Loading..., wait please...
 
 

De kleine blauwe knopjes rechts vormen het het navigatiemenu wanneer u deze balk heeft weggeklikt.

Klik het ronde knopje bovenaan om naar de top van de pagina te gaan.

Klik het ronde knopje onderaan om naar de onderkant van de pagina te gaan.

Ga op het middelste, ovale knopje staan om het verhalen menu te gebruiken. Enjoy!

 

 
Dit is het hoe het in het leven altijd maar weer opnieuw gaat zonder dat iemand er erg in heeft
Wanneer u moet stoppen met lezen en u wilt de volgende keer doorlezen waar u de laatste keer gestopt bent, kunt u de boekenlegger zetten door deze knop aan te klikken.

De boekenlegger brengt u dan exact naar de regel waar u zijn wilt, zonder dat u moet zoeken.

LET OP! Zet niet tussentijds de boekenlegger af in een ander verhaal, want dan is de opgeslagen positie verdwenen.

Menu
Klik op X om boekenlegger te sluiten. Later kunt u deze op het menu weer zetten
X
 
DE VERHALEN
 Christa Sanders zei: "I love it".
 Davonne zei: 'Jah, vet goed, Jan'
 Wat zegt een man van mijn stories
 Hoe werken die verhalen, precies?
 De verhalen.., of het boek lezen?
 En wat ga ik nu dan schrijven?...
 Badoo de Riff Raff en RipOff site
 Leven op Contact- en Datingsites.
 Hoe houdt de vrouw de controle..?
 
Klik om ons allemaal in beweging te zien...
Klik voor de Homepage.... Klik om uw commentaar te geven... Klik voor het laatste nieuws....... Klik om mij te mailen...
   
  The Retiree and the Queen Bee...
 
  When you’re old enough, to have seen it all…
You realise that after all, you know fuck-all.
 
 

Ik hoefde vandaag geen 'milfs, til..........fs, hyperrmuffs, superfoofs, clickchicks' of andere 'loveslots' aan te schrijven. Ik was al aangeschreven, en ik dol niet.

Ik klikte mijn eerste mail open. De duimnagelfoto van deze 'cyberfanny' noopte mij tot het onmiddellijk openen van haar profiel. Gelijk werd de virtuali- teit vervangen door de harde realiteit.

'Awesome, Jesus fucking Christ' wat een splendour! Was dat een vrouw of een sluipend, bronzen fucking beeld van ‘old Leonardo da V’? Dat was geen 'hoodrat', of andere webshit. Het beeld van de grond op bestuderend, keek ik naar een paar perfect gevormde stapstokken, die tot aan haar schouders reikten. Halverwege een badonkadonk, waar iedere bus- of taxichauffeur zijn rechterarm voor zou willen geven, om een half uurtje op mee te mogen rijden. Het vooraanzicht was uitgerust met twee ‘tigga bitties’ die op een constant gespannen voet leefden met de ‘over the shoulder boulder holder’

Een gezicht waarin de volmaakte neus werd onderlijnd door een sensuele mond. Een sensuele mond? Het was het meest complete, grote, liefdes- en verbaal expressie orgaan, waar ik ooit het plezier van had gehad, om naar te mogen kijken. Allerlei gedachten raceten door mijn hoofd, maar geen enkele had met verbale expressie te maken. De twee grote, bruine mooikijkers keken mij licht geamuseerd aan.

Deze collectie van perfecte lichaamsdelen huisde in een fysieke verpakking met de kleur van lichte chocolademelk, die op zijn beurt was ondergebracht in een zijden jurkje van Lyndia Procanovic, terwijl aan haar voeten twee gewrochten van Monsieur Christian Louboutin staken.

Fucking shades van Prada en een designertas van Hermes. Dat was het? Not on your fucking nelly! Een gouden Ballon Bleu de Cartier met blauwe saffier cabochon, slingerde onverschillig aan haar pols. Een bijbehorende witgouden Cartier liefdesring om haar ene ringvinger en een driekleur wit gouden, titanium zwart gelaagde Chanel ring aan haar andere hand.

Het was maar goed dat ik veiligheidsriemen aan mijn bureaustoel had, want anders was ik er spontaan uitgedonderd, al was het alleen maar om mij mond op mondbeademing te laten toedienen. Over een mond gesproken.

De mond nam nu het woord, of liever, begon mijn oren te verwennen: “Ben je pas naar de tandarts geweest, softLad?”

“Nee, hoezo? Wie ben je eigenlijk, superdot? Hoe heet je?”

“Wat een vragen ineens, ik dacht eerst dat je niet praten kon, omdat je net bij de tandarts was geweest.”

“Wat is het toch met die fucking tandarts, fooffie?”

“Ik dacht dat je implantaten had laten plaatsen, en dat je je mond niet dicht kon doen. Je tong hing er ook uit trouwens, maar dat gaat nu blijkbaar beter, want je zit steeds je lippen af te likken.”

“Aaaaauw, 'witslit', ben jij altijd zo grappig? Mooi zijn is geen mandaat om mensen te komen vervelen. Ga lekker een uurtje tussen wat bekende 'fucking Nederlanders' zitten claptrappen, Paula de Leeuwin!” antwoordde ik kwaad.

“Touchy, aren’t we?” stelde de hyperchick vast, “Mijn naam is Christa Sanders, en ik doe dingetjes. Dingetjes waar ik geld mee verdien. Veel geld!”

“ja, dat kan ik wel zien. Ik had vroeger ook vrouwen die dingetjes deden voor geld. Fuck, er was een naam voor die vrouwen. Hoebers, hoede.., hoe.. Ik herinner mij het...”

Het volgende moment lag ik met stoel en al op de grond, en een razende Christa bovenop me. Ze sloeg mij in mijn gezicht, en raasde: “Luister, zoeteballenpooier, ik ben geen hoer en als je prijs stelt op die nieuwe implantaten, houd dan die gore bek dicht van je. Begrijp je me?”

Ik knikte, en zei: “Ja Christa, maar kun je iets lager gaan zitten met die dot van je? Er staat namelijk iets leuks bij mij te gebeuren. Heb je tissues bij je?”

Christa schoot in een lach en het schudden van haar onderlichaam deed meer dan iets voor me. In a way; aan de andere kant merkte ik dat het een sportieve muff was. Ze had humor, en dat vind ik nog steeds belangrijker dan pussyrijden. Het feit dat er een mooie poes op mijn buik zat te rijden -al was het om mij af te tuigen- vond ik eigenlijk ook wel gezellig..

We lieten elkaar opstaan en mogelijk speet het ons beiden.

“Talk to me, muff,” nodigde ik haar uit.

The Queen bee nam plaats in een fauteuil, en sloeg haar benen over elkaar op een manier, dat het wel leek of ze de Can-can danste met lingerie van Agent Provocateur.

“Doe dat nog eens,” nodigde ik haar uit.

“Wat?”

“Je benen over elkaar slaan, ik heb nog nooit een ouwe, kalende poes met zulke lange poten gezien.”

“Je bent wel een smeerlap hè, softLad?”

“Wie is de smeerlap hier? Ik loop niet in de rondte zonder onderbroek.”

The Queen bee trok een vies gezicht, en zei: “Nee, dat geloof ik, het zal wel zo’n lang wit Hema geval zijn. Gadverdamme.”

“Hij zit in ieder geval warmer dan de jouwe. Ik zou ook maar wat aantrekken, het houdt in ieder geval de tocht uit die 'foof'. Wat wilde je eigenlijk van me?”

De Queen bee keek mij lang en hard aan, en zei: “Kunnen we de maskerade laten vallen en praten als twee volwassen mensen?”

“Ik weet niet of jij dat kan, maar laat maar horen.”

“Je naam is Jan ter Haak, je bent een ex-crimineel en je beweert dat je sinds 1984 niet meer actief bent. Je hebt een autobiografie geschreven en schrijft nu vreemde datingverhalen op je weblog. Het is moeilijk om in die verhalen fictie van realiteit te onderscheiden.”

“Misschien omdat het allemaal fictie is..., zou dat een mogelijkheid zijn?”

“Dat zou inderdaad een mogelijkheid zijn, maar je schrijft met een te grote kennis van zaken. Je weet waarover je schrijft.”

“Dat doen alle schrijvers, die hun research goed verrichten, Christa.”

“Behandel me niet als een idioot Jan, althans niet voordat je gehoord hebt wat ik je te zeggen..., en wat ik je voor te stellen heb.”

Christa, the Queen bee, begon mij een plethora van namen te geven uit de tijd dat ik nog net actief was. Ik kon alle namen, sommigen waren vrienden, en sommigen waren vijanden geweest, maar het waren allemaal, op enkele uitzonderingen na, bekenden van me geweest.

“Wat moet ik met die namen, die zijn toegankelijk voor iedere misdaadjunk. Het is nu niet zo dat ze je referenties kunnen geven, hè? Ze zijn namelijk allemaal dood. Daarbij komt, dat gezien je leeftijd, je piepjong geweest moest zijn toen je op de vlakte kwam, zo je al op de vlakte kwam. Nee, 'foof', dat schiet niet op, ben ik bang. En zelfs al hadden ze je een referentie kunnen geven, de aanbevelingen van de meeste van die scenedwellers was waard geweest... wat er hier op mijn hand ligt..., ook niets. Je zult met wat beters moeten komen.”

Christa keek gepijnigd aan, voordat ze zei: “Ik ben met je beste vriend geweest, Jan. Je beste Nederlandse vriend, Jan. Geen Italiaan. Ik ben twee jaar met Harry geweest. Ik kon niet met hem blijven omdat hij depr...”

“Depressief geworden was, voordat hij zijn kop eraf schoot,” vulde ik nu aan, razend van plotselinge woede, “Je hebt hem dus in de fucking steek gelaten. Nou dat is een mooi getuigschrift, Christa. Dat staat je netjes. Zelfs wanneer ik erover ge...”

“Jan, vraag zijn laatste vrouw. Er was met Harry niet meer te leven. Vraag haar, of vraag zijn dochter.”

“Marloes,” vroeg ik, ‘Nudnik and the Trickchick’, indachtig, “Jij kent Marloes?”

“Ja, vraag haar. Zij zal het je bevestigen.”

“Okay, ik check met Marloes. Dat doe ik niet waar je bij zit. Vanavond. Wat is het dat je in je hoofd hebt, Christa? Maar eerst nog even dit: waarom denk je dat ik je zou kunnen, of zelfs maar zou willen helpen.”

“Je hebt andere vrouwen geholpen, maar er waren ook gevallen dat je duidelijk op eigen voordeel uit was. Ik denk dat voor vijfentwintig miljoen pond sterling je wel geïnteresseerd zult zijn, om mij te helpen.”

“En zo niet?”

“Dan heb ik nog wel wat andere argumenten om je te overtuigen, denk ik.”

“Denk dan nog maar een keer, want als vijfentwintig miljoen pond sterling mij niet kunnen overtuigen, dan is de kans dat ik voor een hapje uit de jampot wel overstag zou gaan, zo dat ik opgelijnd en vergeleken kan worden met ex-lovers, wel heel erg klein.”

“Je bent ook een echte schoft jij, hè Jan?”

“Ja, en ik hou van jou ook, alleen ik kom er voor uit. Je hoeft je dus geen illusies te maken. Niemand heeft mij ooit gekocht voor een beetje pussy. Ik verkocht die zooi zelf, weet je nog. Nou laat maar horen je verhaal. Ik beloof je dat wanneer ik er niets in zie, dat het niet verder gaat dan mij. Ik ben een schoft, geen omslaander. Capisci?”

The Queen bee dacht een momentje na, en begon toen met haar verhaal: “Ik werk als assistente van een plastisch chirurg in Harley Street, in Londen…”

Terwijl ik snel een optelling maakte van de kleding die Christa droeg, onderbrak ik haar: “Cut the crap C, je loopt met honderd ruggen bling en fashiongear. Je gaat mij toch niet vertellen dat je dat allemaal verdient met assistentje spelen?”

“Harley Street is...,” begon de Queen bee.

Christa says... “De straat in Londen, waar de beste, duurste en meest exclusieve dokters- en specialistenpraktijken zijn.

Ondanks dat, kun jij die bling en dat kloffie niet besollemen van wat je daar verdient. Onmogelijk, dus je schnabbelt er wat bij, of je bent iets meer dan een assistente van die wonderdokter. Zijn kruik, of zoiets.”

Christa lachte, en zei: “Wel, ik ben niet precies zijn maîtresse, al hoopt hij dan wel dat ik het snel word. Een meisje mag toch wel eens een cadeautje aannemen van een man?”

“Natuurlijk wel, en nu verwacht je een cadeautje van vijfentwintig miljoen pond? Leuke manier van waardering heb jij. De man maakt een wandelende foksfox van je..., en jij wilt hem rippen voor vijfentwintig miljoen pond?”

“Vijftig miljoen, we delen samen.”

“Dat is gul van je, en wie zegt mij dat jij mij niet ript bij het scheiden van de markt?”

“Hoe zou ik dat in godsnaam moeten doen?”

“Dat is een goede vraag, daar hebben wij het dan nog wel over. Vertel wat over die medicijnman, als je wilt”

“Richard, dat is zijn naam, is een Nigeriaan van geboorte. Een blanke Nigeriaan. Hij is ‘the bees knees’ in zijn vak, een gewoon introductie-consult kost duizend pond. Kleine correcties, vijftigduizend pond, dank u wel. Operaties van een miljoen pond..., daar draait hij zijn hand niet voor om. Zijn klanten zijn allemaal Arabieren, Russen en Bulgaren.

Richard is een blanke, en geboren uit Europese ouders. Britten die in Nigeria zijn gaan wonen, rond de voorlaatste eeuwwisseling. Wat Richard meenam uit Nigeria was niet alleen zijn vakkennis, waarvoor hij in Engeland en Rusland studeerde, hij introduceerde ook het criminele element.

Daar de ‘Pyrates Confraternity’, een Nigeriaanse studenten misdaad-organisatie uit de vijftiger jaren, zijn studie had betaald, was hij gehoorzaamheid verschuldigd aan zijn ‘weldoeners’ die hem opzetten met een praktijk in Harley Street.”

“Waar heb je die kennis vandaan,” vroeg ik argwanend.

“Hij heeft het mij zelf verteld in een spraakzame bui. Hoewel hij zeer capabel, intelligent en sluw is, lijdt hij aan een aandoening waar veel mannen van zijn leeftijd last van hebben, en dat is geen prostaatvergroting. Nee, Richard mag graag laten zien, dat hij er is. Vooral bij vrouwen, die hij als een statussymbool beschouwt. Hij kleedt ze, versiert ze met een ton eurobling en verbeeldt zich dat de vrouw verliefd is. Dan komen de verhalen van de huzarenstukken. Nee, ik denk niet dat er veel is, dat ik niet van Richard weet.”

