Loading..., wait please...
 
 

De kleine blauwe knopjes rechts vormen het het navigatiemenu wanneer u deze balk heeft weggeklikt.

Klik het ronde knopje bovenaan om naar de top van de pagina te gaan.

Klik het ronde knopje onderaan om naar de onderkant van de pagina te gaan.

Ga op het middelste, ovale knopje staan om het verhalen menu te gebruiken. Enjoy!

Dit is het hoe het in het leven altijd maar weer opnieuw gaat zonder dat iemand er erg in heeft
Wanneer u moet stoppen met lezen en u wilt de volgende keer doorlezen waar u de laatste keer gestopt bent, kunt u de boekenlegger zetten door deze knop aan te klikken.

De boekenlegger brengt u dan exact naar de regel waar u zijn wilt, zonder dat u moet zoeken.

LET OP! Zet niet tussentijds de boekenlegger af in een ander verhaal, want dan is de opgeslagen positie verdwenen.

Menu
Klik op X om boekenlegger te sluiten. Later kunt u deze op het menu weer zetten
X
 
DE VERHALEN
 Christa Sanders zei: "I love it".
 Davonne zei: 'Jah, vet goed, Jan'
 Wat zegt een man van mijn stories
 Hoe werken die verhalen, precies?
 De verhalen.., of het boek lezen?
 En wat ga ik nu dan schrijven?...
 Badoo de Riff Raff en RipOff site
 Leven op Contact- en Datingsites.
 Hoe houdt de vrouw de controle..?
 
Klik om ons allemaal in beweging te zien...
Klik voor de Homepage.... Klik om uw commentaar te geven... Klik voor het laatste nieuws....... Klik om mij te mailen...
   
  Grifter and the Shapeshifter....
     
   
Operation ANNOUK I
   
Setting up...
   
Ga terug naar Deel I....

It is forbidden to kill; therefore all murderers are punished...
unless they kill in large numbers and to the sound of trumpets.
[Voltaire]

 
 

De voorbereiding. We hadden tijd genoeg voordat wij Stefano en mijn andere vrienden zouden ontmoeten in Egger, bij Düsseldorf. We volgden dus de 49 langs de Moezel, die zich sierlijk, maar gemoedelijk door het Moezeldal slingerde, om zich bij Koblenz in de Rijn te storten. Ik genoot van de aanwezige pracht van het Huhnsrück landschap en de prachtige aanwezigheid van mijn privé Lorelei waternimf.

Natasja had zich weer in een andere gedaantevorm ‘geshift’. Nadat ze tot waternimf was gepromoveerd in het Moezelhotel, was zij besloten om driftig voor minnares te gaan spelen.

Natasja’s kunnen lief zijn als ze dat willen en toen zij had uitgevonden dat de Fontana Trevi in Rome een waterpistool was bij haar vergeleken, had zij mij de laatste vierentwintig uur met bewonderende, maar hongerige ogen aangekeken.

Het feit dat ik drie keer ons leven had gered, zonk in het niets bij de realiteit dat ik in staat was gebleken om haar negen keer op een fantasievolle wijze het sluisgeld af te nemen.

“Het is prachtig hier, hè Jan?” injecteerde Natasja zich in mijn gelukzalige gedachten over haar.

“Ja, het is schitterend, lieverd, maar ik denk dat we precies op tijd zijn vertrokken. Het water van de Moezel is al aan het stijgen.”

Het was even stil, en toen vroeg Natasja: “Zijn er hier overstromingen dan?”

“Normaal niet, foofie, maar als we nog even langer in het hotel waren gebleven, denk ik echt dat we terug hadden moeten zwemmen. De rivier is inmiddels meer dan een meter gestegen. Zie je dat niet? Je zou meer mensenlevens op je geweten hebben gehad dan de maagd van de Lorelei.”

Het was even stil voordat de munt viel. Natasja slaagde er nog zowaar in om te blozen ook, met tweeëndertig jaar. Ze mepte mij op mijn schouder en terwijl ik een tegenligger ontweek, zei ik: “We kunnen het beste op een woonboot gaan wonen, monster. Dat, of we sluiten je aan op een leeg waterbed, voordat wij gaan..., mmm, wel..., slapen, hahaha!”

Lachend en dollend bereikten wij anderhalf uur later het Acora Hotel. Onze timing had niet beter kunnen zijn. Nauwelijks hadden wij de Mercedes geparkeerd of twee gepantserde, zwarte Audi’s en nog een Mercedes vrachtbus stopten naast ons. De deuren werden opengegooid en de ‘four horsemen’ stapten uit. Het was net als in Dover een paar maanden geleden, waar de Apocalyps werd aangekondigd door de zonsopgang.

Mijn drie peetzonen, Stefano van de Bresciaanse mafia, Renato en Flavio van ‘La Sistema’ (Camorra) en mijn bloedbroeder Perparim van de Albanese mafia liepen langzaam op ons af. De ondergaande zon gaf de vier ‘Pezzi da Novanta’ (gentleman-gangsters) een onheilspellend aura, maar voor mij was dit de mooiste zonsondergang, die ik ooit aanschouwd had en ik rilde van emotie.

‘Wat zouden Franco, Umberto en Lucio trots zijn, wanneer zij dit konden zien,’ dacht ik ontroerd.

“Wow,” hoorde ik Natasja nog zeggen voordat ik bij de enthousiaste begroeting zowat uit mijn confectie gerukt werd. Normaal gaat het groeten in ‘pecking order’ (hiërarchie), maar twee meter grote Albanese beroepsmoordenaars houden zich niet op met trivialiteiten zoals conventies. 

“Gian,” zei hij en hij drukte mij tegen zijn borst. Ik voelde de twee High Power Brownings in zijn broeksband. De reus was zoals altijd gekleed in zwarte laarzen, spijkerbroek, leren jack en een opgerolde bivakmuts op zijn hoofd. Na een knuffel uit Tirana liet de reus mij weer verder ademen.

