Lees eerst Deel I - Pam, a Redheaded Slam
Match datingsite - Ik zat een beetje wezenloos op op de 'cybermilfs' en 'hyperchicks' te klikken. Mijn hoofd was er niet bij, en mijn hart was er niet echt in, sinds Pam vertrokken was.
Ik miste haar meer dan ik aan mijzelf wilde toegeven, maar na ons Italiaanse avontuur, had ik haar aangeraden om minstens voor een half jaar naar haar broer in Canada te gaan en daar te blijven tot de druk van de ketel was.
Frie Mesons B.V. zou haar dertig miljoen euroshit missen, en het zou niet lang duren dat ‘da fucking filth’ (politie) er achter was, dat er een verband bestond tussen de raadselachtige verdwijning van Pam’s werkgever, Ruud, zijn handlanger mr. ‘fucking gangsterfuck' en de daaraan voorafgaande mishandeling van Pam. De geripte dertig miljoen euro en de, nog altijd onopgeloste, moord op Pam’s echtgenoot, zouden die link alleen maar bevestigen. Dat Pam voorlopig verdwijnen moest, was dus een 'no-brainer', want zij was de enige link naar die dertig miljoen. Logisch, maar niet fijn, want ik was in een korte tijd erg op haar gesteld geraakt.
Ik zat er net over te denken om mijn abonnement op Match maar op te zeggen, toen... ping... ik in opeenvolging eerst vijf knipogen, en daarna een mail kreeg. ‘Die muff is wanhopig,’ dacht ik, en opende haar mail. ‘Wow! Wicked and fucking awesome,’ hijgden mijn ogen.
Ik nodigde de clickchick uit mijn virtuele kantoor binnen te komen, waarna ik haar eens goed bekeek. ‘Pam, of geen Pam,’ dacht ik, ‘maar dit is de moeite waard, om wat beter te leren kennen. Uiteindelijk weet ik ook niet wat Pam nu doet. Ze kan wel met een Canadese pelsjager in een blokhut bezig zijn, ‘de mountains te laten rocken’
‘Muff number one’ had een gezicht dat je alleen op Fashion TV zag, twee 'tiggo bitties', een 'fuckarse' dat iedere beschrijving tartte en een paar benen waar geen eind aan kwam. Eindeloze benen, die zich met het zojuist beschreven bovenlijf, in de fauteuil tegenover mij zetten. ‘Fuck, ik wilde dat mijn gezicht die fauteuil was,’ dacht ik.
“Hé 'prettypoon', waar hebben ze jou gemaakt? Hoe heet je? Waarom ken ik jou niet? Heb je jezelf voor mij bewaard?” vuurde ik de vragen op haar af.
De ‘fancyfoof’ sloeg haar benen over elkaar, en zei: “Ik heet Lisette, ik ben vierendertig, en ik ben net lid geworden. Ik zat een beetje door dat mannenpuin hier te bladeren, en wat denk je? Tussen de ‘no-hopers’, ‘wankers’ en ‘wasters’, vind ik jou. Ik dacht: ’nou maar even annexeren die gespierde prozapusher, voordat één of andere ‘fucking hoodrat’ hem uit ‘da flipping’ boekenkast rukt. Train je met fucking telefoonboeken of zo? Ik heb nog nooit een schrijver met broodjes gezien!’”
De haren in mijn nek gingen rechtovereind staan. Fuzz! 5-0! Politie!
“Ho, ho, dat is is mijn ‘fucking lingo’ die je gebruikt! Waar heb jij ‘urban slang’ geleerd, als ik vragen mag?” vroeg ik, gealarmeerd.
“Ik heb een tijdje in de States gewoond. Waarom? Jij gebruikt het toch ook?” rechtvaardigde Lisette zich.
“Ja, maar ik gebruik het om mijn verhalen een beetje te versieren. Wat versier jij?”
“Jou!” zei Lisette droog.
“Wel, je loopt niet achteruit, om vooruit te komen,” stelde ik, quasi argeloos, vast. ‘Dat is de tweede keer dat ik op een datingsite met de kit te maken krijg. Electra werkte ook als undercover. Ik ben benieuwd wat deze ‘foof’ bij het dofgajes (politie) doet,’ dacht ik.
“Nee, beter maar zeggen waar het op staat, dan kunnen we geen misverstanden krijgen ook.”
Ik besloot om geen tijd te verliezen, en te checken of ‘miss fuckalicious’ op mij geplant was, of dat het toevallig was dat een vrouwelijke smeris had besloten mij op te ‘chatten’. ‘Nou ja, toevallig..., mijn fake profiel, het profiel van mijn alter ego zag er uiteindelijk gelikt uit..., maar een smeris moet daar toch doorheen kunnen kijken.’
“Luister, Lisette, ik hoop niet dat dit als een teleurstelling komt, maar ik ben niet de man van de foto!”
Lisette keek mij verbaasd aan, maar zei niets.
Ik vertelde haar wie ik werkelijk was, en dat ik op datingsites verbleef, om vrouwen te werven.
“Waarvoor moet je vrouwen werven?” vroeg Lisette geïnteresseerd.
Ik legde haar uit dat ik van de feedback, die ik van vrouwen kreeg, nadat zij mijn boek hadden gelezen, ik mijn schrijfstijl zo aan kon passen, dat vrouwen na publicatie mijn boek ook zouden kopen.
“Er zijn weinig vrouwen die in TRUE CRIME shit zijn geïnteresseerd, dus wanneer ik het boek niet op de vrouw schrijf, dan verlies ik gelijk al de helft van mijn doelgroep,” zei ik.
Lisette dacht even na, en zei toen: “Slim wel, heb je veel vrouwen weten te interesseren, om je boek te lezen?”
“Meer dan honderd in het afgelopen jaar,” antwoordde ik trots.
“Dus jij bent niet mr. ‘fucking sixpack’ dan? Wie ben je dan wel?”
“Mijn naam is Jan ter Haak. Ex-crimineel, zoals je al begrepen hebt, en dit ben ik,” antwoordde ik, en stapte uit mijn profiel.
“'Fuck sake’, dat is nogal een verschil zeg,” zei Lisette, die niet al te geschokt leek. “Denk ik een filmster aan de haak te slaan en nu kom ik met een oude ex-crimineel thuis.”
“Dus je houdt me wel dan,” vroeg ik nieuwsgierig, want als Lisette ‘ja’ zou zeggen, dan hield dit in, dat ze op mij geplant was, door de kit.
“Wel, ik kan niet zeggen dat je de hoofdprijs bent, maar ik wil dat boek van je wel eens lezen, dus, ja, laat ik je maar even houden.”
Lisette zei dat ze de week daarop, vijf dagen naar Duitsland moest voor haar werk. Ze vroeg of ik haar het boek wilde sturen, zodat ze ’s avonds wat te lezen had in het hotel.
“Wat doe je voor werk, Lisette?” vroeg ik liefjes.
“Ik werk voor een groot incassobureau. Het is mijn taak om zoveel mogelijk inlichtingen te verzamelen over bepaalde personen. Het klinkt interessanter dan het is. Meestal moeten we met schuldeisers praten, om wat meer over de achtergronden van de debiteuren te weten te komen.”
‘Yeah, fucking right,’ dacht ik, ‘Inlichtingen verzamelen, dat stuk geloof ik zonder meer.’
“Lijkt mij inderdaad saai werk,” zei ik, quasi ongeïnteresseerd.
De volgende dag stuurde ik Lisette een boek..., en hoorde niets meer… ‘Nou ja, ik zal wel spoken gezien hebben,’ dacht ik, ‘Het was op zeker een smeris, maar misschien zat er niets achter.’
Die nacht werd ik om drie uur wakker gebeld.
“Hallo”
“Zio, sono Stefano. Possiamo parlare?”
De zoon van mijn boezemvriend, Franco, vroeg mij of mijn telefoonlijn ‘clean’ was. Ik bevestigde dat dit het geval was, en luisterde naar wat Stefano mij vertelde.
“Zio (oom), mijn vader is gisteren door de Staatspolitie opgehaald, voor een gesprek op het bureau. Kan het zijn dat Pam met iemand gesproken heeft, over hetgeen voorgevallen is?”
“Onmogelijk Steffie, ze is niet uit mijn ogen geweest, totdat ik haar op het vliegveld afzette, vanwaar ze is vertrokken, naar een ver land.”
Ik voelde dat er iets ernstig mis was, dus ik zei niet dat Pam bij haar broer in Canada was. Je weet het nooit met de telefoon.
“Va bene, zio, ze hebben mijn vader gevraagd of hij iets wist over de verdwijning van vier Hollanders. Ze schijnen wat aanwijzingen uit Holland gekregen te hebben. Er waren ook twee politiemensen uit Holland op het bureau en die vroegen de Staatspolitie, bepaalde vragen aan mijn vader te stellen. Mijn vader wist nergens van, dus hij kon de politie niet bij hun onderzoek van dienst zijn. Die twee…”
“Stefano!” schreeuwde ik in de telefoon, “Stop. Bel mij van een prepaid, naar mijn prepaid. Zeg niets meer!”
Een halve minuut later, belde Stefano mij op een gegarandeerd schone lijn.
“Stefano,” vroeg ik opgewonden, “Was één van die Hollanders een vrouw?”
“Ja...,” bevestigde de zoon van mijn vriend, verrast.
“Ga je vader wakker maken, en zet je computer aan. Ik stuur je nu een foto van een vrouw. Laat die foto aan je vader zien en bel mij dan op hetzelfde nummer terug.”
Ik liep naar mijn kantoor en zette de computer aan. Vijf minuten later, had ik Lisette’s foto van Match gekopieerd, en per email naar Italië verzonden. Weer tien minuten later, begon mijn mobiele orkest te spelen.
“Hallo?”
“Ciao Gian. Franco. Dat is inderdaad die ‘putana’ die met die andere Hollandse ‘sbirro’ in het politiebureau waren. Zijn er problemen?”
“Nog niet, Franco, maar ik denk te weten wat er gebeurd is. Ik maak een gecodeerd rapport, steek dat in een ‘bmp’ bestand, en stuur dat naar je proxy-adres. Denk erom dat je het niet thuis, of op de zaak ‘download’”
Franco bevestigde dat hij alles begrepen had. Wij wensten elkaar succes, en namen afscheid.
‘Oh, ya fucking cunt, ya!’ schold ik in gedachten, ‘dus nu weten wij waarom die snotdot op mij ‘geplant’ is. Die is er om de zaak van de geripte dertig miljoen euroshit en de verdwenen wise-guy’s op te lossen.’
Het vereiste geen hersenchirurgie om na te gaan wat er gebeurd was. Toen Frie Mesons B.V. de rip-off melde, begon CATCH (de nog onbekende opsporingsinstanties) de zaak te onderzoeken. Dat zij al snel bij Pam terechtkwamen, lag aan het feit dat Pam enige weken vóór de rip-off, ernstig mishandeld was geworden. Daarna verdween Pam spoorloos, en een paar weken later, waren ook haar werkgever en zijn handlangers niet meer te vinden. CATCH had natuurlijk Pam’s huis doorzocht..., en de sporen gevonden, die ik voor Pam’s achtervolgers had achtergelaten.
Dezelfde sporen die ons in staat hadden gesteld, om met mr. Fucking Monopoly Man en zijn ‘fucking gangsterfucks’ af te rekenen, hadden nu regelrecht naar Franco geleid. Pam’s vliegtuigticket naar Italië had alles nog eens bevestigd. Waarom had de Hollandse politie in Italië Franco niet laten ondervragen over Pam? Dat was eenvoudig! Pam was immers de sleutel naar alles. Het had geen zin ons al te alarmeren over Pam. Het werd natuurlijk zeer juist verondersteld, dat tijdens een verhoor, Pam de zwakke schakel zou blijken te zijn, en niet twee oude ex-criminelen. Ex-criminelen?
Ik schreef een volledig rapport voor Franco, waarin ik hem meedeelde wat er allemaal voorgevallen was. Tevens, gaf ik hem een redelijke verklaring voor Pam’s verblijf bij hem, wanneer dat bij een volgend verhoor ter sprake zou komen. Ik codeerde het rapport, verpakte het in een ‘bitmap’ bestand, dat ik aanhechtte aan een email, die ik naar een server in de States stuurde.
Van slapen, zou die nacht niets meer komen, dus ik maakte ontbijt, zette koffie en begon ‘pointers’ te zetten voor een strategie, die ons allemaal van strafvervolging, of erger, zou vrijwaren. De ‘pointers’ waren weliswaar algemeen, omdat niemand in de toekomst kan kijken, maar ze hadden allemaal betrekking op vragen waar een plausibel antwoord op gegeven moest worden, zoals: ‘Vertelt u ons eens mijnheer ter Haak: hoe komen uw internet gegevens op de computer van Pam terecht, en: wat deed u eigenlijk met Pam in Italië?’
Ik liet de hele geschiedenis de revue passeren, en zette bij ieder dubiosum een ‘pointer’. Voor iedere ‘pointer’ maakte ik een voorlopige verklaring, waarbij ik zo dicht mogelijk bij de waarheid bleef. Het was een titanenwerk, maar ik had dit eerder gedaan. Gelukkig waren er nu computers, dus ik kon ‘outliners’ gebruiken, ‘what if’ modules en stroomdiagrammen ontwerpen. Voor dat ik het wist, kon ik mijn avondeten gaan maken. Ik had nog geen tien procent klaar.
De volgende dagen besteedde ik aan een verdediging, en tevens aan een algemene, zeer flexibele offensieve defensie, die grotendeels af zou moeten gaan hangen van wat de tegenpartij naar ons wenste te gooien. Het werd een soort van defensieve Hansaplast pleister. Ik liet daarbij wel steeds mijn browser op Match openstaan, voor het geval dat Lisette zou besluiten weer een verschijning te laten geschieden.
‘Hey Jan,’ las ik de derde dag, nadat de ‘ping’ mij op een inkomende mail had geattendeerd. Lisette!
Zij schreef, dat ze net uit Duitsland terug was, en vroeg of wij elkaar misschien konden treffen, voor een afspraak. Ik moest nu wel heel fucking voorzichtig zijn, want ik kon er vanuit gaan dat mijn Internet geschiedenis op Pam’s computer was gevonden. Dat, en de rest van de sporen, koppelde mij automatisch aan Franco, wanneer de kit er tenminste vanuit ging dat ik de sporen had achtergelaten. Als dat zo was, dan konden zij wel nagaan dat ik er van op de hoogte was, dat Franco was ondervraagd, in het bijzijn van een Hollands politiesetje. Lisette kon dus wel begrijpen dat het niet ondenkbaar was, dat ik van haar rol op de hoogte was, en als dat zo was, speelde ze verdomd hoog spel. Wel, haar opdrachtgevers speelden hoog spel..., met haar. Waarom?
We werden gebluft, en dat duidde erop dat de tegenpartij al wist dat het een zaak zou worden, die voor de Justitie niet te bewijzen was. Tevens had de Justitie geen enkel belang bij de publiciteit, dat een geheime opsporingsinstantie werd gefinancierd met witgewassen drugsgeld, en daarnaast de bron van dat geld: de drugsbaron, faciliteerde.
Dat was dan goed, nietwaar? Niet waar! In dat geval zou het officieus opgelost worden. Een staatscontract is altijd ‘het einde’ voor een legale ondernemer. Voor mij zou het ook het einde betekenen! Een paar, door de Justitie gesponsorde, ‘button-men’ zouden daarvoor zorgen. ‘Denken Jan, je hebt een foutje gemaakt, door die sporen na de finale in Italië niet te verwijderen, maar dat was nagenoeg onmogelijk. Denken, denk nu klootveger!’
Ik stuurde Lisette een mail, waarin ik haar uitnodigde bij mij te komen eten. Uiteindelijk kon ik na een jaar op de datingsites wel een fucking restaurant beginnen. ‘No probs’ voor Lisette: ‘zij zag er naar uit’. Nou ik ook! CATCH (De nog immer onbekende Justitie instanties) was zo vreselijk zeker van haar zaak, of CATCH was zo wanhopig, dat zij de joker, troefboer, de ‘nel’ en een schoppenvrouw in de strijd gooide. Een vreemde combinatie om te winnen, maar ik kreeg schoppenvrouw, in de vorm van Lisette, toegespeeld.
Ik realiseerde mij dat dit een strijd was, die rechtuit voor mij niet te winnen viel..., maar hé, ik heb nimmer rechtuit gespeeld. Ik begon dus een paar zaken voor te bereiden, aan te brengen en een beetje te improviseren. Koeien worden naar de slachtbank geleid, en alhoewel ik helemaal niet bang was om kapot te gaan, was ik niet van plan dit door de moordenaarshand van een paar zaaddrogende ‘fuzzfucks’ te laten geschieden.
Ik pleegde een paar telefoontjes naar Napels, want ik begreep nu dat het een kwestie van tijd zou zijn, voordat Pam, aan de hand van haar vliegticket, zou zijn opgespoord. Daarna sms’te ik Pam, dat zij onmiddellijk Canada moest verlaten en via verscheidene nationale vluchten in de States, naar Tripoli, in Libië moest vliegen. Daar zou zij door Napolitaanse contrabandieri –die voor de Camorra NCO werken- per motorboot naar Napels worden gebracht. Mijn vrienden van de Camorra, Lucio en Umberto, zouden haar dan onderdak bieden, totdat Franco en ik de hele zaak opgelost hadden. Als wij daar niet in zouden slagen, dan zou de Camorra Pam van een andere identiteit voorzien.
Een uur later belde Lucio mij met alle gegevens, en een plaats van ontmoeting met Pam, in Tripoli. Ik sms’te deze gegevens naar Pam. Zij liet mij even later weten, dat zij alles begrepen had. Zij zou onmiddellijk aan haar vertrek gaan werken.
Pam was nu veilig, doordat zij niet meer door de ‘fuzz’ opgespoord kon worden en met haar vijfentwintig miljoen euro, kon zij haar leven wel aardig op de rit krijgen.
Een dag voor Lisette’s bezoek, was ik zo voorbereid als dat ik maar zijn kon.
Zaterdagavond – Schoppenvrouw.
“Jan, ik heb gisteren je boek uitgelezen. Ik heb genoten, alleen het verhaal met Irene, en je nawoord, maakten mij ontzettend treurig.”
Ik keek Lisette aan. Ondanks alle wijn die ik gedronken had tijdens het eten, leek ze mij oprecht. Ik schudde mijn hoofd, en vroeg: “Waarom treurig, Lisette? Het was de mooiste periode in mijn leven. Alles is eindig. Een minuut na het moment, dat je het meest gelukkig bent, realiseer je je, dat je geluk al weer over is. Ik was mij daar al van bewust, voordat mijn geluk begon, en dat geluk hield vier jaar aan.”
“Hield je zoveel van Irene, Jan? Toen ik het boek sloot, realiseerde ik mij dat je een goed mens bent. Je bent voor mij geen crimineel!”
Dat was een foutje van de 'slickmuff', maar ik liet het maar zo. Officieel, was ik een ex-crimineel – en dat rijmde ook nog. Ik heb veel van vrouwen geleerd, ik heb vrouwen veel geleerd en ik heb vrouwen leren kennen. Ondanks het feit dat ik ze nooit helemaal zal kunnen begrijpen, leek Lisette mij oprecht droevig. Droevig..., alsof zij een ‘puppie’ in moest laten slapen.
