Precies zoals James Dean het indertijd adviseerde, heb ik iedere dag van mijn leven geleefd, alsof het mijn laatste fucking dag zou zijn.
Het beeld van de vernielde Porsche van JD heb ik mijn hele leven voor ogen gehouden als waarschuwing dat, dat-zelfde leven ineens afgelopen kon zijn.
Tegen de tijd dat ik de boerderij zou kopen, wilde ik eruit met een fucking teringklap. Mussolini was misschien niet zo geliefd als James Dean, maar ik kon de redelijkheid zien in zijn motto: beter één dag geleefd als een leeuw, dan honderd jaar als een fucking schaap.
Zo, met dat uit de weg kan ik de lezer meedelen dat ik geleefd heb als de Italiaanse leeuw, die iedere dag verwachtte het zijn laatste te zijn. Vrij vertaald betekent dat ik iedere dag genoten, en alles gedaan heb dat God en de Officier van Justitie samen verboden hebben. Paradoxaal eigenlijk, want ik leefde gewoon als God..., in Frankrijk dan.
O, er zijn momenten geweest dat de zeis van Magere fucking Hein over mijn hoofd zwiepte, maar even zovele keren was het noodlot mij gunstig gezind. Ik kreeg keer op keer uitstel van een gedwongen enkele reis van de illegale onderwereld naar de finale onderwereld. Ik ben de Styx dus nimmer overgevaren, zelfs niet in een fucking speedkruiser.
Goed, dus ik heb geleefd als een hedonistische Bourgondiër die het goede geluk was toebedeeld om steeds opnieuw aan de dood ontsnappen. Tijd om het rustig aan te doen en het noodlot niet langer te tarten, nietwaar?
Volkomen juist. Dus ik zit nu rustig de muzen uit te zoeken voor mijn laatste verhalen. Daar ik al over vrouwen in alle leeftijdsgroepen heb geschreven, wil ik mijn laatste verhalen over meisjes tussen de achttien en twintig jaar schrijven, als mij dat lukt tenminste. In mijn eerdere ervaringen met de jeugd, had ik met volle teugen genoten van de levenslust, het optimisme en de afwezigheid van enig cynisme.
Hetzelfde cynisme waar de veertigjarige mannelijke, en vrouwelijke kakzak-, en rugzakezels zo in uitblonken. Hè? Waar? O, sorry, hier op Badoo natuurlijk.
Badoo, de virtuele incarnatie van de Tuin der Lusten van Hiëronymus Bosch. Ieder gedrocht, wanschepsel, schrikdier, misbaksel, pierlala, hellevorst, belial en fucking asmodee was hier aanwezig. In Vanny the Trophy Fanny en Goof and the Gunfoof heb ik de bonte verzameling van met seks gelieerde devianten al beschreven, die in het middenpaneel van het voornoemde, virtuele drieluik Badoo te vinden zijn.
Ik wil daarom nu wat aandacht aan de geabonneerden van het rechter hellepaneel besteden. Deze mormels zaten ook op Badoo voor hun dagelijkse sexfix. Het waren de jonge, asociale ‘tugfucks’ waar de testosteron de synaps in gierde, en de serotonine, noradrenaline, dopamine en endorfine uit hun ondermaatse, stukgerukte geslachtsdeeltje druppelde, in plaats van zoals het beschreven staat in de medische encyclopedie.
Dan waren er de dertig- en veertigjarigen, die, nadat zij door hun afgetobde en verwaarloosde echtgenotes het huis waren uitgewerkt -vaak met behulp van de sterke arm der wet- volkomen gefrustreerd en miskend op bruidenjacht waren. Uiteindelijk moest iemand toch die stinkende sokken en gore onderbroeken wassen, terwijl zij zich door een kratje Heineken lieten ontvoeren uit hun psychische misère.
Resten de cybertossers van mijn leeftijd, en ouder. Nou die hadden hun exotische, erotische aanpak meestal al moeten modereren. Dit, omdat zij beseften dat zij de 'no-hoper's van Badoo waren, en meestal noopte een weerspannige- en non-coöperatieve prostaat hen tot de aankoop van een voordeelpak Viagra. De dan weinig resterende euro’s werden dan besteed aan virtuele Badoo cadeautjes, in de vorm van een plaatje van een roos, een hartje of een liefdesbrief, die zij dan aan de jonge meiden stuurden. Dat ze kansloos waren, deerde hen niet al te veel. De achterliggende gedachte waar het hen om ging, was: ‘ik heb contact met een jong mokkeltje. Lekkah’.
In alle drie deze generaties vierde de frustratie hoogtij. Het waren zoals gezegd, de kansloze, tot falen gedoemde fucking no-hopers van het rechterpaneel van Meester Hiëronymus ‘him-fucking-self’. Er was geen hond die over hen heen piste, laat staan een normale vrouw, al kwam naar ik vernomen heb, het kotsen gevaarlijk dichtbij.
Wat deed dat mannenpuin dan op Badoo, en belangrijker, hoe kwamen zij dan ooit aan hun gerief, hoor ik de lezer nu vragen. Dat is net zo eenvoudig... als dat het walgelijk is; iedere dag een rukje voor de wepkam. O! Dat was echter de eindstrijd..., voor die tijd moest dit riff raff zich een paar keer bewijzen, en als dat bij de vrouwen dan niet lukte, dan in godsnaam maar een man uitzoeken.
‘Je, gaat mij toch niet wijsmaken dat het allemaal bisexuelen waren?’
Oh nee, wat hun seksuele verlangens betrof, waren zij volkomen normaal. Nou ja, normaal..., dat is ‘overstating’ het, maar de lezer begrijpt mij wel. Nee, geen biseksuelen. Ze zochten een mannelijk slachtoffer om die eens even danig onder handen te nemen vanuit de veiligheid van hun wrakke PC kasteeltjes. Geen ‘fighting fuck’..., dan maar een ‘fucking fight’! Altijd virtueel natuurlijk.
Hoe kun je in godsnaam een ‘fight’ uitzoeken op een verkapte datingsite met een andere kerel, vraag je je af, nietwaar? Makkelijk, sms een euro en je gezicht verschijnt in een advertentiebalk, tezamen met de snoeten van andere eurodonateurs. Hoe vaker men zich adverteert, des te meer euro’s men spendeert, rijmde het. Aangezien ik hier voor de promotie van mijn boek en nu ook voor mijn verhalenpromotie zat, plus dat ik nog een paar tieners zocht, om een verhaal omheen te schrijven, spendeerde ik veel euro’s.
Die extravagante besteding, en mijn lelijke kop werkten als de spreekwoordelijke rode lap op de impotente, asociale Badoostieren, en ‘hey guess what’? Wie dacht de lezer dat er werd uitgezocht voor een ‘Catfight in the fucking Spotlight’?
Precies, die fucking no-hopers zochten mij er voor uit. In ‘Grifter and the Shapeshifter, heeft de lezer al een voorproefje van zo’n ‘catfight’ gelezen. Als de lezer nu denkt dat dat heftig was, wel, dan kan ik dezelfde lezer verzekeren dat het een liefdesdans was, vergeleken bij de virtuele gevechten die ik moest voeren met die asociale bloedhonden. Ze waren jaloers op mijn slogans (shouts). Ze waren afgunstig op mijn profiel, waar ik ze al met hen onvermogen confronteerde. Dat de meesten er niets van begrepen, frustreerde hen nog meer. Ze hadden massieve jaloezieproblemen met de bedragen die ik spendeerde in de Spotlight, en de vele Badoo liefdespresentjes die ik van verschillende vrouwen en meisjes had ontvangen. Nou, al dat, plus het feit dat mijn kop hen niet aanstond, was voldoende om hun bekken te laten schuimen als honden met fucking rabiës. Ik werd minimaal vijf keer per dag met de dood bedreigd.
Hé..., wat is dat nu? Ik zat hier om niet steeds de dood voor zijn poten te blijven lopen en nu werd ik ettelijke keren per dag bedreigd om van kant gemaakt te worden door een zootje ‘bastard fucking fuckfaces’. Hoewel het concept dood dus blijkbaar niet uit mijn leven te bannen was, is het verschil nu, dat het een lach met zich meebracht.
De stakkerds wisten niet waar ze aan begonnen. Ik schreef ze van het fucking vel af. Er zaten echter beulen bij, die ik in ‘real life’ niet graag tegen wilde komen, alhoewel ik niet inzag hoe diezelfde nekkenbrekers een .45 ACP ‘Glaser Safety Slug’ of Hydrashock uit mijn Sig Sauer konden terugkoppen. Ik verloor er geen één, en geen één van die werkeloze strontzakken kwam op de ‘date’, die ik hen voorstelde. Psychologisch overwicht. Ze begrepen me niet, ze konden mij niet volgen.
Aangezien die ’shitfucks’ dus alleen maar konden schelden, vervloeken, en/of dreigen, is het misschien interessant om even uit leggen hoe ik in een literaire ‘Catfight’ de overhand kreeg. Afgezien van het feit dat de meeste van die ‘dumbfucks’ niet eens hun eigen naam konden spellen en ik al een hatelijke, gore bek aan mij had gegroeid, waren zij al geen partij om te beginnen.
Zou ik echter steeds op hun beledigingen moeten wachten en dan antwoorden, dan gaf ik hun het plezier van de gedachte dat ik het vuil dat zij spuiden, had gelezen. Daar deed ik dus gelijk al iets aan. Ik creëerde een macrogenerator die de teksten als het ware de chatbox inschoot. Zelfs knippen en plakken, ging niet zo snel. Als ik wilde, schoot ik veertig geprepareerde zinnen tekst, in drie seconden de chatbox in. Hoe dat in zijn werk ging, laat ik hieronder even zien.
We gaan er vanuit dat de ‘dumbfuck’ mij al beledigd heeft en dat ik nu vrij ben om mijn weerwoord te geven, zonder dat ik het risico loop om van de site verwijderd te worden. Dit omdat mijn virtuele tegenstander is begonnen met het beledigen.
We gaan er tevens vanuit dat mijn analfabetische belager een zin wilde gaan schrijven, die er zo moet gaan uitzien:
“He pleuresleier met je griezeliche terengkop waarom rotkanker je de niet van die sijt af, tiefushond!”
Dumbfuck: zaterdag, 31 oktober 2009 09:55
He...
Jan ter Haak: zaterdag, 31 oktober 2009 09:55
Ik zal mijn foto er nog een paar keer meer op zetten. Uiteindelijk hoeven wij jou niet om geld te vragen. Dat is hetzelfde als appels van een cactus proberen te plukken. Nou, let op, daar komt de foto nog een paar keer. Speciaal voor jou!
Dumbfuck: zaterdag, 31 oktober 2009 09:56
He pleure...
Jan ter Haak: zaterdag, 31 oktober 2009 09:56
Heb je dit zelf getypt, of hebben ze je daarbij geholpen, kakzak?
Dumbfuck: zaterdag, 31 oktober 2009 09:56
He pleuresleier...
Jan ter Haak: zaterdag, 31 oktober 2009 09:56
Hoe laat wordt je terug verwacht in het gesticht, mongool?
Dumbfuck: zaterdag, 31 oktober 2009 09:57
He pleuresleier met...
Jan ter Haak: zaterdag, 31 oktober 2009 09:57
Wat zie jij er uit zeg, je lijkt wel een lek gestoken luchtbed, shitface
Dumbfuck: zaterdag, 31 oktober 2009 09:58
He pleuresleier met je gr...
Jan ter Haak: zaterdag, 31 oktober 2009 09:58
Als je wilt weten hoe flink ik ben, Google mij even dan, als je dat kunt. Anders helpen de buren je wel, strontzak.
Dumbfuck: zaterdag, 31 oktober 2009 09:59
He pleuresleier met je griezeliche...
Jan ter Haak: zaterdag, 31 oktober 2009 09:59
Word je gestuurd door dat beledigende, giftige vriendinnetje van je? Je weet wel, die huppelkier met die argonoutenkop, of is het misschien dat ik meer spendeer aan de Spotlight, dan jij in een maand aan werkelozenuitkering krijgt, fuckface?
Dumbfuck: zaterdag, 31 oktober 2009 09:59
He pleuresleier met je griezeliche teren...
Jan ter Haak: zaterdag, 31 oktober 2009 09:59
Heb je net een lijntje mainline shit in die vieze neus van je geduwd, dat je zo flink bent, dumbfuck?
Dumbfuck: zaterdag, 31 oktober 2009 10:10
He pleuresleier met je griezeliche terengkop w...
Jan ter Haak: zaterdag, 31 oktober 2009 10:00
Let op dat dat wrakke PC’tje van je niet in elkaar stort, want dan ben je dood. Je bestaat namelijk niet, ratface.
Dumbfuck: zaterdag, 31 oktober 2009 09:57
He pleuresleier met je griezeliche terengkop waarom...
Jan ter Haak: zaterdag, 31 oktober 2009 09:57
Heb je die ouwe PC van ontwikkelingshulp gekregen? Je toetsenbord hapert een beetje. Past goed bij de hersens, die werken ook niet, kankerbak.
Dumbfuck: zaterdag, 31 oktober 2009 09:57
He pleuresleier met je griezeliche terengkop waarom rot...
Jan ter Haak: zaterdag, 31 oktober 2009 09:57
Listen good, you fucking dumbfuck with your fucking fuckface, get fucked you wanking, bastard, no-hoping arsehole. I’ve got your fucking number now. See, if I’m fucking joking.
For hundred fucking euro’s I’ve got your fucking IP number. For a thousand euro’s I’ve got your fucking bastard throat hanging from my hand.
Now fuckface, no more fucking yap yap. Let’s see who’s fucking first. In the meantime I’m gonna have some smoked salmon and Chardonany. And you stinking face-ache, what is it that you’re gonna munch from the fucking shitbin? You fucking ratarsed, bastard, cum slavering dumbfuck.
I’ll be working on you, you sick fucking cunt.
CU Soon wasting tosser.
Subject: Dumbfuck
Game: not over.
Status: open.
Men kan de woede en de frustratie zich al aan zien dienen. Terwijl de ‘dumbfuck’ nog niet halverwege zijn eerste, en enige (on)zin is, heb ik hem al tien keer beledigd, en bedreigd. De laatste drie regels begrijpen die ’shitfaces’, die een hersenvolume ter grootte van een aardbei hebben, meestal toch niet, maar er gaat wel een dreiging vanuit. De scheldcompositie waarin zestien ‘fucks’ zijn verwerkt, zien en horen ze normaal alleen in Amerikaanse en Britse gangsterfilms, en het fucking werkt. Daarna blijven ze met de frustratie zitten, dat ik hun belediging nimmer zal lezen, en dat terwijl zij alle beledigingen van mij hebben moeten ondergaan. Een macro-generator..., oftewel een literair machinegeweer dat woorden afvuurt. Cosmic!
Davonne. Terwijl ik weer nieuwe virtuele wapens aan het ontwerpen was, werd ik mij er lachend van bewust dat het ontwijken van een virtuele dood veel gezelliger is, dan het voortdurend achterom moeten kijken en vooruit moeten plannen in ‘real life’. Het is werkelijk.. Ping!
Het belletje van de ‘chat fucking shitbox’. Verdiept in het ontwijken van potentiële, virtuele moordaanslagen, verwachtte ik het weer één van die ‘fucking cyberwankers’ te zijn. Maar nee, het was Davonne. Davonne??!!
Wij waren samen uit Italië teruggekomen, nadat wij de moord op mijn oude, vermoorde vriend Franco gewroken hadden. Davonne had daar met mij de slachting meegemaakt, die wij met de Bresciaanse mafia, de Napolitaanse ‘La Sistema’ (Camorra) en de Albanezen onder de Roemenen hadden aangericht. (Goof and the Gunfoof). Daarna had ik haar helaas niet meer gezien.
Waar Mickey (Chancer and the Dancer) mij had geïnspireerd tot het schrijven van al mijn verhalen, die begonnen op datingsites..., Davonne was mijn muze geweest, hier op die horkensite Badoo. Als het niet voor haar dynamiek was geweest, had ik al lang weer aan mijn latten getrokken, en was ik opgerot. Terug naar de rijmende ‘veiligheid’ van de datingsite.
Het was echter haar inspiratie die mij had doen besluiten nog wat op dat Hiëronymus fucking Bosch drieluik Badoo, te blijven rondslingeren. Zij had mij bewezen dat het potentieel hier wel degelijk aanwezig was. Davonne.
“Hey, hoest?”
Ik was nu dubbel perplex. Ik had Davonne helemaal niet verwacht, en nu sprak ze me aan, alsof ze mij gisteren had leren kennen. Met praten had ze nimmer problemen gehad, maar als ze ‘chatte’ leek het wel of ze voor ieder woord ‘fucking’ betalen moest. En dat na alles wat wij meegemaakt hadden. Mijn eerste gedachte was om haar te negeren..., maar dat was mijn geïrriteerde minachting voor het net beschreven ‘cybershit’ dat mij bijna daartoe deed besluiten. ‘Kom op Jan, die dot is pas twintig, en jullie hebben het toch gezellig gehad. Wie weet, waarom ze je na een paar maanden op zo’n onpersoonlijke wijze benadert. Geef haar een fucking kans, ‘mister fucking’ luciferman.’
“Hey honeymonster, hoe is het prettyfoof?”
“Jah, ok en met jou, Jan?”
Het was hoe ze bij hoge uitzondering mijn voornaam in de chat gebruikte, dat mij iedere keer weer vertederde.
“Wel, met mij gaat het zijn gangetje, maar ben je met je foof op stap geweest, of heb je een of andere vorm van verkering gevonden?”
“Hoezo? Waarom denk je dat?”
“Wel, ik dacht dat je chatmunten op waren. Ik hoor weinig van je, tikchick. Was je achteraf misschien toch boos op mij dat mijn hand die nacht, in je Snoopies verdwaald was? Je weet dat ik dat in mijn slaap...”
“Doe niet zo gek, Jan. Ik heb gewoon een rottijd achter de rug. Vind je het goed wanneer ik het weekend naar je toekom? Ik wil je ook iets belangrijks vertellen.”
“Ja, kom als je wilt. Je komt zeker met de trein?”
“Als het goed is, want ik heb geen zin om ’s nachts weer terug te moeten rijden.”
“Dus je deelt liever het bed met een oude vent?” kon ik niet nalaten te vragen.
“Leek het daarop toen ik de eerste keer bij je bleef slapen, en al die weken erna, dat we samen in Italië waren, mafketel?”
“Je hebt zolang niets van je laten horen, dat ik mij dat niet meer herinner,” wees ik Davonne terecht.
“Maar dat je ’s nachts met je lenige vingers in mijn Snoopies zat, daar weet je nog alles van, hè Jan?”
Ik schoot in de lach en we spraken af dat ik haar vrijdag van de trein zou halen.
Ik vroeg mij af wat ze mij te vertellen had, dat belangrijk voor mij, of voor ons kon zijn. Het moest wel van belang voor mij zijn, want ze kon niet zomaar aannemen dat wat belangrijk voor haar was, dat dit voor mij ook van betekenis zou zijn.
‘Nou ja, zwanger kan ze niet van me zijn, want niet al mijn ledematen zijn zo lenig als mijn vingers.’
“Waarom heb je zo lang niets van je laten horen dan?” vroeg ik Davonne, toen wij zaten te eten, “Je hebt toch geen problemen, of zo?”
“Je weet het echt niet, hè Jan? De Politie is dus nooit bij je geweest?”
Ik antwoordde verbaasd: “Nee, nooit. Bij jou wel dan?”
“Ongeveer een week nadat jij ons verhaal had gepubliceerd, werd ik door twee plaatselijke Politieagenten van huis opgehaald en mee naar het Politiebureau genomen. Toen...”
“Maar waarvoor in godsnaam, Davonne?”
“Het korte antwoord is: Italië. Een nog korter antwoord is: Rome.”
“Waaaat? De Politie komt jou van huis halen voor iets dat in Rome gebeurd moet zijn? Politie hier heeft geen enkele jurisdictie wat dat betreft. Stelden ze je vragen? Wat...”
“Als je mij nu even laat uitpraten, dan vertel ik je wat er gebeurd is. Het is mij nu duidelijk dat je er echt van niets weet, en dat betekent dat ik mogelijk dom ben geweest.
Op het Politiebureau werd ik in een kamertje gezet. Even later kwamen er twee mannen in burgerkleren binnen. Ik dacht dat zij rechercheurs waren, maar ik begon te twijfelen door de vragen die ze mij stelden. Ze vroegen alles precies zoals jij het in je verhaal beschreven had. Daaraan merkte ik dat ze niet op de hoogte waren van andere feiten en feiten die anders waren, dan je ze had beschreven.”
“Dat was erg slim van je, Davonne. De meeste mensen zouden overrompeld geweest zijn.”
“Dat was ik ook wel, maar ze vertelden mij dat ze jou gearresteerd hadden en dat jij al verscheidene verklaringen had afgelegd. Ik hoefde het eigenlijk alleen maar te bevestigen en dan mocht ik weer naar huis gaan. Nou Jan, ik ben niet crimineel, maar ik ben ook niet zo stom dat ik geloofde dat jij verklaringen zou afleggen over wat er gebeurd is in Rome. Je zou ten eerste om straf vragen en ten tweede heb ik gezien hoe jij en je vrienden met elkaar omgaan. Jij zou nimmer je vrienden in zoiets betrekken. Het was meer mijn gevoel dat mij dat vertelde.”
“Je hebt het goed gevoeld, mooie muff. Wel, ik denk dat het meer weten..., dan voelen was. Je bent overal bij geweest. Het morele gelijk lag aan onze kant en net zoals je zegt: je hebt het respect tussen mij en mijn vrienden gezien, maar ga verder, alsjeblieft. Je gaat goed.”
“Ik was wel erg in de war moet ik eerlijk zeggen en toen je een paar weken niet op Badoo kwam, dacht ik dat je echt gearresteerd was, maar dat was pas later. Ik vertelde in dat verhoor dat ik nimmer met jou in Rome ben geweest en dat ik vrijwel iedere dag met de vrouwen van je vrienden uit winkelen ben geweest. Zij vroegen mij toen of het mogelijk was dat jij en je vrienden in Rome waren geweest.”
“Wow,” zei ik, “Dat was moeilijker te beantwoorden, D.”
“Nee, niet echt. Ik antwoordde dat dit best mogelijk was omdat jullie iedere dag wel een paar uur weg waren.”
Ik schoot in de lach en aaide haar over haar wang, en zei: “Alsof je dacht dat Rome op dertig kilometer afstand lag en dat je een kamp met Roemenen in een halve werkdag kon uitmoorden.”
“Één van die rechercheurs werd kwaad en zei: ‘Neem ons niet in de maling, mevrouwtje. In dat verhaal staat geschreven hoe lang het rijden naar Rome is. Doet u dus niet net alsof u dat niet weet’.
Ik begon te lachen en zei: ‘Dus daar haalt u uw wijsheid vandaan. Uit een verhaal. Nou ik heb a) dat verhaal nog niet eens gelezen en b) het is mij te lang om te lezen want ik weet precies wat er gebeurd is. Ik was daar namelijk met Jan. Leuk om op vakantie te gaan, maar ik hoef het niet nog eens te lezen.’”
Davonne vervolgde: “Toen probeerde die rechercheur mij in de val te laten lopen door te vragen: ‘Dus alles wat in dat verhaal staat, is niet waar?’ Ik antwoordde hem door te zeggen, dat ik net al verteld had dat ik het verhaal niet had gelezen.”
“Oh, for fuck sake, D, je hebt niet alleen leren vechten en schieten in Italië, maar je hebt leren liegen ook.”
“Dat liegen kon ik al hoor Jan. Weet je nog van die twee flessen wijn die ik zogenaamd moest ophalen, voordat ik naar je toe kwam..., enne dat ik het koud had in bed..., dat ik bang was om in het buitenland alleen te slapen?”
Ik lachte.
“Afijn, zo ging het verder en ik vroeg: ‘Is Jan nu in de gevangenis of zo?’ Een rechercheur zei: ‘Nee, nog niet, maar dat gaat wel snel gebeuren’ Toen mocht ik naar huis. Ik dacht dat ik je op Badoo zou zien, ik wilde je namelijk niet bellen. Ik zag je echter niet meer en dacht dat ze je misschien toch opgehaald hadden.
Ineens ben je er weer en ik hoor niets van je. Toen snapte ik het niet meer. Ik dacht dat ik alles goed had gezegd, en ik hoorde niets meer van je. Ik vertelde het aan mijn vader. Hij raadde mij aan om je aan te tikken in de chat. Hij zei: ‘Jan lijkt mij niet de man om je te negeren. Met, of zonder problemen. Dus dat deed ik..., en nu ben ik hier.’”
Ik liet alles even op mij inwerken, en zei toen: “Davonne, van alles wat je mij verteld hebt, wist ik niets. Je kent mij en je weet dat ik niet ‘pushy’ ben, dus als iemand mij niet schrijft, of belt, dan laat ik het even zo. Zeker met een jonger persoon. Die rechercheurs waren AIVD...”
“Wat is AIVD?”
“Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. Ze hebben jou gewoon geprobeerd te bluffen op mijn verhaal. Nou, dat is dus duidelijk niet gelukt. Als ze jou al naar huis moesten laten gaan, dan kun je begrijpen dat ze mij nog niet eens op wilden halen, en dat is ook nimmer gebeurd. Waarom heb je mij niet gelijk aangetikt, D?”
“Ik was teleurgesteld, Jan. Ik dacht dat er iets verkeerd was en ik vroeg mij af waarom je geen contact opnam. Ik ben blij dat mijn vader zei contact met je te zoeken. Het spijt me. Ik ben stom geweest.”
“Nee,” zei ik, “Je bent helemaal niet stom geweest. Je hebt je eerste verhoor beter doorstaan dan ik dat deed, indertijd. Ik wist van niets en wilde je niet ‘pushen’, dat is echt alles, Davonne. Je weet dat ik op je gesteld ben, maar je weet ook dat ik geen verkeerde indrukken wil wekken.”
“Jah, mijn vader had...”
Op dat moment werd ik op een mobieltje gebeld. Het was een prepaid nummer, dat alleen mijn beste vrienden wisten te bellen.
“Één momentje lieverd, dit kan ook belangrijk zijn. Sorry.”
“Hello Jan..., this is Richard Blackburn, is this line still clean?”
Ik verzekerde de Assistant Collector van HM Revenu and Customs dat mijn lijn gegarandeerd schoon was en ik vroeg mijn Britse vriend hoe het met hem ging. Ik had hem na de affaire met de Poolse gangsters (Vanny the Trophy Fanny) niet meer gesproken. De ironie dat ik in een uur tijd twee keer geconfronteerd werd met een overheidsinstantie kon mij nauwelijks ontgaan.
“Jan, we hebben een massief probleem hier. Ik heb Vanny al naar een ‘safe house’ gebracht. Niemand, maar dan ook niemand –geen enkele overheidsinstantie- krijgt te horen waar ze is. Ik beschouw haar als mijn persoonlijke verantwoordelijkheid...”
“Dus het is een vervolg op DOUBLE EAST en dat Polenshit, mister Blackburn?”
“Houd het daar maar op, Jan. Ik wil je eerst zelf spreken, voordat we een meeting hebben met de bevoegde instanties in ‘spookhouse’. Ik wil je mening horen, voordat we met MI5 in de slag gaan. Wanneer kun je overkomen?”
“Één momentje, mister Blackburn...,” antwoordde ik.
Ik vroeg aan Davonne: “Tot wanneer wilde jij blijven, wipkip?”
“Hoezo? Verveel ik je nu al?”
“Nee, maar ik moet dringend naar Engeland, en als ik zeg dringend dan is het werkelijk dringend.”