“Perparim,” zei ik schor, en drukte mijn hand met het litteken tegen het kopie in zijn hand, “Het is goed je weer te zien, mijn oude vriend.”

De twee jonge, griezelig knappe Napolitanen waren mogelijk niet zo onstuimig, maar zij waren niet minder gepassioneerd. Renato en ik omhelsden en zoenden elkaar en we zagen elkaar’s ogen vochtig worden. Snel werkte ik mij los en greep Flavio om zijn nek.

“Hoe is het met mijn favoriete Napolitaanse vechtspecht?” vroeg ik.

“Benisssimo Zio,” sprak de jonge Santista van de Camorra, “Mijn vader en oom groeten u en aangezien mijn neef Renato hier alles vergeet..., zijn vrouw, Pam, vroeg mij u dit te geven.”

De jonge knappe gangster zoende mij vol op mijn mond.

“Dat wil ik ook wel,” hoorde ik Natasja achter mij zeggen.

Toen kon ik Stefano, de zoon van mijn vermoorde vriend Franco, begroeten. We omhelsden elkaar, hielden elkanders handen vast. De ogen spraken voor ons.

Één keer had ik Stefano eerder zien huilen en dat was toen hij tien Roemeense moordenaars van zijn vader vermoorde, terwijl hij hen aanrecommandeerde aan zijn eigen vader in de hemel. Terwijl onze tranen ongehinderd stroomden, keken de drie andere gangsters respectvol naar de ondergaande zon.

“Per Anouk (voor Anouk),” zei Stefano.

“Per Anouk, un altra volta (Voor Anouk, nog een keer),” zei Renato.

“Per Anouk, mo so' cazz' (Nu kunnen ze lachen),” vloekte Flavio in het Napolitaans.

“Per Anouk, mo faccimo fuori tutti bastardi pezzi di merda,” ronde Perparim het vloekende geheel af.

“For Anouk... and this is Natasja,” stelde ik mijn passievlinder, bewust in het Engels, voor, “Zij is niet echt mooi, dat lijkt alleen maar zo. Voor de rest kan ze alles..., zelfs...”

"Waag het niet, gore griezel," zei Natasja met een rode kop, maar dat was het moment dat mijn vrienden haar opeisten. Hartstochtelijk, maar respectvol werd ze begroet, en dus gekust door de drie mafiosi. Natasja moest gedacht hebben dat Kerstmis dit jaar vroeger was gekomen.

"Niets laten lopen nu, lieverd," waarschuwde ik lachend.

Als een furie draaide zij zich om en zei: “Nog één keer een opmerking daarover in het bijzijn van derden, en je kunt de volgende keer je hand in je reet steken. Misschien kun je daar wat los maken.”

Ik zag dat ze niet dolde, maar mijn vrienden zagen het ook. Aangezien het Perparim’s beurt was om begroet te worden, pakte de reus haar onder haar oksels en hield haar boven zijn hoofd. Voorzichtig schudde hij haar als een baby en zei: “You are beautiful, Natasja.”

“You are a beautiful man too, Perparim,” zei Natasja, sloeg haar armen om zijn nek, en knuffelde hem, toen hij haar voorzichtig neer zette.

Ik knipoogde naar Stefano en de twee Napolitanen.

 

“Dus morgen gaan wij naar Mönchengladbach?” vroeg Stefano mij later, toen wij allemaal in het restaurant van het hotel zaten, nadat wij ons eerst hadden opgeknapt.

“Wij?” vroeg ik, “Ik kan mij niet herinneren, dat wij samen zouden gaan.”

“Nee, dat klopt, dat heb ik voor mijzelf besloten. Er staat honderd miljoen op uw hoofd. Daarnaast heeft The Box (MI6) nu niet zo’n beste reputatie. U gaat niet alleen.”

“Dat vergeet ik je nog te vertellen, Stefano. Ik werd gisteren door Michael uit Londen gebeld en die zei me dat de Illuminati het honderd miljoen contract van de markt hadden genomen. De druk van onze dreiging om de geslepen diamanten te dumpen, was teveel voor De Beers en andere leden van de ‘The Club Of the Isles’. Daarnaast hebben ze de dreiging van de Chinese Organisaties ook serieus genomen. Dus ik ben nu ineens weer honderd miljoen minder waard. Ik voel mij nu net een armoedzaaier.”

“Precies, u bent op het moment niets waard, althans... uw leven dan. Ik ga met u mee naar het Gezamenlijk Hoofdkwartier van de Britse Strijdkrachten Verbindingsorganisatie, waar u de ontmoeting heeft met de man van de Duitse geheime dient. Het is een militaire instantie en MI6 heeft het daar voor het zeggen. Als de Illuminati u daar ongestraft te pakken kunnen nemen, zullen ze het niet laten. Dit is mijn plan voor wat betreft de ontmoeting met Herr Kaufmann.

Terwijl de twee Camorristi en ik aandachtig naar Stefano zaten te luisteren, zag ik dat Natasja en Perparim geanimeerd zaten te praten. Af en toe hoorde ik haar schateren. Ik was blij dat ze zich amuseerde, want ze verstond niets van het Italiaans en Napolitaans. Aan de andere kant was het zo dat zij wilde meekomen, dus ze kon mij niet kwalijk nemen dat ik op dit moment weinig aandacht aan haar kon besteden. Gelukkig dat ze zich vermaakte met Perparim. Hoewel hij een geweldige strijder was, was hij ook precies dat. Plannen en strategieën ontwerpen, liet hij graag aan anderen over, hoewel hij zeer zeker capabel genoeg daarvoor was. Perparim was een man van doen en tijdens het doen, plande hij.