“Ik geloof onmiddellijk dat je medicijnman zwaar de kost verdient, en dat het meeste van dat inkomen niet wordt opgegeven, maar dat hij vijftig miljoen pond tussen zijn vuile Nigeriaanse onderbroeken heeft liggen, rekt mijn voorstellingsvermogen wel een beetje erg ver uit, foofie.”

De Queen bee schudde haar hoofd om zoveel stupiditeit, en zei: “Dat is nu precies waar we jou voor nodig hebben, maar laat mij je eerst de rest vertellen.

Richard wast wit voor Nigeriaanse gangsters in het Verenigd Koninkrijk. De meeste gangsters zijn ‘419 scammers’ of zijn betrokken in de wiet import. Beide activiteiten moeten niet onderschat worden, want de revenuen lopen in de miljarden. Het enige verschil met andere misdadige organisaties is, dat de Nigerianen niet aan de weg timmeren.”

“Even goed, wat kan een dokter nou witten, ook al verdient hij vijf miljoen pond per jaar? Dat is toch niet interessant?”

“Het zou te ver voeren om al zijn operaties uit te gaan leggen, maar in het kort werkt het zo: wanneer er een flink bedrag gewit moet worden, dan komt er een fictieve Arabische of Russische klant langs. Richard maakt een fotokopie van een vals identificatiebewijs en zo is er een niet bestaande, dus niet op te sporen patiënt gecreëerd. Deze patiënt ondergaat een operatie in de kliniek en betaalt in tien termijnen, waarvan weer een vals contract is opgemaakt. Het geld gaat naar de bank en er wordt belasting over betaald.”

“Maar met die belasting is het toch helemaal niet zo interessant om het geld op die manier te witten?” vroeg ik, ongelovig.

“Die belasting wordt alleen over de schone winst geheven. De andere kant van de ‘scam’ bestaat uit het creëren van valse facturen. De bedragen op die facturen worden overgemaakt naar het buitenland, waar het weer op een rekening van Richard terecht komt. Hij betaalt operatie licentierechten… aan zichzelf. Het is zodanig opgezet dat met behulp van allerlei legale constructies, niet meer dan tien procent effectieve belasting wordt betaald over het geld.”

“Nou, dan lijkt het mij dat Ricky de fucking medicijnman zijn zaakjes aardig voor elkaar heeft. Maar, waar moeten die vijftig miljoen dan vandaan komen?”

“Tjonge jonge, ze kunnen jou ook niet van een briljant verstand beschuldigen, hè opa? Denk nou eens even goed na, het is echt niet moeilijk en je went er snel aan,” tartte de blingbitch mij.

Ik dacht even na, en lanceerde mijn theorie: “Zowel met de weedverkoop als met de ‘419 scams’ is Frankenstein onderhevig aan grote fluctuaties in geldaanvoer. Wanneer de SOCA weer een bende ‘scammers’ oprolt, doet zich een daling in de geldaanvoer voor. Aan de andere kant, wanneer er een lading weed het land inkomt, dan is er ineens een grote stijging. Het lijkt mij dat Ricky ‘stash’ problemen heeft.”

De Queen bee begon te klappen en nam een virtueel hoedje af. Haar nu kennende, zal het er wel een van J.P. Gaultier zijn geweest.

“Zie, dat was toch niet al te moeilijk en het deed geen eens pijn, nietwaar? Ja er zijn momenten dat zo’n honderdmiljoen pond in die ‘stash’ ligt.”

“Wat voor ‘stash’ gebruikt hij?”

“Ben je geïnteresseerd, of niet?”

“Tot nu toe, nog wel. Het ligt eraan met wat voor hindernissen je komt. Het venijn zit meestal in de staart, C.”

“De ‘stash’ is een kluis... in een kluis.”

“Nou, dat klinkt als een ‘piece of piss’ dan, C. Makkelijker kan haast niet.”

De Queen bee negeerde mijn sarcasme, en vervolgde: “Omdat in de kliniek verscheidene zware verdovende middelen, zoals morfine, dihydrocodeine, diacetylmorphine hydrochloride worden gebruikt, is er voor de huisapotheek een kluis gebouwd, die het volume van een kleine slaapkamer beslaat. Je kunt er dus inlopen. Medicijnen, officiële boekhouding en alles van waarde, wordt er in bewaard.

Toen die kluis ingebouwd was, liet Richard een paar metaalbewerkers uit Nigeria overkomen, die een valse, stalen achterwand in die kluis plaatsten. Die achterwand kan een nauwkeurige inspectie doorstaan en wanneer je niet weet waar de deur zit, vind je die ook nooit. Die kluis is bijna een meter diep, en beslaat de hele achterwand. De ‘stash’ is dus groot genoeg om een half miljard in te bewaren.”

“Aangezien het een verborgen kluis is, zal die dan ook niet met een sleutel, of een cijferslot geopend worden. Hoe wordt die deur geopend?”

“Met de computer.”

“De computer? Dus die verborgen kluis wordt geopend en gesloten met een gewone PC?”

“Precies zo, en dat is waar we jou nodig hebben. Ben je nog steeds geïnteresseerd?”

Ik dacht even na, en vroeg toen: “Hoe lang wordt die ‘stash’ al bediend met een PC?”

“De ‘stash’ is in 1999 aangebracht, dus het spul is tien jaar oud. Waarom?”

“Weet je of er in die ‘stash’ een computer staat, of dat er elektronische circuits zijn aangebracht, toen deze gebouwd werd?”

“Er staat absoluut geen computer in. Ik weet haast wel zeker dat de computer alleen het slot aan de binnenkant bedient. Je moet namelijk de deur openduwen, wanneer deze van het slot wordt gehaald. De deur sluit automatisch door een zware stalen veer.”

“Nou, je hebt wel je huiswerk gedaan, foofie. Dat moet ik toegeven. Tenzij we iets geks tegenkomen..., ja, ik heb interesse.”

“Hoe denk je die computercode te kraken?” probeerde de Queen bee.

“Dat moet ik ter plaatste bepalen,” loog ik, “Luister, vanavond check ik met Marloes. Als dat in orde is, dan kom je zaterdag maar bij me eten, dan kunnen we de hele operatie bespreken. Zijn er nog dingen die ik nu weten moet, zoals een alarmsysteem, honden, of wat dan ook. Heeft dokter eigenlijk een partner? Ik bedoel een partner in de misdaad, die het illegale gedeelte controleert?”

“Geen alarmsysteem of honden, maar er zijn constant twee bewapende Nigeriaanse ‘goons’ in de kliniek. ’s Nachts worden die afgelost door twee andere ‘button-men’ Of die er zijn om het geld te bewaken, of om Richard te controleren, laat zich niet bepalen.”

“Als je zegt bewapend, bedoel je dan zichtbare bewapening of pistolen, of revolvers?”

“Nee, het is niet zichtbaar, maar af en toe betrapte ik er wel eens één, terwijl hij zat te spelen met zo’n ding.”

“Iets anders, C, vijftig miljoen pond zijn in het gunstigste geval, één miljoen biljetten, oftewel tienduizend pakjes van honderd biljetten vChrista says...an vijftig pond. Ooit aan gedacht hoe we die zooi vervoeren moeten?”

“Het gebouw heeft een inpandige garage, dit ook in verband met patiënten die per ambulance aan- of afgevoerd moeten worden. Je kunt dus gemakkelijk met een busje naar binnen.”

“Klinkt okay tot zover. Hier woon ik, ik zie je zaterdag om vijf uur ’s middags. Trek een onderbroek aan, want het tocht af en toe in mijn huis,” zei ik, terwijl ik Christa een visitekaartje gaf.

“Marloes,” zei ik in mijn mobiel, “Met Jan, stoor ik?”

“Hey Jan, nee, natuurlijk stoor je niet. Doe niet zo achterlijk. Hoe is het met je?”

“Hanging in there, Marloes. Ik heb een informatie van je nodig lieverd. Het betreft je vader. Ben je klaar voor dat?”

Sure, lieve Jan. Shoot!”

“Christa!”

“Christa Sanders, mijn vaders ex-partner?”

“Ja, hoe was zij tegen je vader? Give it straight, hen!”

“Jan, je weet hoe het met mijn vader was. Christa heeft echt alles geprobeerd, maar het leek wel of mijn vader haar niet met zijn problemen wilde lastigvallen. Hij heeft haar gewoon geprost, tot het meisje geen andere keus had, dan hem te verlaten. Nee, Christa was ace, Jan.”

De vloed van ingehouden tranen deden mijn strot vollopen, en ik stik zowat. Verdriet. When does it fucking stop? Harry, mijn vriend!

“Marloes, kan ik haar vertrouwen?”

“Jan, jij bent de vrouwenkenner, niet ik. Zij is zo geslepen dat je je vingers eraf snijdt, als je haar aanraakt. Aan de andere kant heb ik de andere kant gezien. Als ze je mag, is het een geweldenaar. Heb je iets met haar, als ik vragen mag?”

“Zakelijk, puur zakelijk, M. Het wordt tijd dat wij weer eens naar Schotland gaan, lieverd.”

“Ja Jan, dat zou ik fantastisch vinden. Ik denk nog vaak aan onze reis terug. Geweldig was het. Hoor ik van je dan?”

“Ja lieverd, ik bel snel,” zei ik, en belde af.

Ik belde Franco’s nummer in Brescia en kreeg mijn peetzoon aan de lijn.

“Ciao Steffie, come stai?”

“È stuffante senza te, Zio (Het is vervelend zonder u, oom)”

Ik vertelde Stefano het hele verhaal en vroeg wat hij er van dacht.

“Als het precies zo is, zoals u mij vertelt, dan doen we het op een vrije middag. De vrouw, Zio! Hoe is de vrouw?”

“Zoals altijd..., het zwakke punt. Ik verwacht een setup!”

“Play the game, Zio. Kijk of het te realiseren is. Wij komen onmiddellijk over. Renato is ook nog hier.”

Ik schoot in de lach, en vroeg Stefano: “Leert hij van je?”

“Ja Zio, hij is werkelijk goed, maar hij heeft teveel Napolitaans temperament.”

“Je vader, Steffie?”

“We houden van hem, hij mist u. Hij mist de jaren met u. Zio, kom weer in Italië wonen, wij missen u allemaal.”

“Ik zat daar al over te denken, Steffie, maar ik wil dat boek van me een kans geven. Als het flopt, vertrek ik gelijk..., zoniet, vertrek ik wat later. Ik houd van jullie allemaal. Ik controleer het hele fucking verhaal en neem contact op. Ik ben jullie teveel schuldig!”

“Zio?”
”Si?”

“Va affanculo. (Krijg het lazerus!)”

“Ik houd van jullie, groet je vader en moeder, Stefano!”

Kon ik dit doen? Kon ik nogmaals een beroep op mijn Italiaanse vrienden doen, na alles wat er in Napels gebeurd was?

Zaterdagavond was the Queen bee bij mij thuis om te eten en het plan de campagne te bespreken. Terwijl zij genoot van de Mozzarella met gerookte zalm, die ik had klaargemaakt als voorgerecht, keek zij afkeurend naar mijn Jan de Bouvier meubelen. Er stond een ‘r’ op de verkeerde plaats. ‘Krijg het lazerus, wijf. Als het je niet aanstaat, zoek een andere gek die kan, wat ik kan,’ dacht ik.

Maar Christa is slim, zij is the Queen bee en zij past zich altijd aan, Zij is als een fucking kameleon.

“Heb je met Marloes gesproken, Jan?”

“Ja, het was inderdaad zoals je mij verteld had, en ze was vol lof over je. Dus wanneer je niet van gedachten veranderd bent, kunnen we het plan gaan trekken.”

Nadat ik de ‘Linguini al Pesce’ had opgediend, vroeg ik Christa: “Jij, als assistente, hebt toegang tot het computersysteem?”

“Ja, maar ik kan alleen maar inloggen onder mijn eigen naam. Ik zie bijvoorbeeld nooit dat programma om de kluis te openen, want daar heb ik al naar zitten zoeken.”

“No matter! Ik geef je een externe harddisk mee en ik leer je een programma installeren, voordat Windows opstart. Het is het equivalent van een digitale stofzuiger, het maakt een perfect spiegelbeeld van de harddisk in het systeem. Daarna moet je dat programma weer uit het systeem verwijderen. Het is niet moeilijk.

Daarnaast geef ik je een broche, die je een paar dagen dragen moet. De broche bevat een minicamera die het videosignaal naar een soort van MP3 speler stuurt, die dat signaal registreert. Je gaat daarmee door het hele gebouw en voorziet de opnames van commentaar, zoals een beschrijving, locatie en doel van het vertrek.”

Ik pakte een soort van elektronisch rekenmachientje en gaf dat aan Christa, die het nauwkeurig bekeek.

“Wat doet dit?”

“Het meet een vertrek. Je gaat midden in een vertrek staan, houdt het in je hand voor je, er zorg voor dragend dat je de twee lenzen niet met je vingers bedekt. Je drukt op het rode knopje en in de display verschijnt de breedte van dat vertrek. Als dat er op lijkt dan druk je op ‘Enter’ zodat die breedtemaat opgeslagen wordt. Daarna draai je je negentig graden, en herhaalt de procedure met de lengtemaat, die je ook weer opslaat. Hierna draai je het apparaat negentig graden, zodat de hoogte van het vertrek gemeten wordt. Die maat sla je wederom op. De display vraagt je dan om de naam van het vertrek en eventuele bijzonderheden in te spreken Doe dit met het gehele gebouw, inclusief garage, trappenhuizen en eventuele liften..

Tezamen met de video-opnames kunnen wij een perfecte, driedimensionale plattegrond van het gebouw maken. Ik maak dan een wireframe kopie van het gebouw in AutoCad en wij kunnen daarna vertrek voor vertrek bespreken. Waar de bewakers slapen, waar zij zich overdag ophouden, enzovoort.”

Ik stond op en pakte drie apparaten uit mijn kantoor, waarvan ik er één wederom aan de Queen Bee gaf.

“Ik zal je ook leren hier mee om te gaan. Dit is een codescanner. Wanneer je werkgever de kluis gaat openen, schakel het dan in. Als er een draadloos signaal naar de kluis wordt gezonden, dan pakt de codescanner het op en zet het in de display. Die code kun je dan opslaan, en later uitzenden, zodat de kluis daarmee geopend kan worden.”

