Lees eerst Deel II - Brainbox and the Fuzzfox...
Door een waas van tranen zat ik naar de foto’s van de ‘cyberfoofs’ te kijken. Het was alsof ik op de bodem van een fucking dolfinarium stond, zoveel water stond er voor mijn ogen.
Lisette was nu drie maanden dood en ik miste haar iedere minuut van de dag. Stefano liet mij daarom geen seconde alleen, want hij wist dat ik een fucking negen milli-meter kogel zou opvreten, wanneer ik de kans kreeg.
Franco had Stefano en zijn Capo Regime, Rino, bij mij achtergelaten met de boodschap dat, wanneer ik de kans kreeg om mijzelf iets aan te doen, zij niet meer in Italië terug hoefden te keren. Het was de minste van hun zorgen, want Stefano en Rino hielden van mij, zoals ik van hen.
De avond ervoor was de zwijgzame, altijd respectvolle Stefano diagonaal geflipt, toen hij mijn slaapkamer inkwam en merkte dat ik een doos bètablokkers had opgegeten. Op zijn gebrul kwam Rino de kamer in rennen, die mij oppakte als een zak arme turf. Stefano begon op mijn maag te ‘punchen’ en bij de eerste klap voelde het, alsof hij door mij heen sloeg. Rino trok mij los van de grond en Stefano gaf mij een tweede slag, om de maagspieren te ontspannen en volgde die klap op met een moordende stoot. Ik begon te kotsten en bracht de bètablokkers op.
Terwijl Rino mij vasthield, duwde Stefano een vinger achter mijn oren en hield mijn neus dicht. Ik moest mijn mond openen, en Stefano voerde de druk achter mijn oren op. De pijn was zo moordend dat ik mijn mond niet meer kon sluiten. Stefano bracht zijn vingers in mijn mond en duwde die door naar mijn strot, zodat ik weer begon te kotsen. Inmiddels had Rino een fles zout water aangemaakt, die ze mij lieten opdrinken. Het leek alsof ik zeewater dronk. Daarna hield Stefano zijn vingers weer in mijn keel, net zo lang tot ik alleen nog maar gal kon opbrengen. Stefano had weer mijn leven gered, alleen deze keer was ik er niet blij mee.
Stefano was ook niet blij en gaf mij dat ook duidelijk te kennen: “Zio (Oom), Wij hielden allemaal van Lisette en ik had graag mijn leven voor haar gegeven. U bent een ‘egoista di cazzo’ (kloten-egoist) wanneer u denkt dat u alleen verdriet hebt. U bent het liefste verloren en nu wilt u dat Rino en ik ook het liefste dat wij hebben, verliezen. Afgezien dat wij van u houden, mijn vader meer van u houdt dan van zijn broer, houden wij ook van Italië. Dat mag u ons niet afnemen, Zio. Wij mogen nooit meer terugkomen, wanneer u er in slaagt uzelf van kant te maken.”
Ik knikte beschaamd.
“Ik weet het goed gemaakt, Zio,” zei Stefano. Hij trok een negen millimeter Heckler & Koch, die hij aan mij gaf. Ik wilde het wapen in mijn mond duwen, maar Rino hield mij tegen, terwijl hij ook een wapen trok.
“Wij gaan die ‘fuckshit’ nu voor ééns en altijd oplossen, Zio,” zei Stefano en pakte het wapen van Rino aan. Zonder u…, zonder Italië is ons leven ook over, dus laten wij allemaal dan maar tegelijk gaan. U steekt de Heckler in uw mond en ik doe hetzelfde. U haalt de trekker over en ik doe hetzelfde. Rino komt na ons, en dat is een einde aan die fucking zelfmoordshit. U heeft dan de zoon en Capo Regime van uw beste vriend op uw geweten. Kom, laten we dit ‘fuckding’ maar doen dan, Zio.”
Stefano, kwam naar mij toe en zoende mij op beide wangen. Rino deed hetzelfde, waarna hij afscheid van Stefano nam.
“Kom Zio, we gaan er einde aan maken!”
Stefano, het liefste wat ik nog had in deze wereld, wilde zich van kant maken. Hij wilde zich van het leven beroven, voor mij. Stefano blufte niet. Stefano blufte nooit. Stefano wist niet wat bluffen was.
Ik begon te huilen, en vroeg de twee mannen om vergeving. Never mind, fucking zelfmoord, ik schaamde mij zowat kapot.
“Ik geef jullie mijn woord van eer dat ik geen zelfmoordpoging meer zal ondernemen, zolang jullie hier zijn,” beloofde ik.
Stefano keek mij aan…, en knikte.
Dat was gisteren gebeurd en ik zou mijn gelofte nakomen. Wat moest ik echter hier nog doen zonder Lisette? Mijn leven was doelloos en nutteloos geworden. Ik logde in op Match en begon zonder al te veel enthousiasme de ‘online chicks’ te bekijken. Hoeveel ik ook van de vrouw hield, op het moment haatte ik hen. Ik haatte hen, omdat zij Lisette niet waren. Ik haatte hen omdat zij niet eens op Lisette leken.
Ik besefte dat ik niet zo door kon gaan. Ik moest wat orde en regel in mijn leven scheppen, althans voor de tijd dat mijn vrienden hier nog waren…
Ping! Email! Het bleek geen spam, maar Pam te zijn. Pam! Pam zat in Napels.
Ze schreef mij dat zij de volgende maand zou trouwen met Renato, de zoon van mijn vriend Lucio, een Santisto (hoge baas) in de Camorra NCO. Wij werden allemaal uitgenodigd voor de bruiloft. Pam vroeg mij of ik de plaats van vader van de bruid wilde innemen, en ‘haar weg wilde geven’.
Ik voelde mij warm worden van trots en een beetje leven stroomde in mij terug. Stefano en Rino feliciteerden, en omhelsden mij. Even zag ik Lisette weer, die mij ten huwelijk vroeg, de avond voordat zij vermoord werd. Ik drong het visioen naar de achtergrond en begon Pam te antwoorden. Ik schreef haar dat ik het als een eer beschouwde om ‘haar weg te geven’ en dat zij op mij rekenen kon. Ik vroeg haar Renato, Lucio en Umberto van mij te groeten en schreef dat ik er naar uitzag, om haar weer te ontmoeten.
Voor een moment voelde de wereld weer even goed, en ik was mijn verdriet vergeten. Terwijl de Capo de wapens reinigde en Stefano zijn Tai Chi en Aikido oefeningen aan het doen was, begon ik een beetje op de ‘cybermuffs’ te klikken. Langzaam vervaagde het beeld van Lisette en ik begon weer wat meer interesse voor de ‘clickchicks’ te tonen. Ik maakte een chat-up line, die ik naar zo’n vijftig milfs en gilfs wilde stu…
“Hey Cyrano, ouwe gangsta! Hoe is het met mijn favoriete fakedater?”
Ik sprong op alsof ik door een haai in mijn surfboard werd gebeten. Pfff, mijn fucking hart. Wie de fuck… Yo…, Judith…, mooi proppie…, ben jij het? Niet te geloven! How’re you diddling, doll?
“I’m good, gangsta,” antwoordde Judith, die in de stoel in mijn virtuele kantoor ging zitten, “Ik dacht…, ik ga eens even bij die ouwe ex-con kijken, of er misschien nog een reisje naar Dover in zit. Ik ben wel toe aan een vakantie.”
“Neem je de honingpot met je mee dan?” vroeg ik goor.
Een jaar voor de Pam affaire, had Judith mij in ‘Scruff and the HatchetMuffz’ geholpen een hitcontract op mij te verijdelen. Daarnaast hadden wij een ‘dirty weekend’ doorgebracht in een rustiek hotelletje in Kent. ‘Mmmm! Judith, lekkah,’ herinnerde ik mij, ‘Een beetje een trutje, maar wel een slim en lekker trutje.’
“Hoezo, weet je wat leuks dan?” vroeg de sexy sopraan.
“Een Camorra bruiloft in Napels. Ik moet de bruid weggeven, heb je zin om mee te gaan? Het is uiteindelijk jouw stad. Vol met baritons, soprano’s en heldentenoren. You say what, Judith?”
“Een Camorrabruiloft? En zeker weer eindigen in dat follow-, hit- en fuckshit? Ik heb genoeg bloed de laatste keer gezien, Jan.”
Voor een moment leek het erop dat Judith zich zou bedenken, toen zei zij: “Ach, maar wat is leven zonder een beetje spanning op zijn tijd? Ja, laat ik maar meegaan met je, want alles bij elkaar genomen, was ‘t toch wel waard de vorige keer. Wanneer gaan we?”
Ik gaf Judith de vertrekdatum en wij namen afscheid.
Met de bruiloft van Pam, en het snoepreisje met Judith naar Napels in het vooruitzicht, werd ik snel wat minder mistroostig. Ik realiseerde mij dat ik Lisette los moest laten, vergeten zou ik haar nimmer meer, maar zij zou de laatste zijn geweest, die wilde dat ik er een eind aan maakte. Het was moeilijk, het was fucking onmogelijk. Pam straks getrouwd, Irene al getrouwd en Lisette nu dood. Loslaten, loslaten, mijn hele fucking leven had uit fucking loslaten bestaan.
“Ik moet weer een beetje gevaar in mijn leven hebben, vrouwen alleen zijn nu niet genoeg meer. Ze herinneren mij allemaal teveel aan Lisette. Zonde dat het over is met die Frie Fucking Meson fucks, anders had ik daar nog een beetje in kunnen gaan spitten. Dan had ik gelijk Lisette kunnen wreken, ik vraag mij…”
Ik werd in mij overpeinzingen gestoord, doordat de deur van mijn virtuele kantoor weer openging. Ik keek op en zag…, ‘trouble’!
Achtenzestig kilo beeldschone megamuff problemen gleden mijn kantoor in. ‘Jesus fuck,’ dacht ik, ‘Ze wilden gelijk niet zo’n mooie foof op mij loslaten. Ik vraag mij af waar dit beest vandaan komt.’
Met het van top tot teen, bekijken heb ik altijd wat moeite gehad. Ik zag dus een paar benen, die gekruist over elkaar in een fauteuil waren geplaatst. Net geen driehoekenwerk, maar de bovenbenen waren te lang voor de zitting van de fauteuil. ‘Yummie, mooie latten’. Wat ook zowat aan de leuningen van de fauteuil voorbijging, waren een paar longen, met een draagkracht dat er wel een helikopter op kon landen. De wetten van de zwaartekracht leken op deze ‘funfoof’s funbags’ geen enkele invloed gehad te hebben. Dit in tegenstelling met het fluweelzachte, golvende, donkerbruine haar dat tot ver over haar schouders viel. Ingepakt in die weelde van lokken lag een gezicht met een zeer sensuele, maar toch ietwat wrede mond. Zonder de perfecte neus, waren de ogen daarboven absoluut niet tot hun recht gekomen. De grootste, mooiste, lichtste amandelvormig ogen keken mij aan…, ‘met de blik van een krokodil die, vanuit het water, een gnoe vriendelijk toelachte’.
Trouble! Met een fucking grote T!
“U bent?” vroeg ik.
“Klopt…, en jij bent niet!” antwoordde ‘richbitch’ met een sterk accent. Foreign foof dus.
“Ik ben…, wat…, niet?” vroeg ik, met goed idee waar dit heenging.
“Jij bent het gewoon niet. Je noemt jezelf de softLad, maar je bent een fake.”
“Okay, misschien heb je wel gelijk, maar jij bent ook niet ‘real’, foofie, want je praat met een Schots accent. Glasgow…, om precies te zijn. Uit de Gorbals om exact te zijn.”
“Wow!” reageerde ‘fuckchick number one’, met een kwade uitdrukking op haar gezicht, “Je bent dus niet zo soft, Lad! Wat weet jij van de Gorbals?”
“Genoeg om te horen dat jij er vandaan komt. Anyway, wie ben je en wat doe je hier?”
“Mijn naam is Siobhán (Shevaun), en voor het geval het je interesseert: ik ben tweeëndertig, en dit is wat ik ben…,” zei Siobhán, en gooide iets op tafel.
“Siobhán, the Grace of God. Een katholiek uit de Gorbals, het kan niet makkelijk zijn geweest,” pestte ik, terwijl ik de, op tafel gegooide, legitimatie oppakte.
Ik opende het leren mapje…, en las: SOCA! Het verhaal van ‘Minder and the Highbinder’ scheurde zich in een flits aan mijn geestesoog voorbij.
“Fuck that, niet nog één! Werk jij voor de SOCA? (Brits: Serious Organised Crime Agency) Wat doe je in Nederland. Wat moet je hier, Siobhán?”
“Jou! We hebben een situatie. Heb ik je aandacht, softFuck?”
“Ja, sure. Wat is er?”
“Silvana. Je herinnert je de deal die je met de Assistant Collector hebt gemaakt? De hele zaak zou de doofpot in gaan en in ruil zou HMRC (Her Majesty’s Revenu and Customs) de opvoeding van jouw en Silvana’s dochter overzien, en garanderen.”
“Zo?”
“Silvana is ondergedoken met jullie kind. Zij verlangt een miljoen Pond Sterling, of zij neemt het kind mee naar Zuid Amerika. Omdat jij daardoor de voogdijschap over het kind zou verliezen, zou jij HMRC aansprakelijk houden en…”
“Het schandaal de wereld inpompen! Chantage dus?”
“Precies, en ik ben hier om die ellende te voorkomen.”
“Afgezien van het feit dat ik alleen jouw woord voor die bewering heb, zie ik niet hoe je dat zou kunnen voorkomen. Jullie hebben je niet aan de ‘deal’ gehouden. Jullie halen mijn dochter terug, of ik blaas HM Government uit haar fucking voegen. Got i…”
Ik zag Siobhán niet bewegen…, maar ik voelde de wind en op hetzelfde moment, stond zij voor mij met een pluk van mijn haar in haar hand, terwijl zij een barbiersscheermes dichtsloeg.
“De volgende keer hangt je keel uit mijn hand, ‘dumbfuck’!” zei ze, en ging weer zitten.
“Een ‘fucking razorqueen’ uit de fucking Gorbals. Ik had het fucking kunnen weten”, zei ik kwaad, trok de Sig en schoot het scheermes in haar hand aan stukken.
Siobhán liet de stukken vallen en zoog op haar bloedende vingers, terwijl Stefano en Rici, op het geluid van het schot, aan waren komen rennen.
“Gooi die bloedhoer naar buiten toe,” zei ik woest.
Stefano en Rici keken elkaar aan, haalden hun schouders op en pakten Siobhán beet om haar… niets te doen en ieder, door haar in een hoek geslagen te worden. Siobhán was te snel voor het oog, en stond alweer op haar vingers te sabbelen. Stefano neergeslagen? Dat was de eerste keer dat ik dat meemaakte. Mijn God, wat was die Gorbalbitch snel.
Ik begon te lachen, en zei: “Siobhán, ga zitten, dan praten we.”
“É pericolosa Lei, Zio (Ze is gevaarlijk, oom),” zei Stefano, Siobhán goedkeurend opnemend. De Italianen verlieten lachend het vertrek.
“Okay, bel dezelfde Assistant Collector, en laat mij daarmee spreken,” zei ik tegen de vechtvlecht.
Siobhán pakte haar mobiel, toetste een nummer in en wachtte tot zij verzocht werd haar PIN in te toetsen, waarna zij zei: “Siobhán…, AC please!”
Na een minuut gewacht te hebben, sprak zij: “AC, I’ve got the father here, he wants confirmation regarding the brat.”
Ze gaf the telefoon aan mij, en ik zei: “Jan.”
“Mister ter Haak, the mother and child have gone to ground. Could that translate into a problem for Her Majesty’s Government?”
“It depends how far HMC is responsible for her disappearance,” zei ik, “If it’s an act of God, then so be it. If, on the other hand it’s neglect, then, well, we’ll have to see, haven’t we?”
“I see… would you believe the word of a former Inspector of the former Customs and Excise Investigation Divison in George Street, in Glasgow, someone you know very well?”
“Are we talking WB here?”
“Indeed”
“Absolutely!”
“I suggest that you travel to Scotland to meet the gentleman. He shall put you in the picture. It is more complicated than it would appear. My assistant will reimburse your expenditures. Can I speak to her?”
Ik gaf Siobhán de telefoon, die de instructies van haar opdrachtgever ontving en toen de telefoon dichtklapte.
“Uit hoeveel mensen bestaat het reisgezelschap,” vroeg Siobhán sarcastisch.
“Vier. Twee wagens. Tunnel Calais - Dover. De Italianen reizen met ‘hardware’. Sluit het kort met Customs, want als ik een dag niet inlog op een bepaalde website, begint de ‘shit’ tegen het plafond te spatten.”
De gepantserde A6 van Stefano en Rino reed voor ons uit op de A8.
“Wilde je misschien nog even naar het toilet hier, Jan?” vroeg Judith mij.
“Pffff,” blies ik, terugdenkend aan de slachtpartij van een jaar geleden. Ik voelde opnieuw het loze klikken van Iona’s Glock, geladen met explosieve munitie, tegen mijn hoofd. Weer voelde ik hoe Iona mijn bovenarm openlegde met één van haar Spiked Warrior Knives. Ik zag weer hoe Judith mijn gewonde arm reinigde en verbond. Ik herinnerde mij hoe Judith dezelfde arm ontzien had, in het gevecht voor de nacht in een klein rustiek hotelletje in Kent. Ik raakte op slag opgewonden en keek Judith aan.
“Herinneringen?” vroeg zij met die dwaze glimlach op haar gezicht.
“Ja, ik herinner mij nog hoe mooi je hebt gezongen die nacht, toen we je eenmaal uit die flanellen pyjama gepeuterd hadden, Judd,” zei ik.
“Het is goed met je Romeo. Voorlopig houden we het deksel even op de jampot, we zijn straks een maand onderweg en als je nu al begint met hengsten, dan ben je na de bruiloft van Pam leeg gerammeld, net…, als ik ook romantisch begin te worden. Uiteindelijk ben je ook geen dertig meer,” zei mijn bijrijdster, dollend.
“Ja, dat is goed, Judd. Met een mooie vrouw heb ik geen moeite om de frequentie aan te houden, maar met jou moet ik zuinig aan doen. Laat me maar een beetje tegen die dikke kont van je aanslapen. Als kind sliep ik al met een grote dikke teddybeer, en daar lukte het ook niet altijd mee,” lachte ik, een stomp tegen mijn hoofd ontwijkend.
Dollend bereikten wij de terminal voor de Kanaaltunnel. De Franse autoriteiten bekeken onze papieren en de Britse Immigratie wuifde ons door. Zij gaven twee klopjes op de kofferbak van de A6 en tien minuten later stonden wij in de autotrein naar Dover. Stefano en Rino stapten uit en schudden mijn hand, terwijl ik voor de derde keer mijn voorhoofd afveegde.
Het was Judith niet ontgaan en zij vroeg: “Jan, Hebben wij soms iets grappigs bij ons? Iets dat… ‘fuck’ Jan, je hebt toch geen ‘shit’ in de auto’s?”
“Nee, maar we hadden wel in de shit gezeten, wanneer de verkeerde douanier de kofferbak had opengemaakt. Deep shit, Judd!”
“Mag ik eens in die kofferbakken kijken? Als het me niet aanstaat, dan ‘fucking walk’ ik. Dat is geen stijl, Jan. Iedere keer stel je mij aan gevaar bloot. Wat denk je dat ik ben? Een dikke katvanger of zo? Kom op, laat kijken!”
“Straks Judd, er zitten camera’s hier in de trein. Maak je niet zo druk, ik vertel je straks precies wat je weten moet. Ik beloof het, monster!”
Een paar uur later zaten we aan het diner in een Premier Travel Inn. De wijn was goed en we lieten ons ook niet uitdagen door die stomme flessen. Het eten was een ander verhaal. Het was te eten, en het vulde, zoals al het Engelse eten onderweg. Stefano en Rino hadden elkaar al een paar keer aangekeken en ook Judith leek niet erg onder de indruk te zijn.
“Fuck Jan, jij weet hoe je een meisje moet verwennen. Ik weet me van de luxe en overvloed geen raad. Ik ben overweldigd,” zong zij klagend.
Ik deed geen moeite om mij voor het Engelse voedsel te verontschuldigen: “Wel, dit is het Engelse eten, wen er maar vast aan, want we zullen het nog een paar dagen moeten verduren.”
“In dat hotelletje in Kent was het toch veel beter, herinner ik mij,” zei Judith gevat, “Maar toen hield je nog van me, whaaaaaa!”
“Zo was de seks, Judd. Je denkt toch niet dat ik een zingende, mollige kruik met oesters ga volbouwen?” waagde ik mijn leven.
Nadat de tafels waren afgeruimd door een morsige serveerster, wijdden wij ons verder aan de wijn. Ik mocht Judd dan af en toe wel een beetje pesten, maar zij had aan manlijke belangstelling niet te klagen. De twee knappe Italianen vochten zowat, om wijn voor haar in te kunnen schenken en haar op haar wenken te bedienen. Na de afgelopen trieste weken voelde ik mij weer een beetje vrolijker worden, en vreemd genoeg was Judith een vrouw die bleef fascineren. Dit was de laatste onbezorgde avond, waar wij voor een lange tijd van zouden genieten.
’s Morgens om zeven uur raasden wij de Dartford Tunnel door en schoten de M25 op, die ons rond London voerde. Twintig minuten later brulden de twee wagens over de M1, richting Birmingham. Judith lag met haar hoofd tegen mijn schouder te slapen…, en dat terwijl wij die nacht alléén maar geslapen hadden. Judith had heel fijntjes aangevoeld dat ik nog niet klaar was voor intimiteiten, en ik was haar daar dankbaar voor.
Ik had haar ’s nachts eerlijk verteld wat onze missie was en dat wij alleen wapens hadden meegenomen voor zelfbescherming. Het zou niet nodig moeten zijn, vertelde ik haar, maar de laatste maanden hadden wij zoveel vijanden gemaakt, dat uitgaan zonder ‘tooled up’ te zijn, net zo onverantwoordelijk was, als te gaan liggen kierstompen in een Boliviaanse hoerenkast. Judith, die bekend was met alles wat ik meegemaakt had sinds onze eerste, en ons laatst avontuur, had geknikt, en gezegd: “Je zult wel weten wat je doet, Jan. Uiteindelijk ga ik toch ook mee voor de opwinding, en als het me te gevaarlijk wordt, dan trek ik mij terug in mijn parallelle comfortwereld. Daar kan mij niets gebeuren. Ik doe dat in alle rotsituaties.”
Ik had haar niet begrijpend aangekeken, maar Judd had het daarbij gelaten.
Om elf uur passeerden wij Manchester, waar wij stopten voor een paar espresso’s en tosti’s by Starbucks. Na onze zetmeel- en cafeïnefix, vervolgen wij onze reis over de M6. In het Lake District begon het wat groener en heuvelachtiger te worden. Judith zat naar buiten te kijken, met de glimlach van een Cheshire kater op haar gezicht. Ze nam alles zoals het kwam, zeikte niet aan mijn kop als zovele vrouwen, piste op normale tijden, en ja…, anders dan interessant, vond ik haar ook mooi. Een rustig ontspannen gezicht, dat niet in de plamuur hoefde, om mooi te zijn. Judith was mooi van binnenuit, maar de buitenkant hoefde ook niet in de vuile was gezwiept te worden. Het was geen Siobhán, nee dat niet, maar die zou ik ook niet in mijn auto vervoeren. Een Transit met een kooi..., ondanks haar schoonheid. Judith was ace.
