Het ziet er naar uit dat –geheel tegen verwachtingen in-
dit het laatste hoofdstuk in mijn driedelige auto bio-grafie gaat worden. Waarom?
Wel..., alhoewel het eerste deel nu gepubliceerd, en zeer goed ontvangen is bij degenen die het gelezen hebben, ben ik het zat.
Ik zal na dit hoofdstuk niet veel meer schrijven. Teveel fucking pijn.
In mijn gehele loopbaan in de criminaliteit heb ik niet zoveel pijn gekend, als in het door mij geschrevene voor de verwerking van mijn catharsis. Welke? Ik heb er namelijk twee moeten schrijven om niet gek te worden. Beide! De manuscripten volgen elkaar op met een tussenpoos van twee jaar. ‘History fucking repeats itself’, en beide keren was ik, voor de enige keren in mijn leven, niet alleen waanzinnig verliefd op een vrouw, die mij, mogelijk zonder het te willen, mateloos veel pijn heeft gedaan.
“Goed!” zullen sommigen van mijn lezers tevreden zeggen, “Dan weet je tenminste ook eens wat pijn is.”
‘Well, fuck you too’, maar ik heb tenminste een gigantisch, interessant leven gehad en grenzeloos geluk gekend, in het bijzonder met deze twee vrouwen. En ik heb een paar vrouwen gehad in mijn leven. De ironie, of mogelijk de reden voor deze onmogelijke relaties was, dat deze twee vrouwen hetzelfde probleem hadden. Ze waren beiden in hun jeugd het slachtoffer van incest geweest.
“Big fucking deal,” hoor ik de lezer weer schampen, “Vele vrouwen hebben dat meegemaakt.”
O, en dat maakt het okay dan? Nou laat mij je dan wat vertellen, ‘dumbfuck’, ik heb in beide gevallen de gevolgen gezien die incest kan veroorzaken. In het eerste geval, waar het de incest van een oom betrof, heb ik vier jaar met een jonge vrouw geleefd, die met -eerder gezegde- gevolgen moest leven. MDD. Manic Depressive Disorder.
Dat ik het redelijk vond om in twee jaar die oom te vernielen, staat in het laatste hoofdstuk van het eerste deel van mijn autobiografie beschreven. Niet grappig voor de oom, maar het was -zoals gezegd- nog minder leuk voor mijn partner om dagelijks met de gevolgen van haar aandoeningen te moeten leven. Verder staat hier ook beschreven dat, afgezien van het feit dat wij onmogelijk veel van elkaar hielden, wij toch niet bij elkaar konden blijven. Het noodlot had ons weliswaar tezamen gebracht, het leven heeft ons toch weer gescheiden.
Twee jaar later herhaalt de geschiedenis zich, althans een gedeelte daarvan. Het jaar is 2009 en de naam is, laten wij zeggen: Yvonne. De lezer die met mijn voorgeschiedenis op de hoogte is, zal onmiddellijk de wonderbaarlijkheid en onmogelijkheid van deze relatie herkennen. Voor de authenticiteit van mijn boek, moet ik die voorgeschiedenis hier achterwege laten. Het is ook niet echt relevant voor de voortgang van mijn relaas, al zal de ironie van dit verhaal duidelijk zichtbaar worden in het genoemde laatste hoofdstuk. Vooralsnog moet ik echter bepaalde feiten, betreffende mijn status, afschermen.
Yvonne. Ik benaderde haar met één van mijn favoriete ‘chat-up lines’ op Lexa. Ook deze keer werd de ‘chat-up shit’ goed ontvangen en al snel ontwikkelde zich een geanimeerde communicatie. Terwijl ik bezig was Yvonne de verkering in te schrijven, bemerkte ik een patroon in haar schrijven dat mogelijk op een bipolaire aandoening duidde. Ik schrok daar niet van, want het was een vriendelijke meid, die over een enorme dosis intelligentie en humor beschikte. Daarnaast was zij beslist ‘eye-candy’, dus mijn belangstelling begon meer serieuze vormen aan te nemen. Daar ik niets te verbergen had, gaf ik haar mijn huistelefoonnummer, toen ik in haar schrijven merkte, dat zij ‘down’ was.
Zij reageerde dankbaar, maar maakte geen gebruik van mijn aanbod om mij te bellen.
“Ik bel je misschien wel gauw,” beloofde zij..., te vaag naar mijn zin.
We mailden zo een paar weken en er was weinig vooruitgang, anders dan dat zij mij met virtuele kussen bleef bestoken. Ook noemde zij me iedere keer ‘lieverd’. Affectiegebaren die mij niet zoveel zeggen, want vijftig procent van de Lexa vrouwen strooit die genegenheid ‘lover and lipshit’ kwistig om hen heen. Inmiddels had ik Yvonne naar mijn websites verwezen en zij toonde een meer dan normale interesse voor mijn sites, en mijn boek. Nadat ik haar het eerste deel had toegestuurd en merkte dat zij weinig of geen vooruitgang daarin maakte, concludeerde ik dat Yvonne problemen had.
Ik stuurde haar een mail, waarin ik schreef: ‘Ik denk dat het nu zo zoetjes aan tijd word om mij te bellen, lieverd, want dit gaat nergens heen.’ Tien minuten later kreeg ik een telefoontje van haar. Zij vertelde mij dat zij ‘niet goed aan de telefoon’ was en dat zij het prefereerde om iemand ‘face to face’ te spreken. We bleven dus vijf uur aan de telefoon.
De volgende dag schreef zij mij, dat ze genoten had van het gesprek en dat het echt goed gevoeld had. Ik weet dat ik een goede, en makkelijke prater ben; vrouwen voelen zich al snel bij mij op hun gemak. Tevens versta ik de kunst om mensen te laten lachen, en vrouwen in het bijzonder. Ik ben snel en bedien mij niet van oubollige tv-shit ongein. De meeste vrouwen laat ik huilen van het lachen, wanneer de situatie dat vereist. Ik hoefde Yvonne niet te manipuleren, ik kon gewoon mijzelf zijn. Het voelde goed, en ik wilde haar nu beter leren kennen.
’s Avonds belden wij weer. Na enkele uren gelachen te hebben, vroeg ik haar, of ik voor haar koken mocht. Zij werd erg onzeker, wilde wel, maar dorst blijkbaar niet goed. Ze was niet zozeer bang om een man te gaan bezoeken, maar ik vermoedde dat de teneur van mijn websites, en mijn boek haar deden twijfelen. Bij eerdere gelegenheid had zij mij verteld, dat zij wel van uitdagingen hield. Ik zei dus: “Jij, superfoof die van uitdagingen houdt, wel, hier is een uitdaging voor je. Kom morgen maar bij mij eten. Is dat uitdaging genoeg voor je?”
Ze hield van wijn, dus blijven slapen zou een onontkoombaarheid zijn als zij tenminste geen honderdveertig kilometer dronken terug wilde rijden. Zij besefte dit ook, en zei onzeker: “Ik sms je morgenochtend of ik wel, of niet, naar je toe kom.”
Ik antwoorde: “Wat houdt je tegen, Yvonne?”
“Ik weet het niet, Jan. Ik wil er even over denken. Ik laat het je weten, dat beloof ik.”
“Als je erover moet denken dan wordt het toch een ‘nee’; zal ik dan maar voor je beslissen?” vroeg ik, met de bedoeling om haar te zeggen, de hele onderneming maar te vergeten.
“Nee, nee,” antwoordde Yvonne die gelijk begreep wat ik wilde doen, “Ik wil er even over denken, dat is alles.”
Een kwartier later besloot ik haar te sms’en. Ik schreef: “Yvonne, ik houd er niet van om het onderwerp van overweging te zijn. Blijkbaar moet je er nogal zwaar over denken, dus vergeet het hele verhaal maar. De uitnodiging is hierbij ingetrokken.”
Ongeduldig? Arrogant? Misschien wel, maar ik houd altijd het liefst de eer aan mijzelf. Ik stond net op het punt om de boodschap te versturen, toen er een sms binnenkwam. Om die te lezen, moest ik eerst mijn sms bewaren, of versturen. Op het laatste moment bedacht ik mij..., en bewaarde mijn sms..., waarna ik de tekst van Yvonne las.
“Het is eigenlijk achterlijk om je tot morgenochtend op een antwoord te laten wachten, Jan. Ik ben morgenmiddag bij je,” schreef ze.
“Pfff, gered door de fucking gong,” dacht ik, “Schrijf ik haar zowat af, terwijl ze al besloten had om te komen.”
Ik belde haar en wij spraken een tijd en een plaats af. Yvonne moest uit Breda komen, en besloot dat met de trein te doen.
Had ik al over pijn geschreven. Pijn bij een date, die met de trein arriveert? Nee, nee, de fucking pijn die er nu is, terwijl ik iets verderop, in de helft van mijn fucking verhaal ben. De pijn is moordend... het voelt alsof mijn hart met een kettingzaag gespleten wordt, mijn keel wordt opengereten door hyena’s en mijn maag is uitgerukt, door een horde dingo’s.
Alles wat ik voel is pijn..., pijn... fucking pijn en verdriet. Ik kan net niet stikken in mijn verdriet, want de tranen lopen mijn opengereten keel uit. Ik wil in mijn auto stappen en met tweehonderd kilometer een viaduct gaan neuken. Ik schenk een glas wijn in bij mijn honderd Atenolol 50mg tabletter. Ik probeer de loop van mijn SIG P220 op te vreten, maar ik gedenk mijn belofte aan Yvonne. Samen..., we zouden samen gaan, en nu moet ik alleen. Het verdriet en pijn is mij langzaam aan het vermoorden, maar de Rohypnol en de drank gaan nu hun werk doen. Ik zonkte en ik ben eruit..., net voordat ik eruit kan stappen. Gelukkig? Ik weet het niet, ik ben niet bang om te sterven, noch verlang ik naar de dood, maar als het toch moet, dan liever met Yvonne. Zoals wij hadden afgesproken.
Yvonne..., ik herken haar gelijk, wanneer zij het station uitloopt. ‘Cosmic! Wat een leuke, leukerd. Veel leuker dan op die Lexafoto,’ denk ik verheugd, ‘Nou, haar blijdschap zal ook wel temperen, als ze mijn hondenkop ziet.’
Ik stap uit en loop naar haar toe, het moest er toch eens van komen.
“Dag Jan,” zegt Yvonne, terwijl zij mij drie keer wangt, “Leuk om je nu in het echt te zien, en te spreken.”
Ik brabbel wat, want ik ben aangeslagen. Ze heeft het figuur waar ik op val. Een poppetje. Een poppetje met een mooi gezicht. Een mooi gezicht met een lach, die titanium doet smelten.
Het is precies zes jaar en drie maanden geleden, dat ik de eerste keer in mijn leven voelde, wat ik nu voel. Verliefdheid. Jawel, een oude gek die verliefd wordt op een lief, lachend poppetje. Maar tegelijk herleef ik ook weer de pijn, verdriet en onmacht uit die vorige relatie. Ondanks al die negatieve emoties was er ook geluk en blijdschap. De balans moge dan wel in evenwicht zijn geweest, maar verliefd worden, wilde ik niet meer.
Verliefd worden, is er om mensen gelukkig te maken. Ik wilde niet weer gelukkig worden, want zoals eerder gezegd, stierf ik iedere nacht een beetje, als gevolg van die eerdere relatie. Gedurende de dag zat ik ‘datechicks’ de verkering in te schrijven. In die twee jaar heb ik bezoek gehad van milf’s, tilf’s, muff’s, super- en cyberchicks en allerlei andere soorten vrouwelijk schoon. Het was eten, drinken, praten, lachen en daarna zaten die foofs mij aan te kijken, met ogen die schenen te vragen: “Wil je niets van de honingpot?”
Vaak aanvaardde ik het aanbod van de dames, en vaker niet. Het was of ik rubber poppen naaide; het deed mij niets, anders dan dat het mijn verdriet wat afstompte, en mijn moraal opvijzelde.
Yvonne. Yvonne was anders, en belangrijker: zij was blijkbaar vastbesloten om mij ‘lovers lane’ in te manoeuvreren. Onderweg naar mijn huis zat zij mooi te zijn en ‘chatte’ tevreden. De lach verliet haar gezicht niet, en ik begon mij af te vragen of het een façade was. Van haar, eerder door mij vermoedde, problemen was niets te merken. Yvonne bleek behalve mooi en ogenschijnlijk lief, ook uiterst intelligent en humoristisch te zijn. We lagen tijdens die rit naar mijn huis al constant in een deuk van het lachen. Perfecte vrouw? Naaah, die bestaan niet. Niet voor mij meer, in ieder geval.
Zij wist, dat ik als bekeerd kettingroker, roken nu haatte. Thuisgekomen, vertelde ze mij, dat ze even buiten een sigaret ging roken. Ik vertelde haar niet zo achterlijk te doen en bij de afzuigkap in de keuken te gaan staan, als zij zo nodig roken moest. Daar Yvonne, zoals gezegd, een poppetje was, kon zij makkelijk in de hoek op het keukenwerkblad gaan zitten. Daar zat zij dan innig tevreden, naast het geruis van de afzuigkap haar shagje te roken, en mooi te zijn.
Mijn keuken was ineens honderd ruggen euroshit meer waard. Fuck, een keuken met je eigen ‘clickchick’, dat voelde ‘fucking wicked ’, ook al wist ik nog niet precies welke knoppen ik bij Yvonne aan het indrukken was, zo ik dat al deed.
Vier dagen later was Yvonne nog bij me, en ik was euforisch. Zijn er geen perfecte vrouwen? Zei ik dat? Ik heb een leugen verteld.
Yvonne was perfect. Ik had nimmer zo’n vrolijke meid gezien met zoveel verstand en logica. We brachten de dagen in bed door, zoals verwacht mag worden. Nou, daar wil ik nu even niets over kwijt. Gaat u er maar vanuit dat het perfect was. Maar perfect in een andere zin dan de lezer zal vermoeden. ’s Avonds hielp zij mij met het in de weg staan in de keuken, terwijl ik aan het koken was. Yvonne was de meest dankbare eetster, voor wie ik ooit het genoegen heb gehad om voor te mogen koken. Dat was het moment dat zij ophield met vrolijk kwebbelen en het verkondigen van theorieën over stochastische variabelen. Dan at zij -and by the Christ- het was een visueel orgasme om dat te mogen aanschouwen. Zij spuugde ook niet in de wijn, met als gevolg dat wij ’s avonds in bed vergeten waren, dat je daar nog meer kon doen dan dronken slapen, maar dat herinnerden wij ons dan de volgende morgen wel weer.
Ik was niet verliefd meer..., nee..., ik hield al van haar, en ik was er niet blij mee. Dag vijf..., de onweerswolken pakten samen en onheil naderde vanuit alle windstreken. Ik had beter op moeten letten en naar mijn gevoel moeten luisteren, maar mijn gevoel was bewerkt met een staafmixer. Gemengde fucking emoties dus.
Yvonne zat die avond aan de rode wijn, en zij liet het zich smaken. Ik waarschuwde haar dat zij te snel dronk, maar een Yvonne laat zich door niets, of niemand waarschuwen. Zij dronk en kwetterde vrolijk door. Op een gegeven moment gaf zij aan dat zij van mij was gaan houden. Ik ben een sceptische rothond geworden in mijn leven, al zou ik het zelf meer als ‘realistisch’ willen betitelen.
Wanneer iets er uitziet als te goed om waar te zijn, dan is het dat meestal ook. Kom laten wij realistisch proberen te blijven: een negenendertigjarige ‘cyberchick’ met alle kwaliteiten, wordt verliefd op een oude ex-crimineel, wiens aanblik iedere zichzelf respecterende spiegel uit elkaar zou doen spatten. Of ik het nuchter ook gedaan zou hebben, zou ik niet kunnen zeggen, maar nu maakte ik mijn scepticisme dan ook in typisch, cynisch advies kenbaar.
“Woo, Doe maar rustig aan met ‘je houden van’. Ben je vergeten met wie je hier zit?”
Yvonne keek mij aan met een ongelovige blik. Voor een moment zag ik haar ogen glanzen, maar ik wist toen nog niet dat zij niet huilen kon. Yvonne was door haar ouders vermoord. Hoe kon ik dat nu weten?
Zij stond op en stormde de kamer uit, keuken door, de bijkeuken in. Knal, deed de buitendeur.
‘Wat is er nu met die gek? Stormt naar buiten in de vrieskou, in een bloesje,’ dacht ik verbaasd, ‘Nou die komt wel snel terug, met die kolere kou.’
Twintig minuten later was Yvonne nog niet terug en mijn trots sloeg nu om in paniek. ‘Wat als ze in een greppel, of erger, een sloot gevallen is. Met die kou gaat ze dood aan hypothermie in een half uur,’ vreesde ik.
