen onderhoudt met het Cosa Nostra lid, Lucio Moretti.

Lino vervolgde: “Dit opent weer een heel nieuw perspectief voor ons. Nadat de bom ontploft is en wij veilig weggekomen zijn, fotokopiëren wij het dossier. Ik neem intussen contact op met bendeleden van de Nuova Camorra. Die zijn veel radicaler dan de Camorra, die wordt gerund door Il Professore.

Voor hen is het een fluitje van een cent om uit te vinden wie van de contrabandieri Napolitani de transporten met het Turkse schip regelen. Ik bied hen de hele partij dope aan in ruil voor de wapens. Daar zul jij wel in geïnteresseerd zijn, Renato. Na de rip-off sturen wij het origineel van de documenten naar Franco Coppola, met de complimenten van de n’Drangetha.

Coppola zal dan actie tegen de maresciallo ondernemen voor het verlies van zijn handel. Hij doet dan de rest van het vuile werk voor ons. Dat hoofdstuk is dan afgelopen, en zo ook het miserabele leven van de maresciallo. Voor zover ik de Don ken, heeft hij de wapens in consignatie van fabrieken uit Val Trompia en wordt hij door de yanks op voorhand voor de dope betaald. Hij kan dan niet leveren, dus de Don heeft een probleem. Daarna sturen wij de andere kopieën van het dossier naar de Turkse regering. Die zullen er niet blij mee zijn dat een van hun topfunctionarissen het Koerdistaanse verzet ondersteunt. Met een beetje geluk kan Don Franco dan niet meer leveren, omdat zijn aanvoerlijn is afgesneden. In het gunstigste geval ligt hij dan een paar miljoen achter, wil hij tenminste aan zijn verplichtingen aan de yanks kunnen voldoen. Kan hij dat niet, wie weet wat er dan gebeurt.”

“Dat is inderdaad geluk hebben,” bevestigde jij, “het scheelt ons een hoop risico, omdat anderen nu het vuile werk zullen gaan opknappen. Als het lukt, heeft de donnie zeker een probleem, heb jij je wraak en Renato wapens. Het zal alleen wel snel moeten gebeuren om te voorkomen dat de Don ruggespraak kan houden met de maresciallo. Daarom stel ik voor om nu meteen weer terug te gaan en de komst van de maresciallo af te wachten. Zodra hij in het huis is aangekomen, geven wij hem meteen een belletje. Dan is dat maar vast gebeurd. Daarna trekken wij aan onze latten en reizen naar Napels. Staat er in die documenten ook iets over wanneer die leveringen plaatsvinden?”
 
Lino bladerde door het dossier en vond het antwoord in de laatste aanvulling. “Iedere vijftiende van de maand. Dat is dus over vier dagen.”

“Dan mogen we wel opschieten,” zei Renato. “Ik wil namelijk een paar van mijn mensen tijdens de ruil op zee aanwezig hebben. Uiteindelijk is controle geen wantrouwen, en de inzet is nogal aan de hoge kant.”

Je reed de wagen de eerste de beste afrit op en draaide over het viaduct de autostrada weer op. Terug naar Siena. Voor de tweede keer die avond stelden jullie de telescoop op. Het wachten begon. De wind was in de tussentijd meer dan stevig geworden, en jullie zochten beschutting in een greppel. Precies drie uur later werden jullie opgeschrikt door een sirene. Een blauw zwaailicht draaide de oprijlaan van de villa op. De deuren werden opengegooid en twee carabinieri stapten uit. De chauffeur vatte post bij de voordeur, de tweede man ging het huis binnen. Je richtte de telescoop op het kenteken van de Alfa Romeo en zag dat de auto geregistreerd was in Milaan.

“Dat moet je man zijn, Lino,” zei je. “Ik stel voor dat je nu zo snel mogelijk gaat bellen, voor de rat zijn polissen begint te missen. Renato en ik blijven hier om te zien of die zevenklapper werkt. Vergeet niet twee keer te drukken zodra je hem de boodschap hebt gegeven. Doe het eigenlijk maar een keer of vijf, voor de zekerheid. Kom daarna zo snel mogelijk terug en wacht bij de eerste kruising op ons.”

Terwijl Lino met de auto verdween, kropen Renato en jij zo dicht mogelijk naar de villa en hielden jullie schuil in een greppel. De chauffeur stond verveeld tegen de gevel van het huis geleund, de ene sigaret met de andere aanstekend. Tot op het bot verkleumd wachtten jullie op het overgaan van de telefoon. Als er een windvlaag jullie kant op kwam, meende je af en toe het angstaanjagende grauwen van de mastino te horen. Op een zeker ogenblik ging in het huis de telefoon over. Toen er na een paar minuten nog niets gebeurd was, voelde je dat Renato je aankeek.

 

 

Primecrime
Primecrime
Microsoft
Marktplaats
Relatieplanet
Multicomms
Regenboogbrug
Google
Telegraaf
Informatique
Trouw
Zibb
Bizz
Bol
Amazon
HP
Samsung
Sony Ericsson
GSM Web
Nokia
RTL
Elsevier
Kro
Avro
Vpro
Vara
 
 Een unieke website voor een uniek boek
Klik om iets unieks te zien...
 Een unieke website voor een uniek boek