Toen wij om 13:15 uur Carlisle passeerden, gaf ik Stefano opdracht om met regelmatige tussenpozen te versnellen…, en na tien minuten weer af te zakken naar normale kruissnelheid. Daarna zou ik gaan inhalen en versnellen…, om na tien minuten weer terug te vallen. Daarna versnelde Stefano weer.
“Leuk, dit bokspringen met tweehonderd kilometer per uur,” merkte Judith op, “Vervelen wij ons nu al, Jan”
“Dit haasje-over spelen stelt ons in staat te controleren of wij mogelijk al gevolgd worden. Dat wij gevolgd gaan worden, staat voor mij vast.”
“Nou, waarom verbaast mij dat helemaal niet. Doe je dit ook wanneer je naar Albert Heijn gaat? Gaat bij jou ooit iets normaal, Jan?”
“Het feit dat jij naast mij zit, geeft je een antwoord op je vraag,” lachte ik.
Even later begon mijn mobiel muziek te maken. Stefano.
“Zio, we worden gevolgd door een blauwe BMW 520d M Sport. Twee inzittenden. Als u versnelt, gaat hij steeds achter u aan. Wilt u dat ik een band lek schiet?”
“Nee Steffie, ik wil weten met wie we te doen hebben. Zorg dat hij jou niet in de gaten krijgt, zo hij dat al niet heeft.”
We hielden de staart tussen ons in totdat wij voorbij Glasgow waren, en op Stirling afkoersten. Toen ik het bord voor de Trossachs ontwaarde, belde ik Stefano en deelde hem mijn plan mee.
Terwijl de drie wagens met hoge snelheid het natuurgebied, de Trossachs, in koersten, legde ik mijn passagier uit wat er gebeuren ging.
“Denk erom dat je je deur al van te voren van het slot af hebt, Judd. Wanneer de wagen uit de slip komt, gooi je de deur open, springt uit de auto en loopt die berm in, waar de neus van de wagen naartoe wijst. Let op dat je je enkels niet verzwikt, of breekt, want in die berm loopt een waterafvoerkanaal. Klim een paar meter tegen de helling op, totdat je achter een rots of boom dekking vindt. Heb je dat begrepen, dikkerdje?”
Judith gaf mij de vingers en pakte de deurhendel beet.
Over de ‘handsfree’ zei ik tegen Stefano: “Derde bocht vanaf nu, Steffie. Bevestig!”
“Terza curva, Zio. Capito tutto”
Met ware doodsverachting schoten wij de eerste twee bochten door.
“Deur uit het slot maar houd hem dicht, Judith,” schreeuwde ik en brak de auto de laatste bocht in. Halverwege de bocht bracht ik de Audi in een negentig graden slip. De middelpunt vliedende kracht hield Judith’s deur dicht en gooide mijn deur open, zoals gepland. Toen de wagen uit de bocht, dwars over de weg tot stilstand kwam, schreeuwde ik: “Nu Judith, let op het afvoerkanaal.”
Terwijl Judith tegen de helling opklauterde, trok ik de Sig Sauer P220 en nam positie in de rechterberm, vijf meter voorbij de Audi. Op datzelfde moment kwam de blauwe BMW de bocht uitgeraasd. De bestuurder zag de Audi dwars over de weg, probeerde die in een reflex te ontwijken en vloog van de weg af. Het voorwiel van de BMW raakte in het afvoerkanaal en de wagen vloog over de kop. Rollend kwam het voertuig een paar meter lager tot stilstand.
Intussen had Stefano zijn wagen vijftig meter vóór de bocht dwars over de weg geparkeerd en een gevarendriehoek stroomopwaarts geplaatst, zodat wij niet door andere automobilisten gestoord zouden worden. Terwijl Stefano en Rino zich naar ons toe haastten, klommen de inzittenden, blijkbaar ongedeerd uit de BMW.
“Whit are yees fucking cunts daein?” brulde een stem met een sterk Glasgow accent. Ik keek naar de eigenaar van de stem. Net als zijn ‘pal’ was hij ongeveer drieëntwintig jaar, kaal geschoren en gekleed in een leren jack, spijkerbroek en zware DocMartin schoenen. Beide mannen waren ruim één meter negentig en bodybuilders en/of kickboxers.
‘Footsoldiers,’ dacht ik, terwijl ik de Sig Sauer op hun richtte, ‘Fitbaw rochians (football hooligans), Oranje Orde Oens en huurlingen. fucking razorkings. Die sla je nog niet met een hamer neer. Spijkerhard schorem uit Govan of Maryhill’
De razorkings keken naar het wapen in mijn hand en besloten de weg terug te rennen. Op dat moment kwamen Stefano en Rino de hoek om, die hen die weg versperden.
“Stefano, kijk uit! Ze vechten met scheermessen. Let op de kopstoot en de low-kick. De schoenen zijn moordenaars.”
Stefano lachte bescheiden, en spreidde zijn armen. Hij gebaarde Rino aan de kant te gaan staan.
De twee rochians benaderden Stefano, die ruim een kop kleiner was, van twee kanten. Langzaam sloten zij hem in. Op drie meter afstand flitsten de scheermessen open, en zij vielen aan. Stefano liet zich op zijn hurken vallen en ontweek de uithalen van de scheermessen. Hij trok twee lange messen uit zijn nekholster, gooide die omhoog en ving ze met de handvaten naar voren weer op. De lemmets lagen nu tegen zijn onderarmen, zodat de messen naar achter wezen.
Toen de eerste trappen kwamen, draaide Stefano, als een kunstschaatsrijder op zijn hurken onder de benen door en sprong toen op. Hij hief zijn handen in de lucht zodat de messen zijn onderarmen bedekten en hij het eerste scheermes op zijn mes opving. Het scheermes versplinterde, terwijl Stefano het heft van zijn mes vooruit in het gezicht van de eerste razorking stootte. Onmiddellijk daarna wees hij met het heft naar zijn eigen gezicht zodat het lemmet een boog van honderdtachtig graden maakte en de mond van de eerste razorking vergrootte van oor, tot oor.
Op het moment dat de tweede razorking met zijn scheermes naar Stefano’s gezicht sloeg, draaide Stefano zich in de man’s armen en stootte beide messen naar achter. De milt en de lever werden gelijktijdig doorboord. Terwijl de eerste aanvaller bloedbellen aan het blazen was, keek nummer twee verbaasd naar de twee lange messen die uit zijn buik staken.
“Scusate,” zei Stefano beleefd, trok de twee dolken uit de man’s buik en veegde de lemmeten één voor één schoon in het kruis van het slachtoffer’s spijkerbroek. Deze wedstrijd was verloren door de hooligans van de thuisploeg.
Ik gaf de Sig Sauer aan Rino, en zei: “Stefano, haal hun zakken leeg. Legitimaties, lidmaatschapskaarten, alles. Ik ga jouw auto ophalen.”
Toen ik terug kwam rijden, zat één van de razorkings in zijn onderbroek, op zijn knieën in de berm. De tweede lag er ontkleed, maar bewusteloos door bloedverlies, naast. Judith zat al in mijn Audi te wachten. Ik pakte de Sig Sauer aan van Rino, richtte die op ‘wakkere’ razorking, en zei: “Als je mij zegt voor wie jullie werken, breng ik jou en je ‘wee pal’ hier, naar een ziekenhuis. Zo niet, heb je niet alleen een grote mond, maar dan krijg je nog een oog in je voorhoofd erbij. Zeg het maar.”
“Git fucked ye wee wanker!” brabbelde de razorking, “Dae yer ain fucking job, ye fremmin cunt!”
Ik had het kunnen weten. Die krengen zouden mij niet wijzer maken.
We stapten allemaal in en reden weg. Een paar honderd meter verder, stopte ik bij een rode telefooncel. Ik stapte uit, trok de telefoonceldeur open en meldde een ongeluk in de Trossachs. De hooligans zouden het wel overleven. Ik veegde mijn vingerafdrukken van alles wat ik had aangeraakt in de telefooncel, en stapte weer in.
Judith was in alle staten van opwinding, en meldde dat ook: “Jezus Jan, wat is die Stefano verschrikkelijk snel. Ik dacht werkelijk dat die twee monsters hem zouden slachten. Hoe is het mogelijk, wat een vechter. Zoiets zou ik wel voor mijzelf willen hebben, in plaats van een oude pooier.”
Ik greep haar razendsnel onder haar rok en testte het klimaat van het Zuiderkruis. Subtropisch. Warm en een hoge vochtigheidsgraad.
“Zo, dat heeft je nogal opgewonden, niet Judd?” lachte ik, “Nou, ik kan het mij wel voorstellen. Je moet hem en Rino eens samen bezig zien. Ik kijk er steeds weer met verbazing, en genoegen na. Ja, hij is goed Judith, maar dat was zijn vader, Franco, ook.”
“Was je vriend beter, Jan?”
“Nee, nooit een keer. We hebben ons wel eens afgevraagd of Stefano misschien een kind van mij en Franco kon zijn. Die jongen is compleet!”
“En zo bescheiden en voorkomend. Heel anders dan die boerenlullen uit Holland.”
“Doe nu maar rustig aan, want anders heb je straks een dikke wang, in plaats van een natte, bolle jaan.”
Dollend bereikten wij Fearnan, aan het meer Loch Tay.
Ik had Liz, mijn ex voor zeventien jaar, onderweg al gebeld en die stond ons nu voor de deur op te wachten. Wij parkeerden de auto’s en stapten uit. Liz vloog om mijn nek en terwijl de Italianen lachend, en Judith nieuwsgierig toekeken, werd er een oude Hollander categorisch doodgeknuffeld. Daarna was het Stefano’s beurt. Stefano en Liz konden elkaar ook al vijftien jaar. Rino boog respectvol en kuste Liz haar hand. Daarna stelde ik de vrouwen aan elkaar voor, die elkaar begroetten en bekeken, zoals alleen vrouwen dat kunnen doen.
Een half uur later zaten wij met zijn allen aan tafel en genoten wij van een overvloedige maaltijd die Liz voor ons had bereid. Het voelde goed om na zo een lange tijd weer eens in Schotland te zijn. Terwijl ik mij met Stefano en Rino onderhield, praatten de vrouwen in twee talen met elkaar. Liz haar Hollands was net zo goed als het Engels van Judith. Uit hun steelse blikken was het niet moeilijk te begrijpen over wie zij spraken. De vrouwen hadden geen problemen.
“Zio, dat vergat ik u nog te vertellen,” zei Stefano na het eten, “Ik ben naar die BMW gerend, toen u mijn auto aan het ophalen was. Raad eens wat klaar in die wagen lag, om gebruikt te worden?”
“Een machinepistool?” giste ik.
“Een HK AG-C-GLM granaat lanceerpistool! Het lijkt erop dat wij geluk gehad hebben, Zio.”
“We hebben geluk gehad omdat jij goed opgelet hebt, Stefano. Je hebt mijn leven nu zo vaak gered, dat ik mij iedere keer jonger ga voelen. Je vader mag trots op je zijn.”
“Zijn vader is trots op hem, en ik ook!” zei, de anders zo zwijgzame, Rino glunderend.
Het was een geweldige avond en de tijd ging veel te snel. Voor het eerst sinds Lisette’s dood voelde ik mij weer gelukkig, ook al was de oorzaak mijn geluk dan de kidnapping van mijn dochter. Ik wist dat Silvana ons kind geen leed zou berokkenen. Het was een kwestie van hen opsporen, en overtuigen. Maar was het dat? Iets zei mij dat het veel… veel gecompliceerder dan dat zou gaan worden… en dat herinnerde mij…
“Steffie, wat is er gebeurd met die spullen van die twee footsoldiers?”
“Oh, die heb ik,” zei Judith en stond op om de spullen uit de auto te gaan halen.
“Het is een mooie vrouw, Jan,” zei Liz, “Ik geloof dat ze veel om je geeft,” testte Liz mij.
“Judith geeft veel om Judith, ze ziet mij gewoon als een uitbreiding van haar fantasiewereld. Maar ze is okay, Liz. Ik mag haar erg graag.”
Een moment later rommelden wij door de spullen van de twee huurlingen. Alle twee die kale hengsten waren van Govan in Glasgow, Glasgow Rangers supporters, Oranje Orde leden –dus katoliekenhaters-, uitsmijters en kickboxers…, en hier kwam de joker…
Alle twee de ‘goons’ hadden een gouden halsketting met een soort van amulet eraan, gedragen. Ik bekeek de gouden hangers. Baphomet, keek mij aan in stereo!
De wereld viel van mij weg…, ik werd duizelig, draaierig en begon te kokhalzen…,
“Lisette…!” hoorde ik mijzelf brullen, voordat ik het bewustzijn verloor.
Ik kwam bij omdat mijn voorhoofd koud voelde. Stefano hield een zak met ijsblokjes tegen mijn voorhoofd. Judith en Liz masseerden mijn handen. Ik schudde mijn hoofd en langzaam trok de mist voor mijn ogen op.
“Wat is er gebeurd, Jan?” vroeg Judith.
Ik ging over in het Italiaans omdat Stefano en Rino onmiddellijk moesten weten wat het probleem was. Toen ik hen op de hoogte had gesteld, stonden zij beiden op en liepen naar buiten. Even later hoorde ik het gekletter van wapens, die in de gang gelegd werden
“Liz, Judith, jullie moeten onmiddellijk…, maar dan ook onmiddellijk vertrekken. Liz, kan Judith met jou een paar dagen mee naar je tante in East Kilbride?”
In zeventien jaar had Liz geleerd nimmer mijn oordeel in twijfel te trekken, om reden dat ik mij in zeventien jaar nimmer vergist had. Zij knikte en stond op om wat spullen te gaan pakken.
“Jan, wat is er aan de hand?”, vroeg Judith, “Ik ga helemaal niet weg. Waarom moet ik weg? Ik ben bij jou en ik wil bij je blijven. Het is duidelijk dat er gevaar dreigt, maar ik ga niet weg. Je kunt mij niet dwingen. Ik blijf hier.”
“Judith, geloof me. Je wilt hier niet zijn. Ik wil hier niet zijn, wanneer het begint. Het is te heavy, het is niet grappig, geloof me!”
Zij viel niet te overreden. Ik zag nu een heel andere kant, die ik nog niet eerder had gezien, en ik was er niet zeker van dat wat ik zag, mij ook beviel. Hetzelfde was mij met Lisette gebeurd, een paar maanden geleden.
Liz kwam de kamer in met haar koffertje. Stefano gaf Rino opdracht om Liz naar East Kilbride te brengen en haar met zijn leven te bewaken.
Liz en Stefano omhelden elkaar. Nimmer had ik Stefano zien huilen, nooit had ik zo’n haat op zijn gezicht gezien. Liz kwam naar ons toe en zei: “Let op haar, Jan. Lisette was jouw schuld niet. Als Judith wat overkomt, dan ben jij verantwoordelijk!”
Zij wendde zich tot Judith, en zei: “Judith, motiveer hem. Hij is goed, maar hij is zwak nu. Motiveer hem, bouw hem op, maak hem tot wie hij was. Ik begrijp je, maar je moet mij begrijpen: ‘hij is alles wat ik nog in dit leven heb, Dinnie gunk me, lass (stel mij niet teleur, meisje)’
De vrouwen omhelsden elkaar, terwijl Stefano en Rino elkaar op de wangen kusten.
“Malavita,” zei Stefano.
“Malavita,” bevestigde Rino, met tranen in zijn ogen.
Toen Liz en Rino vertrokken waren in de auto van Liz, liep Stefano naar de gang om de wapens te assembleren, schoon te maken en gevechtsklaar te maken. Judith en ik zaten aan de eettafel. Ik keek haar aan en langzaam begon ik te vertellen.
Ik vertelde van Pam, de Frie Mesons B.V. De Freemasons en de Vrijmetselaars. Ik vertelde over de moordaanslag in Italië en hoe Pam eigenhandig de moordenaars van haar echtgenoot had vernield. Judith vernam hoe wij de Freemasons hadden geript voor dertig miljoen euro en hoe wij later nog eens vijf miljoen van de Vrijmetselaars loge hadden ontvangen. De oorlog in de heuvels rond het Lago di Garda, de aanval van de twee Amerikaanse C-NITE Cobra Night Attack’ helicopters en hoe de opdracht daartoe was gegeven door de Amerikaanse Illuminati, op verzoek van de P2 loge. De ontvoering en het verhoor van een hoge Vrijmetselaar en uit eindelijk het akkoord met de minister van justitie. Daarna was er de moord op Lisette.
Judith zei niets toen ik uitverteld was. Zij schudde haar hoofd.
“Nou, kom op Judd, zeg wat…”
“Dit is ‘gross’, Jan. Dit is ‘unreal’. Je leest dat in boeken…, je ziet het in films… dit… dit kan niet. Maar hoe past vandaag hier in? Ik snap het niet. Wat is het verband met Silvana en jouw dochter? Het duizelt mij, Jan.”
“Er was geen verband, totdat ik de amuletten zag, doll.”
“Maar waarom? Het waren twee gouden geiten.”
“Het was Baphomet, Judith. Baphomet de verlichte. Baphomet de duivel. Gespleten hoeven in plaats van Gucci schoenen, het bovenlichaam van een vrouw, uitgerust met vleugels. De kop van een gehoornde geit, met een kaars erop. Baphomet de duivel, de god van de Illuminati.”
“Wie gelooft er nu in die gehoornde fuckshit?”
“De Illuminati! Dat maakt hen juist zo gevaarlijk. Ze willen een nieuwe wereldheerschappij bewerkstelligen. ‘A New World Order’. En weet je wat? Het lukt ze ook!”
“Waar komen die mafkezen vandaan, en hoe kan het dat dit allemaal toegelaten wordt?” vroeg Judith.
“Wel, om met je laatste vraag te beginnen: de Illuminati zijn een geheime genootschap in Amerika, dat overigens niet zo geheim meer is. De dertien rijkste families in Amerika voeren het bewind over de Illuminati. Zij hebben absolute macht. Wat er gebeurt in de wereld, wordt door de Illuminati bepaald, dus daarom wordt het toegelaten. De Illuminati maken de dienst uit.
Waar komen zij vandaan? Wel, toen Philips de Schone rond 1305 in Frankrijk de Knights Templar (Tempeliers) begon te vervolgen en te vermoorden, vluchtten velen van deze ridders in andere geheime genootschappen, zoals de Vrijmetselaars en andere ordes. Een gedeelte van de overlevende Tempelridders leerden de rituelen en methoden van een Egyptische esoterische orde, die bekend stond onder de naam ‘Illuminates of Ra’ (Verlichten van Ra). Deze Tempeliers namen de naam Illuminati aan. Later namen zij de methoden en wetten over van een Moslim cult, genaamd the Assassins (Moordenaars).
De Illuminati vestigden zich in Beieren, en later in Amerika. Het zijn de commando’s onder de Vrijmetselaars, ook al distantiëren de Vrijmetselaars zich openlijk van de Illuminati. Het is echter een publiek geheim dat veel van de drieëndertig graads Vrijmetselaars, en hoger, leden zijn van de Illuminati.
Nou, en dan is daar Baphomet met de gespleten hoefvoetjes. Dit is één afgod, of liever afduivel die door de Illuminati van de Tempelridders is overgenomen. De twee ‘goons’ werkten dus voor de Illuminati.”
“En dat,” besloot ik, “injecteert de hele voorgaande Free Fucking Mason-, en Illuminati fucking flipshit in de verdwijning van Silvana en mijn dochter.”
“Het lijkt wel een Harry Potter verhaal.”
“Ja, maar er valt weinig te lachen. Beter dan nu wordt het niet meer, Judith.”
Stefano en ik besloten om ’s nachts beurtelings wacht te houden. Mijn adres in Schotland was uiteindelijk een publiek geheim. Om een zo’n breed mogelijk schootsveld te hebben, stapte ik met een SIG556, een HK Granaat lanceerpistool en een deken in de Audi A6, om de eerste wacht te nemen. Afgezien van een motorrijder op een blauwe Kawasaki, kwamen er geen auto’s of voetgangers voorbij.
Vier uur later, nadat ik Stefano gewekt had, stapte ik bij Judith in bed. Zij mompelde iets en kroop tegen mij aan…, om zich onmiddellijk weer om te draaien, want ik was natuurlijk steenkoud van de wacht. Het stopte mij echter niet als een blok in slaap te vallen.
Om zeven uur wekte Stefano ons. Vandaag zou ik de ex-inspecteur van de Investigation Division ontmoeten. Deze zou mij de hele ‘low down’ geven van wat er bekend was van Silvana en mijn dochter.
Na een haastig ontbijt, reden we weg in de A6. Stefano, die de laatste wacht had gehad, ging op de achterbank liggen slapen. Judd reed, zodat ik mij ten volle aan een verdedigingsactie kon wijden, wanneer dat nodig zou zijn.
“O Zio, dat vergat ik nog. Vannacht is er twee keer dezelfde motorrijder voorbij het huis gekomen.”
“Blauwe Kawasaki?” vroeg ik.
“Si!”
“Judd, houd je ogen open voor één of meerdere motorrijders. Let goed op je spiegels.”
Eenmaal voorbij Callander doken wij de Trossachs weer in. Er was geen ander verkeer op de weg, zo vroeg. Stefano was in diepe slaap en ik begon ook weg te dommelen, totdat…
“Twee motorrijders achter ons, Jan,” meldde Judith.
Ik keek in het spiegeltje op de zonneklep en zag dat de motorrijders zich splitsten om ons aan beide kanten te passeren. Zij begonnen in te halen, met niet al te hoge snelheid.
“Als ik ’nu’ zeg, trap je zo hard als je kunt op de rem. Dan op mijn teken versnel je onmiddellijk weer, okay Judd?”
“Okay!”
De motorrijders waren nu naast de wagen en trokken gelijktijdig een 357 Magnum, die zij op beide zijraampjes begonnen te richten.
“Nu!”
“De banden van de wagen snerpten en de motorrijders schoten ons voorbij. De rechter ‘biker’ was al aan het afvuren en zijn kogel sloeg nu in de motor van zijn maat, die begon te slingeren.”
“Vol gas nu Judd,” schreeuwde ik.
De A6 accelereerde fel en schoot naar voren. De linker ‘biker’ had net zijn motor weer onder controle en richtte zijn wapen, toen ik een felle ruk aan het stuur gaf. De A6 raakte de ‘biker’ die van de weg schoot. Het voorwiel van de motor raakte in het drainagekanaal en de motorrijder werd gelanceerd van zijn voertuig. ‘One down, one to go!’
De tweede motorrijder had fel geaccelereerd, en verdween nu in de verte.
“Judd, dit wordt je vuurdoop. Schrik niet van de kogels op het raam. Er kan niets gebeuren, wanneer die motorrijder op ons afkomt. Hij weet niet dat de wagen gepantserd is. Houd het gas er vol op, ik pak het stuur over als het zover is.”
“Mag ik het niet proberen, Jan?”
Ik dacht even, lachte en zei toen: “Ja, waarom niet eigenlijk. Wees er op voorbereid om onmiddellijk te reageren op mijn instructies. Je moet heel snel zijn, Judith, maar let op dat je niet met een wiel van de weg afraakt. Let op, daar komt hij aan, blijf in het midden van de weg en rijd recht op hem af.”
