De opkomende zon begon het water in de haven van Dover langzaam bloedrood te kleuren.
Doordat de haven was afgesloten door een ronde kademuur, onderbroken door twee openingen van tweehonderd meter, leek het wel of het bloed de haven van Dover werd ingeperst door een onzichtbare machtige kracht.
Een macht die voor-alsnog verborgen was, maar die op haar weg naar Engeland reeds het bloed voor zich uit joeg; een macht die zich binnenkort zou openbaren.
The Four Horsemen of the Apocalyps: Stefano – Perparim – Pietro en Bozena Powazki, zoals beschreven in het boek der Openbaringen van Sint Jan.
‘Sint Jan. Hoe fucking toepasselijk. Alles zal onthuld worden en het bloed zal fucking stromen,’ dacht ik, terwijl ik het visuele voorteken bewonderde.
Een week na de ontlading van mijn stress zaten Davonne, Vanny en ik, in de Daimler van de Assistant Collector, te wachten op de kade in Dover. De Assistant Collector stond naast zijn wagen met een officier van Immigration te praten. De Seacat uit Boulogne sûr Mer, met mijn vrienden aan boord, kon nu ieder moment de haven binnenvaren. De Assistant Collector zou er voor zorgen dat mijn vrienden niet gecontroleerd werden door Immigration.
Terwijl, achter in de wagen, Vanny en Davonne vrolijk kwebbelden, overdacht ik de afgelopen week.
De migraine die ik normaal altijd krijg wanneer ik uit de stress kom, was gelukkig uitgebleven. De verzorging van Davonne en Vanny had wonderen gedaan. Ik voelde mij als herboren, de dag na de nachtmerrie en de koortsaanval.
Diezelfde morgen hoorde ik van de Assistant Collector dat, ook al had ik geen stress-ontlading gehad, Davonne Vanny die nacht opgehaald zou hebben. De Assistant Collector’s partner, Tony, had hem al eerder verteld dat Davonne er op aangedrongen had dat Vanny de nachten bij mij zou doorbrengen.
Vanny had er aanvankelijk niet van willen horen, maar toen Davonne haar bezwoer dat wij geen enkele relatie hadden en dat wij alleen met elkaar optrokken voor ‘some fun’, begon Vanny te aarzelen. Nadat Davonne haar vertelde dat ik geen relatie meer had gewild, omdat Vanny mijn hart met zich meedroeg; dat Davonne gedurende de vorige reis ‘s nachts mijn hand in haar Snoopies onderdak had verleend, terwijl ik over Vanny lag te dromen, gaf Vanny haar verzet op.
Ze begon te huilen en omhelsde Davonne die prompt ook begon te huilen. Tony kon toen niet achterblijven en de drie vrouwen huilden, lachten en bespraken het strijdplan met elkaar. Vanny had tegen Davonne gezegd dat zij alleen in bed zou komen wanneer Davonne gewoon bij ons zou blijven liggen.
“Ik wil jou het bed niet uitjagen voor wat seks. Ik houd van Jan en ik ben verrukt dat ik naast hem mag slapen. Ik heb jaren zonder seks geleefd, Davonne. Geloof me, dit is het mooiste wat mij in maanden is overkomen. Je bent een werkelijke schat, dat je dat voor mij wilt doen.”
Davonne, verlegen door Vanny’s dankbetuiging, zei: “Jullie houden toch van elkaar. Ik doe helemaal niets, Vanny en als je toch even duwen wilt, dan knijp je mij maar in mijn arm. Ik duik dan wel in jouw bed. Jan heeft een vreemd effect op vrouwen. Ik weet er alles van, maar ik geloof dat hij denkt dat hij mij stukmaakt, als hij aan mij komt.”
Dit voorval was de Assistant Collector en mij totaal ontgaan. Wij waren te druk geweest met het afzeiken van de bankiers van de Illuminati.
Tony had de Assistant Collector verteld dat het een verrassing voor mij had moeten zijn, maar dat Davonne tijdens mijn stress-ontlading had besloten dat dit het beste moment was om Vanny weer bij mij in bed te introduceren.
Dit voorval had er voor gezorgd dat de twee vrouwen hartsvriendinnen waren geworden. Na die nacht waren zij onafscheidelijk geweest, ondanks dat er geen fysieke aantrekkingskracht bleek te bestaan. Wanneer die er geweest zou zijn, had ik het gemerkt. Niet dat ik ontzet zou zijn geweest daarover..., ik zou trots zijn geweest.
Zoals gezegd voelde ik mij de dag... na die nacht, uitstekend. Het voelde alsof ik die migraine wel had gehad, want ik had de helderheid van geest, die ik normaal na zo’n aanval ervoer.
Alles was mij in één klap duidelijk. Ik zag waar de potentiële gevaren lagen, ik ontdekte de val en ik wist hoe ik het moest gaan doen. Niemand mocht ik..., kon ik vertrouwen, en al helemaal MI5 niet. Niemand anders dan mijn vrienden zou echter weten hoe de operatie zou verlopen. Zeker, ik had steun van MI5 en de andere opsporingsinstanties nodig en ik kon niets zonder de massieve steun van mijn vrienden, maar dit zou geen normale veldslag worden.
Wanneer ik openlijk, zichtbaar en extreem geweld moest toepassen -geweld waarvan verslag in het publieke domein zou komen- dan zouden alle instanties mij laten vallen als een baksteen. Zij konden ook niet anders. Omdat zij nimmer de vrijwaringen, geloofsbrieven en uitgereikte identificaties konden ontkennen, zouden mijn vrienden en ik vermoord worden. Gedood onder het mom dat wij terroristen waren en de het 22ste Regiment, de SAS zou de executeur worden. Het plan van de Illuminati was zo duivels dat zelfs MI5 er niets vanaf wist. Ik moest toegeven dat het een briljant plan was, maar ik gaf aan mijzelf toe dat ik snel genoeg was geweest om het gevaar te zien.
Het zou echter een veldslag worden. ‘A battle of fucking wits!’ Een veldslag van vernuft en scherpzinnigheid waar de Illuminati zo in uitblonken, maar die ik zou gaan winnen, al zou het mij mijn fucking leven kosten.
Mijn gedachten werden onderbroken door de Assistant Collector die tegen het voorruit tikte. Ik stapte uit en de Assistant Collector zei: “De Seacat is met een kwartier vertraagd, maar ik wilde je even aan een heel goede vriend van mij voorstellen. Meet Tommy Dickson, plaatselijk hoofd van de afdeling UK Border Agency. Tommy, meet Jan, a dear friend from Holland.”
Ik schudde de hand van de autoriteit, en zei: “It’s a pleasure and privilege meeting you, Sir.”
“No Jan, the pleasure and privilege are mine. Ik kreeg opdracht van de Home Office om Richard hier te ontmoeten. Ik heb begrepen dat je missie extreem gevoelig is. Richard heeft mij daar ook niets over verteld, maar hij heeft me wel verteld dat je geloofsbrieven en identificaties van alle Britse opsporinginstanties en MI5 hebt.
Ik ben van eenvoudige komaf, Jan en ik ben moeizaam door de rangen omhoog geklommen. Ik ben dus ook geen lid van eliteclubjes. Ik heb een idee tegen wie je strijd is, en als dat zo is dan wordt het voorrecht om je te hebben leren kennen nog groter. Ben je echt een gangster?”
“Een oude ex-gangster misschien,” lachte ik.