Met Pam nu veilig en Franco met zijn gezin nagenoeg onaantastbaar, door zijn connecties bij de Carabinieri, de PiDue en de Bresciaanse mafia, besloot ik iets met mijzelf te doen. Mijzelf, of liever gezegd: iets met mijn leven te doen. Ik zou met mijn leven gaan gokken. Het zou de inzet zijn om deze kwestie voor eens en altijd uit de wereld te helpen. Ik wenste niet meer te vluchten, of te moeten onderduiken. Ik was te oud voor die shit. Fuck that, and fuck all the fucking mofo’s. Ja, ik was oud, maar ik was nog niet seniel, dus laat de ‘shit’ nu maar tegen het plafond spatten...
“Wat ben je stil, Jan. Je kijkt zo ernstig..., kwaad eigenlijk. Je bent helemaal grijs in je gezicht,” informeerde Lisette..., haast ongerust.
“Nee, een paar vrienden van mij hebben moeilijkheden. Het zijn lieve vrienden, dus ik maak mij een beetje bezorgd. Sorry, Lisette. Ik ben een slechte gastheer nu. Hoe is je reis naar Italië verlopen?”
“Ja goed...,” antwoordde Lisette, te snel. Zij realiseerde zich haar fout, en keek mij strak aan. Na een tijdje vroeg ze me: “Dus je weet wie en wat ik ben..., en je weet wat ik doe?”
“Ja, maar maak je niet bezorgd. Het was een 'no-brainer'. Je bent mij niets verschuldigd, en ik jou niet. Je kunt vertrekken, wanneer je wilt. Je kunt tegen je superieuren vertellen, dat ik klaar voor hun gehuurde gangsterfuck’s ben. Ik ben nu de enige die weet waar het geld is, Pam vinden jullie nooit, en al zouden jullie haar vinden, dan kan zij jullie toch niets vertellen. Franco...? Wel, kom daar zelf maar achter. Jullie komen ‘fucking nowhere’. Het enig dat kan gebeuren is dat ik het leven erbij laat, maar ik ben het toch al een tijdje zat.
Wat ik wel moet zeggen is dat het hele verhaal gepubliceerd wordt, op het moment dat er met mij iets gebeurt, maar laat dat jouw zorg niet zijn. Ik vraag mij af wat jij eigenlijk weet, Lisette. Het zal niet al te veel zijn.”
Lisette keek mij weer aan. Ik zag dat haar lippen trilden; zij had zichtbaar moeite om zich goed te houden. Wat niet zichtbaar was, was het feit, dat ik wist dat ze een goede actrice was.
“Jan, ik weet misschien niet alles, maar ik weet dat ik als lokaas word gebruikt, om jou op te zetten. Ik weet dat je binnenkort gelicht zal worden door een ingehuurde ploeg Roemenen. Je zult gemarteld worden, tot ze weten waar het geld en Pam zijn. Met dat geld zal er een contract op Franco en zijn hele familie gezet worden. Het is niet alleen het geld, Jan. Het is de link van Frie Mesons B.V. naar de Freemasons, de Vrijmetselaars. De naam voor dat front, is blijkbaar gekozen in een opwelling van overmoedigheid, vermeende onaantastbaarheid en arrogantie. Nu zijn alle headhoncho’s, die zowel bij de Vrijmetselaars, als in de Frie Mesons B.V. zitten in paniek. Ze hebben ongelimiteerde fondsen beschikbaar om het deksel op die stinkende beerput te houden.
Zoals gezegd: ik weet niet alles, maar er is nog iets dat ik weet. Ik ben een politievrouw, en een goede ook. Ik ben geen fucking prostituee, die zich als lokaas met een prooi naar bed laat sturen. Ik ben geen moordenares, noch werk ik daar aan mee. Ik laat mij niet gebruiken in samenzweringen en ik laat mij niet betalen met witgewassen drugsgeld. Als laatste..., haat ik geheime genootschappen. Ya dig?”
‘Wow,’ dacht ik, ‘Wanneer haar opgedragen is om mij dit te vertellen, dan spelen we op hoog niveau. Wanneer het echter de waarheid is..., Yeah, en varkens kunnen vliegen.’
“Als hetgeen je mij net verteld hebt de waarheid is, Lisette..., dan heb je net als ik, je leven in de waagschaal gelegd. Wat ik bedoel is te zeggen, dat hetgeen je mij net verteld hebt je leven kan kosten..., gaat kosten..., als het waar is. Ook als het waar is, waarom vertel je mij dit alles? Uit beroepstrots? Principe?”
“Om alle redenen, die ik je verteld heb en uit lijfsbehoud! Ik ben momenteel banger voor jou en Franco, dan voor de Frie fucking Mesons B.V. Ik zal je vertellen waarom: het feit dat jij me liet weten dat je wist dat ik in Italië was geweest, vertelt mij dat je maatregelen genomen hebt. Ik heb je proberen op te zetten, toen ik nog niet van alle feiten op de hoogte was. Franco heeft mijn gezicht ook gezien. Wat kost het om een contract op mij te zetten? Jullie hebben derti g miljoen om mee te spelen. Ja, ik ben integer, en ja, ik ben bang!”
Ik maakte Lisette niet wijzer, wat betrof een contract, maar ik vroeg mij af wat ik met de, zojuist gekregen, wetenschap kon doen, vooropgesteld dat Lisette de waarheid had gesproken.
“Lisette, ik moet je oprechtheid testen, dat zul je begrijpen. Daarna zal ik je vertellen wat er precies gebeurd is, want je weet nog niet een derde. Het belangrijkste is dat je beseft, dat je geen twee meesters kunt dienen..., dus wat denk jij te bereiken door mij de waarheid te vertellen? Dat moet ik weten, nadat ik weet dat je de waarheid hebt verteld.”
Lisette dacht even na, en zei toen: “Zoals het er nu voorstaat, is mijn leven geen ‘tinkers’ fart’ meer waard bij mijn werkgevers, of bij jullie. Op één of andere manier, heb ik meer vertrouwen in jou, al kan ik je zeggen dat wanneer ik je boek niet gelezen had, dat ik dat vertrouwen niet had gehad. Doe wat je wilt, vraag wat je wilt en ik doe mijn best, om met alles mijn medewerking te geven. Één ding doe ik niet..., en dat is mijn dagelijkse collega’s opzetten voor een val. Ik hoop dat je dat begrijpt!”
Ik knikte. Ik begon met de minuut meer vertrouwen in haar te krijgen, maar dat was mij al eens eerder overkomen, en ik had de prijs betaald. Nu was de prijs mijn leven, en de veiligheid van Pam, Franco en zijn gezin. De keus was niet moeilijk: ik moest Lisette op haar betrouwbaarheid testen, en zei haar dat ook!
“Lisette, het wordt niet leuk, maar het is over in een minuut. Als je eerlijk blijkt te zijn, dan werken wij het eerste aan jouw veiligheid. You say what?”
Lisette knikte. Ik liep naar het dressoir en pakte wat spullen uit de la, en zei Lisette haar truitje uit te trekken en op de bank te gaan liggen. Zij gehoorzaamde, alsof ze in trance was.
Ik trok een stoel bij de bank en pakte haar rechterarm. Ik deed de riem om haar bovenarm en trok die aan. Daarna brak ik een ampul Trapanal open, en stak de naald van de injectiespuit in de ampul. Langzaam trok ik de plunjer omhoog, zodat de spuit zich vulde met de vloeistof. Toen de ampul leeg was, legde ik die op tafel, hield de spuit, met de naald omhoog, tegen het licht en drukte de plunjer omhoog, totdat alle lucht uit de spuit verdwenen was. Ik trok de riem om haar bovenarm aan, en zocht naar een ader.
“Wat geef je me?” vroeg Lisette, nu een beetje angstig.
“Trapanal, oftewel Thiopentone sodium. Waarheidsserum. Het is niets, Lisette. Jij moet mij nu vertrouwen, zodat ik jou straks kan vertrouwen.”
Zij sloot haar ogen, en ik zag dat haar ademhaling versnelde.
Toen ik een ader gevonden had, maakte ik de plek schoon met een prop watten en ether. Langzaam duwde ik de naald in haar ader, maakte de riem los en spoot de Trapanal in.
“Ben je okay, Lisette?” vroeg ik, wetend dat zij in dertig tot veertig seconden het bewustzijn zou verliezen.
“Ja, ik ben wel een beetje...,” antwoordde ze, en ze was weg!
Gedurende de minuut dat de piek van de anesthesie uitgewerkt raakte, realiseerde ik mij dat het waarheidsserum geen garantie was. Getrainde leugenaars konden zelfs in de roes die volgde, hun leugens volhouden, of tegenwerking blijven geven. Ik betwijfelde echter dat ‘mijn patiënte’ daarvoor opgeleid was. Even later kwam Lisette langzaam uit de verdoving.
Gedurende de roes, stelde ik Lisette verschillende vragen. Ik begon met vragen waarop zij niet hoefde te liegen, zoals haar naam, leeftijd enzovoort. Daarna stelde ik wat meer betrokken vragen. Lisette babbelde rustig mee, het leek wel of zij het leuk vond.
“Lisette, wie heeft Pam zo verschrikkelijk laten mishandelen?”
“Wij vermoeden dat Ruud, haar baas, de opdracht heeft gegeven. We weten echter niet wie die opdracht heeft uitgevoerd.”
“Weet Frie Mesons B.V. van die mishandeling?”
”Ja!”
“Hoe zijn jullie bij mij terechtgekomen?”
“De computer van Pam is nagezocht op sporen. Er was een vliegticket, op haar naam, naar Milaan op besteld, maar toen de ‘geeks’ verder zochten, kwamen zij jouw naam tegen. Je had op die computer dingen besteld over het Internet. Ook kwamen er verschillende datingsites naar voren, de gebruiker was geïnteresseerd in vrouwen, en het profiel was dat van een man. Het werd besloten dat jij dat moest zijn. Daarna werd je naam ‘geGoogled’. Op je websites vertelde je van je avonturen op de datingsites. Daarna was het makkelijk om contact te leggen,” kwebbelde Lisette tevreden.
“Waarom ben ik niet opgehaald?”
“Wij wilden aanvankelijk Pam. Door Franco te laten verhoren in Italië, hoopten wij dat jij en Pam in paniek zouden raken, en fouten zouden maken. Je kon altijd nog gearresteerd worden.”
“Gearresteerd..., op grond waarvan? Ik ben niet in Italië geweest?” probeerde ik iets aan de weet te komen.
“Voor het helpen van een misdadiger.”
“Welke misdadiger, en voor het helpen met wat?”
“Pam, zij wordt er van verdacht dertig miljoen euro gestolen te hebben, door overboekingen van geld van haar werkgever naar Zwitserland over te maken. Zij moet hulp gehad hebben van een ‘insider’. We vermoeden dat het iets met de moord op haar man te maken heeft.”
“Jullie kunnen de ‘moneytrail’ toch volgen?”
“Het spoor loopt dood in Andorra. Kontante opname door een persoon met een vals paspoort.”
“Wat gebeurt er met Pam, als zij gevonden zou worden?”
“Zij wordt vermoord, net als jij! Iedereen die van de connectie van Frie Mesons en de Justitie op de hoogte is, moet opgeruimd worden.”
“Lisette, jij bent van die connectie op de hoogte!”
“Daarom ben ik ook bang. Ik ben bang dat ik sowieso opgeruimd zal worden, nadat ik jou heb opgezet.”
“Waar is die Ruud nu?”
“Wij vermoeden dat jij en Franco, hem en nog een paar anderen vermoord hebben. We kregen bericht van de ambassade in Italië, dat acht Hollanders waren aangehouden in de Dolomieten, zonder geld of papieren. Toen wij vroegen wat zij daar deden, kregen wij te horen dat zij zonder reden waren gearresteerd door de Carabinieri, die hun later in de bergen, uit de auto hadden gezet. Op onze vraag wat zij in Italië deden, hebben wij acht keer een onbevredigend antwoord gehad.”
“Weten je superieuren dat je hier nu bent? Heb je een ‘backup team' in de buurt?”
“Nee, ik voelde dat ik dat niet moest vertellen, en eerlijk gezegd was ik er zeker van, dat wij zouden praten vanavond. Nee, niemand weet dat ik hier ben.”
Lisette vertelde mij alles wat ze wist. Er bestond geen twijfel dat ze oprecht was. Dat was goed, maar wat niet goed was, was het feit dat ik nu de verantwoording voor nog een leven erbij gekregen had.
Terwijl ik Lisette haar roes liet uitslapen, stelde ik weer een volledig rapport op voor Franco. Tevens stelde ik hem ervan op de hoogte, hoe de kit in Italië was terechtgekomen. Het kwam hierop neer dat ik mij verantwoordde voor een mogelijke fout, die ik begaan had. Zo voelde het bij mij althans. Ik codeerde het geheel en verzond het op dezelfde wijze, als de voorgaande keren.
Nog voordat Lisette wakker was, had ik al antwoord terug. Franco vroeg of ik wel goed bij mijn hoofd was, door mij verantwoordelijk te willen stellen voor de fout, die de politie naar hem had geleid.
Hij schreef: ‘Terugblik, is een schitterende raadgever, caro Gian. Je moest iets doen om dat schorem in beweging te zetten, en wanneer jij na de afrekening naar Pam’s huis was gegaan, om die sporen te verwijderen, dan kan ik je met zekerheid vertellen, dat je ter plekke gearresteerd was. Vergeet niet dat je die ‘spotters’ ook door hun achterraam geschoten had’
Franco schreef mij tevens een suggestie hoe we de zaak mogelijk op konden lossen. Hij garandeerde tevens alle steun, die ik nodig had, wanneer de zaak in Holland moest worden opgelost. Ik was aangedaan door de duidelijke loyaliteit van mijn oude vriend. Nimmer hebben wij tevergeefs een beroep op elkaar hoeven doen, over de afgelopen veertig jaar, en...
“Jan, hoe lang heb ik in hemelsnaam geslapen. Wat is er allemaal gebeurd?”
Ik liep naar haar toe, pakte haar handen en zei: “Je bent erg dapper geweest, Lisette. Je hebt geslapen nadat je je een waarheidsserum had laten toedienen. Je hebt nu wat afnemend geheugenverlies, maar dat is met een paar uur over.”
Lisette luisterde aandachtig naar hetgeen ik haar vertelde, en inderdaad, langzaamaan begon zij zich de gebeurtenissen en gesprekken van die avond te herinneren.
“En wat doen wij nu, Jan? Wat gebeurt er met mij?” vroeg ze, en ze begon onbedaarlijk te huilen.
Ik ging op de bank zitten en nam haar in mijn armen. Ze kroop tegen me aan als een jong katje en wreef haar gezicht tegen het mijne. Vrij van allerlei bijgedachten, kuste ik spontaan haar tranen weg. Lisette sloeg haar armen om mij heen, en trok mij hard tegen haar aan. Zo bleven wij een kwartier zitten.
Toen ik mij voorzichtig losmaakte uit die omhelzing, en ik zag dat zij weer de oude was, zei ik: “Je kunt nu niet naar huis rijden, lieverd, die Trapanal zit nog steeds in je systeem. Ga maar in mijn bed slapen, ik slaap wel op de bank vannacht. Morgenochtend praten wij en ik vertel je alles, zodat je zeker weet waar het morele gelijk ligt. Wij stellen een strategie op, en nadat wij wat bewijzen hebben verzameld, breng ik je onmiddellijk met de auto naar Italië. Daar blijf je bij vrienden, totdat ik hier alles geregeld heb. Geen mens zal je weten te vinden, je bent dus volkomen veilig.”
“Ik laat het aan jou over, Jan. Uiteindelijk is Pam ook veilig, dus ja, ik doe wat je voorstelt. Ik ben het met één voorstel echter niet eens: ik wil niet dat je op de bank slaapt..., wat een nonsens! Kom gewoon naar bed.”
“Je bent een aantrekkelijke vrouw, Lisette, en ik ben nog steeds een man. Normaal kan ik mijzelf goed controleren, en dat zal mij vannacht ook wel lukken, maar ik zit vol met emoties van de laatste weken. Ik zou niet graag je respect willen verliezen, omdat ik in mijn slaap tegen je aankruip, of zo.”
“Laten wij maar naar bed gaan, het zal allemaal wel meevallen.”
Het enige dat viel..., dat was ik. Ik viel in een totale verbijstering, toen, eenmaal in bed, Lisette spiernaakt tegen mij aankroop en haar been over mij heensloeg. ‘Mijn God, Jan, houd je in alsjeblieft. Het is geen kunst, ze is ‘down’ en kwetsbaar. Daar is geen eer aan te behalen. Je bent nimmer een kutslaaf, of een horige van je stok geweest. Niet de gewoontes van een heel leven veranderen!’
“Lisette..., doe dat niet. Ik ben niet van steen en je kent me...”
“Jan, ‘shut the fuck up’, ik ben blij dat je niet van steen bent, en ik ken je. Ik ken je beter dan je denkt. Ik heb je boek gelezen, weet je nog? Denk je dat ik kwetsbaar ben? Je denkt goed. Denk je dat ik zwak ben? Nee, dat ben ik niet, maar ik ga het wel zo worden, en je zou mij zeer verplichten, wanneer je niet als een dooie naast mij bleef liggen. Dood zijn we misschien snel, en lang genoeg, dus zet je achterlijke principes maar opzij. Nu kan het nog, dus lees mijn fucking lippen: ‘ik wil dat je mij fucking n***t’! Got that?”
Ja, ik snapte het volkomen. Wat ik ook begreep, was dat Lisette, ondanks de tussentijdse roes, ‘hyper’ was. De spanning, de emoties, de angst dat zij ook op de dodenlijst van haar opdrachtgevers kwam te staan, vroegen nu om een relaxatie, die vertaald werd in een hoge ‘sex-drive’. Wat ik verder snapte, was dat wanneer ik daaraan toegaf, en deelnam, zoals Lisette het in haar hoofd had, zij de volgende morgen een hekel aan mij, en aan zichzelf zou hebben. Dat zou funest zijn, dus ik besloot de doelpalen iets te verzetten, voordat ik met het ‘liplezen’ begon.
Ik duwde Lisette voorzichtig van mij af, en draaide haar op haar rug.
“’Chill out’ Lisette, probeer je helemaal te ontspannen,” fluisterde ik in haar oor, waarna ik met de punt van mijn tong haar hersens streelde. Lisette huiverde. Ondanks haar eerdere bravoure, bemerkte ik iets van schroom bij haar, toen ik haar lippen begon te lezen. Zoals alle vrouwen had zij er ook zes, dus ik had aan mijn mond niet genoeg, en moest de rest in braille lezen, waarvoor ik mijn middelvinger gebruikte.
Met mijn vinger las ik de vag... pagina regel voor regel, waar ik bij de punt..., even stopte. Ik wreef even over de punt, en las dan weer verder, totdat ik weer bij het eind van de volgende zin kwam, waar ik opnieuw de punt omcirkelde. Terwijl Lisette geluidjes in mijn mond brabbelde, testte ik het water. Anders dan met een baby-badje, waarbij men de elleboog gebruikt, deed ik dat met mijn wijs- en middelvinger. De temperatuur was perfect, alleen dreigde het badje over te lopen.
Ik merkte dat Lisette haar buik en beenspieren begon te spannen, en zei haar te relaxen: “Heb je haast? We zitten niet in het aangenomen werk, monster. Geniet ervan en neem je tijd ervoor.”