De motor naderde met hoge snelheid en de bestuurder had zijn revolver vooruitgestoken, als een beschuldigende vinger. Toen ik de eerste vlam van het mondingvuur zag, zei ik: “Hard links, maar blijf op de weg”
Het was alsof een steen het voorruit raakte. De andere vijf kogels schoten ons rechts voorbij, zonder schade aan te richten.
De motorrijder begon naar zijn linkerkant van de weg te gaan. Hij gooide de revolver weg, boog zich over het stuur en accelereerde. Het voorwiel kwam los. In twee seconden zou hij ons voorbij flitsten.
“Houd links, houd links, houd… HARD RECHTS!”
De A6 schoot naar rechts en schepte de motor op de uiterste rechterpunt van het rechter voorscherm. Het was eigenlijk meer een venijnige tik, in plaats van een botsing. De motor schoot van de smalle weg af, met twee wielen het drainagekanaal in. De ‘biker’ werd net als zijn maat gelanceerd, maar deze keer kwam zijn motor hem met grote buitelingen achterna.
Ik vroeg Judith de A6 achteruit te rijden en een paar meter voor het ongeluk te stoppen. Ik pakte de SIG556, stapte uit en liep naar de plek, waar ik de ‘biker’ vermoedde. Het stuk rots waar hij met zijn hoofd tegenaan gevlogen was, was sterker gebleken dan zijn nieuwe, blauwe Kawasaki helm. Ze zouden hem van die rots af moeten krabben. Wel, zijn hoofd dan. Nou ja, hij had in ieder geval nog een gehoornde geitenkop over.
Ik liep terug naar de A6 en stapte weer in.
“Was dat de motor,” vroeg Stefano slaperig.
“Ja, alle twee. Ga nog maar even slapen, caro.”
Een half uur later liepen wij de Pine Shop, in Bearsden, in. Mijn contact, ex-inspector William Bell, zat al op ons te wachten. Naast hem zat een andere man.
Schotten, anders dan Italianen omhelzen elkaar niet, maar de begroeting tussen de inspecteur en mij was meer dan hartelijk te noemen, want wij bleven elkaar de handen schudden. Ik had mr. Bell ruim vijftien jaar niet gezien en was aangedaan toen ik zag, hoe oud mijn vriend was geworden. Ook al stonden wij aan verschillende kanten van de wet, wij hadden van meet af aan een diep respect voor elkaar gehad, en elkaar verschillende diensten bewezen. Indertijd maakte mr. Bell deel uit van de Investigation Division van de nu opgeheven HM Customs and Excise, het machtigste opsporingsapparaat in Groot-Brittannië. De andere man, die overduidelijk een militair was, werd mij voorgesteld als kolonel Peter Warren, een pseudoniem.
Stefano en Judith gingen aan een ander tafeltje zitten en ik nam plaats bij de twee Britten. Toen wij allemaal van koffie en toost waren voorzien, begon mr. Bell mij een ‘update’ te geven over de situatie.
“Jan, de situatie is serieus. Aanvankelijk dachten wij dat Silvana met je dochter waren verdwenen, om HM Treasury geld af te persen. Nu blijkt het echter dat het om jou gaat.”
“Om mij?”
“Ja, een paar maanden geleden is er ingebroken op de nationale database van HMRC (Hare Majesteits Belastingen en Douane). Kruisreferenties zijn getrokken geworden op jou en Silvana. We denken te weten door wie dat gedaan is, maar ik heb niet de vrijheid die informatie te onthullen.”
“Die informatie is getrokken in opdracht van de Freemasons. Niet de gewone orde, maar Masons, hoger dan de drieëndertigste graad, die tevens deel uitmaken van de Illuminati, nietwaar?”
Peter Warren’s gezicht drukte verassing uit, maar mr. Bell’s gelaat bleef onbewogen, terwijl hij zei: “Ik denk dat het beter is wanneer jij ons verteld wat je weet, Jan.”
Ik vertelde de mannen het hele verhaal van Pam en Lisette. Ik vermelde de aanval van de twee Amerikaanse C-NITE Cobra Night Attack’ helikopters.
“Twee helikopters om een man en een vrouw te vermoorden?” vroeg Peter Waren, “Ongelooflijk. Alleen de fucking Yanks kunnen zoiets verzinnen, en die ‘fucking choppers’ nog verliezen ook. Goed werk, Jan.”
“Het punt is dat de Illuminati nu ten koste van alles wraak willen nemen. Wraak die er niet uitziet als wraak. Wanneer ik de rol van Silvana openbaar maak en een schandaal veroorzaak, dan komt de Prime Minister in een onmogelijke positie, wat goed is voor de Amerikaanse regering. Automatisch wordt er dan door MI5 een contract op mij uitgevoerd, en mocht dat mislukken dan verwachten ze mij achter Silvana en mijn dochter aan te gaan, waarbij de Illuminati dan alle kans en tijd hebben op mij op te ruimen. Twee moordaanslagen op ons hebben reeds plaatsgevonden, in nog geen vierentwintig uur. Er zijn echter twee details waar onze meesterplanners geen rekening mee hebben gehouden.
Ik heb een overeenkomst met de Nederlandse regering dat ik het aandeel van de regering, niet in de openbaarheid breng. Dat doe ik dan ook niet, maar ik heb genoeg bewijsmateriaal om de Amerikaanse regering in ernstige verlegenheid te brengen. Ik heb al contact met Alex Jones en David Icke gehad.
Hoe ik het nu zie, is dat HM Government twee problemen heeft, en misschien wel drie, namelijk: a) daar is het eerdere schandaal met Silvana, b) HMG staat oogluikend een kidnap en meervoudige executies toe op Brits grondgebied, waarbij de Britse Freemasons instrumentaal zijn in het helpen van dat executieteam. Dat wordt weer een schandaal, en c) De rol van de Illuminati in Groot-Brittannië gaat van de week al naar de schandaalpers, tenzij u mij kunt overtuigen dat het beter is om dat niet te laten gebeuren.”
“Wat dacht u hiervan, als eerste bewijs,” vroeg ik, terwijl ik één van de Baphomet kettingen op tafel gooide.
Mr. Bell en Peter Warren hoefden de ketting niet eens te bekijken om te weten wat het was. Zij trokken en vies gezicht, keken elkaar aan en knikten.
“Jan, je hebt het aardig goed op een rijtje staan. Veel regeringsleden zijn het er ook helemaal niet mee eens. Het probleem is, zoals je weet, dat de Freemasons in principe bepalen wat er in het Verenigd Koninkrijk gebeurt. Toch zijn er velen die zich tegen de invloed van de Amerikaanse Illuminati willen verzetten, maar dat moet in het geheim gebeuren. Het moet er dus op lijken dat wij passief toezien bij wat er gaat gebeuren, en als gevolg daarvan moeten wij toestaan dat een eerder schandaal, nu door jou naar buiten gebracht zou worden. Die prijs is te groot, dus er is besloten om je bij te staan en je onofficieel alle steun te geven die je nodig hebt. Mister Peter Warren hier is van het leger in Credenhill, Herefordshire.”
“Regiment 22 SAS,” neem ik aan, terwijl ik nogmaals Peter’s hand schudde.
“Je bent bekend met de SAS, Jan?” vroeg de militair.
“Ik had het zeldzame voorrecht om als de enige ex-crimineel aan de ‘headhoncho’ voor gesteld te worden.”
“Je bedoelt…, Generaal Sir Peter de la Billière,” vroeg Peter ongelovig.
“Nee, kolonel David Stirling, de oprichter.”
“Werkelijk,” zeiden beide mannen gelijktijdig.
“Ja, het was op een landgoed, van een vriend van mij, in Schotland. Colonel Stirling arriveerde net in zijn Jaguar en ik werd vluchtig aan hem geïntroduceerd. Ik ben er nog trots op!”
“Fuck, so would I fucking be !” vloekte Peter Warren, vol bewondering, “Okay Jan, we gaan je helpen, maar nogmaals het is een ‘covert operation’ Als het tits-up gaat, zijn wij er niet bij betrokken. Mijn mannen maken in dat geval deel uit van jouw groep. Ze spreken daarom ook allemaal Italiaans. Ik heb vier vrijwilligers en je kunt over alles beschikken wat je nodig hebt, behalve helikopters.”
De kolonel pakte een laptop uit en klapte die open. Windows kwam onmiddellijk op en de kolonel opende een Google map. Hij zoomde in op een stuk grond aan het meer Loch Earn. Vlak bij het plaatsje Derry, zag ik een herenhuis, dat in een paar hectare bosgrond stond.
“Silvana had een laptop bij haar, toen zij verdween. Alle laptops van het Rijk hebben nu ingebouwde GPS/GSM tracers. Een paar keer zijn er in het verleden laptops van overheidsfunctionarissen verdwenen, verloren, of zijn ergens blijven liggen. Om die weer op te kunnen sporen, en zo de gevoelige data te redden, worden die tracers nu ingebouwd. Zo hebben wij de plaats op kunnen sporen, waar Silvana en het kind momenteel gevangen worden gehouden.
We hebben nog geen ‘recce’ (verkenning) uitgevoerd omdat wij niet weten wat voor personen haar gevangen houden.”
“King fucking Billy Boys, fucking Oranje Orde ‘fucks’, dat is de link met de Freemasons en de Illuminati,” zei ik, “Vier van die ‘razorking fucks’ hebben al twee keer getracht ons te vermoorden.”
“Dus we moeten het opnemen tegen een gang van moordende lowlife footbal fucking hooligan huurlingen? fucking footsoldiers?” vroeg de kolonel.
“Yes Sir, maar ik ben er van overtuigd dat er een hogere commandostructuur is. Meest waarschijnlijk is een afsplitsing van UDA (Ulster Defence Association) of UFF (Ulster Freedom Fighters) Paramilitairen dus.”
“Again…, it never fucking stops,” zuchtte de SAS man, “Okay Jan, dit is de deal. Mijn man heeft het commando, jij neemt de kat als het misgaat. We weten van Willie Bell hier, dat je nooit praat, dus we gaan er met vertrouwen in. Mijn man doet de coördinatie met jou samen, maar hij heeft ‘the final say’. Al je suggesties zijn welkom. Radiocontact wordt in het Italiaans gevoerd. Je traint twee dagen met mijn mannen in de Comrie heuvels, de derde dag gaan jullie er in. Wat weet de vrouw?”
“Nagenoeg niets, en helemaal niet van wat er nu speelt,” loog ik.
De kolonel keek mij lang en hard aan, en zei: “Ze maakt geen deel van de operatie uit, is dat duidelijk?”
“Yes Sir!”
“Vanavond verblijf je met mijn unit in ‘Comrie barracks’ Twee dagen kunnen jullie de aanval simuleren, en doornemen. Ik weet dat jouw mensen profs zijn, maar synchroniseer ze met mijn mensen, want als de aanval ‘belly-up’ gaat, mag Silvana het niet overleven, in feite ik denk er over om de vrouw hier op een vliegtuig naar Holland te zetten.”
“Doe dat, en ik houd HMG aansprakelijk en de fucking pleuris breekt uit. Fucking pandemonium! Don’t fucking push me, kolonel!” zei ik witheet.
De kolonel keek mij aan, en glimlachte. Toen stak hij zijn hand uit, die ik aannam, en schudde.
“Ik had je gewaarschuwd,” zei Willie Bell, “Wij hebben dat al twintig jaar geleden geprobeerd.”
“Meld je bij Comrie Barracks om 16.00, de vrouw verblijft in Glen Eagles Hotel. Ik laat twee mensen als lijfwacht bij haar achter. Je ex in East Kilbride krijgt een lijfwacht, dus de Italiaan kan terugkomen. Zijn ze eigenlijk net zo goed als mijn mensen?” vroeg hij nieuwsgierig.
“Uw mensen zijn de beste soldaten ter wereld, en ik bewonder hen mateloos. Afgezien van de SAS, denk ik dat de Britse soldaat de beste ter wereld is. Ik houd van Britain. Als Churchill er niet geweest was, had ik Duits gesproken, maar misschien was dat geen slecht ding geweest. Vele Britse soldaten hebben hun leven gegeven voor een illusie. De smerige politici en fucking powerbouwers beroven hen nog dagelijks van hun leven, laten wij daar wel over zijn. Ik verafgood de SAS mensen, maar ik zeg u één ding. Geen één SAS man is beter dan Stefano hier…, niet in ‘hand to hand combat’. Voor de rest zijn uw mensen giganten.”
‘Mogen we dat testen, Jan?’
“Als Stefano dat wil, natuurlijk. kolonel, geloof me, hij is ‘fucking marvellous’, wel voor een gewone gangster dan, hè, want dat is wat hij is.”
“Ik zou vereerd zijn als hij mijn mensen wat kan leren.”
“Ik ook, kolonel, ik ook!”
’s Middags checkten wij in in Comrie Barracks, nadat wij Judith in het meest luxueuze, en prestigieuze hotel in Schotland hadden achter gelaten, onder bewaking van twee mannen van het Regiment. Nou, als twee zesentwintigjarigen onder de indruk waren van Judith, dan wilde dat zeggen, dat ik toch wel een goede smaak had. ’s Avonds arriveerde Rino.
De SAS mannen waren grandioos, zij spraken niet alleen goed Italiaans, zij gaven het respect aan Stefano en Rino, zoals alleen Italianen dat kunnen doen. Zij trokken niets in twijfel van de capaciteiten van de twee Italianen; zo was het verteld door de kolonel…, dus niet zuigen. Het was een geweldige avond voor de jonge mensen, maar ik miste Judith. Op een vreemde manier was zij een katalysator voor Lisette geworden. Judith, de zangeres, Judith die zo goor kon zijn in haar expressies, en tegelijkertijd zo teder. Ik voelde mij eenzaam, tussen de mooiste mensen ter wereld.
De volgende twee dagen zouden wij nu doorbrengen met de aanval op het huis te simuleren, maar er stond ons een verassing, in de vorm van Judith, te wachten. Zij arriveerde ’s morgens met de twee SAS mannen in haar kielzog.
“Wij konden haar niet in het hotel houden,” zei één van hen, “Zij dreigde in het hotel te schreeuwen, dat wij van de SAS waren en haar gevangen hielden. Ze stond erop dat wij haar naar de barakken brachten.”
Ik keek Judith vragend aan.
“Ik had het je al een keer gezegd, Jan. Je hebt mij meegenomen, dus ben ik er ook. Als je wilt dat ik er niet ben, dan zet je mij maar op het vliegtuig. Zo niet, dan blijf ik erbij en dan wil ik ook wel eens een beetje met pistolen schieten, en zo. Lijkt mij wel leuk.”
“Wij willen haar wel een beetje trainen,” zei één van haar begeleiders. “We hebben ook niet veel trek de hele dag in dat hotel te hangen. Waarom geven wij haar geen ‘crash-course’ met handwapens? We moeten er alleen voor zorgen dat de ‘headhoncho’ ons niet betrapt.”
Terwijl Judith, gekleed in geleende, veel te grote ‘battle fatiques’, op de schietbaan aan het oefenen was met een Sig Sauer P230, onder leiding van haar twee SAS begeleiders, bekeken wij de situatie en locatie van het herenhuis nog eens.
“Alles wat over de weg dat huis nadert, wordt geklokt. We zullen het huis te voet moeten benaderen door de bossen. Het probleem is dat er hoogstwaarschijnlijk ‘tripwires’ geplaatst zullen zijn,” zei Geordie de ploegleider, tegen de Italianen.
“Luister,” zei ik, “Ik ken de situatie daar, want ik heb een kennis die daar woont. Achter het huis, hoger op de heuvel loopt een oude spoorweg. We kunnen over die spoorweg het huis benaderen. Ter hoogte van het huis kunnen wij ons dan van het tunnelviaduct laten zakken. Ik zal alleen wel even wat training moeten doen, want ik ben al een tijdje geen aap meer. Voor jullie jongens is het echter een fluitje van een cent.
Het viaduct overspant een bergstroom, we kunnen ons op die oever laten zakken en het huis vanuit het westen benaderen. Het is dan nog vijftig meter, of zo. Ik stel voor dat wij, vierentwintig uur voor de aanval, een ‘spotter’ plaatsen. Wanneer is de beste tijd voor een aanval?”
“Normaal, om een uur of vier ’s nachts,” zei Geordie, de groepsleider, “Ik stel voor dat mijn mannen en ik vannacht een ‘recce’ (verkenning) uitvoeren. Dan kunnen wij morgen bepalen wat voor aanvalsactie wij gaan toepassen en wat voor wapens wij daarbij nodig hebben. Vandaag gebruiken wij om te trainen met de HK MP5 (Sub machine pistool), MAC-11 SMG (Spray and pray sub machine pistool), Sig Sauer P226 (Zwaar pistool) Arwen 37 (Traangas lanceerder) en de Flash-Bang (Stungranaat).”
De rest van de dag trainden wij met allerlei wapens, Stefano en Rino genoten. Toen Stefano op een gegeven moment een aanvalsdraf simuleerde en tegelijkertijd met twee handen de HK MP5 en de Sig Sauer afschoot…, en daarbij negens scoorde, dacht ik dat de groep gek werd. Toe Rino dat even later herhaalde met HK MP5 en MAC-11 SMG, was de training over.
“Fuck guys, wie heeft jullie zo leren schieten?” vroeg Danny, de tweede in commando.
“Mijn vader,” zei Stefano verlegen.
“Mio Padrone,” zei Rino trots.
Nu wilden de mannen alles weten.
“Zou jij beter dan één van ons zijn,” vroeg Danny aan Stefano.
“Nooit van zijn leven,” zei Stefano, “Jullie zijn allround. Ik heb al die speciale vaardigheden niet, die jullie allemaal hebben. Ik heb het nooit geleerd.”
“Hand-to-hand combat?” vroeg Geordie.
“Ik weet het niet, Geordie,” antwoordde Stefano bescheiden.
“Come on, we weten dat je goed bent, Stefano. Durf je twee van ons aan? We gebruiken vechtstokken in plaats van messen.”
“Okay, laat ik het maar eens proberen dan,” antwoordde Stefano.
De stokken werden uitgedeeld en Danny en Geordie stelden zich op tegenover Stefano. Op mijn teken vielen de twee soldaten aan. Toen ze Stefano op een meter genaderd waren, dook Stefano onder de eerste stokuithaal door, stootte een stok in het kruis van Geordie en de tweede in zijn knieholte. Hij kwam draaiend omhoog en stootte een stok in Danny’s maag, terwijl hij de tweede stok op zijn keel zette. Het gevecht was over in twee seconden.
De monden van de twee toekijkende SAS mannen waren opengevallen, terwijl de andere twee monden pijnlijk vertrokken waren.
“Dat is fucking ongelooflijk,” kreunde Geordie, met een van pijn vertrokken gezicht, “Geweldig! Kan je dat met alle vier van ons ook, Stefano?”
Stefano keek nu ook gepijnigd.
“Hij kan het zeker, maar hij gaat het niet doen. Hij denkt dat jullie een hekel aan hem krijgen, wanneer hij weer zou winnen. Ik wil niet dat hij het doet,” zei ik, “Come on guys, give the man a break.”
Geordie liep naar Stefano en pakte hem om zijn schouders, en zei: “Ik geef hem meer dan een ‘break’. Stefano, heb je zin om met Danny en mij op ‘recce’ te gaan vannacht?”
“Veramante? Certo, ma che onore, (Werkelijk? Natuurlijk, maar wat een eer)” glunderde mijn vriend’s zoon.
We liepen met zijn allen naar de schietbaan en zagen dat Judith de P230 nu al uit verschillende posities aan het afschieten was. Ik kon zien dat ze van de oefeningen genoot, en ik was blij dat ze gewoon haar eigen zin had doorgezet.
“Ze schiet nu bijna zeven uit de tien,” zei één van haar oppassers, “toen ze vanmorgen begon, kon zij nog geen pistool vasthouden. Nu kan ze herladen, doorladen, demonteren, schoonmaken en weer assembleren. Ze schiet echt goed voor iemand die nog niet eerder heeft geschoten.”
“Kom Charlie’s angel,” zei ik, “ik heb honger gekregen van het kijken naar al dat trainen.”
“Mag ik morgen weer schieten?”
“Nee, morgen leren we je een F16 te vliegen,” lachte ik, “Kom op jongens, we gaan wat eten. Ik trakteer.”
Er hing een goede stemming gedurende het avondeten. Geordie en Danny waren Stefano de grondbeginselen van het verkennen en ‘spotten’ aan het bijbrengen. Judith zat met mij te praten over pistoolschieten en de rest van de SAS groep was hun Italiaans aan het oefenen op Rino. Alhoewel de drank duchtig aangesproken werd, dronken Geordie, Danny en Stefano geen druppel, omdat zij die nacht er op uit moesten.
Later op de avond, nadat Judith en haar oppassers naar Glen Eagles Hotel waren vertrokken, keerden wij naar de barakken terug. Terwijl Geordie, Danny en Stefano hun ‘kit’ inpakten, zochten Rino, de twee andere SAS mannen en ik onze bedden op, aangezien er verder toch niets meer te doen viel.
Ik werd wakker doordat Stefano zachtjes aan mijn schouder stond te schudden. “Zio, zio, wordt even wakker.”
Ik ging rechtop zitten, wreef mijn ogen uit en vroeg: “Aauw, waar is de brand Steffie, en hoe vroeg is het eigenlijk?”
“Zeven uur, Zio. We hebben een mogelijk probleem.”
Ik begroette Geordie en Danny, die naast Stefano stonden te wachten, om te vernemen wat dit nieuws voor de operatie kon betekenen.
“We hebben die vrouw naar binnen zien gaan in het huis. Zij arriveerde ’s nachts met drie ‘goons’”
“Welke vrouw hebben we het…, fuck, je bedoelt Siobhán? De vrouw die jullie toen in een hoek heeft gegooid?”
Stefano knikte.
“Dat is ernstig, dat is fucking ongelooflijk!”
Ik vertelde de SAS group, die inmiddels compleet was, van het voorval in Nederland, de geschiedenis met Silvana en mijn gesprek met de Assistent Collector.
“Dus dat betekent dat de AC mogelijk in het complot zit, maar in ieder geval de vrouw?” vroeg Geordie, “Het kan ook betekenen dat we al verwacht worden, en dat we regelrecht in een val lopen?”
“Ja, hoe zeker zijn jullie van de kolonel? Zou hij jullie slachtofferen?”
“No way, Jan! De kolonel is zijn mannen volkomen toegewijd. Nee, daar steek ik echt mijn handen voor in het vuur. No fucking way.”
Ik dacht snel na: ‘Willie Bell is ook honderd procent. Dus de AC en de vrouw willen ons opzetten. In ieder geval de vrouw. Nee, de Assistant Collector is goed, hij weet namelijk dat de schandalen de publiciteit ingepompt worden, en daar heeft hij geen belang bij. De vrouw, Siobhán, haar rol is niet duidelijk. Het kan een mol in de tegenpartij zijn, maar daar mogen we niet op vertrouwen, of zelfs maar hopen. Het zit krom!’
“Hebben jullie een goed duidelijk beeld gekregen, tijdens de ‘recce’ van vannacht, of moeten we meer data hebben?” vroeg ik Geordie.
“Meer is altijd beter, Jan, maar we hebben een stevig beeld. Het is niet een al te moeilijk object, waarom?”