De autoriteit pakte een kaartje uit zijn zak, schreef er iets op, en zei: “Jan, je kunt mij hier te allen tijde privé bereiken. Ik kan je alle steun toezeggen zonder tussenkomst van MI5 of de Home Office. Richard heeft mij verteld dat jij en je Italiaanse vrienden geweldenaren zijn. Het is mij werkelijk een eer en ik hoop je ook een keer bij Richard thuis te ontmoeten. Wat kan ik onmiddellijk doen voor je?”
Ik keek de Assistant Collector vragend aan.
“Ik wilde het aan jou overlaten, Jan. Ik weet dat je vaak improviseert en je plannen onmiddellijk aanpast. Je kunt alles met Tommy bespreken.”
“Mister Dickson, mijn vier vrienden komen samen in één wagen. Zij worden gevolgd door een wagen die mogelijk wapens vervoert. Het zou ideaal zijn wanneer de inzittenden en de wagens niet worden geregistreerd. Ik zou u daarom willen vragen de surveillance camera’s een moment uit te zetten, alsmede de camera in de zwarte bol, die in de auto’s kijkt.”
“Dus daar weet je van dan,” lachte Tommy Dickson, “Jan, dat is geen enkel probleem, alleen moeten je vrienden dan als laatsten door Immigration. We kunnen dan alle detectiescanners uitzetten. Verder?”
“Wel, door het zo te doen, voldoet u al gelijk aan mijn tweede verzoek,” antwoordde ik. Ik legde de autoriteit uit wat dat verzoek inhield.
“Als alle surveillance en detectiescanners uitstaan, kunnen mijn vrienden hier dan gelijk overstappen in de wagen met de wapens? De schone wagen gaat gelijk terug met de Seacat. Ik moet er echter zeker van zijn dat alles werkelijk uitstaat, want er hangen minimaal vijftig mensenlevens vanaf. De computer registreert dat er een ‘blackout’ is geweest. Hoe verantwoordt u dat?”
“Je bent werkelijk goed, Dutchman. Jij geeft mij een getekende volmacht. Jouw autoriteit overtreft die van mij. Als het Home Office er later problemen mee heeft, dan ligt de oorzaak van die problemen bij henzelf. It’s so simple as that.”
“Wicked!” lachte de Assistant Collector.
Twintig minuten later –nadat alle surveillance en detectie was uitgeschakeld- stopten de gepantserde Audi’s van Stefano en Renato naast ons. Na onze aanval op het Roemenenkamp (Goof and the Gunfoof) in Rome had ik Stefano niet meer gezien. Mijn keel zat dicht, toen hij op mij afliep. We zeiden niets, maar wij omhelsden elkaar. De twee autoriteiten stonden er een beetje verloren bij en de beambten in de Douaneloods keken nieuwsgierig naar dit emotionele tafereel.
“Zio (Oom),” zei Stefano eindelijk.
“Steffie,” uitte ik moeizaam, voordat we elkaar los lieten.
Terwijl Stefano de Assistant Collector ging begroeten, kwam Perparim naar mij toegelopen. De littekens van bloedbroederschap raakten elkaar toen wij elkaar de hand schudden.
De Albanese reus, die zoals altijd was gekleed in een spijkerbroek met laarzen, leren jack en een zwarte, gebreide wollen muts, baste: “Ciao Gian. Stai bene tu?”
“Ciao Perparim. Si grazie. Het spijt mij van je mannen. Mijn oprechte condoleances.”
De reusachtige Albanees omhelsde mij en maakte toen plaats voor de even zo grote Italiaan, Pietro. Pietro had mij uit de dood teruggehaald (Oddbal and the Killa Gall) en was net zo’n softie als dat ik ben. De tranen biggelden de grote man over zijn wangen toen hij zei: “Het is lang geleden, Gian. Te lang! Mijn vrouw vroeg je een kus te willen geven, maar ik denk dat wij zo al genoeg van elkaar houden, nietwaar?”
Ik kuste de Bresciaanse gangster op beide wangen. Later zouden wij onze hereniging dwars en dubbeldwars vieren.
“Hi Bozena,” zei ik mijn hand naar de Poolse gangster uitstekend, “Ik ben waarlijk blij om je in levende lijve te mogen zien. Mijn diepste respect en complimenten voor je tip. Ook namens de moeder van mijn dochter.”
“Hi Jan. It’s good toe see you again. Gelukkig kan ik je hand schudden, want mijn andere hand zit nog ingepakt, zoals je ziet.”
We keken elkaar aan en we wisten dat wij elkaar respecteerden en vrienden zouden gaan worden. We pakten elkaar bij de schouders en wangden elkaar, terwijl Bozena zei: “Je hebt geweldige vrienden, Jan.”
“Jij ook en ik hoop dat je mij er bij wilt hebben,” zei ik bescheiden.
Terwijl de vrouwen nu uit de auto kwamen en Stefano en Perparim overlaadden met kussen, zei Tommy Dickson: “Je hebt indrukwekkende vrienden, Jan. Mijn god, wat een monsters, die Albanees en die grote Italiaan. Ik hoop ooit wat van jullie wapenfeiten te mogen vernemen, bij Richard thuis. We moeten opschieten nu, want de Seacat vertrekt zo weer. Ik zal opdracht geven om de loods te sluiten, zodat niemand het laatste gedeelte van de operatie ziet.”
Toen de loods gesloten was, liep ik naar de tweede Audi met de wapens en trok het portier open. Het leek wel of Pam gelanceerd werd. Ze vloog om mijn nek en huilde: “Jan, Jan, wat heb ik je gemist. Hoe is het met je, ouwe pooier?”
Ze duwde haar natte gezicht in het mijne en verpakte mij in kussen. Pam de Readheaded Slam. Wat hadden we veel meegemaakt en wat was zij een wereldvrouw gebleken.
“Vond Renato het goed dat jij de wagen met wapens reed?” vroeg ik verbaasd. De mooie, roodharige echtgenote van de Santista van Camorra zei: “Een vrouw heeft minder last met controles en jij zou uiteindelijk de enige grens, waar nog gecontroleerd wordt, voor je rekening nemen. Renato en Flavio groeten je en zij laten je weten dat wanneer je meer hulp nodig hebt, zij hier in dertig uur kunnen zijn. Waar is de vrouw?”
Ik sloeg mijn arm om haar schouders en liep met haar naar de Mercedes die achter de Daimler van de Assistant Collector stond geparkeerd. Ik trok de deur open en zei: “Silvana, ontmoet Pam, de vrouw van één van mijn beste vrienden uit Napels. Zij zorgt voor je in de komende weken.”
Silvana die uit de Mercedes stapte, zei: “Dag Pam, ik heb veel goeds over je gehoord. Leuk je te ontmoeten. Ik...”
“Jan! We moeten opschieten... de Seacat vertrekt zo,” waarschuwde de Assistant Collector.
Ik gaf Silvana’s lijfwachten een teken dat zij haar bagage en die van Pam in de A6, van Stefano, konden zetten. Ik boog mij in de Merdcedes en zei: “Dag Franca, weet je nog wie ik ben?”
“Jij bent Jan. Jij bent mijn pappa. Ik ga op reis met mamma.”
“Ja lieverd, je gaat op reis. Kom, dan zet pappa je in de mooie zwarte auto.”
Zowel Silvana als Franca waren gekleed in een regenjack, waarvan de capuchon over hun hoofd getrokken was. Ik kuste Franca en Sivana en zei: “Alles komt goed lieverd, geloof me.”
“Ik weet het, Jan. Ik weet het. Wens Michael sterkte en pas goed op hem. Hij was zo dapper.”