“O, leuk! Engeland, daar heb ik op school over geleerd. Kan ik mee? Ik ben nog nooit...”
“Nee, je kunt niet mee. Zo snel jij naar huis bent, vertrek ik.”
“Kijk, dat is nu eens slim van je. Ik ga niet meer naar huis, of het moet zijn, wanneer we uit Engeland terugkomen.”
“Als we terugkomen! Ik denk...”
“O, het is gevaarlijk dus. Nou, jij weet echt hoe je een meisje moet verleiden. Ik ga nu dus zeker mee.”
“Mister Blackburn, ik heb een klein probleempje van twintig jaar hier. Kan ik u in een paar minuten terugbellen? Ik moet even aan een klein dik proppie uitleggen, waarom ze niet met me mee kan komen.”
Ik provoceerde Davonne, zodat zij kwaad zou worden en niet eens meer met mij mee zou willen. Ik had beter moeten weten.
“Jan, ik wacht op je telefoontje,” zei de Assistant Collector lachend.
Davonne zat mij glimlachend aan te kijken en wachtte tot ik met mijn betoog zou beginnen.
“We kunnen dit makkelijk oplossen, of we kunnen het moeilijk doen. Zullen we het gewoon makkelijk houden?”
“Ik ben het helemaal met je eens. Wanneer vertrekken we?”
“Read my fucking lips! Je gaat niet mee! Welk gedeelte van de laatste zin begrijp je niet.”
“Ik snap alles, behalve het woord ‘niet’. Daar heb ik echt moeite mee. Jan...!”
“Ja?”
“Wen eraan..., ik ga met je mee!”
Ik dacht na en ik wist dat wanneer Davonne een dertiger was geweest, dat ze nu echt het scherp van mijn tong had gekregen. Maar hoe doe je dat met een twintigjarige met mooie grote ogen? Eenvoudig!
“Goed, jij wint. Je gaat mee en we slapen in één bed, zoals gewoonlijk.”
“Zoals gewoonlijk,” bevestigde mijn gaste opgelucht.
“En iedere nacht vind je mijn vingers in je Snoopie, in je snoepie!”
Davonne keek mij onderzoekend aan en dacht even na, voordat ze zei: “Jah, dat is goed, Jan. Lekker! En dan zal ik je zo lang aan de praat houden en uitwonen, dat je overdag je bed niet meer kunt uitkomen. Ja, laten we die strijd maar eens aangaan. Ik zal niet zoveel van Engeland zien dan, maar dat lijkt mij ook een leuke strijd. Het gaat uiteindelijk om het winnen, nietwaar Jan? Jij wilt een jong kalle, wel je krijgt er dan eentje. Tevreden?”
“Nee godverdomme, waarom doe je mij dit aan? Okay, bel je vader. Als hij okay is, dan ga je mee..., zonder dat ik mijn vingers in die natte dot hoef te steken. Ik wil geen naam van fucking kinderdief hebben.”
Davonne belde haar vader en vertelde hem dat ze een tijdje met mij naar Engeland zou gaan. Na een paar minuten gesproken te hebben, zei zij: Ja, Jan is hier. Wacht..., hier heb je hem.”
“Jan, is dit een gewone vakantie, of wordt mijn dochter, wanneer ze thuis is, weer door de Politie opgehaald?”
Mijnheer O., ik hoor dat verhaal net van uw dochter. Ik ben nooit opgehaald en ik verwacht ook niet dat dit gebeurt, maar om uw vraag te beantwoorden: ik verwacht dit extreem gevaarlijk te worden. Het is een geschiedenis die een paar maanden geleden is voorgevallen. Nu komt het vervolg. De laatste keer zijn er over de twintig doden gevallen. Alstublieft, verbied uw dochter om mee te gaan.”
“Ik kan haar niets verbieden, Jan. Ze is meerderjarig. Hoeveel doden waren er aan jullie kant?”
“Geen, mijnheer O.”
“Jullie kant..., waren dat dezelfde vrienden als in Italië?”
“Jawel mijnheer. En Davonne wil ook met mij in hetzelfde bed slapen,” zei ik ten einde raad.
“Dat deden jullie de laatste keer toch ook? Mijn dochter zei dat je je als een heer had gedragen. Ik had de indruk dat haar dat een beetje speet. Nee Jan, ik kan hier niets aan bijdragen. Het is jouw verhaal. Doe maar wat je goeddunkt..., maarre... Jan?”
“Jawel?”
“Let op haar. Ik denk dat wij haar beiden niet kwijt willen. Krijg ik het verhaal weer te horen, wanneer het achter de rug is?”
Verslagen zei ik: “Jawel mijnheer O.”
“Dag Jan, veel geluk en sterkte.”
Twee dagen later bevonden wij ons op de ferry van Duinkerken naar Dover. Davonne had genoten van de reis en had mij honderduit gevraagd over de reden dat wij naar Engeland gingen. Ik had haar eerlijk geantwoord, dat ik het niet wist. Ik had haar wel het verhaal van Vanny de Trophy Fanny verteld. Nou, ik kan zeggen wat ik wil van mijn Drentse mooikijker..., ze is niet breedsprakig. Ze is net zo zuinig op haar woorden in de chat als op haar Albert Heijn zegeltjes. Maar luisteren kan ze..., wanneer het haar interesseert.
Zij is net als ik een ‘self-kicker’ dus we zijn snel klaar met kakzakken. Dat ik in haar boek misschien ook een kakzak ben..., wel, ze is een mooie, jonge vrouw en ze heeft groot gelijk. Gebruik een vent, daar zijn ze toch voor?
Ze was niet onder de indruk van het geweld, maar ik zag de tranen over haar wangen rollen toen ik haar het einde van het verhaal Vanny vertelde.
“Jan, ze had alles, zoals ik het begrijp. Jong, mooi, rijk, maagd en ze hield van je. Waarom ben je weggegaan bij haar?”
“Ik heb op jou gewacht,” dolde ik, terwijl ik de tranen terugvocht.
“Piss off,” zei Davonne, niet erg damesachtig en veegde haar tranen weg.
In Engeland stond het kenteken van mijn auto geregistreerd. Het avontuur met Vanny the Trophy Fanny en de diamantenroof met Christa, niet lang daarvoor, hadden daarvoor gezorgd. Ik had mijn auto dus in een parkeergarage in Duinkerken achtergelaten, want wanneer de problemen werkelijk zo groot waren als de Assistant Collector mij had verteld, dan was het domste dat ik kon doen, rondhakken in mijn eigen auto..., of op mijn eigen paspoort reizen. Ik zou Engeland dus betreden met een vals paspoort in mijn hand. Davonne was op de hoogte van mijn nieuwe identiteit, al verwachtte ik geen problemen bij ‘Immigration’, want de Assistant Collector zou ons daar opwachten.
Toen wij na een overtocht van anderhalf uur door de Douanehal liepen, zag ik de Assistant Collector al bij ‘Immigration’ staan te wachten.
“Please come both with me, mister Harman,” zei de Assistant Collector, mijn alias gebruikend. Hij nam ons mee naar een vertrek, waarin wij door een andere deur weer naar buiten liepen. We waren ‘Immigration’ gepasseerd zonder dat wij onze passpoorten moesten laten zien. Normaal is deze anonimiteit maar betrekkelijk, want de namen staan ook op de tickets. In ons geval stonden daar valse namen op, omdat ik wist dat de Assistant Collector ons niet door ‘Immigration’ zou laten gaan.
“Jan, hoe is het? Goed je te zien, man,” zei de Assistant Collector terwijl hij mijn uitgestoken hand met zijn twee handen vastgreep.
“Just hanging in there..., hoe is het met u, mister Blackburn? By the way, dit is Davonne. Zij is een goede vriendin, maar u hoeft Vanny niet te ontzien, want wij hebben niets met elkaar.”
“Hoe maakt u het miss Davonne?”
“Jah, good.”
Ik gaf haar een vuile blik, maar gelukkig blinken Engelsen uit in het pretenderen, dat iets niet opgevallen was.
Nadat wij met de Assistant Collector waren meegelopen naar zijn auto, hield hij de deur van de Daimler open voor Davonne.
“Mag ik voorin zitten, Jan? Ik heb nog nooit in een Daimler gezeten.”
“Stap in, achterin is een kinderzitje aangebracht. Ga niet lopen klieren, foof. We zijn er net.”
Davonne lachte, en stapte achterin.
“Jan,” zei de Assistant Collector, terwijl wij over de M20 naar Londen raasden, “Ik heb ruime gastenkamers en jullie zijn meer dan welkom om bij mij te logeren voor de tijd dat jullie hier zijn. Feitelijk..., ik zou vereerd zijn.”
“Dat is geweldig vriendelijk van u en voor een paar nachten accepteer ik met dankbaarheid uw uitnodiging, maar wanneer wij werkelijk dingen in beweging moeten gaan zetten, dan moet ik voor alternatieve accommodatie uitkijken. Mijn aanwezigheid zou ook u in gevaar kunnen brengen. Voor het moment aanvaard ik uw aanbod met graagte.”
Ik vervolgde: “Davonne, zeg: dank u wel, Sir.”
“Dank u wel, Sir.”
“You’re welcome, miss Davonne. Behandelt Jan u een beetje goed?”
“O jah. Hij is hartstikke lief en hij heeft verschrikkelijk lenige vingers.”
Ik dacht dat ik stierf, maar de Assistant Collector had al begrepen wat Davonne aan het doen was. Je wordt namelijk geen Assistant Collector in Groot-Brittannië door suf te zijn.
Hij bulderde van het lachen en zei: “ik geloof u op uw woord, miss Davonne, “hij moet wel lenige vingers hebben om, samen met zijn vrienden, voor vijfhonderd miljoen aan ruwe diamanten uit Harley Street te stelen.”
Zo, dat deed haar rechtop zitten.
“Dat heb je mij nooit verteld, Jan,” zei Davonne.
“Hoe is het met Stefano en je andere vrienden, Jan? Komt hij een beetje over zijn verdriet heen?”
“Ja, we hebben een paar maanden geleden de dood op zijn vader gewroken. Daarna kon hij beginnen met de verwerking van zijn verdriet. Hij is de oude weer aan het worden.”
“Die wraak,” vroeg de Assistant Collector, “Die heeft zich toevallig toch niet in Rome afgespeeld?”
“That’s the one. Davonne was daar ook bij.”
“Mijn God, we hebben rapporten daarover gelezen. Meer dan honderd dode Roemenen. Wil je ons vanavond vertellen hoe dat gegaan is? Ik bedoel..., zonder dat je jezelf, of je vrienden, compromitteert natuurlijk.”
“Ik heb Jan zijn leven gered,” zei Davonne.
“Werkelijk?” verbaasde de Assistant Collector zich, “Echt waar Jan?”
“Ja,” zei ik trots, “Twee keer zelfs.”
“Ik kan niet wachten om dat verhaal te horen,” zei de Assistant Collector, terwijl hij op een afstandsbediening drukte in één van de luxe buitenwijken in Londen. Een moment later stuurde hij de Daimler een open garage in, die tegen een bungalow was aangelegen.
“Zo, we zijn er,” zei hij, terwijl hij Davonne’s portier opende, “Kom binnen.”
Hij ging ons voor naar een schitterende woonkamer waar, Tony, zijn partner ons begroette. Ik hoopte maar dat Davonne haar mond zou houden, al had ik haar dan wel verteld dat mijn vriend’s partner een man was.
Nee, Davonne hield haar mond niet, want binnen een paar minuten was er een levendige conversatie gaande tussen Davonne en Tony. Het maakte niet uit dat Davonne geen vloeiend Engels sprak. Vrouwen begrijpen elkaar..., waar ook ter wereld.
Terwijl Davonne en Tony naar de keuken gingen om koffie te maken, namen de Assistant Collector en ik plaats in een leren Chesterfield High Back. Ik vroeg mij net af wanneer de Assistant Collector mij het slechte nieuws zou gaan geven, toen de kamerdeur openging en een vrouw binnentrad.
“Dag Jan,” zei Vanny.
Ik sprong op alsof ik werd gestoken door een stoffeerdersnaald, die de meubelmaker in de leren zitting had laten zitten.
“Vanny...,” was al dat ik uit kom brengen.
We keken elkaar even aan en wij zagen dat onze ogen begonnen te glanzen. Toen was ze in mijn armen, en huilde: “Jan..., Jan..., ik heb je zo gemist.”
“Vanny, mijn mooie Trophy Fanny,” jankte ik terug, “ik heb je ook gemist. Iedere dag weer. Ik houd zoveel van je, maar het kon nimmer werken, lieveling.”
“Ik begrijp het nu, Jan,” snikte Vanny, “Mijn lijfwachten hebben mij verteld dat je ontzettend veel van mij hield, maar dat je wilde dat ik gelukkig werd met een man van mijn eigen leeftijd. Je bent een goede man, Jan.”
“Ik heb na jou geen relatie meer gewild, Vanny. Ik ben alleen gebleven. Beter dan jou, had ik toch nimmer kunnen krijgen.”
Als om mijn woorden te logenstraffen, kwam Davonne de kamer binnen met een blad met koppen en een kan koffie, terwijl Vanny en ik elkaar knuffelden.
“Nu begrijp ik waarom ik vijf koppen en schoteltjes mee moest nemen,” zei Davonne tegen Tony, die achter haar de kamer binnenkwam met een schaal sandwiches.
Ik maakte mij zachtjes los uit Vanny’s omhelzing en zei: “Davonne, dit is Vanny, waar ik je over verteld heb. Vanny, meet Davonne, a dear friend of mine.”
Davonne, die zich niet zo snel realiseerde dat Vanny half Nederlandse was, zei verbaasd: “Mijn god Jan, zij is mooi. Ze is prachtig. Wat is het toch met jou en al die beauty’s? Pam was ook beeldschoon.”
Lachend en huilend tegelijk, veegde Vanny haar tranen weg en zei in het Hollands: “Dank je voor het compliment, Davonne. Je moet wel gelijk hebben, want toen schoonheid uitgedeeld werd, heb jij vooraan gestaan. Daarom ben je Jan zijn vriendin natuurlijk.”
“Maar we hebben niets hoor, Vanny! We zijn gewoon vrienden.”
Hier zag ik mijn kans om Davonne al haar pesten betaald te zetten, en ik zei: “Ja, dat is zo, Vanny. Ik heb niets met haar. Ze is zo jong dat ze nog Snoopie onderbroekjes draagt.”
“Die draag ik ook, af en... Hoe weet jij dat eigenlijk, wanneer je niets met Davonne hebt,” vroeg Vanny, quasi ernstig.
“Ik vind ze af en toe naast het bed,” lichtte ik de situatie toe.
Davonne’s gezicht was nu roder dan het haar van Pam.
De twee Engelsen zaten te genieten, en niet alleen van hun koffie.
“Nee hoor, Vanny,” zei ik, “ik dol maar wat.”
Na de koffie begon de Assistant Collector de reden van zijn verzoek, dat ik naar Engeland zou komen, toe te lichten.
“Jan, ik sta garant voor mijn partner en ik heb geen probleem dat miss Fraser, Vanny, bij het gesprek aanwezig is. Ik neem aan dat je geen probleem met Davonne hebt?”
“Nee, zeker niet. Ze is gehoord in Holland door de geheime dienst, over het gebeurde in Rome. Goed, het was dan geen derde graad’s verhoor, maar ze zijn niets wijzer van haar geworden. Integendeel. Ik vond dat wel netjes voor zo een jong persoon, die nimmer met de Justitie te maken heeft gehad. Nee, we zijn okay zo, mister Blackburn.”
Vanny zei: “Davonne, als je dit vervelend vindt, dan kunnen wij altijd apart gaan zitten en over wat vrouwendingen praten.”
“Dat wil ik graag Vanny, maar ik ben ook nieuwsgierig. Ik weet niet of dat normaal is, maar jij wilt sowieso bij dit gesprek zijn. Ik heb de voorgeschiedenis van Jan gehoord, en ik denk dat je ook wel graag wilt weten wat er precies aan de hand is. Aan de andere kant zou ik het fijn vinden om met je te praten.”
“Right, we kijken het aan, Davonne. Als we beiden het gesprek niet interessant vinden, dan kunnen we ons er altijd nog aan onttrekken.”
“We’re sorted, Richard,” zei Vanny tegen de Assistant Collector.
“Wel, het verhaal is kort, Jan. Silvana is ontvoerd en...”
Ik sprong op en zei: “Silvana is ontvoerd? Silvana is voor de tweede keer ontvoerd? Zeg mij dat dit niet waar is, mister Blackburn, ‘because I go fucking apeshit’ Hoe kan Silvana ontvoerd zijn? Mijn dochter, is zij...”
“Jan, ga even zitten. We kunnen nu niets anders doen dan een koel hoofd proberen te houden. Je dochter is veilig, zij is altijd veilig geweest, sinds Silvana met haar partner is. Het meisje, je dochter heeft ‘twentyfour seven’ bewaking. Laat mij proberen uit te leggen wat er mogelijk gebeurd is. Ik snap dat dit je aangrijpt en daarom was ik ook zo snel met miss Fraser uit het circuit te halen.”
“I’m sorry. Neemt u mij niet kwalijk,” zei ik en ging weer zitten.
De Assistant Collector hervatte zijn verslag: “MI5 kreeg van de week een bericht dat de video in omloop is. We hebben het nu over de video die jij gemaakt hebt om je vrienden en jezelf veilig te stellen voor het gekuip van MI5. Nagenoeg op hetzelfde moment kregen de Serious Organised Crime Agency en de Special Branch een telefoontje van de secretaris van Silvana’s partner, dat Silvana ontvoerd was. We zullen hem Michael noemen. Jij weet wie het is, maar die informatie mag ik niet openbaar maken, ook niet aan miss Fraser en/of miss Davonne. Het ligt te gevoelig en ik zou...”
Op dat moment ging mijn veilige prepaid mobiel over. Ik keek snel en ik zag dat het Stefano was.
“Stefano,” zei ik tegen de Assistant Collector.
“Wel, antwoord hem dan en doe hem de hartelijke groeten van ons,” zei de Assistant Collector. Zijn partner knikte goedkeurend.
“Ja, van mij ook,” zeiden Davonne en Vanny tegelijk.
“Ciao Steffie,” zei ik.
“Ciao Gian. Dove sei?”
Ik vertelde Stefano dat ik in Engeland was voor een noodsituatie, die betrekking had op DOUBLE EAST en de Polen.
“Ik was al bang dat zoiets zou spelen, Gian. Bozena Powazki is ontvoerd en...”
“Bozena Powazki? Bozena..., ‘who the fuck’ is Bozena Po... ‘De fucking Pool is ontvoerd? Stefano, scusa, sorry, maar ga door terwijl de wereld om ons heen vergaat. Neem mij niet kwalijk.”
“Gian, Bozena leefde met onze Albanezen. Ze konden zo goed met elkaar opschieten, dat Bozena besloten had om voor Perparim te gaan werken. Het leek wel of de twee mannen hun hele leven al vrienden waren. Ze waren onafscheidelijk. Niettegenstaande hun vriendschap had Bozena steeds vier Albanezen als lijfwacht, en oppasser, omdat jij hem nog onder controle wilde houden.
Gisteren ging Perparim naar het huis van Bozena. Hij vond de vier lijfwachten dood met nog zes andere mannen. Noordwest Europeanen, geen Italianen, of Roemenen. Het bloed zat tot op het plafond. Het was duidelijk dat er een slachtpartij had plaatsgevonden. Bozena Powazki was niet bij de doden. Hij was ontvoerd.”
“Sorry Stefano, waarom is het zo zeker dat hij ontvoerd is? Kan hij geen vrienden hebben laten komen om het daarop te laten lijken?”
Ik hoorde mijn vriend slikken aan de andere kant, voor hij zei: “Nee Gian, nee, nee, Powazki is ontvoerd en Perparim is duivels. De twee mannen hadden ringen uitgewisseld, nadat zij bloedbroeders waren geworden. Toen Perparim en zijn mannen gingen zoeken voor sporen, vonden zij Perparims ring..., aan Bozena’s vinger..., die Bozena had afgebeten en uitgespuugd om Perparim te laten weten, dat hij er niet vandoor was gegaan.”
“Hoe weet je dat hij zelf zijn vinger...?”
“Het speeksel op de vinger en het bloed van de vinger waren van dezelfde persoon. DNA match. Ik heb hemel en aarde bewogen om die uitslag te krijgen. Powazki is een moedig man en Perparim gaat voor de halsslagader. Dus het is ‘connected’ met Engeland?”
“Ja, hoe kan het niet, Steffie?” antwoordde ik, “Geef mij één moment om mister Blackburn te informeren.”
“Certo, groet hem en zijn partner van mij, Zio (Oom)”
“Nog meer slecht nieuws,” zei ik tegen de Assistant Collector. In ‘one-liners’ deelde ik hem het gebeurde mee, om daarna met Stefano verder te praten.
Ik stelde Stefano nu op de hoogte van het gebeurde in Engeland.
“Wilt u dat wij overkomen, Zio?”
“Nee, nee, absoluut niet. Ik moet hier eerst wat duidelijkheid over hebben. Stefano, mijn zoon, betuig mijn medeleven aan Perparim. Condoleer hem van mij met het verlies van zijn mannen. Als je het wijs acht, stel hem dan op de hoogte van het gebeurde hier. Zeg hem dat ik de wraak voor de moord op zijn mannen zal faciliteren. Dit gaat niet ongewroken.”
“Zio, als u mij nodig heeft, bel... en ik ben daar in vierentwintig uur met Pietro en net zoveel mannen als u nodig heeft. Het is ook mijn verhaal. Perparim is uw, maar ook mijn bloedbroeder. Ciao Zio.”
“Ciao Steffie,” zei ik en belde af.
“Dat is het,” zei ik tegen de Assistant Collector.
“Wat denk je dat er gaande is, Jan?” vroeg Richard Blackburn.
“Wel, wat er gaande is, weet ik nog niet, maar ik ken de vijand.”
Niemand zei iets. Ik dacht dat alleen de Assistant Collector mij begreep.
“Illuminati. Fucking Illuminati,” zei ik, “Dat is de vijand. Ik had het kunnen weten.”
“Wat is Illuminati?” vroeg Davonne.
“Ik vertel je dat straks, wanneer je het dan nog niet begrepen hebt uit deze conversatie.”
“Hoe kun je zo zeker zijn, Jan?” vroeg Tony.
“Tony, deze gebeurtenissen verlopen te glad. Deze gebeurtenissen vallen samen, maar internationaal. Dit is een organisatie die gewend is om internationaal, interglobaal te denken, en te organiseren. Dit is heel slecht nieuws, en jullie zullen zo de stukjes op hun plaats zien vallen.”
“Richard, mag ik je Richard noemen, want voordat dit over is, zullen wij als broers zijn.”
“Please, Jan, please. Ik was altijd al Richard. Jij verkoos de afstand te bewaren. Jan, ik kan je goed volgen, en ik zie al verschillende valkuilen. Maar waarom?”
“Zonder mijzelf te willen ‘overraten’, ik ben de Illuminati al jaren een doorn in het oog. Ik heb ze van een half miljard beroofd, of dacht je dat de Superspook zijn dubbelspel voor Engeland bedacht had? Nee, Richard dat is voor mij en voor nog iemand.”
“Silvana,” zei de Assistant Collector, terwijl hij zijn vingers knipte, “Door Silvana pakken ze jou.”
Ik overschat mijzelf niet, maar tel alles eens op, Richard. En als je dat gedaan hebt, tel dan dat halve miljard, Silvana en Michael daarbij. Dat is genoeg. Maar omdat de Illuminati altijd het nuttige met het financiële verenigen, zeg ik je dat er nog een reden is. Een belangrijker reden. En die weet ik nu nog niet. Wat ik weet, is dat Silvana ontvoerd is, dat mijn vrienden nu verdriet hebben en dat de fucking Illuminati weer op de stoep staan.”
“Het is ongelooflijk, Jan. Daar ben ik, een Assistant Collector van ‘Her Majesty’s Revenue and Customs’ en voordat ik je kende, waren de Vrijmetselaars alles wat ik uit het voorgaande wist, en dat was nog omdat ik er zelf lid van ben. De da Vinci code is niets, hierbij vergeleken.”
“De da Vinci Code was een romannetje. Als verhaal was het goed in elkaar gezet, maar een niettemin een lulverhaal. Het zou mij niet verbazen wanneer het weer misinformatie van de Illuminati was, om de bloedlijn van de Merovingen de schuld te geven. Yeah right! Hoe verzint iemand het.”
“Ik denk dat we het nu beter laten rusten tot morgen in Thames House, Jan. Ik weet niets dat ik nog kan bijdragen aan onze discussie en ik vermoed dat jij nu ook wel zo’n beetje aan het eind bent, met hypotheses. Laten we ons een beetje vermaken nu het nog kan, want ik heb het gevoel dat dit voorlopig onze laatste gezellige avond zal zijn. Helaas, was het ook de eerste met miss Davonne en miss Fraser bij ons thuis.”
Het was maar goed dat Davonne en ik niet in de verplichte figuren hoefden, want we lagen pas om drie uur in bed. Ondanks alles was het toch een prettige avond geworden, al hingen voor mij de schaduwen van Silvana, Powazki en Perparims verdriet, over deze avond.
“Jan, ik ben te moe om kwaad te zijn over die Snoopies, maar als je naar Vanny wilt, begrijp ik het heus wel. Ze is een prachtige en lieve vrouw.”
“Wil je me kwijt? Heb je nog wat in de chat staan, of zo? Ik ben net zo moe als jij, dus ik ga ook slapen. Truste, monster.”
Ik kon echter de slaap niet vatten. De gedachten maalden door mijn hoofd. Ik zag Silvana, Stefano, Perparim en Powazki en de woede nam bezit van mij. Kon het dan nooit fucking stoppen?
“Jan, kun je niet slapen?”
“Nee..., niet echt lieverd, maar ga jij lekker slapen, anders ben je morgen gebroken.”
“Dus ik kan mijn Snoopies vannacht aanhouden?”
“O, jij dikke donderstraal,” lachte ik, “Tart je geluk niet want je hebt mij aardig zitten narren, de laatste dagen. Jij mag je Snoopies alle nachten aanhouden. Kom hier met je dikke kont, zodat ik tegen je aan liggen kan. Misschien helpt mij dat om te slapen. Ze zeggen dat wanneer je een dier aait dat je ontspant, of dat met een wild beest ook lukt..., who knows.”
“Dank je wel, ik houd ook van jou, Jan.”
Davonne kwam in mijn schoot liggen en ik sloeg mijn arm om haar heen. Prompt realiseerde ik mij dat nu iets anders mij uit mij slaap zou houden. Ik draaide mij dus gelijk weer om.
“Dat werkt niet, D. Ga jij maar slapen. Ik zing wel een liedje voor mijzelf.”
“Mmmmm,” zei Davonne.
Ik denk dat ik tegen vijven in slaap ben gevallen en om acht uur liep de wekker af. Drie uur slaap. Mensen moesten vandaag voorzichtig met mij zijn, want mijn bui zou zijn als Paul de Leeuw. Om op te schieten.
Om negen uur zaten Davonne en ik bij de Assistant Collector in de wagen, op weg naar onze afspraak in Thames House. Tony en Vanny hadden besloten om die dag samen te gaan winkelen.
Ik had Davonne dan wel van het avontuur met Vanny verteld, maar wat MI5 was, wist ze niet.
“Het is net zoiets als de instantie door wiens agenten jij bent gehoord in Nederland.”
“Niet de scherpste messen in de la dus,” merkte ze flegmatiek op.