Ze ontspande weer, maar ik werd mij steeds meer bewust dat Lisette een explosie was, die er op wachtte om te ontploffen. Ik richtte mij op en opende het boek, zodat de pagina’s nu wijd opengeslagen waren. Ik bracht mijn gezicht zo dicht bij het manuscript dat ik nu haar andere lippen kon lezen. Dat lukte veel beter, want waar mijn lippen tekort schoten, kon mijn tong nu in braille verder lezen, er zorg voor dragend, na iedere regel de punt te omlijnen. Sommige momenten merkte ik dat Lisette hetgeen ik las, interessant..., of prettig vond, dus ik las daar iets zorgvuldiger met mijn tong, zodat het zinvol werd.
Ik legde mijn linkerhand op haar buik en voelde dat zij haar spieren weer spande. Ik tikte haar een paar keer lichtjes op haar buik. Lisette protesteerde met onverstaanbare geluidjes, maar ik merkte dat de spieren zich weer ontspanden, zodat de explosie nog even uitbleef. De stip achter de regel werd nu een magische punt en begon een eigen leven te leiden, door zich op te richten en een flamenco te dansen met de punt van mijn tong. Het was een goed boek, en ik was benieuwd naar de afloop. Mensen likken aan hun vinger om een pagina om te slaan, maar dat vind ik niet zo hygiënisch, dus ik doopte mijn wijs- en middelvinger in het badje, waarna ik met mijn wijsvinger het boek in het midden opensloeg en mijn middelvinger voorzichtig in het nawoord duwde, om de laatste bladzijde niet te beschadigen.
Het leek wel of Lisette hier op gewacht had, haar benen begonnen te trillen en met een diepe zucht ontplofte de bom, terwijl het kinderbadje zich leegde. Het bleek een kookboek te zijn dat ik gelezen had, want alles wat ik geabsorbeerd had, smaakte prima. Ik bleef met mijn hoofd op de kaft liggen terwijl, Lisette nog even, nu buiten haar zinnen, naschokte. Toen ik haar even later bekeek zag ik dat zij haar ogen gesloten had.
Het was nu nodig om het machtsevenwicht te herstellen nadat ik, tijdens Lisette’s overwinning, mij in een metaforisch, inferieure positie had bevonden.
Ik ging naast haar liggen en draaide haar op haar zij met haar rug naar mij toe. Ik maakte kenbaar dat zij haar knieën op diende te trekken, waarna ik dicht tegen haar aankroop. Met mijn hand bracht ik de boekenlegger eerst in het voorwoord. Het badje was nog steeds halfvol. Lisette hield ervan om daar gelezen te worden, want ze zuchtte, en kreunde. Toen ik precies wist wat er in het voorwoord geschreven stond, verplaatste ik de boekenlegger naar het nawoord. Lisette protesteerde zachtjes: “Jan..., ik heb echt nog nooit...”
“Sttt,” zei ik, “Ik doe je geen pijn. Relax, en zucht diep.”
Ik voelde dat ik het nawoord langzaam kon openen en ik de boekenlegger kon plaatsen. Lisette kreunde zachtjes toen ik met aandacht begon te lezen. Ik pakte haar hand en bracht die naar het boek, zodat zij zelf het voorwoord kon meelezen. Haar vingers gleden over de pagina en controleerden iedere punt, die ik al gelezen had. Ik voelde dat ik het nawoord nu makkelijker begon te lezen. Haar vingers bewogen nu sneller en het nawoord openbaarde zich, zodat ik aan de laatste paragraaf kon beginnen. Bij de laatste regel duwde Lisette zich hard tegen mij aan, zodat ik voor de volle honderd procent in het nawoord verdiept was. Op dat moment ontploften mijn hersens en al mijn verzamelde, opgekropte kennis liep over in het boek. Lisette schreeuwde nu en sloeg het boek wijd open, terwijl zij zich tegen mij aan perste. Mijn hand volgde haar hand in het voorwoord, en ik voelde dat de pagina’s zich krampachtig om onze vingers sloten. Lisette begon te huilen, terwijl ze na bleef schokken. Het machtsevenwicht was hersteld. Wij hadden beiden gewonnen.
“Je gelooft mij niet, Jan, maar dat heb ik echt nog nooit gedaan. Ik was altijd bang voor de pijn, maar het leek wel of het vanzelf ging. Het was erg prettig. Prettig..., het was zalig,” zei Lisette later, terwijl ze mij een beetje beschaamd aankeek. Haar laatste beetje bravoure was nu verdwenen.
Die nacht kroop Lisette tegen mij aan en hield mij omarmd. Ik merkte dat de gespannenheid uit haar verdwenen was, zij gaf nu alleen maar warmte af..., en het voelde fucking goed.
Toen Lisette haar ogen weer opende, zag ze dat ik, met een blad met ontbijt, de slaapkamer inkwam.
“Mm, ontbijt op bed, ik kan daar makkelijk gewend aan raken, Jan,” zei ze, terwijl ze een slok van haar koffie nam.
Ik zag dat ze vrolijk was, en zich goed voelde. Alle spanning was die nacht uit haar verdwenen, op de juiste manier. Bij het ontwaken en het zien van mijn poppenkop, bleven de bedenkingen uit. Dat was fijn, en ik voelde mij haast schuldig, dat ik later met haar over minder prettige dingen moest praten.
“Je zult wel gedacht hebben vannacht, Jan. Ik heb niet zoveel ervaring met mannen. Alle vrouwen zullen dat wel zeggen, maar bij mij is het echt zo. Ik heb een lange relatie gehad met een jeugdliefde en toen dat over was, had ik eigenlijk geen tijd meer voor liefde. Ik was een ‘high-flyer’ en verschrikkelijk ambitieus. Ik wilde naar de top. Ik heb nog één korte relatie gehad en een ‘one night stand’ en dat was het. Er was zeker niet veel aan?” hengelde mijn nieuwe bruid naar een complimentje.
“Als ik nooit beter krijg, is het mij goed genoeg. Je bent een beetje een luie neuker, maar dat werken we wel bij,” dolde ik haar.
Later zaten wij aan tafel, om de onmiddellijke toekomst te bespreken.
“Lisette, je hoeft het niet te doen, want ik vind dat je niet alleen heel verstandig, maar ook erg dapper bent geweest. Ik dank je voor je vertrouwen in mij..,”
“Maar..., ik hoor een ‘maar’ komen,” onderbrak ze me.
“Ik heb je beloofd je onmiddellijk naar Italië te brengen, en dat doe ik natuurlijk ook, maar... hier is de ‘maar’,” zei ik, “Ik wil graag een paar dingen van je weten, en ik wilde je vragen een paar dossiers te lichten, voordat je vertrekt.”
Lisette keek me vragend aan, maar zei niets.
“Je zult veilig zijn in Italië voor zo lang als het nodig is, maar dat is niet genoeg. We willen een eind aan die zaak zien, want anders zijn we voor eeuwig op de vlucht. Ik wil bewijzen verzamelen en daarmee de Frie Mesons B.V. aanvallen. Ik heb een vaag idee, hoe ik het wil gaan doen, maar veel hangt af van het bewijsmateriaal en de dossiers. Als je het niet wilt doen, of het te gevaarlijk vindt, dan is dat geen probleem, het wordt alleen wat moeilijker, gevaarlijker en het duurt wat langer. Wat denk je?”
“Ik heb geen volledige ‘clearance’, maar ik kan aan het meeste materiaal wel komen. Nadat ik echter de dossiers van het bestuur en aandeelhouders van de Frie Mesons B.V. heb gelicht, moeten wij onmiddellijk vertrekken, want er wordt regelmatig gecontroleerd, wie gegevens over wie opvraagt’”
“Dat is perfect, lieverd. Ik zal je zeggen, wat ik weten wil en ik geef je een 16GB ‘memory stick’, zodat je daar de gegevens op kunt dumpen. Het heeft geen zin om een kopie van de harddisk te maken, want de data staat op een centrale server. Kun je de records wegschrijven, naar die ‘memory-stick’?”
“Sommige wel, andere zijn ‘classified’. Hoe doen we dat?”
“Je maakt een screenshot van het hele scherm, met een programma dat ik vooraf op die ‘stick’ installeer. De records worden dan grafisch, maar dat maakt niets uit. Zodra je alles hebt, vertrekken we.”
Drie dagen later, waren wij onderweg naar Italië. Lisette reed, zodat ik vast wat van de gegevens die op de ‘stick’ stonden, op de laptop kon bekijken. Naast alle persoonsgegevens had Lisette ook een verslag gekopieerd, dat de status van het onderzoek weergaf. Dat was een meevaller, al moest ik er wel rekening mee houden, dat het rapport niet volledig was. Uiteindelijk zouden de opsporingsambtenaren over bepaalde zaken in het ongewisse worden gehouden. Tegen de tijd dat wij de Zwitsers-Italiaanse grens bij Chiasso overreden, had ik alle gegevens in mijn hoofd, en mijn strategie weer opnieuw aangepast.
Een paar uur later zaten wij bij Franco thuis, aan het diner. Het leek wel een herhaling van een paar weken geleden, alleen was Pam nu Lisette, die zich verwonderde over de gastvrijheid, die haar ten deel viel. Zij voelde zich eerst onzeker, daar ze Franco al onder heel andere omstandigheden had ontmoet.
“Zal hij niet kwaad op mij zijn, Jan? Uiteindelijke hebben wij hem laten arresteren,” had Lisette mij aarzelend gevraagd.
“Mijn vriend heeft zoveel vrienden bij de politie, het lijkt wel of hij ze verzamelt. Hij had nog geen Nederlandse politie in zijn collectie, dus hij is wel blij met je. Vooral omdat ik hem heb uitgelegd hoe lekker jij met je kont kan draaien!”
“Nee, dat heb je hem toch niet..., ach, jij bent gestoord jij. Het zijn wel lieve mensen. Knappe mensen ook.”
De geschiedenis herhaalde zich, alleen was Lisette nu het onderwerp van belangstelling van Franco, en zijn familie. Stefano, Franco’s zoon had mij al een tijdje vol bewondering aan zitten kijken..., in de weinige momenten, dat hij niet naar Lisette keek.
“Zio (Oom),” zei hij nu, “Iedere keer dat u komt brengt u een mooiere vrouw met u mee. Hoe doet u dat toch?”
De familie lachte, en Donatella, Stefano’s vrouw, zei: “Ja, en iedere keer hangt je tong verder uit je mond, Steffie.”
Ik vertaalde voor Lisette, die eerst Stefano, en daarna zijn vrouw, verlegen aankeek. Toch, kon ik zien, dat zij de aandacht prettig vond. Het was weer een geslaagde avond, maar toen de vrouwen opstonden, begreep Lisette niet, wat er van haar verwacht werd.
“Je vond het een moment geleden prettig om als vrouw behandeld te worden, wel, dit is nieuws voor je: we moeten wat dingen bespreken en Franco, noch zijn zoon praten in het bijzijn van vrouwen. Dat heeft niets met jou te maken, het is een gewoonte. Doe mij een plezier, en doe er niet moeilijk over, Lisette. Wij praten straks in bed.”
“Helemaal niet! In bed heb ik wel wat anders te doen. Ik begrijp het. Ik ga een beetje met de kinderen spelen. Wat een lieve, aardige mensen.”
Ik kon haar wel zoenen, en zei: “En jij dacht nog wel dat het misdadigers waren...”
Lisette keek mij vuil aan, en verdween toen met de rest van de familie.
“Giova,” vroeg Franco mij, toen wij alleen waren, “Hoe staan wij er voor?”
“Dit wordt zwaarder dan de laatste keer, Franco. De vorige keer lag het accent op het geld. Nu is de prioriteit van de tegenpartij ervoor te zorgen, dat de connectie tussen de Vrijmetselaars en de Frie Mesons B.V. geen publiek geheim wordt. Minstens even belangrijk voor de oppositie is, ervoor te zorgen dat het feit, dat Frie Mesons een front is voor verschillende opsporingsinstanties, nimmer openbaar wordt gemaakt. Daarna is er de dertig miljoen, die zij terug willen hebben. Lisette en ik, staan al op de dodenlijst. Ook als die dertig miljoen terugkomt, maakt dat het contract niet ongedaan. Het enige wat die dertig miljoen nu voor ons doet, is dat het ons wat extra tijd geeft. We hebben nu een situatie, Franco.
Binnen een paar dagen merkt Frie Mesons B.V. dat Lisette verdwenen is, en dat er records en gegevens gekopieerd zijn. Alhoewel, er deze keer echt geen sporen zijn achtergelaten, zal de eerste plek die zij controleren, die plek zijn waar zij de sporen van hebben gevonden: jouw villa in de bergen.”
“Dan wachten wij ze daar toch weer op,“ zei Stefano.
Franco schudde zijn hoofd, en zei: “Wat je vergeet, zoonlief, is dat die acht Hollanders –die hier door de carabinieri waren onderschept- in Holland verhoord zijn. Al weet Frie Mesons B.V. dan niet precies wat er gebeurd is, ze weten dat als ze een moordeskader sturen, dat die de kans lopen, om ook door de carabinieri aangehouden te worden.”
“Het is niet alleen dat, Franco. Dat doodseskader zal onder aanvoering staan van een paar onofficiële justitie-experts, mogelijk AIVD, gecombineerd met leden van het antiterroristen commando. Die bepalen de strategie ter plaatse. De aanval wordt ondernomen door een ploeg Roemenen. Die komen door de bergen, over het meer, of uit de lucht, al zal het wat moeilijker zijn om een helikopter rechtvaardigen. Dat laat te veel sporen achter, maar het is niet onmogelijk, dus we moeten er rekening mee houden.
Verder, en ervan uitgaand dat wij het overleven, komen de kopstukken van de Frie Mesons B.V. natuurlijk niet mee, dus die strijd moet in Holland uitgevochten worden.”
“Is het niet beter dat wij gelijk in Holland beginnen dan?” vroeg Franco.
“Ik denk het niet Franco. Iedere aanslag op de Frie Mesons B.V. kan door de justitie worden afgedaan, als een terroristenaanslag. We krijgen dan alle opsporingsinstanties achter ons aan. Dat kunnen we nooit winnen. Ik ben ervoor om die strijd plaats te laten vinden, de strijd te winnen en één of twee van die geheime coördinators levend gevangen te nemen. Die laten wij getuigenissen afleggen voor de camera. Die televisieverklaringen gaan vergezeld van een gefilmde verklaring van Lisette. Daarnaast hebben we het computermateriaal van de Frie Mesons B.V. Nederland kan het nooit verantwoorden dat zij, onder aanvoering van de Hollandse geheime dienst, een mini-oorlog heeft gesanctioneerd in een bevriende Europese Lidstaat. Als wij dat materiaal hebben, dan kunnen we een vuist maken in Nederland.
Wat ik verder wil voorstellen, Franco, is dat jij je hele familie, en als het mogelijk is, ook Lisette, zo ver mogelijk hier vandaan brengt. Ik moet er niet aan denken, dat die gepakt worden als gijzelaars, want dan hebben we de strijd pas echt verloren.”
Franco knikte, en zei dat hij zijn familie naar Milaan zou sturen, en dat Lisette vanzelfsprekend mee zou gaan. Toen vroeg hij: “Kunnen wij op een voorlopig strijdplan besluiten, Giova?”
“Het hangt er van af, Franky. We hebben professionele hulp nodig, om die ‘spooks’ (geheime agenten) aan te laten houden. Die zullen zich op strategische punten in de bergen ophouden, en vandaar hun instructies doorgeven aan die Roemenen. Wij hebben een ploeg bergspecialisten nodig, die hetzelfde doen: ons informeren van wat er op ons afkomt, en na de strijd die ‘spooks’ zo onklaar maken dat ze net in staat zijn om een verklaring af te leggen. Is dat een probleem?”
Franco begon te lachen, en zei: “We zullen jouw vriend, Ricci, van de Staatspolitie er weer bij moeten roepen, Gian. Die zijn vriend is Maresciallo bij de Carabinieri en wat hebben Carabinieri? Alpenjagers!”
“Mijn God, het lijkt wel of wij echt een oorlog aan het voorbereiden zijn,” zei ik, “Alpenjagers nog wel, de Italiaanse bergcommando-elite. Zeg Ricci dat we een half miljoen euro voor die operatie kwijt kunnen. Een ton voor Ricci, honderdduizend voor zijn vriend de Maresciallo, een ton voor de Alpenjagers commandant en tweehonderd ruggen voor die twintig alpenjagers.”
“Voor die prijs hoeven wij niet eens meer te vechten, dan nemen die Alpenjagers het over,” lachte Franco, “Stefano, bel Ricci op een schone lijn en doe hem het voorstel.”
Een uur later hadden wij definitief uitsluitsel. Alles zou geregeld worden, zoals wij wensten. Ricci zou het commando nemen over de supporttroepen; de Maresciallo had beloofd dat hij evengoed weer wegversperringen zou laten plaatsten, en de commandant van de Alpenjagers had ons, als extraatje, zware wapens beloofd, indien wij die nodig hadden.
De absolute voorwaarde was dat wanneer de operatie ‘tits-up’ zou gaan, dat niemand over deze overeenkomst zou praten. Voor de Alpenjagers was het een bergtraining, en voor de Carabinierie was het een voertuigcontrole, zoals ze die iedere dag uitvoerden. Tot aan de ‘spotters’ aan toe, zou de Maresciallo ons verzorgen.
“Gian,” zei Franco, “Al deze steun is niet officieel, en de ondersteuning kan alleen vechten, wanneer er geen getuigen zijn, zelfs niet als wij die getuigen zijn. Deze keer kunnen wij niet vanuit de villa vechten, wij moeten die Roemenen afstoppen en voorkomen dat zij bij de villa komen, want anders worden wij samen met de villa aan splinters geblazen. Ik verwacht niet dat zij een mortier zullen meebrengen in de auto, maar we moeten er wel rekening mee houden. Ik stel daarom voor wat leden van mijn organisatie te introduceren, zodat wij minstens met tien man zijn.”
We besloten het deze avond voor gezien te houden. De belangrijkste voorzieningen waren gerealiseerd. Franco en zijn zoon, gingen televisie kijken, alsof wij net een partijtje ganzenbord hadden gespeeld. Ik besloot Lisette op te zoeken om samen het gevecht voor de nacht aan te gaan.
“Jij denkt toch niet dat ik mij weer weg laat sturen, hè?” zei Lisette, toen wij later uitgeput naast elkaar in bed lagen, “Ik begrijp dat ik er niet bij kon blijven zitten, na het eten, maar het is mijn leven, en ik kan er mee doen wat ik wil!”
“Daar heb je gelijk in, maar je zou ons leven in gevaar kunnen brengen. Je zult best goed zijn, mooie Lisette, maar in hoeveel vuurgevechten van dit kaliber, heb je al deelgenomen? Het wordt zelfs voor mij en Franco gevaarlijk, en het laatste dat ik wil, is mij zorgen om jou te moeten maken. Je brengt jezelf en ons in gevaar. Kom Lisette, wees redelijk.”
“Ik ga niet weg! Wen er maar vast aan,” hield Lisette stug vol.
De volgende dag bespraken Franco, Stefano en ik de verdedigingsstrategie, die wij baseerden op verschillende scenario’s.