Ik vloog net als Yvonne de deur uit en sprong in mijn auto. Yvonne was nergens te zien. Ze kon gekozen hebben uit vier richtingen, dus koos ik de kant die het meest voor de hand lag. De bushalte. Ik scheurde de witte strepen van de weg af. Geen Yvonne. Terug, en de tweede meest logische route. De bomen ontweken mij angstig om twee uur ’s nachts. Geen ‘fucking datechick’. Ik had de minst voor de hand liggende route moeten nemen, maar even was ik, in mijn paniek, vergeten dat Yvonne een vrouw was. Een dronken vrouw. Een dronken, blijkbaar hevig geëmotioneerde, vrouw.
Toen ik onverrichter zake naar huis terugkeerde, vond ik een, tot op het bot verkleumde Yvonne, leunend tegen de ijskoude gevel van het huis. Zwijgend, volgde zij me naar binnen.
“Ben jij gestoord, Yvonne,” vroeg ik ziedend van woede, “Wat ben jij voor een mafkees dat je naar buiten, de kou in rent in een enkel bloesje. Waar de ‘fuck’ ben je geweest? What’s the fucking problem with you?”
Yvonne keek mij aan. Alhoewel er een blik van uitdaging in haar ogen lag, zag ik ook verdriet. Zij antwoordde niet, maar bleef mij aankijken.
Doordat ik ook het nodige gedronken had en geen enkele reactie van Yvonne kreeg, werd ik nog kwader.
“Dat jij blijkbaar niet helemaal spoort, daar kan ik niets aan doen, maar waarom laat je mij -half bezopen- stad en land afrijden om naar je te zoeken? Wat heb ik je gedaan dat je mij zo behandelt? Kun je niet tegen drank of heb je een hekel aan kerels, als je half gestoofd bent?”
Yvonne keek mij aan, maar zei nog steeds niets. Het leek wel of ze dichtgeklapt was. Nog steeds wist ik niet, waarom zij die, wat een wanhoopsdaad leek te zijn, ondernomen had. Het was een wanhoopsdaad, en ik zou er snel achter komen. Ik zou meer te horen krijgen dan ik ooit had kunnen denken, en dat terwijl ik na het onfrisse verhaal, zes jaar geleden in Italië, dacht dat ik alles wel zo’n beetje gehoord en gezien had.
Terwijl ik Yvonne aan bleef kijken, zag ik dat haar ogen zich transformeerden. Ik zag de ogen van Iona. De ogen van Molly keken mij treurig aan. Oh God, nee, niet opnieuw hè? Alsjeblieft niet nog een keer! Niet weer..., ik! Maar God heeft zich nooit bijzonder veel van mij aangetrokken.
De ogen van Yvonne vertelden mij, dat zij reeds lang geleden afgemaakt was. Yvonne was ‘time-released fucking’ vermoord. Zij was op sterven na..., dood!
Die nacht spraken wij niet. Yvonne was zeer zwijgzaam en zei tegen mij, dat ze de volgende dag wilde vertrekken. Ik was kwaad en wist niet wat ik denken moest. Het was duidelijk dat zij een probleem had en het leek het meest op een bipolaire aandoening, of tenminste cyclothymia, een mildere vorm van de eerste. Yvonne had dat categorisch ontkend. Ze had mij verteld dat zij aan geen enkele vorm van depressie leed, dus ik had dat als waarheid aanvaard, maar wat had zij dan wel?
Tijdens de rit naar het station de volgende dag, werd ik steeds gefuckter. Yvonne was uiterst zwijgzaam en zei mij dat ze weg moest, met het accent op moest. Ik kreeg het idee dat zij op schoppenaas had zitten loeren, en toen zij doorkreeg dat zulks nimmer kon werken bij mij, besloten had om van haar missie af te zien. Ik zei dus in de auto: “Yvonne, als jij geprobeerd hebt om aan mij een doorslag te nemen, en je bent gewoon een avonturierster, dan ben ik daarmee niet blij. Ik houd er niet van om op link genomen te worden met ‘shitstories’ of ‘cock and bull tales’, dus dat kan beter dan maar niet zo zijn.”
“Jan, dat is het niet, maar ik moet... ik moet weg, geloof me!”
“Als ik er achter kom, en als het zo is dan kom ik er achter, kun jij lachen met mij. Dat is geen bedreiging, maar een belofte.”
Yvonne zweeg terwijl wij het parkeerterrein van het station opreden. Zij pakte haar tas, stapte uit en zei: “Dag Jan, bedankt voor alles. Het spijt mij, echt.”
Te trots om haar te antwoorden, bleef ik voor mij uit kijken tot zij uitgestapt was. Ik reed onmiddellijk weg en liet Yvonne op de parkeerplaats staan. Toen ik in mijn spiegel keek, zag ik dat zij mij na stond te kijken. Zij had haar hand om haar hals. Wel, wat zij daar ook moest voelen, ik voelde hetzelfde. Het was of mijn keel werd opengerukt met twee bootshaken.
Het was te ver gegaan..., ik hield van Yvonne. Achterlijk? Ongelooflijk? Niet mogelijk? Het zal allemaal best waar zijn, maar zo ervoer ik het. Ik was gaan houden van een vrouw die ik zes dagen kende..., maar het was een paar jaar eerder ook gebeurd, en het was mijn ondergang geworden.
De volgende paar dagen liep ik als een vloekende zombie door mijn huis. Overdag kon ik mij niet concentreren en ‘s nachts kon ik niet slapen. Mijn mobieltje volgde mij als een loopse teef om toch vooral niet een smsje van Yvonne te missen. Ik wist niet of ik nu kwaad op mijzelf, op Yvonne, of allebei was. Had ik mijn mond moeten houden, toen zij haar liefdesverklaring aan mij deed? Ik geloofde haar gewoon niet, en afgezien daarvan was er wel iets anders gebeurd. Zij was eerlijk in essentie, maar het leven had haar tot leugenaar gemaakt, en dat herkende ik al heel snel. Het maakte niets uit, ik miste haar en ik miste haar niet half. Yvonne sms’te niet. Toen deed ik iets wat ik nimmer gedaan had. Ik besloot mijn trots opzij te zetten en haar met een smoesje te sms’en. Geen antwoord. Shit. Well, fuck you too, then!
Een paar uur later kreeg ik een sms van Yvonne. Ik kruiste mijn vingers dat het goed nieuws zou zijn. Het was niet slecht, dus een paar minuten later had ik haar aan de telefoon. Een gelukkige, opgeluchte Jan sprak met Yvonne. De lijnen van communicatie waren weer open. Voor het moment.
“Jan, ik moet..., ik wil je mijn gedrag verklaren. Ik kon dat niet op het moment, toen ik dat had willen doen. Als kind ben ik misbruikt door mijn vader. Naast de incest, martelde hij mij ook psychisch. Ik heb mij nimmer aan hem overgegeven en ik heb indertijd een verdedigingsmechanisme ontwikkeld.”
“Hoe oud was je toen het begon?” vroeg ik, de geschiedenis nu opnieuw belevend, en bang voor wat ik ga vernemen.
“Tien jaar, Jan. Ik heb er voor gezorgd dat ik altijd controle hield. Nimmer huilen in zijn bijzijn. Terugvechten. Mijn gevoel zei mij dat hij nooit zou winnen. Ik zal het je misschien nog wel eens uitleggen, maar laat mij je verzekeren, dat de incest de minste van mijn problemen waren.”
Ik geloof niet wat ik hoor, en vraag: “En je moeder? Kon je daar niet mee praten?”
“Je zult mij niet willen geloven als ik je nu alles vertel, maar die was erger dan mijn vader. Ik leg het je nog wel eens uit. Het is erg gecompliceerd. Psychiaters, psychologen en psychotherapeuten zijn er nimmer uitgekomen bij mij. Geen therapie of sessie hielp. De diagnose is, dat ik aan chronische PTSD (Post Traumatic Stress Disorder), en nog een paar dingen, lijd. In ieder geval, op momenten van stress kan ik een aanval krijgen. Ik sla dan volkomen dicht en heb moeite met rationeel praten. Waar ik ben, ben ik, maar ik moet zo snel mogelijk weg. Ik moet alleen zijn op een plaats, waar ik de aanval uit kan zitten, en waar ik alleen ben. Dat is dus altijd mijn huis. Het was absoluut niet persoonlijk, Jan. Het had niets met jou te maken. Het enige was, dat jij mij ‘triggerde’ door mijn liefdesverklaring niet te geloven. Dat was de ‘trigger’. Als kind geloofde mijn vader ook nooit wat ik zei en werd ik het doel van zijn mentale martelingen. Ik heb altijd moeten bewijzen wat ik zei.
“Maar PTSD is naast DSM-IV een vergaarbak voor alle psychische kwalen die nog niet bekend zijn,” merkte ik kwaad op.
“Precies, en daarom geloofde ik er ook niet in,” zei Yvonne.
“Gebruik je medicijnen nu,” vroeg ik.
“Zoloft, sinds vijftien jaar. Een lichte dosis, want ik kan heel slecht tegen bepaalde medicijnen. Als ze de dosis opvoeren, dan word ik stapel.”
“Maar Zoloft is een SSRI. Het is Sertraline.”
“Wat houdt dat in?”
“Het is een anti-depressivum. Het wordt echter ook gebruikt om OC (Obsessive Compulsive Disorders, Paniek en Sociale Angst aandoeningen te bestrijden, bij PTSD doet het echter niet veel. Het is zo’n beetje in de plaats van Prozac gekomen.”
“Alles wat je opnoemt staat in mijn evaluaties. We praten er nog wel over. Ik zou graag weer naar je toe willen komen, Jan.”
Ik geloofde mijn oren niet. Voorzover een hart een luchtsprong kan maken, het mijne werd regelrecht gelanceerd, ‘into love orbit’. Ik zei: “Wanneer je maar wilt. Hoe eerder hoe liever.”
“Ja, dat wil ik ook, maar één ding Jan...”
“Ja, zeg het maar. Ik vind alles goed, Yvonne.”
“Mocht ik onverhoopt weer een aanval krijgen, laat je mij dan gewoon naar huis gaan, Jan?”
“Ja, ja, natuurlijk, lieverd. Dat spreekt toch vanzelf. Wanneer wil je dat ik je op kom halen, monster?”
“Is morgen te vroeg, Jan?”
Alles over pijn!
De volgende dag toen ik voor Yvonne’s huis stopte, kwam zij naar buiten rennen en vloog mij om mijn nek. Fuck, dat voelde goed. Zij dartelde als een hert haar huis weer in, en kwam terug met een tas met broodjes en een thermosfles met koffie. De hele weg terug bleef zij mij volproppen met broodjes, tot haar koffie mijn oren uitkwam. Het was al eerder door mijn neus naar buiten gekomen, wanneer wij een hobbel in de weg raakten.
Niets kon ons plezier drukken. Yvonne was weer precies hetzelfde, als toen ik haar de eerste keer ontmoette. De afloop van die samenkomst was nu verwezen naar het rijk der slechte herinneringen. Ze praatte honderd uit, lachte en hield mijn hand vast. Ik was weer even gelukkig, terwijl de eeuwige optimist in mij zich afvroeg, hoe lang het deze keer zou duren.
Het was niet zo vreemd dat ik mij dit afvroeg. Al had Yvonne mij dan wel verzekerd dat zij geen depressieve aandoening had, zij vertoonde nu duidelijk hyper gedrag, zo niet manisch te zijn. Hoe prettig ik dat ook vond, ik wist dat het niet kon duren, maar ik zou er wel voor zorgen dat ik zoveel mogelijk aan de weet kwam omtrent haar aandoeningen, zodat ik daar rekening mee kon houden. Ik weet dat ik één van de heel weinige mannen ben, die zijn gedrag na de veertig nog kan veranderen. Ik ben programmeur, en ik kan mijzelf herprogrammeren. Zie het maar als een cognitieve therapie, maar ik fucking kan het wel..., wanneer ik het wil. En ik wilde Yvonne behouden.
Vijf dagen passeerden wij in ultiem geluk. Het stuit mij tegen de borst om over seks te praten, dus ik stel dat nog even uit. Ik kookte voor mijn ‘clickchick’, we brachten elkaar ontbijt op bed en we genoten met volle teugen. Zij was als gezegd een dankbare eetster, en ik wilde wel uren in de keuken staan voor haar. Gezien mijn leeftijd hield ik dat ook beter vol dan horizontale tango’s in de slaapkamer. Toch mocht ik er nog wel zijn, maar dat laat ik u wel door Yvonne vertellen.
Ik vertel u de versie die Yvonne mij verteld heeft. Het is voor u wat makkelijker achter uw LCD scherm, dan voor mij. Naast Yvonne zittende, was het alsof ik door een fucking aquarium keek, zoveel fucking water stond er af en toe voor mijn ogen. Maar dan..., ik was altijd al een ‘softie. Yeah right!’
Terwijl Yvonne de gamba’s uit de spaghetti zat te graven, viel mijn oog op haar arm. Fucking Jesus, wat een verwoesting, het leek wel of zij met haar arm in een ‘fucking combine-harvester’ had gezeten. Twee open, diepe japen commandeerden de oudere littekens van automutilatie. Hoewel ik wel wat lichamelijke verwoesting in mijn leven gezien heb, maakte dit mij misselijk. Ik vroeg: “Yvonne, ik wil niet zeiken, maar wat heb je in godsnaam met je arm gedaan?”
“Ik heb gekrast, Jan.”
“Gekrast? Het lijken wel bijlkloven. Wil je mij vertellen waarom, Yvonne?”
“Ik doe het om de pijn uit te drijven. Ik heb je verteld van mijn vluchtgevoel, daarna komt de angst, dan komt de pijn en als ik geluk heb, dan kan ik na het uitdrijven van de pijn, heel misschien een paar dagen later wat huilen. Vooropgesteld dat ik alleen ben. Vroeger purgeerde ik, omdat ik aan boulimia leed. Dan dronk ik Dreft, of stak potloden in mijn keel om over te geven. Om uit te drijven. Ik heb echter gezworen dat als ik weer aan boulimia zou gaan lijden, dat ik zelfmoord zou plegen, want dat is het ergste dat ik heb meegemaakt. Dat zou ik niet meer kunnen verdragen.”
“De pijn die is veroorzaakt door de consequenties van het gedrag, of liever wangedrag van je vader en moeder? Is dat juist, lieverd?”
“Ja Jan.”
“Ze zeggen dat purgeren en snijden een antipijnhormoon aanmaken in je lichaam. Helpen die met de verwerking of uitdrijving van je psychische pijn?”
“Het geeft wat verlichting, maar niet echt. Het is een hel, Jan.”
“Je ziet er ook uit alsof de duivel zijn vork over je arm heeft gehaald. Het is een ravage. Het doet mij pijn, Yvonne, om je zo te zien,” zei ik met verstikte stem, “Beloof mij alsjeblieft dat je het niet meer doet, en ik help je met alles. Dat beloof..., en zweer ik. Ik ben normaal wel goed in wat ik doe, geef mij een kans.”
Yvonne keek mij aan. Na een tijdje zei zij: “Ik vertrouw je. Ik weet niet waarom, maar ik voel dat het goed zit. Help mij en ik beloof je dat je dat ik niet meer kras.”
“Begin bij het begin. Vertel mij over je moeder, en daarna over je vader. Ik moet ergens beginnen.”
Yvonne begon te vertellen, Haar herinneringen gingen terug tot haar derde levensjaar. Met alle rottigheid die er door mensen veroorzaakt wordt, denk ik niet dat haar relaas te erg voor woorden is, maar ik ga het niet verslaan hier. Het is ranzig, het is monsterachtig en ik kon fucking niet geloven, wat ouders een -hun- kind aan kunnen doen. Een door haar moeder verwaarloosd kind dat op haar tiende jaar levensjaar werd blootgesteld aan de perverse smeerlapperij van een incestueuze pedofiel. Zoals Yvonne mij had verteld, was de incest het minste van haar jeugdproblemen geweest.
‘Wat kon mogelijk erger zijn?’ vroeg ik mij af…, maar dan…, ik ben altijd al een naïeve klootzak geweest.