“Zo..., dat kun je wel vergeten, miss Sleen. Het is met de Israëlische Mossad, één van de beste geheime diensten ter wereld. Je zou mij ook zeer verplichten, als je bij de vergadering aanwezig mag zijn, om niet met je ‘sumappige’ opmerkingen te komen. Ik zal echt al mijn aandacht nodig hebben om te voorkomen dat ze mij er weer in willen leggen.”
“Wat zijn ‘sumappige’ opmerkingen, Jan?”
“Suffe, maar grappige opmerkingen, je weet wel, die opmerkingen waar jij in uitblinkt, foof. Nee, zonder dollen Davonne. Haal nu niets aan, want dit is ‘fucking heavy shit’. Als je denkt dat het je niet lukt, dan vraag ik wel of je daar in de kindercrèche mag spelen.”
Davonne gaf mij de twee vingers, maar zei: “Je zult geen kind aan mij hebben. Je merkt niet eens dat ik bij je ben.”
De Assistant Collector, die ook niet al te uitgeslapen leek, vroeg: “Jan?”
“Yes Sir?”
“Doe mij een plezier en geef John Holborn geen kopstoot deze keer. Silvana is er namelijk niet om je onschendbaarheid te garanderen.”
Ik lachte zuur, en zei: “Nee, ik wil ook mijn hersens niet door elkaar schudden. Iets zegt mij dat ik ze nodig zal hebben deze keer.”
“Wie is Silvana, Jan?” vroeg Davonne.
Ik vertelde haar in het kort wie Silvana was en hoe zij mij had proberen op te zetten als de ‘fall guy’ in een witwascomplot van de Britse regering. (Minder and the Highbinder)
“Om precies te zijn, werkte Silvana voor de Assistant Collector hier.”
“Maar jij had het weer op tijd door, hè Jan? Wie ben jij eigenlijk? Superman? Is Silvana ook zo knap?”
“Die eerste vraag zul je morgenochtend kunnen beantwoorden, als je zo doorgaat, dikke griezel. Wat de tweede betreft, Silvana is griezelig knap, en super intelligent. Ik waardeer het dat je over haar sprak in de tegenwoordige tijd. Ik maak mij zorgen om haar. Ze is de moeder van mijn dochter en een zeer waardevolle gijzelaar voor de Illuminati.”
“Nee, ik zou nooit dollen over haar,” zei Davonne.
“We zijn er, Jan,” zei de Assistant Collector, “Als jullie hier uitstappen dan kun jullie je vast melden bij de receptie. Ik heb ‘clearance’, dus ik zie jullie in John Holborn’s kantoor.”
“Mister Ter Haak, u wordt verwacht bij de Assistant Director General, niet waar?” vroeg de receptionist, die mij van mijn eerdere bezoek herkende. Het zal ook wel iets te maken hebben met de kopstoot ik de ‘superspook’, in het bijzijn van zijn lijfwachten, had gegeven.
Even later werden wij weer opgehaald door een paar ‘spooks’ die ons weer meenamen naar een vertrek om onze papieren te controleren en een identificatiekaartje op te spelden.
“U bevestigt het zeker bij uw gezelschap?” vroeg de klerk, die mij ook van de vorige keer herinnerde. ‘Hij zal wel denken,’ dacht ik, ‘Die Hollander heeft altijd vrouwen met grote 'tatas' bij zich.’
Even later stapten wij uit de lift en wij werden het kamertje ingebracht waar wij van al onze persoonlijke bezittingen werden ontdaan. Niet alleen mijn Sig Sauer..., ik moest ik nu alles achterlaten, tot de horloges van mij en Davonne aan toe. Ze hadden blijkbaar geleerd van mijn vorige bezoek.
“Jan, Hollandse bloedhond,” zei de Assistant Director General, die op dat moment binnenstapte, “Hoe is het met je? Ik zie dat je nog steeds regeringen in verlegenheid brengt. Was het gezellig in Rome?”
“Davonne, meet mister Holborn, de Assistant Director General van MI5. Wanneer je hem een hand hebt gegeven, tel je vingers dan even na. Hij heeft meer trucs dan Christian Farla, de beste goochelaar ter wereld.”
“In welke hoedanigheid komt miss Davonne met je mee, Jan?”
“Ik had haar vader beloofd dat ik haar mee naar een circus zou nemen, wanneer wij in Londen waren. Als u problemen met haar heeft, gaan we weer.”
“Nee, het is goed, Jan. De situatie is ernstig, maar de Britse regering hoeft zich niet te compromitteren in dit geval, want dit wordt een legitieme operatie.”
We werden het reusachtige kantoor weer binnengeleid, waar al op ons gewacht werd.
“Jan, ouwe gangster,” bulderde Tim Haines, de Directeur van de Serious Organised Crime Agency, “Blij je heelhuids terug te zien na je uitstapje naar Rome. Hoe is het met onze Italiaanse vrienden?”
Ik lachte en stelde Davonne voor aan Tim Haines en Ronald Clarke, de Deputy Assistant Commissioner van de Special Branch, die ons ook enthousiast de hand schudde.
“Het spijt ons van Silvana, Jan.” zei de Deputy Assistant Commissioner van de Special Branch.
“Jan,” zei John Holborn, van MI5, “laat mij je voorstellen aan iemand die wij allemaal kennen als ‘Michael’, de partner van Silvana. Je weet wie hij is en je weet wat hij is, dus ik zal zijn echte naam niet noemen. Dat is niet omdat miss Davonne erbij is; ook tegen jou had ik zijn naam niet bevestigd. Ik neem aan dat dit geen probleem is. Voor het geval miss Davonne Michael wel kent, laat ze hem ook niet aanspreken bij zijn titel.”
Ik schudde mijn hoofd..., en Michael zijn hand, en zei: “Im so sorry about Silvana. Ik beloof u dat ze terugkomt, al is het het laatste dat ik doe.”
Ik liep lang genoeg mee om te zien dat Michael aangeslagen was, ondanks de traditie van de ‘British stiff upper lip’
“Dank je wel, Jan. Voordat deze vergadering begint, wil ik mij eerst tot jou richten. Laten wij gaan zitten. Het is niet dat ik haast heb, want Silvana is mijn absolute prioriteit. Niets is belangrijker voor me, ‘but as they say: the show must go on’”
Toen wij allemaal plaats hadden genomen, nam de Assistant Director General van MI5 het woord: “Jan, we weten beiden hoe het spel werkt, ik had geen medelijden met jou de laatste keer, maar jij was mij te slim af. Voor mij is dat niet relevant meer. Kunnen wij samenwerken? Van die wetenschap hangt veel af.”
“Je zet mij er gelijk voor, nietwaar? Nou, je kent mij nog niet goed genoeg, want dat lukt niet. Straks zal ik zeggen of we, naar mijn mening kunnen samenwerken. Straks, niet nu. Het was niet dat je het direct tegen mij richtte, je wilde mij pakken door mijn vrienden, en dat neem ik je niet in dank af. Daarnaast weten we ook allemaal hier -Michael misschien uitgezonderd- hoe het echt in elkaar zit met je loyaliteiten. Ga zo door en ik ‘fucking walk’. Je kunt mij er niet voor zetten, dus je begint alweer goed mister Holborn.
Ik zal dit zeggen: als er geen kentering in je houding komt, dan groet ik al mijn integere vrienden en Michael respectvol, en dan hebben jullie allemaal het genoegen om tegen Davonne’s reet aan te kijken..., en de fucking mijne. Maar dit zal ik je ook nog even vertellen: Silvana haal ik weg bij die secreten, met of zonder jouw hulp. Als je een paar honderd Albanezen op je ‘turf’ wilt hebben, ga dan vooral zo door. Je hebt laatste keer gezien dat je ze niet in de vuile was kunt zwiepen en Perparim is duivels. Ken je Perparim? Nee? Nou, hoop maar dat je nooit met hem geconfronteerd wordt. Zo, nu mag jij het zeggen.”
Tim Haines stikte zowat door het inhouden van zijn lach. Ronald Clarke knikte goedkeurend en de Assistant Collector pretendeerde dat hij niets gehoord had.
Michael keek een beetje verwonderd, en zei: “Ik heb dus iets gemist. Kan iemand mij informeren wat er precies aan de hand is? Het enige waarin ik geïnteresseerd ben, is het welzijn van Silvana. Ik bemerk kwaad bloed hier. Ik ben niet bevooroordeeld, John, maar Silvana heeft mij het één en ander meegedeeld. Jij blinkt blijkbaar uit in kunst en vliegwerk, maar ik accepteer het niet. Ik ken Jan alleen van wat Silvana mij verteld heeft, maar dat is voor mij genoeg. Je speelt rechtuit of ik laat je fucking vervangen door de Director General. Mister Evans is een persoonlijke vriend van mij.
“Sorry voor mijn taal,” verontschuldigde Michael zich naar de andere aanwezigen, “Jan, wat zit je dwars?”
Ik dacht na. De test was gemakkelijk te zien, dus die ontweek ik lenig. Ik antwoordde: “Michael, met alle respect, iedereen hier weet ervan, dus het is niet dat ik een geheim zou verraden.
Niettemin, ik ben een ex-crimineel en ik haat verraden. Ik zeg niets, wederom met alle respect. Iedereen kan het zeggen, maar ik heb vooralsnog niets te zeggen. Ik denk echter dat het nuttig is wanneer u mij zegt, wat u mij wilde meedelen. Ik denk dat het waardevol is en misschien draagt het bij tot een oplossing. Als u niet hier was, waren Davonne en ik al vertrokken. Ik ben geen hoerenjong, dat ik mij in een hoek laat persen door een ambtenaar met dikke brillenglazen.”
Michael dacht een ogenblik na en zei: “Jan, ik wilde je wat zeggen en wat vragen, maar het één is geen voorwaarde van het ander. Ik bedoel dit: ik ben indertijd een contract met Silvana aangegaan. Mijn aandeel daarin was, dat ik jou bescherming zou geven. Nou, je bent handig genoeg gebleken, heb ik gehoord dus je had die bescherming niet nodig. Ik denk dat de wetenschap van dat feit je al bescherming geeft. ‘Correct me, if I’m wrong’.
Nou, ik wil niet op de zaken vooruit lopen, maar zelfs in het ergste geval –ik moet met die mogelijkheid rekening houden- houdt die bescherming niet op. Mijn belofte stopt niet bij de dood. Hoe de uitkomst ook zal zijn..., je houdt mijn bescherming.”
“Hear..., hear...,” zeiden alle aanwezigen, behalve de superspook.
Michael vervolgde: “Dat is wat ik je wilde zeggen en hoewel de twee zaken los van elkaar staan, brengt mij dat nu op mijn vraag. Ben je daar klaar voor? Het is moeilijk, Jan, maar er is mij zoveel aan gelegen.”
“Go!” zei ik.
“Jan, in het ergste geval... wanneer mijn wereld zou vergaan..., wilde ik je vragen of Franca bij mij mag blijven. Ik weet het, jij bent haar wettige voogd en haar biologische vader. Vóór Silvana had ik niets in mijn leven..., ja macht en geld. Met Silvana openden zich twee nieuwe werelden. Silvana en Franca. Je dochter is zo een geweldig kind. Zij heeft alles van haar ouders meegekregen, het is een intelligent supermonster, maar ‘by the Christ’ wat houd ik veel van haar. Ik vraag je in alle nederigheid: mag Franca bij mij blijven?”
Terwijl de tranen in mijn ogen prikten, hoorde ik de speld vallen. Alle aanwezigen hadden een plotselinge verkoudheid opgelopen. De neuzen werden driftig gesnoten.
Davonne, die verbaasd mijn eerdere uitbarsting had aangehoord, kneep mij nu in mijn hand. De atmosfeer was statisch van alle elektriciteit, veroorzaakt door de Assistant Director General, Michael en mij. Hier was een man, een drieëndertigste graad Freemason, één van de machtigste mannen, en misschien wel de machtigste man in Groot-Brittannië, die mij haast smeekte om mijn dochter op te mogen voeden. Ik haatte de Illuminati en ik haatte de Freemasons (Vrijmetselaars), maar de man was oprecht. Ik kon ‘Ja’ of ‘Nee’ zeggen, maar ik bewonderde de man om zijn emotionele moed.
“Mag ik hier antwoorden, Michael?”
“Please do.”
“Het korte antwoord is: ja. Ik heb drie kleine voorwaarden, waar je geen probleem mee hoeft te hebben. Buiten je verantwoordelijkheden die Silvana al zal hebben bedongen ten aanzien van Franca, heb ik dit toe te voegen. Franca zal weten wie haar biologische vader is. Ik zal in redelijke mate toegang tot mijn dochter mogen hebben. Dat zal mogelijk toenemen naarmate ik ouder word, en op geleende tijd leef. Is dat aanvaardbaar?”
“John,” wende Michael zich tot de Assistant Director General, “Laat een advocaat komen en deze bijzonder redelijke bedingingen op papier zetten, zodat ik het kan ratificeren. Jan, ik voel dat je derde voorwaarde hier niets mee te maken heeft. Ik ben diep ongelukkig op het moment, maar je hebt mij alle geluk gegeven, die ik maar kon ontvangen.”
“Nee, geen advocaten van MI5..., eigenlijk helemaal geen advocaten, want ik vertrouw er geen één. Ik vertrouw jou. Je hebt gelijk, de derde conditie staat hier buiten,” ontlaadde ik de atmosfeer.
“Dat kan maar één ding betekenen dan, Jan,” zei Michael, “We hebben verder niets gemeen.”
“Precies, ik wil dat je je bescherming van mij opheft. Ik vecht John Holborn met open vizier. Hij mag dan geen last hebben van eer, ik heb geweldige vrienden in heel Europa, omdat ze weten dat ik een man van eer ben. En mijn vrienden zijn niet allemaal criminelen. Je zult verbaasd zijn wie ik tot mijn vriendenkring mag rekenen.”
“Jij ook, je hebt er net een vriend bij gekregen. Silvana heeft niet overdreven. Je bent een geweldenaar, maar nu heb ik een laatste voorwaarde en dan kunnen wij beginnen. Ik trek mij terug als je beschermer, maar wanneer Silvana terug bij mij is en zij wil dat de vorige status hersteld...”
“Stop!” schreeuwde ik, “Je tekent mogelijk haar doodvonnis, door dat te zeggen.”
Michael werd spierwit. Ik zag dat hij begon te schudden van drift... toen zei hij langzaam: “Is dat het, Jan? Is het werkelijk zo erg? God man, je had gelijk moeten spreken. Dank je, vriend. Ik ga fucking opruimen nu.”
“Michael, wacht,” zei de Assistant Director General van MI5
“Helemaal niet. Ik ben getuige dat jij de Hollander in een hoek wilde drukken en als ik het niet mis heb, zijn daar nog drie getuigen van.”
“Hear..., hear...,” zeiden alle aanwezigen weer, zonder de man van de geheime dienst.
Michael pakte zijn ‘mobile’, toetste een nummer in en luisterde.
“Michael hier, geef mij de Director General.”
...
“Het interesseert mij geen ‘flying fuck’, voor mijn part is hij in een ‘meeting’ met de Prime fucking Minister Gordon fucking Brown. Get him. Now!”
...
“J.E., Michael here. We’ve got a situation. Ik heb je hier nodig”
...
“Okay, cheers.”
“Met alle respect, je maakt een fout, Michael,” zei John Holborn.
“Ik kan alleen van mijn fouten leren, John. Van wat ik goed doe leer ik niets. Misschien tijd dat jij het ook zo zag. J.E. is hier in vijf minuten.”
God, ik haatte de Illuminati en ik haatte alles wat hoger was dan een ‘Master Mason’ bij de Freemasons (Vrijmetselaars), maar ik bewonderde Michael..., zelfs als dit een opzetje was. Slapen doe ik ’s nachts, al was daar afgelopen nacht dan weinig van gekomen.
Vijf minuten later kwam de Director General binnen.
“Michael,” zei hij.
Michael zei tegen de Assistant Director General: “Vertel jij het of moet ik het doen?”
De Director General zei: “Ik denk dat ik het beter kan vertellen. Ogenblikje. Sorry voor mijn manieren. U bent Jan, nietwaar?”
“Yes Sir,” antwoordde ik, “En dit is Davonne. Zij heeft twee keer mijn leven gered, dus ik ben niet zo goed als u gehoord heeft.”
De Director General schoot in de lach. Het ijs leek gebroken te zijn. Hij gaf Davonne en mij een hand, en zei: “John, laat eens koffie aanrukken.”
Terwijl de koffiejongen zijn werk deed, zei de Director General tegen alle aanwezigen, maar tegen Michael en mij in het bijzonder: “Iedereen heeft gelijk. Ik weet waarover het gaat.”
De mannen van Special Branch, Serious Organised Crime Agency en Her Majesty’s Revenue and Customs keken mij aan alsof ze zeggen wilden: ‘Dus jij wist dat dan ook, anders had je de Assistant Director General niet zo afgebluft’.
Nee, ik wist het niet, maar de Director General zou het ons vertellen.
Hij opende zijn cryptofoon toetste een nummer in.
“This is the Director General. Internal Security, please.”
Blijkbaar werd hij gelijk doorverbonden, want ik hoorde hem zeggen: “Dit is de Director General. Doe een code zerozero op mij. Ik wacht tot jullie bevestigen dat de code van kracht is.”
Even later klapte hij de cryptofoon dicht, stond op en liep naar de computer van zijn assistent, John Holborn, die op dat moment met een gevuld dienblad binnenkwam. Hij drukte een paar toetsen in, en vroeg aan de rest van de aanwezigen: “Hebben jullie enig idee wat er nu gaande is?”
Ik zag Michael, de Assistant Collector, Director Tim Haines en de Deputy Assistant Commissioner van de Special Branch nadenken, maar na een moment schudden zij hun hoofd.
“Not a clue,” zei de één na de ander. De Director General wende zich tot mij en zei: “Ik heb gehoord dat je waanzinnig goed bent. Heb jij misschien enig idee wat er nu gebeurt.”
“Vijf minuten geleden nog niet mister E., nu denk ik precies te weten wat er gaande is.”
“Laat maar horen, eens kijken of je echt zo goed bent. Ik heb de tijd als jullie die ook hebben.”
Ik nam een slok van mijn koffie en zei: “U vroeg mister Holborn koffie te gaan halen. Ik weet van de vorige keer dat dit niet nodig is. Een telefoontje was genoeg geweest, tenzij u hem het vertrek uit wilde hebben, op dat moment.
U hebt ons echter niets verteld wat mister Holborn niet mocht horen, maar u heeft een code zerozero op uzelf laten zetten. Ik vermoed dat normaal alles wat in de relevante kantoren plaatsvindt, opgenomen, en gearchiveerd wordt. Deze observatie staat normaal altijd aan, maar er zijn scenario’s denkbaar dat die observatie uit moet. De code zerozero is volgens mij niet op u, maar op het vertrek gericht waar u zich op dat moment bevindt.”
“Wow, no shit! Dat is geweldig, Jan,” zei de Director General, “Was dat het?”
“Nee, want dat verklaart niet waarom mister Holborn het vertrek uit moest. U hebt het observatiesysteem in de centrale uit laten zetten en daarna hier de camera’s uitgeschakeld, met de computer. Andersom was verdacht. U wilde er zeker van zijn dat in de opname mister Holborn het vertrek uitliep. Straks wanneer u de code zerozero weer opheft, komt mister Holborn weer binnenlopen met koffie.
In de opname moet het er dus op lijken dat mister Holborn geen wetenschap kan hebben van wat wij nu aan het bespreken zijn. In onze vorige ontmoeting kwamen wij te weten dat de Assistant Director General voor de Illuminati werkt. Nu denk ik dat ik mister Holborn een excuus schuldig ben, want hij is geïnfiltreerd in de Illuminati voor MI5. Hij houdt de Illuminati zoet met informatie die net niet kritisch is, maar waar de Illuminati normaal nooit over kan beschikken.
Daar de Illuminati opdracht hebben gegeven om Silvana en de Pool te ontvoeren, weten ze ook dat er een opname van een crisisvergadering wordt gemaakt hier. Zij zullen daar ook een kopie van verwachten. Nu kan hij tegen zijn Yankee opdrachtgevers zeggen dat hij die vergadering niet heeft bijgewoond, omdat er een verdenking tegen hem was gerezen. De Illuminati weten dat van de opname van de vorige keer, waarin ik stelde dat mister Holborn voor de Illuminati werkte.
Om het juiste klimaat voor zijn absentie te creëren, begon mister Holborn gelijk met mij tegen zich in het harnas te jagen. Hij kan nu zeggen dat de vergadering is geleid door u, mister E. Dat is een zeer reëel scenario en zo blijft de Assistant Director General interessant voor de Illuminati.”
“Ongelooflijk,” zei Director Tim Haines, “Je houdt niet op met mij te verbazen.”
“Heb je Jan al gevraagd of hij voor MI5 wil komen werken, John?” vroeg de Director General.
“Ja, maar hij houdt niet van werken, zei hij,” antwoordde de Assistant Director General lachend.
“Mijn complimenten, Hollander,” zei de Director General en hij pakte zijn cryptofoon weer.
“Alle afspraken verzetten,” sprak hij in de cryptofoon, “Ik ben beschikbaar wanneer deze ‘meeting’ over is, en wanneer dat is, valt niet te voorspellen.’”
“Right,” zei hij, “Ik blijf hierbij. Misschien heb je ook interessante suggesties voor straks, en zo je die hebt, wil ik ze horen. John leidt de vergadering, maar ik behoud mij het recht voor om over te nemen.
Wij kennen elkaar niet alleen van regeringszaken, maar ook omdat wij allemaal deel uitmaken van dezelfde loges. Allemaal, behalve mijn vriend Michael. Die maakt deel uit van een andere loge. Hoe dan ook, niemand heeft deze informatie en ik leg het lot van de Britse regering en onze Freemason idealen in jullie handen.
Jan, ik weet van je aversie tegen ons en ik zal je niet beledigen door je om geheimhouding te vragen. Ik weet van Michael dat je een man van eer bent. Bergen en dalen ontmoeten elkaar niet, maar opponenten af en toe wel. Ik denk dat wanneer de zaak doorgesproken is, dat wij het eens zullen zijn, al was het alleen maar uit respect.”
‘Fuck, die Director General is goed,’ dacht ik, ‘Maar je wordt ook geen Director General door voor imbeciel te spelen. Ik vraag mij af waar hij mee komen gaat.’
“ik zal het kort houden,” zei de Director General, “John Holborn is inderdaad onze belangrijkste spion in de Illuminati. De man is een patriot vóór dat hij een Freemason is. Zijn rol is ontzaggelijk moeilijk, let wel, ik zeg niet dat hij juist heeft gehandeld de laatste keer, maar hij is Assistant Director General en hij heeft de autoriteit om beslissingen te nemen. Zijn loyaliteit is met ons, en niet met de Illuminati. Ik heb zijn leven nu in jullie handen gelegd.
Michael..., John heeft absolute volmacht om mij te vertegenwoordigen. Laat Jan en John tot elkaar komen, al was het alleen maar voor het lot van Silvana. Haar belang prevaleert en John weet dat. John, jij opent.”
De Assistant Director General nam het woord: “Ik heb mijn collega’s van de Special Branch, Serious Organised Crime Agency en Her Majesty’s Revenue and Customs gevraagd om hier aanwezig te zijn. Hoewel de Special Branch en de Serious Organised Crime Agency zich intensief met de opsporing zullen bezighouden, denk ik niet dat zij op dit moment iets kunnen bijdragen. ‘Please correct me if I’m wrong’”
De drie mannen schudden hun hoofd.
“Ik wil beginnen met de ontvoeringen te bespreken en daarna kunnen wij onze suggesties naar voren brengen met betrekking op het heelhuids terugkrijgen van de gekidnapte personen. Is dat aanvaardbaar?”
“Ik wil niet zeiken, mister Holborn, maar ik zou eerst willen dat u mij ergens opheldering over verschaft en vervolgens zou ik door willen nemen wat mogelijk tot de ontvoeringen geleid heeft,” zei ik.
“Fair enough. Shoot!”
“Waarom heeft u mijn vrienden laten neerschieten om mij onder druk te zetten. Dat wil ik weten. Goed, mijn vrienden zijn gecompenseerd, doordat ik een konijn uit de hoed wist te trekken. De reden blijft, en die is mij vooralsnog onbekend.”
De Assistant Director General keek naar de Director General, die knikte.
“Jan, ik moest aan de Illuminati kunnen laten zien dat wij er alles aan gedaan hadden om jou die vijfhonderdvijftig miljoen aan diamanten en geld af te pakken. Jij had de protectie van Michael, dus ik moest je vrienden als pressiemiddel gebruiken. Het was echter nimmer de bedoeling dat ze neergeschoten werden, en ik zal je vertellen hoe dat gekomen is.
Aanvankelijk wilde ik jou en je vrienden uit miss Fraser’s huis laten weghalen door de SAS. Er zou geen schot gevallen zijn. Je weet dat de SAS daar capabel genoeg voor is. Toen ik echter de kolonel van het 22ste regiment had uitgelegd waar het over ging, vertelde deze mij dat hij mijn verzoek onder geen voorwaarde uit zou voeren. Het bleek dat sommige van zijn mannen bloedbroeders met Franco, de overleden vader van je vriend Stefano en leden van de Camorra waren geworden.
Hij vertelde mij tevens dat zo’n operatie in een slachtpartij zou ontaarden, omdat jouw vrienden zeer goed waren. Ik had over zijn hoofd kunnen gaan, maar de kolonel is een eerlijke, sportieve en integere man en...”
“Was dat kolonel Peter Warren?” vroeg ik.
“Ja, inderdaad. Je kent hem nietwaar?”
“Ja. Een zeer correcte man. Waar is het mis gegaan?”
“Ik heb hulp ingeroepen bij MI6...”
“De militaire inlichtingdienst, maar die opereert toch niet in Groot-Brittannië?”
“Nood breekt wetten, Jan, maar alles ging verkeerd vanaf dat moment. Jij bracht die nacht in Dover met miss Fraser door. De mannen van MI6 hadden de opdracht om niet te schieten, maar toen zij het huis van miss Fraser binnenvielen, bleken jouw vrienden zo goed, dat een paar mannen terug moesten schieten, omdat zij anders allemaal vermoord waren geworden.
Er werd toen alleen geschoten om je vrienden buiten gevecht te stellen. Ik kan zeggen dat het een ‘cock-up’ was, want dat was het, maar het maakt niets ongedaan. Toen bleek dat alles ‘arse-up’ was gegaan, moest ik het spel ook helemaal uitspelen. Je denkt toch niet dat ik normaal die tweede kopstoot zomaar geaccepteerd had? Ik had echter zelf de fout gemaakt. Het spijt mij, ik kan er verder niet aan toevoegen dat het beter maakt.”
“Fair enough, dat onderwerp is dus gesloten. Nu wat anders. Wat denkt iedereen dat er aan de ontvoeringen vooraf is gegaan. Ik vraag niet naar de reden van de ontvoeringen, daar komen wij hopelijk straks op.”
“Heb jij een idee wat betreft de reden van de ontvoeringen?” vroeg de Director General, ongelovig.
“Met uw toestemming, ik denk dat ik het zeker weet en het is niet fucking leuk. Het is in feite een nachtmerrie, niet alleen voor de regering, maar ook voor het land. Ik wil echter geen wijsneus zijn, dus ik laat het vooralsnog aan de vakmensen over.”
“Jan,” zei de Assistant Director General, “Laten wij ons op die reden concentreren, zodat wij alvast de wielen in beweging kunnen zetten om tegenmaatregelen te kunnen nemen.”
“Dat kunnen we niet, zonder hen te laten weten dat we op de hoogte zijn.”
