Cause and consequence…
Drie maanden later.
Ik had niet de moed om Perparim in zijn ogen te kijken toen hij mij zijn plan vertelde. Ik wist, ik voelde dat ik tekort g
eschoten was en dat ik het met hem moest uitpraten. Wat Perparim betrof, viel er niets uit te praten, maar zo was het niet hoe het voor mij voelde. Net als vlak na de moord op Anouk, voelde ik mij schuldig. Schuldig, omdat ik er weer niet in was geslaagd om iemand die mij dierbaar was, te beschermen.
De avond, twee dagen voor mijn ontmoeting met Perparim, had Natasja mij de deur gewezen. Na de begrafenis van de vangelista was ik niet meer te genieten en hoewel ik veel om Natasja gaf, was mijn humeur om op te schieten. Ik was niet naar tegen haar, absoluut niet, maar ik weigerde te praten over wat mij dwarszat, hetgeen natuurlijk in mijn, en later ook in Natasja’s humeur gereflecteerd werd.
Ik weigerde te praten want ik wist al wat Natasja’s reactie zou zijn. Hetzelfde als de reacties van al mijn vrienden waren geweest. Volgens hen was het niet mijn schuld dat wij hadden nagelaten om de Serviërs te fouilleren.
Stefano, die als eerste mijn 'moodswing' bespeurde, had mij apart geroepen en gezegd: “Zio, stop daarmee. Er is geen enkele reden om u schuldig te voelen. U hebt een ‘sterling job’ gedaan met de Sacra Corona Unita, maar u kunt niet alles controleren. Niemand kan dat. Daarnaast is het zo dat Renato, Flavio en ik genoeg strijdervaring hadden om die Serviërs gelijk op wapens te controleren. Als er dus een fout is gemaakt dan is het net zoveel onze fout. Verder geneest Perparim goed en de doktoren hebben hem verzekerd dat hij geen enkel blijvend letsel van de messteek zal overhouden. Hij moet het alleen een jaar rustig aandoen.”
“Wat je zegt, is niet helemaal juist, Stefano. Hij zal wel een letsel overhouden. Een verwonding in de vorm van een schuldgevoel dat hij er niet in is geslaagd om zijn vermoorde gezin te wreken. Dat is één. Twee is dat ik de coördinator was, ik heb dus gefaald en het is zo shitfuckingsimple als dat.”
“Niet waar, als u het zich goed herinnert dan weet u dat u even voor het gevecht het commando aan Perparim had overgedragen.”
“Dus nu moet ik Perparim verantwoordelijk houden dat hij ernstig gewond is geraakt, omdat hij als coördinator gefaald heeft? Kom nou toch, Stefano. Dat is met recht ‘adding insult to injury’. Over de messteek komt hij heen... over zijn schuldgevoel... misschien nooit.”
“En u kunt het weten, nietwaar? U bent de expert op het gebied van schuldgevoelens. Eerst met Anouk en nu met Perparim. Als u gelijk hebt dan zou ik mij schuldig moeten voelen omdat mijn vader vermoord is... en ik er niet was om hem te beschermen. Nou zio, ik voel alle emoties en soms voel ik helemaal niets; ik ben dan een levende dode, maar ik heb geen schuldgevoel. Maar ik weet wel wat er met u aan de hand is.”
“Ik ben er zeker van dat je het mij ook gaat vertellen,” zei ik hatelijk. “Stefano, vergeef mij, ik ben inderdaad mijzelf niet. Dat was een pleurisopmerking. Vergeef me.”
“Nee, ik vroeg erom, zio. U had gelijk om mij tot orde te roepen. Maar dit is wat ik denk: ‘tijdens de begrafenis van de vangelista hebt u eindelijk Anouk ter ruste kunnen leggen. U leefde eerst met haar nagedachtenis. Niet meer in de vorm van een schuldgevoel, zoals vlak na de moord op haar, maar u leefde constant met de gedachte aan haar. Toen de vangelista begraven was, begreep u dat dit gevoel, deze constante gedachte zou gaan verdwijnen en u ervoer dat onbewust al als een gemis. Dat gemis hebt u vervangen door het schuldgevoel jegens Perparim. Als u erover nadenkt, zult u inzien dat ik gelijk heb. Het is niet juist en zeker niet eerlijk tegenover Natasja.’”
Zoals altijd had Stefano gelijk en ik fucking wist het. Ik wist ook dat ik er om die reden nooit met Natasja over zou kunnen praten. Vrouwen zijn scherp met dat soort dingen en dat zou een belediging voor haar zijn, ook al was Anouk er dan niet meer. Ik hield dus mijn mond dicht.
“Jan,” had Natasja die bewuste avond gezegd, “ik wil dat je weggaat. Ik wil dat je weggaat omdat je niet meer de man wilt zijn, die ik zo goed heb leren kennen. Ik kan zo niet leven. Begrijp mij goed Jan, ik houd ontzettend veel van je. Je bent een eerlijke en een heerlijke man en ik zou morgen met je trouwen, maar niet zoals je de laatste maanden bent geweest.”
“Natasja, geef mij even de tijd. Het gaat over, ik weet het, maar ik moet met mijzelf in het reine zien te komen.”
“Dat weet ik en daarom wil ik ook dat je gaat. Ik zeg dit met alle respect voor jou en voor Anouk, maar ik kon niet concurreren met een meisje dat voortleefde in jouw gedachten, noch wilde ik dat. Ik kon je begrijpen en was bereid om het alle tijd te geven, juist omdat ik zoveel van je houd.
Als jij echter een gemis door een vermeend schuldgevoel gaat vervangen, dan moet ik opgeven. Ik zal dan nooit voor jou de betekenis hebben, die jij voor mij hebt. Begrijp mij heel goed: ik houd van Perparim als van de meest dierbare vriend die ik ooit heb gehad. Je loyaliteit strekt je tot eer, maar dit is overdreven, want je weet dat Perparim er nog niet eens aan heeft gedacht om je de schuld te geven. Zelfs Skender heeft met zijn schuldgevoel afgerekend en hij had meer redenen dan jij om zich schuldig te voelen. Hij is Perparims lijfwacht, maar zelfs toen het gebeurd was, voelde hij zich het meest schuldig tegenover Perparims gedode lijfwacht, Besnik. Ga Jan, ga en doe je ding. Als je het daarna nog de moeite waard vind om mij op te zoeken, wel, je weet dat ik je graag zie. Omhels niet alleen Perparim, maar omarm iedereen van mij. Je hebt geweldige vrienden. Enne Jan?”
“Ja Natasja?” had ik met verstikte stem gevraagd.
“Ik ben nimmer jaloers geweest op Keiki. Ik deed dat met opzet om je goed te laten voelen. Ik was trots dat mijn man vrouwen kon aantrekken die zo mooi en geweldig waren als Keiki, maar dan... jij bent ook geweldig. Ga nu... maar omhels mij eerst.”
De eerste vijfhonderd kilometer van mijn reis naar Italië leek het wel of de voorruit van mijn Mercedes-motorhome van matglas was gemaakt, de ruit bleef beslaan. Ik was verstikt van verdriet en medelijden met Natasja. De tranen verlieten mijn ogen alsof er geen ‘fucking tomorrow’ meer zou komen. Verdriet om Natasja en medelijden met Natasja. Opnieuw voelde ik mij schuldig. Ik begon mij af te vragen of ik wel helemaal normaal was, toen ineens de woede inzette. Woede is mijn leven lang een trouwe vriend en helper geweest. Bij Karlsruhe was mijn stemming honderdtachtig graden gedraaid.
“Jan, je bent een kakzak. Je doet mensen pijn, die van je houden en je doet jezelf pijn omdat je geen rattenreet om jezelf geeft. Het wordt tijd dat je een hendel op reet monteert want zo gaat het niet goed. Je voelt je schuldig vanwege Perparim? Okay, je bent logisch genoeg om dingen te kunnen beredeneren, maar dat gaat nu blijkbaar niet. Je gaat het dus oplossen. Hoe? Dat weet je nog niet, maar het heeft je nimmer aan ideeën en oplossingen ontbroken. Je gaat met Perparim praten. Je praat met Skender. Je praat met iedereen en je praat net zo fucking lang totdat er geen fucking schuldgevoel - dat je in je gemis kunt duwen - meer is. Het wordt tijd dat je de realiteit onder ogen ziet, fucker. Trek je vinger uit je reet en wanneer je...”
Op dat moment ging de telefoon. ‘Natasja’, hoopte ik.
“Ciao zio, waar bent u?”
“Ciao Stefano, op weg naar jou toe als dat goed is.”
“Non dire cazzate, zio . Ik probeerde u eerder bij Natasja te bellen, maar die vertelde mij dat u vertrokken was. Ze loeide van het huilen aan de telefoon. Wat is er gebeurd, zio?”
Ik had Stefano verslag gedaan van wat er die avond was voorgevallen. Het was even stil geweest en toen had Stefano gezegd: “Ik hoef u niet te zeggen dat zij gelijk heeft, ik zeg u wel dat zij van gedachte zal veranderen, of u nu wel of niet uw denkwijze verandert. Natasja is een trotse vrouw, maar ik weet dat ze veel van u houdt. Dat komt wel goed en dat was dan gelijk het goede nieuws.”
“Geen problemen hoop ik?”
“Wel, aan één kant ben ik blij dat u op weg naar mij toe bent. Het is een bijzonder vreemd en lastig probleem. Niets heavy, maar geloof me, zio, het laatste dat wij willen, is dat het een situatie wordt. Ik kan met de beste wil van de wereld geen oplossing bedenken. Er is geen gevaar of zo, maar zoals ik al zei: het kan naar worden. Wanneer denkt u hier te zijn?”
“Als er geen onmiddellijke haast bij is dan neem ik een motel in Zwitserland, want ik ben afgestoffeerd. Ik ben dan morgen rond elf uur bij je.”
Ik had die nacht beter kunnen doorrijden want door het gebeurde de avond ervoor en de gedachte dat we mogelijk een probleem hadden, kon ik de slaap niet vatten. Als Stefano het niet op kon lossen, betekende het dat er werkelijk een probleem was. Om vijf uur ’s nachts besloot ik te gaan rijden, des te eerder zou ik weten wat er aan de hand was.
Rond negen uur was ik die ochtend bij Stefano’s huis aan het Gardameer gearriveerd. Ik zag de gepantserde Audi A8 van Perparim ook op de oprijlaan staan. ‘Mijn God,’ dacht ik, ‘nu heb ik helemaal geen excuus om het praten met hem nog langer uit te stellen. Nou ja, misschien is dat maar beter ook.’
Stefano, Pietro en Perparim waren naar buiten gekomen om mij te verwelkomen. Nadat Stefano en ik elkaar hadden omhelsd, werd ik door de twee reuzen zowat uit elkaar gerukt. Niets, maar dan ook niets wees erop dat Perparim ook maar enige rancune jegens mij koesterde, wat alles nog moeilijker voor mij maakte.
Donatella, Stefano’s vrouw, had ons koffie in Stefano’s kantoor gebracht. Ik zag aan haar ogen dat zij van het probleem op de hoogte was want ze keek verre van vrolijk. Tijdens de koffie hadden wij onze ervaringen van de laatste maanden uitgewisseld, maar gedurende de gesprekken viel het mij op dat ook Perparim ongewoon stil was. Hij was eigenlijk nooit een prater geweest, maar een grap op zijn tijd had hij altijd wel weten te lanceren.
Toen wij onze koffie op hadden, stonden Stefano en Pietro op. Stefano zei: “Perparim, luister naar Gian als je wilt. Zio weet nog van niets dus je zult het hem zelf moeten vertellen. Ik heb niets verteld. Ik begrijp en ik respecteer wat je doen wilt, maar het is om ernstige moeilijkheden vragen. Oude vriend, je hebt een klote tijd gehad en wij begrijpen dat allemaal. Vraag je na je gesprek met Gian af of het allemaal wel de moeite waard is.”
De twee mannen vertrokken en ik bleef met Perparim achter. Ik durfde hem niet in zijn ogen te kijken. Een tijdje sprak er niemand. Ik vroeg mij af wat Perparims probleem kon zijn.
“Ik heb een probleem,” zeiden wij allebei tegelijk. We zagen de humor en schoten in de lach. Dat was tenminste al iets.
“Laten wij dan hopen dat het een gezamenlijk probleem is, Perparim, want dan is het maar één probleem.”
“Nee, ik denk het niet, Gian. Begin jij maar met jouw probleem, mijn moeilijkheid blijft nog wel even goed.”
“Ik denk dat het beter is dat jij begint. Het heeft niets met je gezondheid te maken, hoop ik?”
“Nee, nee. Dat niet. Tenminste nu nog niet, maar als ik mijn plan uitvoer dan kon mijn gezondheid daar wel eens ernstig onder gaan lijden, als ik Stefano moet geloven. Ik zal je vertellen wat het is, als dat goed is.”
“Please do!”
“Nadat ik weer bij mijn positieven kwam in het ziekenhuis, vertelde Skender mij wat er precies gebeurd was. Hij voelde zich enorm schuldig tegenover mij, maar hij voelde zich vooral schuldig omdat Besnik zijn leven had gegeven om mij te redden. Ik heb goed naar Skender geluisterd en ik zei hem niet zo achterlijk te doen. Er was geen enkele reden...”
“Ik wist het. Dit is een fucking set-up, maar niet een echt ‘clevere’. Ik had gedacht dat jij en Stefano wel iets subtieler konden zijn om mij beter te laten voelen. Het is dus een gezamenlijk probleem. Wel, des te beter.”
Perparim keek mij niet begrijpend aan en zei: “Gian, ik snap het niet. Echt niet, jij komt in het hele verhaal niet voor.”
“Says you!”
“Ja, dat zeg ik zeker, tenzij jij iets weet wat ik niet weet. Geef mij een kans. Ik voel mij al rot genoeg.”
“Wel, dan hebben wij toch iets gemeen.”
“Wil jij liever eerst praten, Gian?”
Iets zei mij eerst naar Perparim te luisteren. Stefano wist dat hij nimmer zo’n doorzichtige truc langs mij heen kon duwen. Ik was even te impulsief geweest omdat mijn probleem de laatste maanden niet alleen mijn gedachten, maar ook mijn leven hadden beheerst.
“Nee, neem mij niet kwalijk. Ik vertel het je straks, praat jij eerst. Sorry voor de onderbreking.”
“Skender was dag en nacht bij mij in het ziekenhuis en na een paar dagen zag ik dat ik zijn aandacht kreeg. Overtuigd was hij nog niet, maar hij werd met de dag beter. Mag ik je iets vragen, Gian?”
“Ja natuurlijk.”
“Zou je mij precies willen vertellen wat er gebeurde nadat ik neergestoken was? Ik bedoel natuurlijk... voor zover je het kunt herinneren.”
“Ik zie het nog dagelijks voor me, Perparim. Nadat jij werd gestoken, slaagde je er nog in om Malisĕvo van je af te gooien.
Toen Malisĕvo voor de tweede keer stak, ving Besnik de steek met zijn lichaam op en stierf ter plaatse. Jij zakte in elkaar...
Ik sloot mijn oogleden en liet het afgrijselijke tafereel zich wederom voor mijn geestesoog afspelen. Honderden keren had ik de laatste maanden het verloop gezien en iedere keer opnieuw had ik mij schuldig gevoeld. Terwijl ik het onderschrift bij de geestesfilm als verslag aan Perparim deed, voelde ik mij langzaam ontspannen. Het voelde als een therapie, een biecht... een bevrijding. Ik voelde hoe de tranen over mijn wangen rolden toen ik aan de finale kwam.
...Het was gruwelijk, Perparim, maar laat het volstaan te zeggen dat de zes meisjes de repen van Malisĕvo afsneden en hem levend vilden. Plotseling, en als bij toverslag stopten zij, want de Serviër was dood. Dat was het moment dat de ambulance arriveerde. Natasja is met je meegegaan naar het ziekenhuis. Zij en Skender waren niet meer bij je bed weg te slaan...”
Ik stopte mijn verslag en zag dat ook bij Perparim de tranen uit zijn ogen drupten. Ik pakte zijn handen, maar zei niets. Hij zou het mij wel vertellen... wanneer hij er klaar voor was.
Perparim pakte zijn befaamde grote witte zakdoek uit zijn zak en droogde zijn ogen voordat hij zei: “Gian, ik heb twee problemen, maar praat over het laatste niet met Stefano want die maakt zich al ongerust over het eerste probleem. De tweede moeilijkheid lost zich waarschijnlijk vanzelf wel op.”
“Wil je het mij vertellen, mijn oude vriend?”
“Ja Gian. Stefano heeft volkomen gelijk, temeer daar ik er zelf een fuck-up van heb gemaakt. Jij bent een Hollander en die zien dingen toch weer anders dan een Bresciaan, Albanees of Napolitaan. Ik bedoel te zeggen: misschien vind jij ergens een oplossing voor mij. Dit is mijn probleem:
Herinner jij je de avonden dat ik met Natasja heb zitten praten terwijl jullie het strijdplan ontwierpen?”
“Ja...,” zei ik met een vreemd voorgevoel.
“Wel, je weet dat ik na de dood van mijn gezin geen vrouw meer heb aangeraakt of nog wilde hebben. Je weet dat ik zelfs een tijd met een man heb geleefd. Bozena Powazki.”
“Ja, arme Bozena. Ik denk nog veel aan hem.”
“Ja, ik ook, maar tijdens de avonden dat ik met Natasja sprak, met haar lachte en zij met mij huilde, begon ik het leven weer anders te zien, Gian.”
“O Perparim, je bent verliefd op Natasja geworden. Nou dat kan ik mij...”
“Gian, als dat zo was dan zouden jij en Natasja dat nooit weten. Ja, ik ben verliefd geworden op de vrouw Natasja, maar ik begeer haar niet. Ik vind haar prachtig en ik ben haar dankbaar voor haar vriendschap en het feit dat zij weer iets in mij heeft doen opleven. Het gevoel voor een vrouw.
Ik voelde mij gelukkig in die dagen en toen kwamen de meisjes uit Napels...”
“Laat mij eens raden,” vroeg ik, “Keiki?”
Perparim keek mij eerst zwijgend aan. Toen knikte hij en zei: “Ja Gian, Keiki. Ik zal je vertellen hoe het kwam want je denkt nu dat ik krankzinnig ben. Nogmaals, geef mij een kans.”
“Ik denk helemaal niet dat je krankzinnig bent. Je zou krankzinnig zijn als je niet verliefd op haar was. Mijn God, ik moest mij inhouden want ik werd zelf zowat verliefd op Keiki. Die vrouw, dat meisje is net Stefano, alleen is ze veel mooier. Ze heeft zoveel klasse dat er geen eind aan komt. Ga door met je verhaal, alsjeblieft.”
“Je herinnert je die restaurantjes waar we een beetje het personeel en de boel vernield hebben. Nou, ondanks dat Keiki de eigenaar zowat in, en uit elkaar trapte, kreeg ik een drang om haar te beschermen dus ik gaf die eigenaar een draai om zijn oren. Het was toen absoluut niet om indruk op Keiki te maken, want zij was veel beter dan ik. Het stoorde mij dat die eigenaar zich probeerde te verdedigen en daarbij Keiki aanraakte. Maf hè?”
“Maf? Nee, helemaal niet. Ik zie het helemaal voor me.”
“Dank je, Gian. Ik realiseerde mij natuurlijk dat ik nooit mijn gevoelens kenbaar kon maken, want het kon toch nimmer iets worden, maar ik voelde mij er wel goed bij. Maar toen kwam de afrekening met Malisĕvo en hier ‘fuckte’ ik ‘up bigtime...’”
“Maar waarom, Perparim? Het was een gevecht...”
“Luister, wanneer jij in mijn schoenen had gestaan, hoe zou jij het hebben gedaan?”
“Als ik kon wat jij kunt? Ik had hem neergeslagen. Daarna zou ik zijn knieën hebben gebroken, zodat hij niet meer op kon staan en daarna zou ik hem heel langzaam vermoord hebben. Maar ik had het nooit gered van...”
“Kijk, dat bedoel ik nu. Jij gaat op zeker. Ik heb het je zien doen met die lijfwacht in dat kasteel in Abruzzo. Je schoot hem eerst door zijn knieën en daarna sloopte je hem. Toen liet je hem de naam van onze lieve Tomcat zeggen en hij stierf met die naam op zijn lippen doordat je een mes in zijn strot stak, nietwaar?”
“Iedereen doet het op zijn eigen manier, Perparim. Ik zou geen partij voor die lijfwacht zijn geweest dus ik moest de doelpalen wat dichter bij elkaar zetten. Net zoals je zojuist zei: ik ga op zeker.”
“Ja, en ik wilde het te mooi doen, Gian. Ik moest hem zo nodig een kans geven en laten zien hoe goed ik was. Dat is wat een vrouw met je doet, zonder dat je je er van bewust bent. Ik heb nimmer zo gevochten in mijn leven. Een paar seconden en het was over... voor mijn tegenstanders. Ik had hem met twee klappen dood kunnen slaan. Geloof je me?”
“Nee, ik weet dat je dat kunt, ik heb het maar al te vaak gezien. Ja, ik heb mij er wel over verbaasd, maar ik dacht dat het jouw manier was om van je wraak te genieten.”
“Dat was het ook, maar ik wilde aan Keiki laten zien dat ik ook wel goed was en door dat te doen, heb ik gefaald in het uitvoeren van mijn wraak voor mijn gezin. Ik ben een imbeciel geweest en ik schaam mij dood. Het gaat echter verder.
Ik hoor dan van Skender, en nu net van jou, dat Keiki nog eerder bij Malisĕvo was dan Stefano. Nou, dat is al een wonder op zich. Onvervaard viel zij hem aan en klom tegen hem omhoog door de ‘Warrior Knives’ in zijn rug te slaan alsof zij met ijsbijlen een bergwand beklom. Daarna begon zij hem te wurgen. Dan komen de andere meisjes haar te hulp en samen hebben zij Malisĕvo geslacht.”
“En hoe,” zei ik. “Het was naar om te zien, maar ik zeg je wat anders en ik weet niet of het jou nog opgevallen is. Voorafgaand aan je gevecht somde jij op wat Malisĕvo met je gezin had gedaan. Natasja huilde zoals zij al eerder had gedaan. De engelen der wrake loeiden echter van woede. Ik ben ervan overtuigd dat zij jou wilden wreken, maar wat zij hoorden over je arme gezin heeft hen dat moment in hyena’s veranderd. Ik denk dat zij dicht tegen een tijdelijke vlaag van waanzin aan zaten, want ze hebben die Serviër werkelijk aan repen gesneden.”
“Is het fair om te zeggen dat zij voor mij mijn gezin gewroken hebben, Gian?”
“O, absoluut! Beter had jij het nimmer kunnen doen en weet je waarom niet?”
“Malisĕvo was een vrouwen- en kindermoordenaar en hij is nu vermoord door vrouwen die niet zo lang geleden nog kinderen waren. Bedoel je dat?”
“Dat is helemaal juist. Heb je er vrede mee dat anderen nu jouw wraak hebben uitgevoerd?”
“Meer dan vrede, Gian. Ik ‘fuckte up’ omdat ik zo nodig moest laten zien wat ik kon. Ik verdiende alleen daarvoor al te verliezen, maar zes prachtige vrouwen hebben mijn wraak overgenomen. Mijn vrouw zal trots op mij zijn dat ik zulke mooie en goede vriendinnen heb.”
“Gek, zoiets zei Natasja gisteren over mij.”
“Hoe is het met mijn favoriete vrouw?”
“We hebben een paar problemen, maar we zijn als vrienden uit elkaar gegaan. Ze zei mij je te omhelzen van haar.”
“Dank je wel, Gian. Het spijt mij dat jullie problemen hebben. Jullie passen zo mooi bij elkaar. Sorry, ik draaf maar door over mijn problemen en ik vraag niet eens of ik wat voor je kan doen. Kan ik je ergens mee helpen, Gian?”
“O, maar dat doe je al, Perparim. Geloof me, dat doe je. Praat alsjeblieft verder.”
De Albanees keek mij bevreemd aan, maar vervolgde zijn relaas.
“Goed, ik maakte dus een ‘arse’ van mijzelf en de meisjes voerden de wraak uit. Zij hebben mij en mijn gezin gewroken. Ik heb een tweede kans gekregen en ik weet weer wat liefde voor een vrouw is. Praat daar alsjeblieft niet over want niemand zal dat ooit weten, maar ik vind wel dat ik de meisjes moet belonen.”
“De meisjes zijn beloond, Perparim,” zei ik en vertelde hem van de Golfjes GTI en de mobiele moordboetiek van Anouk.”
“Ja, dat heb ik gehoord. Jammer dat ik daar niet bij kon zijn. Ik vind... nee, ik wil hen belonen. Luister Gian: Stefano heeft mij een rijk man gemaakt. Ik heb meer geld dan ik in mijn leven op kan maken. Ik wil mijn aandeel in het Illuminati-geld in zeven gedeelten verdelen. Zes gedeelten voor de meisjes en het zevende gedeelte voor Natasja. De vrouwen hebben mij gelukkig gemaakt. Mijn leven is weer begonnen, denk ik.”
“Wow,” zei ik, “je hebt inderdaad een probleem, Perparim.”
“Ja, dat zei Stefano ook, Gian. Maar waarom dan toch? Ik mag mijn dankbaarheid toch wel tonen?”
Ik zweeg een tijdje en dacht na hoe ik één en ander moest formuleren tegen Perparim. Woorden zouden hier echt de muziek moeten maken, maar de uitvoering van de symfonie moest zorgvuldig worden gedirigeerd.
“Perparim, ik kan natuurlijk niet voorspellen hoe de meisjes op je voornemen zullen reageren, maar ik weet dat Natasja het nimmer zou accepteren. Natasja houdt van je, maar zij is ook een trotse vrouw. Nou, Natasja is een Nederlandse vrouw en wanneer zij het niet aanneemt dan zegt mijn logica mij dat de meisjes van ANNOUK het zeker niet zullen accepteren.
Het zijn Napolitanen en die zijn opgebouwd uit trots en temperament. Ze zouden je dankbaar zijn. Zij zouden zich gevleid en beloond voelen door je voornemen, maar nee, ze zouden het niet aannemen. Om die reden hebben Stefano en ik ook de GTI’s bedacht. Dat was een cadeau; wat jij wilt doen – vergeef mij dat ik het zeg - lijkt op... ik zeg... lijkt op liefdadigheid. Waarom geef je ze niet een cadeau? Dat kunnen ze niet weigeren en je kunt het zo duur maken als je wilt. Even wat anders: ik vraag je met respect en zonder enige kritiek of dit niet een ander briljant idee van je is, om Keiki te imponeren, want dan mijn beste Perparim... dan doe je het echt helemaal fout!”
“Gian, ik blijf geen fouten maken. Mijn redenering is als volgt: ik kan voor de meisjes een cadeau kopen, maar ik wil ze iets geven dat lijkt op wat zij mij hebben gegeven. Een leven. Ik voel dat ik van hen een nieuw leven heb gekregen en om die reden wil ik hen een leven geven; een leven waarin zij financieel volkomen onafhankelijk zullen zijn.”
“Nou, dat is liefdadigheid. Formuleer het zo in Napels en je ligt weer in het ziekenhuis... als je geluk hebt. Napolitanen zijn trots, Perparim. Ik begrijp je bijzonder goed en het is precies wat ik zou doen, maar je kunt dat niet zo maar lanceren. Je moet dus met een goed verhaal komen en daar ligt het probleem. Renato, bijvoorbeeld, is een hersenatleet en die doorziet je in twee tellen. Lucio heeft zo’n geweldige levenservaring dat hij zou voelen dat je verhaal niet klopt. Vreemd genoeg zouden Lucio en Renato je het meest bewonderen om je gebaar.
Ik ben echter bang dat het met de rest van de families niet zo eenvoudig ligt. De families van Lucio en Umberto vormen de camorraclans. De rest van de families zijn niet arm, maar maken geen deel uit van ‘Het Systeem’. Het is daar dat je onbegrip en mogelijke vijandigheid zult ontmoeten.”
“Kun je niet iets voor mij bedenken, Gian? Er is mij echt veel aan gelegen.”
“Als ik het met een truc doe en het komt uit dan verlies ik het respect en een vriendschap van meer dan veertig jaar... als ik niet meer verlies dan dat. Nu is het niet zo dat ik vriendschappen tegen elkaar afweeg en ik zal je helpen op drie voorwaarden.”
“Het maakt mij niet uit wat voor voorwaarden dat zijn.”
“Misschien wel als je hoort wat die condities zijn.”
“Nee, ik wil het proberen. Ik zou het zo geweldig vinden als ik die meiden voor het leven zou kunnen opzetten, Gian. Die verliefdheid op Keiki gaat wel over. Belangrijk is dat ik dat heb mogen voelen. Dus wat zijn je voorwaarden?”
“Ik deel mijn plan met Stefano, maar ik wil dat hij er niet in betrokken wordt. Jij en ik gaan samen naar Napels. Stefano is een loyale gozer en hij zou altijd met ons mee gaan, ook al zag hij helemaal niets in het verhaal. Dat mag ik niet van hem verlangen, noch is het nodig. Ik wil niet riskeren dat hij het respect en de vriendschap van de camorra verliest.
Daarnaast moet ik er met iemand van de clan over praten, mogelijk twee. Mijn gevoel zegt Renato, mijn loyaliteit zegt Lucio. Als één of beiden zeggen dat het een ‘nono’ is dan is het plan van de baan en ik hoor je er niet meer over.”
Perparim dacht even na en knikte toen.
“Ik wil er alles aan doen en als het jou niet lukt dan moet ik opgeven. Wat is je derde voorwaarde?”
“Ik wil dat je mij vergeeft.”