“Dan gaan wij er vannacht in. Als de tegenpartij ingelicht is, dan verwachten zij ons morgennacht. De kans is dan dat we in een leeg huis binnenvallen en verwelkomd worden door een paar fucking Claymore mijnen. We zeggen niets tegen Judith, want anders wil ze mee. We gaan er vannacht in. You…, Geordie, say what?”
“I’d say: let’s fucking do it. Vannacht! We trainen vandaag met de Arwen 37 Mk III Launcher en de Remmington 870 Shotgun.”
“Een shotgun?” vroeg Stefano verbaasd.
“Ja, we gebruiken de Remington met Hatton munitie om scharnieren en sloten van deuren te schieten. Daarnaast schieten we R.I.P traangas kogels, die kunnen van een lange afstand door ramen en deuren geschoten worden. Jan, neem dit niet verkeerd op, maar je bent geen dertig meer. Er is geen tijd om je voor de afdaling van dat viaduct te trainen. We laten je gewoon zakken, twee minuten langer maakt ook niets uit. Om je de waarheid te zeggen: ik zou er een stuk geruster op zijn, wanneer we je op dat viaduct achter konden laten.”
“Ik ook,” grapte ik, “Maar het gaat niet gebeuren. Ik beloof dat ik niet in de weg loop al ben ik niet meer zo goed ter been.”
Geordie en zijn mannen schoten in de lach.
Alhoewel ik geen shotgun zou hoeven afschieten, was mijn schouder aan het einde van de dag paars. Mijn God, het leek wel of ik steeds een trap van een paard kreeg, iedere keer wanneer ik de trekker overhaalde. Stefano en de Capo, genoten van ieder moment van de training. Op het einde van de dag vroeg Judith aan Geordie of zij de Remington een keer mocht afschieten. Geordie keek mij aan, alsof hij wilde vragen: “Wil je van de week nog iets aan haar hebben?”
Ik haalde mijn pijnlijke schouder op en vroeg: “Judith, het is niet echt hetzelfde als een Sig P230 leegspuiten, doll.”
“Daarom wil ik het ook proberen.”
Geordie pompte de shotgun en gaf hem aan Judith, terwijl wij ons schrap zetten voor het vermaak. Judith schouderde de Remington, op een manier die er nog op leek ook, terwijl zij haar linkervoet naar voren plaatste en haar rug licht kromde. Toen haalde zij de trekker over, pompte de gun, vuurde opnieuw, pompte en vuurde. De testdeur was nu een deur zonder slot en scharnieren, dus eigenlijk geen deur meer. Judith pakte de buks in het midden, hield die vertikaal en blies de rook weg.
Een Hollandse, vier Engelse en twee Italiaanse kinnen hingen op de grond, terwijl Judith de gun over haar schouder gooide en langzaam wegwandelde.
“What the fuck was that?” stamelde Danny, “Ja hoor, het is goed. Nu heb ik alles gezien.”
Een minuut later liep de wekker af. We waren opgezet door Judith, die aan haar oppassers had gevraagd haar te trainen met de pompbuks. Evengoed een pikante prestatie.
“Wie wordt er begraven?” vroeg Judith, die als enige wijn dronk tijdens de maaltijd.
“Wij drinken niet, Judd, omdat morgen de aanval plaatsvindt en we allemaal goed uitgerust moeten zijn, zegt Geordie,” verzon ik ter plekke.
“Ja hoor, en ik heb groen mohair op mijn kut. Ik geloof er niets van. Jullie gaan vannacht naar binnen, maar denken mij de weg kwijt te kunnen maken. Ik wil mee.”
“Judith, for fuck sake, dit is geen overlevingscursus met fucking Bushcraft. Deuren en doelen schieten niet terug, dit tinnef wel. Je gaat niet mee. Ik heb één vrouw haar hoofd uit elkaar zien spatten. Dat is fucking genoeg, don’t fucking push me,” zei ik, nu witheet.
Judith zag dat het mij ernst was en zweeg.
Geordie, die van Stefano had vernomen wat het probleem was, zei nu: “Jan, als Judith vannacht met ons meekomt, dan kan zij op het viaduct blijven. We geven haar dan een paar ‘night-goggles’ en een comms-set, zodat ze ons kan waarschuwen, wanneer er onverwachts hindernissen opdoemen.” Ze zit daar buiten schootsafstand, heeft de P320 bij zich en kan ons waarschuwen. You Jan, say what, mate?”
Ik was niet overtuigd en Judith dorst me niet aan te kijken, ze wist dat ze te ver was gegaan. Het was pas drie maanden geleden, dat ik Lisette begraven had. Stefano haalde me tenslotte over.
“Niemand kan bij haar komen, Zio. Het is veilig, echt.”
“Ze draagt een Kevlar vest en helm, anders is het een non-starter,” eiste ik.
Extraction - Er was geen maan, toen wij ’s nachts om twee uur met zijn zevenen over de oude spoorweg, hoog in de heuvels van Loch Earn, liepen. Eén van de SAS mannen liep dertig meter voor ons uit met een C8 karabijn, uitgerust met Eclan nachtkijker, voor zijn borst. Danny sloot de rij tien meter achter ons met een SA80A2 in zijn armen. Geordie, Peter en de twee Italianen, droegen de rest van de wapens en de gereedschappen. Alle vier de SAS mannen droegen nog een 99 liter PLCE Bergen rugzak. We waren allemaal uitgerust met een PPR communicatieset en NVG nachtkijkers.
Op het viaduct koppelde Geordie zijn para-koord aan de rails, klom op de borstwering, sprong er vanaf en liet zich razendsnel zakken. Peter en Harry gaven hem dekking voor het geval dat er in de heuvels beneden, schildwachten het viaduct bewaakten. Danny installeerde Judith bij een opening in de borstwering en zei:
“Judith, schiet niet tenzij je aan gevallen wordt door iemand, en dan nog alleen, wanneer deze voor je staat. Je hoort straks veel geluiden in het bos, maar dat zijn vossen, dassen en vogels. Schrik nergens van want het zijn de normale nachtgeluiden. Wanneer jij schiet, is onze missie in gevaar.”
Judith knikte dapper vanonder haar kevlar helm en zei tegen mij: “Sorry Jan, ik had beter moeten weten, dan je voor het blok te zetten. Ik schaam mij voor Lisette.”
Ik aaide haar over haar wang. Daarna kreeg ik een koord onder mijn oksels geknoopt en ik klom op de borstwering. Ik keek in de inktzwarte diepte. Gelukkig zag ik niets.
“Laat je maar gaan, Jan. Zet je met je benen af tegen de viaductpijlers, anders ga je draaien,” zei Peter.
“Laat mij niet voor de grap los, hè? Ik geef wel een paar rukken aan het koord, wanneer ik op de grond ben. Toe maar, laat maar zakken.”
Het was een rare, nare gewaarwording om in het pikkedonker, horizontaal en achteruit, van een brugpijler af te wandelen.
“Ciao Zio,” hoorde ik Stefano, die zich razendsnel naast mij liet zakken. Daarna werd ik nog door Rino en Harry ingehaald. Ik voelde mij nu echt een waardeloos, oud secreet.
Nadat Peter en de wapens, na mij, op de grond waren aangekomen, kwam Danny als laatste naar beneden gezeild.
“Viel het mee, Jan?” vroeg Geordie fluisterend.
“Kunnen jullie mij niet weer omhoog hijsen, dan blijf ik wel bij Judith zitten wachten,” grapte ik.
De mannen schoten in een gedempte lach. We verzamelden de wapens, gereedschappen en we begonnen de afdaling op de oostelijke oever van de bergbeek. We droegen nu allemaal de nachtkijkers, want de oever lag bezaaid met grotere en kleinere keien. Het was goed opletten geblazen, want een enkel was zo verzwikt, of gebroken. Om de vijf minuten hoorden wij in onze oortelefoontjes twee klikken van Judith, ten teken dat alles rustig was.
Op de hoogte van het huis gekomen verdwenen Geordie en Stefano, met een palmtop computer, in de nacht. Een half uur later kwamen zij terug.
“Volgens de GPS/GSM coördinaten bevindt de laptop van Silvana zich in een kamer aan de achterkant, op de tweede verdieping. We zien geen reden waarom een laptop, die alleen Silvana kan bedienen, naar twee hoog gebracht zou worden, dus er is een goede kans dat zij en het kind in die kamer gevangen gehouden worden. Dit is het plan:
Rino en Peter klimmen naar derde verdieping aan de voorkant van het huis; Stefano en ik klimmen naar het balkon van de kamer waar de laptop zich bevindt. Wij gaan naar binnen en stellen de vrouw en het kind veilig. Op mijn teken schieten Rino en Peter de balkondeuren er uit en zij verschaffen zich toegang tot de derde verdieping. Harry en Danny blazen de voordeur er uit en komen beneden binnen. Allemaal gasmaskers dragen… en traangasgranaten in ieder vertrek schieten. Behalve de vrouw en het kind, zijn er geen overlevenden.
Als de vrouw en het kind zich niet in het vertrek bevinden, stellen wij iedere verdieping veilig met Flash-Bangs en traangas. Geen overlevenden, anders dan de vrouw en het kind.”
In beide gevallen geldt: andere vrouwen worden buiten gevecht gesteld, maar beschikbaar voor verhoor gehouden. Jan blijft buiten en ‘covers’ de voorkant met het L7A2 GP machinegeweer. Iedereen -niet van onze groep- die naar binnen wil, of naar buiten komt, wordt geperforeerd. Is dat allemaal duidelijk?”
“Ja,” klonk het van alle kanten.
Rino en Geordie namen ieder, buiten hun Remington shotgun en MAC-11, een Pllummett Air Launcher AL50 met zich mee. Harry en Danny namen ieder een Remington shotgun en een HK MP5K mee. Daarnaast was er de standaard uitrusting van Sig Sauers P220, stungranaten en combatmessen.
Ik pakte een HK C8 met granaatlanceerder, het veertien kilo zware machinegeweer en liep de oever verder naar beneden af. Toen ik op ongeveer vijfentwintig meter zuidelijk van het huis was, kroop ik tegen de oever op, om in het dichte bos te verdwijnen. Ik volgde de coördinaten op mijn GPS ontvanger, tot ik precies op gelijke hoogte met de oostelijke muur van het huis was gekomen. Daarna baande ik mijn weg door het dichte struikgewas, tot ik een plaats had gevonden waar vandaan ik de gehele voorkant van het huis met de parkeerplaats kon bestrijken met het L7A2 GP machinegeweer. Ik bleef in het struikgewas, zodat alleen de loop zichtbaar was. Harry en Danny stonden al met hun rug tegen de tegen de voorgevel, aan beide zijden van de voordeur. Zij droegen beiden hun gasmaskers.
Rino, Peter, Geordie en Stefano waren inmiddels aan de achterkant van het huis aangekomen. Geordie en Peter pakten allebei een Pllummett Air Launcher AL50 en schoten de met katoen omwikkelde enterhaken omhoog. Alleen het ontsnappen van samengeperste lucht was hoorbaar. Beide haken zetten zich onhoorbaar klem in de dakrand. Aan de hangende, dunne, dubbele nylon snoeren werden de para-koorden, door de katrollen van de enterhaken, omhoog getrokken. De vier mannen gespten de Ninja Foot Spikes om hun schoenen en even later liepen Rino en Geordie snel langs de gevel omhoog. Twee minuten later stonden Geordie en Stefano op het balkon op tweehoog en Rino en Peter een balkon hoger. The Foot Spikes lagen in een hoek op de balkons.
“Go, go, go,” klonk het in mijn oren! Ik kon zien hoe Harry zijn maat Danny dekte, terwijl deze de Remington twee keer pompte en het deurslot uit de voordeur schoot. Met zijn zware soldatenlaars trapte hij de deur open en de mannen drongen naar binnen. Onmiddellijk klonken schoten van de traangaskogels die afgevuurd weren.
Op twee en drie hoog werden de scharnieren van de balkondeuren afgeschoten. De acties op beide balkons verliepen nagenoeg synchroon. Stefano en Rino gooiden, ieder op hun eigen verdieping, een stun- traangas granaat naar binnen. Onmiddellijk daarna drong Geordie de kamer op tweehoog naar binnen. Een vrouw begon te schreeuwen…, een kind krijste… de King Billy Illuminati fuck, die uit zijn bed krabbelde en zijn pistool probeerde te richten, ving een salvo uit Geordie’s machinepistool met zijn voorhoofd op. Stefano trok de vrouw overeind en pakte het kind op. Hij duwde de vrouw het balkon op en gaf haar het kind in haar armen.
“Wacht hier op mij,” schreeuwde hij vanonder zijn gasmasker. De vrouw knikte, terwijl zij het gas uit haar ogen probeerde te wrijven. Stefano sprong de kamer weer in en rende achter Geordie aan. Op de derde verdieping klonken nu ook schoten uit de machinepistolen en de Remington shotgun. Er klonk geschreeuw en zes gewapende Govan Illuminati fucks kwamen schietend van driehoog naar beneden. Stefano en Geordie schoten met twee handen, terwijl de zes ‘goons’ werden opgedreven door Rino en Danny. Het was als kalkoenen schieten in een kippenren. Na twee minuten leek het wel of de SAS mannen en de Italianen in een grote hoop bloederig gehakt stonden te schieten.
Snel doorliep de groep van vier mannen de vertrekken op de tweede verdieping en liepen toen voorzichtig de trap af naar de begane grond, waar de strijd in volle gang was. Peter en Danny lagen achter een barricade van vier dode ‘goons’ onder zwaar spervuur uit ouderwetse stenguns van zo’n tien Illuminati fucks. Terwijl Geordie en Danny de Remingtons leegpompten in de groep ‘goons’, sprongen Stefano en Rino over de trapleuning. Zij maakten een koprol op de begane grond, terwijl zij beiden hun MAC-11 en Sig Sauer ledigden in de stinkende King Billy bastard groep uit Glasgow.
Vier ‘goons’ hielden het voor gezien en renden door de voordeur naar buiten…, regelrecht in een salvo machinegeweervuur. Het mijne!
Extraction Completed – Status Closed,
Terwijl Geordie en Danny fosforgranaten plaatsten, doorliepen Stefano, Rino en de twee andere SAS mannen alle vertrekken. Even later, kwam Stefano met Silvana en mijn dochter naar buiten.
Het was een vreemd moment. Silvana en ik hadden nooit van elkaar gehouden. Mijn dochter was het gevolg van een wraakactie en een zakelijke overeenkomst. Silvana liep langzaam op mij toe en nam mijn gezicht in haar handen.
“Jan,” zei ze, en ze begon te huilen, waarop mijn dochter ook weer begon te huilen. Stefano pakte het kind op en gaf het aan haar moeder…, die het aan mij gaf.
“Je dochter, Jan,” zei Silvana slikkend.
Ik nam het kind in mijn armen. Ja, het was mijn dochter, dat was overduidelijk. Het kind keek mij nu nieuwsgierig in mijn ogen. Het traangas irriteerde blijkbaar ook mijn ogen, of ik was nog steeds niet goed in het verbergen van mijn tranen in het bijzijn van derden. Ook nu bracht ik er niets van terecht. De tranen stroomden uit mijn ogen.
“We moeten weg nu, Jan” zei Geordie.
Ik knikte, gaf mijn dochter over aan Silvana en ging het machinegeweer ophalen. De mannen verzamelden alle wapens en brachten de vier lijken in het huis. Terwijl wij naar de beek liepen, drukte Geordie de afstandsbediening in. Het huis achter ons, lichtte op in één grote vuurbal. Een moment geleden was het een statige mansion, nu was het een laaiend inferno.
“Wicked!” zei Danny, “fucking beautiful.”
De tocht naar het viaduct nam nu beduidend veel meer tijd in beslag, daar het terrein steil omhoog voerde. De enigen die buiten adem bij het viaduct aankwamen, waren Silvana en ik.
Geordie riep Judith op de para-koorden te laten zakken. Danny en Geordie klommen als eerste omhoog, terwijl Harry en Peter de wapens en gereedschappen aan de koorden bonden. Daarna liet Stefano zich met het kind omhoog trekken. Harry en Peter klommen omhoog en trokken de lading wapens op. Silvana en ik waren de hekkesluiters.
“Komen jullie samen maar in één keer omhoog, anders slaat zij misschien tegen de peilers,” klonk Geordies stem in mijn oor, “Wij trekken wel met zijn zessen.”
“Zeven,” hoorde ik Judith’s stem.
Ik haalde de lussen onder Silvana’s en mijn armen door. We stonden dicht tegen elkaar aan.
“Trekken maar,” zei ik tegen Geordie.
We werden nog dichter tegen elkaar aangetrokken. Ik voelde Silvana’s lichaam tegen het mijne geperst worden, en ik zag de maand die wij samen in bed hadden doorgebracht, zich weer aan mijn geestesoog voorbij trekken. Ik voelde het ook…, en Silvana voelde dat ik het voelde…, en ik voelde dat zij het voelde, want plotseling voelde ik haar mond op de mijne. Blijkbaar waren wij nogal zwaar, want het hijsen ging langzaam…, maar veel te vlug naar mijn zin.
“Zuignappen los,” hoorde ik Judith zeggen, “Je bent weer bij moeder.”
Twee dagen later zaten wij allemaal rond een grote ontbijttafel in het Glen Eagles Hotel, toen kolonel Peter Warren, ex-inspecteur Willie Bell en nog een man de eetzaal inkwamen. Ik zag Silvana schrikken, dus ik kon wel nagaan wie de derde man was.
“Eindelijk ontmoeten wij elkaar dan, mijnheer Ter Haak,” zei de Assistant Collector.
“Het genoegen is geheel aan uw kant,” antwoordde ik hatelijk.
De AC, Willie Bell en ik gingen aan een aparte tafel zitten.
“Ik begrijp dat de situatie opgelost is zonder dat dit enige nadelige consequenties heeft voor Her Majesty’s Government?” vroeg de AC.
“Deze situatie is opgelost, maar mogelijk heeft Her Majesty’s Government een ander probleem, tenzij er zich iets speelt waar ik niets van weet.”
“Kunt u wat duidelijker zijn?”
“Zeker, Siobhán is gezien in het huis bij de fucking King Billy Illuminati fucks.”
De Assistant Collector keek gepijnigd, en ik vermoedde dat het niets met mijn taalgebruik te maken had.
“Bel de directeur van de Serious Organised Crime Agency,” gebood hij Willie Bell, die onmiddellijk zijn mobiel pakte en toetsen begon in te drukken.
“Directeur, dit is de AC. We hebben een situatie. De First Lady haar favoriete kleur is nu oranje. Ik wil een degradatie zien. Een permanente, en onherroepelijke degradatie. Is dat begrepen?”
De AC klapte de telefoon dicht, en vroeg me: “Onze afspraak wordt gecontinueerd?”
“Sure.”
“Goed, dan neem ik nu de vrouw en het kind mee terug naar Londen. Ik dank u voor uw hulp, en hopelijk zien wij elkaar niet meer terug in de toekomst.”
Willie Bell stond op en liep naar Silvana, die aarzelend opstond. Mijn dochter greep haar moeder’s hand, en stak haar duim in haar mond. Ik herinnerde mij dat ik ook duimde als kind. Silvana kwam naar ons toe en ik kuste mijn dochter, die haar armpjes om mijn nek sloeg. Ik begon weer te stikken. Silvana omhelsde mij en fluisterde: “Sorry Jan, I’m so fucking sorry.”
“Kunnen wij vertrekken? Ik heb een dringende afspraak in Londen,” zei de AC.
“Eén ding Assistant fucking Collector Man,” zei ik, de woorden uit mijn strot wringend, “You lot fucked up big time! Jullie hebben de fucking fout gemaakt, jullie werken met loutoffe schore Jullie kunnen niet eens jullie eigen mensen behoorlijk ‘screenen’. Jullie zijn allemaal corrupt en plat met die fucking Free fucking Masons fucking fuckshit bastards. Als mijn dochter nog één keer in de problemen raakt door jullie fucking incompetentie dan gaat niet alleen het schandaal publiek… ik zweer... ik beloof... kijk daar... jij fucking politieke gladjakker... want daar zit je moordenaar,” zei ik stikkend van woede, terwijl ik op Stefano wees en the AC bij zijn strot greep, “Is dat begrepen?”
“Hit the cunt, Jan,” moedigde Geordie mij aan.
“Kick his fucking dirty face in,” riep de kolonel.
Ik liet de rochelende AC los en pakte Silvana om haar nek, en zei: ”Let op mijn dochter, doll!”
Ik kuste haar op haar mond en liep de eetzaal uit, naar buiten toe. Judith kwam mij achterna, en greep mij vast.
“Jan, Jan, kalmeer lieverd, alsjeblieft, je maakt me bang. Je gezicht is helemaal grijs. Jan alsjeblieft, kalmeer wat en kom mee. De mannen zijn allemaal op jouw hand. Kom lieverd, kom.”
Ik liet mij door haar leiden en nam weer plaats aan de grote ontbijttafel. Silvana en mijn dochter waren verdwenen. Willie Bell kwam naar mij toe, pakte mijn hand in beide handen, en zei: “Jan, ik moet nu ook naar Londen, bel mij morgenavond op mijn mobiel. De kolonel geeft je mijn nummer zo. Ik spreek je, mijn vriend, ik spreek je snel.”
De SAS mannen kwamen naar mij toe en verontschuldigden zich voor hun politicus. In zo’n korte tijd waren wij vrienden geworden. Vier geweldenaars, en ik was in de trotse positie om hen mijn vrienden te noemen, wat een eer…
De kolonel stond op en nam het woord: “Jan, op voorspraak van mijn mannen Geordie, Danny, Peter en Harry wilde ik iets overhandigen aan jouw vrienden. Aan hen, niet aan jou. Vraag hen of zij willen gaan staan, en zeg hen dat dit een cadeau is van mijn groep, en dat het vergezeld gaat van mijn complimenten, en respect. Mijn mannen zouden het kunnen zeggen, maar zij vinden het beter dat het van mij komt. So, please…”
Hoewel ik niet wist waarom het ging, vertaalde ik de woorden van de kolonel. Stefano en Rino gingen aarzelend staan.
De kolonel liep naar mijn beide vrienden, en spelde hen iets op hun borst. ‘Een fucking medaille?’ dacht ik walgend…
Nee, toen de kolonel wegliep zag ik dat mijn vrienden het SAS regiment insigne opgespeld hadden gekregen. ‘Who Dares Wins’ Het SAS insigne! Ik voelde mij zo trots, alsof ik er één opgespeld had gekregen. Stefano omhelsde zijn vier SAS vrienden, één voor één. Rino was zo aangeslagen, dat hij moest gaan zitten.
De vier SAS mannen staken de koppen bij elkaar en begonnen te lachen. Geordie riep: “Jan, zeg Stefano en Rino dat zij de enige gangsters ter wereld zijn, die het SAS ‘badge’ dragen. Zeg hen dat wij trots zijn om zulke gangsters als vriend te hebben.”
“Zeg het zelf, je Italiaans is goed genoeg!”
Geordie liep naar Stefano en omhelsde hem, voordat hij stamelend herhaalde wat hij eerder tegen mij gezegd had. Stefano deed zijn gouden halsketting en gouden armband af. Rino deed hetzelfde.
“Geordie, amici cari (lieve vrienden), als jullie ooit in Italië zijn voor een opdracht, of zelfs vakantie en jullie hebben hulp nodig, draai het telefoonnummer dat in de armband en de ketting staat gegraveerd. Vraag naar Stefano of Franco en zie hoe wij onze vrienden respecteren. In Lombardije kunnen jullie het nummer gewoon aan iedere Maresciallo van de carabinieri geven. Mijn vader, Rino en ik zijn vereerd om zulke vrienden de onze te mogen noemen.”