“Right,” zei de Director General, “Ik neem hier over. Jan, ik neem aan dat je met ‘hen’ de Illuminati bedoelt?”
“Absoluut!”
“Wat geeft je die zekerheid dat zij achter die ontvoeringen en het telefoontje, dat we ontvangen hebben, zitten?”
“Dit riekt naar de Illuminati. Waarom? Zij hebben de inventiviteit, de mogelijkheid van internationale planning en executie. Ze doen niets zelf. Ze hebben Powazki dus door de Polen laten ontvoeren. Nagenoeg op hetzelfde moment werd Silvana ontvoerd. Daarnaast zijn zij meesters in misleiding, misinformatie en bedrog.
Zij willen het erop laten lijken dat het om mij gaat, maar dat is een rookgordijn om de ware reden te verbergen. Ik kom hier zo op terug. Het volgende heb ik gisteren, in een verkorte versie, ook aan de Assistant Collector meegedeeld. Mogelijk overschat ik mijn belangrijkheid, maar hier is hoe ik het zie:
“Silvana en haar partner ‘Michael’” zei ik, “Een drieëndertigste graad Freemason. Je denkt toch niet dat Illuminati blij zijn dat een 'Most Puissant Sovereign Commander' van de Vrijmetselaars, een ex-crimineel beschermt? Wat zeg ik? Dat ex-crimineel, of crimineel zal ze nog worst zijn, daar hebben zij geen enkele moeite mee. Ze houden het erop dat ik de Vrijmetselaars in Nederland vijfendertig miljoen euro heb gekost.
De Illuminati in Italië moesten twee C-NITE Cobra Night Attack helicopters –waarvan zij denken dat wij die uit de lucht hebben geschoten- aan de US Air Force terug betalen..., nog afgezien van het schandaal waar zij mee opgezadeld werden.
Ik ontmaskerde hun dubbelagente Siobhán en bracht, met behulp van mijn Italiaanse vrienden en de SAS, Silvana weer veilig thuis, nadat zij de eerste keer ontvoerd was. Het Vangenati hoofdkwartier werd besmet voor de volgende vijfendertig jaar met een ‘Radiological Dispersal Device’ en een vriend van mij doodde Siobhán, hun agente...
Ik dreef Honey –hun beste en meest kostbare vrouwelijke agente- voorgoed weg bij de Illuminati. Ik ontmaskerde hier, tijdens de laatste actie, MI5 ‘Superspook’ als een Illuminati agent, zodat ze niet echt zeker meer kunnen zijn wat ze aan hem hebben.
We hebben letterlijk gehakt gemaakt van hun halve organisatie van Poolse gangsters in Londen.
“Ik heb de rapporten gelezen van die andere acties, dus die zijn er geweest. Ben jij daar ook verantwoordelijk voor?” vroeg de Director General.
“Wel, dat is wat zij denken.”
“Ja, dat was een stomme vraag. Ik kan moeilijk verwachten dat je enige betrokkenheid daarin toe zou geven.
Goed, je zei net dat de Polen de ontvoeringen hebben uitgevoerd voor de Illuminati. Hoe kun je er zeker van zijn dat dit inderdaad Polen waren? De stemanalyse van de beller gaf ons een Oxbridge Engels resultaat. Nu is dat geen bewijs, want het zou stom zijn geweest om een Pool te laten bellen, wetende dat wij stemanalyses laten uitvoeren,” besloot de Director General.
Ik vertelde dat de Pool Powazki en de Albanese leider Perparim bloedbroeders waren geworden en dat Perparim zijn ring aan de Pool had geschonken. Ik deelde de aanwezigen mee dat Powazki tijdens het gevecht zijn vinger had afgebeten en dat het speeksel op die vinger hetzelfde DNA bevatte als het bloed van Powazki.
“Nou, wat heeft de Pool Bozena Powazki willen zeggen met de afgebeten vinger? Hij beet deze niet eraf omdat hij uitschoot, terwijl hij op zijn nagels zat te kluiven. Zijn boodschap was: ‘Dit is mijn bloed en jullie zullen weten dat ik mijn vinger zelf heb afgebeten door een DNA onderzoek. Mijn bloed is hetzelfde als dat van Perparim, de ring bewijst dat’.
De boodschap is: ‘hetzelfde bloed’ en dat betekent dat Powazki is ontvoerd door het bloed van Perparim, dus andere Albanezen, maar waarschijnlijker: door andere Polen. De Albanezen zijn dan wel gangsters, maar het zijn ook moslims. In de Koran is het verboden voor een moslim een andere moslim te doden.”
Ik keek naar Davonne en vroeg haar: “Verveel je je niet foofie?”
“Nee, nee, absoluut niet. Het is net een film, Jan. Hartstikke spannend. Nee, doe wat je doen moet, ik ben okay. Ik wilde toch zelf mee?”
“Waar zie jij de verbinding tussen de Polen en de Illuminati, Jan?” vroeg Deputy Assistant Commissioner van de Special Branch.
“U herinnert zich van de laatste keer dat u de GSM cellen een paar keer hebt laten uitschakelen?”
“Zeker.”
“Zoals ik Phil, van DOUBLE EAST geprofileerd had, was hij een zeer grondige en capabele man. Mijn ontmoeting met hem later bewees dat. Mijn vermoeden is, dat toen de netwerken uitvielen, Phil onrustig werd. Een onderzoek naar zijn telefoonverkeer die dag, zal zonder meer uitwijzen dat hij een gesprek had met- of een sms stuurde naar één van die Poolse bordeelhouders, zijn tussenpersonen met de organisatie. Ik denk dat een onderzoek naar het gesprek of de sms van cruciaal belang is, want wanneer dat zo blijkt te zijn, dan bewijst het mijn hele theorie en kunnen we daar ons onderzoek beginnen.”
“Absoluut,” zeiden de Director General en de Assistant Director General tegelijk.
“Wanneer de Polen op eigen initiatief hadden gehandeld, dan waren zij hun onderzoek begonnen bij het huis van Vanny Fraser, want daar was Phil verdwenen. Dat dit niet gebeurd is, duidt ééns te meer op de betrokkenheid van de Illuminati. Ik wil de belangrijkheid van Vanny Fraser niet bagatelliseren, maar de Illuminati was niet in haar geïnteresseerd. Ze wisten alles, en ze wisten dus ook dat ik niet bij haar gebleven ben. Dat zij de reden niet weten, maakt hier niet uit. Ze konden mij niet chanteren met haar, omdat ik bij haar ben weggegaan. Silvana is echter een ander verhaal, daar zij de moeder van mijn dochter is, maar belangrijker... de partner van Michael. Ik kom hier later op terug. Nu komen we aan een interessant gedeelte.”
“Ik vind alles fascinerend tot nu toe, Jan,” zei de Director General, “Man, wat heb jij een analytisch vermogen.”
“Dank u,” zei ik, en vervolgde: “Hoe weten de Illuminati van het bestaan van de video, wanneer ik geen kopie kwijt ben en Silvana geen kopie heeft gegeven? Met Silvana nu gekidnapt, lijkt het of de video van haar komt. Ze kan het in ieder geval niet tegenspreken, maar wat niemand wist, is dat ik met Silvana had afgesproken, dat zij de video onmiddellijk zou vernietigen zodra iedereen -gedurende onze laatste ontmoeting- die video had gezien. Die video had dan namelijk zijn aan zijn doel voldaan en ik had zat kopieën op het Internet. Blijven over alle aanwezigen gedurende die vergadering, en ikzelf.
“Wanneer wij jou uit de vergelijking laten dan blijf ik over,” zei John Holborn, de Assistant Director General van MI5.
“Wel, tot voor kort heb ik dat ook als een mogelijkheid beschouwd, en ik zeg niet: ‘de mogelijkheid’. Okay, mister Clarke, Haines en Blackburn hadden toen al duidelijk aangegeven, waar volgens hen het morele gelijk lag, dus ik heb hen geëlimineerd van mijn hypothese.”
“Dus dan blijft alleen ik over,” volhardde de Assistant Director General.
“Not necessarily,” zei ik, “Herinner je dat je ook zes lijfwachten in het kantoor had, die middag.”
“Dat is verdomme waar ook,” herinnerde de Assistant Director General zich, “Dus we hebben mogelijk een mol?!”
“Ja, maar het hoeft niet noodzakelijk een lijfwacht te zijn. Vandaag heb ik begrepen dat ik niet de enige was, die alles gefilmd heeft in dit vertrek. Er bestaat ook een observatievideo van die middag. Dat is op zich al genoeg, maar wat het nog interessanter maakt, is dat op die video... ook mijn video te zien zal zijn. Het is dus vooralsnog onmogelijk om een schuldige aan te wijzen, noch is het van belang op dit moment. Silvana is nu onze prioriteit. Het waarom moge duidelijk zijn, maar er zijn nog een paar redenen en daar kom ik zo op.
“Ik kom even terug op degene die MI5 belde. Deze persoon zei dus: we hebben de video en we hebben ook de fabriek met de dode lijfwachten en het gehakt gefilmd.
Dat hoefde niet gezegd te worden, want dat stond ook op onze eigen video. Het is de Illuminati er alles aan gelegen om ons te doordringen dat ze het spel beheersen. In zekere zin doen zij dat ook. Wat is niet begrijp is wat Powazki voor werkelijke waarde voor hen heeft, tenzij ze mijn eerdere tactiek volgen en dreigen met een massale paniek, door de video openbaar te maken. Dat zou dan door Powazki bevestigd moeten worden.
Bevestigen, maar waar? De Illuminati stappen niet naar de rechtbank en de getuigenis van Powazki stond al op de video.
“Zo, wat is het dat je zegt, Jan?” vroeg de Director General.
“Dit is wat zeg, hoe ernstig de zaak ook is, want er is mij veel aan Silvana gelegen en ik mocht die Pool eigenlijk ook wel..., om redenen die een niet crimineel nimmer zal begrijpen. Ik zeg dat de Illuminati hun argumenten aan het verzwakken zijn. Powazki hoefde niet ontvoerd te worden en ze hoefden ons ook niet te laten weten dat ze een film hadden gemaakt in Powazki’s vleeshal. Dat is totaal irrelevant.
Ze verzwakken daarmee hun argumenten, maar dat is niet zoals wij de Illuminati kennen. Zonder arrogant te willen zijn, denk ik dat ze nu genoeg van mij hebben meegemaakt om te kunnen weten, dat ik daar niet intrap. Tenzij natuurlijk..., dat ze willen dat ik denk, dat zij zwakke argumenten hebben. Dat is een circulaire argumentatie, ik weet het, maar het is alles wat we hebben voor het moment.
Ik denk echter dat het een rookgordijn is om iets anders te maskeren, en dat andere staat te gebeuren, anders waren ze verschillend te werk gegaan.
“Goed, je hebt mij aardig in de bijscholing, Jan. Dank je voor de les,” zei de Director General lachend, “Doe de rest van mijn werk ook maar even. Ik dol je absoluut niet. Ik herken klasse als ik klasse zie. Er van uitgaande dat het is zoals je zegt..., wat zou jouw plan van actie zijn op dit moment.”
“Wanneer ik dat zeg, denkt u dat ik krankzinnig ben. U zou eerst de reden moeten weten, waarom ik een bepaalde actie voorstel. Temeer daar de acties covert zullen zijn. Het is te gek voor woorden..., alle instanties, die hier zijn vertegenwoordigd, zullen de legitimiteit van dit onderzoek volmondig toegeven.”
Michael, die gefascineerd had zitten luisteren, zei nu: “Jan, onderschat de Director General niet. Hij is een man van weinig woorden, maar dat hij hierbij heeft willen zijn, ergo de vergadering leiden, zegt mij heel veel. Ik neem daarom de vrijheid om je uit zijn naam een geweldig compliment te maken. Zeg wat je denkt, je moet het voorlopig dan wel doen zonder mijn bescherming, maar mijn volle medewerking houd je.”
“Hear, hear,” zei nu iedereen in het gesprek.
Davonne trok aan mijn arm en vroeg: “Waarom zegt iedereen steeds ‘hear, hear’? Ik weet wat het betekent natuurlijk, maar toch snap ik het niet.”
“Het is een teken van bijval, monster. Alsof ze zeggen: ‘Luister naar wat de man zegt’”
Iedereen had begrepen wat Davonne gevraagd had, maar niemand lachte.
“Okay,” zei ik, “Dit is wat ik zou willen doen. Geef mij de kans om het toe te lichten, want als iemand denkt dat dit krankzinnig is, dan wil niemand de rest horen wat ik te suggereren heb. Here goes:
Allereerst wordt Michael ontvoerd door terroristen.”
“Ga door, Jan,” zei de Assistant Director General, “Niemand lacht en ik heb al begrepen waarvoor je dat scenario in elkaar wilt zetten.”
“Je bent de enige niet,” brulde Tim Clarke van de Serious Organised Crime Agency, “You’ve got a briljant mind, lad.”
“Hear, hear,” zei Davonne ernstig.
Ze wist niet half wat zij voor mij deed op dat moment. Iedereen, ik inbegrepen, gierde van het lachen.
Nu kookten we met gas. Alle animositeit en twijfels waren verdwenen, door een opmerking van een meisje van negentien jaar.
“Heb ik wat stoms gezegd, Jan? Het spijt...”
Ik zoende haar op haar wang en zei: “Nee..., integendeel, maar je zult nooit begrijpen wat je zojuist hebt gedaan voor me, en mogelijk ook voor Groot-Brittannië.”
Aangemoedigd door de bijval, hervatte ik mijn betoog: “Ik wil dat Silvana waardeloos wordt als gijzelaar. Ze zullen Silvana niet vermoorden. Niet alleen zijn zij dan hun onderhandelingspositie kwijt, maar ze zullen verrot goed begrijpen, dat Michael niet door terroristen is ontvoerd. Ze zullen weten dat ik hem heb laten ontvoeren.
Het terroristenverhaal is voor het publiek niet alleen de dekmantel, maar ook om het hele Britse publiek straks op jullie hand te krijgen. De Illuminati zal dat maar al te goed beseffen. Zij werken namelijk hetzelfde. Ik kom later op deze voordelen terug, want we gebruiken hun wapens en wij verslaan ze ermee ook. Ze zullen begrijpen dat ik Michael heb laten ontvoeren. Silvana dood. Michael dood.”
“I like the sound of that,” zei Michael aangedaan.
“Terwijl dit allemaal plaatsvindt, gaan wij aan de andere kant werken om de gijzelaars weer veilig thuis proberen te krijgen. Ik zeg met opzet ‘proberen’, want ik vermoed dat Powazki nu wel vermoord zal zijn. Dat spijt mij voor hem, want het was een dappere man, maar het spijt mij nog meer voor Perparim en Stefano. Perparim zal dan een vriend zijn verloren en Stefano kan zijn vrienden niet verdrietig zien.”
“Je bent een loyale flikker voor een crimineel, hè Jan?” vroeg de Deputy Assistant Commissioner van de Special Branch respectvol.
“Mijn vrienden zijn mijn alles, sorry. That’s me.”
“Je gaat goed, Jan,” zei de Director General, “Dit voorstel is volkomen normaal. Wat was je tweede plan van actie. Het plan waarvan wij werkelijk zouden denken dat je krankzinnig was.”
“Ik weet dat u allen Freemasons bent, maar ik vermoed dat alleen Michael een drieëndertigste graad is. Hij weet van de machinaties van de Illuminati als geen ander. Ik wil uw rangen en/of titels niet weten, maar ik vermoed dat de meesten hier Master Mason zullen zijn. Ik kan dan ook niet verwachten dat zij met het volgende stukje geschiedenis op de hoogte zullen zijn. Daarom heb ik een vraag:
Wie zijn de Illuminati? Ik vraag niet wat, en wat zij nastreven, maar wie zijn zij. Ik wil dertien namen horen van de drie opsporingsautoriteiten.”
Niemand sprak.
“Ik neem aan dat je het niet van mij, of van mijn Assistant Director General wilt horen, Jan?” vroeg de Director General.
Nee, jullie weten het wel, net als ik, maar we hebben het net over mijn loyaliteit naar mijn vrienden toe gehad. Ik wil mijn drie vrienden hier niet belasten met de details van een misdrijf. Zij hebben mij geweldig gesteund en vertrouwd. Ik zal dat vertrouwen niet beschamen, dus wij spreken in metaforen vanaf nu af aan.”
“Jan, ik ga rustig even in de kantine zitten terwijl jij het plan bespreekt,” zei de Assistant Collector.
“Hear hear,” zeiden Ronald Clarke, Tim Haines en Davonne.
“Nee,” zei ik, “Ik heb niets te verbergen. Ik wil jullie niet compromitteren. MI5 zorgt voor de veiligheid van Groot-Brittannië, dus die moeten alle details weten, maar geloof mij. Ze weten ze al.”
“Go, Jan,” zei de Assistant Director General.
“Okay, we vergeten die dertien namen. De Director General, de Assistant Director General en ik weten wie de meest belangrijke Illuminati zijn. Here goes: mijn vraag aan de Assistant Director General en de Director General is, als u aan de meest belangrijke Illuminati denkt, aan wat voor instituut denkt u dan?”
“Banken,” zei de Director General zonder aarzelen.
“En wijn als hobby,” zei de Assistant Director General, om alle twijfel uit te sluiten.
“Goed, het is jammer dat ik niet vrijuit kan spreken. Ik ga niet zover als mijn leven in de handen te leggen van twee, zonder twijfel integere autoriteiten, de Director General en de Assistant Director General, maar ik wil een vrijwaring. Verder als mijn voorstel onderschept wordt dan weet ik waar ik de schuldigen moet zoeken. Sorry, maar dit is heavy shit.”
“Is dat een dreigement, Jan?” vroeg de Director General.
“Het is een belofte, Sir. U vertrouwt mij niet op mijn mooie blauwe ogen en ik heb de verantwoording voor mijn vrienden. Mijn leven is waard Jack Shit. Ik wil die vrijwaring..., zonder specificatie, dus de meest verstrekkende en ik wil een teken van uw betrokkenheid in de zin van coöperatie.”
Ik zag dat de Director General kwaad werd, maar het interesseerde mij ‘fuck-all’.
“Jan,” zei de Assistant Director General, “Groot-Brittannië wordt geregeerd door de wettig verkozen regering, Labour in dit geval. Dat is zo ver als het gaat. De bankman maakt de dienst uit hier, en dat maakt mij misselijk. Ik ben absoluut geen antisemiet, integendeel, ik ben een Jood, maar de baas van Groot-Brittannië is een Kabbalistische, Frankistische duivelsaanbiddende Jood. De koningin zei vlak voor Prinses Diana’s haar dood tegen Diana’s butler: ‘Er zijn machten in dit land, waar wij geen wetenschap van hebben’. Ik voeg daaraan toe: ‘Niet alleen Groot-Brittannië, maar de hele fucking wereld’. Ben ik warm?”
“Geslaagd,” zei ik.
De woede van de Director General was weggenomen door de bijval van zijn assistent. Hij zei: “Jan, sorry. Je zag dat ik kwaad werd en ik zag dat je er maling aan had. Ik heb één vraag, en alsjeblieft word niet kwaad. Hoe kan het dat een crimineel dit allemaal weet? Wat je kunt, heb je al bewezen, maar waar haal je de kennis vandaan?”
“Ik lees veel, en ik denk nog meer. Kunnen we zaken doen?”
Michael zei: “Jan, ik word het zat. Jij bent voor Silvana en voor Groot-Brittannië in de weer. Ik heb kennis van al deze zaken, en zo heeft de Director General. Ik persoonlijk verzorg je de vrijwaring, getekend door de Prime Minister. Daarnaast zeg ik: J.E., ik ben je vriend, maak niet dat ik aan onze vriendschap ga twijfelen, want ik ‘blow the fucking whistle on the whole fucking lot’”
Ik gooide olie op de golven door te zeggen: “Michael, ik wantrouwde de Assistant Director General, en aanvankelijk met goed recht. Ik denk dat de Director General integer is, maar ik denk ook dat hij weet dat er andere belangen meespelen voor Groot-Brittannië.”
“Ik ben terug bij de kudde, Jan,” zei de Director General, “Je was mij even te snel. Wat is je voorstel? In het bijzijn van mijn assistent en de drie opsporingsautoriteiten zweer ik dat ik straight met je ben. Steeds geweest, maar je verbaasde me. Ik voel mij een jongste bediende.”
Ik dacht na, maar ik was niet zeker, dus ik vroeg: “Heeft iemand bezwaar, als ik een moment met mijn partner spreek?”
Niemand maakte bezwaar, dus ik vroeg Davonne: “Monster, ik doe een beroep op je vrouw zijn. Niet alleen ligt ons leven op de lijn, maar ook dat van mijn vrienden. Kijk niet naar iemand wanneer ik je mijn vraag stel en noem ook geen namen. Ik wil dat je mij vertelt wie je hier niet vertrouwt.”
“Ik had het al begrepen, Jan,” zei Davonne, “Ik voel dat ze je allemaal wel mogen en respecteren. Ik zie het hoe zij naar je kijken. Het is met een mengeling van bewondering, misschien afgunst, maar berustend. Mijn gevoel is dat ze wel goed zijn, maar neem geen risico’s. Jij bent de man en mijn vader vertrouwt op jou. Belangrijker, ik vertrouw op jou. Ik vertrouw je met mijn Snoopies en mijn leven. Maak je geen zorgen om je eigen leven..., dat red ik wel weer.”
“Take-off,” zei ik, “We ontvoeren de meest veelbelovende van de Redshields, en wisselen die uit tegen Silvana. Einde verhaal.”
Iedereen dacht na over wie de Redshields waren, maar Michael zei: “Perfect Jan, mijn bewondering. Ik ben ervoor, zo gebeurt het. Beter als jouw plan is er niet, en we weten nog niet eens wat de Illuminati willen.”
“Ik weet het wel, Michael.”
“Het maakt niet uit, ik wil de moeder van je dochter veilig thuis. De rest interesseert mij niet. Ik houd van Silvana, en ik ben krankzinnig gek op Franca. Dat is mijn leven. Ik ben de rituelen, symbolen en ‘de Nieuwe Wereld Orde’ zat. Jullie hebben nooit van elkaar gehouden, maar ik houd van haar.”
“Wij hebben nooit van elkaar gehouden, maar nu houd ik ook van haar, al is die liefde dan gebaseerd op respect.”
“En andersom?”
“Hetzelfde denk ik, Michael. Respect.”
“Beter dan dat kan ik niet verlangen. Ik zal opdracht geven om die vrijwaring klaar te laten maken.”
“Met respect Micheal, doe dat straks wanneer de camera’s weer draaien. John Holborn zal dan niet in het vertrek zijn. Zijn positie is dan veilig voor wat de Illuminati betreft. Zo er een mol in de interne ‘security’ is, zullen de Illuminati weten dat jij de meest verstrekkende vrijwaring hebt verzorgd voor mij en mijn vrienden. Dat je later door mij gekidnapt werd, laat alleen maar de duivel zien, die de Illuminati zeggen dat ik ben. Ze zouden mij dus moeten aanbidden.”
“Juist,” zei de Director General, “Dat is in grote lijnen het plan. Wat de uitvoering betreft, daar komen we later op terug. Ik heb echter het gevoel dat je meer wilt met die Redshield, dan alleen uitwisselen tegen Silvana. Is dat juist?”
“Zeker, hij –want ik houd niet van vrouwen kidnappen- zal ondermeer één van onze belangrijkste azen zijn. Er komen er meer, alleen niet in de vorm van personen. Beide gekidnapte personen zullen een vlaag van woede en verontwaardiging bij het Britse volk teweegbrengen. Bush heeft de Patriot Act erdoor gekregen door de angst voor terreur bij het Amerikaanse volk, door hun strot te duwen. De Amerikaan is in principe een patriot en zij accepteren alles van hun regeringen.
De Brit is iets minder benauwd, maar het is gemakkelijk om de verontwaardiging van het volk op te wekken. We hebben dat met Diana gezien. Het koningshuis ging door het diepste dal van hun populariteit, terwijl de Brit normaal houdt van hun ‘Royals’. Met die twee ontvoeringen wekken wij de woede en verontwaardiging bij het Britse volk op.”
“Maar dat zal dan toch alleen maar om hardere maatregelen tegen terrorisme resulteren? Wil je een wet erdoor duwen?” vroeg de Deputy Assistant Commissioner, “We weten allemaal dat het terrorisme een dooddoener is.”
“Nee, ik wil dat er een wet niet door komt. Als het Britse volk hoort dat één van hun geliefde Royals is ontvoerd, tegelijkertijd met een lid van een achtenswaardige bankiersfamilie dan kan geen regering, Labour of de Tories, die wet er doordrukken. Het mooie van het verhaal is dat de Illuminati dit begrijpen, en belangrijker... moeten aanvaarden, dat die wet er voorlopig niet gaat komen. Nou, die wet is precies waar het hier allemaal om draait.”
“Wil jij zeggen dat jij van een nieuwe wet weet, waar ik geen enkele wetenschap van heb?” vroeg de Director General goedmoedig.
“Weten doe ik het, maar bewijzen kan ik het nog niet. Ik ga een beroep op uw logica doen en ik denk dat als ik uitgesproken ben, een ieder hier mijn punt zal kunnen zien.”
“Man, help ons uit ons lijden,” bulderde Tim Clarke, “Ik verbrand zowat van nieuwsgierigheid.”
“Nou, daar gaat hij dan. Wie weet wat de Amero is?”
Alleen de Assistant Deputy General stak zijn hand op.
De Amero wordt momenteel nog de hypothetische gemeenschappelijke munt eenheid voor de United States, Canada en Mexico genoemd. Echter de Amero komt er, net zoals de Euro er gekomen is. Door de Amero in het leven te roepen zou de Amerikaanse staatsschuld als het ware verdampen. Momenteel zijn Mexico en Canada niet bijzonder geïnteresseerd, door de grote staatsschuld van de United States. De bankiers van de Illuminati zullen er voor zorgen dat de Amero erdoor gedrukt wordt, net zoals zij met de Euro hebben gedaan. Het wordt de grootste diefstal uit de geschiedenis. Triljoenen zullen verloren gaan en honderden miljoen mensen zullen aan de bedelstaf geraken. Maar waar verliezers zijn, zij ook winaars.
“De bankiers van de Illuminati,” zei de Assistant Collector een klap op tafel geven.
“Maar je kunt toch geen landen aan elkaar knopen die economisch niet te verbinden zijn?” vroeg de Director General zeer terecht.
“Nee? Wat doen Cyprus, Estland, Griekenland, Portugal, Roemenie, Bulgarije, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Slovenie, Slowakije en Tsjechië dan in de Europese Unie,” vroeg ik.
“Ik denk dat Groot-Brittannië er daarom uit is gebleven,” zei de Assistant Deputy General .
Nee, Groot-Brittannië maakt er wel degelijk deel van uit. Ze nemen alleen geen deel aan de Euro omdat ze al van te voren wisten wat er ging gebeuren. In Nederland werd de Euro geaccepteerd tegen twee gulden en twintig cent. Kort na het verschijnen van de Euro koste een artikel dat eerst een gulden kostte, gelijk al een Euro. Afgezien van de paar ondernemers die profijt trokken van de onbewustheid van het kopende publiek, was er gelijk al een inflatie van honderdentwintig percent. Waar denken jullie dat verlies is terechtgekomen?
“In de zakken van die fucking bankiers,” schold Tim Clark.
In de zakken van Kabbalistische, Frankistische Joodse Bankiers. Ik zal hen geen duivelsaanbidders noemen, om de Freemasons vandaag even uit de vergelijking te laten. Het maakt ook niet uit wie ze aanbidden. Indertijd was het Gouden Kalf en er is niets veranderd. ‘Geef mij controle over het geld, en het interesseert mij niet wie de wetten maakt,’ zei Mayer Amschel Bauer (Rothschild) in de achttiende eeuw.