“...ik was een kleuter en ik lag met veertig graden koorts en een longontsteking op de bank. Er was niemand die mij... ...mijn moeder was er nooit... ...liefde, of zelfs een aai over mijn bol heb ik nimmer... ...ik moest mijzelf dingen leren, door te kijken hoe anderen... ...Ik herinner mij dat ik als kind met blote voeten buiten in de sneeuw ging staan..., ik wilde ziek worden en dood gaan... …niemand keek naar mij om... …ik werd constant bij andere mensen gedumpt... ...toen ik tien was, begon mijn vader met zijn smerige gekloot... ...heb constant gevochten, maar hij werkte met kinderen... ...wist precies wat hij kon doen... ...mijn moeder deed alsof het niet gebeurde, maar het gebeurde... ...de psychische martelingen waren het ergst... ...ik was besloten om controle te houden... ...ik wilde mij niet kapot laten maken, toen niet meer... ...ik wilde ook gelukkig zijn, net als andere kinderen... ...met vijftien jaar werd ik door mensen gevraagd, waarom ik mijn nek nooit waste... ...mijn nek wassen? Dat had niemand... ...Op school werd mijn ouders verteld: ‘Yvonne is een vreemd kind... ...de vlucht- en de paniekaanvallen begonnen... ...ik sneed mijn armen open, om de pijn uit laten... ...ik stak potloden in mijn keel en dronk Dreft, om te kunnen spugen... .ik leed aan anorexia-boulimia... ...mijn leven was een hel... ...ik wilde dood... ...dat ik nooit enige liefde van mijn moeder heb ontvangen, was voor mij het allerergste...”
Ik heb geprobeerd het verslag van haar relaas vrij van emotie te houden, maar ik ben bang dat ik daar niet in geslaagd ben. Ik heb daarom haar verslag in ‘one-liners’ geschreven. Had ik dat niet gedaan, dan had ik echt geen potloden of Dreft nodig gehad om te kunnen kotsen. Ik voelde de messen nu in mijn hart kerven. Dit is ongelooflijk wat zij mij vertelde. ‘How the fucking bastard fuck’ kunnen mensen dat hun kinderen aandoen? Zij vertelde mij over de perverse machinaties van haar vader. Het erge was dat hij geklasseerd was als intelligent, zodat hij alle trucs kende om wat voor aanklacht dan ook te ontwijken. Intelligent? ‘Fucking perverted cocksucker’, probeer je intelligentie eens op mij uit, jij overjarig hoerenjong. Ik was ziek van walging en medelijden.
O ja, zult u zeggen, maar dat is omdat je verliefd bent op een beschadigd kind. Laten wij er maar van uitgaan dat u gelijk hebt. De lezer weet het immers altijd het beste? Daarom leest hij ook, en ik zeg met opzet ‘hij’.
Het werd mij langzaam aan duidelijk. Yvonne was een kind waar de bodem uit gedonderd was. Zij had heen enkele basis, waar zij op terug kon vallen. Slachtoffertjes van incest, hoe gruwelijk het ook is, hebben meestal een jeugd gehad, hoe slecht die jeugd ook geweest moge zijn. Yvonne had nimmer een jeugd gekend. Yvonne had nimmer echt bestaan, zij moest zich constant aanpassen aan de situaties zoals gedecreteerd en gecreëerd bij haar gedegenereerde ouders.
Yvonne had op haar vijfentwintigste, gedurende een psychotherapie, een vrouw leren kennen die tien jaar ouder was. Zij waren op elkaar gesteld geraakt, en getrouwd, om het zo maar te zeggen. Yvonne vertelde mij dat de seks na een jaar al niets meer voorstelde voor haar.
Ik had haar toen gevraagd: “Maar waarom ben je dan zolang gebleven met die vrouw?”
“Ik denk dat ik in haar de moeder zocht, die ik nooit gehad heb, Jan.”
“Dat was geen moeder, dat was een substituut vader,” had ik niet nalaten kunnen te zeggen. Voor de lezer moet ik hier nu stellen dat een liefdesaffaire met een vrouw, wel een vrouw, mij totaal niet jaloers kon maken.
“Ik ben van haar afgegaan, nadat ik herstellende was van een totale burnout. Toen ik haar het meeste nodig had, was zij er niet voor me.”
Het lag mij op mijn lippen om te zeggen: ‘Je bent er ook niet erg voor haar geweest om haar veertien jaar seks te onthouden.’ Ik besloot dat echter niet te zeggen, maar zei: “Ze moet wel erg veel van je gehouden hebben dan.”
De ex-partner, Chris, ging ‘apeshit’ toen ze vernam dat Yvonne met een man leefde. Zij ging naar alle kennissen van Yvonne om te vertellen dat Yvonne nu met een crimineel leefde. Dat wij allebei ex van onze eerdere status waren, vergat zij maar voor het gemak.
Zij treiterde en bedreigde Yvonne met sms’jes en schreef haar: “Ik maak je kapot. Ik richt je ten gronde.” Zo’n vijftig sms’jes waren geen uitzondering op een avond. Het was duidelijk dat deze vrouw ook een probleem had, alleen ik hoefde haar niet. Die Chris was zo vals als de nacht zwart was, en ik heb Yvonne ook constant gewaarschuwd voor haar machinaties. Yvonne wilde niet het slechte in mensen geloven, ondanks dat zij mij iedere keer gelijk moest geven.
Yvonne wilde niet meer naar huis, en haar zorgen teruggaan. Zij wilde naar het buitenland en een heel nieuw bestaan opbouwen. Ik wilde dat dolgraag, maar ik moest –al was het alleen voor Yvonne- realist blijven.
“Yvonne, mooi monster, het is weer een vlucht. Iets dat je je hele leven hebt gedaan. Je moet niet meer vluchten lieverd. Je moet beginnen met leven.”
“Dat is ook precies wat ik wil, Jan. Ik wil leven, en ik wil leven met jou. Wil je met mij trouwen?”
Trouwen. Dat had ik precies één keer in mijn leven gedaan. Toen was ik vijftien. Daarna had ik die behoefte eigenlijk nimmer meer gevoeld, al ben ik dan wel verscheidene keren ten huwelijk gevraagd. Anouk en Lisette wilden met mij trouwen en waren vermoord geworden. Met Yvonne zou ik echter trouwen, als zij dat wilde. Normaal zou ik daar niet meer over geprakkizeerd hebben, door de moorden op de twee vrouwen om wie ik zoveel gegeven had. Er was hier echter geen heavy shit gaande..., dacht ik.
“Yvonne, ik ga mij morgen eens in al die psychoshit van je verdiepen, want het is niet zo makkelijk om het af te doen met PTSD of OCD. Vooralsnog lijkt het er helemaal niet op. Ik ga een paar dagen lezen, en dan geef ik je mijn mening. Let wel ik ben een leek, maar ik heb heel veel met psychische disorders te maken gehad.”
Yvonne had maar matig vertrouwen in mijn plannen, maar zij was te lief om dat te zeggen.
“Jan, ik vertrouw je, maar ik moet je dit zeggen. Vijfentwintig jaar hebben psychiaters, psychologen en psychotherapeuten het geprobeerd met mij. Ik heb je al verteld dat de incest de minste van mijn problemen is geweest. Geen één van de helers heeft mij daarin geloofd, en zij wilden mij voor de –door hen gediagnosticeerde- gevolgen gaan behandelen. Mijn gevoel zei dat het niet goed was en mijn ratio bevestigde dat. Ik nam dus geen deel aan die therapieën. Een andere psycholoog zei dat ik sociale fobieën had. Nou, die heb ik dus niet en geen sociale problemen ook. Ik maak heel makkelijk vrienden en leg nog gemakkelijker contacten…, maar luister eens naar dit:
Op een gegeven moment moeten mijn vader en ik bij een psychiater komen, in verband met de parentale incest. Mijn vader is slim, en hij gaf wat feiten toe, waarvan hij wist dat hij daar geen kwaad mee kon. Daarna begon hij te huilen. Mijn psychiater zat met zijn arm om hem heen en probeerde hem te troosten. Wat dacht je daarvan? Vind je het gek, dat ik de moed heb opgegeven?”
De volgende dagen zat ik te zoeken op het Internet. Ik Googlede alles in het Engels, want er is nu eenmaal veel meer materiaal aanwezig in die taal. Ik verrijkte mijn kennis over PTSD en OCD en al snel merkte ik dat die disorders niet indicatief waren voor Yvonne’s condities.
Zoals gezegd PTSD was een vergaarbak voor alle aandoeningen waar de heren, en dames, specialisten nog geen naam voor hadden. Na mij bekend te hebben gemaakt met de DSM-IV aandoeningen, had ik het wel zo ongeveer begrepen. Begrepen? Ja, want dit stukje uit Wikepedia vertelt het wel zo’n beetje, denk ik.
Een ander punt van kritiek op de DSM betreft belangenverstrengeling ("conflicts of interest") bij de commissie die verantwoordelijk is voor het maken van de (nieuwe) indelingen. Een recent onderzoek (2006) meldt dat zesenvijftig procent van de leden van de 170-koppige DSM-IV- en IV-R-commissie één of meer financiële verbindingen hadden met de farmaceutische industrie. Honderd procent van de leden van de subcommissies ‘Stemmingsstoornissen’ en ‘Schizofrenie en overige psychotische stoornissen’ hadden financiële banden met de farmaceutische industrie. De overige commissies die verbindingen hadden waren: financiering wetenschappelijk onderzoek (42%), consultancy (22%) en sprekersbureau (16%).
Nou, ‘what the fuck’ betekent dat ‘shit’? Dat is makkelijk, als je geen ‘erkende’ aandoening hebt waar ze je de oubollige SSRI’s, SNRIs, MAOI’s, TCA of fucking Lithium voor kunnen geven..., dan heb je gewoon niets. De psychojonkers strompelen over platgetreden paden, totdat er weer een nieuwe snelweg geopend wordt door de farmaceutische industrie. Hysterie, melancholie, depressie, mds, adhd en add transformeerden zich in fucking Borderline en PTSD. Anxiety or Mood disorders, who gives a fuck? We geven gewoon SSRI’s in beide gevallen, well, fuck that.
Na een paar dagen lezen, begon het mij te dagen. In mijn logica had Yvonne geen duidelijk herkenbare aandoeningen, zoals PTSD of OCD. Het was voor mij niet eens zeker dat zij uitsluitend aan ‘anxiety disorders’ leed, en dat er geen overlap was naar ‘mood disorders’. Ik snap dat het makkelijk is om even een diagnose met een mooie naam te stellen en wat antidepressiva, met een nog mooiere naam uit te schrijven, zodat de heropname van de serotonine geblokkeerd is, of de noradrenaline gestimuleerd wordt. Daarna een verwijs naar de psycholoog voor een fraaie cognitieve therapie, of elkaar omhelzen in een groepstherapie. En als dat allemaal niet helpt..., nou dan kunnen wij er ook niets aan doen.
Yvonne kreeg al sinds vijftien jaar een SSRI antidepressivum. Zoloft. Dat was zo’n beetje de Hansplast pleister voor mentale aandoeningen. Yvonne dacht niet dat het veel voor haar deed, maar als de dosis opgevoerd werd, dan werd Yvonne stapel.
“Wanneer ik er echter mee probeer te stoppen, dan word ik geïrriteerd en nerveus,” zei ze.
“Dat zijn ontwenningsverschijnselen. Als je de Zoloft wilt stoppen, dan moet je het langzaam afbouwen. Ik zie het ook niet veel doen voor je, maar ja, het is het aspirientje voor de psychiatrie. Ik denk dat je een scala van niet herkende aandoeningen hebt, die zowel uit angststoornissen evenals uit stemmingsaandoeningen ontstaan. Er is een interactie tussen die aandoeningen die niet duidelijk herkend kan worden, en waar dus ook geen kant en klare remedie voor is.”
Yvonne zei nu: “Wat jaren geleden gaven de psychologen toe, dat zij ‘te ver met mij waren gegaan’ en dat hun oplossingen dus niet de juiste waren geweest. Zij vroegen mij te helpen waar zij volgens mij fout waren gegaan.”
“Dat is fucking diabolisch. Hoe ziek kun je het krijgen?! Wat bedoelden zij met ‘te ver gegaan’?”
“Zij gaven toe dat te therapieën voor mij niet de juiste waren geweest.”
“Just like that?”
“Just like that, en toen ik door mijn vlucht in werk, in plaats van te vluchten in krassen en boulimia, na tien jaar een totale ‘burnout’ kreeg, kon ik weer in therapie. Maar pas na anderhalf jaar en nadat ik alle medicijnen op eigen houtje had opgegeven, want die medicijnen waren niet uitwisselbaar met de therapie.”
“Conclusie?” vroeg ik.
“De conclusie is dat ik weer gevlucht ben in vluchten, angst, pijn, snijden, boulimia, slaaptabletten, drank en wiet. Ik wilde nog één keer iets van mijn leven proberen te maken, en wanneer dat niet zou lukken, zou ik zelfmoord plegen. Ik was het zat, Jan. Ik ben op, en ik wil rust. Hoe denk je mij te kunnen helpen? Ik weet dat je het goed bedoelt en ik vind het lief van je. Alles is echter al geprobeerd en ik wist van te voren dat het mij niet zou helpen.”
“Yvonne, ik ga niet experimenteren. Ik gebruik iets waar jij ook een ruime dosis van bezit. Logica. Mijn logica zegt mij wat te proberen. Wanneer ik je iets vraag te doen wat je vreemd lijkt, zal ik je uitleggen wat ik bereiken wil. Er zullen ook momenten zijn dat ik je het niet zal vertellen, omdat jij anders al aan jezelf gaat bewijzen, dat mijn filosofie niet kan werken. Ik vraag je mij te vertrouwen, en ik vraag je nog iets: je bent net zo eigenwijs als ik, en je wilt gelijk altijd een weerwoord geven. Ik vraag je dat een week lang niet te doen, maar mijn logica te willen overdenken. Als het na reflectie logisch klinkt, wel adopteer het dan. Zo niet, praten wij verder.
Dit is mijn theorie, Yvonne. In al die jaren dat je je vader hebt af moeten vechten, heb je een verdedigingsstrategie ontwikkeld. Een tweede natuur om niet door je vader onderworpen te worden. Je bent een controlfreak geworden, je vecht om controle te houden, je vertrouwt niemand meer, en je vlucht in vluchten. Deze verdediging heb je behouden, maar de reden ervoor is verdwenen. Je defensie is je nu tot last, ergo, het is een aanval geworden, die zich nu op jou richt. Je vecht tegen jezelf, Yvonne, en dat is een strijd die je niet kunt winnen. Als je zo doorgaat, verlies je gruwelijk lieverd. Je leeft met pijn en verdriet, je bent zo gespannen als een vioolsnaar. Er moet een relaxatie komen. Vertrouw mij en wij doen dit ding samen.
“Ik wil je graag geloven, Jan, maar waarom denk jij te kunnen slagen, waar iedereen gefaald heeft?”
“Twee redenen. Één, ik ben geen medicus die tekstboekkennis toepast. Ik werk met mijn logica. Twee, een psychiater of psycholoog slaapt niet met je, en kan je niet vierentwintig uur per dag observeren. Ik kan dat wel. Ik geef je nu een voorbeeld, waar jij nog niet eens aan gedacht hebt. Hoeveel uur sliep jij thuis, op de bank met je comfortdekentje en hoeveel bier, Nitrazepam en wiet had je dan gebruikt?”
Yvonne dacht even na, en antwoordde toen: “Als ik geluk had sliep ik drie uur. Ik had dan meestal 15mg (drie tabletten) Nitrazepam, zes of zeven bier, en af en toe één of twee spliffs gebruikt, vaak sliep ik dan nog niet.”
“Hoeveel uur heb je hier geslapen, sinds dat je bij mij bent, en met wat voor middelen?”
“Acht tot tien uur. Een paar biertjes en maximaal 10mg Nitrazepam. Geen joints,” zei Yvonne, nu verbaasd.
“Waarom is dat, denk je?”
Yvonne dacht weer even na, voordat zij antwoordde: “Ik denk dat ik mij veilig bij je voel. Je voelt goed, Jan. Je bent als een mokerslag bij mij binnen gekomen, maar je voelt goed. Ja, ik vertrouw je. Wanneer denk je te beginnen?”
“Wij zijn begonnen, maar je zult geen merkbaar verschil voelen.”
Een aantal dagen spraken, debatteerden, argumenteerden en analyseerden wij. Ik moest slagen waar iedereen voor mij gefaald had. Ik moest haar destructieve verdediging doorbreken. Gedurende de dagen deed ik dat door haar voortdurend met zichzelf te confronteren.
Ik ‘cornerde’ haar met mijn logica. Haar ratio was goed, maar ze had die nimmer aangepast aan de voortdurend veranderende omstandigheden. Wij spraken over de meest uiteenlopende onderwerpen, maar ik bleef haar ‘corneren’.
Meestal ging zij dan even een sigaret onder de afzuigkap roken, om vijf minuten later terug te keren en mij te zeggen: ‘Ik had dit nimmer mogelijk geacht, Jan, maar je hebt gelijk. Ik heb weer iets over mijzelf geleerd.’ Yvonne was eigenwijs, maar zij was ook eerlijk; vooral tegen zichzelf.