Het was pas tien uur ’s morgens en volgens de wet in het Verenigd Koningrijk mocht er geen alcohol geschonken worden. Maar dat was niet de wet van Italiaanse gangsters, het beste leger ter wereld, een Hollandse sopraan en een oude Hollandse pooier.
Tien uur was het en tien uur dronken wij. Het was maar goed dat er geen internationaal golftoernooi plaatsvond op Glen Eagles. Dit was de dag van de ‘misfits’, maar Siobhán was vrij en de Illuminati was alom.
De reis met Judith naar Napels was een droom geweest. Ze was zo veranderd, door haar aandeel in de ‘extraction’ Judith was bijna lief nu. Het leek wel of zij mij wilde troosten, aanmoedigen of herbouwen, maar was dat niet wat Liz haar gevraagd had?
Stefano en Rino hadden besloten om in vierentwintig uur thuis te zijn. Voor Italianen, waren zij al te lang weg geweest en verlangden naar huis. Hen stond een feest te wachten, want Franco had mij gebeld en gevraagd of zijn zoon en Capo echt een SAS badge hadden ontvangen. Hij wist dat zijn zoon nooit loog, maar hij wilde het van mij horen. Mijn oude vriend, er was een tijd dat wij de wereld aanvielen, en fucking wonnen ook, maar hij leefde nu door in zijn zoon. Franco de man. Stefano de zoon van de man. God, wat hield ik van de man en de zoon.
De reis had over Carlisle gevoerd. Judith reed, ik reed, wij lachten en dolden. Op de ‘high’ van de extractie reden, aten, spraken, sliepen en neukten wij. Het voelde prettig, het voelde natuurlijk en het voelde natuurlijk goed. Kent u Judith? Nee, ik ook niet, maar ik wil haar graag leren kennen. Ze intrigeerde mij mateloos, maar ik heb nimmer vergeten hoe zij mij van het vel afschreef. Ik had weinig moeite met vrouwen, maar Judith bleef een raadsel. Zij speelde mijn spel. Zij duwde en trok, en zij was fucking goed in wat zij deed. Maar goed, wij reden.
In Preston stopten wij voor de nacht. Er is daar een bekend hotel dat ‘The Tickled Trout’ heet, dus het leek mij logisch dat ik mijn ‘trout’ daar dan ook wilde ‘ticklen’.
Pluche tapijten, fluwelen gordijnen en brokaat op het fucking bed…, en dat was het einde van de luxe. Het eten, in typisch Engelse traditie, smaakte uniform. De kip smaakte hetzelfde als de broccoli en de ‘roast potatoes’, en het zag er hetzelfde uit ook. ‘Fuck, de standaard is hier ook wel gezakt over de laatste jaren,’ dacht ik, terwijl ik om mij heen keek en de rest van de gasten opnam. Het was het typische ‘diner and dance’ publiek dat op een goedkoop avondje vertier uit was, ‘the fucking package weekend deal’ Een goedkope maaltijd, de hele avond op de dansvloer dweilen en drinken als tempeliers, waarna de vrouwen ranzig werden en wilden paaldansen…, als wilden, die palen wilden. Nou ik had het wel weer uitgezocht, voor mij en mijn leasebruid. Zelfs ‘fucking skinheads’ zaten zich aan de gestoomde vuiligheid tegoed te doen.
‘Skinheads?’ Onze blikken kruisten voor een moment, en ik begreep. Het was duidelijk dat er een ‘tracer’ onder mijn auto was geplaatst, want we hadden een kale staart gegroeid. A King fucking Billy Oranje staart. ‘Maar waarom laten zij zich zo duidelijk zien,’ dacht ik, ‘Het is nu niet zo, dat die twee kale ‘ratfucks’ hier niet opvallen.’
Een fractie van een seconde later, begreep ik wat de bedoeling was. Ze wilden mij laten weten dat ze er waren, om mij het hotel uit te drijven, waarna ik geliquideerd kon worden. De kans dat zij daarin zouden slagen, was nu een mogelijkheid geworden waar ik ernstig rekening mee moest houden. Niet in het minst omdat ik ook de verantwoording voor Judith had. De enige drie wapens, die ik tot mijn beschikking had, waren een stungun, de Sig Sauer P220 en de P230 die Judith van het SAS team, als aandenken had gekregen. Maar ik had nog iets wat dat Illuminati-fuckshit niet had. Improvisatievermogen.
’s Avonds op de kamer sneed ik de draden van de schemerlampen af, terwijl Judith een douche nam. Ik verbond de draden met elkaar zodat ik een draad, van ongeveer drie meter, tot mijn beschikking had. Ik verbond de ‘nul’ draad met de metalen deurknop, en de stroomdraad met de ketting op de binnenkant van de deur. Iemand die de deur wilde openen aan de deurknop, zou geen problemen ondervinden, maar iemand die daarnaast ook de ketting wilde verwijderen, of doorknippen, zou met het nationale netwerk verbonden worden. Ik had drie schakels van de ketting met elkaar verbonden, zodat de deur slechts op een kier geopend kon worden en er dus geen granaat naar binnen ‘gelobt’ kon worden.
“Is dat voor die twee kaalkoppen uit het restaurant?” vroeg Judith, toen ze uit de douche kwam en de bedrading op de deur ontwaarde.
“Ja, denk erom dat je met je handen van die deur afblijft, monster.”
Ondanks dat wij onszelf vrij afdoende gebarricadeerd hadden en ik de Sig P220 onder mijn kussen had liggen, sliepen wij toch niet rustig, en toen er om drie uur een licht schrapen over de deurknop klonk, waren wij beiden wakker. Ik hoorde Judith’s ademhaling versnellen en ik fluisterde in haar oor: “Ontspan je en hou niets tegen.”
Ik draaide haar op haar zij naar mij toe, en trok haar been over mij heen; ik duwde mij tegen haar aan, en de rest van mij bij haar naar binnen. Terwijl het rommelen aan de deur duidelijk hoorbaar was, voelde ik Judith om mij heen verstrakken. De opwinding van de spanning nam nu bezit van ons, en Judith draaide zich nu bovenop mij, zodat ik omhoog wegzonk in een mooi mysterie, dat Judith heette. De deur stond nu op een kier en er stond iets in Judith’s kier… te gebeuren. Ze begon driftig te bewegen, en zacht te grommen. Ik liet haar het tempo zetten, maar ging er hard tegenin. Ik hoopte dat die ‘goons’ opschoten, want ik voelde Judith nu hard verstrakken.
Ik likte aan mijn middelvinger en schoof die en-suite bij Judith naar binnen, om haar even af te remmen, wetende dat dit slechts een zeer tijdelijk uitstel van sexecutie was. Judith kreunde zachtjes en wikkelde zich om mijn vinger heen, die haar weer omlaag duwde. Op het moment dat een betonschaar door de deuropening werd geschoven, trok Judith de mutstouwtjes hard aan, en hield haar adem in. Toen de schaar de ketting raakte, ging Judith ballistic en toen er een spetterende, knetterende schreeuw op de gang weerklonk, schreeuwde Judith om het hardst mee. Ik denk dat zij het won, maar dat was omdat ik haar hielp terwijl ik in Judith overliep. Wij bleven naschokken totdat het geroezemoes op de gang verdwenen was.
“Fuck Jan,” zei Judith later, “Dat was apart. Het is niet alleen leuk, maar vooral ook lekker zo’n avonturenreisje met jou. Slapen wij hier vannacht ook?”
De volgende morgen reed ik in Manchester de Audi een MOT (APK) station in. Ik gaf de eigenaar honderd pond om mijn wagen op de brug te zetten, en mij wat gereedschappen te lenen. Met een lamp zocht ik de onderkant van de wagen af. Bij de motor vond ik de dummy-tracer, maar even later vond ik in het achterscherm een ‘full blown GPS/GSM tracer.’ Ik vroeg de eigenaar of ik op broodjes en koffie mocht trakteren, en toen de goede man weg was om het eten te halen, duwde ik de tracer onder een Jaguar, die op een tweede werkbrug stond.
Ongestoord bereikten wij vier uur later de Kanaaltunnel en nog een uur later, snorden wij over de A26, richting Reims. Wij stopten een paar keer voor baguettes en espresso’s en om negen uur parkeerden wij in Straatsburg voor de nacht.
“Vraag om een kamer met een ketting op de deur, Jan,” zei Judith bij de receptie van het hotel. Aan het eten dat in het restaurant werd geserveerd, konden wij merken dat wij in Frankrijk waren. Dat besef drong later nog meer tot mij door toen Judith in goede stijl met de tradities van het land, mij in bed 69 redenen gaf om op mijn rug te blijven liggen.
“God, monster, ik wist nooit dat je dat zo goed kon. Ik was altijd een beetje benauwd voor die kleine scherpe tandjes van je,” dolde ik.
“Ik ben de beste zaadstofzuigster van West Europa,” kaatste het monster terug, waarna wij het gevecht voor de nacht aangingen.
Negen uur ’s morgens konden wij al weer gezien worden op de A35 naar Basel, dat wij om half elf al weer verlieten. Het weer in Zwitserland was schitterend, en toen wij om twaalf uur de Gotthard Tunnel uitreden, brandde de zon Emmenthaler gaten in het landschap van Tessino. Bij Airolo stopten wij voor croissants en espresso’s, maar Judith besloot dat het Zwitserse chocolade-gebak meer tot haar gastronomische verbeelding sprak, en bestelde gelijk drie porties.
“Mijn God, Judd, jij wordt echt een klein dik proppie als je niet oplet. Het is maar goed dat je net een zware SAS training achter de rug hebt.”
Judith gaf mij de vingers, terwijl ze nog wat chocoladetaart over haar wangen smeerde. Ik genoot van de espresso’s, de croissants, het weer, Judith en de ontspanning na de stress van afgelopen dagen.
Om twee uur passeerden wij de grensovergang in Chiasso en losten ons op in het pandemonium van het Italiaanse verkeer. Het voelde iedere keer weer goed en vertrouwd om Italië in te rijden. Het was als thuiskomen, thuiskomen in een gekkenhuis waar de schizofrene Ferrari’s, de bipolaire Alfa’s en Lancia’s met MD syndroom ons voorbij raasden.
Half drie reden wij Brescia in en om drie uur zaten wij bij mijn vriend Franco thuis. Ik had mijn vriend voor het laatst gezien bij de begrafenis van Lisette en ik wist dat hij zich zorgen om mij had gemaakt. Na de maaltijd nam Franco mij mee naar zijn kantoor, en nodigde mij uit te gaan zitten. Hij keek mij een tijdje aan, zonder iets te zeggen. Toen zei hij: “Ik hoor dat het weer wat beter met je gaat, Jan,” zei Franco.
Stefano en Rino hadden klaarblijkelijk niets gezegd over mijn zelfmoordpogingen.
“Het gaat, Franco. Judith helpt mij een beetje en Stefano en Rino zijn fantastisch geweest. De spanningen van de laatste weken hebben er ook voor gezorgd, dat ik mijn gedachten een beetje heb kunnen verzetten.”
“Mijn zoon heeft mij het hele verhaal verteld, Jan. Ik heb begrepen dat het nog immer niet over is. Wat is dat met die vrouw Siobhán?”
“Siobhán, de razorqueen, zij is…”
“Wat is een razorqueen?” onderbrak Franco mij.
“Er is een district in Glasgow, dat de Gorbals heet. In de jaren vijftig was het de armste, en meest gewelddadige wijk in heel Schotland. Jeugdbendes bevochten elkaar voor de macht. De macht over het riool, de goot. De macht over niets. Het ging niet om geld, zaken, drugs. Niets van dat alles. De meest gewelddadige gevechten vonden plaats om de gevechten. Gevechten en drank. Niets anders. Het was ieder weekend een bloedbad op een slagveld. De bendes bevochten elkaar met kappersscheermessen. Een bendelid telde niet mee, als deze niet minstens één litteken -veroorzaakt door een scheermes- in zijn gezicht had.
Sommigen, verwierven naam en faam omdat zij uitblonken in het vechten met één, twee of zelfs drie scheermessen.”
“Drie?” vroeg Franco verbaasd, “Hoe konden zij met…”
“Een scheermes in iedere hand, en het derde hielden zij tussen hun tanden. Wanneer in een gevecht de tegenstander in de ‘clinch’ ging, sneden zij met het, tussen de tanden geklemde, scheermes het gezicht van de opponent aan flarden. Dit waren de razorkings. Siobhán heeft met scheermessen leren vechten van haar vader, en grootvader. Zij is een razorqueen. Maar Siobhán heeft meer geleerd dan dat: zij is een complete vechtmachine. Afgezien dat zij zich gespecialiseerd heeft in Savate, het franse voetvechten, is zij een kampioene in MMA (Mixed Martial Arts). Zij vecht net zo makkelijk met een ‘nunchaku’ (vechtstokken) als met een opgerolde krant, of een potlood.
“Siobhán is een ‘trouble-shooter’ en ‘executive’ voor de Illuminati, maar tevens geïnfiltreerd in de ‘Serious Organised Crime Agency’. De Assistant Collector heeft haar nu op de dodenlijst geplaatst, maar daar zou ik mij maar niet al te veel van voorstellen. Ik verwacht dat zij vandaag of morgen opduikt. Maar waar…, dat is de vraag.
Franco dacht even na en zei toen: “Lisette is dood. Alles is met jou en Pam begonnen, dus ik verwacht dat zij opduikt waar jij en Pam samen zullen zijn, en dat is…”
“De fucking bruiloft van Pam met Renato,” schrok ik, “Fuck Franco, we moeten Lucio en Umberto waarschuwen.”
“Denk je dat dit werkelijk nodig is, Jan? Wat kan een vrouw alleen aanrichten? Uiteindelijk kan zij niet een stelletje ‘skinhead fucking hooligans’ naar Napels meebrengen. Dat zou een beetje opvallen, nietwaar?”
“De Illuminati blijven bestaan doordat zij verdelen. Daardoor heersen zij. Zij zetten iedereen tegen elkaar op. Rassen, religies, volken, volksgroepen, politieke groeperingen. Het is net zo als je zegt, Franco: ‘Siobhán komt waar ze Pam en mij kan pakken, omdat wij de oorzaak zijn’. In Schotland heeft ze de steun die ik had, onderschat. Dat zal haar hier niet weer gebeuren.”
“Wie is flink genoeg om de Camorra aan te pakken?” vroeg Franco.
“Fascistische groeperingen, zijn die er?”
“Die zijn er wel, maar die wagen zich daar niet aan.”
“Albanezen?”
“In het begin van de jaren negentig hadden de Albanezen maling aan de Mafia en de Camorra, maar dat is hen slecht bekomen. Nee, ze werken nu samen”
“De Scissionisti di Secondigliano (De Seperatisten van Secondigliano)? Die hebben al eerder oorlog met de Camorra gevoerd.”
“Nee, dat is over, Jan. Dat was trouwens een onderlinge machtsstrijd. Na honderd executies beseften beide partijen dat met een oorlog, er alleen verliezers waren. Ik denk dat we vrij veilig zijn in Napels, maar ik ga nu Lucio bellen, om te horen of zij vijanden hebben op het moment. Het moet nogal een groep zijn om Lucio en Umberto aan te pakken. Maar ja, zeg niet wat niet kan. Beter nu rood, dan later bleek worden.”
“Vraag Lucio of Umberto om de exacte coördinaten van de locatie waar de bruiloft plaats zal vinden, Franco.”
Terwijl Franco naar Napels belde, herinnerde ik mij het nummer van Willie Bell, dat ik van de Kolonel had gekregen.
Ik zocht het nummer in mijn mobiel, drukte op ‘Bellen’, en hoorde hoe de telefoon overging.
“Willie Bell speaking.”
“Mister Bell, het is Jan. Ik bel u vanuit Italië, en ik heb uw hulp nodig.”
“In The Tickled Trout Hotel heb je je anders aardig kunnen redden,” lachte de ex-inspecteur.
“Hoe weet u dat?”
“Een skinhead met hartfibrillatie, verbrande handpalmen en twee schemerlampen zonder snoer. Wat kan ik voor je doen, Jan?”
De directeur van de SOCA (Serious Organised Crime Agency) en ik hebben een gezamenlijk probleem. Met zijn hulp kan ik dat probleem voorgoed oplossen. Kunt u mij laten bellen?”
“Ik ga het gelijk proberen, Jan. Moet ik de AC inlichten?”
“Nee, nog niet. Ik houd mij aan onze afspraak, maar als we het probleem niet oplossen dan komen er problemen, waar de rest bij in het niet verdwijnt. Dit is serieuze ‘shit’, mister Bell.”
“Je hoort of van mij, of de directeur van de SOCA belt je. Doe de groeten aan Stefano, Rino en Judith van me.”
“Will do! Cheers inspector!”
Een half uur later rinkelde mijn mobiel. Ik kruiste mijn vingers naar Franco, die belangstellend observeerde wat op mijn gezicht te lezen zou zijn.
“Jan!”
“Good evening, Jan, dit is de directeur van de SOCA. Ik geloof dat wij een gezamenlijk probleem hebben. Wat kan ik doen om te helpen?”
Ik legde de directeur mijn plan uit. De directeur luisterde, zonder mij éénmaal in de rede te vallen, en toen ik uitgesproken was, zei hij: “Ik bewonder je inventiviteit, Jan, maar ik heb niet de autoriteit om zo’n beslissing te nemen. Ik moet dit kortsluiten met de AC.”
“Dat is het probleem, directeur. Kunt u niet over zijn hoofd gaan naar de Home Office (Binnenlandse Zaken)? Het betreft nu de nationale veiligheid, vooral omdat een corrupte ‘Brits Civil Servant’ nu ‘covert’ acties in een bevriende Europese lidstaat onderneemt, zonder de wetenschap of goedkeuring van het HM Government.”
De directeur dacht even na en zei toen: “Ik bel nu de Home Office en als ik toestemming krijg voor wat je voorstelt, dan laat ik je bellen door de persoon, die je mij net hebt genoemd. Ik beloof je dat ik mijn best doe, want wij willen nu ook wel eens duidelijkheid. Ik respecteer je besluit om de AC erbuiten te laten, al kun je niet verlangen dat ik uitspraken doe over je vermoedens. Is dit acceptabel?”
“Volkomen. Dank u voor uw hulp, directeur.”
Het volgend uur spendeerden Franco en ik met speculeren wie het vuile werk voor de Illuminati op zou moeten gaan knappen. Gelukkig kwamen Stefano en Rino binnen, want we bleven in kringetjes ronddraaien. Alles was mogelijk en niets was onmogelijk. We moesten ons voorbereiden, zo goed als dat we konden…, en dat was simpelweg het hele verhaal. Toen mijn telefoon eindelijk muziek begon te maken, bracht dat een welkome onderbreking in onze circulaire theorieën.
“Jan!”
Het was de stem die ik gehoopt had te horen. Ik stak mijn duim op naar Franco, die prompt ook vrolijker ging kijken. Ik legde uit dat er een aanslag op Pam en mij werd verwacht, gedurende een Camorra-bruiloft, in Napels. Ik legde uit dat we absoluut niet wisten wie de huurlingen waren. De enige groepen die wij konden uitsluiten waren de Carabinieri, Politie en het leger, daar er zich verschillende hoogwaardigheidsbekleders onder de bruiloftgasten zouden bevinden, van de Burgemeester en Aartsbisschop van Napels tot de Ministers van Economische Zaken en Justitie aan toe. Deze prominenten zouden allemaal geëscorteerd worden door hun eigen leger van lijfwachten.
“Vergiftiging van de maaltijden en/of de drank?” vroeg de stem.
“Al het voedsel wordt weliswaar voorgeproefd, maar het blijft een mogelijkheid, al is het een kleine. Teveel collaterale schade,” antwoordde ik.
“Dus een gasaanval kunnen wij dan ook uitsluiten. Heb je een idee?”
Ik legde uit dat wij op een voorlopig en algemeen verdedigingsplan hadden besloten, dat moest voorzien in een scala van aan- en overvallen.
“Goed, ik zal alles regelen. Kun je de hele handel van St. Julians Bay in Malta op laten halen, vier dagen voor de bruiloft en kun je mij nu de coördinaten van de exacte locatie geven?”
Ik vroeg de coördinaten aan Franco, en gaf die door.
“Je begrijpt dat dit een clandestiene operatie is en dat HM Government alle betrokkenheid zal ontkennen, wanneer de hele onderneming ‘arse-up’ gaat? Je bent alleen dan!”
“Zo, wat is nieuw?”
“Okay, je hebt mijn nummer nu. Bel mij wanneer je in Napels bent, of wanneer je nieuwe, belangrijke informatie krijgt. Anders blijft alles bij het plan zoals afgesproken.”
De stem belde af. Ik stelde Franco, Stefano en Rino op de hoogte.De volgende twee weken gingen wij iedere dag de bergen in met Franco en zijn mannen, om schietoefeningen te houden. Dit was een heel ander verhaal dan de andere voorgaande keren. De keuze van het wapen was nu eenvoudig, er was geen keuze. We trainden nu allemaal met de Sig P230. Judith had het wapen van de SAS mannen cadeau gehad, en de P230 was het wapen bij uitstek. Het enige dat mij speet was dat, om het magazijn van het wapen te verwijderen twee handen nodig waren, terwijl bij de meeste andere handvuurwapens het magazijn eruit viel, wanneer een knop op de kolf ingedrukt werd. Een enkelhandige actie was te prefereren geweest, en ik heb mij ook altijd afgevraagd wat de beweegredenen bij Sig Sauer waren geweest, om de P230 zo te ontwerpen.
Het was nu niet zo belangrijk, omdat de P230 bij ons allen een ‘backup’ wapen was en het accent op de verborgenheid van het wapen lag, en daarnaast het zuiver schieten in een grote mensenmassa. In de daadwerkelijk bewapening zou voorzien worden door de lijfwachten van Umberto en Lucio, de uitgenodigde families, zaken relaties en daarnaast de mannen van de Camorra. Stefano, Rino en Franco’s mannen trainden ook met messen en Cobra Warrior Knives.
Twee weken later, negen uur ‘s morgens raasde de Audi met Judith aan het stuur over de A1 met bestemming Napels. Franco en zijn gevolg zou een paar dagen na ons vertrekken.
“Komt daar de Parmezaanse kaas vandaan?” vroeg Judith, toen wij om 9.30 Parma links van ons lieten liggen.
“Inderdaad, maar je gaat me toch niet vertellen dat je alweer aan eten zit te denken? Doe jij nu maar eens een beetje rustig, want anders pas je straks je bruiloftsjurk niet meer,” dolde ik.
“Als het straks ‘belly-up’ gaat op die bruiloft, dan is het laatste waar ik mij nog zorgen over moet maken een bruiloftsjurk, bejaarde grapjas. Waar moet ik die P230 eigenlijk dragen?”
“Het hangt er vanaf hoe warm het is, Judd, maar ik denk dat je wapen het makkelijkst in een klein handtasje mee kunt dragen. Zit je er over in, dat er wat gebeurt lieverd?”
“Nee, ik weet wat er gebeuren gaat. Mijn logica zegt dat. Het gaat om Pam en jou. Ik ben alleen benieuwd hoe het gaat gebeuren. Ik neem aan dat de bruiloft buiten wordt gevierd?”