Nathan Rothschild zei in de negentiende eeuw: “Het maakt mij niet uit wat voor marionet op de troon van Engeland wordt gezet om het wereldrijk, waar de zon nooit ondergaat, te regeren. De man die de geldvoorraad van Groot-Brittannië controleert, beheerst het Britse Imperium, en ik controleer die geldvoorraad.”
In 1825 ‘redde’ hij de Bank of England en voorkwam daarmee de collaps het gehele Britse banksysteem. Honderdvijfenveertig banken waren ten onder gegaan nadat een run op het goud had plaatsgevonden.
Nou dat somt het zo’n beetje op dan. Die bankiers staan onder en boven de wet, en erger..., de wetten die zij willen, komen er. Deze keer zal het echter iets anders lopen.
Iedereen zat aandachtig te luisteren, dus ik voelde mij aangemoedigd om door te gaan.
In 2007 veroorzaakten zij de kredietcrisis in Amerika. Hoe deden zij dat? Makkelijk! Ze leenden geen geld meer aan de banken en verspreidden het gerucht dat een bepaalde bank in ernstige problemen verkeerde. Het publiek raakte in paniek en nam hun tegoeden op, en leegden hun rekeningen. Nu verkeerde die bank dan inderdaad in financiële problemen, maar niet alleen die bank. Daar banken aan elkaar lenen, zijn alle banken met een financiële navelstreng aan elkaar verbonden. Het domino effect trad in werking en nagenoeg alle banken kwamen in de problemen. Sommige sterke banken werden opgekocht door de Redshields, andere banken raakte in een faillissement.
Toen David Redshield, door een reporter, werd gevraagd waarom zijn bank niet in de problemen was geraakt, kreeg deze ten antwoord: ‘Misschien hadden wij wat meer inzicht dan anderen’. Miljarden zijn er verloren, maar als er verliezers zijn, dan zijn er...”
“Bankiers als de Redshields..., en die zijn de winnaars,” vulde Deputy Assistant Commissioner van de Special Branch voor mij in, “Ik heb hier nimmer bij stil gestaan, Jan.”
“Het is niet de eerste keer dat ze het doen, maar het publiek heeft een kort geheugen. Hoe dan ook, we naderen de ‘bottomline’. Dat de bankiers zo kunnen handelen, is omdat zij de politici in hun zak hebben. Ergo, zij maken uit wie er President wordt in de United States en wie er Prime Minister mag zijn in Groot-Brittannië. Zijn jullie hier klaar voor?
Margaret Thatcher en later John Major, hielden Groot-Brittannië uit deelname in de Euro. Logisch, want ze wisten precies wat voor spel er gespeeld werd. Tony Blair heeft de ‘Bank of Engeland’ losgekoppeld van politieke bemoeienis. Dat leek wel mooi voor het publiek, maar nu hadden de bankiers vrij spel. Toen het goud even later piekte op zeshonderdtachtig dollar een ounce, verkocht Gordon Brown vierhonderd ton, hetgeen de Britse belastingbetaler twee miljard kostte.
Groot-Brittannië werd overstroomd met Polen, Bulgaren en Roemenen hetgeen een economische terugslag teweeg bracht. Er wordt beweerd dat Tony Blair een drieëndertigste graad Freemason is. Hij diende Groot-Brittannië op als een soepkip voor de Illuminati bankiers. Dan is Tony grootmoedig en nu mag Gordon Brown een tijdje Prime Minister zijn. Gordon Brown werd de ‘Fall Guy’ gemaakt, want onder zijn regering draaide de Illuminati de druk op de ketel omhoog. Ouwe truc, we kennen die al. Opeens is er paniek dat de The Northern Rock Bank in moeilijkheden zou verkeren. Dat bracht de Northern Rock in de problemen, want ze konden geen geld meer lenen. Zij verdienden door geld van banken te lenen en hypoteken te verstrekken. Er kwam een run van het publiek op de bank. De mensen eisten hun deposito’s op. De bank zou failliet zijn gegaan en het schandaal dat dit zou veroorzaken, kon Labour niet overleven.
Dus hier komen de redders van het volk, Gordon Brown met zijn ‘sidekick’ Alastair Darling. Zij beloven het Britse volk dat hun geld veilig was. Niemand zou zijn tegoeden verliezen. Ik weet het niet precies, maar ze hebben eerst tien miljard Pond Sterling aan de The Northern Rock geleend –wat in strijd is met alle EEG wetten- en later hebben zij de bank genationaliseerd, wat de staat honderd miljard kostte. Wel lief van die twee tossers, maar wat was het gevolg?
Wel nu was er een staatsschuld die de toegestane veertig procent van het Bruto Binnenland Product schromelijk overschreed. Het vertrouwen in de Pond kelderde dus. Een jaar geleden vertegenwoordigde één Pond Sterling anderhalve Euro. Nu is de Pond nagenoeg gelijk aan de Euro. De Pond Sterling was in één keer met drieëndertig procent gezakt. Lekker goedkoop voor de Illuminati bankiers, die eerst verdienden aan de staatslening en nu de Britse regering wil dwingen om de Euro aan te nemen als wettig betaalmiddel.
Na de calamiteit met de Northern Rock hebben de Illuminati het Britse publiek op hun hand, want ‘dit had met de Euro nooit kunnen gebeuren’”
“Jesus Christ,” vloekte de Director General, “Dat is dus wat ze willen. Eerst de paniek om de mensen hun spaarcenten, dan de economische terugslag van de Pond, die een derde in waarde had verloren en nu een massale paniek om het gerucht dat er Pools mensengehakt in omloop is. Labour overleeft dat niet, de Tories komen erin en die brengen Groot-Brittannië volledig in de Europese Unie door de Euro te accepteren. Een cadeautje van een derde van de schatkist voor de Illuminati.”
“Je kunt niet zeggen dat ze niet slim zijn,” ze ik.
“Ongelooflijk,” bulderde Tim Haines, “Weet je zeker dat jij geen Illuminati bent, Jan? Je denkt wel als een Illuminati en beschouw dat maar als een compliment.”
“Dit klinkt volkomen logisch,” sprak Michael, “Ik ben bekend met al deze manipulaties, doordat ik een drieëndertigste graad Freemason ben. Ik kan niet zeggen dat ik trots op die wetenschap ben, maar Jan heeft absoluut gelijk. Het is mij zo helder als daglicht nu.”
De Director General was een praktische man, want hij vroeg: “Wat moeten we doen met die wetenschap? Om eerlijk te zijn, ben ik niet zeker om Gordon Brown met die wetenschap te vertrouwen en die keeshond Alastair Darling nog minder. Wat moeten wij doen? We kunnen dit niet aan de politici meedelen. Zeg jij nog eens wat, Jan. Moeten we dit niet binnenshuis houden?”
“Labour paniekt sowieso. Alles wat wij gaan ondernemen, loopt het risico om in het publieke domein te komen. Als niemand wat zegt, besparen we de staat, dus de Britse belastingbetaler, een derde van de schatkist. Daarnaast houdt Groot-Brittannië haar munteenheid... voor het moment dan, want de Illuminati geven nooit op. In vijf jaar proberen ze het weer. Ze hebben de tijd mee, want ze hebben alle tijd. Dit gaat al tweehonderdvijftig jaar zo.
Dit even als een extraatje. Tussen 1859 en 1871 schreef een drieëndertigste graad Freemason, Albert Pike, een militaire blauwdruk voor drie wereldoorlogen. Tot de Derde Wereldoorlog lijkt het erop dat zijn ontwerp een handleiding was. Alles is uitgekomen en de Derde Wereldoorlog zit eraan te komen. Waarom?
De Franse revolutie, De Napoleontische oorlog, de eerste wereldoorlog, de Bolsjewistische revolutie, de tweede wereldoorlog zijn gefinancierd door...”
“De Illuminati bankiers,” zei de Assistant Collector.
“Nee, door de Redshields,” zei ik, “Waarom? Ze steunden beide partijen en verdienden miljarden aan de oorlogen. En het gaat maar door. Misschien dat mijn verklaring bijdraagt aan het morele gelijk om zo’n Kabbalistisch, Frankistisch kreng te ontvoeren.”
“I’m game,” zei Michael.
“So am I,” zei de Director General.
“Hear, hear,” zei Davonne.
Iedereen betuigde zijn bijval.
“Blijven wij alleen met het terrorisme zitten,” zei Ronald Clarke, de man van de Special Branch.
De Director General keek mij aan.
“Zal ik het zeggen, Jan?” vroeg de Assistant Deputy General .
“Sure.”
“Terrorisme komt in vele vormen en met vele oogmerken. Het gaat de bankiers van de Illuminati dus om de euro? Wel, ziedaar...: deze ontvoeringen worden gepleegd door ‘Euroterroristen’. Die hebben nimmer bestaan, maar sinds vanmorgen zijn ze er. Zij zullen claimen dat Groot-Brittannië leeft op kosten van de Europese Gemeenschap, door hun munteenheid te behouden. Ze zullen als eis stellen dat Groot-Brittannië de Euro als munteenheid adopteert. Nou, dat zal met waanzinnig gejuich begroet worden door het Britse publiek. Zien jullie het al voor je?
“Briljant,” zei de Director General, “Dat is het helemaal. Wat een ochtend, zeg. Mijn complimenten, Jan. Hoe lang heb je daarover moeten denken?”
“Ik kon niet slapen vannacht en dat had niets met Davonne te maken. Ik lag over het verborgen motief na te denken, wat de Illuminati echt zouden eisen voor het leven van Silvana. Normaal hadden ze dat nimmer gedaan, want geen één persoon heeft zoveel waarde dat een regering toegeeft aan chantage. Het moest dus om Michael gaan, want hij kon er voor zorgen –en daar rekende de Illuminati ook op- dat hij via allerlei machinaties Groot-Brittannië de Euro kon laten adopteren. Ik heb het daarover al gehad. Om de vraag in het kort te beantwoorden: een half uur vannacht en vijf minuten hier. Het kwam nogal spontaan.”
“De uitvoering van de kidnapping van die Redshield?,” vroeg de Director General, “We kunnen dat niet door de SAS laten doen. Wil je je vrienden naar Londen laten komen?”
“Ja, maar niet mijn Italiaanse vrienden. Stefano, Renato en Flavio hebben al zoveel voor mij gedaan, dat ik hen niet weer in gevaar wil zien. Stefano komt net over de dood van zijn vader heen. Daarnaast is het niet alleen de kidnapping. We moeten ook van de andere kant beginnen te werken door de Poolse hoerenbaas onder druk te zetten. Wilt u dat ik de operatie coördineer?”
“Absoluut,” zeiden de Director General en Assistant Deputy General tegelijk.
“Okay. Dan zal het gaan als de laatste keer met nog een paar toevoegingen. Ik wil dat ik op de medewerking kan rekenen van alle hier vertegenwoordigde instanties.”
“Precies zo als de vorige keer, Jan,” vroeg de Assistant Deputy General, “Weet je zeker dat je je vrienden niet wilt laten komen?”
“Positive”
“Goed, daar gaan we van uit dan. Zo is het besloten. Misschien kan ik met dit nieuws iets goed maken bij je. Ik hoef je niet te motiveren en dit is ook geen sluwe truc. Ik heb je gezegd dat ik de rapporten van jullie operatie in Rome heb gelezen...”
“Jawel,” zei ik.
“Ik weet niet wat je met de wetenschap wil doen, maar je vriend Franco is in opdracht van de Illuminati vermoord. Jij bent de volgende. Het spijt mij bijzonder voor je vriend en ook voor Stefano. We hebben een klote beroep, maar wat ik zag van je vrienden, beviel mij. Het spijt mij.”
“Ik wist het. Ik heb het altijd gevoeld. Franco was te statisch, ze wisten waar hij verbleef en ze hebben een profiel gemaakt. Ze hadden mij al aangepakt, maar ik verander steeds van routine en van woning.”
“Precies,” zei de Assistant Deputy General .
Ik zag dat de Assistant Collector een zakdoek uit zijn zak pakte en zachtjes zijn neus snoot. Zijn ogen glansden.
De woede name bezit van me. Ik wist dat de Assistant Deputy General mij dit niet vertelde zodat ik dit aan Stefano zou vertellen, opdat Stefano mij zou verplichten om hem in de operatie deel te laten nemen. Ik zou hem dit nooit vertellen, maar mijn tijd zou komen. De Illuminati zou betalen voor het verlies van mijn vriend.
“Ben je okay, Jan?” vroeg de Assistant Deputy General.
“Ja, ik heb mijn vriend dit nooit verteld. Een ‘gangwar’ kan hij begrijpen, maar als hij weet dat de opdracht van zulke machtige, onaantastbare mensen..., mensen... is gekomen, dan begint hij met een paar honderd leden van de P2 (Italiaanse loge van vrijmetselaars) te vermoorden, bij gebrek aan Illuminati. Weet u wat hij met de tweeëntwintig, overlevende moordenaars van zijn vader heeft gedaan?”
“Vermoord natuurlijk, maar ik wil niet raden hoe,” zei Tim Clarke.
“Hij heeft hun kelen doorgebeten en uitgerukt met zijn handen.”
“Mijn God,” zei de Assistant Collector ontzet, “Het is de vriendelijkste, beleefdste en rustigste man die ik ooit gezien heb.”
“Ja, dat is hij... ook,” zei ik met een brok in mijn keel.
De aanwezigen gaven mij de tijd om te herstellen van mijn emoties, voordat de Director General vroeg: “Wie gaan je assisteren, Jan? Wil je plaatselijke gangsters gebruiken?”
“Nee, ik laat Perparim en vijftig Albanezen komen. Perparim zou mij alleen al assisteren om zijn vermoorde mannen en de kidnapping van Powazki te wreken. Ik vind dat niet juist, want van de kidnapping van Redshield maakt hem niet wijzer. Het is ook het gevaarlijkste onderdeel van de operatie. Er vanuit gaande dat ik gelijk heb met mijn eerdere bewering, heb ik Groot-Brittannië een verlies van een derde van de schatkist bespaard.
Ik wil geen geld, maar wat mag ik Perparim en zijn mannen aanbieden? Kom niet met een aalmoes aanzetten, want dan beledig je me. In dat geval laat ik de Albanezen komen, ik betaal ze en ik haal Silvana terug. Redshield mogen jullie dan zelf doen.”
“Jan,” zei de Assistant Deputy General, “Je weet dat we over een noodfonds kunnen beschikken...”
“Vijftig miljoen,” zei ik, “Dat is netjes, John. Dat had ik niet verwacht, ik...”
“Dat is voor de vijftig mannen,” zei de Assistant Deputy General, “Daarnaast kan ik nog vijftig miljoen losmaken voor Perparim, bij een geslaagde operatie. Director General?”
“Ja, keurig John,” antwoordde de Director General, “Hoe en waar wil je het geld hebben, Jan?”
“In Albanië, de bank hoor ik nog van Perparim.”
“Hoeveel wil je vooruit?”
“Vijfentwintig miljoen.”
“Goed, alleen de informatie die je gegeven hebt, was dat al waard. Geef me de bank en het geld is daar in een paar uur. Het kan ook van onze ambassade in Tirana gehaald worden. Dan is het contant. Dat werkt misschien wat makkelijker,” stelde de Director General lachend voor.
“Goed, dat helpt inderdaad. Nu heb ik nog één ding nodig voor de operatie.”
“Go!” zei de Director General.
“Ik wil in het bezit zijn van alle plannen, tekeningen, plattegronden van het landhuis waar de Redshield woont, of verblijft. Verder alle relevante informatie over het woongebied en het landgoed. Als laatste alle informatie –die niet reeds bekend is- over de gewoonten, ondeugden en routines van het doelwit.”
“Dat wordt allemaal geregeld, Jan. Hoe zit je met accommodatie? Vervoer? Wapens?”
“Wapens. Ik laat alles meenemen, wanneer de Assistant Collector ons faciliteert met de Douane. Echter, wanneer de SAS ons speciale apparatuur aanraadt, dan zal ik er hier om moeten verzoeken.”
“Assistant Collector?” vroeg de Director General
“Geen probleem. Ik help Jan’s vrienden in, en uit het land. We beginnen daar goed in te worden.”
“Vervoer en accommodatie?” vroeg de Director General.
“Ik kan een wagen huren, dat is geen probleem. Met jullie voorspraak wilde ik kolonel Peter Warren van de SAS (Misfit and the Hitslit) om accommodatie verzoeken. Dit om twee redenen. De eerste reden is dat ik mij dan om Davonne geen zorgen hoef te maken. Een veiliger plaats dan Credenhill bestaat niet en Davonne houdt van mooie mannen. De tweede reden is dat ik daar mogelijk over een computer kan beschikken en mijn onderzoek kan doen, wanneer de Serious Organised Crime Agency en de Special Branche het voetenwerk weer willen doen, net als de laatste keer.”
“It’ll be a pleasure,” bulderde Tim Haines.
“Delighted,” zei Ronald Clarke.
“Jan,” vroeg de Assistant Deputy General, “Mag ik je een vraag stellen, zonder dat je kwaad wordt.”
“Jawel, maar ik heb de vader van Davonne beloofd dat ik goed op haar zou passen, dus, nee, je mag niet met haar uit.”
“Hear, hear,” zei Davonne.
Iedereen lachte, maar de Assistant Deputy General vroeg: “Ben jij fucking helderziend, of zo?”
“Nee, maar het moest wel met mijn vriendin te maken hebben. Ik zag het aan je blik en hoe je naar haar keek, toen je mij die vraag stelde. Ik denk dat je weten wilt waarom ik mij zorgen maak over haar veiligheid, terwijl ik haar zelf mee naar Londen heb genomen, nietwaar?”
“Ja Jan,” zuchtte de man van MI5, “Is dat erg nieuwsgierig? Het is mijn beroep om nieuwsgierig te zijn.”
"Wel..., de Assistant Collector weet alles al, maar ik ben er nogal trots op, dus ik breek even met mijn gewoontes. Ik zal het vertellen.
Ik vertelde hoe Davonne mijn leven had gered en daarna het leven van Stefano en het mijne nog een keer.
“Ik heb niets met haar. We slapen, maar we vallen elkaar niet aan in bed. Ik ben bijzonder op haar gesteld. Allemaal redenen om haar hier niet in te betrekken, ik weet het. Het probleem is, ik kan geen nee tegen haar zeggen. Is het niet een mooie, dikke lieverd?”
“Ze is helemaal niet dik,” verdedigde haar vriendin, de Assistant Collector, haar.
“Nee, ze is erg mooi,” zei de Assistant Deputy General .
“Kun je je mond niet verder opendoen,” vroeg de Director General, “Ze is een schoonheid.”
“Hear, hear,” zeiden de twee vertegenwoordigers van de opsporingsinstanties, de man van HMRC en Michael.
“We gaan het afronden,” zei de Director General, “Heeft een van de aanwezigen nog vragen op suggesties?”
“Ja,” zei,” Michael, “Het is misschien een stomme vraag, maar ik heb begrepen dat Jan en Davonne zich over heel Greater Londen, Kent en nog wat graafschappen zullen bewegen. Wat als ze aangehouden worden door plaatselijke Politie?”
“Yes, cheers Michael. Ik zou daar net over beginnen,” zei de Director General, “Jan, reis jij op je eigen paspoort?”
“No Sir. Davonne wel.”
“Goed. Als wij hier straks klaar zijn, dan nemen we jullie even mee naar een speciale afdeling waar we foto’s van jou maken. Je krijgt een MI5 identiteitskaart en als ik op de steun van mijn collega’s hier mag rekenen, dan wil ik vragen of Serious Organised Crime Agency en Special Branche dat ook willen doen. Daarnaast geven we je geloofsbrieven. In het geval van een dreigende aanhouding laat je de identificaties zien met de geloofsbrieven. Geen verklaringen afleggen. De autoriteiten kunnen contact met ons opnemen.
“Cosmic,” zei ik.
“Nu iets anders,” zei de Director General, “Misschien is dit een stomme vraag van mij, maar je rijdt toch niet in konvooi met je vijftig vrienden? Je zult daar ook wel een oplossing voor hebben, neem ik aan?”
“Dat zou een beetje op gaan vallen, nietwaar? De auto’s van mijn vrienden hebben Italiaanse kentekens, dus die wagens blijven op de parkeerplaats in de haven van Dover staan. Ik regel vervoer voor hen. Tot het moment dat we in actie komen, zal ik alleen met Perparim en zijn groepsleiders reizen. Intussen wil ik u vragen of u iets voor mij uit kunt laten zoeken, mister E.”
“Go!”
“Kan uw bureau er achter komen of de Redshields gechipt zijn?”
“RFID, bedoel je?”
“Wat is RFID,” vroeg de Assistant Collector.
“Radio Frequency Identification,” antwoordde de Director General, “Tegenwoordig laten sommigen van de superrijken zich een chip inplanten, zodat zij in het geval van kidnapping, gemakkelijk opgespoord kunnen worden. Wat wil je doen als dat het geval is, Jan?”
“Ik moet de frequenties dan weten, dan kunnen we ‘jammers’ maken. We doen de gevangene twee armbanden om met stoorzenders.”
“Ik zal dat uitzoeken. Als dat zo is, maken wij die ‘jammers’ hier wel voor je. We hebben hier alle technici tot onze beschikking. Ik zie jou niet met een soldeerbout in een Travellodge hotel zitten,” lachte de Director General, die zich nu tot de mannen van Special Branch en de Serious Organised Crime Agency richtte: “Kan Jan morgenochtend die identificatiebewijzen en geloofsbrieven komen ophalen, als jullie straks de foto’s hebben?”
De beide autoriteiten verzekerden dat alle papieren voor ons klaar zouden liggen.
“Michael,” vroeg de Director General, “Kan Jan morgen over die vrijwaring beschikken?”
“Ja absoluut. Geen probleem, ik zal de vrijwaring laten ratificeren door de Prime Minister en Alan Johnson, de Home Secretary. Ik denk ineens dat het ook beter is wanneer ik een geloofsbrief door de Home Secretary voor Jan laat verzorgen, feitelijk het zullen er twee moeten worden. Één voor Jan ter Haak en één voor zijn alias. Morgenvroeg liggen ze hier klaar.”
“Dan ben je een van de machtigste mensen in het Koninkrijk,” zei de Director General.
“Cool,” zei Davonne, “I like powerful men.”
Iedereen lachte.
De Director General zei: “Ik denk dat wij voor vandaag klaar zijn, John?”
De Assistant Deputy General pakte een cryptofoon uit zijn lade en vroeg aan Michael: “Jij hebt een cryptofoon, nietwaar?”
“Yes”
“Kan ik je toevoegen op Jan zijn cryptofoon?”
“Ja, graag en ik wil ook Jan toevoegen. Ik kan hem dan bereiken, totdat hij aangeeft dat hij incommunicado is.”
De Assistant Deputy General toetste wat nummers in de cryptofoon, en zei: “Hetzelfde als de vorige keer, Jan. Je kunt ons altijd bereiken, Michael is nu nummer vijf.”
“Dan zullen we nu de koffieroutine maar even herhalen,” ze de Director General en wilde zijn telefoon pakken om de camera’s weer aan te laten zetten.
“Met respect mister E., ik denk dat het beter is als u dat niet doet.”
“Hoezo Jan?”
“Wel, op het eerste stukje video staat dat u een code zerozero op uzelf liet plaatsen. We kunnen het risico niet lopen dat de Illuminati weet wat een code zerozero is. Dat zou mister Holborn’s dood betekenen.”
“You’re fucking right too,” vloekte de Director General, “Bedankt, waarom heb je dat niet gelijk gezegd?”
“Ik dacht er net pas aan,” loog ik.
“Okay, mooi op tijd dan. John, als jij Jan en Davonne even meeneemt om foto’s te laten maken, dan neem ik nog wat details met Michael, Ronald, Tim en Richard door. Ik wil van onze kant geen enkele ‘hiccup’ Het zal aan ons niet liggen, Jan.”
“Jan,” zei de Assistant Collector later op de terugweg naar huis, “Ik vind dat je het geweldig hebt gedaan. Man, wat heb ik veel geleerd. Weet je wat het is, Jan? Ik ben een Freemason mijzelf, maar ik zit een eind van de dertigste graad af, laat staan de drieëndertigste graad. Ik zal je wat zeggen: ik ben blij toe.”
“De druk is van de ketel, Richard. Laten we ontspannen, vanavond. Het is zoals de Director General al zei: Bergen en dalen ontmoeten elkaar niet, maar ik heb een vriend gevonden, waar ik hem nimmer had verwacht. Ik ben blij en vereerd, echt waar.”
“Dank je, Jan. You’re most kind.”
Ondanks mijn bezorgdheid voor Silvana, werd het een geweldige avond. Tony en Vanny hadden de avondmaaltijd gemaakt. Wie zei ook al weer dat je niet lekker kon eten in Engeland? Ik? Ik heb een leugen verteld. Maar dat was alles wat ik voor vandaag te vertellen had. De Assistant Collector raakte niet uitgepraat over wat plaats had gevonden in het kantoor van ‘Spookhouse’
“Waarom noemen ze het ‘Spookhouse’, Jan. Dat is toch spookhuis?” vroeg Davonne.
“Een geheim agent noemen ze een ‘spook’ in Groot-Brittannië en de United States, oftewel een geest. Vandaar dat ze Thames House ‘Spookhouse’ noemen.”
“Dus als ik het goed begrepen heb,” zei Vanny, “had John Holborn bijna weer een kopstoot van je te pakken?”
“Wel,” zei ik gegeneerd, “Misschien was ik wat voorbarig de laatste keer. Ik had moge...”
Op dat moment belde Stefano mij.
“Zio, stoor ik?”
“Doe niet zo gek. Hoe is het zoon?”
“Ik denk goed, Zio. Ik denk dat u dit wel horen wilt. Powazki is nog in leven. We weten waar hij gevangen wordt gehouden.”
“Dat is geweldig nieuws, Stefano. Geweldig ook voor Perp...”
“We weten ook waar Silvana gevangen wordt gehouden in Groot-Brittannië. Ik dacht dat u dat...”
“Cazzo, Stefano, dat is geweldig nieuws, dat is ‘fucking briljant’. Hoe is je dat gelukt? Mijn god, dat is ongelooflijk. Is het absoluut zeker?”
“Zo zeker als we maar zijn kunnen. We hebben gewacht met de bevrijding van Powazki, omdat die actie samen moet vallen met de bevrijding van Silvana.”
“O, dus je weet al hoe het zit. Blijf twee minuten hangen. Is Perparim daar bij je?”
“Ja, wilt u hem spreken?”
“Ja, in een momentje. Ik moet even snel een telefoontje doen. Vraag intussen of Perparim voor honderdmiljoen euro is geïnteresseerd om met vijftig man hier een klus te komen doen. Vijftig miljoen voor zijn mannen en vijftig voor Perparim en jou. Blijf even aan de lijn.”
De Assistant Collector zat mij met open mond aan te kijken. Vanny, die net aan Davonne en Tony aan het uitleggen was hoe ik de Assistant Deputy General de laatste keer twee kopstoten had gegeven, staakte haar verhaal.
Ik pakte de cryptofoon en toetste de vijf in. Ik kreeg onmiddellijk antwoord.
“Jan, good evening, wat kan ik voor je doen?” vroeg Michael.
“Michael, Sir..., ik heb denkelijk goed nieuws. We weten zo goed als zeker waar Silvana gevangen wordt gehouden. Ik verzoek u om nog geen actie te ondernemen, want haar bevrijding moet samenvallen met een actie in Italië...”