’s Nachts richtte ik mij op de controle. Het laat zich raden dat één der eerste bastions van Yvonne’s controle, de seks zou zijn. Dat was de eerste horde. Zij had mij verteld hoe eerdere mannen van haar gebruik hadden gemaakt, en zij had geen flauw idee hoe seks beleefd kon worden. Maar dan..., ik zou haar helemaal niet gaan gebruiken. Ik gaf haar precies dat, wat zij in haar leven zo tekort was gekomen. Ik gaf haar liefde. Ik hield haar in mijn armen voor uren, terwijl ik haar kuste en streelde, de erogene zones vermijdend. Ik gaf haar al het respect dat zij nimmer gekend had. Ik ging daarmee door totdat zij met haar nu bewegende heupen aangaf, wat zij van mij verwachtte.
Ik deed niet wat zij van mij verwachte. Ik deed wat zij niet verwachtte en nimmer voor mogelijk had gehouden. Yvonne controleerde alles, maar het orgasme waartoe ik haar bracht, kon zij niet controleren. Zij was verbijsterd erna, want ze had controle overgegeven. ‘Dit was nimmer gebeurd,’ vertelde zij mij, en zij had er van genoten. Dit was een vorm van controle die ze kwijt was..., en ze vond het helemaal niet erg.
Het eerste obstakel was vernietigd, maar er zouden nog velen komen.
Andere dagen bleven wij de hele dag in bed. Wij aten, lachten, keken dvd’s, discussieerden, terwijl ik gaten in Yvonne’s logica bleef prikken. Daartussenin waren de momenten dat ik Yvonne lichamelijk uitputte. Zij was van mijn subtiele affectie-aanvallen gaan houden, en wist ze zo te manipuleren, dat het voor haar steeds het gewenste resultaat had. Ze bleef dan voldaan, maar vermoeid op het kussen achter. Ik putte haar lichamelijk uit om haar ontvankelijk te maken voor mijn aanval op het vestingwerk: Yvonne.
De doorbraak kwam na enkele dagen. Terwijl ik lag te rusten en Yvonne, met opgetrokken knieën, met haar rug tegen het hoofdeinde van het bed zat, voelde ik, dat zij mij aan zat te kijken.
“Wat is er lieverd?”
Yvonne antwoordde niet, dus ik draaide mijn hoofd naar haar toe. Ik zag dat zij mij aan zat te kijken. Zij had een typische blik in haar ogen. Het leek wel of haar ogen glansden.
“Wat is er met je, foofie? Ben je verdrietig” vroeg ik, terwijl ik haar handen pakte, “Laat het los, Yvonne, laat het los. Je weet dat het eruit moet, het moet, het moet er fucking uit, mijn dappere lieveling. Je bent veilig hier, lieveling..., laat het nu gaan, laat het los..., en geef het aan mij.”
De huilende Madonna van Aleppo was geen groter mirakel, want nu gebeurde het werkelijke wonder. Langzaam en geluidloos begon Yvonne te huilen. De tranen stroomden uit haar ogen. Het leek wel of zij niet ademde, toen zij zich tegen mij aan liet vallen en ik haar in mijn arm nam. Ze huilde zonder geluid te maken, het was hartverscheurend. Het was eng.
“Huil mijn lieve lieverd. Je kunt geen dertig jaar leed opsparen, monster. Dit moest komen, en het is nog maar het begin. Vertrouw je mij, Yvonne?”
Haast onmerkbaar knikte zij.
“Blijf in mijn arm liggen, relax, strek je ledematen uit en adem met mij mee. Als ik inadem, dan adem jij in. Wanneer ik weer uitadem, dan adem jij ook uit. Pas je ademhaling aan, aan die van mij.”
Yvonne verslapte en paste haar ademhaling aan. Ik hield haar in mijn armen en begon haar te strelen, totdat zij kalmeerde. Toen ik merkte dat haar ademhaling versnelde, duwde ik zachtjes met mijn wijsvinger tegen haar dijbenen. Haar benen spreidden zich, en zij begroef haar natte gezicht in mijn nek.
“Vertrouw me, en schrik niet,” zei ik terwijl ik haar snel naar een climax voerde. Na de emotie was het te verwachten dat het orgasme heftig zou zijn. Het was heftig, het was een explosie. Haar spieren verslapten daarna, en toen diende de werkelijke aanval van emotie zich aan. Ik had geweten dat dit moest komen. Yvonne niet. Zij verstrakte eerst in mijn armen en hield op met ademen, om de huilbui tegen te gaan.
“Geef je controle op, Yvonne. Het is je tot last nu. Ik heb hier bewust naar toe gewerkt. Laat het gaan nu. Het zal je bevrijden. Je huilt al dertig jaar van binnen. Uit het nu. Laat mij je horen. Houd mij vast, er kan je niets gebeuren, niemand kan je nu nog kwaad doen.”
De verdrietexplosie die nu volgde, kan ik niet beschrijven. Yvonne begon te huilen en stopte pas drie uur later. Al die tijd hield ik haar als een baby in mijn armen. Zij lag aanvankelijk in de foetushouding tegen mij aan. Zij huilde en gilde. Zij brulde. Het was bijna demonisch om haar te horen krijsen.
Dankbaar besefte ik dat ik drie mijlpalen had geslagen. Yvonne vertrouwde mij. Yvonne kon nu huilen en zij had een groot gedeelte van haar funeste controle losgelaten.
Een uur nadat zij gestopt was met huilen, vroeg zij mij: “Hoe heb je dit gedaan, Jan. Het is een wonder. Ik heb nimmer zo kunnen huilen. Hoe ben je bij mij binnen gekomen?”
“Hoe voel je je, foofie?”
“Bijna euforisch, Jan. Ik ben uitgeput en ik voel mij leeg. Leeg, maar rustig. Hoe kon dit?”
“Je hebt mij vertrouwd. Je hebt gevoeld dat het goed was. Je voelde je veilig en de laatste dagen ben ik je controle aan het slopen gegaan. Daarnaast heb ik je een spiegel voorgehouden, door je verstarde logica te ontkrachten. Je werd onzeker in jezelf, omdat je controle had losgelaten, daardoor begon je zachtjes te huilen. Dat was het begin. Het genot en de explosieve kracht van het orgasme, maakten de rest van de emotie en opgekropt, weggeduwd verdriet in je los. De rest is geschiedenis, je kunt nu huilen.”
Hoewel ik haar de volgende dagen nauwgezet bleef observeren voor ‘moodswings’ of ‘triggers’, vergaten wij elkaar niet. We genoten van het eten dat ik kookte, de wijn die wij dronken, de gesprekken die wij voerden, de humor die voor die van de ander niet onderdeed..., en wij genoten van elkaar. Yvonne was lief en gelukkig die dagen. Niets was haar teveel, om mij te plezieren, in welk opzicht dan ook. Het was een sprookje, en ik was weer even gelukkig. De rasoptimist in mij vroeg zich echter af hoe lang het deze reis zou duren. Het leek allemaal te mooi om waar te zijn..., en we weten wat er gezegd wordt over dingen die te mooi lijken om waar te zijn. Eerst zou er echter een crisis moeten komen. De crisis voor Yvonne.
“Dit is het, Jan,” zei Yvonne een paar avonden later, toen wij in bed lagen. “Ik heb nu het vluchtgevoel, en ik begin in paniek te raken. Daarna komt de pijn. Jan, ik ben bang, ik ben bang.”
Ik omarmde haar en trok haar tegen mij aan. Haar hele lichaam begon weer te verkrampen. Zij kneep mij in mijn schouders, haar handen waren als tangen. Ze duwde mij weg en trok mij weer naar zich toe. Gedurende deze krampachtige knijp, trek en duwbewegingen begon zij te hypoventileren.
“Probeer je adem aan die van mij aan te passen, Yvonne, en probeer al je spieren te ontspannen. Ik weet het, het zal moeilijk zijn, maar probeer het. Vertrouw me. Yvonne probeerde te ontspannen en begon nu prompt te hyperventileren.
“Adem met mij, Yvonne. Probeer het, je moet lichamelijk zo ontspannen mogelijk zijn, voor wanneer de pijn komt.”
Ik bleef haar zachtjes strelen en fluisterde bemoedigende woordjes tegen haar.
“Ik ben bij je, Yvonne. Er gaat niets met je gebeuren, lieverd. Je bent volkomen veilig hier. Ik ken jou en jij kent mij. Geef het vechten op en regel je adem naar de mijne. Vecht niet met jezelf. Vecht met mij, als je vechten moet. Ik houd je vast, zolang als je dat wilt. Yvonne. Yvonne, vertrouw je me?”
Ze knikte, maar ik kon de paniek in haar ogen zien. Toch voelde ik dat zij begon te ontspannen. Ik voelde mij één met haar worden; wij ademden gelijk en ik bleef haar moed in spreken. Dit is een moment dat ik nimmer meer vergeten zal. Wat was ze dapper, ondanks alles wat ze nu doormaakte. Op een gegeven moment verslapte ze en ze zei: “Nu komt de pijn, Jan. De pijn, O Jan, ik weet niet of ik het kan. Help mij, Jan help me.”
“Het is tijd Yvonne. Kom met mij mee.”
Ik ondersteunde haar terwijl ze met mij naar het toilet kwam. Ze liep al verkrampt van de pijn.
“Ga op het toilet zitten en herinner je, hetgeen ik je gedurende de week geleerd heb.”
Yvonne nam plaats en spreidde haar benen. Ze sloeg haar armen om mijn nek, toen ik mij over haar heen boog. Ik bracht twee vingers in en begon de Gräfenbergplek snel te stimuleren. Yvonne verkrampte en ontwikkelde zo’n kracht in haar lichaam, dat ik dacht dat haar armen mijn nek zouden breken.
“Uit je, Yvonne. Schreeuw als je moet, maar uit je,” zei ik terwijl ik het ritme van de massage opvoerde.
Yvonne begon klagend te kermen dat overging in schreeuwen, terwijl ik haar voelde persen met haar gehele lichaam. De druk rond mijn vingers nam toe met een geweld, dat ik mijn vingers nog maar nauwelijks kon bewegen. Ik bleef echter mijn hand bewegen, ondanks de moeite die het mij koste. Het schreeuwen van Yvonne zwol aan tot een duivels geloei. Op dat moment ontlaadde het lichaam van Yvonne zich. Ik merkte dat zij alles uitdreef. Ik zette ze massage voort, tot zij als een lappenpop om mijn nek hing.
Later in bed vroeg ik haar naar de pijn.
“Het verdween met de ontlading, Jan. Hoe kon dit? Hoe wist je dat?”
“Ik wist het niet zeker lieverd, maar alles was bij jou gericht op het uitdrijven van pijn. Expulsie door automutilatie en/of purgeren. Ik merkte van de week, dat het resultaat van stimulatie van de Gräfenbergplek, door jou niet een als orgasme, maar als een krachtige ontlading werd ervaren. Ik had van sommige vrouwen al eens gehoord dat zij, wanneer zij de maandelijkse ellende hadden en vergingen van de hoofdpijn, of wanneer zij migraine hadden, dat zij vaak de heftigste pijnen uitdreven op deze manier. Ik heb daar altijd nogal sceptisch tegenover gestaan, omdat de plek gestimuleerd werd om een alternatief orgasme op te wekken, terwijl ander vrouwen de stimulatie iritant vonden. Maar ja, ik ben nog steeds geen vrouw dus ik dacht bij mijzelf: ‘Het kon het wel eens zijn, Jan’. Het bleek het te zijn, lieveling. Dagen van ellende en pijn heb je nu in enkele minuten doorlopen.”
Het was nu van opluchting, dat Yvonne begon te huilen. Ze snotterde: “Je hebt wonderen verricht, Jan. Ongelooflijk. Niemand in vijfentwintig jaar heeft dat voor elkaar gekregen en jij doet het in tien dagen. Het was alsof ik aan een vleeshaak hing en jij haalt die haak eruit, alsof het een splintertje was.”
“Nonsens, je hebt het zelf gedaan met mijn hulp, en vooral mijn geluk. Het had ook niet kunnen werken, al zei mijn logica dan, dat er een goede kans was. Jij hebt al het vertrouwen in mij gehad, en ik dank je daarvoor, Yvonne. Het kan niet gemakkelijk zijn geweest voor je. Misschien hebben wij nu een goede basis om verder op te bouwen, voor wat betreft de rest van je klachten.”
“Denk je dat er nog meer is dan, Jan?”
“Helaas lieverd, ik denk dat je verschillende aandoeningen hebt. Hier hebben wij leren dealen met de belangrijkste gevolgen van je heftigste aandoening, wat dat dan ook zijn mag. Echter, ik denk dat we het hele zootje aandoeningen kunnen aanvallen met een soort cognitieve therapie. Je zult het mogelijk als kinderlijk ervaren, maar het helpt wel. Ik heb het zelf, voor mijzelf uitgewerkt... en het werkte. Binnen een week was ik van mijn problemen af. Dat zal bij jou wel iets langer gaan duren. Zie het echter als een herprogrammering van je bewuste, en vooral onbewuste denkwijze. Het is niet moeilijk, maar het is een kwestie van volhouden.”
Gedurende de week ging Yvonne nog een keer in vlucht modus. In een paar minuten was zij er doorheen. Ik was extatisch, ja ik was trots ook, maar bovenal was ik blij, zo fucking blij voor Yvonne.
Ik had gemerkt dat Yvonne hyper werd wanneer zij verschillende belangrijke dingen op één dag moest doen. Dingen waar een gezond mens niet bij stil staat, of tegenaan hikt. Die –laten wij het problemen noemen- problemen, splitsen wij normaal op en dealen daarmee op individuele en een ad hoc basis. Yvonne zag het echter als één groot probleem, en alhoewel ze er mee dealen kon, aan het einde van de dag was ze hyper, wat verschillende problemen kon ‘triggeren’. Vluchtmodus was er één van. Maar er was meer. Ik leerde Yvonne dus, wat zij ervoer als een complex probleem, op te splitsen in kleine problemen, die zij dan één voor één kon uitwerken.
Yvonne was zo goed. Zij leerde zo snel, en ik zag dat zij zo haar best deed. Terwijl ik haar vrij liet om in de keuken te roken, zoveel als zij wilde, had ik opgemerkt dat zij, uit consideratie vaak niet meer dan drie sigaretten per dag rookte. Ik hield niet van haar, ik adoreerde haar! Disorders of fucking geen disorders. Wie is wel normaal? Ik zeker niet, en als ik zo eens kijk naar dat zootje rattenpuin dat de dienst uitmaakt, kan ik alleen maar blij zijn dat ik niet normaal ben. Laat me alsjeblieft blijven wie ik fucking ben.
Gelukkig. Ik ben gelukkig en Yvonne is een stuk gelukkiger, maar het mocht natuurlijk weer niet zo blijven, hè? Nee, nee, stel je voor. Het einde was in zicht, en ik voelde de afloopklauwen rond mijn strot.
Was het vorige stuk over de vlucht, angst pijn en uitdrijving heavy? Nou, het ergste gaat nu komen. Het is misschien moeilijk te begrijpen, of misschien begrijp ik het niet en kan het dus niet uitleggen.
Yvonne had dus, zoals u zich kunt indenken een hoop te verwerken gehad. Emoties, opgave van controle, het eindelijk kunnen huilen en de onorthodoxe manier van pijnuitdrijving, zo er al een normale manier is. Daarnaast raakte zij uitgeput. Teveel geluk kan iemand, die daar nimmer mee gedeald heeft, ook uitputten. Yvonne was moe, en zij had nog een probleem. Één probleem? Talloze problemen.
Yvonne dacht ‘compartmentalised’. Symptomen die dezelfde, identieke basis ten grondslag hadden, zag zij als individuele aandoeningen. Ik legde haar uit dat al die verschillende problemen werden veroorzaakt door dezelfde aandoening. Laat mij een voorbeeld van zo’n probleem geven.
Yvonne wist hoe haar moeder was, en ondanks dat zij haar af en toe bezocht was het meer een farce, dan twee vrouwen die van elkaar hielden als moeder en dochter. Een keer had Yvonne haar moeder verweten: “Als ik voor jouw ogen door vijftig mannen verkracht zou worden, dan zou dat je nog niets doen!”
De moeder had geantwoord: “Yvonne, ik houd van je.”
Yvonne wist dus wat ze van haar moeder kon verwachten. Niets! Yvonne verlangde echter wel naar het retrospectieve kindergeluk, om ook een moeder te hebben, maar zij wist dat dit achterhaald, en een ‘pipe-dream’ was.
Om Yvonne te ontlasten, had ik verscheiden brieven geschreven, naar haar familie waarin ik de situatie uiteenzette, en hen vroeg om hun begrip en geduld. Fout! Desondanks dat die familie nimmer iets aan Yvonne gelegen had laten liggen, nu is ineens iedereen bezorgd voor haar welzijn. Zal wel iets te maken hebben gehad met het feit dat ik een ex-crimineel ben.