“Dus met dit apparaat zou iedereen de kluis kunnen openen?”

“Ja absoluut, ware het niet dat ik de coder/decoder gecodeerd heb. ‘Iedereen’ heeft mij dus weer nodig om de code te herleiden, er vanuit gaande dat er inderdaad een hexadecimale code wordt uitgezonden. Het kan ook een analoog signaal zijn en dan werkt de codescanner niet.”

Ik gaf Christa nu een mini afstandsbediening en de webcam van Logitech, en zei: “Nu..., dit is het eenvoudigst. Vervang de webcam op het systeem met deze en plug de stekker in dezelfde USB poort. Zorg dat je in de buurt bent, wanneer je baas de kluis gaat openen. Voordat hij het kluisprogramma opstart, activeer de webcam met deze afstandsbediening en dat activeert tegelijkertijd de MP3 speler, die ik je eerder gaf.”

“En dit..., doet wat precies?” vroeg de Queen Bee.

“Het maakt een video-opname van zijn toetsaanslagen, en stuurt het signaal weer naar de zogenaamde MP3 speler. Om je de verlegenheid van de vraag te besparen: ja, het signaal is weer gecodeerd, en alléén ik kan het signaal decoderen.”

“Je demonstratie van vertrouwen is roerend,” stelde de Queen bee sarcastisch vast.

“Ik wil je niet in verleiding brengen, C. Het is zoals je al eerder zei: jij doet dingetjes. Dingetjes, waarmee je geld verdient. Ik heb je nu wat dingetjes van mijzelf gegeven. Met die dingetjes kunnen we samen veel geld verdienen. Samen! Niet alléén jij, en niet alléén ik. We doen nu een dingetje samen, wees blij dat het geen ander dingetje is.”

“Ik heb nimmer gesteld dat ik daar bezwaar tegen zou hebben,” daagde Christa mij uit.

“Dat is dan prettig om te horen, en daar zal ik je aan houden wanneer dit geld dingetje achter de rug is. Werkt ook beter voor het ‘fuckthingy’, hoe was die zin ook al weer, met ‘business’ and pleasure?”

“Jij hebt mij niet horen zeggen dat ik het met jou als een plezier zou beschouwen, ik zie het meer als een zakenverplichting. Noodzakelijke onkosten, of zoiets,” zette Christa mij in mijn plaats.

“Auuuuwww, je bent ook geen bloedbak, hè C?” lachte ik, “Klasse fooffie, het is leuk. Laten we dit ding doen en over dat fuckdingetje, worden we het wel eens. Ik heb nog nooit een ouwe muff gewipt, als je erg goed bent, betaal ik je wel.”

Ik kon net op tijd bukken, want anders had ik een keramieken spaghettischaal als hoed gedragen. De gelukkig lege schaal viel nu op de vloerbedekking van mijn gemeubileerd, gehuurde woning zonder verder schade aan te richten.

“Jij leert het ook nooit hè, spaghettipooier?”

“Hoe was de spaghetti, muffie?”

“Als je net zo goed naait als dat je kookt, houd ik je voor mijzelf,” lachte de Queen bee.

We lachten beidChrista says...en, en ik strekte mijn hand uit. Christa pakte mijn hand, schudde die en vroeg: “Dus we hebben een deal?”

“We hebben een deal, maar zet me niet op foofie, want dan zijn we geen vrienden meer. Ik dreig nooit, en zeker geen vrouwen, maar ik moet het je zeggen: het zou je berouwen, en dat fucking rijmt ook nog.”

“Okay, ik stuur het compliment terug, en met respect. Til me niet, Jan, je zou niet lang genoeg leven om van het geld te genieten. Napolitaanse gangsters, of niet. Laten we nu maar gaan neuken, want ik heb zin in je.”

Wie ben ik om een knappe vrouw tegen te spreken? Had ik haar maar wel tegengesproken. Terwijl ik met andere slickmuffs om zes uur ’s morgens lag te denken: ‘ik wilde dat ze maar weer opgerot waren’, hield the Queen bee, mij de hele nacht… en de volgende dag aan de praat. Ik vond het niet heel erg, maar de jaren begonnen te wegen. Wat een wild beest was dat fashionhoochie.

De volgende dag vertrok Christa naar Londen, en ik naar Brescia in Italië. Vijftig miljoen Nigeriaanse ‘bruv money’ tussenbeide. Yeah right, ik had voor heter fucking vuren gestaan.

Brescia – Ik keek naar Franco, en ik zag mijzelf. Wij werden oud. Het omhulsel begon te stinken, maar het vuur in onze hersens brandde nog fel. Wij hielden van elkaar en nimmer waren wij gestopt met onze liefde. Een liefde die wij deelden. Malavita! (Onderwereld).

“Giowa, non ti fermi mai? (Jan, stop je nooit)?”

“No, caro amico mio, se mi fermo sarò morte. (Nee, lieve vriend, als ik stop, dan ben ik dood).”

Stefano en Renato, zaten aan tafel met ons, maar zij spraken niet. Renato was harder geworden, sinds de bruiloft in Napels. Hij had een waardevolle les geleerd. Nimmer, nimmer onderschat je tegenstander. Stefano had hem snel rechtgetrokken, ook omdat Renato, Stefano verafgoodde. Maar Stefano was Franco. Franco leerde mij toen wij beiden eenentwintig waren. Nu veertig jaar later leerde Franco nog steeds aan de mensen die hij liefhad.

Stefano, een liever en meer bescheiden mens kon je niet ontmoeten. Stefano was Franco’s zoon. Stefano was ook de volmaakte moordmachine. Niemand bewoog sneller, niemand sloeg of trapte harder. Niemand schoot een negen met een machinepistool in één hand en een High Power Browning in de andere. Stefano had nog iets: de hersens van zijn vader. Ik was zijn afgod, en ik wist niet waarom. Hij was met alles beter, maar het feit dat zijn vader mij respecteerde, decreteerde aan Stefano dat hij mij respecteerde, en moet ik toegeven, over de jaren heb ik mij dat respect ook wel waardig getoond, al kon ik Franco, noch zijn zoon evenaren. Wat een geweldige vrienden heb ik.

“Gian,” zei mijn vriend Franco, “Je weet dat je opgezet wordt door die vrouw. Zijn wij nog slim en alert genoeg om dat om te keren?”

“Wel, ik misschien niet, Franco, maar met jouw raad en advies moet het lukken. Plus het feit, dat ik het al verwacht.”

“De ‘sting’ komt waneer het geld toegankelijk is,” zei Franco

“Precies,” bevestigde ik, “Franco wil je meegaan met ons?”

“De oude man dacht na, en zei lachend: “Ja, ik moet mijn kinderen en mijn vriend beschermen, tegen slechte vrouwen.”

“Maar jij hebt geen enkele ervaring met slechte vrouwen, Franco”, zei zijn vrouw Margherita, lachend.

“Ik ben zeker dat jij mij er alles over kunt leren,” antwoordde mijn oude vriend.

Iedereen lachte.

“Over slechte vrouwen gesproken, mis je Pam niet?” vroeg ik dollend aan Renato.

“Ze krijgt een betere man terug, Zio. De volgende keer zal ik haar wel kunnen verdedigen. Het is het waard, ook al mis ik haar verschrikkelijk. Ze komt trouwens het weekend over, Zio.”

“Geef haar mijn hartelijke groeten, Renato, en slik die drol van dat verdedigen, nu maar door. Je kon niet meer doen, dan je gedaan hebt. Die vrouw was te goed voor jou toen. Nee, je had het nimmer van haar gewonnen.”

“Wil je ons alle details van dat verhaal geven. Verder zou ik jouw visie op het geheel op prijs stellen,” vroeg Franco mij.

Nadat ik het hele verhaal had verteld, keek Franco zijn zoon aan, die op zijn beurt Renato, de aankomende Camorraleider aankeek.

“Het lijkt mij dat het meeste werk al gedaan is, bij de terugkomst van de vrouw, zio Franco. Het kritieke moment lijkt mij wanneer het geld vrijkomt en/of getransporteerd gaat worden,” sprak Renato.

“Stefano?”

“Het zou handig zijn om te weten te komen wat de motivatie van de vrouw is, om haar partner in de misdaad, op te willen lichten. Natuurlijk, het gaat om geld. Zoveel geld dat het haast vreemd is dat de vrouw de volle vijftig miljoen wil hebben, in plaats van een veilige vijfentwintig miljoen. Wanneer wij dan voor een ‘setup’ moeten gaan inplannen, dan ben ik geneigd te denken dat de vrouw een andere partner, of zelfs meerdere partners heeft.”

Franco dacht even na, en vroeg mij toen: “Kan het zijn dat zij benaderd is door concurrerende Nigeriaanse, of zelfs Britse gangs?”

“Alles is een mogelijkheid,” antwoordde ik, “Al had ik niet dat idee. Zij is het type dat zelf organiseert. Wat dan wel een mogelijkheid wordt, is dat zij een ‘lover’, partner of waarschijnlijker een ‘loving partner’ in de misdaad heeft. Nadat de kluis is geopend, moeten wij voortdurend op onze hoede zijn.”

Franco zei: “Ons geluk is het volume van het geld. Ze kunnen ons niet op een straathoek klem rijden en de bus leegroven, al kunnen ze ons wel klemrijden en er met de bus vandoor gaan. Het meest waarschijnlijke scenario is echter, dat wij in de garage aangepakt zullen worden, omdat het geld dan al in de bus geladen is. De aanval begint dan van binnen uit en de aanvaller zal de toegang tot de garage moeten openen, voor medeplichtigen. Wat hebben we voor wapens nodig, Gian, en hoeveel volume schat je dat het geld inneemt?”

“Sig’s P220 als handwapens, ‘spiked warrior knives’, kevlar body-armour, Firestorm stunguns, en vier MP5’s, gasmaskers, flash-bang brillen met oorbeschermers en een paar stungranaten..., kraaiepoten voor achtervolgers.”

Ik maakte een paar aantekeningen en berekeningen, en zei: “als we van een pakje van 100 biljetten uitgaan, dat dan 1 centimeter dik is, 15,5 cm lang en 8,5 cm breed is, dan gaan zesenzestighonderd pakjes in een kubieke meter, en dat is dan drieëndertig miljoen. Vijftig miljoen is nog geen anderhalve kubieke meter volume. We zullen wel een steekwagen of een trolley moeten hebben, want dat papier is niet te tillen.”

Franco dacht na, en zei toen: “Ja, het moet kunnen lukken. Laten we het maar doen. Hoe krijgen we de wapens naar Engeland?”

“Het is niet veel, Ciccio. We kunnen het wel in de cabine van een bloemenvrachtwagen uit Holland laten vervoeren. Wanneer jij de spullen hebt, neem ik het wel mee naar Holland.”

“Nee, ik laat mijn ‘capo regime’ het wel naar Holland brengen. Het heeft geen zin om onnodige risico’s te nemen. Stefano, Renato en ik komen over, zodra de vrouw terug is met de resultaten. Jij kunt dan het 3D ‘wireframe’ van het gebouw maken, en we kunnen dan onze definitieve plan opstellen. Als de vrouw blijkt onbetrouwbaar te zijn, blijft ze evengoed leven?”

“Ja, als het kan. Ik vind haar goed en ondernemend en ik denk niet dat het persoonlijk is. Ik vind het een grappig hoochie en ik mag haar wel. Ze doet haar best.”

Stefano keek me goedkeurend aan, en vroeg: “Heeft u een foto van haar, Zio?”

“Ja, in mijn telefoon. Ik nam er een paar toen ze lag te slapen. Je weet nooit waar ze nog van pas kunnen komen. Daarnaast heb ik kopieën van al haar sleutels, inlogcodes en mobiele telefoonnummers. Controle is geen wantrouwen.”

Stefano en Franco vlogen overeind om de foto’s te komen bekijken, maar Renato bleef als een wassen beeld in zijn stoel zitten.

“Però!” gilden Stefano en Franco, toen ik ze de foto’s liet zien, “Kom eens kijken, Renato!”

“Laat die jongen met rust, smeerlappen,” zei Margherita, “Jullie weten toch dat Renato niet voorbij Pam kan kijken?”

Vijf dagen later zat ik weer thuis, aan de computer. Christa had mij de avond ervoor alle ‘gizmo’s and gadgets’ teruggebracht.

Codescanner - Als eerste onthulde de codescanner dat er geen hex- of analoog signaal naar de kluis werd gezonden. Dat was goed en slecht nieuws. Goed nieuws omdat het signaal dus via een kabel, of draad werd verzonden. Slecht nieuws, omdat we het nu op de moeilijke manier moesten doen.

Webcam I - De moeilijkste manier was de gefilmde toetsaanslagen van het toetsenbord te simuleren, waarbij we moesten hopen dat er geen ‘signature-tester’ in het programma was gebouwd. Niemand heeft dezelfde typsnelheid, en als het programma daar een opname en analyse van gemaakt had, dan zou het nagenoeg onmogelijk zijn, om te toetsaanslagen te simuleren.

Webcam II - De Windows-inlogcode. Ik ‘uploadde’ de mpg video’s van de MP3 speler naar de computer en zocht naar het gedeelte waar de plastisch chirurg inlogde. Twee minuten later schreef ik zijn passwoord op. Resultaat!

Videobroche – Hierna spoelde ik de mpg ‘kamers en vertrekken’ video opnames naar de computer. Ik kan niet anders zeggen dat de Queen bee erg methodisch te werk was gegaan. Ik slaagde erin een draadframe te maken door blokken, in, op en naast elkaar te plaatsen. Het leek nog op een blokkenbouwwerk van een kind, maar het begon tenminste op iets te lijken. Ik merkte alle vertrekken met de namen die Christa er aan gegeven had.

Afstandscanner – Terwijl ik door de virtuele vertrekken liep in AutoCad, gaf ik al deze vertrekken de dimensies die Christa geregistreerd had met haar afstandscanner.

Ik zoomde uit en bekeek het resultaat. De chaos was nog groter geworden omdat sommige vertrekken in en door elkaar liepen. Met behulp van de videofilm begon ik nu de vertrekken (blokken) op te lijnen, met elkaar te verbinden en ramen en deuren aan te brengen.