“Dat is duivels, Stefano,” zei ik, toen mijn peetzoon uitgesproken was, “Ik ruik echter de hand...”.

“Ja, het was Renato. Ik vertelde hem het probleem, voordat wij uit Italië vertrokken. Hij zei dat wij nog wat materiaal hadden van onze operatie vlak voor zijn bruiloft met Pam. Hij heeft het plan bedacht, alleen wilde hij met u meekomen, of alleen gaan.”

“Nou, dat plan is duidelijk genoeg en beter kan het niet. Ik heb één detail dat ik veranderd wil zien. Stefano, Renato en Flavio, niemand van jullie gaat mee. Jullie hebben allemaal families en daarnaast organisaties te leiden. Perparim zou ik echter graag...”

Verwonderd keken wij allemaal naar Natasja, die zat te huilen. Perparim keek verontschuldigend naar Stefano en stak zijn handen op, alsof hij zeggen wilde: ‘Ik kon hier niets aan doen, Stefano’.

Ik zag de ogen van Stefano zwart van drift worden, terwijl hij vroeg: “Heb je mijn peetvader gedisrespecteerd, Perparim?”

Alhoewel Perparim zeker niet bang voor Stefano was, was er maar één uitkomst mogelijk in geval van een strijd. Op dat moment zei Natasja, die gemerkt had dat de atmosfeer ineens electrisch was, tegen mij: “Jan, Jan, die arme man heeft niets verkeerd gedaan. Het is een schat echt. Ik werd verdrietig om iets dat hij mij vertelde.”

Daar een dergelijke gedachte ook niet in mijn hoofd was opgekomen, zei ik gelijk tegen Stefano: “Er is niets aan de hand, Stefano. Je bent Perparim een excuus schuldig.”

Franco had zijn zoon zo goed opgevoed. De grote Italiaan stond op en liep naar Perparim, en zei: “Ik heb mij misdragen. Hoe kon ik ooit aan je twijfelen, Perparim. Ik bied je mijn excuses aan, maar als je genoegdoening wilt, dan geef ik je die, zonder dat ik mijzelf verdedig.”

Perparim, die wist hoe Stefano geleden had na de moord op zijn vader, zei: “Praat geen nonsens, baas. Het was wel mijn schuld. Ik vertelde Natasja iets, maar ik wist niet dat ze daar zo verdrietig van zou worden. Ik bied mijn excuses aan iedereen aan.”

Ik hief mijn glas naar de grote man en zei: “Daar hebben we Jack Shit aan, Perparim, maar ik zou je morgen wel graag met mij mee nemen naar het Hoofdkwartier van de Britse Strijdkrachten. Ik wil niet dat Stefano, Renato of Flavio meegaan. Die hebben families en dit is niet een gewone gangster ‘shoot-out’. Wij hebben niets te verliezen, wat dat betreft. Wat denk je grote man, doe je mij de eer om met mij mee te gaan?”

Even dacht ik een flits van pijn op het gezicht van de reus te zien, maar toen brak zijn verweerde gelaat open in een brede lach. “Renato’s plan?” vroeg hij, “Ja graag Gian, en het zal mij een eer zijn.”

“Dank je wel, mijn vriend. Morgen om negen uur rijden wij weg in jullie Mercedes. De drie Italianen en de vrouw blijven hier.”

Ondanks het protest van mijn drie peetzonen, was het besloten. Verder was er niets op de agenda, want we moesten nu eerst de inlichtingen van de man van de Bundesnachrichtendienst, Herr Kaufmann, afwachten. Daarna kon ik die gegevens samenvoegen met de informatie die ik van de Pugliesen in Holland had verkregen plus hetgeen dat Renato en Flavio nog wisten over de operatie van de Sacra Corona Unita in Duitsland. Er was dus geen enkele reden om ons niet te amuseren, en dat was dan ook precies wat wij deden.

Wij haalden herinneringen op aan eerdere huzarenstukken en de wijnkelner versleet twee paar schoenen om ons te bedienen. Perparim, een Moslim, dronk niet en toen ik het equivalent van een fles wijn had genoten, stopte ik met drinken. Ik wilde bij de les zijn voor de volgende dag.

 

“Het spijt mij zo voor die arme man,” zei Natasja later tegen mij in bed, “Hij had echt niets bijzonders gezegd..., wel het was eigenlijk zeer bijzonder wat hij zei. Het was echter zo gruwelijk.”

“Wil je het mij vertellen,” vroeg ik.

“Ja natuurlijk. Ik schaam mij dood. Volgens mij ontstond er bijna een ruzie, want ik zag dat Stefano kwaad werd. Wat zei Stefano tegen Perparim?”

“Vertel mij eerst wat je aan het huilen maakte, Natasja.”

“Wel het was echt gezellig, hij is werkelijk grappig. Later in het gesprek vroeg ik of hij getrouwd was en of hij misschien kinderen had. Hij lijkt mij niet zo’n wrede man toe.”

“O mijn God,” zei ik, “Jesus fucking Christ. Natasja, zijn hele familie is vermoord door de Serviërs in 1999 in Velika Krusha in Kosovo. Er werden alleen al twintig verbrande lijken gevonden...”

Natasja huilde nu weer. Met moeite bracht zij uit: “Zijn zwangere vrouw... is eerst door een groep soldaten... verkracht. Daarna sneden... zij haar buik open... en trokken het ongeboren... kind eruit. Zij gebruikten de foetus... om op te schijfschieten. De oren van de stervende vrouw... en die van haar twee zoontjes werden afgesneden...”

“En de Serviër reeg er een halsketting van,” vulde ik aan, terwijl ik Natasja in mijn armen nam.

“Wist jij het?” vroeg zij snikkend.

“Nee, hij praat er nimmer over. Ik denk dat jij de enige bent die het weet. Mogelijk herinner je hem aan zijn vrouw. Arme man.”