Ook de ex-partner, Chris, dealde ik mee, want hun huis moest verkocht worden. Yvonne was weliswaar veel intelligenter dan Chris, maar zij was tegen haar valsheid niet opgewassen. Chris probeerde de druk op de ketel te houden door Yvonne constant lastig te vallen over trivialiteiten van het huis, en die werd daar wanhopig van. Dat konden wij er nu net niet bij gebruiken.
Zoals gezegd, dealde ik dus met Chris. Mindgames? ‘You want fucking mindgames? I give you fucking mindgames’ Ik rende kringetjes om haar heen, op een manier dat zij er nooit uit zichzelf is achtergekomen, dat ze riant door mij in de maling werd genomen. Ik had haar contact met Yvonne afgesneden, hetgeen Yvonne niet alleen zeer goed uitkwam, maar ook nodig had.
Zoals gezegd, die Chris was een getroebeleerd vals loeder, maar persoonlijk had ik niets tegen haar. Ik wist hoe het voelde om van een Yvonne te houden. Kon ik haar dat kwalijk nemen?
Moeder beet echter het fucking spits af. We zaten elkaar net de vissaus in de pasta te bevechten, toen mammie belde.
“Ja, ik ben okay mamma. Lees de email maar even die Jan geschreven heeft. Daar staat alles in.”
Moeder liet niet af. Na acht minuten zat Yvonne nog met haar moeder aan de telefoon. Toen zij even later uitgebeld was, had zij geen honger meer. Yvonne geen honger? Dat was ernstig.
Ik keek haar aan en zag de tranen in haar ogen, die zij hier had geleerd te huilen. Ze had echter geen honger meer.
“Monster, wat is er gebeurd? Heeft je moeder je van streek gemaakt?”
“Jan, het is de nostalgie naar iets dat ik nimmer gekend heb. Ik weet dat het achterlijk moet klinken voor jou, maar af en toe verlang ik naar mijn vroegere leven, ook al was dat geen leven. Het ‘triggert’ mij naar een staat van melancholie.”
Dat was het moment dat ik begon te vermoeden dat Yvonne ook depressief was, al zou ik dat nimmer gesuggereerd hebben. ‘Mijn God, kon dat kind niet even een break krijgen?’
Dus een gelukkige Yvonne kon ‘getriggerd’ worden door een moeder, die nimmer naar haar omgekeken had en haar niet had beschermd tegen de incestueuze handelingen van haar geperverteerde echtgenoot. Een moeder, die de naam moeder niet eens mocht dragen.
Wanneer dat de enige ‘trigger’ was dan was het probleem nog wel te overzien geweest, en met een beetje tijd, zelfs te herstellen. Yvonne had echter talloze van deze ‘triggers’, en wanneer het nu impulsen waren, die haar aan een slecht verleden deden herinneren, dan was het logisch en begrijpelijk geweest. Er was echter ook positieve input, die zij onbewust naar negatief vertaalde, en dat maakte het een stuk gecompliceerder.
Deze ‘triggers’ volgden elkaar nu in een razendsnel tempo op en Yvonne huilde constant. Het verleden achtervolgde haar, en hoewel, zoals al gezegd, het verleden haar niets dan ellende had gebracht, het was het enige verleden, dat zij had. Zij begon daar naar te verlangen, hoe onlogisch dat ook moge klinken.
Als Yvonne in haar ratio zat, vertelde ze mij dat zij het gevoel had dat het proces verschoven was. Hoewel zij opgetogen was met de behaalde successen en zij mij vertelde dat het echt goed voelde, het werd zeer moeilijk nu, omdat zij bijna constant treurig was. Het minste geringste ‘triggerde’ haar naar een verleden, dat zij nu begon te missen.
Met de wijsheid van terugblik was het gemakkelijk om te begrijpen, wat zich nu afspeelde, maar Yvonne en ik zijn twee personen, die wanneer zij bloed roken, voor de halsslagader gingen. En daar lag nu het probleem. Het stoppen..., of liever gezegd, het niet stoppen. Wij hadden moeten stoppen, gelijk na de eerste successen, om een adempauze in te lassen. Zowel voor Yvonne, als voor mij.
Wat was er gebeurd? Yvonne wilde voorgoed bij mij komen wonen. Dat was een grote stap. Dan geeft zij zich over aan een wildvreemde, en vertrouwt die volkomen. Die laat haar crisissen passeren in minuten. Dat moet een geweldige overwinning, maar tevens ook een geweldige schok geweest zijn. Dan leert zij na dertig jaar hartstochtelijk te huilen, en weer in het bijzijn van een vreemde, die tevens door haar controle en logica heen brak.
Daarnaast bekende zij mij dat zij nimmer zo gelukkig was geweest als in de afgelopen weken. Afgezien van het genot, waar ook een heel nieuw terrein voor haar braak had gelegen, waren er de momenten van samen eten, drinken, discussiëren..., kortom alle leuke dingen die wij gedaan hadden. Wijze vrouwen hebben mij later verteld dat dit onverwachte geluk, het plotselinge inzicht in zichzelf plus alle psychische veranderingen, teveel voor Yvonne waren geworden.
Daarnaast werd er aan Yvonne getrokken door allerlei instanties, ex-partner en ex-werkgever. Zij was belast met de verkoop van haar huis. Ondanks dat ik haar alles uit handen probeerde te nemen om haar de benodigde rust te geven, bleek het allemaal te veel.
Ik had Yvonne wat eenvoudige richtlijnen gegeven, zodat zij kon beginnen haar bewuste, en onbewuste denkpatroon te veranderen. Wanneer haar dit zou lukken, dan zou ze met die ‘triggers’ voorgoed af kunnen rekenen. Het was een soort cognitieve therapie die ik zelf ontworpen had, op mijzelf met succes had toegepast en daarna aan velen doorgegeven had. Het kon werken, maar de tijd ging nu tegen ons werken.
Ieder vrij moment van de dag zat Yvonne de richtlijnen te repeteren, maar haar emoties bleken sterker dan haar vastbeslotenheid. Na drie dagen voelde ik, dat wij elkaar gingen verliezen. De ‘garotte’ werd weer aangedraaid rond mijn keel.
’s Avonds, in bed, las Yvonne mij nog een uur voor uit mijn boek en alles leek normaal te zijn. Toen ik vier uur later wakker werd, wist ik dat Yvonne die dag zou vertrekken. Ik heb mij nog nooit geschaamd om te huilen en al was dat wel zo geweest, dan had ik er nog niets aan kunnen doen, om mijn tranen tegen te houden. Ik probeerde het zo stil mogelijk te doen want ik wilde Yvonne niet wakker maken, en helemaal niet dat zij mij zo zag. Trots, fucking trots!
Plotseling voelde ik Yvonne’s hand op mijn gezicht. Zij sliep dus niet. Zij veegde mijn tranen weg.
“Waarom heb je verdriet, Jan? Heb ik iets gedaan?”
Ik zweeg even om mijn stem te kunnen controleren, en zei toen: “Het is wat je gaat doen, Yvonne. Je vertrekt vandaag, nietwaar?”
Zij sprak mij niet tegen, en nu was ik het, die aan een caleidoscoop van emoties werd blootgesteld. Mijn verdriet, teleurstelling, kwaadheid, trots en liefde vochten voor de overhand. Zoals gewoonlijk, won mijn trots het. Trots, de ‘story of my fucking life’.
Ik voelde mij verraden door Yvonne, wat met zich meebracht dat ik mij een mislukkeling voelde. Ik had mijn taak niet kunnen volbrengen. Doordat mijn gevoel en liefde wedijverden met de negatieve emoties, kon ik niet bij mijn logica komen. Het was niet persoonlijk naar mij gericht, het was alleen dat Yvonne op was, zij was in de war. Echter de stress en de spanning, van de afgelopen weken, hadden ook hun tol van mij geëist. Het was geen excuus, ik weet het, maar het gaf mijn trots de gelegenheid het initiatief te nemen.
Om half drie ’s nachts zei ik tegen Yvonne: “Wel, wat is het punt om het afscheid nog langer uit te stellen, het verlengt alleen de pijn. Ik wil dus dat je naar huis gaat.”
Ik geloofde mijn eigen oren niet, maar ik zei het. Yvonne stond op en begon haar spullen bij elkaar te zoeken. Toen zij naar beneden ging, liep ik achter haar aan en ging aan de tafel zitten. Ik hoorde haar snikken, maar ik was niet in staat om ook maar iets te doen. Wat moet je doen wanneer iemand bij je weg wil? Zo zag ik het. Ik zat als versteend en voelde mij verraden.
Toen Yvonne haar spullen in haar auto had geladen, kwam zij huilend binnen en omhelsde mij. Ik kon haar niet eens vasthouden. Het kon niet gebeuren, maar het gebeurde ‘fucking allright’. Zij huilde hartverscheurend, zoende mij op mijn gezicht en vertrok. In de bijkeuken, voordat zij de buitendeur sloot, hoorde ik haar huilend zeggen: “Dag Jan, dag lieve Jan.” Dat was het moment dat ik vermoord werd, ik wist het alleen nog niet.
De volgende dagen passeerden in eenzaam verdriet. Ik miste Yvonne op een manier, waarop ik niemand in mijn leven nog gemist had. Ik lag dagen in mijn bed naar het plafond te staren. Ik wilde niet van haar gaan houden, maar het was gebeurd op zo’n waanzinnige wijze, dat ik er bang van werd. Ik wist wat verdriet kon doen, maar ik wilde er niet aan denken, wat dit verdriet met mij zou gaan doen.
Het was zo eenvoudig. Yvonne wilde niet dat wij stopten met onze relatie. Zij moest een ‘time-out’ hebben, en dat was nauwelijks te verwonderen. Ik begreep het wel, maar mijn trots weigerde het te aanvaarden. Ik redeneerde: ‘Jij wil weg? Okay, dan ga je weg. Als ik om iemand iets geef, dan wil ik niet weg bij die persoon. Jij wilt dat wel, dus rot op!’ Zo had ik het mijn hele leven gedaan, en het had mij altijd voor erger beschermd. Tot de laatste zes jaar dan. In het leven wordt voor alles een prijs betaald, en de prijs die ik al jaren aan het betalen was, was verdriet. Maar de prijs zou nu drastisch omhoog gaan, en ik besefte het.
Mijn trots verbood mij aanvankelijk contact op te nemen, terwijl ik echt uitblink in het verzinnen van voorwendsels. Drie dagen nadat ik Yvonne had weggestuurd, hield ik het niet langer van verdriet en ik verzon een pretext. Ik moest haar spreken, want ik was langzaam krankzinnig aan het worden.
De nacht dat Yvonne vertrokken was, had zij vele van haar eigendommen over het hoofd gezien. Zij had haar toilettas en sommige computerspullen achtergelaten. Ik sms’te haar: ‘Yvonne, je hebt hier verschillende dingen laten staan. Ik stuur alles op maandag naar je toe, als dat goed is.’
De laatste vier woorden zouden een communicatie teweeg moeten brengen, omdat het als een vraag beschouwd kon worden. Het werkte dus niet, want ik kreeg geen enkele reactie van Yvonne. Zou jij reageren, nadat je bij iemand het huis uitgestuurd was? Ze had groot gelijk, maar ik had groot verdriet, dus ik stelde de sms wat bij: ‘Yvonne, ik kan de spullen pas op dinsdag sturen, want maandag is tweede Paasdag. Is alles goed met jou?’
Nu kreeg ik een antwoord: ‘Ja, dat is goed met die spullen, en nee, alles is niet goed met mij. Hoe is het met jou?’ Contact!
‘Yvonne, wat is er met je? Wat is verkeerd? Mag ik je bellen?’
‘Nee, Jan, liever niet. Het doet te veel pijn. Laat het maar zo.’
Nou, dat het fucking veel pijn deed, daar wist ik alles van. Maar de toon van haar sms beviel mij niet. Er zat iets niet goed, en een gevoel van onheil bekroop mij. Ik moest weten wat er aan de hand was, dus ik schreef haar: ‘Yvonne, ik ben een imbeciel geweest, maar ik voelde mij zo verraden. Er is niets wat ik niet voor je zou willen doen. Ik geef mijn leven voor je.’
Ik had het wel goed gevoeld, want Yvonne schreef: ‘Wel, maak er dan maar een eind aan, want dat ga ik nu ook doen. Ik heb het voor de laatste keer geprobeerd in mijn leven, en het is niet gelukt. Tijd om weg te slapen.’
Ik dacht dat ik gillend gek werd, want ik wist dat zij niet blufte of komedie speelde. Ik deed zes dingen tegelijk. Ik e-mailde onmiddellijk haar ex-partner, Chris, en vroeg haar deze boodschap serieus te nemen. ‘Negeer mijn mail en Yvonne is in twee dagen dood. Ik bullshit je niet’
Ik sms’te Yvonne met het bericht: ‘Okay, laat mij dan met je meegaan en je hand vasthouden, foofie, want het is fucking eenzaam waar je naar toe gaat.’
‘Ik geloof je niet, Jan. Je wilt mij er alleen maar uitpraten. Maar ik doe het, geloof me. Jij zou nooit met mij meegaan.’
Ik schreef haar terug en ik meende ieder woord: ‘Yvonne, jij mag het zeggen wanneer, maar als je besloten bent, kom ik met je mee. Ik was het toch al een tijdje zat. Ik houd van je, dus ik wil bij je blijven, hoe dan ook. Als je mij echter niet in vijf minuten belt, ga ik er vanuit dat je al begonnen bent en dan bel ik onmiddellijk de Politie in Breda.’
Binnen twee minuten had ik het telefoontje, waar ik op had zitten wachten. Yvonne.
“Je meent het niet, Jan. Je wilt het alleen maar uit mijn hoofd praten. Ik begrijp het wel, maar ik wil niet meer. Ik ben op.”
“Hoeveel keer heb ik tegen je gelogen, sinds dat je mij kent, Yvonne? Hoeveel leugens heb ik je verteld. Wees eens even eerlijk, foofie.”
Yvonne twijfelde een momentje, voordat zij antwoordde: “Ik denk dat je nooit gelogen hebt, Jan, maar ik ken je. Jij wilt nog door en jij moet ook door. Jouw leven is vechten, Jan, maar ik ben moe. Ik wil niet meer, ik zit er echt doorheen.”
“Monster, jij zegt wanneer je klaar bent om te gaan. Ik ken het gevoel en ik zal je er niet uit proberen te praten. Dat zweer ik. Echter, wanneer je zelf het idee krijgt om nog wat langer door te gaan, laat het mij dan weten. Ik wil graag wat langer van je gezelschap genieten. That’s it! Ik houd van je en ik kom met je, graag, wanneer je maar wilt.”
“Jan, ik kan dat niet verlangen, noch aanvaarden. Jij bent sterk, je hebt genoeg levenslust. Je bent een vechter, jij moet doorgaan, Jan!”
Ik huilde nu: “Zonder jou Yvonne, waar moet ik voor doorgaan dan? Het enige motief had ik met je kunnen delen, door die smerige geperverteerde ouders van je aan het schandekruis te nagelen. Ik ben niet bang en ik heb niets te verliezen. Laat mij hen ten toon stellen voor het tuig van de richel dat zij zijn. Zij hebben mij... jou ontnomen.”
Wij spraken, wij huilden, wij lachten zelfs en wij hielden van elkaar. Wij besloten om samen weg te gaan, van het leven te genieten en dan… wanneer het over was… te stoppen…
Ik sprak met haar af om haar de volgende dag te komen bezoeken, in Breda. Ik was extatisch, ik hield zoveel van haar. De band die haar psychische aandoeningen gecreëerd hadden, was zo sterk. Het voelde alsof ik aan Yvonne was vastgesmeed. Maar was zij aan mij?
De volgende dag vertrok ik opgetogen naar Breda, maar al snel werd mijn enthousiasme getemperd. Geen sms’jes onderweg. Geen telefoontjes ‘ik verlang naar je’. Niets. Ik wilde omkeren, want ik had een gevoel van onheil. Ik schreef haar dat, maar ik kreeg een lauw antwoord. Fuck Jan, draai om. Nu kun je nog.
Nee. Jan ging naar Yvonne’s huis. Hij moest het weten, een klootzak die alles van zijn leven al gezien had, hij moest het weten, hij moest het voelen, want hij wilde lijden. Mafkees. Had haar laten rotten, maar hij kom het niet. De meester in het oppikken van signalen, de kleinste indicaties en de meest subtiele veranderingen in intonatie, lichaamstaal en interactie moest zonnodig de achterkant van het verhaal weten. Nou, intussen weet hij het dan. Imbeciel.
Yvonne opende de deur, en wij omhelsden elkaar. Lang. Erg lang..., ik wilde wel sterven in haar armen. Wat had ik haar gemist. Zij duwde haar gezicht zachtjes tegen het mijne en huilde onhoorbaar, gelukkig kon zij nog huilen. Ik was blij dat ik nog huilen kon.