Toen ik weer uitzoemde, had ik een virtueel gebouw waar ik doorheen kon ‘lopen’. Zelfs de kluis, en de verborgen kluis daarachter, was in het draadframe opgenomen. Leuk! De driedimensionale plattegrond was nu klaar om gebruikt worden in de planning. Maar was het dat inderdaad? Er klopte iets niet. Eerst dacht ik dat een migraine kreeg, omdat mijn ogen weigerden te focussen in een bepaalde sectie van het gebouw. De draden liepen door elkaar in de plattegrond. Wat was er verkeerd hier?

Plattegrond? Het was geen plattegrond. Het was een driedimensionaal schaalmodel. Ik moest plattegronden in twee dimensies hebben. Lengte en breedte! Ik tilde de vier verdiepingen van elkaar af en bekeek ze stuk voor stuk in het boven aanzicht. Het leek allemaal precies te kloppen. Waar zat de fucking fout?

Ik legde de vier bovenaanzichten op elkaar en keek naar het resultaat. Discrepantie! Afwijking, en geen fucking kleintje ook!

Het pand had een aantal interne draagmuren die precies oplijnden, wat ook normaal is. Wat niet goed was, was het feit dat de draagmuur waar de kluis tegenaan gebouwd was, wel oplijnde met de draagmuur van de verdieping eronder, en die van de verdieping erboven, maar niet aansloot met de achterwand van de kluis. Er zat een ruimte van twintig inches (50cm) tussen de draagmuur en de achterwand van de kluis. Dit hield in dat er achter de verborgen kluis, nog een verborgen ruimte lag. Op één of andere manier had ik het idee, dat deze ruimte van cruciaal belang zou worden voor onze operatie. Temeer daar in de kamer erboven een wandgarderobe, van ongeveer zestig centimeter diep, was geplaatst recht boven de verborgen ruimte.

Als laatste startte ik van de externe harddisk, waarop Christa de hele inhoud van het praktijksysteem had gekopieerd. De helft van de tijd werkt dit niet om dat de gekopieerde harddisk meestal een configuratie bevatte van een computer, afwijkend van het systeem waarop ik de gekopieerde harddisk dan heb aangesloten. Soms lukt het ook, al is het dan met horten en stoten omdat sommige ‘software drivers’ niet ‘compatible’ waren met mijn systemen. Deze keer ging het met vallen en opstaan, maar het lukte.

Met het net opgeschreven password logde ik in Windows, onder Richard’s naam. Een paar minuten later opende ik het kluisslot de-activeringsprogramma. Ik typte de met de webcam gescande inlogcode, en het programma verschafte onmiddellijk virtuele toegang tot de verborgen kluis. Zo, dat was wat je noemt een goed programma om een fietsslot mee te beveiligen, want voor die kluis was een fietsslot veiliger geweest. Het toegang verschaffen tot de kluis zou geen problemen opleveren.

De dag daarna zat ik thuis met Christa te eten, toen zij mij vroeg: “Met wie doe je de heist, Jan. Gebruik je één van je vrienden? Hoe doe je het eigenlijk?”

“We doen het overdag, en ik doe het alléén. Jij ontvangt een verzoek om een consult voor plastische chirurgie en je maakt een afspraak. Aangezien mijn gezicht in het verband zit van een eerdere mislukte operatie, laat ik mij met een ambulance brengen. Zo wordt mijn gezicht ook niet herkend, zonder dat het opvalt. We schakelen Richard, de ‘goons’ en het personeel uit, binden hen en sluiten hen op in de kluis.

Ik heb alle combinaties, en ik kan zonder moeite in de kluis komen. In de ambulance zullen twee inklapbare minitrolleys liggen, die ons in staat stellen om het geld te vervoeren. Het wordt een paar keer lopen, want het is anderhalve kubieke meter geld, maar dat zullen wij er graag voor over hebben, denk ik.”

“Wie rijdt de ambulance?”

“Een small-time, East End gangster, die de ambulance op zijn naam huurt. Ik...... betaal hem voor de rit en zodra ik binnen ben, verdwijnt hij. Wij rijden de ambulance met geld. Te veel geld en teveel risico om anderen in het spel te brengen.”

“Dus jouw gezicht zien ze niet, terwijl mijn poppenkop gelijk overal bekend is,” merkte de Queen bee op, “Nou ja, ik kan altijd in Jamaica gaan wonen, uiteindelijk komen mijn voorouders daar ook vandaan.”

Jamaica? Wat was er met Jamaica? Fuck, het kwartje zat vast in de gleuf. Ik kreeg een vreemd gevoel over me, maar zei: “Luister C, het vereist geen plastische chirurgie, of zelfs maar hersenchirurgie om uit te vinden, dat je deel van het complot was. Een mongool kan dat nog wel uitwerken. Aan de andere kant kun je je met vijfentwintig miljoen pond altijd plastische chirurgie veroorloven. Misschien dat Richard je wel wat korting geven wil.”

Christa leek het nogal gemakkelijk op te nemen, wat mij nog onrustiger maakte. Het liep allemaal iets te vlot. Maar goed, ik onderschat helemaal niemand, dus ook een ‘superhoochie’ als Christa niet. De afspraak was gemaakt, de deal kon beginnen. Klote zo, ik vond haar leuk. Het was een sterke vrouw en in haar hart, wist ik, dat zij een eerlijke vrouw was. Te veel ‘fuckshit’ met mannen meegemaakt en nu, waarschijnlijk, dronk zij in de ‘Last Chance Saloon’. Of dat dacht zij. Jammer.

Vier dagen later belde Christa mij vanuit Londen. Ze had een afspraak voor mij ingepland. The ‘heist’ zou precies over een week plaats vinden. Ik belde Franco, om hem te vertellen dat hij over kon komen met Renato en Stefano.


Een week later zei ik in de intercom van de ambulance tegen Franco: “Blijf voor ongeveer twee kilometer hier op de Euston Road. Sla dan linksaf Harley Street in, en stop na ongeveer honderdvijftig meter voor de praktijkgarage van Richard DeVere. Naast Franco lagen Stefano en Renato opgevouwen onder het dashboard van de bijrijderplaatsen van de ambulance. Ik pakte mijn mobiel en belde Christa om de garagedeur te openen.

Franco reed de ambulance door de geopende garagedeur naar binnen. Hij stapte uit en wachtte, netjes gekleed in een chauffeursuniform, naast de cabine van de ambulance. Zijn ‘tas met medische instrumenten’ had hij in zijn hand. Ik stapte uit. Twee verplegers stonden klaar met een rolstoel.

“Even met de chauffeur afspreken, wanneer hij mij weer op kan komen halen,” zei ik de verplegers even te wachten, zodat zij niet in de cabine zouden kijken. Ik pretendeerde met ‘mijn chauffeur’ af te spreken, waarna een verpleger het rolluik van de garage liet zakken, zodra Franco het pand had verlaten.

Tien meter verderop in de straat, opende Franco de deur naar de praktijk met een sleutel, die ik die nacht van Christa had gekopieerd. Hij grendelde de deur achter zich, zodat niemand het pand meer binnen kon komen. Met een Sig P220, uitgerust met geluiddemper, in zijn ene hand, en een plattegrond en dokterstas in zijn andere hand begon hij het pand te doorzoeken op ongewenste aanwezigen, die onze operatie konden verstoren. Hij vermeed alle praktijkruimtes waar al het regulaire personeel was.

Voordat ik in de rolstol zou stappen, trok ik de Sig Sauer P220 van mijn rug en gaf de twee verplegers opdracht op de grond te gaan liggen. Daar mijn hele gezicht in verband gehuld was, keken de twee mannen alsof zij inderdaad naar een geest keken en gaven onmiddellijk gevolg aan mijn opdracht. Ik boeide hen met plasticuffs, en fouilleerde hen op wapens.

Ik drukte op de zijkant van mijn halsverband en sprak in de keelmicrofoon: “Kom maar uit die ambulance, ragazzi, en leg die twee verplegers uit het zicht. Schuif ze maar onder die ambulance, maar let op dat ze die plasticuffs niet stukbranden aan de uitlaat, of doorzagen aan iets scherps. Ik ‘click’ als ik jullie nodig heb. Drie ‘clicken’ betekent dat ik ben opgezet; kom dan onmiddellijk, maar kijk uit voor een val. Één ‘click’ betekent dat jullie rustig binnen kunnen komen. D’accordo?”

“Geluk, Zio,” klonken twee stemmen gelijktijdig in mijn oortelefoontje.

Ik stapte de lift in en drukte op de knop voor de tweede verdieping. De liftdeur opende en ik stapte de receptie van de praktijkruimte in. Er zat niemand achter de ontvangstbalie, dus ik liep gelijk de praktijk van de dokter in.

Een gesoigneerde man van rond de vijftig zat met Christa aan een bureau. Ik richtte de Sig op de man en zei: “Op de grond liggen, geen flauwekul, anders heb jij binnenkort een plastic chirurg nodig.” De man gaf gevolg aan mijn instructies, waarop ik Christa wat plasticuffs toegooide.

“Boei hem en doe een paar om je eigen polsen.”

De dokter moest kans hebben gezien een alarmknop in te drukken, want de praktijkdeur werd opengegooid en de twee gewapende Nigeriaanse ‘goons’ stormden het vertrek in. Er was geen tijd om te denken, of scrupules te hebben… Ik 'tapte' de voorste ‘goon’ twee keer in zijn voorhoofd, dat voor de man nogal een flink gezichtsverlies betekende. Op dat moment werd ik met een moker tegen mijn borst geslagen en ik viel op de grond. De tweede ‘goon’ die mij in mijn kevlar vest geschoten had, naderde omzichtig. Franco schoot hem twee keer door zijn achterhoofd en verdween weer.

Toen ik na een minuut mijn lucht terughad, liep ik naar de dokter, richtte de Sig, en zei: “Open de kluis, of ik schiet je assistente een vinger af.”

“De kluis is open,” zei de dokter.

“De tweede kluis,” antwoordde ik.

“Ik weet niet waar u het over hebt,” zei de dokter koppig.

“Goed, dan doe ik het zelf!”

Ik sleurde de dokter bij zijn bureau weg en ging achter zijn computer zitten. Hij was al ingelogd in Windows, dus dat scheelde alweer.

Ik opende het kluisslot-programma en logde in. Een luide klik weerklonk in de aangrenzende suite. Ik stond op en liep naar de kluis. Ik keek naar binnen en zag dat in de achterwand een deur half open stond. Vaag hoorde ik een mobiele telefoon overgaan.

Terugkomend in de praktijkruimte zag ik dat Christa met ‘half geboeide’ handen haar mobiel op het bureau legde. Ik zag ook dat de dokter naar haar keek, alsof hij water zag branden. Ik zag angst in zijn ogen. Waarom?

Ik klikte onmiddellijk drie keer op mijn halsschakelaar. Het kwartje was gevallen toen ik Christa haar mobiel zag neerleggen. Ik rende op haar af, en zette de Sig tegen haar voorhoofd.

“Waar komen ze vandaan, hooch?”

“Wie?”

”De Yardies, ik ben opgezet door jou, voor de Yardies. Je bent van Jamaicaanse origine. De Yardies zijn Jamaicaanse gangsters. ‘Live fucking fast and die fucking young’ is hun motto. Je leeft snel Chris, maar wil je ook sterven Ben je jong genoeg? Waar komen ze vandaan?”

“Wij zijn er al, mister Jan. Laat je pistool vallen, of houd het vast. Het enige verschil is... dat je iets sneller sterft.”

De receptiebalie. Ik was vergeten achter de receptiebalie te kijken. De Yardies waren er al de tijd al geweest. Christa kon niet schreeuwen, dus ze belde.

Ik legde de Sig op de grond. De leider van de Yardies richtte zijn revolver. Smith & Wesson 38 Special.

“Nee,” schreeuwde Christa, “Je had mij beloofd hem niet…”

Het schot ging af en voorde tweede keer die middag redde het kevlar vest mijn leven. Ik liet mij vallen en bleef stil liggen. Ik kon alleen maar hopen. Yardies fucking dollen niet.

“Niets aan de hand,” hoorde ik, “Kevlar vest, schiet ‘the bastard’ door zijn kop.”

“Nee, nee, je kunt dat niet doen!” gilde Christa.

“Nee, je kunt dat niet doen,” hoorde ik Stefano zeggen, “Niet als je met die grote, dikke Jamaicaanse kont de fucking ‘Maypole’ nog wilt dansen.”

Het was even stil. Toen hoorde ik: “Oh, een spaghetti historicus, die alles van reggae en Jamaica weet. Impasse dus. Wat doen we, macaroni!”

“Jij schiet, half Jamaica hier sterft. Jij vecht en we komen tot een overeenkomst.”

“Hoe vechten wij, macaroni?”

“Jij mag het zeggen, junglebunny!”

“Knives, we’ll fight with knives.”

“Ja, dat is goed. Ik geef je mijn assistent dan maar even.”

Renato kwam, als een bedeesde schooljongen, naar voren.

De Jamaicaan trok een machete van zijn rug.

Renato bracht zijn handen naar zijn rug, en toen hij zijn handen er vandaan haalde, zaten er twee ‘spiked warriors fighter knives’ om zijn handen.

De Jamaicaan sprong naar voren en maakte niet de fout om te hakken. Hij stak. Renato viel op zijn hurken en stompte het mes van het ‘warrior knife’ in het kruis van zijn tegenstander. De Jamaicaan vouwde dubbel van de pijn, maar greep de machete in twee handen en stak naar beneden. Renato was weg, hij was om de benen van de Jamaicaan gedraaid, en sneed nu zijn knieholtespieren door.

De grote Jamaicaan viel als een ledenpop in elkaar. Renato stak twee messen in zijn keel. Renato was gegroeid. Stefano kwam de eer toe. Franco was de vader!

“Wat willen jullie? Doorgaan?” vroeg Stefano.

“We delen, anders vechten wij het uit!”

“We delen, twee van jullie en Renato brengen het geld naar de ambulance. Één blijft als gijzelaar. Als alles ingeladen is, dan rijdt één van jullie en één van ons de wagen naar het punt, waar jullie de helft van de vijftig miljoen uitladen. Geen black- of voodoo bullshit, want dan vecht ik het graag uit met jullie alle drie,” zei Stefano onverschillig.

Renato en twee Yardies begonnen het geld naar de ambulance te transporteren. Anderhalve kubieke meter geld is geen kattenpis. Toen zij klaar waren, kwamen de twee Yardies en Renato bij Stefano staan.

“Is dat het klaar,” vroeg Stefano?

“Yes, macaroni-boss,” zei de oldest Yardie.

“Goed, bedankt,” zei Stefano en sloeg de Yardie een open hand onder zijn neus, zodat het neusbeen de hersens inschoot. Terwijl Renato de gijzelaar Yardie drie, twee kogels in zijn voorhoofd 'tapte', brak Stefano het strottenhoofd van Yardie nummer twee met een Uraken.