“Waaaaat? Waarvoor in Allah’s naam?”
Ik vertelde hem nu wat mij al maanden dwarszat. De uitdrukking op zijn gezicht veranderde van verbazing in puur ongeloof en eindigde in medelijden. Ik zag de tranen in zijn ogen komen.
“Gian, ik ga je niets zeggen. Natasja en Stefano hebben je het al verteld, maar je weet dat ik geen enkele rancune heb. Waanzin. Ik ben de klootzak geweest. Als ik nu zeg: ‘ik vergeef je, dan weet je dat je jezelf in de maling neemt.’”
“Misschien moest ik er met je over praten, Perparim en waarschijnlijk moet ik het horen van je. Het is mogelijk ‘mind over matter’. Ja, je hebt een ‘arse’ van jezelf gemaakt door het te mooi te willen doen. Ook zonder mes had het verkeerd kunnen aflopen. Niets, maar dan ook helemaal niets – behalve de dood – is zeker in dit leven. Dat neemt echter niet weg dat ik ook te ‘cocky’ was door die Serviërs niet te laten fouilleren. Voor mij kon er al niets meer misgaan. Je geeft je eigen fout toe dus je moet mijn fout ook willen zien en als je het in je kunt vinden, mij daarvoor vergeven.”
Het bleef heel lang stil. Ik zag Perparim een zware strijd met zichzelf voeren. Toen hij eindelijk sprak, zei hij: “Je bent een sluwe flikker, Gian. Maar dat wist ik al. Zoals je het net stelde, kan ik je geen ongelijk geven zonder dat ik met twee maten meet. Als ik het echter toegeef en ik zeg: ‘Ik vergeef je, dan heb ik het gevoel dat ik je groot onrecht aandoe’. Toch geloof ik dat je ermee zit, dus ik stel een compromis voor.”
“Ja, laat maar horen, mijn vriend.”
Perparim stond op, spreidde zijn armen en zei: “Kom hier!”
Ik stond op en liep naar Perparim toe, die mij omhelsde en zei: “Geef mij je hand.”
Wij drukten de littekens in onze handpalmen tegen elkaar en keken elkaar aan. Woorden waren nu overbodig en wat ik van die handopleggende dassenkop, Bennie shitface fucking Hinn, nooit heb geloofd, maakte ik nu met Perparim mee. Ik voelde dat ik bevrijd was.
“Hoe is het met Perparim afgelopen,” vroeg Stefano mij later.
Ik vertelde hem wat ik Perparim had voorgesteld, maar sprak niet over het geval Keiki. Ik zei tegen Stefano dat ik met Perparim naar Napels zou gaan nadat ik met Renato of Lucio gesproken had.
“Ik heb gezegd dat ik jou er helemaal buiten wil houden. Het zijn onze vrienden, maar het waren ook je vaders vrienden, Stefano. Ik wil het zo presenteren dat ik hopelijk het respect en vriendschap niet verlies, maar mocht dat wel gebeuren dan heb ik al duidelijk gemaakt dat jij totaal niets mee te maken hebt.”
“Zio, ik vind het een waanzinnig verhaal ondanks dat ik Perparim kan begrijpen, maar je weet hoe Napolitanen kunnen zijn. Ze kunnen in dat soort gevallen geen grijs zien. Ik vind het niet waard om daar de vriendschap voor op het spel te zetten, maar als u naar Napels gaat, ga ik mee.
Ze zullen dan in ieder geval moeten overwegen en erkennen dat drie, totaal verschillende nationaliteiten tot dezelfde conclusie zijn gekomen. Hoe staat het met uw probleem op het moment?”
“Welk probleem?” vroeg ik dollend. Ik vertelde hoe ik Perparim klem had gezet en Stefano glimlachte, terwijl hij zijn hoofd schudde.
“Die affaire in Duitsland heeft nog een vervelende nasleep. Ik hoop dat Pietro’s verstand er niet onder heeft geleden. Gaat u later wel naar Natasja terug?”
“Als ze mij nog wil hebben.”
“Natuurlijk. Geef het een paar dagen en bel haar dan. Ze zal het net zo naar haar zin hebben als u. Helemaal niet dus.”
“Steffie, ik wil een lang gesprek met Renato... en indien mogelijk daarna met Lucio hebben. Zou ik van het communicatiecentrum in je kantoor gebruik mogen maken?”
“Ciao Renato,” zei ik later, toen ik mijn peetzoon op het scherm zag verschijnen. “Hoe is het met je? De familie? Pam?”
Ik zat alleen in Stefano’s kantoor want ik wilde niet afgeleid worden. Ik had nog geen oplossing voor de presentatie van Perparims wens dus ik moest improviseren ‘on the fly’. Ik vond dat Renato er bezorgd uitzag..
“Ciao zio. Goed om u te zien. Hier is alles redelijk goed. Pam is in verwachting en de meiden razen als bezetenen in hun GTI’s door Napels. Ze vragen geregeld naar u en Natasja. Is met u beiden ook alles goed?”
“Hm, we hebben een klein probleem, maar Stefano verzekert mij dat het zich snel zal oplossen. Je weet hoe vrouwen kunnen zijn. Gefeliciteerd met Pam, dat is fantastisch nieuws, Renato. Ik kom daar straks op terug als ik mag. Ik heb een ander probleem. Ik heb mijn hoofd gebroken hoe ik het voorstel naar de familie toe moest verpakken, omdat het nogal gevoelig ligt.
Ik heb besloten om er eerst met jou over te spreken. Je bent een briljante strateeg en soepeler dan een siliconenman. Afhangend van jouw mening wil ik er daarna met je vader over spreken. Nogmaals, het ligt zeer gevoelig, maar er is mij veel aan gelegen om het opgelost te zien. Heb je de tijd en de lucht om naar mij te luisteren?”
“Hoe stond Stefano er tegenover, zio?”
“Eerlijk gezegd... die vindt het waanzin, ook al had hij begrip voor het dilemma. Ik wilde hem er ook buiten houden, maar hij heeft mij verzekerd dat hij meekomt naar Napels, als wij besluiten het probleem aan de familie voor te leggen.”
“Dus ondanks dat Stefano ertegen is, vergezelt hij u?”
“Je kent Stefano, Renato. Het punt is dat het niet om mij gaat, maar om Perparim.”
“En het zou een scheuring in onze vriendschap kunnen veroorzaken, zio? Want daar gaat het om, nietwaar?”
“Niet in onze vriendschap met jou, je vader, Umberto en Flavio, denk ik. Ik denk dat het een schisma in de families kan veroorzaken.”
“De clans of de families in hun totaal?”
“De families, maar als dat gebeurt dan verwacht ik dat de clans de zijde van de families zullen kiezen, ook al zijn zij het niet met hen eens.”
“Hm, niet zo snel de moed laten zakken, zio. Ik ken u lang en goed genoeg om te weten dat u niet met iets waanzinnigs aankomt. Wilt u het mij vertellen?”
Renato viel mij niet één keer in de rede toen ik mijn verslag aan hem deed. Nadat ik uitgesproken was, hoefde hij niet na te denken. Hij zei opgetogen: “Zio, ik vind het schitterend wat Perparim wil doen en ik vind het nog mooier dat hij zijn fout erkent, want om eerlijk te zijn: hij ‘fuckte up’ en geen klein fucking beetje ook. Het had hem zijn leven kunnen kosten en dat terwijl hij Malisĕvo in twee klappen neer had kunnen slaan, om hem daarna langzaam te slopen.
In dit leven ga je niet mooi vechten, je zorgt dat het gevecht zo snel mogelijk over is. Maar goed, ik ben blij dat hij dat zelf inziet en dat hij zo erkentelijk is voor wat de meisjes van ANNOUK gecontribueerd hebben.
U hebt echter gelijk, dit kan een schisma in de families teweegbrengen, maar ik kan u nu al zeggen dat het niet zal gebeuren. Ik kan niet voor mijn vader spreken, maar ik ben ervan overtuigd dat hij mijn mening zal delen. Het ligt er alleen aan hoe wij het brengen. Wanneer wij klaar zijn aan de telefoon dan spreek ik met mijn vader. Daarna laat ik hem gelijk contact met u opnemen. Nou, ik hoop dat dit niet al te slecht klonk?”
“Nee, het is meer dan ik had durven hopen, Renato. Wat voor kans geef jij het?”
“Ik kan u dat nog niet zeggen. Als u net echter dacht dat het besprokene een probleem kon worden, wel, luistert u even naar dit dan: u weet dat de clans mijn vaders familie en die van Flavio’s vader, zio Umberto, zijn. De andere families doen hun business, maar we hebben nooit last van hen gehad. Zij respecteren ons en wij respecteren hen. Het zijn bij elkaar zo’n tien families en uit die families kwamen ook Ambra, Noemi, Nicola, Noemi, Oriana en Keiki.
De vaders en moeders zijn stuk voor stuk fijne mensen en toen zij hoorden hoe het in Duitsland was verlopen, werden de meisjes door de gehele familieop handen gedragen. Iedereen gunde ze hun succes en hun GTI’tjes. Ze hadden er ook hard genoeg voor getraind. Zelfs de families die geen dochter hadden kunnen bijdragen, waren verrukt met de prestaties van de nichtjes.
Als ik zeg iedereen dan bedoel ik de ouders en alle andere nichten. De neven... nou, dat is een heel ander verhaal. Die hebben een sinds een jaar bende gevormd met de zonen van nog een paar vreemde families. Zij zijn allemaal zo rond de twintig, vierentwintig. Wij noemen ze dollend de ‘jonge Turken’ omdat ze geen verstand hebben en niets anders kunnen dan bluffen.
Het is nu echter niet grappig meer. Eerst waren het diefstallen, autodiefstallen en ze dealden wat wiet. Sinds kort zijn ze ook in de heavy shit, zoals Charlie, horse en XTC, gegaan. Ze beginnen nu ook klanten die van ons bescherming genieten, af te persen.
Nadat de meisjes zo succesvol waren teruggekeerd, zijn de ‘jonge Turken’ helemaal los geslagen. Ze zijn jaloers op het succes en de GTI’tjes en zij willen zich bewijzen. Sommige ‘jonge Turken’ van de vreemde families bezorgen de meisjes last door hen te willen versieren. Toen de meisjes hen negeerden, werden die bijgoochems hatelijk en goor. Het vreemde is dat de broers van de meisjes daar niets van zeggen. Het lijkt wel of die hun zusters geluk misgunnen.
Ambra, Noemi, Nicola, Oriana, Umi en Keiki laten het maar over zich heen gaan, want als zij zich werkelijk kwaad maken dan vermoorden zij die blufbavianen. Ze zijn verstandig genoeg om te beseffen dat er dan een bloedvete zou ontstaan tussen de families.
Mijn vader en zio Umberto zitten dus ook met een probleem want de ‘jonge Turken’ versjteren de handel en geven onze klanten ‘aggro’. Wanneer de clans hen zouden aanpakken dan valt de familie uiteen. Zo, wat dacht u van dit probleem, zio?”
Ik dacht na en zei: “Dat is een probleem, Renato. Het heeft alle potentieel om een bloedvete te worden zodra jullie een ‘move’ maken, maar zelfs als jullie dat niet doen dan loopt het nog uit de hand, want de ‘jonge Turken’ zien inactiviteit als zwakte. Het escaleert gegarandeerd. Jullie hebben nu de sympathie van de andere families, maar wanneer die een keuze moeten maken dan kiezen die voor hun zonen. Wat erger is, is dat wanneer de meisjes het zat worden en er iets aan doen, dan prevaleren de zonen nog bij hun ouders en worden de meisjes verstoten. Zonen zijn in Italië klatergoud... helemaal in Zuid-Italië. Leer de ‘jonge Turken’ een lesje en je hebt een probleem. Probeer het met geld en goede woorden en je hebt een groter probleem.
De ‘jonge Turken’ zullen jullie nooit aanvallen. Ze kunnen niet zo gek zijn dat ze niet weten hoe machtig je familie is. Laat ze opknappen door buitenstaanders en de andere families zullen dat door hebben. Ik zal je wat anders vertellen: wanneer hen iets overkomt waar jullie echt niets mee te maken hebben – en dat zit er dik in zoals ik de situatie begrijp – dan krijgen jullie nog de schuld.”
“Dat is precies wat mijn vader en oom ook al zeiden, zio. Wat is uw conclusie?”
“Ik wil niet arrogant zijn, Renato, maar het probleem van Perparim komt als geroepen, lijkt mij.”
“Ja, daar dacht ik gelijk al aan, maar ik kan het niet rond denken. Ik voel dat het een oplossing kan bieden, maar ik draai in kringetjes rond.”
“Dat is omdat je er te dicht bij betrokken bent. Als het een ander betrof, was je er al uit geweest. Je gevoel zit in de weg, zoon. Ik heb de oplossing, maar ik moet Stefano nu wel op de hoogte brengen, want dit is te belangrijk en ligt te gevoelig. Ik verwacht geen hulp, noch hebben wij die van hem nodig, maar hij moet er wel van weten.”
“Vanzelfsprekend. Kunt u mij een hint geven?”
“Als je vader het niet te druk heeft, laat hem dan naar het scherm komen. Dan hoef ik het geen twee keer te vertellen en ik denk dat het in dit geval beter is dat het van mij komt. Je wilt niet dat je vader het idee krijgt dat wij de familiezaken bespreken en oplossen.”
“U hebt gelijk, zio. Geef mij een kwartier en ik ben terug met mijn vader.”
Ik maakte van Renato’s afwezigheid gebruik om snel Natasja te bellen. Ik merkte dat ik oud en tolerant werd. Nimmer had ik contact met een vrouw opgenomen, die mij de wacht had aangezegd. Ik kon echter niet ontkennen dat ze gelijk had, maar bovenal wilde ik haar stem horen.
“Met Natasja...”
“Hey, met mij. Heb je een minuutje voor me?”
“Natuurlijk, hoe is het met je?”
“Beter dan toen ik vertrok. Het is een lang verhaal, maar ik ben eruit met Perparim. Ik zeg dat niet om je te vragen of je mij terugneemt, maar omdat je er recht op hebt om dat te weten. Iedereen vraagt naar je hier en ik heb net Renato op het scherm gehad.”
“O, ik ben blij Jan. Niet alleen voor jou, maar ook voor mijzelf. Toen je was vertrokken, begon ik te twijfelen. Ik vroeg mij af of ik jou – en mijzelf – niet langer de tijd had moeten gunnen, maar je weet hoe ik ben. Ik ben blij dat één probleem opgelost is. Denk je werkelijk dat je van die schuldgedachte af bent?”
“Heb ik ooit gelogen tegen je? Als ik er niet zeker van was dan had ik je nog niet gebeld. Ik mis je, mooikop.”
“Ik mis jou ook, Jan. Kom je mij opzoeken wanneer je weer naar Nederland komt?”
“Graag. We hebben hier een situatie. Not nice, Natasja. Ik moet een paar weken hier blijven en dan kom ik je gelijk opzoeken. Denk je dat wij nog een kans hebben?”
Het bleef even stil en toen hoorde ik haar huilen: “Je weet... je weet dat best, maar... maar ik kon niet concurreren... met... met een dwanggedachte. Ik houd... ik houd veel van je, Jan.”
“Ik houd ook veel van jou, Natasja en ik mis je. Zodra ik hier klaar ben, kom ik naar je toe. We gaan eerst maar eens op vakantie en deze keer nemen we Thierry mee. Dan heb ik een beetje meer rust ’s nachts.”
Ik hoorde haar lachen en huilen tegelijk. Toen vroeg ze: “Is het heavy, Jan?”
“Nee, niets vergeleken met de Sacra Corona Unita, maar het is gecompliceerd. Ik vertel je alles wanneer ik je zie. Ik moet nu gaan want ik zie Renato en Lucio online komen. Dag lieveling... spuitkippetje!”
“Rotzak, doe Lucio en Renato de groeten van me en pas goed op jezelf. Kizzy!
“Natasja?” vroeg Renato. “Probleem opgelost?”
“Ciao Giuwa,” begroette Lucio mij.
“Ciao Lucio, hoe is het met je? Umbi?”
“Gezondheid goed. Ik word grootvader, Gian. Verder, je hebt het probleem van mijn zoon gehoord, heb ik begrepen?”
“Ja, nadat ik hem van mijn probleem op de hoogte had gesteld, bleek dat wij beide problemen konden oplossen door ze te combineren.”
“Dat klinkt als een ‘soluzione di Giovanni’”
“Lucio, het wordt tijd dat je inziet dat je zoon beter is dan ik. Kinderen leren van ouderen en je zoon is een perfect voorbeeld daarvan.”
“Als hij zo goed is, waarom kwam hij dan niet met de oplossing, vóórdat hij jou gesproken had?”
“Lucio, lieve vriend, je hebt een pestbui en gezien de situatie kan ik mij dat voorstellen, maar geef het chagrijnzakje niet aan je zoon. Ik zei je net dat de combinatie van onze gezamenlijke problemen de oplossing kon brengen. Renato wist niets van mijn problemen tot het moment dat ik ze aan hem vertelde. Toen zagen wij een opening. Zo beter? Fijne grootvader ben jij.”
Zelden had ik in mijn leven tranen in Lucio’s ogen gezien. Hij was een camorrista van de oude stempel. Lucio was een zeer harde man. Hij keerde zich naar Renato en zei: “Het spijt mij zoon, werkelijk. Ik verdien jou niet. Giovanni heeft gelijk; ik ben een hengst van een grootvader. Sorry, ik ben zo terug.”
“Mijn vader is voor niets bang, zio. U hebt dat gezien in de Abruzzo, maar ik heb hem zo nog nooit gezien. Waarom is hij nu zo, denkt u?”
“Hij vecht tegen bloed. Zijn eigen bloed. Dat is een strijd die je nimmer wint, Renato. Geef hem even de tijd. Hij is erg veerkrachtig, hij stuitert zo weer terug.”
“Scusa Giovanni,” hoorde ik Lucio. “Ik ben okay nu. Zullen we praten? Zeg mij wat je als oplossing ziet. Ik wil mijn neven geen kwaad doen, maar als de keuze komt tussen mijn familie met de familie van mijn broer, en de rest van de families dan weet ik hoe ik ga kiezen. Maar ik zal daar waanzinnige moeite mee hebben na de geweldige bijdrage die de meisjes in Duitsland hebben geleverd.”
“Het zal niet zover komen, wat boze woorden van de juiste persoon op het juiste moment is al dst wij nodig hebben. Heeft Renato je verteld wat Perparim wilde doen?”
“Ja, ik denk dat het een schitterend gebaar is van een nobele man. Ik denk ook dat niemand het zal aannemen. Je weet hoe wij zijn, Giovanni.”
“Okay, hier is wat ik als oplossing zie. Kun jij een vergadering beleggen met jou, Umberto, de rest van de families - inclusief alle echtgenotes - de meisjes en alleen de ‘jonge Turken’ die tot de families behoren? Daarnaast zullen Stefano, Perparim en ik er zijn. Wat ik bedoel te vragen is: kun jij een geschikte vergaderruimte organiseren, waar een beetje lawaai geen probleem is en waar we jouw communicatiescherm kunnen opstellen?”
“Zeker,” zei Lucio. “Geen enkel probleem.”
“Zeg ik het goed als ik stel dat de familieverdeling is, als volgt: Zusters van jou en Umberto. Broers en zusters van jouw vrouw en Umberto’s vrouw? Geen broers van jou en Umberto!”
“Dat is helemaal juist.”
“Zijn er problemen tussen de vrouwen van de families?”
“Nee, absoluut niet.”
“Renato, hoe is de verhouding tussen Pam en de andere vrouwen?”
“Santa Pam! Ze verafgoden haar omdat ze de vrouwen met ieder probleem terzijde staat, zio.”
“Goed, goed. Hier is mijn plan...”
Het volgende halfuur luisterden Lucio en Renato naar me. Zij onderbraken mij niet en toen ik uitgesproken was, zei Lucio: “Van niemand zou ik zo’n voorstel aanvaarden, sterker... ik zou niet langer dan vijf minuten hebben geluisterd. Ik denk dat jij en mijn zoon waanzinnig... of waanzinnig geniaal zijn. Het zou net kunnen werken. Giovanni, ik voel mij bijna opgelucht. Ik wist het al, maar na Abruzzo was het eens te meer bevestigd waar je toe in staat bent... en mogelijk weet ik het nog niet half.”
“Zeg mij of Renato wat je nodig hebt en ik zorg ervoor. Help mij hiermee en ik adopteer jou als mijn kleindochter,” eindigde Lucio dollend.
“Belangrijk is dat jij en jouw directe familie niet aan Perparim twijfelen, al lijkt het nog zo kritiek te worden. Daarnaast wil ik een onderhoud hebben met Pam. Renato, je kunt natuurlijk gewoon inzitten want ik heb geheimen voor niemand van jullie.”
“O zio, ik laat u lekker alleen met Pam praten. Het is al veel te lang geleden dat jullie elkaar weer eens goed hebben gesproken. Weet u hoe wij de baby noemen als het een zoon is?”
“Ik denk het wel... Luciano?”
“Nah”
“Umberto?”
“Nee, Giovanni als het een zoon is en Giovanna wanneer het een dochter is.”
Nu was het mijn beurt om een lange tijd stil te zijn.
“Wat is er zoon?” vroeg Lucio aan Renato. “Wil je nog iets bespreken met Giovanni en heb je liever dat ik mij even licht? Ik zie het aan je, je bent mij te onrustig. Ben je nog boos op me?”
“Nee, nee papa. Ik ben niet boos geweest; ik ken u ook. Er is iets dat Gian moet weten en normaal zou ik het u nooit vertellen omdat ik geheimhouding heb gezworen, maar het is iets dat de hele situatie ernstig kan compliceren... als we geluk hebben. Als het tegenzit vloeit er bloed in de familie.”
“Praat met Giovanni alleen, je weet dat je mijn volste vertrouwen hebt.”
“Nee, maar ik wil dat u mij steunt bij een stemming, anders moeten wij het hele plan herzien.”
“Die verzekering wil je hebben vóórdat ik weet wat de mogelijke complicatie is?”
“Mooie gelegenheid om je zoon te tonen dat hij je volste vertrouwen heeft, denk je niet, Lucio?”
Lucio keek mij aan, glimlachte en zei: “Die stunt houd je van me te goed, maar je hebt gelijk. Renato, je hebt mijn woord als vader.”
Ik zag dat Renato het moeilijk had. Het kon mijn probleem niet zijn want daar was hij nu mee bekend. Het kon niet het familieprobleem zijn voor zover dat bekend was aan zijn vader en mij. Maar het was een familieprobleem en het lag gevoelig. Renato schuwde geen geweld en was voor niets of niemand bang. Het was dus een gevoelskwestie en hij had geheimhouding moeten zweren. Het begon mij te dagen. Ik zei: “Renato, breek je eed niet door het te vertellen. Laat mij er naar raden. Betreft het een of meerdere meisjes van ANNOUK?”
“Gesu!” zei Renato. “Hoe wist u dat?”
“Deductie en daarnaast ben ik aardig bekend geraakt met je karakter en denkwijze. Is een van de meisjes zwanger geraakt?”
“O nee, zio. Gelukkig niet. Ik denk dat er eentje verliefd is. Keiki.”
“Ik vond al dat die Keiki een beetje veel op de schoot van Giovanni rondhing,” gromde Lucio.
“Nee papa. Keiki is sluw en ze is stapel met zio, dus het was geen opgave voor haar om lief tegen hem te zijn. Zij deed dat om haar verliefdheid te maskeren. Ze is erg slim, maar ik vrees dat zij ook erg verliefd is geraakt. Jullie raden het nooit.”
“Vertel mij dat het Perparim is,” zei ik. “Dat zou een sprookje zijn. O Dio, laat het Perparim zijn.”
“Het is Perparim. Zij komt mij iedere dag opzoeken en als zij niet kan dan belt ze mij om te vragen hoe het met hem is. In het begin dacht ik dat zij informeerde omdat Perparim zwaar gewond was, maar het leek wel of zij mij wat wilde vertellen. Ik ben een kop koffie met haar gaan drinken en vroeg waarom zij zo vaak naar Perparim informeerde. Keiki antwoordde: ‘ik ben van hem gaan houden. Ik weet niet hoe dat zo snel kon gebeuren, maar hij boeit mij mateloos. Hij is een vriendelijke, rustige en voorkomende man; hij is groot, mooi en erg sterk. Ik voel dat hij ook tot mij aangetrokken is en als hij mij wil dan zou ik zijn vrouw willen worden. Hij kan mij mooie, gezonde kinderen geven, Renato. Hij is ook een trouwe man want na de moord op zijn gezin wilde hij nimmer een vrouw meer.’
‘Hoe weet jij dat?’ vroeg ik haar, maar Keiki zweeg.
‘Hij is ook twee keer zou oud als jij en hij is een moslim, Keiki.’ ‘Zo? Ik zie niet in wat dat voor verschil zou moeten maken, Renato. Mijn broers en neven zijn katholiek, maar die zou ik nog niet als man willen hebben al kwamen ze in glimmende geschenkverpakking’
‘De familie zal er niet blij mee zijn.’ ‘Dat is dan jammer voor de familie. Ik ben meerderjarig en kan doen wat ik wil. Wel wilde ik er graag met jou over spreken, want jij bent ook met een buitenlandse vrouw getrouwd. Heeft het je ooit gespeten, Renato?’ ‘Nimmer! Het was het beste dat ik ooit gedaan heb’, antwoordde ik. ‘Zie? Dat bedoel ik nu. Praat er niet over, want misschien ziet Perparim het helemaal niet met mij zitten en dan zal ik moeten opgeven. Opgeven nadat ik een keer naar zio Stefano op vakantie ben geweest. Wie weet hoe het dan nog kan lopen. Zou jij er persoonlijk bezwaar tegen hebben wanneer ik met Perparim omging?’
‘Nee, helemaal niet. Perparim is een prachtig mens. Het zal alleen een probleem met de familie worden. Katholieken en moslims zijn niet de beste bedpartners. Oops, sorry, zo bedoelde ik dat niet, Keiki.’
Zij lachte en zei: ‘was het maar vast zover. Wilt u aan mijn zijde staan wanneer het tot een probleem in de familie zou leiden, zio Renato?’
Ik heb haar mijn woord gegeven, denkende dat het toch nooit zou gebeuren. Zoals het er nu uitziet, kon het toch wel eens zover komen. Anyway, ik heb haar mijn woord gegeven. Wat denkt u, papa?”
“Voor mij en Umberto geen enkel probleem. Zoals je zegt: Perparim is een prachtmens. Ik hoop alleen dat de families het ook zo zien. Het is echter een extra complicatie. Giuwa?”
“Nee, ik zie het niet als een probleem. Het past prima in mijn ontwerp, alleen mag Perparim er niets van weten tot het moment dat het hem duidelijk wordt. Niemand mag er iets van weten behalve Pam, Stefano, Umberto en Flavio. Nee, ik vind het wel mooi. Morgen praat ik met Pam en ik zal haar vragen of zij het voetenwerk wil doen. Renato, laat Keiki niet weten dat wij aan haar kant staan en zeker niet dat Perparim verliefd op haar is. Ik wil weten hoe besloten en toegewijd Keiki is. Een groot voordeel is dat alle meisjes op haar hand zullen zijn want zij zien weer een nieuw sprookje,” lachte ik.
“De ‘jonge Turken’ zullen het als een belediging en uitdaging zien,” zei Lucio. “Ik hoop dat je gelijk hebt Giovanni, maar als het zo doorgaat als nu, komt die scheuring er alsnog. Nee, je hebt het keurig bij elkaar gedacht. Wat heb je onmiddellijk nodig?”
“De ‘jonge Turken’ die geen deel uitmaken van de familie, zijn die bekend?”
“Ja zio,” antwoordde Renato.
“Zitten er zonen bij van raadsleden die deel uitmaken van ‘Il Consiglo del Sistema’? Zo niet, bestaat die ‘Raad van de Camorra’ nog uit dezelfde personen als degenen die zitting hadden, toen jij en je vader - na de moord op Anouk - de Raad benaderden voor sanctie voor de wraak op de Sacra Corona Unita?”
Renato keek zijn vader aan.
“Één raadslid is overleden, de rest bestaat uit dezelfde leden. Giuwa, ik wil niet dat de Raad hier wordt ingebracht. Ik wil ten eerste mijn vuile was niet buiten hangen en ten tweede lijkt het dan net alsof ik het probleem niet zelf kan opknappen. Met respect, Giovanni, daar kan ik niet in meegaan.”
“Ik begrijp je... en zoals je het zegt, heb je volkomen gelijk, maar zo is het niet. Je hangt geen enkele vuile was buiten, je wint alleen maar aan respect en prestige. Daarnaast maak je een goede beurt bij ‘Het Systeem’ en dat je verzekert van hun steun. Nu, en in de toekomst. Ik vraag je niet om je op mij te verlaten, maar ik vertel je ook niet wat ik in mijn hoofd heb, want dan ga je twijfelen. Ik stel je zoon nu een vraag, als dat goed is?”
“Natuurlijk, praat geen nonsens.”
“Renato, zou jij mij vertrouwen met mijn plan?”
“Moet ik daar echt een antwoord op geven? Het lijkt mij dat ik u iedere keer heb vertrouwd en meestal wist ik ook niet hoe die aap in uw mouw er precies uitzag. Ja zio, ik vertrouw u blindelings. Waarom? Wel, afgezien van wat ik allemaal met u heb meegemaakt, weet ik dat u niets zou doen om de familie in diskrediet te brengen. Het is zo ‘shitsimple’ als dat.”