Terwijl Franca en haar moeder in de A6 stapten, nam ik afscheid van Pam.
“Let goed op hen, Pam. Ik heb maar één dochter.”
“Don’t worry Jan. In Calais staan drie wagens met lijfwachten, die ons terug vergezellen. Dag lieve schat, wees voorzichtig en bedank Vanny en Davonne van me.”
Het portier sloeg dicht en de wielen van de A6 beten in het asfalt, voordat deze wegschoot naar de Seacat; koers Calais; richting Napels, rechtsaf en bijna tweeduizend kilometer gewoon fucking doorrijden.
Ik reed de wagen van Stefano, zodat deze zich met de Assistant Collector, Vanny en Davonne kon onderhouden terwijl ik met mijn vrienden kon bijmoseren. Ik had Pietro ook niet meer gezien sinds dat Anouk vermoord werd. Net als met Pietro had ik met Perparim ook veel heavy shit meegemaakt en ik bewonderde de zwijgzame reusachtige Moslim net zoveel, als dat ik van Pietro hield.
“Hoe is je hand, Bozena?” vroeg ik de Pool, die naast Engels, Roemeens en Bulgaars ook Italiaans sprak.
“De pijn is dragelijk, Gian,” zei de Pool, maar ik zag dat hij niet de waarheid sprak.
“Wil je cocodemol, of zelfs morfine hebben?” vroeg ik.
“Nee, dank je wel, Gian. De pijn herinnert mij aan de haat,” zei Powazki. Hij vroeg aan Perparim of hij vrijheid van spreken had. De Albanese reus kneep hem in zijn wang, ten teken dat er geen enkel probleem was.
“Gian,” sprak de Pool, “ik wil niet op dingen vooruitlopen, maar ik heb ongeveer begrepen waarom ik ontvoerd ben. Perparim is erg goed voor mij geweest en ik wil geen geld of iets anders, maar wat ik je aan kan bieden is de executeur van de Illuminati in Groot-Brittannië. Ik hoop echter dat ik bij de afrekening mag zijn.”
“Is dat dan niet John Holborn van MI5?” testte ik hem.
“ik weet dat de Assistant Director General voor de Illuminati werkt, maar de executeur is van onschatbare waarde voor de Illuminati. Het is ook een persoon die ongekende macht heeft.”
“Waarom heb je mij dat niet gelijk verteld?” vroeg ik.
“Ik zal eerlijk zijn. Ik wist niet precies wat ik aan je had. Mijn gevoel zei dat ik je vertrouwen kon, maar ik wilde een onderhandelingstroef achter de hand houden. Ik hoop dat je dat kunt billijken.”
Ik moest boven op de rem gaan staan, om niet onder een uitvoegende vrachtwagen te schieten. Ik zei: “Fair enough, Bozena, dat kan ik volkomen begrijpen. Geen enkel probleem hier.”
“Gian,” sprak de zwijgzame Albanees, “Ik wilde je bedanken, want eergisteren hebben mijn mensen vijfentwintig miljoen euro van de Britse ambassade in Tirana gehaald. Ik wil straks met Stefano erbij, jouw gedeelte bespreken. We waren ook voor niets gekomen, vriend, het geeft alleen aan hoe slim en respectvol je bent.”
Dit was een onderwerp waar ik snel vanaf wilde, dus ik vroeg: “Afgezien van de onkosten, welk bedrag mag jij beslissen zonder Stefano?”
De Albanees keek mij bevreemd aan, maar hij wist dat Stefano mijn peetzoon was en dat ik nimmer iets achter zijn rug zou doen. Hij zei: “ik zou dat echt liever beslissen met Stefano erbij.”
“Perparim, wat ben ik waard en wat kun jij zonder Stefano beslissen? Kom, schei uit met klootvegen, je bent anders ook niet zo voorzichtig.”
“Wel, wat je waard bent is veel meer dan ik kan beslissen, maar vijftig miljoen gaan naar mijn vijftig mensen en de onkosten. Van de resterende vijftig durf ik wel een derde toe te zeggen. Is dat okay, Gian?”
“Laten we zeggen vijftien miljoen dus?”
“Zeker!”
“Okay, de onkosten betalen we uit het totaalbedrag, en die zullen niet gering zijn, maar mogelijk zie ik nog wel kans om dat bij de tegenpartij te verhalen. Van die vijftien miljoen gaan vijf miljoen naar Bozena, omdat ik zonder zijn moed en snelle improvisatievermogen nimmer de moeder van mijn dochter had kunnen laten ontzetten. Dat is één. De resterende tien miljoen euro gaan naar de familie van je vier vermoorde mensen. Ik wil geen geld aan mijn vrienden verdienen,” besloot ik.
“I pabesueshëm (Ongelooflijk),” zei Perparim verbluft.
“Dit klinkt misschien nog ongelooflijker, Gian,” zei Bozena, “maar ik wil geen vijf miljoen. Zonder Perparim en Stefano was ik dood geweest. Zonder de hulp van jouw vriend Ricci was ik zeker dood geweest. Als ik het mag zeggen, laat Perparim en Stefano dan besluiten op een bedrag voor jouw vriend Ricci. De wraak is voor mij betaling genoeg.”
“Incedibile (ongelooflijk),” zeiden Perparim, Pietro en ik.
We waren goed... en we wisten het! Ik reed achter Richard aan Croydon Road in. We waren ook bijna thuis.
Het was een bont gezelschap dat die avond de grote ronde eettafel in Richard’s en Tony’s ‘diningroom’ kleurde. Toen de ‘caterers’ vertrokken waren, zat een jonge Bresciaanse supergangster naast zijn peetvader, een Hollandse, criminele ex-pooier op leeftijd, aan wiens andere zijde een topambtenaar en het hoofd van HMRC, één van de machtigste Britse instanties. Naast deze autoriteit zat een negentienjarig Hollands schoolmeisje die geflankeerd werd door een wat oudere, maar beeldschone Nederlands/Engelse multimiljonaire. Zij was de tafeldame van de partner van de topautoriteit, die op zijn beurt geflankeerd door een Albanese huurmoordenaar en gangsterbaas. Aan de andere zijde van deze Albanese reus zat zijn vriend, een Poolse gangster en voormalig uitvoerder voor de Illuminati. De sluitsteen aan de tafel was de Italiaanse reus, de nieuwe Capo Regime van de Bresciaanse topgangster.
Tony had mij wat inlichtingen gevraagd en daarop gebaseerd, had hij de zetelverdeling vastgesteld. Het was een uiterst knappe positionering, want niemand zou buitengesloten worden tijdens de algemene gesprekken. Tevens was er echter de privacy voor twee gesprekspartners, wanneer dat vereist was. Ik kon met Stefano en de Assistant Collector coördineren. Stefano kon informatie en opdrachten geven aan zijn Capo Regime, Pietro die zich op zijn beurt weer kon verstaan met de Pool Bozena. Deze kon uit het Engels vertalen naar zijn vriend Perparim, de Albanees. Deze begreep wel Engels, maar blonk daar niet in uit. Het was besloten dat Engels de voertaal zou zijn, daar wij dat met uitzondering van Perparim, allemaal spraken. Als Bozena in gesprek was met Pietro, dan vertaalde Tony het onderwerp in het Frans, een taal die Perparim wel machtig was. Tony kon zich tevens onderhouden met de Vanny en Davonne.