“Zij schoten Perparim’s twee reeds hevig bloedende zoontjes dood... en verkrachten zijn... dochtertje van vier jaar. Daarna werd zij... ook vermoord. Waarom, waarom de kinderen, Jan? Waarom de kinderen? Het is zo wreed. In wat... in wat voor een smerige wereld leven wij eigenlijk.”

“Dat is een goede vraag, lieverd. Ze vermoordden de kinderen ook, zodat die later geen gevaar voor hen vormden, of babies konden krijgen. Zij dulden geen andere religies dan het Orthodoxe Christendom, en zij tolereren zeker geen moslims op hun grondgebied. De Serviërs stellen dat honderden jaren geleden hun grondgebied is bezet door de Moslims, en voor een gedeelte hebben zij ook gelijk daarin. Maar dat was eeuwen terug.

Er wordt beweerd dat Arkan, ook bekend als Zeljko Raznatovic, met zijn Tijgers verantwoordelijk was voor deze slachting, net zoals andere, eerdere volkerenmoorden die door hem gepleegd waren in Kroatië en Bosnia.

Ik weet dat Perparim op een zelfmoordmissie is gegaan om Arkan te slachten. Het fijne weet niemand, maar vlak voordat Perparim Arkan kon vermoorden, werd de laatste in een restaurant doodgeschoten door de SDB, de Servische geheime dienst. Hij was een handicap en een beschaming geworden voor de regering van Slobodan Milosevic.

Het is diep treurig, want daarna is Perparim homofiel geworden. Na zijn vrouw wilde hij nimmer meer een andere vrouw. De hormonen werken echter door. Je zou denken dat het laatste wat hij zou doen, is een man nemen, maar sommige voorvallen kunnen nu eenmaal niet beredeneerd worden.”

“Zou hij die Arkan wel hebben kunnen vermoorden?”

“Arkan en vijf van zijn Tijgers zouden geen partij geweest zijn voor Perparim. Het is een beest. Ik heb hem bezig gezien. Je wilt het niet weten.”

“Jezus, arme Stefano. Gelukkig deed ik op tijd mijn mond open blijkbaar. Gelukkig dat het zo afgelopen is.”

“Ja, ook voor Perparim, want in een gevecht maakt Stefano hem dood met een hand op zijn rug gebonden.”

“Waaaat?”

“Ja ja, en Renato doet dat ook, net zoals Flavio. Niemand verslaat Stefano. Stefano verslaat Renato en Flavio samen, weliswaar met moeite, maar hij doet het. Anouk versloeg Stefano twee keer in een oefengevecht, maar dan..., zij had het immers van Stefano geleerd. Zij kon Perparim aan, no sweat.”

“Mis je haar erg, Jan?”

“Ze is bij mij. Ze woont in mijn hart. Ze heeft mij al een paar keer raad gegeven. Zij waarschuwde mij die man niet te vermoorden..., weet je nog? De Pugliees die ik verstikte met een plasticuff.”

“Waarbij je zong toen hij stikte en die je later over zijn lijk plaste. Waarom ging je tegen haar raad in dan?”

“Omdat het vuil was zoals dat stuk vergift, dat haar door haar keel heeft geschoten. Een meisje van negentien jaar. Het is hetzelfde vuilnis dat mij en mijn vrienden wil vermoorden, omdat wij Anouk gewroken hebben. Het was dat drek dat er voor zorgde dat je je zoontje niet meer te zien zou krijgen. Ja, ik mis haar, maar morgen begin ik met haar opnieuw te wreken.”

“Ik wil je helpen, Jan.”

“Dat doe je al en je helpt mij geweldig door het mij niet moeilijk te maken, wanneer ik denk dat het te gevaarlijk wordt. Help me en houd mij vast, prinses. Ik ben nu ook verdrietig.”

 

ANNOUK II - Hitting first...

De volgende morgen herkende ik de man, die bij de Italiaanse Mercedes vrachtwagen stond te wachten, eerst niet. Grote vent. Keurig gekleed in een lange jas, stropdas was zichtbaar. Gemillimeterd haar en een donkere zonnebril. Toen ik naderbij kwam, zag ik dat het Perparim was.

“Wat ben je mooi, Perparim,” zei Natasja, die met mij meegelopen was om ons gedag te zeggen.

“Waar de fuck denk je dat we naar toe gaan, Perparim? Naar een gemaskerd fucking bal? Een winterjas met een zonnebril op. Waarom zet je je klot er niet bij op,” dolde ik, om de spanning, die Perparim ongetwijfeld ook moest voelen, te ontladen.

“Wanneer ik mogelijk vandaag mijn maker ga ontmoeten, wil ik er netjes uitzien,” antwoordde Perparim plechtig.

“Maker? Wat bedoel je met je fucking maker?” pretendeerde ik niet te begrijpen.

“Allah..., of God, zoals jullie hem noemen.”

“Man, jij gaat nergens heen vandaag en zeker niet naar het paradijs met duizend maagden. Jij gaat met Ome Jan mee, we gaan The Box en de Illuminati een beetje kankeren. Jezus, Perparim, ik herkende je niet. Heb je die twee monsterachtige HP Brownings soms ook bij je?”

“Buongiorno Zio,” hoorde ik drie keer achter me. Stefano, Renato en Flavio stonden lachend naar me te kijken. ‘Nou, genoeg mensen die ons uitgeleide komen doen,’ dacht ik aangedaan.

“We zullen maar gaan rijden,” zei ik tegen Perparim, die mij glimlachend aankeek.

“Ja,” zei Stefano, “Komt u bij mij zitten, Zio?”

Ik dacht even na, want er was iets niet goed. Zo was het namelijk niet afgesproken en...

“Wij hadden gisteren afgesproken dat ik alleen met Perparim zou gaan,” zei ik.