“Dat is het enthousiasme van de jeugd,” gromde Lucio. “Weinig ervaring en voor alles wat een uitdaging is, lopen ze warm. Als het maar iets aparts is. Nou zoon... wel Giovanni, jullie zijn niet enigen die met verrassingen weten te komen. Ik had dit nog niet willen zeggen, maar Umberto en ik hebben besloten om ons terug te trekken. Wij dragen de leiding van de clans aan jou en Flavio over. Flavio weet daar nog niets van en ik wil ook dat hij het van zijn vader hoort. Niet van jullie.
Jij en je neef zijn zo geweldig geweest de laatste jaren dat mijn broer en ik besloten hebben de leiding over te dragen voordat wij een paar oude zeikzakken worden.
Dit heeft niets met het familieprobleem te maken. Sterker nog: ik draag de leiding pas aan je over nadat dit probleem is opgelost. Mocht er toch iets verkeerd gaan dan ben ik aansprakelijk en niet jij. Ik stap er toch uit en jouw carrière, naam en respect blijven dan intact. Je wordt toch vader, dus een beetje verantwoording kun je er nog wel bij nemen.”
Ik zag dat Renato zwaar aangeslagen was van het compliment. Zijn ogen glansden en ik zag hem een paar keer slikken voordat hij zei: “Papa, ik dank u voor het geweldige compliment dat u mij maakt, maar het is teveel eer. Er is niets verkeerd met de leiding van u en mijn oom. Iedereen zal zich afvragen of er iets aan de hand is. Geen één ‘capo clan’ trekt zich zo jong terug.
Ik zou liever hebben dat u gewoon de leiding blijft houden en ik weet zeker dat Flavio er ook zo over denkt.”
“Zoon, onze kracht die tevens de kracht is van alle clans die zich bij ‘O Consiglio del Sistema’ hebben aangesloten, is doordat wij in overleg de juiste beslissingen hebben weten te nemen. Wij verdienen en wij hebben geen problemen. Na Don Raffaele Cutolo hebben de NCO , de NF en de NMC alleen maar oorlog met elkaar gevoerd, hetgeen het leven van honderden mensen heeft gekost. Van de meer dan tweehonderd clans leven er meer dan honderdzestig op voet van oorlog met elkaar.
De camorra heeft nimmer onder een ‘top-down’ commando kunnen bestaan. Dat is de kracht van de camorra en tevens haar zwakke punt. De clans bevechten en beconcurreren elkaar. De Raad zorgt ervoor dat de aangesloten clans niet in onmin met elkaar geraken en in geval van nood heeft een aangesloten clan de steun van alle andere families.
De rest van de clans weten dat en doordat die te druk zijn met elkaar te bevechten, kunnen wij doorgaan met verdienen. Dat was indertijd een juist besluit. Geen enkele clan die bij de Raad is aangesloten, heeft ook maar enige hinder ondervonden van de justitiële antimaffia operatie ‘Spartacus’. De boodschap is hier: laat je door je gezonde verstand leiden en niet door je gevoel.
Het typische is dat alle clans met organisaties uit de hele wereld kunnen samenwerken: het Kali kartel, de Chinese Triades, de Japanse Yacuza, de Albanezen zoals je weet, het Mexicaanse Golf en ‘Arellano Felix’ drugskartels. De Nigeriaanse en de Poolse maffia. Ze doen zaken met de ‘Ndrangheta, de Stidda en de Siciliaanse maffia. De enige groepen met wie zij geen zaken blijken te kunnen doen, zijn andere clans van Het Systeem.
Zoon, we werken nu met eenentwintigste eeuw methodes en apparatuur. Het wordt tijd dat wij ons nog verder aanpassen aan deze tijd, want anders wordt het de ondergang van ‘Het Systeem’ zoals wij het kennen. Het is geen voorwaarde, maar ik wil dat onze families zich sterker binden met die van Stefano en Perparim. Een huwelijk tussen Perparim en Keiki is niet alleen een sprookje, maar het haalt ook de banden aan. Perparim heeft het respect van alle Albanese syndicaten.
Het enige dat de Illuminati goed doet, is internationaal denken, niet nationaal of erger nog: zonaal. Werk met Stefano, Perparim en Gian als die tenminste nog door wil gaan. De Illuminati wil de camorra vernietigen omdat zij geen andere directe invloed op de clans kunnen uitoefenen, behalve dan door middel van de corrupte politici. Ik verdenk die Roberto Saviano, de auteur van Gomorra, ervan dat hij als ‘stooge’ door de Illuminati is gebruikt.
“Grappig dat je dat zegt, Lucio,” zei ik. “De Nederlandse vertaling van zijn boek is in handen van een uitgeverij die Rothschild & Bach heet. Ik heb wat gegoogeld en de oorspronkelijke Italiaanse uitgever Mondadori heeft banden met Random House en Bertelsmann, de Duitse mediagigant. En weet je door wie Mondadori gecontroleerd wordt?”
“De Rothschilds?”
“Zover ben ik nog niet, maar ze geven wel alle boeken uit over de Rothschilds. Mondadori wordt gecontroleerd door Silvio Berlusconi.”
“Het is ongelooflijk,” zei Lucio. “We moeten de doelpalen gaan verzetten, zoon. Goed, ik nodig de Raad uit. Wat geef ik als reden waar de leden begrip voor zullen hebben, Gian?”
“Je herinnert ze aan hun toestemming voor de wraak die jullie indertijd hebben uitgevoerd voor de moord op Anouk. Ik denk dat zij hun beslissing nooit hebben betreurd want de naam van ‘Het Systeem’ is nooit in het geding gekomen en ze hebben alleen maar voordeel van hun beslissing gehad. Je zegt dat jullie iets te vieren hebben en dat jij het op prijs zou stellen als zij als onpartijdige scheidsrechters een familievergadering bijwoonden, voor het geval dat hun advies nodig mocht zijn.
Als laatste zeg je dat je ze iets wilt laten zien waar iedereen baat bij heeft. Het gaat geen directe winst opleveren, maar het zal hen voor een hoop verliezen en risico’s behoeden. Wat voor kans geef je jezelf wanneer je het op de juiste manier brengt?”
“Op de juiste manier, honderd procent. Voor wanneer kunnen wij die vergadering plannen?”
“Dat hangt van de niet-gelieerde ‘jonge Turken’ af. Bedingen zij al protectie van jouw klanten?”
“Ja. Ze hebben al een paar van mijn klanten mishandeld.”
“Goed, ik stuur mensen naar Napels. Laat je klanten een paar ‘jonge Turken’ opzetten. Jullie bemoeien je nergens mee, alleen moet je onze mensen rijden en onderdak geven, want zij zijn niet zo bekend in Napels. We kidnappen de ‘jonge Turken’ en we houden ze vast tot de vergadering plaatsvindt. Nee, ik weet wat je wilt zeggen. Jullie blijven absoluut overal buiten. Je hebt mijn woord, Lucio.”
“Met wat voor voorwendsel moeten mijn klanten hen in de val laten lopen?”
Renato zei: “Ik benader onze klanten en beloof ze een half jaar gratis bescherming als zij meewerken. De eerste klant belt een Turkfuck en vraagt hem om een week uitstel van betaling, omdat hij net aan ons heeft moeten betalen. Die ‘jonge Turken’ zijn overmoedig. De vraag streelt hun ego, maar ze gaan zeker even laten zien ‘who is boss’. Bij je klant wachten onze mensen hen op. Zij doen dat één of twee keer tot wij een stuk of vijf van die krengen hebben. Daarna beleggen wij onmiddellijk de vergadering. Ik denk dat wij met een dag of tien die bijeenkomst kunnen houden.”
“Heb je enig idee wie de leiding bij die ‘jonge Turken’ heeft?”
“Ja, en dat kon wel eens het knelpunt worden.”
“Het is dus een broer van Keiki?”
“Right.”
“Dat maakt het compleet. Ontkurk alvast de champagne maar, als je daarvan houdt. Ik ga Stefano op de hoogte stellen. Laat Pam morgenochtend contact met mij opnemen. Hoe ver is ze?”
“Drie maanden,” lachte Renato.
“Je hebt haar dan zeker erg gemist dan toen wij in Duitsland waren?” dolde ik mijn peetzoon.
“Ja, dat heb ik zeker, maar toen wij terugkwamen, maakte Pam mij duidelijk dat ze mij niet alleen had gemist, maar dat zij bang was geweest dat er iets met mij zou gebeuren en dat het daarom tijd voor een baby was.”
“Klare taal. Vrienden, ik ga offline en Stefano op de hoogte stellen. Daarna kruip ik onder mijn marmeren zerk want ik slaap al weken niet goed. Vannacht zal ik beter slapen want mijn persoonlijke probleem is ten einde. Daarnaast heb ik de voldoening dat jullie dilemma’s, die van Perparim en Keiki snel opgelost zullen zijn. Ciao, vi saluto!”
Renato en Lucio groetten mij terug en ik schakelde de server uit.
Pam spatte de volgende morgen op het lcd-scherm. Het werd op dat moment net zo dynamisch geladen werd als de explosieve schermen van de Sacra Corona Unita. In plaats van kleine kogeltjes schoten nu de rode vonken van het scherm af. Roodharige Nederlandse vrouwen kunnen best erg mooi zijn. Roodharige Nederlandse vrouwen die in Napels wonen en het Napolitaanse dialect nog beter beheersen dan Sophia Loren - die trouwens geen Napolitaans sprak en in Rome geboren was - zijn meestal ook mooier dan Sophia Loren - die eigenlijk Sofia Villani heette. Dus daar heb je het... ook in haar goede jaren was Sofia een ‘fucking baglady’ vergeleken bij Pam. Pam-Pam was helemaal echt en zij straalde.
“Hey Roodkapje, hoe is het met je? Het aanstaande moederschap doet je goed, zo te zien. Zien? Het is fantastisch om je te zien, Pam. Je bent prachtig”
“Jan de Man. Ik denk vaak aan je. Het is te lang geleden dat wij wat hebben kunnen praten. Gelukkig komt daar nu verandering in, heb ik van Renato begrepen. Is alles wel goed met jou? Ik hoor dat Natasja erg mooi en lief is. Ben je gelukkig?”
“Zo gelukkig als het maar kan, je kent mij, Pam.”
Het was fijn om wederwaardigheden uit te kunnen wisselen met haar. Renato was een gelukkig man en zo was Pam, maar dan een vrouw. Als ik ooit een prachtig setje had gezien dan waren zij dat wel. Allebei schoonheden, beiden eerlijk en alle twee zo sluw als een jute zak vol met wezels.
“Jan,” zei Pam na een half uurtje knuffelchat, “ik heb begrepen dat je van het dilemma op de hoogte bent en dat je een mogelijke oplossing kunt bieden. Wat kan een rode, zwangere bijdragen?”
“Veel Pam. Veel. Je weet van Perparims dilemma?”
“Ja, Renato heeft het mij verteld.”
“Goed, weet je van Keiki?”
“Dat wist ik eerder dan jullie allemaal. Misschien was het je al eens opgevallen, Jan, maar ik ben een vrouw. Ik heb Keiki aangeraden om met Renato te praten, maar dat weet Renato weer niet, hahaha. Houd dat ook maar zo. Ze noemen mij Santa Pam, ik geloof dat de vrouwen niet eens meer naar de biecht gaan. Die komen ze bij mij doen.”
“Cosmic, je bent me er eentje. Dus als we het juist voorbereiden dan hebben we een match?”
“Ja, maar ik denk dat bij Keiki het geld een probleem wordt, net als bij de ouders trouwens. De liefde? Mogelijk ondervindt zij daar ook wat weerstand, maar dan vooral van de ‘jonge testosteronbommen’ en de vaders. Je weet hoe Napolitaanse mannen zijn, Jan.”
“You’re not joking, maar daar heb ik jou nodig, Pam. Jij moet de vrouwen voorbewerken want ik heb begrepen dat je met hen allemaal goed kunt opschieten. De mannen vormen het probleem, dus de vrouwen zijn deel van de oplossing.”
Ik vertelde Pam wat ik in mijn hoofd had en toen ik uitgesproken was, zei zij: “Ja, dat zie ik zomaar lukken. Het wordt het sprookje van alle vrouwen en meisjes. De meisjes zijn de heldinnen op het moment en dat is de reden dat de neven zo dwars liggen.
Er is echter nog een verrassing; het houdt niet op. Niemand, maar helemaal niemand weet dat nog. Ik ga het jou vertellen want mogelijk kun je het in je plan meenemen. Zo niet, wordt het een extra complicatie. Wat ik van je begrijp, is dat je alle problemen in een grote ton doet. Je schudt die flink door elkaar, pakte de gemixte shit uit de ton en presenteert dat naar de families als een cadeau, meevaller, eer en een verrassing, waar iedereen alleen maar blij mee kan zijn. In dat proces neem je de ‘jonge Turken’ gelijk mee de weg uit. Zie ik het goed?’
“Hahaha, ja zo is het helemaal, Pam. Vertel de strategie met de vrouwen alleen aan de vrouwen van Lucio en Umberto, en dan nog alleen voorzover het de liefde betreft. De mannen mogen er nimmer iets van weten. Wij doen weliswaar niets slechts, wij maken alleen maar blije gezichten en beschermen de meisjes tegen de zoonpreferente behandeling van de ouders. Maar ik denk niet dat het goed zou zijn wanneer de mannen het uit zouden vinden. Uiteindelijk worden de mannen geacht de manipulators en denkhoofden te zijn. Renato is flexibel en modern, die kun je het zeggen, maar alsjeblieft niet tegen Lucio want die gaat weer allemaal beren op de weg zien.”
“Ja, je hebt gelijk. Er van uitgaande dat het lukt, hoe wil je die ‘jonge Turken’ een vlieg in hun oor duwen zonder dat het uit de hand loopt? In dat geval krijg je gegarandeerd de families tegen je.”
Ik vertelde Pam hoe ik dat gedeelte wilde doen. Ze dacht na en zei toen: “Heavy Jan, dat is heavy, maar ik vertrouw op je gezonde oordeel. Je hebt al zoveel rare stunten uitgehaald... Ja, ik ben met je.”
“Pam, bega niet de fout om met je schoonmoeder en Umberto’s vrouw de tantes af te gaan. Vrouwen zijn slim, ook domme vrouwen. Doe het helemaal alleen en op de lieve Pam manier. Geef iedere vrouw het gevoel dat haar geval speciaal is... en weet je wat? Het is ook nog zo, want als drie vrouwen je niet bijstaan dan wordt het verhaal een stuk moeilijker. Wat was de andere verrassing?”
“Je praat er niet over? Renato weet het ook nog niet.”
“Stefano, alleen Stefano, Pam.”
“Ja, dat is goed, maar zeker Perparim niet.”
“Pam, ik kom niet uit een schapenei. Kom, laat me niet in spanning zitten.”
“Er is nog één van de meisjes verliefd geworden, hahaha.”
“O my fucking God, toch niet ook op Perparim?”
“Neeheehee,” hikte Pam, “op Flavio. Umi is verliefd op Flavio. Zij is net als Anouk een rubber bal met haar salto’s en ik geloof dat Flavio Umi een beetje als zijn Anouk ziet. Umi heeft het alleen tegen mij verteld. Flavio weet nog van niets.”
“Jezus, dat wordt wat. Het zijn neef en nicht. Nou ja, dat vrijt lekker licht. Ik ben blij dat het niet al te gecompliceerd is. Derdegraads bloedverwanten, mogen die trouwen in Italië, Pam?”
“Ja, voor de wet wel. Het gaat erom wat de ouders zeggen met het oog op een verhoogde kans van aandoeningen bij de kinderen.”
“Dat is eigenlijk alleen bij gezamenlijke genetische afwijkingen. In dat geval is die kans vrij groot. Als dat niet het geval is, dan is er – geloof ik – twee procent verhoogd risico. Wat leuk zeg. Dat zijn ook twee waanzinnig mooie mensen. Wat denk je Pam, zal ik Natasja ook maar meebrengen want dan kunnen wij met zijn zessen tegelijk trouwen. Scheelt weer in de kosten ook, hahaha!”
Stefano lachte eerst helemaal niet toen ik hem verslag had uitgebracht. Hij ging met zijn hoofd in zijn handen zitten en vroeg me: “Waarom ben ik niet gewoon sportleraar geworden, zio? Dit is een nachtmerrie. Niet alleen zetten wij onze reputatie op het spel met die hersenbreker die Perparim in zijn vrije uren heeft gecreëerd, maar die Keiki moest nog verliefd op hem worden ook. Nou, dat alleen al zal ons niet tot de smaak van de maand maken bij de families.
Om ons wat extra hindernissen erbij te geven – het mag ook niet te gemakkelijk gaan – moeten we dat probleem met die ‘jonge Turken’ ook gelijk maar oplossen. Zonder geweld, anders worden niet alleen wij met de nek aangekeken, maar dan heeft Lucio ook een probleem. Je brengt ‘de Raad van het Systeem’ in een familieprobleem en om het allemaal nog wat spannender te maken, mogen we erbij zitten hoe neef en nicht gaan aankondigen dat zij willen trouwen. Nou, aan dat laatste konden wij dan echt niets doen, maar ik zal u zeggen dat we gelukkig zijn als wij niet met veren geteerd, Napels uitgejaagd worden.”
“Ik waardeer het dat je in meervoud spreekt, ik had niet geweten wat ik zonder je beginnen moest.”
“Hahaha,” lachte Stefano, één ding moet ik u nageven, zio: het leven is nooit vervelend met u en u komt nooit met een probleem dat iedereen kan oplossen. Wat moeten we in hemelsnaam wel en niet aan Perparim vertellen?”
“Niets, helemaal niets, anders dan de juiste woorden die hij tijdens de vergadering moet spreken om zijn molm weg te kunnen geven. Dat maakt hem al gelukkig, let maar op. Daarnaast moeten we hem even uitleggen wat het verhaal met die ‘jonge Turken’ is. Hij zal op zijn handen lopen en achterover door hoepels springen om een goede indruk te maken. Dat is alles. Skender moet ik echter wel in vertrouwen nemen, maar die zal maar al te blij zijn om iets voor zijn baas te kunnen doen.”
“Ik snap niet dat u zo vrolijk bent, zio. Tenzij ik wat mis, kan ik alleen maar stellen dat dit een gecompliceerde voorstelling wordt. Het is geen exacte wetenschap want we hebben met mensen te maken en er is niets dat meer onvoorspelbaar is dan mensen. Ik dacht dat u dat ook wel wist.”
“Steffie, alle problemen betreffen dezelfde groep mensen. Het komt in het kort hierop neer: wij lanceren een probleem dat geen probleem is. De familie zal blij zijn om ons daarmee te kunnen helpen. Wij zijn blij en zij zien dat. Iedereen is blij dus. Dan komen wij met een paar verrassingen die eigenlijk problemen zijn. Als wij de helft meekrijgen dan komt de andere helft er sjokkend achteraan, want die willen niet als ‘the odd ones out’ gezien worden. Ik moet zeggen dat ik een beetje op Keiki reken; zij is erg sluw en zij zal haar kans grijpen.
Er zullen mogelijk ultimatums gesteld worden, maar ik geef ons negentig procent. Weet je nog met de explosieve balpennen? Negentig procent... dat waren toch mooie ‘odds’”
“Ja, u kunt leuk vertellen. Wie heeft u die negentig procent gegeven? Toch niet toevallig u zelf?”
De middag voor de dag erna.
Zes dagen later om kwart over drie raasden wij over de Raccordo Annulare die om Rome heen voert. Natasja lag achterin te slapen. Zij lag met haar hoofd op de schouder van Perparim. Zij was drie dagen eerder met het vliegtuig uit Holland aangekomen. ‘Het had geen zin om elkaar nog langer te ontlopen’, had zij mij aan de telefoon gezegd. Wij waren het er allebei over eens dat ik met mijn probleem had afgerekend. Ik verdacht haar er echter ook van dat zij niets van de pret wilde missen, nadat ik haar van Keiki en Umi had verteld. Zij had erop gestaan om bij de vergadering in Napels te aanwezig zijn.
Perparim was de koning te rijk. Niet alleen dat Natasja met haar hoofd op zijn schouder lag, maar hij was al gelijk verheugd toen ik hem een paar dagen geleden verteld had dat wij naar Napels zouden gaan, zodat hij kon proberen zijn donatie te realiseren. Ik had hem verteld dat ik hem weinig over de strategie kon vertellen omdat ik niet het risico wilde lopen dat de Napolitanen iets van zijn gezicht konden lezen.
“Wat niet weet maakt niet heet,” had ik hem gezegd. “Vertrouw je me, Perparim?”
De grote Albanees had enthousiast geknikt.
“Je lijkt wel gek! Goed, ik heb Skender en een man of vijf van je nodig. Zij vertrekken een paar dagen eerder dan wij. Vraag mij niets, maar je zult zien dat het ‘t allemaal waard is. Twijfel aan jezelf of aan mij en dat zou werkelijk een fout zijn. Skender zal het gelijk al weten en je kent hem goed genoeg om er zeker van te zijn dat wanneer het verhaal hem niet aanstaat, dat hij mijn verzoek niet uit uitvoert.”
“Ik zal Skender bellen, dan kun je hem alles uitleggen. Ik ben blij dat je mij helpt.”
Een dag later zat ik met Skender in Stefano’s kantoor. De Albanees was niet op zijn gemak; hij vermoedde dat ik op het incident terug zou komen waar hij, volgens zijn eigen redenering, had gefaald in het verdedigen van zijn baas.
“Skender, wat vind jij van het idee dat Perparim zijn portie van het geld aan de meisjes van ANNOUK wil doneren?”
“Normaal zou ik mij afvragen of hij misschien ook hersenletsel had opgelopen, maar hij heeft mij uitgelegd waarom hij dat wil doen, en als dat ertoe bijdraagt dat hij zich daardoor beter gaat voelen dan vind ik ieder idee goed. Perparim voelt zich schuldig en ik voel mij ook schuldig. Dus des te sneller Perparim gelukkig is, des te beter het voor ons allemaal is.”
“Ik voelde mij ook schuldig, Skender. Ik had de coördinatie en ik achtte het niet nodig om die Serviërs te laten fouilleren; ik heb maanden met die schuld geleefd en het is nu pas - nu dat ik iets aan Perparims geluk kan doen - dat ik mij bevrijd voel.”
De Albanees keek mij aan alsof hij water zag branden en zei: “Werkelijk Govanni? Ik bedoel, de laatste die ergens schuldig aan is, ben jij.”
“Ja, dat zegt iedereen mij, maar dat was niet zoals ik dat zag. Natasja wilde dat ik bij haar wegging, want er was niet meer met me te leven. We hebben het daar nog wel over. Luister Skender, wil jij Perparim gelukkig zien... en ik bedoel werkelijk gelukkig?”
“Natuurlijk, ik doe alles voor hem. Hij is een geweldig mens.”
“Bbeloof mij dat je niemand iets verteld want niemand behalve Stefano en ik weten het. Als hetgeen wij hebben vernomen doorgaat dan zie jij je baas zoals je hem mogelijk nog nooit hebt gezien. Hij zal de gelukkigste man ter wereld zijn, hetgeen ons dan ook weer gelukkig maakt. Het is vrij ingewikkeld dus ik vertel je waar het om gaat en wat ik van je verlang. Heb ik je woord?”
“Ju keni fjalën time. Unë betohem.”
“Je hoeft niet te zweren, je woord is genoeg. Dank je.”
Skender had bedenkelijk gekeken toen ik hem had verteld dat de reus verliefd was op Keiki, maar de uitdrukking op zijn gelaat veranderde in verrukking zodra hij hoorde dat Keiki verliefd op Perparim was, maar dat ze het alleen niet van elkaar wisten.
“All-llahu është i madh,” galmde Skender.
“Ja, dat ook,” zei ik. “Goed, je vertrekt over een paar dagen met de Audi A8 van Perparim. Ik wil dat je een man of vijf en wat lichte wapens meeneemt. Daarnaast nemen jullie het mobiele commando- en communicatiecentrum mee naar Napels.”
Skender ging steeds vrolijker kijken.
“Je krijgt je instructies van Renato, Skender. Luister goed naar hem. Het is iets wat hij normaal gemakkelijk zelf had kunnen doen, maar het is een lang verhaal en het draagt aan Perparims geluk bij. Wat vind je ervan als die twee het eens zouden worden.”
“Weet je, Giovanni... ik heb vaak naar Natasja en jou gekeken en dan dacht ik: als Gian het geluk kan vinden met een veel jongere vrouw, waarom kan mijn baas dan niet gelukkig worden? Ik kan je niet vertellen hoe blij mij dit maakt. Je hebt mijn nummer. Bel mij, en mijn mensen en ik vertrekken binnen het uur.
Hij pakte mijn handen en zei: “Shëndet.”
“Dank je wel mijn vriend... en Allah zegene jou, Skender.”
Drie dagen later zag ik de Albanezen wegrijden met de Audi en de M3C. Richting Napels. Rechtsaf en achthonderdtwintig kilometer recht door. Yeah right!
Een half uur geleden had Renato mij gesms’t dat Skender en zijn mannen hun opdracht tot in de perfectie hadden uitgevoerd.
Zijn we er bijna?” vroeg Natasja die wakker was geworden van de sms’jes.
Het was kwart voor vijf en we reden nu door Napels Campania, de aanwijzingen van de navigator volgend
“We zijn er bijna, doll. Ik zat net te denken hoe veel er in veertig jaar is veranderd. Vroeger reed ik hier als een fucking Amerikaanse toerist in de rondte en was ik blij als ik een adres, binnen drie uur naarstig zoeken, kon vinden. Nu rijden wij er zo naar toe.”
“Ja, mijn generatie heeft veel voor de vooruitgang van de wereld gedaan,” zei Natasja trots.
Bijna een half uur later stopten wij voor de villa van Lucio. We werden al verwacht want de poort zwaaide open en terwijl Stefano de Audi op de parkeerplaats voor de villa zette, ging de voordeur van het huis open en de hele familie van Lucio kwam naar buiten lopen.
Voordat ik de kans had om mijn trouwe vriend te begroeten, hing Pam om mijn nek. Ze huilde van blijdschap en gelukkig smeerde zij haar tranen over mijn gezicht zodat niemand mij zag huilen. God, het was zo goed dat rode monster weer te zien en wat was zij mooi geworden. ‘Zwangerschap moet beter zijn dan een makeover,’ besloot ik voor mijzelf.
Renato wachtte geduldig tot ik klaar was met het begroeten van zijn vader. De griezelig knappe Napolitaan omhelsde mij toen het zijn beurt was. Hij fluisterde in mijn oor: ‘Ik heb van Pam begrepen dat het tot zover goed verloopt’. Ik kneep hem in zijn wang en stelde toen Natasja aan de gehele familie voor.
Pam, die blij was weer eens Hollands te kunnen spreken, nam gelijk Natasja onder haar hoede terwijl de kinderen onze bagage naar de gastenkamer brachten.
Lucio’s villa was tegen een berghelling gebouwd en toen wij achter op het terras arriveerden, keken wij over de hele baai van Napels uit. Het uitzicht was adembenemend en ik herkende in de verte het Castel Dell’ovo. Talloze herinneringen, goede en slechte, trokken aan mijn geestesoog voorbij en opnieuw was ik tot tranen geroerd.
Intussen waren ook Umberto, Lucio’s broer, en zijn zoon Flavio gearriveerd. Terwijl de mannen plaats namen op het terras, werden de tafels daar gedekt door de vrouwen, bijgestaan door Pam en Natasja die eigenlijk ook vrouwen waren. Hollandse!
Renato voorzag ons van wijn. Lucio vroeg: “Jan, wat is de status? Is het beter voor Pam en mijn gezin als we de vergadering uitstellen of op een andere locatie houden? Renato zegt mij dat de eerste fase succesvol is voltooid, maar verder hoor ik niets. Hij weet dat hij alle vertrouwen van mij heeft dus waarom zegt hij mij niets? Zit jij daarachter?”
Stefano antwoordde voor mij: “Lucio, als jij van alles op de hoogte bent dan drukt jouw gezicht tijdens de vergadering geen verrassing meer uit... omdat je alles al weet. Dat is niet goed want er zal op je gelet worden.”
“En dat is met mijn zoon anders? Is die meester over zijn gevoelsexpressies?”
“Nee, dat zeg ik niet, maar met Renato maakt het niets uit. Mogelijk wordt het zelfs verwacht. Kom, heb een beetje vertrouwen in de jeugd.”
“Zo jeugdig ben jij nu ook weer niet en Flavio is wel jong en die weet ook niets. Dit ruikt naar een samenzwering.”
“Gian denkt jong, zi’ Lucio,” zei Flavio dollend. “Hebt u Natasja al eens goed bekeken? Zij is net zo mooi en jong als Pam. U hebt een bijzondere vriend, zi’ Lucio.”
Ik stond op en boog naar Flavio. De hele familie klapte. Daarna zetten wij ons aan tafel om van een maaltijd te genieten zoals alleen Napolitaanse huisvrouwen die weten te maken.
Op de achtergrond weerklonk muziek en terwijl Pino Mauro en Mario Merola om beurten hun ‘malavita’ liederen zongen, zorgde een zwoele wind van de Golfo di Napoli voor wat afkoeling. Een ijskoude, prachtige, witte ‘Lacrima Christi’ wijn completeerde deze avond.
Lacrima Christi. De tranen die Christus liet toen Satan uit de hemel was gedonderd en een gedeelte van het paradijs stal om de Golf van Napels van te vormen. De tranen maakten het land vruchtbaar en geschikt voor wijnbouw. Hoe toepasselijk deze wijnkeus en wat paste deze goed in het kader van de gebeurtenissen van een paar maanden geleden, toen wij die duivelseieren een half miljard neuroeuro’s afpakten.
Lucio, Stefano, Renato en Flavio moesten op dat moment precies hetzelfde hebben gedacht want zij hieven hun glazen naar mij. De vrouwen dachten dat wij het probleem al hadden opgelost. Zij hieven de glazen met ons en lachten trots.