Ik ging er niet van uit dat de het offensief uit één gerichte aanval zou bestaan. Het meest waarschijnlijke draaiboek was, dat wij van alle kanten onder vuur zouden worden genomen, op het moment dat de aanval ontdekt werd. Dit als afleidingsmanoeuvre. Terwijl wij onder vuur lagen, zouden er minimaal twee directe aanvallen op ons worden gedaan. We moesten er vanuit gaan, dat er een groep Roemenen over de weg het huis zou bestormen, terwijl van de andere kant een ploeg over het meer zou komen. Die groep moest echter tweehonderd meter klimmen, dus dat zou tijdig ontdekt worden door de Alpenjagers. Ook Franco wilde een aanval uit de lucht niet tot de onmogelijkheden rekenen. Uiteindelijk was het vrij eenvoudig om één of twee helikopters te huren, en je van de piloten te ontdoen.
Aan het einde van de dag, nadat wij een lijst voor de benodigde wapens hadden gemaakt, deelde ik Franco en Stefano, Lisette’s beslissing mee. Ik was niet blij, maar Franco nam het weer op zijn gebruikelijke laconieke manier op, en gaf mij een mogelijke oplossing..., die ik later aan als ultimatum aan Lisette gaf.
“Je kunt bij ons blijven op één voorwaarde,” zei ik ’s avonds tegen haar, “Je blijft bij Stefano in de buurt, en je doet precies wat hij zegt. Zo niet, bind ik je vast en ik laat je met de andere vrouwen naar Milaan brengen. Je zegt het maar.”
“Waarom moet ik bij Stefano blijven? Ik blijf liever bij jou!”
“Franco is beter dan ik. Stefano is beter dan Franco en ik bij elkaar. Franco en ik zijn allebei ouder en wij moeten donders goed opletten vanwege onze leeftijd en slechte conditie. Stefano is in topvorm en hij is multifunctioneel. Je gaat met hem mee, of je gaat naar Milaan. Je gaat, of je gaat, maar dit staat verder niet open voor discussie.”
“Hmm, Stefano is wel knap en blijkbaar is hij een superman ook. Misschien is het wel fijn om bij hem te zijn,” murmelde Lisette in mijn oor.
“Dream on,” lachte ik, en vrat haar tong uit haar mond.
De dagen vlogen voorbij, en de dag van de confrontatie moest nu snel komen. Ik genoot van het gezelschap van mijn vrienden gedurende de dag..., en ik genoot dag en nacht van Lisette.
Overdag trainden wij in de bergen met Franco’s ploeg uit Brescia. Wij oefenden met HK45 handwapens, HK MP5 9mm machine pistolen, HK granaat machinegeweren en HK granaat lanceerpistolen.
Franco had een briljant idee gehad voor Lisette. Hij had voor haar een professionele SONY DSR-250DS1 DVCAM Camcorder gekocht. Aangezien zij toch steeds bij Stefano in de buurt moest blijven, kon zij mooi het meeste van de actie filmen. Die opnames zouden zeker later van pas komen. Wij liepen allemaal met oortjes en oefenden met het communicatiesysteem. Net als met Pam, stelde Stefano er veel genoegen in om Lisette te leren schieten. Zij vond de aandacht van de knappe Italiaan wel leuk. Wat ik weer leuk vond, was dat Stefano zich niet realiseerde dat Lisette al een vuurwapenopleiding had genoten in Nederland. Stefano dacht dus dat zij een natuurtalent was.
“Af en toe vraag ik mij wel eens af, van wie mijn zoon zijn hersens heeft,” klaagde Franco, quasi bedroefd.
Na vier dagen waren wij klaar om naar Afghanistan uitgezonden te worden, en de vijfde dag arriveerden Franco, Stefano en ik in Bolzano. We zochten naar de Huber kazerne waar het hoofdcommando van de ‘Truppe Alpine’ zetelde. We werden aan de commandant, ‘tenente-colonello’ (luitenant-kolonel) Paolo Borghese voorgesteld, die ons liet weten, hoe verheugd hij was dat Nederlandse opsporingambtenaren en ‘spooks’ hun oorlog naar Italië exporteerden. Hij zegde ons daarom ook alle hulp toe.
Hij nam ons mee naar het arsenaal en liet ons de wapens zien die hij ons had toebedacht: FIM92 Stingers tegen een eventuele helikopter aanval, Javelin raket lanceerbuizen en lichtere M72 LAW raket lanceerbuizen. Het speet de luitenant-kolonel dat zijn troepen geen openlijk deel aan de strijd konden nemen. Hij opende een laptop die een draadloos signaal uitzond, naar een twee meter groot LCD scherm op de muur. We kregen een soort van Google 'earthview' te zien en de luitenant-kolonel zoomde in op het strijdtoneel.
Ongelooflijk, hoe duidelijk de villa van Franco te zien was. De luitenant-kolonel had een strijdplan voor ons opgesteld en projecteerde dat over de map heen. Ik genoot, want als ik ergens naar lustte, dan was het kennis.
We keken naar de ‘wargames’ simulator en sloegen iedere denkbeeldige virtuele aanval af, onder leiding van de luitenant-kolonel. Het resultaat was dat Franco zijn ‘capo regime’ in Brescia belde en hem opdracht gaf om onmiddellijk wat voorzieningen aan te brengen bij zijn villa.
’s Middags nam de luitenant-kolonel ons mee naar een oefenterrein in de bergen, waar hij ons een basistraining gaf in het gebruik met de FIM92 Stingers, Javelin raketlanceerbuizen en lichtere M72 LAW raketbuis. De Javelin was het eenvoudigst af te vuren, het enige probleem was, dat je moest zitten om een raket af te vuren. ook was het wapen loodzwaar was om te vervoeren, ondanks dat het ‘portable’ en door één man te dragen, en te bedienen was. Bij alle wapens was het van belang, dat er tijdens het afvuren, niemand het wapen stond.
Voordat wij zouden vertrekken, gaf de luitenant-kolonel Franco en mij een PDA (handcomputertje) en zei tegen ons: “Ik weet dat het verleidelijk is, maar jullie moeten geen deel aan de strijd nemen, anders dan zelfverdediging. Jullie krijgen de inlichtingen van mijn mannen en jullie moeten op basis daarvan, jullie mensen instrueren. Een strijdmacht zonder commando functioneert niet. Vergeet dat niet! Jullie hebben de ervaring, doe waar je goed in bent, en laat je mensen dat ook doen. Nu, iet anders…
Wanneer jullie veel inkomend vuur krijgen, van een positie die jullie niet bestrijken kunnen, zoom in op de PDA, en dubbellik die positie. Tien seconden later zal die plek niet meer bestaan.”
“Cazzo,” vloekte Stefano, tevreden.
“Jesus fuck,” hielp ik hem.
De luitenant-kolonel glimlachte.
“Veel geluk,” wenste de vriendelijke man ons toe, “Ik had jullie graag aan mijn mannen voorgesteld, maar jullie begrijpen dat dat helaas niet mogelijk is. Ik hoop dat we elkaar snel, en onder betere omstandigheden ontmoeten.”
“Absoluut,” antwoordde Franco, “Bij deze, bent u met uw hele gezin uitgenodigd mijn gasten te zijn, gedurende de Kerst-Nieuwjaarsweek.”
We omhelsden de sympathieke luitenant-kolonel, namen afscheid en togen op weg naar huis. Na de euforie in de kazerne, waren wij allemaal erg zwijgzaam gedurende de weg terug. Wij realiseerden ons dat na de confrontatie één van ons, er misschien niet meer zou zijn, zo niet erger.
Thuisgekomen, belde ik onmiddellijk Pam in Napels en vertelde haar wat stond te gebeuren. Pam wilde onmiddellijk naar mij toekomen om bij mij te zijn, maar ik zei haar dat dit onmogelijk was. Ze was niet blij, toen ze ophing. ‘Op dit moment is niemand van ons blij,’ dacht ik.
Ik belde Lucio in Napels, en deelde hem mee, wat er ging gebeuren. De Camorrista vroeg mij, of ik hulp nodig had, en zei dat hij in acht uur uur in Brescia kon zijn, met net zoveel mensen als ik nodig dacht te hebben. Ik bedankte hem voor zijn aanbod, maar zei dat we alle ‘manpower’ hadden, en vroeg: “Lucio, het is niet onwaarschijnlijk dat ik het leven laat bij deze operatie. In dat geval wilde ik je vragen of jij het welzijn van Pam ter harte kunt nemen. Er wordt nog steeds naar haar gezocht, en zonder professionele hulp is zij verloren. Wij zijn al lang vrienden, Lucio, en ik wilde je dit vragen voor mij en Pam te willen doen. Het geld is geen...”
“’State zitte, Giuwa!’ (Houd je mond, Jan) Pam is hier welkom en veilig tot het einde der dagen. Het is mij een eer en een voorrecht..., maar, eh, Jan?”
“Si, compare?”
“Doe me een lol, en ga nog even niet dood. We hebben nog zoveel bij te praten, vriend...”
Ik kwam aangedaan van de telefoon af en in bed slaagde ik in geen andere fysieke actie, dan Lisette stevig tegen mij aan te houden. Zij was ook stil, en alhoewel samen, waren wij samen alleen met onze gedachten.
Rond de villa van Franco waren op alle hoeken betonnen snelweg middenbermsegmenten geplaatst in een dusdanige constructie dat de granaatmachinegeweren vrij schootsveld hadden, en de schutters optimaal beschermd waren.
In deze formatie hadden de granaat schutters een schootsveld van driehonderdzestig graden, zodat zij het hele terrein rond de villa konden bestrijken. Dergelijke versterkte posities waren ook aangebracht tussen iedere twee hoekverdedigingen; hierachter stonden twee van Franco’s mannen met de Stingers en de Javelins. Samen met Franco, testte ik iedere avond de communicatie-apparatuur van deze schuttersnesten, daar de communicatie van cruciaal belang was voor onze verdediging.
Ieder uur hoorden we twee klikken in ons oordopje. Dit was een tekenen van het commando van de Alpenjagers, dat alles nog rustig was.
Donderdagavond 22.00 – Showdown. Franco en ik werden gestoord door een snerpend fluiten in onze 'oortjes'. Het was begonnen.
Ik hoorde de stem van luitenant-kolonel, Paolo Borghese: “Twee ‘C-NITE Cobra Night Attack’ helicopters zijn net vertrokken van de Amerikaanse basis in Vicenza. De helikopters voeren geen enkele identificatie. Snelheid, driehonderd kilometer. ETA, 15 minuten. Lichte bewapening. Out!”
‘Fuck that, de Yanken zullen er niet fucking bijzitten. Logisch, Nederland is de trouwste paladijn van die etterbakken, en die fucking vrijgemetselde padvinderfucks, zullen wel gejankt hebben bij hun opperduivelaanbidders, de Illuminati’
Ik wilde snel Franco op de hoogte stellen, maar die had het ook al gehoord. Op dat moment snerpte onze radio weer. De maresciallo was in paniek: “Twee gepantserde Humvee’s (Hummer terreinwagens) zijn door onze wegversperring gebroken, en zijn nu op weg naar het doel. Willen jullie versterking?”
Franco antwoordde: “Nog niet, Maresciallo. Laten de spotters ons een signaal geven wanneer die voertuigen hier de weg opdraaien.”
Wij keken elkaar aan. We wisten wat er ging gebeuren. Wij dachten: ‘Die aanval van die helikopters en de Humvee’s komt gelijktijdig’, toen het snerpen weer klonk.
“Twee rubberboten met acht man, naderen met hoge snelheid de oever van het meer. ETA, drie minuten!”
“Drietands fucking aanval. Colonello, kunt u een vuurgordijn voor die rubberboten leggen, zodra die landen, zodat de bemanning op het strand, zo lang mogelijk opgehouden wordt? Dood ze nog niet, het kunnen de Hollanders zijn.”
“Roger, will do!”
Franco en ik omhelsden elkaar, en gingen toen naar de posities waar de twee aanvallen plaats zou vinden. Franco zou Stinger vuur openen op de helikopters, en ik zou de aanstormende Humvee’s voor mijn rekening nemen. Ik hoorde een vaag dreunen.
“Helikopters op twaalf uur,” hoorde ik de kolonel en merkte dat het gedreun van de rotoren luider werd. Ineens kreeg ik een idee: ‘Wij worden geacht nog niets van de aanval te weten, dus die ‘choppers’ zullen eerst wel overvliegen voor een verkenningsvlucht. Daarna vliegen ze ieder in een tegenovergestelde halve cirkel terug, om ons vervolgens, van over het meer aan te vallen Ik riep Franco op, om nog even te wachten met het afvuren van de Stingers.’
Ik pakte de Stinger van Franco’s man, zei hem de Javelin te nemen en uit te kijken voor de aanstormende Humvee’s, die via de bergweg zouden arriveren. Op dat moment vlogen de helikopters over. Ik richtte de Stinger omhoog tot ik de rechter ‘chopper’ in mijn vizier kreeg, en ik het zeurderige zoemen hoorde ten teken dat het projectiel zich aan de hittebron van de helikopteruitlaat had gehecht. Ik drukte natuurlijk niet de IFF knop in, want anders zou de raket de helikopter ‘als vriend’ herkennen. Nu! Ik drukte de lanceerknop in en de motor van het projectiel deed deze langzaam de lanceerbuis verlaten…, totdat de afstand tussen mij en het projectiel groot genoeg was. De raketmotor ontbrandde nu en met een snelheid van Mach II werd de raket in de uitlaat van de helikopter geduwd. Pandemonium! Ik zag eerst een enorme vuurbal en even later hoorde ik de ontploffing. Fucking beautiful! Fucking...
Het snerpte weer in mijn oor. Één van de spotters zei dat de Humvee’s nu op de weg naar de villa waren. Ik gaf de lege Stingergreep aan Franco’s man en pakte de Javelin. Ik schouderde het wapen, ging op de grond zitten en richtte de Javelin op de bocht in de weg. Een moment later kwamen de twee Humvee’s met ware doodsverachting de hoek om stormen. Ik richtte de Javelin hoog boven de voorste Humvee, tot ik de cursor over de gepantserde terreinwagen zag verschijnen. Ik hoorde dat de raket zich aangehecht had aan het aanstormende doelwit. Ik drukte af. De raket schoot hoog de lucht in en begon toen een sierlijke afdaling..., regelrecht in het meest kwetsbare gedeelte van de gepantserde Humvee..., het dak. Weer zag ik die welkome vuurbal, en weer hoorde ik even later de ontploffing. De tweede Humvee slaagde er niet in de restanten van zijn voorganger te ontwijken, knalde tegen de rotswand..., en dook vervolgens het ravijn in.
‘Dat ruimt lekker op,’ dacht ik, maar mijn euforie duurde niet lang, want nu brak de hel los. Het doodseskader Roemenen in de bergen had begrepen dat de aanval voortijdig ontdekt was, en legden nu een zwaar spervuur over de villa.
Alhoewel wij via de weg geen gevaar meer te duchten hadden, zei ik Franco’s man toch op aankomend verkeer te blijven letten.
“Let echter op dat je niet op de carabinieri vuurt, mochten die komen kijken. Deze reis zijn het je vrienden,” zei ik tegen de mafioso, die in de lach schoot.
Ik zigzagde, denkend..., hopend... dat ik de kogels ontweek, naar Franco’s positie, aan de voorkant van de villa. Lisette had haar camera omhoog gericht en was klaar voor de tweede helikopter die ieder moment kon verschijnen. Blijkbaar had de piloot het verlies van de andere helikopter gemeld aan zijn basis, en vroeg hij nu om instructies. Het snerpen in mijn oordopje werd weer hoorbaar.
“Helikopter op 13.00,” hoorde ik Paolo Borghese, “ETA, drie minuten.”
“Kunt u mij een melding geven, wanneer de ‘chopper’ binnen acht kilometer van zijn doelwit komt?” vroeg Franco.
“Roger, will do!”
Franco richtte de Stinger bijna horizontaal schuin naar rechts, en wachtte tot de helikopter in zijn blikveld zou verschijnen. Stefano pakte een tweede Stinger, en Lisette volgde hem naar de linker borstwering.
“Helikopter op zesenhalve kilometer,” klonk het in mijn oor.
“Hoorde je dat, Franco?”
Mijn vriend knikte. Hij wachtte tot de piloot zijn drieloops M197 20mm canon zou af gaan vuren, zodat de helikopter duidelijker zichtbaar werd. Toen het vuur zichtbaar werd, sloegen overal om ons heen de kogels in. De helikopter naderde nu snel. Ik hoorde het zoemen van de twee Stingers, die zich aan het doelwit hechten. Franco vuurde eerst, maar de piloot vuurde zijn ‘decoy flare dispensers’ af en dook scherp naar beneden. Franco’s Stinger raakte één van de misleidende hittebronnen, met een onschuldige explosie als resultaat.
Ik schreeuwde tegen Stefano: “Hit hem wanneer het machinegeweer stopt..., ieder moment nu. Hij kan de lopen niet verbranden." Terwijl wij allemaal dekking zochten voor de inslaande kogels, bleef Stefano kalm staan, met Lisette schuin achter hem. Mijn earpiece gilde weer.
“Landingstroepen komen nu snel omhoog en de Roemenen naderen uit de bergen.”
“Kolonel, kunt u zich op de aftocht van de Hollanders concentreren? Deze hele operatie is zinloos, wanneer die ontsnappen.”
“Va bene, we beginnen nu met de opruiming. Houd de granaatmachinegeweren klaar. Elk moment nu kun je de aanval verwachten….”
Ik hoorde hoe de Stinger de lanceerbuis verliet. Langzaam klom het projectiel, tot de raketmotor het met tweeduizend kilometer per uur de cockpit van AH 1 Cobra in perste. De hemel was verlicht als op oudejaarsavond, de explosie was oorverdovend en terwijl de brokstukken naar beneden dwarrelden, kwamen de Roemenen schietend, en schreeuwend als gekken uit de bergen. Lisette was de eerste die vol in de borst geraakt werd. Een kogel trof Franco’s lijfwacht, midden in het gezicht. De mafioso was al dood voordat hij de grond raakte.
De granaatmachinegeweren begonnen nu te hameren. Terwijl wij dekking zochten, kroop ik naar Lisette, die in Stefano’s armen lag.
Zij greep mijn handen en stamelde: “Ik ga sterven, Jan. De pijn is ondraaglijk..., Jan, ik hou van je, vergeet mij...”
Ik duwde mijn hand onder het kogelvrije vest en voelde dat er geen bloed was. De kogel was gestopt door haar borstpantser, alleen had ze een verschrikkelijke opdonder gehad. Mogelijk had ze een paar gebroken ribben.
Ik zag tranen in Stefano’s ogen, toen hij vroeg: “È grave, zio? (Is het ernstig, oom?)”
Ik schudde mijn hoofd en zei tegen Lisette: “Je bent okay, lieverd. Het kogelvrije vest heeft de kogel gestopt. De pijn die je voelt, zal wel van een paar gebroken ribben komen. Je gaat niet dood...,”
Lisette keek mij, met een van pijn vertrokken gezicht, aan, en zei: “Nou ja, voor een eerste sterfscène was het toch niet slecht, Jan?”
Het geweervuur uit bergen was sterk verminderd, terwijl de granaatmachinegeweren onverminderd doorratelden. De granaten hadden havoc aangericht onder de Roemenen. Dit zou niet lang meer duren, in dit tempo, wanneer...
Ik kreeg de hit vol op mijn borst en werd omver gegooid. Ik hoorde hoe Stefano’s en Franco’s HK MP5 machine pistolen tegelijkertijd begonnen te hameren. De achtkoppige ploeg die over het meer was gekomen, kwam nu schietend door de voortuin van de villa. Ik pakte een HK AG-C-GLM granaat lanceer pistool en schoot een granaat in de linkervleugel, die met twee man minder, gekortwiekt verder fladderde. Twee Roemenen waren er in geslaagd voorbij onze versterkte posities te komen, maar werden onmiddellijk door Franco’s mafiosi aan geperforeerde flarden geschoten.