“Ja, Lucio heeft een restaurant op de hellingen van de Vesuvius afgehuurd. Het voordeel daarvan is dat de wegen daar naartoe gecontroleerd, en zo nodig afgezet kunnen worden.”
Om 10.35 passeerden wij Bologna en wij stopten een ogenblik, zodat ik het stuur kon overnemen.
“Jan, misschien is het een stomme vraag, maar kan de aanval of aanslag niet van binnenuit komen? Ik begrijp dat er verschillende families uitgenodigd zijn. Wat als één of meerdere families omgekocht blijken te zijn door Siobhán?”
“Het kan, Judith, maar het is niet waarschijnlijk. Dat zou een bloedvete voor de volgende honderd jaar ontketenen. Nou, je kunt de Camorra van alles betichten, maar niet dat zij achterlijk, of niet zakelijk zijn. Met een onderlinge oorlog is niemand gebaat. Ik acht het onwaarschijnlijk.”
“Kan het niet een massale aanval zijn zoals gebeurde met Lisette? Dat zou gegarandeerd lukken deze keer, want alhoewel iedereen voorbereid is, denk ik niet dat er dezelfde zware bewapening voorhanden zal zijn, die jullie de vorige keer tot jullie beschikking hadden.”
“Nee, ik acht dat zo goed als uitgesloten. Er zijn teveel prominenten aanwezig op de bruiloft. Het zou een massaal schandaal ontketenen. Verder is de bewapening wel aanwezig, voor het geval dat er toch een poging met een helikopter ondernomen zou worden, al zal het dan geen C-NITE Cobra Night Attack’ helikopter meer zijn”
Om 11.30 stopten wij op de hoogte van Florence om te lunchen. Het was intussen aardig warm geworden, dus we besloten buiten op het terras te eten. We kozen voor de ‘Bistecca alla Fiorentina’ en een Chianti Classico uit de regio. Genietend van de Florentijnse biefstuk en de Chianti, keek ik tevreden voor mij uit…, om drie zwarte Mercedessen S500 voorbij te zien schieten. De wagens stopten honderd meter verder bij de benzinepompen. Terwijl de chauffeurs de wagens bijtankten, zag ik Siobhán utstappen en zich naar de toiletten begeven.
“Eet je niet meer?” vroeg Judith.
“Nee, mijn eetlust is vergaan,” zei ik terwijl ik een slok wijn nam, “Kijk niet om Judith, en schuif je stoel iets naar rechts, tot ik stop zeg.”
Judith deed wat ik haar vroeg en zette zich in lijn met de Mercedes van Siobhán, zodat deze mij niet recht in mijn gezicht keek, waneer zij van de toiletten terugkwam. De inzittenden van de drie Mercedessen waren uitgestapt om hun benen even te strekken. Wiseguys! Italiaanse gangsters, maar waar vandaan? De kentekenplaten gaven allemaal Milaan aan, dus daar werd ik niet veel wijzer van. Ik maakte een notitie van de kentekenplaten en sms’te die naar Franco in Brescia, en Lucio in Napels.
Een moment later kwam Siobhán uit de toiletten en liep naar de kassa om voor de benzine te betalen. Daarna keerde zij terug naar haar auto. De mannen stapten in de drie Mercedessen, die er gelijk vol gas vandoor gingen.
“Was dat Siobhán?” vroeg Judith, die in haar make-up spiegeltje had gekeken, “Zij sluipt over het asfalt als een fucking jachtluipaard.”
“Ze is net zo snel ook, Judd. Als ik het niet met mijn eigen ogen gezien had, dan had ik nimmer geloofd, hoe zij Stefano en Rino in een hoek gooide.”
Nadat wij de wijn op hadden, rekende ik af en wij vertrokken om, om 14.30 de Raccordo Annulare rond Rome op te schieten. Nog tweehonderdtien kilometer naar Napels, die ik met een slapende Judith aflegde. Rozig van de wijn en ook geen achttien meer, lag ze te snurken als een dronken bootwerkster.
Bijna tegelijkertijd kreeg ik een smsje van Franco en van Lucio binnen. De Mercedessen stonden op naam van een wijnexportbedrijf uit Puglia, dat haar hoofdkantoor in Milaan had. Nadere gegevens zouden nog volgen.
“Zijn we er bijna?” vroeg Judith, die door de smsjes wakker was geworden.
Het was kwart voor vijf en we reden nu door Napels Campania, de aanwijzingen van de navigator volgend
“We zijn er zo goed als, doll. Ik zat net te denken wat er veel veranderd is in dertig jaar. Vroeger reed ik hier als een fucking Amerikaanse toerist in de rondte en was ik blij als ik een adres, binnen twee uur naarstig zoeken, kon vinden. Nu rijden wij er zo naar toe.”
“Ja, mijn generatie heeft veel voor de vooruitgang van de wereld gedaan,” zei Judith trots.
Tien minuten later stopten wij voor de villa van Lucio. We werden blijkbaar al verwacht, want de poort zwaaide open en terwijl wij de Audi op de parkeerplaats voor de villa zetten, ging de voordeur van het huis open en de hele familie van Lucio kwam naar buiten gerend.
Voordat ik de kans had om mijn trouwe vriend te begroeten, hing Pam om mijn nek. Ze huilde van blijdschap en gelukkig smeerde zij haar tranen over mijn gezicht, zodat niemand mijn tranen kon zien. God, het was zo goed dat rode monster weer te zien, en wat was zij mooi geworden. ‘Liefde moet beter zijn dan een makeover,’ besloot ik.
Renato, de verloofde van Pam, wachtte geduldig dat ik zijn vader omhelsd had. Tranen vloeiden rijkelijk en Lucio en ik konden elkaar maar met moeite loslaten. Renato bekeek mij nu met heel andere ogen dan tijdens onze laatste ontmoeting. De griezelig knappe Napolitaan omhelsde mij, toen het zijn beurt was, en fluisterde in mijn oor: ‘Grazia per Pam, Zio Gian(Bedankt voor Pam, oom Jan)’. Ik kneep hem in zijn wang en stelde toen Judith aan de gehele familie voor.
Pam, die blij was weer eens Hollands te kunnen spreken, nam gelijk Judith onder haar hoede, terwijl de andere kinderen onze bagage naar de kamer brachten.
Lucio’s villa was tegen een berghelling gebouwd, en toen wij achter op het terras arriveerden, keken wij over de hele baai van Napels uit. Het uitzicht was adembenemend en ik herkende in de verte het Castel Dell’ovo. Talloze herinneringen, goede en slechte, trokken aan mijn geestesoog voorbij, en ik was weer tot tranen geroerd.
Inmiddels was ook Umberto, Lucio’s compagnon, gearriveerd. Terwijl Renato, Lucio Umberto en ik plaats namen in de terrasstoelen, werden de tafels gedekt door de vrouwen, bijgestaan door Pam en Judith.
Terwijl Renato ons van wijn voorzag, vroeg Lucio: “Jan, wat is het gevaar precies? Is het beter voor Pam en mijn gezin als we de bruiloft uitstellen, of op een andere locatie houden?”
Ik vertelde mijn vrienden het hele verhaal wat er gebeurd was, nadat zij naar Brescia waren gekomen een paar maanden terug om ons bij te staan. Ik vertelde hen van de moord op Lisette, en hoe ik Siobhán ontmoet had. Ik deelde hen mede over de aanslagen in Schotland en het hotel in Preston. Ik beschreef dat wij Siobhán bij Florence gezien hadden, in het gezelschap van drie Mercedesladingen Italiaanse gangsters.
Lucio en Umberto keken elkaar aan, en Lucio vroeg mij: “Stond het voor jou vast dat het ‘Button Men’ (gangsters) waren, Gian?”
“Ik herkende hen zoals een dief een dief herkent,” antwoordde ik, “Waarom, zijn jullie iets te weet gekomen?”
Umberto nam het woord: “Gian, de kentekens van de Mercedessen waren uit Milaan. Ze staan echter op naam van een wijnexportbedrijf uit Puglia. Die vrouw Siobhán, in het gezelschap van tien Pugliese gangsters, kan maar één ding betekenen: Sacra Corona Unita!”
“Wat is de Sacra Corona Unita (Heilige Verenigde Kroon) in jezusnaam?” vroeg ik, “Het klinkt als iets van de Opus fucking Dei.”
“De Sacra Corona Unita is eigenlijk ontstaan toen jij in het begin van de tachtiger jaren besloten had, je uit ‘de zaken’ terug te trekken. Puglia had als provincie nooit haar eigen mafia. Er waren invloeden van de Calabrese ‘Ndrangheta, de Siciliaanse mafia en de Napolitaanse Camorra. Toen Raffaele Cutolo in die tijd besloot Puglia onder controle van de Camorra te brengen, vond er een afscheiding van families plaats die haar eigen organisatie, de Sacra Corona Unita, oprichtte. De structuur en inwijdingsrituelen leken op die van de ‘Ndrangheta, de enige organisatie waaraan de Sacra Corona Unita enige gehoorzaamheid verschuldigd was. De Sacra Corona Unita hield zich eerst voornamelijk bezig met sigarettensmokkel uit Tangiers, later, door de problemen in de Balkan, kwam het accent op mensen- wapen- en drugssmokkel te liggen. Gedurende de tachtiger jaren viel de Sacra Corona Unita uiteen in verschillende familiegroeperingen, met als belangrijkste afscheiding de Nuova Famiglia Salentina.
Gedurende de laatste vijftien jaar hebben ‘vangeli’ (topleiders) uit verschillende opgeheven Sacra Corona Unita groeperingen zich geamalgameerd en een organisatie gevormd –vergelijkbaar met ‘Murder Incorporated’ van Albert Anastatia, Louis Capone, Abe Reles enzovoort uit de twintiger, tot veertiger jaren in America.
Deze ‘vangeli’, die absolute volmacht in hun oude organisaties hadden, hebben hun ‘know-how’ geïnjecteerd in hun nieuwe supergeheime genootschap: ‘i Vangenati’. Zij voeren moordcontracten uit voor de mafia, de Camorra de ‘Ndrine (‘Ndrangheta) en multinationale ondernemingen. Zij dragen een onschuldige ring met een Davidster om elkaar te herkennen,” besloot Umberto, en gaf mij een gouden ring met een vijfpuntige ster.
Ik pakte het sieraad aan en bekeek het met afgrijzen.
“Dit is geen Davidster, dit een pentagram. Dat teken wordt door allerlei duivelsaanbidders, zoals heksen, tovenaars, Rozenkruisers, Kabbalisten, Vrijmetselaars…, en de fucking Illuminati gebruikt, en nu is de cirkel dan rond,” vloekte ik, pakte de gouden Baphomet uit mijn zak en legde die naast de ring met het pentagram op tafel.
“En hier is hun afgod: de duivel! Wat we nu dus hebben, is een organisatie van gewezen topleiders van verschillende groepen uit de Sacra Corona Unita, die zich verenigd hebben met als oogmerk moordcontracten uit te voeren. Hun werkelijk activiteit bestaat uit het vuile werk voor de Illuminati, en drieëndertigste graad Vrijmetselaars op te knappen. ‘Vangeli’ en ‘Illuminati’ zijn samengevoegd tot ‘i Vangenati’. Nou weten we wie de vijand is, die we kunnen verwachten, een ploeg duivelsaanbiddende ‘wise-fucks’”
Lucio en Umberto sloegen een kruis, waarna Lucio zei: “Het probleem is dat wij geen bestaande familie of organisatie kunnen aanvallen, want de leden zijn verspreid door heel Italië. Ze gebruiken ook geen ‘footsoldiers’ want de Vangenati doen al hun vuile werk zelf. Het enige wat wij kunnen, en moeten doen, is hen onderscheppen, isoleren en uitschakelen op de bruiloft.”
Renato, die de gehele tijd aandachtig geluisterd had, vroeg nu: “Zio Gian, hebben de Vangenati enige reden om aan te nemen dat u van deze constructie, en haar connectie met de vrouw Siobhán op de hoogte bent?”
“Nee, geen enkele. Om reden dat ikzelf net van die constructie op de hoogte ben gebracht, maar wat belangrijker is in je vraag, is het feit dat Siobhán niet kan weten, dat ik van haar connecties op de hoogte ben.”
Renato knikte goedkeurend, en hernam: “Ik ben geïnteresseerd in de geschiedenis van grote samenzweringen en geheime genootschappen. We weten allemaal waar de Illuminati voor staan: ‘Een Nieuwe Wereld Orde’ en dus wereldheerschappij, door middel van het zaaien van tweedracht, samenzwering, onderdrukking en controle van de bevolking die geen deel uitmaken van dit belachelijke, maar o zo gevaarlijke en arglistige fenomeen. Maar zoals alle ordes en religieuze groeperingen moeten ook deze ‘gelovigen’ een Opperwezen hebben. Lucifer! Satan! Baphomet! Hun kracht ligt in het projecteren van een non-existent Opperwezen, daar dit vereniging, samenhang en gehoorzaamheid van de leden, c.q. gelovigen afdwingt. Tevens ligt in deze projectie hun kwetsbaarheid. Mijn wapen heet Fraticelli Catari!”
“Waar gaat dit heen, Renato?” vroeg Lucio, ongeduldig en duidelijk ongemakkelijk met het onderwerp religie. Zoals bijna alle Italianen, was ook Lucio katholiek.
“Lucio, met respect, laat je zoon eens uitpraten. Ik heb een idee waar over gaat.”
Renato keek mij dankbaar aan, en vervolgde: “Ik pretendeer niet de oplossing te hebben om de Illuminati op te breken, maar ik denk dat wij wel chaos, onbegrip en angst in een bepaalde cel, zoals de Vangenati, kunnen zaaien. Dit heeft tot gevolg dat zij hun krachten moeten verdelen en hun grootste aandacht op hun eigen defensie, in plaats van op de aanval op de bruiloft, moeten richten. Ter verduidelijking moet ik een klein stukje geschiedenis inlassen, maar ik zal het zo kort en duidelijk houden als mij mogelijk is.
Het eerste gedeelte van de naam van mijn wapen, Fraticelli (broedertjes), was een middeleeuwse, katholieke groep, waarvan de herkomst was terug te voeren tot de Franciscanen. Toch waren de Fraticelli een volkomen onafhankelijke eenheid. Zij waren fervente aanhangers van Sint Franciscus of Assisi met betrekking tot de regels van armoede. Zij beschouwden de rijkdom van de Kerk als schandalig. Tevens oordeelden zij dat de individuele rijkdom van geestelijken hun status invalideerde. Dientengevolge voerden zij openlijk protest tegen de Kerk. Later werd een onafhankelijke Franciscaner Orde, de Fraticelli gesticht.
Het laatste gedeelte van de naam, Catari (de Zuiveren). De Catari geloofden dat stof en materie op zichzelf een Kwaad zijn en dat alleen het Spirituele goed is. Zij waren er ook van overtuigd dat Lucifer de oudere broer van Christus was, die tegen de Vader had gerebelleerd. Satan was net zo machtig en de broers waren voor eeuwig tezamen bestaand. Satan kon alles creëren, behalve de ziel. Verder geloofden zij dat Christus geen controle over het Kwaad had, daar materie en het spirituele volkomen gescheiden waren.
Zij meenden dat de materiële wereld het Kwaad was, en was gecreëerd door Rex Mundi (Koning van de Wereld) die alles omvatte wat corporeel, chaotisch en machtig was. De Catari aanbaden de tweede God, die alles vertegenwoordigde wat onstoffelijk, een zuiver spiritueel wezen of principe en onverdorven was door de smet van materie, of stof.
Doordat de Catari materie, en stof als Kwaad en verdorven beschouwden, ontkenden zij dat de resurrectie van Christus de waarheid was en zij lieten doorschemeren dat God, die in ‘den beginne’ de wereld had gecreëerd, een overweldiger was.
De katholieke Kerk beschouwde deze filosofie als gevaarlijke ketterij. De Albigeense Kruistocht werd ondernomen die leidde tot te complete genocide van de Catari.
In conclusie kunnen wij zien dat beide ordes het volkomen oneens waren met het dogma van de Katholieke Kerk, en de pauselijke verkondigingen; de gevestigde orde van die tijd.
Ik hang de dogma’s van beide ordes niet aan, noch wijs ik ze af. Het laat wel zien dat er ordes, en groeperingen waren die het dogma van de Katholieke Kerk en het Vaticaan verfoeiden. The ‘bottomline’ is dat de Illuminati zo verweven zijn in de Kerk, en vice versa dat zij, gezien de geschiedenis kunnen verwachten…, moeten verwachten dat er groeperingen zullen ontstaan, die zich met directe actie tegen hen zullen richten. Als de Illuminati en de Kerk één ding hebben geleerd uit de geschiedenis, is het: ‘hij die van het verleden niet heeft geleerd, heeft zijn kans op een toekomst verspeeld.’ Ik hoop dat ik jullie niet verveeld heb, maar dit is mijn conceptstrategie.”
“Ik zie niet…,” zei Umberto.
“Ik zie het fucking wel,” vloekte ik. “Doe wat de tegenstander doet: verdeel en heers! Fucking Jesus, Renato, Pam mag blij met je zijn. Jij en Stefano zijn het ultieme team. Lucio, ouwe Napolitaanse gangster, jij hebt geen zoon…, jij hebt een genie!”
Lucio lachte verlegen. Hij was geen domme man, oh nee. Lucio was de vader van Mephistoles, maar Lucio zag ook niet waar zijn zoon naar toe wilde. Was Renato krankzinnig, was ik een kind van Napoleon?
Nee…, dus ik maakte het verhaal voor Renato af.
“Een aanslag vindt plaats in het hoofdkwartier van de Vangenati. Het is een aanslag die niet door de eerste de beste terroristenjurk in elkaar gezet kan zijn. Na naarstig zoeken wordt er een aanwijzing gevonden, die naar de ‘Fraticelli Catari’ verwijst. Dit wordt door de computers van de Illuminati gespoeld, de verwijzingen worden gevonden, maar de uitkomst is ‘fuck-all’ (Niets). Niets, maar tegelijkertijd beseffen de verlichte ‘duivelfucks’ dat het een groepering met een achtergrond is, die genoeg van de geschiedenis van alle ordes weet. Waar gaan zij zoeken? Wie houden zij aansprakelijk? Pam en ik zijn gewoon twee leden van het plebs, het klootjesvolk. Jullie zijn Camorra gangsters. Waar beginnen zij? Ze moeten hun krachten verdelen. Daarnaast hebben de Vangenati niet de bronnen voor dit soort informatie, dus zij moeten steeds weer te raad bij hun meesters, de Illuminati, wat op zichzelf weer voor meer verwarring zorgt. Klasse plan, Renato, complimenti guaglio…!”
“Nou voor één dag zijn dat wel genoeg complimenten voor mijn zoon,” dolde Lucio, “Hoe kunnen wij deze opzet tot verdeling van krachten verwezenlijken? Heb je daarover ook gedacht, zoonlief?”
Renato keek mij vragend aan, alsof hij op mijn goedkeuring wachtte, hetgeen natuurlijk nonsens was. Wat hij wilde, was dat ik zijn plan zou voordragen aan zijn vader en oom, omdat hij bang was niet serieus genomen te worden. Dat bevestigde tegelijkertijd wat hij in zijn hoofd had. Deze jonge, beeldschone Napolitaanse Cammorista had werkelijk bijzondere kwaliteiten.
Ik zei: “Ik denk dat Renato en ik hetzelfde idee hebben. Ik stel voor dat wij het middel allebei op een stukje papier schrijven. In het geval dat wij aan dezelfde oplossing denken, zou ik willen voorstellen dat Renato ons zijn strijdplan geeft. Daarna kunnen wij ons over de details beraden. Ik denk dat het niet meer dan billijk is, want de jongen heeft werkelijk zijn huiswerk gedaan”
Ik krabbelde twee woorden op een stukje papier, terwijl Renato iets op een servetje schreef. Daarna gaven wij de stukjes papier aan Lucio, die las: “Gian – Bomba Sporca. Renato – RDD Bomba Sporca. Caesium-137 ò Bomba Fumogena. Polonium-210 (Jan – Vuile bom. Renato – RDD Vuile bom. Caesium-137 of een vuile rookboom. Polonium-210) Wat is RDD?”
“Radiological Dispersal Device. (Radiologisch Verspreidings-apparaat ),” antwoordde ik.
“Een atoombom?” vroeg Umberto ongelovig.
“Nee,” antwoordde Renato nu, “Het is een bom die uit conventionele springstof bestaat. De ontploffing verspreidt echter een radio-actief materiaal, zodat de verwoeste ruimte, of oppervlakte radio-actief besmet wordt. Het alternatief is een conventionele bom die een uiterst giftig, radio-actief materiaal verspreidt, dat kan doden door inademing, zoals polonium-210.”
“Waarom geen conventionele bom, waarom zo drastisch?” vroeg Umberto.
“Door het psychologische effect,” antwoordde Renato, “Het staat nog niet eens vast hoe effectief die RDD bommen zullen zijn, want het is nimmer bewezen. Er breekt echter massaal paniek uit wanneer dit in de openbaarheid komt. Daar dit het ‘nightmare’ scenario van de Amerikanen, en dus de Illuminati is, zal er alles aan gedaan worden om dit voor een terroristenaanval van Al Qaeda te laten passeren. De interne paniek is echter precies wat wij nodig hebben om de Vangenati het spoor bijster te maken, zodat zij zich op hun verdediging gaan concentreren. Misschien vindt de aanval tijdens mijn bruiloft dan nooit plaats.”
Lucio keek mij vragend aan. Ik knikte.
“Je hebt leuke ideetjes om je bruiloft veilig te stellen, zoonlief. Weet je zeker dat je niet liever wat met je X-Box 360 gaat spelen?” vroeg Lucio, terwijl hij opstond, naar zijn zoon liep, deze omhelsde en op beide wangen kuste.
Op dit moment kwamen de vrouwen de maaltijd opdienen. De bespreking diende uitgesteld te worden tot een later tijdstip.
Het was duidelijk dat Pam en Judith snel op weg waren om vriendinnen te worden. Ik bekeek Pam en dacht aan een jaar terug. Van een onzeker kindvrouwtje, dat al haar levenslust verloren had, was zij nu getransformeerd in een werkelijke Napolitaanse schone met rood haar. Zij bewoog als een bevallig, roodharig engeltje, door met de schalen spaghetti over het terras te dansen, omringd door een aura van levenslust en vergezeld van een andere, bijzondere vrouw, Judith.
Ik was niet de enige die Pam aan het bewonderen was. Renato’s ogen hadden zich aan Pam vast ‘gelaserd’ en zijn mond hing lichtjes open. De liefde die hij voor Pam voelde, straalde van zijn angstig knappe gezicht af. Blijkbaar voelde hij dat ik hem observeerde, want ineens keek hij mij aan…, en lachte.
“È bella Lei, eh Zio?”
“Ja Renato, Pam is prachtig, maar jij doet niet voor haar onder, guaglione. Julie zijn voor mij het bruidspaar van het jaar.”
“Als u mijn vaders vriend niet was geweest, had ik haar nooit ontmoet, Zio.”
Ik keek Renato aan. Geen hint van jaloezie wegens mijn eerdere relatie met Pam. De Italiaan keek mij vol bewondering aan. Ik stond op, omhelsde hem en zei: “Je kunt trots op je vader zijn, Renato. Hij heeft een ‘gentiluomo’ (heer) van je gemaakt.”