Toen na het diner de tafels waren afgeruimd en de vrouwen hun eigen ding gingen doen, kwam Pam even naast mij zitten.
Pam sprak Hollands zodat alleen Natasja kon verstaan wat ze zei.
“Jan, ik heb de ronde gedaan en zonder bijzonder specifiek te zijn geweest, denk ik dat het onze kant uitkomt. De moeders zitten er erg mee dat de zonen een bende gevormd hebben. Ze smeekten mij zowat om met Renato en Lucio te praten, opdat er geen sancties plaatsvinden.
De vaders zijn er namelijk ook niet al te groots mee want als er een schisma komt, moeten ze achter hun zonen staan. Ik kon merken dat het ’t gesprek van de dag is. De vaders mogen onze familie graag en daarnaast voelen ze er weinig voor om met de families van Umberto en Lucio in conflict te geraken. Het probleem is echter dat ze hun zoons weer niet fysiek kunnen aanpakken, omdat ze dan weer problemen met hun echtgenotes krijgen. Dit klinkt verschrikkelijk, maar het lijkt erop dat de goden ons gunstig gezind zijn.”
“Heb je iets met de vrouwen afgesproken, Pam?”
“Ik ben enthousiast geweest en heb betrokken maar vaag gedaan. Ik heb het zo gepresenteerd dat wij ook een probleem hebben, al is dat dan niet specifiek met hun zonen. Om die reden willen wij dan ook de raad van de hele familie horen. Ze weten dat de ‘Raad van het Systeem’ inzit, dus dat zullen de echtgenoten nu ongeveer ook wel weten. Wat als de zonen niet willen komen?”
“Zij komen wel, zij zijn veel te bang dat ze iets missen. Daarnaast willen zij weten wat er staat te gebeuren, want ze zijn niet zo stom zijn om te denken dat Lucio en Umberto hun gewoon - als twee uilen - zullen blijven gadeslaan. Keiki’s broer meldt zich als eerste, let maar op. Ik ken dat type. Is er verder nog iets wat ik zou moeten weten met oog op de vergadering morgen?”
“Nee, dat is het wel, Jan. Ik hoop dat alles loopt zoals je het gepland hebt. Ik heb een geweldige man en als Lucio en Umberto hun zonen niet hadden aangelijnd dan hadden Renato en Flavio die ‘jonge Turken’ de les van hun leven geleerd... maar ten koste van wat zou dat zijn gegaan?”
“Het zal goed verlopen, Pam; reken er op. Wat zeer belangrijk is, is de plaatsverdeling van alle genodigden. Ik ga morgenochtend even met jou en de jongens kijken wat de mogelijkheden zijn. Daarna neem jij de honneurs waar en je zorgt dat de genodigden komen te zitten zoals wij dat morgen plannen. Okay?”
“Perfect lieverd, we zijn je veel verschuldigd.”
“Sure, laten we ons maar weer in de familie storten voordat je man denkt dat wij iets hebben samen en dat er nog een probleem is,” lachte ik. “Pam, heb je eigenlijk in het begin ooit van mij gehouden?”
Pam kreeg tranen in haar ogen. Zij antwoordde: “Ik houd nog steeds van je, Jan. Ik zal je dit zeggen: alleen op Renato kon ik verliefd worden. Niet één andere man. Ik hield van je en ik houd nog van je... en echt niet zoals vrienden van elkaar houden. Iedere keer dat ik je zie of spreek, krijg ik vlinders. Ik heb alles, alles en zelfs Renato aan jou te danken. Renato weet dit allemaal... want ik wilde dat hij het wist. Ik huichel niet. Durf je mij een kus te geven, een echte kus?”
“Zeker wel, maar ik doe het niet. Ik houd van Renato net zoveel als van jou en mannen blijven mannen. Dank je wel echter, mooi rood monster. Jullie twee zijn een prachtstel en binnenkort zijn er drie van jullie.”
Als deze avond een indicatie was van hoe de bijeenkomst de volgende dag zou verlopen, wel... Ik besloot mijn enthousiasme en zelfverzekerdheid een beetje te dimmen en mij af te vragen of ik niet te arrogant was en daardoor weer fouten zou gaan maken. Weer?
In plaats van over de problemen te praten, brachten wij de avond door met het ophalen van goede, oude herinneringen. Het sprak dus vanzelf dat ik die avond met Lucio, Umberto en hun vrouwen doorbracht terwijl Stefano, Renato en Flavio ons laatste avontuur in Duitsland bespraken. Pam en Natasja hadden elkaar duidelijk gevonden en blijkbaar was over baby’s praten erg leuk want zij zaten de hele tijd te schateren.
Op een bepaald moment keken Lucio en ik elkaar aan. We wisten wat wij dachten: Lino... spoorloos verdwenen, Ennio en Franco... vermoord. Het was niet fucking eerlijk. Tegen de tijd dat Umberto met zijn gezin wilde vertrekken, riep ik hem apart.
“Umberto, als jij morgen ziet dat alles loopt zoals gepland, mag ik dan aankondigen dat jij de leiding van de clan overdraagt aan je zoon Flavio? Het past namelijk precies in mijn strategie en dat zul je morgen kunnen zien.”
“Ik had graag mijn zoons gezicht willen zien wanneer ik het hem vertelde, maar dit is een kleine prijs voor alle voordelen die het op gaat leveren. Ik heb alle vertrouwen in je, Giuwa. Ook wanneer het niet helemaal lukt zoals jij het in je hoofd hebt, weet dan dat mijn broer en ik je verschrikkelijk dankbaar zijn voor wat je aan het doen bent. Ik moet zeggen dat ik wel nieuwsgierig ben.”
Zoals het goede raadsleden betaamt, arriveerden de negen leden van ‘O Consiglio del Sistema’ toen iedereen al aanwezig was. Dat was maar goed ook, want al hadden we die morgen met Pam doorgenomen hoe de zetelverdeling zou zijn... hey, we waren in Napels en iedereen wilde bij zijn favoriete familielid zitten.
Iedereen was er dus al, maar niemand zat nog. Vreemde ogen dwingen echter en helemaal wanneer dat negen paar ogen van de Raad van de Camorra waren. Ineens zaten alle families op hun aangeduide plaatsen. Ik nam mij voor wanneer er ooit weer zo’n vergadering plaats zou vinden, om naamkaartjes op de tafels te zetten.
We hadden de tafels opgesteld in de vorm van een grote U. Aan de gesloten zijde zaten de negen raadsleden. De poten van de U waren bezet door de tien families en de twee families van Lucio en Umberto. We hadden er zorg voor gedragen dat de laatste twee families verdeeld zaten tussen de andere families, zodat er geen sprake van tegenoverstelling kon zijn. Het was wel zo dat de Raad inderdaad zo gepositioneerd was... als ware het een rechtbank. De Raad zat aan het hoofd van de U. In het midden van de U was een vierkant van tafels gebouwd waaraan de meisjes van ANNOUK en hun broers zaten, waaronder de ‘jonge Turken’. De afscheiding tussen de jongens en de meisjes werd gevormd door Perparim en Flavio, waarbij het geen toeval was dat Keiki naast Perparim zat en Umi naast Flavio.
Het was ook geen toeval dat Perparim precies in het midden zat, zodat iedere aanwezige hem goed kon zien. Uiteindelijk ging het om Perparim. De begroeting tussen Perparim en de meisjes was allerhartelijkst geweest en zij hadden allemaal oprecht bezorgd naar zijn gezondheid geïnformeerd. Ik had speciaal op Keiki gelet. Zij had Perparim omhelsd, al leek het mij een beetje formeel... bezorgd, kon ik beter zeggen. De ‘jonge Turken’ hadden er maar een beetje verloren bijgestaan terwijl de meisjes Perparim vol trots aan hun ouders, ooms en tantes hadden voorgesteld... precies volgens de instructies van Pam.
Daarna waren Stefano en ik aan de beurt om begroet en voorgesteld te worden. Verschillende familieleden kon ik, net zoals dat ik mij een paar kopstukken van de Raad herinnerde vanuit mijn jaren als jonge man. Stefano werd gecondoleerd door ieder van de leden. Franco was niet alleen zeer gezien, maar hij had het respect gehad van meer dan honderd clans van de camorra.
Aan het open einde van de U hing het zeventig inch NEC lcd-beeldscherm aan de muur zodat iedere aanwezige goed zicht op de reuzenmonitor had. Stefano, Pam, Natasja en ik zaten aan tafeltjes onder het scherm. Afgezien van het feit dat Stefano en ik bij de communicatieserver vereist waren, zette ik Pam – die door iedereen werd gezien als het ultieme lid van de gehele familie – welbewust apart van diezelfde familie en bij twee andere buitenstaanders; Stefano en ik.
Door dit te doen, had ik Perparim fysiek geïncorporeerd in de familie door hem te integreren met de familieleden die iedereen het liefst waren: de kinderen. De mentale drempel naar acceptatie was hierdoor aanmerkelijk verlaagd. Renato liep als gastheer bij iedereen langs om te vragen of alles in orde was, waardoor hij automatisch al gezien werd als de voorzitter van de vergadering.
Diezelfde ochtend hadden Stefano, Renato en ik de ruimte ´gesweept´ op bugs en andere afluisterapparatuur. Wij hadden de luiken voor de ramen gesloten, waarbij wij dikke platen schuimrubber tussen de ramen en de luiken hadden geklemd. Ik zag dat Renato naar de voorzitter van de Raad liep en hem hiervan op de hoogte stelde.
Toen de koffie met gebak was gebracht, ging de deur dicht en twee mannen van Lucio stelden zich aan de andere kant van de deur op. Wij konden niet afgeluisterd worden.
Renato kwam bij ons staan en verwelkomde alle aanwezigen: “Lieve familieleden en geachte ‘membri del Consiglio’” , ik heet u allen van harte welkom in deze bijeenkomst en ik dank alle aanwezigen voor de tijd die zij voor ons hebben vrijgemaakt. Ik dank in het bijzonder de Raad voor hun komst omdat het mogelijk om een familiedilemma zal gaan. Ik weet dat de Raad zich hier nimmer in mengen zal, maar ik aanvaard dankbaar ieder advies of suggestie die zij kunnen bijdragen. Zij zullen geen oordeel vellen, zij zijn hier slechts in een adviserende capaciteit.
Ik realiseer mij ook dat niet iedereen van onze familie hun advies zal aanvaarden en het is daarom dat ik de Raad opnieuw wil bedanken. Zij hebben gehoor gegeven aan een zeer ongewoon verzoek en ik vind dat zij wel een paar handen verdienen.”
Umberto begon gelijk te klappen waarna het een wedstrijd werd wie het langst en hardste klapte. Renato was bonuspunten aan het scoren bij de Raad.
“Afgezien van het mogelijke familiedilemma is het niet allemaal somber nieuws. Ik wil alle aanwezigen iets unieks tonen en ik ben er zeker van dat iedereen net zo enthousiast zal zijn, als ik dat ben... echter... dit is niet iets waarvan wij willen dat het in verkeerde oren terechtkomt. Ik heb dus twee verzoeken: als eerste zou ik iedere aanwezige, met uitzondering van de raadsleden, willen vragen een eed van geheimhouding af te leggen. Degene die daaraan niet wenst te voldoen, moet ik respectvol verzoeken de ruimte te verlaten.”
Alle familieleden zwoeren geheimhouding op het bloed van San Gennaro, de beschermheilige van Napels.
“Daarnaast wil ik iedere aanwezige verzoeken om de batterijen uit hun mobiele telefoons te halen en die naast hun telefoon op tafel voor hen te leggen. Nee, consiglieri ,” lachte Renato. “Ik weet dat u geen mobiele telefoons meeneemt naar een bijeenkomst.”
Meer punten voor Renato.
Ik keek stiekem naar Lucio en het was een genot om zijn gezicht te zien. De trots straalde er vanaf.
“Dank u, dank u allemaal. Voordat wij het dilemma kunnen presenteren, wil ik u allemaal een film laten zien van onze laatste operatie in Duitsland. Het betrof een wraakactie tegen een aantal families van de Sacra Corona Unita. De leden van de Raad herinneren zich dat mijn vader en ik de Raad benaderden voor hun toestemming. Nadat wij de toestemming hadden gekregen, hebben wij ons plan zeer succesvol uitgevoerd en Anouk, het vermoorde meisje werd gewroken. De huurmoordenaar en vijf Medaglioni moesten hun leven inleveren... en de zaak leek afgedaan.
Een jaar later echter besloot de Sacra Corona Unita dat zij een beloning van honderdmiljoen euro wilden verdienen door zio Gian hier te vermoorden. Om hem op te zetten, lieten zij het zevenjarig zoontje van Gians partner, Natasja hier, kidnappen zodat zij haar konden dwingen Gian op te zetten voor een val.”
“Wie loofde die beloning uit?,” vroeg een raadslid.
Renato maakte een driehoek met zijn handen door zijn duimen en wijsvingers tegen elkaar te zetten en met één oog door de opening te kijken. De raadsleden begrepen het teken van de Illuminati, het oog van Horus. De familie niet, maar niemand wilde voor dom versleten worden door ernaar te vragen.
“Het zou te ver voeren om er verslag van te doen hoe zio Gian dat gedeelte oploste, maar laat het volstaan dat Gian, Stefano, Flavio, Natasja en ik met behulp van onze goede vriend Perparim hier, de zaken omdraaiden. Wij pakten de opdrachtgevers voor de moord op zio Gian een half miljard euro af.”
“Brave, brave, brave,” complimenteerden de raadsleden ons. Het compliment werd overgenomen door alle families. Ik observeerde de ‘jonge Turken’. Het was duidelijk dat zij zich steeds meer op hun gemak gingen voelen. Aanvankelijk waren zij niet zeker geweest of het nu wel of niet om hen ging.
Renato vervolgde: “Na die operatie arriveerden de meisjes Ambra, Noemi, Nicola, Noemi, Oriana en Keiki, zoals de hele familie weet, maar dit is even ter informatie voor de Raad.
De meisjes hadden een jaar lang als waanzinnigen getraind en geleerd, om wraak voor Anouk te nemen wanneer de Sacra Corona Unita zou besluiten tot represailles vanwege de vijf vermoorde ‘Medaglioni’. Vroeg of laat zou dat gebeuren en wij hadden dat voorzien. Die wraak hadden zij afgeroepen door het kind van Natasja te laten ontvoeren; alleen werd de beloning van honderdmiljoen euro onverwacht door de opdrachtgevers ingetrokken. Wij besloten echter die families in Duitsland en in Puglia af te straffen, opdat zij voor eens en altijd zouden weten dat wij terug zouden blijven komen. We hebben meer dan honderdvijftien leden van de Sacra Corona Unita vermoord, waaronder drieëndertig sgarristi, zevenentwintig santisti, tien vangelisti en zes Medaglioni.”
“Brave, brave, brave,” complimenteerden de raadsleden ons weer. “Hoeveel mensen hebben jullie verloren?”
“Één man verloor het leven, consigliere. Het was de lijfwacht van Perparim die zelf levensgevaarlijk werd gewond.”
“Is signor Perparim weer helemaal hersteld?” vroeg het raadslid aan Perparim.
Perparim stond op en boog naar de Raad, en zei: “Dankzij de snelle actie van mijn vrienden ben ik weer helemaal hersteld. Dank u wel, consigliere.
“Met respect voor alle aanwezigen, niemand behalve Stefano, Flavio, Gian en ik weten hoezeer ze meisjes hun best hebben gedaan. Hun voorbeeld was Anouk en zij hebben het onmogelijke gedaan door haar opnieuw te wreken. Niemand weet ook hoe dankbaar wij hen zijn, en het is met hun acties dat ik wil beginnen.
Ik moet er voor veiligheidsredenen bij zeggen dat de video zichzelf vernietigt terwijl deze getoond wordt. Ik kan dus niet terugspoelen. Zo u de opnames interessant vindt, let u dan goed op.”
“Heeft er iemand met een camera bij jullie gestaan tijdens deze operaties?” vroeg een raadslid.
“Nee consigliere, in de meeste gevallen droegen de mannen videobrillen. Die signalen werden doorgestuurd naar een mobiel commando- en communicatiecentrum, waar zi’ Gian de operatie coördineerde. Als iedereen klaar is, beginnen we.”
Het scherm lichtte op en wij zagen hoe de meisjes van ANNOUK, in hun mooie zwartleren outfits de loods in kwamen. Even later keek ik weer naar de kata die door Ambra en Keiki werd uitgevoerd. Ik kon de spreekwoordelijke speld horen vallen, ware het niet voor het ‘mamma mia’ dat de vrouwen fluisterden en het ‘cazzo’ dat de mannen riepen. Toen de ‘Warrior Knives’ naast onze hoofden in de muur ploften en de meisjes via hun dubbele salto’s op de schouders van Stefano en Flavio terechtkwamen, dacht ik dat iedereen dol werd.
De raadsleden waren al opgestaan en klapten hun handen stuk. Alle ooms en tantes waren diep onder de indruk. De meisjes waren nu, mogelijk voor het eerst in hun leven, verlegen. De ‘jonge Turken’ keken alsof zij dit iedere dag zelf deden.
“Dit was een ode aan Anouk, de vermoorde partner van zi’ Gian,” zei Renato. “Nu kijken wij even naar een stukje realiteit. De volgende scène speelde zich tegelijkertijd af op drie locaties onder leiding van Stefano, Stefano’s capo regime Pietro en onze vriend Perparim hier.”
Wij keken naar de scène in het warenhuis waar Stefano, Oriana en Umi naar toe waren gegaan...
...Stefano schoot de twee lijfwachten ieder twee kogels door hun voorhoofd. De ‘goon’ bij de deur wilde een wapen trekken, maar de kogel uit de gedempte Baby Glock van Umi vertelde hem dat hij te laat was.
“Stel het warenhuis zeker,” beval Stefano.
Oriana en Umi pakten hun submachinepistolen vanonder hun oksels. De twee maffiosi bewapenden zich met machinepistolen die zij uit het koffertje pakten. Daarna zwermden de meisjes en de twee Brescianen het warenhuis in.
“BS4 ga door naar de locatie,” riep ik naar het back-up team.
“Copy that. BS4 naar locatie.”
“BS6 ga door naar de locatie,” hoorden wij Flavio, die naast mij zat, zeggen.
Twintig seconden later stopte er een Mercedes achter Stefano’s Audi. Vier man stapten uit. Drie liepen snel naar het warenhuis, maar de vierde bleef bij de Mercedes wachten.
De portier voelde dat er iets niet goed was en pakte de telefoon om Donato te waarschuwen.
“Vergeet het bellen maar,” zei Umi en drukte de loop van haar machinepistool in het oor van de portier.
‘Open die buitendeur, anders ben je straks aan één kant doof…
“Geweldige operatie,” spraken de raadsleden diep onder de indruk. “Dat doen niet veel mannen jullie na, jongedames. Ik complimenteer de ouders van de meisjes met de vakkundigheid van hun dochters. Dit is ongelooflijk. We hopen dat er nog veel meer is waar dit vandaan komt.”
De meisjes waren nu echt verlegen en de ‘jonge Turken’ raakten steeds meer geïrriteerd. Het liep als klokwerk.
“Diezelfde avond overvielen wij tegelijkertijd drie restaurants van Sacra Corona Unita clans in Duitsland. U ziet fragmenten van verschillende opnames, want sommige gedeeltes waren niet erg duidelijk. Wij beginnen in Düsseldorf met Stefano, Umi en Oriana.”
... wij zagen hoe Dino Pacchioni en zijn lijfwachten om de tafel van Stefano – die nu zijn videobril droeg – kwamen staan.
“Waarom sloeg u mijn ober?” vroeg Dino aan Stefano.
“Ik sloeg hem niet. Mijn vriendin hier sloeg hem omdat hij in haar decolleté stond te turen.”
“En daar slaat zij mensen voor? Wat als ik in haar decolleté staar, zoals nu?”
Dino Pacchioni boog zich voorover om... van Umi een razendsnelle open handslag onder zijn kin in ontvangst te nemen. Zijn hoofd sloeg achterover en hij viel languit op de grond... naast zijn ober, die net weer tot zijn positieven begon te komen.
Terwijl Dino half versuft van de grond opkrabbelde, trokken de vier lijfwachten hun pistolen die ze op Stefano en zijn gezelschap richtten. Toen Dino weer stond, zei hij: “Jij houdt ervan om mannen te slaan, gore snol?”
Hij trok een revolver, zette die op Umi’s hoofd en beval: “Opstaan en je handen omhoog. We nemen jou even mee.”
“Beter van niet,” zei Stefano. “Dat loopt nooit goed af, maar ja, je moet het zelf weten.”
“Opstaan snol en doe die fucking handen omhoog!”
Umi stond rustig op en bracht traag haar handen omhoog... wat ook van haar werd verwacht. Toen haar armen ter hoogte van Dino’s revolverhand waren, draaide zij die met een cirkelende combinatie van Tai Chi en Aikido weg en omcirkelde de hele arm zodat die in haar oksel opgesloten werd. De hand van die linkerarm hield nu een Cobra mes tegen de keel van Dino terwijl twee vingers van haar rechterhand diep in de neusgaten van de verbouwereerde restauranthouder staken.
“Revolver laten vallen, anders trek ik je oogballen naar binnen en de voering uit die gaffel, fuckface,” waarschuwde Umi de kermende sgarrista van de Sacra Corona Unita.
Met een plof viel het wapen op de grond.
“Stand-off,” zei de leider van de lijfwachten. “Verwond de baas en wij schieten je vrienden dood.”
“Ho ho! Wacht even, wij doen ook mee,” klonk het van de tafel achter de groep lijfwachten. “Wapens laten vallen anders pompen wij een paar ons Nato-lood in jullie confectie.”
De lijfwachten draaiden zich om en keken in de lopen van twee HK submachinepistolen...
Ik had op dit punt besloten dat ik Flavio’s bed genoeg had opgemaakt door een paar geweldige stunten van Umi te presenteren en het beeld vertoonde nu het restaurant in Keulen.
...In Keulen zagen wij de reusachtige Pietro weer als ‘minder’ van Ambra. Zij werd met twee pistolen op haar hoofd door de lijfwachten gedwongen om op te staan. Het opstaan en de armen omhoog steken was ook hier weer de truc. Ambra was werkelijk verschrikkelijk snel. Voordat de bodyguards beseften wat er gebeurde, had zij een lijfwacht zijn nek gebroken met een open handslag onder zijn kin. De tweede lijfwacht kon niet schieten, omdat hij dan zijn stervende collega zou raken. Ambra draaide zich in zijn armen en pakte de hand met het wapen. Jiujitsu vertelde de lijfwacht dat hij het wapen gillend moest laten vallen. Pietro stond op en brak de man zijn nek terwijl Nicola de baas Gianni Vaccarelli en zijn overige drie lijfwachten met haar Sig P226 in bedwang hield .
Pietro vroeg aan Ambra: “Heeft die schoft je pijn gedaan, lieverd?”
Het lachen van de mannen overstemde het huilen van de moeders en tantes. De emotie om hun dochters en nichtjes zo bezig te zien, maakte de waterlanders los. Het
...Een grappig moment was dat Keiki Paolo Narciso, de eigenaar van restaurant Narciso in Duisburg, volledig in elkaar aan het trappen was... Perparim op een gegeven moment opstond en Paolo zo een geweldige slag gaf, dat deze zes meter door zijn restaurant struikelde... en bewusteloos tegen een muur in elkaar zakte.
“Kun je wel tegen een weerloze vrouw?” gromde Perparim...
'Het gaat nog steeds goed,' dacht ik. Nu was het Keiki’s beurt.
De beelden zweepten iedereen op want allen identificeerden zich met de meisjes. De ‘jonge Turken’ werden steeds ongeduriger. Zij waren het niet gewend dat hun zusters en nichtjes zoveel lof ten deel viel.
‘Wees nog maar even geduldig,’ dacht ik. ‘Jullie komen zo echt wel aan de beurt.’
“Renato,” vroeg een raadslid, “kun je die opnames wel even stoppen? Ik wil namelijk iets vragen.”
Renato stopte de video.
“Het viel mij net al op, maar omdat eh... Pietro... is het Pietro... hier niet aanwezig is, kon ik het ook niet vragen. Ik zag nu weer iets wat mij opviel en ik wilde graag iets aan onze vriend Perparim vragen.”
‘Ja hoor,’ dacht ik, ‘daar gaat hij dan. Nou, nu maar hopen dat Perparim zijn aandeel ook goed doet. Deze is alvast voor jou Keiki. Als je niet slaapt dan weet je zo hoe laat het is.’
“Perparim,” begon het raadslid, “met alle respect, maar volgens mij had Keiki geen enkele moeite om die restauranthouder de dwaling van zijn wegen te doen inzien. Waarom gaf je die man zo’n geweldige klap? Denk erom, dit is geen kritiek, alleen nieuwsgierigheid.”
Perparim stond op en verlegen knoopte hij zijn colbertje dicht, voordat hij zei: “Wel, ik had de meisjes leren kennen als geweldige vechters. Ik had zoiets maar één keer eerder gezien en dat was met Anouk. Ik respecteerde en bewonderde hen. Toch stoorde het mij dat die restauranthouder Keiki aanraakte met zijn gore poten, ook al was het alleen maar om zich te verdedigen.”
Ik zag het gelijk. De munt viel onmiddellijk bij Keiki en zij fluisterde iets tegen Oriana die het meteen doorgaf aan haar tafelgenote. De teerling was geworpen.
“Juist. Ja, dat kan ik mij wel voorstellen, Perparim. Dank je wel.”
Opgelucht ging Perparim weer zitten.
Renato pakte weer op en zei: “Wij komen nu aan de eindstrijd. Er is ontzettend veel materiaal, maar ik wilde alleen de relevante beelden laten zien.”
‘Oops’, dacht ik, ‘Dat zei je verkeerd, Renato.’
“Relevant? Relevant met betrekking tot wat?” vroeg een raadslid.
“Wat de meisjes betreft. Er zijn hele opnames van onderhandelingen waarbij wij de vijand op het verkeerde been hebben gezet. Het was een bijzonder gecompliceerde actie, maar Flavio, Stefano, Gian en ik zijn waanzinnig trots op de meisjes. Wij beschouwen het als ons meesterwerk, maar u hebt gelijk met uw vraag. Het staat in verband met iets anders en dat zal ik u zo uitleggen.”
“Het familiedilemma?” vroeg het raadslid slim.
“Inderdaad consigliere, u bent erg snel, maar geeft u mij alstublieft de gelegenheid om dit gedeelte af te ronden.”
“Naturalmente, naturalemente,” zei het raadslid tevreden.
We keken naar de eindstrijd in ons warenhuis.
... Perparim negeerde de belediging van Malisĕvo. Hij had tien jaar gewacht op dit moment. Tien minuten zouden geen verschil meer maken. Hij sprak: “Malisĕvo, Arkan tijger. Mijn zwangere vrouw hebben jullie verkracht. Daarna hebben jullie mijn ongeboren zoon uit haar buik gesneden. De foetus hebben jullie als schietschijf gebruikt. Mijn twee zoons hebben werden de oren afgesneden. Daarvan hebben jullie een halssnoer gemaakt. Daarna werden zij vermoord. Mijn vierjarige dochtertje hebben jullie verkracht... en vermoord.
De meisjes van ANNOUK loeiden van woede. Natasja, die kon raden wat Perparim zei, huilde. Ik huilde.
De tantes en moeders huilden. Hun echtgenoten huilden niet... maar het driftig slikken en het schrapen van de kelen was een niet mis te verstane emotie-indicator. ‘Bastardi di merda,’ hoorde ik een raadslid vloeken.
...Nadat beide mannen hun spieren opgewarmd hadden, stapten zij naar voren. Er was geen scheidsrechter of een gong nodig. Dit gevecht zou eindigen bij de dood van één van de twee mannen.
“Zeg mij waarom je het deed, Malisĕvo. Als je onder orders stond dan zal ik je snel en zo pijnloos mogelijk doden. Zo niet dan sla ik je tot bruine bagger. Ik breek iedere bot in je lichaam en ik splijt je lever en je milt.”
“Ik heb altijd al een haat tegen smerige Albanezen geha...”
Krak! De klap kwam vanuit het niets en wanneer Perparim het gewild had dan was de Serviër hier al knock-out gegaan. Perparim wilde hem echter niet knock-out, hij wilde dat zijn vijand de gruwelijke pijn van iedere klap zou voelen. In plaats van de kin had Perparim nu het jukbeen van de Serviër gebroken.
Terwijl de Serviër Perparim op een afstand probeerde te houden met lange, linkse, directe stoten, nam Perparim deze klappen... en liep door. Hij was zeker net zo snel als Malisĕvo, maar hij wilde op zeer korte afstand vechten. De reden daarvoor werd iedereen onmiddellijk duidelijk. Iedere keer dat zijn opponent wilde gaan ‘clinchen’, bewerkte de reus hem met korte stoten op het lichaam. Hij verknoeide geen energie met lange hoeken die vaak hun doel misten. Iedere klap was raak en iedere klap klonk als een slag met een honkbalknuppel op een zak zand. Iedere klap brak, scheurde of kneusde iets.
Korte, droge, hamerende stoten. Ik had nimmer zoiets gezien. Perparim zou doen wat hij gezegd had. Hij zou de botten van de Serviër versplinteren zodat alle organen doorboord werden. Hij kon deze slagen uren volhouden als het moest. Hij verspilde geen energie...
Alle aanwezigen moedigden nu Perparim aan. De meisjes huilden.