“Jan, Jan,” schreeuwde Michael opgewonden, “Ik doe precies wat je zegt. Wat wil je dat ik doe, of niet doe?”
“Michael, Sir..., Silvana gaat mij boven alles, dat gelooft u van me?”
“Ja natuurlijk. Come, spit it out, Jan. Ik denk dat ik weet waar je mij om gaat vragen. Je vrienden zouden honderd miljoen mislopen, wanneer Silvana nu bevrijd word. Is dat correct?”
“Ja, maar Perparim heeft niet alleen vier van zijn mensen verloren, hij heeft ook het adres, waar Silvana gevangen wordt gehouden, achterhaald. Hij heeft gewacht omdat hij zich ervan bewust is, dat beide bevrijdingsacties samen moeten vallen.”
“Dus hij weet wie de ontvoeringen heeft laten organiseren?”
“Ik vermoed van wel, Sir. Ik hoor dat zo.”
“Wel, het is een eenvoudig verhaal, Jan. Laat Perparim zijn vriend gaan bevrijden en wij laten tegelijkertijd de SAS Silvana ontzetten. Daarna verzoek je je vriend naar Groot-Brittannië te komen om de rest van de operatie uit te voeren. Die honderd miljoen waren afgesproken, dus die gaan gewoon door.
Afgezien dat het een schijntje is, vergeleken bij wat –en ik zeg met opzet niet de staat, de regering of het Britse volk- Groot-Brittannië bespaard wordt, gaat nu, je weet wel wie daarvoor betalen. Ik heb zelf ook een belang daarbij. Wanneer ze de vrouw ontvoeren van een drieëndertigste graad Freemason, dan geeft dat precies aan wat ze van de Freemasons denken. We gaan gewoon door zoals gepland.”
Ik slaakte inwendig een zucht van opluchting dat ik de Freemason goed getaxeerd had. Het was een man van eer. Ik zei: “Silvana mag wel heel erg blij met u zijn, en ik zal haar dat zeggen ook.”
“Jan, ik doe niets tot ik van je hoor. Je papieren liggen morgen klaar bij MI5. Enne..., Jan?”
“Sir?”
“Verhoog de boete. Je mag zelf ook wel wat verdienen. Ik hoop niet dat ik je beledig.”
“No Sir, normaal had ik dat zeer zeker gedaan, maar ik ben hier voor Silvana, Perparim en Stefano. Ik denk dat de rol van de laatste hierin belangrijker is, dan dat wij nu beseffen. Ik wil aan mijn vrienden geen geld verdienen.”
“Sorry Jan, ik wilde je nooit beledigen.”
“Ik weet dat, Michael. Ik zit nu eenmaal vreemd in elkaar. Sir?”
“Yes Jan?”
“Bedankt uit naam van mijn vrienden. U bent een man van eer. Ik bel u straks als het goed is. Ik zal dan meer weten.”
Ik belde af en zei: “Stefano? Sei ancora li?”
“Si Zio, ik ben er nog.”
“Okay, als Perparim geïnteresseerd is dan ontzetten we de gevangenen eerst. Daarna kan hij naar mij toe komen om die klus voor honderd miljoen te doen.”
“Niet alleen Perparim komt, ik kom mee.”
“Stefano, ik wil je niet hier hebben. Je hebt al genoeg gedaan en ik vind dat je het eerst maar eens een tijdje rustig aan moet doen.”
“Dat begrijp ik volkomen, maar u onderschat mij, Zio. Ik weet wie de dood van mijn vader op hun geweten hebben. De Roemenen waren slechts de handlangers. De uitvoerders. Ik heb echt wel van u geleerd, Zio. Ik begrijp en waardeer uw motieven om mij dit niet mee te delen, maar ik kom mee.”
Ik had nimmer gelogen tegen mijn peetzoon, en ik was ook niet van plan om daar nu mee te beginnen, dus ik zei: “Va bene, we doen de bevrijdingen van de gijzelaars, daarna komen jullie naar Engeland. Het feit dat je dit nu weet verandert alles. Ik heb het steeds vermoed, maar ik kreeg vandaag de bevestiging. Wil je mij vertellen hoe jullie zo snel alles hebben uitgevonden? Klassewerk trouwens.”
“Toen ik gisteren van u hoorde dat Silvana weer was gekidnapt, begreep ik hoe het zat. Het kon geen toeval zijn dat die twee ontvoeringen nagenoeg tegelijkertijd gebeurden. Daar Silvana de eerste keer was gekidnapt in opdracht van de Illuminati, was dit nu ook het meest waarschijnlijke scenario, temeer daar Powazki samen met DOUBLE EAST, ook opdrachten voor de Illuminati uitvoerde.
Ik belde uw vriend Ricci van de Staatspolitie, en vertelde hem van mijn vermoedens. Ik hoopte dat hij mij verder kon helpen, want ik weet dat hij de Illuminati en de Masoneria (Freemasons) haat. Hij weet er echter ontzettend veel van en hij kent mensen. Ricci vroeg mij wat er precies gebeurd was, en ik vertelde van het tafereel dat Perparim had aangetroffen. Nu blijkt weer hoe ontzettend slim die Ricci is, maar tevens blijkt hoe snel Powazki kon denken in een crisis.
Na een uur werd ik gebeld door Ricci. Zet u schrap, oom. U bent scherp, maar dit is een staaltje van analytisch vermogen dat erg dicht bij dat van u komt. Dit waren zijn bevindingen:
Blijkbaar zegt men in het Engels, wanneer men iemand aanwijst als de dader van iets: ‘To finger someone’...
“Dat klopt,” zei ik enthousiast.
“Dus Powazki zegt met het afbijten van zijn vinger: de dader is van ons bloed, een Pool dus. Ik wijs hem nu aan.”
“Maar wie wees hij aan, Stefano?”
“Precies, wie? Het was het einde van de boodschap, nietwaar? Niet waar. De Pool was echt heel erg snel met denken, Zio. Hij...”
“Stefano,” schreeuwde ik, “Wat is vinger in het Pools?”
“Dank u, Zio. U bent zo goed als Ricci. De naam was Palec.”
Ricci is daar niet gestopt, en omdat het een internationale samenzwering was, en het tijdsverschil tussen de ontvoeringen nagenoeg nihil was, checkte hij alle vluchten van de laatste dagen. Palec. Fucking Palec, was gisteren in Italië aangekomen. Hij had een auto gehuurd op Linate, het vliegveld van Milaan. Een paar uur later hadden we hem. Palec is de executeur van de Illuminati voor Europa.
“Stefano, dat is ongelooflijk. We moeten Ricci ook bedenken, wat ben ik die man veel verschuldigd. Okay, jullie hadden die Palec fucking vinger teringlijer dus. Hoe ging het verder?”
“Wel, u kent Perparim. Die heeft een beetje in hem zitten snijden en zagen. Na een uur wisten wij alles. Ik weet echt heel veel van de Illuminati nu, Zio.”
Ik schoot in de lach en zei: “Welkom bij de groep, Steffie. Ik ga hier wat knoppen indrukken en dan bel ik je terug, zodat wij onze acties kunnen synchroniseren. Hoe ver van Londen wordt Silvana vastgehouden? Ik hoef nog niet te weten waar ze is, maar ik moet weten hoeveel tijd wij nodig hebben om daar te komen.”
“Ze wordt vastgehouden in Londen. Holland Park. Als u wilt, geef ik u het adres.
“Sms het als je wilt, ik ga mensen bellen. Stefano?”
“Si Zio?”
“Je vader zou trots geweest zijn. Weet je hoe ik dat weet? Ik ben trots op je. Ik bel je zo terug om te coördineren. Groet Perparim van mij.”
“Ciao Zio.”
Ik belde af en schudde mijn hoofd.
“Dus Stefano heeft Silvana gevonden, Jan?” vroeg de Assistant Collector.
“Ja..., ja. Stefano heeft haar gevonden. Ik geef jullie zo het hele verhaal. Sorry, maar het spel gaat beginnen.”
Ik drukt één in op de cryptofoon, en wachtte.
“Jan,” antwoordde de Assistant Deputy General, “Het is dringend. Wat kan ik doen.”
“Kunt u mij laten bellen door de Director General? Ik verknoei niemand’s tijd, maar tijd is het sleutelwoord hier. Sorry mister Holborn, ik wil geen vertragingen...”
“Jan, Jan, rustig aan. Het is okay. Ik begrijp je, Hang op ‘and I’ll get J.E. to phone you. Calm down, mate.’”
Ik stamelde een stom excuus en drukte af.
“Ben je okay, Jan?” vroeg Vanny, “Ik heb je eerder zo gezien. Jan, het komt goed lieverd. Denk eens aan jezelf een moment.”
De sms met het adres in Holland Park kwam binnen.
“Vanny..., je weet dat ik van je houd, nietwaar? Ik wilde niet weg, maar...”
De cryptofoon ging over.
“Jan, wat kan ik doen. Is er een crisis?”
“We hebben de Pool, en het is zo goed als zeker dat we Silvana hebben. Wat ik zou willen hebben -en neemt u mij niet kwalijk, want ik word fucking ouder- is een geruststelling van u. Ik wil mijn gezicht niet verliezen tegenover mijn vrienden. Ik ben fucking...”
“Jan, ik begrijp van je dat Italië voor de ‘intelligence’ heeft gezorgd, die hopelijk leidt tot een veilige terugkeer van de gekidnapte personen. Is dat correct?”
“Sir.”
“Laten we ons daarop concentreren dan, want daarna moeten we naar de bank. De eerste vijfentwintig miljoen liggen morgen op de ambassade in Tirana. Dacht je dat ik een kwajongen was?”
De last van de wereld viel van mijn schouders.
“Thank you, Sir. We moeten onze acties synchroniseren. De bevrijding van Silvana moet samenvallen met de bevrijding van Powazki. De locatie is Holland Park. Hoeveel tijd hebben wij nodig?”
“Jan, ik bel nu de SAS en laat je terugbellen door kolonel Warren. Regel alles met hem, je hebt vrij mandaat en al je papieren liggen hier morgenochtend klaar voor deel twee van de operatie. You’re a good man.”
“So are you, Sir. So are you.”
Vanny en Davonne waren extatisch toen ik mijn verhaal deed. Tony rende de keuken in om de champagne te halen en de Assistant Collector schudde zijn hoofd in verbijstering. Hij vroeg: “Die mister Ricci, Jan. Ken jij hem?”
“Yes Sir, ik ben hem zoveel verschuldigd.”
“En hij is van de Staatspolitie..., wat heb ik dan eigenlijk een saai beroep. En Perparim heeft een beetje gesneden en gezaagd in die Pool, en nu weten we waar Silvana is? Dit was het dagje wel, maar wel besteed. Geweldig, je vriend Stefano.”
Ik was vergeten dat Silvana voor de Assistant Collector gewerkt had. Hij moest net zo opgelucht zijn als ik.
“Jan, Peter Warren here,” hoorde ik toen ik mijn telefoon opnam, “Earliest extraction in five hours from now. Heb je het precieze adres?”
“Ja, ik stuur het met de cryptofoon, Colonel.”
“Good lad.”
“Colonel?”
“Jan?”
“Ik ben niet bijgelovig, maar kunnen Geordie en hetzelfde team die Silvana de eerste keer hebben bevrijd de extractie doen?”
“Daarom heb ik vijf uur nodig. Anders hadden wij het in drie uur kunnen doen. Je wilt mee naar binnen?”
“Colonel, ja, ik wil mee naar binnen. Ik wil me nog één keer nuttig voelen. Ik loop niet in de weg, dat beloof ik.”
De kolonel lachte. Hij zei: “Zonder tegenbericht in een uur, is de extractie om vier uur vannacht. We ontmoeten om drie uur op de hoek van Ladbroke Walk en Ladbroke Grove. Okay mate?”
“Cheers colonel, I’ll be there.”
“Chin up mate, it will be all right.”
Ik belde gelijk Stefano, gaf hem de tijden en vroeg: “Is dat okay, of gaat het te snel?”
“Te snel Zio? Wij zij Italianen, weet u nog. Vier uur, showdown!”
“Vier uur showdown. Ik bel je gelijk met een resultaat of jij belt mij, va bene?”
“Perfetto, in bocca lupo, Zio. (Toi, toi oom.)”
“Buona fortuna, figlio. (Geluk zoon)”
Dat was het. Die nacht om vier uur zou ik alles weten. De moeder van mijn dochtertje, die naar Stefano’s vader, mijn beste vriend Franco was vernoemd, zou na vier uur vannacht hopelijk veilig zijn. Ik voelde mij moe worden, maar ik was nog lang niet klaar, dus ik sms’te het exacte adres naar de Kolonel. Daarna belde ik Michael. Ik deelde hem alles mee dat was voorgevallen sinds ons laatste gesprek.
“Hoe voel je je, Jan?”
“Ik ben moe, Michael, maar ik beloof je, als de moeder van onze dochter daar is, dan bel ik je gelijk...., nee, ik laat Silvana bellen. Michael?”
“Ja Jan?”
“Geef Franca een kus van me en duim voor de persoon van wie wij beiden houden.”
De dag was over. Als nacht nu meewerkte dan kwamen Powazki en Silvana thuis. Stefano en Perparim zouden honderd miljoen euro komen verdienen. De fucking Illuminati zouden een klap krijgen, die hen nog lang zou heugen.
Van slapen kwam niets, en van rusten ook niet, want Davonne hield mij wakker. Zij hield mij wakker op een manier die mij zeer onaangenaam was. Eerder had de Assistant Collector mij al laten weten dat, zolang als ik in Engeland was, ik zijn Daimler wel kon gebruiken. Hij zou de auto van Tony nemen. Ik voelde dat ik niet minder kon doen dan de Assistant Collector te vragen, met mij mee te komen. Hij was zo vriendelijk voor Davonne en mij geweest, dat ik het als een belediging voelde om hem niet te vragen. Niet velen hadden het privilege om een SAS actie te mogen zien, laat staan bijwonen.
Dat was ook de mening van Davonne en zij liet het mij weten ook, toen ik haar vertelde dat zij niet mee kon komen.
“Ik ben ook mee naar Rome geweest,” hield ze mij voor.
“Wees tevreden dan. Je had ook de beste lijfwacht ter wereld, hier heb je niemand. Ik wil me geen zorgen om jou ook moeten maken. Silvana is al genoeg.”
“Ik had de beste lijfwacht ter wereld, maar ik moest jullie beiden het leven redden. Jou en Stefano.”
“Davonne, wat je gedaan hebt, ontkent niemand, maar je bent niet eerlijk tegen me. De laatste keer in Italië had ik, ondanks alles, de zorg voor jouw veiligheid. Dat alles zo gelopen is, was geluk voor ons allemaal. Ik ga er niet vanuit dat we weer zoveel geluk zullen hebben.”
“Je liet Judith wel meekomen, toen jullie Silvana de eerste keer hebben gered. Waarom zij wel..., en ik niet?”
“Judith was een beetje ouder dan jij. Ik heb haar vader niet hoeven te beloven dat ik constant op haar zou letten..., en begin nu niet weer over mijn leven redden, want je weet dat je aan het klieren bent. Wat waren je woorden ook al weer?”
“Welke woorden,” vroeg Davonne bits.
Je zei: “Laat mij met je meegaan naar Engeland en je zult geen kind aan mij hebben..., maar ik heb een kind aan je... Je gedraagt je als een verwend koter. Groei eens op, joh. Ik heb nu de zorg van de moeder van mijn dochter, ik wil er niet meer zorgen bij hebben. Je kunt bij Tony en Vanny blijven, en als je dat niet zint dan vraag ik of Vanny je op het vliegtuig naar Holland wil zetten. Er is aan alles een eind, monster; ook aan mijn redelijkheid en mijn geduld. Einde verhaal.”
Ondanks dat het donker in de slaapkamer was, meende ik te zien dat Davonne een lip trok. Ik zei: “Niet gaan huilen, hè, want dat verwacht ik namelijk dat je gaat doen. Net iets voor jou.”
“Huilen?” hoorde ik naast mij piepen.”
“Ik huil voor geen één vent, helemaal geen oude vent. Ga maar in je eigen schootje liggen in het vervolg,” zei Davonne, terwijl zij zich met een ruk omdraaide.
“In het vervolg neem ik een echte vrouw mee, geen verwend dik proppie.”
“Ja, dat is het, hè? Ik ben nooit dik geweest, maar je ziet niet eens dat ik afgevallen ben. Ja, doe maar. Waarom ga je niet bij Vanny liggen. Zij is niet dik en het is ook geen kind, zoals ik.”
“Ja, dat is een goed idee en zij zeikt ook niet aan mijn kop. Het is geen fucking reisje naar Disneyland waar ik je mee naar toe genomen heb. Ik zie je morgenochtend, welterusten!” zei ik ziedend van woede..., stond op..., en liep de slaapkamer uit.
Rillend van de kou werd ik wakker doordat de Assistant Collector zachtjes aan mijn schouder schudde.
“Jan, het is twee uur, wij moeten gaan. Waarom slaap je op de bank?”
Stijf door oncomfortabele slaappositie, klom ik van de bank af en zei: “O, Davonne was aan het klieren en toen ik haar vertelde hoe laat het was, zei ze: ‘Ga maar bij Vanny slapen’. Ik laat mij natuurlijk niet naar een andere vrouw sturen, maar dat weet Davonne weer niet.”
“Nee, tot ze morgenochtend Vanny spreekt, dan weet ze het weer wel,” zei de Assistant Collector droog, “Afijn, ik heb ook vaak genoeg op die bank geslapen. Vrouwen...”
Vijf voor half vier parkeerde de Assistant Collector de Daimler op Ladbroke Road. Wij stapten uit en liepen naar hoek Ladbroke Grove en Ladbroke Walk. Voordat wij daar aankwamen, ging de achterdeur van een geparkeerde BBC televisiebus open en kolonel Warren gebaarde ons in de bus te stappen.
Het bleek een mobiele commandopost van MI5 te zijn. Ik keek niet snel meer ergens van op, maar nu keek ik mijn ogen uit. Dit was een commandopost die bemand was met alle ‘head-honcho’s’ van Londen. De Assistant Director General en Director General van MI5, Tim Haines van de Serious Organised Crime Agency, Ronald Clarke van de Special Branche en een deftig, geüniformeerde man met een vriendelijk, rond, blozend gezicht stonden om een paar technici van MI5. De ‘wizzspooks’ zaten gespannen te kijken naar een paar donkere schermen. Andere monitoren lieten een paar panden in Holland Park Avenue en een plattegrond zien.
“Jan, Assistant Collector,” zei de Assistant Director General, “Laat mij jullie even voorstellen aan de Deputy Commissioner van de Metropolitan Police, afdeling SO15. De DC zorgt ervoor dat alle verkeer rondom Holland Park Avenue geblokkeerd wordt, vijf minuten vóórdat de ‘assault’ plaatsvindt. Tevens laat hij nu een cordon van antiterrorisme specialisten om het hele blok leggen. Deputy, dit zijn...”
“Ik ken de Assistant Collector..., Hi Richard,” zei de heftig gegalonneerde Commissaris, “Hi Jan, aangenaam kennis te maken. Je vrienden hebben goed werk verricht, mijn complimenten. Grappig soort misdadigers zijn jullie. Ik zeg dit met het meeste respect.”
“Dank u Commissaris,” antwoordde ik, de Deputy een veer in zijn hol stekend.
“Het is de middelste van die drie panden,” zei de Assistant Director General, “We hebben een camera in Campden Hill Square, recht tegenover het pand, plus een paar ‘Google views’”
Ik keek naar een groep van drie eenvoudige Victoriaanse huizen. De hekken ervoor waren laag. Daar kon ik nog wel snel overheen klauteren.
“Toen wij het adres van Peter doorkregen,” zei de Assistant Director General, “hebben wij gelijk de eigenaars van de aanliggende panden benaderd, om toegang. We zijn bijna klaar met het doorboren van de muren, zodat wij met thermische en gewone camera’s kunnen kijken hoe de situatie er van binnen ongeveer uitziet. Met vijf minuten weten we alles. We hebben tien man op het dak en drie man voor... en drie man achter het pand...”
“Zestien man?” verbaasde ik me.
“Die panden zijn bedrieglijk klein, Jan,” zei kolonel Warren, “Acht man komen van het dak en gaan op de tweede en eerste verdieping naar binnen. Twee man blijven op het dak om eventuele vluchtpogingen via het dak te stoppen. Zes man gaan op de begane grond naar binnen. Ze gaan tegelijkertijd vóór en achter naar binnen. Geordie leidt de op...”
“Beeld!” zeiden twee MI5 ‘wizzspooks’ tegelijk.
Ik keek nu naar een paar thermische afbeeldingen die mij niet veel zeiden. Daarnaast zag ik de onwerkelijke afbeeldingen van ‘See Through Wall Xaver800 camera’s’.
De resultaten werden in de computer gevoerd en een paar minuten later zei een MI5 ‘wizspook’: “Right..., zes man in het pand. Vijf man op de tweede verdieping, die lijken te slapen. De zesde man is gezeten voor het vertrek waar de vrouw gevangen wordt gehouden. Vooralsnog zie ik alleen beelden van kleine handvuurwapens, zoals pistolen. Meer precieze data zal ik in vijf minuten hebben.”
“Hebben jullie sensors of camera’s in het souterrain?” vroeg ik.
“Nee,” zei de technicus, “Het was namelijk al zeer onwaarschijnlijk dat een gijzelaar daar zou worden vastgehouden, maar we hebben de vrouw nu definitief gelocaliseerd op de tweede verdieping.”
“Okay,” zei ik, “Kan ik Italië bellen om de invallen te synchroniseren? Ik wil voorkomen dat de kidnappers elkaar kunnen waarschuwen met een geprepareerde sms, of dat er een alarmsysteem is dat gaat telefoneren bij de inval.”
De autoriteiten knikten goedkeurend.
Ik belde Stefano en vroeg hem of zij klaar waren.
“Wij zijn klaar, Zio. Ik wachtte op uw telefoontje om te synchroniseren.”
“Ik verwacht je om vier uur precies, te bellen. Op mijn telefoontje vallen wij tegelijkertijd de panden binnen. Hoe lang hebben je mannen nodig om binnen te komen, Steffie?”
“Ongeveer tien seconden, Zio.”
“Geweldig, wacht op mijn telefoontje..., enne Stefano...?”
“Si Zio?”
“Schitterend werk. Complimenten, guaglio!”
Ik hing op en deelde de operatieleider kolonel Warren mee, dat mijn vrienden klaar waren.
“Wel, in principe zijn wij ook klaar, maar wij synchroniseren dus met jouw telefoontje. Neem twee of drie telefoons van ons mee, in het geval een netwerk ‘down’ gaat. Mijn mannen hebben ook niet meer dan tien seconden nodig.”
“Goed, kan ik een ‘comms set’ krijgen? Ik loop nu naar Camden Hill Square. We zitten zowat achter dat pand, zie ik.”
“Jan,” zei kolonel Peter Warren, “We doen dit normaal nooit. Nimmer! Je meldt je bij Geordie. Je blijft achter hem..., niet fucking vóór hem. Hij zit in de voortuin rechts van het bewuste pand. Ik zal hem zeggen dat je eraan komt. Heb ik je woord..., en belangrijker heb je ‘body armour?’”
“Yes Sir, the finest Kevlar.”
“Wapens?”
“Sig Sauer P226 X-5, Sir.”
“O, je wilde niet voor schut lopen dus. Hier is een kevlar helm, balaclava, oor- en oogbeschermers. Zo, nu ben je pas echt supercool.”
“Sir!”
Dat iedereen nu lachte, was alleen maar een compliment voor me. Kolonel Warren kon het bij mij nooit meer fout doen. Klasse verloochent zich niet en meer klasse dan de kolonel en zijn mannen bestond er niet.
Hoezo? Wel, laat mij het eens eenvoudig stellen: kun jij vijftig kilometer lopen met vijftig kilo bepakking in de woestijn, in de jungle of op de Noordpool? Ik kan het niet, en jij ook niet..., dus ziedaar je antwoord. Dit deden ze al in 1940, toen nog niemand van de SAS gehoord had)
Kolonel Warren gaf mij nog twee ‘mobiles’. Nadat hij gekeken had dat er geen voorbijgangers aankwamen, opende hij de deur van de BBC bus voor me. Gewapend met de helm en de andere ‘headgear’ stapte ik uit de bus. Ik liep om het blok, de Ladbroke Grove in. Het was tien voor vier. Over tien minuten zou het pandemonium zijn. Ik vroeg mij af hoe Silvana zich nu moest voelen. Okay, het was een sterke, superintelligente vrouw, maar dit was nu de tweede keer dat ze gekid...
“Good luck, mate,” klonk het naast me in het donker, “Give the fuckers hell...”
Zeggen dat ik schrok, zou beslist niet overdreven zijn. Het feit bleef echter dat de gemaskerde antiterroristen specialist, gewapend met een Heckler & Koch MP5 submachine pistool, ineens in de loop van mijn P226 X-5 keek.
“Cool it, mate,” klonk het vanachter de bivakmuts. ‘We’re on the same fucking site here’.
Ik vervloekte mijzelf dat ik niet beter had opgelet, maar de man was volslagen onzichtbaar geweest voor me.
“Sorry mate,” zei ik verontschuldigend, terwijl ik de Sig weer in mijn borstholster stak, “Ik was zwaar in gedachten. De gijzelaar is de moeder van mijn kind.”
“You’ll be alright, cocker. Je bent fucking snel met die ‘shooter’. SAS?”
“No mate, een Hollandse ex-crimineel.”
“Yeah right,” zei de expert lachend, “Anyway, waste the fucking bastards.”
“I will,” zei ik, terwijl ik doorliep, “Cheers. Good man.”
Ik keek om mij heen terwijl ik Holland Park Avenue overstak. Er was geen beweging op het dak van de drie panden, of in de voortuinen zichtbaar. De lichten in de drie huizen waren uit.
“Iemand is op, in het pand,” klonk het in mijn oortje.
Voorzichtig opende ik het hek naar het pand rechts van het huis waar Silvana gevangen werd gehouden, en stapte de tuin in.
“Jan,” klonk het gedempt vanuit de struiken, “Laat je zakken, er loopt iemand in het pand.”
“Geordie,” vroeg ik fluisterend. “Ja, ik hoor het net...”
Mijn vriend, die CT aanvalskleding, helm en een gasmasker met antiflash lenzen droeg, greep mij bij mijn armen en zei: “Goed je te zien, Jan. Trek die bivakmuts over je hoofd en zet die helm, oog- en oorbeschermers op, Jan. Die witte snoet van je is net een schijnwerper in het donker. Hoe is het, mate?” Sorry Jan, sorry van Franco. We waren er allemaal kapot van..., en nu dit weer.”
“Ik slikte en zei: ‘Dank je Geordie, ik moest je groeten van Stefano doen. Wat denk je? Zullen we synchroniseren met Italië?’”
“Good man. Houd de verbinding open, tot we fysiek naar binnen gaan. Jij blijft hier tot Tony, Harry en ik door de voordeur zijn...”
“Is Tony ook hier? Waar...”
“In de linkertuin met Harry. Wacht tot de voordeur eruit slaat, en kom dan achter ons aan, om ons rugdekking te geven...”
“Piss off, ik weet wat je doet, maar dat komt mij goed uit. Wel lief van je.”
Geordie grinnikte, en zei: “Bel Italië maar, we hebben het groene licht net gehad. Geen veranderingen.”
Ik plugde de ‘handsfree’ in mijn andere oor en belde...
“Zio,” klonk het.
“Steffie, stai in linea. Ik geef je zo het signaal. Na de operatie bellen wij elkaar gelijk. In gamba, figlio. Buona fortuna. (Wees goed, zoon. Geluk)”
De seconden tikten weg en Geordie sprong over de heg. Ik zag twee schaduwen over de tegenoverliggende heg duiken. Tony en Harry.
