|
De raad hierboven was goed genoeg, maar had ik hem echt niet nodig. Ik kon liefhebben. Ik wilde liefhebben, maar wat ik niet fucking wilde, was door één of andere ‘sugarcougar’, 'chatrat' of 'botoxbitch' -die ver voorbij hun ‘fucking sell by date’ waren- met een natte vinger op hun scorebord geplakt word-en.
Nog minder was ik geïnteresseerd om het proefwerk van, een ‘jonge’ in Ghana gestationeerde, ‘sham scammer’ te worden, door hun, met seks doorspekte tripeshit, te lezen, dat alleen bedoeld was om hun slachtoffer op te winden. Op te winden? Dat is toch fijn? Ja, maar niet als je denkt een vrouwelijke uitvinding gedaan te hebben, die ‘alleen maar even wat geld voor een paspoort en de reis’ nodig heeft, om voorgoed bij je tussen de fucking lakens te belanden. En al helemaal niet als je later uitvindt dat je met een grote, dikke, zwarte Ghanese Afrikaan uit Akkra hebt zitten chatten.
Nadat ik mijn eerste liefde, Irene, naar Italië had teruggestuurd, had ik voorlopig mijn bekomst van verliefd zijn, of het emotioneel betrokken raken. ‘Fuck’, het had mij al genoeg fucking moeite gekost, om mij psychisch op het niveau te brengen, waar ik nu was. Om niet depressief te raken door mijn verdriet en malende gedachten, had ik mij met alle energie en toewijding gegooid op het vervolmaken en afronden van mijn autobiografie. Daardoor had ik gedurende de dag tenminste wat verstrooiing en afleiding..., van de altijd aanwezige gedachten aan Irene. Maar gedurende de nacht kwam het verdriet, en het kwam niet fucking half.
Toen ik besloot mijn boek te laten proeflezen door vrouwen die op een datingsite stonden, begon er wat meer kleur in mijn leven te komen. In tweeënhalf jaar heb ik meer dan tachtig vrouwen bij mij over de vloer gehad. Sommigen waren al klaar om bij me in te trekken. ‘Yeah right!’ Ik vond het heerlijk om voor ze te koken, met ze te eten en veel te drinken, maar de meesten wilde ik nog niet bewerken met de slappe trots van de buurman. Hoewel ik van al die schatten, die mij geholpen hebben met mijn boek, er niet één wens te denigreren, moet ik stellen dat nagenoeg alle vrouwen het ‘handje pepermuntjeshit’ al ingecalculeerd hadden, nog voordat zij van huis vertrokken.
Goed, ik ben ook een liefhebber van die ‘fuckshit’ maar niet ‘by fucking appointment’. Ik laat liever wat over aan de atmosfeer, de fantasie, en de verrassing. Maar goed, het vlakte in ieder geval mijn verdriet weer wat meer af, want er zaten ook echte leukerds tussen. De tegenstrijdigheid was echter dat ik met hen het snelste kapte. Bang om verliefd te raken. Panisch om weer van een vrouw te gaan houden.
De conclusie van het bovenstaande is dus eenvoudig: ik wilde vrouwen, maar ik wilde niet meer verliefd worden. Twee keer in mijn leven was meer dan genoeg geweest.
Terwijl ik mij nu even op Knuz verscholen had achter mijn knappe Russische bodybuilder fakeprofiel, zat ik door de ‘fucking die-hard’ oude knuffelbuffels en huppeltrutten te graven. Het was een hopeloze zaak aan het worden, want ik had het gevoel dat ik over de bodem van een lege fucking harington zat te schrapen. De datingsites waren echt terrein aan het verliezen aan de gratis chat- en contactsites zoals Hyves, Tagged, Netlog en fucking Badoo, de ‘fucking rip-off site’.
Nee, ik zit niet gewoon maar wat aan te schelden, let op hoe ik dat Badoo aan de kaak stel, want die gebruiken wel zeer onorthodoxe methoden om het nietsvermoedende klootjesvolk hun fucking molm af te pakken. Dat zal mij verder een zorg zijn, maar als ze het met mijn ‘besjoete’ ook doen, dan komt er inderdaad een reactie.
Een reactie, die Badoo zal nopen mij een proces aan te doen en wat voor fucking mooiere reclame is er voor mijn boek en mijn verhalen, dan zo’n proces, aangespannen door een zootje van die Internetgieren? Ik loop nu echter op de zaken vooruit, want dit zal in de toekomst gaan spelen.
Aangezien Knuz een gratis datingsite was, kon je ook verwachten dat de reacties van de venijndiva’s, die de veertig al gepasseerd waren, er niet om logen. Ze likten allemaal hun gerimpelde, of opnieuw gebotoxte lippen af, bij het zien van het lichaam van mijn alter ego, ‘Buck the Musclefuck’. Maar als ze dan mijn profieltekst lazen, en daaruit concludeerden -want begrijpen, deden ze het niet- dat ik geen fucking pension runde voor verwelkte geranium-gilfs, dan gingen de aliteraire spraakpleten even open.
Ze gingen zo wijd open dat de botoxlippen barsten en de gerimpelde labia oralis ineens geen strijkbout meer nodig hadden. Ze konden zich dat permitteren, want ze hadden geen betaald abonnement te verliezen. In het geval dat ze van de site afgerot werden, maakten ze gewoon even een nieuw profiel aan.
Niet erg respectvol tegenover vrouwen? Ik heb het hier over de venijndiva’s en de harpijen..., niet over vrouwen. Die status hadden zij vrijwillig opgegeven toen zij besloten op hun veertigste, dat zij hun levens verknoeid hadden met bankhangende, zappende, bierzuipende, luie ‘dumbfucks’ van echtgenoten. Twintig jaar hadden ze alle shit geaccepteerd, maar nog niet waren de volwassen koters bij de mat van de voordeur, of de giftige grieten sloten zich aan bij hun even zo venijnige, vrijgezelle vriendinnen. De monsters besloten dat ze hun vergane glorie nog wel even op konden leuken, met een ‘make-over’ in de uitverkoop en een colafles vol met botox en/of siliconen.
Hun slogan hoorde ik mijn ex-schoonmoeder dertig jaar geleden al krassen: ‘Als ik ooit weer een vent neem, dan moet hij oud en rijk zijn’. Ja hoor, en varkens kunnen vliegen. Ik vroeg mij wel eens af hoe, en waar deze venijndiva’s, na een twintig jaar ‘trouw en monogaam huwelijk’, ineens deze commerciële instincten hadden ontwikkeld. Het deed mij ergens aan denken, al herinner ik mij niet zo snel wat. Het had iets met boeren te maken, maar ik heb altijd moeite met het uitspreken van de ‘h’ gehad.
De taal en het giftige venijn dat zij spuiden was een genot om te mogen lezen. Als ik niet echt veel te doen had, dan wakkerde ik het vuurtje nog wat aan door hun te vragen of ze misschien analfabetisch, of dyslectisch waren.
“Heb jij dit helemaal zelf geschreven, of hebben je vriendinnen van de tupperware- of lingerieparty je daarbij geholpen?” informeerde ik dan beleefd.
Ik wilde dat ik dan hun gezichten kon zien, aangezien ik nimmer draken had aanschouwd die vurige vlammen inslikten, en daar zelf bijna in stikten. Genoeg hierover, in het volgende verhaal schrijf ik even over de ex-echtgenoten van de hierboven beschreven species. Geloof me, dat liegt er ook niet om. Hoe ik dat weet? Wel, ik heb ook als vrouwelijk fotomodel op een datingsite gestaan, maar ook dat is een verhaal voor later.
Ik had net besloten om uit dat Knuzshit te loggen toen Skype zich melde met een beltoon. Ik keek op mijn andere computer. Lilianalavera. Geen bekende, maar het klonk Italiaans. Ik besloot het gesprek aan te nemen met een: “Hallo?”
“Pronto, parlo con, Gian? (Hallo, spreek ik met Jan?),” klonk een vrouwenstem.
“Gian, chi? (Welke Jan)”
“Gian Teeraak!”
Ik legde de vrouw uit dat zij mij gebeld had, dus dat zij mij zou vertellen met wie ik sprak.
Het was even stil..., toen klonk een mannenstem: “Ik heb mijn nichtje dit gesprek laten doen, want ik weet niets van computers. Kent u Anouk?”
De naam veroorzaakte een neuronen-explosie in de synapsen van mijn hersens. In een flits werd het hele Flash geheugen gedumpt in het werkgeheugen. Ik zag het verhaal Anouk, in een paar milliseconden aan mijn geestesoog voorbij trekken. ‘Flashback fucking bigtime’.
Anouk. Ik wist wel wie Anouk was, maar ik wist niet of Anouk... nog was. Ik wist niet of zij dood was, of nog leefde. Anouk was zeventien jaar toen ik haar goed leerde kennen, twee jaar geleden. Zij was de dochter van mijn vermoorde vriend Ennio.
Ennio, een Italiaan van geboorte, hielp Franco en mij op een moment, dat wij een controverse hadden met de ‘mob’ uit Milaan. Hij was door hen ingehuurd om Franco en mij te vermoorden, maar Ennio won altijd eerst informatie in, over zijn potentiële slachtoffers. Wanneer de ‘job’ hem niet aanstond, dan voerde hij die ook niet uit.
In het geval van Franco en mijzelf, lag het morele en economische gelijk volkomen aan onze kant, dus Ennio ‘cancelde’ de job. Daar er nu een contract op hem werd gezet door Milaan, kwam hij met Franco en mij in Brescia werken. Toen ik later naar Holland terug vertrok, kwam Ennio met mij mee. Hij trouwde daar met een Hollandse vrouw, en uit dat huwelijk werd Anouk geboren. Ennio vroeg mij als peetvader voor Anouk en wij bleven vrienden voor het leven. Ennio, eenmaal getrouwd, werd zeer selectief; hij accepteerde nu alleen nog de grootste contracten, die hem over de hele wereld voerden. Hij was tevens contractmoordenaar voor de Europese vestigingen van ‘La Sistema’ (de Camorra).
Anouk’s moeder stierf toen Anouk nog een kleuter was. Ennio verafgoodde zijn dochter en was vader en moeder tegelijk voor haar, wanneer hij niet op karwei was. Door zijn korte, heftige, maar zeer ruim betaalde opdrachten, was hij in staat om zijn dochter alles te geven, waar zij in het leven maar behoefte aan kon hebben. Hij verwende haar, maar hij verpeste haar niet.
Toen Anouk zeven jaar oud was, begon Ennio haar alles te leren over mensen, en hoe zich tegen hen te beschermen. Het meisje was een talent, en omdat haar vader een superintelligente man was, kon zij op haar zeventiende jaar op een mensenkennis bogen, waarop menige veertiger jaloers zou zijn. Zij sprak vier talen vloeiend en zij kon met vele handvuurwapens en messen omgaan. Zij kon doden met een spijker, een ballpoint, een puntkam, een opgerolde krant, een kredietkaart en nog vele andere normale voorwerpen. Dat was toen ik Anouk weer ontmoette. Het was van Anouk dat ik hoorde dat haar vader, mijn oude vriend Ennio vermoord was.
Op een avond kwam ik thuis en terwijl ik de voordeur ontsloot, hoorde ik een stem achter mij vragen: “Bent u Cajun?”
‘Dus, na al die tijd hebben ze mij toch gevonden,’ schoot het door mij heen, terwijl ik mij omdraaide en zijwaarts liet vallen, de Sig Sauer P226 X-FIVE uit mijn rugholster trok... en op een jong meisje richtte.
Cajun was het alias waaronder ik altijd in Italië gewerkt had. Niemand, behalve Lino, Franco, Lucio en Umberto had ooit geweten wat mijn echte naam was.
“Wie ben jij, meisje?” vroeg ik verbaasd, terwijl ik opkrabbelde en het wapen wegstak.
“Mijn naam is Anouk. Ik ben de dochter van Ennio.”
Ennio, alhoewel hij mijn echte naam wist, prefereerde het om mij Cajun te noemen, daar ik ook zo in zijn agenda stond. ‘Des te minder mensen van onze relatie weten, des te beter het is’, zei hij altijd.
“Werkelijk? Hoe is het met je vader? Ik heb hem al een tijdje niet meer gezien.”
Anouk begon te huilen, en zei: “Mijn vader is dood, Cajun. Hij is vermoord als een dolle hond.”
Dit huilen zou de enige emotie zijn, die ik voor een zeer lange tijd van Anouk te zien zou krijgen. Ik aanschouwde de tranen van een engel. De Engel des doods!
“Anouk, kom binnen, meisje,” zei ik, geschokt. Ontdaan door het huilen van het kind en geschokt om de dood van mijn vriend te moeten vernemen. Anouk zag er smerig en verwaarloosd uit en het zou mij niet verbazen, wanneer zij in dagen geen behoorlijke maaltijd had gehad, om van een bad nog maar te zwijgen.
“Ben je dakloos, Anouk? Je vader moet je toch gezegd hebben dat je mij altijd op kon zoeken, wanneer je in nood zat? Ik ben je peetvader.”
“Nee, ik ben niet dakloos, Cajun, maar na de crematie van mijn vader in Italië, ben ik gaan zwerven. Ik had niemand meer, ik was van niemand en ik hoorde bij niemand. Ik wilde ook nergens meer bij horen. Ik wilde naar een absoluut dieptepunt in mijn leven, een dal waar ik uit moest klimmen, of zelf ook sterven. Ik heb besloten dat ik nog leven wil. Nog even, en dan ga ik naar mijn ouders toe.”
Ik luisterde naar wat zij zei, maar ik wilde er niet over horen. Niet meer. Niet weer! Iedere keer herhaalde de geschiedenis zich. Het leek wel of ik in een ‘fucking' reïncarnatie van mijzelf leefde. Echter, ik kwam iedere keer terug als de dezelfde ‘fucking junk-yard dog’, die mensen bij hun problemen moest helpen. Hoe lang nog? Met Anouk was de dood weer in mijn leven gekomen, het sterven nam weer bezit van mij en weer zou ik de man met de fucking zeis in zijn gezicht moeten spugen. Net zo lang tot er niets meer te spugen was, en ik ook kapot was. Dat was blijkbaar de boete die ik moest doen. Boete voor een leven in welk ik persistent geweigerd heb te conformeren. Een leven in welk ik mijn eigen man ben geweest en waarin mijn grootste misdaden zijn geweest mijzelf, mijn vrienden en degenen die mij dierbaar waren te verdedigen, en te helpen.
“Heb je honger?” vroeg ik, toen ik voor het kind een kop koffie had gemaakt.
Het meisje knikte zwijgend.
Ik besloot om Anouk eerst op haar gemak te stellen, en daarna pas met mijn vragen te komen.
“Anouk, ga naar boven, neem een bad en fris jezelf op, lieverd. In de kasten vind je wel wat kleren van vriendinnen van me. Er zit wel wat bij dat je past. Kom, je voelt je dadelijk een stuk beter, let maar op. Je hebt een vriend, Anouk. De vriend van je vader. Mijn vriendschap eindigt niet bij de dood.”
“Wil je een glas wijn, Anouk?” vroeg ik, toen wij later aan tafel zaten.
“Ik drink nooit, Cajun,” antwoordde ze.
“Kom, noem mij Jan,” zei ik, “Dat is mijn echte naam.”
“Dat weet ik, maar mijn vader sprak altijd over u als Cajun. Enkele weken voordat hij vermoord werd, zei hij: “Ga naar je peetvader, mijn vriend Cajun, als mij ooit iets mocht overkomen. Hij had mij natuurlijk verteld wat uw echte naam was, maar als u het niet erg vindt, noem ik u Cajun. Het herinnert mij aan mijn vader. Ik hoor dan zijn stem.”
Ik kreeg tranen in mijn ogen, en vroeg: “Hoe is je vader aan zijn einde gekomen, Anouk?”
“Hij kreeg een contract van een splintergroep van de Sacra Corona Unita aangeboden. Die hebben hem opgezet en als een dolle hond neergeschoten. Ik wist natuurlijk wat mijn vader deed, maar de manier waarop dit gebeurd is, kan ik niet accepteren. Mijn vader heeft mij financieel goed verzorgd achtergelaten, dus ik heb geen geldgebrek. Ik kan voor alles betalen. Ik wil u vragen om mij een tijdje bij u te laten wonen, want in naam van uw vriendschap met mijn overleden vader, wil ik u vragen mij te leren, waar mijn vader nooit aan toe is gekomen.”
Het viel mij op dat het kind sprak als een volwassene. In feite, zij sprak zoals de meeste volwassenen nimmer zouden kunnen spreken.
“Je zegt dat je het niet accepteren kunt, Anouk, maar wat kun je er in hemelsnaam aan doen, lieverd? Dit is te groot voor je, ook al heb je veel geleerd.”
“Mijn moeder is dood, mijn vader is vermoord. Ik ga er aan doen, wat ik er aan doen kan. In het ergste geval kom ik om, maar dan zal ik weer met mijn ouders herenigd zijn, Cajun. Wilt u mij helpen?”
“Ja, ja, natuurlijk. Ik doe wat je wilt, en ik leer je wat je wilt, maar je kunt niet in je eentje wraak gaan nemen. Dat red je nimmer. Wat is het dat je leren wilt, Anouk?”
“Ik heb een plan. Ik wil alles leren wat ik weten moet om met computers te werken. Ik wil de basics van server-side programmeren, zoals Perl, Ajax of PHP leren. FTP en website programmeren en ontwerpen. Het gebruik van spoof IP nummers en proxies. Ik wil een Cyberpirate worden. Verder wil ik...”
“Jezus, Anouk, zo te horen weet je al alles,” verbaasde ik me.
“Nee, ik heb mij alleen in de structuren verdiept. Verder zou ik meer willen weten over manipulatie, intrigeren, improvisatie en alles wat u de moeite waard vindt om mij te leren. Hoewel ik nog maagd ben, wil ik toch leren, hoe ik seks als wapen kan gebruiken. Ik weet van mijn vader, dat u een man van eer bent. Ik vertrouw u dus.”
“Anouk, voor wat betreft het digitale gedeelte, zal ik je leren wat ik kan. Het seksgedeelte ligt heel erg moeilijk. Wat ik zal doen is de theorie, die voor jou belangrijk is, met je doornemen. Jij schrijft dat op en probeert het maar met iemand uit, wanneer je daar klaar voor bent. Er is echter nog iets.
Je vader heeft je uitstekend opgeleid. Je bent een zeer capabele jongedame. Het punt is, dat bij jou alles gericht is op het offensieve. Je wapenkennis, zowel als je dodelijke aanvalstechnieken. Je moet jezelf echter leren verdedigen tot in het extreme. Je moet kunnen aanvallen vanuit een verdediging, want als je alleen maar aanvallen kunt, hoeft er niet veel mis te gaan, en je bent dood.
Dat kickboksen dat je hebt geleerd, zal je van weinig nut zijn. Je gaat niet in de clinch met een man. Je wilt een killer worden, dus het spel heet ‘afmaken’, dus doden..., en zo snel mogelijk. Het hoeft niet mooi zijn, als het maar snel en efficiënt is. Een doorgesneden halsslagader is doelmatiger dan een low-kick op een dijbeen. ‘Fuck that shit, Anouk’.
Een kickboks, MMA of wat voor martial arts gevecht ziet er mooi uit in de ring, de kooi of in de dojo. Een ‘killing’ is precies dat, wat het zegt: een ‘fucking killing’ en het is niet ‘fucking' mooi; het is 'fucking' lelijk en zo moet het ook zijn. Er zijn momenten dat je leven in echt gevaar kan zijn en dan ga je niet mooi vechten. Je doodt, en je gebruikt dan naast je MMA de meest elementaire straatgevechtstechnieken. Een vinger in iemands oog, een kopstoot, een open handslag onder het neusbeen, iemand zijn strot breken, zijn testikels verbrijzelen, zijn knieschijf naar beneden trappen, enzovoort. Alleen het resultaat telt. Zie je de rede in wat ik zeg? Wil je mij daar gelijk in gegeven, Anouk?”
Ze knikte, en zei: “Ja, ik moet... en wil nog veel leren, Cajun.”
“De naam is Stefano, en hij is de zoon van mijn andere vriend. Hij is tevens mijn peetzoon. Hij zal je compleet maken. Wat Stefano je niet kan leren, bestaat niet. Daarna ga je naar Lucio en Umberto in Napels, die leren je de plaatselijke mentaliteit, de gewoontes en de juiste filosofie van de Camorra, en andere identieke organisaties. Anders ben je als een Chinees is een kashba. Zonder dat kom je ook nergens. Ik ga je geen dingen leren waar je niets aan hebt, omdat je toch vermoord zult worden.
“En ik kan uw vrienden echt vertrouwen, of is dat een respectloze vraag?”
“Les één: Ja, ik zou ze nooit aanbevelen als ik ze niet met mijn leven vertrouwde. Ik denk dat Stefano, Lucio en Umberto mij al zo’n tien keer van de dood gered hebben. Je moet leren wie je wel, en wie je niet kunt vertrouwen. De regels zijn simpel, en in dit geval geldt: ‘vertrouw nooit iemand, tenzij je door iemand die je wel kunt vertrouwen wordt gezegd dat de persoon in kwestie te vertrouwen is.’ Iemand die het goed met je voor heeft, zal je nimmer iemand aanbevelen..., tenzij hij daarvoor persoonlijk -en met zijn leven- garant wenst te staan.”
“Het spijt mij,” zei Anouk.
“Het is cool, lieverd, “Anouk, wil je dat ik mee ga? Ennio was een heel goede vriend, ik heb weinig te verliezen en ik kan je helpen. Wat denk je?”
”Je doet al genoeg voor mij, Cajun en ik kan je niet genoeg bedanken. Het is jouw probleem niet. Ik moet dit zelf doen.”
De volgende maanden wijdde ik aan Anouk. Gedurende de dag onderwees ik haar. Ik wisselde de lessen af, zoals ze in een school zouden doen, althans in mijn tijd. Twee uur IT. Twee uur psychologie en de applicatie daarvan. Dan kookten wij samen en genoten het middagmaal. Daarna spraken wij over seks. Ik denk dat ik nerveuzer was dan Anouk in het begin. Hoe praat je met een zeventienjarige over seks? You fucking don’t. They tell you! Anouk was zo relaxed en cool over seks, het leek wel of ze dertig jaar de hoer had gespeeld. Ze stelde mij op mijn gemak. Toen wij eenmaal elkaars ritme en ‘quircks’ hadden gevonden, werd het voor mij ook een heel nieuwe ervaring.
“Nooit, nooit Anouk, laat je aan een man, die in je strijdplan ligt, merken dat je genoten hebt van de seks. Als ze van je af stappen, om het maar even klinisch te stellen, moeten zij twijfelen, of zij als man nu wel of niet voldaan hebben. Een man moet onzeker blijven. Zolang ze onzeker zijn, kun je ze controleren en manipuleren. Als ze zeker van een vrouw zijn, dan neemt de man de controle. Manipuleren kunnen ze meestal niet, die zotten.”
“Moet ik een gevoel faken dan?”
“Je moet weinig geven voor wat je krijgt, het is moeilijk, maar niet onmogelijk. Hij zal je vragen: ‘Was het voor jou ook goed?’
Dan zeg je half onzeker: ‘Ja hoor, best wel.’
‘Maar je bent niet klaargekomen?’
‘Nee, dat niet, een paar keer bijna, maar dan stopte je weer met wat je goed deed’
Zo houd je hem voortdurend op zijn tenen, en jij houdt de controle.”
Zoals in het voorbeeld hierboven, sprak ik met Anouk over seks. Ik merkte dat ik ook weer aan het leren was, want nimmer zou ik met een vrouw expliciete seks bespreken, tenzij wij ook intiem waren. Nu kon ik dit ook met een kind van zeventien, zonder dat ik mij bezwaard voelde, maar Anouk was eigenlijk geen kind meer. ‘Was she fuck’.
Voordat ik het avondeten ging maken, stond Anouk boven op te bokszak te hengsten en te trappen. Zij oefende het beetje kickboxen dat zij nog van haar vader had kunnen leren. Vaak hoorde ze mij de trap niet opkomen, wanneer ik kwam zeggen, dat het eten klaar was. Ik observeerde Anouk dan. Zij zat uitgeput en leeg geslagen op een krukje met een knie opgetrokken tot onder haar kin. Zij leek dan in een trance te zijn.
Haar armen had zij om dat been geslagen, terwijl haar hoofd op haar knie rustte. Zij keek dan voor zich uit met een blik die op oneindig stond.
Wanneer zij dacht dat ik haar niet horen kon, hoorde ik haar fluisteren: “Pappie, ik mis je zo gruwelijk veel, maar ik vermoord die zwijnen die jou dat hebben aangedaan. Ik snijd hun hart eruit, en dan pappie kom ik naar jou, en mammie toe.
Cajun is erg goed voor mij, hij en zijn vrienden helpen mij, om jouw dood te wreken. Deze scheiding is maar tijdelijk pappie, maar wanneer ik naar je toekom, zul je trots op mij zijn. Doe mammie de groeten van mij..., ik heb haar nooit zo goed gekend eigenlijk, maar dat komt later wel..., als wij weer samen zijn.”
De tranen liepen mij dan over mijn wangen en ik vroeg mij af of ik Anouk niet anders kon opvoeden, zodat zij een normaal leven kon gaan leiden. Ik had dat eens ter sprake gebracht, maar zij wilde er niets van weten. Zij was vastbesloten, en de blik in haar ogen sprak boekdelen. Zij moest dit doen, en zij zou erbij omkomen. Zij wist het. Ik wist het.
’s Avonds bedacht ik strategieën en plannen, die Anouk moest dwarsbomen, overnemen en tot haar eigen voordeel aanwenden. Zij genoot hiervan en het duurde ook niet lang, voordat zij de rollen omdraaide. Mijn god, wat een leerling was ze. Ik moest alle zeilen bijzetten, om niet door haar verslagen te worden.
Na zes maanden voelde ik dat ik Anouk niets meer kon leren en ik wist dat zij nu snel naar Italië zou vertrekken. Ik zou haar mogelijk nimmer terugzien en dat terwijl ik zo op haar gesteld was geraakt. Ik hield van haar als van een vrouw, die beter aan het worden was dan welke man dan ook. Ik respecteerde haar en zij had mij nimmer geprovoceerd, iets dat meisjes doen op die leeftijd. Anouk had geen leven, Anouk had een missie des doods, want zij was Mal’Akh Ha-Mavet, ‘de Engel des Doods’.
De avond voordat Anouk zou vertrekken, nam zij een glas wijn met mij. We brachten een toast uit op haar onderneming. Ik voelde mij misselijk en wanhopig. Ik zou haar zou zo vreselijk gaan missen, dat de gedachte daaraan alleen al, mij dreigde te verstikken.
“Anouk,” zei ik met hese stem, “Onthoud de communicatie. Met alle middelen die wij ter beschikking hebben, kan ik je ook in Cyberspace bijstaan. Wees niet eigenwijs, en vraag om hulp wanneer je denkt dat je hulp gebruiken kunt. Ik zal je erg missen.”
“Ik weet het, Cajun. Ik ga jou ook missen, want je bent erg goed voor mij geweest. Eens zullen we elkaar allemaal weerzien. Ik weet het.”
Die nacht schrok ik wakker toen ik merkte dat het dekbed opengeslagen werd, Anouk in bed stapte en tegen mij aankroop.
“Anouk,” zei ik geschrokken, “Wat in hemelsnaam doe...?”
“Ssstttt,” fluisterde Anouk, “Cajun, mogelijk zien wij elkaar nimmer meer. Iemand moet de eerste zijn, en na alles wat je gedaan hebt, wil ik dat jij dat bent. Het is goed, geloof me. Ik ben geen kind meer.”
Ik had in die maanden dat Anouk bij mij had gewoond, haar verschillende keren naakt gezien. Zij had wat, dat betrof, weinig valse schaamte. Hoewel ik haar nimmer had aangestaard, was het mij wel opgevallen wat een gespierd lichaam zij had. Zij leek wel een turnster die aan bodybuilding deed, al was de musculatuur niet overdreven. Ik had haar wel eens willen vragen wat zij voor spiertraining zij had gedaan, maar dat was min of meer toegeven dat ik haar had bekeken.
Nu dat zij in bed stapte, voelde ik dat haar lichaam spijkerhard was. Voor zo’n jonge vrouw was het een ‘powerhouse’, maar hard of zacht, het was ‘off fucking limits’ voor mij.
“Het zou niet goed zijn, Anouk. Afgezien van het verschil in leeftijd, zou ik nimmer zoiets kunnen doen, uit respect voor je vader. Seks tussen ons kan nimmer een onderdeel van je plan zijn, om je vader te wreken. Kom, kom bij mij liggen en laten wij deze nacht je vader gedenken, want hierna zullen wij dat niet meer kunnen doen. Ik ga je missen.”
Anouk kroop tegen mij aan en kuste mijn gezicht. Dan lag zij even stil in mijn arm, om daarna mijn gezicht weer te kussen. Zij voelde goed, en het voelde mooi. Wanneer ik mijn ogen sloot zag ik Irene met mijn zoon. Ik zag Lisette die op haar knieën ging en mij ten huwelijk vroeg. Ik werd meegesleept door herinneringen en emoties, die mij Anouk deden kussen. Het was goed, hier was niets verkeerd, want dan had ik het gevoeld. Ik kuste Anouk omdat ik van haar hield, niet omdat ik haar begeerde als vrouw.
De volgende morgen op Schiphol, nam ik afscheid van Anouk, vrezende dat ik haar nimmer terug zou zien. Een leren riem die om mijn nek werd aangedraaid, belette mij het ademen en het spreken. Ik pakte Anouk bij haar schouders, en zei: “Onthoud het Anouk, wanneer je na de aanslag weg kunt komen, ga de Pugliese bergen in en ga naar de hoge gronden. Geef Stefano of mij de GPS coördinaten door, en we komen je halen. Wees niet eigenwijs, Anouk. Beloof je mij dat?”
Anouk knikte en kuste mij op mijn mond. Daarna draaide zij zich om en liep de douanehal in. Zij keek niet meer om. Het voelde alsof ik haar naar haar dood stuurde. Ik stikte van verdriet, en mompelde: “Ennio, vergeef mij, ik kon haar echt niet tegenhouden. Anouk is te veel zoals jij.”
De eerste weken nadat Anouk vertrokken was, waren een marteling, ondanks dat ik wist dat zij nu nog veilig bij Stefano was. Het zou nog een hele tijd gaan duren, voordat Anouk klaar voor haar missie was, zo zij dat ooit al zou zijn. Ik miste haar ontzettend. Hoewel mijzelf als kind, nooit zoiets traumatisch was overkomen, waren wij ‘two of a kind’. We waren allebei ‘loners’.
Na twee weken had ik een DVD ontvangen uit Italië. Van Stefano. Toen ik de DVD begon af te spelen, zag ik een bekende omgeving: de gym van Stefano. De camera ‘pande’ de gehele trainingszaal, tot ik Franco, Stefano, Rino en Anouk in het beeld kreeg.
“Ciao Gian,” zei Franco in de camera, “Toen Anouk begon met haar lessen, heb ik haar eerst -met het wapen van haar keus- op mijn zoon laten oefenen. Van messen, kredietkaarten, plastic puntkammen, opgerolde kranten tot en met garottes (wurgkoorden).
Van die oefeningen heeft Rino video-opnamen gemaakt. Wij doen dit zodat wij de leerling(e) op zijn, of haar fouten kunnen wijzen, wanneer wij de video later bekijken.
In de eerste training heb ik Anouk vrij mandaat gegeven om Stefano aan te vallen, met wat zij wilde. Wij hebben daar een video van gemaakt, gelukkig wel, en die ga je nu zien. Stefano geeft zijn bevindingen aan het einde van de opname. Ga hier voor zitten, amico mio.”
Daar zelfs Stefano geen kogels kon afweren, zou Anouk hem op alle denkbare manieren, met alle mogelijke voorwerpen aanvallen. Stefano mocht pas reageren, nadat de aanval was ingezet. Dit omdat een contractkiller onverwachts aanvalt. Het slachtoffer merkt in het beste geval dat hij aangevallen wordt, en zal zich proberen te verdedigen.
Annouk viel Stefano aan met een houten dolk. Toen Anouk de dolk voorwaarts gestoten had, liet Stefano zich op zijn hurken zakken, zodat de dolk over hem heen ging. Anouk die nu uit haar balans leek, gooide de dolk omhoog en ving deze achterstevoren op, zodat het lemmet naar bedden wees. Op het moment dat zij Stefano in zijn nek wilde steken, rolde deze achterover en trapte Anouk in haar kruis. Althans zo zou het gebeurd zijn, als Anouk geen achterwaartse salto had gemaakt..., zich omdraaide en weer een achterwaartse salto maakte op het moment dat Stefano omhoog begon te komen. Zij botsten en Anouk zat op zijn schouders en hield het mes op zijn keel. Stefano zou dood geweest zijn.
Ik wist niet wat ik zag, dit was ongehoord. Okay, het was niet echt een realistisch scenario, maar toch. Iedere aanwezige, Stefano incluis, en de niet aanwezige ik, klapte voor Anouk. OMFG, wat was ik trots op haar. Veel later zou ik begrijpen waarom Flavio, de zoon van Umberto, net een rubber bal was. Hij trotseerde alle wetten van de zwaartekracht met zijn voor- en achterwaartse salto’s. Flavio had met Anouk getraind, toen zij in Napels was voor de rest van haar opleiding.
Het volgende wapen was een puntkam. Stefano die nu op Anouk’s capriolen was voor bereid, draaide haar steekarm weg en gaf Anouk een beenveeg, die haar onderuit haalde. Op het moment dat Stefano zijn voet op haar keel wilde zetten, stak Anouk de puntkam in Stefano’s kruis. Ze had hem verwond met een steek die normaal zijn prostaat zou hebben doorboord, maar het was geen ‘kill’ en zij zou deze strijd gemakkelijk hebben kunnen verliezen.
Dit was hoever Anouk zou komen die dag. Een fraai resultaat, maar bij lange na niet goed genoeg. Stefano weerde al haar aanvallen nu moeiteloos af, en drong haar de verdediging in. Dit was een terrein waar Anouk niet bekend was, en ondanks dat zij vocht al een furie, mijn stelling werd nu bewezen. Ze werd ingemaakt, wat op zich geen schande was, want niemand won van Stefano. Stefano, de zoon Franco. Het was duidelijk, Anouk moest qua verdedigen en het vechten opnieuw opgebouwd worden.
Zonder ook maar een spoor van buiten adem te zijn, begon Stefano nu tegen de camera te praten: “Zio (oom)..., u weet beter dan ik, dat een contractkiller normaal altijd zal proberen om zijn slachtoffer zo snel en zo geruisloos mogelijk te vermoorden. Daarom wordt er in de meeste gevallen een moordwapen gebruikt, dat zowel offensief als defensief efficiënt is.
Het wapen bij uitstek is dan een klein kaliber pistool, dat uitgerust is met een geluiddemper. Als munitie wordt meestal ‘Glaser Safety Slugs’ gebruikt, een kogel die na inslag openbarst en honderden kleine loden balletjes lanceert. Wanneer dit bij, bijvoorbeeld bij een nekschot gebeurt, zal er geen uitgangswond ontstaan.
Het effect is echter net alsof er een explosie in de hersens plaatsvindt. ‘US Federal Air Marshalls’ gebruiken deze kogels van een zwaarder kaliber, omdat er geen gevaar is dat het projectiel het lichaam van het slachtoffer zal doorboren, om daarna een gat in de vliegtuigwand te veroorzaken.
Het mes kan als moord- en offensief wapen erg efficiënt zijn, maar defensief is dat al beduidend minder.
Alle andere wapens, of voorwerpen die als moordwapen gebruikt kunnen worden, zullen offensief niet veel efficiënter zijn dan defensief. Het laat zich voorstellen dat een kredietkaart, of een puntkam prima als moordwapen gebruikt kunnen worden, minder als offensief wapen en nagenoeg niet als defensief wapen.
De uitzondering van alle eerder genoemde moordwapens zijn de handen. Handen zijn in staat om te moorden, aan te vallen en te verdedigen, en het is hier, Zio (oom) dat ik Anouk wil laten beginnen met leren.
Zij moet met haar handen kunnen moorden, aanvallen en verdedigen. Anouk is een natuurtalent en het zal haar zeker lukken. Het accent moet bij haar op de verdediging komen te liggen. Iedere efficiënte verdediging kan dan weer in een aanval omgezet worden.
Daarnaast zal ik haar met explosieven en vergiften leren werken. Als laatste leer ik haar hoe zij sodium-chloride injecties kan toedienen op plaatsen, die nagenoeg aan ieder forensisch onderzoek ontsnappen.
Ik schat een jaar met haar te moeten werken, maar ondertussen gaat zij met ons mee op missies om zich psychologisch met het doden vertrouwd te maken, en haar de nodige strijdervaring te geven. Zij wordt mijn persoonlijke assistente en het is mij een eer dat ik dit voor onze arme, oude vriend Ennio mag doen. Anouk, kom hier en zeg hallo tegen onze peetvader en de vriend van je vader.”
Anouk kwam naast Stefano staan en zei: “Ciao Cajun, ik denk veel aan je en ik mis je ook. Ik mis onze gesprekken, maar Stefano en Franco..., en eigenlijk iedereen hier, is erg goed voor mij. Ik leer veel en ik zal niemand teleurstellen. Eens zien wij elkaar weer, ik houd van je, Cajun.”
De tranen rolden over mijn wangen, en ik stamelde: “Ja Anouk, ik mis je ook en ik houd veel van je. Let goed op jezelf, lieverd. Als Stefano en Franco je niet kunnen leren, dan is het niet te leren. Alsjeblieft, piccolina, kom heelhuids terug.”
Door de emotie ontging het mij volkomen dat ik mijn enige toehoorder was. Het was uren later, dat het donker werd en ik merkte dat de DVD afgelopen was. Ik ging trots, maar toch aangeslagen naar bed. Ik miste Anouk, en ik miste haar geen klein fucking beetje.
Terwijl ik mijn autobiografie aan het afschrijven was, reisde ik in de volgende negen maanden nog twee keer naar Italië, om de vorderingen te zien, die Anouk had gemaakt. Ik had met Franco afgesproken dat wanneer hij en Stefano van mening waren, dat Anouk niet ‘up to the job’ zou zijn, dat hij haar niet zouden laten vertrekken wanneer zij niet onze hulp aanvaardde. Wij waren het er allemaal over eens dat onze arme vriend Ennio, haar vermoorde vader, ons dat wel zou vergeven. Niemand van ons wilde haar namelijk dood zien.
Alle twee de keren dat ik haar zag, kon ik zien dat zij oprecht verheugd was mij weer te zien, ook al had niemand van ons haar ooit meer zien lachen, of huilen. De missies, waaraan zij had deelgenomen met Franco, Rino en Stefano, hadden haar harder gemaakt. Haar ogen straalden steeds minder emotie uit en ik begon de ogen van Lucy en Pam weer te zien. Dode ogen. Ogen gestorven van haat en verdriet.
“We hebben iets ontdekt bij Anouk, Zio,” zei Stefano gedurende mijn laatste bezoek, “Wij wisten dat zij een beetje kickboxen kon, dus wij lieten haar wat gevechten zien van MMA (Mixed Martial Arts). Nadat zij video’s had bekeken, moest ik mijn hele vechtstrategie weer aanpassen met haar. Zij heeft een fotografisch vechtgeheugen. Wat zij ziet, kan zij en zij past het niet alleen op het juiste moment toe, maar improviseert ermee ook. Het is een complete vechtmachine aan het worden.
Ik heb haar video’s van Aikidojitsu laten zien en na afloop was zij in staat om drie van Rino’s mannen van zich af te vechten. Het ongelooflijke is dat zij kan beginnen met een verdediging vanuit Aikdio en het volgende moment geeft zij een razendsnelle ushiro-, of mawashigeri, vanuit het karate. Ze improviseert, ontwerpt en past tactieken toe op een ad hoc basis. Ik verwacht haar in drie maanden niets meer te kunnen leren, tenzij ik zelf nu weer nieuwe tactieken ga leren.”
Iedere reis had Anouk erop gestaan om bij mij te slapen, tijdens mijn bezoeken aan Franco en zijn familie. Iedere keer had ik mij uitgeput in excuses tegenover Franco, zijn vrouw Margherita, Stefano en zijn vrouw Donatella. Ik verzekerde hen dat ik nimmer wat met Anouk had gehad, of ook maar zou hebben. Zij hadden mij glimlachend aangekeken. Ik voelde mij beschaamd en zei: “For fuck sake, Anouk, doe je mond open en vertel mijn vrienden dat wij niets hebben, wat moeten zij niet van mij denken.”
“Het is zoals Cajun zegt, wij hebben niets,” had Anouk eenvoudig geantwoord.
“Het is dat ik je pas veertig jaar ken,” had Franco lachend geantwoord, “Dus wij weten hoe het is. Doe het kind een plezier, ze werkt hard genoeg om haar doel te bereiken. Geef haar wat zij wil..., tijd alleen met jou.”
“Houd mij vast, Jan,” had Anouk mij de laatste keer in bed gevraagd, “Ik merk dat ik kouder van binnen begin te worden. Alsjeblieft, houd mij vast en geef mij de kracht om mijn missie te voltooien.”
“Ja natuurlijk, lieverd, ik vind het fijn om je vast te houden en om door je vastgehouden te worden. De kilte die je voelt, is omdat je mogelijk een ‘personality disorderder’ aan het ontwikkelen bent. Niemand kan zichzelf alleen maar fysiek uitputten en daarnaast constant haten en verdriet hebben. Als dit alles afgelopen is, zul je in therapie moeten, Anouk.”
“Als het goed afloopt, en ik wil doorleven, mag ik dan daarvoor bij jou komen? Ik zal je met niets in de weg lopen.”
“Belangrijk is dat je de wil tot leven behoudt, Anouk. Als je op een zelfmoordmissie gaat, zul je grotere risico’s nemen. Behoud je wil tot leven gedurende je hele missie. Wanneer het over is, ga je in therapie.”
Wij hielden elkaar gedurende de nacht omarmd en kusten elkaars gezicht. Ik bande iedere gedachte aan meer onmiddellijk uit mijn hoofd, zodra deze impulsen zich aandiende. Het was duidelijk dat wij kracht uit elkaar putten. Ik was het verlies van Irene nog niet te boven, en Anouk wist dat. We gaven elkaar de warmte, waar wij zozeer behoefte aan hadden.
De dag voor mijn vertrek vroeg ik Franco’s gepantserde Toyota Landcruiser, om met Anouk de bergen in te gaan. Margherita had voor ons een picknickmand met delicatessen klaar gemaakt. We reden hoog de bergen in en parkeerden de Landcruiser op een parkeerplaats, vanwaar men te voet verder moest. Te voet.
Een onderneming, waar ik altijd een hekel aan heb gehad. Als Onze Lieve Heer had gewild dat wij zouden lopen, dan zou het wiel..., en zeker de auto nooit uitgevonden zijn. Anouk, met haar topconditie kon wel naar Bolzano lopen, maar dat was voor mij niet meer weggelegd.
We zetten ons op een plek vanwaar wij over het gehele Gardameer konden kijken. Ver beneden ons lag de villa van Franco.
Wij hoorden slechts het vogelachtige gefluit van de alomtegenwoordige marmotten. Ik wees Anouk op de berghelling tegenover ons en gaf haar de kijker, en zei: “Kijk een kudde camosci, Anouk. Normaal zie je ze alleen heel vroeg in de ochtend. Het zijn kleine hertjes..., en ze zijn razend snel.”
“Wat is dat voor een dier daar, hoog boven tegen de bergwand?”
“Dat is een ‘stambecco’, oftewel een steenbok. Wij zijn bevoorrecht, foofie. De steenbok is hier nu bijna uitgestorven, omdat alle Italianen helemaal bezeten van jagen zijn. Wat zijn mensen gek, hè?”
“Mensen zijn ondieren, Cajun,” zei Anouk wijs.
Wij genoten van de zon, het uitzicht, de stilte de heerlijkheden uit de picknickmand, en het gezelschap van elkaar. We hadden makkelijk lovers kunnen zijn en op een bepaalde manier waren wij dat ook. Ik hield van de dochter, zoals ik de van vader gehouden had.
“Anouk, laat mij met je meegaan. Ik heb niet veel te verliezen, maar ik weet zeker dat met alles wat je nu geleerd hebt en mijn ervaring, dat we er een succes van maken. Kom laten we het samen doen, foofie, ik haat die ‘fuckfaces’ ook die je vader vermoord hebben.”
Ze omhelsde mij en kuste mij op mijn mond, en fluisterde: “Nee Cajun, jij moet er zijn, wanneer ik je echt nodig heb. Wanneer ik klaar ben, en de wil heb om door te leven. Ik heb gedacht over wat je gezegd hebt, in bed. Ik ben aan het verkillen, en dat is niet goed. Ik denk niet dat mijn ouders mij alleen het leven hebben gegeven, om dat van mijn vader te wreken. Er moet meer voor mij zijn. Over een paar maanden ga ik naar Napels, om verder te leren. Daarna zullen wij elkaar niet meer zien totdat ik klaar..., of dood ben. In beide gevallen..., Cajun..., zorg dat je er voor mij bent. Ik wil naast mijn vader begraven worden.”