Toen Perparim met een korte punch een paar ribben van Malisĕvo brak, ging deze in de clinch, de armen van Perparim afklemmend. De reus gooide zijn tegenstander van zich af, volgde hem, stapte in en brak met een krakende kopstoot het neus- en voorhoofdsbeen van de Serviër. Malisĕvo wankelde en zakte op één knie. Na een paar seconden kwam hij weer omhoog, terwijl hij iets uit zijn laars trok...
“MES!” schreeuwde Natasja. “Perparim, hij heeft een mes.”
Perparim sprong naar achteren, maar het grote Bowiemes drong zijn borstkas in. Perparim gooide de Serviër die het mes meetrok, achteruit. Het moment dat Malisĕvo weer wilde steken, sprong Besnik voor het lichaam van zijn baas. Hij ving het mes op... in zijn hart. Hij begon ter plaatse te sterven. Perparim zakte in elkaar.
Het was nu doodstil in de vergaderzaal.
Stefano sprong naar voren om de Serviër te doden. Iedereen zag dat Stefano te laat was, want Keiki was sneller. Ze sprong tegen de rug van de Serviër alsof ze tegen een muur aansprong waar ze overheen wilde klimmen. Ze sloeg haar twee Warrior Knives tussen zijn sleutelbeenderen en trok zich op, zodat zij voor een moment op Malisĕvo’s schouders zat. Ze liet de messen los, trok een koord uit haar kevlar en sloeg dat twee keer om de Serviërs nek. De uiteinden vasthoudend, liet zij zich achterover van Malisĕvo’s schouders rollen.
“ANNOUK! Per Perparim!” schreeuwde Keiki.
Ferals. Keiki hing aan het koord op de rug van Malisĕvo die langzaam werd gewurgd. Wanhopig probeerde hij het koord losser te maken met zijn handen. Mogelijk was dit hem ook wel gelukt wanneer Umi en Ambra niet waren komen aanrennen, beiden een voorwaartse salto maakten en ieder een Warrior Knife in zijn handen en borst plantten. De Serviër wilde gillen, maar het koord liet dat niet toe.
Oriana, die nu voor Malisĕvo stond, gebruikte al haar kracht om een Warrior Knife tussen de bovenste ribben van de Serviër te stoten. Dit mes als houvast gebruikend, bouwde zij haar kracht weer op en stak het tweede mes onderhands tussen de benen van de Serviër. Het mes had de prostaat doorboord en Oriana wrikte het mes horizontaal, zodat het zijn endeldarm opensneed. Malisĕvo begon nu te wankelen, maar Nicola, die breakdansend over de vloer aan was komen rollen, bracht nu duidelijkheid. In een sikkelbeweging sneed zij de achillespezen door van Servische moordenaar.
Malisĕvo stortte op de grond, Keiki, Umi en Ambra met zich meesleurend. Met een plof landde Noemi op zijn borst en sneed de vrouwen- en kindermoordenaar zijn beide oren af. Doordat het koord tijdens zijn val wat losser was geraakt, dacht Malisĕvo dat hij kon schreeuwen. Net als bij Perparim was zijn bloed helder rood en schuimend met luchtbellen. Alleen kwam het bij de Serviër uit zijn mond.
Noemi en ik liepen naar Perparim terwijl de dertien ‘carabinieri’ de zeven Serviërs onder schot hielden. Perparim lag met zijn hoofd in Natasja’s schoot. De tranen stroomden over haar gezicht en zij huilde: “Perparim, Perparim, niet opgeven! Wij houden van je.”
De reus opende zijn ogen en keek haar dankbaar glimlachend aan. Noemi knielde naast hem en zei huilend: “Niet opgeven, Perparim. Ik heb wat voor je.”
De vrouwen huilden en ik hoorde de mannen hun kelen schrapen.
...Noemi drukte de Albanees de twee afgesneden oren in zijn handen. Perparim keek, begreep en glimlachte weer voordat hij het bewustzijn verloor.
De ferals hadden niet alleen bloed geroken, maar zij waren buitenzinnig van woede. Het verhaal van de afgrijselijke moord op de vrouw en kinderen van Perparim had hun razernij gewekt. Die furie en de adrenaline maakte hen tot harpijen... en het was eng om te zien. Als er zoiets als feralhyena’s bestonden die aan een kadaver stonden te rukken... dan keken wij daar nu naar. Het enige verschil was dat Malisĕvo nog niet dood was. Ik hoopte dat het lang zou duren voordat hij stierf.
Feralhyena’s die een opleiding in forensisch onderzoek hadden genoten, want ze waren nu sectie aan het verrichten op een nog levende Malisĕvo. De zes meisjes sneden stroken van Malisĕvo af; zij vilden hem. Plotseling en als bij toverslag stopten zij. De Serviër was dood.
Het beeld vervaagde. Met mijn zorgvuldige compilatie van de video-opnamen had ik gemoederen van alle aanwezigen opgezweept. De bewondering voor ANNOUK, de trots op ANNOUK, het medelijden met Perparim voor het verlies van zijn gezin, de teleurstelling dat hij zijn taak niet had kunnen volbrengen en het verdriet en medelijden van de ouders toen zij hun dochters en nichtjes in een vlaag van waanzin Malisĕvo zagen afslachten.
Een lange tijd zei er niemand iets, toen vroeg Renato of één van de aanwezigen misschien iets te vragen had.
Hetzelfde raadslid stond weer op en zei: “Waarom sloeg Perparim zijn tegenstander niet gelijk dood? De man was veruit de mindere vechter. Waarom liet Perparim dat gevecht zolang doorgaan zodat hijzelf het slachtoffer werd? Ik bedoel geen kritiek en gelukkig is onze vriend weer hersteld, maar dit had zijn dood kunnen zijn.”
“Consigliere, geachte aanwezigen. Ik vraag respectvol of ik deze vraag door Perparim mag laten beantwoorden omdat een gedeelte van zijn antwoord verband houdt met het dilemma dat mogelijk gaat ontstaan. Perparim is geen spreker zoals wij, hij spreekt vloeiend Italiaans, maar geen Napolitaans. Neemt u dat alstublieft in uw overwegingen mee.”
Ik keek naar Keiki toen Perparim opstond en weer zijn colbertje dichtknoopte. Haar ogen spraken boekdelen. Ik hoopte maar dat dit niemand anders zou opvallen. Dat raadslid was mij een beetje te slim.
“Geachte aanwezigen, de vraag van het raadslid heeft mij bezig gehouden toen ik in het ziekenhuis lag. Normaal maak ik een gevecht zo snel mogelijk af en ik denk dat ik dit gevecht ook snel had kunnen beëindigen. Ik verbaasde mij dus later over mijn stupide handelswijze, want ik realiseerde mij dat ik een fucku... sorry een idioot was geweest. Mijn houding had mij niet alleen...”
“Je wilde even indruk op de vrouwen maken, niet Perparim?” vroeg Donato, Keiki’s oudste broer en leider van de ‘jonge Turken’ Ja hoor, ik wist het en hier was het bewijs. ‘Dank je wel, Donato’.
Ik zag Flavio met stoel en al op de grond vallen toen Umi voor hem langs dook, Donato bij zijn revers greep en hem een krakende kopstoot gaf. Keiki sprong op tafel om haar broer aan te vliegen, maar Perparim greep haar bijtijds en hield haar in een beschermende baby-hug, waaruit zij zich niet kon bevrijden. Even zag ik Anouk voor mij toen zij door Pietro tegen zichzelf werd beschermd. Ik zag ook dat er niet veel meer voor nodig was om Stefano, Renato en Flavio te doen exploderen.
“Tu caffone , pezzo die merda,” schold Keiki tegen haar broer. “Jij vies misbaksel, hoe durf je zoiets te zeggen tegen iemand wiens gehele gezin vermoord is? Ik zal je wat zeggen: ik heb consideratie met jou en je vriendjes gehad...”
Ik gaf Perparim een teken.
De reus zei: “Rustig maar, Keiki. Het doet mij niets wat hij zegt, maar het is je broer en je ouders zijn hier ook. Kom, ga zitten, Keiki.”
Keiki kalmeerde als bij toverslag, maar niet nadat ze gezegd had: “Dank je wel, Umi. Ik sta bij je in de schuld.”
“Is dat zo?” brabbelde Donato. “Ik krijg jou en die andere hoer wel...”
“Donato!” brulde zijn vader.
“Wat? ik maak een grapje en ik krijg gelijk een kopstoot. Die meiden zijn te groot voor hun schoenen geworden. Teveel verbeelding. Ze zijn zeker gek op die Arabier.”
Flavio was de zwakste link, uiteindelijk werd ook Umi voor hoer uitgemaakt. Hij schoot overeind, maakte een salto en belande op Donato’s schoot. Hij omarmde hem en beet hem hard in zijn oor. Voor het oog leek het erop dat hij hem knuffelde, maar het gillen van Donato ondersteunde dat niet.
“Luister goed, varken,” siste Flavio in het oor zodat niemand het horen kon. “Nog een belediging aan de familie of aan mijn vrienden en ik vermoord je. Heb je mij begrepen, vigliacca?”
Donato kon niet veel anders doen dan ‘Si’ kreunen.
Flavio stond op en veegde met een zakdoek Donato’s bloed van zijn gezicht af, terwijl hij zich verontschuldigde bij de familie en de Raad. Niemand had gezien dat Flavio geweld had gebruikt, dus hij had de sympathie van alle aanwezigen. Zelfs van de ouders van Donato.
“Laat Perparim alsjeblieft zijn verhaal vertellen. Deze dingen gebeuren,” zei het slimme raadslid.
Keiki was weer gaan zitten, maar Perparim stond nog. Aarzelend vervolgde hij zijn verhaal: “Zoals ik al zei: ik heb een ernstige fout gemaakt, die mij niet alleen mijn leven had kunnen kosten, maar tevens had ik de wraak voor mijn vermoorde gezin niet kunnen volbrengen. Dat stoorde mij nog het meest.
Waarom heb ik zo gehandeld? Ik weet zeker dat een van de redenen was dat ik de Serviër wilde laten lijden. Lijden zoals mijn vrouw en kinderen geleden hadden. Ik herinner mij dat ik bij elke slag nadacht, ik ontwierp een blauwdruk om Malisĕvo werkelijk stuk te slaan. Ik kom nu aan een gedeelte dat niet gemakkelijk voor mij is om toe te geven; tevens is het een gedeelte van de reden waarom ik hier ben en al deze last veroorzaak.
De jongeman had mogelijk gedeeltelijk gelijk toen hij zei dat ik indruk wilde maken. Ik wilde geen indruk maken, maar ik wilde de meisjes laten zien dat ik ook wel wat kon. Ik bewonderde hen mateloos. Niet alleen voor hun vechtkunst, maar ook om de mooie karakters die zij hebben. Zij hebben een jaar van hun leven gegeven om een meisje te wreken dat ons allen zeer dierbaar was. Anouk.
Ja, ik bewonderde hen en ik heb een ernstige fout gemaakt. Ik kom nu aan de reden waarom ik hier ben. In het ziekenhuis kreeg ik problemen omdat ik gefaald had mijn gezin te wreken. Ik heb daar met mijn lijfwacht, Stefano en Gian over gesproken en ik ben overtuigd dat wat die mij vertelden waar is.
U hebt in het laatste gedeelte van de video gezien hoe snel Keiki tegen de Serviër opklom en hem begon te wurgen. Niemand is sneller dan Stefano, dus dat was al een wonder op zich. U hebt ook daarna kunnen zien hoe de meisjes de Serviër vermoord hebben. Het was niet mooi en geen een vrouw zou dat ooit hoeven te doen. Maar zij deden het.
Mijn vrienden zeggen allemaal dat de meisjes mijn gezin beter hebben gewroken, dan ik ooit had kunnen doen. Dit om reden dat de Serviër nu door vrouwen is vermoord. Daarnaast hebben zij mij onmiddellijk gewroken. Ik bewonder... en verafgood hen.”
Alle aanwezigen begonnen te applaudisseren, behalve... behalve de ‘jonge Turken’. De uitdrukking op hun gezichten zei het voor hen. Haat! Haat, die de raadsleden ook opmerkten.
“Ik bewonder ANNOUK, ik verafgood ANNOUK,” vervolgde Perparim, “en ik wil iets doen om mijn dankbaarheid en mijn respect te betonen. Stefano heeft mij een rijk man gemaakt en ik heb besloten dat ik het geld dat ik gedurende de laatste operatie heb verdiend, in zes gelijke gedeelten aan de zes meisjes wil geven. Ik weet dat zij het niet nodig hebben, maar ze hebben teveel voor mij gedaan en ik wil nu iets terugdoen. Daarnaast wil ik geen geld verdienen aan een operatie waarin mijn dierbare gezin gewroken is en waarin ik een ‘arse’... sorry... waarin ik mij als een idioot heb gedragen.”
Gezichten draaiden naar elkaar toe en mensen fluisterden toen Pam zei: “Ach dat is lief van je Perparim, is dat niet vreselijk lief?”
Ik zag dat de vrouwen aangedaan waren door Perparims galanterie en vrijgevigheid, maar de mannen keken iets minder tevreden.
“Zie je wel,” zei nu Enrico, de broer van Donato. “nu probeert die Arabier onze vrouwen nog te kopen ook. Over een half jaar zien jullie je dochters en nichten met een burka lopen.”
“Ora basta!” brulde Keiki’s vader. “Jullie houden jullie respectloze bekken of bij God, ik zweer dat ik jullie een oor afsnijd. Jullie presteren helemaal niets anders dan mensen beledigen. Denk niet dat ik niet weet waar jullie mee bezig zijn. Ik waarschuw niet meer. Keiki heeft geen geld nodig, maar het minste wat wij kunnen doen, is de man respect betonen. Jullie kunnen van die Albanese heer nog wat leren wat respect betreft. Stelletje weggooiers, ik schaam mij jullie vader te moeten zijn.”
Keiki’s vader kreeg bijval van iedereen, behalve de rest van de ‘jonge Turken’. Ik besloot dat het tijd was om hen over de streep te trekken. Het voorstel was gelanceerd en niemand had het als een belediging opgenomen. Ik excuseerde mijzelf om even naar het toilet te gaan. Op het toilet deed ik de batterij weer in mijn mobiel en verstuurde een sms.
Toen ik weer in de vergaderzaal terugkwam, zag ik dat er druk gediscussieerd werd. De meisjes zaten te giechelen en ik hoorde Keiki vragen: “Perparim, wanneer wij gebruik maken van je aanbod, moeten wij dan met een burka lopen?”
Perparim kreeg een rode kop en stamelde: “Nee... natuurlijk niet, Keiki. Waarom zou ik dat verlangen? Dat moet je niet geloven want dat is echt niet waar. Afijn, dat merk je wel.”
“Ik hoef ook geen moslima te worden dan?”
“Maar nee. Keiki, waarom denk je dat? Natuurlijk niet. Dan zou het geen cadeau meer zijn, als er zulke rare condities gesteld werden.”
Keiki kreeg de aandacht. Ik kon op de gezichten zien dat de familie zich afvroeg waar Keiki mee bezig was en of de ‘jonge Turken’ mogelijk toch gelijk hadden.
“Okay, ik wilde het zeker weten, Perparim. Het is een heel genereus en edelmoedig gebaar dat je maakt. Dus ik hoef geen moslima te worden en ik hoef geen burka te dragen?”
“Je plaagt me, Keiki.”
“Echt niet! Zou dat ook niet hoeven als ik je vrouw zou worden? Vooropgesteld dat je mij zou willen natuurlijk.”
Ik dacht dat Perparim flauw zou gaan vallen en dat de aanwezigen, behalve de Raad, in coma zouden gaan.
“Keiki, als jij mijn vrouw zou willen worden, dan zou ik een burka dragen. Aangezien ik dan toch een godin als vrouw heb, zou ik nog katholiek voor je ook worden,” zei Perparim ineens dapper.
“Aaaaah, che bello!” zeiden sommige vrouwen.
“Nou, dat hoeft ook weer niet, Perparim. Wil je met mij trouwen?”
Ik keek snel naar de gezichten. De vrouwen keken vertederd, zelfs Keiki’s moeder. De mannen, zoals altijd, moesten eerst even goed nadenken wat er nu eigenlijk precies was gebeurd. Maar het zou zijn zoals ik tegen Pam had gezegd: als de helft toestemt, hobbelt de andere helft er wel achteraan. Ik had geweten dat ik de vrouwen moest winnen want daarna kon ik niet meer verliezen.
Het scherm lichtte op en ik zag Skender die in het mobiele commando- en communicatiecentrum zat.
“Hallo Skender,” zei ik. “Had je Perparim nodig?”
“Eigenlijk wel, Gian. Er zijn wat problemen. Wel niet echt, maar er zijn wat dingen die jullie weten moeten.”
“Je baas is zojuist ten huwelijk gevraagd, Skender. Kun je het met mij af?”
“Werkelijk? Echt waar? Ja, ik kan de opnames laten zien en waar nodig commentaar geven.”
“Geef mij vijf minuten zodat ik het een en ander kan voorbereiden.”
“Is goed. Ik ben in vijf minuten terug.”
“Nou?” hoorde ik Keiki vragen, “heb je wat aan me of wil je me liever niet?”
“Ik zou de gelukkigste man op aarde zijn, Keiki.”
“Goed, dan is dat geregeld. Nu hoef je het geld nog maar in vijf porties te verdelen. Ik hoef het niet want ik krijg toch al jouw geld, hahaha. Nee hoor, ik dol je. Deel het maar in vijf delen op en doe de meisjes een plezier. Ik ben meer dan tevreden met jou.”
‘Nou, kom op Umi,’ dacht ik. ‘Een paar minuten en Skender is terug.’
“Vier delen, Keiki,” zei Umi. “Vier delen, want ik vraag Flavio nu. Die heeft toch geld zat en als hij mij niet wil dan wil ik geen geld ook. Dan ga ik het klooster in.”
Zo, nu was de aandacht van Keiki afgeleid.
“Ach,” zei Pam, “wat een leuke dag vandaag. Iedereen houdt van elkaar. Nou Donato en Enrico, hier kunnen jullie toch geen probleem mee hebben, lijkt mij?”
Keiki vloog op Umi af en omhelsde haar.
“Doe je mond eens open, Flavio,” zei ze. “Je bent net ten huwelijk gevraagd.”
Ik dorst Lucio en Umberto niet aan te kijken. Ik zag verscheidene raadsleden met hun wijsvinger een ooglid naar beneden trekken, wat mij vertelde dat zij hadden begrepen dat het één en ander in scène was gezet.
Flavio maakte een salto, viel op zijn knieën voor Umi, spreidde zijn armen en zei: “Laat mij nog even de man blijven en het op mijn manier doen: ‘Umi, wil je met mij trouwen?’”
Het geroezemoes van de familie zwol aan tot een gebabbel: ‘ja, maar hij is veel ouder... het zijn neef nicht... ze pakken toch dat geld niet aan..’
“Komt het gelegen?” hoorde ik Skender vragen.
“Ja, het is goed. Je baas is bezig verliefd te zijn, Flavio en Umi zijn aangestoken want die willen ineens ook trouwen. Ik zie het nog feest worden vandaag.”
“Wie is de gelukkige vrouw, Gian?” acteerde Skender.
“Keiki, je weet wel, dat is het meisje dat altijd die gekke grappen maakt.”
Ik hoorde het langzaam rustig achter mij worden. Mensen zijn mensen en mensen willen weten.
“Gian,” zei Skender, “wij werden van de week gebeld door twee mensen die, voordat wij de klandizie overnamen, bescherming genoten van Lucio en Umberto. Het bleek dat een groep jonge gangsters de wijk probeerde te claimen. Ik bezocht beide klanten en beloofde hen een heel jaar gratis bescherming wanneer zij met ons wilde meewerken. De eerste zei al gelijk dat hij altijd netjes was behandeld door de families Casadei en dat hij ons graag van dienst wilde zijn.
Wij konden het mobiele controle- en communicatiesysteem in de buurt parkeren en besloten een opname te maken, zodat wij ook aan de families Casadei konden laten zien dat wij hun klanten fair behandelen. Kan ik inschakelen?”
“Yes, sure.”
Na wat geruis verschenen de eerste beelden. Wij zagen een winkelier die zijn goederen aan het ordenen was. Skender had de video blijkbaar ingekort want een twintigtal seconden later kwamen er drie mannen de winkel in. Zij stevenden op de winkelier af en sloegen hem tegen de grond, waarna... er vijf mannen in het beeld verschenen die ieder een pistool op de hoofden van de wannabe gangsters zette.
“Waarom sloeg je onze klant?” vroeg Skender?
“Het is jullie klant niet, het is een klant van de families Casadei,” zei de kleinste gangster.
“Zelfde vraag en stel mijn geduld niet op de proef. Waarom slaan jullie een klant van de families Casadei?”
“Omdat wij de wijk overnemen. Vanaf nu wordt de ‘pizzo’ aan ons betaald. Je kunt beter dat pistool uit mijn gezicht halen. Er staan buiten tien man te wachten. Jullie komen hier niet meer weg.”
“Dertien man om een winkelier neer te slaan? O, maar wij gaan een hoop plezier met jullie beleven.”
Het was nu muisstil achter mij. De urgentie van de huwelijksdiscussie was naar het achterplan verwezen. Iedereen voelde waar dit heen ging.
“Hoe heet jij,” vroeg Skender aan de grootste van het drietal.
“Afanculo bastardo” , zei de ‘wanksta’ zoals hij dat in de films had gezien.
“Eh, eh nee! Wij gaan jullie in je reet neuken, je weet dat wij moslims daar van houden,” antwoordde Skender terwijl hij de ‘wanksta’ neersloeg met de trekkerbeugel van zijn HP Browning.
Het beeld vervaagde en Skender kwam weer in het beeld.
“We hebben hen een handgranaat om hun nekken gedaan met een ‘plasticuff’ en daar een koord aan bevestigd. Als hondjes aan een riem zijn zij met ons meegelopen naar de auto. U krijgt nu de beelden uit het pakhuis.”
Het scherm lichtte op en ik zag drie naakte ‘jonge Turken’. Hun handen waren op hun rug geboeid. Om hun nek hadden zij een touw dat over een balk hing. Toen Skender een bevel gaf, begon één van de Albanezen aan een touw te trekken. Toen een ‘wanksta’ aan zijn nek van de grond getrokken en langzaam gewurgd werd, hoorde ik de menigte achter mij.
“Mamma mia,” hoorde ik de vrouwen.
“Lo fanno bene. Se lo me meritano” , zeiden verschillende vaders en ooms.
“De namen!” zei Skender. “Als je niet de namen van de leiders geeft, trekken wij je omhoog. Daarna beginnen we met nummer twee. Kwispel maar wat met je voeten wanneer je klaar bent om te praten.”
De gehangen ‘jonge Turk’ trapte als een bezetene met zijn voeten.
“Zakken laten,” zei Skender.
De Albanees liet zonder complimenten het koord los zodat de ‘jonge Turk’ op de grond viel. Kotsend en gierend probeerde hij adem te krijgen, hetgeen het hem maar met moeite lukte. Praten lukte hem nog niet want hij maakte gebaren en wees op zijn vrienden.
Skender beval: “Zij weten de namen. Trek hun eens een beetje omhoog. Als wij daarna niets horen dan laten wij ze een nacht zo hangen.”
Vier Albanezen trokken de twee andere wanksta’s omhoog. ‘Typisch dat mensen altijd eerst iets moeten ondervinden voordat zij overtuigd zijn’, dacht ik.
Het leek wel of er twee kranen werden geopend. Na tien seconden was het duidelijk dat de twee ‘jonge Turken’ wilden praten. De Albanezen lieten hen in de poel op het beton vallen en Skender liep naar ze toe. Hij begon te lachen en zei: “Jullie stinken. Jullie hebben jezelf bepist. Wat zijn jullie voor gangsters? Jullie zijn kindjes. Nou, gaan we praten of laten wij jullie een nacht hangen als trekpop?”
Het duurde een minuut of vijf voordat de ‘jonge Turken’ hun lucht hadden, maar toen zei de grootste: “Enrico en Donato. Enrico en Donato Esposito zijn de leiders. Zij zijn neven van de Casadei clans en zij hadden ons gezegd dat hun ooms te oud werden. Volgens hen konden wij de wijk gemakkelijk overnemen.”
“Dat is een leugen!” hoorde ik achter mij.
Ik negeerde de opmerking en terwijl Skender weer alleen op het scherm verscheen, vroeg ik: “Wat is er met hen gebeurd?”
“Zij liggen vastgebonden in het pakhuis. Ik wilde eerst op de orders van Perparim wachten.”
“Nou, dat kon wel eens na de bruiloft worden. Weet je wat je doet, Skender?”
“Nou?”
“Sms Stefano over tien minuten waar je bent, niet eerder. Hij komt naar je toe en neemt dan van je over. Goed werk, Skender. Je bent een prijsbezit voor Perparim. Mirupafshim dashur.”
“Ciao Gian, fijne avond. Groet Perparim en zijn lieftallige bruid.”
Ik schakelde het scherm uit en verontschuldigde mij voor de onderbreking. Stefano verontschuldigde zich ook en vertrok.
“Dat liegen die gasten,” zei Donato tegen mij.
“Donato, het zijn mijn zaken niet. Iemand zal je ter verantwoording roepen, maar ik zal het niet zijn. Ik heb net gehoord hoe je een groep geweldige vrouwen - waaronder nota bene je zuster - hoeren noemde. Respect voor je ouders en je zuster, maar jij bent de shit die af en toe onder mijn schoenen blijft plakken.
Jullie kunnen niets, jullie willen nergens moeite voor doen en vrouwen die een jaar getraind en geleerd hebben en een nobele taak hebben verricht, worden door je vriendjes lastig gevallen. Toen je gabbertjes de meisjes voor hoeren uitmaakten, deden jullie niets. Dat vertelt mij wat jullie zijn. Niets!
Lucio en Umberto wilden hun familie geen kwaad doen en besloten de collectie van de ‘pizzo’ over te dragen aan Perparim. Lucio en Umberto trekken zich als vangelista terug en dragen de leiding aan Renato en Flavio over.
Hoe exuberant Flavio ook was, hij was slim genoeg om geen enkele reactie te tonen.
Voor alle zonen en broers die aspiraties hebben om de controle over te nemen, kan ik dit zeggen: ik ben veertig jaar bevriend met Lucio, Umberto en Franco die onlangs vermoord is. Prijs jullie gelukkig dat jullie het niet geprobeerd hebben tijdens het bewind van Renato en Flavio.
Ik bedank de familie voor hun komst, hun aandacht en hun geweldige opstelling in deze. Ik wil alleen, en met alle respect, verzoeken dat Keiki en Umi niet afgeteld zullen worden voor hun huwelijksaanzoeken.
Indien jullie dat toch zouden doen... bedenk dan dat niemand zulke dochters en nichten heeft als jullie. Ik had het zeldzame geluk om een tijdje te mogen leven met een meisje zoals jullie dochters en nichtjes. Anouk. Ik mis haar nog iedere dag en ik had haar de wereld willen geven. Geef Perparim een kans, geef Flavio een kans, maar bovenal... geef jullie dochters een kans. Ik weet... het lijkt misschien niet ideaal voor de ouders, maar het feit dat de meisjes de mannen hebben gevraagd, zegt precies wat zij willen. Kom, wees weer eens jong, het leven gaat al snel genoeg. Als laatste dit: ik wil garant staan met mijn leven zowel voor Perparim als voor Flavio en daar kunnen jullie mij aan houden.”
Het geklap begon heel langzaam bij de slimme raadsman. In no-time nam iedereen deel aan het applaus. Ik zag Keiki en Umi op mij af komen en terwijl zij mij beiden omhelsden, zei Keiki in mijn oor: ‘Zio heeft altijd overal trucjes voor. You’re so fucking cool, zio. You lead, you’re the bomb!’
Renato verzocht om een ogenblik stilte en vroeg de aanwezigen of er iemand was die vragen had.
Keiki’s vader stak zijn hand op.
“Alsjeblieft Paride, laat maar horen.”
De vader verontschuldigde zich voor zijn uitval bij de andere families en de Raad, maar niet bij de ‘jonge Turken’.
“Normaal gesproken had ik nimmer mijn toestemming gegeven en dat heeft niets te maken met het feit dat Perparim een moslim is of dat hij twintig jaar ouder is. Ik had graag gezien dat mijn dochter niet in een wereld van geweld terecht zou komen.
Nu dat ik echter niets anders dan eigenwijsheid, racisme, disrespect naar de gehele familie en potentieel geweld van mijn zonen heb ervaren, realiseer ik mij hoe geweldig mijn dochter is. Zij is tenminste in staat om het geweld te controleren en doseren.
Ik heb met verbazing, trots en ja, ook met afschuw zitten kijken hoe zij en mijn nichtjes zich van hun taken hebben gekweten. Dat maakt mijn schaamte en het verlies van mijn zonen meer dan goed. Ik ken signor Perparim nog niet, maar ik heb het vermoeden dat ik hem graag verwelkom in onze familie. Het is meer dan duidelijk dat hij veel om mijn dochter geeft, dus wie ben ik om iets van mijn dochters beslissing te willen zeggen?
Wat mijn zonen betreft, leg ik een eed af ten overstaan van de gehele familie: ‘Donato en Enrico, ik wil jullie niet meer in mijn huis zien wanneer ik er ben. Jullie hebben voor mij afgedaan tot het moment dat jullie mij bewijzen dat jullie mijn respect verdienen. Ik weet niet wat mijn vrouw hiervan vindt, maar voor mij hebben jullie afgedaan. Jullie hebben mij, je moeder en Keiki te schande gemaakt. Dat wilde ik zeggen en ik bedank Lucio, Umberto en hun zonen dat zij geen actie hebben genomen. Ik ben ook trots om mij tot jullie familie te mogen rekenen.”