Ik herlaadde de HK AG-C-GLM en schoot nu een granaat in de rechtervleugel van de laatste aanvallers. Het gevecht was over. De laatste vijf man van de rubberbootploeg, gooiden hun wapens weg en staken hun handen in de lucht. Stefano liep onder dekking naar ze toe, lachte en zei ze dat ze hun handen konden laten zakken..., en leegde toen zijn machinepistool in de vijf overlevenden.
“Fucking moordenaars,” zei hij minachtend, en spuugde in het gras.
Een moment later naderde er een ploeg geboeide mannen, die begeleid werden door een groep Alpenjagers, onder aanvoering van luitenant-kolonel Paolo Borghese.
“Één supercommando uit Holland,” zei hij minachtend, terwijl hij de acht geboeide mannen gebaarde te gaan zitten, “Ze voelden zich blijkbaar nogal eenzaam, want ze zaten met zijn allen bij elkaar, in plaats van hun mannen behoorlijk leiding te geven. Wij gaan nu de laatste Roemenen opruimen. Wat wil je daarmee doen?”
Franco keek naar Stefano, die zijn vinger over zijn keel haalde.
Paolo Borghese aarzelde, en zei: “Franco, wij zijn soldaten, geen moordenaars. Dat kan je niet van mij verlangen.”
“Wij zijn dat ook niet, en dat begrijp ik ook, Colonello” antwoordde Franco, “Maar mijn ‘capo regime’ hier, is dat wel. Wel, hij is net een moordenaar geworden, toen hij zag hoe zijn broer in zijn gezicht geschoten werd!”
Franco gaf zijn capo een kort bevel en deze verdween met de luitenant-kolonel. Mijn ‘earpiece’ snerpte weer.
De spotter zei: “Drie grote Mercedessen zijn met hoge snelheid onderweg naar de villa. Alle drie de wagens hebben een kenteken uit Napels.”
Ik riep alle granaatschutters en raketploegen op over de radio, om de wagens ongehinderd te laten passeren. Even later draaiden de drie Mercedessen de parkeerplaats op. Twee deuren werden opengegooid en Pam kwam op mij afrennen. Ze werd gevolgd door een man die haar voorbij rende, en zich voor haar posteerde. Ze duwde de man opzij, vloog mij om mijn nek en bedekte mij met kussen. Pam’s 'minder' keek niet blij..., en Lissete helemaal niet. Daarna waren Stefano en Franco aan de beurt. Pam was extatisch..., Lisette iets minder.
“Zij stond op het punt om alleen te vertrekken,” zei mijn oude vriend Lucio verontschuldigend, nadat hij mij, Franco en Stefano omhelsd had. “Wij konden haar moeilijk alleen laten gaan, dus zijn we maar met haar meegekomen,” loog de Camorrista. Wat dertig jaar geleden een hels team was, stond nu met tranen in de ogen. Lucio stelde mij aan Pam’s schaduw voor: “Giuwa, dit is mijn zoon Renato. Hij bewaakt Pam met zijn leven; ik ben bang dat hij af en toe zijn taak te letterlijk opvat. Ik keek de griezelig knappe, jonge Camorrista aan. Wij lachten..., begrepen..., en omhelsden elkaar. No fucking problems hier, Pam.”
Acht, met Ingram machinepistolen gewapende, Camorristi waren met Lucio, Umberto en Pam meegekomen. Zij leken een beetje teleurgesteld, dat de strijd over was. Ik was diep ontroerd door de loyaliteit van mijn Napolitaanse vrienden.
Umberto zei: “Giuwa, we hebben een cadeautje voor je meegebracht. We vonden het op de weg hier naar toe. Haal dat ding eens uit de kofferbak!” beval hij de twee Camorristi, die naast hem stonden. De twee lijfwachten liepen naar een Mercedes, openden de kofferbak en trokken er iets uit. Een met ‘plasticuffs’ geboeide man in burgerkleren werd door de twee Napolitanen meegesleurd.
“Hij kan niet praten,” zei Umberto, “In ieder geval kunnen wij hem niet verstaan, misschien dat jij er iets aan hebt, Gian.”
Ik bekeek de geboeide man, en vroeg: “Wie ben jij, en wat doe je hier?”
De man zweeg. Het was geen wise-guy, soldaat of ‘spook’. Hij zag er eerder uit als een bankdirecteur. Ik fouilleerde de man en vond een Nederlands paspoort in zijn zak.
“Wie ben jij,” herhaalde ik, terwijl ik de man bemoedigend toelachte.
De man zweeg verder.
“Okay, je hoeft niets te zeggen, schreeuw maar wat,” zei ik, en stak de man een vinger in zijn oog. De man gilde, en probeerde met zijn geboeide handen zijn oog te beschermen.
“Hij is een manager van de Frie Mesons B.V.,” hoorde ik Lisette achter mij zeggen.
“Ja, dat dacht ik al,” zei ik en pakte de ‘Spiked Warrior Cobra Knife’ uit zijn schede, en deed die om mijn hand. Ik sloeg met het mes naar zijn handen, en sneed in een vloeiende beweging de plasticuffs door, zodat de managers handen nu vrij waren.
“Free fucking Mason fuck,” zei ik walgend, “Nou je bent vrij, althans je handen. Roep nu maar alle duivels op tegen me, want ik ga je aan riemen snijden. Je praat..., of je reutelt, maar geluid maken zul je.”
Ik sloeg de man met de stalen pennen van de boksbeugel op zijn borstkas. Je kon het schrapen van het staal over de ribben horen, voordat de manager weer begon te gillen. Zijn nette witte overhemd werd nu snel rood.
“Schoft,” zei één van de geboeide Hollanders, “Kun je wel tegen een ongewapend burger?”
Ik keek naar de man die gesproken had en liep langzaam naar hem toe. Ik aaide hem over zijn hoofd, en zei: “Ik kom zo bij jou, even dit stuk vuil tot pulp slaan.”
“Ik vertel je alles wat je weten wilt,” gilde de manager, toen ik weer naar hem toe liep.
“Lisette,” vroeg ik, “Ben jij in staat hem een verhoor af te nemen? Je weet wat wij van hem willen horen. Fucking everything! Video dat verhoor.”
Twee van Franco’s mannen, die Engels spraken, vergezelden Lisette en de manager.
“Nu jij,” zei ik tegen de Hollander die mij aangesproken had, “Wat ben je, een soldaat of een fucking ‘spook’?”
“Ik ben een soldaat,” zei de krijger, met het accent van een snob.
“Heb jij de leiding?”
“Ik vertel je niets!”
“Dat is waar je de tweede fout maakt vanavond,” zei ik, “Jij vertelt mij alles. Jij bent één van die militairen met een dubbelloops naam. Zo’n ‘fucking waster’ van verzwakte adel. De Vos van Houten, of zo iets. Jij hebt de leiding hier, en jij gaat mij alles vertellen. Weet je waarom ik dat weet? Ik heb jouw soort gezien bij de verdediging van Scebrenica. Ik heb gezien hoe jullie tegen Ratko Mladic ‘tekeer gingen’. Wat was het ook al weer, dat je net zei over een onschuldig burger? Zevenduizend onschuldige burgers hebben jullie laten vermoorden, jij laffe ‘stinkfuck’. En nu werk je voor de Frie fucking Mesons en je hebt geen fucking vinger uitgestoken vanavond. Zesentwintig fucking Roemenen kapot, en jij noemt mij een fucking schoft?”
Stefano zag dat ik in een ‘frenzy’ (vlaag van waanzin) raakte en kwam naast mij staan.
“Zio, lascia mi fare (Oom, laat mij dit doen),” zei hij zachtjes.
Franco en Lucio trokken mij achteruit. De Camorristi en Franco’s mannen vormden een cirkel om Stefano, mij en de geboeide mannen, op het bevel van Franco.
Uit de villa klonk een gil. Lisette vermaakte zich blijkbaar met de manager.
“Right,” zei ik tegen de snobsoldaat, “Dit is de ‘fucking deal’: jij wijst de chef van de ‘spooks’ aan en je krijgt een eerlijke kans om je te verdedigen. Zo niet, haal ik drie willekeurige mannen uit deze groep, en die scalpeer ik. De vierde praat. Zo, nu mag jij het zeggen.”
“Ik heb de leiding over de geheime dienst,” zei een man uit de groep, “het is niet nodig om mijn mannen aan te pakken. Praten doe ik niet, maar ik neem de verantwoording. Doe maar wat je wilt.”
“Dat is de manier,” zei ik tegen de snobsoldaat, “Hij is geen soldaat, maar hij heeft meer karakter dan jij. Opstaan jullie twee!”
De twee mannen stonden op en Stefano sneed hun boeien door. De mannen stonden naast elkaar. Ik stond tegenover de snobsoldaat en Stefano tegenover de ‘spook’.
“Stefano gaat jullie slopen,” zei ik, “Jullie mogen doen wat jullie willen. Niemand komt tussenbeide. Als Stefano klaar is, dan praten jullie.”
De ‘spook’ vertrok geen spier, maar de snob keek onzeker. Ik zag dat de ‘spook’ wilde openen met een kopstoot. Langzaam bewoog hij zijn hoofd naar achteren. Stefano stond doodstil..., het leek wel of hij in trance was. Op dat moment stootte de ‘spook’ razendsnel zijn hoofd naar voren. Als Stefano niet ontweek, zou zijn gezicht opengespleten worden. Stefano bewoog niet. Hij opende zijn mond. Niet wijd, maar wijd genoeg...
Vaak had ik afgunstig Stefano’s schitterende, witte gebit bewonderd. Spierwitte, ijzersterke tanden, zonder een enkele vulling. Ik zag de mond van een haai, en vroeg mij af hoe het er voor de ‘spook’ uit moest zien. Op het laatste moment bewoog Stefano zijn hoofd een fractie en hij ving het rechter wenkbrauwbot van de ‘spook’ in zijn mond. Iemand die dit ongetraind probeerde, zou niet alleen al zijn voortanden verliezen, maar tevens zou zijn kaak gebroken worden. Niet bij Stefano. Stefano was Franco’s zoon. Stefano was uniek. Stefano was nu de man!
Stefano bewoog met de kopstoot mee..., en beet! Toen Stefano de ‘spook’ wegduwde, had deze geen wenkbrauw en geen ooglid meer. Gillend van de pijn probeerde de ‘spook’ het bloed uit zijn oog te wrijven. Stefano spuugde een mondvol vlees in het gezicht van de snob..., en wachtte. De Camorristi begonnen ‘Malavita’ te zingen, een typisch Napolitaans onderwereld lied. Franco en ik zongen mee. Franco’s mannen klapten.
Op dat moment kwam Lisette met de camera naar buiten. Ze stak haar duim op naar mij, ten teken dat wij een volledige verklaring hadden.
Ik gaf het ‘Spiked Warrior Cobra Knife’ aan de snob, die het angstig aanpakte. Stefano stond nog steeds op dezelfde plaats, en de snob bewoog ook niet. Ik stapte naar achteren, trok de Sig Sauer uit mijn rugholster en schoot langs de snob’s gezicht.
“Val aan, want anders schiet ik je een oog uit!”
Op dat moment haalde de snob uit met het mes naar Stefano’s keel. Uiteindelijk was hij een getraind soldaat. Stefano was ook getraind. In één vloeiende beweging sloeg hij de snob met zijn linkerhand in zijn elleboogholte en met zijn rechterhand ving hij de pols op, die hij naar voren duwde. De arm klapte dubbel en het mes wees nu naar de keel van de snob..., voor een seconde. Daarna duwde Stefano de pols verder..., tot het mes in de keel van de snob verdween. Het gevecht was over, want het was nooit begonnen. De stoere soldaat zakte op zijn knieën en bloedde langzaam leeg. De ‘spook’ was alle lust tot verzet vergaan, en huilde.
“Okay,” zei ik, “Wie is tweede in commando hier? Wanneer er nog iemand niet praten wil, laat hij dan opstaan. Ondersoldaat- en ‘spook’ nummer twee! Jullie krijgen een betere kans dan jullie superieuren. Wij binden Stefano hier nu één hand op zijn rug en jullie krijgen alle twee een Cobra Knife. Kom maar, wees niet verlegen.”
De Napolitani zongen en de Bresciani klapten. Franco keek naar zijn zoon en ik zag dat hij huilde..., van trots. Stefano stond, alsof hij niet bestond. Lisette en Pam hielden elkaar’s handen vast.
Ik was omgeven door zoveel vrienden. Vrienden voor meer dan dertig jaar. Ik dacht aan Irene..., ik zag mijn zoon en ik voelde mij waanzinnig eenzaam.
Het verzet was gebroken. Twee mannen ‘second in command’ probeerden op te staan en toen dat gelukt was, vroeg één: “Krijgen wij vrije aftocht als wij vertellen wat wij weten? Dit is geen eis, maar wij weten niet veel.”
Ik vroeg: “Nemen jullie vrijwillig een Trapanal test?”
“Wat is dat?”
“Waarheidsserum, Thiopentone sodium!”
“Ja,” antwoordden beiden, zonder aarzeling.
Twee uur later hadden wij alles wat wij weten wilden, op video. Lisette en Pam waren onafscheidelijk. Wij hadden de Hollanders beloofd dat wij hen op vrije voeten zouden stellen zodra, de zaak in Holland met de Justitie was opgelost.
De villa was betrekkelijk onbeschadigd en Franco besloot dat wij iets te vieren hadden. Hij belde een caterer in Brescia en plaatste een bestelling. De Napolitani en Bresciani ruimden de eetzaal op. Lisette en Pam dekten de tafel.
Ik voelde een beetje medelijden met de ‘spook’ met zijn gewonde gezicht, uiteindelijk was de man dapper geweest. Ik vroeg hem of hij mij zijn erewoord gaf, tot geen verder verzet, opdat hij met ons de maaltijd kon delen. De ‘spook’ hoefde niet na te denken, want hij stak zijn hand uit en zei: “Erewoord, jullie zijn klasse, en wij zijn er ingelegd!”
Ik liet een dokter voor hem bellen, en toen de man zijn gezicht verzorgd was, begonnen wij aan de maaltijd.
Franco, Lucio, Umberto en ik deelden het hoofd van de tafel. Wij spraken over dertig jaar terug en één voor één huilden wij. Lucio stond op en zei: “Amici, amici cari (vrienden, lieve vrienden) laten wij nu een toast uitbrengen op ons aller vriend Lino, waar hij ook is.”
“Op Lino,” galmde het in de eetzaal.
De Bresciani en de Camorristi vertelden elkaar hun wapenfeiten. Noord- en Zuid Italianen die het eens waren. Ongehoord! Maar hier is een andere: aan het andere hoofd van de tafel zat Stefano, omringd door Hollandse bewonderaars. Stefano sprak vloeiend Engels, dus de communicatie verliep gesmeerd. De Hollanders vroegen hem honderd uit, maar Stefano was teruggekeerd in zijn eigen bescheiden, charmante zelf. Ik zag dat hij mij aanstaarde, en ik knipoogde naar hem. Stefano sloot beide ogen voor een moment, en kuste zijn vingertoppen.
Op een moment trok Lucio mij apart. Hij had tranen in zijn ogen, toen hij mij vertelde: “Giuwa, twee contrabandieri (smokkelaars) zijn onder leiding van mijn zoon Renato naar Libië gevaren, om Pam op te halen. Ik ben niet blind, en ik zie dat die twee een beetje veel in elkaar’s gezelschap verkeren. Ik heb mijn zoon goed opgevoed, maar Pam is een heel mooie vrouw..., en mijn zoon is een man..."
“Zo, wat is het fucking probleem dan, compare?”
“Als Renato aan haar gezeten heeft, dan heeft hij jouw vrouw en mijn vrienden geen respect betoond. Ik moet hem dan doden,” zei Lucio, terwijl de tranen over zijn wangen rolden, “Hij is mijn enige zoon, Giuwa. Mijn leven is dan ook over.”
“Mijn God, Lucio. Drama is jullie ook niet vreemd hè?”, vroeg ik, terwijl ik mij goed moest houden, “Pam is mijn vrouw niet. Pam is haar eigen vrouw. Okay, ik geef heel veel om haar, maar ik wil haar gelukkig zien. Je zoon en Pam zijn twee bijzonder mooie mensen. Kijk naar ze, kun je nog iets mooiers bedenken?”
“Daar gaat het niet om. Het gaat om de eer en het respect,” wierp Lucio tegen.
“Ach rot op, daar kun je ook niet meer mee naar de bakker, tegenwoordig. En Mario Merola is ook dood,” zei ik, terwijl ik Lucio omhelsde.
“Ik wil het weten, Giuwa!”
Die nacht liet ik mijn gekneusde borstkas verzorgen door Pam en Lisette, nadat ik naar Lisette's ribben had gekeken. Alle vijandigheid was verdwenen tussen beide vrouwen. Nee, ik ga hier niet vertellen wat er gebeurd is die nacht, maar geloof mij: velen van jullie zullen het nooit meemaken, en zeker niet op mijn fucking leeftijd.
Ik werd badend in het zweet en vastgebonden wakker, althans zo voelde het, want ik kon mij niet bewegen. Pam lag in mijn linker-, en Lisette in mijn rechterarm. Beide vrouwen hadden hun been over mij heen geslagen. Pff, wat een hitte. Ik wurmde mij uit de omhelzing en zat rechtop, zodat ik wat kon afkoelen. De vrouwen waren inmiddels ook wakker geworden en liefkoosden mijn rug.
“Jan, ik moet je iets vertellen,” zei Pam zachtjes. Lisette stond op, en zei dat ze ging douchen.
“Ik weet het, Pam. Het is geen probleem, integendeel. Ik ben zo blij voor je. Je had geen betere keus kunnen maken. Als Renato net zo is als zijn vader –en hoe kan hij niet zo zijn- dan heb je een wereldkeus gedaan. Het werd tijd dat je weer eens een beetje gelukkig was.”
Pam begon te huilen. Ik was erg gelukkig met jou en ik houd veel van je, in feite ik verafgood je, Jan, maar...”
”Pam, het is geen probleem. Ik begrijp het, je bent een jonge vrouw en je moet gaan leven. Je bent lang genoeg dood geweest. Ik houd ook van jou, Pam. Je bent een geweldige vrouw en ik wens je alle geluk met Renato. Renato! Weet Renato dat je bij me hebt geslapen?”
“Ja, ik heb gezegd dat ik afscheid van je wilde nemen, omdat ik van je houd, omdat je mij met alles geholpen hebt en omdat je mijn leven gered hebt.”
“Wat zei Renato? Hij is jong, en Napolitanen zijn net als andere Italianen, erg jaloers.”
“Hij zei dat als jij er niet was, ik er ook niet was geweest. Ik voel dat hij jaloers is, maar hij is, net als zijn vader erg wijs.”
“Ja, dat geloof ik, Pam. Je gaat een goed leven tegemoet in Napels. We zullen elkaar vaak zien, dat beloof ik je. Ik zou graag willen weten van je, of je intiem met Renato geweest bent.”