Wij brachten de dag door met van elkaars gezelschap, en de natuur te genieten.
De dag erna, vertrok ik weer naar Holland. Franco en zijn hele gezin deden mij uitgeleide. Anouk kwam geen afscheid nemen, wij hadden elkaar de vorige dag en gedurende de nacht, al alles gezegd. Ik wist dat ik haar nog een keer zou zien, maar het finale afscheid naderde met al te rasse schreden. Dat was de dag dat ik Anouk moest begraven. Er was geen andere uitkomst mogelijk, want goed als dat ze was, ze kon het nimmer van de Sacra Corona Unita winnen.
Tijdens de terugreis dacht ik eraan hoe Stefano en Franco hadden geprobeerd Anouk de namen van de moordenaars van haar vader te ontfutselen, zodat wij met zijn drieën de moordenaars konden uitvlakken. Anouk was beleefd, maar onverbiddelijk geweest. Ze wist precies wat mijn vrienden aan het doen waren. Een meisje van achttien jaar nu, maar wat voor een meisje. Mijn hart huilde voor haar.
Twee maanden gingen voorbij, ik had mijn autobiografie nu zo goed als klaar. Ik zat te redigeren, toen Stefano belde.
“Ciao Zio, hoe is het met u?”
“Het is okay, Steffie. Hoe is het met jou, je vader en de familie?”
“Het is goed, Zio. Anouk is klaar, er is niets meer dat ik, mijn vader of Rino haar nog kunnen leren. Dat is het goede nieuws. We hebben echter een crisis, en die kunnen wij niet oplossen. U moet komen, Zio.”
“Ja natuurlijk, ik vertrek onmiddellijk. Moet ik apparatuur meenemen?”
“Nee, het is een andere crisis, maar het is er één die ik niet kan oplossen, noch zou ik dat willen. U moet komen, maar ik benijd u niet.”
“Ik vertrek in een half uur, Stefano. Ciao, a presto.”
“Buon viaggio, Zio (Goede reis, oom)”
Twaalf uur later reed ik de oprijlaan naar Franco’s villa op. Ik had de witte strepen op de snelwegen van het asfalt gescheurd. Ik stond te trillen op mijn benen, toen ik uitstapte.
Franco en zijn gezin kwamen naar buiten om mij te verwelkomen. Anouk was er niet bij. Dit bevreemde mij, want als er iets met haar gebeurd was, dan had Stefano mij dat zeker verteld.
Ik omhelsde mijn vrienden en hun vrouwen, die mij allemaal bekeken of ik op het punt stond gefusilleerd te worden. Een vreemd gevoel bekroop mij, terwijl ik hen naar binnen volgde.
“Sorry, dat ik met de deur in huis val, Franco, maar is er iets niet goed met Anouk?”
Mijn oude vriend antwoordde: “Anouk is klaar, Gian. Er is niets meer dat wij haar nog kunnen leren. Zij is klaar om naar Lucio en Umberto in Napels te vertrekken, maar zij wil nog niet weg. Ze zegt dat zij niet klaar is.”
“Wat wil ze dan nog leren? Als jullie haar niets kunnen leren, dan is ze toch klaar?”
Margherita, de vrouw van Franco, zei: “Het is niet dat mijn man en of Stefano het haar niet kunnen leren..., o, die kunnen dat heel goed. Zij willen dat echter niet. Noch wil Anouk dat. Ik ben bang dat jij het haar moet leren. Ze brengt nu iedere vrije minuut door met trainen, dus ik zou zeggen: ‘Ga even kijken hoe zij geworden is’. Daarna kom je hier met haar bij ons zitten, en dan bespreken wij het probleem.”
Terwijl ik naar Stefano’s trainingszaal liep, dacht ik na over het feit dat Margherita gesproken had. Dit deed mij veronderstellen dat het een typisch vrouwenprobleem moest zijn, maar ik kon met de beste wil van de wereld niet bedenken, wat dat zou moeten zijn. Stefano kwam even later achter mij aan en wij stapten samen de trainingsruimte in.
Ik zag Anouk die omringd was door tien mannen van Rino, Franco’s Capo Regime. Wat ik nu zou aanschouwen was een privilege dat de meeste mensen nimmer in hun leven zullen zien. Jaren later zou ik het nog eens van een vrouw zien (Trash and the Honey Gash) al ben ik er nimmer achter gekomen wie de beste van de twee vrouwen was. Ik denk Anouk, want zij was uiteindelijk pas achttien.
“De eerste drie mannen vallen tegelijk aan,” zei Stefano, “Daarna vallen de andere zeven aan met tussenpozen van twee seconden. Alle mannen zijn met dolken, en sommigen met inktpistolen gewapend. Denk erom, Gian, Anouk, verdedigt zich nu op één bepaalde wijze, maar ze beheerst er meer dan honderd. Ze is veel beter dan ik was op mijn achttiende.”
Stefano knikte naar Rino, die het aanvalssein gaf.
De eerste drie mannen, gewapend met dolken, vielen aan. Ik kon mijn ogen niet geloven, want nu zag ik een vrouwelijke versie van Stefano vechten, maar de fucking snelheid... Doordat drie man haar tegelijk aanvielen, zwaaide Anouk haar armen als molenwieken om de handen met messen van richting te toen veranderen. Omdat zij de kracht van Stefano miste, nam zij de aanvallers niet mee naar de grond, maar zij gaf een achterwaartse trap tegen de kin van de derde aanvaller, die onmiddellijk knock-out ging. Haar armen nog altijd zwaaiend en om haar as draaiend, gaf zij de eerste aanvaller een open handslag onder zijn kin en de tweede een mae-geri op zijn solar plexus. Drie mannen lagen op de grond, maar de vierde was al onderweg.
Anouk maakte een salto over hem heen, want nummer vijf was nu ook onderweg. Twee voeten troffen de vijfde Italiaan vol in zijn gezicht terwijl de vierde, Anouk nu in haar rug wilde steken. Anouk zakte op haar hurken en pakte de dolkhand, die nu over haar hoofd schoot. De hand vasthoudend, kwam zij omhoog en gaf een achterwaartse kopstoot in het gezicht van de vierde aanvaller. Die struikelde naar achter, om drie meter verder tegen een muur in elkaar te zakken.
Anouk’s verdediging liep nu synchroon met de frequentie van de aanvallen. De messenhand van aanvaller nummer zes werd moeiteloos van richting veranderd en Anouk draaide zich in zijn bereik, om hem een elleboogstoot op zijn kin te geven. De aanstormende nummer zeven gaf zij een Savat trap onder zijn kin. Beide mannen gingen ‘out voor de count’. Een fractie voordat nummer acht zijn inktpistool kon afschieten, maakte Anouk een voorwaartse salto, zodat de kogel onder haar doorging en voordat de schutter opnieuw kon vuren, raakte zij hem met twee voeten vol op zijn borst. De man werd achteruit gekatapulteerd en viel op de grond. Als Anouk hem met haar hielen had geraakt, was de man nu dood geweest. Zij belandde tussen de twee laatste aanvallers met inktpistolen. Inktpistolen die nutteloos waren, omdat Anouk de eerste schutter zijn wapenhand naar beneden hakte, terwijl zij de laatste schutters hand beetpakte in een JiuJitsu greep. Gillend van pijn liet de man het wapen vallen en terwijl Anouk nummer negen met een achterwaartse elleboogstoot uitschakelde, pakte zij de gillende nummer tien bij zijn schouders, trok hem naar zich toe, kuste hem op zijn mond en vloerde hem met een heupworp. Zij stopte haar voet een fractie voordat deze de man’s strottenhoofd zou breken. Het gevecht had zestien seconden geduurd en ik dacht dat ik gillend gek werd.
“Stefano..., cosmic!” hijgde ik, “Je hebt een wonder verricht, ze vecht hetzelfde als jij. Mijn God!”
“Ze vecht sneller dan ik, en veel beter. Het ontbreekt haar alleen aan de kracht. Het wonder is Anouk zelf; ik ben trots dat ik haar heb mogen helpen in het ontwikkelen van haar talenten. U moet haar eens met messen en andere wapens zien vechten, Zio. Ik wilde echter dat zij zou kunnen moorden, aanvallen, maar vooral verdedigen met haar handen. Ik denk dat ik mag zeggen, dat ik daarin geslaagd ben. Anouk is bijna compleet.”
“Bijna compleet? Ze is fucking compleet! Completer dan dat en ze is overcompleet. Wat is het proble...”
“Dag Cajun,” zei Anouk op timide toon.
“Dag geweldenaar,” antwoordde ik, terwijl ik haar omhelsde, “O..., Anouk, wat ben je goed geworden. Ik ben zo trots op je. Je bent fantastisch.”
“Dank je wel, Cajun,” zei Anouk terwijl zij zich zachtjes los worstelde uit mijn omhelzing, “Sorry, dat je dat hele eind hebt moeten komen voor mij.”
“Hoezo voor jou? Wat is er in hemelsnaam aan de hand? Wat weet ik niet? Stefano, wat is het probleem. Anouk, is er iets ernstigs gebe...”
“Zio,” zei Stefano, “Mijn moeder wil met u praten.”
Hij wendde zich tot Anouk, en zei: “Ga je even douchen en trek wat moois aan. Vanavond is er feest.”
“Vanavond is het feest, vanavond is het fucking feest..., eerst is er een fucking crisis en nu opeens is het feest,” mopperde ik, terwijl ik achter Stefano aanliep.
“Hoe vond je Anouk?” vroeg Franco.
“Het is ‘unreal’, Franky,” antwoordde ik, “Ik ben zo trots op haar en zo trots op je zoon. Het is een wonder. Ik begin er nu in te geloven.”
“Mooi,” zei Margherita, “Dat kun je zo dadelijk laten zien dan. We wachten even tot Anouk er ook is, en dan bespreken wij het probleem, zo er inderdaad een probleem is.”
Ik begreep er niets van. ‘Anouk zou het toch niet in haar hoofd hebben gehaald, om met mij te willen trouwen,’ dacht ik bezorgd.
Een kwartier later kwam Anouk binnen. Wel, het was iemand die op haar leek, in ieder geval. Zo had ik haar nimmer gezien. Ik was gewend aan een ‘Tomboy’, die altijd gekleed was in trainingskleren. Niet nu, echter. Anouk liep op hoge hakken en had een zeer luxe, maar sexy avondjurk aan. Het decolleté onthulde meer dan de hele jurk verborg. Zij had zich lichtjes opgemaakt en ik zag een vrouw. De vrouw Anouk. ‘Fucking Jesus fuck,’ dacht ik, ‘Hoeveel verrassingen herbergt dat mensje nog?’
“En hoe vind je Anouk nu?” vroeg Margherita.
“Oh Anouk, je bent prachtig. Je ziet er heel anders uit nu.”
Ik dacht een zweem van een glimlach over haar gezicht te zien trekken, maar mogelijk was de wens hier de vader van de gedachte.
“Gian,” sprak Franco nu, “Er is mogelijk een probleem, maar aangezien Anouk er mee naar Margherita is gegaan, lijkt zij mij de aangewezen persoon, om het je uit te leggen. Ik weet dat mijn verzoek heel erg ongebruikelijk is, maar Stefano en ik kunnen het niet. Wij zijn allebei geen vrouwen, namelijk.”
“Franky, jij of Margherita, het is mij om het even. Jullie zijn mij even lief en ik hecht dezelfde waarde aan ieders oordeel, of mening. Ik vraag mij echter het volgende af: als jij het niet kan uitleggen en je zoon kan dat niet, waarom denken jullie dat ik het begrijpen kan dan? Ik weet niet of het je ontgaan is, maar ik ben ook een man,” dolde ik, want de sfeer was te serieus naar mijn zin.
“Jan, mag ik?” vroeg Margherita?
“Ja, ja, natuurlijk, Rita. Alsjeblieft, vertel me wat er aan de hand is.”
Ik keek stiekem naar Franco en Stefano, en zag dat zij genoten. ‘How the fuck’ kan iemand van een probleem genieten?
“Jan, je hebt Anouk bekeken. Hoe ziet zij eruit, volgens jou?”
“Mooi, Rita. Dat heb ik toch al ge...”
“Stai zito (Shut up). Ik zie ook dat ze mooi is, maar waar lijkt zij op? Op een meisje, een vechtspecht of een mooie vrouw?”
“Nu op een mooie vrouw. Een prachtige vrouw.”
“Goed, dan kunnen we kort zijn. Maak haar een vrouw, want dat is wat zij wil!”
“Je bedoelt..., nee..., dat bedoel je niet! Trouwen?”
“Trouwen..., alsof dat haar een vrouw maakt. Nee sukkel, Anouk wil, ik wil en Donatella wil dat je haar je vrouw in bed maakt. Weet je wat ik bedoel, zoiets als in een huwelijksnacht, en vaak daarvoor, gebeurt.”
Ik keek Franco aan, maar die pretendeerde dat hij aandachtig naar zijn vrouw zat te luisteren. ‘I was on my fucking own here’
“Ik kan dat niet, Rita. Anouk is niet alleen te jong voor mij, maar ze is ook de dochter van onze vermoorde vriend. Waar is het respect wanneer ik dat doe? En waarom?”
“Jullie mannen zijn zo ‘fucking clever’...”
Franco schoot overeind, en zei: “Rita, je vloekt niet tegen, Gian. Daar is geen reden voor...”
“Ik fucking vloek tegen jou ook in een moment, als je mij niet uit laat praten. Jullie kerels zijn dwazen.”
“Margherita,” zei ik, “Laten we geen ruzie maken. Leg mij alles uit, want er is duidelijk meer aan de hand, dan een onofficiële bruidsnacht.”
Italiaanse vrouwen. Temperament.
Donatella, de vrouw van Stefano nam het woord, om Margherita de kans te geven om wat af te koelen.
“Gian, jij hebt Anouk voorbereid met alle kennis die zij volgens jou nodig had, om te slagen in haar missie. Jij hebt haar zelfs de theorie van seks, en manipulatie bijgebracht, okay! Stefano heeft er voor gezorgd dat Anouk zich ontplooien kon en Lucio en Umberto brengen haar straks de locale kennis en gebruiken bij. Klopt dat?”
“Ja, Donny. Zo is het precies!”
“Goed, alles dat iedereen haar geleerd heeft, zal voor niets geweest zijn, want jullie sturen haar, weliswaar gewapend, de dood tegemoet.”
“Maar waarom, ik heb haar alles uitgelegd. Zij weet...”
“Jack Shit, weet ze. ‘Fuckall’. Niets! Een beetje theorie en daar mag ze het mee doen..., nee, daar moet ze het maar mee doen. ‘Nou Anouk, je opent je benen en...’ Kom Gian, haar belangrijkste wapen mag ze volgens jullie niet gebruiken, althans, jullie willen er niet over horen. Denk je dat Mata Hari nog maagd was, toen zij haar spionagemissies uitvoerde?”
“Nee, maar wat moet ik..., waarom moet ik...?”
“Omdat je alles van vrouwen weet, je kunt haar alles leren, zodat ze werkelijk weet wat ze doet met mannen. Het zijn namelijk mannen die ze moet vermoorden, weet je nog?”
“Maar dan moet ik...”
Rita was gekalmeerd, en zei: “...met haar naar bed gaan, en de liefde bedrijven. Ja, jij kunt haar leren wat ze kan voelen, jij leert haar wat zij niet moet voelen, wanneer dat ongewenst is. Jij laat haar genieten, en jij leert haar hoe zij mannen kan laten genieten op een manier, dat zij hen kan manipuleren. Seks, niet liefde moet een van haar belangrijkste wapens zijn. Het is haar belangrijkste wapen en jij gaat haar leren hoe het te gebruiken. Als je dat niet doet, ben jij verantwoordelijk, wanneer zij op dat punt in haar missie zou falen.”
“Waarom leren jullie het haar niet?” vroeg ik vals.
“Hahaha,” lachten beide vrouwen tegelijk
“Wat moeten onze mannen dan niet van ons denken,” gierde Rita van het lachen. Franco en Stefano keken niet echt blij.
Ik moest nu heel diep nadenken. De vrouwen hadden wel degelijk een punt, maar moest het speciaal ‘de mijne zijn’?
“Okay, ik doe wat jullie zeggen, want ik zie de redelijkheid daarvan in. Mogelijk, met een vreemde vrouw, had ik dat zelf wel geopperd. Echter, ik zie dit als een zuivere tactische les en ik wil dat er getuigen zijn om vast te stellen, dat ik geen doorslag aan een meisje neem. Ik leer haar alles, maar ik wil dat er getuigen zijn. Hoe kan ik anders ooit met mijzelf leven, als iemand zou denken dat ik iets gedaan had dat niet deugde.”
“Gian,” zei Franco, “Het is een belediging om zelfs ook maar te denken, dat wij ooit zoiets van je zouden denken. Je expertise is vrouwen. Anouk wil het. Mijn vrouw en schoondochter staan erachter, dus het moet goed zijn.
Daarnaast zou ik ook niet graag willen dat mijn vrouw zag, wat jij Anouk kunt leren, want dan wil zij dat ook allemaal nog even leren, en daar ben ik nu echt te oud voor.”
Stefano en zijn vrouw gierden van het lachen. Margherita keek beschaamd. Maar niet zo beschaamd als Anouk. Dit was de eerste echte emotie die ik op haar gezicht zag, na een jaar.
Ik voelde mij de klootzak, die ik was. Ten eerste hadden de vrouwen gelijk en ten tweede had ik Anouk beledigd. Een vrouw die de hele wereld kon hebben, werd afgewezen door een oude vent. Het viel mij op hoe ik nu al in termen als vrouw, over haar dacht. ‘Wicked’.
Ik stond op en liep naar Anouk, die mij onzeker aankeek. Ik pakte haar hand en trok haar zachtjes uit de fauteuil; daarna pakte ik haar om haar schouders en kuste haar op haar wang.
“Anouk, het is hier besloten dat wij het bed moeten delen om andere redenen, dan slapen alleen. Ondanks mijn aanvankelijke bezwaren, die mogelijk op misplaatst eergevoel berustten, moet ik toegeven dat alle argumenten, die vanavond aangevoerd zijn, steekhoudend zijn.
Ik ben allesbehalve eigenwijs, en ik zie inderdaad de fout die wij met je gemaakt hebben, omdat je als een vis op het droge zou zijn geweest. Zo, die taak rust dus op mij. Wil je met mij naar bed?”
“Anders zou ik er toch nooit over begonnen zijn met Margherita en Donatella, Cajun? Ik wist dat er dingen waren die ik niet wist en die mij parten zouden gaan spelen. Theorie alleen was niet genoeg, maar ik kon je heel goed begrijpen. Hoe dichter ik bij het vertrekpunt kwam, des te wanhopiger ik werd.”
“Goed, ik aanvaard het als een compliment, om wat voor reden dan ook. Welke man zou dat niet met mij eens zijn? Ik vat het als volgt samen: menige jonge vrouw van achttien jaar heeft een elementaire kennis van seks, door ervaring. Geen van deze vrouwen kan wat jij kunt, of is opgeleid als superkiller. Doordat seks inderdaad een magisch wapen is, wordt het al door een normale huisvrouw gehanteerd om haar brallerige achtgenoot aan te lijnen. Het zou dus een misdaad zijn om jou die kennis, en de aanverwante manipulatie, te onthouden. Ik verontschuldig mij voor mijn kortzichtigheid, maar nog niet voor mijn mogelijk misplaatste eergevoel. Aan jou de taak, Anouk, om mij daar overheen te helpen.”
“Weeh, weeh,” zeiden Franco en Stefano, opgelucht.
“Dai Anouk, farlo vedere una donna (Toe Anouk, laat hem eens zien hoe een vrouw eruit ziet),” zei Margherita.
“Dai Anouk,” steunde Donatella haar schoonmoeder.
Tot nu toe had ik Anouk gezien als een vrouwelijke vriend, een begaafd mens met dezelfde bezetenheid, als de mijne. Ik hield van haar, bijzonder veel zelfs, maar ik had haar nimmer als vrouw begeerd. Het kon gewoon niet. Zeker was het mij niet ontgaan dat zij zeer aantrekkelijk was, maar iedere gedachte die lust of begeerte opriep, werd onmiddellijk uitgebannen. Nu dat Anouk haar armen om mijn nek legde, twee nieuwsgierige mooikijkers in de mijne boorde en mij op mijn mond kuste, wist ik dat er iets voorgoed veranderd was.
Ik wist wat ik geweten had sinds dat Anouk in Nederland, bij mij in bed was gestapt. Ik wist toen al dat ik van haar hield. Nu wist ik dat ik van haar hield..., en haar begeerde. Ik werd verscheurd door mijn gevoel voor ethiek en liefde, maar ik wist dat de liefde zou gaan winnen. Doordat de liefde de overwinnaar zou blijken, stond het gelijk vast dat ik de verliezer zou worden. Het zou mij vernielen.
Het zou mij vernielen net zoals de liefde voor Irene –die nu meer dan een jaar terug in Italië was- mij vernield had. Iedere nacht stierf ik een beetje meer.
‘But what the fuck,’ bande ik mijn mistroostige gedachten naar de achtergrond, ‘Sommige vrouwen zijn het waard om voor te sterven..., en Anouk was daar zeker één van. Wat is het verschil om samen met haar tegen de Sacra Corona Unita te vechten, en daarbij het leven te laten..., of te sterven voor de liefde?!’
“Ben je okay, Cajun?” vroeg Anouk, terwijl zij mijn hand pakte, “Als je het echt niet wilt, dan leg ik mij daarbij neer. Je bent een man van eer, net als mijn vader.”
“Nee Anouk, ik ben cool. Echt.”
Ik wendde mij tot Stefano en zei: “Je had gelijk eerder, we hebben inderdaad een feest vanavond.”
“Klopt Zio, al zei ik dan: ‘Vanavond is er feest. Ik heb nimmer gezegd dat wij een feest zouden hebben’”
Ik keek hem niet begrijpend aan.
Franco zei: “Jan, er is een speciaal feest vanavond. Anouk kan van ons niets meer leren. Zij is met Rino en mijn zoon de meest complete vechter. Het is mij een eer om haar een jaar als huisgenote te hebben gehad. Zij gaat nu de laatste fase in, voordat zij naar Napels vertrekt. Hoewel het ons allemaal bedroeft om haar te zien vertrekken Gian, hebben wij straks weer een perfect stuk werk afgeleverd, zoals we al veertig jaar doen.”
Ik begreep er niets van. Anouk blijkbaar wel, want zij kneep in mijn hand.
“Er is feest, maar het is niet het onze. Ik wil jou en Anouk mijn huis uit hebben. Ik wil jullie niet terugzien, voordat het feest afgelopen is. Je hebt haar in Nederland psychologisch voorbereid, Gian. Het is nu tijd voor de praktijk. In Holland zou het niet goed geweest zijn, maar nu is het anders. Het is tijd dat Anouk niet alleen een vrouw wordt, maar maak haar de verleidster die zij moet zijn, om haar wraak te volbrengen. Leg de laatste hand aan een kunstwerk dat zelfs Michelangelo niet had kunnen creëren. Zorg dat onze arme, oude vriend Ennio trots op ons, maar vooral op de vrouw Anouk kan zijn. Weg met jullie nu.”
Stefano legde zijn arm om mijn schouders en ze: “Kom met mij mee, Zio.”
Ik was te verbouwereerd om ook maar iemand gedag te zeggen en liet Stefano ons leiden. Buiten hield hij de deuren van de gepantserde 4x4 Landcruiser voor ons open, en stapte toen zelf in.
“Waar gaan wij naar toe, Steffie?” vroeg ik. Als ik ooit in mijn leven voor een raadsel had gestaan, dan was het nu wel.
Terwijl Anouk en ik ons aan de dakgrepen vasthielden, roste Stefano de zware 4x4 het bergpad op. Het was een route die ik nooit eerder met hem gereden had. Het pad voerde omhoog langs steile rotswanden en diepe afgronden. Na tien minuten kwamen wij in een soort bergweide uit, waarin een grote blokhut stond. Het houten huis keek over het hele Gardameer. Stefano parkeerde de Landcruiser achter de blokhut en zei ons mee te komen.
“De vorige eigenaar gebruikte de blokhut als jachthuis, maar aangezien wij niet op dieren, maar alleen op beestmensen jagen, hebben wij er een zomerhuis van gemaakt,” zei hij, terwijl hij de deur opende.
Stefano ging ons voor de trap op, om ons de slaapkamers en de badkamers te laten zien. In één van de slaapkamers stond een hemelbed. Voor dit bed waren mijn koffers neergezet. Op het bed lagen twee zijden ochtendjassen.
“Wist jij dit?” vroeg ik aan Anouk.
Zij schudde haar hoofd, en antwoordde: “Ik wist dat er iets speciaals werd gedaan voor ons, maar waar en hoe, nee, dat wist ik echt niet.”
“Mijn God, het lijken de middeleeuwen wel; de bruid die uitgehuwelijkt wordt,” lachte ik, maar ik was diep geroerd door de empathie van mijn vrienden.
Plotseling hoorde ik een auto starten, en wegrijden. Ik keek Stefano aan, maar die glimlachte en gebaarde ons weer mee naar beneden te komen. Hij liet ons in de woonkamer, die helemaal versierd was. Het leek wel een rozentuin, zoveel rozen waren er neergezet.
In het midden stond een grote, gedekte tafel. Het kristal, tafelzilver en porcelein, op het damasten tafellaken, deed pijn aan onze ogen.
“Ooooh,” hoorde ik Anouk naast me zuchten.
Over de gehele breedte van de kamer was een spandoek opgehangen. De tekst zei: “In gamba Anouk, anche questa sfida vincerai. Sei la migliora per noi. T’auguriamo molto fortuna. (Ga er tegenaan Anouk, ook deze uitdaging zul je overwinnen. Je bent voor ons de beste. Wij wensen je alle geluk toe.)”
“Dat waren Rino en zijn mannen, die net wegreden,” zei Stefano, “Zij zijn idolaat van Anouk.”
“Dus zij weten, wat er hier gaat gebeuren?” vroeg ik geschokt.
“Gian, zoals ik al zei: zij verafgoden Anouk. Heb je gezien wat een klappen en een trappen zij vanmiddag van Anouk te incasseren hebben gehad? Zij beschouwen dat als een eer. Anouk is voor iedereen, niemand uitgezonderd, een jaar lang als een zuster geweest. Iedereen heeft mij al gevraagd om Anouk te mogen vergezellen, en te assisteren met haar missie. Ik heb geen man, die zijn leven niet voor haar wil geven. Toen mijn moeder en mijn vrouw Anouk steun hadden toegezegd, heeft Anouk het aan alle mannen verteld. Je weet hoe Rino en zijn mannen over jou denken; zij zien dit als hun sprookje en laat mij je verzekeren: ze zijn allemaal jaloers op jou, maar er is er geen één die er verkeerd van denkt. Zo, de rest van de sentimentaliteit is voor jullie. Het eten staat klaar in de oven.
Ik moet je alleen een paar dingen laten zien. Niemand kan de weg opkomen met een voertuig, want wij sluiten de weg af. In de gangkast hangen alle wapens, die, ik hoop, je niet nodig zult hebben. Als er iets is, bel me en we zijn hier in tien minuten. Houd die walkie-talkie, die op tafel ligt, steeds bij de hand. Je hebt contact met een patrouille die het huis bewaakt gedurende de tijd dat jullie hier zijn. Zij kunnen jou..., en jij kunt hen oproepen.
Alles, groter dan een hert, dat binnen een straal van honderd meter van de blokhut komt, wordt gesignaleerd en zet een alarm af. Bij de wapens liggen ook twee nachtkijkers. Nou, mocht ik wat vergeten zijn, bel me. Als jullie je even op willen frissen, dan serveer ik de pasta wanneer jullie klaar zijn.”
Niet veel later zat ik met Anouk aan een heerlijke Pasta al Tonno. Mijn oude lieve, kameraad Rino had mijn favoriete Pinot Grigio in een koeler gezet. Ik wilde de wijn al inschenken, toen ik mij herinnerde.
“Anouk, drink je nog steeds niet, lieverd?”
“Normaal niet, Jan. Maar deze dagen wil ik alleen maar genieten. Als het tegen zit, heb ik nog een jaar te leven, dus lieve Jan, verwen mij zoveel als je kunt.”
Het viel mij op hoe Anouk mij ineens Jan noemde. Iets in de status was veranderd. Zij wilde niet langer dat ik haar aan haar vader herinnerde, ze accepteerde mij nu als Jan.
Ik brabbelde niet erg elegant met volle mond: “Anouk, we kunnen alles klinisch gaan bespreken, en dat kan nuttig zijn, maar ik denk dat wij het beter kunnen laten komen zoals het blijkbaar moet zijn. Je bent besloten, dus ‘so be it’. Je weet echter dat ik heel veel om je geef, nietwaar?”
“Ja, ik heb dat gevoeld, sinds dat ik bij je in bed stapte in Holland. Eerst hield ik van je als mijn vader, nu houd ik van je als de man, die je bent. Okay, wij verschillen veel in leeftijd, maar ik leer liever van een man die alles weet en waar ik om geef, dan van een kleine testosteronbom, die niets weet of kan, en waar ik dus geen enkel respect voor kan hebben. Mag ik nog een beetje wijn?”
“Doe rustig, monster. De wijn is koud, jij bent mogelijk moe en geëmotioneerd en je bent niet aan wijn gewend.”
“Ik ben er ook niet aan gewend om met een man naar bed te gaan, Jan. Toe, een beetje. Ik ben best nerveus hoor.”
“Niet zo nerveus als ik, lieveling. Wat ben je goed geworden in dat jaar. Wat denk je van Stefano?”
“Oh Jan, hij is geweldig. Begrijpend, lief, teder en tegelijkertijd ben ik op moordmissies mee geweest, gedurende welke ik hem haast niet herkende. Hij is meedogenloos, snel, supertechnisch en een lachende moordenaar. Zo wil ik ook zijn.”
“En Franco?”
“Franco is Jan, is Ennio. Er is geen verschil tussen jullie drie. Wijs, lief, realistisch en geduldig.”
“Het is de leeftijd, foofie.”
“Jan, zoals je al zei: we hebben de theorie gehad. Leer mij de praktijk. Leer mij te genieten en leer mij hoe ik het genieten ontwijken moet. Ik moet eerst genieten om te weten, wat ik niet zal willen. Ik doe je een gelofte nu. Ik geniet met jou. Daarna geniet ik pas weer, als mijn missie voltooid is..., en weer met jou. Je hebt mij gefaciliteerd, en je hebt mij gerespecteerd. Je hebt mij Franco en zijn gastvrije gezin gegeven. Je bent mijn man.”
Om het prikken in mijn ogen te maskeren, schonk ik ons nog wat Pinot Grigio in.
“Beloof mij dat je voorzichtig bent, Anouk. Je bent erg goed, mogelijk de beste op Stefano en Rino na, maar je vijand is te groot. Je zult slagen in je aanslag, dat weet ik al, maar stop je wraak op een realistisch punt. Vermoord geen mensen die er niets mee te maken hebben, want je zult ‘gun-crazy’ gaan, en ik denk dat dat ook logisch is.
Als je ontsnapt, Anouk, nooit over de wegen, want de carabinieri werken daar voor de Sacra Corona Unita. Ga de bergen in, zoek de hoge gronden en contact mij, met je GPS coördinaten. Lucio en Umberto kunnen in drie uur bij je zijn. Stefano in acht uur, en ik in negentien uur. Ik vertrouw Stefano met mijn, en jouw leven. Leer de Napolitani kennen. Zij zijn anders, maar ook al veertig jaar mijn trouwe vrienden, Begrijp je me, Anouk?”
Anouk knikte, en ik zag hoe nu de tranen uit haar ogen drupten. Een zichtbare emotie na een jaar.
“Anouk, wat heb ik miszegd?”
“Niets Jan. Niets dat mij bedroeft. Het is dat ik steeds afscheid nemen moet.”
“Partir c’est mourir un peu, Anouk. Scheiden is inderdaad een beetje sterven, maar de kennis die je nu op gaat doen in Napels, de vrienden die je gaat ontmoeten, zullen het waard maken, amore. Maar ik zeg je dit: besluit om van je missie af te zien en ik laat je nog wat langer van je jeugd genieten. Blijf nog een meisje, Anouk, het is het waard. Ik beloof je dat Franco, Stefano, Rino en ik de moordenaars zullen uitvlakken. Denk erover, mooi lief, klein monster.”
Voor een moment dacht ik dat Anouk zou toegeven. Mij hart maakte een luchtsprong..., maar nee.
Anouk stond open en liep de keuken in, mij achterlatend in een maalstroom van gedachten, en emoties. Toen zij terugkwam, droeg zij een zilveren schotel met een lamsbout daarop. Discussie over!
Terwijl ik de lamsbout aansneed, opende Anouk nog een fles wijn. Ze wist wat ze deed, dat zag ik. Ze wist niet wat ik zou doen, of liever gezegd niet zou doen. Ze dronk zichzelf moed in. Een vrouw die in zestien seconden tien man had uitgeschakeld, dronk zich moed in.
Terwijl wij ons te goed deden aan het malse lamsvlees, vroeg ik: “Ben je nog bij de les lieverd?”
“Ja Jan, het draait wel een beetje, maar ik voel mij goed.”
“Goed, je eet nu en stopt met drinken. Je hoeft jezelf geen moed in te drinken. Vannacht gebeurt er niets, waar jij moed voor nodig hebt. Je wilde leren..., leer dan. We hebben alle tijd in de wereld. Je kunt relaxen.”
“Echt Jan? Ik ben nu wel nerveus.”
“Ik zou een slechte leermeester zijn, als ik dat niet gezien had, Anouk.”
“Dus...?”
“Nee, vannacht niet. Het zou waanzin zijn. Vanavond, en mogelijk vannacht zijn wij er voor elkaar. Ik wil dat je relaxed bent. Ik ben de fucking tandarts niet.”
“Dus wat wil je dat ik doe, Jan?”
“Eet, drink en geniet en vergeet de rest.”
“Het draait nu erger in mijn hoofd, Jan,” zei Anouk later in bed.
“Okay, ga even rechtop zitten, wacht... dan prop ik dat kussen in je rug..., houd je ogen open voor twintig minuten, dan is het over.”
Tien minuten later sliep ze. Terwijl ze de houten deuvels uit de blokhut ronkte, draaide ik mij op mijn zij, en keek naar haar. Mijn hoofd maalde met gedachten. Normaal gaan mijn ratio en gevoel hand in hand, maar nu was ik erg in de war. Ik werd verscheurd door gevoelens, mijn ratio vertelde mij nu, dat ik mij druk om niets maakte. Maar nu was er ook een ander gevoel, en het kon niet door dezelfde deur met mijn ratio.
Ik voelde voor Anouk, ik hield van haar en sinds heel kort wist ik ook, dat ik haar begeerde. Echter, mijn eigen absurde normen en principes werkten nu tegen mij. Ik had al moeite om mij, op mijn leeftijd, voor te stellen om seks met een achttienjarige te hebben, maar seks met de achttienjarige dochter van mijn vermoorde vriend, voelde als fucking verraad.
Ondanks alle eerder aangevoerde, en gezonde argumenten bleef het als verraad voelen. Ik moest namelijk Anouk iets leren, waartoe ikzelf niet in staat was. Ik moest haar leren haar gevoel en emotie uit te schakelen, gedurende het moment dat zij seks had met iemand.
Hoe kon ik dat ooit rechtvaardigen, wanneer ik mijn eigen gevoelens niet zou kunnen uitschakelen, tijdens het praktische seksonderricht? Dat kon ik niet, en ik wist dat nu al. Toch, er was een verschil: ik hield wel degelijk van Anouk, terwijl zij de mannen waar ze mee naar bed moest, haatte. Ik zou met Anouk seks hebben om haar beter te bewapenen, terwijl Anouk seks zou hebben om als overwinnaar uit een onmogelijke strijd te komen. Had ik het morele recht, of had ik dat niet? Ik hoopte dat slaap uitkomst zou brengen. Ik kuste Anouk op haar wang, kroop tegen haar aan, en pakte haar hand.
De geur van espresso en gebakken eieren was het eerste waar ik mij bewust van werd, toen ik ontwaakte. ‘Er zijn fucking slechtere manieren om wakker te worden,’ dacht ik. De waarheid van die gedachte werd mij duidelijk, toen ik Anouk met een dienblad voor het bed zag staan. Gedurende de nacht was het mij niet opgevallen, hoe weinig kleren dat ze droeg... Nu kon het mij niet ontgaan..., of eigenlijk wel..., want ze had haast niets aan. Een slipje.
“Goedemorgen Jan, heb je goed geslapen? Ik kan mij niet herinneren dat ik ooit zo lekker geslapen heb. Ik heb wat te eten gemaakt, ik hoop dat het goed is, ik ben beter in neusbenen kraken, dan eten maken.”
“Ja goed, dank je,” lachte ik, “Lekker Anouk. Heb jij het niet warm met al die kleren aan?”
Anouk keek mij even aan, en zei toen: “ja, eigenlijk wel. Ik zal het gelijk allemaal maar uittrekken.”
“Nee, nee. Je bent okay. Kom in bed, dan gaan we eten, voordat ik in jou bijt. Mijn maag denkt dat mijn strot is doorgesneden.”
Ja, ik was goed met al mijn spitsvondigheden en mijn fucking ongein, maar ik wist dat ik nu mijn belofte waar moest gaan maken. Er was geen ontkomen aan, want als Anouk aan mij ging twijfelen als de man die veel van vrouwen afwist, dan zou zij alles in twijfel trekken. Ik moest aan de bak en ik wilde maar dat ik wakker werd uit die droom.
Waar moest ik begonnen? Leerde ik Anouk eerst het genot geven en ontvangen, of moest ik beginnen met haar het faken, en manipuleren te leren? Mijn gevoel zei mij voor het ‘faken’ te gaan, maar mijn logica vertelde mij dat ik haar niet iets kon leren faken, wat zij helemaal nog niet kon.
Anouk zag dat ik mijn eten verorberde alsof het een galgenmaal was. Ze vroeg: “Zit je er zo mee, Jan? Is het zo’n opgave?”
“Nee..., Ja...., ik weet het niet, Anouk. Ik weet niet waar ik beginnen moet.”
“Wat als je eens begon zoals je normaal doet, of wil je dat ik iets probeer. Je hebt mij genoeg verteld in Holland.”
“Nee, geef mij even een moment, Anouk. Ik probeer uit te werken hoe ik dit ga doen. Als eerste, en ik kan er niet aan ontkomen, is er hoe je genot kunt ontvangen. Dat is ook belangrijk, want anders weet je niet hoe je faken moet. Ik stel mij voor dat wanneer je genot ondergaat, dat je met een persoon van je keuze bent.
Daarnaast moet je genot kunnen geven, en wel op twee manieren. Wanneer je met de man van je keuze bent, dan laat je het genot zo subtiel mogelijk zijn, en zo lang mogelijk duren, terwijl als je seks als wapen gebruikt, dan moet het genot heel geraffineerd tot een snel orgasme bij je slachtoffer worden gebracht. Populair gezegd: ‘Hoe sneller hij klaar is des te vlugger je er van af bent’. Klinkt dat logisch, foofie.”
Anouk knikte alsof we over het demonteren van een Ingram machinepistool zaten te praten.
“Dit is mijn probleem. Seks is meer dan elkaar verwennen in bed. Het is vooral een psychische kwestie. Nou, wij, stel ik mij voor, beginnen bij het koken en we gaan voor de eerlijke seks. Ik wijs je op alle punten waar je op letten moet, maar tevens kan ik je pointers geven, die je van dienst zijn bij de manipulatieseks. Het probleem is dat zaken dan door elkaar gaan lopen en, in ieder geval ik het overzicht ga verliezen.”
“Zo waarom behandelen wij het dan niet als twee verschillende onderwerpen. We beginnen eerst met de eerlijke seks, en als wij dat een keer of vijftig geoefend hebben, starten we met de manipulatieseks. Dan weet ik tenminste..., en hopelijk, wat ik faken moet. Ik denk echter, dat ik dat wel snel onder de knie zal hebben. Je weet: ik leer erg snel.”
“Waarom moeten we dan de gewone seks vijftig keer oefenen, Anouk,” vroeg ik stikkend van het lachen.
“Ja, weet je..., ik wil er zeker van zijn, dat ik alles precies door heb. Het lijkt mij toch wel belangrijk om al die dingen te weten, te ervaren en uit te voeren,” antwoordde Anouk, mij ondeugend aankijkend.
Yeah, yeah, Ik weet het. Maar wat ik niet weet..., wat ik echt niet weet is met welk oogmerk te beginnen. Normaal zou ik zeggen, laten wij eerst elkaar leren hoe te genieten, maar als ik dat doe, ben ik bang dat ik aan de rest niet meer toe kom. Ik weet niet of je het weet, foofie, maar je bent nogal aantrekkelijk, zelfs met bokshandschoenen en voetbalschoenen aan.
We wisten alle twee dat die avond voorgoed iets zou veranderen tussen ons. Ik was er niet happy mee; okay ze was meerderjarig en menig man zou zijn rechterhand ervoor willen geven, maar omdat het de dochter van een dierbare, vermoorde vriend betrof, had ik er problemen mee; verder ben ik ook niet menig man.
Anouk voelde hoe zwaar ik het ermee had, en deed alles om mij het naar mijn zin te maken. Tijdens het koken was ze niet bij mij weg te slaan. Ze waste en sneed de kruiden, deed de afwas en toen ik in de risotto stond te roeren, leunde zij tegen mij aan en bleef mijn gezicht kussen. Als ik niet beter wist, dan had ik gedacht dat ze iets van mij wilde.
De risotto en de Pinot Grigio zorgden voor de inspiratie die ik nodig had. Tijdens het eten, trok ik mijn plan. Ik wist hoe ik het zou gaan doen, en zei dat tegen Anouk, die ineens een stuk enthousiaster in haar risotto beet.
“Het probleem was dat ik je niet kon leren faken, als je niet wist wat je faken moest, dus we zouden met de normale seks moeten beginnen. Daar lag mijn probleem. Ik heb iets bedacht, Anouk. Wanneer ik begin met je trucs te leren, dan heb ik het idee dat ik iets aan het doen ben, waar ik zelf vrede mee kan hebben.
Gedurende die tijd is het onvermijdelijk dat ik in de stemming kom. Het klinkt verschrikkelijk, om mijzelf dit te horen zeggen, maar beter wordt het niet voor me. Ik belazer mijzelf, maar ik denk dat ik het op die manier kan aanvaarden. Wat denk jij, lieverd?”
“Jan, ik vind alles goed. Het kan niet verkeerd voor me gaan. Ik begrijp wat je bedoelt, en als het zo werkt, ‘well, so be it’. Je begint met mij wat trucs te leren. In dat proces zet jij je morele overwegingen hopelijk opzij, misschien ook, omdat je mij prettig vindt. Daarna zullen wij vanzelf de seks hebben, zoals het zijn moet. Daarna, maar lang daarna leer je mij wat ik moet weten, om deze seks als wapen te gebruiken. Is dat hoe je het bedoelt?”
“Ja, precies zo,” antwoordde ik opgelucht.
De maaltijd verliep nu zoals wij het allebei eigenlijk gepland hadden. Ik ben geen slechte kok en de risotto was daar het bewijs van. Anouk ging bijzonder rustig met de wijn om. Een ander zou zich moed ingedronken hebben, niet Anouk. Die kende geen vrees. Ik vreesde dat zij meer moed had, dan ik op dit moment, maar ik had mijn besluit genomen.
Toen wij natafelden, begon ik.
“Monster, ik wil proberen de banale Nederlandse namen van lichaamsonderdelen en daden te vermijden. Niet dat ik mij daar te netjes voor voel, maar het bevalt mij niet om in die termen met een achttienjarig meisje te spreken. Als de ik nette benamingen moet gaan herinneren, of bedenken dan word ik er steeds aan herinnerd dat ik met een achttienjarige zit te praten. Dat is dus allebei niets. Normaal zou ik in metaforen spreken, of schrijven, maar dan wordt het met recht een verhaaltje. Wat ik wil doen, is gewoon de namen voor die lichaamsdelen en acties eruit gooien, zoals ik dat normaal doe, want daar voel ik mij het beste bij. Ik heb dan voor mijzelf meer het idee, dat ik met een vriend zit te praten. Het zal goor zijn bij tijden, maar in ieder geval niet zo oubollig banaal als de Nederlandse turbo-trapauto fucktaalshit.
Nog iets anders wat het voor mij en ruk makkelijker maakt. Anouk, als een vrouw seks verschaft, of haar lichaam seksueel gebruikt voor geld of ander voordeel, dan is het een hoer. Hoe je het draait, wendt of keert..., het is een hoer. Nou, voor mij heeft dat niets negatiefs. Ik heb mijn leven lang met hoeren geleefd en ik heb meer respect voor een goede hoer, dan de ‘zogenaamd nette’ huisvrouw, die de kwarkrekening gelijkstoot met de melkboer.