Keiki’s vader ging zitten en ik zag hoe Keiki haar vader vol bewondering aankeek. Haar moeder keek gelaten.
De volgende tien minuten stonden om beurten nog vier vaders op en herhaalden de actie van Paride met hun eigen zonen. De echtgenotes waren niet blij, maar alle problemen waren opgelost en daar ging het om.
Op dat moment kwam Stefano weer binnen. Hij knikte naar mij.
Renato sprak: “Ik wil nu iedereen uitnodigen om met mij mee te komen naar het restaurant dat wij afgehuurd hebben. Wij wisten niet hoe dit af zou lopen, maar ik denk dat wij reden hebben om feest te vieren.”
Een raadslid stak zijn hand op om te spreken.
“Voordat wij naar het restaurant gaan, wil ik om een gesprek verzoeken met de mannen van de familie Casadei, Stefano, Perparim en signor Gian. Tevens wil ik dat de zonen die zojuist verstoten zijn, nog een moment hier blijven. Ik zou graag een paar woorden met hen willen wisselen.”
Iedereen wist wat dat betekende en toen de families zich naar het restaurant begaven, kon ik zien dat de vijf moeders van de ‘jonge Turken’ verdrietig, gebogen en beschaamd de zaal verlieten. Ik liep snel naar Natasja die ik instructies gaf voor Pam, zodat er geen link naar mij gelegd werd.
Toen de deur gesloten was, zei het oudste raadslid de ‘jonge Turken’ op te staan.
“Jullie zijn niet alleen een schande voor jullie ouders, maar tevens een blamage voor het Systeem. Ik weet niet hoe dit gaat aflopen, maar ik kan jullie al wel zeggen dat jullie namen worden doorgegeven aan alle clans. Jullie zijn vanaf nu vogelvrij. Onderneem een actie die ons niet bevalt en jullie moeders kunnen jullie begraven. Nimmer heb ik zo’n stelletje waardeloze, respectloze lamzakken als jullie gezien. Onthoud mijn woorden, of vergeet ze... het is mij om het even.”
Zwijgend verlieten de wannabe camorristi de zaal. Ik kon de woede in Donato en Enrico zien en voelen
Het leek wel of Lucio en Umberto en hun zonen, Stefano, Perparim en ik nu voor een rechtbank stonden.
“Wat is de werkelijke reden dat jullie ons hebben gevraagd om aanwezig te willen zijn bij dit familiedilemma?” vroeg het oudste raadslid aan Renato. “Ik zal je zeggen waarom ik dit vraag: de laatste keer dat wij ontmoetten waren wij onder de indruk van je inventiviteit. Wij begrepen precies wat je gedaan had, maar wij konden er niet slechter van worden. Eerste vraag, Renato: wisten je vader en je oom van het mogelijke verloop... ik bedoel de planning van de bijeenkomst?”
“Nee, consigliere. Absoluut niet. Mijn vader en oom hadden een probleem met de jonge Turken; Perparim had het probleem met zijn donatie – iets dat normaal nooit in goede aarde zou zijn gevallen bij de familie – Keiki en Umi waren verliefd en de omstandigheden in die situatie waren niet ideaal.”
“Dus je hebt ons hier alleen gevraagd als boeman?”
“Nee, nee, absoluut niet. Wel wilden wij dat het niet zou ontaarden in een chaotische familieruzie. U hebt het respect en vreemde ogen dwingen, maar daarnaast was er nog een reden, consigliere.”
“En die ga je ons nu vertellen?”
“Als u mij toestaat. U hebt op de getoonde video’s stukjes van onze operaties gezien. Er is waanzinnig veel meer, maar dat was, zoals gezegd, niet relevant. Raadsleden, met alle respect, ik ben van mening dat ‘Het Systeem’ zich moet aanpassen. Niet alleen krijgen de autoriteiten steeds meer computerkracht tot hun beschikking, veel van onze communicatiemethodes zijn verouderd en regelrecht onveilig.
Dit is veilig omdat de communicatie gecodeerd is en die codes zijn niet te breken. Daarnaast kan een coördinator de hele operatie overzien en controleren. Wij hebben nog videobrillen gebruikt, maar er zijn ook camera’s in balpennen, dasspelden, sleutelhangers en aanstekers. Het is een geweldig stuk gereedschap en het heeft alleen maar voordelen.”
“En jij wilt ons die systemen verkopen?”
“Nee consigliere, alleen aanbevelen. U bepaalt waar u koopt. Misschien mag ik dit als laatste vermelden: de BND, de Duitse geheime dienst, die ons erg ter wille is geweest, en die Perparims leven heeft gered, heeft een kopie van de video omdat ons BND contact zei dat ze graag wilden leren hoe de operatie was opgezet. Zio Gian heeft alle gezichten gewist, stemmen veranderd, autokentekens aangepast enzovoort. Er is niets dat naar ons leidt. We hebben een geweldige relatie met de BND opgebouwd.”
Het raadslid dacht even na en zei toen: “Het klinkt goed en het klinkt logisch. Ik zal dit bespreken met mijn mederaadsleden. Lucio, Umberto hebben jullie echt de organisaties aan jullie zonen overgedragen of was dat om druk op de ketel te zetten?”
Lucio antwoordde: “Nee consigliere, dit is een oprechte overdracht. Mijn zoon wist het van de week al, maar Umberto’s zoon, Flavio, weet het pas vanaf het moment dat Gian het meedeelde in de bijeenkomst.”
“Het leek ons dat hij niet erg verrast was.”
“Mag ik daarop reageren, consigliere?” vroeg Flavio.
“Zeker Flavio.”
“Ik kon geen enkele verbazing laten blijken. Ten eerste wist ik niet of het wel of niet waar was en ten tweede wist ik wel dat sommige episodes in scène waren gezet. Dit laatste met het oog op de jonge Turken.”
“Keurig. Renato wist dus alles en jij wist niets?”
“Daar lijkt het inderdaad op, consigliere.”
“Dat stoort je niet?”
“Absoluut niet, ik weet... ik begrijp nu ook waarom dat zo was.”
Stefano sprak nu: “Geachte raadsleden, niemand was bekend met het geplande verloop van de bijeenkomst, behalve ik en Gian die ik er overigens van verdenk dat hij Pam heeft ingelicht.”
“Zei ik het jullie niet?” vroeg de consigliere aan zijn mederaadsleden. De mannen van ‘de rechtbank’ knikten tevreden.
“Dus nu rijst de vraag: ‘wie heeft het plan ontworpen?’ Jij Stefano?”
“Nee, consigliere, ik wilde er aanvankelijk niets van weten. Ik besefte maar al te goed wat voor problemen eruit konden voortkomen.”
“Wat heeft je van mening doen veranderen?”
“Ik vertrouw mijn zio, consigliere.”
“Dus signor Gian heeft alles gepland?”
Stefano antwoordde niet, maar keek mij aan. Ik knikte.
“Dat is juist, consigliere. De hele familie en de familie Casadei weten hoe zio iets kan uitdenken. Wij waren allemaal bezorgd. Bezorgd... en wij wisten nog niet eens een vijfde. Zio lachte de hele tijd. Ik denk dat hij en Pam alles weten.”
“Opmerkelijk. Wat gebeurt er met die drie krengen die jullie zogenaamd op wilden hangen?”
“Ik heb ze een oor afgesneden. Het was geen familie, maar zij zijn een nu goed voorbeeld en herinnering, van wat er kan gebeuren, voor de andere zonen.”
“Met respect, Stefano,” antwoordde het raadslid. “Het ware beter geweest als u hen het teken van de ‘aleviénto ingannatore had gegeven. Niemand had hen dan ooit meer vertrouwd. Dit kan nog consequenties hebben.”
“Ik weet het, consigliere, maar de broers van Keiki waren de werkelijke aanstichters, en die gaan min of meer vrijuit. Mogelijk had ik die bietsertjes hun monden tot aan hun oren open moeten snijden... ik weet het niet. Het leek mij een beetje overdreven. Belangrijk voor de families is dat wij onze doelen hebben kunnen realiseren en dat de schade zeer beperkt is gebleven. Daarnaast hebben wij minstens vier zielsgelukkige vrienden, en dat is veel waard. Misschien zal ik mijn beslissing ooit betreuren, maar dan deal ik ermee. Met respect, consigliere, maar dat is zoals ik het voelde.”
“Signor Gian,” richtte het raadslid zich tot mij, “u lijkt ons een man van vele kwaliteiten. Wat had u gedaan als alles misgelopen was?”
Ik richtte mij tot de gehele Raad en zei: “Menselijk gezien kon het niet mislopen. Mensen zijn voorspelbaar. Daarnaast had ik veel ingrediënten tot mijn beschikking. Ieder probleempje vormde een gedeelte van de oplossing.”
“Mits je alle problemen kende, anders had u een probleem gehad.”
“Dat is volkomen juist, consigliere. Daarom wilde ik ook de verantwoording nemen. Ik wilde bijvoorbeeld niet dat Stefano meekwam omdat hij en zijn arme vader zoveel respect hebben van de families.”
“Dus eigenlijk zeg je net dat ook wij voorspelbaar zijn?”
“Nee, consigliere, u of de Raad niet, maar de families wel. Waarom? Het zijn burgermensen en die denken en redeneren niet zoals de malavita. Sorry, ik wil niet arrogant lijken, maar zo zie ik het.”
“Je kunt wel nagaan dat hier een reactie op komt. Zou je die kunnen raden?”
Ik dacht even na en knikte toen.
“Wil je het ons vertellen?”
“Jawel, ik fluister het in uw oor. Ik wil mijn vrienden niet beschamen voor het geval dat ik het mis heb.”
Het raadslid stond op en liep naar mij toe, wat een teken van respect was. Ik fluisterde iets in zijn oor waarbij ik vermeed om ook maar iemand aan te kijken.
“Dat is ongelooflijk, dat is niet normaal,” riep het raadslid. “Ben jij gedachtelezer soms?”
“Nee consigliere, maar ik heb goed opgelet. Ik keek naar wie de raadsleden het meeste keken en ik begon een patroon te herkennen. Iedere keer nadat een raadslid dezelfde persoon had bestudeerd, zei het raadslid in kwestie iets tegen zijn buurman, die het ook weer doorgaf. Ik let heel goed op gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal.”
Het raadslid beraadde zich een moment met de andere raadsleden, die allemaal knikten.
“Wij zijn diep onder de indruk, signor Gian. Wij zouden graag willen dat u onze actie aankondigt.”
Ik schudde mijn hoofd, en zei: “Dat is teveel eer en ik vind dat het van u moet komen.”
“Nee, nee, wij beginnen er plezier in te krijgen. Het is juist mooi wanneer u het aankondigt.”
Mijn vrienden keken alsof ze een non zagen schaatsenrijden toen ik begon te spreken: “Umberto, Lucio, één van jullie tweeën wordt benoemd tot raadslid. Hij komt in de plaats van het raadslid dat overleden is. Er zijn twee mogelijkheden: jullie maken onder elkaar uit wie de bevoorrechte is of – en dat acht ik het meest waarschijnlijk – jullie nemen om beurten zitting in ‘de Raad van het Systeem’”
“Lucio, Umberto, wij konden het niet beter verwoorden,” zei het raadslid. “Wat denken jullie ervan?”
De twee oude camorristi waren sprakeloos. In veertig jaar had ik hen niet zo onbeholpen en aangedaan gezien. Nu ontstond het eerste probleem deze avond want Lucio gunde de eer aan zijn broer, die daar weer niet van horen wilde.
“Denk er rustig over na en bespreek het later. Wij gaan het afronden hier want ik begin honger te krijgen. Perparim, Flavio, ik spreek namens de gehele Raad en onze families door jullie alle geluk en liefde toe te wensen. Jullie zijn allebei mooie mensen en als Perparim besluit om zijn bruid te volgen, in plaats van andersom, dan kan ik hem zijn eigen clan in Napels garanderen. Sorry Stefano, ik wil Perparim niet bij je weghalen, maar ik wil ook niet dat zijn loyaliteit hun geluk in de weg staat.”
“Ik ben het helemaal met u eens, consigliere. Perparim is een prachtmens en hij krijgt ook een prachtvrouw. Hun geluk is het allerbelangrijkste voor mij,” zei Stefano.
“Goed, als laatste willen wij een momentje met Gian praten. Daarna komen wij naar het restaurant.”
‘Oops’, dacht ik, ‘Nu word ik toch nog afgeteld’.
“Signor Gian,” sprak het raadslid, nadat mijn vrienden de deur achter zich hadden gesloten. “Alle problemen zijn opgelost en veel mensen zijn door uw machinaties nu zielsgelukkig. Het woord ‘machinaties’ is niet negatief bedoeld, maar ik weet zo snel geen beter substituut.
Zoals gezegd: eind goed, al goed. Spijt het u echter niet dat er nu een aantal families zijn waar de man en de vrouw ruzie zullen krijgen, doordat de vaders de zonen hebben verstoten? Uiteindelijk zijn de vrouwen moeders en moeders houden van hun kinderen. Dit zet volgens mij een domper op de vreugde. Ik weet niet of u de gezichten heeft gezien van de vrouwen die bedroefd deze ruimte verlieten? Nu wordt er van hun verwacht dat zij vrolijk zijn.”
“Echt niet,” antwoordde ik. “U hebt heel goed gezien dat ik even met mijn partner, Natasja, sprak. Wat kon zo belangrijk zijn op dat moment dat ik snel naar mijn partner moest hollen? Tenzij ik, net als u, de gezichten van de moeders had gezien en mij realiseerde dat er problemen tussen de echtgenoten konden ontstaan. Ik sprak dus snel met mijn partner, die zoals u weet, inmiddels met Pam heeft gesproken.”
“Santa Pam,” zeiden verschillende raadsleden tegelijk.
“Santa Pam,” bevestigde ik. “Santa Pam heeft inmiddels al de moeders benaderd met de garantie dat alles in orde komt. Zij vraagt de moeders alleen om even wat geduld te hebben, want de houding van hun echtgenoten is maar een kwestie van tijd, maar dat weet u allemaal al.”
“Waarom denkt u dat?”
“Omdat u de ‘jonge Turken’ vroeg om even achter te blijven, zodat u hen een vlieg in hun oor kon stoppen. U wist wat ik had gedaan. De zonen zijn nu van alles en van iedereen afgesneden. Zij gaan het leven vanaf nu erg moeilijk vinden zonder moeder die hun onderbroeken wast en het eten voor hen op tafel zet.
Normaal hadden de vaders hen op die manier de misdaad ingedreven, maar uw waarschuwing zal er voor zorgen dat dit niet gebeurt, althans niet in Napels. Mochten zij ergens anders besluiten om kamp op te zetten... wel zo is het leven, maar dan kunnen de vaders wel weer trots op hun zonen zijn, omdat dezen dan karakter hebben getoond. Het ging de vaders nooit om de ‘malavita’, het ging hen om het respect.”
“Wat is de garantie die Pam aan de moeder kan geven?”
Één van mijn hobby’s is de vrouw en het karakter van de vrouw in het bijzonder. Nou, mogelijk weet u dit niet, aan de andere kant bent u net als ik op een leeftijd dat u het wel zou moeten weten en indien niet, hebt u mogelijk een geval - van wat ik ga zeggen - aan de lijve ondervonden.
In het kort komt het hier op neer: de domste vrouw is sluwer dan de slimste man, al is dat dan meestal alleen op relatiegebied. Vrouwen willen soms ook dom zijn omdat hen dat dan past... voor wat voor reden dan ook.
Een vrouw kan, als zij dat wil, een man manipuleren zonder dat de man daar ook maar iets van merkt. Nou, Pam zal de vrouwen precies vertellen wat zij moeten doen... en laten. Zij doet dit op zo’n manier dat zij aan geen enkele vrouw hetzelfde verhaal vertelt, want je weet nooit wat de vrouwen in hun enthousiasme later aan elkaar gaan vertellen. Pam geeft hints op een manier dat de vrouw in kwestie denkt dat zij het zelf heeft uitgedacht. Maar zoals ik al zei: u wist dat allemaal al want anders had u de ‘jonge Turken’ nimmer de wacht aangezegd.”
“Arme Renato,” zei een raadslid lachend. “Ik vraag mij af hoe Pam aan al die wijsheid komt. Zijn jullie soms samen uit Nederland vertrokken om Napels over te nemen?”
“Een klein beetje maar,” gaf ik toe.
“Wat als de vaders koppig zijn en hun houding niet willen herzien?”
“Dat zal niet gebeuren, raadslid.”
“Wat maakt u zo zeker? Niemand kan in de toekomst kijken.”
Napolitanen zijn temperamentvolle mensen. Het is nauwelijks verwonderlijk dat de reacties van de vaders zo uitpakten en al helemaal niet, nadat zij het voorbeeld van Paride hadden gezien. Zij hebben nu het respect van de hele familie inclusief hun vrouwen. Alleen de vrouwen worden nu even heen en weer getrokken tussen hun liefde, respect en loyaliteit voor hun man en hun gevoelens als moeder.
Het is een kwestie van een korte tijd. De vrouwen weten intussen al dat het goed komt, al weten zij nog niet hoe... maar de mannen zullen het straks ook weten.
“Werkelijk? Hoe moeten die dat weten dan?”
“Wacht maar even tot ze straks een liter Lacrima Christi hebben gedronken en ik met één of twee gesproken heb.”
“O Dio mio, laten wij gaan eten, Gian. Ik heb honger gekregen. Hoe lang denk je hier te blijven?”
“Een week of twee. Natasja heeft een zoontje dat ze niet langer meer alleen wil laten, vooral omdat zij hem zo gemist heeft nadat het kind gekidnapt was.”
“Begrijpelijk. Ik wil u, Natasja en Stefano uitnodigen om een avond bij mij en mijn familie te komen dineren. Ik wil graag nog wat leren. Ik verbied u echter om mijn vrouw ook maar iets te leren,” lachte het raadslid.
Twee minuten later waren wij de trotse eigenaars van negen uitnodigingen van ‘O Consiglio di Sistema.
Diners. Lekker, en lekker veel eten. Twee weken later was ik ruim twee kilo aangekomen en twee maanden daarna - twee weken voor een dubbele bruiloft - waren wij de ongelukkige bezitters van een shitload fucking megaproblemen. Maar problemen... problemen, zeg ik je! Wat was er fout gegaan? Niets... om te beginnen! Alles was niet alleen verlopen zoals gepland... het was zelfs nog beter gelopen dan gehoopt. Dan waarom in hemelsnaam leefde ik nu in een déjà vu en keek ik in de loop van een fucking Ruger 357 Magnum? Hoe was het gekomen dat ik mijn ingewanden die door een messnede in mijn buik naar buiten dreigden te komen, in mijn handen hield? Terwijl ik mij afvroeg of ik niet wat meer had moeten eten, zodat de extra aangekomen kilo’s mijn ingewanden in de verpakking hadden kunnen houden... zakte ik door mijn knieën.
Na de vergadering van de families en de Raad van de Camorra waren wij allemaal naar het restaurant dat Renato eerder – vertrouwend op de goede afloop - had besproken, gegaan. De sfeer was gezellig en goed. Pam had de moeders van de ‘jonge Turken’ gerust gesteld door hen te verzekeren dat de afwezigheid van hun zonen slechts tijdelijk zou zijn. Zij had de moeders uitgelegd dat de vaders niet onmiddellijk toe konden geven, omdat zij daardoor respect-, autoriteits- en gezichtsverlies zouden lijden.
Het vertrouwen dat de moeders in Pam stelden, was wonderbaarlijk. Zij waren stuk voor stuk ouder dan Pam en hadden allemaal meerdere kinderen, en toch... het leek wel of zij naar haar keken als hun deity die hun alleen maar goed kon brengen. Toen ik de moeders mijn kant op zag kijken, wist ik dat Pam hen verzekerd had dat ik met hun echtgenoten zou praten.
“Umi en Keiki bewegen zich gracieus, respectvol, maar zelfverzekerd door de familiemenigte en er is niemand die afkeurend kijkt of fluistert,” zei Stefano. “Perparim zit met Keiki’s vader te praten alsof ze elkaar al jaren kennen. Het is ongelooflijk zoals dit verlopen is. Ik ben achteraf toch blij dat ik in dit verhaal ben meegegaan.”
“Dank je. Ik heb straks jouw hulp en die van Renato even nodig om de vaders bij te stellen. Jij en Renato gaan dan naar de vaders van de meisjes om hen uit te nodigen voor een privé-gesprek. Het betreft onder andere het aandeel dat hun dochters hebben gehad in de operatie Sacra Corona Unita. Nodig uit beleefdheid ook de vader van Ambra uit, al hoefde die geen zoon af te tellen. Eenmaal gezeten leggen jullie uit dat ik de vaders bedanken, en een paar dingen uitleggen wil. Ik geef wel aan wanneer.”
“Ja, dat is een goed idee. Wanneer u dat ook nog recht kunt trekken dan mogen wij zeggen dat het een geslaagde onderneming is. Even iets anders, zio: denkt u ook dat ik een fout heb gemaakt met die drie ‘wannabe’ gangsters? Had ik hen meer dan een oor moeten afsnijden? Ik ben absoluut niet bang voor gevolgen, maar ik zou niet willen dat er ook maar enige nadelige consequentie voor welk familielid dan ook zal zijn. Als het moet dan ‘trace’ ik... en annuleer ze.”
“Nee, ik denk niet dat je een fout hebt gemaakt, zoon. Kijk wat je vader gedaan zou hebben. Het toegepaste geweld was goed in evenwicht met de peststreken van die bijgoochems, ook gezien het feit dat zij de meisjes hoeren hadden genoemd. However... ik denk dat er gevolgen zullen zijn. Vroeg of laat zullen er problemen komen en ik zal je vertellen waarom. De virtuele oren die zijn afgesneden door de vaders en de Raad van de Camorra doen veel meer pijn. Die ‘jonge Turken’ voelen zich vernederd en bedreigd. Ik zag dat Donato en zijn broer Enrico maar nauwelijks hun razernij konden bedwingen. Ze hebben hetzelfde vuur in hun karakter als hun zusje Keiki, maar bij hen brandt het naar binnen toe. Ik denk dat de andere vier ‘jonge Turken’ wel rede zullen zien, maar van die twee bloedbakken zullen we nog meer horen.”
“In dat geval hebben wij een fout gemaakt, zio. Zij hebben gedeeltes van de operaties tegen de Sacra Corona Unita gezien. Als ze met die info naar Puglia gaan, zio... dan begint het hele fucking circus opnieuw.”
“Juist. Volgens hun redenering hebben zij dat recht omdat de camorra hun verstoten heeft. Maar het is nog niet zo ver en we hebben een serie van etentjes met de raadsleden op het menu staan. Je denkt toch niet dat dit alleen voor de gezelligheid is, hè? Nee, dat slimme raadslid weet precies waar ze mee bezig zijn. Perparim willen ze hier in Napels houden; jij en ik moeten komen eten. Ik ruik een rat en ik ruik winst, zoon.”
Stefano lachte en even zag ik in zijn mooie trekken het gezicht van mijn dierbare vermoorde vriend Franco.
Toen na het eten de espresso, grappa en de Sambuca werden geserveerd, stonden Stefano, Renato, de zes vaders en ik op van de dinertafel. Ik liep achter hen aan. De raadsleden glimlachten begrijpend. De moeders keken hoopvol. Lucio en Umberto haalden berustend hun schouders op en de rest van de familie vroeg zich af wat er besproken zou worden. Umi en Flavio hadden alleen oog voor elkaar, net zoals Perparim en Keiki, maar de laatste keek mij aan en zette haar wijsvinger onder haar oog, alsof ze zeggen wilde: ‘Ik weet wat jullie gaan doen’.
Renato bracht ons naar een kleine vergaderruimte achter het restaurant. Hij nodigde de vijf vaders en Stefano uit te gaan zitten. Ik bleef staan. Renato nam het woord: “Paride, Antonio, Angelo, Piero, Pasquale en Giuseppe. Jullie zijn geen malavita, maar van jullie respect en principes kan menige ‘galantuomo’ nog leren. Het is niet moeilijk te zien van wie jullie dochters hun speciale karakters hebben.
Het is daarom dat ik jullie wil voorstellen aan zio Gian. Ik bedoel... degelijk voorstellen. Jullie dochters hebben een jaar van hun leven gegeven om de vermoorde liefde van Gian te wreken. Jullie hebben kunnen zien hoe magnifiek zij zich van die taak hebben gekweten. Ondanks dat, zio Gian stond erop dat de meisjes geen heldendaden zouden verrichten want hij was panisch dat de geschiedenis zich zou herhalen met een van jullie dochters. Hij heeft de meisjes niet betutteld, maar hij heeft zelf de strijd gecoördineerd om de veiligheid van jullie dochters te garanderen. De meisjes zijn dol op hem en er was een moment dat wij dachten dat Keiki verliefd op hem was, maar Keiki is echter bijzonder slim.”
“Ze weet wat ze wil,” zei Paride, “ik heb ineens een Albanese schoonzoon, maar ik zal je wat zeggen, Renato: ‘ik ben goed groots met hem. Hij is een bijzonder mens’”
“Weeh, weeh,” vielen de andere vaders hem bij. Ik haalde opgelucht adem
“Een bijzonder mens, Paride. Ja, en zio Gian is een zeer bijzonder... bijzonder mens. Gian is al veertig jaar bevriend met Lucio, Umberto en Stefano’s vader, Franco, die jullie allemaal gekend hebben. Flavio, Stefano en ik beschouwen hem als een vader en onze beste vriend. Wanneer hij ons advies geeft, kunnen wij er zeker van zijn dat het goed, en goed doordacht advies is. De gehele en zeer complexe operatie in Duitsland tegen de Sacra Corona Unita heeft hij van te voren gepland. Wij respecteren hem meer dan wie dan ook en wij doen alles om hem te helpen wanneer hij ons nodig heeft. Hij heeft ons nu nodig en dat is de reden dat wij hier zitten.”
“Kunnen wij wat voor Gian doen?” vroegen de vaders om beurten.
“Ja, hij heeft ons gevraagd om met jullie te mogen praten.”
“Maar dat spreekt toch vanz...” begon Paride.
“Misschien klinkt het jullie niet als muziek in de oren,” antwoordde Renato.
De vaders dachten even na en toen zei Piero: “Misschien niet, maar het zal ongetwijfeld eerlijk zijn. Waarom gaat Gian niet zitten?”
“Hij gaat zitten wanneer jullie hem te woord willen staan. Hij beseft dat hij geen enkel recht heeft om zich in familieaangelegenheden te mengen.”
“Hij heeft zich al in de familieaangelegenheden gemengd door zo goed op onze dochters te passen. Prego, don Giovanni, kom bij ons zitten. Het is een bijzondere dag vandaag,” zei Angelo, de vader van Umi.
Ik ging zitten en Stefano en Renato stonden op.
“Jullie hoeven toch niet weg te gaan?” vroeg Keiki’s vader.
“We willen niet dat het er ook maar op kan lijken dat onze families enige invloed op jullie beslissing willen uitoefenen. Al is het alleen maar door onze aanwezigheid. Jullie zullen onze zio graag mogen, geloof me,” zei Renato glimlachend.
Mijn peetzonen vertrokken en sloten de deur achter zich.
“Het klinkt ernstig,” zei Umi’s vader.
“Het is ernstig,” antwoordde ik, “want ik weet geen serieuzer onderwerp dan rispetto, onore e omertà . Van respect en eer heb ik genoeg gezien van uw kant. Ik weet dat u geen deel uitmaakt van de ‘mala’ dus het woord omertà is niet van toepassing op u. Ik kom daar later op terug, als ik mag.
U weet allen wat er vandaag is voorgevallen en ik kan u alleen maar mijn bewondering en respect betuigen met de moedige, maar toch zo moeilijke beslissingen waar het uw zonen betreft.”
“Ze hadden het verdiend. Ik schaam mij voor het gedrag van mijn zonen en ze zijn er nog goed vanaf gekomen. Ik wil niet weten wat er met die andere boefjes is gebeurd.”
“Hen is een oor afgesneden.”
De vaders zwegen.
Ik vervolgde: “ik begrijp van Paride dat hij geen probleem heeft met de relatie van Keiki en Perparim. Angelo, wil je mij zeggen hoe je de romance van Umi met Flavio ziet?”
“Het was even slikken, uiteindelijk zijn zij neef en nicht, maar een betere man als Flavio kan ik nimmer wensen voor mijn dochter.”
“Weeh, weeh,” vielen de anderen hem bij.
“Jullie dochters zijn zo verschrikkelijk bijzonder dat ik mij blijf verbazen over hun kwaliteiten. Ook wat hun levenswijsheid betreft, want met wat zij kunnen, hadden zij gemakkelijk de beledigende ‘jonge Turken’ halfdood kunnen trappen. Zij wisten echter dat dit een ‘rift’ in de families zou veroorzaken en hebben dus van alle geweld afgezien. Daarnaast zijn Renato, Flavio, Stefano en Perparim hen veel verschuldigd. Ik ben hen verplicht want zij brachten een gestorven engel zes keer tot leven. Het is uit dankbaarheid voor hen en respect voor jullie dat ik mij nu tot jullie richt.”
Op dat moment werd er geklopt en Pam kwam binnen met een dienblad met espresso en grappa. Ze zette de drankjes voor ons neer en vroeg mij in het Nederlands: “Hoe gaat het?”
“Ik denk goed, grazie Pam.”
In een moment van stilte genoten wij van de koffie en de grappa, tot Paride mij uitnodigde om verder te spreken.