Pam keek mij aan, en lachte: “Ben je jaloers, Jan? Nee, ik wilde het wel op een gegeven moment. Door de spanningen, denk ik. Ik heb Renato toen ook min of meer geprobeerd te verleiden. Hij heeft zich in allerlei bochten gewrongen en toen ik hem vroeg wat het probleem was, zei hij: ‘Je bent mijn vader's gast, en je bent de vrouw van mijn vaders vriend. Mijn vader vermoordt mij, als ik je aanraak.’ Ik heb dat toen gerespecteerd.”
“Pffff,” blies ik, “Je weet niet hoe gelukkig jij iemand zojuist gemaakt hebt.”
We omhelsden en kusten elkaar als de geliefden die wij eens waren, toen Lisette binnenkwam. De vrouwen lachten..., en omarmden elkaar.
“Wees goed voor hem, Lisette! Hij verdient het,” zei Pam, die nu uit bed stapte, om ook een douche te nemen.
“Zo, en wie heb jij uitgekozen?” vroeg ik dollend.
“Jou! Je komt van mij niet meer af. Je bent een te lekkere ‘pain in the arse’” antwoordde Lisette goor, “Ben je niet jaloers, Jan?”
“Hoe kan ik jaloers op zo’n knappe, geweldige, jonge man zijn? Ik geef veel om Pam en ik wil haar gelukkig zien. Ze heeft veel geleden, maar ja..., een klein beetje pijn doet het wel.”
“Kom maar bij me dan, dan troost ik je,” zei Lisette bronstig.
De Napolitanen zouden vandaag weer vertrekken, en Pam zou met hen meegaan. Ik voelde mij verdrietiger dan dat ik aan mijzelf wilde bekennen, en toen het moment van afscheid was aangebroken, voelde het alsof er een garrot om mijn keel werd aangeschroefd.
Ik nam Lucio apart, zei: “Je kunt trots zijn op je zoon Lucio. Hij heeft niet Pam, maar jou gerespecteerd.”
Lucio keek mij onderzoekend aan, en vroeg: “Je zegt dat niet om mij een plezier te doen, Giuwa?"
Ik trok de Sig Sauer van mijn rug, en terwijl twee van Lucio’s lijfwachten mij een Ingram machinepistool op mijn hoofd plaatsten, zette ik de Sig onder mijn kin, en zei: “Als mijn grootste vriend aan mijn oprechtheid twijfelt, dan heeft het leven voor mij geen enkele zin meer. Zeg mij dat ik lieg, Lucio!”
Ik hoorde de speld vallen.
“Perdonatemi, Don Giovanni,” fluisterde Lucio, terwijl hij zachtjes mijn hand met de Sig wegtrok, “Perdonami Giuwa.”
Ik omhelsde Lucio, Umberto, Renato en daarna alle Camorristi. Als er tijdens het afscheid met de eerste twee, tranen in mijn ogen stonden, met Pam rolden de tranen over mijn wangen. Lucio trok zijn zoon mee, en liet Pam alleen met mij.
“Jan…”
“Pam…”
Wij omhelden en kusten elkaar, er was niets te zeggen. Wij konden niets zeggen, maar het huilen ging goed. Toen wij elkaar loslieten, zei ik: “Be good, Pam. Ik zie je op de bruiloft. Wees goed voor je man, ik wens je alle geluk lieverd.”
Pam liep huilend naar de Mercedessen. Ik draaide mij om, ik kon..., ik wilde Pam niet zien vertrekken. Lucio schreeuwde nog uit het autoraam: “Ciao Giuwa, si vidimme preste!(Dag Jan, wij zien elkaar snel weer)”
Ik stak mijn beide armen omhoog, terwijl ik de villa inliep.
“Wat was dat eerder met Lucio, Gian?” vroeg Franco mij later.
Ik vertelde wat er was gebeurd, of eigenlijk, niet was gebeurd.
“Ach, je weet hoe theatraal die Napolitanen kun zijn, Franco,” antwoordde ik, wetend dat Franco er precies zo over dacht als Lucio.
Franco lachte, gaf mij de vingers, en vroeg: “Had je het hem ook verteld als het anders was geweest?”
“Ja natuurlijk, ik ben geen leugenaar,” loog ik.
Vandaag was ook de dag, dat wij verklaringen van de Hollandse ploeg moesten afnemen. Terwijl Franco en zijn mannen rond de villa gingen opruimen, konden Stefano, Lisette en ik met de verhoren beginnen.
Ik keek eerst naar de video waarin Lisette de manager verhoorde. Het bleek dat hij van alle operaties van Frie Mesons B.V. op de hoogte was, en dat de het bestuur en de aandeelhouders van de 'outfit' vrijmetselaars waren. Hij had Lisette alle namen gegeven, die wij nodig hadden. Tevens was hij ermee bekend dat de vennootschap een front was voor verschillende opsporingsapparaten, en dat die instanties werden gefinancierd met gewit drugsgeld. Hij wist niet te vertellen welke opsporingsapparaten betrokken waren..., ook niet toen Lisette hem even vriendelijk op zijn gewonde borst sloeg. Het was een mooi stuk ‘footage’, en de Frie fucking Mesons B.V zou er niet blij mee zijn.
De reden dat de manager was meegekomen, was om helikopter-ondersteuning te verkrijgen voor de aanval op de villa. Doordat hijzelf ook een vrijmetselaar was, had hij zich in verbinding gesteld met de PiDue (Propaganda Twee) loge, in Milaan. Hij had zijn missie onthuld aan de Grootmeester, of Meester Metselaar en verzocht om een ‘Broederdienst’: Helikopter Ondersteuning. Blijkbaar wilden de Italiaanse luchtmacht vrijmetselaars hun vingers er niet aan branden, maar de Grootmeester had gezegd dat er nog een mogelijkheid bestond. Via de Amerikaanse Illuminati loge, werd het ‘Air Command’ in Vicenza ingeschakeld.
Alhoewel de helikopters geen identificatienummers hadden gevoerd was het duidelijk dat het Amerikaanse luchtschepen waren geweest. We hadden de foto’s. Een ‘AH-1 C-NITE Cobra Night Attack’ helikopter, huur je niet bij Hertz of fucking Rent A car. Tevens verklaarde de manager dat hij meegekomen was om zich ervan te overtuigen dat de missie volbracht was.
We filmden alle verhoren, maar nadat we door middel van de Trapanal hadden uitgevonden dat ‘the seconds in command’ eigen betrekkelijk weinig over de operatie wisten, anders dan dat het ging om ‘gevaarlijke Nederlandse terroristen’ onschadelijk te maken, in Italië, wisten zij niets van de Frie Mesons B.V.
De laatste die wij verhoorden was de ‘superspook’ met het missende ooglid. Hij vertelde ons dat hij deel uitmaakte van AMCON, een officieel niet bestaand aanvalscommando, die voor de AIVD en MIVD opdrachten in het buitenland uitvoerde. Hij bevestigde het terroristenverhaal, maar gaf toe dat hij er geen moment in geloofd had.
‘Als het om terroristen had gegaan, dan hadden de Italiaanse autoriteiten toch ingeschakeld kunnen worden,’ opperde hij. Het feit dat er een ploeg Roemenen was ingehuurd, en dat de Nederlandse ploeg onder geen beding mocht deelnemen aan de operatie, vertelde hem dat er iets goed stonk. Ook hij wist niets van de Frie Mesons B.V. te vertellen. Toen ik hem vertelde hoe het verhaal echt in elkaar zat en hem de video van de manager liet zien, begon hij zowat te kotsten. Hij zei: “Mijn mannen hadden mij al gevraagd of wij opgezet waren, dit is..., dit is fucking typisch.”
Ik zei hem dat hij en zijn mannen goed behandeld zouden worden, maar dat ze gevangen zouden blijven, totdat de operatie in Nederland was afgerond.
“Om je de waarheid te zeggen, we moeten onderhandelen met jullie als zogenaamde gijzelaars. Ze zullen er niet blij mee zijn in Nederland, dat de hele operatie uitgelekt is, en dat nu de manschappen al weten hoe de vork echt aan de steel steekt. Als ik jullie was, zou ik de eerste weken, nadat jullie in vrijheid zijn gesteld maar goed omkijken. Als het aan mij had gelegen, hadden jullie vandaag kunnen lopen, maar ik heb de verantwoording voor een paar mensenlevens.”
“Ja, ik verwachtte al zoiets en heb er met mijn mensen over gesproken. Je zult van ons geen last hebben, Jan. Mag ik je om een gunst verzoeken?”
“Tuurlijk, wat is het?”
“Zou jij aan die Stefano willen vragen of hij ons zou willen trainen voor de tijd dat wij hier zijn?”
Ik lachte, en zei: “Hij is goed, hé? Luister, misschien heb ik hem in Nederland nodig, zoniet ben ik er zeker van dat hij jullie wil trainen. Vind je het niet erg om met een misdadiger geassocieerd te worden?”
“We weten allebei wie de echte misdadigers zijn. Mijn God, de man is zo ongelooflijk goed, en wat een fijne gozer is het. Zo bescheiden, met al zijn talenten. Het zou een vakantie voor ons worden, als hij dat doen wil.”
’s Avonds in bed zei ik tegen Lisette, dat ik al snel naar Nederland zou vertrekken, om de zaak af te ronden.
“Je bedoelt zeker te zeggen, dat wij snel naar Nederland zullen vertrekken,” verbeterde Lisette mij.
“Lisette, ga daar niet weer, daar zijn we al geweest. Ik kan jou niet riskeren. Niet alleen heb ik je bescherming beloofd, je bent tevens mijn belangrijkste getuige en dan geef ik ook nog een beetje om je. Wees dus lief, stop klepzeiken, want je gaat niet mee.”
“Ik geloof dat jij een probleem met luisteren begint te krijgen, Jan. Wat is het gedeelte in het stukje ‘wij snel naar Nederland zullen vertrekken’ dat je niet begrijpt? Wat dat beschermen betreft, ik ben nog nooit in zoveel gevaar geweest, als de laatste vierentwintig uur. Ik ben door helikopters beschoten, door gillende Roemenen aangevallen en als ik geen kogelvrij vest had gedragen, dan was ik nu dood. Als dat beschermd is, dan ben ik beter in gevaar. Ik ga mee naar Nederland en anders steek je die pik in het vervolg maar in een jampot, in plaats van in mijn hol!”
Ik schoot in de lach. Het had geen zin om Lisette eraan te herinneren, dat zij met de rest van Franco’s familie naar Milaan had moeten vertrekken. Ooit wel eens geprobeerd om met een vrouw te debatteren, en redelijkheid te verwachten?
De volgende dag zaten Ricci, het hoofd van de Staatpolitie, Paolo Borghese van de Alpenjagers en de Maresciallo van de Carabinieri in de ontbijtzaal met Franco en Stefano, toen Lisette en ik binnenkwam.
Na de begroeting vroeg Ricci mij: “Gian, waar gaat dit allemaal om? De eerste keer dat ik je hielp, gaf ik je een tip. De tweede keer hielp ik je met mijn vriend, de Maresciallo hier, om een gangsteroorlog te winnen. Nu heb je met mijn betrokkenheid twee ‘covert’ Amerikaanse helikopters neergeschoten. Wat verwacht je de volgende keer? Een nucleaire duikboot. Ik zal het je zeggen: ik wil het niet weten.”
We lachten allemaal, maar ik merkte dat de drie mannen ongerust waren.
Ik besloot Ricci en de twee militairen het hele verhaal te vertellen. Ik begon bij de moord op Pam’s echtgenoot en eindigde met het laten zien van de videoverklaringen, die ik voor hen vertaalde.
Ricci dacht lang na, toen ik uitgesproken was…, en vroeg toen: “Dus samen met de Massoneria di merda (Schijt vrijmetselaars) zijn er ook politieapparaten betrokken bij deze affaire?”
Ik bevestigde zijn vraag.
“En dan zeggen ze nog wel, dat wij Italianen corrupt zijn. Nou, Nederland kan er ook wat van, neem mij niet kwalijk.”
“In Nederland is het mogelijk erger, maar ze weten het beter verborgen te houden. Bij ons wordt alles met de mantel der liefde bedekt, en als er iets uitkomt, dan was het een: ‘beoordelingsfout’ Een tik op de hand, de deemoedige ambtenaar maakt zijn excuus en dat is het eind van het verhaal.”
Ricci hernam het woord: “Het gonst in alle afdelingen van de geruchten. Onofficieel wordt er druk door de Yanks uitgeoefend, om die twee neergeschoten helikopters te verklaren. Maar sinds dat die Amerikaanse piloot, met zijn straaljager in een skilift kabel vloog, waarbij, ik weet niet hoeveel Italianen omkwamen -waarvan de families nooit gecompenseerd werden door de Amerikaanse regering- maken wij ons niet zo druk meer.
We kunnen dit wel ‘under wraps’ houden. Het is de betrokkenheid van de P2, waar ik mij meer zorgen over maak. Die bloedhonden weten binnenkort het hele verhaal, en dat vindt zijn weerslag op een hoop goede collega’s van ons.”
“Laten wij onze krachten bundelen,” stelde ik voor, “Veroorzaak een schandaal, net zoals met Licio Gelli indertijd. De P2 kan zich niet alléén maar negatieve publiciteit veroorloven. Berlusconi heeft zich er ook al los van gemaakt, geloof ik. De vrijmetselaar’s loge in Rome, de ‘Grande Oriente d’Italia’ onderhoudt nauwe betrekkingen met loges door de gehele wereld. In Nederland zijn zij gelieerd met de loge, het ‘Grootoosten der Nederlanden’
Als van deze kant nu de vuile was van de P2 de ‘Grande Oriente d’Italia’ ingeperst kan worden, dan wordt dat in ieder geval naar ‘het filiaal’ in Nederland doorgegeven. Zelfs wanneer het ‘Grootoosten der Nederlanden’ bij die smeerlapperij betrokken is, dan zullen zij zich daar realiseren, dat zij iets moeten doen, om te voorkomen dat dit publiek wordt. Je ziet aan de naam van deze orde al, dat ze gelieerd zijn.
Als de Nederlandse loge er niets mee te maken heeft..., zoveel te beter. Dan krijgt de loge, die met de Frie Mesons verbonden is, het van alle kanten, want dan stuur ik een kopie van al het bewijsmateriaal naar ‘Grootoosten der Nederlanden’.
De Vrijmetselarij krijgt al genoeg negatieve publiciteit, en dat terwijl zij helemaal geen publiciteit wensen. Al deze commotie bereikt snel genoeg de Illuminati. Het laatste wat de Yanken zich nu kunnen veroorloven, is hun betrokkenheid in dit verhaal. Niet na de fuck-up’s in Irak, en Afghanistan. Twee aanvalshelikopters om een man en een vrouw te vermoorden, en dat op verzoek van een paar duivelsaanbidders. Waanzinnig!”
Ricci pakte zijn mobiel en belde. Wij hoorden dat hij vroeg naar de Direttore Generale della Publica Sicurezza (Directeur Generaal van de Openbare Veiligheid in Rome) Na een kort gesprek, drukte Ricci af en zei: “Zo wordt het gedaan. Ik heb van jullie een kopie nodig met de verklaringen van die Hollanders. Dat helpt al gelijk om met een internationaal incident te dreigen.”
Ik beloofde Ricci, dat ik alle kopieën aan Franco zou geven, maar ik verzocht hem het materiaal niet openbaar te maken, voordat ik precies wist, hoe de zaak in Nederland zich zou gaan ontwikkelen.
De drie mannen stonden op en wensten ons succes met de rest van de missie.
“Wanneer vertrekken wij naar Nederland?” vroeg Franco, nadat ik Lisette op de hoogte had gesteld van het besprokene. Het leek erop dat Franco, noch Stefano er problemen mee hadden, dat zij aanwezig was geweest bij het gesprek.
“Franco, ik denk erover om alleen te gaan. Jij, Stefano en al onze vrienden hebben al meer dan genoeg gedaan voor Pam, Lisette en mijzelf. Ik zou niet méér kunnen accepteren, zonder dat ik ga voelen dat ik van onze vriendschap profiteer. Er is een eind aan alles. Jullie hebben genoeg gedaan. Het enige dat ik je zou willen vragen, is dat je valse papieren voor mij en Lisette maakt. Tevens wil ik om een auto verzoeken. Mijn kenteken is bekend in Nederland.”
Stefano wilde protesteren, maar Franco legde een hand op zijn arm.
“Wapens?” vroeg Franco.
“Ik heb de Sig Sauer P228, die neem ik mee. Qua vuurkracht heb ik een SIG556 met 5.56 Nato munitie en een Glock 28 voor Lisette nodig. Verder zou ik een Salvavita, ‘body-armour’, lipstick stunguns, twee cellphone stunguns, semtex, twintig cellphone-detonators, communicatieset en een set lockpicks kunnen gebruiken.”
“We verzorgen alles wat je nodig hebt. Je kunt mijn A6 meenemen, want die is gepantserd. Stefano, en nog drie van mijn mensen gaan met je mee. Het wordt tijd dat die jongen een keer in het buitenland komt,” zei Franco dollend, maar vastbesloten, "Jij en Stefano gaan met de A6. Mijn ‘capo-regime’ en zijn mensen volgen in de auto met de wapens en de explosieven"
In Nederland huurden wij een bedrijfsruimte op het industrie terrein van Haarlem. De A6 en de Alfa Romeo parkeerden we in de garage van het gebouw. Daarna huurden wij twee auto’s om ons onopvallend in Nederland te kunnen verplaatsten. Om het risico op kans van aanhouding, of erger, zo klein mogelijk te houden, liet ik Lisette steeds met Stefano reizen, terwijl ik mij met Rino, de Capo Regime, verplaatste.
We aten en sliepen in de bedrijfsruimte. Het slapen was niet erg comfortabel, maar wel veilig, omdat wij ons niet in hoefden te laten schrijven in een hotel. Leuk waren de avonden, wanneer we rond de mahoniehouten vergadertafel in het kantoor zaten. Rino en Lisette kookten, terwijl Stefano en ik een plan de campagne opstelden; de sfeer was opgewekt en gezellig.
Van de manager van de Frie Mesons B.V. hadden wij, in Italië al vernomen, wie de twee kopstukken van die firma waren. Zij behoorden niet tot de Board van Directeuren en Aandeelhouders. Dat waren allemaal katvangers (stromannen). Wij moesten de headhoncho’s, die Balk en Ende heetten, dus ‘liften’, om antwoorden op onze vragen te krijgen. Daar wij ze niet gewoon ontvoeren wilden, moesten wij iets geraffineerder te werk gaan.
Toen Stefano en ik ons plan getrokken hadden, gaf Stefano zijn mensen opdracht om twee van de koelcellen in het gebouw, absoluut geluiddicht te maken, en in te richten als verhoorruimtes. Op het Internet bestelde ik bij verschillende dealers wat gereedschap, elektronische circuits, solenoïdes en wat ander materiaal, dat ik nodig dacht te hebben.
Twee dagen later hadden wij een kantoor ingericht als werkplaats, en het bestelde materiaal ontvangen. De voorbereidingen namen een aanvang. Terwijl Stefano wat GSM telefoons demonteerde en Lisette ons van koffie bleef voorzien, begon ik met het monteren van de solenoïdes en batterijen op de aërosols met Russisch gas.
“Wat ben je aan het maken?” vroeg Lisette, geïnteresseerd.
“Zie je die solenoïde? Dat is een soort elektromagneet. Wanneer dit circuit een gecodeerd signaal ontvangt, dan trekt de magneet de afsluiter, op de aërosol, open, zodat de inhoud vrijkomt.”