“Kan miss Fraser de nachten bij jou en Davonne doorbrengen, Jan?” vroeg de Assistant Collector tijdens het diner, “Ik vraag dat omdat ik dan twee slaapkamers met twee éénpersoonsbedden over heb. Zo kunnen je vrienden hier slapen voor zolang als jullie hier willen blijven. Ik heb het er net met Davonne en Vanny over gehad, en die hadden er geen enkel probleem mee.”
“Dus is er geen probleem, Richard. Ja, perfect. We zullen echter niet veel langer kunnen blijven, want ik vermoed dat wij je anders in moeilijkheden brengen. De gebeurtenissen geraken heel snel in een stroomversnelling, en ik wil niet dat wie dan ook jou en je partner lastig vallen, of erger, om mij te conditioneren. Ik heb mijn strategie bij moeten stellen en voor jullie veiligheid kan ik er niet over praten. Niemand mag het weten en zeker MI5 niet. Kijk echter nergens vreemd van op de volgende dagen, maar twijfel niet aan me. Je bent een dierbare vriend geworden en ik verraad mijn vrienden nimmer.”
“Is it going to be that heavy, Jan?” vroeg de Assistant Collector, bedenkelijk kijkend.
“Het wordt erger. Veel erger. Ik geef Stefano nu een ‘update’ zodat hij zijn Capo Regime in kan lichten. Ik vraag je mij te vertrouwen, je zult de eerste zijn die alles weet.”
Terwijl de Assistant Collector zich met Davonne en Vanny onderhield, legde ik mijn hand op Stefano’s arm, en zei: “Zoals het er nu voor staat hebben wij allemaal, tot Bozena aan toe, iets te verrekenen met de Illuminati. Ik hoef je niet te vertellen wat, want jij bent nog het zwaarst getroffen.”
Stefano zei niets, maar keek mij aandachtig aan, toen ik begon te praten. Ik vertelde wat het doel van de Illuminati was en hoe zij hadden gehoopt door Silvana te ontvoeren, Michael zodanig te beïnvloeden dat Groot-Brittannië na een scala van intriges de euro als munteenheid zou adopteren. Ik legde hem uit dat de Kabbalistische, Frankistische, Joodse bankier Redshield de machtigste man ter wereld was en een topman in de Illuminati. Ik deelde hem mijn aanvankelijk plan mee hoe ik dacht dat complot te verijdelen. Stefano, net als zijn vermoorde vader, is erg snel en ik kon hem een verhaal van een uur in enkele ‘one-liners’ communiceren.
“Dus we moeten die bankier uit zijn burcht peuteren, Zio?”
“Essatamente, figlio (Precies, zoon)”
“Het is een goed plan wat u bedacht heeft, Zio, maar ik verwacht dat het moeilijk zal worden. Van wat ik begrijp, zal de bankier zich hoofdzakelijk verplaatsen per helikopter. Daarnaast vermoed ik dat hij met een RFID chip ingespoten is.”
“Dat is allemaal nog wel te overkomen, Stefano. Als het helemaal niet anders gaat dan schieten we die helikopter met die ‘duivelsfuck’ aan boord, de lucht uit met een Stinger raket. We reduceren de lading van het projectiel zodat de ‘chopper’ wervelend de grond kan bereiken. Wanneer we die ‘bankfuck’ daar niet kunnen pakken, dan pakken wij hem wanneer hij zich in konvooi laat verplaatsen. Hij zal niet zo snel meer in een helikopter stappen, nadat hij die crash heeft overleefd. Voor de RFID laat ik MI5 ‘jammers’ (stoorzenders) maken.
Het duivelse van het Illuminati complot is dat zij van mij verwachten een dergelijke actie te ondernemen. Zij zullen dan ook een dummy laten reizen die door hun eigen lijfwachten vermoord wordt. Met zoveel geweld in het publieke domein laten alle instanties –die nu bescherming geven- ons vallen als een gloeiend hete baksteen. We zullen worden geëxecuteerd door de SAS.”
“Dat maakt het inderdaad wat moeilijker. Vertrouwt u MI5?”
“Zolang de operatie niet tits-up gaat, ja. We geven hen ons oorspronkelijke strijdplan, dat waarschijnlijk genoeg klinkt, want zij weten niet wat de Illuminati van plan zijn. Verder moeten wij ook nog vijfenzeventig miljoen euro van hen vangen. Wij moeten hen dus te vriend houden, totdat wij die molm hebben. Ik heb daarom besloten op een parallelle strategie die ons de bankier gaat opleveren.”
Ik vertelde Stefano wat ik in mijn hoofd had. Toen ik uitgesproken was, keek mijn peetzoon mij goedkeurend aan en zei: “Ja, dat heeft een goede kans van slagen, Zio. Hebben wij genoeg aan de vijftig mannen van Perparim? Ik kan altijd nog vijftig man uit Brescia laten komen. ‘Better safe than sorry’”
“Wanneer wij het met vijftig man niet redden, dan lukt het ook met honderd mannen niet, zoon. Alhoewel wij de vijftig mannen nodig hebben voor de ‘wargames’, de operatie zal gewonnen worden met mindgames. Wat de Illuminati nog niet beseft, is dat wij gewend zijn aan dergelijke acties. De bankier is dat echter niet en we brengen nu de strijd naar zijn huis. Dat is hij zeker niet gewend. Hij heeft weliswaar de beste lijfwachten ter wereld, maar de helft zijn voormalige MMA en K1 vechters. Doen het goed in de ring, maar een .45 ACP Hydrashock heb ik er nog geen één zien terugkoppen. De rest zijn voormalige SAS mannen en paracommando’s. Goed in hun job, maar crimineel denken kunnen zij niet. Nee, ik heb er vertrouwen in.”
“Hoe wist u dat de Illuminati zo een complexe val hadden opgezet.”
Ik vertelde Stefano over de nacht van mijn stress-ontlading, de uitgebleven migraine en de helderheid die normaal na zo’n migraine aanval komt.
Stefano verslikte zich, en vroeg half stikkend: “U vertelt mij, Zio, dat u met de twee vrouwen in één bed geslapen heeft? Mijn God, nimmer zal u stoppen met mij te verbazen. Dat moet ik Donatella vertellen.”
“Ik heb niets gedaan,” verdedigde ik mij, “Davonne is veel te jong voor mij en ik ga niet Vanny liggen kierstompen waar zij bij ligt.”
“Dat zal snel genoeg gebeuren, oom. Aan alles komt einde, ook aan uw respect. Testosteron beveelt!” hikte mijn peetzoon.
Na de update brachten wij de avond door met het uitwisselen van onze ervaringen. Nadat Bozena had verteld over zijn ontvoering, deed Peparim het relaas over de ontzetting van zijn vriend. In contrast met de halve ‘fuckup’ die ik had meegemaakt gedurende de bevrijding van Silvana, de operatie van mijn vrienden was feilloos en vlekkeloos verlopen.
“Dus Silvana is verkracht tijdens haar gevangenschap?” vroeg Stefano toen ik verslag had gedaan, “Hoe dealt haar partner daarmee, Zio?”
“Aanvankelijk leek het erop dat hij dealde...”
Mijn cryptofoon had niet op een beter moment kunnen overgaan. Het was de Assistant Director General van MI5.
“Jan, sorry dat ik je stoor, maar wist jij dat Michael zich op had laten nemen in een psychiatrische privé-kliniek?”