“Net zoals u zegt, dat was gisteren en dat was ook omdat u het tweede deel van het plan nog niet gehoord had. We dachten dat het beter zou zijn om u dat nu te vertellen. U zou anders niet geslapen hebben van de zorgen om ons.”

Het was nog steeds niet goed. Ik keek Natasja aan en vroeg: “Weet jij iets dat ik niet weet, muff?”

“Ja, maar je zult het zo ook weten, Jan. Feitelijk..., hier is het: ‘Ik ga ook met je mee. Denk je dat ik hier in een vervelend Duits hotel ga zitten wachten of ik je wel, of niet terug zie? You must be fucking joking!”

Ergens deed het mij goed, maar het was de waanzin ten top gedreven, en ik zei haar dat ook: “Jij, en die fucking Perparim. Vandaar dat jullie zo vrolijk waren. Het lijkt wel of ik alles steeds als laatste hoor hier, maar maak jij hier eens een korte zin van, foof: ‘mee, niet, gaat, jij’”

Hoewel mijn vrienden ons niet konden verstaan, wisten ze precies waarover het ging. Perparim pakte mij bij mijn schouder en zei: “Ik zou er trots op zijn wanneer mijn vrouw mij naar mijn mogelijke dood zou willen begeleiden.”

“Ja, ik ook, maar je zou het niet fijn vinden, wanneer zij daar zelf bij om zou komen. Natasja heeft een kind ook.”

Stefano maakte er een einde aan: “Zio, u coördineert de gehele operatie, zoals gewoonlijk. We gaan mee en anders vertrekt er niemand. Ook u niet. Het is onze shit ook, en niet die van u en Perparim alleen. Natasja zal in geen enkele fase van de operatie gevaar lopen. Wees trots op haar en komen jullie straks bij mij in de auto, dan leg ik het hele plan uit. We zullen ons nu even aankleden voor de strijd. Wij doen dat het beste in de Mercedes, want alles ligt klaar.”

Flavio opende de vrachtwagen en ik stapte naar binnen, gevolgd door Stefano. Ik weet niet wat ik verwacht had, maar dit zeker niet. Mijn mond, die van verbazing openviel, brak zowat een rib in mijn borstkas.

De vrachtwagen was ingericht als een compleet mobiel commando- en communicatiecentrum. Aan de wanden waren schokabsorberende frames met een dubbele rij plasma schermen gemonteerd. Tegen de wanden waren bureaus met computers aangebracht. De bureauzitjes draaiden onder de bureau’s vandaan. Tegen het openzwaaiende dak was een hydraulische constructie met twee satellietschotels en andere antennes gemonteerd. Ik kon niet even snel iets bedenken dat in dit MCCC ontbrak.

“Nadat u mij verteld had van het MI5 commando-centrum dat jullie in Londen gebruikt hadden om Silvana te bevrijden, zag ik onmiddellijk de voordelen, die een dergelijke mobiele unit mij, in mijn werk, kon bieden. Je bent in voortdurend contact met je mensen, die je van videobeelden voorzien door middel van miniatuurcamara’s, die overal in gemonteerd kunnen zijn.

De gesprekken verlopen via een gecodeerd, gesloten communicatienetwerk. Natuurlijk heb ik ook satelliet-, GSM communicatie en Internet laten aanbrengen. Het ding is compleet, is mij verzekerd. Ik heb het in Italië laten bouwen, want ik denk niet dat dit in een ander land voor mij zou zijn aangebracht.”

Stefano drukt op een knop en de cabine wand bleek uit vier panelen te bestaan, waarvan de twee binnenste panelen opzij schoven. De cabinewand was dus een valse wand, want een ruimte van een meter diep werd zichtbaar. Het was een compleet mobiel arsenaal, and then some.

Ik zag wapens variërend van polymeren Glock 30 Subcompact pistolen tot FIM92 Stingers, Javelin en M72 LAW raket lanceerinrichtingen. Ik voelde mij net als of ik in een snoepwinkel stond, en zei: “Jezus, Stefano, gefeliciteerd ‘my old son’, dit is formidabel. Nogmaals gefeliciteerd. Wat jammer dat je vader dit niet meer mee heeft mogen maken. Je bent zeker niet verlegen met het gebruiken van de modernste techniek. Grandioos. Complimenten.”

“De wagens zijn net zo veel van u, Zio. Wij hebben ze aangeschaft van het meevallertje van vijftig miljoen euro die u bedongen had van MI5. U moet ons trouwens leren met de computers en de bediening hiervan om te gaan, Zio. Er zijn er nog twee onderweg. Alle wagens zijn gepantserd, hebben kogelvrije ramen en zijn bewapend met raket lanceerinrichtingen -net zoals Anouk had onder haar VW Van. Ik laat u alle snufjes nog zien, maar iedere wagen heeft een springlading en een zelfvernietigingmechanisme aan boord, dat door tijd, afstandsbediening of sabotage tot ontploffing kan worden gebracht.”

“Wat dacht u, Zio?” vroeg Renato, die met Natasja binnen was gekomen, “Onze vaders wilden er eerst niet van horen, maar de families hebben er nu ook vijf besteld”.

“Het is fenomenaal, guaglio. Ik zie zoveel nieuwe mogelijkheden. Dit wordt een werkvakantie. Hoe vind je het, prinses?”

“Indrukwekkend en zeer georganiseerd. Je peetzoon is een man van veel verassingen en kwaliteiten, zeg dat maar tegen hem.”

“We moeten gaan rijden,” zei Stefano, “Zio, trekt u dit kogelvrije vest aan. Er zitten twee keramieken messen in de zoom. Let er wel mee op, want die dingen zijn zo scherp en sterk dat ze door ijzer kunnen snijden. Perparim draagt zijn vest al. Laat Natasja één van deze vesten aantrekken.”