De hele familie klapte. Renato stond op en beantwoordde mijn omhelzing. Daarna zetten wij ons aan tafel om van een maaltijd te genieten, zoals alleen Napolitaanse huisvrouwen die weten te maken.
Terwijl op de achtergrond de muziek weerklonk en Pino Mauro en Mario Merola om beurten hun Malavita (Onderwereld) liederen zongen, bracht een zwoele wind van de Golfo di Napoli wat afkoeling. Een ijskoude, prachtige, witte wijn ‘Lacrima Christi’ vervolmaakte deze verfrissing.
Lacrima Christi. De tranen die Christus liet toen Satan van de hemel was gevallen en een gedeelte van het Paradijs stal, om de Golf van Napels te vormen. De tranen maakte het land vruchtbaar en geschikt voor wijnbouw. Hoe toepasselijk deze wijnkeus en wat paste deze goed in het gesprek van de afgelopen uren. Lucio, Umbertop en Renato moesten precies hetzelfde gedacht hebben op dat moment, want zij hieven hun glazen naar mij op. De vrouwen die dachten dat wij een goede zaak hadden gedaan, hieven hun glazen met ons en lachten trots.
Toen na het diner de tafels waren afgeruimd en de vrouwen hun eigen ding deden, konden wij doorgaan met onze bespreking.
Lucio, de oudste en hoogste in rang, nam het woord: “Amici, figlio, mijn logica zegt mij dat we een geweldige strategie hebben ontworpen, mijn gevoel echter vertelt mij dat wij ons geen één fout kunnen permitteren. Tevens kunnen wij geen sporen achterlaten noch van de normale communicatiekanalen gebruik maken. Wij vechten uiteindelijk tegen Big Brother, hoe pathetisch dat ook moge klinken. Geen mobiele telefoons, geen computercommunicatie, geen banktransacties, geen ‘papertrail’ (papierspoor). Één vraag: wanneer wij een aanval gedurende de bruiloft afslaan, kan daar dan uit geconcludeerd worden dat wij tevens verantwoordelijk voor de ‘dirty bomb’ zijn?”
Renato keek verloren. Ik zag hem peinzen en schoot hem te hulp.
“Lucio, je hebt volkomen gelijk. De enormiteit van de gevolgen van onze onderneming, zo die er zijn, zijn onvoorstelbaar. Ik ben het dus met alle condities die je gesteld hebt eens. Ergo, ik heb er nog een paar aan toe te voegen, maar nu eerst je vraag. Het korte antwoord daarop is: nee! Het is nee, mits wij aan verschillende voorwaarden kunnen voldoen. Dit is de eerste: ‘Heb jij absoluut betrouwbare contrabandieri, die je, vier dagen vóór de bruiloft een vracht uit St. Julians Bay in Malta kunt laten halen?’ Denk erom, als dit uitlekt, dan kan ik de veiligheid tijdens de bruiloft niet garanderen.”
“Is een zestien meter speedcruiser groot genoeg? Er is geen Guardia di Finanza of legerschip dat sneller is. Het vaartuig kan bewapening voeren als dat nodig is.”
“Ja, groot genoeg. Absoluut!”
“Goed, dan gaan Umberto, zijn zoon en ik samen.”
“Twee: geen één van de Vangenati mag de bruiloft overleven!”
“Het zal mij een eer zijn.”
“Het restaurant en de grond waarin het staat, moeten twee dagen vóór de bruiloft totaal ontruimd zijn. Er mag zich niemand in een straal van tenminste een kilometer bevinden. Er moeten voorzieningen getroffen worden. Is dat een probleem?”
“No signore!”
Ik pauzeerde even, voordat ik verder ging: “Nou, dit is het meest belangrijke punt van de operatie. De radio-actieve stoffen Caesium-137 of Polonium-210 moeten, ik zeg moeten van een herleidbare Islamitische bron betrokken worden. Ik denk hierbij aan Chechenen of Shite terroristen uit Azerbeidzjan. Hoewel de stoffen van de moslims gekocht zullen worden, zijn het de Russen die hen de Caesium-137 of Polonium-210 leveren, hoe ongelooflijk en weerzinwekkend dit ook klinkt. De stoffen moeten gekocht worden door een andere moslim groep, die binding heeft met de Camorra, of de Brescia groep van Franco. Deze tussenpersonen moeten voorgoed verdwijnen, nadat wij het radioactieve materiaal hebben ontvangen. Mijn gedachten gaan hier uit naar de Albanese Mafie. In feite, het is beter om dat gedeelte door Franco te laten regelen. Die werkt al met Albanezen en Brescia is een eind van Napels. Minder kans op een connectie. Wat denken jullie?”
De Camorristi knikten instemmend.
“Goed, ik stel voor dat Renato –met jouw goedvinden, Lucio- als koerier naar Franco vertrekt. Hij heeft alle informatie en kan Franco van het plan op de hoogte stellen. Hier is het zwakke punt: de Albanezen moeten van het moment dat zij de opdracht krijgen, tot het moment van aflevering onder controle staan, zodat niets, maar dan ook niets kan uitlekken van hun intenties. Het gevaarlijke moment is de overdracht. De controlerende Italianen moeten overal bij zijn en de voertaal moet Engels zijn. Denk erom, wij hebben de wereld nu als vijand. Renato, je bent geweldig goed, maar ik wil dat Stefano je vergezelt als partner. Met de toestemming van je vader en je oom zullen jullie de controlerende Italianen, c.q. het executieteam van de Albanezen zijn. Jullie twee kunnen gemakkelijk voor Albanezen, of zelfs Arabieren doorgaan. Er staat teveel op het spel om het door anderen te laten doen. Is dat acceptabel, Lucio? Umberto?”
De twee mannen keken elkaar aan en knikten.
“Renato?”
“Het zou een eer voor mij betekenen, Zio. Ik weet hoe goed Stefano is, en ik wil proberen net zo goed te worden. Zio, mijn vader heeft mij grootgebracht zonder angst. Ik ken geen angst, maar ik ben bezorgd. Ik ben bezorgd voor Pam. Als er iets met haar gebeurt, is mijn leven over. Ik heb van uw verlies gehoord, ik heb Lisette zelfs ontmoet in Brescia. Zio, hoe overleef ik dat? Wat raad u mij aan? Mijn vader, en oom zitten erbij, ik ga tegen hun wensen in om Pam veilig te stellen. Zio, zeg wat ik moet doen?”
Lucio snoot zijn neus luidruchtig en Umberto had last van een lopend oog. Bij mij werd de strop rond mijn keel weer aangedraaid.
“Renato, ik kende jouw vader toen hij jouw leeftijd had. Hij was niet zo mooi als jij, maar wat hij mij leerde op een zonnige dag op Capri was dit, guaglione: ‘hoe meer iemand zijn noodlot probeert te ontlopen, hoe sneller hij datzelfde noodlot ontmoet’. Denk erom, ik stel Pam’s leven boven alles. Ik heb Lisette’s hoofd uit elkaar zien spatten en het was niet leuk. Dit kunnen wij niet ontlopen, guappo. Dit is ons lot. Zij willen Pam, en zij willen mij. Laten wij onze krachten bundelen en ik beloof je, dat wij deze veldslag zullen winnen. De uitkomst van de oorlog blijft onzeker. Doe waar je goed in bent mijn lieve, jonge vriend en heb vertrouwen in je familie. Ik heb het privilege om hen nu veertig jaar te kennen, en dat zegt het allemaal. Één ding mijn vriend, als onze vriend Lino hier was geweest, waren wij compleet geweest.”
“Weeh, weeh, weeh,” juichten Lucio en Umberto in koor.
“Ik ga Franco bellen dat hij een gast kan verwachten, Renato. Kun je de job aan?”
“Si Zio!”
Ik pakte mijn mobiel en belde Franco. Ik deelde hem mede dat een goede vriend uit Holland hem zou komen bezoeken, in de twee volgende dagen. Ik vroeg hem mijn vriend te behandelen alsof ik het was. Franco begreep onmiddellijk, bevestigde en belde af.
De volgende dag liet ik Renato het hele strijdplan doornemen, en daarna bestuderen. Het plan bestond uit fasen die Renato uit zijn hoofd moest leren en aan Franco zou doorgeven. Ik maakte snel een website aan voor mijzelf in Holland met een fotoalbum er op. Iedere foto vertegenwoordigde een onvoltooide fase.
Wanneer het team een nieuwe fase succesvol afgerond had, dan zou Renato inloggen en de laatste foto verwijderen. Wanneer een foto langer dan twee dagen bleef staan dan wisten wij dat de operatie vastgelopen, en geaborteerd was. Één foto moest altijd verdwijnen, en dat was de foto die de executie van de Albanezen vertegenwoordigde. Toen ik er van overtuigd was dat Renato de hele operatie kon dromen, en de website kon bewerken, gaf ik hem de LoginID en het paswoord voor die site. Ik zei tegen Renato de albumcode aan Franco mee te delen, zodat deze ook kon zien, in welke fase de operatie verkeerde.
Als laatste vroeg ik aan Renato aan Franco te vragen het plan voor de plaatsing van de ‘Dirty Bomb’, in het wijn-exportmagazijn van de Vangenati in Milaan, te willen ontwerpen, en voor te bereiden. Essentieel daarbij was dat er een niet te opvallend spoor achtergelaten zou worden, dat naar de betrokkenheid van de ‘Fraticelli Catari’ wees.
Om de ‘tickettrail’ en verplaatsingspatronen te vermijden, liet ik Renato de volgende dag door Pam en Ruth naar Brescia brengen.
De dagen die nu volgden waren net zo moeilijk voor mij als voor Franco en Lucio. De vaders hadden hun zonen in de strijd gegooid op mijn ‘fucking say-so’ en ik realiseerde mij als geen ander, dat ik de volledige morele verantwoording had voor het welzijn van mijn peetkinderen. Ik bleef inloggen op mijn website, in de hoop dat de status ten gunste zou veranderen.
Aan het eind van de dag waren er twee foto’s uit het webalbum verdwenen. De twee jongens hadden de Albanezen contact laten leggen met Chechenen uit Grozny en het leek er op dat de Dirty Bomb hen was toegezegd. Een paar uur later was er nog een foto verdwenen, en het logo was weg. Renato en Stefano hadden de bom in hun bezit en zij hadden zich ontdaan van de Albanezen. Fucking awesome!
Aan het einde van de zesde dag was ook de laatste foto uit het webalbum verdwenen. De jeugdige, maar o zo competente gangsters waren veilig met de bom teruggekeerd in Italië. Franco belde mij op een anonieme prepaid GSM om mij te zeggen dat zijn neefje nog een paar dagen vakantie bij hem zou blijven houden. De blijdschap en trots in zijn stem waren duidelijk hoorbaar. Het kwam er dus op neer dat het besloten was dat Renato en Stefano ook de bom zouden gaan plaatsen bij de Vangenati in Milaan.
Ik deelde dit aan Lucio en Umberto mee, die hun blijdschap en trots ook niet al te best konden verbergen. Het was alsof zij hun leven herleefden door dat van hun zoons, en neefje.
Er was echter een dissonant in de vorm van een detail, waar ik geen rekening mee gehouden had. Ik vroeg Lucio: “Hoe lang doe jij erover om die vracht van Malta af te halen? Het zijn ongeveer zevenhonderd zeemijlen, wanneer je door de straat van Messina gaat.”
“Nee, dat gaat niet, Jan. Er liggen teveel schepen van de Guardia di Finanza daar op de loer. We moeten om Sicilië heen, maar dan zijn het nog maar achthonderd mijl. Om brandstof te sparen, zou ik zeggen achtenveertig uur. Het kan sneller, maar dat trekt de aandacht.”
“En aandacht is nu juist waar wij van verschoond willen blijven. Wanneer die ‘Dirty Bomb’ afgaat, spat de shit tegen het plafond. Al het ongewone verkeer, zowel lucht- als zeevaart wordt per satelliet nagetrokken. Het risico dat er een link naar jullie wordt gelegd is te groot. Jullie moeten zo snel mogelijk vertrekken en de bom mag pas ontploffen, wanneer jullie terug zijn. Dan nog moeten jullie een goede verklaring hebben voor die oversteek. Bedenk maar een rijke Amerikaan die jullie gecharterd heeft, om hem naar St. Julians Bay in Malta te laten brengen. Ik zal Franco bellen om te vertragen, en tevens zal ik naar Engeland bellen om te zeggen dat de plannen veranderd zijn.”
Ik belde het nummer in Engeland en wachtte tot ik de Stem hoorde zeggen: “Enter your PIN Code, please.”
Ik typte mijn kersverse ID in de telefoon en drukte de # knop in.
“Hallo Jan, wat kan ik voor je doen? Zijn de plannen veranderd?”
“We moeten accelereren. Hoe snel kunt u de lading op de afgesproken plaats hebben?”
Ik hoorde de Stem overleg plegen met mensen in de achtergrond, voordat hij antwoordde: “Over twee uur kan een C-130 Hercules met de vracht vertrekken. ETA vijf uur later. Will that do?”
“Wij kunnen daar op zijn vroegst pas over vierentwintig uur zijn, dus zoveel haast hoeft u dan niet te maken.”
“Over twintig uur staat de vracht klaar. En…, Jan?”
“Sir?”
“Good Luck,” antwoordde de Stem, en belde af.
Terwijl Lucio opdracht gaf om de speedkruiser onmiddellijk te bevoorraden en van brandstof en water te voorzien, belde ik Franco en vroeg hem te vertragen totdat hij een sms zou ontvangen. Franco bevestigde mijn verzoek.
Twee uur later koerste Lucio’s speedkruiser de baai van Napels uit, richting Malta. Missie: Secret Weapon!
Totdat Lucio en Umberto terug zouden keren met de vracht, was er niet veel dat ik kon doen. Werkelijk? Er was eigenlijk zat dat ik wilde doen, en ik deed het dus ook. De volgende twee dagen bracht ik door met Judith alles van Napels te laten zien. De eerste dag gingen wij uitgebreid dineren in het Ristorante Zia Teresa.
“Ik moet weer een beetje aan je wennen, ‘gangsta’,” brabbelde Judith om een hap spaghetti heen, “Ik heb weinig van je gezien de laatste dagen. Gaat het wel goed allemaal, Jan?”
“Zo goed als het tot nu toe nog maar gaan kan, Judd. We zitten even op wat voorraden te wachten en dan kan het spel beginnen.”
“Je zult mij niet gaan vertellen wat jullie aan het bekokstoven zijn, nietwaar? Geen vrouwenzaken, en zo?” vroeg Judith snerend.
“Fuck nee! No fucking way, Judith! Dat wil je echt niet weten, lieverd. Het overtreft je stoutste dromen, de Illuminati’s ergste nachtmerrie en met deze wetenschap kan ik je nimmer belasten.”
“Nou ja, het zal geen atoombom zijn,” kauwde Judith.
“Nee, dat is het inderdaad niet,” antwoordde ik, mij in een hap spaghetti verslikkend.
De volgende dag gingen wij met de hydrofoil naar Capri om te doen wat geliefden doen. Vreemd…, precies dertig jaar geleden ging ik ook met een geliefde naar Capri, alleen waren Lucio en zijn vrouw daar toen bij geweest. Nu zat Lucio op Malta en ik op Capri. Om het maar een beetje in stijl te blijven doen, herhaalde ik mijn routine van dertig jaar terug, al hield Judith dan waarschijnlijk helemaal niet van me.
De hydrofoil scheerde over het smaragdgroene water van de baai van Napels naar Capri. Het leek erop dat ik voor de rest van mijn leven met één hand verder moest, want Judith had nu voorgoed beslag gelegd op mijn andere hand, die ze af en toe zelfs met twee handen vasthield. Ze was niet al te helder, want ze had de vorige avond niet alleen meer gegeten dan goed voor haar was, maar ook teveel gedronken, wat er toe had bijgedragen dat ze sliep zodra haar hoofd het kussen raakte.
Vlak bij het eiland werden wij uitgenodigd om vanuit de hydrofoil, in een roeibootje plaats te nemen. Judith keek me bevreemd aan, maar ik wilde deze keer geen uitleg verschaffen. Het bootje zette koers naar de kust, in de richting van een vijftig meter hoge rotswand. Zodra het bootje de rotswand naderde, werden Judith en ik verzocht om op de bodem van de boot te gaan liggen, waarna ons vaartuigje een ongeveer twee meter brede opening in de rotsen in voer. Ik kon met mijn hand het rotsplafond aanraken. Niet veel later kwamen wij in een kolossale open ruimte.
De roeier vertelde dat wij ons in de Duomo Azzuro van de Grotto Azzuro waren aangeland. De grot draagt zijn naam omdat het zonlicht door een opening onder de ingang van de grot naar binnen schijnt. Het zonlicht wordt gefilterd door het water, dat het rood uit het spectrum absorbeert. Naast het intense blauw was er nog een tweede fenomeen: als er een object in het water werd gehouden, kreeg dat onmiddellijk een zilveren kleur. De luchtbelletjes die zich aan het oppervlak van dat object hechtten, hadden een refractie-index die verschilde van die van het water, met de zilveren kleur als effect.
De roeier maakte een rondvaart door de Sala dei Nomi en de Galleria dei Pilastri, een indrukwekkende, maar ook wat claustrofobische ervaring. Ik haalde opgelucht adem toen wij, via het tunneltje de open ruimte van de zee weer opvoeren. Judith was er stil van, en ik niet minder.
Na een godenmaaltijd in het Aurora restaurant, bezochten wij enkele boetieks. Bij Carthusia kocht ik een speciaal parfum voor Judith en bij Gioielleria Pierino schafte ik een extravagant horloge voor haar aan. In de Mariorita Store liet ik vervolgens met een stalen gezicht een jurk van een befaamde ontwerper voor haar inpakken. Judith straalde. Ik betaalde en baalde, want dat betalen lukte ook maar net. Het zou maanden duren voor ik weer een beetje van die klap bekomen was. Daarna ging het weer met de hydrofoil terug naar Napels.
De volgende morgen stond ik op de kade geparkeerd, toen de speedkruiser van Lucio de haven van Napels weer invoer. Ik stapte uit en begroette Umberto en Lucio. Het bleek dat zij gedurende de nacht de vracht al op een stuk verlaten strand met rubberboten aan land hadden gebracht. Met twee vrachtwagens was de vracht getransporteerd naar, het nu verlaten, restaurant op de helling van de Vesuvius. Het restaurant waar, in een paar dagen, de bruiloft van Pam en Renato plaats zou vinden. Het restaurant waar de moordaanslag op Pam en mij plaats zou vinden. Yeah, fucking right!
“Mijn mensen bewaken de weg naar het restaurant, Jan. Wil je de vracht gaan bekijken?”
Ik knikte enthousiast en wij stapten in mijn Audi. Na een dodemansrit, ondanks het vroege uur, door Napels reden wij de buitenwijken uit en ik volgde de aanwijzingen van Lucio, om na een tijdje op een landweg aan te komen. Na honderd meter stond er een dwars over de weg geparkeerde Mercedes, waartegen twee mannen geleund stonden. Twee andere mannen zaten ieder op een helling aan beide kanten van de weg, met een M16 op hun schoot.
Lucio stapte uit en wisselde een paar woorden met één van zijn mannen, die onmiddellijk de Mercedes achteruit reed zodat wij door konden rijden.
Na een minuut of tien reden wij het parkeerterrein van het restaurant op, waar een andere gewapende man stond. Een bivakmuts verborg zijn gezicht en hij droeg een Minimi Para, een licht machinegeweer dat 800 schoten per minuut kon afvuren, in zijn armen. Hij trok een Sig P220 uit zijn borstholster, en naderde de auto.
“Jan, how are you diddling, mate?” vroeg een bekende stem mij, vanachter de bivakmuts, toen de schildwacht mij herkende.
“Peter, you old fucking mercenary,” begroette ik de SAS man, en stapte uit. Wij omhelsden elkaar en Peter vroeg: “Waar zijn Stefano en Rino, Jan?”
“Die komen van de week. Ken je Lucio en Umberto al?”
“Fuck sake! Of wij ze kennen? Yeah, we kennen ze ‘allright’ We hadden vierentwintig uur de tijd om ze te leren kennen. Wat een moordgasten. Ze hadden alles voor ons aan boord gehaald, tot tinnetjes Lager aan toe. We hebben gegeten aan boord…, ongelooflijk. Je hebt goede vrienden, Jan.”
Peter drukte de knop van zijn keelmicrofoon in en zei: “Geordie, er komen een paar vrienden aan.”
We liepen naar het restaurant en zagen nog zes SAS mannen, die overal kuilen aan het graven waren. Ondanks de hitte, droegen zij allemaal hun bivakmuts.
“Lads, look who’s fucking here,” hoorde ik Geordie schreeuwen, “Jan, ouwe eurogangster, hoe is het met je, vriend?”
“Buongiorno Don Lucio, buongiorno Don Umberto, ben arrivato,” begroette Geordie mijn vrienden respectvol.
De hereniging was meer dan hartelijk, het was aandoenlijk. De vriendschap die wij in Schotland hadden opgebouwd, werd hier onverminderd voortgezet.
“Jan, dit zijn mijn maten Mike, Tom, Rick en John. Danny zit in de heuvels een beetje op te letten.”
Geordie drukte zijn keelmicrofoon in en zei: “Kom Danny, begroet Jan eens zoals het hoort.”
Een 5.56 kogel uit een C8 ploegde de grond voor mijn voeten om. Even later hoorde ik een schot en zag op de berghelling het glinsteren van de Eclan optiek, op Danny’s geweer.
“Waar is Stefano, Jan,” vroeg Harry.
“Hij is hier op tijd voor de bruiloft. Hij neemt nog zo’n wonderkind met zich mee. De zoon van Lucio, Renato.”
Ondanks dat de gesprekken in het Italiaans waren gevoerd, moest ik het laatste stuk voor Lucio in het Napolitaans vertalen, die prompt en tevreden een sigaret opstak.
“Is dit nog steeds voor dezelfde fuckshit als die we hadden in Schotland?” vroeg Geordie, “Ik dacht dat het opgelost was?”
“Het is erger mijn vriend. Veel erger! Laten wij even gaan zitten.”
Geordie gaf de mannen opdracht om door te gaan met graven en mijn twee Napolitaanse vrienden kwamen bij Geordie en mij zitten. Het gesprek werd in het Italiaans gevoerd.
Ik vertelde Geordie alles van de Illuminati, Vrijmetselaars, de moord op Lisette, Siobhán, de geplande moord op Pam en mij, de Vangeli, de Vangenati en dat wij de kracht van de Vangenati verdeeld hadden. Ik keek Lucio aan of hij het raadzaam achtte dat ik Geordie van de radioactieve bommen zou vertellen. Lucio, zowel als Umberto knikten.
“Geordie, ik vertrouw je als een broer en ik heb geen geheimen voor je. Ik wil je echter niet belasten met de wetenschap van iets dat wanneer dat uit zou komen, dat jij en/of je mannen aansprakelijk gehouden zouden kunnen worden. Jullie zijn mij te lief daarvoor. Lucio en Umberto hebben geen probleem daarmee en dat wil heel wat zeggen. Echter mijn Angelsaksische vriend, het is te heavy. Je carrière en je leven zouden voortdurend gevaar lopen. Ik smeek je mij te begrijpen, en te respecteren.”
