Omdat ik geen schrijver ben! Ik schrijf niet, ik druk fucking toetsen in.
Ik ben tiephiep, de heiperteiper. Yeah right!
Nadat ik mijn autobiografie had geschreven, wilde ik die op vrouwvriendelijkheid testen door het manuscript door vrouwen te laten bekritiseren. Een grote verscheidenheid van vrouwen met de m eest gevarieerde achtergronden, vond ik op dating sites.
Het schrijven in mijn schrijftrant, ik wil het bewust geen schrijfstijl noemen, is doorspekt met het Engelse urban slang (straatdialect), vaak afgewisseld door Bargoens en enkele Italiaanse zinnen en woorden. Waarom heb ik dat gedaan?
Laat ik met het Engelse urban slang beginnen. Het lijkt tegenwoordig fashionable te zijn om de Nederlandse taal te ‘verrijken’met deze Engelse woorden, waardoor deze woorden geregeld worden opgenomen in het ‘Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal’. Aan de andere kant van het Nederlandse taalspectrum communiceert een groot deel van de jongere –en inderdaad ook oudere- Nederlanders in termen zoals: ‘Fak joe’, ‘fukkink’, ‘moddervokker’, ‘effe sjille’, ‘coele foon’, ‘vette pics’, ‘da hoet’ enzovoort. Zelfs door de beeldbuizen en plasmaschermen wordt je al audiologisch bestraald met Engelse hyperguff. Weet je niet wat clusterfuck, flipshit of big-wig betekent... dan ben je a fucking nobody... een dumbfuck Een ‘loezer’ om in de juiste terminologie te blijven. Ik laat dit onderdeel even rusten om met de lezer naar het Bargoens te kijken.
Waarom bedien ik mij te pas (en volgens sommigen: te onpas) van het Bargoens? Het is uiteindelijk een taal van dieven en landlopers. Wel, ik ben weliswaar geen dief of een landloper geweest, maar in mijn autobiografie (Zonde van de eerste steen) wordt het de lezer al snel duidelijk, dat ik een ex-crimineel ben. Hoewel ik geen graad in het Bargoens heb behaald, heeft veel van dit kramerslatijn bij mij een onderdak gevonden. Ik heb mij er dan ook gretig van bediend en het verwerkt in de tekst van mijn autobiografie. Tot op heden heb ik daar geen klachten over ontvangen. Dan voeg ik als laatste het Italiaans aan de voorgaande taalelementen toe.
Ik compromitteer mijzelf niet door hier te vermelden dat mijn ex-beroep mij vaak en voor langere perioden in landen zoals Italië en Engeland bracht. Ik heb in beide landen gewoond. Waar Engeland zich trots mag prijzen met een almaar groeiende groep aanhangers van de anglistiek en het steeds populairder wordende Engelse woordgebruik, Italië schittert door het Italiaanse voedsel, de gastvrijheid, de mode, maar vooral door het onderwerp maffia.
Maffia, alweer zo’n nieuwe introductie in de Nederlandse taal, ook al hebben wij hier de linguïstische zonde begaan door het Italiaanse woord ‘mafia’ te verpolderiseren tot het Nederlandse woord ‘maffia’. Men kan ons Nederlanders er niet van beschuldigen dat wij erg consequent zijn in het verbasteren van taal.... De c-woorden conjo, cojones en chao maken nu ook driftig opgang. Dat het eigenlijk Spaanse woorden zijn, maakt weinig uit voor vele Italiaanse taalimporteurs. They don’t give a flying fuck, om het zo maar eens te stellen, capisci?
Doordat ik zowel in Italië als in Engeland heb gewoond, heb ik een vrij brede kennis van beide talen en de gewoonten in die landen opgedaan. Hoe breed mijn kennis van de criminaliteit is, is ter beoordeling van de lezers. Ik heb deze drie taalaspecten (vaak gecombineerd) in mijn schrijfwijze geïntroduceerd om twee redenen: emotie en realiteit. Het zou te ver voeren om dit hier volledig toe te lichten, maar u kunt de redenen hiervoor lezen op mijn websites.