“Over het algemeen denk ik dat ik niet overdrijf als ik stel dat het een goede dag is geweest. Zes prachtige jonge vrouwen hebben de openlijke bewondering en respect van iedereen hier gekregen. Twee van die vrouwen zijn supergelukkig en wat Keiki voor de moraal van Peparim heeft gedaan, valt niet te beschrijven. Ik denk dat na Renato, nu de twee meisjes de nieuwe sprookjes in de familie zijn. Bestaat er nog iets mooiers dan gelukkige vrouwengezichten? Hoe denken jullie echtgenoten erover, als ik dat vragen mag?”
“Die waren er eerder mee klaar dan wij, don Giovanni,” zei Angelo. “Die zitten al naar de bruiloft uit te kijken.”
“Het is voorlopig alles waar zij naar uit kunnen kijken,” implodeerde ik de bubbel van gelukzaligheid in de wereld van de zes mannen.
“Hoe bedoelt u? Alles is toch goed nu?” vroeg Keiki’s vader.
“Is dat zo? Hebben jullie naar de gezichten van jullie echtgenoten gekeken toen jullie de vergaderzaal verlieten? Met betraande ogen, verdriet, schaamte en gebogen verlieten zij het vertrek.”
Ik zag verscheidene vaders slikken.
“Wat moesten... Wat konden wij anders doen?” werd mij nu van alle kanten gevraagd.
“Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat jullie niet veel anders konden doen. Jullie eer en respect werd duidelijk gedemonstreerd dus jullie hebben gedaan wat er van een man verwacht mag worden... maar nu komen de problemen. Jullie hebben niet alleen jullie zonen verstoten – waar ik het helemaal mee eens ben – maar jullie hebben ook het kind van een moeder verstoten zonder dat die moeder daarom had gevraagd. De man is het hoofd van de familie... maar niet in Napels... en jullie weten dat.
Jullie echtgenoten hebben het voor nu geaccepteerd. Voor nu, maar dat verandert. De vrouwen zullen een wrok gaan koesteren tegen de echtgenoten die hen hun kinderen ontnomen hebben. En terecht. Is het jullie dat waard? Kost jullie eer zoveel dat jullie de vrouwen waar jullie het leven mee delen ook willen verliezen? Wel, in dat geval hadden jullie beter de moeders met hun zonen mee kunnen sturen. Wie hier wil zijn vrouw graag kwijt?”
Het bleef een lange tijd stil totdat Paride zei: “ik weet dat u ons niet beledigt of wilt kwetsen. Daarom vraag ik: ‘wat hadden wij anders, of hoe hadden wij het anders kunnen doen?’”
“Ik denk dat dit de enige manier was. Jullie konden het niet anders doen en iedereen zal dat ook begrijpen. Het gaat er echter niet om wat jullie gedaan hebben, het gaat erom wat jullie gaan doen. Jullie hebben terecht je eer en respect verdedigd, maar wat voor respect hebben jullie echtgenoten daarbij ontvangen? Wie houdt er hier niet van zijn vrouw?”
Ik had het wel goed gezien. De mannen waren idolaat van hun vrouwen.
“Als wij ons besluit herroepen – wat ik overigens onmiddellijk zou doen uit liefde en respect voor mijn vrouw – waar blijft onze geloofwaardigheid voor de toekomst? Onze zonen zullen denken dat wij een ‘soft touch’ zijn.”
“Paride, Antonio, Angelo, Piero en Giuseppe, er zijn drie mogelijkheden, namelijk: de zoon heeft een fout gemaakt zoals iedereen fouten maakt. Hij zal zijn fout inzien en terugkeren. Derhalve zal hij je nimmer als een ‘push over’ zien. Dat is het ideale scenario.
Het tweede scenario is dat je zoon eigenwijs is, wegblijft en voor zichzelf of met een andere clan gaat beginnen. Het zal niet in Napels zijn want de Raad heeft hen vogelvrij verklaard. Wanneer de zoon in dat geval iets van zijn toekomst maakt, kun je alsnog trots op hem zijn. Wanneer hij een ‘uomo d’onore’ wordt zal hij de ouders opzoeken en het contact zal zich herstellen.
De laatste mogelijkheid is dat de zoon mislukt en wat er dan gebeurt, wel, daar kunnen wij slechts naar raden, maar in alle gevallen is het belangrijk dat jullie de steun en het respect van jullie vrouwen hebben.”
“Antonio,” wendde ik mij tot de vader van Ambra, “wat dacht jij toen de vaders hun zonen wegstuurden?”
“Het is toevallig dat u dat vraagt, want ik vroeg mij af wat ik gedacht zou hebben wanneer ik een zoon had. Begrijpt u mij goed, ik verafgood mijn dochter en na wat ik van haar heb gezien en gehoord, weet ik dat geen zoon haar dit ooit had kunnen verbeteren. Toch vroeg ik mij net af waarom ik geen zoon had... ook al had ik hem weg moeten sturen. Ik zal het nimmer weten wat het is om een zoon te hebben. Ik weet wel dat ik mijn vrouw niet zou riskeren voor tien zonen. Ik ben gelukkig met mijn Ambra en mijn vrouw en ik dank u dat u ervoor gezorgd heeft dat zij heelhuids bij ons terug is gekomen. Ik condoleer u met uw verlies, don Giovanni.”
Ambra’s vader wreef de tranen uit zijn ogen en ik volgde zijn voorbeeld.
De vaders keken elkaar aan en begonnen mij te bestoken met vragen wat zij nu konden doen. Het was duidelijk dat ondanks hun verdriet hun ego nog in de weg zat.
“Willen jullie echt horen wat te doen?” vroeg ik.
Het antwoord was zowel eenstemmig als eensluidend.
“Hebben jullie moeite om jullie trots voor een moment opzij te zetten?”
“Niet wanneer het om onze familie gaat,” was het unanieme antwoord.
Tien minuten nadat ik de vaders twee suggesties had gedaan, liepen wij gezamenlijk het restaurant weer in. We waren een behoorlijke tijd weggeweest en de spanning was te lezen op de gezichten van alle wachtende familieleden. Het slimme raadslid keek mij vragend aan. Onopvallend tikte ik de zijkanten van mijn wijsvingers tegen elkaar om te laten weten dat wij het eens waren geworden.
Terwijl de vaders en ik gingen zitten, stond het raadslid op en vroeg het woord. Iedereen begreep waar het over ging en de klap van de vallende speld was oorverdovend.
“Geachte aanwezigen,” opende het raadslid. “Eerder hebben jullie veel informatie gezien en gehoord die zeer geheim is. Jullie hebben een eed van geheimhouding afgelegd op onze beschermheilige San Gennaro. Ik vraag jullie deze eed te herhalen voor wat jullie nu gaan vernemen. Het uitlekken van de volgende informatie kan de families ernstig schaden en ik bedoel alle families. Wie de eed niet wil afleggen, moeten wij verzoeken even het restaurant te willen verlaten. Wij zijn getuige van de aflegging van de eed.”
Nadat alle aanwezigen de eed hadden afgelegd, keek het raadslid mij vragend aan.
“Paride,” nodigde ik hem uit.
De vader van Keiki stond op. Hij keek vastbesloten en bijzonder zeker van zichzelf.
“Eerder op de dag hebben mijn zwagers en ik iets moeten doen wat iedere ouder hoopt nooit te hoeven doen. Wij hebben onze zoons verstoten omdat wij vonden dat zij onze dochters en families te schande hadden gemaakt. Ik ben die mening nog steeds toegedaan, maar door een beslissing te nemen zonder mijn vrouw daarin te kennen en te raadplegen, ben ik net zo respectloos geweest als mijn zonen.
Voor hen was er mogelijk een excuus. Hun leeftijd. Ik heb dat excuus niet en ik bied ten overstaan van de gehele familie mijn excuus aan mijn vrouw aan. Ik herroep mijn beslissing niet, maar ik vraag mijn vrouw het een klein beetje tijd te geven. Ik wil dat onze zonen ervan leren, indien dat mogelijk is. Ik zweer dat wanneer mijn vrouw mij te kennen geeft dat zij onze zonen weer wil toelaten, ik haar alle medewerking zal geven. Gedurende de tijd dat mijn zonen niet thuis zijn, zal ik haar met alles bijstaan om door deze moeilijke periode te komen. Grote, mooie Keiki, aanvaard mijn excuses, alsjeblieft.”
Tranen? Hoezo tranen? Tot de raadsleden aan toe zaten met verstopte strotten.
“Kom,” zei Paride tegen zijn vrouw en spreidde zijn armen.
Een kaarsrechte, lachende opgeluchte Napolitaanse schoonheid omhelsde haar echtgenoot en kuste hem zowat blind.
“Mooi hè,” zei Natasja – die al een ‘sneak preview’ van Pam had gehad - tegen mij. “Je kunt het wel hoor.”
“Het wordt beter, wacht maar even,” zei ik glimlachend en zoende haar in haar oor.
Paride bleef staan en Angelo, Umi’s vader, kwam naast hem staan. Een herhaling van de toespraak van Paride vond plaats. Daarna volgden de vaders elkaar op totdat er zes vaders naast elkaar stonden.
Paride zei: “Soms moeten wij onze principes wel eens geweld aandoen in het leven. De concessie die ik eerder heb gedaan en het excuus dat ik gemaakt heb, vielen mij totaal niet zwaar. Echter, wij hebben zojuist nog een concessie gedaan en hoewel de eindbeslissing daarvoor niet bij mij of Angelo lag, hebben wij onder elkaar besloten om een toegeving te doen, die ons normaal onmogelijk zou zijn geweest. Waarom doen wij het dan? Om vele vrienden een plezier te doen en één vriend in het bijzonder. Mijn aanstaande schoonzoon, Perparim. Pasquale, ik ben eruit. Ik heb een grappa nodig!”
Pasquale, de vader van Oriana, nam het woord: “Een plezier doen aan onze vrienden, wat is er mooier? Nadat wij net een fout hebben kunnen herstellen, ga ik geen tweede fout maken door mijn trots te laten spreken. Het heeft niets met trots te maken. Wij Napolitanen hebben onze gewoontes, maar ieder ras of volk denkt anders. Wij kennen nu allemaal het verhaal van Perparim en hoewel wij zijn bedoeling fantastisch vonden, verbood onze trots om er volkomen achter te staan dat hij geld aan onze dochters gaf. Het geld was om zijn waardering te laten blijken voor het feit dat onze dochters zijn gezin, en hem gewroken hadden. Maar wie zijn wij dan? De meisjes zijn meerderjarig en kunnen doen wat zij willen. Wetend dat ik Perparim en al zijn strijdmakkers er een plezier mee doe, vraag ik mijn dochter uit respect voor ons om de blijk van waardering in dankbaarheid te accepteren. Het is een verzoek, geen bevel. Wanneer het zo velen zo gelukkig maakt, kan het alleen maar goed zijn.”
“Sono d’accordo,” klonk het vijf keer naast Pasquale.
“Siamo d’accordi. Grazie Perparim,” tinkelden vier kristallen stemmetjes van de meisjes die weliswaar geen echtgenoot in het avontuur hadden gevonden, maar nu geen poging onbenut lieten om Keiki jaloers te maken. De meisjes waren over Perparim als ‘bodyfoam’ en overlaadden zijn verweerde gezicht met kussen, waar zij hem maar raken konden. De reus keek gegeneerd en extatisch tegelijk.
Toen waren Umi en Keiki bij me.
“Ma sei proprio furbo tu, zio,” zei Keiki terwijl ik mijn quota kussen van de meisjes in ontvangst nam.
“Ja,” zei Umi, “u bent inderdaad sluw, zio. Typisch... wij Napolitanen hebben door de hele wereld de naam dat wij sluw zijn, maar wat ik de afgelopen maanden met u heb meegemaakt... Zio, wie vindt u liever, Renato of Flavio?”
“Niet doen, Umi. Je bent doorzichtig nu,” antwoordde ik.
Keiki kon het, mogelijk voor de eerste keer in haar leven, niet raden.
“U vindt ze dus allebei even lief, zio,” persisteerde Umi. “Wel, als ik dan trouw met uw andere peetzoon dan moet u mij net zoveel zoenen geven als dat u Pam geeft, iedere keer dat u haar ziet.”
“Pam geeft mij zoenen, slimmerd.”
“O, dat is geen probleem, dan zal ik daar gelijk mee beginnen.”
“Ik wil ook lekker zoenen,” zei Keiki enthousiast.
“Trouwen jullie maar eerst, kijken of jullie dan nog lucht hebben,” weerde ik hen lachend af.
“Het is je gelukt, Gian,” zei Perparim gedurende het dansen tussen de middag- en de avondmaaltijden. “Ongelooflijk. Het is je allemaal gelukt en ik begrijp dat je gelijk de problemen van Lucio en Umberto ook maar opgelost hebt. Ik ben de gelukkigste man ter wereld. Denk je niet dat Keiki spijt krijgt van haar beslissing. Ik ben uiteindelijk veel ouder dan Flavio en...”
Ik geloof dat wij de enigen waren, die niet dansten. Mijn manier van dansen kon het beste beschreven worden dat ik mij beweeg als een wilde beer die kauwgum onder zijn voetzolen heeft. Natasja en de meisjes hadden mij al verschillende keren gevraagd, net als de moeders van de meisjes. Ik hield er gewoon niet van. Dat kan toch! Ik kan toch niet fucking goed in alles zijn? Dankzij mij danste iedereen nu. Als ik minder mijn best had gedaan, waren wij nu allemaal aan het vechten. Nee, ik dol, maar ik houd niet van dansen.
Italianen zijn dansend uit het baarkanaal gekomen en ieder excuus voor een dansje wordt dan ook aangegrepen. De meiden, hun moeders en Natasja hadden zowat gevochten om met Stefano, Renato of Flavio te dansen. Ik houd niet van dansen, maar ik genoot ervan om de jongens te zien dansen. Ze dansten zoals ze vochten. Sierlijk, lenig, gracieus en in ieder tempo dat hen opgelegd werd.
De meiden van ANNOUK konden mijn peetzonen wel bijhouden, maar Natasja en de moeders moesten afhaken. Nu kwamen de vaders en de raadsleden aan de beurt.
“Italianen houden van grote vrouwen, Natasja. Als jij die raadsleden een beetje extra aandacht kunt geven zonder dat het opvalt, doe je mij een groot plezier. Ik vermoed dat wij hen later nodig hebben.”
“Straks vraag je mij nog of ik de hoer voor je wil gaan spelen,” deed Natasja quasi beledigd.
“Niet hier in Napels, dotje. Je zou de klanten niet verstaan en belangrijker... om geld kunnen vragen, hahaha! Dan moet ik je eerst nog wat trucjes leren,” gierde ik van het lachen.
“...en lang niet zo knap,” bracht de stem van Perparim mij terug uit mijn overpeinzingen.
“Perparim,” antwoordde ik, “Keiki lijkt misschien erg luchtig met haar eeuwige gedol, maar denk erom dat zij een vrouw is die weet wat ze wil. Als ze je had gewild voor een paar maanden dan had ze je dat laten weten. Je hoeft op dat front helemaal geen angst te hebben. Zeg... Waarom dans jij eigenlijk niet? Heeft Keiki je verboden te dansen?”
“Nee... nee...” aarzelde Perparim, “ik wilde vragen of je nog iets voor mij doen wilt.”
“Wat?! Jij weet ook niet van ophouden hè. Wat heb je nu weer voor een onmogelijke klus?”
“Natasja. Weet je nog dat ik Natasja...”
“Oh nee! Daar ga ik helemaal niet, Perparim. Ik heb geen trek in een ‘fucking showing up’ en daarnaast zou het een heel andere kijk op het cadeau van de meisjes geven. Nee, maar...”
“Het is geen geld, Gian. Ik heb goed naar je geluisterd, maar ik heb een kleinigheidje voor haar gekocht. Weet je nog dat je zei dat ik het beste een cadeautje voor haar kon kopen?”
“Ja, wat is het dat je gekocht hebt?”
“Een geheim. Jij moet het geven aan haar.”
“Ik zou niet weten waarom. Het is jouw cadeau toch?”
“Als je het doet dan word ik niet kwaad omdat je Keiki eerder gezoend hebt.”
Voor een moment dacht ik dat Perparim ook herstellende was van een hoofdwond. Ik zuchtte en zei: “Okay, wat is het, grote man?”
Perparim wenkte Lucio die gelijk naar ons toekwam. Het leek wel of Lucio op het teken van Perparim had staan wachten.
“Ga even met Lucio mee, Gian. Anders valt het misschien op.”
Ik liep achter Lucio de binnenplaats van het restaurant op. Tien van Lucio’s camorristi bewaakten het cadeautje van Perparim. Het was zo fucking rood als de haren van Pam.
“O, my fucking god. Jesus holy fucking christ. Lucio, dit is toch niet wat Perparim voor Natasja gekocht heeft?”
Mijn vriend haalde zijn schouders op en zei: “Ik ben bang van wel, Gian. Je weet intussen dat Perparim nogal kan aandringen.”
“Hey, wacht eens even. Perparim is geen moment uit mijn ogen geweest. Heb jij hem hierbij geholpen... en zo ja, waarom wist ik daar niets van?”
“Ach, jij en mijn zoon hadden al zo veel aan jullie hoofden met alle geheimpjes. Ik wilde ook iets leuks doen. Gian, Umberto en ik hebben nooit aan je getwijfeld. Ik twijfelde alleen aan mijzelf. Hoe vind je het?”
“Unreal! Geweldig. Wat zal ze blij zijn. Ze denkt dat ze de laatste maanden in de schaduw van Napolitaanse engelen heeft geleefd, maar niets is minder waar. Ik ga haar halen, maar ik zal eerst die Perparim eens even opknappen. Bloedhond!”
“Wat dacht je, Gian?”
“Mooi cadeau, Perparim. Ik zal je helpen, maar jij doet wat voor mij.”
Perparim zei dat hij alles voor mij wilde doen, dus ik vertelde wat ik van hem verlangde. Ik zag de reus nadenken en twijfelen. Toen stond hij op en liep naar Renato.
Nadat Renato de aandacht had gevraagd, stond Perparim als een standwerker tussen de eerder dansende families.
“Lieve vrienden,” begon Perparim. “Ik ben geen goed spreker, maar ik wilde graag iets vertellen. Gezien hoe ik door jullie allemaal ben verwelkomd in de familie, vond ik wel dat jullie hier recht op hadden.”
“Niet meer cadeaus, Perparim. We moeten wat geld voor onszelf overhouden,” grapte Keiki.
“Ja, het is wel een cadeau, maar het is voor een zeer bijzonder persoon. Zij heeft zio Gians leven gered en zij heeft er voor gezorgd dat ik weer een man werd. Begrijp mij goed, de enige vrouw in mijn leven waar ik intiem mee ben geweest, was mijn vermoorde vrouw. Ik verloor na mijn verlies alle interesse in liefde of vrouwen. Zij heeft samen met mijn lijfwacht wekenlang vierentwintig uur per etmaal aan mijn ziekbed gezeten. Zij houdt van mij zoals ik van haar houd. Natasja, kom eens hier.”
Ik had het nu naar mijn zin, want Natasja liep met een rode kop van verlegenheid, schoorvoetend naar Perparim. De reus pakte haar weer onder haar oksels, tilde haar op, schudde haar en zei: “Non sei solo bella, Natasja, ma sei anche molto leale .”
Als een baby in de lucht gehouden, verloor Natasja haar schaamte en stamelde in gebroken Italiaans: “Anche tu molto bella, Perparim. Anche tu molto leale.”
Natasja. Italiaans? Weer iets waar ik niets van wist.
“Bacio, bacio,” juichten de engelen.
“Bacio, bacio,” riepen de moeders.
“Kiss, kiss,” jubelden de raadsleden.
Toen Perparim Natasja neerzette, greep zij hem om zijn nek en gaf de reus een zoen die hij zijn leven niet meer vergeten zou. Noch zou ik dat. Of Keiki.
Toen het mij te lang ging duren, zei ik: “Kunnen jullie even meelopen om naar Natasja’s cadeau te kijken? Perparim dorst het zelf niet te geven dus jullie moeten het even met mij doen.”
Als de rattenvanger van Hamelen liep ik met zo’n dertig Napolitanen naar de binnenplaats. Er werd druk gespeculeerd achter mij en verschillende keren ving ik het woord ‘macchina’ (auto) op. Auto? Perparim had geen auto gekocht. Toen de menigte een glimp van het cadeau opving, werd ik zowat onder de voet gelopen. Als ectoplasma smolt de familie om het cadeau. Nee, Perparim had geen auto voor Natasja gekocht. Perparim had een Ferrari California voor Natasja gekocht. Ik kon de wind over de Golfo di Napoli horen en het was nagenoeg windstil.
Als een rood monster stond de Ferrari mooi en sexy te zijn.
Toen brak het verbale geweld los. Italianen en Ferrari’s... zij hebben iets met elkaar. Ik denk dat wanneer op dit moment de heilige San Gennaro zich had geopenbaard dat de bewakende camorristi hem vriendelijk doch dringend hadden verzocht... even op te rotten. Ik ben in mijn leven nog geen Italiaan tegengekomen, die zijn ziel en zaligheid niet zou willen geven voor een nieuwe Ferrari. Het was nu dat ik mij begon af te vragen hoe slim Perparim nu eigenlijk was. Maar nee, het was eenvoudiger. Lucio had hier de hand in gehad.
Zelfs Stefano, Renato en Flavio die Enzo Ferrari wel konden uitkopen, stonden sprakeloos het rode, brute geweld te bewonderen.
“Vind je het wat, monster,” vroeg ik aan Natasja die mijn hand vasthield en haar andere hand voor haar mond geslagen had.
Ik hoorde alleen maar piepen naast me en toen ik goed keek, zag ik dat de tranen uit haar ogen stroomden. Natasja was geen materialiste, ‘was she fuck’. Het was de impact van de schoonheid van het ontwerp en het wrede geweld dat daarin verscholen lag.
“Maar waarom huil je, lieverd. Je weet hoe Perparim op je gesteld is.”
“Het is zo mooi, Jan en tegelijkertijd overweldigt het me. Ik kan dit niet aannemen.”
“O ja, dat kun je best en je gaat het aannemen ook. Ik heb er nu genoeg van om vertegenwoordiger voor de cadeaufabriek van Perparim te spelen. Dit is zijn waardering voor wat je voor hem gedaan hebt. Beledig hem niet. Kom, ga er eens in zitten.”
“O Jan, dat durf ik niet. Iedereen zal denken dat ik een opschepper ben. Dat ik het weet niet wat heb moeten doen om die Ferrari te krijgen. Wat moeten Keiki en haar ouders wel niet denken van me.”
“Keiki, Paride, signora, venite a’ca un minuto,” riep ik.
“Maar waarom huilt u, Natasja,” vroeg Paride.
“Natasja weet niet of ze blij is of dat ze zich schaamt voor wat u beiden en Keiki wel van haar denken.”
“U moet wel een heel bijzondere vrouw zijn dat Perparim u zo’n prachtig cadeau heeft gegeven,” stuntelde Paride. Keiki deed het zoals gewoonlijk beter.
“Natasja, lieveling. Ik wens mijzelf toe dat ik eens hetzelfde in vriendschap voor Perparim kan betekenen als jij. Ik weet niet of je het vergeten bent, mooie Hollandse, maar als jij niet geschreeuwd had: MES! Perparim MES!, dan was mijn verloofde nu dood.”
Keiki pakte Natasja en de vrouwen omhelsden elkaar. Toen kwamen de andere meisjes aangelopen en zij troonden Natasja mee naar haar cadeau.
Lello, Lucio’s trouwe capo regime, zei in vloeiend Engels tegen Natasja: “Signorina, de kap zit in de kofferbak, maar die laat ik nu omhoog komen. Met de kap uit de weg heeft u nog 260 liter kofferbakruimte over. Dat is niet al te veel. We hebben de ruimte nu zolang volgepakt met papier. Kom, dan laat ik het u zien.”
De munt viel. Nu begreep ik waarom er tien camorristi nodig waren om een Ferrari California te bewaken. Vier gewapende camorristi waren echt wel voldoende zijn geweest.
De kap kwam omhoog uit de kofferbak en Lello wenkte Natasja naderbij.
Ik liep met haar mee en hoorde Lello zeggen: “Tweehonderdzestig liter papier, signorina Natasja... kijk!”
Hij gaf Natasja een stuk papier in haar handen, die hulpeloos naar mij keek, en vroeg: “Wat is met het papier, Jan? Ik voel mij vreemd worden.”
De stilte was wedergekeerd en terwijl ik vertelde wat ik dacht, vertaalde Lello simultaan in het Napolitaans.
“Nat-tasje,” zei ik volkomen aangeslagen. “Dit is het werkelijke cadeau van Perparim. Het is voor jou en je zoontje. Tweehonderdzestig liter fucking Eurobonds, ofwel vijf miljoen euro.”
Lello en ik konden haar net op tijd beetpakken want Natasja zakte van emotie door haar knieën. Stefano deed snel het autoportier open en Lello en ik tilden Natasja achter het stuur. Pasquale kwam aanrennen met een brandy uit het restaurant.
Vijf minuten later was Natasja weer helemaal nieuw. Zij lachte, huilde, toeterde en draaide aan het stuur. Ze trok aan haar haar, streelde het leer en omarmde Umi die naast haar was komen zitten. Ik kon niet voor mij spreken, maar Natasja had de harten van de Napolitanen gewonnen.
“Santa Pam e Santa Natasja,” zei de moeder van Ambra. “Hollandse vrouwen, zij zijn zo mooi en lief.”
“Waar is die lieve Pam eigenlijk?” vroeg Renato.
“Hier,” zei zijn vrouw die net kwam aanlopen en Perparim met zich meetrok. “Hij wilde er vandoor gaan.”
“Waarom in godsnaam?” vroeg Renato.
“Hij was bang dat Keiki boos op hem zou zijn. Niet voor de waardepapieren, maar voor de Ferrari. Ben je boos, Keiki?” vroeg Pam.
“I’m fucking mad,” antwoordde Keiki.
Zij trok haar toch al niet zo lange minirok op tot over haar heupen, sprong een paar keer op en neer en maakte een salto over een paar raadsleden en kwam op de schouders van Perparim terecht. Ik weet niet of zij haar salto verkeerd berekend had, maar Perparim keek Keiki in haar navel, terwijl Keiki haar armen om zijn hoofd had geslagen om niet van hem af te vallen.
“I’m fucking mad van trots. Dit is echt wat Natasja verdient. Ze is als een zuster voor Perparim geweest. Ik ben trots om haar vriendin te zijn en ik ben trots op mijn nieuwe man. Wel, mijn aanwinst dan, want of hij een man is, weet ik nog niet... Au! Perparim, smeerlap! Niet bijten joh!”
De familie werd waanzinnig. De vaders brulden van het lachen en de moeders keken zo trots alsof ze zelf die grap hadden bedacht. Iedereen kende Keiki voor haar eeuwige, en vaak gore grappen.
Deze dag staat in mijn geheugen gegrift als een van de meest succesvolle dagen in mijn leven. Alles was gelukt. De problemen met de ‘jonge Turken’ waren van de baan. De meisjes hadden het geld geaccepteerd; Perparim en Flavio waren de gelukkigste mannen ter wereld en Keiki en Umi ook, alleen waren zij dan vrouwen... wel, bijna. Natasja was weer bij mij terug en ik was van mijn schuldgevoel af. Lucio en Umberto waren leden geworden van de Raad van de Camorra. Twee winkeliers hoefde een jaar geen ‘pizzo’ te betalen. Nee, het hoefde niet altijd verkeerd te gaan.
“Dank je wel, Gian,” zei Perparim later tegen mij. “Je bent grandioos geweest. Het is je helemaal gelukt en...”
“Geen cadeautjes nu meer, hè Perparim? Wat geef je de meisjes eigenlijk?”
“Ook vijf miljoen euro, Gian. Ik geef het ook aan Keiki en Umi. Ze hebben het net zo goed verdiend.”
“Denk jij dat jij tegen dat eeuwige gedol van Keiki bent opgewassen, mijn oude vriend?”
“Welk gedol?”
“Nou, zoals vanmiddag toen ze je voor joker zette voor de hele familie. Toen ze op je schouders sprong.”
“O, toen ze liet merken dat ik haar in haar foof beet, bedoel je?”
“Hoe bedoel je: ‘liet merken’? Het was toch weer een van haar dolletjes? Perparim, je gaat...”
“Nee, ik beet er echt even in, maar heel zachtjes. Keiki overdreef. Ik kon niet aan de verleiding weerstaan. Heb jij wel eens een jonge vrouw met haar dot tegen je kin aangehad?”
Het duizelde voor mijn ogen. Ik zuchtte: “Ja Perparim, mijn leven lang.”
’s Nachts in bed zei Natasja tegen me: “Ik had dat nooit van Perparim gedacht. Hij leek mij zo’n nette vent. Dus de hele familie dacht dat Keiki gein maakte, maar Perparim had haar echt in haar muts gebeten?”
“Ja, maar heel zachtjes. Keiki overdreef, daarom dacht de hele familie dat zij een grapje maakte.”
“Mooi grapje,” zei Natasja en dacht even na.
“Jan?”
“Ja, prinses”
“Denk je dat mij ook zou kunnen leren om die salto’s te maken?”
De paar weken die volgden op het fenomenale succes zou ik mij nog lang herinneren, omdat deze tijd het meeste leek op de tijden die ik als jonge man in Napels spendeerde. De vriendschap die zo’n veertig jaar geleden was ontstaan tussen Umberto, Lucio, Lino Ennio, Franco en mij noopten Lino en mij frequente reizen naar Napels te maken. Lino was ook Napolitaan van geboorte, maar hij leefde - net als Ennio - in Nederland,. Van de Napolitanen kan ik wel zeggen dat ik alles wat ik aan trucs en streken in mijn archief had, van hen heb geleerd. De Napolitanen stonden bekend om hun sluwheid. Net als je dacht dat je alle trucs kende, verzonnen zij een paar nieuwe streken om je heen.