“Nee, dat wist ik niet, mister Holborn. Ik weet dat er de tweede dag na Silvana’s bevrijding harde woorden tussen hen zijn gevallen. Het leek erop dat Michael toch problemen had met de acceptatie en verwerking van het gebeurde. Silvana, die al weer aardig de oude begon te worden, heeft tegen Michael gezegd dat zij bij hem weg zou gaan en niet eerder terug zou komen dan wanneer Michael weer op de rit was.”
“Waar is Silvana, Jan? We kunnen totaal geen contact krijgen. Niet met Michael en niet met Silvana.”
“Ik heb Silvana en Franca op laten halen en het land uit laten brengen. Zij verblijft bij vrienden van mij. Zij heeft rondom de klok bewaking van meer dan honderd man.”
“Zij is dus bij de Camorra in Napels?”
“Zij is bij goede vrienden en zij komt terug zodra de situatie dat toelaat. Ik laat mijn dochter niet bij een man die tijdelijk een psychisch probleem heeft. Tevens weet ik dat Michael idolaat van Silvana is.
Met de ophanden zijnde operatie wilde ik mijn dochter en haar moeder uit de vuurlijn hebben, zodat Michael niet gechanteerd zou kunnen worden, wanneer de tegenstander er nog een keer in zou slagen haar, of erger, mijn dochter te ontvoeren. Silvana houdt van Michael en zij wil gegarandeerd terugkomen, maar ik denk dat het beter is dat beiden nu eerst hun trauma verwerken. Het is voor alle partijen beter, mister Holborn. Hoe weet u dat Michael zich op heeft laten nemen?”
“De Director General had wilde hem bellen om te vragen hoe het ging. J.E. kreeg nergens gehoor. Toen hij het huis belde zei de butler dat zowel Michael als Silvana tijdelijk onbereikbaar waren. De rest kun je wel nagaan, denk ik.”
“Het spijt mij werkelijk voor Michael. Hij is een goede man. Denkt u dat ik hem bezoeken kan? Aan de andere kant, misschien is wat rust nu het beste dat hem gebeuren kan.”
“We gaan proberen om toegang te krijgen, maar het zal moeilijk zijn wanneer Michael geen bezoek wenst. Ik wil het niet pushen via de officiële weg. Ik zou het fijn hebben gevonden als je mij over het vertrek van Silvana en je dochter had ingelicht.”
“Ik zou dat morgen ook gedaan hebben door naar Thames House te komen. Als ik het eerlijk mag zeggen, heb ik niet zo’n vertrouwen in de cryptofoon. Niet met een mogelijke mol in MI5,” antwoordde ik, de verantwoordelijkheid voor mijn beslissing weer bij de Assistant Director General leggend. Ik sprak met de Assistant Director General af voor morgenavond. Wij zouden dan samen naar het huis van de Director General gaan om zogenaamd de computers van MI5 te hacken en het dossier van Redshield te lichten.
Iedereen had begrepen waar het telefoongesprek over ging en iedereen keek mij vragend aan. Ik schudde mijn hoofd en zei verslagen: “Michael heeft zich op laten nemen in een privé-kliniek. Het schijnt dat hij problemen met het vertrek van Silvana heeft. Vraag mij verder niets, want ik weet morgenavond pas meer.”
Ik stootte Stefano zijn been aan onder tafel om hem te laten begrijpen dat de waarheid anders was. Een seconde later stootte de Assistant Collector mijn been aan. Het was pijnlijk om tegen vrienden te moeten liegen, maar het was voor de veiligheid van ons allemaal.
Ondanks deze onderbreking in een gezellige avond ging het even later weer op dezelfde plezierige manier verder. Okay, Silvana en Bozena waren veilig en dat gedeelte van de operatie was een succes geweest. Nu stonden wij weliswaar aan de vooravond van een extreem gecompliceerde en levensgevaarlijke operatie, maar dat wisten alleen Stefano, de Assistant Collector en ik. Voor Perparim, Bozena en Pietro zou het weinig verschil maken indien zij alles wisten, die deden hun werk toch wel. Maar het was beter dat Tony en de andere vrouwen van niets wisten.
“Lets enjoy this beautiful evening,” stelde Stefano voor.
“Hear, hear zei,” Davonne, waarop Vanny zich zowat in haar wijn verslikte.
“Tony, Richard, jullie gastvrijheid zet ons Italianen te schande,” zei mijn peetzoon tegen onze gastheren, “Het spijt mij en mijn vrienden dat wij elkaar steeds onder deze omstandigheden moeten ontmoeten, maar zo snel dit achter de rug is..., zo snel als dat jullie beiden de tijd hebben, zijn jullie mijn gasten in Italië. Jullie kunnen bij mij thuis logeren, jullie kunnen in het jachthuis in de bergen bij het Gardameer verblijven..., of een combinatie van die twee. Ik nodig jullie hierbij officieel uit, en ik verwacht dat jullie mij en mijn gezin komen opzoeken.”
Tony was extatisch en de Assistant Collector keek trots.
Het was een geweldige avond geweest, maar ik was ook blij te kunnen gaan slapen. Het was een lange enerverende dag geweest en blijkbaar gingen de jaren tellen, maar aan de andere kant wist ik ook dat ik moe van het denken was. Denken, denken en denken om te voorkomen dat wij in de val van de Illuminati zouden lopen, tijdens de ontvoering van de machtigste man ter wereld.
Ik relaxte toen ik de prettige warmte van beide vrouwen tegen mij aan voelde. Ondanks ons gesol en gedol was Davonne verboden terrein voor me, maar Vanny riep wel degelijk gevoelens in mij op. Ik kon niet anders dan op mijn rug blijven liggen, want op mijn zijde zou één van de vrouwen merken welke gedachten mij bezig hielden. Ondeugend zei ik tegen Vanny: “Laat je handen niet verdwalen gedurende de nacht, want Davonne kan nu niet in jouw bed gaan liggen.”
“Nee, helaas niet, want Stefano is getrouwd, anders zou ik best wat met hem kunnen,” gaf Davonne mij lik op stuk.
“Jij kunt alleen maar wat met je mond. Praten bedoel ik dan. Die vlinder van je zit nog in zijn pop. Je zou gillend weglopen wanneer een man naar je wees,” pestte ik haar.
“Ga zo door en ik ga bij die Albanees liggen, dat lijkt mij tenminste een echte man. Jij schrijft er alleen maar over, maar je doet weinig.”
“Jij durft niet eens bij Perparim in de kamer te komen,” daagde ik haar uit, precies wetende wat ik deed.
“O nee? Nou let eens op dan, maar niet janken morgen, hè?” zei Davonne driftig. Ze stapte uit het bed en begon zich aan te kleden.
“Ik denk dat je dat beter niet kunt doen, Davonne,” kwam Vanny mij te hulp.
“Ik ben niet bang van welke kerel dan ook, Vanny.”
“Nee, ik geloof je lieverd, maar Perparim en Jan zijn bloedbroeders. Kijk maar naar het grote litteken in Jan zijn hand. Nooit ofte nimmer zal Perparim met een vrouw van Jan gaan. Hij zal ze amper een hand geven.
“Ik ben niet van Jan. Ik kan gaan met wie ik wil.”
“Maar zo zal Perparim het niet zien,” hield Vanny vol, “En daarnaast is er nog een kleinigheid, Davonne. Perparim heeft al een meisje in zijn bed.”
“Wat?!” zei ik.
“Uhh?” vroeg Davonne.