Richard lag op de grond te kotsen tussen de stuiptrekkende Yardies. Christa, met haar half geboeide handen, zat verbijsterd te kijken. Ik liep naar de stervende Yardies en schoot hen twee keer door hun hoofd. Daarna zette ik de Sig op Christa’s hoofd, en zei: “Je hebt me opgezet om mij het vuile werk te laten doen, om mij daarna willens en wetens af te laten schieten. Als ik het gedaan had zoals jij het wilde, dan was ik nu kapot geweest.

Het enige dat ik wil weten, voordat ik de trekker overhaal, is een waarom. Was het geld voor jullie niet genoeg geweest? Waarom moest ik zo nodig ook opgeruimd worden?”

“Gian,” hoorde ik Franco’s stem in mijn oortelefoontje, “Ik heb gevonden waar je naar zocht. Ik denk dat je beter even boven kunt komen. Bereid je voor op een leuke verrassing.”

Terwijl Renato op Christa lette, liepen Stefano en ik naar het vertrek dat recht boven de kluisruimte lag, op de derde verdieping.

Franco had de bodem uit de garderobekast omhoog getild en we keken nu naar een vloerluik dat open stond. Een ijzeren ladder was aan de muur gemonteerd. Stefano, die wat slanker was dan Franco en ik, maakte aanstalten om de ladder af te dalen, maar Franco overhandigde hem eerst een halogeen penlight uit zijn ‘dokterstas’.

“Er staan twee stapels met ijzeren kistjes. Militair groen met witte sjabloonletters erop gedrukt,” hoorden wij even later vanuit de diepte..

“Hoe zwaar zijn die kistjes, en wat staat er op?”

“De teksten zijn identiek en het gewicht van die kistjes ook. Ik schat tien kilo elk. Op de ene stapel staat SLE 232 en de andere stapel staat LBR 231. Dan staat op alle twee de types kistjes: 50K CRT.”

“Hoeveel van die SLE 232 kistjes schat je dat er staan, Steffie,” vroeg ik.

Het bleef even stil, voordat wij hoorden: “Ik schat vijftig kistjes, Zio”

Ik sprak even met Franco, die knikte, en riep toen: “Stefano, het is je verjaardag vandaag. Blijf daar even, ik ga naar beneden en stuur Renato naar je toe. Breng alleen de kistjes waarop ‘SLE 232’ staat, omhoog. Zet ze dan in de lift en laad ze in de ambulance. Verspreid het gewicht, want het is vijfhonderd kilo. Kijk gelijk of die twee verplegers er nog vers bijliggen.”

Franco die met mij mee naar beneden liep, vroeg me: “Wat zit er in die kistjes, Gian?”

“Je ouwe dag, Franky,” zei ik terwijl ik mijn arm om hem heen sloeg. Jullie hebben zoveel voor mij, Pam, Lisette en Judith gedaan, dat ik je nu een cadeautje van vijfhonderd miljoen euro aan kan bieden. Ik hoef geen geld, maar ik zou het waarderen als je honderd miljoen aan Renato, Lucio en Umberto zou willen geven. Zij hebben mij ook geweldig geholpen.

“Een half miljard, Gian, maar...”

“Laten wij eerst die jongens op gang helpen. Wij kunnen dan even rustig praten. Vergeet je dokterstas straks niet, Ciccio.”

Nadat Renato het vertrek had verlaten om Stefano te helpen, namen wij plaats in twee fauteuils, buiten gehoorsafstand van Christa.

“Het lijkt erop dat we de Charles Taylor schat hebben gevonden, Franco.”

“Charles Taylor, als in de dictator van Liberia, die nu terecht staat voor oorlogsmisdaden?”

“Precies, die Charles Taylor. Hij werd er tijdens het proces van verdacht dat hij miljoenen, zo niet miljarden aan geld in het buitenland had verborgen. Dit lijkt er een aardig gedeelte van te zijn.”

“Maar wat is het dan?” vroeg Franco.

“Het zijn wat ze noemen, bloeddiamanten. Charles Taylor heeft de beruchte Sierraleoonse rebellengroep RUF met wapens gesteund. Het RUF (Revolutionair Verenigd Front) hield huis onder de burgerbevolking en had een soort slaven om diamanten te winnen, in Sierraleoonse rivieren. De RUF ruilde deze bloeddiamanten met Charles Taylor voor wapens.

Ik vermoed dat deze lading diamanten van Monrovia over zee naar Benin, in Nigeria is gebracht, waar het denkelijk gekocht is door een grote Nigeriaanse misdaadorganisatie, of waarschijnlijker nog door een corrupte politicus, die het naar Londen heeft laten brengen.”

“En het gaat om een half miljard? Ongelooflijk, Gian. Zaten er in die andere kistjes ook diamanten, en zo ja, waarom nemen we die ook niet mee?”

“Wel, het is een grove schatting. Het zijn ongeveer vijftig kistjes van tien kilo, dus dat is vijfhonderd kilo ruwe diamant. Één karaat brengt nu ongeveer tweehonderd euro op. Er gaan vijf karaat in een gram, dus een kilo brengt een miljoen euro en vijfhonderd kilo dus een half miljard. Het kan honderd miljoen schelen, maar in die orde van grootte ligt het wel.

De reden dat we die andere kistjes hebben laten staan, is dat het diamanten zijn die in Liberia zijn gedolven. Het is een inferieure diamant die maar twintig euro per karaat brengt. Daarnaast attendeer je iedereen door nu met Liberiaanse diamant te komen. Het is het niet waard.”

Franco knikte, en vroeg: “Wat wil je met de vrouw doen?”

Ik haalde mijn schouders op, en vroeg: “Wat zou jij doen, mijn oude vriend?”

“Ligt aan het verhaal, Gian. Als het meevalt, geef haar een kluif. Door haar maken wij deze slag. Zie het positieve in het negative.”

Dat was mijn vriend, dat was Franco. Wreed en nietsontziend als het moest, gracieus als het kon. Ik moest nog zoveel leren, maar ik kwam tijd tekort.

“Christa, kom hier een momentje,” riep ik.

The Queen bee, kwam aarzelend naar ons toe. Ze keek niet blij.

“Haal die plasticuffs maar van je polsen, het hele fucking verhaal is nu toch achterhaald, wat het verhaal ook is. Geef mij één reden waarom ik je niet afschiet, zoals met mij had moeten gebeuren, wanneer ik het volgens jouw regels had gespeeld. Maak er een goed verhaal van, want, ondanks dat je een hekel aan hoeren hebt, ik heb er veel van geleerd en ik herken bullshit zodra ik het hoor.”

Christa was te trots om te huilen, maar ik zag dat ze het zwaar had toen ze begon te spreken: “Jan ik ben mijn hele leven met rijke en invloedrijke mannen geweest, en daar betaal ik nu de prijs voor. Mijn familie en ik zijn geen Yardies, maar toen het bekend werd dat ik voor Richard werkte, kreeg ik bezoek van, Busta Reid, de opvolger van Cheddi Cummings, de Yardie Drug Lord die Aberdeen in Schotland overstroomde met crack-cocaïne. Hij bleek alles te weten van Richards operaties voor de Nigeriaanse gangs, en hij zette mij onder druk om zoveel mogelijk informatie over Richard te verzamelen.

Als ik niet meegewerkt had, dan hadden zij mijn ouders hier in Londen, en mijn grootouders in Kingston, Jamaica vermoord. Zij hebben mij jaren betaald, want zij wisten dat er een grote partij geld zat aan te komen. Ik heb mij door de zucht naar luxe en door de angst laten leiden.

Toen het er op begon te lijken dat de slag geslagen zou worden, moest ik iemand vinden die elektronisch en technisch onderlegd was. Ik heb dat op zo’n tien datingsites geprobeerd, totdat ik jou tegenkwam. Ondanks dat je een gore viezerik bent, mocht ik je gelijk, omdat je eerlijk bent.

Ik maakte een deal met Busta Reid, dat jou niets zou overkomen, ergo, het was besloten dat je vijf miljoen pond voor je moeite zou krijgen. De rest weet je. Ze hebben zich niet aan hun afspraak gehouden. Toch hebben zij een backup-plan opgesteld voor het geval dat er iets mis zou gaan.”

“Dus jouw Busta Reid is niet onder de doden hier?”

“Nee, er wacht een groep buiten voor het geval hier iets mis zou gaan en jullie weg zouden komen met de ‘loot’(buit).”

Ik vertaalde alles voor mijn vriend Franco. Stefano en Renato hadden alles in de ambulance geladen, die klaar was voor vertrek. Ik stelde hen ook op de hoogte, en voor een moment leek het erop dat wij gevangen zaten met vijfhonderdvijftig miljoen euro. Ik zei het leek erop, want weinigen durven de Yardies aan te pakken.

Ik vroeg Christa: “Ze kunnen ons nimmer aanhouden in het midden van Londen en het geld overladen, dus wat kunnen ze wel doen?”

“Ik weet het niet, Jan. Ze deinzen nergens voor terug.”

“En als blijkt dat jij je rol niet goed hebt gespeeld, dan wordt je familie daar de dupe van, nietwaar?”

Ik overlegde een moment met Franco en de twee jongens, die zaten te genieten alsof ze op vakantie waren.

“Heb je een Yardie nummer om te waarschuwen, wanneer het verkeerd zou gaan?”

“Ja, dat heb ik. Busta’s rechterhand.”

“Okay, dit is de deal. Geef een fout codewoord en je sterft met ons. Bel en zeg dat er een schietpartij is geweest. De kluis is open, maar het geld ligt er nog in. Je weet niet wat je doen moet. Richard is dood en de Yardies zijn dood. Ik ben wel gewond, maar de enige overlevende en ik wil vrije aftocht, anders sluit ik de kluis en vernietig ik het programma. Capisce?”

Christa knikte, en belde.

Even later zei zij: “Ze sturen twee ‘units’ dat is tien man, Jan. Dit was niet slim denk ik. We worden vermoord!”

Ik wees op Stefano en pakte Renato bij zijn hand, en zei: “Queen bee, dit zijn ook twee fucking ‘units’. Geen 'fucking Yardie fucking crapshit'. Italiaanse elite troepen! We verbergen jou nu in een schuilplaats, en als we je er niet uithalen, blijf je daar vierentwintig uur. Dan kom je er uit. Niet eerder. Je neemt water mee, je pist en je schijt wanneer je moet, maar je komt er niet uit. Richard komt met je mee, daar kan je het dan later mee uitzoeken, want dan is toch alles verloren, en zijn wij dood. Begrepen? Als alles goed gaat, krijg je tien miljoen pond. You say fucking what, C?”

“Jan, Jan, het spijt mij zo, maar mijn ouders, mijn...”

“Christa, je bent een overlever en je overleeft weer. Ik wil dat mijn petekinderen overleven, Ik wil dat mijn bloedbroeder overleeft. Ik wil dat je hen één voor één geluk kust, want zij zijn onze levensverzekering. 'Never mind your fucking bastard Yardie crapfuckers'. Kus ze!”

Stefano en Franco glunderden toen zij gekust werden door een wanhopige vrouw. Franco kuste haar zelfs nog terug, twee minuten lang en Christa vond het helemaal niet erg. Ik heb het nooit aan Margherita verteld. Franco ook niet, en Stefano zeker niet.

De beeldschone Renato, weerde Christa’s kus af, maar kuste haar hand. Intens! Wat had Pam toch met hem gedaan? Aan de andere kant, wie begrijpt Napolitaanse Camorristi? Ik!

We brachten Richard in de verborgen ruimte, achter de tweede kluis, boeiden hem degelijk en vertelden hem dat wanneer hij iets over Christa tegen de Nigeriaanse mafia zou vertellen, dat wij hem zouden vermoorden. We legden hem uit dat zij, net als hij een slachtoffer was. Ze konden het samen uitwerken, of samen sterven. Richard was een slimme man; hij stemde toe, want hij had begrepen.

Ik vroeg Stefano en Renato om de lijken van de Yardies in de verborgen kluis te leggen. Een blik op hun verwondingen was genoeg om te vertellen dat dit niet door één man kon zijn aangericht, en zelf een beetje mysterie creëren rond dit ‘fucking Yardie voodoo fuckshit’ kon helemaal geen kwaad.

Met geen mogelijkheid konden de Yardies weten dat ik niet alleen was. Hun overmoed zou tevens hun zwakte worden. Twee ‘fucking units’. Tien Yardie gangsters. Over een gelijke strijd gesproken.

Toen de lijken opgeborgen waren, sloot ik de kluisdeur. Ik besprak met Franco de strategie die wij zouden gaan volgen. De bedoeling was dat de twee units van elkaar gescheiden moesten worden, om daarna opgesplitst te worden, om het volume van terugkerend vuur te verkleinen. Maar daar zouden de Yardies zelf wel voor zorgen.

Ik wikkelde snel het verband van mijn hoofd af, zette een Flash-Bang bril op en stak een oorbeschermer in één oor. Het communicatie-oortelefoontje liet ik noodgedwongen in mijn andere oor. Daarna bracht ik het verband weer aan. Ik zag er nu echt uit als de ‘invisible man’ van H.G.Wells.

Ik vroeg Stefano en Renato met mij mee naar de ambulance te komen, om de wapens op te halen. De verplegers lagen nog rustig onder het voertuig. De toegang naar de garage werd gevormd door de lift, en een trap. Onderaan de trap was een brandvrije, stalen deur die toegang tot de garage gaf. Toen de twee jongens met de wapens de trap weer opliepen, sloot ik de stalen deur af, en stak de sleutel in mijn zak. Daarna stapte ik de lift in en verwijderde het paneel van het schakelbord. Ik knipte de draad aan de garagedrukknop door, en bracht het paneel weer aan. Toen nam ik de lift terug naar tweehoog. Ik pakte een andere Sig Sauer en legde die voor mij op mijn bureau. Daarna opende ik het kluisprogramma.

Renato, Stefano en Franco zetten nu hun gasmaskers, met de speciale oogbeschermende lenzen en oorbeschermers, op. Franco stapte op hun handen en klom op een hoge stalen archiefkast, waar hij volkomen uit het zicht lag. Daarna gaf Stefano zijn vader een MP5 machinepistool.

“Dempers opschroeven,” klonk Franco’s stem door de comms-oortelefoontjes, “Posities innemen. Geen machinepistoolvuur als het vermeden kan worden, ‘dempers, stunguns, of warrior knives’”

Na twintig minuten ging Christa’s mobiel over.