“Ik dacht dat je zei dat er geen gevaar voor haar zou zijn?”

“Laat haar denken dat zij zich nuttig maakt, Zio. Ze is gek op u en een beetje extra voorzichtigheid kan toch geen kwaad?”

Ik trok het aangewezen Kevlar vest aan, draaide mij naar Natasja en vroeg:

"Wil jij een Kevlar kogelvrij jasje, Nat-tasje?"

"Ja, wicked," antwoordde ze enthousiast.

Ouverture – Moderato. Een uur later reed Stefano de gepantserde Audi de parkeerplaats in Wellington Road, in Mönchengladbach, op. Hij belde Renato op zijn GSM en zei hem de vrachtwagen bij de cirkel met de vlaggen van de zesentwintig Nato-lidstaten te parkeren.

“Parkeer de Mercedes zo dat de achterkant naar de voorkant van het hoofdkwartier wijst, Renato. Neem met Flavio plaats in het commando centrum en vergrendel alle deuren. Je krijgt beelden en instructies via de camera’s. In bocca lupo (Toi toi)!”

Terwijl Perparim, Natasja, Stefano en ik uit de Audi stapten, zetten Stefano en ik onze brillen op. Vervolgens liepen wij gezamenlijk naar de ingang van het hoofdkwartier. Ik overdacht nog even de rest van het plan dat Stefano ons onderweg had verteld, maar ik kon geen gaten vinden. We waren van het meest heftige scenario uitgegaan en afgezien van onvoorziene of ‘freak’ voorvallen, moest alles gaan zoals gepland.

“Denk erom dat je die blik in je ogen –die wij onderweg geoefend hebben- geen moment laat varen, Natasja. Onze geloofwaardigheid valt, of staat daarmee. Succes monster, je bent eigenlijk wel een dappere dot.”

“In bocca lupo, Stefano. (Toi toi)”
“In bocca lupo, Zio.”

 

“Hi, you are mister Ter Haak and company?” vroeg de Engelsman mij, toen wij de ontvangsthal inliepen. Zijn vraag was echter geheel overbodig, want hij had alleen mij aangekeken, tijdens het stellen van die vraag. Hij wist dus al wie ik was. Net als wij droeg de MI6 ‘spook’ ook een camerabril. Het videosignaal van onze camerabrillen werd naar onze Bluetooth polshorloges gevoerd, die het signaal doorzonden naar het commandocentrum in de Mercedes.

“Dat is juist. Ik heb mijn partner, peetzoon en onze ‘minder’ (verzorger) meegebracht.”

“Dat is geen probleem. Draagt iemand van u wapens?”

“Nee, alleen Kevlars.”

“Ook geen probleem. Ik moet u wel verzoeken om even met mij door deze twee scanners te lopen.”

“Ook geen probleem,” zei ik, “Natasja, houd in die tweede scanner je hand op je dot en arm over je tepels, want dat is een naaktscanner.”

De MI6 ‘spook’ lachte, terwijl wij op wapens en metaal gescand werden. De keramieken messen zouden niet verschijnen op het controlescherm.

“Hi, my name is Harry Palmer. Welcome.”

Ik schoot in de lach en zei: “Mister Palmer, mister Harry Palmer. Net als in het Ipcress dossier. Wat leuk. Dit is Natasja..., mijn peetzoon Stefano en onze ‘minder’ Perparim.”

“U hoeft niet door identificatie, want u heeft hier een informele ontmoeting met Herr Kaufmann van de Bundesnachrichtendienst. Dat is mij meegedeeld door Londen. Ik breng u naar het vertrek en laat u dan alleen met uw contact. Als uw samenkomst afgelopen is, wil ik nog even een woordje met u hebben, als dat goed is.”

“Ja,” zei ik, “Dat is ook geen probleem.”

Herr Kaufmann, een onberispelijk geklede, al wat oudere Duitser stond op om ons te begroeten, toen wij het vertrek binnenkwamen. Harry Palmer, de MI6 ‘spook’, stelde ons aan zijn Duitse tegenhanger voor, en zei toen: “Ik laat jullie alleen dan. Kan ik koffie of iets anders laten brengen?”

“Niet voor mij, dank u,” antwoordde ik, “Wij hebben net ontbeten.”

Zoals afgesproken bedankten mijn vrienden en Natasja ook, maar Herr Kauffman verzocht om een kop koffie. Terwijl wij op de koffie wachtten, keek ik om mij heen. Weer een plasma scherm aan de muur. Op één van de bureau’s stond een computer. De camera’s waarmee wij geobserveerd werden, waren niet te zien.

Toen de koffie gebracht was, ging ik tegenover de Duitse geheime dienstman zitten. Stefano en Perparim vatten post naast de deur en Natasja ging aan een ander bureau zitten.

“Neemt u mij niet kwalijk voor mijn gezelschap. Het heeft niets met u te maken, Herr Kaufman. Dank u dat u de moeite heeft willen nemen om ons hier te willen ontmoeten en voor alles wat u mogelijk voor ons gedaan heeft.”

“Das macht doch ja gahr nichts,” antwoordde de Duitser, “Wij hebben ook last van die organisaties en wanneer u er in slaagt om ons daarvan, of althans voor een gedeelte te ontdoen, dan doet u ons een groot plezier. Ik moet u echter nogmaals waarschuwen voor het gebruik van eventueel geweld. Zolang het criminele buitenlanders zijn die het geweld absorberen, zult u van ons geen enkele hinder ondervinden. Integendeel, we zullen u tijdens uw operaties al onze binnenkomende ‘intel’ doorgeven.

Als er echter collaterale schade is, of erger, slachtoffers onder onschuldige Duitse burgers, dan kunnen wij u niet terzijde staan. Ik heb echter het idee dat u precies weet wat u doet.”