“Perparim slaapt met Bozena. Zij zijn ‘lovers’. Tony zag het gelijk en hij vertelde het mij. Het zou mij niet zijn opgevallen, zo scherp ben ik ook weer niet”
Bloedbroeders. Onwillekeurig keek ik even naar het litteken in mijn hand en de beelden van Rock Hudson, Freddy Mercury en andere aan AIDS gestorven coryfeeën trokken aan mijn geestesoog voorbij. Ik verwierp de gedachte onmiddellijk. Als het de bedoeling was dat ik kapot zou gaan, ging ik dat toch wel. Het verklaarde een hoop en ik vroeg mij af of Stefano dat zou weten. Niet dat het mij verder wat uitmaakte, want de grote Albanees was mij even lief. Bozena leek ook okay te zijn.
“O wel,” zei Davonne, terwijl zij zich weer begon uit te kleden, “Dat is dat verhaal over dan. Ben jij soms ook een homo, Jan? Je zoent al je vrienden, maar Vanny en ik komen er maar bekaaid af. Je wist dat natuurlijk hè, bloedhond? Je zou mij gewoon een flater hebben laten slaan.”
“Luister, dikke donderstraal. Ik heb het nu zo’n beetje gehad met je grapjes en je woedebuien. Trek dat Snoopie ook maar uit, dan weet je het antwoord vannacht nog,” blufte ik, “Je hebt wel een paar mooie tieten trouwens, dat is nu de tweede keer dat ik ze zie. Dank je daarvoor.”
“Ja, je bent een mooie vrouw, Davonne,” bevestigde Vanny.
Davonne draaide trots in de rondte en zei: “Maar niet zo mooi als jij Vanny, jij bent mooi slank en je hebt een prachtig gezicht. Ik ben te dik.”
Ze boog zich voorover en trok haar Snoopies uit. Ik dacht dat ik stierf en stootte Vanny aan.
“Nonsens,” zei deze, “Je bent helemaal niet dik. Je hebt genoeg van alles en het zit op de juiste plaatsen. Ik was niet zo mooi toen ik jouw leeftijd had.”
“Ben ik echt mooi, Jan?” vroeg Davonne. Het feit dat zij spiernaakt voor mij stond, leek haar niet te deren.
Ik antwoordde naar waarheid: “Je bent prachtig, foof. Als je een paar jaar ouder was, zou ik je het wit uit je ogen vandaan neuken. Je bent echt een mooie meid. Doe nu die slip maar weer aan, mijn ogen gaan pijn doen.”
“Ze is mooi, hè Jan?” vroeg Vanny.
“Ze is prachtig, en ik dol nu niet. Jullie zijn allebei prachtig. Maak het mij niet zo fucking moeilijk.”
Tevreden stapte Davonne weer in bed, maar zonder Snoopies.
Ik lag op mijn rug omdat de kompasnaald al eerder ferm naar het noorden wees, maar nu leek het wel of ik een tent aan het bouwen was.
“Zal ik tegen jou aan komen liggen, of kom jij tegen mij aanliggen,” vroeg het Drentse monster.
“Ehh..., ik blijf even liggen zo, foofie. Ik heb een beetje spierpijn. Ik denk dat ik kou op mijn rug gevat heb.”
“Ik maak je wel warm,” zei Vanny, en sloeg haar been over mij heen. Ze kon niet missen en zij voelde de opstandeling. Gelukkig zat mijn pendek ertussen, dus de muiter was gecamoufleerd door de katoenen Sloggi tent.
“My, my,” zei Vanny, “Je bent helemaal stijf van de kou, Jan.”
“Begin jij nu ook, Vanny?” vroeg ik, dankbaar dat zij mij gevoeld had, en niet Davonne.
“Echt? Stijf van de kou? Laat eens voelen dan,” zei Davonne, en tegelijkertijd voelde ik haar hand om mij heen. In mijn slip.
“Zo Jan, dus er zit nog leven in je. Nou als Vanny je niet stiekem heeft liggen strelen, dan ben ik zeker echt wel een beetje aantrekkelijk. Komt dat door mij?”
Het was tijd dat ik stopte met dollen en Davonne als een vrouw behandelde. Ik keek haar emotieloos aan en zei: “Luister foof, als je prettig vindt wat je doet, ga gerust je gang dan. Als je maar onthoudt dat ik hem morgenochtend weer schoon mee wil nemen.”
“Stik..., rotzak,” zei Davonne en draaide zich abrupt om.
“Jan. Kom op,” zei Vanny, “Davonne is dan wel een volwassen vrouw, maar het is ook nog een meisje. Je kunt haar niet zo behandelen. Ben je blind of zie je niet wat ze aan het doen is? Wat denk je wat een moed daarvoor nodig is? Ik dacht dat jij zoveel van vrouwen wist?”
“Van vrouwen, ja. Met meisjes heb ik al een hele tijd geen ervaring meer, maar ik begrijp wat je zegt. Ik zal bijstellen,” antwoordde ik.
Ik draaide mij naar Davonne om, sloeg mijn arm om haar heen, trok haar naar mij toe, en stak haar een, in katoen verpakte, speer tegen haar blote billendecolleté .
“Ben je boos op me, monster?”
“Jah,” piepte Davonne en duwde haar kont tegen mij aan.
Vanny sloeg haar arm om mij heen en even later waren wij net een snurkend saucijzenbroodje.
Het is een vreemd fenomeen, maar iemand kan dromen dat hij of zij droomt, net zoals men in een droom kan denken: “Ja hoor, leuk verhaal wel, maar dit is een ‘fucking’ droom.” Daarnaast kennen we ook het verschijnsel dat we een heel plezierige droom hebben, en net wanneer het echt interessant lijkt te worden, beginnen we te ontwaken. Krampachtig houden wij onze ogen dicht, verzetten ons tegen het ontwaken en proberen verder te dromen.
Alle drie deze manifestaties overkwamen mij en het was niet vreemd, gezien hetgeen dat was voorgevallen, voordat wij gingen slapen. Ik droomde dat ik over Vanny droomde, die het katoenen tentzeil van de muiter naar beneden had getrokken en nu de opstandeling teder beroerde.
‘Ja hoor,’ droomde ik, ‘Dat is mij eerder gebeurd en toen lag ik met de gooi van Davonne te spelen. Handen thuishouden en lekker verder dromen, want zo echt heb ik het nimmer meegemaakt in een droom.’
Wanneer dit nog even verder zou gaan, dan zou ik voor de eerste keer in mijn leven een natte droom ervaren. Het gevoel en die gedachte deden mij ontwaken uit een droom die ik graag had willen uitdromen. Het lukte mij niet en ik begon wakker te worden. De liefkozingen stopten echter niet. Ik realiseerde mij weer dat Vanny echt naast mij in bed lag, dus zij lag met mijn ‘cockstok’ te spelen.
Nog half in slaap nam ik het bewuste besluit om mij volledig slapend te houden. Ik sloeg mijn arm om Vanny heen, die zich prompt op haar rug draaide en de pilaren van de hemelse poort openden. Ik zuchtte en kreunde wat ‘in mijn slaap’ en liet mijn hand afdwalen naar de hemelpoort, waar ik al verwacht werd. De poortdeuren waren lichtjes geopend. Met mijn vingers duwde ik tegen Vanny’s dijbenen, die zich onmiddellijk spreidden. Met de top van mijn middelvinger verkende ik de poortopening. Blijkbaar regende het in de hemel want het was daar drijfnat.