Je bent mij er dus niets minder om, integendeel, ik respecteer je nog meer. Maar omdat ik hoeren gewend ben, zal ik ook zo praten alsof ik tegen een hoer, of een pooier praat. Dat maakt het voor mij een stuk makkelijker. Misschien is het ‘mind over matter’, maar zo voelt het voor me. You know ‘m saying, mamma?
Anouk schoot in de lach..., en ik in mijn redevoering:
“Wanneer je seks als manipulatiemiddel gebruikt, dan houdt je twee dingen in het oog. Ten eerste wil jij er zo snel mogelijk vanaf, en ten tweede wil je dat je schaap, of de hip –zo noemen we de vent die bewerkt moet worden- het niet merkt.
Tevens wil je zo min mogelijk echt contact, al is dat niet altijd te vermijden. Het hangt van je missie af. Als de seks cruciaal is voor het slagen van de onderneming, dan zul je concessies moeten doen. Dat ga je begrijpen, maarmate wij vorderen.
De hip moet opgewarmd worden, want des te meer zin hij heeft, des te sneller is het over. Je begint met die opwarmingsprocedure al lang voordat je in bed belandt. Mogelijk uren, zoniet dagen vooraf.
Hoe vaker je uitstelt om reden waar het schaap wel begrip voor moet hebben, des te meer geobsedeerd, raakt hij. Een man maakt fantasieën over wat hij allemaal gaat doen. Als het eenmaal zover is nadat je hem hebt voorbewerkt, is het meestal snel over. Iedere man zal mij hier tegenspreken, maar ik ben ook maar twintig jaar pooier geweest, dus ik weet er maar weinig van,” gooide ik de vrolijke noot in het, voor mij, toch al zo moeilijke verhaal.
“Nou je bewerkt een man op verschillende manieren voor. Je luistert aandachtig, wanneer hij praat. Iedere vent wil praten om indruk te maken. Wees begeesterd van wat hij zegt. Uit enthousiasme en het lachen ‘dat je moet’, pak je hem af en toe ‘vol bewondering’ bij zijn arm, alsof je zeggen wilt: ‘Werkelijk, is dat echt waar?’ Luister echter goed, want veel kerels gaan doorslaan bij een vrouw waar ze indruk op willen maken. Laat hem praten. Als hij praat, maakt hij de kans op fouten, niet jij.
Als een man veel praat, dan zal hij meestal zijn verhalen herhalen. Je let dan op voor tegenstrijdigheden. Als hij trots over aantallen praat -wat dan ook- vraag hem dan na een paar dagen, of hij je nog eens dat ‘leuke’ verhaal vertelt, waar die aantallen in voorkwamen. Meestal gaat de vent daar gelijk de fout al in. Doet hij dat niet, dan merk je heel onschuldig op: 'Ik dacht dat je zei dat het er veel meer waren.' Je kijkt of het schaap in de war raakt, of hij twijfelt, of uitvluchten verzint. Denk erom dat je dit niet te vaak doet. Als je weet dat hij liegt, of bluft, dan is dat genoeg. Herhaling valt op.
Observeer hem en vorm je een beeld. Raak hem aan, ‘onschuldig’..., en ‘in je enthousiasme’. Nimmer geraffineerd. Een man mag nooit weten wat je kunt, ook de goede man niet. Die helemaal niet. Als je een open boek bent, dan word je uitgelezen. Je bent dan niet interessant meer en net als dat boek..., word je in een hoek gegooid.
Goed, voor iedere man heb je hetzelfde verhaal. Je bent aangerand als kind, maar het is gelukkig niet tot de daad gekomen. Daarna had je voor een paar weken een vriendje, maar die heeft een motorongeluk gehad, nadat je pas een paar keer intiem met hem was geweest. De man in kwestie is dan ook altijd de eerste na je vriendje. Je bent seksueel dus zeer kwetsbaar. Daar kun je je ook steeds op beroepen, zodat je het schaap twee kanten op kunt manipuleren, namelijk, met de seks... en het begrip voor je probleem daarmee. Hoe meer ze dan van je gedaan krijgen, des te gekker zij zichzelf maken.
Je bent nog jong en je kunt je dingen permitteren waar een vrouw van veertig niet mee aan hoeft te komen, zonder dat ze gevraagd wordt of ze wel goed bij haar hoofd is. Van een oudere vrouw wordt ervaring verwacht, van jou willen ze maar al te graag geloven dat je nog onervaren bent. De wens is ook hier de vader van de gedachte.
Je bent nog jong, dus je kust als een kind. Je klapt niet je tanden naar achter en je laat je geen lap tong in je bek duwen. Het is zeer intiem, en dat is niet wat je wilt. Je vecht die tong uit je mond vandaan; je stopt hem af bij het binnenkomen. Een man zal dat uitleggen als onervaren enthousiasme van jouw kant. Jij zult de voldoening hebben dat het schaap niet hele stukken schapenvlees in je waffel stopt..., en dat geldt niet voor een tong alleen. Alles wat ik je nu vertel, oefenen wij later. Wil je aantekeningen maken, Anouk?”
“Ik denk in plaatjes, dat weet je, Jan. Wat ik zie, vergeet ik nooit meer. Nee, het gaat fijn zo. Ik vind je lief. Erg lief.”
“Dat is erg fijn om te horen, Anouk. Ben je al bezig om je lessen in praktijk te brengen?” dolde ik.
Ik had beter moeten weten, Anouk kennende. Ze keek mij aan alsof ze zeggen wilde: “Jij, van alle mensen, waarom zeg je dat tegen mij? Ik zou nimmer iets -dat ik van je geleerd- tegen je gebruiken.”
Ze keek gekwetst.
“Anouk, het spijt me. Zo stom zijn kerels nu. Het was een stomme grap. Neem het me niet kwalijk lieverd. Het is mijn cynisme, en ik ben bang dat dit erger gaat worden, naarmate wij op een gelijk niveau komen, maar ook dat is goed, lieverd. Je weet dat ik het niet rot bedoelde. Vergeef me.”
Anouk pakte mij om mijn nek en duwde haar gezicht tegen dat van mij. Ze zei niets, maar ik voelde haar lippen op mijn wangen.
“Nou, alles dat ik je ga vertellen, dat oefenen wij ook, want anders denk je dat ik een lulverhaal..., met recht een lulverhaal vertel, omdat sommige dingen je ongeloofwaardig zullen lijken.
Het hangt van de man af, maar mannen kunnen sluw en intelligent zijn, een hoop mannen weten weinig, of niets van vrouwen. Ze zijn dan op onbekend terrein, waar jij gebruik van gaat maken. Des te beter je leert profileren, des te makkelijker wordt het seksverhaal.
Veel vrouwen denken dat wanneer zij laten zien hoe goed zij zijn, dat zij daar een man mee voor zich kunnen winnen, of kunnen behouden. Fout! O, ja, in het begin springen kerels door hoepels..., als ze het bloemetje maar kunnen plukken. Na vier vijf keer denken ze: ‘Fuck, dat ging lekker gemakkelijk. Ik vraag me af met hoeveel kerels ze dat al gedaan heeft; ze is mij een beetje te goed’. Dan zijn ze weg, of de vrouw wordt gedumpt.
Een man haat de onzekerheid om niet te weten of zijn voorgangers nu beter waren dan hem, of niet. Hij gaat liever weg, want dan heeft hij de voldoening dat hij de vrouw een vrijzetter heeft gegeven.
Alles wat je doet, doe je op een naïeve wijze, door ‘gebrek aan ervaring’. Mannen vinden het heerlijk om een vrouw te laten zien ‘hoe goed zij zijn’. Tevens hebben ze dan de relatieve zekerheid, dat je niet ‘zoveel gewend bent’ en dat zij dus hopelijk als de beste uit de bus komen. Heel veel mannen zijn onzeker met vrouwen, tenzij het hun eigen vrouw is. Ze maskeren die onzekerheid met alles dat je maar bedenken kunt. Het typische haantjes gedrag.
Waar je een grote voldoening aan gaat beleven, is het feit dat je penetratie –welke dan ook- tot het minimum beperkt, niet alleen in aantal, maar vooral in diepte. Of dat nu, zoals net gezegd, een tong is, of de lat van een hip in je mossel of baksnaaier, je beperkt het op een manier die hij niet door heeft. Nogmaals, je bent jong en onnozel. Maar toch ook weer niet zo onnozel, dat je er niet op aandringt dat hij een condoom draagt.
Laat je niet vangen, wanneer hij zegt dat jij dat ding er omheen moet doen..., want dat heb je nog nooit gedaan. Als hij er toch op aandringt, dan doe je het op zo een onbeholpen manier, dat hij in je hand klaarkomt. Wanneer het condoom erom zit, natuurlijk. Waarom dat condoom van cruciaal belang is, leg ik je zo uit. Je zult me niet geloven.
Goed, het ziet er naar uit dat we met gas gaan koken, dus ik begin bij de minst intieme daad. De ‘tugjob’. Hoewel er talloze variaties zijn, belangrijk is dat het schaap zo snel mogelijk aan zijn gerief komt, en het liefst met een ‘handjob’. Daar doe je het meeste van het voorbereidende werk, voor als het later tot een penetratie, ‘blowjob’ of ‘fuckjob’, komt.
Hoe langer je aan die stok zwengelt, des te korter hij hem ergens weg kan duwen. Terwijl je daarmee bezig bent, kijk je of hij zijn ogen open, of dicht heeft. Dicht is het makkelijkst, want dan maakt hij zijn eigen fantasieën. Heeft hij zijn ogen open, dan wil hij kijken. Je geeft hem dan wat te zien, maar je gaat niet wijdbeens naar hem toe liggen, want dan krijg je een paar vingers in je muff geschoffeld. Het mooiste is om je slipje zo lang mogelijk aan te houden. Voor een hoop mannen is het veel erotischer om door je broekspijpje een stukje van je vlinder te zien, of te betasten. Daar raken de meeste kerels meer opgewonden van, dan wanneer ze die vleermuis in volle glorie in het zicht hebben. Subtiel..., heet ook hier het spel weer. Ik leer je dat allemaal, wanneer wij eenmaal zo ver zijn.
Nou, voordat we verder gaan, moet ik je op je hart drukken om op te letten, waar die vrijer van houdt. Je let op alles, want als je merkt dat hij een bepaalde aanraking prettig vindt, dan gebruik je je tweede hand om de zaak een beetje te bespoedigen. Veel mannen, maar zeker niet alle, raken super opgewonden wanneer je met hun T-pels speelt.
“Ach, je dolt me, Jan,” zei Anouk lachend.
“Nee, ik dol je niet, maar maak nooit de fout dat je die dingen meteen opzoekt, want meestal hebben vrouwen die dat doen, al wel een beetje ervaring. Mocht je je een keer vergissen en toch voor die T-pel gaan, dan heb je de kans dat die man later aan je vraagt, hoe je dat wist.”
“Mijn overleden vriendje vroeg mij dat wel eens te doen,” zei Anouk trots.
“Superdot! Ik houd ervan wanneer je meedenkt. Nou, wanneer het een ‘singlehand tugjob’ is, dan helpt de tweede hand om de man extra op te winden. Er zijn verschillende manieren, en ik zal ze allemaal met je doornemen. Fuck..., zullen we naar bed gaan? Het begint te branden bij me,” zei ik dollend.
“Ja! Kom, dan gaan we gelijk,” zei Anouk, en stond op.
“Kom, geef mij even lucht. Ik begin nu net aan het idee te wennen. Waar waren we gebleven? O, ja ‘singlehand tugjob’. Nou, onderschat het effect van twee handen gebruiken niet, Anouk. Ook al heeft de kerel een ‘willy’ ter grootte van een viltstift, je kunt altijd helpen met je tweede hand.
Wanneer de hip kijkt wat je doet, neem je hem in twee handen Je wekt dan de indruk dat hij een ‘boner’ heeft, en dat windt hem gegarandeerd op. Wat de meeste mannen niet weten, is dat wanneer je één hand zo laag mogelijk om de schacht sluit –zowat tegen het schaambeen aan- en je knijpt je duim en wijsvinger, op het moment dat die stift het hardst is, dat je dan de terugvoer van het bloed belemmerd. Het resultaat is dat het ding steeds gevoeliger wordt. Houd dat even vol en voordat je het weet, knort hij. En jij meestal ook..., en niet op de manier dat je slachtoffer het graag gezien had. Nou, herinner mij er aan dat ik dit allemaal met je doorneem. De meeste kerels waar je voor het eerst mee naar bed gaat, heb je hier al te pakken. Einde verhaal Wel, tot het weer opnieuw begint.
Voordat wij verder gaan..., ik leer je alle trucs, maar onthoud dat je beter twee stoten in je trut kunt krijgen, dan een stomp voor je kop. Als je vermoedt, of merkt dat de hip wat doorheeft, of door begint te krijgen, wel..., geef het dan maar over, en laat gaan. Je gaat er niet dood aan. Je brengt niet alleen je missie in gevaar, maar je leven ook; al ben je nog zo goed.
“Het is mij moeilijk voor te stellen, Jan. Het enige dat ik er ooit in heb gehad, was mijn vinger,” zei Anouk, quasi onschuldig.
“Jij bent ook wat hoor. Nou, hier ga je van opkijken. Je herinnert je dat ik benadrukte dat je een condoom om die stok zou doen? Here’s why.
Hoe veel je ook bereikt met je handen, in je ‘foof’ is het een ander verhaal. Ze voelen tachtig procent minder. Tachtig procent minder en in je mond ook.”
“Maar dat is dan toch alleen maar stom, als ik dat doe? Dan duurt het nog langer,” wierp Anouk tegen, “Het lijkt mij dat wanneer een man veel minder voelt, dat het nog langer duurt. Waar...,”
“Ho, ho, wacht even. Niet rennen voordat je lopen kunt. Ik zei: ‘Ze voelen tachtig procent minder’, maar ik wilde er aan toevoegen dat ze tweehonderd procent méér gaan voelen. Ze gaan, om het in ABN te zeggen, neuken zonder dat ze in je kut zitten, en ze krijgen een ‘blowjob’ zonder dat ze in je mond zitten. Nou, hoe is dat voor een maanloze nacht?”
“Ah Jan, alsjeblieft. Zullen we gewoon maar wat gaan proberen, lieverd? Ik denk dat je een beetje teveel Pinot Grigio hebt gedronken.”
Ik lachte en zei: “Ja, je denkt dat ik raaskal, hè? Nou, het werkt zo: juist omdat een man veel minder gevoel heeft, kan hij niet voelen of hij in je hand, of in je vlinder zit. Van primair belang is dat je oplet dat er geen spiegels, of sterk spiegelende oppervlaktes in de kamer zijn, waarin hij kan kijken. Als die er wel zijn..., vergeet het dan maar.
Als dat niet het geval is, kun je een paar trucs toepassen. Nogmaals, let op met wie je het doet. De gemiddelde Jan Lul heeft het niet door. Al die gegevens verzamel je gedurende de tijd dat je de man profileert.
Wanneer het voor je gevoel goed is, er zijn geen spiegels en de man dringt aan om in te dringen, leid jij hem ‘naar binnen’. Je leidt hem naar binnen, nadat je in een onbewaakt ogenblik in je rechterhand gespuugd hebt.
Je trekt je rechterbeen op en legt dat op zijn rug. Daarmee voel je of hij onverwachtse bewegingen gaat maken. Met je rechterhand ga je om je bil heen, en leidt hem waar hij graag wil zijn, met dat verschil dat je net doet alsof hij bij je binnenkomt, maar intussen houd je hem in je hand. Het is een kwestie van oefenen, maar het lukt je zo. Let maar op later.
Je leert je gezicht vertrekken, naarmate hij dieper in je (hand) dringt. Waar veel vrouwen hun bekkenbodem spieren moeten gebruiken –als ze dat kunnen tenminste- gebruik jij nu je hand. Je knijpt en maakt alle bewegingen die normaal een ‘foofie’ maakt. Dat leren we je nog. Van de honderd mannen merken negenennegentig het niet. Geloof je me niet? Hier is nog een beetje meer voor je.
Blowjob! Nog steeds met het condoom..., en zonder de spiegel. Je merkt wanneer hij je een mondvol wilt geven, maar jij bent verlegen. Je durft het wel..., maar... Je gaat met je rug naar zijn gezicht toe, naast hem zitten en je buigt je over zijn middel. Hij kijkt dus tegen je rug, en je kont aan. Klein slipje helpt. Open je benen maar niet te veel, hij moet een beetje aan je gooi kunnen zitten, zodat je hem opwindt, en afleidt. Afleiden van wat?
Je zorgt dat je een hand met spuug over die gecondomeerde ‘weiner’ haalt, wanneer je met je rug naar hem toe zit. Als je je hoofd laat zakken, dan knel je langzaam die stok onder je kin, waarbij je met één hand die lat weer dicht bij het schaambeen omvat. Net zoals bij een dubbele ‘handjob’. Met die hand doe je twee dingen: je stremt op een gegeven moment de bloedcirculatie, zodat ‘Dick Sick Prick’ sneller aan zijn gerief komt, maar tevens zorgt die hand ervoor dat het ding niet onder je kin vandaan schiet. Dat zou namelijk niet goed en erg gênant zijn.
Wanneer je hem in de juiste positie hebt, ga je met je hoofd op en neer, net als bij een ‘suckjob’. Terwijl je dat doet, maak je smakkende geluiden met je mond. Ik geloof niet dat ik je uit moet leggen waarom...”
“Niet te geloven..., je meent het echt. Kan een vent zo stom zijn dat hij dat niet merkt?”
“Het heeft niet zoveel met stom zijn te maken. Het is zo ongelooflijk, dat ze er nog nooit aan gedacht hebben, dat dit kan. En het fucking kan, dat verzeker ik je.”
“Wie heeft jou dat verteld, of heb je het zelf uitgevonden?”
“Je weet dat vrouwen vroeger mijn beroep zijn geweest. Daar in dat vak tijd echt geld is, was het van kardinaal belang om een vent zo snel mogelijk de deur uit te krijgen. Daar was alles op gericht. Nou, laten we eerlijk zijn, sommige mannen hebben hondenpikkies, terwijl de hoer in kwestie geen vleermuis, maar een ezelskruis kan hebben. De klant zou dan niets voelen..., en een half uur in de ruimte liggen stompen. Ook zou de gooi van een prostituee aardig uitgewoond worden, wanneer ze zo’n twintig klanten op een avond moest stallen. Dus slimme hoeren hebben oplossingen bedacht, die zij aan elkaar doorgaven. Nee, ik heb het moeten leren. Daarna heb ik het weer aan vrouwen geleerd. ‘Story of my fucking life’
Ik heb een keer een meisje gehad die voor mij werkte, die het beroep van een vriendin van mij geleerd had. Zij was zo goed dat ze iedere week met twintig ruggen thuiskwam. Dat was geld in die tijd, Anouk, maar het mooiste was, dat ze al haar klanten ‘op de toer nam’, zoals dat toen heette. Ze heeft het een keer gepresteerd om een jaar geen penetratie te hebben. Toen uiteindelijk een klant kwam die het spel ook kon –het was waarschijnlijk een pooier- moest ze zich laten naaien..., al was het dan met een ‘cocksock’. Ze was er doodziek van, terwijl er niets was gebeurd, waar ze niet voor zat.”
“Wat is een..., ik snap het al. Een condoom. Sorry. Dus als ik dit overleef, en ik bekwaam mij in die trucs, dan kan ik altijd nog als prostituee gaan werken?” vroeg Anouk serieus.
“Not a fucking chance, monster. De concurrentie is moordend. Veel huisvrouwen werken thuis een beetje bij en er zijn schoolmeisjes die ‘tug- and blowjobs’ geven voor tien fucking euro. Nee, dat verhaal is over, maar het was een interessante tijd. Snap je nu dat ik weet hoe kerels zich kunnen laten naaien, al is het dan niet zo, zoals zij graag zouden willen? Nou, heb je vragen, Anouk? Er is nog zat maar ik moest je eerst met het idee vertrouwd maken, dat je zelfs seks kon faken.”
“Ja, hoewel ik je onmiddellijk geloof, en ik zo groen ben als gras, heb ik wel een paar vragen. Het is jouw logica, die ik nu toepas. Ik geloof je onmiddellijk, maar ik heb een paar ‘what if’ scenario’s.”
“Go,” zei ik.
“Okay, om met de ‘blowjob’ te beginnen, Jan. Wat als die man kijken wil. Dan moet ik mij omdraaien. Wat doe ik dan?”
“Je bent verlegen en je durft, en kan het dan niet. Okay, dat is een tijdelijke oplossing, maar je wilde toch geen relaties opbouwen met je toekomstige slachtoffer, nietwaar? Het kan zijn dat die situatie zich voordoet..., wel, dan moet je je omdraaien en dan kan je niet faken. Het is dan zaak dat je penetratie tot een minimum beperkt, en zo kinderlijk mogelijk doet. Dat helpt.”
“Wat als de man dieper in mijn mond wil gaan?”
“Kun je niet. Je hebt het wel eens geprobeerd met je vriendje, maar toen werd je misselijk, en je stikte zowat. Let daar trouwens erg mee op, Anouk, want een hoop zieke kerels kicken erop om je die lat zover mogelijk in je strot te duwen, zodat je bijna stikt. Als je dan mazzel hebt dan loop jij stikkend en kotsend in de rondte, en hij heeft een mega-orgasme. Laat hem nimmer zijn handen om je keel doen, en als hij met een plastic zak aankomt, dan trek je die maar over zijn kop. Laat je nooit verleiden, vermoord dat kreng eerst, want je zult niet de eerste zijn, die het slachtoffer wordt van snuffsex.”
“Wat is snuffsex?”
“Sex waar de vrouw vermoord wordt, daar krijgen die zieke bloedhonden hun kicks van. Vaak filmen ze het sterven van de vrouw ook nog. Het is een rare wereld, Anouk.”
“Nou, als ik met zoiets te maken krijg, dan film ik de stakkerd, nadat ik hem drie vingers door zijn strot heb gestoten. Hé Jan, wat als de man –en vergeef mij, maar ik heb wel eens plaatjes gezien- een achterommetje wil maken.”
“Nog beter. Zo kan het ook. Ik laat het je allemaal zien. Weet je Anouk..., ik leer je nu..., en straks dingen om seks te ontwijken, maar er zijn net zoveel trucs –misschien meer- om waanzinnige seks te hebben. Ik zou een jaar nodig hebben om je alles te leren. Het zou wel het mooiste jaar van mijn leven worden.”
“Van mijn leven ook, Jan. Wanneer ik terugkom, nemen wij dat jaar, en dan trouwen we, want ik wil niet dat je met een trut trouwt.”
Het viel mij op dat Anouk zei: ‘Wanneer’ en niet ‘als’. Wat was dat meisje zelfverzekerd..., en ze wilde met mij trouwen. De laatste die dat wilde was Lisette geweest. De dag nadat ze mij vroeg..., werd haar hoofd eraf geschoten. Ik voelde de tranen weer in mijn ogen prikken bij de herinnering, en ik veranderde snel van onderwerp:
“Nookie, mijn mooie nookiebear, we naderen het einde van de inleiding, lieverd. Er zijn nog een paar regeltjes. Je bent niet van steen, en ondanks dat je je concentreert op andere dingen dan de seks, wil je voorkomen dat je ongewild opgewonden raakt. Concentreer je op iets dat volkomen aseksueel is. Paardrijden of zo, en anders ga je tellen. Van één tot honderd..., en dan begin je opnieuw. Zing in gedachten het Russische volkslied, denk wat je fucking wilt, ‘but don’t think fucking sex’.
Nou je hebt een paar plekjes, en wanneer die aangeraakt worden, raak je mogelijk opgewonden. Dat wil je niet.
Je T-pels. Als ze eraan zitten, vertel je ze dat je meer gevoel in de tepelhof hebt dan in de eigenlijke tepel, en dat het ook snel irriteert.
Je C-Spot. Laat ze niet met hun vingers er over of er langs gaan, wijs ze de baan naast de ‘clitbit’. Dat is die strook waar je weinig of niets voelt.
Je G-Spot. Die is nog nooit eerder bij je ontdekt, maar als ze hem weten te vinden, dan heb je een man met ervaring. Die weten ook dat sommige vrouwen er geen genot van ondervinden wanneer de g-spot gestimuleerd wordt. Jij vindt het dus altijd irriterend en schrijnend. Laat je niet te pakken nemen, want een man die weet wat hij doet, laat je tegen het plafond aan spatten. Letterlijk en figuurlijk.
Je A-Spot. De meeste mannen weten de G-Spot niets eens te vinden, dus de kans dat ze bewust je A-Spot raken, is erg klein. Toch kan het voorkomen dat bij diepe penetratie de A-Spot geraakt wordt; het is dus zaak, dat je dat soort penetratie voorkomt. Ik kom daar zo op terug en ik zal je ook met je A-Spot bekend maken.
Je U-Spot. Ik zal je die plek aanwijzen, omdat het een zeer gevoelige plekje is, maar aangezien de G- en vooral de A-Spot al onbekend terrein zijn voor de meeste mannen, is de kans dat ze je daar te grazen nemen, nagenoeg nihil.
Vingeren. Wanneer het een klootveger is die gewoon zijn vingers in de jampot wil steken, zul je er niet veel hinder van ondervinden. Mocht je onwillekeurig nat worden, zeg dan dat je naar het toilet moet.
Daar droog je die ‘figa’ met een stuk closetpapier. Dat naar het toilet moeten, is voor menige man vaak een afknapper, en wanneer hij vraagt waarom je ineens zo droog bent, dan zeg je dat je je gewassen hebt. Afknapper ‘number fucking one.’ Het is improvisatie, lieverd, en er is nog zoveel.
Dan is er Leo Likkepot. Er is weinig dat je kunt ontwijken, wanneer die kop tussen je benen zit. Je kunt een paar dingen doen: wijs hem de plek waar je het minst gevoelig bent, en laat hij zich daar op uitleven. ‘Aan je tovertip laten likken, is te gevoelig voor je’, zeg je. Geef hem een schaamlip in zijn mond, of ga wanneer hij de pan aan het uitlikken is, pissen. Niet wassen, gewoon die zeikdot weer in zijn bek douwen, wanneer je terugkomt. Veel mannen houden niet van pis, maar je kunt natuurlijk ook weer net een gek treffen die er opgewonden van raakt en wil dat je hem in zijn bek zeikt, of erger.
“Gadverfuckingdamme,” zei Anouk.
Het zijn de mooiste en de makkelijkste klusjes voor je. Ook het BDSM, het zwepen en boeienshit kun je rustig doen, zolang jij maar de dominante partij bent. Nimmer Anouk, laat je je vast vinden. Nooit, never, jamais, mai!
Als laatste voorlopig dit: de penetratie. Het komt vroeger of later. Train je bekkenbodem spieren. Er zijn artikelen over. Neem het in je dagelijkse training mee. Je kunt door het samenknijpen van die spieren vaak voorkomen dat een man je penetreert. Hij zal dan denken dat je aan vaginisme lijdt. Jij zegt dat je erg nauw geschapen bent. De man zal nog meer opgewonden raken, en tegelijkertijd raakt hij gefrustreerd dat hij niet bij je naar binnen kan. Na een paar pogingen, verliest hij het. Ik weet nog wel honderd trucs. You say what?”
“Mijn God, Jan. Dit is een heel vak. Ik dacht altijd dat het de weg vanzelf wees.”
“Dat doet het normaal ook wel. Dat is juist het leuke van het ontdekken. Dit is niet normaal, foofie, dit is lijfsbehoud in de meest ware zin van het woord.”
“Jan, het zal misschien een domme vraag zijn, maar wat gebeurt er als ik iemand moet manipuleren, die ook weet wat jij weet?”
“In het geval van de Sacra Corona Unita..., Anouk..., dan ben je dood! Waarom? Iemand die alle trucs kent en daarnaast nog sluw en intelligent is, begrijpt dat hij gemanipuleerd wordt. Het volgende is dat hij zich af gaat vragen: waarom? Wanneer de persoon er niet in slaagt om dat te ontdekken, dan wordt in dat geval de waarheid uit je gemarteld.
Daarom is het profileren zo belangrijk, Anouk. Wanneer je er niet in slaagt om een profiel van je hip samen te stellen, dan moet je op zeker spelen. In bed ontdek je snel genoeg, hoe slim de persoon is. Als je ook maar half twijfelt, dan laat je de trucs voor wat ze zijn. Ze zijn belangrijk voor je ego en zelfvertrouwen, maar ze zijn niet zo belangrijk dat je je leven ervoor in de waagschaal gooit. Je speelt het spel dan zonder de kunstjes, uiteindelijk was je in de eerste aanleg al bereid, om seks als wapen te gebruiken. Dan moet het maar, het is niet anders. Er zijn zat kleine doorslagen die je kunt nemen.”
“Zoals? Wat blijft er dan nog over?”
“Wel, er zijn de gewone excuses die je kunt gebruiken. Bijvoorbeeld, je pretendeert dat de man te zwaar geschapen is voor je. Anouk, denk erom, het moet er wel op lijken, natuurlijk. Je gebruikt je bekkenbodem spieren en je houdt je benen gestrekt. Dat bemoeilijkt de penetratie. Als je je benen buigt en optrekt tot je wangen, dan voel je binnen de kortst mogelijke tijd, die ‘fuckstick’ daar ook.
Je mossel is schraal omdat je mogelijk ‘trush’ of Candida hebt. Dat wil niet zeggen dat je dat hebt opgelopen. Als je je ‘fuckbox’ overmatig met zeep of verkeerde middelen wast, of als je een zware antibioticakuur hebt gehad, dan heb je een gerede kans op die aandoening. Als ik lieg, dan hebben de doktoren in Schotland mij ook voorgelogen, maar zo heb ik het altijd gehoord.
Goed om het af te ronden, Anouk. Negentig procent van de kerels weet die dingen niet, dus je kansen zijn negen tegen één. Dat is een mooi voordeel. Je moet echter altijd blijven opletten. Het klinkt nu erg abstract, maar als we het straks gaan oefenen, dan zul je zien hoe gemakkelijk het gaat.
Als laatste, dit: seks is een machtig wapen, maar als je verder geen klote weet, of kunt..., vergeet het dan maar. In jouw geval schat ik het op vijf procent van het geheel. Je kunt de missie er niet door laten slagen, maar je kunt die, en je leven er wel door in gevaar brengen. Altijd de brainbox blijven gebruiken, foofie, die is machtiger dan de ‘fuckbox’”
Later in bed was Anouk erg stil. Toen ik haar vroeg of er wat was, antwoordde zij: “Ik ben erg overdonderd, Jan. Zo ik al met iets zou willen beginnen, ben ik bang dat ik mij stom voel. Ik voel mij erg onzeker.”
“Monster, kom in mijn arm liggen. Wanneer je je nu niet zeker voelt, dan stellen wij het toch uit. Ik vind het fijn als je in mijn arm ligt en wanneer je mij af en toe een zoen geeft, heb ik het echt naar mijn zin. Rustig aan, Anouk. Rome was ook niet...”
Anouk snoerde mijn mond met een kus. Een kus van een meisje, maar een meisje dat begon te leren. Een meisje dat serieus aan het leren was, want ze vocht haar tong mijn mond in, terwijl zij mijn hand pakte.
Showdown. Nu was er geen ontsnappen meer. Niet langer kon ik Anouk’s aandacht gevangen houden met mijn raadgevingen en andere ‘wisecracks’. Daar ik toch nog aarzelde om het initiatief te nemen, deed zij het voor mij. Haar hand dwong mijn hand tussen haar benen. Ik voelde wat ik gehoopt had niet te voelen. Anouk dreef. Dit zou geen subtiel en teder liefdesspel worden. Ik herkende de tekens en ik besefte dat wanneer ik de algemeen geaccepteerde volgorde aan zou houden, dat Anouk in de war zou raken. Ze volgde nu de instructies van haar eigen lichaam.
Anouk zou haar eerste liefdesgevecht aangaan, zoals zij vocht. Razend snel zou zij haar instinct volgen, elegant, maar meedogenloos zou zij zich naar de overwinning vechten, daar nu alleen de overwinning telde. Ik kon een paar dingen doen, maar ik besloot haar ongetemde, eerlijk verlangen niet te verstoren met gedachtes aan penetratie. Tijd genoeg voor die shit later. Onwillig haalde ik mijn hand tussen haar benen vandaan...
“Niet doen...,” kreunde Anouk, “Laat je hand daar nog...”
“Nee, je gaat te snel daarvoor, monster. Ga op je rug liggen en pak jezelf om je enkels en trek je voeten onder je. Doe wat ik zeg en doe het snel, voordat je het verliest.”
Anouk trok haar benen onder zich, tot zij zo strak stond gebogen als een hoepel. Ik knielde tussen haar gespreide bovenbenen en proefde wat mij nu in een vingerkommetje aangeboden werd. Terwijl Anouk eerder haar tong bij mij naar binnen gevochten had, was die noodzaak hier voor mij totaal niet aanwezig. Mijn tong zou in Anouk verdwijnen zijn, als ik dat toeliet. Het feit dat mijn ‘licker’ aan één kant vast zat, zorgde ervoor dat ik die als linguale peilstift een paar keer risicoloos in het oog van een ziedende storm kon duwen. Een siddering ging door Anouk heen, terwijl zij haar benen nog strakker onder zich trok, zodat ik mij haar ten volle kon laten smaken.
Mijn neus op de erogene feiten gedrukt, samen met de vulva-ambrosia die ik nu proefde, overtuigde mij om mijn actie nu te synchroniseren met Anouk’s verlangen. Zij wilde ontploffen..., ik zou haar nu laten exploderen. Alle reserves verdwenen, nu dat ik naar dat sidderende, strak gespannen, geopende, jonge vrouwenlichaam keek. Ik likte haar lippen af en zoog zachtjes op het puntje van mijn tong..., mijn tong..., haar tong..., tong..., haar puntje. Anouk begon haar adem in te houden. Haar spieren waren gespannen als vioolsnaren. Haar lichaam was nu zo hard als staal..., maar ik controleerde haar 'zwakke punt', die intussen ook aan het verharden was. Ik moedigde het topje aan door er een paar keer met mijn ‘licklick’ omheen te glijden. Het puntje stak nu de kop op en werd weerspannig, doordat het bloed naar zijn kopje schoot.
Terwijl mijn gehele mond haar lippen en het tipje bleven stimuleren, boog ik mijn middelvinger. Doordat Anouk met haar ‘foofie’ omhoog wees, kon ik mijn vinger maar op één manier inbrengen..., met de knokkels omhoog. De zes lippen en twee puntjes bevochten elkaar de zege, maar het was de eerste knokkel van mijn gekromde middelvinger die de overwinning bracht. ‘G-force fucking bigtime’. De stimulatie van de vóór en achterkant van Anouk’s clitbit, lieten haar stamelen: “Jan..., het is net of ik..., ik wil dat je...”
Verder kwam ze niet..., of eigenlijk, kwam ze juist wel..., en héél ver zelfs..., als ik haar niet onderschept had. Ik deed wat ik nimmer gedaan had in mijn leven..., maar ik ving haar op. Ongelooflijk! Anouk kon haar convulsies niet controleren en kwam schokkend klaar... Normaal komen de uitbarstingen uit mijn mond..., nu kwam er een tsunami mosselvocht naar binnen. Ik moest slikken om niet rijmend te stikken, maar ik vond het helemaal niet erg. Nooit geweten dat ik daar ook nog van kon genieten. Ik maakte Anouk’s handen los van haar enkels, zodat ze zich ontspannen kon.
“Mijn God,” zei ze even later, “Het was het waard om daar achttien jaar op te moeten wachten. Gaat dat altijd zo snel? Als ik wel eens met mijzelf speelde, dan kon het wel een half uur duren, en meestal gebeurde er helemaal niets. Dit was wel massief anders. Denk je dat wanneer ik op mijn buik ga liggen en dan mijn benen naar mij toe trek dat..., ik bedoel niet met je mond..., maar met je...”
Ik wist dat Anouk een snelle leerling was, maar zo veel initiatief en zo een snel voorstellingsvermogen, had ik echt niet van haar verwacht.
“Sorry Jan, ik ben helemaal in de war van die genot(s)explosie, want dat was het. Jij hebt er niets aan gehad. Ja, een mond vol met rootzooi, het leek wel of ik leegliep, dit was ‘ace’. Nou, ik kan nu in ieder geval wat van het geleerde in de praktijk gaan brengen bij je, maar dan hoe het niet moet.”
“Je bent wel een klein ranzig diertje jij, hè Anouk?”
“Is dat erg?”
“Nee, je bent zalig, en je vergist je dat ik er niets aan gehad heb, maar dat is een onderwerp voor later. Ik blijf mijzelf ook verbazen. Nou..., nu dat de druk van de ketel is bij je, bewandelen we de normale, maar zeker niet platgetreden paden. Als ik net de oubollige volgorde had aangehouden, van kusje, tepeltje, kus het tepeltje, vingertje, clitbit, liklik en een instoppertje, dan had je het halverwege al verloren. Oh, het was wel weer gekomen, maar nooit zo spontaan en heftig als nu. Er zijn meer vrouwen die in twee minuten klaar kunnen komen. Ik heb nimmer een maagd -want dat ben je nog steeds- in twee minuten zo een explosief orgasme zien krijgen, maar nu ben ik niet veel gewend ook, hoor.”
“Doen we het echt nog een keer zo?”
“Ik denk dat het nog wel lukt, foofbear.”
‘Oh, fuck it,’ dacht ik, ‘Ik ben er aan begonnen, dus nu maak ik het af. Het meisje kan er niets aan doen, dat ik zo zwak ben geweest. Ik kan haar nu niet in limbo laten hangen. Als ik dan toch alles fout heb gedaan, dan wil ik dat ze de nacht van haar leven heeft. ‘Fuck the bastards, and I’ll fuck Anouk.’
Die nacht trok ik alle registers open. Anouk genoot, maar ze genoot als een onschuldige jonge vrouw. Ze dacht dat het zo hoorde, maar dit was zeker..., ik had haar verpest voor negenennegentig procent van alle kakzakken van kerels. Het zou niet snel meer gebeuren voordat ze iemand vond, die haar kon laten genieten, zoals ik dat had gedaan. Maar was dat niet precies wat ik wilde?
Hoe? Fuck you, ik leer je niets meer. Ik wil Anouk voor mijzelf houden. Ga maar in de leer bij een oude temeier..., heb ik ook moeten doen.
Het zal een uur of twee ’s nachts geweest zijn dat Anouk promoveerde van de maagd, naar de niet meer zo maagd status. Het moest er van komen en ik had het zo lang mogelijk uitgesteld. Niet omdat ik niet wilde, ‘fuck’ nee. Maar met al mijn morele overwegingen die ik eerder opzij had moeten zetten, vond ik niet dat ik ook het recht had haar dat te ontnemen, wat ze ooit aan een jonge man van haar eigen leeftijd zou kunnen geven.
Die consideratie was nu echt wel over. Het was begonnen met een immens respect, waarnaast ik al snel van haar begon te houden, al begeerde ik haar toen nog niet. Nu was ik niet alleen verliefd op Anouk, en begeerde ik haar...., ik was fucking verslaafd geraakt aan haar.
Rond twee uur die nacht maakte Anouk mij duidelijk wat ze van mij verwachtte. Ik begreep dat ze geen tegenspraak meer duldde..., ze was besloten, en maakte dat kenbaar ook:
“Jan, alles wat je gedaan hebt, was goddelijk. Ik wist niet dat er zoveel genot voor één mens kon bestaan. Nu wil ik dat je mij bezit, want al het genot was op mij gericht. Ik wil jou nu zien genieten..., ik wil je gezicht zien als je..., wel, je weet wel...
Ik weet dat ik nog groen ben, maar ik weet dat het bij een man, die al wat ouder is, langer kan duren, of zelfs onmogelijk is. Ik weet ook, en dat lijkt mij nogal normaal dat verwacht mag worden dat een oudere man niet zoveel uithoudingsvermogen meer heeft als een jongere man. De onbelangrijkheid daarvan heb ik echter al ingezien. Het is niet belangrijk, want jij kunt mij de gehele nacht laten genieten.
Ik wil je in mij voelen..., omdat ik van je houd..., ik wil één met je zijn. Je hebt geen excuus, want ik heb die ‘fuckstick’ overal gevoeld..., behalve waar ik hem zo graag wilde. Wanneer je mij nu geen vrouw maakt, dan is dat omdat jij niet zo veel van mij houdt, als ik van jou. Dan wil ik verder ook niets meer leren.”
“Anouk?”
“Ja?”
“Je bent gestoord. Ik verafgood je. Ik heb de laatste morele barrières afgebroken. Kom..., dan neuk ik je het wit uit je ogen vandaan.”
Ik stond op uit het bed en liep naar de klerenkast. Ik pakte twee brede, leren riemen en gespte die aan elkaar, zodat er een lus ontstond. Anouk lag mij geïnteresseerd aan te kijken.
Ik stapte in bed, en vroeg: “Hoe is het met de vochtigheidsgraad daar?”
“Voel maar, ik denk wel goed.”
Het was meer dan goed. Anouk dreef uit haar ‘foof’, maar ze zou het nodig hebben. Ik wilde niet dat ze ook maar iets van pijn, of schrijnen zou voelen.
“Anouk, je bent een lenige meid. Kom op mij zitten en laat je langzaam over die ‘slickdick’ zakken. Nee, niet zo, je hurkt over mij heen. Ik wil niet dat je iets van pijn, of schrijnen voelt. Je neemt alle tijd die je nodig hebt.”
Anouk had nimmer lang voor iets nodig en twee minuten later, wilde zij al doen wat haar gevoel haar ingaf. Ik hield haar tegen en zei: “Pak mij om mijn nek en zorg dat je mij in je houdt. Ik wil op mijn knieën gaan zitten.”
Een moment later leken we wel een paar fucking uit de fucking Kamasutra. Ik zat op mijn knieën en Anouk zat kruislings over mij heen. Zij had haar armen om mijn nek geslagen en haar hoofd in mijn nek gelegd. Ik liet haar een beetje draaien en bewegen, om er zeker van te zijn dat ze geen schrijnen meer voelde.
Ik maakte haar armen los en pakte de riem. Ik deed de leren lus om onze nekken en vertelde haar achterover te leunen, totdat zij door de riem tegengehouden zou worden. In die positie had Anouk alle twee haar handen tot haar beschikking. Het was echter belangrijker, dat mijn mannelijke trots niet alleen de baarmoedermond en A-Spot raakte, maar vooral, dat de noordkant van de schacht als G-tool zou gaan dienen.
“Leun op je handen zolang als je die nodig hebt, dus hang nog niet met je volle gewicht in de riem, anders gaat je nek pijn doen, en dat leidt af. Ik wil dat je je op je ‘foofie’ concentreert. Je hebt daar spieren die je aan kunt spannen. Ze heten de bekkenbodem spieren. Ik verwacht dat jij er wel snel mee zult kunnen werken, aangezien je een wandelende spierbal bent. Probeer eens even of je wat spieren daar kunt vinden, die je kunt aanspannen.”
Ik denk dat wanneer ik niets had gezegd, dat Anouk zelf wel op het idee was gekomen. Een paar minuten later leek het wel of een vaginale hand hard in mijn prikstok kneep.
“Is dat het?” vroeg Anouk.
“Dat is het helemaal, lieverd. Dat heb je snel ontdekt.”
“Er was niets aan, het gaat vanzelf, maar het voelt wel prettig. En nu?”
“Steek je vingers van één hand in mijn mond en de andere in je eigen mond, zodat we ze goed nat kunnen maken. Dan ga je achterover hangen en je kijkt naar je ‘foof’. Met je wijs en middelvinger van één hand houd je je lippensetje open. Met de vingers van je andere hand bewerk je de C-spot, zoals jij dat het prettigst vindt. Kijk naar wat je doet. Terwijl ik jouw heupen wegduw, en weer naar mij toetrek, maak jij heel licht draaiende bewegingen. Op die manier draait de kop van ‘Slickdick’ om je baarmoedermond. Tegelijkertijd zul je een prettig, maar wat vreemd gevoel ervaren in je doos. Kun je dat allemaal onthouden?”
Anouk knikte enthousiast.
“Nou, op het moment dat ik in je benen knijp, of wanneer jij voelt dat je klaar gaat komen, begin jij je mutskoordjes beurteling te spannen en te ontspannen. Het waarom wordt je wel duidelijk.”
In die positie waren de bewegingen zeer subtiel. Ik duwde Anouk weg zodat haar G-Spot werd gestimuleerd door de schacht van mijn rijmende geslacht. Tegelijkertijd bleef Anouk haar C-spot stimuleren. De baarmoedermond en de A-Spot werden rondom geraakt. Ik moest aan autoracen of schaken gaan denken, want de opwinding van uren seks wilde zich nu laten gelden.