Ik verwachtte in een junkie’s yard te komen, maar haar huis was netjes. Zij sliep op de bank met haar comfortdekbed. In haar slaapkamer sliep zij al jaren niet meer. De kamer was schoon en ik voelde mij gelijk thuis. Wij praatten, kusten en hielden van elkaar, maar iets was veranderd.
’s Avonds nadat wij gegeten hadden, hingen wij op de bank. Iets dat ik haat en nimmer doe, dus u kunt wel nagaan hoeveel ik van Yvonne hield. Zij dronk haar Jupiler, zij slikte haar Mogadon en hier kwam het onheil. Iets dat ik de hele dag gevoeld had. Zij wilde een spliff opsteken.
“Ga je die fuckshit roken, Yvonne?”
“Ééntje kan toch geen kwaad, Jan?“
“Steek hem op en ik ben weg. Dat is de dreiging die ik de hele dag gevoeld heb.”
“Maar waarom? Jan. Zo erg is het toch niet?”
“Je drinkt, je gebruikt ‘downers’, je gebruikt antidepressiva, je bent in een staat die niet te bepalen is. Je kunt jezelf regelrecht een psychose in ‘blowen’, Yvonne, en ik blijf er niet bij staan om dat te zien gebeuren. Ik houd teveel van je. Rook..., en hier scheiden dan onze wegen voorgoed, lieveling.”
Yvonne keek mij aan en zei: “Wel als ik je beloof om niet meer te ‘blowen’, dan kan ik je ook beter gelijk maar beloven om de boulimia af te zweren.”
“Ben je weer aan het overgeven geweest ook?”
“Ja, nadat jij mij weggestuurd had, interesseerde niets mij meer. Ik moest een tijdje naar huis om al die negatieve impulsen kwijt te raken. Ik moest ermee afrekenen, dus ik was wel weggegaan, ook al was het misschien niet die dag geweest. Wat ik niet kon vermoeden, was dat jij gelijk een einde aan onze relatie zou maken. Toen ik thuis was, interesseerde mij niets meer, en ik wilde er zo snel mogelijk een einde aan maken. Ik wilde het alleen zo doen dat ik zeker zou sterven en dat ik niet wakker zou worden als een kwijlende plant.”
“Ik weet te weinig van boulimia af om de ernst ervan te kunnen begrijpen, Yvonne, maar als je het wilt afzweren, dan ben ik blij. Die wiet is een ander verhaal. Ik weet wel dat iedereen het doet en niemand ondervindt er enige last van, maar je wilt ze niet de kost geven die er paranoïde of psychotisch van zijn geworden. Ik keek naar je psychische toestand en alles wat je slikt. Het gevaar voor psychose was mij te groot. Ik zou graag willen dat je die dingen niet meer deed, totdat je wilt dat wij er een einde aan maken.
Wanneer je besluit dat het de tijd voor ons is, prinses, dan zal ik zorgen dat ik genoeg benzodiazepines heb om het Academisch Ziekenhuis mee uit te zonken. Je zult niets voelen, maar je moet iets voor mij doen, Yvonne.”
“Alles wat je wilt, Jan.”
“Ik wil gaan zoals ik geleefd heb, Yvonne. Ik steek de loop van mijn Sig in mijn keel, maar ik wil dat jij de trekker overhaalt. Ik zal je het teken geven, net voordat je ‘zonkt’. Wil je dat voor mij doen?”
Ik wilde Yvonne uit het zelfmoord-idee vandaan schokken. Oh, ik had geen probleem om het te toen, maar zij was nog zo jong. Met een beetje geluk, veel wijsheid en doorzettingsvermogen zou ze best nog een gelukkig leven kunnen hebben. En zolang zij er was, wilde ik ook nog niet weg. Did I fuck.
“Wanneer ik er zeker van kan zijn dat ik het niet overleef, dan doe ik dat, wanneer je dat wilt. Maar ik kan niet verlangen dat jij je leven voor mij opgeeft, Jan.”
“Ik geef het op voor mijzelf, en aangezien wij toevallig dezelfde kant uitgaan, lijkt het mij prettig om met je mee te komen.”
Dat was het dus. Yvonne was besloten. Nou ja, ik wilde toch al niet oud en afgeleefd worden. Dus dat was het dan. Binnenkort doek voor Jan en Yvonne.
“Waar moeten wij het doen, Jan?”
“We huren een motorhome en wij gaan een rondrit door heel Groot-Brittannië maken. We beginnen in Londen en reizen dan via Wales, de Midlands en Yorkshire naar Schotland. Daar doen wij Ross en de hele westkust. In het uiterste noordwesten is een baai die Scourie Bay heet. Ik heb daar verscheidene keren de zon zien ondergaan. Het is een magnifiek en beestachtig mooi gezicht, Yvonne. Als de zon onder is gegaan, dan houden wij elkaar vast, en wij draaien ook het licht uit.”
“Ja Jan, dat klinkt mooi en dan kunnen wij eerst nog een paar dagen van elkaar genieten. Zo doen we het,” zuchtte Yvonne.
Het was besloten. Ik zou er niet meer op terugkomen.
Tijdens ons gesprek die avond had Yvonne gezegd: “Jan, ik wil het huis met Chris netjes oplossen. Nadat ik zoveel dingen van jou geleerd heb, heb ik ook begrepen dat ik het haar niet makkelijk heb gemaakt in die jaren. Ze moet heel veel om mij gegeven hebben.”
“Je hebt geen ongelijk, Yvonne, maar er is iets waar ik je voor moet waarschuwen. Chris, die speelt je nu. Haar is alles aan gelegen om zo goed mogelijk uit die financiële puinhoop te komen. Ook als dat ten koste van jou gaat. Ze heeft dat uiteindelijk al bewezen. Zij is er toe in staat en jij bent zwak. Doe mij een plezier en teken niets. Helemaal niets, hoor je me. Als er wat is te tekenen, dan bel je me, afgesproken?”
“Ja, dat had ik toch gedaan, Jan. Chris vroeg mij al om haar een Algehele Volmacht te willen geven.”
“Wel, daar is ie dan. De aap uit de fucking mouw. Teken dat en je tekent een doodvonnis. Begrijp je mij Yvonne? Never, nimmer teken een Algehele Volmacht. Ik weet dat nu redeneert: 'Wat nmaakt het uit..., nog even en ik ben toch dood'. Nou dat kan dan wel zo zijn, maar zou jij van iemands zelfmoord willen profiteren? Die Chris hoopt dat je er een einde aan maakt. Ze kent je. Dat deugt niet lieverd, ook al verliest een Agehele Volmacht zijn waarde bij de dood van de volmachtverstrekker.”
“Nee, ik was ook al niet van plan om dat te doen. Denk je echt dat Chris mij zo zou benadelen?”
“Je kunt erop wachten, Yvonne. Chris maakt je stuk, dat is haar wraak, maar jij wilt het nog steeds niet zien.”
Wij sliepen die nacht in het slaapkamertje dat Yvonne al meer dan een jaar vermeden had. Zij deed het om bij mij te kunnen liggen, want normaal lag ze beneden, opgerold op de bank met haar dekbedje. De televisie stond altijd aan, maar het geluid was uitgezet. In plaats daarvan luisterde zij naar de muziek uit haar iPod, die over de stereoset speelde. Dan dronk zij haar Jupiler, slikte haar Mogadons en als ze geluk had, dan viel zij een paar uur in slaap.
Wij hielden van elkaar, kusten elkaar en huilden met elkaar, maar ik besefte dat Yvonne nu eerst rust nodig had, en vooral haar eigen vertrouwde routine moest kunnen volgen.
“Yvonne, het is niet fair dat je hier nu moet liggen om mij een plezier te doen. Ik vertrek morgen, zodat jij je eigen ding kunt doen.”
Yvonne huilde, maar sprak mij niet tegen. Ik wist het, ik had het al die tijd gevoeld. Iets was er veranderd. Ik mocht er niet te veel bij stil staan en allerlei beren op de weg gaan zien, want Yvonne was zeer zwak en onstabiel. Toen ik de volgende dag vertrok, huilde Yvonne weer hartverscheurend en ik voelde nu... dat ik haar nimmer meer zou zien.
Ik reed naar huis als een gemotoriseerde zombie. Ik kan mij niets van die rit herinneren. Ineens was ik thuis. Ik ging naar mijn bed en bleef daar voor de volgende paar dagen. Ik was verscheurd van liefde, verdriet en medelijden met Yvonne.
Daar wij allebei een ‘smartphone’ hadden, konden wij elkaar e-mailen vanuit ons bed, als het moest. Ik had Yvonne een POP3 adres gegeven op mijn server, zodat ze ook mail kon ontvangen. E-mail!
Ik weet niet wat mij deed besluiten, maar ik deed iets waarvoor ik mijzelf altijd zal blijven haten. Het was sterker dan ik geworden. De liefde, verdriet, desillusie, trots, gekwetstheid, betrokkenheid en een neigen naar depressie, eiste nu haar tol. Zo het er was, moest ik het weten, beseffende dat het mij zou gaan spijten.
Wanneer een ‘smartphone’ een e-mail ontvangt, dan blijft het origineel op de server staan, tot een desktop-toepassing zoals Outlook, Hotmail of Eudora het origineel binnenhaalt, en het daarna van de server verwijdert. Ik maakte Yvonne’s e-mail adres aan op mijn computer en haalde al haar mail binnen. Het meeste van die mail was aan mij gericht, zoals te verwachten. Maar niet alle mail.
Van een obscure Internet dealer kreeg Yvonne, op haar eerder per e-mail gedane aanvraag, een offerte voor Temesta, Oxazepam en Efedrine. Wat zij met de eerste twee wilde, was mij duidelijk, maar waarom Efedrine? Het antwoord kwam toen ik in haar email las dat zij vroeg of Efedrine ook een sterk slaapmiddel was. Efedrine is ‘fucking speed’.
Ik keek naar de datum en de tijd van haar aanvraag, wetende wat ik zou lezen. Ik had Yvonne de e-mail faciliteit gegeven toen wij weer spraken, net voordat ik naar Breda kwam. Zij had die aanvraag voor mij verzwegen. Ik flipte diagonaal en nu was ik werkelijk razend. Ik belde Yvonne.
“Yvonne, voordat ik die morgen bij jou vertrok, vroeg je mij wat Efedrine was. Waarom vroeg je mij dat eigenlijk?”
“Ik weet het niet, Jan. Ik kan mij dat niet eens herinneren dat ik dat vroeg. Waarom?”
“Weet je wat Efedrine is, Yvonne?”
“Nee, hoe moet ik dat weten, maar waarom vraag je mij dat?”
“Waarom heb je mij niet verteld dat je een Internet-offerte had aangevraagd van allerlei medicijnen, die normaal zonder voorschrift niet te krijgen zijn?”
Yvonne dacht even na en antwoordde: “Ik wilde medicijnen bestellen om zelfmoord te plegen, nadat jij mij had weggestuurd. Dat heb ik je verteld.”
“Ja, maar wat je mij niet verteld hebt, jij leugenachtige bloedhoer, dat jij die medicijnen wilde bestellen, nadat wij weer spraken en een afspraak hadden gemaakt over die zelfmoord. Lieg niet tegen me. Wie denk je dat je voor je hebt? Ik ben niet in Breda geboren!”
“Jan, ik lieg niet. Ik heb geïnformeerd vóórdat wij weer spraken. Daarna heb ik er niets meer mee gedaan.”
“Luister mafkees, lieg je troep voor. Voordat wij weer spraken, had jij geen e-mail ontvangst faciliteit. Die heb ik je gegeven, nadat wij weer spraken. Moet ik je de datum en de tijd van je aanvraag even doorgeven soms?”
Yvonne was of verslagen, of zij was werkelijk in de war, maar ik was te kwaad, teleurgesteld, dus ik voerde de druk nog wat op.
“Waarom verzweeg je dat feit voor mij?”
“Het was achterhaald, ik heb er niet eens meer op gereageerd nadat wij elkaar gesproken hadden. Geloof mij, Jan.”
“Is er verder nog iets wat je mij hebt vergeten te vertellen, misschien?”
“Nee, verder is er niets.”
“Waarom vertel je mij dan niet dat je weer twee nieuwe offertes hebt gekregen van illegale medicijnen?”
“Hoe kun je dat weten? Je hebt mijn mail gelezen. Je vertrouwt mij niet, Jan.”
“Ik vertrouw je niet meer, Yvonne, want je bent niet te vertrouwen. Na alles wat ik voor je gedaan heb, alles wat ik voor je wilde doen. Je bent gewoon een leugenachtige, ondankbare ‘scrubber’ gebleken.”
“Waarom ben je zo kwaad. Ik heb toch niets echt gedaan?”
“Nou, doe het maar, want ik zie ervan af. Ik wist dat je problemen had, maar ik wist niet dat liegen er één van was. Jij bestelt illegale medicijnen om zelfmoord te plegen, via een server, die op mijn naam staat. Denk je dat ik, met mijn verleden, daarmee ‘gelinkt’ wens te worden, achterlijke gek?”
“Het spijt mij, Jan. Daar had ik nooit aan gedacht.”
“Je bent een draaikont, Yvonne,” zei ik razend en drukte de verbinding weg.
Ik verbrak Yvonne’s e-mail verbinding als eerste. Die week die nu volgde, zal ik ook niet snel vergeten. Hoewel Yvonne redelijk bleef en volhield dat zij veel van mij hield, was ik onderhevig aan driftbuien, die gebaseerd waren op het gevoel verraden te zijn. Nimmer had ik mijn hart zo, zonder enige reserves, open gezet voor een vrouw. Okay, ik weet dat je een risico loopt met een vrouw, die vierentwintig jaar jonger is, en normaal dek ik mij daar ook wel tegen in.
Met Yvonne is dat niet gelukt, omdat ik mij teveel in haar psychische problemen verdiepte. Ik vond haar mooi en lief en ik had medelijden met haar. De sessies en de crisissen hadden een band gesmeed van mij naar Yvonne toe, dat ik mij de ultieme opoffering wel had willen getroosten. Er was niets dat ik niet voor haar gedaan zou hebben, en er was een tijd dat ik dat van haar ook geloofde.
Zoals gezegd bleef Yvonne redelijk, maar ik ging geregeld tegen haar te keer. Deels, zoals gezegd, omdat ik mij verraden voelde, maar ook omdat ik besefte dat Yvonne, wanneer zij terug moest vechten tegen mij, zij geen zelfmoord zou plegen. Zij was dan te eigenwijs en te koppig, om zomaar op te geven.
Af en toe kreeg ik sms’jes van Yvonne midden in de nacht. Dan was zij blijkbaar toch half stoned, of dronken. Zij deed dan toezeggingen, die zij de volgende dag weer net zo makkelijk herriep. Ik wist dat het af ging lopen, en besloot het haar gemakkelijk te maken. Ik beledigde haar op zo’n manier, dat zij daar niet aan voorbij kon gaan. Ze moest het afkappen, want ik kon het niet. Wanneer zij het echter deed, dan zou mijn trots mij nimmer toelaten ooit weer contact met haar te zoeken.
Apocolypse. De avond voor... de morgen erna, sms’ten Yvonne en ik elkaar nog op civiele toon. Hier zijn echter de leugens begonnen, want Yvonne wist iets, dat ik nog niet wist. Maar ik zou het fucking snel genoeg weten.
De avond ervoor. Wij schreven elkaar dat wij nimmer zoveel van een ander hadden gehouden. Ik schreef de waarheid; wat Yvonne betrof kan ik er slechts naar raden, en dat schiet niet op. Maar voor de lezer hielden wij dus van elkaar.
De ochtend erna. Sms van Yvonne: “Lieverd, ben nu naar de huisarts en wordt direct gedwongen opgenomen. Sorry... gaat snel... zal hele tijd niet te bereiken zijn. Telefoon mag ik niet meenemen nl. Het ga je goed lieverd. Heel veel sterkte.”
Dit had ik aan voelen komen. Vraag mij nu niet waarom. Het is straks in mijn beschouwing te lezen; weet u nog dat Yvonne mij na een paar dagen een liefdesverklaring deed? Dat zij flipte en het huis uitliep? Mijn gevoel heeft mij nimmer in de steek gelaten, ook nu niet, maar geef mij nu even de tijd om fucking wild te worden.
Ik zag gelijk dat de sms niet van Yvonne’s gewone mobielnummer kwam, dus terwijl ik nog aan het lezen was, belde ik haar nummer met een andere telefoon. Afgesloten! Fucking afgesloten! Dan de toon van haar boodschapje. Het was alsof het door een ander geschreven was, dit was niet Yvonne’s toon. Waarom? Yvonne schrijft niet: Ik ben... en wordt met ‘dt’. Ik rook de hand van Chris hier.