“Headshed,” zei ik in mijn keelmicrofoon, “Give me the go anytime now.”
“When you’re ready, Dutchy,” klonk het in mijn rechteroor.
Ik zag de drie SAS mannen de trap op, naar de voordeur van het pand sluipen en de EDX lading op de voordeur plakken. Ik zei: “Dai Stefano, ora! (Toe maar, Stefano, nu!) Now, lads! (Nu jongens) Fucking showtime.”
Ik had het allemaal al een paar keer meegemaakt, maar iedere keer was het weer nieuw. Vier schoten klonken van de overkant van de straat. Een ander salvo van vier schoten klonk ergens vanachter het pand. Twee Remingtons met Hatton munitie schoten de thermopane ramen uit de kozijnen vandaan, terwijl Geordie en Tony op dat moment even opzij stapten.
De explosie blies de voordeur eruit. Ik zag op het dak vier mannen aan hun parakoorden naar beneden zakken. Het leek de fucking Iranese ambassade in 1990 wel. Zeven mannen waren precies tegelijk de voorkant het pand binnengedrongen. Ik stelde mij voor dat er aan de achterkant een soortgelijk scenario gaande was.
Ik liet mij over de heg vallen, trok de Sig en rende naar de voordeur. Geordie en zijn twee mannen waren halverwege de trap, toen ik zag wat ik gevreesd had. Silvana werd dan niet gevangen gehouden in het souterrain, maar er hadden wel twee kidnappers liggen slapen.
Goons, die nu onderaan de trap hun pistolen richtten op de drie SAS mannen.
“Cześć, (Hallo)” zei ik.
De Polen draaiden zich bliksemsnel om..., maar ik schoot hen nog sneller hun gezichten weg, waarna ik onmiddellijk weer naar buiten stapte. Geordie had mij gehoord, hij draaide zich om..., zag het mondingsvuur en schoot een paar groepen 9mm Parabellum in de twee, reeds dode Polen.
“Cheers Jan”, klonk het in mijn oor. Daarna overstemden de explosies van de Flash-bangs (stungranaten) alle geluid. Een moment later hoorde ik de gecontroleerde schoten uit de HK MP5's... Vaag hoorde ik het gillen van een vrouw.
Ik rende nu de trap op, woest dat zo’n fout gemaakt had kunnen worden. Fucking technici.
“Second floor clear. Hostage safe!” hoorde ik in mijn ‘comms set’.
“First floor cle..., JAN... WATCH IT!”
De beweging die eerder in het pand was waargenomen, bleek een Pool te zijn geweest, die naar het toilet was gegaan... en nu de trap afdook, naar de vrijheid..., regelrecht met zijn voorhoofd in de rest van mijn 9mm munitie. Zijn gezicht veranderde op slag van uitdrukking. Het vertelde mij dat hij er genoeg van had. Ik stapte opzij en terwijl de dode Pool met veel gezichtsverlies van de trap af donderde, sloeg ik een nieuw magazijn in de Sig. Eindelijk was ik boven.
“Situation?” hoorde ik de ‘headshed’ in mijn oor. (Commandopost met alle commandanten.)
“All clear. Hostage is safe,” hoorde ik Geordie in mijn oor, “We’re coming out.”
Ik stapte op de overloop en zag Geordie, Peter en Harry met Silvana. Zij was gehuld in een Space® Emergency Blanket, omdat zij hoogstwaarschijnlijk in shock zou gaan.
“Silvana,” zei ik, terwijl ik de helm afzette en met de rest van de bescherming aan Geordie gaf, “Silvana, hoe is het, lieverd?”
“Jan,” huilde zij klagend.
Dit was niet de Silvana die ik kon..., dit was een vrouw die al in shock was. Deze vrouw was vernield.
“Geordie, mate,” vloekte ik, “Dit is niet persoonlijk, maar dit was een fucking fuckup, mate. Ik was blij dat ik wat voor je doen kon, maar als het aan de fucking technici had gelegen, dan waren jij, Harry, Tony en ik fucking dood geweest. Bedank echter al je mannen hier, jullie hebben een ‘sterling job’ gedaan.”
“I know. I know, Jan, neem de moeder van je kind. Ze heeft je nodig.”
“Silvana, wat is het lieverd, ben je gewond of ...?”
Silvana aarzelde, en zei huilend in het Nederlands: “Niet gewond. Ja, Jan. Iedere dag. Allemaal...”
Ik rukte mijn keelmicrofoon los en zei tegen Geordie: “Jullie zullen het wel begrepen hebben, maar, alleen jullie... alleen jullie weten het! De ‘headshed’ komt dit niet te weten. Dit blijft onder ons..., zo niet, wel... Jullie zijn mijn vrienden. Dit mag nooit uitkomen..., stel mij niet teleur. Geordie, blijf mijn fucking vriend. Ik vraag je uit Franco’s naam om dit stil te houden’”
Silvana hing als een kind tegen mij aan. Ik zei: “Probeer een nog een klein momentje sterk te zijn, lieverd. Mijn vrienden in Italië hebben ook iemand ontzet. Één momentje, lieverd.”
“Ik weet het, Jan. Ik ben okay. Echt.”
“Stefano?”
“Zio, hier alles perfect. Bij u?”
“Het is goed, zoon. Het is goed.”
“Neeeeeh, het is niet fucking goed. Hebben ze Silvana...”
“Steffie, is Bozena veilig?”
“Si Zio.”
“Groet hem en Perparim van me. Malavita!”
“Malavita, zio. Malavita. (Onderwereld)”
Ik zei tegen Geordie: “Je weet wie de daders in Italië waren. Niemand van de leiding heeft hier schuld aan. Maar de fucking Freemasons en de Illuminati hebben ook hier hun stempel weer op gedrukt. Niet mij, niet jullie, maar ze hebben mogelijk een sterke vrouw gebroken.
Ik neem haar nu mee. Jullie stoppen mij nu hier, of niemand stopt ons meer. Schiet mij en Silvana dan neer, want als jullie het niet doen, doet niemand het meer. Ik laat haar in deze conditie niet 'debriefen'. Waarschuw de antiterroristen virtuozen, want die mij stopt, blaas ik weg. Dan pleeg ik zelfmoord en neem Silvana met mij mee. Dan kunnen ze de shit pas echt goed tegen de lampen zien spatten. Jij weet waar ik het over heb, Geordie. Talk to the Director General of MI5, after I’ve gone.”
“You go, mate, go! Go, and take the woman,” zeiden de SAS mannen op de overloop. Door de lugubere anti-flash lenzen zag ik de tranen in Geordie’s ogen niet.
“Kom muff,” zei ik terwijl ik Silvana ondersteunde, “We gaan naar huis.”
We liepen het pand uit, terwijl ik een nummer belde. Niemand op straat hield ons tegen. De specialisten hadden opdracht gekregen om ons door te laten. Ik liep door de straten van Londen met de moeder van mijn dochter. Mijn dochter die vernoemd was naar Franco. Franco, een simpele gangster. Net als ik, maar we hadden meer fucking courage dan al dat fucking Illuminati- en ‘bastard Freemasonshit’ bij elkaar.
“Silvana, lieveling,” zei ik, terwijl wij Norland Square inliepen, “Je moet heel sterk nu zijn, lieverd. Niemand mag ooit weten wat er met je gebeurd is. Niemand, en zeker Michael niet. Hij houdt van je, hij houdt van Franca. Ik denk dat hij een heel goed mens is, maar mannen kunnen daar niet mee dealen. Kom muff..., eens probeerde je mijn nek eraf te snijden, weet je nog? Wees sterk Silvana, wees alsjeblieft sterk. Je bent veilig nu.”
“Jan... wij zijn er voor elkaar..., iedere keer weer. Help mij met Michael, en ik ben okay. Geloof me. Michael is een goede man. Een Freemason, maar daarom ben ik ook met hem. Ik houd van hem. Ik bewonder jou. Help mij Michael niet te verliezen en ik help jou. Wij zijn elkaar’s noodlot geworden.”
Een auto stopte naast ons. De voordeur werd opengegooid.
Ik stapte voorin en liet Silvana achterin naast Vanny stappen. De vrouwen herkenden elkaar en vielen elkaar huilend in de armen. Vanny was een vrouw, ze had het al begrepen.
“Hoe is Richard?” vroeg Tony, die de auto reed.
“Richard is fijn, Tony. Richard is echt okay. Hij komt straks gewoon thuis. Silvana heeft een moeilijke tijd gehad.”
“Vieze mannen?”
“Yeah Tony, vieze mannen,” antwoordde ik en pakte de cryptofoon.
“Jan, is alles goed gegaan?” vroeg Michael ongerust.
“Ja, Michael. Silvana is hier bij mij.”
“Ja, dat weet ik. Ik heb het bericht net gehad. Waarom ben je met Silvana niet naar de commandopost teruggekeerd? Is Silvana gewond?”
“Ze heeft geen schrammetje. Het is een lang en moeilijk verhaal. Vertrouw mij alsjeblieft, Michael.”
“Ik vertrouw je, Jan. Ik vertrouw je met mijn leven, maar ik denk dat je mij slecht nieuws wilt besparen. Is Silvana in shock?”
Ik aarzelde, maar zei toen: “Yes Michael, ze is in shock. Ik ga nu eerst met haar naar een dokter.”
“En dat moet een dokter zijn die niemand kent dus, want anders had je haar door de autoriteiten een dokter laten verzorgen, of je was naar mij gekomen. Het is iets dat uit het publieke domein moet blijven?”
Ik zweeg.
“Goed Jan, ik zeg je dit: je hebt mijn volste vertrouwen, want ik weet wat je doet en ik weet nu ook waarom je het doet. Silvana heeft geen schrammetje, maar ze is in shock. Je legde zo de nadruk op fysieke verwondingen zodat de psychische factor eruit sprong. Een psychische verwonding die haar in staat van shock heeft gebracht. De reden daarvan moet niemand weten, zelfs ik niet. Juist?”
Mijn zwijgen zei genoeg. Michael was slim, maar je wordt ook geen 'Most Puissant Sovereign Commander' van de Freemasons door voor pannenbrood te spelen.
“Maar wat het is, is het... de SAS mannen weten het,” volhardde Michael.
“De helft van hen zijn mijn vrienden, die praten nimmer. Ik ben er ook nog niet zo zeker van dat ze wel iets weten, want Silvana sprak Nederlands tegen mij,” zei ik, Michael zachtjes naar de conclusie leidend.
“Jan, ik ben ook je vriend en ik praat zeker niet omdat het uiteindelijk om Silvana gaat. Ik weet wat er gebeurd is en jij weet dat ik dat weet. Ik zal het je duidelijk zeggen: ‘Als Silvana er mee dealen kan, dan kan ik het ook. Als zij het niet kan, dan kan ik het nog steeds en ik zal er voor haar zijn. Hoe dan ook..., en tot het bittere einde.’ Je handelt juist, maar het is nu beter dat je thuiskomt met Silvana. Alle artsen, die ze nodig heeft, zullen er zijn. Ik stel mij voor dat het zien van jullie kind haar goed zal doen. Wat denk je, Jan?”
Ik kon het niet met Silvana bespreken, want dat zou een belediging voor Michael zijn. Ik vroeg aan Silvana: “Houd je veel van Michael?”
“Ja Jan, hij is ook een bijzonder goede man.”
“Hij weet al wat er gebeurd is, Silvana. We brengen je naar hem toe. Uiteindelijk is dat de beste plaats voor je.”
“Ze komt naar huis, Michael. Ik had eerder besloten dat ik haar bij mij zou houden tot zij wat beter was. De reden daarvoor is dat maar weinig partners met een verkrachting om kunnen gaan. Als jij dat wel kunt, dan ben je een groot man en houd je inderdaad van haar. Neem mij niet kwalijk, ik wilde jou en Silvana leed besparen.”
“Het is goed, Jan. Ik ben de gelukkigste man, want ze leeft. Zal ik haar komen halen, want jij zult zo onderhand ook wel aan het einde van je Latijn zijn?”
Ik vroeg het adres aan Tony en gaf dat aan Michael.
“Zijn jullie okay, Jan? Is Silvana gewond? Wat is er allemaal gebeurd?” vroeg de Assistant Collector, toen wij thuiskwamen.
Ik vertelde Richard wat er met Silvana gebeurd was, want anders zouden Vanny en Tony dat wel doen. Davonne bracht Silvana naar ons bed en Tony en Vanny gingen wat soep voor haar maken.
“Het is verschrikkelijk,” zei de Assistant Collector plotseling, “Wat voor mensen doen dat in godsnaam?”
“Beesten,” zei ik, “fucking lowlifes. Silvana en Michael zijn gelukkig als hij er mee dealen kan.”
“Michael is een sterke en bijzondere man, Jan. Ik denk dat je je daarom geen zorgen hoeft te maken.”
Een uur later -het was inmiddels al weer licht- stopten er een privé-ambulance, een Bentley en een Mercedes met lijfwachten. Michael en twee verplegers kwamen binnen. De Assistant Collector zei hen even te gaan zitten omdat Silvana lag te slapen. Terwijl Vanny en Davonne Silvana wakker gingen maken, gingen de verplegers een brancard halen.
Een moment later kwam Silvana met de twee anderen vrouwen de kamer in. Ze viel Michael huilend om zijn nek, en ze vroeg: “Ben je kwaad op mij, Michael? Ik kon er niets aan doen. Ik kon er niets aan doen. Ik kon er echt...”
Een verpleger gaf haar een verdoving en hielp haar plaats te nemen op de brancard. Davonne, Vanny en Tony huilden. De Assistant Collector en ik stonden brokken weg te slikken.
Michael’s gezicht was uitdrukkingsloos, terwijl hij zei: “Je gaat naar huis, liefste. Je hebt vanaf nu zes lijfwachten bij je. Alles komt goed, geloof mij. Ik blijf hier bij Jan, want wij moeten een paar zaken regelen. Thuis zijn een dokter en twee verpleegsters. Ik ben zo snel mogelijk thuis, dat beloof ik je.”
Silvana knikte half versuft. De verplegers droegen haar toen de ambulance in.
“Gaan jullie maar even in mijn kantoor zitten,” stelde de Assistant Collector Michael en mij voor.
“Ik heb niets te bespreken dat iemand hier niet horen mag. Jullie zijn allemaal geweldig voor Silvana geweest, en ik wil dat jullie dit horen. Ik wil dat jullie –en alleen jullie- getuigen zijn van wat ik te zeggen heb. Michael stond op en fluisterde de Assistant Collector iets in zijn oor. De aanwezigen keken bevreemd, maar ik had het begrepen.
De Assistant Collector wenkte ons mee te komen, terwijl hij iedereen gebaarde stil te zijn door zijn vinger op zijn lippen te leggen. Richard liet ons allemaal in de badkamer en terwijl hij de afzuigventilator en een haardroger aanzette, draaide ik de kranen van het bad, de douche en de wastafel open. We vormden een vreemde zwijgende cirkel in fel verlichte badkamer, toen Michael op gedempte toon, begon te spreken:
“Silvana is niet verkracht omdat haar bewakers een avondje teveel gedronken hadden. Zij is –in opdracht- ettelijke malen misbruikt om mij een lesje te leren; om mij er aan te herinneren, waar mijn loyaliteiten liggen. Silvana is aangerand omdat zij Jan mijn bescherming heeft gegeven. Als laatste hebben ze mijn vrouw laten schofferen om de moeder van Jan zijn dochter te vernederen. Daarmee wilden ze hem humiliëren.
Ik ben geen sterke man, ik ben geen gewelddadige man, ik ben zelfs niet eens een bijzonder moedige man, maar ik zweer een dure eed aan Jan –met jullie allemaal als getuigen- dat ik het de daders betaald zal zetten. Goed, de fysieke daders mogen nu dan dood zijn, maar de opdrachtgevers leven nog..., en op mijn manier zal ik dit onrecht wreken.
Jan, alles wat je wilde doen in je tweede plan zal ik faciliteren. We doen alles zoals gepland, of, zoals we mogelijk moeten herplannen. Ik blijf nu hier bij jou, zodat wij straks samen naar Thames House kunnen gaan voor jouw ‘debriefing’ en al je papieren. Ik denk dat we het beste niets bespreken in mijn auto, Jan. Ik weet hoe groot en hoe machtig de vijand is.”
“Ik wilde dat al voorstellen, Michael en ik denk ook dat wij niets via de cryptofoon moeten bepreken, behalve enkele dummy gesprekken.”
“Denk je dat het waarschijnlijk is dat we al afgeluisterd worden, Michael?” vroeg de Assistant Collector zachtjes.
“Niet waarschijnlijk, maar zeker mogelijk. We mogen nu geen enkele risico meer nemen. Uiteindelijk heeft Silvana voor jou en de Serious Organised Crime Agency gewerkt.”
De Assistant Collector knikte. Wij verlieten de badkamer na de kranen gesloten, en de elektrische apparatuur uitgeschakeld te hebben.
Nu dat Silvana veilig was, besloten de Assistant Collector, Tony en Vanny nog een paar uur te gaan slapen. Voordat Vanny naar haar slaapkamer ging, kwam ze naar mij toe. Ze liet Michael begrijpen door haar duim in haar wang te draaien. Toen zei ze fluisterend in het Nederlands tegen mij: “Jan, iets zegt mij dat dit veel gevaarlijker is dan de laatste keer. Jij en je vrienden waren magnifiek, maar jij deed al de planning. Iedereen weet dat nu, dus jij wordt het meest logische doelwit. Let alsjeblieft op, Jan..., voor Davonne, Silvana en voor mij. We willen je niet kwijt.”
“Hear, hear,” zei Davonne ernstig.
Ik keek naar Davonne toen wij met zijn drieën waren, en vroeg: “Wat wil jij doen, foof? Wil je mee naar Thames House, of wil je ook gaan slapen?”
“Ik heb genoeg geslapen, Jan,” antwoordde Davonne timide.
“Wat is er met je, Davonne?”
“Ik schaam mijzelf.”
“Waarom in hemelsnaam?”
“Om wat ik gisterenavond gezegd heb tegen je, en hoe ik mij gedragen heb. Nu dat ik Silvana heb gezien, dringt dat pas goed tot mij door. Arme vrouw. En te denken dat je drie vrienden mogelijk dood waren geweest, wanneer jij niet beter op had gelet. Ik ben een kreng geweest.”
“O dat? Ik was het al weer vergeten. Wil je mee?”
“Ja graag. Ik zal niet meer klieren, Jan. Ik vond het niet leuk wat ik gezien heb.”
“Houd je mijn hand vast vannacht dan?” dolde ik haar.
“Ik houd vast wat jij wil... Oops,” zei Davonne met een rode kop, naar een niet begrijpende Michael kijkend.
Om acht uur stapten Davonne en ik in de Bentley Mulsanne en om kwart voor negen stuurde Michael de wagen de garage, onder Thames House, binnen. Nadat hij zijn wagen in zijn privé-box had geparkeerd, stapten wij uit.
“Wat zeg wanneer je gevraagd wordt waarom je Silvana niet wilde laten ondervragen? Ook zul je gevraagd worden waarom je jezelf niet hebt laten ‘debriefen’” vroeg Michael, terwijl wij naar de lift liepen.
Ik vertelde Michael wat ik in mijn hoofd had, waarop hij goedkeurend knikte.
Het feit dat we met Michael waren, zorgde ervoor dat wij nagenoeg niet gecontroleerd werden. Ongetwijfeld hielpen instructies van de ‘top-brass’, naar aanleiding van de gebeurtenissen van vannacht, daaraan mee.
“Michael, Jan, kom binnen en ‘grab a chair’” verwelkomde de ADG ons, “De DG is hier in vijf minuten. Met oog op komende besprekingen vonden de Special Branche en de SOCA het beter om hier niet bij aanwezig te zijn. Uiteindelijk zweren we samen tegen de staat. MI5 redt zich daar wel weer uit als het ‘tits-up’ mocht gaan, maar ik wil niet dat onze vrienden zich onnodig compromitteren.”
“Ze doen al echt genoeg,” zei de ‘Superspook’, terwijl hij mij een grote envelop toeschoof, “Hier zijn al je identificaties, vrijwaringen en geloofsbrieven.”
“Dat vergat ik nog helemaal,” zei Michael, terwijl hij ook een envelop uit zijn koffertje pakte. Op het moment dat hij die naar mij toeschoof, kwam de DG binnen.
Zijn gezicht verraadde niets, toen hij onze handen schudde en vroeg: “Koffie allemaal?”
De ADG moest blijkbaar het spits afbijten, want toen de DG het vertrek vrij van observatie had laten maken, vroeg deze: “Wat dacht je van de operatie, Jan? Ben je tevreden met het resultaat?”
“Het resultaat was goed. Wat ik van de operatie denk -althans een gedeelte daarvan- dat weet u.”
“Je bedoelt dat er twee Polen in het souterrain sliepen?”
“Ik bedoel dat wanneer ik er niet een voorgevoel van had gehad, dan waren Geordie, Harry en Tony nu dood geweest, en mogelijk ik ook. Het leek dan wel logisch dat Silvana daar niet gevangen werd gehouden, maar dat wil niet zeggen dat er geen misdadigers aanwezig waren. Misdaad werkt over het algemeen niet erg logisch, of volgens vaste patronen. Jullie weten dat beter dan ik.”
“Kom Jan, dat is niet fair,” zei de DG, “Alles was op Silvana gericht en in de korte tijd die we hadden om informatie te verzamelen, hebben wij alles uit de kast getrokken.”
“Ik neem niemand iets kwalijk. Jullie namen de bewering van een arrogante technicus, die veilig in zijn draaistoel zat, als verzekering dat alles ‘fucking hunky-dory’ was.”
De DG zei: “Ik geef toe dat de uitvoering van de operatie te wensen over heeft gelaten. Ik ben niet zo kinderachtig om te stellen dat de verantwoording daarvoor bij Peter Warren en zijn mannen ligt. De fout is gemaakt, alles is gelukkig goed afgelopen en we hebben er van geleerd. Maar ik ben met je eens dat de aanval de beste verdediging is..., of dacht je dat ik niet zag wat je hier nu aan het doen bent?”
Ik keek de DG aan met mijn beste pokerface, en hoopte dat mijn gezicht niets verraadde. De DG was slim, want hij had mij doorzien.
“Je dringt ons in de verdediging, zodat wij het jou niet al te moeilijk maken met onze vragen. Juist?”
“Absoluut, maar ik was witheet gisterenavond. Okay, ik was blij dat ik erger heb kunnen voorkomen, maar ik was gisterenavond geen blije Hollander.”
“Dus daarom besloot je niet te komen voor debriefing?”
“Onder andere.”
“Je maakt het ons niet gemakkelijk, Jan,” zei de ADG terecht, “Wij zijn honderd procent ‘straight’ met je en je laat ons naar de antwoorden raden.”
“Er was niets dat ik vertellen kon, dat de SAS mannen niet voor mij konden doen.”
“Dus je dacht: ‘Kom, ik ga maar een eindje om met het slachtoffer’” vroeg de DG sarcastisch.
“No, damm it!” zei ik gekweld, “Ik zag dat Silvana in een duidelijke staat van shock verkeerde. Zij was erg incoherent. Ik wilde niet dat zij op dat moment gehoord zou worden. Het is de moeder van mijn dochter, dus ik heb het morele recht om die beslissing te nemen. Ik wilde er ook absoluut zeker van zijn dat het niet in het publieke domein zou komen. Dat heb ik gedaan.”
“Jan, met respect: Silvana is een ervaren HM Revenue and Customs agente, die op een bepaald moment zelfs bij de SOCA geïnfiltreerd was. Zij is opgeleid voor dit soort zaken en...”
“Ik wilde dat zij eerst door doktoren werd gezien, voordat zij ook maar enige vragen zou beantwoorden,” onderbrak ik de DG weer, die het mij ook niet bepaald gemakkelijk maakte, “Er was geen waanzinnige haast voor antwoorden, omdat we alle fucking antwoorden al weten. Als ik het fout heb gedaan..., sorry. Volgende keer doe ik het weer zo. Ik heb het niet voor mijzelf geda...”
“Sorry Jan,” onderbrak Michael mij en vroeg de DG: “Waren er overlevenden bij de gijzelnemers?”
“Nee,” antwoordde de DG, “De Polen zijn allemaal dood.”
“Hoeveel Polen waren er totaal?”
“Acht, Michael.”
“Acht..., acht Polen. Wel, hier is de fucking reden dat Jan niet gekomen is voor ‘debriefing’”
Hij liet zijn woorden inzinken, niet in het minst om zijn kalmte te kunnen bewaren. De ADG zag het..., begreep het..., en ik zag hem wit worden.
“Acht Polen! Mijn vrouw is verkracht door acht fucking Polen. Meerdere malen. Jan heeft mij aangeraden dit niet openbaar te maken en dat doe ik ook niet. Dit is de reden dat jullie hem niet terug hebben gezien gisterenavond. Ik hoop dat die reden belangrijk genoeg is,” liet Michael zich ontglippen, terwijl de tranen nu over zijn wangen rolden.
Davonne wilde opstaan om hem te troosten, maar ik legde mijn hand op haar arm en schudde langzaam mijn hoofd.
“Coffee and brandy,” sprak de ADG in de telefoon, “At the devil!”
De DG en de ADG waren harde mannen. Ze maakten veel ergere dingen mee, iedere dag opnieuw, maar het is nu eenmaal zo dat het leed van vrienden ons allemaal veel meer aangrijpt.
De DG zat helemaal aangeslagen van zijn koffie te drinken. Hij was niet in staat om ook maar iets tegen zijn vriend te zeggen. Michael had een brandy achterover geslagen en leek zijn evenwicht te hebben hervonden.
De ADG sprak nu zacht: “Michael, woorden ontbreken mij. Ik kan niets zeggen dat je leed minder maakt, maar als ik iets voorstellen mag, ga dan naar huis. Ga naar Silvana. Zij heeft je nu nodig, ga naar je vrouw en kind.”
“Dat kan niet, Jan is met mij meegereden. Ik...”
“We geven Jan straks een auto uit de ‘carpool’ Maak je geen zorgen om trivialiteiten. Ga naar huis. Daar ben je nu nodig,” zei de DG schor.
Michael dacht even na, knikte en stond op. Hij keek naar me en zei: “Ik ben je veel verschuldigd, Jan. Onthoud wat ik gezegd heb. Ik ga nu naar huis..., ja, ik denk dat mijn vrouw nu meer aan mij heeft dan jullie hier.”
“Ik heb nu twee nachten niet geslapen,” zei ik als breker, toen Michael vertrokken was, “Is het goed als ik nog een brandy neem?”
“Ja, ja, zeker,” zei de DG afwezig.
“Ik voelde het komen,” zei de ADG, “We hadden moeten weten dat er iets was gebeurd, maar wij waren ook ziek van die ‘fuckup’ van onze technicus.”
“Die kan echt beter niet voor mijn poten lopen vandaag,” vloekte de DG, “Arme Michael. Arme man.”
“Arme Silvana,” zei de ADG, “Ze haat mij, maar ik mocht..., ik mag haar echt graag. Ze is zo hard als een spijker en werkelijk superintelligent..., en nu dit. Zou dit haar breken, Jan?”
“Als Michael in staat is om haar werkelijk te laten merken, dat ze hem nog even lief..., dat ze hem nog liever is geworden, zonder dat het op medelijden of zelfmedelijden lijkt, dan veert ze snel terug. Silvana is een controlefreak, ze controleert zichzelf ook. Als Michael de man is die ik denk dat hij is, wordt ze nog sterker.