Ik bemerkte dat Anouk heftiger ging meebewegen; ook haar vingers bewogen sneller. Toen ik merkte dat zij haar adem in ging houden, wilde ik haar in haar benen knijpen... Het hoefde al niet meer. Anouk spande haar beurskoordjes en hield ze gespannen. Dit hield ik niet langer vol... Ik duwde en trok Anouk voor de laatste keer naar mij toe en voelde haar orgasme komen... ik keek nu naar haar... en beleefde wat ik zag... een orgasme. Twee orgasmen..., bij Anouk. Terwijl ik tegen haar baarmoedermond explodeerde, schreeuwde Anouk mijn naam en greep mij om mijn nek. Terwijl haar bekken convulsief over mij schokte, greep ik haar om haar nek en hoofd en wij werden één. Veel later draaiden wij ons, nog steeds ingeplugd op onze zijdes.
Ik moest even ingedommeld zijn, want ik hoorde Anouk vragen: “Jan, slaap je?”
“Ja, ik denk dat ik even weggezakt ben. De ontspanning zorgde daar wel voor.”
“Ben je moe? Wil je slapen?”
Anouk wist wat ze wilde en ze wist hoe het te krijgen ook.
“Ik moe? Waarvan? Ik heb niets gedaan, alleen je kont een beetje heen en weer gehaald. Wat wilde je, lieverd?”
“Ik lag net even te denken, over iets dat je mij geleerd had. Jij hebt geen condooms zeker?”
“Ga jij met een regenjas onder de douche staan? Waarom?”
“Ik wilde dat stukje eens proberen te oefenen, waarbij de vrouw dat ding van de man onder haar kin neemt, en smakgeluiden maakt. Ik ben nieuwsgierig of dat mij ook zou lukken.”
“Anouk, we hebben toch zat tijd om die dingen te oefenen. Het past er nu niet echt tussen vannacht, vind je niet?”
“Als ik het nu zou proberen en jij vindt dat ik het goed doe, dan zou ik mij nog beter gaan voelen. Begrijp je?”
“Jawel, maar ik heb geen ‘cocksocks’ dus tenzij jij er een paar hebt, is dat verhaal over.”
“Nee, we kunnen het ook zo doen dat we pretenderen dat je een condoom draagt. Ik doe dan alles wat jij mij eerder verteld hebt en heb uiteindelijk ‘Willy’ onder mijn kin. Nou, als ik alles goed doe, dan is het voor jou wel iets gevoeliger dan met een condoom, maar je kunt mij in ieder geval vertellen of ik het goed begrepen heb. Wat denk je, is dat stom?”
“Nee, je hebt wel gelijk. Is het zo belangrijk om het nu te weten?”
“Wanneer jij iets leert, dan wil je het toch ook in praktijk brengen, om te zien of het lukt? Kom Jan, laat mij het eens proberen. Ik wil alleen weten of ik het goed begrepen heb.”
“Okay,” zei ik, “Maar we hebben een klein probleempje.”
“Ja, maar dat maak ik zo groot, denk ik,” zei Anouk en sloot mijn ‘weiner’ tussen haar benen. Ook zonder penetratie wist Anouk mij op te winden. De vochtige warmte van haar vlinder en het knellen van haar dijbenen waren erg overtuigend. Dertig seconden later lag ik op mijn rug en de kompasnaald wees weer ferm naar het noorden. Het leek ‘fucking Cape Canaveral’ wel, met de Colombia die gelanceerd zou worden.
Anouk boog zich, met haar rug naar mij toe, over mijn middel heen.
“Zo, nu spuug ik eerst in mijn hand en met mijn andere hand pak ik je zo laag mogelijk beet. Dan maak ik je helemaal nat en buig mijn hoofd naar beneden, terwijl mijn andere hand je nu goed nat maakt,” zei ze, “Goed zo?”
De mannen onder u weten wel of dat goed was of niet.
“Ja..., perfect,” kreunde ik.
“En dan doe ik hem nu onder mijn kin..., wanneer ik dan met mijn hoofd op en neer ga, dan maak ik smakkende geluiden. Klopt dat?”
“Ja, ja. Helemaal goed,” bracht ik met moeite uit.
Toen Anouk mijn trots tussen haar hals en kin klemde, vervolgens haar hoofd langzaam op en neer bewoog, wist ik niet wat ik voelde. ‘Mijn God, die kan echt alles. Daar kan geen mond tegenop...’
Ik ben niet echt een ‘blowjob lover’, ik ben meer een ‘fuckboy’, maar dit was grandioos. Yeah right!
“Anouk, vind je het moeilijk, om te doen?”
“Nee, het bvalt vel mee,” brabbelde ze met volle mond. Ondanks dat mijn ogen mijn schedel inkeken, moest ik lachen om haar fout.
“Je kunt niet met volle mond praten, foofie, maar fantastisch hoe je mij er in hebt laten lopen.”
“Wil jij het er niet in laten lopen?” vroeg mijn verleidster goor.
“Jezus ja! Je deed het geweldig, echt waar. Ik ben geen lover van ‘blowjobs’, maar je deed het zalig.”
“Dat wilde ik eigenlijk even weten,” zei Anouk, en draaide zich om, zodat ik haar tussen haar benen keek. Net op tijd, want toen ik Anouk haar lippen om mij zag sluiten, barste het geweld los en mijn hersens explodeerden in haar mond.
’s Morgens om vijf uur lag Anouk uitgeput op het kussen. Dat was geen slechte prestatie gezien haar leeftijd, conditie en stamina. Daarnaast had ik alles tegen, mijn leeftijd, mijn conditie, mijn kop en een Barolo buik.
“Jan, liefde bedrijven is zwaarder dan vechten, ik ben doodmoe. Ben jij niet moe eigenlijk?”
“Niet echt, lieverd. Je moet niet vergeten dat jij zo’n veertien keer geknord hebt, en ik twee keer. Andersom lukt nooit. Heb je het wel naar je zin gehad, vechtprinses?”
“Oh Jan, dat wil jij niet geloven. Ik kan het zelf amper geloven. Ik voel mij zo goed, zo voldaan, tevreden en ja, geloof het of niet..., ik ben verliefd..., als dat tenminste zo voelt, en ik houd veel van je.”
“Maar dat deed ik al voor vanavond ook, hoor,” voegde ze er haastig aan toe, “Je moest eens weten wat een spijt ik heb gehad, dat ik niet gewoon doorgezet heb, toen ik in Holland bij je in bed stapte.”
“Het was niet goed geweest, Anouk,” zei ik, “ik denk dat ik je toen ook wel begeerde, maar ik wilde het niet aan mijzelf toegeven. Je weet hoe ik ben. Ik heb het er nu niet zo moeilijk meer mee, maar wat moet ik ooit tegen je vader zeggen, wanneer ik hem weer zie.”
“Ik maak het wel in orde van te voren,” zei Anouk.
De enormiteit van haar uitlating zoog de lucht uit mijn longen weg.
“Anouk, zeg dat nooit meer. Je komt terug. Je kunt mij niet alleen laten.”
“Ik kom terug, Jan. Ik kom terug voor jou, want ik wil echt altijd bij je blijven. Dus als je wat voor mij voelt, dan trouw je maar met mij. Maar ik wil ook terugkomen voor Franco, Stefano en de vrouwen. Ik zeg je nog iets anders..., ik kom terug voor Rino, Pietro en alle mannen. Jullie zijn mijn familie. Ik kom gewoon terug. Ik kan klaarkomen..., nu moet ik nog terugkomen.”
Ondanks mijn bravoure vielen wij uitgeput in slaap. In elkaars armen.
Toen wij zo twee weken in bed hadden doorgebracht, kwam Stefano ons opzoeken om te zien of wij iets van voedsel of drank nodig hadden.
“Ciao Anouk, ciao Zio. Wat ziet u er uit zeg. Slaapt u niet veel, of zo? Ik kwam eigenlijk vragen of jullie iets nodig hebben. Maar ik denk dat ik het enige ben, dat jullie niet nodig hebben.”
“Nee, daar vergis je je in, Stefano. Wacht..., ik trek even wat aan, want ik wil iets met je doornemen. Anouk, niet weggaan..., ik ben zo terug. Houd de boel even subtropisch voor me?”
“Subtropisch?” vroeg ze.
“Ja, vochtig en warm,” lachte ik, terwijl ik een kamerjas aantrok.
“Stefano, ik wil iets voor Anouk laten maken. Iets dat zij met zich mee kan nemen, wanneer zij naar Puglia gaat.”
“Een verlovingsring,” giste Stefano lachend.
“Nee, het is iets waar ze wat meer aan heeft. Ik ben ziek van angst om haar. Ik wil er alles aan doen om haar haar missie te laten volbrengen, maar tevens dat zij het leven eraf brengt. Kan ik over ruim honderdduizend euro beschikken op zeer korte termijn?”
“Geen enkel probleem, Zio. Wat wilt u dat ik doe?”
De volgenden tien minuten bracht ik door met het bespreken van mijn idee met Stefano. Die zei mij gelijk al dat zijn vader daar al aan gedacht had en dat er aan gewerkt werd.
“Ik heb het met Rino en de mannen besproken, en hoewel mijn vader, u en ik het leeuwendeel zullen betalen, hebben alle mannen erop aangedrongen dat zij meebetalen. Met modificaties komt het ongeveer op honderdtwintigduizend euro. De mannen betalen twintigduizend en mijn vader, u en ik de resterende honderdduizend euro. Tevreden, Zio?”
Ik bedankte mijn peetzoon, waarna deze vertrok en ik mij weer kon verdiepen in Anouk, die zowaar zei, dat ze mij gemist had.
De volgende paar weken waren ook dat soort weken dat je tegen jezelf zegt: ‘Ik ben gelukkig, ik voel mij fucking goed. Ik hoop dat dit nooit meer overgaat, maar mocht dat onverhoopt toch gebeuren, dan weet ik..., dat ik deze weken nimmer zal vergeten.’ Ik was al mijn drempels vergeten en beschouwde Anouk nu als een volwassen vrouw, en ‘by fuck’ ze was meer volwassen, dan menige vrouw die ik ooit had gehad. Dus het geluk wordt herkend, maar tevens word ik er aan herinnerd dat iedere dag die wij doorbrengen, ons dichter brengt naar de scheiding. Dat wij elkaar een tijd niet zouden zien, verstikte mij. Ik lag uren te denken nadat Anouk in slaap was gevallen, hoe ik de situatie zou kunnen veranderen. Dat wij elkaar mogelijk nimmer meer zouden zien, ging mijn bevattingsvermogen te boven.
En dan was het de avond vóór de morgen erna. Anouk zou de volgende dag naar Napels vertrekken voor de rest van haar opleiding. Ik was troosteloos en ik wilde haar alleen maar vasthouden, en liefkozen. Anouk was erg stil. Ze lag in mijn armen en beantwoordde mijn kussen met enthousiasme, maar deed geen enkele poging om mij tot wat voor actie dan ook aan te zetten. Ik dacht..., ik hoopte dat wij hetzelfde dachten..., en voelden. Verdrietig viel ik in slaap, met Anouk in mijn armen.
De dag dat zij naar Napels zou vertrekken, waren wij allemaal aangeslagen. Iedereen wist dat ze mogelijk zou sterven bij het uitvoeren van haar wraak. Ik bedoel, we leven allemaal dagelijks met geweld en de dood, maar om die realiteit te associëren met een achttienjarig meisje, was voor ons niet te aanvaarden.
Zelfs Anouk stond er ietwat verloren bij, dus ik vroeg haar: “Heb je bedenkingen, lieverd. Je weet, je hoeft niet alleen te gaan. Wij gaan allemaal met je mee. Kom, zeg maar gewoon ‘Ja’”
“Nee Jan. Het is het scheiden. Het doet mij iedere keer pijn. Ik weet niet hoe ik daarmee om moet gaan. Jullie zijn allemaal zo fantastisch voor mij geweest.”
Iedereen stond om ons heen. Anouk had haar arm om Franco’s nek. De vrouwen huilden. Rino en zijn mannen wreven wat woestijnzand, of zoiets, uit hun ogen en zeiden: “In bocca lupo, Anouk! (Wees geweldig).”
Dan komt het moment dat Anouk iedereen vaarwel kuste. Dit was fucking pijnlijk, en waar de ‘fuck’ was Stefano? Ik vroeg Franco waar zijn zoon was, maar die wist mij alleen te zeggen, dat hij ieder moment hier kon zijn.
Even later kwam Stefano aanrijden in een splinternieuwe, blauw, gesloten Volkswagen busje. Hij stopte tussen ons, en sprong uit de Van.
“Hier is je vervoer, Anouk. Hij was net op tijd klaar. Een cadeautje, van ons allemaal.”
Anouk was sprakeloos en voor een moment leek het er nu echt op, dat ze nu zou beginnen te huilen..., maar ze vermande zich.
“Is die voor mij? Echt? Van jullie allemaal? Ik weet niet wat ik moet zeggen...”
“Zeg maar wat als je hem van binnen hebt gezien, monster,” zei Stefano, en hij trok de zijdeur open. Iedereen verdrong zich om in een compleet uitgeruste kampeerbus te kijken.
Anouk was begeesterd van haar nieuwe vervoermiddel, maar toen Stefano om wat ruimte verzocht, en hij alle kastjes van de camper begon open te trekken, viel haar mond open. Alle wapens die ze maar nodig kon hebben, waren verstopt ingebouwd in de camper. Van een Sig Sauer P220 Compact, en Sig P226 X-FI Open, Heckler & Koch MP7 A1 submachinepistool, tot een HK MG4 machinegeweer en een Diemaco C8 karabijn met een Elcan C70 Scope.
De laatjes lagen vol met semtex explosieven, detonators, messen, werpmessen. Firestorm Stunguns, Stunbatons en Flash-bang granaten. Alles wat Anouk ook maar kon bedenken, om een oorlog te beginnen, was aan boord.
“Ik hoop dat je niets van dit alles ooit nodig zult hebben, Anouk, maar mocht je dat wel hebben..., er is aan alles gedacht; tot injectiespuiten met sodium-chloride aan toe. Je hebt een moordwinkel op wielen,” lachte Stefano, “Maar kijk ook nog even naar dit, Anouk, want dat ga je mogelijk wel nodig hebben.”
Anouk en ik keken met Stefano in bestuurderscabine. Stefano drukte een knop in op de navigator en de weg, vóór en achter de Volkswagenbus, werd zichtbaar.
“Kijk even aan de voorkant van de bus,” zei hij tegen ons, en drukte een andere knop in.
Wij zagen hoe twee M72A4 LAW raketlanceerbuizen op rails onder de campervan vandaan schoven.
“Je hebt er twee aan de voorkant en twee de achterkant, Anouk. Het zijn lichte anti tank wapens, dus geen enkele auto kan nog een obstakel voor je zijn. Een zoemtoon op de navigator vertelt je wanneer de raketten hun doel hebben gevonden. Een vizier op het scherm van de navigator, bevestigt dat.
Één ding Anouk, wanneer je één of meerdere raketten hebt afgevuurd, controleer onmiddellijk, wanneer je in veiligheid bent, de onderkant van je voertuig. Ook al hebben we de hele onderkant van de Van vuurproef moeten laten maken, het is niet ondenkbaar dat de steekvlammen van de raketten schade aan het voertuig, of erger, de benzinetank zouden aanrichten. Dit is het beste dat we konden doen, op korte termijn.”
Het afscheid begon opnieuw en duurde nog ruim een uur. Iedereen werd door de camper daadwerkelijk geconfronteerd met de enormiteit van Anouk’s missie. Kan men zich een achttienjarig meisje voorstellen met een Diemaco C8 karabijn in haar handen. Met een fucking HK MG4 machinegeweer voor haar borst?
De vrouwen waren verdrietig, maar ze waren trots op Anouk. De mannen waren trots en blij voor Anouk. Zij konden zich de spanning en het avontuur voorstellen. Iedere man wilde graag met haar mee, maar buiten Stefano –en Franco vroeger- was er geen man die haar missie zou kunnen volbrengen.
En dan vertrekt Anouk. Ik kijk naar de wegrijdende VV Camper, ik kan het niet geloven. Niemand ziet de sleepkabel die aan de camper bevestigd is. Niemand voelt de pijn die ik voel, wanneer de kabel mijn hart uit mijn borstkas rukt. Net ben ik gaan houden van een vrouw..., net heb ik mij weer opengesteld voor een vrouw..., en weer wordt zij mij ontnomen. Ik moest een vrouw van haar maken, ik moest een fucking vrouw van haar maken, zodat ze mij verlaten kon.
“Nee Gian,” zei Franco, die zijn arm om mijn schouder legde, “Ze was altijd weggegaan, en je weet het. Je bent van haar gaan houden als vrouw. Ze komt terug, ik weet het. We hebben dat soort mensen meer meegemaakt, maar jij ziet het niet, omdat je –zoals ik al zei- van haar bent gaan houden.”
Ondanks hevige protesten van Franco, Stefano en de vrouwen, besloot ik dezelfde dag naar Holland terug te keren. Er was nu even teveel hier, dat mij aan Anouk herinnerde. Ik was ziek van verdriet en heimwee naar haar.
In Holland pakte in mijn gewone schrijversbestaan weer op en schreef wat dertigers en veertigers de verkering in. Iedere maand belden Renato en Anouk mij, om mij een update over haar vooruitgang te geven..., totdat ik een maand niets hoorde. Ik belde naar Napels en hoorde van Lucio, dat Anouk onverwachts vertrokken was.
Ze had een brief achtergelaten waarin ze iedereen bedankte, maar waarin ze ook stelde dat zij niet weer een keer afscheid kon, of wilde nemen. Zij vroeg iedereen te groeten en schreef dat ze van iedereen hield. Ze gaf aan dat de tijd voor haar missie was aangebroken.
‘Laat Jan sterk zijn, voor hem alleen, zal ik al terugkomen,’ schreef ze.
De volgende maanden leefde ik onder hoogspanning. Ik leek de luciferman wel. Er was heel weinig voor nodig om mij te laten flippen. Ik sneed mij af van alle vrouwen waar ik contact mee had, en ik wilde voorlopig geen vrouw meer zien. Na maanden van absolute stilte, moest ik gaan accepteren dat Anouk dood was. Zij was omgekomen in haar poging om haar vader te wreken. Ik haatte mijzelf. Ik had haar nimmer moeten laten gaan. Mijn god, ik weet dat ik voor dit leven gekozen heb, maar waarom kan ik niet gewoon kapotgeschoten worden, waarom moet ik steeds stukje bij beetje sterven? Waarom...
“Pronto? Bent u daar nog?”
Het beeld van Anouk vervaagde en ik luisterde weer naar de beller uit Italië, die mij door zijn nichtje had laten Skypen. Alhoewel opgetogen, was ik erg op mijn hoede. Ik vroeg de man: “U hebt een boodschap van Anouk?”
“Jawel, en het spijt mij u te moeten meedelen dat het niet goed met haar is. Helemaal niet goed. Als ze niet snel hulp krijgt, dan sterft ze binnen een paar dagen. Zij vroeg mij contact met u op te willen nemen.”
“Waar is zij nu, en wie bent u?” vroeg ik, nog steeds op mijn hoede.
“Ik zal u eerst twee getallen geven, dan weet u dat ik inderdaad voor Anouk spreek. Ik geef u even mijn nichtje, want ik kan niet lezen, of schrijven. Momentje.”
‘Lilianalavera’ gaf mij twee getallen. Ik opende het decodeerprogramma op mijn computer, en voerde de getallen in. De uitkomst gaf mij precies wat ik had verwacht: een lengte en breedtegraad. Breedtegraad: 41,47983 en Lengtegraad: 15,11309. Ik wist nu dat dit zonder enige twijfel Anouk was, die mijn hulp nodig had. Ik vroeg het meisje of ik de man weer mocht spreken.
“Pronto,” antwoordde de Italiaan.
“Goed, ik weet nu dat Anouk problemen heeft. Zeg mij niet door de deze verbinding wie u bent. Ik denk dat ik weet wat u bent. Zeg ook niets over locaties. Ik weet precies waar u bent. Hoe ernstig is het met Anouk?”
“Ernstig. Ze heeft veel bloed verloren. Zij heeft ons bezworen geen dokter te laten komen. Ik denk dat u wel weet waarvoor.”
“Ja, ik weet precies waarvoor. Is zij geslaagd in haar missie?”
“O Dio mio (O, mijn god), ik kan niet lezen, maar leest u geen kranten? Zij heeft een slachting aangericht. De hele provincie is in rep en roer. Alle wegen worden bewaakt door de carabinieri en..., u weet wel wie.”
“Ja, zeg niets meer. Zegt u tegen Anouk dat hulp aarriveert in vier tot vijf uur. Zij mag die hulp niet afslaan. Ik ga nu onderweg en ben binnen twaalf uur daar. Zeg haar dat alles goed komt. Heeft zij nog andere zware verwondingen, dan schotwonden?”
“Ik denk een schedelbasisfractuur, signore.”
“Goed. Zal ik u zien, wanneer wij aankomen?”
“Dat is zeker, signore. Ze heeft niemand ander dan mij en...”
“STOP!” schreeuwde ik, “Geen details geven. Ik zie u binnen twaalf uur. ”
“Grazie mille, tot ziens.”
“Nee, u wordt bedankt. Tot straks.”
Ik rekende snel de coördinaten uit en zag dat Anouk ergens in de bergen bij Volturino -ten westen van Foggia- in Puglia verscholen lag.
“Anouk, Anouk, amore mio,” raasde het door mijn hoofd, voordat ik in turbomode ging. Ik belde Stefano op een anoniem ‘prepaid’ nummer en legde hem de situatie uit.
“Wat denkt u, Zio? Ik kan nu vertrekken en u in Rome van het vliegveld halen. Wij hebben een busje dat als ambulance is ingericht, speciaal voor dit soort gevallen. Aan de buitenkant ziet het eruit als een busje van de Guardia di Finanza (soort van geüniformeerde en gewapende belastingpolitie, met de meest verstrekkende bevoegdheden in Italië). Daar kunnen wij Anouk in vervoeren, terwijl wij erachter rijden in een gepantserde en zwaar bewapende Mercedes bus. Ik kan onmiddellijk een eskader Albanezen organiseren, als rugdekking. Mijn vader zit in Milaan en blijft nog een dag weg”
“Jij bent mij best zat, Stefano, maar Anouk heeft eerder voorlopige medische hulp nodig. Ik ga nu Umberto en Lucio bellen. Misschien dat zij een medisch team kunnen organiseren in Puglia. Het probleem is het vervoer. Het kan geen wagen uit Napels zijn, want die worden door hun NA kentekens zeker gestopt. Uiteindelijk weten ze in Puglia nog niet waar de opdracht voor de slachting, die Anouk aangericht blijkt te hebben, is gegeven.
Als jij zo snel mogelijk kunt vertrekken en mij op het vliegveld Fiumicino in Rome kunt afhalen, dan ga ik nu naar Napels bellen.”
“Va bene, Zio. Sms mij uw aankomsttijd even, wanneer u die heeft. Ciao, buon viaggio!”
Ik boekte een vlucht naar Rome en sms’te Stefano dat ik om 21.25 zou landen. Daarna belde ik Lucio in Napels.
“Ciao Giowa (Hey Jan),” antwoorde Lucio, “Heb je het al gehoord?”
“Ja net. Is dit nummer nog schoon, Lucio?”
“Absoluut, Alleen jij hebt dit nummer. Heb je iets van Anouk gehoord, want een paar dagen geleden heeft ze tijdens een zilveren bruiloft een hele Sacra Corona Unita familie vermoord. Naar wij vernomen hebben, heeft ze kunnen ontsnappen.”
“Lucio, Anouk is zwaar gewond, ze heeft dringend medische hulp nodig. Ze heeft veel bloed verloren en ze heeft mogelijk een schedelbasis fractuur. Ik ben onderweg met Stefano, maar wij komen pas diep in de nacht aan.
Ik wilde vragen of jij medische hulp kan verzorgen. Ik kan je de coördinaten geven. Ze ligt in de bergen, en ik vermoed dat ze door een schaapsherder gevonden is.”
Ik deelde Lucio mee, wat ik eerder aan de Skype telefoon vernomen had.
“Ja, ik ga het onmiddellijk in orde maken. Ik moet even een kentekenplaat uit Puglia laten maken, want iedere auto uit Napels, Sicilië en Calabria wordt gestopt. Ze denken dat het een gangvete is. Ik laat Renato binnen het uur vertrekken met een medisch team. We hebben haar bloedgroep. Arme Anouk, we hebben zo lang niets gehoord van haar. We waren ziek van angst, en nu heeft ze haar missie toch volbracht en haar vader gewroken. Wat een vrouw, Gian, wat een vrouw. Wil je dat we haar mee terug nemen naar Napels?”
“Als het mogelijk is, laat je jongens wachten in de bergen tot wij er zijn. Neem 4x4 vervoer en een GPS systeem mee. Ik vermoed dat ze hoog in de bergen, verscholen ligt.”
“Va bene, Gian. Ik stuur twee back-up teams achter mijn jongens aan. Meld je per sms, op dit nummer wanneer je de coördinaten nadert, zodat wij jullie niet voor de vijand aanzien. Wacht met naderen op bevestiging. Ik neem geen risico met Anouk’s leven. We schieten op alles wat beweegt.”
“Lucio, wat als we geen signaal in de bergen krijgen?”
“Je gaat door tot je het signaal verliest. Dan keer je terug tot het punt waar je het signaal weer hebt. Je kijkt op je navigator op hoeveel afstand je van de coördinaten zit. Je weet dan de geschatte aankomsttijd. Dat sms je door.”
“Wat als het reddingsteam geen ontvangst krijgt?” vroeg ik.
“Het reddingsteam heeft ‘long-distance walkie-talkies’ en kortegolf communicatie, die in verbinding staan met dit telefoonnummer. Dit gaat werken, Gian. Hier is een tweede sms nummer, voor het geval dat er iets met het eerste nummer niet werkt. Andere provider. Gaat alles mis dan, coördineert Umberto. Niet naderen zonder akkoord, we schieten fosforgranaten. Het risico is te groot. Gian?”
“Si, Lucio?”
“Bid met me voor Anouk. Ze is zo fucking speciaal. Nu dat wij haar gevonden hebben, willen wij haar niet meer verliezen, Gian. Wij zullen niet falen, cumpare!”
“Lo so, Lucio. (Ik weet het, Lucio) Stefano, jij en ik zullen niet falen. Let op dat de herder, of wie het ook is, niets overkomt. Ik wil hem belonen en ik wilde je daarom vragen om mij vijfhonderdduizend euro te lenen. Je krijgt het weer terug als ik weer met de auto naar Italië kom. Ik kan het onmogelijk in het vliegtuig meenemen.”
Lucio beloofde en bezwoer dat niets een probleem was. Alles zou verlopen als klokwerk. Iedereen hield van Anouk, niet alleen ik. Alleen Anouk had nooit van Anouk gehouden.
Ik had dertig jaar niet gevlogen, omdat ik geen vertrouwen had in de commercie rond het vlieggebeuren. Voor Anouk had ik mij echter ook een paar fucking vleugels aan laten meten, als het moest, dus om kwart over tien die avond omhelde ik Stefano, op het vliegveld.
Hij reed de gepantserde bus met Albanezen achter de gecamoufleerde ambulance. Hij stelde mij snel aan het medisch team en de leiding van de Albanezen voor, toen hij zei: “Gian, het is goed mogelijk dat wij het leven laten in deze onderneming. Anouk is veel te ver gegaan, ze heeft alle grenzen overschreden, maar ik ben er klaar voor. Wat zeg jij, oom?”
“Anouk heeft de grenzen overschreden, omdat wij haar niet beter geleerd hebben. Sorry, ik. Dat was mijn taak. We hebben er een ‘fucking cock-up’ van gemaakt. Ik sterf voor haar..., graag, als ik alleen haar leven maar redden mag. Teveel is gebeurd, Steffie.”
Stefano en ik zouden de gepantserde bus rijden om te zorgen dat de ambulance door kon rijden. Als het tot een vuurgevecht zou komen, dan zouden de Albanezen, het gevecht aangaan en ons de tijd geven om door te rijden.
En zo vertrokken veertien man van Fiumicino, vastbesloten om een negentienjarig meisje, die een hele familie van de Sacra Corona Unita -de vierde mafia organisatie- uitgemoord had, te redden.
We reden tweehonderdtwintig kilometer richting Napels, voordat wij bij Maddaloni links af sloegen, om het Apennijnen gebergte in te rijden. Het was nog een tweeënenhalf tot drie uur rijden door de bergen naar Volturino.
Ter hoogte van Colle Sanita in het midden van de Apennijnen werd ik gebeld door Lucio, die ons waarschuwde voor wegversperringen, zo gauw wij Puglia in zouden rijden.
“De wegversperringen blokkeren hoofdzakelijk de wegen die uit Puglia voeren, maar er zijn ook dubbele wegversperringen, Gian.”
“Hoe hebben jullie die omzeild?”
“We hadden een patiënt in de ambulance, die voor een levertransplantatie naar het ziekenhuis in Foggia moest’” lachte Lucio.
“Fuck, dat was clever. Goed idee. Lucio, ik wil niet onbeleefd lijken, maar hoe is onze vriendin?”
“We zijn er nu een paar uur, Gian... ze moet het kunnen halen, maar nog een halve liter bloedverlies had ze zeker niet overleefd. Ik wil verder geen details geven. Ik zie je snel. Doe voorzichtig en geef mijn respect aan Stefano. Meld je als je binnen bereik komt.”
Ik vertelde Stefano van het ambulance idee, en die lachte.
“Helaas kunnen wij dat niet doen, want zieken worden niet vervoerd in Guardia di Finanza wagentjes, al zitten er dan wel vaak wel patiënten in.”
Het weer werd slechter en op de hoogste punten viel er al natte sneeuw. De navigator gaf aan dat wij in het gunstigste geval een uur later zouden aankomen, en dan wisten wij nog niet eens hoever wij moesten lopen naar Anouk’s schuilplaats. Ik sms’te Lucio om er rekening mee te houden dat wij minimaal een uur vertraging hadden opgelopen. Een minuut later had ik de bevestiging.
Wij waren nog niet over de provinciale grens van Puglia, of wij werden in de bergen gestopt door een dubbele wegversperring. Het waren geen carabinieri, maar zes plaatselijke stropers die hand en spandiensten voor de Sacra Corona Unita verrichtten. Het zwaarste wapen dat ze bezaten, was de lupara, het afgezaagde jachtgeweer. De belastingpolitie-ambulance voor ons werd doorgewuifd. Wij moesten stoppen
“Nou ja,” zei Stefano, “ik moest toch stoppen om de kentekenplaten te verwisselen. Denk erom, Zio, geen overlevenden, want anders wordt het signalement van de bus doorgegeven.”
Hij sprak in de intercom en zei tegen de Albanezen dat wij gestopt zouden worden, en dat zij niet uit de auto moesten komen. Mocht de achterdeur geopend worden, dan moesten zij gelijk schieten om te doden.
Stefano stopte de bus en liet het raam zakken. Één van de plaatselijke bandieten vroeg: “Wat vervoert u?”
“Wij hebben Roemeense gastarbeiders die wij naar Foggia brengen,” antwoordde mijn peetzoon.
“Is dat geregeld met het plaatselijke commando?”
“Welk commando? Ze hebben allemaal hun papieren.”
“U weet niet van het commando? Stapt u beiden even uit de auto.”
Stefano knoeide wat met het contactslot, om mij de kans te geven om rond de voorkant van de auto te lopen, zodat wij tegelijkertijd konden vuren.
Terwijl wij bedremmeld naast elkaar stonden, met onze handen op onze rug, liepen twee bandieten naar de achterkant van de bus. De ploeg hoopte natuurlijk goederen in de bus te vinden, zodat ze ons belasting konden laten betalen, of om de handel te rippen.
We hoorden dat de achterdeuren opengetrokken werden en het vuur van automatische wapens.
De vier stropers die bij ons stonden, waren een moment verbijsterd, en gaven ons genoeg tijd om onze wapens uit onze rugholsters te trekken. Ik trok de Sig Sauer, maar Stefano vuurde al uit zijn High Power Browning. Een fractie nadat hij de twee linkse bandieten midden in hun gezicht schoot, vuurde ik twee series van twee in de hartstreek van de rechtse twee stropers, waarna ik hen twee keer door hun hoofd schoot, als bonus. Stefano hoefde dat niet te doen, want die schoot net als zijn vader, Franco. Fenomenaal.
“Perparim,” schreeuwde Stefano, “Alles geregeld hier!”
“Hier ook, Stefano. Ik kom nu om de bus heen, dus schiet niet.”
De Albanezen stapten uit en begonnen onmiddellijk de doden te verzamelen, en in hun voertuigen te proppen. Terwijl zij verderop de auto’s, met de nog bloedende inhoud, een ravijn in duwden, verwisselde Stefano de kentekenplaten. Alleen een beetje bloed op de weg getuigde van de slachtpartij. Een hoop gemzen, herten, konijnen, hazen en vogels waren nu een langer leven beschoren.
“Hè,” zei Stefano, “Dat beetje frisse lucht heeft me goed gedaan, Zio.”
“Ik vind het anders wel een beetje fris worden. Ben jij voor iets aan het sparen of zo?”
“Hoezo?”
“Wel ik vind wel dat je een beetje zuinig met je munitie omspringt. Vind je het niet fijn, om af en toe een beetje te schieten?”
“Ik bewaar mijn kogels liever voor het moment dat ik ze echt nodig heb,” wees Stefano mij vlijmscherp terecht.
Een kilometer verderop, stond de Guardia di Finanza ambulance op ons te wachten.
Een uur later sms’te ik Lucio dat wij binnen een paar kilometer van de coördinaten waren. Ik kreeg onmiddellijk een bevestiging om op hun ambulance en auto’s te letten, en daar ook te parkeren.
Inderdaad, een paar minuten later zagen wij een ambulance, met een kenteken uit Puglia en nog een paar auto’s met het NA kenteken. Twee gewapende Camorristi, die al gewaarschuwd waren door Lucio, wezen ons, en onze ambulance bij het licht van halogeen Maglite lampen een plek om te parkeren, zonder dat we de bodem van de voertuigen openscheurden over de rotsen.
“Weeh, buona notte Don Stefano, buona notte Don Giowa,” zeiden de twee Camorristi respectvol. Wij groetten de mannen terug en Stefano vroeg waar zij de Albanezen wilden hebben.
“Ik denk als u ons vier man kunt laten, dan kunnen wij een verkenningspost, lager op de weg opzetten. De andere mannen vormen een welkome aanvulling op onze groep, die de schuilplaats afschermen.”
“Okay,” zei ik, “Vast hartstikke bedankt voor jullie snelle hulp aan Anouk. Ik weet niet wat ik zeggen kan om jullie allemaal te bedanken.”
“Zeg ons straks, dat zij beter wordt, Don Giowa. Wij houden van Anouk. Wat een vrouw is het. Wat een vrouw heeft u.”
Ik keek de Napolitaan verwonderd aan. Dus onze ‘cursus’ was ook al tot in Napels doorgedrongen.
Wij lieten vier man bij de Napolitanen en ik pakte de Garmin GPS handontvanger, een paar halogeen Maglite’s en twee Heckler & Koch MP7 A1 submachinepistolen uit de bus. Met de overige zes Albanezen en het medisch team, togen wij op pad. Een snelle berekening leerde ons dat wij het doel in ongeveer zes minuten moesten bereiken.
En dan stonden wij plotseling voor een struikgewas, waarbij twee zwaar bewapende Camorristi stonden.
“Buona Sera, signu’,” zeiden de Napolitanen.
Wij groetten terug en het struikgewas werd opzij getrokken. Één voor één bukten wij ons, om door de opening in de rotsen te stappen. Wij kwamen in een grot die hel verlicht was met halogeen lantaarns.
Ik zag Lucio, Renato en nog een paar mensen van het Napolitaanse medische team.
Het weerzien was een enorme opluchting voor ons allemaal. Wij omhelsden elkaar alsof we elkaar jaren niet hadden gezien.
Lucio nam Stefano en mij mee, dieper de grot in.
En dan zag ik Anouk. Ze lag op een brancard met een bloedplasma infuus in haar arm. Tevens was zij verbonden met de kabels van een draagbare hartmonitor. Haar hoofd was verbonden, net als haar armen en benen. Ik herkende haar haast niet, maar haar magnetisme trok mij op mijn knieën naast haar. Een jong meisje, dat gehurkt naast Anouk zat en haar hand vasthield, stond op en maakte plaats voor me.
“Anouk, Anouk,” fluisterde ik, “We zijn er lieverd. Het komt allemaal goed nu. Je bent veilig mijn lieverd.”
Ze sloeg haar ogen op en keek mij aan.
Na een moment zei ze: “Jan, Cajun... mijn lieve man. Je bent gekomen... je bent gekomen voor me...”
Ze sloot haar ogen weer.
“Ze is onder zware verdoving, signore,” sprak een man die mij nog niet opgevallen was. Een eenvoudige boerenman. Het accent vertelde mij dat hij uit deze streek kwam. Naast hem stond nu het meisje, dat ik een jaar of zeventien schatte.
“U bent de man met wie ik gesproken heb over de Skype telefoon?”
De man keek naar het meisje naast hem, die knikte.
“Jawel signore, mijn naam is Fausto Todeschini en dit is mijn nichtje Liliana. Wij hebben Anouk gevonden en verzorgd, nadat zij ontsnapt was na haar aanval uit Lucera.
Wij vonden haar ongeveer een kilometer van de grot hier. Zij was er heel slecht aan toe. We hebben gedaan wat wij konden, maar wij hebben niet veel, en wij dorsten ook geen dokter te laten komen, want de hele streek is op zoek naar haar.”
“Wie bent u en waarom heeft u haar niet aangegeven, als iedereen haar zoekt?”
“De vijand van mijn vijand is mijn vriend. Mijn ouders zijn jaren geleden uit Lucera verbannen door de Sacra Corona Unita. Als herders hebben zij zich in het leven moeten houden. Ik ben ook een herder. Anouk heeft gedaan wat ik eigenlijk had moeten doen, maar ik ben een eenvoudige man. Ik kan niet veel, alleen maar schapen hoeden en mijn haat koesteren. Anouk is een engel voor mij. Gelukkig heeft Liliana mij geholpen om met u in contact te komen. Ik begreep niet veel wat Anouk zei, wanneer ze helder was, maar Liliana begreep haar prima. Dat is eigenlijk alles, signore.”
“Dank u, signor Todeschini. Mag ik één momentje met mijn vrienden beraadslagen?”
De herder knikte.
Ik liep met Stafano naar Lucio en vroeg: “Lucio, had je de vijfhonderdduizend euro nog meegebracht?”
“Ma certo, Giowa,” zei Lucio, terwijl hij een koffertje van Renato aannam, “Je geeft dit aan de herder?”
“Ja. Vierhonderdduizend voor hem, en honderdduizend voor het meisje.”
Lucio knikte goedkeurend, en zei: “Nadat je mij had uitgelegd hoe de zaken erbij stonden, hadden wij evengoed geld meegenomen. Ook om autoriteiten om te kopen als dat nodig mocht zijn. Ik geef je vijfhonderdduizend, maar ik leen je tweehonderdvijftigduizend euro. Wij betalen de andere helft. Anouk is ook van ons.”
“Ho, ho, wacht even,” zei Stefano, “We betalen allemaal een derde. Ik heb haar een jaar lang opgeleid. Ze hoort van mij ook.”
Wij omhelsden elkaar. Ik was zwaar aangedaan en kon niet veel zeggen van emotie. Vrienden voor veertig jaar. Jammer dat Franco niet mee was kunnen komen.
Stefano en Lucio liepen naar de medische teams om alles voor te bereiden voor Anouks’s transport naar de ambulance. Ik liep naar Anouk en gaf het koffertje aan Fausto Todeschini.
“Een vijfde gedeelte is voor uw nichtje. De rest is voor u. Ik sta voor mijn leven lang bij u in de schuld. Mocht u ooit hulp nodig hebben, wel, Liliana weet hoe ze in contact kan komen.”
“Ik wil geen geld, signore. Anouk heeft mijn leven weer zin gegeven.”
“Ja, dat doet ze..., met iedereen..., en de rest vermoordt ze. Alstublieft, neem het aan. Het maakt misschien een beetje goed voor uw ouders en uw harde leven.”
“Signor Gian, zullen we Anouk ooit terugzien? Ik wil haar zo graag bedanken voor wat ze gedaan heeft.”
“Ik beloof het u. Misschien dat wij Puglia een beetje moeten vermijden in de toekomst, maar dan komt u met Liliane naar Brescia, of naar Holland.”
De herder nam het koffertje aan en gaf het aan zijn nichtje. Ik knielde weer naast Anouk, want in een paar minuten zou zij vervoerd worden.
“Monster, monstertje, lieve Anouk, ben je wakker?”
Anouk leek te slapen, en ik wilde al opstaan, toen zij met haar verbonden hand mijn arm pakte.
“Jan, Jan, je bent gekomen... voor mij. Nadat je... gezorgd hebt dat ik alles... kon leren, ben je nu... gekomen om mij naar huis te brengen. Houd je... mij altijd bij je?”
“Dus je wilt leven, Anouk?” huilde ik.
“Ja Jan..., teveel dood. Ik wil... nu leven. Bedank je mijn... redders van mij?”
“Dat is al gebeurd, foofie, je gaat nu naar huis.”
“Goed... Jan. Ik houd veel...”, en weg was ze weer.
Stefano vroeg aan Lucio: “Heb je een ‘exit’ strategie? We hebben namelijk wat Sacra Corona Unita handlangers moeten uitpoetsen, even voorbij de Ponte de 13 Archi.”
Lucio dacht even na en vroeg toen wat zijn zoon, Renato dacht.
“De snelste weg uit Puglia is dezelfde weg die wij gekomen zijn, maar die wordt zwaar bewaakt, als die lijken gevonden zijn. Het is nu bijna zes uur. Mogelijk zullen we ons door een versperring van de carabinieri moeten vechten, maar iedere andere weg is tien keer zo gevaarlijk. Naar de Ponte de 13 Archi is ruim twintig kilometer, dus met een half uur kunnen we uit Puglia zijn.
Mag ik een strategie voorstellen, Papa?”
De oude Camorrista knikte.
“We rijden in konvooi, maar houden, door middel van ‘comms sets’ een tussenruimte van driehonderd meter aan. Voorop gaat een wagen verkenners. Die gaan onafhankelijk van het konvooi zo snel mogelijk vooruit. Die kunnen ons waarschuwen als er een wegversperring is.
Tevens geven die door of het voor ons haalbaar is, om ons door die versperring te vechten, of dat de rest van het konvooi om moet draaien, voor een alternatieve route.
Onze lege ambulance gaat daarna met gillende sirenes, als eerste in het konvooi. Die wordt gegarandeerd aangehouden. Daarachter rijdt jullie, als belastingpolitiewagen vermomde, ambulance. Waarschijnlijk, wordt die weer doorgewuifd.
Mocht die wagen echter wel gestopt worden, dan gaat het hele konvooi accelereren, zodat de achterdeuren van de belastingwagen nog dicht zijn, als de rest van het konvooi aankomt.”
Achter de bus van Stefano rijdt een wagen van ons. Die versnelt tot deze vlak achter de bus van Stefano rijdt, zodat de carabinieri die wagen niet zien komen. We zullen in dat voertuig vier M72A4 raketlanceerbuizen hebben. Op de eerdere aanwijzingen van de al gepasseerde verkenners en het teken van Stefano komt dit voertuig achter de bus vandaan. De inzittenden schieten door het open dak een paar raketten in de militaire voertuigen. Dat maakt ruimte om te passeren.
In de consternatie die ontstaat, komen de Albanezen uit de bus met vier M202A1 FLASH fosforgranaatlanceerbuizen. Onder machinegeweer dekking van hun landgenoten, schieten ze een paar fosforgranaten in de mannen van de carabinieri. Dit zal de gemoederen wel wat verhitten, maar het geeft al onze manschappen de kans om uit hun voertuigen te komen en het karwei af te maken. Zo zie ik het, maar het is van cruciaal belang dat we de afstanden in het konvooi handhaven.”
Lucio, Renato, Stefano, Perparim, alle capi regime en ik bespraken de strategie, over en over, voordat wij Anouk zouden gaan vervoeren. Nu konden wij nog improviseren, eenmaal onderweg zou dat nagenoeg onmogelijk worden. Zonder dat ik erom hoefde te vragen, waren alle leiders het er over eens dat het leven en de veiligheid van Anouk, de absolute prioriteit had.
Acht mannen zouden de brancard dragen. Ieder handvat had een leren riem die om de nek van een tweede drager was gehangen. Als één van de twee dragers zou struikelen, dan zou de brancard evengoed horizontaal blijven. Lucio vroeg aan de herder, of zij de grot nog nodig hadden. De herder schudde zijn hoofd en Lucio gaf zijn mannen opdracht om springladingen te zetten. Wij begaven ons op weg. Anouk ging naar huis.