De Napolitanen ontwikkelden ‘het verkopen van Amerikanen’ tijdens de Tweede Wereldoorlog. Kleine jongetjes boden voor een dollar hun zusje van veertien jaar aan de wanhopige Amerikaanse militairen. De nietsvermoedende Amerikanen liepen achter de jongetjes aan tot zij in een steeg door een paar Napolitaanse gangsters te grazen werden genomen. De Yanks werden van geld en goederen verlost en de jongetjes kregen een beloning.
Na de oorlog stonden de Napolitaanse contrabandieri bekend om hun sigarettensmokkel. Hele scheepsladingen sigaretten werden Napels binnengesmokkeld. Veel toeristen en Italianen uit andere regio waren hiervan op de hoogte en gingen naar Napels om grote partijen sigaretten te kopen. Honderden sloffen Marlboro sigaretten werden door de koopjesjagers gekocht... om thuis uit te vinden dat er tussen het eerste en laatste pakje in de slof een stuk hout zat.
Tegen het einde van de jaren zestig het begin van de jaren zeventig brachten de Napolitanen imitatie driekleurige, gouden damesarmbanden op de markt. Het waren koperen armbanden met een minuscuul laagje goud. Deze armbanden werden met miljoenen tegelijk gekocht van de fabriek Tessuflex in Vicenza. In Napels werden goudkeuren in die armbanden geslagen, die later voor een pikprijs door Napolitaanse boefjes op de parkeerplaatsen van de grote wegrestaurants te koop werden aangeboden. De Napolitanen ‘wilden van het goud af, omdat het van een gestolen partij afkomstig was’.
Tegelijkertijd bracht de Tessuflex ook doublé horloges uit die prachtig bij de armbanden pasten. De Napolitanen voegden die toe aan hun goudcollectie, vervingen de wijzerplaten door uurplaten waarop ‘Omega’ was gestempeld en sloegen de goudkeuren in de horlogekast. Ik zou het niet durven schatten, maar ik denk dat er tientallen miljoenen van verkocht zijn. Dat geeft dan tegelijk aan hoeveel sufferds er in de rondte liepen.
Toen wij voor een paar grote afnemers in Nederland en Duitsland een ‘gouden’ Rolex’ en een ‘gouden heren plaatband’ met originele baksluiting lieten namaken, begon de camorra de artikelen in Hong Kong, en later in China te bestellen.
Hoewel deze handel tot op de dag van vandaag doorgaat, zijn de artikelen aangepast aan tijd en mode, zoals u eerder hebt kunnen lezen.
Maar het bleef met alles in Napels oppassen geblazen. Reed je als buitenlander met een vrachtwagen door Napels en je had de pech dat je moest stoppen voor een stoplicht, dan zorgden straatjongens er wel voor dat je de vrachtwagen niet meer hoefde uit te laden. Dat gebeurde dan bij het stoplicht... en zonder dat je er erg in had.
Was je voor zaken in Napels en je reed met je luxe Mercedes door de stad, genietend van de armoede om je heen... dan werd ineens door een paar motorrijders een zijruit van je praalwagen ingeslagen. Terwijl jij je met de onverlaten bezig hield, maakten een paar andere ‘scugnizzi’ de zijdeuren en de kofferbak open. Zij verlosten je van je diplomatenkoffertje, jas - met mogelijk een portefeuille erin - en je bagage.
Naarmate de misdaad zich verhardde, verdween ook de romantiek rond deze criminaliteit. Toen de scootertjes en de motorfietsen in zwang raakten, ontstond er een nieuwe straatcriminaliteit. De scippo.
Omdat achtervolgingen in Napels vaak zeer moeilijk en gevaarlijk zijn door de vele nauwe straatjes, ontdekten jonge onverlaten de motor als perfect ontsnappingsmiddel. Vertrouwend op hun motoren reden zij door de straten van Napels tot zij een prooi ontdekten. Wanneer er een vrouw met gouden oorbellen of halsketting op straat liep, dan raasden zij vlak langs haar en trokken de ketting van haar nek, of de oorbellen uit haar oren, vaak een stuk oor meenemend.
Mannen die toentertijd met de in zwang zijnde handtasjes liepen, verloren in één ruk geld, papieren, autosleutels enzovoort. Dit werd een plaag in Rome en Napels en de Squadra Mobile richtte voor dit soort walgelijke misdaad een speciale afdeling op. Het Squadra Antiscippo. Vaak heb ik met bewondering naar hun acties gekeken.
Ik herinner mij dat wij in Rome reden en twee langharige, bebaarde motorrijders, gekleed in laarzen, jeans, shirts en spijkerjacks, naast mij stopten en in de Mercedes keken. Ik wilde even laten zien dat ik geen dooie was, dus ik keek onvervaard en provocerend terug. Wat moesten ze dan wel?
“Gian,” siste Lino naast me, “geef geen aandacht, daag ze niet uit. Het is de Squadra Antiscippo, dim alsjeblieft.”
“What the fuck is de Squadra Antiscippo?”
De bebaarde motorrijder keek mij uitdagend aan en deed zijn spijkerjack goed. Ik zag de grootste Colt .45 ACP in zijn broeksband, die ik toen ooit gezien.
Ik was maar al te blij om zonder al teveel gezichtsverlies aan Lino’s raad gehoor te kunnen geven.
“Het is politie, Gian. Ze zien eruit als misdadigers om niet als politie op te vallen. Zij gaan achter de ‘scippi’ aan op hun motoren. Je wilt het niet zien, geloof me.”
“Hij droeg een levensgrote .45 ACP in zijn broeksriem. Hij liet hem nog even zien ook.”
“Ja, het zijn beesten. Als je wat gezegd had dan hadden ze je kruislam getrapt. Ze kunnen doen wat ze willen.”
Later heb ik het Squadra Antiscippo verschillende keren in actie gezien. Ik moet zeggen dat ik hen bewonderde om hun vaardigheden. Ze namen geen fucking gevangenen.
Een vrouw werd beroofd van haar handtas door een motorrijder, De vrouw viel en werd een stuk meegesleurd voordat de motorrijder er vandoor kon gaan. Twee antiscippi kwamen op brullende motoren uit het niets aanracen. In ‘no time’ hadden zij de dief ingehaald en reden naast hem. Links en rechts. Links en rechts trapten zij beiden met tachtig kilometer per uur de dief van zijn motor af. Het publiek juichte. Ik klapte.
Onbeperkte volmacht... had Lino mij verteld. De antiscippo had geen arrestatie- of huiszoekingsbevelen nodig. Zij waren de wet. Twee gemotoriseerde straatrovers slaagden erin om op tijd van hun motoren af te komen, voordat zij eraf getrapt werden. Zij renden een open huisdeur in. Zij holden de trap op nadat ze deur hadden dichtgetrapt. Een antiscippo gaf een paar keer gas, bekeek de situatie en reed dwars door de huisdeur de trap op. Drie minuten later zag ik de twee straatrovers van de trap af komen rollen. Zij werden toegedekt door een van de trap stuiterende paar honderd kilo motorfiets. Awesome! Dat was toen en nu is het nog gevaarlijker.
“Natuurlijk wil ik dat je van je Ferrari geniet, lieverd. Je gaat echter de eerste keren niet alleen. Je neemt geen tas of andere dingen mee die uit je auto gestolen kunnen worden terwijl je rijdt. Geen oorringen in, halsketting of horloge om, want het wordt van je lichaam afgerukt.”
“Je dolt me, Jan!”
“Nee Natasja, Jan dolt je niet,” zei Pam. “Ik ga wel met je mee als je rijden wilt. Wanneer ze eenmaal weten bij welke clan je hoort, zul je niet zo snel last hebben. Toch blijft het opletten geblazen.”
“Ik geef Natasja een escorte van vier motorrijders als ze alleen wil rijden,” zei Renato. “Een Ferrari is een waanzinnig mooie auto, maar wanneer ze je zo voor de eerste keer – zonder bewaking - zien rijden, komen de straatratten uit hun holen. Daarnaast zien ze onmiddellijk dat je een buitenlander bent, Natasja.
Luister, ga even met mijn capo regime, Lello, rijden. Hij heeft zelf een nieuwe Ferrari en hij is de man om je te leren ermee om te gaan. Ik weet dat je goed kunt rijden, maar een Ferrari is geen Fiat. Een verkeerde inschatting en je staat achterstevoren, zo niet erger.
Leer er goed mee rijden en dan kunnen jij en Pam samen gaan. Zij leert je Napels kennen en ze laat je zien welke gedeelten te vermijden. De eerste tijd zou ik mij toch veiliger voelen als er een escorte met jullie meerijdt.”
Deze situaties brachten de gedachten aan oude, mooie tijden terug. Dat werd echter nog versterkt doordat Stefano, Natasja en ik waren uitgenodigd door de leden van de Raad van de Camorra om te komen dineren.
“Ik ga liever met de meiden of met Pam eten. Wat moet je nou met al die oude sufferds? Ik heb al met ze gedanst ook,” klaagde Natasja.
Stefano lachte.
“Luister monster, je doet Stefano en mij er een groot plezier mee. Het is ook niet onze favoriete manier om de tijd door te brengen, maar je hebt gezien wat ze voor Lucio en Umberto hebben gedaan. Die zijn nu ook raadslid. Ik heb het gevoel dat hier goede zaken uit kunnen voortkomen. Daarnaast was het je misschien al opgevallen dat ik ook een oude sufferd ben.
Doe dit voor ons en we blijven hier - tot na de bruiloft - een paar maanden op vakantie. Wij laten Thierry overkomen want de moeders van de meisjes hebben ons al voorgesteld om op Thierry te passen, wanneer wij ’s avonds uit eten zouden gaan. Daarnaast gaan we met Thierry naar Capri en Amalfi. We kunnen de gehele kust naar Salerno, en nog verder naar het zuiden volgen.”
“Mmm, je weet precies wat je moet doen, hè? Krijg ik ook een bruidsjurk dan? Leer je mij dan salto’s te maken?”
“Salto?” vroeg Stefano nieuwsgierig. Hij herkende het woord omdat het Italiaans was.
“Ja, Natasja wil salto’s maken en achterstevoren op mijn schouders springen... zodat ik haar in haar kut kan bijten. Net zoals Perparim bij Natasja deed,” verklaarde ik in het Engels.
Natasja kreeg een rode kop, maar Stefano zag aan haar dat ik de waarheid had gezegd. Hij zei: “Je meent toch niet wat je over Perparim zegt?”
“Of ik het meen, zo! Hij heeft mij zelf verteld dat hij Keiki in haar vlinder beet. Zachtjes, maar toch.”
Stefano begon te lachen, en zei: “Wie had dat gedacht van Perparim. Geweldig hoe die Keiki er zo de nadruk op legde dat niemand haar geloofde.”
“Als je ons het plezier doet om mee te gaan eten, Natasja, dan zal ik je leren salto’s te maken,” dolde Stefano diplomatiek.
Hier had ze op gewacht. Ze had gehoopt dat Stefano dit zou zeggen, want nu kon ze wraak op mij nemen.
“Mag ik mijn boxertjes dan dragen, Stefano,” vroeg Natasja mij aankijkend.
“Ik heb sterke tanden,” antwoordde Stefano. Natasja was tevreden want ze had mij ‘jaloers gemaakt’. Natasja realiseerde zich niet dat Stefano en ik elkaar al een hele tijd konden en wij meestal geen woorden nodig hadden om elkaar te begrijpen.
“Okay, ik ga wel mee naar die dineetjes dan. Eén of elf oude kerels, wat is het verschil?”
Het was minder erg dan Natasja had gevreesd, want Stefano moest eerst voor zijn zaken naar Brescia voordat wij aan die reeks uitnodigingen konden beginnen.
Toen hij na drie dagen terugkeerde, zagen wij dat hij zijn vrouw Donatella had meegenomen. Dat was een goed idee want nu kon Donatella als tolk fungeren, zodat Natasja ook met de echtgenoten van de raadsleden kon praten.
De maaltijden bij de raadsleden waren minder vervelend dan wij gedacht hadden. Het waren allemaal capo clans, of vangelisti zoals zij sinds kort genoemd werden. Zij konden dus veel en interessant vertellen. Waar de capo clan geen Engels sprak, vertaalde Donatella. De vrouwen amuseerden zich meer dan zij ooit zouden toegeven. Konden de echtgenoten van de raadsleden koken? Is de paus een ex-nazi?
Het eten was goddelijk, de wijn was duivels en het gezelschap uitgelezen. We genoten en de avonden vlogen om. Zelfs Natasja keek ’s morgens al naar de avonden uit.
Toen wij naar zes etentjes waren geweest, zei ze ’s nachts in bed: “Jezus Jan, wanneer ik zo door blijf eten, passen mijn kleren mij in twee weken niet meer. Het is ook allemaal zo lekker hier.”
“Gewoon even een beetje op je salto’s gaan trainen dan ben je het gewicht zo kwijt.”
“Hahaha, je was jaloers hè, maar je weet dat ik dolde, nietwaar?”
“Ja monster, ik was ook niet helemaal eerlijk tegen je.”
Natasja ging ineens moeilijk kijken, en vroeg: “Hoezo?”
“Wel, toen ik tegen Stefano zei dat je wilde dat ik in je doos beet, wist ik al dat je wraak zou willen nemen. Stefano begreep dat ook en lanceerde zijn ‘voorstel’. Jij wilde mij jaloers maken dus je accepteerde het. Je had dus precies gedaan wat wij wilden.”
Natasja dacht even na en zei toen: “Wat bedoel je, manipuleren? Zijn jullie dan maar goed blij dat ik mij zo amuseer want als dat niet het geval was geweest en ik was daar ooit achter gekomen, dan had ik een salto zonder boxertjes gemaakt.”
“Oef, het is gevaarlijk met jou, Natasja. Ben je zeker dat je de kraan dicht had kunnen houden?”
Natasja gaf me een stomp, en vroeg: “Kun jij niet eens zo’n salto bij mij maken, Jan?”
“Zeker wel, maar laten wij dan bij het einde van de salto beginnen, anders liggen je voortanden er straks ook nog uit."
“Hoe is het met je moeder, Stefano?” vroeg het zevende raadlid de volgende avond. “Kan zij haar verlies een beetje verwerken?”
“Het is moeilijk voor haar, dottore. Mijn moeder is een sterke vrouw, maar zij is sinds haar vijfde jaar met mijn vader opgetrokken. Ze houdt zich goed voor de familie, maar ik zie het verdriet in haar ogen. Het is voor ons allemaal moeilijk. Dank u voor het vragen.”
“Ik zie je moeder nog zo voor mij. Jij was er nog niet en ze was met Franco op huwelijksreis. Dio mio, wij zijn wel wat gewend hier wat mooie vrouwen betreft, maar je moeder was het onderwerp van gesprek bij alle capo clans. Is je moeder nog zo mooi?”
Stefano haalde een foto uit zijn portefeuille en liet die aan het raadslid zien. Die riep zijn vrouw: “Ilona, kijk dit is Margherita, herinner je haar nog?”
“Je moeder is niet veel veranderd, Stefano. Het spijt ons zo van je vader. Zeg je moeder dat wij naar haar gevraagd hebben.”
“Dank u, signora. U bent beiden erg vriendelijk. Ik zal mijn moeder uw groeten overbrengen.”
“Don Giovanni, Stefano. Wij bespreken nimmer zaken wanneer wij een gezellige avond hebben, maar er zijn een paar dingen voorgevallen, die wij moeten bespreken. Het kan geen uitstel lijden. Daar ik de technicus van de Raad ben, hebben de andere leden mij verzocht het één en ander met jullie te bespreken. Ik vind dit zeer vervelend en ik verontschuldig mij bij de vrouwen dat wij over zaken moeten praten. Vertaal dit even voor Natasja, als je wilt.”
Donatella had het echter al vertaald en stond gelijk op met Ilona. Natasja keek mij aan. Ik knikte en zij stond ook op.
“Het spijt mij werkelijk. Jullie hadden allang begrepen dat wij een zakenvoorstel wilden doen. Dat willen wij nog, maar dat kan wachten. De berichten die ik nu heb, kunnen echter niet wachten. Don Giovanni...”
“Alstublieft dottore, noemt u mij Gian of Giuwa. Ik waardeer het respect, maar ik kan maar niet aan die titels wennen.”
Het raadslid glimlachte en zei: “Wel, laat die titel ‘dottore’ dan ook maar achterwege dan en noem mij gewoon Lello. Piacere Giuwa!”
“Piacere Lello,” antwoordde ik.
“Dit is ons eerste probleem, Stefano en Giuwa. Wij hebben vorige week tijdens de vergadering aandachtig de video’s gevolgd. Wij begrijpen allemaal hoe vreselijk belangrijk het is als communicatiemiddel en wij willen er ook zeker toe overgaan om een reeks van die apparatuur aan te schaffen. Ik kom hier zo op terug.
Jullie weten natuurlijk dat ongeveer een jaar geleden Renato via zijn vader een vergadering van de Raad heeft laten beleggen. Aanvankelijk leek hij een jonge ‘upstart ’ te zijn en de Raad was niet blij met hem omdat hij een paar ware woorden sprak. Wij hebben dus Lucio met zijn leven garant laten staan, denkende dat die hem wel in toom zou houden. We zouden nimmer Lucio verantwoordelijk hebben gehouden. Gaandeweg bleek dat Renato wel jong en een tikje arrogant was, maar dat mocht ook wel. De jongen was briljant.”
Ik kreeg tranen in mijn ogen want ik wist net als Stefano waar Lello het over had.
“Renato verlangde wraak voor uw vermoorde geliefde en hij maakte dat duidelijk ook. Hij was echter slim genoeg om te beseffen dat wij met een wederdienst sneller over de drempel konden worden getrokken. Hij had ons een samenwerking met de Siciliaanse maffia voorgesteld; iets waar Het Systeem veel baat bij kon hebben. We wilden het wel geloven, maar we dachten dat hij het nimmer tot stand kon brengen. Onze voorwaarde was dat de overeenkomst met de maffia met bloed zou zijn bezegeld... Si Gian?”
“En later vond u uit dat toen Renato met het voorstel bij u kwam, de overeenkomst al met bloed bezegeld was.”
“Inderdaad, wij vonden toen ook uit dat Renato geniaal is. U mag hier niet over praten, maar wij hebben grote plannen met hem. Lucio en Umberto weten hier nog niet van, maar onze bedoelingen zijn volkomen eerbaar. De vaders zijn erg goed, maar de zoon is briljant. De camorra wordt verscheurd door onderlinge strijd. Het wordt tijd dat de clans van de Raad van de Camorra zich weer kunnen verlaten op een sterke, briljante figuur...”
“Net als Don Raffaè van de NCO?” vroeg ik aangedaan.
“Si, net als Don Raffaele Cutolo, God help hem.”
“Hij is niet het slachtoffer van de justitie geworden, Lello.”
De oude man keek mij verbaasd aan en vroeg: “Weet je iets over zijn geval?”
“Ik denk het wel, dottore. Ik vermoed dat hij opgezet is door de Masonneria en de PiDue . Hij kreeg teveel aanhang in Napels, want de gewone mensen adoreerden hem. Hij had een politiek gevaar kunnen worden. Don Raffaè is geestelijk erg sterk, maar hij heeft zichzelf geen plezier gedaan door er een principekwestie van te maken. Hij had zijn berouw moeten betonen. Hij was dan in vrijheid gesteld en had de ratten in de rug aan kunnen vallen. De camorra wordt opzettelijk gefragmenteerd gehouden.”
“Denk je dat Renato onze man zou kunnen zijn?”
“Ik ben er zeker van, dotto... Lello.”
“Met respect. Hoe kunt u daar zo zeker van zijn. Begrijp mij niet verkeerd, wij zouden niets liever willen dan dat u gelijk heeft. Hoe weet u dat?”
“Hij denkt net als ik. Door zijn jeugd is hij nog vaak onbesuisd, maar hij is een hersenduivel. Stefano?”
“Absoluut dottore. Ik werk ook graag met hem. Flavio en hij zijn een team... wel, mogelijk kan ik dat de Raad het best een keer op video laten zien.”
“Goed, daar waren wij toch op teruggekomen. Wij komen straks weer op Renato terug. Ik hoop dat ik jullie niet verveel, maar we hebben fragmenten gezien hoe jullie de Sacra Corona Unita in Duitsland hebben aangevallen. Hoe de zes clanleiders in Puglia zijn vermoord, is nooit duidelijk geworden. Ja, het is duidelijk dat er zes zware bommen zijn gebruikt... en mijn inschatting is dat jullie Javelin antitankraketten hebben gebruikt.
Nou, hier komt Renato weer even terug. Hij heeft ervoor gezorgd dat wij veel invloed in de Sacra Corona Unita konden uitoefenen, nadat de vijf Medaglioni waren ontvoerd en vermoord na de moord op...”
“Anouk,” zei ik.
“Infatti, Anouk. Wij hebben dus veel invloed in de Sacra Corona Unita en wij weten niet hoe de Medaglioni vermoord zijn.”
“Ik zie niet dat dit terzake doet en het is alleen maar beter voor iedereen, nietwaar?” zei ik, terwijl ik langzaam razend begon te worden.
“Is Renato net zo driftig als jij, Gian?”
Ik kon er niets aan doen, maar ik schoot in de lach.
“Nee, ik heb het geduld en het geheugen van een olifant, maar sommige dingen laten mij flippen.”
“Wat heb ik verkeerd gedaan?”
“Met respect dottore, alles. U wist al wat u wilde gaan doen en u bouwde het verhaal op mijn vermoorde vriend, Franco. Dat had niet gehoeven. Wij hadden evengoed wel geluisterd.”
“Zio,” zei Stefano, terwijl hij een hand op mijn arm legde.
“Nee, niets! Ik ben eerlijk, net zoals de dottore eerlijk tegen ons had moeten zijn. Dan vertelt de dottore ons over Renato, wetende dat dit ons zal plezieren. Wij hebben volkomen open kaart met de Raad gespeeld en de dottore laat ons nu de open gaten invullen. Waarom niet vragen, antwoorden en spijkers met koppen slaan.”
“Met respect, Gian. Heb jij de Raad niet gebruikt tijdens de vergadering?”
“Touché, maar ik speel niet met gemoederen.”
“Ik ook niet. Ik kan zien hoe je tot die conclusie bent gekomen, maar ik zweer op mijn leven dat ik volkomen oprecht was totdat de vrouwen zich hadden teruggetrokken. Daarna heb ik mijn normale tactiek toegepast die – naar het nu blijkt – duidelijk bijgesteld moet worden. We worden oud en wij vervallen in gewoonteherhalingen. Mijn excuses. Kunnen wij opnieuw beginnen?”
“Zeker wel, sorry dat ik uitviel, maar Franco, Renato en toen Anouk werden mij even teveel.”
“Ik begrijp het. Okay, in one-liners: wij hebben massieve controverses op het moment. Wij weten nu dat de communicatieapparatuur ons geweldig kan helpen. We vermoeden dat deze apparatuur instrumentaal is geweest in jullie succes met het verslaan van de Sacra Corona Unita. We kunnen alleen niet uitwerken hoe. Als het antwoord voor ons positief uitvalt, willen wij graag kopen, maar ik zeg dit niet om u een verkoop voor te houden. U beslist. In principe vragen wij eigenlijk een dienst. Als u daaraan verdienen wilt, is dat geen probleem. Dat is echt alles in een notendop.”
“De Raad heeft mijn vrienden en dus mij ook een geweldig groot plezier gedaan. Het zou mij een enorm voorrecht zijn om de Raad behulpzaam te zijn, hopend dat ik daartoe in staat ben. Het zou mij geen enkel plezier doen om daarvoor geld te verlangen. Wat ik wel zou verlangen dottore... Lello, is dat u oprecht met mij bent en ik zal u vertellen waarom ik u dat zeg.”
Stefano keek mij verbaasd aan, maar ik meende een glimlach om de mond van het raadslid te bespeuren.
“Tir’avanti,” moedigde het raadslid mij aan.
“Ik begrijp het nu wat beter. U hebt mij zitten testen vanavond. Waarom? Wel, dat is nu duidelijk. Ieder scherp persoon - zoals u uzelf - zou gereageerd hebben zoals ik. Zo niet, was de persoon niet zo scherp als de persoon die u mogelijk nodig heeft voor de job; die persoon had wel een spion of verrader kunnen zijn. Iemand die zich oprecht kwaad maakt in het huis van zo’n machtig persoon heeft niets te verbergen. Hoe dan ook, in beide gevallen zou de Raad niets aan die persoon gehad hebben. U bent erg slim.”
“U ook, Gian, u ook! Ik denk dat wij spijkers met koppen gaan slaan. U bent grandioos geslaagd. Wij dachten dat u op uw hoede zou zijn voor ‘het slimme raadslid’, omdat die altijd door zijn vragen laat merken hoe scherp hij is. Ik echter observeer en analyseer. Stefano, ik ben niet ‘bullshitting’, absoluut niet, maar ik kan zien hoe je vader veertig jaar Gian’s vriend is gebleven.”
“Dank u dottore. Zio Gian verbaast ons vaak. Wilt u weten...?”
Stefano keek mij aan als voor goedkeuring. Ik knikte.
“We hebben meer dan honderdvijftien leden van de Sacra Corona Unita vermoord, waaronder drieëndertig sgarristi, zevenentwintig santisti, tien vangelisti en zes Medaglioni. U kunt dus niet zeggen dat wij alleen de krullenjongens aangepakt hebben. Wij hebben ze op drie verschillende locaties vermoord in de finale, die u nog niet heeft gezien. Wilt u weten hoelang zio Gian over het plan voor deze aanslag moest denken?”
“Een uur?”
“Zio was ons tijdens de maaltijd alle informatie over onze tegenstanders aan het geven. Op een zeker moment vertelde hij ons wat voor zaken de drie clans runden in Duitsland. Tien seconden nadat hij ons die update had gegeven, schold hij en zei: ‘hoe kon ik dat missen’ of zoiets. In een paar seconden had Zio de structuur voor het hele plan bedacht.”
“Had Renato dat ook gekund?” vroeg Lello.
“Hij probeerde het, Lello, maar omdat hij te haastig was, lukte het niet. Hij had even langer moeten denken. Ik kan u wel zeggen dat Renato uw strategie vanavond ook doorzien had.”
“Werkelijk? Goed, laten we beginnen. Hoe hebt u de tegenstanders allemaal weten te elimineren? Zoals ik al zei: ‘wij hebben steeds vermoed dat het met een geleid projectiel is gebeurd’”
“Dottore, u weet dat wij door middel van een truc die communicatiesystemen bij alle relevante clans van de Sacra Corona Unita hadden laten introduceren. Wij konden dus zien en horen wat zij planden. Wij konden hen vierentwintig uur per dag observeren. Wij zouden van al hun bewegingen op de hoogte zijn geweest.”
“Wat ging er mis, Gian?”
De identiteit van Natasja en Pietro, de capo regime van Stefano, was bekend geworden. Er was een extractieteam van de SCU onderweg om hen te kidnappen. Het oorspronkelijke plan viel daarmee in het water.
“Maar u had een back-up plan?”
“Ja, bent u bekend met de Claymore ‘antipersonel’ mijn?”
“Zeker, zeer effectief wapen.”
“De schermen kunt u het beste vergelijken met Claymore mijnen. In twee harddisks van de systemen zat vijf kilo semtex.”
“Mincchia!” schold het raadslid. “U kon dus op ieder gewenst moment de vijand elimineren?”
“Ja, al was dit de eindoplossing. We waren er allemaal erg trots op,” zei ik bescheiden.
“Gian, ik bepreek dit met de leden van de Raad. Dit was een fenomenaal idee. Het is net of je wargames speelt. Wil je ons helpen wanneer wij voor ons probleem een dergelijke oplossing willen toepassen?”
“Het spreekt vanzelf dat ik zal doen wat ik kan, al moet ik u aanraden om niet over dezelfde oplossing te denken, die wij gebruikt hebben. Wanneer u mij te zijner tijd de details wilt geven dan kan ik over een passende oplossing denken voor uw probleem.”
“Wij kunnen deze manier niet meer gebruiken?”
“Ik zou het in uw geval niet doen. Het feit dat u niet weet wat er precies gebeurd is, verontrust mij. Iedere bomexpert had dit uit kunnen werken, ook al waren de explosies massief. Sporen van de lcd-schermen moeten gevonden zijn, net als de kogeltjes die in het scherm zaten. Men heeft de explosies tot op de seconde kunnen vaststellen, evenals de locatie in Duitsland waar het detonatiesignaal het Internet werd opgeduwd.”
“Natuurlijk, de Internet Service Providers. Is dat niet gevaarlijk voor uw operatie?”
“Nee, wij hadden de medewerking van de Bundesnachrichtendienst. Onze bom - zoals die gereconstrueerd zal worden - zal uiteindelijk de experts naar de fabrikant van deze systemen, leiden. Het feit dat er geen gewag van wordt gemaakt, verontrust mij, al heb ik wel een bijzonder sterk vermoeden waarom dit is. Lello, ik zou het hele gesprek van vanavond bespreken met de Raad. Wanneer de Raad denkt dat ik bij machte ben om met een oplossing te komen, dan zal ik er alles aan doen om met een effectieve en fantasievolle oplossing te komen. Het probleem met een goed werkend plan is dat het bij succes steeds opnieuw gebruikt wordt.”
Het raadslid was een tijdje stil voordat hij zei: “Ja, ik heb het even op mij laten inwerken en inderdaad, het is beter om met iets nieuws te komen. Hoelang blijven u en Natasja?”
“Tot na de bruiloften.”
Voor 25 euro lees je 26 complete verhalen in PDF formaat waaronder de beste twee verhalen in boekformaat. 400 pagina's elk. Bestel met de emailknop bovenaan.