“Hallo?” vroeg zei, terwijl zij de mobiel op luidspreker zette.

“Busta hier. Hoe is de situatie?”

“Jan zit gewond aan de computer. Je vier mensen zijn dood en liggen in de verborgen kluis. De twee mensen van ‘security’ zijn ook dood.”

“I see, laat mij eens met die Jan spreken.”

Christa gaf mij de telefoon, en ik zei: “Jan!”

“Dag mistuh Jan, mijn naam is Busta. Je bent nogal een geweldenaar dat je zes mensen uit kon schakelen.”

“Vergeet Richard en de twee verplegers niet,” antwoordde ik zwakjes.

“Kunnen wij boven komen, zonder dat je gaat schieten?”

“Hoeveel man komen er mee?”

“Wij zijn met zijn tienen, je krijgt wat je gevraagd hebt, en vrije aftocht. Jij zorgt voor je eigen vervoer. Wij nemen de ambulance.”

“Heb je tien man nodig om mij dat te beloven? Twee man kunnen meekomen, anders gaat Alladin’s grot weer op slot.”

“We komen allemaal. Je hebt geen keus. Je bent gewond en nogal ernstig, heb ik vernomen. Wij blijven voor de deur liggen, tot je eruit komt. Breek uit in de ambulance en wij schieten er een raket in. Je dealt en je leeft, of je bent eigenwijs en je sterft. Wij krijgen die kluis wel open, al moeten we hem stukbranden met thermische lansen. Ik doe het nog netjes, nadat je vier van mijn mensen hebt vermoord.”

“Die anders mij vermoord hadden!”

“Hoe dan ook. Kunnen wij bovenkomen, of wil je het uitzitten?”

Ik veinsde even na te denken, en zei toen: “Okay, er is alleen een kleinigheid. De vier Yardies liggen met benzine overgoten in de kluis, het geld ligt er omheen. Haal een streek met mij uit en ik haal mijn vinger van het toetsenbord, dat een detonator in de kluis doet afgaan. De benzine vat vlam, je mannen krijgen een gratis crematie. Gratis, maar de duurste crematie die er ooit gehouden is. Vijftig miljoen. Er is zuurstof zat in die kluis, ik heb het uitgerekend. Daarnaast heb ik overal explosieven geplaatst. Die detoneren mee. Wil je nog met tien man komen, Busta? Christa kan je wel vertellen dat ik onder andere, een elektronisch expert ben. Ik vertel het je maar vast, zodat je niet later tegen mij zegt: "Had mij dat maar gelijk verteld, mistuh Jan"..., nadat je ontploft bent.

Ik sterf, maar dat moest er toch eens van komen. Veel van jullie gaan met me mee. Die het overleven, gaan zonder geld naar huis. Kom maar boven.”

Even later stonden er tien Yardies in de praktijkruimte. Het leek wel een gangsterfilm. Ze waren allemaal in lange, zwarte leren jassen gekleed, en hadden allemaal kale koppen met een zonnebril op. Het leek wel een Jamaicaanse tienling. Wel, dat was niet helemaal waar. Busta onderscheidde zich van zijn mannen door in een Reggae uitrusting te verschijnen. Hij heette Busta, maar hij leek ook op Busta Rhymes. Hij was een ‘evil looking bastard’.

Hij liep in de richting van mijn bureau, tot ik zei: “Dat is ver genoeg, Busta. We willen je niet te dichtbij.”

“Er klopt iets niet, mistuh Jan. Er klopt iets helemaal niet.”

“Wat is niet goed, Busta? Maak van je hart geen moordkuil.”

“Mijn Yardies zouden pas tevoorschijn komen, wanneer de kluis open was. Hoe kon je ze vermoorden, als de kluis nog niet open was. Je bent misschien goed, maar zo goed kun je niet zijn.”

“Ik ben beter! Jouw Yardies lagen op een hoop achter de receptiebalie. Niet veel ruimte om je te verdedigen. Ik hoefde er alleen maar wat bonen in te schieten.”

Busta liep naar de balie en keek er over heen.

“Geen bloed! Ik geloof je niet.”

“Misschien waren het zombies of zo!”

Het voor de hand liggende gebeurde nu. Busta speurde de vloer af en vond al snel de bloedvlekken waar hij naar zocht.

“Mistuh Jan man, je vertelt leugens. Mijn mannen zijn gedood nadat de kluis was geopend en dat zegt mij dat het geld mogelijk al in de ambulance is. Unit één, ‘check out’ de garage en de ambulance. Twee gaan met de lift, drie nemen de trap. Let op voor een hinderlaag in de garage.”

Unit één splitste zich op. Drie renden de trappen af en twee namen de lift. Daar de garagedrukknop niet werkte, moesten de mannen op de eerste verdieping uitstappen en ook de trap naar de garage nemen. Daar vonden zij hun drie makkers, die verwoed aan de stalen deur stonden te rukken.

“Lukt niet, ga een breekijzer halen,” commandeerde een Yardie.

“Lukt ook niet,” zei Stefano boven aan de trap. Renato en hij schoten beiden met twee handen. Tien gedempte schoten. Iedere Yardie, onderaan de garagetrap stootte zijn voorhoofd tegen twee .45ACP kogels. Nu was er wel bloed, maar de Yardies wisten daar al niets meer van.

“Dat was niet al te moeilijk,” zei Renato gedempt vanachter het gasmasker, terwijl beide, jonge Italiaanse, gangsters twee verse magazijnen in hun wapens drukten. Daarna slopen zij de trap weer op naar tweehoog.

Onbewust van wat er zich op de begane grond had afgespeeld en dat de verhouding van zijn strijdkrachten was gereduceerd van 10:4 tot 5:4, liep Busta heen en weer, en mompelde:

“Je verhaal klopt niet ‘mistuh honkey man’. Jij kunt niet in je eentje bijna vijfenvijftig kubieke voet geld in je eentje versjouwen. Je hebt hulp hier.”

Busta trok een Ruger 356 Sub Nose van zijn rug, zette die op Christa’s hoofd en zei nu hardop: “Waar is de rest, wie heeft je geholpen met het geld versjouwen. Snel, want de bitch sterft!”

Ik zei: “Je ziet spoken Rastafari rukker. Haal dat pistool van haar hoofd, of ik haal mijn vinger van het toetsenbord. Nu!”

“Dat is je zwakke plek, honkey!”

Hij richtte zicht tot zijn mannen, en zei: “Cirkel vormen en alle deuren onder schot houden. We hebben gezelschap!”

Busta nam zijn pistool in zijn andere hand, trok een lang mes, en zei tegen Christa: “Ik snijd je een oor af als je niet zegt waar de hulptroepen zitten.”

“Stop, laat haar gaan,” zei ik, terwijl ik mijn halsschakelaar drie keer ‘clickte’, “Hier zijn de hulptroepen.”

Terwijl Franco twee stungranaten van de kast afgooide, hield ik een hand over mijn onbeschermde oor. De 300,000 kaars lichtflits en de 160 decibel explosie verdoofde iedere onbeschermde in de praktijkruimte.

“Laat de leider leven,” schreeuwde ik.

Stefano en Renato doken door een deuropening en al rollende schoten zij weer tweehandig. Tegen de tijd dat de vier Yardies bekomen waren van het effect van de stungranaat, waren zij dood. Toen Busta zijn revolver had overgepakt en begon te richten, schoot Franco het uit zijn hand.

“Zo, dat zijn dertien dode Yardies. Dat is een ongeluksgetal, Busta, maar het zijn er binnenkort veertien.”

“Jullie komen hier niet weg,” zei Busta, nog half versuft.

“O jawel hoor, want jij gaat met ons mee,” zei ik opgewekt, terwijl ik Busta het mes uit zijn handen trapte en hem de plasticuffs om zijn polsen deed. Ik bevestigde twee draden met krokodillenklemmen aan zijn beide oren. De uiteinden verbond ik met een Firestorm stungun.

“Bel je mensen buiten, geef ze opdracht ons door te laten omdat jij anders een probleem tussen je oren hebt. Dit bedoel ik,” zei ik, en drukte op de knop van de stungun. Achthonderdduizend volt gingen bij Busta het ene oor in, en het andere oor uit. Zijn oogballen puilden uit hun kassen. De mond verkrampte en hij kon niet eens schreeuwen. Ik liet de knop los, en vroeg: “Wat denk je, Busta? Bellen, of nog een schokje in de lellen?”

Ik gaf Busta een telefoon. Hij drukte een nummer in en zei: “Busta here. Laat de ambulance passeren. Niet tegenhouden. Ik zit in de ambulance. Bevestig!”

Terwijl Franco van de kast afklom, begonnen de jongens de wapens te verzamelen. Vijf minuten later waren wij klaar om te vertrekken, Christa kon, en moest nu wel met ons meekomen. Ik had een mes in de verborgen ruimte gegooid, waar Richard zat.

“Alles is goed. Geef ons een half uur, daarna kun je eruit komen. Kom eerder, en je ligt naast dertien dode Yardies.”

“Nee, nee, ik luister naar je. Bedankt voor mijn leven.”

“Jij ook bedankt en doe ze de groeten daar in Nigeria en Liberia. Leuk iets aan ontwikkelingshulp te hebben kunnen doen.”

Ik wikkelde het verband van mijn hoofd af en liep naar beneden. Mijn Italiaanse vrienden, Christa en ik vochten ons een weg over de dode Yardies bij de garagedeur. Vijf minuten later waren wij klaar om te vertrekken. Ik reed, omdat ik het beste in Londen bekend was. Renato drukte op de knop om de garagedeur omhoog te doen, waarna hij in de ambulance sprong.

Uit mijn ooghoek zag ik een blinde bedelaar met een stok in zijn hand, naast de garagedeur zitten, toen ik de garage uitreed. Er klonk een tik onder de ambulance. Ik reed rechtsaf Harley Street in. Wij werden gelijk gevolgd door twee zwarte Jaguars met geblindeerde ramen.

“Stefano, Renato, gooi die zakken met kraaienpoten naar buiten,” riep ik in de intercom, “Er zitten twee zwarte Jaguars achter ons, en we kunnen hier geen fucking vuurgevecht ontketenen.”

Stefano gooide de achterdeuren open en Renato ledigde een paar zakken met kraaienpoten. De eerste Jaguar probeerde de vlijmscherpe vierpunters te ontwijken, en boorde zich daarbij in een geparkeerde vrachtwagen. De tweede Jaguar reageerde te laat en de vier banden werden geperforeerd. Met slobberende banden kwam het voertuig tot stilstand. Op dat moment schoot Busta, met geboeide handen, uit zijn stoeltje omhoog en probeerde als een rugbyspeler Renato, door de nog open deuren naar buiten te stoten. Stefano, trok Renato weg, en Busta lanceerde zich uit de ambulance en kwam met een klap op het plaveisel terecht.

Ik rukte de ambulance rechts New Cavendish Street in, en even later weer rechts Wimpole Street in. Na een paar minuten werden wij weer liefdevol opgenomen in het verkeer op Marylebone Road.

“Cazzo Franco, siamo diventando troppo vecchi per questa merda (Kolere Franco, we worden veel te oud voor die shit),” zei ik lachend tegen mijn vriend.

“Met vijfhonderdvijftig miljoen achterin, voel ik mij als een tiener. We hebben het weer gedaan, Gian. We hebben het fucking weer gedaan. Wat vond je van de jongens?”

“Ze zijn fenomenaal, Franco. Je mag echt trots op Stefano zijn, want Renato zit er nu ook aan te komen.”

“Ik ben trots op hem, Gian. Volgende maand, voor zijn verjaardag ga ik de hele operatie aan hem overdragen. Ik blijf bij hem als zijn adviseur, want je hebt gelijk, mijn vriend, we worden te oud voor die shit. Ik had ook met pensioen gegaan zonder die meevaller.”

Een uur later reden we op de M20 naar Dover. Ik had mij ervan overtuigd dat wij niet gevolgd werden door een afrit te nemen, vervolgens de rotonde te ‘dubbelen’ en daarna weer de snelweg op te rijden. Ik herhaalde dit een paar keer tot ik er zeker van was dat wij niet gevolgd werden.

Bij Ashford, draaide ik van de snelweg af. Ik reed het industrieterrein op, waar wij een industriële unit hadden gehuurd. Oorspronkelijk hadden wij het idee om daar het geld in verschillende voertuigen te bouwen, maar dat plan moest nu herzien worden, daar wij nu ook vijftig kistjes met elk vijftigduizend karaat ruwe diamant te verbergen hadden. Dit zou een serieuze smokkeloperatie worden, en niet alleen dat. Het zou nog iets meer worden.

Ik hoorde Stefano’s voice in de intercom zeggen: “Zio, stop even op een rustig plekje, ik wil even onder de auto kijken.”

Voordat wij het Henwood Industrial Estate opdraaiden, stopte ik in een ‘lay-by’ (parkeerplaats). Stefano en Renato stapten uit de ambulance, en kropen eronder.

“Wat denk je, Steffie?” vroeg ik, niet begrijpend.

“Ik hoorde een tik toen wij de garage uitreden, en ik vind het gek dat er geen derde achtervolger was. Het lag er te dik bovenop, Zio.”

Tik? Tik? Blinde bedelaar. Stok? Een blinde bedelaar in fucking Harleystreet? Bedelaars worden niet toegelaten in fucking Harley Street. Bedelaars worden ter plaatste opgehangen. The blinde bedelaar was een fucking Yardie.

“Er is een magnetisch ‘fucking tracking device’ onder de auto geklikt, Zio,” zei Renato, terwijl hij mij het apparaat aanreikte.

Een magnetische GPS/GSM tracking unit. We waren er bijna ingelegd. Ik liep naar een geparkeerde vrachtwagen en duwde het apparaat onder zijn oplegger. Ik was woest op mijzelf, en ik was ook niet vriendelijk. Ik werd te fucking oud, dat was het, ik verdiende om afgeschoten te worden.

“Gian, wees niet kwaad op jezelf, je kunt niet alles controleren, vriend,” zei Franco, terwijl hij mij op mijn knie klopte, “Daar zijn onze zonen nu voor.”

“Christa, jij heb mooie lange benen, ren jij even naar die loods, pak mijn auto en kom zo vlug mogelijk hierheen,” zei ik, terwijl ik haar mijn sleutels gaf. Nimmer in mijn leven had ik een luxe hert met Monsieur Christian Louboutin schoentjes over een industrieterrein zien rennen. Mooi gezicht wel, maar achteraf stom, want wij waren niet de enigen die in bewondering stonden te kijken. Ik werd met de minuut gekker.