Ik wilde niet onaangekondigd in de hemel verschijnen dus ik besloot op het belknopje te drukken, dat zich in de poortboog bevond. Het knopje was door de regen ook vochtig geworden en daar het gevaar voor kortsluiting niet denkbeeldig was, besloot ik het knopje zachtjes droog te wrijven. Dat was niet zo eenvoudig want het was erg nat en glad rond het belletje en mijn vinger slipte dan ook herhaaldelijk tussen poortdeuren. Het knopje was niet droog te krijgen, maar het begon harder te worden door mijn vochtige strelingen.
“Slaap je, Jan?” fluisterde Davonne.
Ik zuchtte en brabbelde iets onsamenhangends en stopte een moment met het liefkozen van de poort.
“Niet stoppen nu, Jan,” fluisterde Davonne weer. Davonne? Davonne!!!
Met een schok realiseerde ik mij dat ik met Davonne lag te spelen, maar wat erger was, zij lag al een tijdje mijn ‘slickdick’ te verwennen en daar was ik wakker van geworden. Ongelooflijk..., en ik vond het nog prettig ook. Ik pretendeerde dat ik nog sliep en hield mijn hand stil.
Davonne pakte mijn hand, bewoog die en fluisterde: “O, alsjeblieft, ga door, Jan.”
Nu was ik klaar wakker. Ik realiseerde mij dat ik niet kon stoppen, want dan zou Davonne weten dat ik wakker was. Ik kon haar ook niet zo laten liggen, dat zou een vernedering zijn. Ik bromde wat en begon mijn vingers weer te bewegen. Davonne liet mij een moment los en bevochtigde haar hand, die zich toen weer om mij sloot. ‘Wat een ondeugd en ze doet het nog lekker ook,’ dacht ik, nu volledig op temperatuur.
Ik besloot het dan ook maar gelijk goed te doen en haar iets te geven waar zij nog lang over na zou kunnen denken. Ik voelde aan het spannen en ontspannen van haar spieren dat Davonne snel zou climaxen. Ik bracht mijn ring en middelvinger in en kromde die, zodat ik de G-spot raakte. Davonne verstijfde even, maar toen ik met de muis van mijn hand cirkelvormige bewegingen rond haar belknopje maakte, begon zij vervolgens haar adem in te houden, om daarna diep te zuchten. Ik wilde haar naar een dubbel orgasme leiden, maar ik moest opschieten want haar vochtige hand maakte dat ik voelde dat ik binnenkort aan mijn dubbelgestikte witgaren zomen zou exploderen.
Het risico nemend dat Vanny zou ontwaken, voerde ik de stimulatie van de G-Spot op terwijl ik nu met de vingers van mijn andere hand Davonne’s puntje aan twee kanten stimuleerde. Ik voelde dat de liefkozingen synchroon liepen en dat het ‘dubbelen’ nu snel zou beginnen. Haar mond zocht de mijne, die ik liet openen door haar tong. Op dat moment explodeerde Davonne.
Wat moest ik doen? Wanneer ik mijn hand over haar mond zou houden, zou zij zich realiseren dat ik wakker was. Deed ik dat niet dan zou het geluid dat zij produceerde gedurende haar orgasme Vanny op zeker wakker maken. Ik besloot om het maar over mij heen te laten komen.
Ik bleef Davonne zachtjes strelen tot zij helemaal uitgeschokt was. De regen was ontaard in een wolkbreuk, want zij dreef uit haar foof vandaan.
“Was het fijn, Davonne?” hoorde ik Vanny achter mij fluisteren.
“O Vanny, dit was goddelijk, ik kwam op hetzelfde moment twee keer. Het tweede orgasme was anders, maar het voelde geweldig. Ik ben blij dat ik naar je geluisterd heb. Het had anders nimmer gebeurd. Nou, hij mag dat ook wel een paar keer doen wanneer hij wakker is. Vond je het echt niet erg?”
“Nee, helemaal niet. Voor mij zal het ook wel komen, het was prachtig om je gezicht te zien toen je klaarkwam. Je bent erg mooi.”
“Ow, dank je wel Vanny, dat is lief van je. Ik voel mij zo goed nu. Ik begrijp nu een hoop dingen beter. Ik denk niet dat Jan gekomen is. Dat is ook lullig, He?
“Ja, met recht,” giechelde Vanny zachtjes, “Wil je dat Jan bij je komt? Heb je dan nog lucht voor wat meer?”
“Ja, graag, maar dan moet ik weer heel rustig opnieuw beginnen.”
“Ik help je wel. We hebben hem zo weer op spanning,” fluisterde Vanny, “Maak je hand goed nat tussen je benen, want dat is niet zo schraal als spuug. Streel hem dan zachtjes.”
Weer voelde ik Davonne’s hand om mij ‘prickstick’ en tegelijkertijd voelde ik twee vochtige vingers van Vanny, die mijn borstsensors kriebelden. Dat, en het psychologische effect van de gedachte aan twee stimulerende schoonheden, zorgden ervoor dat de tentpaal snel weer overeind stond.
“Hij is nu nog harder dan net, Vanny. Moet je eens voelen...”
Een tweede hand sloot zich nu om mij. Hoewel ik ontelbare keren het bed en seks heb gedeeld met meerdere vrouwen tegelijk, dit was wel bijzonder... bijzonder. Ik zou dit niet lang vol kunnen houden. Blijkbaar realiseerde Vanny zich dit ook, want zij zei: “Davonne, kom op je zij tegen Jan aanliggen en sluit zijn mannelijkheid zo hoog mogelijk tussen je benen in. Je natheid zorgt ervoor dat hij gemakkelijk heen en weer glijdt. Klem hem af en zorg dat je gevoeligste plekje steeds goed geraakt word. Met een beetje geluk ontlaadt hij zich tegen het knoopje op je muts, en komen jullie tegelijk.”
Het was een goddelijk genot om Davonne om mij heen te voelen en tegelijkertijd de vingers van Vanny met mijn T-pels te voelen spelen. Ik was in de verleiding om iets naar beneden te zakken, zodat ik bij Davonne naar binnen zou schieten, maar mogelijk zou ik het plezier voor haar verknoeien door de realisatie dat ik wakker was. Het psychologische effect zou haar mogelijk afremmen, omdat zij nu dacht dat zij de controle had. Het enige wat ik in mijn slaap kon doen, was mijn hand om haar billen te leggen en deze van elkaar te trekken. Ik voelde dat zij drijf- en drijfnat was. Ik voelde ook dat zij op het punt stond om te gaan komen, want weer zoende zij mij op mijn mond.
Een paar seconden later hield zij haar adem in en haar benen begonnen schokkende bewegingen te maken. Ik duwde zachtjes mijn middelvinger in de in de bedienden-ingang, achter de hemelpoort. Het leek wel of zij hierop had liggen wachten, want ineens werd het vochtig en warm om mijn vooruitgeschoven verkenner. Een kreet ontsnapte aan Davonne’s mond en ik trok terug zodat ik tegen haar clitbit climaxte.
De kreetjes ontsnapten gierend uit haar mond en ik voelde dat Vanny over mijn schouder naar Davonne’s gezicht lag te kijken.
“Heb je genoten, lieverd,” vroeg Vanny even later.
“O, Vanny, ik kan dit de hele nacht wel doen, maar ik drijf nu van voren, van achter en tussen mijn benen. Ik moet mij gaan wassen, voordat Jan wakker wordt en zich afvraagt wat er gebeurd is. Mijn God, als hij dit in zijn slaap doet, hoe goed is hij dan wanneer hij wakker is?”
“Goed, Davonne, heel erg goed. Blijf jij maar even liggen, ik pak wel even een natte washand en een handdoek.”