Ik sms’te gelijk terug: “Sterkte dan, maar je zult begrijpen dat ik mij hiervan kom overtuigen.”
Dat was het en daar kon ik het mee doen. Zo, het was mij dus toch een keer gebeurd. Ik was door een vrouw op link genomen. Mijn hele leven na mijn achttiende had ik ervoor gewaakt, dat dit nimmer kon gebeuren. Nu was het mij gebeurd, omdat ik zonder reserves mijn hart voor haar had opengesteld. Dat was stom, ik weet het, maar die psychoshit heeft ook niet geholpen. Dat heeft mij aan haar vastgesmeed. En die band was mijn Achilleshiel geworden.
De volgende dagen gingen voorbij, maar vraag mij niet hoe. Ik had natuurlijk naar Breda kunnen rijden, maar daar was ik nu net weer even te trots voor. Yvonne wilde me niet meer? So fucking be it, then. Maar het gevoel en de emoties bleven.
Mijn woede, liefde, bezorgdheid, trots en desillusie vochten om de overhand. Het gevecht richtte een ravage aan. Mijn fucking hart zag eruit als het hart van fucking Dresden, in de tweede wereldoorlog, nadat Bomber fucking Harris er even overheen was gevlogen.
De volgende weken verkeer ik in een moordende onwetendheid en ongerustheid. Het was uiteindelijk niet onmogelijk dat Yvonne opgenomen was, ik mocht het niet uitsluiten, maar mijn gevoel was het er niet mee eens.
Daar ik al begonnen was met het schrijven van dit verhaal, stuurde ik de link naar Chris, de ex-partner van Yvonne.
Yvonne’s internetverbinding was afgesloten in verband met de verkoop van haar huis en het IP nummer van de partner wist ik. Wanneer Yvnne’s pagina aangeklikt zou worden, zou ik weten of het de partner of dat het iemand anders was, die pagina kende.
En daar ligt nu de fascinatie.
Ping! Na tien dagen zie ik een vreemd IP nummer, dat regelrecht, dus niet via Google, naar Yvonne’s pagina koerste. Ik lokaliseerde het nummer in Amerika, en het bleek een ‘cable.casema’ nummer te zijn.
Chris had ‘ziggo’, dus die kon het niet zijn. Ik merkte het IP nummer in de database en het viel mij op dat dit nummer iedere dag een paar keer naar Yvonnne’s pagina klikte. De bezoeker was in niets anders geïnteresseerd, dan in deze pagina, die ik met een paswoord beveiligd had. Dan gaat deze bezoeker naar de pagina, die ik aan het schrijven ben over een andere gebeurtenis die op dit moment plaatsvindt. Ja, er is ook een vrouw in betrokken. Wanhopig om in die pagina’s te komen. Waarom? Let maar op?
Toen ik het cable.casema nummer tracede, was het geregistreerd in Zuid Holland. Zuid Holland? Yvonne, toch in een kliniek? Een kliniek in Zuid Holland?
Ik volg het nummer en aan het patroon van kijken, had het inderdaad Yvonne kunnen zijn. Het nummer keek naar een pagina waar niemand anders dan Chris, Yvonne en ik van wisten.
Op een gegeven moment leid ik dat IP nummer om, zodat ze op een pagina uitkomen, die niemand anders kon zien. Hier kon ik dus mijn boodschappen plaatsen, omdat ik er nu vrijwel zeker van was, dat het Yvonne was.
Maar dan. Om 16.40 kijkt het bekende IP nummer. Wanhopig om in mijn huidige leven te komen, moest dat nummer uiteindelijk opgeven. Veertig minuten later kijkt een ander op die pagina. Onmogelijk, niemand anders weet dat die pagina bestaat. De pagina was nog niet eens geïndexeerd door Google. Dit was een vreemd IP nummmer. Het was namelijk identiek aan het RDNS nummer (klantennummmer).
Dit geeft meestal aan dat een groot bedrijf, instantie, organisatie of search-engine de site bezocht. En dan speciaal de Yvonne pagina? Fucking bullshit. Opzoeken dat IP nummer in Amerika.
Kpn gprs.users.pool! Oftewel een beschikbaar nummer voor smart-phone gebruikers. In Zuid Holland. Weer Zuid Holland. Dit was Yvonne, daar dorst ik mijn hoofd onder te verwedden. Die was veertig minuten geleden doorgebeld door Chris, om naar die pagina te kijken. Men zou dus kunnen zeggen dat ik er zeker van was.
Nee, want toen ik na een paar dagen het ‘casema’ IP nummer weer checkte, bleek dat nu in Breda geregistreerd te zijn. Het moest dus Yvonne zijn, want de ex, Chris, had ‘ziggo’.
Waarom kijkt het ‘Casema’ nummer naar de pagina’s en veertig minuten later komt Yvonne ‘online’ met haar smartphone? Er klopte iets niet. Er zat iets goed fout. Ik Googlede ‘ziggo en ‘casema’ en wat vind ik?
@Home, Multikabel en Casema gaan door als Ziggo.
Omdat Yvonne ook een ‘ziggo’ nummer placht te hebben, maar dat later op had moeten zeggen, heeft ze weer een nieuw ‘Casema’ nummer gehad uit de ‘ziggo pool’
Ik had Yvonne dus gevonden. Ik kon niet weten of zij door haar ex-partner gedomineerd werd, of dat zij nu werkelijk alleen thuis was, met een nieuw IP nummer, of inderdaad in interne therapie. De tijden van het kijken naar de pagina waren eratic, precies zoals ik van Yvonne zou mogen verwachten. Wat ik niet begreep was dat Yvonne eerst van haar PC had gekeken, en veertig minuten later van haar smartphone. Een twijfel bleef aan mij knagen.
Ik was er vijfennegentig procent zeker van dat het Yvonne was, dus ik plaatste boodschappen voor haar. Geen reactie, Hoe kon iemand zo harteloos zijn, na alles wat wij meegemaakt hadden? Mijn hart huilde, maar mijn ogen wonnen steeds. Wat was er van mij geworden? Irene had mij gebroken twee jaar terug, Yvonne had mij vermoord..., maar ik wist het nog immer niet.
Ten einde raad leid ik de bezoek(st)er weg van de pagina naar een psychiatrisch ziekenhuis. Not nice, maar het moest toch wat losmaken wanneer iemand in therapie was? ‘Casema’ kijkt, maar not een ‘fucking dicky bird’
Ik linkte de bezoek(st)er nu naar Google, met mijn naam al ingevoerd. Het resultaat was dat de bezoek(st)er naar een pagina vol met mijn namen keek. Psychologisch impact. Werkte dit? You bet it fucking did!
Terwijl ik ’s avonds mijn boek aan het schrijven ben, kwamen er een paar e-mails binnen. Niets bijzonders. Ik lees Natascha Allchina en ik lees Christien Likkepot.
Christien Likkepot? Christien fucking Likkepot, die ken ik toch. Wie is dat ook al weer? Ik kijk naar mijn email en ontwaar een brief van de ex-partner van Yvonne. YES!!! Reactie, fucking reactie!!! At fucking last!.
Hey Jan,
Volgens mij is er een groot misverstand aan de gang, ik heb de link een tijd geleden van jou gekregen om te mogen kijken naar jouw verhaal over Yvonne.
De laatste tijd schrik ik best wel wat je er allemaal opzet, en wilde je toch even mailen om je te zeggen dat Yvonne maar één keer heeft gekeken en ik jouw link regelmatig bezoek om je vorderingen te volgen met je boek.
Yvonne heeft een keer te veel gekeken en was er helemaal overstuur van. Ze knokt op dit moment enorm voor haar leven en heeft veel van je geleerd, ze zit in een zware therapie die enorm intensief is. Ze is er nog lang niet en heeft nog vele momenten van verdriet en pijn en nog zoveel meer.
Het zal voor jou ook allemaal niet makkelijk zijn na zo’n intensieve periode met Yvonne meegemaakt te hebben, ik hoop dat je verder kan met je leven, het is moeilijk, vertel mij wat.
Yvonne is vaak nog helemaal in de war en weet vaak dingen zelf niet meer, ik hoop dat ze de kracht weer vind om te gaan leven, maar dat geldt ook voor jou
Jan, zorg goed voor jezelf en ik hoop dat je snel weer verder kan en je weer kan lachen om het leven.
Liefs Chris
Zo dit is de brief, een ogenschijnlijk lieve, normale brief, van iemand die bezorgd is. Yeah, fucking right! Geloof dit, en je gelooft fucking alles. Het vergift druipt er uit. Leer een beetje briefprofileren, klootzakken.
1) Nadat Chris zich in drie weken niet verwaardigd had, om mij ook maar iets te laten weten wat er met Yvonne was gebeurd, meldt zij ineens een groot misverstand. Hoe weet ze dat het een misverstand is, en wat maakt het groot? Ze gaat een verdediging invullen. Wat moet ze verdedigen?
2) Ze had die link inderdaad gekregen om naar de pagina van Yvonne te kijken, maar zij was wanhopig om in de pagina te komen die over mijn dagelijkse beslommeringen met een andere vrouw gingen. Waarom? Om daarmee naar Yvonne te gaan en haar nog meer van streek te maken? Ze had het eerder gedaan. Jaren lang, want het was nu eenmaal een vals secreet.
3) Ze is nu zo vriendelijk om mij iets mede te delen. Iets waarvan ze wist dat ik het al wist, namelijk, dat Yvonne maar één keer gekeken had. Na mijn laatste twee omleidingen begreep zij dat ik wist dat zij zat te kijken van dat ‘Casema’ IP nummer. Daarvoor dacht ze dat ik nog steeds in de veronderstelling verkeerde, dat zij een ‘ziggo IP nummer had. Ze begreep dat ze nu met een verklaring moest komen, en weer legt ze de nadruk op de pagina van Yvonne, terwijl zij meer was geïnteresseerd in wat ik aan het doen was, en met wie. Waarom?
4) Wat ze allemaal over Yvonne schrijft, kan waar, of onwaar zijn. Ik kan, en wil dat nog niet weten, maar let eens op deze zin: “Ze knokt op dit moment enorm voor haar leven en heeft veel van je geleerd” Hier legt zij eerst het drama aan mijn deur en daarna het compliment, om mij milder te stemmen. Waarom moet ze mij milder stemmen, en wat een achterlijke zincombinatie. Ze is dus duidelijk nerveus, en dat blijkt ook wel dat ze de email is beginnen te schrijven, onmiddellijk nadat zij al die Google linken had gezien. Ze voelt dat het de verkeerde kant uit gaat. Wat?
5) Dan gaat ze nog een beetje door met het drama om mij dan te laten weten, dat zij op de hoogte is van de ‘intensieve periode’ die Yvonne en ik meegemaakt hebben. Dat heeft Yvonne haar dus verteld. Niet slim, maar goed. En hier komt het: zij hoopt dat ik door zal kunnen gaan met mijn leven. Hoopt zij dat, of is dat wat Yvonne wil? Wel, tot het moment dat Yvonne mij dat zegt..., is Yvonne mijn leven.
Er zitten nog een paar adders in het literaire gras, maar daar moet men de vrouw voor kennen, anders lijkt het net of ik paranoïde ben.
Ik heb een reactie. Nu moet ik er iets mee gaan doen. Geheel tegen mijn natuur in, besluit ik om er een nacht over te slapen, en het geheel nog eens in de morgen te beschouwen.
’s Morgens schrijf ik haar:
Lieve Chris,
Ik heb je mail in mijn boek geplaatst. Het ziet er echt goed uit, ik hoop dat je mij het laat gebruiken, want dit geeft een echt goed duidelijk beeld. Ik hoop je niet gestoord te hebben.
Leuk dat Yvonne haar Xperia mocht gebruiken die keer, om op het web te kijken, vooral omdat zij (of een ander) schreef, dat ze geen telefoons mochten hebben, waar ze heenging.
Wat ik gek vond is dat Yvonne schrijft: ‘Ik wordt’ met dt. Grappig he?
Morgen is het geplaatst op http://www.janterhaak.nl/?page_id=568
Liefs, Jan
Prompt ontving ik terug:
Hey Jan,
Ik heb liever niet dat je mijn persoonlijke mail gebruikt voor je boek, het zijn dingen die tussen ons waren en met vertrouwen.
Dus bij deze, heb ik het liever niet dat je dat doet.
Ik hoop snel dat het beter gaat met je .
Liefs Chris
Zo, en nu weten wij een hoop meer. We weten dat Chris niet wil dat iemand op de hoogte is van datgene wat zij aan mij geschreven heeft, en mogelijk ook datgene wat zij al die weken gedaan, en nagelaten heeft. En wie zou dat anders moeten zijn dan Yvonne?
Yvonne mag mogelijk in de war zijn, maar ze is niet stom en ze is vrouw genoeg om mij zelf te dumpen, als zij dat wil. Maar wil zij dat? Verder zou ze tegen die Chris zeggen: “Je hebt hem al die weken in de veronderstelling gelaten, dat ik de pagina’s aan het bekijken was. Waarom heb je hem dat niet geschreven? Nu slaat het op mij terug.”
Het is dus duidelijk dat Chris al in deze fase een wig tussen Yvonne en mij aan het drijven is. Dat is te begrijpen, maar het is goed om dat bevestigd te zien. En straks ziet Yvonne dat ook. Met mij, of zonder mij. Maar ze leest graag mijn verhalen en zal dus bijzonder geïnteresseerd zijn in haar eigen verhaal. In mijn boek of op het Internet, maar de waarheid zal ze weten, en dit verhaal is voorlopig nog niet af. Ik ben altijd al slecht in opgeven, en goed in het bedenken van oplossingen geweest.
Ja, ik was altijd goed in het bedenken van oplossingen. Ik had van kinds af aan de reputatie bezeten, dat ik de hele rotbende aan-, en bij elkaar manipuleerde. Altijd ben ik er uit gekomen, altijd wist ik de oplossingen...
Telefoon! Een vrouw..., Yvonne?
Nee..., Yvonne spreekt geen Italiaans.
“Ciao Gian”, hoorde ik Margherita, Franco’s vrouw huilen, “L’hai gia sentito?”
“Margherita, nee ik heb niets gehoord. Mijn God, wat is er gebeurd? Heeft Stefano... een ongeluk gehad?”
“Nee Gian, Franco..., mijn man, Franco..., jouw compare. Franco..., de vader van mijn zoon..., en jouw petekind..., is niet meer! Franco is dood..., aan stukken geschoten!”
De wereld trekt weg van me. Alles begint te draaien, ik ben duizelig en ik ga vallen..., maar dit is niet het moment om te vallen. Alles komt tegelijk, maar mijn tweede gedeelte, Franco..., mijn allerbeste vriend...
Ik ga op de grond zitten, voordat ik val.
“Margherita,” brulde ik, “Zeg me dat je liegt, doe mij dat niet aan. Franco kan niet dood, Franco is mijn... Franco is mijn..., geef mij Stefano, Margherita!”
“Gian..., lieveling..., Franco is door de Roemenen doodgeschoten. Hij heeft er acht met zich mee genomen, maar de overmacht was te groot. Dertig man! Onze lieve Franco is niet meer!” huilde Margherita nu.
“Geef mij Stefano!” schreeuwde ik uitzinnig.
“Stefano en Rino zijn aan het jagen. Ik herken mijn zoon niet meer. Hij heeft Roemenen hun kelen doorgebeten. Gian, in Napels is ‘La Sistema’ (De Camorra) onschuldige Roemenen aan het vermoorden. Het is chaos. De Carabinieri stoppen alle Roemenen en geven hun over aan Rino’s mannen. Tot Rome aan toe worden Roemenen opgehaald en aan Lucio en Umberto’s mannen overhandigd. Dat is niet juist, Gian. Mijn man was een man van eer, hij zou dit nimmer toegestaan hebben. Mijn man was geen beest. Mijn zoon is een beest aan het worden.”
“Ik kom naar Italië, ik vertrek nu!” zei ik, zo kalm dat ik mijzelf niet herkende.
“Nee Gian, ik wil niet dat je komt vóór de begrafenis. Dat kan nog wel enkele weken duren, in verband met de lijkschouwing en het vooronderzoek. Franco was belangrijker dan de president. Jullie kracht was dat jullie zo verschillend waren, jullie vulden elkaar aan. Als wij beiden niet beter wisten, dan had Stefano een zoon van jou kunnen zijn. Jullie zijn identiek. Ik wil je niet bij Stefano hebben.
Rino is verscheurd van verdriet..., omdat Franco als een broer voor hem was. Ik kan hem niet tegenhouden, maar ik ga mijn zoon tegenhouden. Hij wordt geen massamoordenaar. Daarvoor heeft mijn man hem niet grootgebracht.