“Dank u wel, Herr Kaufmann. Ik besef waar wij ons aan dienen te houden. Wij zullen het geweld tot het absolute minimum beperkt houden. Ik dank u alvast voor uw medewerking en uw correcte, terechte waarschuwing.”

De Duitser opende zijn koffertje en pakte daar een CD uit, en zei: “Ik dacht dat het beter was om u alle informatie ‘on file’ aan te leveren, in plaats van hier een paar uur te verliezen, met wat eigenlijk droge, en vervelende info is. Alle informatie is in het Engels, maar het is gecodeerd en met een paswoord beveiligd. Dit is het paswoord, onthoud het, dan wis ik het.”

Herr Kaufman pakte de voor hem liggende iPhone, drukte op een paar iconen en liet mij het scherm lezen. Ik keek naar het paswoord en knikte naar hem. De geheime dienst man wiste het paswoord. Hij keek mij aan en ik kon zweren dat hij mij een blik van waarschuwing gaf, waarna hij duidelijk knipoogde. Ik wist toen dat er problemen zouden gaan komen. Voor de vorm zei de Duitser nog: “Herr Ter Haak, er staat een Word bestand op de CD met uw naam. Dat is mijn aanbeveling inzake de operatie tegen de Italiaanse misdaadorganisaties. Misschien hebt u er iets aan. Hier is het paswoord voor dat bestand. Vergeet het niet want het is met 448-bit Blowfish encryptie gecodeerd. U begrijpt dat wij niet zouden willen dat het ooit openbaar werd hoe wij...”

“Misdadigers adviseerden,” vulde ik aan.

“Es tut mir leid,” verontschuldigde de correcte man zich, en hij drukte weer een paar iconen op de iPhone in. Daarna toonde hij mij het scherm weer.

Ik las: ‘Wees heel erg voorzichtig hier, wanneer ik ben vertrokken. Ik heb gezichten gezien, die u ook kent. Ik haat duiveltjes en ik bewonder uw moed. Ik wens u veel geluk en hoop u snel te spreken. Pas bijzonder goed op!’

Ik knikte weer en de Duitser stak de iPhone in zijn zak, stond op, pakte zijn koffertje, schudde mijn hand en zei: “Auf Wiedersehen, Herr Ter Haak. Machst Gut.”

Ik bedankte de vriendelijke man, die nu mijn vrienden de hand ging schudden. Duitsers. Correct en efficiënt.

“È stato gentilissimo lui, ragazzi, mo ci sono cazzi da caccare. Occhio, (Hij was allervriendelijkst jongens, nu worden er echter lullen gescheten. Let goed op),” zei ik tegen Stefano en Perparim.

De deur werd geopend en Harry Palmer kwam binnen. Hij vroeg: “Is alles naar wens verlopen, mister Ter Haak?”

“Het lijkt van wel, mister Palmer. Fuck, hebben alle Duitsers zo’n haast? Ze kunnen beter thee drinken, in plaats van koffie. Dat pept ze alleen maar op.”

Harry lachte en zei: “Hij is okay, de oude Kaufmann. Goede vent wel. Echte Duitser. Er zijn twee mensen van ons kantoor uit Londen hier. Mogelijk kent u ze. Is het goed wanneer ik die aan u voorstel? Het zijn namelijk bekenden van Michael ook.”

“Ja natuurlijk, we hebben nu toch tijd over. Ja leuk.”

Harry pakte een cryptofoon uit zijn zak en sprak: “Yes John, you can show the gentlemen in. Jan will see them now.”

Even later werd er bescheiden geklopt. Harry liep naar de deur en opende die. Drie tellen erna keek ik in de loop van een machinepistool. Stefano werd onder schot gehouden door twee militairen in gevechtsuitrusting. Perparim bewoog ook niet, want de vierde soldaat hield een HK MP5K submachinepistool tegen zijn voorhoofd.

Ik had het verwacht... en toch overviel het mij iedere keer weer. Een HK MP5K is een klein kaliber machinepistool, maar het is net of je de Kanaaltunnel inkijkt.

“Laat de Italiaan op zijn hurken gaan zitten. Hij is het gevaarlijkst. Jij gaat bij je maat staan en houdt de Albanees kalm,” zei Harry tegen de soldaat die mij bewaakte.

“Probeer niets,” zei de MI6 ‘spook’, “Want je vrienden gaan als eerste. Daarna schiet ik de vrouw dood. Je hebt vijanden gemaakt, opa.”

Ik zag hoe Stefano op zijn hurken gedwongen werd. ‘Fout,’ dacht ik, ‘Nu is hij pas gevaarlijk’. Natasja keek onverschillig..., alsof zij er niet bij was. Haar blik stond op oneindig. Zij had weer geshapeshift. Ik keek naar de militairen en zag dat het gewone ‘squaddies’ (soldaten) waren en geen commando’s, of erger..., SAS. Aan de andere kant was het misschien beter wanneer het SAS of commando’s waren, want die schieten niet in paniek.

“Je zit je kansen te berekenen. Probeer het vooral en geef ons het excuus,” sneerde Harry Palmer, “Je weet dat MP5 munitie door jullie Kevlars gaat alsof het bruine papieren zakken zijn.”

“Dat wist ik al,” zei Natasja nu, “Dat had jij mij van de week nog verteld, Jan.”

“‘Geef ons het excuus?’ Wie is ons, Harry Potter? Sorry, Palmer bedoel ik,” lachte ik.

“Lach maar even, nu het nog kan. Jij lacht zo dan wel voor het laatst, maar zeker niet het beste. De deur ging open en een oudere en jonge man kwamen binnen. Ik kon hen beiden van foto’s. Topleden van de Raad van Dertien van de Illuminati.”

“Dit is dus die flinke Hollandse crimineel,” sprak de oudere man met een sterk Amerikaans accent.