“Jan, domme Dutchfuck, ik heb al lang begrepen waar het over gaat, en het is ‘fucking heavy’. Luister mijn Hollandse vriend, wij krijgen nimmer de finesses te horen van een operatie, en dat is goed. Voel je niet rot daardoor. Mijn mannen en ik vertrouwen je, er zal wel iemand vermoord worden gedurende de bruiloft, maar dat zullen niet Pam, of jij zijn. Ik zweer dat op mijn leven. Mijn wens, en de liefste wens van mijn zeven mannen is om Stefano in actie te mogen zien, en om Franco, zijn vader, te leren kennen. Voel je niet rot mijn vriend, wij vertrouwen je. Één ding, stop met die radiofuckshit, Jan. Je krijgt de hele wereld achter je aan, en vergeef mij dat ik dit zeg: Lisette zou het niet gewild hebben. That’s all my friend. Laten wij ons tot de strategie bepalen.”
Met zijn vieren bekeken wij de tuin van het restaurant, waar het bruiloftsfeest plaats zou vinden. Geordie verklaarde ons zijn strategie en vroeg of wij nog suggesties hadden. Het was een algemeen plan, dat probeerde te voorzien in alle denkbare scenario’s van aanval, daar wij nog niet konden weten, hoe de Vangenati de aanslag zouden gaan plegen. Terwijl wij alle mogelijk- en onmogelijkheden bespraken, verzond ik een sms naar Franco in Brescia. Een uur later vertrok er een bestelbusje met het reclameopschrift ‘Fraticelli Catari’ naar Milaan.
Anderhalf uur later stopte het busje bij het hek van de wijnopslagloods van het bedrijf ‘Vini Vangenati’ De langharige chauffeur van het busje overtuigde zich ervan dat de bewakingscamera’s inderdaad vol zicht op het busje hadden, stapte uit en liep naar het portiershuisje.
De twee kaartspelende Vangenati keken verstoord op toen Renato binnenstapte. De blik in hun ogen veranderende van geërgerd naar nietszeggend en nogal doods, toen Renato hen beiden, twee keer met een -met geluiddemper uitgeruste- Beretta door hun voorhoofd schoot. Hij hing de beide dode gangsters, die op de grond lagen een koord met een etiket om hun nek. Op de etiketten stond gedrukt: ‘Illuminati Shit – Vernietigen - FC.’ Daarna drukte hij op de knop om het hek te openen.
Een langharige Stefano, die al achter het stuur zat, reed de wagen door het hek. Renato sloot het hek weer, verliet het portiershuisje, dat hij achter zich afsloot. Uit de bestelwagen pakte hij een bord dat hij aan het gesloten hek hing. Op het bord stond: “Gesloten wegens sterfgevallen.” Daarna stapte Renato weer in het busje, dat nu naar het magazijn van de wijnloods reed.
Op het toeteren van Stefano werd het stalen rolluik omhoog getrokken. Het busje reed gelijk het magazijn in.
“Hey, zijn jullie nieuw?” vroeg de, als magazijnchef dienstdoende, Vangenatifuck.
“Ja, maar jij niet meer,” antwoordde Stefano en sloeg hem met een open hand onder zijn neus, zodat het neusbeen de hersens inschoot. Renato hing de nog stuiptrekkende dode gelijk een label om zijn nek.
Stefano pakte een HK MP5 Sub Machinepistool uit de cabine van het bestelbusje, toen hij drie met Lupara’s gewapende Vangenati’s zag komen aanrennen. Drie korte salvo’s 9mm munitie zorgde ervoor dat de drie ‘wise-fucks’ hun hoofden, of liever, wat daar van over was, als spaghettivergieten konden gebruiken. Er restte echter nog genoeg nek om Renato’s labels omheen te hangen.
Terwijl Stefano, Renato dekking gaf, opende de laatste de achterdeur en trok twee oprijplanken uit de bus. Daarna sprong Renato in de bus en duwde een trolley, die vol stond met wijndozen, uit de bus vandaan.
Renato, opende een wijndoos en activeerde het draadloze ontstekingssysteem. Tevens schakelde hij een vibratie en tuimelcircuit in, voor het geval dat iemand zou proberen de trolley, of de bom te verplaatsen.
Daarna duwde hij de oprijplanken weer het busje in en gooide de achterdeur dicht. Stefano liep achter het busje aan, om Renato dekking te verschaffen, voor het geval zich nog Vangenati verassingen voordeden.
In omgekeerde volgorde opende Renato nu het hek, waarop Stefano naar buiten reed. Renato sloot het hek en liep het portiershuisje uit. Het bord op het hek verving hij nu door een ander bord, waarop stond: “Voorgoed gesloten wegens sterfgevallen en Caesium-137 en Polonium-210 besmettingsgevaar. Fraticelli Catari”.
De operatie was verlopen als klokwerk. Toen het busje ongeveer een kilometer van de wijnloods verwijderd was, haalde Renato een mobiele telefoon uit zijn zak en draaide een nummer. De ontploffing van de vijf kilo semtex was goed voelbaar. De twee jonge gangsters gaven elkaar een ‘high-five’ en reden tevreden weg, richting Turijn.
Toen zij op de andere kant van de snelweg een Mercedes met pech zagen staan, stopten zij het busje, stapten uit, renden de snelweg over en stapten in de Mercedes. De chauffeur gaf vol gas en de wagen schoot vooruit. Stefano en Renato verwijderden nu de dunne latex maskers met het lange haar, en de handschoenen.
“Alles goed verlopen, zoonlief?” vroeg Franco.
“Perfetto, papa!” antwoordde Stefano.
Renato pakte zijn mobiele telefoon weer en toetste een ander nummer in. Achter hen ontploften de fosforgranaten in het bestelbusje, dat in een laaiende vuurzee veranderde. Wat er van over zou blijven zou nimmer meer herleid kunnen worden, en wat wel herleid kon worden was de moeite van het traceren niet meer waard.
Niet alleen hadden de Vangenati zes van hun Vangeli verloren, een opslagloods vol met wijn uit elkaar zien barsten, de restanten van hun pand en grond besmet zien worden voor de eerstvolgende dertig jaar, maar er zou nu een paniek en klopjacht volgen, die ongekend waren. We kunnen hier stellen dat de Vangenati problemen hadden.
Terwijl de volgende dagen de wereld door CNN, FOX, BBC en andere doempredikanten en paniekzaaiers, op zijn kop werd gezet, duizenden moslims werden gearresteerd, en diverse regeringen zich al weer opmaakten om de terroristenbelasting te verhogen, gingen de voorbereidingen van Pam’s bruiloft gewoon door. Pam straalde en Renato was een nerveus wrak. Ik denk dat hij meer tegen de bruiloft opzag dan de Vangenati in zijn ééntje aanvallen. Terwijl Stefano de gehele dag met zijn SAS vrienden aan het trainen was in de heuvels, liepen wij ons allemaal mooi te maken. En dan was het plotseling zo ver…
Il matrimonio – Pam hield zich aan mijn arm vast, terwijl zij naast mij naar het altaar liep. Judith, één van de door Pam gekozen bruidsmeisje, hield Pam’s sleep op. Ik was zo trots om Pam weg te mogen geven, dat mijn knieën er van knikten. Deze shit was niets voor mij en het feit dat ik mij in een kostuum had moeten hullen, stond mij nog minder aan, maar voor Pam had ik mij in een jute zak gekleed, wanneer dat had gemoeten. Ik was opgelucht dat ik Pam bij Renato kon achterlaten, die Stefano als getuige had uitgekozen.
Nadat de geestelijke zijn magie had uitgevoerd en die ceremonie dus over was, vertrok het bruidspaar en de directe familie in limousines naar het restaurant. Alle duizend genodigden zouden in bussen naar het restaurant vervoerd worden, zodat de families elkaar konden controleren dat er zich geen onbekenden tussen de gasten mengden. Limousines anders dan die van de familie zouden niet toegelaten worden.
Bij het restaurant aangekomen was er geen spoor van de SAS mannen. Wel stond er al zo’n twintig man gewapend beveiligingspersoneel. Camorristi.
Terwijl Pam en Renato, Stefano met zijn vrouw de Tarantella dansten, omringd door hun familie die anti-klokwijs om hen heen dansten werden de eerste bussen met gasten nu verwacht.
Op het moment dat de eerste bus met gasten de parkeerplaats opreed, klonk er een luide ontploffing in de verte. De deuren van de bus openden zich en dertig gewapende Vangenati duwden de gasten als gijzelaars voor hen uit. Het was mij onmiddellijk duidelijk wat er gebeurd was: de eerste bus was in de heuvels gestopt door de Vangenati. Zij hadden de inzittenden overweldigd en gebruikten dezen nu als gijzelaars. Daarna hadden zij de weg opgeblazen, zodat er geen bussen meer doorkonden. Wat een ‘fucking fuck-up’
Siobhán, gewapend met een MAC-11 en gekleed in een zwarte overall, stapte uit de bus en gaf de Vangenati bevelen, die onmiddellijk de twintig gewapende Camorristi neerschoten.
“Blijf kalm en er vallen niet meer slachtoffers,” zei de razorqueen tegen Lucio, “Verzet jullie, en wij vermoorden jullie allemaal. Duidelijk?”
Lucio knikte, en herhaalde het verlangde tegen de twee families, terwijl de Vangenati alle strategische posities innamen.
“Zo,” zei Siobhán, “Het gaat om Pam en die Dutchfuck. Je laat ons hen meenemen en niemand overkomt verder wat. Is dat een deal?”
“Nee,” zei Renato, “Dat is geen deal. Pam gaat nergens heen.”
Hij trok een Beretta van zijn rug en richtte dat op het hoofd van Siobhán. Deze blikte of bloosde niet, maar zei: “Wel, ik houd van galante mannen. Denk jij dat je Pam beschermen kunt, scugnizzo (straatjochie)?”
“Ik denk dat ik een heel eind kom,” zei Renato, “Jij sterft als eerste.”
“Okay, dat willen we niet. Ik doe je een voorstel, scugnizzo, wij vechten om Pam. Als jij wint, dan laten wij haar gaan. Als ik win dan nemen wij haar mee. You, scugnizzo, say fucking what?”
“Doe het niet Renato,” schreeuwde Stefano, “Houdt het pistool op haar gericht, maar let op: ze is razend snel! Je kunt niet van haar winnen.”
“Noem mij geen ‘scugnizzo’ stronthoer. Ik vecht je wel. Met een arm op mijn rug gebonden als het moet!”
“Lucio,” schreeuwde Franco nu, “Verbied hem te vechten. Je verliest je zoon!”
Lucio verkeerde in tweestrijd, maar zei: “Renato is zijn eigen man, hij is een man van eer. Ik kan hem niets verbieden wat zijn vrouw betreft. Hij is hoofd van zijn eigen gezin.”
“Genoeg van het peetvadershit,” sneerde Siobhán, “Kom je nog vechten, scugnizzo?”
Zij maakte Renato met opzet woest, zodat hij in het gevecht door zijn emoties, in plaats van zijn verstand geleid zou worden.
Renato gaf het pistool aan zijn vader, terwijl hij het op Siobhán gericht hield. Daarna ontkleedde hij zich tot op zijn boxershorts, en vroeg: “Wapens?”
De vrouw haalde onverschillig haar schouders op en zei: “Jij mag kiezen, scugnizzo”.
“Curtielle,” koos Renato voor messen.
Siobhán vuurde een kort salvo uit haar MAC-11 in de grond voor de muziekband, en schreeuwde: “Musica! Tarantella Napolitana!”
Terwijl de band aarzelend begon te spelen, trok Siobhán razendsnel haar overall uit. Zij was gekleed in een zwarte sportbeha en een zwart leren bikinibroekje. Zij droeg een leren rugholster met drie scheermessen erin.
De man en de vrouw naderen elkaar en draaiden om elkaar heen. Renato hield het mes achterstevoren vast, zodat hij niet bij de pols gegrepen kon worden. Het vechtende paar draaide nu sneller om elkaar heen en terwijl de muziek de Tarantella Napolitana speelde, schopte Siobhán naar Renato’s maag. Renato wilde wegdraaien, maar Siobhán draaide zich weg en richtte de schop achterwaarts omhoog…, die Renato vol op zijn kin trof. De jonge Camorrista ging neer voor een moment. Hij schudde zijn hoofd, en stond weer op.
Het gevecht ging door…, maar niet voor lang. Gedurende het draaien, trapte Siobhán met haar hak tegen Renato’s knie, die daar prompt doorheen zakte, om weer een schop op zijn kin te krijgen. Renato ging weer neer. Siobhán speelde met hem, zij was te snel…, te goed. Ze zou Renato aan riemen snijden.
“Stop dat gevecht!” gilde Judith
Renato kwam weer omhoog, om prompt in zijn bovenbenen geschoten te worden door Stefano, zodat zijn vriend niet meer vechten kon.
“Wil je vechten met mannen, Keltische kankerbak?” beledigde Stefano haar afkomst opzettelijk, “Kom, laten wij het nog eens proberen. Deze keer ben ik voorbereid. Ik verlies en jij krijgt Pam en mijn oom. Wat denk je, Schotse schapenkut?”
Siobhán dacht even na, en zei toen: “Jij verliest en ik neem jouw vrouw ook mee. Durf je dat, finocchio? (poot)”
“Doe dat niet, Stefano,” zei zijn vader.
Terwijl ik voor Judith vertaalde waar het nu om ging, kleedde Stefano zich uit. Hij koos voor een gevecht met blote handen, maar Siobhán weigerde afstand te doen van haar scheermessen.
“Ook goed,” zei Stefano en gaf razendsnel Siobhán een klets op haar wang. Nu was het Stefano die zijn tegenstander onder emoties wilde laten vechten.
De ogen van Siobhán werden zo transparant als glas, en haar gezicht verstrakte. Zij pakte drie scheermessen en stak er één geopend in haar mond.
“Stefano,” schreeuwde ik, “Vecht van een afstand, want het scheermes in haar mond is het gevaarlijkst. Let op, vriend.”
“Musica!” schreeuwde Stefano naar de muziekband, die prompt weer begon te spelen.
Stefano begon een Tarantella om Siobhán heen te dansen, en het moment dat zij uithaalde met één van de scheermessen, richtte Stefano zich op en draaide om haar heen als een flamenco danser. Het volgende moment trapte Siobhán en Stefano draaide onder haar schop door en stompte haar hard in haar kruis.
“Vermoord dat sekreet,” zei ik tegen Stefano.
Stefano draaide en danste om Siobhán, die duidelijk haar krachten aan het sparen was. Toen Stefano zich in haar armen draaide en met zijn ellebogen achteruit, in Siobhán’s maag stompte, liep hij twee sneden in zijn armen en één in zijn achterhoofd op.
“Stefano, ga niet vechten met haar. Vermoord haar gewoon. Je hoeft geen heer te zijn.”
Het gevecht ging door voor een half uur. Stefano had haar ieder moment kunnen doden, maar hij wilde haar uitputten, zodat zij door zichzelf verslagen werd en aldus openlijk geminacht zou worden. Toen Stefano tijdens een cirkelslag Siobhán weer razendsnel een klets op haar andere wang gaf, draaide Siobhán haar gezicht en sneed Stefano’s hand open. Hij zou die hand niet meer kunnen gebruiken, en hij bloedde nu hevig uit verscheidene wonden.
“Waarom maakte Stefano haar niet eerder dood. Hij is veel beter dan die bitch?” vroeg Judith, in het Engels, aan Stefano’s vrouw Donatella.
“Mijn man is een man van eer,” huilde Donatella wanhopig, “Hij vindt het beneden zijn waardigheid om een vrouw te doden.”
“Oh, is dat alles?” vroeg Judith, die haar tasje opende, “Nou, ik heb geen last van die principes, Donatella.”
Judith pakte de Sig P230, liet het tasje vallen, ging in spreidstand staan, richtte het wapen met twee handen en schoot Siobhán twee keer door haar voorhoofd, die ter plaatse in elkaar zakte.
“Brutta putana vigliacca (Smerige laffe hoer),” brulde de leider van de Vangenati, die zijn pistool op Judith richtte. Ik greep de P230 uit mijn rugholster en Judith draaide zich vanuit haar heupen om naar haar belager. We waren beiden veel te laat!
Het hoofd van de Vangenati spatte uit elkaar als een rijpe watermeloen. Even later klonk de scherpe knal van een schot, vanuit de heuvels.
Op hetzelfde moment klonken er een aantal ontploffingen om ons heen. De grond scheurde op verschillende plaatsen open. Sommige gaten openden zich om het traangas te laten ontsnappen, uit de andere gaten doken ingegraven SAS mannen op, die gasmaskers droegen en Minimi Para Sub Machinegeweren in hun armen hielden.
Uit de heuvels kwamen nu twee groepen van twee SAS mannen. Terwijl de eerste groep naar beneden rende, dekte de tweede groep de eerste door een spervuur over de hoofden van de bruiloftsgasten te leggen, die zich prompt op de grond lieten vallen. De twee SAS commando’s wisselden elkaar zo af, maar de Vangenati bleven staan en maakten zich klaar om aan te vallen. De Vangeli waren uiteindelijk ook professionals, anders waren zij nimmer zo hoog in de rangen van de Sacra Corona Unita gestegen.
Negenentwintig Vangenati tegen acht SAS commando’s, leek een ongelijke strijd te zijn. Inderdaad, want professionals of niet, de Vangenati waren geen partij voor acht SAS elite soldaten, die Minimi’s en C8 geweren droegen. De hiervoor ingegraven SAS commando’s schoten met hun Minimi’s achthonderd schoten per minuut af, terwijl zij granaten gooiden naar concentraties van Vangenati. Tweeëndertighonderd kogels per minuut dreven de Vangenati de heuvel op, om daar uitgepikt te worden door de C8’s van de vier SAS commando’s. Zoals gezegd was het een ongelijke strijd en Franco, Lucio, Umberto en ik maakten ons nuttig door aangeschoten Vangenati naar de eeuwige wijnvelden van Puglia te schieten.
Later, veel later vroeg Geordie: “Stefano, waarom doodde je die vrouw niet gelijk. Het had in twee minuten over kunnen zijn.”
Stefano lachte verlegen, en zei: “Ik bemin vrouwen, ik vermoord ze niet. Ik vond haar ook erg goed, moet ik zeggen.”
“Aaah, maar een kogel uit mijn SAS cadeautje kon zij niet terugkoppen,” zei Judith flegmatiek.
Iedereen lachte. Renato, die met een van pijn vertrokken gezicht op een houten bank lag, vroeg: “Stefano, je hebt mijn leven gered, maar ik ben mijn eer verloren. Hoe ga ik verder? Kan ik naar Bresia komen, zodat jij mij leert?”
“Renato, carissimmo. Als ik je leven niet gered had, dan had je je eer, plus je leven verloren. Je vocht tegen een goede, maar eerloze vijand. Het was niet bestemd dat je bruiloft tevens je begrafenis zou worden. Een beetje jong om nu al weduwe te zijn, jouw Pam, nietwaar?”
Lucio liep naar Franco. Het leek wel of de twee mannen met koordjes aan elkaar verbonden waren. Beiden pakten het Napolitaanse ‘curtiello’ (mes) uit hun zak. Beiden sneden hun handpalmen open en beiden schudden elkaar de hand, zodat het Napolitaanse en Bresciaanse bloed zich vermengde.
“Sangue della mala (Bloed van de onderwereld),” zeiden beide oude gangsters tegelijk, waarna ze elkaar kusten. Franco bleef mensen aan zich binden. Vroeger deed hij het zelf met zijn weergaloze moed, eer en respect. Nu leefde hij al voort in zijn zoon, die nog veel beter was. ‘God, wat moet het fijn zijn om een Stefano te zijn,’ dacht ik.
“God, it must be good to be fucking you, Steffie,” zei Geordie.
“God, it must be good to be fucking you, Steffie,” echoede het SAS team.
Stefano was een trotse man. Stefano was ook een nederige man. Hij ging het SAS team langs en omhelsde de mannen één voor één.
“Dat is twee keer dat jullie een gangster uit Brescia hebben geholpen. Ik sta voor eeuwig bij jullie in de schuld.”
“Stefano,” zei Danny, “Wij staan bij jou in de schuld, en laat mij dat opnieuw verwoorden. Wij staan bij je vader in de schuld. Wij zijn onderdeel van een apparaat. Wij genieten van wat wij doen. Jij bent de man die door je vader gemaakt is, en je bent zo goed als een ieder van ons, en beter. Vraag je vader of hij bloedbroeder wil worden met onze teamleider.”
Franco had het verstaan. Uiteindelijk was hij een Noord Italiaan. Hij nam zijn ‘curtiello’ en Geordie nam zijn SAS mes. Beide mannen sneden in hun handpalmen, schudden elkaar de hand en omhelsden elkaar.
Intussen was de weg hersteld en de bussen kwamen één voor één binnen. Duizend bruiloftsgasten. Het werd een feest en ik houd niet van feesten. De SAS mannen zijn gek op feesten. Is het niet gek hoe Napolitaanse gangsters SAS mannen accepteren, vereren en in de watten legden… met hun bivakmutsen op? Dat zijn Napolitanen! Dat is geen Paul de Leeuw fucking riff raff!
Renato weigerde om naar het ziekenhuis gebracht te worden, en Pam week niet van zijn zijde…, wel voor een momentje…, ze ging naar Stefano, die haar adoreerde vanaf moment één. Zij bedankte hem op een manier die tranen in de ogen van Stefano’s vrouw, Donatella, bracht.
Toen liep zij naar Judith. De vrouwen begrepen elkaar zonder woorden. Zij omhelsden elkaar en dat was een einde aan de sentimentele fuckshit.
Tien dagen later zat ik met Judith tegenover kolonel Peter Warren van regiment 22. De SAS!
“Jan, ik heb van Geordie begrepen dat de operatie een succes is geweest. Ik begrijp ook dat sommige van mijn mannen verbonden hebben gesloten met jouw vrienden. Ik wil echter dat jij begrijpt dat wij niet helemaal van de pot gerukt zijn. Die Dirty Bomb in Milaan moet jou wel heel goed uitgekomen zijn, want anders had je negentig Vangeli op de bruiloft gehad. Jan, je hebt het respect van al mijn mannen, ik ben geen opsporingsbeambte, maar stop met die nucleaire flipshit, want de hele wereld komt achter je aan. Denk niet dat wij niet weten hoe het zit met de Illuminati en de Free fucking bastard Masons. Jan, het duurt al zesduizend jaar, Wat kunnen wij doen, vriend?”
“Mij best, kolonel, mij best. Ik moet mij iedere dag scheren, en ik zie mij dus iedere dag in de spiegel. Ik wil mijzelf niet gaan haten, kolonel. Ik ben een simpele ouwe pooier, maar ik heb mijn eigen waarden.”
De kolonel keek mij aan met ogen die begonnen te glanzen, en zei: “Jan, over een maand hebben wij een groot feest. Niet eens de ministers zijn uitgenodigd. Kom jij met Judith? Ik zou het als een eer beschouwen.”
Ik keek naar Judith voor haar toestemming. Alleen zou ik niet gaan. No fucking way!
“Is het spannend, kolonel?” vroeg mijn sopraan.
“We maken het spannend, Judd! We leren je een Apache helikopter vliegen!”
“Big fucking deal,” zei Judith, “Ik slaap liever in een hotelkamer met een ketting op de deur!”
Wordt vervolgd want de Illuminati stoppen nooit...
|