Terwijl Vanny het benodigde uit de badkamer haalde, kuste Davonne mij weer op mijn mond.
“Ga even op die handdoek liggen,” zei Vanny en schoof een badhanddoek onder Davonne’s bonkadonk, “Open je benen eens.”
Davonne opende haar benen en Vanny ging voor haar op de grond zitten, en zei: “Zo, jullie hebben elkaar wel geraakt, je lijkt wel een slagroomtaart daar. Mag ik een beetje proeven?”
‘Oops,’ dacht ik, ‘We blijven leren. Vanny slingert dus toch twee kanten op.”
Het was even stil en toen vroeg Davonne: “Bedoel je dat je mij wilt...?”
“Alleen als je het zelf wilt. Ik heb dit nog nooit gedaan, maar het was prachtig om naar je te kijken, toen je klaarkwam. Als je het niet wilt, begrijp ik het wel.”
“Nee, dat is het niet. Ik heb dat ook nog nooit gedaan. Ik hoop niet dat Jan wakker wordt. Het is wel spannend.”
Door het licht in de badkamer kon ik zien dat Vanny haar hoofd boog tussen Davonne’s benen en haar begon te kussen waar zij meende dat Davonne het ‘t prettigst zou vinden. Vrouwen weten precies van elkaar wat ze prettig vinden en om er naar te kijken kan bijzonder leerzaam zijn. Ik hoor de lezer nu zeggen: “Ja, en nog wat anders ook.”
Mogelijk, maar dit wond mij niet echt op. Het was meer of ik naar een vorm van tedere kunst lag te kijken. Ik kon Vanny’s mond niet zien, noch het geheel van Davonne’s liefdeslippensetje, maar ik keek naar haar gezicht en ik zag dat ze genoot. Het was zoals Vanny had gezegd, want het schitterend om haar nu zo relaxed klaar te zien komen. Ik zag dat Vanny haar overal raakte, maar toch steeds weer bij het magische punt terugkwam. Toen ik Davonne hoorde kreunen, omdat Vanny twee gebogen vingers inbracht, vermoedde ik dat een herhaling van de eerste keer zou optreden. Ik vergistte mij, want het orgasme was als een donderslag die verscheidene minuten na bleef dreunen. Het was veel heftiger dan de eerste keer. Ik begreep dat de opwinding van het feit dat een vrouw haar bevredigde veel groter was. Daarnaast was er de eerste keer wel de spanning geweest, of ik wel of niet wakker zou worden, maar dit orgasme was ‘awesome and fucking cosmic’. Het was schitterend geweest om naar te kijken. Het was zalig geweest om Davonne te hebben gevoeld.
Toen Vanny even later opstond en tegen Davonne zei: “Nou, je hoeft je niet eens meer te wassen. Je bent helemaal schoon. Dank je wel, Davonne, het wat zalig.”
“Jah, voor mij ook, Vanny. Echt waar, ik heb zo genoten. Zal ik het bij jou doen?”
“Als je het graag wilt, dan doen we het, maar niet nu. Ik wilde dat jij genoot, en helemaal na gisterenavond. Je bent prachtig en je smaakte heerlijk.”
“De helft was van Jan,” lachte Davonne onbeschaamd, “Wil dat je mij dat ook leert hoe je twee keer tegelijkertijd klaar kunt komen. Altijd gemakkelijk voor thuis.”
“Ik heb het van Jan geleerd, en ik vermoed dat hij het je nu ook wel zal willen leren. Er is veel dat hij je kan leren, geloof me.”
“Ik wil het leren,” zuchtte Davonne, “Ik heb genoten vannacht. Ik ben blij dat ik je ontmoet heb, Vanny, maar ik wil het bij jou ook doen, want het was heerlijk. Ik ga even douchen, want ik lek nog na.”
“Je slaapt toch niet echt, Jan?” vroeg Vanny toen Davonne in de douche was.
“Nee, ik werd wakker van haar hand. Ik begrijp dat jij haar opgestookt hebt. Ranzig beest ben je trouwens om die pan uit te gaan liggen likken.”
“Doe niet zo smerig, ik heb het nog nooit eerder gedaan, maar bij Davonne leek het als een vanzelfsprekendheid. Ik vond het ook prettig en ik was behoorlijk opgewonden geraakt door jullie twee.”
“Denk erom dat je haar daar ook altijd van blijft overtuigen. Als ze het in haar hoofd krijgt dat ik het door jou in scène heb laten zetten, verlies ik een vriendin, en wat belangrijker is: haar respect. Je weet dat ik dat nimmer gedaan zou hebben, ik zou jullie zeker niet met elkaar hebben laten spelen.”
“Zij wilde jou, Jan. Ik weet dat, en ik wist ook dat ze het fijn zou vinden wat ik daarna deed. Een vrouw voelt dat. Het beste voor haar moet nog komen. Maak het ’t waard voor haar. Het is een lieve meid.”
Ik was in diepe slaap voordat Davonne weer in bed stapte.
Stefano had gelijk gehad. Testosteron beveelt. Wat erger was, hij zag die morgen -na de nacht ervoor- onmiddellijk hoe de vlag erbij hing. Ik wist niet waar ik kijken moest. Ik schaamde mij dood. Erger was nog dat Tony hetzelfde zag van de vrouwen. Davonne en Vanny waren opmerkelijk stil die morgen.
“Jan,” zei de AC die morgen aan het ontbijt, “Tony en ik hebben gesproken vannacht en na Stefano’s vriendelijke uitnodiging kunnen..., maar vooral willen wij niet minder doen dan jullie ons huis afstaan voor de tijd dat jullie hier zijn. Tony bezit een appartement in de City, dus wij gaan daar zolang wonen. Tevens kunnen jullie de Daimler gebruiken want een gepantserde A8, met Italiaanse nummerplaten valt bij menige politieagent op. Neem de Daimler wanneer jullie je gewoon verplaatsen moeten, totdat jullie je eigen vervoer hebben.”
Vanny zei: “Jullie kunnen ook mijn Mercedes nemen wanneer jullie onafhankelijk van elkaar iets moeten doen en vijf personen in de Daimler zit ook een beetje krap”
Ik bedankte de AC en Vanny en zei: “Vandaag gaan we voor meer accommodatie op pad. Ik wilde je vragen of wij je villa mogen gebruiken, Vanny. Ik wil geen vaste patronen ontwikkelen, dus mogelijk verblijven wij er niet meer dan hooguit achtenveertig uur in de week. Alle schade wordt vergoed, net als de laatste keer. Wij moeten ons blijven verplaatsen van nu af aan. Vanny, mag ik je een gunst vragen?”
“Ja natuurlijk, Jan. Alles wat je wilt.”
Ga terug naar Deel I
SAS...
If you can read a map and find your way
And trust your compass and follow where it may
If you can trust yourself when we all doubt you
And make allowance for our doubting too
If you can walk and not be tired by walking
Or being lost and late don't deal in lies
Or when silent give way to talking
Not talk too big or talk too wise
If you can hump a Bergen nor mind the weight
And care for it though it was your life
If you can fight alone yet basha with a mate
And work with him yet never come to strife
If you can force your heart and nerve and sinew
To serve your turn long after they have gone
And so hold on when there is nothing left in you
Except the will which says hold on
If you can walk with troggs yet keep your virtue
Or walk with brass nor lose the common touch
If neither us or Pen - y - Fan deter you
If all men count with you but none too much
If you can fill the unforgiving minute
With sixty seconds of distance run
Yours are the wings and everything that's with it
And which is more - you're SAS my son
|