“Wat is dat voor gas, dat in die cilinders zit?” vroeg Rino.
“Ze noemen het Russisch gas. Het is een mengsel van Halotheen en Fentanyl. De Russen hebben het indertijd gebruikt toen Checheense terroristen een paar honderd gijzelaars vasthielden, in een theater in Moskou. Het is een zeer snelwerkend, reukloos verdovingsgas.”
Die middag rond zes uur, stonden wij geparkeerd dichtbij het huis van de vrijmetselfuck Balk, die een half uur later zijn kwam aanrijden in zijn Mercedes praalwagen. Stefano schakelde de codescanner in. De duivelsaanbidder, Balkfreak stapte uit, gooide de deur van zijn wagen dicht en liep weg, terwijl hij de afstandsbediening indrukte om de Mercedes te vergrendelen. De codescanner op Stefano’s schoot, piepte drie keer.
“Hebben we die fucking code, Steffie?” vroeg ik.
“Si Zio, dat wordt straks ‘una cazzata’ (makkie).”
We reden terug naar Haarlem en gingen allemaal een paar uur slapen, want dat zou er die nacht niet meer van komen.
Om drie uur kwamen wij weer aan op de Apollolaan, in Amsterdam. De wagen van Balkfuck stond nog op dezelfde plaats. Wij parkeerden ongeveer vijftig meter achter de Mercedes. De Italianen parkeerden vijftig meter ervoor. Wij plugden allemaal de comm’s oortjes in, en testten het communicatiesysteem. Terwijl Lisette in de auto achterbleef om ons voor aankomend verkeer of voetgangers te waarschuwen, stapten Stefano en ik uit. Ik pakte een weekendtas uit de kofferbak en wij liepen naar de geparkeerde Mercedes. Onder het lopen, opende Stefano de codescanner en toetste de hexadecimale veiligheidscode van de Mercedes deurvergrendeling en alarm in. We konden de sloten horen openklikken.
Wij stapten snel in de Mercedes en trokken de deuren dicht. Stefano, die bijna veertig jaar jonger was dan ik, zat achter het stuur en liet zich nu als een slangenmens in de voetruimte zakken. Op mijn aanwijzingen bevestigde hij, met behulp van plastic bindstrippen en dubbelzijdig kleefband, een gas-aërosol onder het dashboard.
“Zorg ervoor dat je de tank zo draait dat het gas de cabine in spuit, Steffie,” zei ik, “Als dat klaar is, zet de schakelaar dan om en trek de motorkap open, als je wilt.”
De hele operatie had nog geen vijf minuten geduurd. Wij stapten uit en terwijl Stefano uitkeek voor gevaar, trok ik de motorkap verder open. Ik keek, en toen ik de kabelbundel gevonden had, zocht ik naar de juiste draad, en knipte die door. De startmotor zou wel draaien, maar de motor zou niet aanslaan. Ik drukte de motorkap dicht en Stefano toetste de hex-code weer in. De deurensloten klikten en het Mercedes-alarm was weer ingeschakeld.
Wij liepen terug naar de auto en stapten in, nadat ik de tas weer in de kofferbak had gegooid. Lisette, Stefano en ik sliepen nu om beurten. In de auto voor ons deden de Italianen hetzelfde. Dit was het gevaarlijkste gedeelte van de nacht. We konden niet gaan rijden, want het gevaar dat één of beide auto’s door een patrouillerende politiewagen aangehouden zou worden, was te groot. Het waren de langste vijf uur wachten uit mijn leven. Wanneer Stefano sliep, dan speelde ik een beetje met Lisette. Wat is normaler dan een verliefd stel, dat op de achterbank een beetje zit te kledderen? Het was prettig ook, en ik wist niet dat Lisette zo diep kon zuchten.
08.30 ‘Grabduction’ – Stefano maakte ons wakker. The Freemasonfuck kwam net uit de deur van zijn huis. Stefano gaf mij een zuurstofstift, terwijl ik voelde of mijn Sig holster goed zat.
“Lisette, jij rijdt deze auto achter ons aan. Als het ‘tits-up’ gaat, rijd je onmiddellijk weg. Wij komen wel thuis. Begrepen?”
Toen de Freemasonfuck in zijn auto zat en de motor trachtte te starten, stapten Stefano en ik uit. Ik belde het nummer van de ‘cellphone’ op de gas-aerosol, en wachtte tot ik de click hoorde. Toen drukte ik # in. Het gas begon te stromen.
Na een minuut of zo, begon de Freemasonfuck tekenen van dronkenschap te vertonen. Ik ‘redialde’ de cellphone om het gas af te sluiten. Daarna drukten wij de neusclips, van de zuurstof pennen, in onze neusgaten, en trokken de deuren van de Mercedes open. Ik stapte in, daarbij de bewusteloze over de middenconsole persend. Stefano stapte in en trok het Balkvarken op zijn schoot. Daarna trapte hij hem in de voetenruimte. Ik opende alle ramen om frisse lucht naar binnen te laten stromen. Onderweg duwde Stefano om de vijf minuten een prop, in ether gedrenkte watten, tegen het varken zijn snuit. In konvooi van drie, reden wij terug naar Haarlem - Grabduction completed.
Een half uur later droegen wij de Free Masonfuck de getransformeerde koelcel in.
“Lisette, laat de mannen hem spiernaakt uitkleden en in die stoel vastbinden met plasticuffs. Om het uur ga jij naar binnen, onder bescherming van twee Italianen. Je loopt naar die Balkfuck en bekijkt hem van top tot teen. Je schudt iedere keer misprijzend je hoofd, wanneer je naar hem kijkt. Draai de verwarming naar zevenentwintig graden, zodat hij gedehydrateerd raakt. Als je ziet dat hij drinken wil, houd je een half bekertje water aan zijn mond, nadat je er eerst zichtbaar in gespuugd hebt. Je zegt helemaal niets, en je laat je niet verleiden om te antwoorden. Houd hem uit zijn slaap; zo gauw als je op het scherm ziet dat hij inslaapt, draai je de muziek omhoog, zodat hij weer wakker word. Het licht dag en nacht aanlaten.
Stefano, we moeten die tweede vrijemetselfuck uit zijn tempel rukken. We kunnen niet langer wachten, want vandaag wordt die Balkfuck gemist, en slaan alle lampen op rood. We moeten naar binnen en dat sekreet er uit halen, anders komen we in de problemen. Het wordt niet gezellig, ga daar maar vanuit.”
Stefano glimlachte en zei: “U bedenkt wel wat, Zio. Met hoeveel man gaan wij naar binnen?”
“Jij, Rino en ik. Lisette rijdt de ontsnappingswagen, en de rest van de mannen, dekken onze aftocht met een vrachtwagen.”
Ik vouwde de plattegrond -die de manager in Italië getekend had- open en legde mijn plan aan Stefano en Rino uit.
“Dubbele ‘bait’ bewapening, stungun-telefoons, levensredders en kogelvrije kleding dragen. Semtex-riem met afstandsbediening meenemen. Het is namelijk mogelijk dat we al verwacht worden. Ze weten dat hun operatie in Italië ‘belly-up’ is gegaan, en ze hebben ook van hun manager niets meer gehoord. Ja, ga er maar vanuit, dat we verwacht worden, dan valt het niet tegen.”
“Kan ik niet mee naar binnen?” vroeg Lisette, “Ik wil graag eens wat praten met die bloedhonden, die mij dood willen hebben.
“Nee lieverd, ze kennen jouw gezicht daar. Dat gesprek kun je later altijd nog hebben. Jij wacht achter het stuur en houdt je mobiel in de gaten. Als wij bellen, dan rijd je voor. Je belt als je in positie bent en dan komen we naar buiten met die fucking Ende ‘motherfucker’”
Twee uur later liepen wij een kantoorpand in de Van Eeghenstraat in. Ik drukte op de bel onder een koperen plak, waarin ‘Frie Mesons B.V.’ was gegraveerd.
We hoefden niet te wachten, want het leek wel of de portier achter de deur op ons had staan wachten. Ik had mijn vinger nog niet van de bel af, of deur zwaaide open. Wij waren dus al waargenomen op de camera’s, en erger..., wij werden verwacht.
“Wij komen van de Loge Het Grootoosten en wilden graag Grootmeester Ende spreken,” zei ik.
De portier zweeg, maar gebaarde ons naar binnen. Hij opende de deur naar een grote lege wachtkamer en beduidde ons daar te wachten.
“We worden verwacht,” zei ik, terwijl ik een Firestorm telefoon aan mijn oor zette.
Stefano en Rino knikten.
“Dat is juist, mijnheer Ter Haak. U wordt allemaal verzocht uw handen in uw nek te vouwen,” hoorde ik. Vier deuren zwaaiden open en zes, met pistolen gewapende mannen, stapten naar binnen, en hielden ons onder schot. Een lange, arrogant uitziende man –die ik van de manager’s beschrijving als Ende herkende- kwam binnen.
Grootmeester fucking Endefuck, die eruit zag als een eigentijdse versie van Christopher Lee, beval de lijfwachten ons te ontwapenen. De Heckler & Koch werd onder mijn arm vandaan gerukt. Stefano en Rino werden van de SIG556 Machine Pistolen verlost.
“Waar is mijn collega Balk?” vroeg de duivelsfuck.
“Op weg in een kofferbak naar Italië, voor verhoor en een televisie interview,” antwoordde ik “Nog even en er zitten meer Frie Mesonfucks in Italië dan hier in je fucking Osiris tempel. De shit spat binnenkort tegen het plafond!”
“Je bloed ook,” repliceerde de duivelsfuck, “Handen in de nek. Wie zijn jullie eigenlijk?”
Stefano en Rino gaven geen antwoord.
“Sul segno mio, Steffie!”
Het volgende moment leek het wel of mijn hoofd uit elkaar spatte. Een ogenblik later sloeg ik mijn ogen op en merkte dat ik op de grond lag. Ik had de cellphone nog in mijn hand. Twee button-guy’s en de Masterfuck stonden over mij heen gebogen. De vier anderen stonden in een cirkel rond Stefano en de Capo Regime, Rino.
“Wat zei je net, schoft?” vroeg Ende.
“Ik zei dat je wilde weten wie zij waren,” antwoordde ik, quasi versuft.
“En wie zijn zij?”
“Italianen, zij helpen mij. Er waren er meer, maar die zijn nu met je vriend Balkfuck op weg naar Italië.”
Ik kreeg drie trappen in mijn maag, maar het kevlar vest absorbeerde de impact.
“Sta op!”
Ik fingeerde pijn, duizeligheid en gedesoriënteerdheid. Terwijl ik omhoog probeerde te komen, kreunde ik: “Mo! (Nu)” Ik sloeg de binnenkant van mijn pols op de vloer. De stalen veer in de buis die ik aan de binnenkant van mijn arm droeg, lanceerde het vlijmscherpe, vijfentwintig centimeter lange mes. Een seconde later drong het onder het schaambeen, door de prostaat van wise-guy, die schreeuwde of hij gecastreerd werd. Tegelijkertijd drukte ik de Firestorm cellphone tegen de borstkas van de tweede wise-guy, en gaf hem een 800,000 volt verrassingschok. Terwijl deze tapdansend onderuit ging, wrikte ik het mes horizontaal en sneed door de endeldarm de anus open van de eerste gangsterfuck, voordat ik het mes terugtrok.
De groep rond Stefano en Rino stond nog verbluft te kijken, toen ik het mes onder de kin van de wise-fuck, het strottenhoofd in stootte. Hij had weinig aan zijn revolver gehad, en ik was snel geweest voor een ouwe vent.
Stefano, die met zijn handen nog in zijn nek stond, zakte nu door zijn knieën op zijn hurken, terwijl de Capo de aandacht van de groep afleidde door een Sig Sauer uit een rugholster te trekken. De groep weifelde een seconde om te schieten, daar het gevaar elkaar te raken te groot was, omdat zij nog steeds in een cirkel stonden. Die seconde was genoeg voor Stefano en mij.
Ik sloeg de Endefuck met open hand onder zijn kin, zodat zijn hoofd achterover klapte. Terwijl ik de Sig Sauer van mijn rug trok, en wise-fuck nummer twee zijn schedel wegschoot, trok Stefano twee veertig centimeter lange messen, uit nekschedes. De Capo liet zich op de grond vallen, en Stefano kwam draaiend omhoog van zijn hurken. Hij leek wel een kunstschaatsenrijder. Voordat hij tot volle lengte was gekomen, draaide hij vier keer –als een dansende derwisj- om zijn as. Toen hij stond, had hij vier magen open-, en vier kelen doorgesneden, terwijl de Capo nu vrolijk negen millimeter kogels in de reutelende gangsters ‘tabte’. De strijd was nooit begonnen. In een flashback zag ik Franco. Franco was beter dan ik. Stefano is beter dan Franco en ik ooit waren. Stefano is de zoon Franco. Stefano l’uomo!
Ik bekeek de lichamen. Ik had geen van hen eerder gezien, maar degene die ik had willen zien, was er niet bij. De portier. Dat was slecht nieuws
“We moeten nu snel zijn want die schoten zijn waarschijnlijk gehoord,” zei ik, terwijl ik de Endefuck aan zijn haar overeind trok. Daarna haalde ik het mes van mijn arm af. De Capo deed de semtex-riem af en gaf die aan mij. Terwijl Stefano en de Capo een revolver tegen het hoofd van de Endefuck hielden, gespte ik de riem om zijn middel. Ik vergrendelde de gesp, hield een afstandsbediening omhoog en zei tegen de vrijemetselfuck: “Je hebt twee ons semtex om je middel. Dat is genoeg om je bovenlichaam naadloos van je heupen te scheiden. Ik hoef de afstandsbediening niet te gebruiken, want als je meer dan vijf meter bij mij vandaan bent, explodeer je vanzelf. Als ik neergeschoten word, laat ik de ontstekingsknop los en je hebt gelijk geen last van je darmen meer. Je loopt dus rustig met ons mee. Begrepen?”
De man knikte moedeloos.
“Okay, al je sleutels uit je zakken en open de kluis voor ons.”
“Er is geen...”
Ik stak de punt van de Salvavita door zijn oor, en zei: “Niet meer praten. Kluis openmaken, want ik snijd eerst één voor één je oren af, en daarna steek ik je een oog uit. Je hebt maar één oog nodig om mee te lopen, als je toch niet luistert.”
Ende liep jammerend naar een bureau, dat een kluis bleek te bevatten. Nadat de kluis geopend was, ledigden wij deze van geld en documenten, en deden dat in een paar vuilniszakken. Ik opende de computer en demonteerde de twee harddisks. Daarna belde ik Lisette.
Een paar minuten later, meldde Lisette dat zij met de wagen de voor de deur stond.
Exit – Ongehinderd liepen wij met onze gevangene het gebouw uit en stapten in de wachtende wagen. Achter ons stond de vrachtwagen, die het verkeer blokkeerde, tot wij veilig weg waren.
“Laat die Endefuck in de tweede koelcel parkeren, Lisette, maar kleedt hem eerst uit en loop dan, als bij vergissing eerst de eerste koelcel met hem in, zodat die twee hufters elkaar goed kunnen zien. Ieder weet dan dat zij niet meer op hulp van de ander hoeven te rekenen. Daarna geldt dezelfde behandeling voor onze laatste duivelsgast.”
De volgende drie avonden, terwijl Stefano met zijn mensen ging stappen in Amsterdam, waren Lisette en ik alleen. Lisette was alle documenten, die in de kluis waren gevonden aan het nalezen en ordenen. Men kon niet zeggen dat de Balk- en Endefucks niet grondig waren geweest. Zij hadden op de computer een compleet verslag van de gehele operatie, tot de dag van hun ‘arrestatie’. Wanneer wij hen dit voor de camera konden laten bevestigen, waren wij klaar.
Ik zat ons verslag voor Italië in te typen, toen ik merkte dat Lisette ongewoon stil was. Normaal kwetterde zij er lustig op los, maar nu leek het wel of zij totaal afwezig was.
“Lisette..., monster, wat is er met je. Je bent zo stil?”
Het leek wel of zij hierop had zitten wachten, want ze begon ineens hartverscheurend te huilen. Ik schrok mij een ongeluk, stond op en ging bij haar zitten.
“Wat is er, lieverd? Waarom huil je zo? Heb ik iets verkeerds gedaan? Kom, Lisi, zeg het mij. Alsjeblieft.”
Lisette pakte mij om mijn nek en wreef haar betraande gezicht langs het mijne, en fluisterde: “Ik ben bang, Jan. Ik ben bang.”
“Maar waarvoor, doll? Dit gaat nu stoppen. We hebben genoeg voor een fucking megaschandaal. We blazen de hele fucking regering uit het fucking water als het fucking moet. Ik geef je het geld en de eurobonds, die in de kluis lagen. Daar kun je echt je leven mee verder. Kom huil niet, Lisi, je weet dat ik daar niet tegen kan.”
“Dat is het niet, Jan,” snikte ze, “Ik denk dat nu dat de spanning aan het verdwijnen is, dat ik leeg begin te lopen. Ik voel mij zwak en verdrietig. Stefano gaat straks weer weg. Jij gaat naar Italië of Schotland, en ik weet niet wat ik moet gaan doen. Het geld interesseert mij niet. Mijn hele leven is veranderd. Ik heb geen baan meer..., ik heb geen doel meer. Wat moet ik doen, Jan?”
“Is er iets wat je zou willen doen, Lisette?”
“Kan ik met jou meekomen?. Neem mij mee, alsjeblieft. Ik spreek mijn talen, misschien kunnen wij iets in het buitenland beginnen, samen. Er is nog een kleinigheid, Jan. Ik ben verliefd op je geraakt. Zo, nu weet jij het ook.”
“Hoezo? Wie weet dat nog meer dan?”
“Stefano. Hij zag het aan mij en zei dat ik er over moest spreken met je.”
“Lisi, ik ben vereerd, werkelijk, maar ik ben ook een ouwe kerel. Jij bent een jonge vrouw. Ik heb de kaars aan twee kanten..., en in het fucking midden opgebrand. Jij begint net, monster. Wat moet je met een oud secreet zoals ik?” vroeg ik, met tranen in mijn ogen.
“Ach, praat niet zo achterlijk, Jan. Ik heb zoveel van je geleerd in die paar weken, dat ik er meer van wil. Voordat ik met je naar bed ging, wist ik niet eens wat genieten was. Nu wil ik het niet meer missen. Wat zegt fucking leeftijd nu eigenlijk? Ik wil je vrouw zijn, ik wil dat je mijn man bent. Wat moet mijn kont zonder jou?”
Ik schoot in de lach, en zei: “Lisi, anders dan wat je net opgenoemd hebt, zijn er nog een paar factoren die hier mogelijk een rol in spelen. Wij zijn nu wekenlang, vierentwintig uur per dag samen. Afgezien van de seks, die ons beiden goed bevallen is, spelen heftige emoties een rol. Je hebt een waarheidsserum test ondergaan, je realiseerde je dat je op de dodenlijst geplaatst was, je hebt onder spervuur gelegen en een helikopteraanval overleefd. Je hebt een verhoor geleid en van de week meegeholpen aan twee ontvoeringen. Al dat, plus het voortdurende samenzijn creëert een emotionele band. Je bent de objectiviteit een beetje kwijt en je gaat nu ‘down’ in de adrenaline. Je serotoninebalans raakt verstoord. Het kan zijn dat je licht depressief aan het raken bent door PTSS.