Na deze drie voorgaande concepten ietwat toegelicht te hebben en er aldus van uitgaande dat ik met enige kennis van zaken schrijf… hoe zit het eigenlijk met het schrijven zelf? Het schrijven in de Nederlandse taal! Wel, dat is eenvoudig genoeg verklaard. Ik heb zes jaar lagere school en één jaar hbs genoten. Ik was over dat laatste jaar zo enthousiast dat ik het mijn hele leven wel over wilde blijven doen. Te laat begreep ik dat dit niet in het pakket der mogelijkheden was opgenomen en na twee keer ‘te zijn blijven zitten’, was mijn relatie met het onderwijs afgelopen.
But hey..., what the fuck? Ik heb met academici gecommuniceerd en hoewel ik mij ervan bewust ben dat ik geen literaire meesterwerken produceer, vaak voel ik mij, gedurende genoemde informatieoverdracht, William Shakespeare die correspondeert met een gesjeesde, eerstejaars hbs’er. Ik ga er vanuit dat niemand foutloos schrijft, maar ik hoop dat deze universitair geschoolden beter zijn in het uitoefenen van hun professie of vocatie dan in het schrijven van de Nederlandse taal. Ik vroeg deze penvrienden vaak of zij hun scriptie mondeling verdedigd hadden.
Ik ben dus geen purist als schrijver en ik heb geen enkele intentie het ooit te worden. Hoe dan ook: ik heb nooit de Nederlandse taal bestudeerd, maar ik lees veel, zuig kennis op als een spons en verder kloot ik maar wat aan op virtueel papier. Ik bied wat anders, maar onthoud: Ik ben geen school-, schoot- of schoonschrijver en wat ik de lezers dus aanbied is een begrijpelijk, enerverend verhaal met een lach, waanzinnig veel emotie en inderdaad... extreem geweld. En dat geeft mij meer voldoening dan dat ik het predikaat van literair genie moet meetorsen en een subsidie moet aanvragen, omdat ik geen razendsnel, meeslepend verhaal kan vertellen.
Het bleek een formule die werkte. Het feit dat meer dan driehonderd vrouwen deze verhalen online -zonder verklarende woordenlijst- hebben gelezen en er uitermate enthousiast over waren, vertelt mij dat ik geslaagd ben in mijn voornemen om ongewone, spannende en bijzonder gevoelige verhalen te schrijven op een, voor zover ik mij bewust ben, unieke manier.
Ik vermeld hier dan ook gelijk bij dat ik de verhalen in eerste instantie voor vrouwen heb geschreven. Veel mannen vinden mijn verhalen waanzinnig boeiend, maar vrouwen verlangen méér van een verhaal dan spanning alleen. Wanneer er herkenbare emotie in de verhalen is geïnjecteerd dan lezen de meeste vrouwen met genoegen, ondanks de ‘rauwe’ en gewelddadige passages. Zij vergaven mij zelfs de vele benamingen en de technische details van wapens en hightech apparatuur..
Samenvattend. Ik schrijf geen oubollige, cataleptische Nederpolder-fucklingoshit en mijn stijl -zo ik die al heb- is de nachtmerrie van iedere vigilante, conservatieve neerlandicus. Ik bied wat anders.
Vrouwonvriendelijkheid. Hiermee zijn wij dan nu terug bij het begin. Van een tiental (online) lezers, voornamelijk mannen, kreeg ik het verwijt dat ik bijzonder ‘vrouwonvriendelijk’ schreef. Inderdaad, wanneer men niet meer dan vijf pagina’s leest en daarna de rest zelf invult dan kan dat inderdaad zo lijken.
Ik schrijf rauw, niet goor. How rough, is ter beoordeling van de lezers, maar neem in uw overweging mee dat ik deze verhalen ben gaan schrijven voor de vrouw, als ode aan de vrouw en uit eerbied voor een vrouwmensje dat stierf op drieëntwintigjarige leeftijd.
Dat is how fucking vrouwonvriendelijk ik ben. In ieder verhaal klinkt steeds weer mijn liefde en fascinatie voor het fenomeen ‘de vrouw’ door.
Ik wens de lezer(es) veel leesgenoegen.
Jan ter Haak
|
|