Twee man liepen naast de voorste vier brancarddragers en verlichtten de weg voor hen. Onderweg sloten steeds meer Camorristi zich bij ons aan. Het waren de soldaten die het terrein rond de grot hadden bewaakt. Ondanks dat het een lugubere processie leek, waren wij allemaal hyper. Tachtig procent van onze missie was geslaagd en wij zouden ons niet meer door een miserabele twintig procent laten stoppen. Achter ons klonk een doffe explosie toen de grot opgeblazen werd om te voorkomen dat er enige sporen achter zouden blijven. De hele tijd liep Liliana naast de brancard en hield het plasma infuus omhoog.
De Camorristi en de Albanezen deden hun mutsen af toen Anouk in de ambulance geschoven werd. Alle mannen waren doodstil. Toen vroeg Lucio welke twee mannen mee in de ambulance zou rijden om Anouk te verdedigen, als alles verkeerd zou gaan. Niemand kon mij tegen houden en ik was blij en opgelucht dat Renato de positie als tweede man, voor zich opeiste. Wij plugden allemaal de oortelefoontjes van de ‘comms setjes’ in, brachten de keelmicrofoons aan. Lucio belde de coördinator, zijn broer Umberto om deze mede te delen dat wij op het punt stonden om te vertrekken.
De schaapsherder en Liliana stonden hand in hand. Zij huilden, toen wij in onze voertuigen stapten, en wegreden. Een paar honderd meter verder stopte Stefano de bus, en liet de laatste vier Albanezen instappen. De voorste wagen met verkenners was al vertrokken.
De lege ambulance gaf iedere minuut zijn coördinaten door, zodat de chauffeur van de belastingambulance, en alle bestuurders van de wagens achter ons hun snelheid kon aanpassen om de benodigde tussenruimte te houden. Renato en ik zaten naast de slapende Anouk.
Wij hadden allebei een Heckler & Koch MP7 A1 submachinepistool op onze schoot liggen. Na tien minuten kwam er een melding van de verkenners op de comms: “Wij zijn bijna bij de Ponte de 13 Archi en er is nogal een commotie gaande hier.
Twee gewone politiewagens, een paar kraanwagens, ambulance en lijkenwagens. Dat zullen die stropers wel zijn. We voorzien hier geen problemen. De politiemannen staan relaxed te roken in een groepje.”
Anouk sloeg haar ogen op, en vroeg: “Jan..., gaan we naar huis?”
Ik pakte haar hand, en antwoordde: “We gaan naar huis lieverd. Probeer zoveel mogelijk te rusten, want het wordt een lange reis, maar we gaan goed, mooi monster. We zul..”
Op dat moment klonk het in mijn oor: “Wij zijn net een wegversperring van de carabinieri gepasseerd. Het geschatte aantal militairen is twaalf. Twee Alfa Romeo’s zijn dwars over de weg geparkeerd. Het ziet er naar uit dat iedere auto hier gestopt wordt. Geschatte staat van alertheid van de militairen... vier van tien. Renato’s strategie moet hier lukken. Voorste ambulance nadert met sirenes. Anouk’s ambulance, versnel en halveer de afstand met de voorste ambulance. Raketwagen afstand met de bus dichtrijden. De rest houdt tweehonderd meter afstand.”
Niet lang daarna passeerden wij de takelwagens en de Polizia Urbana. Op de video schermen, die een driehonderdzestig graden blikveld verschaften, zagen wij dat de politiemannen de belastingwagen groetten. Geen problemen hier.
Het was bij de wegversperring dat de problemen zouden beginnen.
Onze belastingwagen moest stoppen.
“jullie zijn vroeg op pad,” zei de Maresciallo van de carabinieri, “Of is het laat?”
“Nee, het is vroeg. We hebben een illegale grappa-stokerij in Gambatesa,” antwoordde de chauffeur van onze Guardia di Finanza wagen.
“Jesu, moeten jullie daarvoor uit Foggia komen, hebben ze geen mensen in Campania?” vroeg de Mareschiallo.
“Hebben jullie het nog niet gehoord dan?”
“Wat?” vroeg de Maresciallo.
Ik zag de bus van Stefano in de verte aan komen rijden. Renato en ik pakten de HK MP7 A1 en grendelden de wapens.
“De Guardia di Finanza uit heel Campania werkt samen met de lokale Carabinieri om een sigarettentransport uit Napels te onderscheppen.”
“Dus jullie moeten nu het werk van... Wel, rij maar snel door dan, des te eerder is dat karwei ook weer geklaard.”
De Maresciallo gaf een teken en de twee bestuurders van de, over de weg geparkeerde, Alfa Romeo’s reden achteruit.
We waren erdoor! Nu Stefano nog...
“Mijn god!, schreeuwde ik in de intercom tegen de chauffeur van onze ambulance, ”Zo snel je kunt weg hier en bij de eerste de beste inrit, of parkeerplaats, zover mogelijk van de weg af! RIJDEN!
Renato keek mij vragend aan, en ik zei: “Als die raketschutters die Alfa’s missen, dan krijgen wij een hete prop in onze reet gepompt. Die projectielen zijn hittezoekend.”
Onze ambulance schoot vooruit. Renato en ik legden de HK MP7 A1’s op de grond en hielden de brancard van Anouk stabiel. Na ongeveer honderd meter zag de bestuurde een uitsparing in het rotsmassief. Hij reed het voertuig erin, stopte en reed gelijk zo ver mogelijk achteruit. De wagen was nu uit de vuurlijn.
Renato en ik openden de achterportieren en sprongen uit de ambulance, net op tijd om de Napolitaanse Alfa van de Camorra, achter de bus van Stefano vandaan te zien komen. Lang voordat we de explosies hoorden, zagen wij de twee over de weg geparkeerde Alfa’s in een vuurbal veranderen. Toen wij het gehuil van een, met zevenhonderdtwintig kilometer per uur, passerende raket hoorden, was deze al tweehonderd meter verder tegen een rotswand geëxplodeerd. De nog levende carabinieri stonden een moment als versteend, want op dat ogenblik was er geen zuurstof meer in de lucht..., een moment dat lang genoeg was voor de Albanese M202A1 FLASH fosforgranaatschutters, om hun vurige lading in de overgebleven carabinieri te duwen.
De verzengende hitte-explosies zorgden ervoor dat de carabinieri in enkele seconden, net zo zwart waren als hun uniformen. De nu uit hun wagens gesprongen Camorristi schoten maar een beetje doelloos in het vuur. Het was meer een gebaar. Een gebaar dat zei: “Don’t try to fuck our Anouk about, because we will fuck you right back, and fucking waste you!”
“Pfoe,” zei Renato, “Dat is nog eens wat anders dan het embleem dat de carabinieri op hun petten dragen. Een bom en een vlam. Nou, daar zijn zij mee bediend geworden. Jammer, ik mocht die Mareschiallo wel. Het leek mij een warme persoonlijkheid.”
De zware Mercedesbus van Stefano duwde de nog brandende overblijfselen van wrakken van de Alfa Romeo’s opzij. Enkele minuten later reden wij weer achter de ambulance van de Camorra. De bus en de rest van de voertuigen hadden de rij weer gedicht. De verkenners zouden de eerste vijftig kilometer nog ver voor ons uit blijven rijden, al was het dan zeer onwaarschijnlijk dat wij nog een keer gestopt zouden worden.
“Fuck..., Jan,” zei Renato nu, “Dat was een stomme fout van me. Die raket had ons allemaal het leven kunnen kosten. Zal je me mijn vader horen, straks.”
“Wij kunnen er toch niets aan doen dat hij zulke slechte raketschutters heeft?” deed ik de zaak af, “Jezus Renato, niemand van ons allen heeft daar rekening mee gehouden. We waren te gefocusseerd op de ‘exit’ strategie. Wel, en die was perfect. Complimenten, guaglio. (Napolitaans: jongen)”
“U ook Zio, u ook. U dacht er gelukkig nog op tijd aan. Figa di putana (hoerenkut), we zijn er door.”
“Renato?” vroeg Anouk zwakjes.
“Ja lieverd, hoe is het met je?”
“Je blijft een... vunzige smeerlap. Hoe gaat... het met je?”
“Goed Anouk, goed. We zijn op weg naar huis, lieverd.”
“Jan is goed... hè, Renato?”
“Ja lieverd, hij is de beste. Een lelijke vent, maar ik wil hem niet kwijt.”
“Ik ook..,” en weg was ze weer.
De rest van de reis verliep verder gelukkig zonder problemen en we gebruikten de comms setjes om een beetje te kletsen. We waren euforisch met het behaalde succes, en extatisch van blijdschap dat Anouk het er levend af zou brengen.
Bij Maddaloni scheidden onze wegen van die van mijn Napolitaanse vrienden. We stopten en wilden elkaar omhelzen, toen Perparim, de reusachtige Albanees met een fles Grappa kwam aanlopen.
“Ik ben dan wel een Moslim van geboorte, maar voor deze gelegenheid, zal Allah mij wel willen vergeven.”
“Perparim,” vroeg ik, “Met respect, maar als je geheelonthouder bent, waarom draag je dan een fles Grappa met je mee?” vroeg ik, nieuwsgierig als altijd.
“Omdat ik wist dat het alleen maar goed af kon lopen, signor Gian. Ik denk dat we iets te vieren hebben.”
“Fucking right,” vloekte ik, en nam het eerste glas aan.
Stefano vertelde mij later dat de Albanezen -met wie Anouk ook gewerkt had, gedurende haar lessen bij Stefano- haar verafgoodden. Zij konden maar niet begrijpen dat een vrouw, een meisje minstens drie van hen waard was. Stefano vertelde mij ook dat Perparim ieder van zijn mannen een ‘sterfgelofte’ had af laten leggen. De mannen mochten alleen mee op de missie, wanneer zij vrijwillig hun leven wilden geven, om dat van Anouk te redden. De Albanezen hadden zowat gevochten om geselecteerd te worden voor de reddingsmissie.
Toen wij allemaal ons beetje Grappa hadden gedronken, namen wij afscheid van de Napolitanen. Ik moest Lucio beloven om langs te komen met Anouk, zodra zij hersteld was.
“Vergeet niet 333.332,00 euro mee te brengen, dolde Lucio,” terwijl hij instapte. Ik kuste Renato vaarwel en zag de Camorristi met tranen in mijn ogen vertrekken.
Stefano legde zijn arm om mijn schouders, en zei: “Kom Zio, we gaan naar huis.”
Ik stapte weer in de ambulance bij Anouk. Nu dat ik uit de stress begon te komen, leek het wel of ze mijn adrenaline afgetapt hadden. Ik had niet meer geslapen sinds de nacht voor het Skype telefoontje. Ik gooide een paar dekens op de grond, legde de HK MP7 A1 naast mij, en ‘crashte out’.
Gedurende de rit naar het Garda meer, werd ik één keer wakker. Ik voelde hoe de hand van Anouk over mijn gezicht streek, maar mogelijk heb ik het mij verbeeld.
Ik werd weer wakker toen Stefano de deuren van de ambulance opende.
We waren bij zijn vaders huis aan het Garda meer, want ik zag Rino en Franco naast hem staan. Ik brabbelde een excuus en krabbelde overeind.
“Hoe is het met Anouk, Zio?” vroeg Stefano.
“Ik weet het niet echt, want ik heb de hele tijd geslapen,” antwoordde ik beschaamd.
“Het is de leeftijd, Gian,” zei Franco, “We worden oud, vriend.”
Ik was hem dankbaar voor het spreken in meervoud. Ik keek naar Anouk, die met haar ogen open lag.
“Ben je wakker lieverd? We zijn thuis, we hebben het gehaald. Je gaat leven nu en we...”
Ze pakte mijn hand en tuitte haar lippen. Zachtjes drukte ik een kus op haar mond.
“Jan,” zuchtte ze, “Ik ben zo blij.”
“Ze is goed, Stefano,” zei ik, terwijl ik zo stijf als een plank uit de ambulance stapte. Terwijl de Albanezen afscheid namen, droegen Rino en een paar van zijn mannen Anouk het huis in. Franco had een slaapkamer in laten richten als ziekenkamer. Alle essentiële medische apparatuur stond naast een professioneel ziekbed opgesteld. Twee doktoren en een verpleegster stonden al te wachten.
Terwijl Stefano en Franco het huis inliepen, bleef ik in de ziekenkamer om te horen hoe Anouk er aan toe was. Na een onderzoek van een half uur, vernam ik: “Ze heeft veel bloed verloren, maar ze heeft geen schedelbasis fractuur, wel een zware hersenschudding. Ze heeft ook een paar nare schotwonden, die correctieve chirurgie vereisen. Haar pols is nu sterk en regelmatig en haar bloeddruk is 115 over 75. Toch nemen we Anouk morgen even in een ambulance mee, naar onze praktijk voor wat röntgenfoto’s. Het lijkt er echter op dat het meisje erg veel geluk heeft gehad. Bent u haar vader?”
“Ja,” zei ik, “Zo kunt u het wel noemen.”
Drie weken later zat Anouk in haar ochtendjas bij Franco, Stefano, hun vrouwen en mij in de kamer. Haar wonden waren goed aan het genezen, en de dokters hadden haar verzekerd dat na de correctieve chirurgie zouden er nauwelijks nog littekens zichtbaar zijn.
Daar zij zo een onbreekbare wilskracht had getoond, verbaasde het niemand dat men het herstel van Anouk zich kon af zien spelen, voor hun ogen. Drie maanden later liep ik met Anouk de gymzaal van Stefano in. Gedurende haar genezing had zij iedere dag oefeningen gedaan, om haar spieren soepel en sterk te houden, maar nu zou ze een solo schijngevecht uit gaan voeren. De kans op verwondingen waren daarin sterk gereduceerd, al bezwoer ik haar om het rustig aan te doen.
Ze had een audiëntie waar de ballerina van Degas trots op had kunnen zijn, maar Anouk was beter dan welke fucking ballerina dan ook. Franco met zijn vrouw en schoondochter, Rino’s vrouw, de tien mafiosi en hun vrouwen stonden tegen de muren van de gymzaal. Ik zocht een plaatsje naast Pietro, één van Rino’s mannen en als sinds jaren een vriend van mij. Terwijl Anouk zich zonder schaamte uitkleedde en zich in een trainingsbroek met uitlopende broekspijpen en een T-shirt stak, stelden Rino en Stefano zich op in het midden van de gymzaal.
Ze stonden ongeveer anderhalve meter apart, toen Anouk naderde met twee vlijmscherpe messen. Ze droeg de messen met de lemmeten naar achteren wijzend, zoals veel Shilat Pentjak vechters dat doen.
Ze ging tussen de Stefano en Rino in staan met haar armen langs haar lichaam gestrekt, de heften van de messen naar de grond wijzend, zodat de punten bijna haar ellebogen raakten. De paar seconden dat zij haar ademhaling regelde, leek het wel alsof Anouk in trance was.
Zij stapte naar achter en maakte een voorwaartse salto. Toen zij weer stond, wezen haar handen naar de kelen van de beide mannen. De lemmeten van de messen, lagen tegen de kelen, voor een fractie van een seconde. Dodelijk. Anouk kruiste haar armen voor haar borst, stapte naar voren en maakte een achterwaartse salto, kwam neer met nog steeds gekruiste armen, zij sloeg haar armen uit elkaar, zodat zij op een zwaan met gespreide vleugels leek. Het volgende moment hadden Stefano en Rino ieder de punt van een mes onder hun kin. Dodelijk. Als Stefano of Rino hadden bewogen gedurende Anouk’s kata, dan zouden ze dood geweest zijn.
Zij verhoogde nu haar tempo en maakte draaisprongen en overslagen uit het Batay Kréol om de mannen heen, en tussen hen door. Iedere keer dat zij stopte, rustte een lemmet of de punt van een mes tegen de huid van één of beide mannen, op een plek waarachter een vitaal orgaan, of slagader huisde. Nog steeds verhoogde zij haar tempo, het was moeilijk te volgen, wat zij precies deed. Vanuit een overslag liet zij zich vallen en met de bewegingen van een ‘breakdancer’ draaide zij om de mannen heen, en tussen door; zij leek niet meer te kunnen stoppen, maar het volgende ogenblik stond zij doodstil, voorover gebogen tussen de twee mannen. Haar armen waren gespreid en de punten van de messen rustten tegen het scrotum van haar sparringpartners. Nu liepen de rillingen mij wel even over mijn rug en ik hoorde de tien mafiosi en Franco zuchten.
“Mamma mia,” fluisterde de reusachtige Pietro, ontzet.
Nu draaide Anouk om haar eigen as, zoals een schaatsenrijdster, of een ballerina, alleen ze was voor het oog niet meer te volgen. Ze wervelde tussen de mannen door, en om hen heen. Haar armen bewogen nu razend snel. Het ene moment rustte een messenpunt tegen de leverstreek, het volgende moment sloeg ze het heft, zodat de zware achterkant van het mes de slaap, of de kaak zou breken. Ze leek nu wel een wervelende Kozak, of een dolle derwisj. Dit kon niet veel langer doorgaan, voordat zij haar balans moest verliezen. Ze stopte, gooide de twee messen in de lucht, maakte een salto, ving de twee messen tegelijkertijd op en gooide die van zich af. Zij nam een aanloop en terwijl de twee messen trillend in de houten lambrisering, twintig centimeter naast mijn hoofd ploften, maakte Anouk een dubbele salto, waarna zij op Stefano’s schouders belande.
Zij nam zijn hoofd in haar armen en kuste hem waar ze hem raken kon. Stefano tilde haar van zijn schouders, nam haar in zijn armen en zei luid: “Welkom Anouk, welkom thuis.”
De mafiosi werden dol en begonnen te klappen, terwijl Anouk nu Rino omhelsde en kuste. Ik had tranen in mijn ogen; ik was de enige..., met Franco, Margherita, Donatella en tien mafiosi met hun vrouwen. Wat was ze goed geworden en wat hadden Stefano en Rino een ongelooflijk vertrouwen in haar gehad. Ze was al goed met messen, voordat ze naar Lucio en Umberto in Napels vertrok, maar wat had ze daar nog veel geleerd.
Anouk kwam naar me toe en vroeg: “Ben je wel trots op mij, Jan?”
“Trots? Ik was al trots toen je meer dan een jaar geleden naar Napels vertrok. Je vader moest je kunnen zien, Anouk. Werkelijk. Hoe voel je je nu, na je eerste zware oefening?”
“Goed lieverd, echt voldaan. Wat een compliment van Stefano en Rino, hè?”
“Ben je gelukkig, Anouk?”
“Ja, Jan. Meer dan jij ooit kunt vermoeden. Wat een vrienden heeft mijn vader. Het is echt ongelooflijk.”
“Zo Gian,” ze Franco, “Ben je klaar voor de volgende verassing?”
Ik keek hem verbaasd aan, maar zei: “Zo klaar als jij, mijn oude vriend. Maar dit is een van de mooiste dingen die ik ooit gezien heb. Wat een vertrouwen moeten Stefano en Rino in dit monster hebben gehad.”
“Het is een mooi compliment voor alledrie, Gian. Zij hebben Anouk ook geleerd, dus ze wisten waar zij toe in staat was. Kom, lopen jullie even mee.”
We liepen achter Franco aan, die ons naar de eetzaal bracht. De reusachtige eettafel was voor dertig man gedekt. Twee mafiosi, Margherita en Donatella kwamen binnen met een massief bloemstuk, dat zij midden op de tafel zetten. Er hing een lint omheen dat zei: “Anouk, we zijn vereerd om je als lid van onze familie te mogen beschouwen. Als Stefano een zuster had gehad, dan was jij dat geweest.”
Anouk greep mijn hand en kneep er hard in. Ik moest slikken. ‘Fuck’, dit waren fucking emotionele dagen.
Alle mafiosi kwamen binnen met hun vrouwen. Rino en zijn vrouw kwamen met Stefano binnen. Ik legde Anouk uit dat Franco, ieder jaar een paar keer een diner gaf voor zijn mannen.
“Ik weet het, lieverd. Ik heb hier een jaar gewoond, Jan. Weet je nog?”
Voordat wij gingen zitten, kwamen de vrouwen van de mafiosi één voor één, vergezeld van hun criminele echtgenoot om Anouk te feliciteren met haar geslaagde missie, haar redding en haar genezing. Anouk, die de echtgenoten allemaal bij hun voornaam noemde, kuste de vrouwen en bedankte hen, en hun eega’s. Nu begrijp ik hoe Prinses Diana zich gevoeld moet hebben..., niet zo fucking goed als Anouk.
Het diner werd een succes, zoals dat alleen maar in Italië mogelijk is. Franco had een catering team en bediening laten komen. Ik was blij, en trots als ik naar Anouk keek. Zij zat met alle vrouwen te praten, alsof ze op het plaatselijke marktplein stonden. Stefano en ik moesten vertellen van onze reddingsmissie. De mannen waren begeesterd, maar hoewel er door niemand op zijn strepen werd gestaan, gaf iedereen respect.
Één van de mafiosi vroeg: “Stefano, waarom mochten wij niet mee om Anouk te redden. We hebben niets tegen de Albanezen, integendeel, maar wij zijn toch ook net zo goed..., en wij hielden, en houden zoveel van Anouk.”
Deze vraag was bij Umberto en Lucio met bloed beantwoord geworden.
Stafano antwoordde: “Tito, mijn vader was die dag weg naar Milaan. Ik kan niet zonder zijn toestemming over de organisatie beschikken. We hebben ook nog steeds last met de Roemenen. Ik dacht dat een ieder op zijn plaats moest zijn, waar hij het beste functioneert. Ik kon het niet aan de Albanezen overlaten hier, anders had ik zeker Rino wel meegenomen. Is dat een goed antwoord, Tito?”
“Mi scusi, Don Stefano,” antwoordde Tito, terwijl hij de klap op zijn kop van zijn vrouw afweerde.
Voor weer één van die zeldzame momenten was ik weer gelukkig in mijn leven, maar ik wist al dat het niet mocht duren. Hoe weet iemand dat? Ik voelde het, iedere keer weer. Ik mocht nooit lang gelukkig zijn. Maar voor nu interesseerde het mij niet, als Anouk en mijn vrienden maar gelukkig waren.
Na het diner werd er gezongen, mensen vertelden hun belevenissen die grappig waren. Geen oubollige tv-shit moppen, zoals in Holland. Iedereen liet iedereen praten. Iedereen nam deel, ook de obers en de caterers. Het was mateloos gezellig, totdat een van de obers vroeg: “Signorina Anouk, met uw permissie, vertel ons eens hoe u uw missie heeft uitgevoerd...”
“Tssjttt, no, no, no” sisten de mafiosi.
“Mamma mia, Madonna Santa,” gilden hun vrouwen.
“NEE!” brulde ik, “Nee, ze moet daar nog niet over praten, gek dat je bent.”
De man had het nooit slecht bedoeld, maar nooit zal een burger de ‘malavita’ (onderwereld) begrijpen.
Anouk dacht na..., aarzelde even en zei toen: “Ik kan niet..”
Ze werd lijkwit. Haar ogen draaiden weg..., zij stond op, terwijl ze zei: “Wraak. Ik moet mijn vader wreken. Houd mij niet tegen. Jan, help mij, ik moet weer doden.”
Ik werd opzij gegooid, en Pietro pakte Anouk op. Hij nam haar als een baby in zijn armen en zei: “Het is goed Anouk, Jan is hier met mij. Je hoeft niet meer te doden. Wij doen dat nu.”
Anouk was goed. Ze was sterk. Ze was snel. Pietro hield haar echter in een beschermende ‘bear-hug’, waaruit zij zich niet kon ontworstelen. Huilend kuste hij haar gezicht en mompelde: “Anouk, Anouk, wij zijn allemaal hier, het is goed. Het is goed.”
Stefano kwam al aangerend en duwde een injectienaald in Anouk’s arm. Vijf minuten later sliep Anouk. Ik stond te kotsen van ellende. De mafiosi waren opgestaan en renden naar de ober toe. Zij wilden hem aan stukken snijden, maar Rino schoot een kogel over hun hoofden, en Franco bracht hen verder tot bedaren.
“Het diner is afgelopen. Anouk is ziek, en wij moeten ons nu om haar bekommeren. Wie de ober kwaad doet, zal niet langer onze vriend meer zijn. Het was geen opzet, onthoud dat,” zei Franco.
Stefano, Pietro en ik brachten Anouk naar de ziekenkamer.
“We moeten haar armen en benen vastmaken,” zei ik, “Ze gaat ‘apeshit’ als ze bijkomt. Ze schiet nu regelrecht in een psychose of Acute Stress Disorder. Dit was de trigger.”
“Don Giovanni,” vroeg Pietro huilend, “Hoe kon dat nu? Ik wist, ik voelde..., iedereen voelde dat wij niet daarover moesten praten, maar Anouk ging zo goed. Waarom gebeurt dit?”
Ik pakte de reus zijn handen, en zei: “Anouk heeft nimmer kans gehad haar stress te verwerken. Ze was ‘doped up’ met haar eigen adrenaline na haar missie, en haar ontsnapping. Niet lang daarna raakte zij bewusteloos en werd onder verdoving gehouden. Half bewusteloos komt zij hier aan. Terwijl de dokters en plastisch chirurgen aan haar werkten, had zij de stress die ieder persoon heeft, die in een ziekenhuis komt, of die zware behandelingen ondergaat. Die stress nam over van de onderliggende, onverwerkte stress van de moordpartij. Dan is zij hyper, wanneer zij begrijpt dat zij nog leeft en dat zij een normaal leven kan gaan leiden. Ze kijkt uit naar haar herstel. Ze traint en traint en zij verricht een klein wonder, waar wij allemaal getuige van zijn geweest. Dan was er het diner en met de wijn ging haar geest ontspannen. De vriendelijkheid, de euforie van haar geslaagde oefening en de gezelligheid en hartelijkheid van iedere aanwezige nam haar onbewuste alertheid weg..
Haar geest was op dat moment ontwapend. De vraag van de ober bracht alles in één keer terug. Veteranenziekte. Zijn vraag triggerde het syndroom. Ze heeft vanaf nu een Acute Stress Disorder, als ze gelukkig is. Het kan ook een Post Traumatisch Stress Disorder worden en dan kon het wel eens chronisch blijken. En mogelijk gaat zij in een klinische depressie. Mijn God, waarom moest dit gebeuren? Weer heb ik gefaald. Ik had haar moeten voorbereidden, maar omdat de dokters er niets over zeiden, heb ik gedacht..., heb ik gebeden dat dit niet zou gebeuren, maar het is gebeurd, Pietro, het is fucking gebeurd.”
Het feest was afgelopen. De ober werd door Stefano naar huis begeleid, want hij was er niet zeker van dat zijn Rino’s mannen deze keer naar hun orders zouden luisteren.
“Waarom lig ik vastgebonden, Jan?” maakte de stem van Anouk mij wakker. Weer lag ik in het noodbedje in de ziekenkamer, waar ik eerder al een paar weken in had doorgebracht.
“Anouk, lieverd..., je hebt een aanval gehad gisterenavond. Voor je eigen veiligheid moesten wij je vastbinden, maar de dokters komen zo. Heb even geduld, lieverd.”
“Ja..., ja..., natuurlijk, Jan. Wat voor aanval heb ik dan gehad? Is het gevaarlijk? Zal ik nog kunnen trainen?”
“O ja, het is niets fysiologisch. Het is een soort stress aanval, Anouk. Wil je dat ik je erover vertel?”
Ik legde haar alles uit over hoe het gekomen was en Anouk leek het te begrijpen.
“Je zei mij indertijd dat ik mogelijk een Personality Disorder zou gaan ontwikkelen. Denk je dat dit gebeurd is?”
“Nee, dan hadden we het al geweten, lieverd. Ik denk dat het een Stress Disorder is. Als we geluk hebben, dan is de aandoening acuut. Dan is het met een maand, twee maanden over. Het kan echter ook chronisch worden, en dan is het iets wat je leven zal gaan beïnvloeden. In beide gevallen wil ik eerst even horen wat de dokters zo zeggen. Daarna leg ik je alles uit. Is dat okay, lieverd?”
Anouk knikte. Franco kwam binnen met twee heren, die een psychiater en psycholoog bleken te zijn. Franco ze: “Ik heb mijn vrienden al het hele voorval, en de geschiedenis uitgelegd, zodat zij Anouk niet onbewust triggeren.”
De psychiater bevochtigde Anouk’s hoofd met een contactvloeistof en zetten haar de elektrodenmuts op van de draagbare Elektro-encefalograaf. Tevens werd zij aan een hartmonitor gelegd en werd haar bloeddruk gemeten. De psychiater stelde Anouk enkele vragen en bestudeerde haar hersenactiviteit.
Na een half uur zei hij: “De Alfa- en Gammagolven vertonen geen afwijking. Ik zou willen dat u haar heel licht ‘triggert’, signor Gian.”
“Anouk, vertrouw je mij lieverd?”
“Natuurlijk Jan, waarom?”
“Ik ga je nu een vraag stellen, waardoor je je misschien rot gaat voelen. Als dat gebeurt geven we je gelijk een verdoving. Het spijt mij lieveling, maar we moeten zien of er een hersenafwijking is.”
“Doe wat je wilt, Jan. Ik vertrouw je, maar blijf wel bij me.”
“Anouk..., kun je je nog herinneren dat je gewond de bergen in vluchtte?”
Ik zag haar aarzelen..., weer werd ze bleek, maar haar ogen bleven normaal. Ze antwoordde: “Ja..., Ja..., veel pijn Jan. Ik herinner mij de pijn nadat er op mij geschoten...”
“Stop!” zei de psychiater, “Dat is genoeg. Dank je wel Anouk, je bent erg flink geweest. Slim, signor Gian, om aan het eind te beginnen.”
Ik haalde mijn schouders op, terwijl de psychiater Anouk een mild sedatief injecteerde.
Daarna stelde de psycholoog Anouk verschillende vragen, terwijl de psychiater alle uitlezingen vergeleek. Niet veel later kwamen de twee mannen tot de conclusie dat er in ieder geval de aanwijzingen waren voor een Acute Stress Disorder.
“Om te voorkomen dat ze in depressie gaat, willen wij haar alvast op antidepressiva zetten, daarnaast geven wij haar angstremmers.”
“Wat voor type antidepressiva had u haar willen geven?”
“SSRI’s (Selective serotonin reuptake inhibitor)”
“No fucking way,” zei ik, “Ze heeft nog geen één van de klassieke stress symptomen vertoond. De Fluoxetine, Paroxetine of Sertraline gaan allemaal pas na minimaal vier weken werken. Dan hebben we een goed idee of haar aandoening chronisch is. U kunt Oxazepam uitschrijven voor angst, maar dan wil ik het ook in intramusculaire of intraveneuze vorm hebben. Dan kan ik het inspuiten, wanneer ze een acute angstaanval krijgt.”
“Maar de SSRI’s werken ook tegen woede-aanvallen, signor Gian,” zei de psychiater.
“Nogmaals, ik heb nog geen enkele van de klassieke symptomen gezien. Ik zal haar zelf begeleiden, en gelooft u mij, ik experimenteer niet met een persoon, die mij het liefste in deze wereld is. Als ik dingen ga herkennen, dan ben ik de eerste om ze te melden. Vooralsnog is het middel erger dan de kwaal. Ik baseer het voorgaande op een logische veronderstelling.”
Ik vertelde de beide doktoren van de trainingssessie van Anouk met de messen, met Stefano en Rino.
“Daar zij bezig was moordaanslagen te trainen, had dat een grotere ‘trigger’ moeten zijn. Niets was minder het geval. Haar bewegingen en aanvallen waren meer dan honderd procent gecoördineerd. Er is een andere ‘trigger’, en die zal ik ontdekken gedurende haar therapie.”
De psychiater knikte en liet mij een uitdraai van de hersengolven zien.
“Kijkt u hier naar de Gammagolven en dan kijkt dan hier weer naar de Gammagolven. Op het moment dat Anouk over uw vraag nadacht, gingen de Gammagolven ‘haywire’. Houd u dat in gedachten als u met haar therapie begint, maar wat voor therapie wilt u toepassen? U hebt net zoals u al zei, ook nog geen symptomen waargenomen. Dit is geen kritiek, maar ik ben zeer benieuwd naar de verdere ontwikkelingen, zo die er al zullen zijn. Ik verzoek u mij van alles op de hoogte te willen houden; voor Anouk maar zeker omdat ook wij verkiezen, dat u slaagt op uw manier. Wij hebben de wijsheid niet in pacht, en alles dat helpt is goed. We zijn zeer benieuwd.”
De psychiater gaf mij zijn kaartje, en zei: “U kunt mij altijd bellen op dit nummer, dag en nacht.”
De psycholoog zei: “Ik heb iets dergelijks nog niet eerder meegemaakt. Uw redenering is mogelijk juist, omdat u logisch denkt met de nodige kennis. Ik zou u willen verzoeken om ons iedere dag een update te geven per email. Wij berekenen niets voor ons onderzoek, maar mogelijk kunnen wij tijdig iets herkennen, dat u van nut kan zijn. We werken dus ‘in tandem’”
Ik kon mij daar volkomen in vinden en deed de twee medici uitgeleide, waarna ik weer naar Anouk terugkeerde.
Ze was een beetje ‘dopey’ toen ik binnenkwam, maar ze zei: “Je houdt echt van mij, hè Jan? Je beschermt mij zelfs tegen doktoren.”
“In Holland mag jij mij weer tegen mijn vijanden beschermen, Anouk. Eerst gaan wij beter worden.”
“Wij?”
“Ja wij, lieverd. Dit is iets wat wij samen moeten doen.”
Alles is je nog gelukt met mij, mijn opleiding bij jou, Stefano en in Napels. Mijn redding en weet je nog wat je mij allemaal geleerd hebt...”
“Stop het boefje. Ik zal het echt nooit vergeten, lieveling.”
“Ik ook niet. Ik heb er nog vaak aan gedacht, het was zo mooi, en fijn. Maak me beter, Jan. Neem mij mee naar huis, beloof mij dat. Ik vertrouw je, maar dat deed ik al gelijk. Ik vertrouw je en niet omdat ik zoveel van je houd.”
De volgende dag trok ik met Anouk in de blokhut, waar wij eerder zo gelukkig waren geweest. Ik voerde nu een zware strijd met mijzelf, net als de eerste keer. Ik zag mij nu als haar hulpverlener, en het zou niet juist zijn om met haar naar bed te gaan. Aan de andere kant hielden wij van elkaar en het was ook niet de eerste keer dat wij elkaar ‘aan de praat hielden’.
Ik besloot dat haar gezondheid boven alles ging en om mijzelf weg te cijferen. Wanneer Anouk kenbaar maakte dat zij meer van mij verlangde dan mijn support, dan liet ik haar relaxen en genieten tot zij half dood op het kussen lag. Ik ging voorbij aan mijn behoeftes, maar meer nog aan mijn gevoelens. Als zij ’s nachts in mij arm sliep, of als zij tegen mij aan lag, dan genoot ik van haar warmte. Zo deed ik dat gedeelte ‘Honi soit qui mal y pense’, you fucking ratbags.
Het leek aanvankelijk of ons verblijf in de blokhut identiek zou worden aan onze eerdere ervaringen, voordat Anouk naar Napels vertrok, afgezien van mijn abstinentie. Maar nee, het was anders, Anouk leed aan stemmingswisselingen. Het ene moment was zij vrolijk en blij, het volgende moment kreeg zij een woedeaanval, al moet ik bekennen dat die nimmer tegen mij gericht was.
Wij zaten te eten, nadat ik voor haar gekookt had en zij kwebbelde er lustig op los en het volgende moment stroomden de tranen uit haar ogen. Toen ik haar vroeg waarom zij huilde, zei ze mij dat ze het niet wist. Ze pakte dan mijn handen en wreef die tegen haar betraande gezicht. Wij huilden samen, want ik kon Anouk niet zien huilen. Zo een sterke, vastbesloten, unieke vrouw die hartverscheurend huilde.
“Ik weet niet waarom ik moet huilen, Jan. Ik ben bang en ik voel mij super onzeker. Wat is er met mij gebeurd?”
“Anouk, lieverd je lijdt aan een stress aandoen...”
Ze werd wild en sloeg met haar vuisten op tafel, en schreeuwde: “Ik wil zo niet zijn. Ik ben nimmer bang of onzeker geweest. Ik fucking vermoord nog meer van dat kolere tuig..., Jan help me!”
Ik wist het, ik had het allemaal eerder gezien, maar waar moest ik beginnen, en hoe? Ik moest haar uit laten razen, want het had geen zin om het te onderdrukken. Eens zou het er toch uitkomen.
“Het spijt mij Jan. Ik weet niet wat ik heb,” huilde Anouk, toen zij uitgeraasd was.
De volgende dag vroeg ik Stefano of ik wat attributen uit zijn gym mocht lenen. Ik wilde uitleggen waarvoor ik die dingen nodig had, maar Stefano zei: “Pak wat je nodig hebt, en wat er niet is, dat heb je vanmiddag. Gaat het met Anouk?”
“Jawel, maar het is niet goed. Het is niet goed, Steffie.”
Ik hing een boksbal en een ‘punchbag’ in de blokhut. Voor de blokhut rolde ik met Pietro een paar boomstronken, tot vlak voor de deur. Ik legde twee bijlen over de boomstammen. Rino’s mannen egaliseerden een stuk weidegrond van vier bij vier meter, zodat wij een soort minivoetbalveldje hadden.
“Anouk, mooi monster,” zei ik de volgende dag, “Je bent ziek. Niet erg, maar niettemin ziek. Als iemand zwaar verkouden is, is het normaal dat die persoon zegt: ‘Ik ben ziek’. Jij bent verkouden in je hersens, maar je bent niet gek. Kunnen wij met elkaar afspraken maken, lieverd? Weet je waarom? Als ik niet slaag, dan moeten we het overlaten aan de doktoren. Die zijn goed, ze weten mogelijk meer dan ik, maar die gaan proberen welk medicijn het beste bij je werkt. Dat kan lukken, maar het kan ook een lijdensweg worden.
Een arts kan je niet vierentwintig uur observeren, ik kan dat wel. Je moet echter met mij meewerken. Alles wat ik doe, is voor jouw bestwil, daar moet je altijd aan denken. Word kwaad, wanneer je wilt. Huil wanneer je voelt dat je moet huilen. Verdring niets, maar zeg mij altijd als je stemming verandert. Dat is heel belangrijk en ik zal je zeggen waarvoor.
Ik ben een mens met gevoelens en stemmingen. Als ik niet goed oppas, dan laat ik mij door jouw stemmingen meetrekken. Als dat gebeurt, word ik nutteloos voor je. Als ik voorbereid ben, dan neem ik afstand, ondanks dat ik zielsveel van je houd.
Ik moet ook een therapie doen, terwijl jij dat doet. We werken samen aan ons. Wij kunnen dat want jij bent jong en sterk, en ik heb de ervaring en de kennis. Dit is moeilijker als waarvoor je indertijd naar Puglia bent gegaan.
Dat was een gevecht. Vecht nu tegen jezelf, en je verliest gruwelijk. Eerst moet je aanvaarden dat je ziek bent. Daarna kun je pas genezen. Als jij zegt: ik mankeer niets, dan kun je ook niet genezen. Snap je dat, foofie?”
“Ja, ik denk dat ik het begrijp, Jan en wat ik niet begrijp dat vertel je mij dan nog wanneer we een rustig moment hebben, of niet? Ik wil leren wat er mis met mij is, maar nog meer, wil ik leren te genezen. Ik heb je de eerste keer vertrouwd, en ik vertrouw je nu weer. Als ik mijzelf zo hoor praten, dan denk ik: ‘Er is niets mis met mij’, maar dat is niet hoe ik mij voel. Ik kon altijd goed leren, dus leer mij.”
“Je beseft dat ik niet alles weet, en soms op mijn intuïtie en/of logica moet afgaan?”
“Ja, dat begrijp ik volkomen.”
De volgende dag begonnen wij. Ik nam Anouk mee voor een korte wandeling tussen de pijnbomen. Ik zei haar aan niets proberen te denken en de natuur in zich op te zuigen, door een diepe, aangepaste buikademhaling. Ik zei haar de stilte te eten en de lucht van de pijnbomen te drinken.
“Geniet, en probeer die warboel van malende gedachten te negeren. Je hebt nu moeite met concentreren, maar probeer natuur te beleven, alsof je er één mee bent.”
Toen wij na een half uurtje thuiskwamen, wees ik op de boomstammen en de twee bijlen.
Ik wil dat als we thuiskomen na een wandeling, dat je een bijl pakt en hout gaat hakken. Ik wil dat je pretendeert alsof je kwaad op iemand bent en ik wil dat je de agressie die je opvoelt komen, op de boomstam uitleeft. Ik wil absoluut niet dat je denkt aan je missie, je verzint maar een reden. Je leeft je uit, maar je hakt je niet leeg; ik wil niet dat je er doodmoe afkomt. Jij voelt iedere dag hoe fit je bent, en dat zal iedere dag anders zijn. Wanneer je voelt dat je moe begint te worden, denk je: “Maar waarom moet ik kwaad zijn. Ik wil niet kwaad zijn, ik wil mij goed voelen, dus kwaadheid..., ik ban je uit. Je bent er niet meer, omdat ik het niet wil. Jij kunt mij niet overheersen, want ik bepaal.
Mocht je een spontane woedeaanval krijgen, dan sla je je leeg op die boomstammen. Gedurende die woedeaanval komt er een moment dat je je zult herinneren wat je ’s morgens jezelf hebt geleerd. In het begin duurt dat herinneren langer, of het komt helemaal niet. Hoe langer we echter doorgaan, des te sneller zal die herinnering komen. Dan komt het moment dat je je woede zult kunnen controleren, en uitbannen.”
Ik pakte de twee houten dolken en ik liep met Anouk naar het stukje geëgaliseerde weidegrond. Ik gaf haar de dolken en zei: “Voer een schijngevecht uit, zoals je met Rino en Stefano hebt gedaan. Ik wil niet dat je het op je routine doet, zoals in een noodsituatie. Ik wil dat je denkt over je handelingen. Je hoeft niet snel te zijn, als je de bewegingen maar precies en gecontroleerd uitvoert, dus je denkt voor iedere beweging.”
Anouk pakte de dolken, stelde zich in het midden van het veldje op en blies de adem diep vanuit haar middenrif. Ze maakte een paar passen van haar kata..., en begon overnieuw. Ik had het al gezien. Ze probeerde het nog een paar keer, maar het ging niet. Ik merkte dat zij gefrustreerd raakte, en zei haar te stoppen.
“Kom bij me, foof. Kom even tegen mij aanstaan.”
Anouk wilde de dolken op de grond smijten, maar leek zich te bedenken. Ze legde ze neer en sloeg haar armen om mijn nek en duwde haar gezicht tegen mijn gezicht. Weer voelde ik haar warme tranen over mijn wangen lopen Ik liet haar uithuilen, en zij toen: “Het is je concentratie, Anouk. Je zult voorlopig moeite hebben met concentreren. Dit was het slechte nieuws. Let nu op.”
Ik pakte de dolken, en nam haar mee naar het midden van het veldje, waar ik haar de dolken gaf.
“Anouk, dit lijkt moeilijk, maar hoe sneller we beginnen, des te beter het gaat. Stel je nu op en doe een paar diepe ademhalingen. Met iedere uitademing stel je je voor, dat je je gedachten uitademt. Je probeert je hoofd leeg van gedachten te ademen. Dan op het moment dat ik je een teken geef, doe je de schijnaanval met de dolken, zoals je die eerder hebt gedaan op Stefano, en Rino. Je begint onmiddellijk en je denkt aan niets, als er een gedachte opkomt, versnel je. Ik wil dat je op topsnelheid draait, zonder ook maar te denken.”
Anouk stelde zich op met de dolken, weer omgekeerd in haar handen. Toen ik zei: “Go!” stapte ze achteruit en maakte haar eerste salto. Okay, het scherp van een houten dolk is niet erg scherp en had mijn keel niet doorgesneden, maar een fout gedurende haar achterwaartse salto had de punt van de dolk onder mijn kin, mijn schedel ingeboord. Ik voelde de punt amper.
“Sneller,” zei ik.
Anouk versnelde en doorliep haar hele repertoire, ze wervelde om mij, danste langs mij en tikte mij steeds aan met, één of twee dolken. Toen zij aan haar eindsalto kwam, staken de dolken al tien meter verder in de grond en zij kwam op mijn schouders terecht. De oefening was feilloos verlopen. Anouk sprong van mijn schouders en weer huilde zij, maar nu waren het tranen van opluchting. Zij vroeg half lachend, half huilend: “Jan, geweldenaar..., hoe kon dit? Ik snap het niet meer.”
“Een gedeelte van onze hersens wordt gevoed met de impulsen die onze gedachten aanmaken. Een bepaalde chemische stof veroorzaakt een stroompulsje, om het even gemakkelijk te houden. Dat pulsje activeert dat gedeelte van de hersens die op jouw gedachte, actie moeten gaan ondernemen. Daar is het chemische evenwicht verstoord. Door de bewuste training te perfectioneren, zie je iedere keer vooruitgang. Iedere succesvolle prestatie, hoe futiel dan ook, bouwt je zelfvertrouwen op. Je wordt dus ook zekerder. Het is een soort van hersenspoeling, maar dan in de positieve zin van het woord.