Ze was terug met de auto in tien minuten. Ik plakte de ‘tracking unit’ onder mijn auto en, vroeg Franco en Christa in te stappen; tegen Renato en Stefano zei ik: “Rijd die ambulance de loods in, haal het geld en de kistjes er zo snel mogelijk uit en parkeer de ambulance op precies dezelfde plaats hier. Haast is geboden jongens, want anders zitten we erin. Als jullie hier weer staan, bel me dan even op, want dan komen we terug.”

“Hoe steken we dit in elkaar,” vroeg Franco, toen wij weggereden waren.

“De volgwagen die ons peilt, krijgt nu de coördinaten van de positie, waar wij rijden en ziet dat wij nog mobiel zijn. Straks duw ik de ‘tracking unit’ onder een andere auto. Die wordt dan gevolgd door de Yardies, totdat ze doorkrijgen dat we ze vernacheld hebben.

Het stopt daar echter niet. Zij werken hun weg terug en beginnen bij het begin. Zij zien dat wij de eerste stop maakten op het industrieterrein. Daar gaan zij het eerst zoeken. Zij vinden dan een lege ambulance, en zij zullen er vanuit gaan dat wij de handel overgeladen hebben in een andere vrachtwagen. Dat overladen is net mogelijk, gezien de tijd dat wij daar gestopt zijn. Daar loopt dan voor hen het spoor dood, hoop ik.”

Wij bespraken onze mogelijk- en onmogelijkheden en toen Stefano belde, stopte ik op een parkeerterrein voor vrachtwagens en stak de ‘tracking unit’ onder de oplegger van een Poolse vrachtwagen. Daarna reden wij terug na het industrieterrein.

De ambulance stond nu verlaten in de parkeerplaats, want de Italianen waren al naar de industrieloods gegaan. Het zag er somber en neerslachtig uit in die loods, en een gevoel van onheil, bekroop me. We hadden de loods gehuurd van een bedrijf dat agrarische producten en tuinbenodigdheden verkocht. Ik voelde me niet goed en ik denk dat wij allemaal hetzelfde voelden. We moesten weg hier, en snel ook.

“Christa, doe even je mooiste gezicht op en ga dan met Renato en Stefano Ashford in, om een stevige bestelbus te huren. Absoluut geen ramen in de laadruimte. Geef dit adres op als zakenadres, en betaal met Stefano’s creditcard, want die is niet te achterhalen. Wanneer jullie terugkomen, begin dan alles in de bus in te laden, zodat wij onmiddellijk kunnen vertrekken. Franco en ik gaan intussen op een andere loods af.”

Ik nam Stefano mee naar een stapel met zakken kunstmest, en vroeg hem: “Kun je een zak of twintig van deze kunstmest in die bestelbus gooien straks?”

“Gaan we in de tuinen, Zio?”

“Ja, ik wil wat Yardie plantjes groeien. Luister Steffie, laat straks Renato met jullie auto achter je aanrijden. Veertien mijl terug, richting Londen, neem je Junction 8, daar is het Hollingbourne Motorway service station. Wacht daar op ons, maar parkeer je wagen zo, dat je onmiddellijk weg kunt rijden. Houd een MP5 machinepistool in de cabine. Renato en Christa kunnen gaan eten daar, maar ik wil dat jij bij de wagen blijft. Er ligt vijfhonderdvijftig miljoen in, en daar vertrouw ik alleen jou mee. Voor Christa en Renato is er een Costa Coffee Restaurant, zo ze kunnen een redelijke espresso drinken en een behoorlijk broodje eten. Vind je het erg wat ik vraag, figlio (zoon)?”

“Zio, non dire cazzate (Praat geen onzin). Laten we dit ding doen, en we gaan rusten in Italië. Als deze slag doorgaat, Zio, stel ik mijn vader voor om te gaan consolideren. Mijn vader heeft genoeg geriskeerd, hij heeft mij alles geleerd. Ik denk dat het tijd word om van het leven te gaan genieten, Zio. Ik heb een gezin en een prachtfamilie. Ik heb ook een gouden oom. Ik houd van u, oom.”

Ik voelde mijzelf week worden, en zei: “Ik houd van jou Stefano. Als ik ooit een zoon had gehad, had alleen jij het maar kunnen zijn. Laten we dit 'fuckding' doen, en oprotten naar Italië.”

Terwijl Steffie, Renato en Christa een bestelbus gingen scoren, reden Franco en ik naar Maidstone. In de St. Lawrence Avenue in de Allington, Industrial Estate vonden wij de loods waarvan we alleen maar hadden kunnen dromen. De loods was van een oude man die er een metaalbewerkingsbedrijf in gerund had. Nu dat zijn partner was overleden, had hij besloten om het pand te verhuren. We huurden het voor een jaar, zonder factuur. We betaalden de oude man contant. Drie tevreden oude mannen!

Franco en ik reden naar het Hollingbourne Motorway service station, waar wij Renato, Stefano en Christa oppikten. Niemand had iets gegeten uit loyaliteit met Stefano, dus ik stuurde iedereen weg voor een goede maaltijd. Ik stak de MP5 naast mij tussen de bank en nam de tijd om te denken. Er zat iets verschrikkelijk krom..., maar fucking wat?

Mijn lease-familie bracht mij een vierdubbele espresso en vier broodjes mee uit het restaurant. Toen we allemaal voldaan waren, stuurde ik Christa en Stefano Maidstone in voor slaapzakken en ander kampeermateriaal. Franco, zat en genoot. Dit waren de jaren uit zijn jeugd. Het waren de fucking jaren uit de laatste fucking jaren uit mijn fucking leven.

Het leek wel of Christa mijn triestheid voelde. Na onze horizontale tango in Nederland waren wij niet meer intiem geweest, maar ze zat naast me en wilde met mij over dingen uit mijn verleden praten. Vreemd hoe een egocentrische vrouw ineens belangstelling begon te tonen, voor details die totaal irrelevant voor haar leven waren.

Zij hield mijn hand vast, en legde af en toe haar hoofd op mijn schouder. Mijn drie Italiaanse vrienden zaten te filosoferen. Niets raakte hen. Vriendschap, liefde, respect, blijdschap, verdriet, alles was aanwezig, maar kom niet met problemen van morgen, want die zijn er nog niet. Voor mij wel. Ik was bang. Ik was bang voor mijn vrienden en ik was ook bang voor Christa. Het was slechts een kwestie van tijd.

“Amici cari (Lieve vrienden),” zei ik de volgende morgen, na een nacht van denken, “We hebben problemen, want het klopt niet”

Christa had espresso gemaakt op een kampeergasbrander en we genoten van de warme cafeïnefix, na een koude nacht in de loods.

“Stefano, jouw woorden. Twee achtervolgende Jaguars was te weinig. Klopte niet. Dus jij vond het 'tracking-device'. Dat klopte. We weten waar de ‘tracker’ is, die volgt een Poolse vrachtwagen. Waar is de volger die beide ‘trackt’? De volger die de auto en de GPS trackt. Dat zijn twee heel verschillende dingen, en jullie weten het. We hebben een spotter bij ons en deze loods is alleen uitstel van executie.”

“Wat, als ze vertrouwden op hun tracking-device, Zio? We hebben echt geen andere volgers gehad, dat kan ik u verzekeren. Ik had het gemerkt.”

“We moeten ervan uitgaan dat er een spotter aan ons kleeft. De Yardies zijn geen verzameling 'fucking criminele dumbfucks'. Ze hebben veel intelligentsia voor hun werken. Laten we maar van een ‘worst case’ scenario uitgaan, dan kan het later alleen maar meevallen.”

“Maar als er geen spotter blijkt te zijn, dan kunnen ze ons toch onmogelijk vinden, Jan?” vroeg Christa.

Franco schudde zijn hoofd.

“C, ze vinden de ambulance, wanneer ze aan het ‘backtracken’ zijn. Jij hebt gehold van de ambulance, om mijn auto te gaan halen. Overal op dat industrieterrein zijn veiligheidscamera’s aangebracht. Ze vinden de loods door de ambulance en mogelijk door jou, C. Dat was mijn fout, want je valt nogal op.

Wanneer ze de loods hebben, dan zien ze mogelijk ook op video, de bestelbus die we nu rijden. Als ze het kenteken niet hebben gezien, dan hebben ze dat zo, door te informeren bij de locale autoverhuurbedrijven. Ze hebben onze privé-auto’s, al dan niet met kenteken. Nou, via de computer kunnen zij alle makelaars afgaan, en alle industriële loodsen, die te huur of te koop staan, opsporen. Het is een kwestie van tijd voordat ze ons vinden. Dus ook zonder spotter, kunnen zij aan veel informatie komen. Tijd, we moeten tijd zien te winnen, daarom heb ik ook deze loods uitgezocht, omdat die twintig kilometer van de eerste verwijderd ligt.

Als we een spotter hebben dan is hij vreselijk goed en aangezien we een hoop moeten rijden de volgende dagen, wil ik hem uitspoelen. Lukt dat niet dan mogen we er van uit gaan dat onze verblijfsplaats vooralsnog onbekend bij de Yardies is.

Bekend of onbekend, de Yardies kunnen hier geen staat van beleg afkondigen of een oorlog ontketenen om de simpele reden van het vervoer van het geld. De diamanten daar kunnen ze alleen van weten als ze de achtergelaten, Liberiaanse diamanten hebben gevonden, maar daar moeten we wel vanuit gaan. Het is ook niet ondenkbaar dat de Yardies, Richard voor informatie zitten te pompen, en die is tegen zo’n behandeling niet opgewassen, dat garandeer ik jullie. Maar ze moeten plannen maken en voorbereiden, dus wij hebben een ook paar dagen om onze maatregelen te treffen.”

“Hoe gaan we het transport doen, Zio?” vroeg Renato.

“Wel, dat wilde ik net met jullie bespreken. We kunnen alles in eens transporteren en riskeren wanneer het transport onderschept wordt, dat we het hele bedrag kwijt zijn. Tevens is het voor de Yardies aantrekkelijker om een transport van vijfhonderdvijftig miljoen te overvallen, dan kleine transportjes. Omdat wij nu voor eens en altijd met hen af willen rekenen, moeten ze een groot transport aanvallen. Het transport waarvan zij denken dat het de diamanten en geld vervoert. Als wij dat niet doen, dan moeten wij de rest van ons leven omkijken, wanneer we Bob fucking Marley of 'shagging Shaggy' horen zingen.

De andere mogelijkheid, zoals ik net al aangaf, is het te vervoeren in vijf plukken van honderdtien miljoen. Dat is veel werk, dat geef ik toe, plus dat in vijf transporten de kans op ontdekking van zo’n transport aanzienlijk groter wordt. In dat geval verliezen wij echter honderdtien miljoen, maar geen vijfhonderdvijftig miljoen. Het is veel meer werk, maar volgens mij rechtvaardigt het bedrag het extra werk.”

De drie Italianen knikten, en Franco vroeg: “Had je iets in je hoofd, Gian?”

“Ja, maar tijd wordt de cruciale factor. Hoe snel kun je een gepantserde contrabande-furgoncino (smokkelvrachtwagentje), met vijf verschillende kentekens en vijf chauffeurs hier hebben? We hebben ook wat speciale wapens en gadgets nodig, maar die kunnen dan mooi in het vrachtwagentje mee.

“Het hangt van de wapens af, Gian, maar als ik nu bel dan heb ik alles binnen twaalf uur in Calais. Wat voor wapens wil je hebben?”

Ik vertelde Franco wat ik nodig dacht te hebben, en legde hem toen mijn plan uit om zowel de handel te vervoeren, als ons tegen de Yardies te beschermen.

“Dit is hoe ik het gedacht had. Het transport van de ruwe diamant en het geld. We splitsen de diamanten op in vijf porties van honderd kilo. Het geld verdelen we in vijf porties van tien miljoen pond. De vijf koeriers vertrekken iedere dag vanuit een andere haven. Iedere dag een nieuwe chauffeur en andere kentekenplaten op de wagen. Zo ontstaat er geen computerpatroon. Wij nemen Folkestone – Boulogne sur Mer, Dover – Calais, Dover – Oostende, Harwich – Hoek van Holland en Hull – Rotterdam. In Boulogne hebben wij een vrachtwagen klaar staan die de eerste kostbare lading overneemt. De vrachtwagen reist dan noord en in Calais pikt hij de tweede lading op. Deze transactie kan op één dag gedaan worden. De vrachtwagen reist dan weer noord naar Oostende, en wacht daarop de derde lading. Daarna rijdt hij naar Hoek van Holland, en tenslotte Rotterdam voor de laatste vracht. In zes dagen is alles aan de andere kant. De diamanten gaan natuurlijk naar Nederland, en de ponden worden in Luxemburg 'gelayerd'.

Voor wat de Yardies betreft, zie ik het zo. Ik ga er vanuit dat er een spotter is en dat de Yardies een dagelijks rapport krijgen. Zo niet, weten de Yardies in een paar dagen toch wel dat we hier zitten. Wij gaan hier een vrachtwagen ombouwen, zodat het lijkt alsof het transport met een vrachtwagen gaat geschieden. Dat is ook het meest logische, gezien de aard van het bedrijf dat we gehuurd hebben. Zolang we aan die vrachtwagen werken, kunnen de Yardies niets doen, want ze hebben geen zekerheid dat de diamanten en het geld hier ook zijn. Ze zullen toeslaan wanneer de vrachtwagen gaat rijden.”

“Ik ben het er helemaal mee eens, Jan,” zei Franco, “Maar waarom laat ik geen drie smokkelwagentjes komen. Dan is het hele verhaal in uiterlijk twee dagen over en de Yardies weten niet welk wagentje ze moeten volgen. Met vijf ritten creëren wij een patroon voor de Yardies. Not clever!”

“Kun je over drie van die gepantserde dingen beschikken dan?” vroeg ik.

“Wel, gezien de opbrengst, is het nu niet zo dat ze in Italië iets hun neus voorbij laten gaan,” antwoordde Franco lachend, “Waar beginnen we?”

“Zodra jij je mensen hier hebt, beginnen we met de transporten. Ik ga een kennis van mij het vrachtwagentransport laten regelen, voor aan de andere kant van het Kanaal. Dat lukt hem nu gemakkelijk. Ondertussen beginnen wij hier een vrachtwagen te voorzien van een dubbel kopschot. Wij blijven werken aan de vrachtwagen, tot wij bevestiging hebben uit Holland, dat de handel veilig ‘gestashed’ is.