“Zullen we zaken doen,” stelde de DG voor, “Ik ben er ziek van. Laten we wat afspreken. Jan, wat stel je voor?”
Ik dacht even na en zei toen: “Het is een eenvoudig verhaal. We weten waarom het gaat, en we weten hoe we de plannen van die Kabbalistische, Frankistische pestbankiers kunnen verijdelen. Nu helemaal, want ze hebben Silvana niet meer.”
“Right, de uitvoering. In hoeverre kunnen wij helpen? Ik bedoe..., dat vergeet ik nog helemaal te zeggen. Er liggen vijfentwintig miljoen pond klaar op de ambassade in Tirana. Het codewoord is: ‘Perparim’. De volgende vijfentwintig miljoen pond liggen klaar wanneer de bankier en Michael ontvoerd zijn. De laatste vijftig miljoen wanneer alles achter de rug is. Is dat acceptabel?”
“Ja, absoluut. Ik wil alleen eerlijk zijn hier.”
“Kom Jan,” zei de ADG, “We zitten alledrie in een pleurisbusiness, alleen jij hebt tenminste nog vrienden.”
“Zijn jullie mijn vrienden?”
“Jan, spit it out, wat zit je dwars?”
“Niets, ik begrijp dat omstandigheden decreteren en belangen moeten prevaleren. Ik ben geen imbeciel. Jullie weten nu waar het om gaat en honderd miljoen is een kleine prijs voor die belangen. Laat het daarbij. Ik ben een ex-crimineel, maar ik ben een man van eer en ik houd van mijn vrienden. Raffaele Cutolo, de oprichter van de Camorra NCO stelt dat politici erger zijn dan gangsters. Ik ga een stap verder: De bazen van de politici zijn gangsters, dat zijn de echte criminelen..
Ik zeg niet dat jullie eerloos zijn, of dat jullie niet van je vrienden houden. Wat een waanzin. Wat ik zeggen wil, is dit: ik knap die shit op hier. Ik wil vrijheid van handelen hebben, tot in het redelijke. Als er een ‘Fall Guy’ (zondebok) gevonden moet worden, dan ben ik dat, niet mijn vrienden. Ik weet niet van welke Freemasons loge jullie deel uitmaken, noch is dat relevant.
Jullie zullen echter begrijpen dat ik het nu ook tot een persoonlijke vete heb gepromoveerd, dus als er ergens belangen kruisen, zeg het mij dan nu. Dan zoeken we een aanvaardbare oplossing.”
De DG zei: “Ik kan kort zijn..., Michael is mijn beste vriend, Groot-Brittannië is mijn land, de rest komt daarna. Het doel dat wij nastreven is voor iedereen goed, behalve de Kabbalistische, Frankistische bankiers en daar heb ik geen medelijden mee. Ik weet wat je zegt, en het is mij goed genoeg. John?”
De ADG zei: “Door mijn beroep heb ik niet zoveel vrienden. Men went daaraan. Ik beschouw je als een vriend, Jan. Er kunnen geen orders van boven komen die dit zouden veranderen. Zeg wat je wilt dat we doen, maar houd er rekening mee: dit is een samenzwering!”
“De Illuminati zweren samen voor de laatste tweehonderdvijftig fucking jaar en het is maar één keer fucking fout gelopen voor ze,” wierp ik tegen, “Toen gingen ze op in de Freemasons in Europa. De samenzwering is tegen de mensheid, maar die is te suf om het te willen zien. Hoeveel mensen weten van de op handen zijnde operatie?”
De DG antwoordde: “In MI5 alleen John en ik, en dat verandert niet. Dan zijn er de AC, de DAC van de Special Branche en de Director van de SOCA. Jij en Davonne. We willen dat ook zo houden. De leiders van de andere instanties zullen niets zeggen, want ze begrijpen dat dit een samenzwering is.”
“Goed, niemand weet dus wat wij doen, maar wat doen wij dan wel? Ik bedoel, we moeten een sluitende coverstory hebben voor onze aanwezigheid.”
De ADG dacht even na en zei toen: “De pers stelt vragen over de explosies in Holland Park Avenue. We geven ze straks het verhaal van wat er ongeveer voorgevallen is, namelijk dat we een gijzelaar ontzet hebben. Namen geven we niet, omdat het onderzoek nog gaande is. Wanneer jullie aangehouden worden door de autoriteiten, dan identificeer jij je met je MI5 papieren. Mochten ze willen checken dan kunnen ze naar de DG of naar mij vragen.
Wij geven jouw coverstory dan door. Die is dat jij ons geholpen hebt om de gijzelaar, de vrouw van een prominent politicus, op te sporen en te ontzetten. Je hoeft verder niets te zeggen. Ik geef hetzelfde verhaal aan de Home Secretary, dus als het helemaal moet dan kunnen ze daar ook contact mee opnemen. Het mooiste is dat het verhaal bijna de waarheid is.
Er is echter geen ‘bobby’ in het land, laat staan een inspecteur die gelooft dat Davonne voor MI5 werkt, dus wat geef je daar voor draai aan?
“Dat ik het nuttige altijd met het aangename verenig en dat ik niet was gekomen, als mijn secretaresse niet met mij mee kon komen. Dat is een verklaring die iedere kerel graag gelooft en het brengt wat ontspanning in het verhaal.”
“Waarom niet?!” zei de DG, “Okay, hoe wil je gaan beginnen?”
“Hangt er vanaf. We kunnen een hoop voetenwerk laten verrichten, maar met iedere opsporingsambtenaar die we in het verhaal brengen, wordt de kans op uitlekken vergroot. Zij mogen dan niet weten wat er precies gebeuren gaat, ze zullen wel weten dat er wat gebeuren gaat. De naam is te bekend.”
“Conclusie?” vroeg de ADG.
“Ik wil een beeld hebben, voordat ik mensen laat overkomen. Misschien blijkt het wel een onmogelijkheid, om die Redshield te ontvoeren. Kennen jullie de man eigenlijk persoonlijk?”
De beide ‘superspooks’ schudden hun hoofd.
“Hebben jullie een dossier over hem?”
“Ik zal gelijk even kijken,” zei de ADG, “Weet jij zijn voornaam toevallig?”
“Nathan,” zei ik.
De ADG bespeelde het toetsenbord, en zei: “Ik ben niet gemachtigd om dit dossier te bekijken, DG.”
“Ik wel,” zei de DG, “Laat mij maar even zitten.”
“Wacht even,” zei ik, “Als u de enige gemachtigde bent en de bal gaat rollen nadat alles over is, dan kan het getraceerd worden dat u het dossier opgevraagd heeft.”
“So what?” vroeg de DG, “Wanneer hij gekidnapt is, dan is het toch logisch dat ik zijn dossier bekijk?”
“De datums kloppen dan niet. Wie kunnen u natrekken?”
“Controleren niemand, maar een speciaal team kan worden samengesteld om mij te onderzoeken. Ze brengen dan iemand van MI6 in. Het maakt mij niet uit, Jan. Ik red me wel. Ik doe het deze reis voor Michael, Silvana en dat bankiersschorem. Ik ben een Freemason, okay. Ik had ook een katholiek kunnen zijn, nietwaar?”
“Non-starter! We laten dan gelijk al openingen ‘for the end-game’. Ik heb een betere, denk ik. Kunt u van huis, of ergens anders ‘remote’ inloggen?”
“Ja, dat moet wel. Wat had je in je hoofd?”
“Worden de IP nummers gelogd?”
De DG keek mij niet begrijpend aan.
“Ja,” zei de ADG, “En proxy-servers worden geweigerd. Wat denk je te doen?”
“We breken in, in de DG’s huis. Ik zet een paswoord generator op MI5. Natuurlijk vinden we dat paswoord nooit. Dat hoeft ook niet. Het moet lijken dat we geprobeerd hebben in het systeem te ‘hacken’ en dat we gelukkig waren, door het juiste paswoord te vinden. Ik open dan twintig dossiers, want hoogstwaarschijnlijk zit er een ‘timer’ op die archieven. Het lijkt dan dat de ‘hacker’ een rookscherm heeft willen leggen, terwijl het overduidelijk is, dat het om de Redshield ging.”
“Dat kan toch overal? Dat hoeft toch niet speciaal in de DG’s huis,” vroeg John Holborn geïnteresseerd.
“Wel als het erop moet lijken dat iemand de DG verdacht wil maken. Door hem verdacht te maken, valt hij juist buiten de verdenking.”
“Wie zou dat moeten doen?”
“Nou, dat is een goede vraag.”
“I like it,” zei de DG, “Een ding, Jan. Je wilde dat de SAS een verkenning deed op het landgoed van het doelwit. Wil je dat nog steeds?”
“Nee, beter van niet. Ik wil eerst het dossier lezen, voordat wij meerdere mensen in gaan brengen.... Tenzij...”
“Yes...?”
“Ik heb een idee, maar ik kom er nog op terug.”
“Jan,” zei de AC, nadat wij het avondeten genuttigd hadden en aan de koffie zaten, “Ik heb een ‘sweepteam’ van onze onderzoeksdivisie laten komen. Zij hebben het huis nagezocht op bugs. De uitkomst van dat onderzoek was negatief. Daarna heeft het team mijn draadloze netwerk beveiligd.”
“Dat was goed denkwerk, Richard, we hadden anders niets meer kunnen bespreken. Evengoed, ik vertrek met Davonne morgen, want ik wil niet dat jij problemen door onze aanwezigheid zou kunnen krijgen.”
“Jan, ga niet weg. Ik vind het heerlijk dat jullie er zijn. Echt, ik ben helemaal nergens bezorgd over.”
“Ik weet het, maar het wordt nu heavy, Richard. Niet eens MI5 weet wat ik ga doen. Ik moet op zeker spelen, want de belangen zijn te groot. Stefano komt mee. Dat is geweldig voor mij, maar dat betekent ook dat ik geen fout mag maken. Hij is mijn peetzoon. Ik weet wat ik ga doen, maar het wordt niet leuk.”
“Ik wil en zal jou en je vrienden met alles behulpzaam zijn, zelfs wanneer ik daarvoor ver buiten mijn boekje moet gaan. Je hebt mijn woord daarop, want het maakt me misselijk om te moeten accepteren dat alles waar ik voor dacht te staan, alle waarden die ik koesterde, alles waar ik heilig in geloofde..., het is allemaal een illusie die ons voorgehouden wordt. Het is niets. Ik ben in feite een fucking bankbediende. Ik word gebruikt om belastingen te innen waarmee de schulden en de renten worden betaald, die een regering van andere bankbediendes en duvelstoejagers maakt..., bij de banken.
Mijn echte werkgever is dus een bankdirecteur die zijn fortuin heeft gemaakt door gehele naties in faillissementen te drijven, door oorlogen te ontketenen en beide kanten te financieren. Kortom alle ellende van de laatste tweehonderdenvijftig jaar die niet door natuurrampen en/of ziekte is veroorzaakt, is welbewust gepland en uitgevoerd door een Bankiersdynastie die zich verschuilt achter het schild van het zogenaamde antisemitisme van ‘The Protocols of the Learned Elders of Sion’ (Notulen van de Geleerde Ouderen van Sion)”
Ik keek naar Tony, Vanny en Davonne, die geheimzinnig zaten te fluisteren. Af en toe lachten ze alledrie. ‘Nog een samenzwering,’ dacht ik somber, terwijl ik knikte.
“Ik zie dat je je hebt verdiept in het onderwerp, maar het is veel complexer dan dat, Richard. Terwijl die notulen worden gehekeld als bedrog en antisemitisch -en dus weinigen er openbaar hun bijval aan zullen geven- dienen diezelfde notulen –die ergens rond 1880 geschreven werden- als een blauwdruk voor werelddominatie.
Als die Protocollen bedrog zijn dan vraag ik mij af hoe het komt dat alles wat in die notulen beschreven staat, uitgekomen is. Verder, en vooropgesteld dat mensen hun eigen hersens kunnen gebruiken, en niet die van de politieke kloonmongolen en de regulaire media babbelberen, dan kan het de mensen toch niet ontgaan dat alles wat in die Protocollen beschreven staat, rond om ons aan het gebeuren is. In andere woorden: wij zijn op weg naar een wereldheerschappij. Zoals gesteld in de Protocollen. Een nieuwe wereldorde. Wat goed klinkt. Een politiestaat tot in het extreme. Dat iets minder leuk klinkt.
Die geclaimde bedrieger –van die Protocollen- was dan helderziend, een genius, of beiden. Waarom een genius? Wel, die notulen hadden blijkbaar zoveel aantrekkingskracht dat een groep van werkelijk globale machtmogols besloten heeft die richtlijnen in de Protocollen ‘of the Learned Elders of Sion’ alsnog te aanvaarden en ten uitvoer te leggen. Leg daarnaast de blauwdruk voor drie wereldoorlogen, geschreven, even vóór de Protocollen, door Albert Pike, een drieëndertigste graad Scottish Rite Freemason en je kunt zien dat het weinig heeft gescheeld of Wereldoorlog III was ook ontketend. Afghanistan, Irak en nu Iran.
Iran, want Ahmadinejad houdt publieke redevoeringen waar de oorlogstokers in de USA alleen maar van durfden..., hoopten te dromen. Hun wens is nu verhoord. Vreemd is het een beetje dat Ahmadinejad gefotografeerd is, terwijl hij met twee handen het teken van de Illuminati, oftewel het duivelsteken, maakt.
Toch weer niet zo vreemd als je bedenkt dat Yasser Arafat geen arabier was, net zo min als koninklijke familieleden van Saudi-Arabië dat zijn..., en nog minder van een koninklijke bloedlijn waren; dat bekende topfiguren in de moslimwereld drieëndertigste graad Freemasons of Illuminati zijn. Het is een wereld van bedrog, misinformatie en tweespalt..., met één doel. Wereldheerschappij..., waar de machthebbers absolute macht hebben en de mensen moderne slaven zijn.
Het is een doel dat al duizenden jaren bestaat, en Plato hielp het ontwerpen. Nu bereikt dit duivelsaanbiddende rapaille hun doel, want de techniek heeft voor hen gewerkt. Het zijn niet alleen de Kabbalistische, Frankistische bankhoncho’s, al draait alles natuurlijk om het geld. Het zijn de Satansaanbiddende Illuminati, Freemasons en Jezuïeten, al denk ik dat de Rothschilds, Rockefellers, Kennedy’s, Astors, DuPonts, Bundy’s en de Van Duyns geen ‘flying fuck’ geven om dat Satanshit. Geld is hun duivelse god, of goddelijke duivel. Door middel van de Bilderberg Group rammen ze de gekozen politici alle veranderingen in hun strot.”
“En er is helemaal niets aan te doen, nietwaar?” vroeg de AC terwijl hij een vies gezicht trok.
“Ik ben bang van niet, Richard. Nee, tot het moment dat de mensen voor zichzelf leren te denken. Echter..., zelfs een wereldwijde revolutie brengt geen oplossing. Dat is precies wat de Illuminati willen. Chaos! De legers en politie van alle landen zullen dan tegen de burgers ingezet worden. Uit die chaos komen de nieuwe leiders naar voren en de werelddominatie is dan een feit.”
Na twee nachten nagenoeg niet te hebben geslapen, verwachtte ik te ‘chrashen’ zodra mijn hoofd het kussen raakte. Niet dus. De gedachten maalden als een vortex door mijn hoofd. Davonne lag in mijn arm met mijn hand te spelen..
“Waar denk je aan, Jan?”
“Ik weet het niet..., van alles denk ik. Het is niet de fucking heavy shit die mij wakker houdt, foofie. Ik ben bang. Ik ben bang dat er iets met mijn vrienden zal gebeuren. Ik raak in paniek als ik aan Stefano denk, Davonne. Ik zou niet meer verder kunnen leven. Eerst zijn vader..., en dan de zoon? Ik ben zo fucking bang. Ondanks de dood van zijn vader is het veel te lang goed gegaan. De wet der gemiddelden zegt dat er nu slachtoffers gaan vallen. Ik heb de verantwoording en dat maakt mij bang.”
Davonne wreef haar gezicht tegen dat van mij, en zei: “ik begrijp die dingen niet goed, Jan, maar ik weet..., ik voel als vrouw, dat het goed zal gaan. Je moet alleen nu een ‘timeout’ inbouwen, lieverd. Je moet ontspannen, Jan. Je gaat te hard. Volgens mij kun je het beste een week rustig aan doen, nu dat Silvana en je Poolse vriend veilig zijn.”
“Ik kan niet stoppen, foofie. Ik moet blijven denken, want de kleinste fout die ik maak, of het minste geringste dat ik over het hoofd zie, kunnen fataal zijn. Juist nu, nadat wij de gijzelaars heelhuids terughebben zet de relaxatie in. Met die ontspanning komt de angst. De angst, de stress en de nachtmerries.
“Kan ik wel zo in je arm blijven liggen?”
“Sure, ik vind het fijn als je bij mij ligt, Davonne.”
“Ik vind het ook fijn, en zo heb je in ieder geval één hand minder die niet in mijn Snoopies kan verdwalen, vannacht,” zei Davonne, terwijl ze heel teder mij hand op haar borst legde. Dat was een primeur.
Ik denk dat wij lachend in slaap zijn gevallen...
Ik was verliefd, ik hield van haar en ik respecteerde haar zo godganselijk veel..., maar Anouk was een jonge vrouw. Ze was uitbundig, ze wilde leven, genieten. Ik zag haar met de camera uit de blokhut komen en een sprint trekken. Wilde ze dan net zo graag bij mij zijn? Zou dat kunnen?
Anouk kwam lachend aanrennen, toen zij ineens struikelde. Eerst dacht ik dat zij misgestapt was..., toen even later de scherpe knal van een sluipschuttersgeweer door de bergen echode. Ik liet mij op mijn buik vallen, terwijl ik de Sig Sauer van mijn rug trok en die, in de geschatte richting van de afgevuurde kogel, richtte.
In een fractie van een seconde realiseerde ik mij het nutteloze en belachelijke van dit gebaar. De schutter had minimaal een .338 Lapua Magnum kogel, met een afvuursnelheid van negenhonderd meter per seconde, gebruikt. Daar ik de knal pas vier seconden hoorde nadat ik Anouk zag struikelen, moest de schutter zich op zo’n tweeduizend meter afstand bevinden.
Ik kroop naar Anouk en bood haar dekking met mijn lichaam, terwijl ik haar voorzichtig omdraaide. Zij was door haar keel geschoten en was stervende.
“NEE! Anouk, nee, niet doodgaan, lieverd!” brulde ik, “Het komt goed, het komt goed. Anouk, laat mij niet alleen!”
Haar lippen bewogen. Ik legde mijn oor op haar mond en door de reutelende adem hoorde ik: “Jan, het is... goed... ik ga nu naar... mijn pappie en... mammie. Huil niet... om mij. Ik ben... te ver gegaan. Bedankt... voor alles... Jan. Jij hebt mij... een vrouw gemaakt. Je bent mijn... man. Ik... was altijd... geboren... om te... sterven..., lieve Jan. Ik houd...”
Anouk stierf in mijn armen en ik werd krankzinnig.
“Nee, nee, Anouk.., niet weggaan,” huilde ik, terwijl ik opsprong en de Sig leegschoot in de richting van de schutter. Ik wilde dat hij een kogel door mijn hoofd zou jagen, zodat ik met Anouk mee kon. Ik sprong, jankte, danste, schreeuwde de meest gore verwensingen en ik bad de schutter toen op mijn knieën om mij ook dood te schieten.
De fucking geschiedenis had zich weer herhaald. Een cadeautje voor Jan, de pleurispooier. De regelrechte psychose waar ik nu in gedoken was, liet mij weer de moord op een vrouw –waar ik van was gaan houden- beleven.
Ik zag door een waas van tranen dat er twee Toyota Landcruisers de bergweide in kwamen razen. De deuren werden opengegooid. Franco, Rino en de reusachtige Pietro sprongen uit het eerste voertuig. Uit de tweede 4x4 renden acht van Rino’s mannen naar mij toe.
Twee explosies klonken kort na elkaar. Ik zag de kogelinslagen in de ramen van de gepantserde Landcruiser. De schutter liet ons weten dat het niet om mij te doen was geweest. Anouk moest sterven en Anouk was gestorven door de hand van een ‘contractkiller’. De verschrikkelijke ironie kon mij, zelfs op dit vreselijke moment, niet ontgaan. Zij was op de wereld gezet door een ‘professional hitman’ en zij was vermoord door een ‘contractkiller’ Zij had zich de woede van de Sacra Corona Unita op haar hals gehaald..., net als haar vader.
Maar nu was Stefano er niet om mij tegen te houden, nu bepaalde ik wat er gebeurde. Terwijl Franco en zijn mannen naar mij toe renden, sloeg ik een nieuw magazijn in de Sig, brulde: “Anouk, wacht op me! Ik kom eraan, monster.”
Ik stak voor de tweede keer in mijn leven een loop in mijn mond en haalde de trekker over. Het schot ging niet af, want ik had in mijn waanzin het magazijn niet volledig doorgeduwd. De klap kwam echter wel, maar in een andere vorm dan ik hoopte. De geweldige Pietro had de aanloop al in zijn rennen..., hij nam als een volleerde rugbyspeler een snoekduik en tackelde mij. Op de grond trok hij de Sig uit mijn hand, alsof hij een kleuter een lolly uit zijn mond trok. Liefdevol hielp hij mij daarna op mijn voeten.
“Wat is er gebeurd, Gian,” vroeg Franco “Wij hoorden de schoten..., O Dio Mio, dus het is toch Anouk! Zeg mij dat het niet zo is, Gian.”
Ik viel weer op mijn knieën, en huilde: “Ze hebben haar vermoord, Franco. Door haar keel geschoten en lieten mij toen weten dat het zuiver om haar te doen was. Wat hebben we gedaan? Wat heb ik gedaan? Ik heb haar vermoord, ik heb Anouk vermoord, dat is wat er fucking gebeurd is.”
In mijn waanzin ging ik ‘apeshit’ en totaal ‘loopy’ van woede en verdriet, en er was niets dat ik kon doen. De schutter zou allang weg zijn, wanneer ik daar zou aankomen. Huilend, en verteerd van verdriet bracht ik Anouk het huis in. Terwijl ik haar voorzichtig op de bank legde, realiseerde ik mij, dat de schutter dan wel weg kon zijn, maar de Sacra Corona Unita niet. Die was statisch. Die kon niet weg. Die zou er altijd zijn..., voor mij! Voor mijn wraak! Meer dood dan dat ik nu was, kon ik toch niet zijn.
Ik pakte alle wapens en explosieven uit de gangkast, en bracht die naar de Landcruiser...
Jan, Jan, wordt wakker, wat is er, lieverd? Heb je een nachtmerrie?
Ik schrok wakker van Davonne, die zachtjes aan mij schudde. Ik merkte dat de tranen uit mijn ogen liepen. Ik had weer van de dood van Anouk gedroomd.
Davonne omarmde mij, kuste mijn tranen weg en vroeg: “Was het zo angstig, Jan?”
“Het is iets uit mijn verleden. Wanneer ik uit de stress kom, dan krijg ik migraine-aanvallen en vaak dezelfde nachtmerrie. Deze keer was het anders... het was monsterachtig.”
Ik begon nu te rillen van de koorts, die de nachtmerrie altijd opvolgde en vroeg of Davonne tegen mij aan wilde komen liggen.
“Je ligt te rillen en te klappertanden, Jan. Probeer of je kunt slapen. Wacht even een momentje, ik ben zo terug,” zij Davonne terwijl zij uit bed stapte.
In mijn koortsvisoenen herleefde ik weer hoe Renato zijn oog werd uitgerukt. Ik voelde hoe Anouk in mijn armen stierf en ik hoorde de schoten. Het schot dat Anouk’s keel doorboorde en het schot dat Lisette’s hoofd uit elkaar deed spatten. Terwijl de tranen en het angstzweet het kussen doordrenkten, schreeuwde ik..., maar er kwam geen geluid..., anders dan:
“Jezus Jan, het hele bed staat te schudden,” hoorde ik Davonne heel in de verte zeggen, “Schuif eens op naar het midden, lieverd.”
Ik voelde de warmte van Davonne, toen zij naast mij schoof. Ik voelde ook de hitte van Vanny, die aan de andere kant van mij kwam liggen. Ik wilde protesteren, maar ik was niet in staat om geluid te produceren.
“Jan, ga op je rug liggen, dan komen wij half over je heen liggen, we hebben je zo warm,” hoorde ik Vanny zeggen, “Hij is zo weer okay, Davonne. Ik heb al eens zoiets met hem meegemaakt. Hij krijgt het wanneer hij uit de stress komt.”
Inderdaad voelde ik na een uur de koorts zakken en mijzelf weer warm worden. Ik wurmde mijzelf een beetje onder de vrouwen vandaan, die elkaar omarmd helden.
“Gaat het een beetje, Jan?” vroeg Vanny de Trophy Fanny.
“Nu wel, dank je wel. Dat was erg lief van jullie. Ik ben een bevoorrecht mens.”
“Dat ben je zeker,” zei Davonne, “Ik heb nog nooit met een man en een vrouw in één bed gelegen. Ga je niet al te goed voelen vannacht, zodat ik weer een hand in mijn Snoopies geschoffeld krijg, Jan, en als je douwen wilt, ga ik wel in Vanny’s bed liggen. Ze heeft je meer moeten missen dan ik. Voor de rest houden we elkaar maar een beetje vast. Lekker warm.”
Vanny schoot in de lach en zei: “Je hebt een leuke vriendin, Jan. Ik wilde dat ik zo was geweest op mijn negentiende. En nee, Davonne, je blijft gewoon hier liggen, ik denk dat wij dat allemaal het prettigst vinden. Het is goed zo.”
Het was goed. Meer dan goed! De veilige warmte en tederheid die beide vrouwen afgaven, maakten dat ik mij herboren voelde toen ik wakker werd van de slaapkamerdeur, die geopend werd.
“Good morning ladies. Hi Jan” zei Richard Blackburn, die een ontbijttrolley de slaapkamer induwde, “Ik dacht bij een dubbele bruidsnacht hoort een dubbel Engels ontbijt. Wie wil thee en wie wil er koffie?”
“Koffie voor mij graag, Richard. Het is alleen niet wat je denkt. Ik had een nacht...”
“Dat neem ik onmiddellijk van je aan, Jan, maar maak je geen zorgen. Ik denk niets. Wat zou ik moeten denken?” zei, de anders zo ernstige, Assistant Collector, terwijl hij de roereieren met zalm op onze borden schepte.
Ik denk dat wanneer ik Davonne en Vanny hun gang had laten gaan, dat zij mij gevoerd hadden. Roereieren met zalm, verse espresso en twee nagenoeg naakte engelen naast me.
Het leven lachte mij weer toe en ‘by fuck’ ik was er ‘fucking’ klaar voor.
Lees verder in Deel II
SAS...
If you can read a map and find your way
And trust your compass and follow where it may
If you can trust yourself when we all doubt you
And make allowance for our doubting too
If you can walk and not be tired by walking
Or being lost and late don't deal in lies
Or when silent give way to talking
Not talk too big or talk too wise
If you can hump a Bergen nor mind the weight
And care for it though it was your life
If you can fight alone yet basha with a mate
And work with him yet never come to strife
If you can force your heart and nerve and sinew
To serve your turn long after they have gone
And so hold on when there is nothing left in you
Except the will which says hold on
If you can walk with troggs yet keep your virtue
Or walk with brass nor lose the common touch
If neither us or Pen - y - Fan deter you
If all men count with you but none too much
If you can fill the unforgiving minute
With sixty seconds of distance run
Yours are the wings and everything that's with it
And which is more - you're SAS my son
|