Er is echter ook het autonome hersengedeelte. Dat gedeelte kan actie nemen, goed of slecht, zonder jouw input. Dat wordt gevoed uit het onderbewustzijn, en/of het geheugen. In jouw geval werd het autonome gedeelte aangestuurd door, onder andere, je geheugen. Je ziet, dat ging perfect.
Zo we hebben nu een begin gemaakt om eventuele woedeaanvallen te gaan controleren, en mogelijk uit te bannen. Daarnaast hebben we een soort therapie ontworpen om de concentratie te bevorderen. Des te meer succesvolle prestaties je verricht, des te meer komt het chemische evenwicht weer in balans. Dat is mijn theorie. Ik wil dit ook echter ondersteunen met wat voedingssupplementen en een kruid.”
“Wat voor kruid, Jan?”
“Wel, aangezien niet alle psychiaters en psychologen van de pot gerukt zijn, wilde jouw psychiater, en mogelijk terecht, met een ‘serotonine heropname remmer’, een zogenaamde SSRI, gaan werken. Vaak werkt dat, maar als het niet werkt dan moeten ze experimenteren met MAOI’s, TCA’s NERI’s en ARI’s. Nou, er zijn mensen die liever met hun aandoeningen leren te leven, dan de bijverschijnselen van deze remmers te moeten verduren.
Wat ik wilde doen, is je een kruidenmiddel geven dat werkt tegen lichte depressie. Dat is bewezen. Het is onschadelijk, maar het mag nimmer met andere antidepressiva tegelijk gebruikt worden, omdat het dan een serotonine syndroom zou kunnen veroorzaken. Mocht blijken dat je na een paar weken toch op Fluoxetine, Paroxetine, Sertraline of een TCA moet, dan heb je in ieder geval al een basis. Het kruid heet St John’s Wort, oftewel Sint Janskruid.
Daarnaast wil ik je aan wat supplementen hebben, want het gebruik van vetzuren uit voeding zijn bepalend voor vetzuren in het celmembraan. Voor de hersenen zijn met name Omega-3 vetzuren, zoals EPA (eicosapentaeenzuur) en DHA (docosahexanoeenzuur) van belang. Deze komen voor in vis, en lijnzaadolie. In de hersenen is DHA een belangrijk onderdeel van de grijze hersenmassa. Het verbetert de flexibiliteit van de synapsen, de beweeglijkheid van vloeistof en zenuwcellen.
Verharding vermindert de overdracht van neurotransmitters, de pulsjes. DHA beschermt celmembranen tegen oxidatieve schade. Tekorten aan DHA worden in verband gebracht met depressie, schizofrenie, MS, dementie, hyperactiviteit, concentratiestoornissen. Traditionele bronnen van DHA zijn eveneens rijk aan EPA (visolie).
Een ander belangrijk supplement is magnesium, want dat is een mineraal om lichamelijk weer te ontspannen. De belangrijkste functies van magnesium liggen op het gebied van de energieproductie, ontspannende werking op zenuwen en spieren, bepalen van uitscheiding en opname van vele hormonen, neurotransmitters en mineralen door de cellen, centrale zenuwstelsel (concentratie, paniekaanvallen), celbescherming (tegen zware metalen) Je ziet, het houdt allemaal verband met elkaar. Sorry voor de theorie, maar ik wil dat je weet wat ik in je prop.”
“O, maar dat weet ik precies, Jan en nu we het daar toch over hebben..., ik als leek denk dat dat ook wel een heilzame werking zou hebben. Waarom heb je me eigenlijk...”
“Anouk, smeerdeken, vraag mij dat niet. Je zou het wel begrijpen, maar je zou mijn uitleg niet accepteren. Alsjeblieft, dring niet aan. Geloof me, als je weer een beetje op de rit bent, dan weet je er alles van. Ik heb indertijd al genoeg morele overwegingen opzij moeten zetten, om met een achttienjarige naar bed te gaan. Naar bed gaan met een negentienjarige patiënt, kan ik niet met mijn principes overeen brengen. Het komt hierop neer: ‘Ik wil alles doen om je genot te verschaffen, maar ik doe niets om te genieten van deze situatie.’
“Een soort zelfkastijding dus,” stelde Anouk filosofisch vast.
“Mogelijk, ja. Iets anders, lieverd. In plaats van mij te laten vragen, uit je je door mij te vertellen hoe je je voelt. In korte zinnen, geef je je stemming en gevoelens weer, okay?”
Na ons ontbijt gingen we samen het huis wat opruimen, en schoonmaken. We hadden ieder onze eigen taken. Zo wilde ik bijvoorbeeld dat Anouk de slaapkamer deed. Het is namelijk prettig voor degene die dat doet, om ’s avonds in een schoon bed te stappen en van tussen de schone lakens een schone opgeruimde slaapkamer te zien. Het geeft weer dat kleine beetje voldoening, dat zo nodig is. Ik deed de ‘shitjobs’ zoals de toiletten en de keuken schoonmaken.
Daarna maakten wij ons toilet. We stapten beiden in het grote bad, nadat we dat vol hadden laten lopen met warm water. Anouk kwam met haar rug naar mij toe, tussen mijn benen zitten. Ik sloeg dan mijn armen om haar heen, en zij hield mijn handen vast.
De intimiteit, de warmte en de veiligheid begonnen na een paar dagen rendement op te leveren. Vaak merkte ik aan het schokken van haar rug, dat Anouk zat te huilen. Ik liet haar gaan en maakte nimmer een opmerking. Ik drukte haar alleen steviger tegen mij aan. Na een paar weken, net voordat het Sint Janskruid effect zou moeten gaan hebben, hadden de woedeaanvallen hun top bereikt. Haar bewuste schijngevechten werden beter, en beter.
Anouk was goed, ze vocht een onzichtbare vijand. De chemische onbalans, die momenteel in haar hersens woedde, maar ze vocht passief. Ze aanvaardde en door haar aanvaarding, viel zij aan. Net als in haar gevechten, viel zij aan vanuit haar verdediging.
Ik voelde haar weer huilen, terwijl wij in het bad zaten. Ik vermoedde dat ik een poging kon gaan wagen.
“Anouk,” vroeg ik.
“Ja,” snikte ze.
“Je wilt praten lieverd, ik voel het aan je. Praat over wat je wilt, maar blijf tegen jezelf zeggen: ‘Ik ben Anouk, ik ben goed, ik ben niet slecht en alles komt weer goed’ Wat je ook zegt en wat je ook vertelt, probeer iedere herbeleving als positief te ervaren. Alles wat je vertelt is goed, niets is slecht. Je wilt het kwijt, en je wilt het delen met me. Stop onmiddellijk als je je vreemd gaat voelen, of woede voelt opkomen. Kun je dat, Anouk?”
Aarzelend knikte ze, en vroeg: “Mag ik andersom zitten, Jan? Ik wil zien dat je er bent. Ik wil je voelen en vasthouden, en als ik huil dan wil ik je gezicht tegen mijn gezicht voelen. Ik merk dat er iets gaat gebeuren, maar ik ben vrij kalm verder.”
Ze stond op en kwam over mijn benen zitten. Ik liet nog wat warm water in het bad lopen, zodat ze bijna tot aan haar schouders in het water zat.
Anouk legde haar hoofd op mijn schouder. Aarzelend begon ze te vertellen. Het was eigenlijk meer fluisteren, wat ze deed. Ik streelde haar nek en haar achterhoofd.
“Nadat ik overtuigd was dat ik genoeg geleerd had om mijn missie uit te voeren, besloot ik naar Puglia te gaan om mijn taak uit te voeren. Renato en Flavio waren geweldig geweest voor mij, want zij hadden alle research al voor mij gedaan.
Het was mijn plan steeds geweest om een van de zoons via een chatsite te benaderen, maar Renato en Flavio gaven mij alle gegevens die ik maar nodig kon hebben. Zij wisten ook dat ik weg zou gaan, want ik geloof dat Lucio en Umberto mij nimmer hadden laten gaan, Het zijn zulke schatten, Jan. Ze waren zo bezorgd voor me, maar ik was besloten om alles alleen te doen.”
“Flavio heeft me gesmeekt om hem mee te nemen, en ik denk dat wanneer Renato niet getrouwd was geweest, dat hij mij ook gevraagd had. Met Flavio had ik wel een heel speciale band. Hij trainde net als ik, en ik heb van hem werkelijk leren vechten met messen. Hij is een rubber bal. Je had ons eens moeten zien, we waren net twee acrobaten, zo buitelden wij over elkaar heen.”
Ik merkte dat Anouk emotioneel werd, en zei haar even te stoppen: “Anouk, wacht een paar minuten, en probeer te ontspannen. Je gaat goed, maar als het teveel is, dan gaan wij een andere keer verder. Ik wil niets forceren.”
Ze kuste mij op mijn wang, schudde haar hoofd en zei: “Jan, ik heb een idee, maar ik weet niet of het een goed idee is.”
“Laat eens horen dan..., twee weten meer dan één, foofie.”
“Wel, ik dacht: ‘Als ik het hele verhaal nu eens in korte zinnen probeer te vertellen, en dat lukt me, dan moet het toch makkelijker voor mij zijn, om het de volgende keer gedetailleerd te vertellen?’”
“Dat klinkt logisch, amore, maar het hangt ook van het moment af. Het ene moment ben je sterker, dan het andere. Maar als je dat kunt, dan heb ik nog een betere oplossing. Als het je lukt om tot aan het einde van je verslag te komen, dan kun je het in je eigen tempo opschrijven, wanneer je dat wilt. Dat was toch gekomen, maar je slaat dan een heel groot stuk over. Ja, ik vind het een prima idee, en zeker de moeite van het proberen waard. Nogmaals, Anouk..., niets forceren.”
“Ik had van Renato en Flavio dus alle gegevens gehad van de familie van de Sacra Corona Unita, die mijn vader hadden laten vermoorden.
Ik ging van het slechtste scenario uit, namelijk dat ik gewond zou raken maar zou kunnen vluchten. Als ik vermoord, of gevangen genomen zou zijn geworden tijdens mijn missie, dan was er geen scenario meer.
Ik huurde een goedkoop appartement en een paar straten verder een garagebox. Ik reed jullie bus met de wapens daarin. Ik zou daar pas weer komen vlak voor mijn aanslag om bijzondere wapens op te halen. Ik zou de bus niet gebruiken om te vluchten. Te opzichtig en te nieuw.
Ik observeerde voor weken het huis van die familie Scarafaggio, en de wijk waarin het lag. Ik werkte eerst mijn vluchtplan uit, ook al was ik volkomen bereid om te sterven, bij het uitvoeren van mijn wraak.
Toen ik geblinddoekt door die wijk mijn weg kon vinden, keek ik naar de vijf meest waarschijnlijke, en best geschikte vluchtwegen. Ik rekende, en hoopte erop dat ik harder kon rennen dan welke achtervolger dan ook. Ik kocht vijf goedkope auto’s. Ik plaatste iedere auto op een waarschijnlijke vluchtroute, ongeveer driehonderd meter afstand van het huis van de Scarafaggio’s.
“Dat was ‘fucking clever’ van je, Anouk, moedigde ik haar, vol bewondering, aan.”
Anouk wachtte een minuut of twee, voordat zij verder ging: “Daar iedere vluchtroute de bergen in zou voeren, zou ik steeds, met welke wagen dan ook, op hetzelfde punt uitkomen. Ik zocht een geschikt punt waar ik de vluchtauto het ravijn in kon duwen en waar tevens genoeg struikgewas aanwezig was, om een ‘quad-bike’ in te verbergen.
Hoog in de bergen had ik een grot gevonden, die ik voorzag van wapens, een kookstel, proviand, een veldbed en een mobiele telefoon met een paar extra batterijen. Ik kon het daar weken uithouden, totdat ik jou kon bereiken. Wanneer ik de auto in het ravijn had geduwd, dan kon ik met de ‘quad-bike’ verder omhoog rijden en over rotsgrond de grot inrijden. Door de harde grond liet de ‘quad’ geen sporen na. Het was de ideale schuilplaats.
Toen ik dat allemaal had geregeld, begon ik mij in het sociale leven van de familie Scarafaggio te wringen. Ik volgde één van de zoons en maakte een inschatting van zijn leven. Een verwend secreet en de typische pappies jongen. Ik had een scootertje gekocht en volgde hem de hele dag.
Hij bezocht alle cafés en clubs. Later bleek dat hij cocaïne dealde. Het tweede weekend liep ik ‘per ongeluk’ tegen hem op in een club. Ik verontschuldigde mij en hij sprak mij aan. Ik ben een weekend met hem op stap geweest, maar toen hij zoenerig en amoureus werd, zei ik hem dat ik nimmer iets met een jongen gedaan had, anders dan wat zoenen. Hij leek er begrip voor te hebben, maar toen wij in zijn auto zaten, reed hij naar een stille plek en probeerde mij aan te randen.
Ik verweerde mij heel onbeholpen, maar ik brak zijn kaak en zijn neusbeen. Hij gilde het uit, al ging het gillen hem niet zo goed meer af. Ik verontschuldigde mij, en zei dat ik het per ongeluk had gedaan in mijn angst. Ik reed de auto naar zijn vaders huis. Giuliano zat te jammeren in de auto, dus ik belde aan.
Ik werd binnengelaten en vroeg of ik de vader van Giuliano mocht spreken. Ik kwam toen oog in oog met de man die mijn vader had laten vermoorden. Hij had twee lijfwachten bij zich. Ik had hem toen moeten vermoorden, maar dat vond ik te gemakkelijk.
De man vroeg mij wat er aan de hand was. Ik legde hem uit dat ik bevriend was met zijn zoon en dat er een ongelukje was gebeurd. De vader liet kermende Giuliano uit de auto halen en vroeg toen aan hem wat er gebeurd was.
Giuliano brabbelde dat ik hem geslagen had, dus de vader vroeg aan mij, waarvoor ik zijn zoon geslagen had. Ik antwoordde dat ik Giuliano niet met opzet verwond had, maar dat ik er liever niet over wilde praten.
De vader begreep natuurlijk wat er gebeurd was en vloekte zijn zoon uit. Toen vroeg hij aan mij of ik aangifte ging doen. Ik antwoordde dat ik daar niet over gedacht had en dat ik dacht dat Giuliano genoeg gestraft was. Uiteindelijk had ik mij alleen verweerd in mijn angst.
De vader keek mij doordringend aan en vroeg toen of hij mij misschien al eens eerder had gezien. Ik zei hem dat dit wel mogelijk was, maar dat ik pas een paar maanden in Puglia was. Hij vroeg wat ik hier deed en of ik familie in Puglia had. Hij wilde mij natrekken, dat was duidelijk. Ik vertelde hem dat mijn ouders uit Napels naar Holland waren gemigreerd, maar bij een auto ongeluk waren omgekomen. Ik gaf hem de naam van de familie die ik van Umberto en Lucio had gehad.
Toen vroeg hij wat ik in Puglia deed. Ik zei hem dat ik tijdelijk werk zocht om mijn tour door Italië te kunnen betalen. De man stond even peinzend te kijken en toen gaf hij zijn lijfwachten een teken. Deze grepen mij bij mijn armen en fouilleerden mij. Zij gaven mijn mobieltje aan Gerardo, de vader van Giuliano.”
“O, Jesus fuck,” vloekte ik, voorbarig, “Stond er wat in, Anouk?”
“Jan, zot dat je bent. We hebben maanden gepraat, waarin jij mij alles geleerd hebt wat je wist. Vooruit zien. Improviseren. Herken je dat niet?”
“Jawel, maar ik schrok. Het is een makkelijke fout om te maken.”
“Gerardo drukte de ‘redial’ in, en de mobiel van zijn zoon begon te rinkelen. De gek wilde nog opnemen ook. Het was een nieuwe prepaid kaart die ik in de telefoon had. Mijn eigen kaart zat in de telefoon, die in mijn grot lag. Daarna doorliep hij mijn adresboek, maar daar kon hij ook niets mee.”
“God foof, je bent goed. Fuck, wat heb je veel geleerd, en toegepast,” kon ik niet nalaten te zeggen.
Het water was kouder aan het worden in het bad en ik vroeg Anouk om een paar minuten rust te nemen. Ik stelde haar voor om het gesprek in bed voort te zetten, want ik wilde het lichaamscontact niet met haar verliezen. Ze zou een crisis krijgen, dat voelde ik aankomen. Maar misschien..., ze was zo sterk geweest..., ze had zoveel en zo snel geleerd..., misschien. Misschien.
In bed kwam Anouk in mijn arm liggen en weer duwde zij haar gezicht in mijn nek. Ik voelde dat ze snikte en vroeg haar: “Wil je liever stoppen, foofie?”
“Nee, dat is het niet, Jan. Misschien vind je mij gek. Misschien ben ik ook wel gek, maar ik ben ook gelukkig. Is dat vreemd?”
Ik dacht even na, en zei toen: “Vreemd..., misschien. Who knows? Het lijkt mij eerder mooi en bemoedigend.”
Anouk vervolgde haar verhaal.
“Gerardo leek tevreden gesteld. Hij vroeg of ik zijn zoon aardig vond. Ik antwoordde dat ik erg op hem gesteld was, maar dat ik in de auto in paniek was geraakt.
Hij vroeg of ik nog met zijn zoon om zou willen blijven gaan. Ik zei dat ik dat graag wilde, als Giuliano dat ook wilde, maar dat ik geen dingen wilde doen waar ik nog niet klaar voor was.
De vader pretendeerde mij te begrijpen en vroeg zijn zoon wat die wilde doen. Giuliano zei dat hij mij nooit meer wilde zien, waarop zijn vader zei, dat hij zijn kaak niet meer hoefde te breken, maar dat hij met genoegen zijn schedel zou kloven. ‘Je bent een eerloos pleurisjong, dus ik kan je als zoon niet meer gebruiken,’ zei hij.
‘Je leert haar de omgeving kennen, je gedraagt je en anders rot ik je de deur uit. Dan kan je verder gaan met ‘fucking mainlineshit dealen’, of dacht je dat ik dat ook niet wist.’
In ieder geval, de zoon draaide bij. De vader wilde mij onder controle houden. Waarvoor? Hij moet iets in mijn gezicht hebben gezien waar hij bekend mee was. Gelaatstrekken? Gelijkenis met mijn vader? Ik heb het nimmer geweten. Hij wel.
De vader, Gerardo, bood mij een baan aan. Ik zou kinderjuffrouw en een manusje van alles worden. Ik was natuurlijk ‘verschrikkelijk dankbaar’ en toonde dat ook. De vader vroeg waar ik woonde en ik gaf hem het adres van het appartement. Een week later bleek dat hij dat had laten doorzoeken.
Ik merkte dat dit niet lang stand kon houden. Giuliano werd mij zat, omdat ik hem zijn zin niet gaf en zijn vader Gerardo, vertrouwde mij niet. Na een paar weken begon de vader mij uit te testen. Een arm om mij heen, een tik op mijn billen, mij ‘vriendschappelijk’ tegen zich aan trekken, enzovoort. Je kent dat wel.
Langzaam, maar bijzonder subtiel, stond ik hem meer en meer toe. Hij heeft nooit gemerkt hoeveel moeite hij moest doen, om mij langer dan twee seconden vast te houden. Nadat ik daar zo’n vier weken gewerkt had, kwam het moment dat hij mij tegen zich aan trok en wilde zoenen. Ik weerde hem heel zachtjes af, maar gaf hem uiteindelijk zijn zin. God Jan, wat moest ik mij inhouden, Gerardo is nooit dichter bij zijn dood geweest, als op dat moment.
Nadat hij zijn zoen had gehad, vroeg hij mij: ‘Vond je dat erg?’ Ik antwoordde dat ik het niet wist, maar dat ik bang was om mijn baan te verliezen. Hij vond dat een volkomen aanvaardbaar antwoord en zei mij dat als ik af en toe aardig voor hem was, dat hij mijn hele reis door Italië zou betalen, wanneer ik bij de familie wegging.
Ik zei hem dat ik nog nooit iets met een man gehad had, en dat ik mij niet als een hoer wilde voelen, en dat ik ook gek op Guliano was. Gerardo slaagde erin mij te overtuigen, maar ik liet hem achterover dubbel buigen, op zijn handen lopen en zoveel moeite doen voor iedere kleine verovering. Na twee weken liet ik hem pas mijn borsten strelen, maar over mijn kleren.
“Waren dat geen moeilijke momenten?” kon ik niet nalaten te vragen.
“Nee, toen niet meer. Mijn gevoel uitschakelen, hoefde niet eens. Het was er niet. Van de oude mafioso was niets over. Hij was als een verliefde puber. Wel, zo stel ik mij verliefde pubers voor.”
Ik wilde hem naar zijn piek voeren, en indien mogelijk zonder seks. Ik was echter bereid daartoe. Ik wilde hem tot het toppunt van zijn mannelijke ego brengen om hem dan te vermoorden, maar ik wilde hem tegelijk vernederen. Zijn vrouw, een echte oude harpij had natuurlijk al lang opgemerkt dat het gedrag van haar man aan het veranderen was. Zij gaf –en terecht natuurlijk- mij daar de schuld van. Zij probeerde mij het leven onmogelijk te maken, zodat ik zou vertrekken, maar het enige dat zij bereikte, was dat mijn haat en vastbeslotenheid, steeds sterker werden. Maar de tijd begon te dringen.
Gerardo en zijn vrouw zouden in twee weken hun zilveren bruiloft vieren, en ik besloot dat dit de mooiste gelegenheid was om mijn wraak uit te voeren.
In de feestzaal in Gerardo’s huis werd een U-vormige tafel opgesteld voor alle gasten. De ruimte in de U zou gebruikt worden om te dansen. Tegenover het open eind van de U werd een podium opgesteld, waar alle bloemen en bloemstukken zouden worden opgesteld.
Ik wist dat ik vóór die dag zou moeten helpen met het inruimen van de feestzaal, dus ik baseerde mijn hele strategie daarop. De meeste van de mannelijke aanwezigen zouden een kogelvrij vest dragen, dus ik moest een automatisch wapen gebruiken dat die vesten zou kunnen doorboren. Het moest klein zijn en het moest licht zijn, dus het moest een klein kaliber wapen worden.
De Heckler & Koch MP7 A1 is veertig centimeter kort en weegt met één geladen magazijn tweeënhalve kilo. Het wapen is ontwikkeld door HK om kogelvrije vesten te doorboren, zoals die vaak worden gedragen door terroristen en gangsters. Het submachinepistool heeft een ‘ambidextrous’ ontwerp, dus kan zowel met de linkerhand als de rechterhand afgevuurd worden. Het is in staat om vijfenveertig meter afstand tien schots semi automatische groepen te schieten, met een afwijking van minder dan vijf centimeter. Het is met zijn enorm krachtige 4.6mm Nato munitie het wapen bij uitstek.
Maar hoe klein en licht dat machinepistool ook was, ik moest een manier vinden om het bij de hand te hebben, wanneer ik het nodig had. Nadat ik een paar magazijnen in de menigte geleegd zou, zou ik nog een magazijn nodig hebben om mijn aftocht te garanderen. Ik had mijzelf vier minuten gegeven om met de aanwezigen in de feestzaal af te rekenen. Daarna moest ik weg zijn omdat ik een bom zou laten ontploffen, die er voor zorgde dat er geen overlevenden zouden zijn. Ik moest dus ook een kilo semtex verbergen, die vijf minuten na mijn aanval gedetoneerd zou worden.
Ik reed naar Foggia en kocht daar twee ronde houten armbandsieraden van Afrikaanse straatventers. In een ijzerwinkel kocht ik een twintigtal naalddunne roestvrij stalen priemen van ongeveer vijftien centimeter lengte, en wat boortjes en zaagjes.
Bij een schoenmaker liet ik twee leren armbanden van twintig centimeter breed op elkaar naaien, waarna ik vijftien kruisnaden in de dubbele armband liet naaien. De schoenmaker naaide drie gespen voor bevestiging. Ik kon nu een dubbele, brede leren armband om mijn arm gespen.
Thuisgekomen boorde ik op gelijke afstanden gaatjes in de armbanden. Gaatjes die halverwege de armband stopten. Precies tussen de gaatjes zaagde ik met een zaagje zo dun als een scheermes, de armband in vijftien segmentjes. Ieder segmentje was nu van een gaatje voorzien. Ik demonteerde de handvaten van de priemen, en lijmde daarna de achterkant van de priem in een houten segmentje. De priemen met hun nieuwe handvaten staken in de vijftien vakjes tussen de leren riemen. Ik had nu een brede leren armband, afgezet met een houten sierarmband.”
“Fucking awesome,” zei ik, terwijl ik steeds meer onder de indruk van Anouk’s inventiviteit raakte.
“Ik bestelde een bloemstuk bij de bloemist dat mij vijfhonderd euro kostte. Ik gaf de bloemist alle specificaties en benadrukte hoe ik het bloemstuk gemaakt wilde hebben.
De dag voor de zilveren bruiloft werd het stuk bezorgd. Er waren twee man voor nodig. Niet voor het gewicht, maar voor de omvang. Terwijl ik alle bloemstukken aan het rangschikken was, prepareerde ik mijn bloemstuk. Het leek erop dat alles zou gaan verlopen, zoals ik het gepland had.
Nou, ik ga nu geen gezellige zilveren bruiloft beschrijven, want zo gezellig was het niet. Voor mij zoals de bruiloft begon, en voor de rest niet zoals het eindigde.
Na de in ontvangstname van mijn bloemstuk, kon de familie niet anders doen dan mij ook uitnodigen. Ik zat naast Giuliano, die steeds met zijn been tegen het mijne zat te wrijven. Na de maaltijd en het verplichte vrolijk zijn, begon het dansen. Ik vond die Tarantella wel leuk, dat blijft mij fascineren, maar toen begon iedereen aan iedereen te trekken.
Het dansen nam een aanvang en ook ik ontkwam er niet aan. Giuliano legde beslag op mij, totdat zijn vader hem aftikte. Mijn uur der wrake..., was aangebroken.”
Ik voelde hoe de tranen in mijn nek liepen en zei tegen Anouk even te stoppen. Zij was echter vastbesloten en met horten en stoten kwam nu de finale.
“Ik had al eerder gepretendeerd dat ik niet goed dansen kon, zodat de gasten uit beleefdheid hun ogen zouden afwenden, en ons niet voortdurend zouden observeren.
‘En Anouk, hoe bevalt het je bij ons?’ vroeg Gerardo aan mij.
‘Ja, wel goed hoor, Gerardo. Ik moet mij alleen een beetje wennen aan wat wij doen. Het is moeilijk voor me, maar ik heb het wel fijn hier.’
‘Waarom ben je hier echt, Anouk?’
‘Het is eigenlijk door uw zoon gekomen.’
‘Nee, dat is een leugen. Ik ken jou. Ik heb je gezicht eerder gezien. Hoe heette je vader bij zijn voornaam?’
‘Ennio,’ zei ik naar waarheid.
‘Was je vader een contractkiller? Een hitman?’”
‘Ja, dat was hij inderdaad.’
‘Ben jij hier om zijn dood te wreken?’ vroeg de mafiabaas.
‘Als ik zou weten wie hem vermoord heeft, dan zou ik hem wel wreken, ja. Althans ik zou het proberen,’ zei ik, terwijl ik mijn armen om Gerado’s nek legde.
‘Ik heb hem laten vermoorden, Anouk. Wat zeg je nu?’
‘Dat ik jou dan moet doden, Gerardo.’
De mafiabaas lachte, en zei: ‘Maar het zal vanavond toch niet zijn, Anouk?’
Ik pretendeerde mij te verstappen, en Gerardo behoedde mij ‘voor het vallen’. Ik trok een van de priemen uit mijn armschede.
‘Wel, Gerardo, het spijt mij, maar dit lijkt mij een uitstekende gelegenheid om je te vermoorden. Uiteindelijk is het toch feest, nietwaar?’ antwoordde ik..., en dreef de priem over de atlaswervel zijn schedel in. Terwijl de naald zijn hersens indrong, vloekte Gerardo alle duivels uit de hel. Hij was stervende..., en hij wist het. Terwijl zijn lichaam convulsief op de grond lag te stuiptrekken, begon ik te gillen: ‘Hij heeft een hartaanval. Hij heeft een hartaanval.’
Iedereen liep naar de stervende Gerardo en terwijl de mensen zich over hem heen bogen, maakte ik een achterwaartse salto en belandde bij het bloemenpodium. Ik duwde mijn hand in de aarde van het bloemstuk en trok het, in magnetronfolie verpakte, HK MP7 A1 submachinepistool eruit. Door het verwijderen van het machinepistool activeerde ik de detonator. In vijf minuten zou er geen huis meer staan.
De mensen keken nu naar mij terwijl ik de riem om mijn nek sloeg. De lijfwachten begonnen naar hun wapens te grijpen. Die schoot ik het eerste neer. Ik kon niet missen en joeg hen allemaal twee schoten door hun hoofd. De hel brak los en iedereen rende naar de deur, recht in mijn vuur. Toen ik zag dat de lijfwachten geen gevaar meer vormenden, schoot ik iedere naderende één 4.5mm door zijn hoofd. Ik had de schoten geteld, en wist dat mijn magazijn bijna leeg was.
‘Achteruit!’ schreeuwde ik, ‘ik vermoord wie dichterbij komt.’
Terwijl ik de gasten achteruit dreef, pakte ik van onder mijn rok een vol magazijn met veertig kogels uit een beenschede. Dat moest genoeg zijn. Ik zocht Giuliano op, en zei: ‘Ik heb je vader vermoord, net zoals jouw vader dat met mijn vader heeft laten doen. Wat ga je nu doen met me? Wil je mij niet even verkrachten? Kom eens hier.’
Schoorvoetend kwam Giuliano naar voren.
‘Kijk,’ zei ik, ‘Ik laat mijn wapen zakken. Wreek je vader, secreet. Doe wat ik doe!’
Giuliano, wilde mij vastpakken, en ik liet hem gaan, want hij zou net zo sterven als zijn vader. Ik trok een priem uit de schede en sloeg die in zijn slaap, waarna ik hem van mij af trapte. De moeder, die oude harpij, kwam aangerend en schreeuwde: ‘Mio figlio, mio figlio (Mijn zoon, mijn zoon)’
Ik zei: ‘Dat is geen zoon. U hebt een monster gebaard’
Daarna..., brak ik haar nek.
De mensen waren in paniek en ik loste een paar schoten in de overgebleven gasten. Ik moest nu weg, want de vijf minuten waren bijna om. Ik rende de deur uit en gooide een Flash-bang granaat naar binnen om de gasten tijdelijk uit te schakelen. De lichtflits was net zo oogverblindend, als de explosie oorverdovend was. Ik rende naar buiten, maar het hek van de poort was gesloten, zodat ik erover heen moest klimmen. Toen ik bovenop het hek zat, hoorde ik schreeuwen achter me. Ik begreep dat dit lijfwachten waren die om de villa heen patrouilleerden. Tegelijkertijd voelde ik drie vernietigende klappen in mijn linkerschouder en arm. Drie schoten klonken. Ik wist dat ik geraakt was en ik liet mij van het hek, op straat vallen.
Op dat moment werd de villa uiteengerukt door een massieve explosie. De stukken puin rukten het hek uit de grond en vlogen over mijn hoofd. Ik besefte dat ik moest vluchten en ik rende naar de dichtstbijzijnde vluchtwagen. Mensen op straat probeerden mij tegen te houden, maar ik schoot hen gelijk in hun benen. Ik slaagde er in de Fiat te bereiken. Mijn linkerschouder en arm waren volkomen onbruikbaar, maar het lukte mij de wagen te starten en weg te rijden.
Ik reed gelijk naar de tweede vluchtwagen, omdat ik begreep dat het signalement van deze auto al bekend moest zijn. Ik stopte de auto midden op straat en sloot de deur af. De midden in de smalle straat geparkeerde auto zou achtervolgende auto’s wel even ophouden.
Ik startte de tweede vluchtwagen, en racete weg. Na vijf minuten had ik de weg die de bergen invoerde, bereikt. Ik begon mij duizelig te voelen. Ik bloedde als een rund, maar reed zo hard ik kon de bergen in. Op de plaats van de verstopte ‘quad-bike’ duwde ik de tweede Fiat het ravijn in. Dit vergde het laatste van mijn krachten Ik werd duizelig, viel... en alles werd zwart.
Toen ik bijkwam, lag ik in een grot. Een man en een meisje stonden bij het geïmproviseerde bed, waarop ik lag. Zij hadden zo goed mogelijk mijn wonden, en mijn hoofd verbonden. De man vertelde mij zijn naam en zei dat hij een herder was. Hij stelde het meisje aan mij voor als Lianalavera. Hij zei dat ik een dokter nodig had. Ik smeekte hem geen dokter te laten komen, omdat dat mijn dood zou betekenen.
De herder, die Fausto Todeschini heette, vroeg of ik gezocht werd door de politie en/of de plaatselijke baas van de Sacra Corona Unita. Ik zei niets, maar de man begreep dat ik onenigheid met de locale mafia had gehad. Hij vertelde mij dat ik volkomen veilig bij hun was, omdat zijn ouders door de lokale mafia waren verbannen, en gedoemd werden tot een herdersbestaan.
Iets zei mij dat ik de man vertrouwen kon. Ik moest wel, want ik had geen keus. Ik voelde mij met het uur zwakker worden. Mijn leven was in zijn handen. Zij brachten mij eten en drinken en verzorgden mij zo goed en kwaad als het ging.
In een helder ogenblik vroeg ik de man of hij voor mij naar de grot wilde gaan, waar ik mijn spullen had verborgen. Behalve wapens, pijnstillers, morfine, verband en andere medische attributen, vroeg ik hem naar de GPS ontvanger en mijn mobieltje te zoeken. Ik legde hem uit waar de ‘quad-bike’ was verborgen, maar de man kon helemaal niet rijden. Het meisje kon dat ook niet. Ze zeiden dat het geen probleem was, omdat ze aan grote afstanden lopen gewend waren. De man liet alles opschrijven door zijn nichtje, en zij togen op pad.
Toen ik later wakker werd, zag ik dat ze terug waren. De man had de meeste van mijn spullen op een ezeltje gepakt. Hij had het diertje de grot ingebracht, om het uit het zicht te houden. Het leek wel of het ezeltje voelde, dat ik ziek was. Het diertje kwam naast mij liggen en legde zo verschrikkelijk teder zijn kop op mijn goede arm. Fausto, wilde het wegjagen, maar ik vroeg hem het dier bij mij te laten. Het leek wel of ik er kracht...”
Hier begon Anouk hartverscheurend te huilen. Haar hele lichaam schokte en ze klauwde haar vingers in mijn rug. Ik streelde haar, maar ik probeerde haar niet te troosten.
“Huil lieverd, huil. Je mag huilen..., je moet huilen, alle tijd. Alsjeblieft..., huil Anouk.”
Na een half uur was Anouk weer een beetje tot kalmte gekomen. Zij vroeg: “Waarom begin ik bij de gedachte aan het ezeltje te huilen, Jan?”
“Ik denk omdat dat liefde was wat je kreeg op een moment dat je het zo hard nodig had. Je had net een familie uitgemoord, je was neergeschoten en je had een hersenschudding. Je hebt er dan wel voor getraind en je mentaal voorbereid, maar tegen sommige dingen kun je je geestelijk niet wapenen. De stress moet enorm geweest zijn. De onbaatzuchtige liefde van het ezeltje, maakte de emoties los..., en maar fucking goed ook. Wat er nu uit is, komt straks niet meer,” sprak ik haar moed in.
“Ik heb nimmer de kans gehad om de vriendelijke man en zijn nichtje goed te bedanken, Jan. Als ik beter ben, gaan we er dan heen om hen op te zoeken?”
“Zeker wel, maar maak je niet ongerust. Fausto en zijn nichtje zijn bedankt. Werkelijk Anouk. Maar ja, we gaan er heen. Absoluut. Ben je niet bang om daar terug te gaan?”
“Never niet. Ik voel mij raar de laatste weken, maar ik doe wat ik moet..., en vooral wil doen.”
“Ga je mij dan ook bedanken later,” vroeg ik dollend?
“Ik wil je nu wel bedanken, Jan. Mijn hersendoos is verkouden, er is niets mis met mijn speeldoos. Zal ik nu gelijk...”
“Rustig foofie. Alles op zijn tijd. Ik denk dat je er bijna bent met je verhaal, niet?”
“Ja, dat was het zo’n beetje, denk ik, maar toen Fauto met mijn spullen terugkwam merkte ik dat de batterij in mijn telefoon leeg was. De reservebatterijen, waren nooit opgeladen. Gelukkig werkte de GPS nog wel, dus ik kon mijn exacte positie uitlezen. Ik moest de coördinaten uit mijn hoofd coderen, want Fausto had mijn laptop niet meegenomen. Ik wilde hem niet vragen om weer terug te gaan en de batterij van mijn laptop zou nu ook wel leeg zijn. Dat waren een paar ernstige fouten die ik gemaakt heb.”
“Iedereen maakt fouten, Anouk. Iedereen. Je leeft..., en daar gaat het om. Dat je je die code nog herinnerde, om dat uit je hoofd uit te rekenen.”
“Wel, met pen en papier. Je had het mij toch geleerd? Je ziet nu dat ik wel opgelet heb. Dus ik had de coördinaten gecodeerd en ik vroeg Fausto, of die ze in de stad kon e-mailen naar je. Lilianalavera zei dat zij Skype op haar computer had en vroeg of dat niet vlugger en beter was. Ik herinnerde mij je Skypenaam, zei haar precies wat te zeggen, en gaf haar de gecodeerde coördinaten. Dat was het beste bewijs voor jou, om te begrijpen dat de boodschap inderdaad van mij kwam, want je had altijd gezegd: ‘In geval van nood, zoek de hoge gronden op, Anouk’. Wel de rest weet je, Jan.”
Nu was ik het die begon te huilen. Van dankbaarheid. Ik snotterde: “Je hebt het gedaan, Anouk. Je hebt het helemaal volbracht, monster. Je bent aan de beterende hand, denk ik. Nu wordt het makkelijker. Je gaat vandaag en morgen zoveel slapen, als je kunt. Overmorgen begin je met de schrijftherapie. Je komt er, en het gaat sneller dan ik verwacht had. Je bent een superchick.”
“En als ik dan beter ben..., dan kun je...”
“Ja, ja. Een geen minuut later. Ik ben aan het sparen voor je.”
Twee weken later had Anouk alles opgeschreven, en nu kon ze beginnen met het verhaal van emotie te strippen. Haar bewuste training was nu bijna zo net goed als haar instinctieve schijngevechten.
Ze hakte nog wel dagelijks hout, als therapie. De woede uitbarstingen controleerde zij, bijna moeiteloos. Ik maakte een afspraak met de psychiater voor een EEG en zijn nieuwe diagnose.
“Ik begrijp dat je je veel beter voelt, Anouk?” vroeg de signor Zanoni, de psychiater, terwijl hij de contactvloeistof over haar haar smeerde en de muts aanbracht. De EEG monitor vertoonde de EEG, de Delta, Thèta, Alfa, SMR, Bèta en Gamma golven.
Na vijf minuten observatie, vroeg Zanoni: “Kun je haar ‘triggeren’, Gian? Iets zwaarder dan de laatste keer graag.”
Ik denk dat ik meer gespannen was dan Anouk, toen ik vroeg: “Anouk, denk even terug lieverd..., wat dacht je toen je die priem over de Atlas wervel in de hersens van je vaders moordenaar stak?”
Anouk aarzelde geen moment, en zei zonder woede: “Ik dacht: ‘Lach nu dan maar even, want je bent dood, al weet je het nog niet..., en je vieze familie volgt’”
“Porco cane,” vloekte Zanoni, “Zie je dat Gian? Dat is een ‘miracolo’”
“Ik zie niets,” zei ik, “Het patroon verandert niet eens.”
“Ik wil precies weten wat je gedaan hebt met haar. Mogelijk komen er nog wat symptomen, maar ik zeg dat ze aan het genezen is, zo niet genezen is. Wil je het opschrijven wat je precies gedaan hebt?”
“Ja, dat is geen probleem, maar ik denk dat wat ik gedaan heb, specifiek op Anouk gericht was. Ik betwijfel dat het mij met een vreemde zou lukken, maar u ziet de parallellen wel. Mijn grootse geluk was dat ik haar vierentwintig uur per dag kon observeren. Ik zal het opschrijven voor u.”
Anouk ging goed. Anouk was de vrouw, Anouk had meer in haar jonge leven geleerd dan andere mensen in een fucking mensenleven. Ze had meer meegemaakt dan tien mensen in hun leven, maar het was haar leergierigheid, haar vastbeslotenheid, haar kracht en veerkracht, die haar gemaakt hadden tot wie ze was. Anouk, mooie dappere Anouk, wat hield ik veel van dit bijzondere mensje.
Massamoordenares? Wel, als ze dat was, dan was ze zo gemaakt en dan had ze een goed en duidelijk doel. Beter als al die fucking moordenaars die als heiligen aanbid worden, omdat niemand fucking weet wat ze fucking aanrichten. Voor mij was ze een engel. Engel des Doods? Well, so fucking be it!
Drie weken van betrekkelijke rust gingen voorbij. Anouk en ik leefden nog steeds in de blokhut in de bergen aan het Gardameer. Dagelijks schuimden we de winkelcentra van Brescia af, om kleren en allerlei fijne dingen voor Anouk te kopen. Terwijl ze me vroeger moesten ontvoeren om met me te kunnen winkelen, genoot ik daar met Anouk nu met volle teugen van. Sommige mensen zullen wel gedacht hebben dat ze met haar opa op stap was, maar dat mocht onze pret niet drukken. Een espresso in deze bar, een cappuccino in een andere, en ’s middags lunchen in de Olivi aan het Gardameer. Het leven was goed. Misschien was ik nu eindelijk voor het eerst in mijn leven, werkelijk gelukkig. Maar bij mij mocht dat natuurlijk nooit erg lang duren.
De avond ervoor had ik besloten dat ze weer net zo goed was, als voordat zij naar Napels vertrok. Ik had haar dat nog niet verteld of ze begon zich uit te kleden. Ik lachte en zei: “Laten wij het eerst vieren lieverd. We eten, drinken en praten over fijne dingen. Je gaat nu leven, voor het eerst sinds ruim twee jaar.”
We zakten alle twee door. Zelfs de drank had geen invloed op haar stemming. We waren gelukkig en ik was zo blij dat ik iets bij had kunnen dragen aan haar geluk. Ik hoopte dat arme Ennio trots op ons was. De drank zorgde ervoor dat we alle twee ‘crashten’ zodra wij in bed lagen.
“Ik houd veel van je, lieve Jan,” mompelde Anouk half dronken, “Morgen zul je er echt aan moeten geloven, Jan, want anders...”
We besloten de volgende dag niet weg te gaan, maar van de natuur en van elkaar te genieten. Het was een mooie dag, en het meer schitterde in het zonlicht. De vogels floten en zo deden de marmotten.
We liepen hand in hand tussen de pijnbomen en genoten met diepe teugen van de natuur. Voor de eerste keer sinds haar redding, dachten we niet aan therapie. Het was afgelopen, Anouk was Anouk was Anouk.
“Zal ik een paar foto’s van ons maken hier, Jan? Dit is wel een mooi moment. Het begin van de dag..., en vanavond in bed..., maak ik ook een paar foto’s van je. Ja, laten we dat doen. Ik ga de camera even halen, want ik heb niet één foto van je. Ik ben zo terug.”
Ik wilde niet dat ze mij alleen liet, ik wilde haar iedere minuut om mij heen hebben. Ik was verliefd, ik hield van haar en ik respecteerde haar zo godganselijk veel..., maar Anouk was een jonge vrouw. Ze was uitbundig, ze wilde leven, genieten. Ik zag haar met de camera uit de blokhut komen en een sprint trekken. Wilde ze dan net zo graag bij mij zijn? Zou dat kunnen?
Anouk kwam lachend aanrennen, toen zij ineens struikelde. Eerst dacht ik dat zij misgestapt was..., toen even later de scherpe knal van een sluipschuttersgeweer door de bergen echode. Ik liet mij op mijn buik vallen, terwijl ik de Sig Sauer van mijn rug trok en die, in de geschatte richting van de afgevuurde kogel, richtte.
In een fractie van een seconde realiseerde ik mij het nutteloze en belachelijke van dit gebaar. De schutter had minimaal een .338 Lapua Magnum kogel, met een afvuursnelheid van negenhonderd meter per seconde, gebruikt. Daar ik de knal pas vier seconden hoorde nadat ik Anouk zag struikelen, moest de schutter zich op zo’n tweeduizend meter afstand bevinden.
Ik kroop naar Anouk en bood haar dekking met mijn lichaam, terwijl ik haar voorzichtig omdraaide. Zij was door haar keel geschoten en was stervende.