Daarna rijden wij hier de loods uit en laten ons, op een nog te bepalen plek, overvallen door de Yardies.

De volgende dagen verliepen vrij rustig. Toen de drie smokkelwagens, en de vijf chauffeurs uit Italië waren aangekomen, begon Christa zich heftig bezig te houden met het boeken van de tickets voor de ferries. Renato en Stefano waren de vrachtwagen aan het ombouwen, en zij hielpen Franco en mij met het bevoorraden de Italiaanse smokkelwagentjes, die wij naar onze eerder gehuurde loods, in Ashford, lieten komen. Dit was het gevaarlijkste gedeelte van de operatie, want we moesten met vier wagens om er zeker van te zijn, dat wij niet gevolgd werden. Aangezien wij niet de helft van de diamanten en het geld bij Christa in de loods konden laten, waren wij verplicht die twee ritten alle bling en molm met ons mee te nemen, al was de tweede rit dan wel met driehonderd kilo diamant en dertig miljoen pond gereduceerd.

Tot zover ging het goed..., en het verbaasde ons ook niet toen er DHL wagentje bij ons voor de deur van de lood stopte. Een zwarte chauffeur stapte uit en liep bij ons de loods binnen, om een adres te vragen. Terwijl ik hem beleefd uitlegde dat wij hier ook niet zo bekend waren, keek de DHL chauffeur belangstellend om zich heen.

“Mooi bedrijf hebben jullie hier, zitten jullie hier al lang?’ vroeg hij.

“Nee, we hebben het nog maar pas, maar we gaan er een knallend succes van maken,” antwoordde ik.

“Het zal jullie wel lukken,” zei de Yardbird, terwijl hij een blik in de vrachtwagen wierp, waarin Stefano en Renato net de verborgen kopschotruimte met staalplaat aan het bekleden waren, “Nou, ik ga verderop maar even vragen.”

De volgende dag kregen wij bericht uit Holland dat alle handel veilig aangekomen en opgeborgen was. Een half miljard en vijftig miljoen pond lagen met smart op ons te wachten, dus tijd om te vertrekken, zodat wij de verschuldigde belasting erover konden gaan betalen. Maar eerst was er nog een andere rekening, die voldaan moest worden.

De fucking ‘Yard Patrol’ zou uitbetaald worden…, alleen niet in zilverlingen.

“Zio,” vroeg Renato, “Waarom moesten wij die hele verborgen ruimte met staalplaat bekleden, terwijl de voorkant gewoon van hout is. De voorkant is dan toch het zwakste punt?”

“Is dat niet wat wij willen dan?” vroeg ik Renato, die mij daarop verwonderd aankeek.

Ik vroeg Stefano en Renato de eerder meegebrachte kunstmest in twee olievaten te doen en het aan te mengen met de juiste hoeveelheid dieselolie.

“Nu begrijp ik wat u met die kunstmest wilde, Zio. ANFO’s. Ammoniumnitraat bommen. Fuck dat was stom,” zei Stefano, “Wat gebruikt u als detonator?”

“Hoog genitreerde nitro-cellulose. Ik heb wat moeten knutselen, want dat detoneert alleen met vuur.”

Ik gaf Stefano twee gesloten dozen, waarop van één een antenne was gemonteerd, en zei hem deze in de vaten met kunstmest te verpakken.

“Boor een gaatje in het deksel van dat vat, waar die antenne doorheen kan, Steffi. Dan boor een ander gaatje in beide deksels en verbind die twee dozen met dit snoer.”

Eenmaal klaar met alle voorbereidingen, werd het kopschot van de vrachtwagen op zijn nieuwe plaats aan gebracht. Alleen een getraind oog zou nu kunnen ontdekken dat de laadruimte wat korter was geworden. The Yardies hadden geen behoefte aan getrainde ogen, zij wisten al wat wij gedaan hadden, ook zonder ‘yardstick’.

Finale - Stefano en Renato reden de vrachtwagen de loods uit. Franco, Christa en ik volgden later in de gepantserde A6 van Franco. Wij volgden de vrachtwagen op twee kilometer afstand, want wij wilden het niet tot een schietpartij laten komen, tussen ons en de Yardies. Nog niet althans.

“Kijk uit, Gian. Ze zijn gestopt,” waarschuwde Franco mij, toen wij nog maar nauwelijks op de M20 naar Dover reden. Franco volgde de bewegingen van de vrachtwagen op een laptop, die uitgerust met GPS/GPRS module. Wij reden de vrachtwagen, die gestopt was door een verkeerspolitie-wagen, onopvallend voorbij en stopten bij de eerste afrit. Daar zouden wij de vrachtwagen weer oppikken.

“Bullshit,” zei ik tegen Franco en Christa, “Twee minuten zijn wij onderweg en de vrachtwagen wordt door de politie gestopt? Nee, dit zijn de fucking Yardies. Het gaat beginnen. In ieder geval zullen de jongens minder risico lopen zo.”

Franco en ik draaiden het volume van de de oortjes van onze ‘comms-setten’ op, zodat wij konden horen wat zich ongeveer bij de vrachtwagen afspeelde.

De twee blanke politiemannen stonden nu bij de vrachtwagenportieren en vroegen de inzittenden of zij de vrachtdocumenten en de autopapieren konden tonen. Nadat zij deze overhandigd hadden gekregen, en gecheckt hadden op de computer in de politiewagen, liepen zij terug en vroegen de twee jonge Italianen uit te stappen.

Stefano vroeg de politieofficier: “Is there something the matter, officer?”

“Just a routinecheck,” antwoordde de politieman.

Uit het geroezemoes en gestommel begrepen wij dat de jongens een pistool in hun nek gedrukt kregen. De keelmicrofoons waren nog niet opgemerkt door de twee ‘wanksta’ policefucks.

“Stefano, Renato, er zit hoogstwaarschijnlijk een Yardie vrachtwagenchauffeur in de politiewagen. Als de vrachtwagen weg wordt gereden, verlies de twee politiemannen en volg de vrachtwagen. Wij zitten vlak achter je, zei Franco in de comms-set.”

Het driftig hoesten bewees dat Stefano de boodschap begrepen had.

Er stapte inderdaad een zwarte man in burgerkleren uit de politiewagen en de twee Italianen werden onder bedreiging van pistolen naar de politieauto geleid, waar zij gedwongen werden achterin te stappen. De politiemannen stapten voorin en pakten wat plasticuffs. Uit het zicht van de auto’s op de snelweg konden Stefano en Renato nu eindelijk bewegen. Terwijl één politieman zijn pistool gericht hield naar de Italianen, beval zijn collega de jongens hun handen naar voren te steken; hetgeen zij prompt deden.

Terwijl de zwarte man de vrachtwagen startte, sloeg Renato razendsnel met zijn vuist op het vuurwapen. Tegelijkertijd sloeg Stefano met open hand het neusbeen van de agent zijn hersens in. Met zijn knokkels van zijn andere hand brak Stefano het strottenhoofd van de agent. Alsof het ingestudeerd was, trok Renato het hoofd van zijn bewaker tussen de stoelen door. Een elleboogstoot van Stefano brak de nek van de tweede agent. Terwijl de vrachtwagen nu weer de motorweg opreed, trok Stefano zijn bewaker over de voorstoelen naar de achterbank, waarna hij uitstapte en voorin ging zitten. Renato deed hetzelfde en nam achter het stuur plaats. De twee jonge Italianen, volgden in de politieauto de vrachtwagen, die de eerste afrit afreed. De afrit waar wij stonden te wachten.

Ik riep Stefano op om de politiewagen te dumpen, en met Renato bij ons in de auto te komen. Nadat Renato de politieauto in een greppel had gereden, stapten hij en Stefano bij ons in. Ineens zat Christa ingepakt tussen twee bloedmooie Italianen.

“Heb je die twee Yardfucks in laten slapen,” vroeg ik.

“Ja Zio, die hebben zoveel keel- en nekpijn dat ze besloten hebben om zich maar een tijdje dood te houden. Het worden misschien mooie zombies, of voodookippen.”

Van een afstand volgden wij de vrachtwagen, die een parkeerplaats van een industrieterrein opreed. Uit de verte zagen wij hoe de vrachtwagen stopte en omringd werd door zo’n twintig Yardies. De prominente figuur van Busta Reid voerde de bende Yardfucks aan.

Ik vroeg aan Renato: “Weet je nu waarom dat kopschot van hout moest zijn, en de inwendige bepantsering van die ruimte van staal?”

“Niet echt, Zio.”

“Wel, ragazzo mio, iedere explosie in die ruimte verplaatst de druk hoofdzakelijk naar het zwakste punt. Dat is het houten schot.”

“Dat had ik begrepen, Zio. Maar waarom...”

“Dat kun je nu zien, figlio mio,” antwoordde Franco.

De Yardies hadden de achterdeuren van de vrachtwagen geopend. Terwijl zes man op de uitkijk bleef staan, stroomde Busta en zijn vijftien Yardfucks de vrachtwagen in, om hun ogen te verlustigen aan vijfhonderdviiftig miljoen euro.

“Fuck, nu snap ik het,” vloekte Renato.

Ik pakte een mobieltje, en draaide het nummer van de telefoondoos in het olievat met ammoniumnitraat. De telefoon activeerde een ‘integrated circuit’ dat een gloeidraad van een lamp verbond met een kleine lithium batterij. De gloeidraad lichtte op, verbrandde en ontstak de hoog genitreerde nitro-cellulose, dat detoneerde in het vat geprepareerde ammoniumnitraat en diesel, dat toen zelf enthousiast chemisch ging doen, door te exploderen.

Armageddon. De ‘Four Horsemen’ en de Engel der Wrake zagen nu vanuit de A6, hoe de poorten van de hel zich openden. Anderhalve seconde later hoorden, en voelden we de ontploffing. Met bijna 4000m/s explosiesnelheid explodeerden de twee vaten ammoniumnitrate met diesel. Voor een fractie van een seconde leek de laadruimte van de vrachtwagen op een enorme vierkante geweerloop, waaruit, in een geweldige vuurtong hagel, in de vorm van Yardstukjes en splinters paneelhout naar buiten geschoten werden. Een fragment van een seconde later barstte de hele lorrie uiteen in een geweldige vuurbal. Wij zagen fabriekshallen geluidloos ineenstorten.

De Yardies, die buiten de lorrie op de uitkijk hadden gestaan en die dus niet reeds uiteengereten en gelanceerd waren in de vuurstraal, waren nu overbodig geworden. Er was namelijk geen lorrie meer om te bewaken. Zij spatten nu uit elkaar en werden alle windrichtingen uitgeblazen. Het restant van de lorrie was nu een zinderend wrak.

Game: Over.
Status: closed.

Langzaam reed de A6 langs de plaats van het Yardie slagveld. Tegenover, op ongeveer honderd meter afstand, waar de achterkant van de vrachtwagen was geweest, liep een betonnen spoorwegdijk. Deze had wel iets weg van een vliegezwam, alleen waren nu de kleuren geïnverteerd: de dijkoppervlakte was zwart met rode bloedspatten, stukjes bot en vlees. De restanten van de Yardies.

“It would appear that Busta has been busted,” zei Renato.

“Een waar word, figlio mio,” bevestigde Franco, “Een waar fucking woord”.

Ik reed de A6 weg van het Jamaicaanse Culloden, want ik kon de politiesirenes al horen.

 

Een paar dagen later zaten wij de afloop van het avontuur te vieren in een restaurant dat Christa uitgezocht had. We wisten dan misschien alles wat er te weten viel over creatieve oplossingen..., ook wel misdaad genoemd in de wandelgangen; van luxe wisten wij Jack Shit, maar daar wist Christa dan weer alles van. Nimmer hadden mijn vrienden en ik zo’n luxe behandeling en zo’n weldaad aan delicatessen genoten. De obers en de wijnmanagers liepen af en aan en men kon zien dat zij Christa verafgoodden. Nu schitterde Christa. Nu speelden wij een uitwedstrijd. Christa zat te dollen met Stefano en Renato, en je kon zien dat alle oude gebakkies en golddiggers in het restaurant dachten: ‘Hoe krijgt ze het weer voor elkaar, die bloedbak’?

Maar ja, Christa was the Queen Bee, and what a 'fucking fine' B she was.

Franco haalde een chequebook uit zijn zak en schreef een cheque uit, die hij aan Christa overhandigde.

“Vijfentwintigmiljoen!” schreeuwde Christa opzettelijk, om de rest van de vrouwen in het restaurant te ‘needlen’

“Ja,” zei Franco, “Dat is jouw portie wit. Hetzelfde bedrag ligt over twee maanden klaar in Italië voor je. Dat is niet wit. De helft van Jan en de helft van mij. Je had het eigenlijk verspeeld, maar ja, mijn jongens mogen je nu éénmaal.”

Christa begon nu te huilen, omhelsde ons één voor één en zei snotterend: ‘Jullie zijn geweldig en wij waren een geweldig team. Fuck the ‘wanksta’s’ en de loutoffe gangsta’s.

“Zio,” vroeg Renato mij plotseling, “Waarom hebben wij eigenlijk geïmproviseerde bommen gemaakt, in plaats van professioneel materiaal dat wij zo over, uit Italië hadden kunnen laten brengen.”

Franco en Stefano lachten, en ik antwoordde: “Het moest eruit zien als een gangsteroorlog. Het mocht er nooit uitzien dat een groep gangsters was geëlimineerd door een professionele outfit. De politici hadden weer over terrorisme geschreeuwd, de belastingen verhoogd en de jacht zou zijn geopend. ‘MI fucking 5’. Het was nu een locale, ordinaire gangsteroorlog.”

“Fucking clever,” vloekte Renato, “Zio, wij zijn toch geen professionele outfit, hè?”

“Welnee zoon,” lachte ik, “Wij zijn gewoon maar een paar stuntelende gauwdieven. Hoodrats. Tuig van de fucking richel.”

 

Wordt hopelijk nimmer meer vervolgd...

 

Dit verhaal draag ik op aan Christa Sanders, een wonderbaarlijke en wonderbaarlijk dappere vrouw. Ik ben vereerd dat ze mij wilde leren kennen, helaas..., ik heb haar nimmer leren kennen.

Jan ter Haak.

Dit wil je echt niet weten...
 
Geloof me, je wilt het niet weten...
 
Deze store is als mijn stories. FUCKING COSMIC!
 
Voor de grootste collectie TRUE CRIME books...
 
WILBRO Boekhandel - De best gesorteerde boekhandel in Nederland...
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Bestel nu en stel uw korting veilig...