Laten wij het zo doen, Lisi: als dit allemaal over is, gaan we een paar weken naar Italië. Jij doet de dingen die je leuk vindt zonder mij, zoals winkelen, museumbezoek of wat je ook wilt. Je gaat uit naar disco’s en nachtclubs met Stefano’s zusters. Je amuseert je zoveel als je kunt, en als dat betekent dat je met een ander naar bed gaat, kan ik dat alleen maar toejuichen. Ik wil dat je probeert te leven, zonder mij op je lip. We slapen één keer in de week samen. Wanneer je na die weken nog van mening bent dat ik je man ben, wel Lisi, dan gooien we het zooitje bij elkaar en ik zal de gelukkigste man in de wereld zijn. Hoe klinkt dat?”
Lisette dacht na, en knikte toen.
“Als jou dat zekerder maakt, dan doen we dat zo, maar ik moet geen Italiaan, in mijn doos..., of in mijn hol. Misschien als Stefano niet getrouwd was...,” dolde zij me, haar tranen drogend.
De volgende dag begonnen wij met de verhoren van de onvrije metselfucks. Ende was klaar om ons een volledig verslag te doen. De slachtpartij in zijn kantoor, de ontvoering en zijn gedesoriënteerdheid, hadden hem in een gewillige metselfuck veranderd. Het was echter van cruciaal belang dat wij een verslagopname van beide griezels tegelijk maakten.
Balk was echter een obstinaat ventje. Zoals alle kleine mannetjes, was ook hij uitgerust met een ongezonde dosis bewijsdrang en een prominent minderwaardigheidscomplex, dat hij wist te maskeren met zijn ‘hoity-toity snotsnob’ gedrag. Hij was niet zonder slag of stoot te bewegen om ons de informatie te geven. Zelfs niet na een paar slagen en stoten.
“Jullie kunnen doen wat je wilt. Van mij horen jullie niets, stelletje schoften,” raasde hij met bloedende mond, trots zittend in zijn excretie van urine en feces.
Ik gaf de Capo een teken. Die pakte een brandslang en spoot de Balkfuck schoon, tot hij blonk als een nieuwe euro. Ik pakte de tas met onderdelen en gereedschappen, en haalde er wat draad en tangetjes uit.
“We gaan dit snel afwerken, ‘snotsnob’, want je gaat op transport naar Italië. Je maatje heeft ons al verteld wat hij weet en dat ga jij nu ook doen,” zei ik, terwijl ik twee stroomdraden van isolatie stripte, en de blanke uiteinden om zijn polsen bevestigde. De andere uiteinden verbond ik met de contactpunten van een stungun.
Daarna trok ik hem twee canvas handschoenen aan. Aan ieder vinger was een klein kokertje met een draad bevestigd. De tien draden liepen naar een elektronisch circuit, dat naast de stungun op tafel lag.
De Balkfuck begon steeds bedenkelijker te kijken.
“Het is een makkelijk verhaal,” zei ik tegen de drijfnatte Balkfuck, “We geven je tien stroomstoten. We beginnen met een stroomstoot van zes seconden. Dat prikt een beetje en je schokt een beetje op en neer. Om de tel niet te verliezen, druk ik dan op dit schakelaartje hier, en de eerste detonator aan je hand wordt geactiveerd. Je merkt nauwelijks dat de ontploffing een vinger van je hand rukt. Je krijgt dan tien seconden bedenktijd, voordat je te tweede stroomstoot krijgt. Deze duurt twaalf seconden, waarna wij je tweede vinger eraf blazen. En zo gaan wij voort tot wij aan een stroomstoot van een minuut komen. Je kunt dan op je overgebleven vingers natellen dat je die stroomstoot niet overleeft. Een minuut stungun is dodelijk. Zo, jij mag het nu zeggen.”
“Als ik dood ben hebben jullie niets aan me. Dan horen jullie niets meer!” schreeuwde het metselvarken.
“Daarin heb je eigenlijk wel gelijk, hm, het punt is echter dat wij nu ook niets aan je hebben, dus laten we maar beginnen,” antwoordde ik, en drukte op de knop van de stungun.
Balk werd als een ledenpop in zijn stoel door elkaar geslingerd. Hij werd slechts door zijn geboeide polsen en enkels in de stoel gehouden, welke stevig aan de grond was bevestigd. The fuck’s rug stond hol als een hoepel en zijn ogen puilden zowat uit kun kassen. Een voorwereldlijke schreeuw verliet zijn spraakgat. Toen ik de knop losliet viel, hij als een lappenpop terug in de stoel.
“Nou, was dat prikkelend, of viel het nogal mee?” vroeg ik, “Nu even de teller zetten, voordat wij de tel kwijt raken.”
De detonator op de wijsvinger explodeerde met de knal van een flink stuk vuurwerk. Stukjes bot, vlees en rode druppeltjes schoten door de lucht als kleine komeetjes... Lisette begon te kotsen en Balk brulde huilend, terwijl hij de stoel bevuilde.
“Ga maar naar hiernaast Lisette, dit ziet er niet zo fijn uit,” adviseerde ik.
“Helemaal niet, dit ziet er prima uit,” zei Lisette, en liep naar brullende Balkfuck.
“Zo, Satanshit, hoe voelt het om mensen op de dodenlijst te zetten? Ik zal je wat vertellen, dumbfuck: ik ga er van genieten om jou uit elkaar te zien spatten, bij schok tien. Houd alsjeblieft goed vol. Jan, mag ik de tweede vinger doen?”
“Nee, houd op!” brulde de man in de stoel, “Houd op, ik vertel wat jullie weten willen. Om Gods wil, stop ermee.”
“God?” vroeg ik, “Ken je die dan? Ik dacht dat jullie daar niet aan deden, of is die enkel voor noodgevallen? Weet je zeker dat je nu al opgeeft? Mag mijn verloofde niet nog een paar vingertjes doen?”
Balk zeeg onderuit en schudde kwijlend zijn hoofd.
Twee dagen later zaten Balk en Ende, allebei keurig in het pak, voor de camera, in de vergaderruimte. Terwijl Balk het Frie Mesons rapport voorlas, voorzag zijn partner Ende het van lopend commentaar, telkens wanneer Balk even stilviel. Het leek wel een dubbelact, ze vochten om de attentie van de camera. In een opname van ruim een uur vertelden de twee samenzweerders de doelstelling van de Frie Mesons B.V., over hoge politiefunctionarissen die zij financierden met gewit geld, de Money-launderer Ruud -de vastgoedhandelaar-, de dodenlijst, de operatie in Italië, de connecties met de P2 in Milaan, de connecties met het officieel niet bestaande aanvalscommando AMCON, hun hoofdkantoor –een afscheiding van- de Grand Masonic Lodge of Scotland, vertakkingen in de Illuminati, Skull & Bones en de Bilderberg Group. Het leek wel een draaiboek voor samenzwering in een fucking Harry Potterfilm. Alleen dit was ‘fucking real shit’.
Toen de opnames beëindigd waren, maakte ik de balans op van alles wat wij nu hadden. Vanaf de records die Lisette op haar werk had gekopieerd, de verklaringen van de Manager, de commando’s van de AMCON groep, de ‘superspook’, de filmopnames van Lisette en alles wat wij van de ‘shitfucks’ van de Frie Mesons B.V. gefilmd hadden.
Als ik dit goed bracht, viel dit zelfs in Nederland niet meer met de mantel der liefde te bedekken. Dit was fucking politiek dynamiet. Ik maakte verschillende kopieën van al het materiaal, die ik naar vrienden in Engeland, Ierland en Duitsland stuurde. Ik stuurde een volledig verslag naar de Orde van Vrijmetselaren het Grootoosten der Nederlanden en verzocht om een onderhoud met Grootmeester Metselaar en de minister van Justitie. Dit met de boodschap dat alles geopenbaard zou worden in alle overige EEG landen, wanneer mijn verzoek niet werd gehonoreerd.
De volgende dag gaf ik een compleet dossier aan Rino, voor de chef van de Staatspolitie in Italië, mijn vriend Ermanno Ricci. Rino zou die dag met de twee Frie Mesons ‘shitfucks’ naar Italië vertrekken, terwijl Stefano bij Lisette en mij zou blijven, tot alles over was. Met tranen in onze ogen namen wij afscheid van de Capo en zijn mannen. Wie wist of wij elkaar ooit zouden weerzien. Alle mannen omhelsden Lisette en gaven haar een afscheidscadeau. Het was een drie karaat briljanten verlovingsring. Lisette loeide van verdriet. Het was een waarlijk triest moment om onze vrienden te zien vertrekken. De enige die niet huilde was Stefano. Die was weer in trance, om zijn emoties te verwerken. ‘Partir, c’est mourir un peu,’ dacht ik triest, toen de A6 en de Alfa Romeo wegreden.
Die avond werden wij drieën zo gruwelijk dronken, dat ik mij weer in Napels waande met Stefano’s vader, Franco.
l‘Histoire se répète en de geschiedenis herhaalde zich weer. Komt er dan nooit een eind aan mijn fucking pijn?! Alles wat ik lief had, ben ik verloren. Ik word plotseling bang, en kijk naar Lisette. Ze zat naar haar ring te kijken, terwijl zij stilletjes huilde. Stefano streelde haar hand, terwijl hij mij nu ook met tranen in zijn ogen aankeek. We voelden hetzelfde, en kusten onze vingertoppen.
“En waarom denkt u dat wij geïnteresseerd zouden zijn in deze informatie, mijnheer Ter Haak,” vroeg de Minister van Justitie mij.
“Het ‘very fucking’ feit dat je hier bent bewijst mij dat je geïnteresseerd ben in deze informatie. Behandel mij niet als een ‘fucking dumbfuck’ jij ‘fucking snotgob’, want ik rot op en de informatie gaat naar alle regeringen en de hele fucking schandaalpers in Europa. Get my fucking meaning you fucking wanker?”
De twee AIVD mannen stapten naar voren, maar de Grootmeester wuifde hun terug, en zei:
“Mijnheer Ter Haak, ik ben er zeker van dat wij tot een overeenkomst kunnen komen, nietwaar minister?”
The ‘fucking regeringsfuck’ keek mij haatvol aan over zijn kleine brillenglazen, en vroeg: “Wat stelt u voor?”
“Een onherroepelijke, geschreven, en door u getekende aflaat voor mij en Lisette. Vijf miljoen euro en een nieuwe identiteit voor beiden.”
“VIJF MILJ...,” begon de minister.
“Dat bedrag kunnen wij doneren, wanneer mijnheer Ter Haak ons alle ‘footage’ met betrekking op de Frie Mesons B.V. overhandigt,” zei de Grootmeester.
“Ik leg mijn leven niet in jullie fucking handen. Mijn woord is jullie zekerheid. Paspoorten kunnen ingetrokken worden. Aflaten kunnen ontkend worden. Geld kan geblokkeerd worden. Wij doen nu de deal, en anders ga ik praten met de ‘Master fucking Mason’ in Schotland. Jullie zijn goed met deksels op beerputten te houden, maar dit stinkgat dekken jullie niet meer af. De Belgen zullen het vreten als Vlaamse frites, en binnenkort kunnen jullie de wereld door zien draaien, in de wereld draait door.
Ik heb de namen van, en bewijzen tegen vijf hoofdinspecteurs, een hoofdcommissaris en een Officier van Justitie. Oh, kleinigheid..., ik hoef nergens bij te zijn, wanneer ik meer dan één dag niet inlog op een bepaalde website, gaat het materiaal circuleren. Als eerste komen er de vragen van de Italianen in het Europarlement over jullie doodseskader AMCON. Ik blaas het hele fucking parlement uit het fucking water, dan weet je voor een tijd hoe het er weer in de oppositie uitziet,” zei ik razend, en stond op.
Weer wilde de twee AIVD mannen mij stoppen.
“Wacht,” zei Birsch Hallin, en raadpleegde het rapport.
“Wat is er met die persoon Ruud, de projectontwikkelaar, en zijn mensen gebeurd?” vroeg de minister.
Ik vertelde hem in het kort het verhaal van Pam, en zei daarna: ”Ik denk dat het nu inmiddels wel schoolkrijtjes zullen zijn, want nadat ik ze een paar zes inch spijkers door hun schedels had geslagen, raakten ze volkomen de weg kwijt, en vielen in een tank met ongebluste kalk.”
Een AIVD man begon te kokhalzen.
“Wat gebeurt er met het AMCON commando?”
Ik liet hem een email zien die ik ’s morgens had ontvangen.
De minister keek de email, keek mij toen aan en zei: “Ik lees geen Italiaans.”
“Sorry, ik ga er altijd van uit dat academici beter zijn, dan ik. De mannen van het AMCON commando hebben unaniem besloten om in Italië te blijven. Zij waren van mening dat wanneer er criminele activiteiten van hen werden verwacht, dat zij in ieder geval wisten waar zij voor ingezet werden. Zij hebben besloten om in de groep van mijn vriend te blijven werken, ‘het betaalde ook beter,’ vonden ze.”
“Zij worden dus gewone gangsters?”
“Nee, zij worden ‘uomini d’onore’ (mannen van eer). De politici zijn de gewone gangsters. In Italië en in Nederland”
“Blijft De Vos van Houten ook?”
“Oh, heette die Scebrenica fuck met zijn dubbelloops naam, echt zo? Nee, die komt terug. In een ‘bodybag’ Hij had een uiteenzetting met mijn vriend,” zei ik, en gooide een foto op tafel. Het was een fraaie kleurenfoto van de Scebrenica fuck met een ‘Spiked Warrior’ mes in zijn keel.
“Het lijkt op de foto wel of hij twee monden heeft. Nou ja, dat past goed bij zijn dubbele naam. Mooie foto, nietwaar?”
Een AIVD man begon weer te kokhalzen.
“Wat gebeurt er met Balk en Ende?”
“Zij zijn verantwoordelijk voor een ‘covert’ militaire operatie, die gericht was tegen twee Nederlandse staatsburgers in het buitenland. Verder is een broer van onze Capo Regime in zijn gezicht geschoten. Zij komen gewoon terug naar Nederland..., in de vorm van Armani damestassen.”
“Je bedoelt...”
“Ja, ze worden levend gevild. Hun huid wordt door een leerbewerker gelooid en dan worden er damestasjes van gemaakt. De manager is waard niets, die wordt op de trein naar Nederland gezet.”
Een AIVD man kotste nu werkelijk. De minister keek verstoord.
Tien minuten later was de deal gedaan. Een leven van vrijheid en onafhankelijkheid voor Lisette en mijzelf. ‘Fuck de gemeenschap,’ dacht ik, ‘Wat heeft de fucking gemeenschap ooit voor ons gedaan?’
Die avond, in tegenstelling tot de vorige avond, vierden wij feest. Het verdriet was nu naar het achterplan verwezen. Op een gegeven moment duwde Stefano Lisette naar voren en zette een hand op haar schouder. Lisette ging op haar knieën, pakte mijn hand en vroeg: “Wil je met mij trouwen, Jan?”
Ik lachte, en huilde tegelijk.
“Ja Lisette, ja ik wil met je trouwen, maar wat heb je met die cheque van vijf miljoen euro gedaan?” dolde ik.
De strijd was over. Pam was veilig en zou trouwen in Napels. Zij had haar man gewroken. Lisette was van de dodenlijst en was safe nu. De fucking vrijmetselarij lag vijfendertig miljoen euro achter en Stefano was de man!
Lisette en ik hielden elkaar de hele nacht aan de praat. We lachten, wij huilden en wij neukten de bloemen uit het behang. Ik was gelukkig. Twee jaar na Irene’s vertrek was ik weer gelukkig.
De portier - Nadat wij het pand hadden opgeruimd en onze koffers in de auto hadden gezet, liepen wij het pand uit om de terugreis naar Italië te aanvaarden. Verliefd, ik was fucking verliefd op Lisette. Ik keek naar haar en zag dat haar hoofd uit elkaar spatte, voordat ik de schoten hoorde. Ik kreeg een gooi van Stefano en viel op de grond. Vaag voelde ik dat de kogels in mijn Kevlar vest en mijn onbeschermde benen sloegen. Stefano had het Sig Sauer 556 Machine pistool in zijn hand, en zigzagde van mij vandaan.
Het machine pistool vuur stopte na een paar seconden. “Lisette,” vroeg ik huilend, “Lisette, je kunt mij nu niet alleen laten. Ik ga met je mee, lieverd”
Ik trok de Sig van mijn rug, zette de loop in mijn mond en wilde de trekker overhalen. Het voelde alsof al mijn tanden tegelijk getrokken werden, want twee kogels uit Stefano’s Sig sloegen het pistool uit mijn hand en de derde kogel doorboorde mijn handpalm.
“ZIO!” brulde Stefano, “Zio, non lasciarmi (oom, verlaat mij niet)”
Het licht ging uit.
Ik kwam bij, geboeid in een ziekenhuisbed. Stefano lag in het bed naast mij.
“Cos’è successo Steffie? (Wat is er gebeurd, Stefano)?” vroeg ik na een tijdje.
“De portier, Zio. De portier had een tracer onder Lisette’s auto geplakt. Hij heeft ons dagen afgelegd en is toen met twee gangsters teruggekomen om ons te vermoorden. Zio, ik... het spijt mij zo van Lisette, zio. Ik hield van haar. Mij vader vermoordt mij. Zio, het spijt...,” huilde Stefano. Stefano was een mens. Stefano is de man!
“Ik hield ook van Lisette, Steffie. Wij hielden allemaal van Lisette, mijn vriend. Je vader zegt niets, hij hield van Lisette. Wat is er met de portier en zijn ‘fucking henchmen’ gebeurd, Stefano?”
“Ik ben er in geslaagd om ze neer te schieten, Zio, daarna heb ik hun ingewanden er uit gesneden. Ik heb de portier levend onthoofd. Toen was de politie er, en die zei dat ik dat niet mocht doen.”
“Waarom lig jij hier eigenlijk, Steffie. Sorry, dat dringt nu pas tot mij door.”
“Ik heb wat schotwonden opgelopen, Zio, doordat de politie mij neerschoot Niets ernstigs, maar ik heb het een beetje overdreven. Ik hoopte dat zij mij dan misschien bij u zouden plaatsen, in plaats van in de gevangenafdeling. Wij zijn hier in het gevangenisziekenhuis van Scheveningen.”
Ik keek de zoon van mijn vriend aan. De zoon van mijn vriend, Franco. Stefano! Stefano, de man.
Weken later werden Stefano en ik in vrijheid gesteld, want Franco was begonnen om het schandaal de wereld in te pompen. Halsoverkop werden wij ontslagen. Terwijl de poortdeur van de Scheveningse gevangenis achter ons dichtsloeg, zette ik de krukken onder mijn oksels. Stefano sloeg zijn arm om mijn schouders en hielp mij naar de wachtende A6 met Franco, en zijn lijfwacht.
Ik stopte, en keek een ogenblik naar de waterige herfstzon. Lisette, keek lachend op mij neer, en ik hoorde haar zeggen: “Ik houd van je, Jan. Pas goed op jezelf lieverd. Ik ben okay nu.”
“Stefano past nu op mij, Lisette, maar ik kom heel snel naar je toe, doll,” beloofde ik, terwijl de tranen over mijn wangen rolde.
Stefano open de deur voor zijn vader, die uitstapte en mij omhelsde.
“Gian...mi dispiciace… (Het spijt mij…)”
“Franco...”
’s Middags, bij het graf van Lisette, zakte ik in elkaar.
Lees Misfit and the Hitslit...
|