“NEE! Anouk, nee, niet doodgaan, lieverd!” brulde ik, “Het komt goed, het komt goed. Anouk, laat mij niet alleen!”
Haar lippen bewogen. Ik legde mijn oor op haar mond en door de reutelende adem hoorde ik: “Jan, het is... goed... ik ga nu naar... mijn pappie en... mammie. Huil niet... om mij. Ik ben... te ver gegaan. Bedankt... voor alles... Jan. Jij hebt mij... een vrouw gemaakt. Je bent mijn... man. Ik... was altijd... geboren... om te... sterven..., lieve Jan. Ik houd...”
Anouk stierf in mijn armen en ik werd krankzinnig.
“Nee, nee, Anouk.., niet weggaan,” huilde ik, terwijl ik opsprong en de Sig leegschoot in de richting van de schutter. Ik wilde dat hij een kogel door mijn hoofd zou jagen, zodat ik met Anouk mee kon. Ik sprong, jankte, danste, schreeuwde de meest gore verwensingen en ik bad de schutter toen op mijn knieën om mij ook dood te schieten.
De fucking geschiedenis had zich weer herhaald. Een cadeautje voor Jan, de pleuris pooier. De regelrechte psychose waar ik nu in gedoken was, liet mij weer de moord op een vrouw –waar ik van was gaan houden- beleven.
Die avond, in tegenstelling tot de vorige avond, vierden wij feest. Het verdriet was nu naar het achterplan verwezen. Op een gegeven moment duwde Stefano Lisette naar voren en zette een hand op haar schouder. Lisette ging op haar knieën, pakte mijn hand en vroeg: “Wil je met mij trouwen, Jan?”
Ik lachte, en huilde tegelijk.
“Ja Lisette, ja ik wil met je trouwen, maar wat heb je met die cheque van vijf miljoen euro gedaan?” dolde ik.
De strijd was over. Pam was veilig en getrouwd in Napels. Zij had haar man gewroken. Lisette was van de dodenlijst en was safe nu. De fucking vrijmetselarij lag vijfendertig miljoen euro achter en Stefano was de man!
Lisette en ik hielden elkaar de hele nacht aan de praat. We lachten, wij huilden en wij neukten de bloemen uit het behang. Ik was gelukkig. Twee jaar na Irene’s vertrek was ik weer gelukkig.
De portier - Nadat wij het pand hadden opgeruimd en onze koffers in de auto hadden geladen, liepen wij het pand uit om de terugreis naar Italië te aanvaarden. Verliefd, ik was fucking verliefd op Lisette. Ik keek naar haar en zag dat haar hoofd uit elkaar spatte, voordat ik de schoten hoorde. Ik kreeg een gooi van Stefano en viel op de grond. Vaag voelde ik dat de kogels in mijn Kevlar vest en mijn onbeschermde benen sloegen. Stefano had het Sig Sauer 556 machinepistool in zijn hand, en zigzagde van mij vandaan.
Het machine pistool vuur stopte na een paar seconden. “Lisette,” vroeg ik huilend, “Lisette, je kunt mij nu niet alleen laten. Ik ga met je mee, lieverd”
Ik trok de Sig van mijn rug, zette de loop in mijn mond en wilde de trekker overhalen. Het voelde alsof al mijn tanden tegelijk getrokken werden, want twee kogels uit Stefano’s Sig sloegen het pistool uit mijn hand en de derde kogel doorboorde mijn handpalm.
“ZIO!” brulde Stefano, “Zio, non lasciarmi (oom, verlaat mij niet)”
Het licht ging uit...
...en ik zag door een waas van tranen dat er twee Toyota Landcruisers de bergweide in kwamen razen. De deuren werden opengegooid. Franco, Rino en de reusachtige Pietro sprongen uit het eerste voertuig. Uit de tweede 4x4 renden acht van Rino’s mannen naar mij toe.
Twee explosies klonken kort na elkaar. Ik zag de kogelinslagen in de ramen van de gepantserde Landcruiser. De schutter liet ons weten dat het niet om mij te doen was geweest. Anouk moest sterven en Anouk was gestorven door de hand van een ‘contractkiller’. De verschrikkelijke ironie kon mij, zelfs op dit vreselijke moment, niet ontgaan. Zij was op de wereld gezet door een ‘professional hitman’ en zij was vermoord door een ‘contractkiller’ Zij had zich de woede van de Sacra Corona Unita op haar hals gehaald..., net als haar vader.
Maar nu was Stefano er niet om mij tegen te houden, nu bepaalde ik wat er gebeurde. Terwijl Franco en zijn mannen naar mij toe renden, sloeg ik een nieuw magazijn in de Sig, brulde: “Anouk, wacht op me! Ik kom eraan, monster.”
Ik stak voor de tweede keer in mijn leven een loop in mijn mond en haalde de trekker over. Het schot ging niet af, want ik had in mijn waanzin het magazijn niet volledig doorgeduwd. De klap kwam echter wel, maar in een andere vorm dan ik hoopte. De geweldige Pietro had de aanloop al in zijn rennen..., hij nam als een volleerde rugbyspeler een snoekduik en tackelde mij. Op de grond trok hij de Sig uit mijn hand, alsof hij een kleuter een lolly uit zijn mond trok. Liefdevol hielp hij mij daarna op mijn voeten.
“Wat is er gebeurd, Gian,” vroeg Franco “Wij hoorden de schoten..., O Dio Mio, dus het is toch Anouk! Zeg mij dat het niet zo is, Gian.”
Ik viel weer op mijn knieën, en huilde: “Ze hebben haar vermoord, Franco. Door haar keel geschoten en lieten mij toen weten dat het zuiver om haar te doen was. Wat hebben we gedaan? Wat heb ik gedaan? Ik heb haar vermoord, ik heb Anouk vermoord, dat is wat er fucking gebeurd is.”
In mijn waanzin ging ik ‘apeshit’ en totaal ‘loopy’ van woede en verdriet, en er was niets dat ik kon doen. De schutter zou allang weg zijn, wanneer ik daar zou aankomen. Huilend, en verteerd van verdriet bracht ik Anouk het huis in. Terwijl ik haar voorzichtig op de bank legde, realiseerde ik mij, dat de schutter dan wel weg kon zijn, maar de Sacra Corona Unita niet. Die was statisch. Die kon niet weg. Die zou er altijd zijn..., voor mij! Voor mijn wraak! Meer dood dan dat ik nu was, kon ik toch niet zijn.
Ik pakte alle wapens en explosieven uit de gangkast, en bracht die naar de Landcruiser.
Toen ik weer buitenkwam, vroeg Franco: “Gian, waar ga je heen? Ik weet waar je heengaat. Je gaat daar niet naar toe. Je bent niet in een fitte staat om ook maar iets te doen. Wacht even, mijn arme vriend. Stefano en Renato jagen nu op de schutter.”
“Renato is hier?” hoorde ik mijzelf vragen.
“Hij is vanmorgen vroeg uit Napels aangekomen om ons te waarschuwen dat er een moordcontract op Anouk was uitgevaardigd. Hij kent de huurmoordenaar van gezicht, en had een foto van hem bij zich. Ik heb de foto aan Ricci van de Staatspolitie gegeven. Die heeft de Carabinieri en Staatspolitie opdracht laten geven om de provincie af te laten sluiten. Stefano, Renato en de rest van mijn mannen jagen nu op de killer.”
Rino en zijn mannen liepen het huis in om het lichaam van Anouk te halen, en ik werd dol. Ik sprong op, pakte de Sig van Pietro en klikte de clip vast in de Sig Sauer. Toen liep ik het huis in om een koffer met kleren te halen.
De mannen die het lichaam van Anouk droegen, zongen zachtjes ‘Angela’, terwijl de tranen uit hun ogen liepen. Rino kwam naar mij toe en zei: “Gian, oude vriend. Neem de tijd om je verdriet te verwerken, om Anouk te begraven. Als je dan nog naar Puglia wilt om haar te wreken, dan gaan wij allemaal met je mee. Wij hielden zeker net zoveel van haar, als dat jij deed.”
“Dank je Rino, maar nee, ik vertrek nu. Ik heb dingen te doen, ik moet plaatsen bezoeken, er zijn mensen die ik wil zien, fucking varkens -van de Sacra Corona Unita- die moet ik slachten,” schreeuwde ik. Ik zag niet dat Franco zijn tranen droogde, en dat hij Rino een teken gaf.
Ik zag, en voelde ook niet, hoe Rino mij op mijn kin hakte. Ik was er uit, en ik wist godzijdank niets meer...
Vaag was ik mij ervan bewust hoe iemand mij weer een naald in mijn arm duwde. Ik lag in een groot bed, maar ik wist niet waar ik was. Iemand zat naast mijn bed, maar ik kon niet zien wie het was. Het was alsof ik door een raam van matglas keek, ik zag onduidelijke vormen, ik hoorde stemmen, maar ik kon niets verstaan. Dan vervaagde alles weer.
Ik wist niet hoelang ik zo onder verdoving ben gehouden, maar ik werd wakker toen ik voelde dat iemand de naald van het infuus uit mijn hand trok. Ik hoorde vragen: “Zio, zio, hoe voelt u zich?”
“Ben jij dat Stefano?”
“Si Zio, u hebt vijf dagen geslapen. U dreigde waanzinnig te worden want u had een psychose. Rino moest u wel stoppen, anders waren er nog meer doden gevallen. Sorry, dat hij u neer moest slaan.”
“Het kan niet erg hard geweest zijn dan, want ik heb er niets van gevoeld. Waar is Anouk?”
“Straks Zio, strakjes. Wordt u eerst maar eens rustig wakker, en eet wat. Daarna moet u nog een paar uur slapen.”
Twee dagen later zat ik gehuld in een ochtendjas bij Franco en zijn gezin, in de huiskamer. Franco moest mij vertellen wat er gebeurd was. Ik had deze keer de dood van Anouk opnieuw beleefd, zonder enige emotie. Ik herinnerde mij hoe zij struikelde..., hoe ik het schot hoorde en hoe zij stierf in mijn armen. Ik beleefde weer hoe ik de Sig leegschoot en de ‘hitman’ smeekte mij te doden. Het maakte achteraf niet uit, want ik was al dood. Ik was gestorven met Anouk, het was alleen, dat ik mij nog even tegen mijn sterven verzet had.
“Gian,” sprak Franco, “De moord op Anouk was bevolen door de ‘Otto medaglioni con catena della società maggiore’ (acht medaillons met ketting van de hoofd organisatie) van de Sacra Corona Unita, die de "Società Segretissima (Allergeheimste organisatie) commanderen, die op haar beurt weer het Squadra della morte (Eskader des doods) bevelen.
Anouk had alle grenzen overschreden, al was dat natuurlijk niet bewust. Zij was opgeleid als moordwapen, en toen zij eenmaal begon te leven, met jou..., moest zij doden. Met iedere man met die zij aan haar moest laten zitten, groeide haar haat tegen de familie, waarvan de Medaglione (hoofdbaas) opdracht had gegeven, om haar vader te laten vermoorden.
Ze verloor alle besef voor normen en waarden en besloot de hele familie uit te moorden. Hier hebben wij allemaal schuld aan en wij zullen de consequenties daarvan moeten dragen. Wij hebben Anouk niet goed genoeg begeleid. Nee, wij hebben ernstig gefaald.
Het opperbevel van de Sacra Corona Unita wilde jou, mij en mijn familie ook laten vermoorden. Lucio en Umberto hebben toen een vergadering van alle Camorra clans bijeengeroepen. De moord op Anouk werd gesanctioneerd, maar wanneer de Sacra Corona Unita verder zou gaan dan Anouk, dan zou de Camorra een oorlog tegen de Sacra Corona Unita beginnen. Een overeenkomst werd bereikt tussen de Camorra en de Sacra Corona Unita. Er moest een vergelijk komen, want de Sacra Corona Unita is gelieerd met de ‘Ndrangheta."
“Dus Lucio, Umberto, Renato en Flavio hebben toestemming gegeven om Anouk te laten vermoorden?” vroeg ik kalm, “Eerst helpen ze haar fucking redden, en dan laten ze haar vermoorden? We hadden haar beter in de fucking grot in Puglia kunnen laten”.
“Hoe kun je dat zeggen, Gian? Anouk was al dood toen zij de familie van de Medaglione vermoordde. Het enige wat Lucio en Umberto hadden kunnen bereiken, was dat zij uit de Camorra zouden worden gestoten en dat de Sacra Corona Unita vrij mandaat had gekregen om –met de hulp van de ‘Ndrangheta- ons en Lucio en Umberto te vermoorden. Renato en Flavio hebben bijna gevochten met hun vaders om de Sacra Corona clan aan te mogen vallen, maar je weet het..., de ouderen beslissen.”
“Nou dan heeft Anouk’s dood toch nog enig nut gehad. Ik zal het haar zeggen, wanneer ik haar zie,” zei ik onverschillig. Franco keek mij gepijnigd aan en ik bood onmiddellijk mijn excuses aan.
“Sorry Francesco, zoals gewoonlijk wordt de brenger van de onheilstijding weer vermoord. Mijn oprechte excuses, daarvoor. Ik ben mijzelf niet. Vergeef mij, oude vriend.”
“Verdriet, Gian. Verdriet doet vreemde dingen met mensen. Wij hielden allemaal van Anouk, en geloof mij, vriend: een ieder hier had zijn leven willen geven, om haar leven te kunnen redden. Zij was uiteindelijk nog een kind, en zij begon net te leven. Stefano, die nimmer in zijn leven een pil heeft geslikt, krijgt nu kalmeringstabletten, want het jaar van zeer intensieve training met Anouk, heeft ook bij hem sporen achtergelaten.”
“Anouk zei mij, voordat ze stierf, dat ze geboren was om te sterven.”
“Dat zijn wij allemaal, lieve vriend. Vroeger, of later komt het voor ons allemaal. Gian..., Renato moest gelijk weer vertrekken. Als uitkomt dat hij niet alleen zijn vader niet heeft gerespecteerd, maar ook regelrecht tegen het bevel van de ‘Consiglio di Santisti della Camorra’ is ingegaan, dan worden Lucio, Umberto en hun families vermoord door dezelfde Camorra.
Renato heeft de meest dappere, maar ook meest dwaze daad in zijn leven begaan. Hij heeft zijn leven, en van zijn hele familie geriskeerd om Anouk te redden. Zelfs Pam kon hem niet tegenhouden, toen ze begreep wat hij ging doen. Dit mag nimmer uitkomen.”
“Renato. Arme geweldige Renato,” zuchtte ik, “Waar is het stoffelijk overschot van Anouk,” vroeg ik.
“Het is nog in het Gerechtelijk Forensisch Laboratorium, maar ik verwacht dat het volgende week wordt vrijgeven voor crematie.”
“Ik ga niet naar de crematie, maar ik neem de as mee naar Holland terug. Ik wil haar naast haar vader laten begraven.”
“Zio,” zei Stefano zacht, terwijl hij mijn handen greep, “U moet afscheid van Anouk nemen. U moet naar de crematie gaan. Het zou u voor de rest van uw leven spijten.”
“Steffie, ik weet dat je het goed bedoelt, en normaal heb je natuurlijk gelijk, maar ik ben niet normaal. Ik neem helemaal geen afscheid van Anouk. Waarom? Wij hebben elkaar net leren kennen? Nee, ik neem haar met mij mee naar Holland, en wat de rest van mijn leven betreft..., wel, het is net zoals je zegt. Het is de rest van mijn fucking leven en hoe sneller ik Anouk weer zie, des te liever het mij is. Morgen..., als ik mag.”
Donatella en Margherita begonnen te huilen, en Donatella fluisterde: “We zijn allemaal schuldig, Gian. Wij hadden haar moeten leren leven, in plaats van te leren doden.”
Franco knikte en Stefano probeerde zijn vrouw te troosten. Margherita kwam naar mij toe, en zei huilend: “Gian, vergeef mij, ik had naar jou moeten luisteren. Ik had er nooit op moeten aandringen dat je Anouk een vrouw zou maken.”
“Het had geen verschil gemaakt, Rita. Ze is nu tenminste als vrouw gestorven. Een vrouw waar menige kerel aan voorbeeld aan kan nemen. Ze wist wat zij wilde, en zij heeft het volbracht.”
Twee weken later liep ik langs het Gardameer. Acht uur eerder had ik mijn auto bij Franco laten staan, toen ik afscheid van hem, Stefano en de vrouwen nam. Ik had besloten naar Holland terug te lopen. De urn met de as van Anouk, zat in mijn rugzak. Samen zouden wij terug naar Holland keren; ik had nimmer afscheid van haar genomen, noch zou ik dat ooit doen.
Door mijn leeftijd en conditie was het niet waarschijnlijk dat ik de voettocht zou kunnen volbrengen. Ik was te oud, te zwaar en ernstig uit conditie. Het was mij om het even..., of ik volbracht mijn pelgrimage als een eerbetoon aan Anouk en een straf voor mijzelf, of ik zou onderweg sterven. In dat geval was ik pas echt weer herenigd met haar. Ik had een brief bij mij, waarin al mijn gegevens stonden en het verzoek om contact op te nemen met Franco. Deze zou er dan voor zorgen dat onze overschotten bijgezet zouden worden.
Al was ik dan wel uitgerust in ‘Gore Tex’ overlevingskleding en Timberland bergschoenen, ik had sinds mijn vertrek uit Schotland niet meer gelopen. In Schotland had ik drie uur per dag door de heuvels gelopen; hier zou ik tien uur per dag door de bergen moeten lopen. In mijn hart wist ik al dat ik het nimmer volbrengen kon, maar als mijn geliefde haar leven kon toewijden aan een eed, dan kon ik dat ook. Zij was dan wel geslaagd, en ik zou hebben gefaald, maar wat is het fucking verschil. Niets. We zouden allebei fucking dood..., maar wel samen zijn.
Franco en Stefano hadden mij gesmeekt om mijn besluit te herzien, en toen zij zagen dat ik vastbesloten was, wilde Franco een keten van hotels bestellen waar ik ’s nachts kon slapen. Ik had dit ook geweigerd. Ik had een ‘Gore Tex’ slaapzak in mijn rugzak, omdat ik besloten was te doen, wat ik nimmer vrijwillig gedaan had in mijn leven. Buiten slapen, en als het moest, buiten sterven. Liever dan in een fucking ziekenhuisbed. Was ik zo van de natuur gaan gouden dan? Wel, ik heb altijd van de natuur gehouden, maar van een afstand. Nu wilde ik met Anouk samen één met de natuur worden, want ik was ‘on a fucking deathwish’, dat is wat ik was.
Daar mijn lopen nauwelijks meer dan een sportieve manier van wandelen, genoemd mocht worden, had ik de eerste dag pas driekwart van de lengte van het Gardameer afgelegd. Ieder uur was ik gestopt om tien minuten te rusten, en even tegen de as van Anouk te praten.
Ik besloot te overnachten in de berm van een verlaten parkeerplaats. Ik had elf uur gelopen, en ik was totaal vernield. Alles deed mij pijn en ik kon de blaren al onder mijn voeten voelen groeien. De koffie in de thermosfles was lauw en de broodjes smaakten mij ook niet. Toch at ik ze, want als ik nu al begon maaltijden over te slaan, dan zou ik Riva niet eens halen.
Node deed ik mijn schoenen uit, want ik wist dat mijn voeten gedurende de nacht zouden opzwellen. Ik manoeuvreerde mij in de slaapzak en rolde het totaal in een ‘Space® Emergency Blanket’ om warmteverlies te voorkomen. Mijn rugzak gebruikte ik als kussen. Voor een moment dacht ik dat ik nog comfortabel lag ook; het volgende ogenblik was ik van uitputting in slaap gevallen.
Rond vijf uur ’s morgens werd ik rillend van de kou wakker. Ik besloot te gaan lopen, om weer wat op temperatuur te komen. Na een paar slokken koude koffie en een broodje, toog ik op weg in het donker. Tot zonsopgang was het lopen dubbel zwaar, want ik moest opletten waar en hoe ik mijn voeten neerzette. Een gebroken of verstuikte enkel, was niet alleen zo gebeurd, het zou mijn missie onmogelijk maken.
Vijf uur later kwam ik uitgeput in Dro aan, waar ik in een koffiebar mijn thermos liet vullen met espresso. Ik kocht ook een fles mineraalwater en een voorraad broodjes. Het was pas tien uur en ik had de hele dag nog voor mij. De blaren onder mijn voeten waren al gesprongen, dus die moest ik eerst verzorgen. Ik ging op de rand van de fontein zitten en verzorgde mijn voeten met jodium en pleisters. Waarom eigenlijk? Meer dan nog twee dagen lopen zou ik toch niet redden, dat wist ik nu al. Met veel moeite en nog veel meer pijn, slaagde ik erin om mijn schoenen weer aan te trekken. Voor het eerst in mijn leven verwelkomde ik de pijn, hoe meer, hoe liever. Ik voelde het als een straf; de straf die ik verdiende, omdat ik Anouk de dood had ingejaagd.
Zeven uur ’s avonds was ik pas halverwege Mezzocorona. Ik was niet van plan geweest om de vlakte en het relatieve gemak van de snelwegen op te zoeken, dus ik was moeizaam de bergweg opgestrompeld. Ik maakte natuurlijk de fout om met gewone stappen de bergweg op te lopen, in plaats van met een korte, langzame pas. Nu werd ik mij ervan bewust wat dertig jaar roken, en veertig jaar drinken voor mij hadden gedaan. Ik zou nimmer over de Dolomieten komen, maar het was goed. Terwijl de schemer begon in te zetten, zocht ik een stukje gras, dat rotsvrij was. Ik voelde mijn pols, en merkte dat ik een hartslag van honderdenveertig had.
Na een paar broodjes te hebben gegeten, en wat lauwe espresso te hebben gedronken, deed ik mijn schoenen uit. Mijn sokken waren doordrenkt met bloed. Ik voelde mij ook licht in mijn hoofd, maar dat kon wel door het hoogte-, en zuurstofverschil komen. Wist ik veel, ik voelde mij uitgeput en klote, maar ik omarmde de lichamelijke ellende als een trouwe vriend. Ik wikkelde mij in mijn slaapzak en ‘Emergency Blanket’, maar het bonzen van mijn hart, de oververmoeidheid en de espresso hielden mij wakker.
Mijn denken was ongecoördineerd en ik merkte dat ik het gevoel voor de realiteit al aan het verliezen was. Mijn ratio vertelde mij dat het niet uitmaakte..., ik zocht uiteindelijk de dood. Ik had echter teveel fucking vijanden die ik niet het plezier wilde doen om actief zelfmoord te plegen. Tevens kon ik dit niet doen tegenover Anouk. Zij wilde leven, maar was vermoord na haar missie; ik wilde niet meer leven en zou sterven gedurende de mijne. Ik wist dat morgennacht mijn laatste zou zijn..., als ik tenminste niet eerder van uitputting in elkaar zakte.
“Anouk..., Anouk,” smeekte ik de as in mijn rugzak, “Anouk, geef mij de kracht, tot morgennacht. Dan zullen we in het midden van de Dolomieten..., en van de hele wereld verlaten zijn. Dan kan ik naar je toekomen. Anouk, mijn mooie, sterke Anouk, geef mij die kracht, mijn mooie vechtprinses, en houd mij vast vannacht, als je kunt.”
“Ik mis je...., ik mis je zo erg, Anouk,” huilde ik.
Ik denk dat ik bewusteloos geraakt ben, maar ik werd wakker in de nacht, omdat iemand mijn pols voelde en mij op mijn wang kuste. Ik dacht dat ik hallucineerde, en vocht om wakker te worden, maar de uitputting wilde mij niet prijsgeven. Toen ik uren later weer wakker werd, herinnerde ik mij het vreemde visioen, want wat kon het anders geweest zijn?
Ik at weer een paar broodjes en dronk het laatste van de koude espresso. Het liefst was ik blijven liggen, maar ik moest vooruit als ik sterven wilde. Hier zou ik op tijd gevonden worden en dan had ik mijzelf alleen maar belachelijk gemaakt. Mijn hart racete alweer van zwakte en de espresso, en het duurde bijna een uur, voordat ik mijn schoenen weer aanhad.
Na zeven uur strompelen, en drie keer gevallen te zijn, bereikte ik Mezzocorona. In een koffiebar liet ik mijn thermos voor de laatste keer vullen, ik kocht een liter water en wat belegde broodjes. De eigenaar, die net de telefoon neerlegde, keek mij bezorgd aan en vroeg of ik in orde was. Ik zei dat ik wat grieperig was, maar dat ik over een uur opgehaald zou worden door vrienden.
“Wilt u misschien wat uitrusten in mijn woonkamer, totdat uw vrienden komen?” vroeg de vriendelijke man mij. Italianen.
“Dat is erg vriendelijk, signore, maar ik moet maar een paar kilometer lopen om de vijftig kilometer vol te maken. Het is een taak die ik mij gesteld heb, maar ik dank u nogmaals voor uw vriendelijke aanbod.”
Ik betaalde, en strompelde de koffiebar uit, de eigenaar hoofdschuddend achterlatend. Ik liep nu zuiver op wilskracht en voelde mij bijna euforisch. De pijn in mijn voeten begon af te nemen; mijn knieën deden geen zeer meer. De geluiden namen af en het gezicht van Anouk leidde mij. Ik hallucineerde nu, en ik fucking wist het. De weg voerde steil omhoog, maar voor mij voelde het alsof ik omlaag liep. Ik wist dat ik mijn reserves al had opgebruikt, maar na vannacht maakte het niets meer uit. Acht kilometer voor Dermulo, zakte ik in elkaar. Ik raakte niet bewusteloos, maar mijn ledematen weigerden normaal te functioneren. Ik werkte mij naar de zijkant van de weg tegen een rotsblok, en pretendeerde uit te rusten. Voor het onwaarschijnlijke geval dat er een auto langs zou komen.
In een moment van helderheid dacht ik: ‘Dit is het, Jan. End of the ‘fucking, bastard road’. Nog even en je koopt de boerderij, lummel.’
Ik bleef zo tegen de rots aanzitten tot het donker werd. Ik rilde van uitputting, en van de kou. Ik weet niet hoe hoog ik hier zat, maar het leek wel of het ademen ook moeilijker... ‘Ach, fuck that, wat kan mij het verrotten. Het is nu snel over,’ dacht ik, plotseling woedend.
Ondanks dat woede een groot motivator is, slaagde ik er niet in om mijn schoenen uit te trekken, of zelfs ook maar in mijn slaapzak te kruipen. Ik werkte mij onder de open slaapzak en de ‘Emergency Blanket’ Het rillen werd steeds erger en ik hallucineerde nu bijna de hele tijd. In de momenten dat ik even helder was, zei ik: “Anouk, Anouk, mijn lieve, dappere vechtprinses, ik ben bijna bij je.”
Ik was bevangen door hypothermie en ik wist dat ik in een paar uur zou sterven. Dat was goed..., dat was eerlijk... en zo hoorde het ook. Ik merkte nog hoe ik in- en uit bewustzijn slipte. Ik rilde al niet eens meer en een warme vrede omhulde mij..., toen een visioen van Anouk zich aan mij openbaarde.
“Sta op, Jan, je moet bewegen. Doe het voor mij, maar ga lopen. Neem de lage gronden Jan, je krijgt meer zuurstof dan hier, en het is toch al te zwaar voor je. Je bent schuldig aan niets en niemand hoeft je te vergeven. Jij hoeft jezelf niet te vergeven, of te straffen. Kom lieve Jan, laat het rusten, en ga rusten, maar sterf niet om mijnentwille.”
“Jij wilde het ook niet laten rusten, Anouk. Ik loop straks weer door tot ik niet meer kan en anders hoop ik dat ik snel crepeer van de hypothermie. Dan zijn wij tenminste weer samen.”
“Ik ga Stefano halen,” hoorde ik Anouk nog zeggen, voordat het visioen verdween... en ik weer bewusteloos raakte.
Ik droomde dat Anouk en ik weer in Holland aan het avondeten zaten. Ik zag haar in haar rustpauzes zitten, en met haar vader praten. In Stefano’s gym beleefde ik weer hoe zij tien man uitschakelde. Ik droomde dat ik droomde dat ik stervende was, want ik had nu seks met Anouk. Haar mooie ranke, gespierde lichaam bedekte mij en ik voelde hoe ik door haar opgenomen werd. Dit was het moment. Als ik het orgasme kon dromen, dan wist ik dat ik dood was. Geen verdriet, pijn, haat of geweld meer.
“Je gaat niet dood, Jan. Ik heb Stefano voor je gehaald,” zei Anouk tegen mij, terwijl zij van mij af stapte, “Houd nog even vol, ik wilde je nog een keer bezitten, maar ik houd zoveel van je dat ik je laat gaan. Je moet leven. Lieve Jan, ééns zullen we elkaar weer ontmoeten. Je moet de groeten van mijn vader en moeder hebben. Mijn vader is zo trots op me, Jan en hij zegt steeds: ‘Zie je wel, Anouk. Ik heb het je altijd gezegd. Mijn beste vriend is Jan’ Ik moet nu gaan lieverd, maar mijn liefde zal altijd met je zijn.”
“Ga niet weg, Anouk,” huilde ik, “Laat mij niet alleen hier sterven, monster.”
De beelden vervaagden, maar plotseling keek ik in een helder wit licht. ‘De tunnel des doods,’ dacht ik, ‘Anouk zal aan het einde van de tunnel op mij wachten.’
Het licht bewoog en ik hoorde Stefano huilen: “Zio..., Gian..., Non morire, cazzo che sei. Non morire! (Oom..., Jan..., niet doodgaan. Lul dat je bent. Niet doodgaan)”
Ik hoorde Franco zeggen: “Schei uit met je gejank, joh. Gian gaat niet dood. Hij is mijn vriend en mijn vrienden sterven niet. God wil hem niet, want hij is de duivel.”
Ik dacht dat ik weer hallucineerde, en glimlachte. Stefano, die huilde. Nou, het moest wel erg slecht met mijn gevoel voor realiteit gesteld zijn dan.
Ik voelde niet hoe zes paar handen mij optilden en mij op de stretcher van een ambulance legden. Vaag merkte ik hoe een infuusnaald in mijn hand gestoken werd. Kankernaalden, ik heb er altijd al een hekel aan gehad. Een plastic masker werd over mijn gezicht geplaatst en ik ademde warme, zeer vochtige lucht in. Een Space® Emergency Blanket werd over mij heen gehangen en met een paar föhns werd er warme lucht onder de deken geblazen.
“Hij is onderkoeld,” hoorde ik een onbekende stem, “maar niet levensgevaarlijk. Het feit dat hij uitgeput is, maakt het gevaarlijk. Houd adrenaline en de defibrillator klaar. Uw vriend is echter ernstig uitgedroogd. Is er enige indicatie van wat hij zeker gedronken heeft?”
Ik hoorde Rino zeggen: “We hebben een thermosfles met koude espresso, en een halflege fles mineraalwater gevonden.”
“Ja, dat dacht ik al. Hij heeft veel vocht verloren met het lopen en dat heeft hij niet voldoende aangevuld. Door de sterke koffie raakte hij steeds meer gedehydrateerd. Laat mij zijn hart nog even beluisteren en doe hem een manchet om. Neem zijn lichaamstemperatuur, niet in zijn oor, maar rectaal,” zei de vreemde stem.
“Honderdtwintig over tachtig, pols honderd, maar zeer onregelmatig.”
“Dat is niet al te slecht. Zo goed is mijn bloeddruk nog nooit geweest,” dacht ik, voordat ik het bewustzijn weer verloor. Ik voelde de explosie in mijn borst al niet meer.
Ik werd wakker in een ziekenhuisbed. Ik lag aan een hartmonitor en had een bloeddrukmanchet om mijn arm. Er stak een infuusnaald in mijn hand. Ik keek om mij heen en zag dat Franco in een fauteuil zat te dommelen. De urn met as van Anouk stond op de vensterbank.
“Franco, Franky,” zei ik zachtjes.
Franco schoot overeind en vroeg: “Gian, Gian, hoe is het met je compare?”
“Okay, denk ik, maar waar zijn we? Wat is er gebeurd, vriend?”
Franco kwam bij mij staan en greep mijn handen.
“Gian, jij bent gaan lopen, dat weet je nog, hè?”
Ik knikte.
“Wel, er heeft steeds één van Rino’s mannen achter je gelopen om op te letten dat er niets met je gebeuren zou. De tweede nacht dacht je oppasser dat je er al slecht aan toe was en hij belde Stefano. Gedurende de nacht controleerde Stefano je pols. Je hallucineerde al, maar je was nog te sterk om je op te laten nemen. Je had het nimmer toegelaten.
In de koffiebar in Mezzocorona belde je oppasser de bareigenaar, legde hem de situatie in het kort uit, en verzocht hem je daar op te houden en onderdak te verlenen. Je was echter niet te stoppen.
Je oppasser zag je in elkaar zakken en wilde ons bellen. Hij kreeg op dat punt in de bergen geen ontvangst en rende de bergweg af, om een signaal te krijgen. Gedurende het rennen, viel hij en brak een been. Hij is vooruit gehinkeld en gekropen, totdat hij eindelijk een ontvangst had. Hij belde ons en wij zijn onmiddellijk met een ambulance uit Riva vertrokken.
Je was er slecht aan toe, Gian en toen Stefano je zag, dacht ik dat hij krankzinnig werd. Eerst Anouk en nu jij..., dat was teveel voor hem. We hebben je in de ambulance hier naar Riva gebracht. Gedurende de rit begon je hart te fibrilleren. Ze hebben je hart twee keer moeten defibrilleren, maar het schijnt nu stabiel te zijn. Je hebt bijna de ‘fucking farm’ gekocht, oude vriend. We worden nu echt te oud voor deze ‘fuckshit’, Gian.”
“Hoe is het met je zoon?”
“Hij komt over twee uur weer. Hij is dolgelukkig en heeft zijn pillen alweer weggegooid.”
“Hoe is het met Rino’s man? Wie is het eigenlijk?”
“Het is je vriend, Pietro. Hij heeft drie dagen geweigerd zich af te laten lossen, omdat hij zich verantwoordelijk voelde voor jouw welzijn. Hij ligt in de kamer hiernaast.”
“Hij kon niet weten dat ik niet verder meer wilde leven en hij heeft mijn leven dus gered. Daarvoor kan ik hem op zijn minst mijn dankbaarheid voor betonen. Kan ik hem zien?”
“Nee, jij niet, maar hij kan wel naar jou toe komen. Ik haal hem wel even op in een rolstoel.”
Een paar minuten later werd Pietro de kamer ingereden. Hij wilde gaan staan, maar ik gebaarde hem te blijven zitten. Ik vroeg zijn handen en kuste deze. Ik bleef zijn handen vasthouden, terwijl ik zei: “Pietro, carissimo. Mi hai salvato la vita!”
“Ma non Don Giovanni,” protesteerde mijn vriend, “Ik heb geprobeerd mijn best te doen, en het scheelde weinig of ik had nog gefaald ook.”
“Gefaald? Door drie kilometer te hinkelen en op handen en voeten te kruipen? Je hebt gedaan, wat ik nimmer gekund had. Ik ben je meer dan mijn leven schuldig, maar dat komt later wel.”
De arme man begon te huilen en bezwoer mij dat het allemaal niets om het lijf had gehad. Toen Franco begon te praten, wilde Pietro uit bescheidenheid opstaan en weg hinkelen, maar Franco gebood hem te blijven zitten.
“Jan, ben je volkomen helder?” vroeg mijn vriend.
“Ja, Franky. Ik denk het wel tenminste.”
Pietro wilde weer opstaan, maar nu vroeg ik hem te blijven zitten.
“Luister Gian, Jij hebt je verantwoordelijkheid voor Anouk genomen, door eerst naar Puglia te willen reizen en daarna door zelfmoord te willen plegen. Meer kon je niet doen. Ik heb met Stefano gesproken en we hebben besloten dat wanneer jij het goed vindt, dat we naar Puglia gaan om de gehele top van die fucking duivelsaanbiddende Sacra Corona Unita te vermoorden. Een mens moet in zijn leven keuzes maken, en dit is een keuze. We zijn schuldig aan de dood van Anouk en dat is een onrecht dat wij maar op één manier kunnen herstellen. VENDETTA!”
“Vendetta per nostra, povera Anouk,” fluisterde Pietro, driftig knikkend.
“Dat zou een zelfmoordmissie worden, Franco. Dat redden we nooit.”
“Wel, misschien toch wel. Ik heb het met Stefano besproken en we kunnen vijf doodseskaders Albanezen inzetten. We vallen in één keer de top aan en vermoorden de gehele ‘Otto medaglioni con catena della società maggiore’ We vermoorden eerst die acht fucking medaillon ‘fucks’ en daarna ruimen we alle kleine medaillonnetjes ook op.”
“De ‘Ndrangheta neemt daar nooit genoegen mee, Franco. We plegen zelfmoord, dat is voor mij cool, maar niet voor jou en je gezin.”
“Ik heb een onderhoud gehad met een ‘Vangelista’ (Top rang) van de ‘Ndrangheta. Als wij aan bepaalde voorwaarden willen voldoen, bemoeien de ‘Ndrine zich er niet mee. Het is te doen, Gian en we zijn er klaar voor.”
Ik dacht even na, schudde mijn hoofd en zei: “Nee Franco, ik ken je. Die prijs is veel te hoog, en zal later onbetaalbaar blijken. Het lost voor Anouk niets meer op. Niets wordt er beter door, integendeel. De moord op Anouk was niet persoonlijk. Ik haat de ‘hitman’ omdat hij mij Anouk heeft ontnomen, maar hij haatte Anouk niet. Laten we het laten rusten, Franco, het lost niets meer op.
De enige schuldige ben ik. Wat jullie voor Anouk hebben gedaan, hebben jullie in de eerste instantie voor mij gedaan, net zo als Lucio en Imberto dat ook gedaan hebben. Renato heeft iets onbetaalbaars gedaan, maar het had teveel levens van vrienden kunnen kosten. ‘The buck stops here with me’”
Drie dagen later was ik in de blokhut waar ik zoveel herinneringen aan Anouk had. Ik had Franco gevraagd of ik een maand de blokhut mocht gebruiken. Franco had mij aangekeken, maar hij had mij niet beledigd door mij hem te laten verzekeren, om geen rare dingen te doen. Hij kon mij, al had ik het hem niet kwalijk genomen.
Het was niet dat mijn liefde, mijn verdriet en mijn gemis over waren. Verre van, maar ik had begrepen dat het lot anders beschikt had. Ik moest nu mijn verdriet verwerken, want anders zou het mij vernielen. Ik had dit niet zo lang geleden nog een keer meegemaakt en ik wist precies wat verdriet kon doen.
We hadden afgesproken dat ik mij een maand terug zou trekken. Alleen Pietro zou mij ’s avonds met de boodschappen en mijn benodigdheden op komen zoeken, en hij zou de avond blijven voor wat sociaal contact.
Gedurende dag werkte ik aan de verwerking van mijn catharsis. Toen Irene en ik uit elkaar gingen, wist ik hoe ik mij moest herprogrammeren, oftewel, een autotherapie toepassen. Het probleem toen was echter, dat ik in mijn verdriet ben blijven hangen. Ik wist dat wanneer ik dit weer zou laten gebeuren, dat het tot mijn absolute ondergang zou leiden. Ik moest besluiten of ik er een einde aan wilde maken, of dat ik nog iets van mijn leven zou willen maken. De logica zei mij dat wanneer het mijn tijd zou zijn geweest, dat ik in de Dolomieten gestorven zou zijn. Ik moest dus verder, ook al was ik daar misschien nog niet helemaal van overtuigd.
Als één van de partijen aangeeft dat de relatie over is, dan heb je iets tastbaars om mee te werken, en je verdediging tegen verdriet op te bouwen. Als je partner de relatie beëindigt dan kun je je daar verdrietig, maar ook kwaad over maken. Kwaadheid is bij mij altijd een goede motivator geweest. Het is duidelijk wanneer je zelf de relatie beëindigt, dat je emotioneel lang niet zo zwak bent, als dat je partner dat zou doen. De verwerking van het verdriet is hier dus vrij duidelijk.
Wanneer echter beide partijen de relatie willen laten voortduren, zoals met Irene en Anouk het geval was geweest, dan ligt de emotionele verwerking veel complexer. Hoewel ik dit nu hier neerschrijf alsof er een logische oplossing voor die verwerking bestaat, de logica kan alleen maar assisteren in een snellere en betere verwerking van de emotie, want een verwerking zal hoe dan ook plaats moeten vinden.
Doordat ik mij maar al te bewust was van mijn emotionele lading, stelde ik een programma samen, waar ik de eerste maand niet meer vanaf zou wijken.
Om zes uur ’s morgens liep ik de deur uit en maakte een rustige wandeling van vijftien minuten door het pijnbos. Ik paste een diepe buikademhaling toe en concentreerde mij op de stilte die hier heerste in de bergen. Ik bande iedere gedachte die niet met mijn concentratie te maken had onmiddellijk uit. De eerste dagen was dat moeilijk, want er was eigenlijk maar één gedachte in mijn hoofd: Anouk. Toch na een paar dagen slaagde ik erin om gaten in die allesoverheersende gedachten te prikken en na tien dagen kon ik dat kwartier lopen en mij uitsluitend op de natuur concentreren.
Als ik terug in de blokhut kwam dan deed ik vijftien minuten lang gymnastiekoefeningen, waar ik mij volkomen op de oefeningen concentreerde. Dit was makkelijker, omdat ik zowel de oefeningen, als de setjes telde. Na de eerder genoemde tien dagen slaagde ik er in om het eerste halfuur niet aan Anouk te denken.
De in de hersens vrijgekomen endorfine zorgde ervoor dat ik mij redelijk goed voelde. Ik schoor mij, poetste mijn tanden en nam een douche, waarbij ik mij volkomen overgaf aan de bevrijdende warmte van het water. Nadat ik mijn toilet had voltooid, maakte ik een laag calorieën ontbijt. Het is niet zozeer dat ik gewicht wilde verliezen, al was dat wel een toegevoegde bonus, maar ik wilde het voldane gevoel na een calorierijke maaltijd ontwijken.
De geest van een mens is scherper wanneer er constant een licht hongergevoel is, in plaats een gevoel van verzadiging. Iedere keer dat Anouk in mijn gedachten kwam, dacht ik onmiddellijk: ‘Deze gedachte is niet goed voor mij, Deze gedachte maakt mij verdrietig. Ik moet nu aan fijne dingen denken. Deze gedachte zal nog vaak terugkomen, maar uiteindelijk zal ik winnen door die gedachten te verslaan.’
Dit herhaalde ik als een mantra, iedere keer dat ik aan Anouk dacht. Ik dacht het bewust, zodat mijn onderbewustzijn door herhaling die gedachte over zou nemen en de ‘triggers’ naar Anouk, bijtijds te herleiden. Dit was niet moeilijk, maar mijn countergedachte moest onverbiddelijk uitgevoerd worden, om het bewuste en onbewuste denken te trainen, ofwel te herprogrammeren.
Na mijn ontbijt ging ik een paar uur schrijven. Schrijven is uitstekend voor het verwerken van emoties, Waar gedachten vaak in een mens zijn hoofd blijven rondtollen, doordat de emoties de gedachten leiden en beheersen, het geschreven woord echter is gestructureerd. Ik begon het hele verhaal Anouk op te schrijven van het begin tot het einde. Ik liet er geen emotie uit, maar schreef het verhaal zoals het gebeurd was. Dit was het moeilijkste gedeelte van mijn autotherapie, omdat ik nu wel aan Anouk moest denken.
Vaak moest ik stoppen met schrijven, omdat de tranen uit mijn ogen stroomden. Hier vond de werkelijke verwerking plaats. Wat er in mij zat aan verdriet, dat moest er uit. Het moest eruit op een gestructureerde manier. Net zoals er lijn in de emoties in de realiteit was geweest, zo moesten die emoties ook in lijn worden gebracht op schrift. Na een week had ik het verhaal compleet.
De tweede week begon ik het verhaal opnieuw te schrijven, maar dit keer schreef ik niet over Anouk. Ik schreef hetzelfde verhaal over een vrouw, genaamd: Emel (ML, Mijn liefste). Ik had natuurlijk een eenvoudige ‘Zoek en Vervang’ actie in het eerste document uit kunnen voeren, maar dat had geen enkel nut. Ik moest hetzelfde verhaal met een wazig persoon schrijven, zodat ik niet meer aan Anouk dacht tijdens het schrijven, maar aan ‘Mijn Liefste’, wat het al minder direct en persoonlijk maakte.