Gian, ik houd zielsveel van je, maar Donatella en ik hebben besloten dat jij en Stefano elkaar nu niet moeten zien, omdat er dan een bloedbad ontstaat. Jouw verdriet en woede om je vriend en Stefano’s verdriet mogen niet gecombineerd worden. Jij bent de hersens die mijn zoon nu niet moet hebben. Normaal ben je de beste, maar je verdriet en haat gecombineerd met dat van mijn zoon, zal hem in een monster doen veranderen. Respecteer mijn wens voor Franco’s nagedachtenis.”
“Ik kom niet waar ik niet gewenst ben, Margherita, dus ik eerbiedig je wens. Franco was meer van jou dan van mij, maar ik vertel je dit: als Stefano mij belt, of als ik ontdek dat hij mij nodig heeft, vertrek ik. Ik was dan niet zijn vader, maar wel zijn peetvader. Ik begrijp dat het niet persoonlijk is, maar wie let nu op onze Stefano?
Ik heb indertijd ook naar je raad geluisterd om van Anouk een vrouw te maken. De logica was juist, maar mijn gevoel heeft er altijd moeite mee gehad. Ik luister nu weer naar je, maar ik wil dat Stefano weet, dat jij en Donatella mij verboden hebben te komen. Jullie hebben die beslissing genomen, dus jullie nemen de verantwoording daarvoor.
Stefano mist zijn vader en nu moet ik hem ook in de steek laten? Margherita, op dit moment is het moeilijk genoeg voor jullie allemaal, dus ik leg mij er bij neer, op voorwaarde dat jullie het Stefano vertellen. Het hoeft niet gelijk, maar na de begrafenis wil ik dat hij het weet. Ik ben hem en Franco zo verschrikkelijk veel verschuldigd en jij vraagt mij om in een hoek te kruipen als de eerste de beste lafaard en verader aan onze vriendschap. Goed, ik doe het, maar ik heb nog en conditie:
Momenteel jaagt Stefano met Rino, maar ik wil dat Pietro zijn persoonlijke lijfwacht wordt. Ik wil dat ik iedere paar dagen van Pietro hoor, hoe het met Stefano gaat. Als iets hoor dat mij niet bevalt, of ik hoor niets dan kom ik naar Italië.”
“Dat is meer dan ik had durven hopen, Gian,” huilde Margherita, “Ja, dat is helemaal goed wat je zegt, en ik leg mij daar bij neer. Maar het is ook mijn kind. Mijn man is niet meer..., ik wil nu mijn kind beschermen. Grazie Mille, caro Gian.”
“Ben ik zo een monster dan?” vroeg ik..., verdrietig.
“Nee, nee, juist helemaal niet. Maar jij kunt Stefano ideeën geven, waar hij normaal niet op komt. Doe dit voor mij en Donatella, uit naam van onze vriendschap.”
“Voor onze vriendschap,” herhaal ik triest, “Kus mijn Franco van mij Margherita. Dit is een slecht moment voor mij, want ik ben zeer zwak. Kus mijn lieve vriend Franco.”
“Gian, neem mij niet kwalijk, maar is alles goed daar met je?”
“Ja, het is cool, Margherita. Ik ben niet goed met begrafenissen. Ik ben niet eens naar mijn moeders begrafenis geweest, dus ik zal niet op Franco’s begrafenis zijn. Dat is geen gebrek aan respect, maar ik kan het gewoon niet. Hij zal in mijn hoofd blijven zoals Franco, de man. Niet als Franco, de aan flarden geschoten anonieme. Leg dat uit aan Stefano, als ik jou nu een gunst mag vragen. Moeilijke tijden komen nu voor ons allemaal.”
“God bless you, Gian.”
“Franco zegent jou, Stefano en de hele familie. God heeft nooit veel voor mij gedaan eigenlijk, dus laten we die maar niet lastig vallen.”
“Gian, ben je boos?”
“Nee..., nee, lieverd, boos bestaat niet tussen jouw familie en mijn persoon. Ik ben heel verdrietig nu.”
Ik leg de telefoon neer en ga aan tafel zitten terwijl de wereld afstand van mij neemt. Het verdriet om Yvonne is in het niets verdwenen door het drama dat ik zojuist vernomen heb. Franco is er niet meer..., mijn vriend voor veertig jaar, leeft niet meer. Ik sta op, pak een pak met zes flessen mineraalwater en neem die mee naar bed.
De volgende dagen blijf ik in mijn bed liggen en kom er alleen uit om naar het toilet te gaan. Ik eet niets en herleef mijn vriendschap met Franco, als een ode aan hem. Zo snel mijn verdriet voor Yvonne de kop opsteekt, voel ik mij schuldig en ik verplaats mijn gedachten onmiddellijk naar Franco.
Weer zie ik ons als twintigjarigen een partij gestolen identiteitskaarten verstoppen in de bergen rond Sarezzo. De eerste deal die wij samen deden. Jongens waren we nog.
Jongens die een week later voor hun leven vochten met professionele rippers uit Milaan. Franco en ik pleegden onze eerste moorden, door ons te verdedigen en de ‘fuckfaces’ aan flarden te schieten. Na dat gevecht besloten wij bloedbroeders te worden. Ik leerde Franco het vooruit denken, anticiperen en manipuleren en Franco leerde mij alles wat met geweld en de malavita (onderwereld) te maken had. Hij kwam van een oude lijn van Bresciaanse mafiosi.
Na de moord op de Milanezen werd er een contract op ons hoofd gezet. Ennio, de vader van Anouk (zie Oddball and the Killa Gal) had de opdracht uit Milaan gekregen om het contract op ons uit te voeren.
Ennio, die ondanks zijn jonge leeftijd één van de beste en meest gevraagde contractkillers in Italië was, had de gewoonte om altijd alles aan de weet te komen over zijn slachtoffers. Als de opdracht hem niet aanstond, dan voerde hij die ook niet uit.
Ennio en Franco hadden, zonder het te weten, een gemeenschappelijke vriend: een Maresciallo bij de Carabinieri. De Maresciallo raadde Ennio aan het contract niet uit te voeren omdat het enige wat Franco en ik gedaan hadden, was ons verdedigen in een rippartij. De Maresciallo bemiddelde en wij ontmoetten Ennio -onze potentiële moordenaar.
De sympathie voor elkaar was onmiddellijk duidelijk. Ennio was een superintelligente man en beschikte over een enorme dosis ervaring en mensenkennis. In een uur waren wij vrienden voor het leven geworden. Jaren later kwam Ennio met mij mee terug naar Holland. Hij trouwde een Nederlandse vrouw en na een jaar was hij de trotse vader van Anouk.
Later voegde Lino, mijn Napolitaanse vriend, zich bij ons. Lino had de moed van Franco, en de Italiaanse leeuw van Mussolini. Hij zag nergens gevaar in. Hij bracht ons in contact met de Napolitaanse Camorra en onze andere vrienden voor het leven, Lucio en Umberto. We verwierven ons niet alleen een naam, maar ook een aanzienlijk kapitaal. Waar ik uitblonk in het organiseren en het uitdenken van trucs, Franco verstond de kunst om overal vrienden te maken en daadwerkelijk een organisatie op te bouwen.
Ik leefde er maar wat op los, maar Franco begon te bouwen aan onze toekomst. Ik liet de financiën door hem beheren, want wanneer wij niet voor een klus op pad waren, dan was ik bezig met opruimen. Geld. Lino en ik waren de feestnummers, maar Franco was iets meer bezadigd.
Terwijl de tranen over mijn wangen liepen, lag ik naar het plafond te turen. Vier dagen was ik mijn bed nu niet uitgeweest, maar ik voelde absoluut geen honger. Mijn strot zat op slot..., van verdriet.
“Franco..., Franco...,” fluisterde ik, “Waarom? Het is niet juist. Je hebt mij zo vaak het leven gered, zo veel geholpen en nu dat je mij nodig had..., was ik er niet. Ik was bezig fucking verliefd te zijn. Het is niet juist, want nu mag ik er ook niet zijn voor Stefano.”
Veertig jaar van geweld, oplichtingen, overvallen, wapensmokkel, wapenverkoop, strafexpedities, geweldige emoties, emotievolle vriendschappen, wraakacties, feesten, bruiloften, Stefano’s geboorte liet ik de volgende vijf dagen de revue passeren. Mijn mineraalwater was al lang op, maar ik liep af en toe naar de kraan om te drinken.
“Veertig jaar,” mompelde ik, “Niet één partij hebben we verloren. We hebben ze allemaal gewonnen, maar nu hebben we alletwee alles verloren.”
Die nacht droomde ik dat ik met Anouk weer in het gras voor de blokhut van Franco zat. Ze omhelsde mij een paar keer, pakte mijn handen en zei: “Jan lieveling, ga weer leven. Het is niet goed wat je doet. Het is je tijd nog niet.”
“Het was ook Franco’s tijd nog niet, Anouk.”
“Ja Jan, het was zijn tijd, want anders was hij nu niet dood. We hebben geleefd bij het zwaard en wij zijn er door gestorven. Jouw tijd komt ook, maar dat is niet nu. Ga leven, lieveling. Het verdriet me je zo te zien. Jan, mijn mooie man.”
“En Yvonne?”
“Als ze van je houdt, dan zal ze terugkomen, maar ga niet in je verdriet hangen, lieveling. Sommige dingen gaan nu eenmaal zoals ze gaan. Ze voelde zeker veel voor je, anders was ze niet drie keer teruggekomen, maar ze had ook een enorme ballast. Jij kon er niets aan doen, maar zij kon er ook niets aan doen. Denk met genoegen terug aan de momenten die goed waren. Je hebt ook voor haar ontzettend veel gedaan, maar het was een partij die niet te winnen was voor je.”
“Anouk?”
“Ja lieverd?”
“Zoek mij af en toe eens op..., ik mis je zo vreselijk.”
“Ik zit in je hart, Jan. Ik ben altijd bij je, maar ik kan niet altijd praten. Als je twijfelt, of je voelt je zwak, luister dan naar je hart. Uit je verdriet, uit het..., niet alles is te beredeneren. Je hebt lang genoeg naar je logica geluisterd.”
Mijn mobiel belde mij wakker. Ik probeerde mij aan het beeld van Anouk te klampen en verwenste de beller. Anouk was verdwenen, en ik had een telefoontje uit Italië. Italië?
Ik nam het gesprek aan en hoorde een bekende stem vragen: “Don Giovanni?”
“Pietro, mijn lieve vriend. Hoe is het met jou? Hoe is het met je vrouwtje?”
“Het gaat, Gian. Het gaat. Margherita had mij gevraagd om je te bellen en te vertellen hoe het met Stefano gaat. Iedereen is in staat van shock hier. Niemand, helemaal niemand had dit ooit verwacht, al moet ik zeggen dat Stefano zijn vader vaak gewaarschuwd had voor een aanslag.
Rino is verteerd van schuldgevoelens, hij denkt dat wanneer hij beter op Franco had gepast, dat de aanslag voorkomen had kunnen worden. Hij en Stefano zijn aan het jagen en vermoorden Roemeense gangsters waar ze maar vinden kunnen. Er worden vragen in het Italiaanse parlement gesteld. Franco was erg gezien,” huilde Pietro.
“Wil je dat ik naar Italië kom? We roeien dat gespuis uit. Ik heb niets te verliezen en wij kunnen samen gemakkelijk van Stefano en Rino overnemen.”
“Rino heeft mij gevraagd je iets te vertellen, maar Gian, je mag nimmer laten weten dat je er van op de hoogte bent.”
“Natuurlijk trouwe vriend, je weet dat wij niet praten.”
“Margherita kreeg de laatste wil van Franco te zien van de advocaten van de familie. Franco had uitdrukkelijk gevraagd dat wanneer hij om het leven zou komen door een aanslag van de Roemenen, dat Stefano en jij niet mochten jagen. Bij iedere andere aanslag of gangoorlog moest Stefano jouw hulp inroepen, maar wanneer het de Roemenen betrof, mochten jullie geen krachten bundelen. Alleen Rino en ik weten dit. Alle mannen vragen waarom jij niet komt. Het is chaos.”
“Maar waarom Pietro? Waarom mocht ik Stefano niet bijstaan?”
“Omdat de vergelding te georganiseerd zou gaan. Er zouden vragen worden gesteld in het Europarlement. Roemenie zou er munt uit slaan door te stellen dat het racisme en genocide was. Stefano en jij samen zijn de duivel.
Nu is het eenvoudig bloedwraak. Met jouw hulp was het genocide geworden en dat had Stefano alle sympathie doen verliezen van de autoriteiten.”
Ik dacht even heel diep na en zei toen: “Maar die wraak die komt natuurlijk, dat snapt iedereen toch?”
“Ja, maar er zal tijd verlopen en de druk gaat van de ketel af, Gian, Ja, die fucking wraak komt, dat is fucking zeker,” vloekte Pietro, “Eerst Anouk en nu Franco. Het is ‘unreal’. Hoe voel jij je, Gian?”
“Verloren vriend, verloren. Mogelijk had Franco gelijk in zijn clausule. Arme Margherita, wat ben ik blij dat je mij dit verteld hebt. Luister vriend, let op Stefano als ik je dat mag vragen. Zijn verdriet en zijn woede zullen hem onvoorzichtig maken. Let op hem Pietro..., jullie zijn alles wat ik nog heb.”
“Ik bewaak hem met mijn leven, Gian. Ik zal niet falen.”
“Groet iedereen van mij en geef je vrouw een kus. Je bent een goede man.”
“Zullen we samen jagen, Don Giovanni?”
“You ‘fucking bet’, Pietro. Ik moet eerst mijzelf even zien op te rapen. We zien elkaar snel.”
“T’abraccio, Gian (Ik omhels je).”
“Ti bacio le mani, Pietro (Ik kus je handen).”
Ik besloot op te staan om te proberen weer een beetje normaliteit in mijn leven te brengen. Voorzichtig at ik wat en bracht een paar uur op mijn benen door. Ik voelde mij behoorlijk zwak en ik realiseerde mij dat ik een paar knappe klappen had gehad in de laatste weken.
De volgende dagen deed ik wat lichte huishoudelijke werkzaamheden en forceerde mijn gedachten zich te concentreren op het schrijven van een computerprogramma.
's Avonds om etenstijd echter, herinnerde ik mij alle fijne momenten met Yvonne. Dat was voor mij het moeilijkste moment van de dag en ik zakte dan ook iedere avond gruwelijk door.
In die momenten van melancholie combineerde ik mijn verdriet van Yvonne met de scheurende pijn die ik voelde, en het ongelooflijke gemis van Franco, dat ik iedere dag sterker ervoer. Het gevoel voor Yvonne is heftig, dat ontken ik niet, maar het is juist dat verdriet dat mij naar Franco ‘triggert’. Als ik daar ben aangeland, dan zinkt het gemis van Yvonne in het niet.
Met Yvonne kon ik op tachtig dagen van geluk en liefde terugkijken. Bij Franco zag ik tachtig halve jaren, van ongelooflijke vriendschap, geweld, emotie, verdriet en malavita (onderwereld). Franco is niet meer en ik mocht niet naar Italië komen. Ik was nutteloos. Stefano en Rino jagen. Umberto, Lucio en hun zonen Flavio en Renato vermoorden Roemenen, en ik Jan fucking Klootzak kan, en mag niets doen. Drinken.
Er waren avonden dat ik drie flessen wijn dronk en zoals ik mij dan ’s morgens voelde, had ik blijkbaar de flessen ook opgevreten. Ik kon om middernacht dan ook nauwelijks meer ‘compus mentis’ genoemd worden, met als gevolg...
Langzaam ontwaak ik s’morgens uit de Rohypnol en wijnroes. Terwijl ik mijn hersens begin te pijnigen wat er gebeurd is, kijk ik naar de lege wijnflessen, het hoopje Atenolol tabletten en de Sig P220. Zelfmoord, ik wilde fucking zelfmoord plegen. Alleen! Maar ik had beloofd het samen met Yvonne... De mist trekt weg uit mijn hoofd en ik herinner mij weer wat er gebeurd is.
‘Mijn god,’ denk ik, ‘Zelfmoord. Dus zover is het al met mij gekomen. Zelfmoord voor een vrouw? Never! Zelfmoord met een vrouw waar ik van hou..., graag. Ik ben het toch zat, nu dat Franco er niet meer is. Wat ben ik nu dan nog? Een dronken, ontheemde Italiaanse/Schotse Hollander, lost in fucking cyberspace.’
Ik werd iedere avond laveloos, en op een avond gebeurde het onvermijdelijke gevolg daarvan.
Dit verhaal gaat door, maar intussen doet zich een andere grote gebeurtenis in mijn leven voor. Het wordt beschreven in ‘The Raver and the Lifesaver’
Voor de mensen die sceptisch zijn over mijn verhaal en die het ‘niet erg wetenschappelijk’ vinden..., wel, kijk hier dan eens wat er in de naam van de psychiatrische wetenschap gebeurt, you fucking ignorant morons!