Nadat ik iedere dag een paar uur geschreven had, ging ik de blokhut schoonmaken. Het was een groot huis en afgezien dat ik niet wilde omkomen in mijn eigen vuil, wilde ik het ook niet smerig achterlaten. Er was echter nog een reden, mogelijk de belangrijkste. Als ik aan het schoonmaken was, dan concentreerde ik mij op het schoonmaken. Ik deed niet gewoon aan afstoffen, nee ik waste alles, tot aan de onderkanten van de deuren toe. Schoonmaken is geen licht werk als je het niet gewend bent, en als ik zo’n anderhalf uur bezig was geweest, dan kon ik het ook goed voelen. Het huis was dan weer schoon en in mijn hoofd was het ook aardig opgeruimd. Net als met het lopen en de gymnastiek slaagde ik er zo rond de tiende dag in om tijdens deze werkzaamheden Anouk volkomen uit mijn hoofd te bannen.
In de namiddag zette ik mij een paar uur aan mijn laptop en ik beantwoordde mijn mail. Daarna werkte ik mijn websites mij. De mail zorgde ervoor dat mijn gedachten zich richtten op het onderwerp terwijl de resultaten van mijn creativiteit mij de voldoeningen gaven die ik zo nodig had. Het was een straf regime, maar ik had geen keus.
Tegen etenstijd kwam Pietro om de maaltijd met mij te delen en ’s avonds een paar uur te praten. Praten over alles, behalve Anouk. Italiaanse mannen zijn vaak goede koks en Pietro stond er in het begin op, dat hij voor mij zou koken. Ik legde de goede man uit dat ik de eerste weken het koken zelf moest doen, om alle associaties naar de avonden dat ik voor Anouk kookte, uit te bannen. Terwijl Pietro en ik, ondanks onze verschillende achtergronden, altijd al vriendschappelijk gevoelens voor elkaar hadden gehad, nu verafgoodde de goede man mij. Net als iedereen uit Rino’s ploeg was hij dol op Anouk geweest. Toen hij eenmaal begreep dat ik mijzelf dood had willen lopen met de as van Anouk bij mij, denk ik dat Rino’s ploeg Anouk en mij een beetje zagen als de moderne Tristan en Isolde, al hadden wij dan niet het geluk gehad om in elkaars armen te mogen sterven.
Ik kookte dus iedere avond voor Pietro, waarbij ik dankbaar van zijn waardevolle aanwijzingen gebruik maakte, om mij een betere kok te maken. Na twintig dagen waren de maaltijdassociaties met Anouk controleerbaar geworden.
De avonden brachten wij door met het praten over allerlei onderwerpen. Ik wijdde gericht een half uur aan Anouk en vertelde Pietro haar geschiedenis. Daarna veranderde ik het onderwerp en Anouk zou niet meer ter sprake komen die avond. Na twintig dagen voelde ik dat er een kentering in mijn wijze van denken was opgetreden. Ik kon toen het koken aan een dankbare, trotse Pietro overlaten.
De nachten waren het moeilijkst. Ik slaagde er wel in om gelijk in slaap te vallen, maar na vijf uur was ik klaar wakker en mijn eerste gedachte was: Anouk. Dat zijn de momenten in een etmaal dat de mens het zwakst is en ik kon bij het ontwaken ook niet onmiddellijk mijn denkpatroon aanpassen. In het begin huilde ik soms voor uren, maar ook dit begon zo rond de derde week te veranderen. Wanneer ik wakker werd met de naam van Anouk op mijn lippen, dan stond ik onmiddellijk op, en ik ging thee of koffie maken. Ik zat dan in de kamer en luisterde naar de onderwereldliederen van Pino Mauro, die ik op mijn Walkman had staan. Kon ik dan nog niet slapen, dan nam ik 5mg Melatonine.
De derde week herschreef ik het verhaal opnieuw met ‘De Vrouw’ als substituut voor Anouk. Ook vlakte ik bewust alle heftige emoties af. Het bleef nog wel een emotioneel verhaal, maar minder dan het origineel. Tevens begon ik de minst belangrijke gebeurtenissen uit het verhaal te laten. Na drie dagen was ik er mee klaar.
Dus mijn dag zag er nu als volgt uit: na het opstaan liep ik een kwartier door de pijnbossen. Bij thuiskomst deed ik een kwartier gymnastiek, waarna ik mij schoor en douchte. Na een laagcalorisch ontbijt, schreef ik een paar uur aan het verhaal. De emoties die nog steeds vrijkwamen, liet ik gaan. Na het schrijven maakte ik een paar uur het huis schoon, om mij daarna aan mijn email en websites te kunnen wijden. Pietro, of ik kookte en wij brachten samen de avond door met verhalen uit ons leven. Een half uur werd daarbij aan Anouk gewijd. Waarom deed ik dit laatste zo bewust?
Als ik alles er op zou richten op Anouk uit mijn leven te bannen, dan zou ik dat onbewust als verraad aan haar zijn gaan voelen. Ik ben te loyaal in dat soort zaken, dus ik moest een bewuste balans ter compensatie inbouwen. Ik wilde Anouk niet verraden, of zelfs maar vergeten; ik wilde gecontroleerd aan haar kunnen denken..., wanneer ik sterk was.
Pietro was een geweldige steun voor mij en ik denk vaak met afgrijzen terug aan de momenten, dat ik hem verveeld moet hebben met mijn gejank. Het was nimmer te merken, want ik verdacht hem ervan dat hij ’s avonds liever bij mij zat, dan thuis bij zijn vrouw, ondanks dat hij die verafgoodde. In de derde week kwam de kentering. Ik voelde dat ik minder moeite moest doen om mijn regime stipt uit te voeren. Ik merkte dat ik sterker werd en dat de wil om te leven aan het terugkeren was. Ik besloot nu aan het terugbetalen van mijn schulden te beginnen.
Ik belde Franco, maar Margherita nam zijn mobiel op en vertelde mij dat haar man en zoon Stefano, voor zaken weg waren. Ik belde Rino en vroeg waar Franco en Stefano naar toe waren. Rino antwoordde mij dat Franco en zijn zoon een paar dagen naar Milaan en Turijn waren. Ik voelde dat er iets niet klopte, maar ik liet niets merken. Ik vroeg hem over hoeveel geld ik onmiddellijk kon beschikken.
Rino antwoordde: “Er is zeker twee miljoen euro in kontanten, Gian. Is dat genoeg?”
“Ik vermoed van wel, Capo. Ik zou willen dat je het volgende voor mij doet, maar bel eerst Franco en Stefano voor hun goedkeuring.”
Ik wist dat beiden nooit bezwaar zouden, of konden maken, maar het getuigde van mijn respect. Zij zouden bij mij thuis ook geen geld uit de la pakken. Ik vertelde Rino daarna, wat ik van hem verwachtte. Rino verzekerde mij dat alles vandaag nog uitgevoerd zou worden.
Gedurende die week kreeg ik een telefoontje van Rino, die mij vertelde dat mijn opdracht tot op de letter was uitgevoerd.
‘Goed, dacht ik later, ‘Dat is in ieder geval vast één blij gezicht.’
Ik dekte de tafel en zette al het tafelzilver, kristal en porselein op tafel, zodat de tafel er precies zo uitzag als de avond, dat Anouk en ik er voor de eerste keer aan zaten. Ik maakte een spandoek en hing die zo dat de persoon die binnenkwam, de tekst onmiddellijk zou lezen. Daarna prepareerde ik een vijf gangen maaltijd.
Ik had bewust die drieënhalve week niet gedronken om, onder andere, de vitamine B niet af te breken in mijn bloed. Maar vanavond was het feest en ik zette een paar flessen Pinot Grigio in de ijskast.
Om zeven uur hoorde ik een auto stoppen en even later hobbelde De grote Italiaan op zijn krukken naar binnen. Hij had een envelop in zijn hand.
Zijn mond viel open toen hij de kamer zag. Hij las: “Per Pietro, il Salvatore della mia vita. Sei un gentiluomo! (Voor Pietro, die mijn leven gered heeft. Je bent een heer!)”
Niet begrijpend, en al confuus van eerdere emotionele gebeurtenissen, stak Pietro vragend de envelop omhoog.
Ik knikte ter bevestiging.
Pietro, een mafioso en achtvoudig moordenaar, maar een man van eer, begon nu te huilen. Hij hinkte naar mij toe, omhelsde en kuste mij. De tranen biggelden over zijn wangen, en hij vroeg: “Perché, ma perché, Don Giovanni? (Waarom, maar waarom?).”
Ik trok een stoel naar achter en zei Pietro te gaan zitten.
“Rino gaf mij deze papieren, Gian. Toen ik de papieren bekeek, zag ik dat het de eigendomsakte voor mijn huis was. Rino zei me dat het een blijk van waardering van jou was. Ik ben eigenaar van mijn huis, want u heeft de hypotheek voor mij afbetaald. Waarom?,” vroeg hij snotterend.
“Denk je dat mijn leven geen huis waard was, Pietro?”
“Jawel..., Nee..., ik weet het niet Gian. Ik ben verpletterd. Ik weet niet wat ik zeggen kan.”
“Zeg niets dan. Blijf lekker zitten want ik heb een eenvoudige maaltijd voor ons gekookt. Was je vrouw tevreden, Pietro?”
“O, dat vergeet ik helemaal, Gian. Ze vroeg mij dit te doen...”
Pietro stond op en kuste mij op mijn wang.
“Dat heb je al een keer eerder gedaan, hè viezerik? Toen ik half bewusteloos was.”
Pietro knikte, en zei: “Ja, dat was toen ik je pols voelde, de tweede nacht. Ik had zo’n medelijden met je, en met A... Je hebt wijn op tafel staan, Gian. Betekent dat je je nu weer...”
“Ik ben een stuk sterker, vriend. Een stuk sterker..., nog niet helemaal goed, maar dat zal nooit meer gebeuren denk ik. Vanavond is jouw avond, Pietro. Dank je voor het redden van mijn leven,” zei ik, terwijl ik hem omhelsde.
Terwijl wij van de maaltijd genoten, bleef Pietro mij complimentjes maken met mijn kookkunst. Hij zei me dat ik nu beter was, dan hij. Ik glimlachte. De eerste glimlach in weken.
Gedurende de maaltijd vroeg ik Pietro of hij wist waar Franco en Stefano naar toe waren. Pietro verschoot van kleur en zei dat hij dat niet wist. Ik zag dat hij mij niet de waarheid vertelde, maar het was duidelijk, dat hij dat niet mocht. Ik besloot het niet op des spits te drijven, door hem in verlegenheid te brengen. Als ik het weten wilde, dan moest ik Rino vragen, en die zou mij met een kluitje het riet in sturen.
“Geen heavy shit, hoop ik, Pietro?”
Zijn gezicht klaarde op en hij antwoordde: “O, nee Gian. Geen heavy shit. Nee, zeker geen heavy shit, maar ik kan niet praten..., nee..., ik wil niet praten.”
Een gelukkig mens verliet na een goede maaltijd en twee flessen Pinot Grigio, de blokhut. Het was een fijne avond geweest en ik voelde mij redelijk gelukkig.
De laatste dagen bracht ik door met mijn normale routines. Het schrijven van het verhaal, volbracht ik nu in één dag. Ik had het originele verhaal geschreven, herschreven en herschreven, totdat het geen emotie, geen geluk en geen essentiële details meer bevatte. Ik was klaar. De volgende maanden zou ik de mij opgelegde autotherapie in praktijk moeten blijven brengen.
Precies een maand, nadat ik met mijn autotherapie begonnen was, stapte ik de blokhut uit... Mijn auto stond bij Franco’s villa, dus ik besloot de bergweg maar af te lopen, in plaats van te bellen of Stefano, of één van de mannen mij kon komen halen. Het was niet nodig, want er was al iemand. Er waren achttien personen, zeventien mannen en een vrouw, die mij op stonden te wachten.
Rino, Pietro en de andere negen mafiosi. Franco en Stefano..., maar dan... Lucio, Umberto, Renato, Flavio..., en Pam! Pam was gekomen om mij bij te staan. Ik viel huilend op mijn knieën en in een flits schoot het hele vreselijke verhaal weer door mijn hoofd.
Pam kwam naar mij toe rennen en nam mijn hoofd in haar armen.
“Huilen Jan, huilen, dat is nu het enige nog dat helpt. Je bent geen machine, al denk je het wel.”
“Het was de verassing, Pam. Dit had ik nimmer verwacht.”
Alle mannen wachtten zwijgend en hadden respectvol hun ogen neergeslagen. Mijn vrienden waren gekomen. Voor mij!
Nadat ik gekalmeerd was, omhelsde ik hen één voor één en vroeg hen om binnen te komen. Franco, Lucio, Umberto en ik gingen aan de tafel ziten, terwijl de zonen achter de vaders gingen staan. Rino en zijn mannen stonden tegen de muren met hun mutsen in hun handen. Pam ging voor iedereen koffie maken. Er heerste een doodse stilte.
‘O God,’ dacht ik, ‘Er is iets ernstigs gebeurd en het moet in Napels zijn gebeurd. Weer was ik er verdomme niet, toen ze mij nodig hadden.’
Wij werden als eersten van koffie voorzien, en omdat dit Franco’s huis was, nam deze het woord.
“Gian, oude vriend..., dit wordt mogelijk pijnlijk voor je, maar ik zie geen manier om je deze informatie te onthouden. Ik zou echter –met toestemming van zijn vader, Lucio- willen vragen of Renato het woord mag doen, omdat hij instrumentaal is geweest in alles wat je nu gaat vernemen.”
Lucio knikte trots.
“Zio (oom),” zei Renato, terwijl hij naast mij kwam staan en liefkozend zijn arm om mijn schouders legde, “Flavio, noch ik hebben ooit de moord op Anouk gesanctioneerd. Onze vaders werden meer of meer gedwongen door de andere clans van de Camorra, om het vergelijk te aanvaarden. Als zij dit niet hadden gedaan, dan was er een scheuring in de Camorra ontstaan.
Anouk zou toch vermoord worden en mogelijk onze vaders ook. Nou waren die daar niet zo benauwd voor, want hun eer gaat hen boven alles, maar hun opoffering had tot niets gediend, want Anouk zou hoe dan ook vermoord worden.
De andere clans van de Camorra waren bang voor een totale oorlog. Niet voor de Sacra Corona Unita, maar voor de steun van de ‘Ndrangheta, die de Sacra Corona Unita zou krijgen. Het zou een oorlog worden, die nutteloos was en aan niemand ook maar enig voordeel zou leveren.”
“Flavio en ik moesten dat toegeven, alhoewel wij troosteloos waren. Maar ik had weer wat geleerd,” zei Renato, de briljante strateeg, die met geen woord repte over zijn komst naar Brescia, om te proberen Anouk ter redden.
“Ik smeekte mijn vader net zolang, totdat deze een onderhoud aanvroeg met alle belangrijke ‘Santisti’ van de grootste clans van de Camorra. Dit onderhoud werd toegestaan. Gedurende dit onderhoud maakte ik het de bazen duidelijk dat de Camorra geen baas in eigen huis meer was, zolang wij vergelijken moesten aanvaarden omdat de ‘Ndrangheta ergens in de achtergrond, als een zwaard van Damocles boven ons hoofd hing. Nu was dat met de gesanctioneerde moord op Anouk, maar aan welke grillen van de Sacra Corona Unita zouden wij de volgende keren moeten toegeven?
De Santisti vroegen mijn vader of ik voor hem sprak en of hij genegen was daar de consequenties van te dragen.
Ik zei dat ik voor mijzelf sprak, maar mijn vader zei dat ik nog geen recht van spreken had, en dat ik dus voor hem sprak. Mijn vader zou borg staan met zijn leven voor mij.
“De Santisti vroegen wat ik dan wilde voorstellen...”
“O, jij duivel!” dacht ik hardop, “Jij hebt de mafia ingebracht via jullie bindingen met de Cosa Nostra. Mijn God, jij bent heftig, zoon.”
Renato lachte bescheiden, maar Lucio, zijn vader, lachte trots, niet wetend hoe trots hij zou zijn, wanneer hij alles wist van zijn zoon.
“De mafia heeft zoveel aan macht verloren de laatste vijftien jaar, dat de ‘Ndrangeta nu de grootste misdaadorganisatie ter wereld is geworden. Door haar verticale machtsstructuur is de mafia zo verzwakt terwijl de ‘Ndrangheta zo krachtig en nagenoeg onkwetsbaar is, door haar horizontale controlestructuur.
Anyway, om het kort te houden. Ik stelde de Santisti een samenwerking met de mafia voor, waarbij de mafia dan als tegenwicht voor de ‘Ndrangheta zou dienen. Het voordeel voor de Camorra was duidelijk. Een belangrijke partner met toegang tot meerdere Middelandse Zeehavens. Een partner met duizenden soldaten, maar met een onstabiele leiding. De mafia zou daarentegen van onze expertise in leidingstructuren, en bindingen met politici profiteren.
De Santisti zagen het voordeel onmiddellijk, want alhoewel ik het nimmer heb voorgesteld, begrepen zij gelijk dat wij voor jaren de mafia zouden kunnen controleren. Het ligt wat complexer als dat ik het nu even vertel, maar u begrijpt wat ik gedaan heb, Zio.”
“Je bent een listig ventje geworden, Renato,” lachte Stefano.
“Dank je, ik heb een goede leermeester gehad,” retourneerde Renato het compliment.
Renato vervolgde: “De Santisti zijn natuurlijk niet helemaal achterlijk en vroegen wat ik verlangde, in ruil voor mijn suggestie. Ik zei dat de Camorra nergens in betrokken zou worden, maar dat Flavio, ik en onze vrienden uit het noorden, wraak wilden nemen voor Anouk.
Na een uur vergaderd te hebben, ging de top van de Camorra akkoord op twee voorwaarden. De eerste voorwaarde was dat de onderhandelingen met de Mafia met bloed zou zijn bevestigd. De tweede voorwaarde was dat de naam van ‘La Sistema’ (de Camorra) hier nergens in voor zou komen. Dit op straffe des doods. Mijn vader en Umberto moesten garant met hun leven staan.”
Ik hoefde niet te vragen of zij dat gedaan hadden, maar wat ik wel vroeg was: “Hoeveel tijd heb je voor die onderhandelingen? Als het te lang duurt, krijgt de top van de Camorra haar bedenkingen.”
Renato lachtte bescheiden.
“Je had de onderhandelingen al besloten voordat je naar de Santisti ging,” hijgde ik.
“Ik heb ook veel van u geleerd, Zio,” maakte Renato mij het mooiste compliment, dat ik in lange tijd gehoord had.
“En nu wat gaan we doen?” vroeg ik opgewonden, “Gaan we naar Puglia om dat medaillonnentuig aan te pakken?”
“Daar komen wij net vandaan, Zio,” zei Stefano, “We zijn met vier eskaders Albanezen op hetzelfde moment de huizen binnengevallen van acht ‘medaillonnen’. Rino, haal die pakken eens uit die vrachtbus.”
Terwijl ik Lucio en Umberto feliciteerde met de intelligentie en moed van hun zonen, en Pam nog even omhelsde, werden vijf geboeide mannen naar binnen geduwd. Vier mannen van Franco’s en mijn leeftijd, maar de vijfde was niet ouder dan vijfentwintig.
“Drie Santisti kwamen om gedurende onze invallen,” zei Renato, “Een vierde Santisto verloor zijn leven, nadat wij hem wat hadden aangemoedigd om ons de verblijfplaats van de moordenaar van Anouk te vertellen.”
“En dat is de moordenaar,” zei ik, terwijl ik op de jonge man wees.
“Dat is de man die onze Anouk vermoorde met een halsschot,” zei Stefano, met moeite het van woede trillen, uit zijn stem houdend.
Ik liep naar de man, en vroeg: "Hoe heet je?"
De man keek mij rustig aan, terwijl hij antwoordde: "Macchiarola. Angelo Macchiarola".
"Angelo Macchiarola, hoe voelde het om een achttienjarig meisje door haar keel te schieten? Ze zou mijn vrouw worden, weet je? Ik weet dat het niet persoonlijk was, maar kun je je voorstellen hoe ik mij voel?”
Angelo knikte, en zei: “Ik ben niet bang om te sterven, en ik weet dat ik ga sterven, maar het was mijn beroep. Het was inderdaad niet persoonlijk, ik liet u nog zien dat het alleen om de vrouw ging. Ik had u gemakkelijk neer kunnen schieten. Ik betuig u echter mijn deelneming. Als ik de opdracht niet had uitgevoerd, dan was ik geëindigd als de vader van het meisje.”
“Dus daar weet je van?”
“Ja, uw vriend Franco heeft het mij verteld.”
“Wat was verkeerd met een hoofd, of hartschot? Waarom moest zij lijden?”
“Zo was het mij opgedragen, omdat Gerardo moest lijden met een priem in zijn hersens.”
“Ik begrijp het. Goed, je weet dat je dit niet overleeft?”
“Jawel.”
Ik pakte een gouden Cartier ballpoint uit mijn zak en ze: “Jij bent de moordenaar van Anouk, het liefste dat ik op deze wereld bezat. Geef mij je handtekening, dan laat ik die op haar foto zetten, opdat ik beide altijd herinner.”
Renato sneed de man zijn handen los, terwijl Flavio hem een stuk schrijfpapier gaf. Gedurende het zetten van de handtekening, hielden Reanato en Flavio een pistool op het hoofd van de man. Uiteindelijk was Angelo een professionele ‘hitman’ en hij kon, net als Anouk, doden met een ballpoint.
Na het zetten van zijn handtekening, gaf de man mij de pen terug. Ik klikte doelloos wat met mijn duim op de pen, terwijl Renato en Flavio hun wapens lieten zakken.
“Het spijt mij oprecht,” zei de ‘contractkiller’, “Het was ‘never’ persoonlijk.”
“Het spijt mij ook..., en dit is ook niet persoonlijk,” zei ik, en sloeg achterwaarts de metalen ballpoint in de halsslagader van de ‘hitman’. Ik trok de pen terug en terwijl zijn levensbloed in mijn gezicht spoot, sloeg ik de pen nog een keer in zijn keel.
“Zo Angelo Macchiarola, dan weet jij ook weer hoe dat voelt,” zei ik, “Het probleem is dat jullie killers je niet kunt verdedigen. Anders had je nu niet op de grond gelegen met een dubbele tracheotomie. Anouk kon zich wel verdedigen, maar tegen een kogel is niemand opgewassen nietwaar?”
“Laat dat vuil naar buiten gooien,” zei Franco tegen Rino.
“Sorry dat dit in je huis gebeurde, Franco, maar de gelegenheid had zich buiten nooit zo voorgedaan.”
“Doe niet zo achterlijk, Gian. Het was perfect zo. Wat wil je met die vier medaillonnetjes doen? Zij hebben de moordopdracht op Anouk, zowel als op haar vader gegeven. Wil je ze afschieten?”
Ik dacht na en zei toen: “Nee, de grootste wil ik vechten. De andere drie mogen een keus maken uit zelfmoord, of met zijn drieën samen tegen één van de jongens, als de vaders het er mee eens zijn.”
“Het zal mij een eer en een genoegen zijn,” zei Umberto voor Flavio.
“Weeh, weeh,” vielen Franco en Lucio hem bij.
Terwijl de vier bazen van de Sacra Corona Unita naar buiten in de wei werden gebracht, argumenteerden Renato en Flavio wie de drie bazen mocht afmaken.
Stefano trok mij apart en zei: “Vergis je niet, Zio. Dit zijn stuk voor stuk keiharde messenvechters, ze zouden nooit zo hoog in rangen zijn gestegen, als het puinbakken waren geweest. Laat mij alle vier maar doen.”
“Nee Steffie, één moet ik er doen voor Anouk en voor haar vader. Als ik het leven erbij laat, wel, dan heb ik het toch geprobeerd. Ik moet mijn leven wagen, want die ‘hitman’ was te eenvoudig, begrijp je me, zoon?”
“Bega niet de fout om het mes weg te willen trappen, want daar wachten ze op. Ze gaan voor het gezicht normaal, maar in uw geval, vermoed ik voor de keel. Ik schiet hem af, wanneer het fout gaat, Zio.”
“Heb eens een beetje vertrouwen in je oude oom Zio, Stefano,” lachte ik.
Terwijl Rino en zijn mannen een cirkel om de vier bazen vormden, vroeg ik hen wie de beste vechter was. Zoals ik als vreesde was het de grootste, die zeker een kop groter was dan ik.
“Dit is waanzin, Zio,” schreeuwde Renato, “Zio, u bent nog niet helemaal fit. Dit is een partij die u niet kunt winnen. Laat mij of mijn vader het desnoods doen, wij hielden allemaal van Anouk. U kunt dit niet winnen, Zio.”
“Niettemin ga ik het winnen,” zei ik. De zekerheid in mijn stem reflecteerde niet hoe ik mij voelde.
“Wapen?” vroeg ik de oude reus.
“Curtiello,” gromde deze, voor het Napolitaanse mes kiezend.
“Cobra Spiked Warrior Knives,” zei ik.
“Ik zag de ogen van de reus oplichten, toen hij zag dat ik de twee boksbeugelmessen over mijn handen schoof.”
“Help me, Anouk,” bad ik haar, “Ik wil dat je trots op mij kunt zijn.”
“Houd je gezicht, maar vooral je keel gedekt, Jan,” klonk haar stem in mijn oren, “offer je schouder op”.
De Pugliees hoopte duidelijk dat ik zou trachten het lemmet van zijn mes te breken met de stalen punten van de boksbeugels, maar zo gek zou ik toch niet zijn? Om te voorkomen dat de reus mijn rechter messenhand bij de pols zou kunnen grijpen, droeg ik het boksbeugelmes achterstevoren. Wanneer de Pugliees nu mijn pols pakte, zou hij in het scherp van het lemmet grijpen.
Het gevecht nam een aanvang. Wij draaiden eerst om elkaar heen, terwijl ik als een links voorstaande bokser mijn kin en keel afdekte met mijn schouder. Ik deed net of ik linkse plaagstoten aan het geven was, terwijl ik mijn gezicht zo goed mogelijk gedekt hield met mijn schouder. De reus verwachtte dat ik rechts in zou stappen om hem rechts te raken met het Cobra boksbeugelmes aan mijn rechter hand. Zo gauw als ik dat zou doen, zou hij doen, waar alle Napolitaanse messenvechters in uitblinken. Hij zou het mes overgooien van zijn rechter naar zijn linkerhand, en ik zou vol in zijn mes stappen.
Ik had echter iets anders in mijn hoofd en terwijl mijn linkerhand schermbewegingen maakte naar het mes in zijn rechterhand, trapte ik met mijn linkervoet zijn knieschijf naar beneden, op het moment dat de Pugliees stak.
Sinds mijn wandeling door de Dolomieten had ik mijn Timberland bergschoenen gedragen, nadat ik het bloed eruit had gewassen. Wie ooit deze schoenen heeft gezien, weet dat een knieschijf geen lange neus trekt tegen deze bergschoenen. De knieschijf versplinterde.
Ik ving zijn mes op in mijn schouder, en draaide links weg voordat de reus het mes terug kon trekken. De Pugliees, die het mes niet terug kon trekken, maar door een verbrijzelde knieschijf door zijn been zakte, moest het mes loslaten. De pijn in mijn schouder was moordend, maar ik was ook in een moordstemming. Ik had bewust het gebruik van één arm opgeofferd om het gevecht te winnen. De Pugliees zat op een knie, die geen knieschijf meer had. Ik gaf hem nu een low-kick met mijn ‘Timberland boot’ die niet zijn dijbeen brak, maar zijn kaak wegtrapte.
“Dai, Zio, dai, dai, farlo fuori (Toe, oom, toe, toe, maak hem af),” riep Stefano, schaterend van het lachen.
“Bravo Zio,” gilden Renato en Flavio opgewonden.
De mannen van Rino begonnen langzaam te klappen. Ik boog mij over de reus en met mijn goede rechterarm haalde ik nu uit, om met de boksbeugel zijn jukbeen te versplinteren. Het hoofd ging nu achterover. Met een korte heen- en weergaande sikkelbeweging, sneed ik in twee halen de keel van mijn tegenstander door.
De Bresciaanse en Napolitaanse gangsters waren uitzinnig van blijdschap. De drie overgebleven Pugliesen iets minder.
Ik geloof dat niemand had verwacht, dat ik het zou overleven. Ik zelf incluis, maar Anouk had mijn leven gered.
“Laten wij dit kort houden,” zei Franco tegen de drie overgebleven bazen van de Sacra Corona Unita, “Willen jullie zelfmoord plegen of willen jullie tegen één van onze zonen vechten.”
“Waarom geven jullie ons gewoon de kogel niet? Waarom moeten wij geslacht worden.”
“Goede vraag,” zei ik, “Normaal hadden we jullie gewoon een nekschot gegeven, maar omdat jullie besloten hadden dat een achttienjarig meisje door haar keel geschoten moest worden, hebben jullie dat recht verspeeld.”
Terwijl Rino en Pam het mes uit mijn bovenarm verwijderden en de wond verzorgden en verbonden, beraadslaagden de vier Napolitanen, Franco en Stefano over wie het voorrecht had om de Pugliesen te vermoorden. Dit was een dilemma, want iedereen had evenveel voor Anouk gedaan, en van haar gehouden. Ik wilde niet dat iemand zich hierover tekort gedaan zou voelen, en zei dat ook tegen Rino. Deze knikte, liep weg en sprak met zijn mannen.
Hij keerde terug met Pietro, die mij vroeg: “Don Giovanni, ik wil mij niets aanmatigen, maar ik zie het probleem. Als Franco en de twee Napolitaanse vaders het goed vinden, dan zou ik graag de drie Pugliesen willen vechten. Wij hielden ook allemaal van Anouk, en het is het allerminste wat wij nog nog voor haar kunnen doen.”
Ik keek hem ontdaan aan, en vroeg: “Denk je dat je dat redt met je been, Pietro? Ik zou je niet graag verliezen, vriend, omdat je een been gebroken hebt om mij te redden. Dat been is je tot last.”
De grote Bresciaan keek mij gekweld aan. Rino spuugde op de grond en zei: “Één Bresciaan is meer waard dan tien Pugliesen.”
Ik was niet overtuigd en vroeg Franco om raad.
Deze dacht even na, en knikte toen opgelucht.
“Dat is de oplossing, Gian. Zo zal het zijn.”
Terwijl de Pugliesen hun ‘curtielli’ uitgereikt kregen, ontdeed Pietro zich van alle overbodige kleren, zodat geen Pugliees hem vast zou kunnen pakken, terwijl een ander hem een messteek gaf. Toen de drie Pugliesen zich opstelden rond Pietro, zag ik pas waar deze mee zou vechten. Rino reikte hem twee korte timmermansbijltjes aan. Een formidabel wapen, als je ermee vechten kunt. Met twee bijltjes had ik nog nimmer iemand zien vechten.
“Als het misgaat, schiet dan die Pugliesen neer,” zei ik tegen Rino, “Ik wil hem niet verliezen.”
“Gian, Franco vermoordt mij, als ik dat doe. Franco is een man van eer.”
“Goed, ik ben normaal ook een man van eer, maar mijn vrienden zijn mij liever. Geef mij je wapen, Rino.”
Opgelucht gaf Rino mij de High Power Browning.
Pietro wist dat hij door zijn been, dat voor de helft in het gips zat, ernstig belemmerd zou worden, maar Pietro was dan wel een stille en bescheiden man, hij was zeker geen domme man. Hij liet zich door zijn vriend een vel papier geven en sneed dat met één van de twee bijltjes in tweeën.
“Jullie nekken,” zei hij tegen de Pugliesen, die op slag minder zeker gingen kijken, “Jullie hebben een vriendin van mij laten vermoorden. Een meisje van achttien jaar. Jullie zullen begrijpen dat ik jullie aan stukken moet hakken. Ik zal het snel en zo pijnloos mogelijk doen, als jullie mij tenminste het plezier doen, om zo veel mogelijk weerstand te bieden. Ik wil er wel een beetje van genieten. Wanneer jullie klaar zijn..., vrouwenmoordenaars.”
Voor de tweede keer in vierentwintig uur glimlachte ik. Pietro wist blijkbaar alles over hoe hij de psychologische overhand kon nemen. De drie Pugliesen waren super onzeker, toen zij aanvielen. Pietro nam de twee bijltjes halverwege de steel in zijn handen. Toen de eerste twee Pugliesen hem aarzelend naderden, stapte Pietro met een forse stap naar voren, tussen hen in. Terwijl de linker aanvaller het mes moest overgooien, of zich draaien, ving Pietro de messteek van zijn rechter aanvaller met een korte slag van de bijl. Het mes werd opgevangen in de hoek waar schacht en het bijlblad samen kwamen.
Pietro trok met zijn bijltje zijn rechteraanvallers arm omhoog terwijl hij het blad van zijn linkerbijl over de hals van zijn linkeraanvaller haalde. Er zat niet veel geweld in die slag..., meer elegantie eigenlijk, maar de linkeraanvaller werd half onthoofd. Zijn rechterarm nu van boven naar beneden draaiend, trok Pietro de messenarm van zijn rechteraanvaller mee naar beneden.
Op het punt dat het mes het bijltje zou verlaten, stootte Pietro het bijltje omhoog naar voren en plantte het blad in het voorhoofd van de rechteraanvaller. Op dat moment viel de derde Pugliees hem van achteren aan. Hij wilde Pietro’s keel doorsnijden. Pietro zou slechts één kans krijgen, maar meer had hij ook niet nodig. Hij plaatste beide bijltjes voor zijn hals, zodat het mes over de stalen bladen schraapte, zonder enige schade aan te richten.
De grote Bresciaan sloeg de bijltjes naar voren, zodat de messenhand van zijn laatste aanvaller meegetrokken werd. Zich in de messenarm draaiend, keek Pietro de Pugliees nu in zijn gezicht. Met de twee bijltjes nu uit slag-, stoot-, snij- of hakbereik kon Pietro maar één ding doen. De krakende kopstoot die hij gaf, was moordend. Het bijltje kon het gezicht van de Pugliees niet beter gespleten hebben. Het gevecht was over, maar Pietro was nog niet klaar.
Één Pugliees was al zo goed als dood, de tweede zou de volgende morgen niet halen, maar de derde was alleen gewond. Zonder haast en met beheerste bewegingen, hakte, en sneed Pietro hen aan stukken.
“Gillen, veel gillen, Pugliese varkens,” lachte hij.
Na vijf minuten keurslagerswerk, onthoofde hij de vier Santisti van de Sacra Corona Unita.
Hij verzamelde de vier hoofden, hield dezen aan het haar omhoog en terwijl het bloed nog uit de nekken liep, schreeuwde Pietro tegen de hemel: “Anouk, cuore di nostri cuori, questo abbiamo fatto per te, amore. T’amiamo tutti e sarai sempre nei nostri cuori. Sei bella, brava e buona! (Anouk, hart van onze harten, dit hebben wij voor jou gedaan, liefste. Wij houden van je en je zult altijd in onze harten zijn. Je bent mooi, lief en goed)”
“Weeh, weeh,” bevestigden wij ontroerd door de passie van Pietro. Deze gooide nu de hoofden op de grond, opende zijn gulp van zijn boxers en piste over de hoofden, terwijl hij minachtend zei: “Vi piscio in bocca, pezzi di merda. Ridete ora! (Ik pis in jullie bekken, stukken vuil. Lach als je kunt.)”
“Gian,” zei Lucio een paar uur later, “We wilden je dit geven, maar we moeten nu onmiddellijk terug naar Napels. De kranten zullen al bol staan van de massamoord op de Santisti en de ontvoering van vier van hen. Wij moeten terug voordat wij gemist worden, en iemand van de Sacra Corona Unita een link legt naar een mogelijke wraak voor Anouk. We waren graag langer gebleven, maar nu is het in ons aller belang om zo snel mogelijk terug te zijn. Als er een connectie naar ons wordt gelegd, dan worden jij en Franco in de vergelijking meegeteld.”
Ik zei: “Die hitman mag nimmer gevonden worden, want dan wordt het gemakkelijk raden. Wie krijgt de schuld van die aanslag? De mafia maakt haar handen daar niet vuil aan. De Camorra mag het niet gedaan hebben en de ‘Ndrangeta doet het niet. Wie krijgt hiervan de schuld?”
Renato zei: “Er zijn rebellerende groepen in de Sacra Corona Unita zelf. Die waren het al tijden niet eens met het beleid van de grote families. Toen wij veilig waren weggekomen met de Santisti en de ‘hitman’, hebben de Albanezen overal een paar dode Roemenen neergelegd.
Nou, de Roemenen vechten niet voor machtsovername, maar ze voeren wel moorden en ontvoeringen uit. Naar verwachting komt er -nu dat de top is weggevallen- een machtsstrijd in de Sacra Corona Unita. Normaal kijkt men naar oorzaak en gevolg. Hier is alleen het gevolg zichtbaar, dus de oorzaak zal wel snel bedacht worden. We hebben de rebellerende groepen een plezier gedaan, dus die zullen ons niet zo gauw als de oorzaak zien. Als we maar snel genoeg terug zijn.”
“En de top van de Camorra? Die zullen het wel weten, uiteindelijk heb je om toestemming gevraagd.”
“Gian,” antwoordde Renato lachend, “Hoeveel belangen denk je dat de Camorrra nu overneemt van de in chaos verkerende Corona Unita? Het is niet de eerste keer, trouwens.”
“Nee,” zei ik glimlachend, “Rafaele Cutolo van de Nieuwe Georganiseerde Camorra onderwierp Puglia al in 1981. Mijn God, hier is over gedacht. Maar ja, ik had het kunnen verwachten van je. Hoe kan ik ooit mijn schuld aan jullie betalen?”
“Gian,” zei mijn oude vriend Umberto, “Zorg dat Anouk naast onze arme vriend Ennio wordt bijgezet.”
“Jan,” zei Pam bij het vertrek, “Ik had je liever onder andere omstandigheden weergezien, maar het was goed je te zien. Doe wat je doen moet, maar geef nooit op, Jan! Eens komt het allemaal goed.”
“Pam, Pammie,” stamelde ik, “Je hebt een geweldige man en een geweldige familie in Napels. Ik kom jullie snel opzoeken. Bedank je man van mij om wat hij heeft getracht te doen. Laat nooit, never nooit iemand het weten Pam. De Camorra vergeeft niet. Zelfs nu niet. Je man heeft viool met de duivel gespeeld.”
We omhelsden elkaar als de lovers die wij eens waren. Renato en zijn vader, Lucio, keken goedkeurend toe.
Met tranen in onze ogen zagen wij onze Napolitaanse vrienden vertrekken. Franco pakte mij arm en vroeg: “Waarom blijf je niet in Italië, Gian? Kom bij ons wonen. Al je vrienden zijn hier, wat moet je nog in dat gore Holland?”
“Misschien doe ik dat wel, Franco. Ja, dat is misschien net wat ik doe. Zorg maar dat ik een huis kan kopen met een beetje ongewassen geld, en ik kom bij je in de buurt wonen.”
“Bullshit, je komt bij ons wonen.”
Een maand later zou ik naar Holland vertrekken om de as van Anouk bij te laten zetten. Stefano en Pietro hadden mij geen moment alleen gelaten, totdat zij er van overtuigd waren dat ik weer goed was, en mijzelf niets aan zou doen.
De avond voor mijn vertrek was ik uitgenodigd bij Pietro en zijn vrouw. Het goede mensje bedankte mij huilend, omdat ik het huis had gekocht voor ze.
“U bent een goed mens, Don Giovanni,” zei ze, terwijl zij mijn handen bleef strelen.
“Nee signora, ik ben een zwerver. Uw man, Pietro, hij is een man van eer. Hij heeft mijn leven gered en hij heeft de moord op mijn geliefde gewroken. U bent een bevoorrechte vrouw.”
“Lo so, lo so (ik weet het, ik weet het) Don Giovanni.”
Aan alles komt een einde en de volgende morgen toen ik weg wilde rijden, vroeg Franco of ik het erg zou vinden om een stukje achter hem, Stefano en Pietro te rijden. Ik vond dat natuurlijk helemaal niet erg, ik dacht eigenlijk dat Franco een huis voor mij gevonden had.
De tocht voerde langs het Gardameer en ik dacht terug, hoe ik hier had gelopen de eerste dag. Ik herkende de parkeerplaats waar ik toen geslapen had. Vreemd dat Franco deze richting had gekozen.
Toen wij door Mezzocorona waren gereden, wist ik dat er iets aan de hand was. Het was dezelfde route die ik gelopen, of liever gezegd, gestrompeld had. Acht kilometer voor Dermulo stopte Franco. Stefano, Pietro en hij stapten uit de Landcruiser, dus ik volgde hun voorbeeld.
Ik herkende de rots waar ik tegen gerust had, nadat ik in elkaar was gezakt. De rots waarnaast ik bijna gestorven was.
“Kom Zio,” zei Stefano.
Ik liep aarzelend naar de rots..., en keek waar iedereen naar keek.
In de rots was het gezicht van Anouk uitgebeiteld, met daaronder: Anouk 1990 – 2008 Un vero angelo. (Een ware engel) De afbeelding was zo levensecht dat het bijna een foto leek. Ik knielde en kuste haar gezicht, terwijl de tranen weer uit mij ogen stroomden.
“Dat is prachtig, dat is werkelijk ongelooflijk. Jullie zullen mij nu echt vaak gaan zien, dit is het mooiste wat ik ooit gezien heb,” snotterde ik, “Wie heeft dit...”
Franco knikte naar Pietro.
“De broer van mijn vrouw is beeldhouwer, Gian. Hij heeft hieraan gewerkt vanaf dat hij mij had opgezocht in het ziekenhuis in Mezzocorona, tot gisteren. De mannen van Rino wilden hem betalen, maar hij zei: ‘ik wil geen geld, ik wil de man zien die zijn leven voor zijn reeds dode geliefde wilde geven’”
“Ik wil hem graag ontmoeten, Pietro. Dit is zo mooi, ik weet niet wat ik zeggen moet,” zei ik.
“Ik wel,” zei Stefano, “Wij gaan weg en laten u hier even uitrusten, Zio. Blijf niet te lang weg deze keer.”
Ik kuste mijn vrienden vaarwel, en zag hen even later wegrijden.
Knielend voor de rots, aaide ik het gezicht van Anouk. Ik besefte dat ik weer met mij therapie opnieuw moest beginnen, maar Anouk, de ware engel was het waard.
“Anouk,” zei ik, “Ieder jaar maak ik een bedevaart van Franco’s huis naar hier. Ik zal zorgen dat ik in betere conditie ben, en dat ik meer drink, maar ik kom je ied er jaar opzoeken, dat zweer ik.”
Ik kuste haar gelaat en liep hevig geëmotioneerd naar mijn Audi.
“Jan?” hoorde ik Anouk vragen.
“Ja?” antwoordde ik verbaasd, terwijl ik naar de rots keek.
Het uitgebeitelde gezicht van Anouk begon te gloeien en kwam tot leven. Ik zag haar lippen bewegen, toen zij zei: “Jan, bedankt dat je mij gewroken hebt en bedankt dat je een vrouw van mij hebt gemaakt. Pas goed op jezelf, lieve Jan.”
Ik wilde naar haar toe lopen, maar ze zei: “Ga nu, Jan. Zet mij bij mijn ouders, lieveling.”
“Anouk,” schreeuwde ik.
Het gezicht vervaagde weer in de gebeitelde rots.
Na een uur naast de rots gewacht te hebben, om te zien of zij nog terug zou komen, besloot ik dat het een visioen was geweest. Ik kuste wederom haar gezicht, stapte in de auto en reed weg.
Een uur later, toen ik de Brennerpas over reed, was ik redelijk gekalmeerd. Verdriet, eenzaamheid, de stilte en energie in de natuur kunnen vreemde dingen met een mens doen, besloot ik.
De gehele weg terug naar Holland, herbeleefde ik het verhaal van Anouk de Killa Gal.
Anouk de Engel. De Engel der Wrake. Waar ze ook mag zijn..., dat is de plaats waar mijn hart is..., maar om er voor te zorgen dat de rest van mij daar niet voortijdig naar toe gaat, zit Pietro nu naast mij.
Zijn vrouw en Stefano hadden hem bevolen op mij te passen, tot ik weer goed zou zijn. Ik ben er blij mee, want hij herinnert mij ieder moment van de dag aan Anouk..., en zo wil ik het ook.
Ode aan Anouk [Angela di Massimo Ranieri]
Angela,
te chiamarano li Santi,
[De Heiligen hebben je tot hen geroepen]
Angela,
te faccette stesse Dio.
[En zo deed ook God]
Angela,
ca pe' 'tte morono tante,
[Hier sterven er velen voor jou]
Angela,
ca pe' 'tte moro pur'io.
[Hier voor jou sterf ook ik]
Se jesse in Paradise
cu' li Santi
[Als ik in het Paradijs zou zijn met de Heiligen]
e nun truvasse a 'tte,
me n'esciarria.
[en ik zou jou daar niet vinden, dan zou ik vertrekken]
Se jesse 'o Inferno
e te truvasse accanto,
[Als ik je in de hel naast mij zou vinden]
'stu Inferno, e' Paradise
pe' 'mme sarria.
[dan zou de Hel voor mij het Paradijs zijn]
Angela,
ca pe' 'tte morono tante,
[Hier sterven er velen voor jou]
Angela,
ca pe' 'tte moro pur'io!
[Hier voor jou sterf ook ik]
|