“Aangenaam,” zei ik, “En jij bent Fuckefeller, Jay Fuckefeller, als ik het goed heb. Federal Reserve, CFR, TC, Illuminati, B'nai B'rith, Bilderberg Groep en ga nog maar een half uur door.”

“Jij hebt het goed en wij hebben onszelf nu honderd miljoen euro bespaard,” zei de Amerikaan, “Je bent niet zo goed als dat ik eerst dacht.”

Ik wees op de jongere man en zei: “Ik was goed genoeg om bij zijn oom, de ogen eruit te halen en een paar gloeilampen in de lege kassen te draaien. Toen vilde ik hem, zaagde hem af bij zijn enkels en monteerde een paar geitenhoeven als kaplaarzen. Als laatste zette ik een brandende kaars op zijn hoofd, net als Baphomet, jullie afgod, of moet ik zeggen... afduivel? Maar je hebt gelijk, ik ben niet zo goed. Nou..., Stefano hier, die is pas goed.”

“Jij goor stuk goyemrapalje,” schold de jonge adelijke Illuminati driftig en hij viel mij aan. Ik viel met stoel en al achterover. Iedereen keek en lachte. Iedereen keek..., niet lang..., maar lang genoeg. De twee ‘squaddies’ die Stefano bewaakten, keken... en lachten. Lang genoeg.

Stefano kwam als een kunstschaatsenrijder van zijn hurken wervelend omhoog. Ik had het al zo vaak gezien..., maar nooit vaak genoeg. Als een roterende derwisj bouwde Stefano middelpuntvliedende kracht op. Met zijn cirkelende armen draaide hij in één sierlijke Tai Chi beweging de twee machinepistolen weg. Tegelijkertijd ving hij de onderarmen, die de machinepistolen vasthielden, onder zijn oksels. Zijn achterwaartse salto was al ingezet. Het gekraak en het schreeuwen, gaf aan dat hij de armen van de twee ‘squaddies’ had gebroken. Het volgende moment hield hij een machinepistool gericht op Fuckefeller en het andere op Harry Palmer.

Perparim had intussen ook niet uit zijn neus staan eten. Gedurende de bijeenkomst had hij de twee keramieken messen in zijn massieve handen verborgen. Terwijl Stefano sierlijk, elegant en dodelijk was, Perparim was onbehouwen maar niet minder efficiënt dan zijn baas. Zijn twee handen bewogen nauwelijks, althans..., zo leek het. Terwijl hij met zijn polsen de twee handen met machinepistolen omhoog sloeg, sneed hij in dezelfde beweging de armspieren van zijn twee bewakers door tot op het bot. De twee militairen gilden. Het slagaderlijke bloed spoot alle kanten op. Perparim liet de messen vallen, rukte de twee machinepistolen uit de krachteloze handen en trapte de twee militairen omver. Hij sprong en met de trekkerbeugels van de MP5’s sloeg hij de twee soldaten met de gebroken armen tegen de grond. 

Harry Palmer zei: “jullie komen hier nooit weg.”

“Perparim,” zei ik, “Draai de deur in het slot, voordat we nog meer van die paniekzaaiers op bezoek krijgen.”

“Nou, waren wij goed, of waren wij erg goed?” vroeg ik aan Harry.

Harry was een professioneel en hij zei: “Jij bent erg slim en die jongen is fenomenaal. Wat een atleet.”

“Dank je,” zei ik, “Nou, ik ga jullie nu laten zien dat wij nog beter zijn, dan je denkt. Kunnen wij praten zonder dat de deur er uit geblazen wordt en er een paar Flash-bang granaten naar binnen worden gelupt? Ik bedoel..., het maakt mij niets uit, maar zoals het er voor staat, is iedereen al dood.”

Ik pakte een plastic dobbelsteen uit mijn zak, die een blauw licht aan en uit flitste. Ik zette de dobbelsteen op het bureau en zei: “Als het licht rood wordt, zijn wij allemaal dood. Ik wil dat iedereen met zijn rug tegen de muur gaat zitten en dat jullie luisteren. Harry, bel de versterkingen af, tenzij je de dood van een paar duizend mensen op je geweten wilt hebben. Ik weet dat het die twee Illuminatifucks hier niets uit maakt, maar zij zelf zijn nog niet klaar om Lucifer te ontmoeten. Wat wordt het?”

“Ik zie niet in dat wij iets te verliezen hebben,” sprak de beroepsman. Hij pakte zijn cryptofoon en gelastte alle reddingsoperaties af.

“Laat een draagbare Geigerteller brengen,” beval ik hem.

Harry bracht mijn verzoek over, belde af en vroeg: “Waarom heb je een Geigerteller nodig?”

“Vraag Fuckefeller hier wat er een jaar geleden met het wijnmagazijn van de Vangenati in Milaan is gebeurd.”

“Mijn God,” sprak de oude Illuminatifuck, “Waren jullie dat?”

“Hoe bedoel je: ‘mijn God’? Jij hebt geen God, jij hebt alleen die Kabbalistische God, Lucifer. Ja, dat waren wij. Ik zei je al dat we beter waren dan je dacht.”

“RDD,” sprak de beroepsman, “Radiological Dispersal Device. (Radiologisch Verspreidings-apparaat) Die plaats is radioactief voor de volgende dertig jaar. Wat vertel je ons?

“Nu nog maar negenentwintig jaar,” corrigeerde ik hem, “Wat ik je vertel is dit...”

Ik opende mijn jack en liet eerst mijn Kevlar kogelvrije vest zien en toen de miniatuur afstandsbediening in mijn hand.

“Een halve kilo semtex en twee ons Polonium-210. Als ik de afstandsbediening los laat, ontploffen Stefano, Perparim en ik. De laatste twee dragen dezelfde vesten als ik. Die ontploffen tegelijkertijd. Dertig jaar zullen de huizen gratis zijn in Wellington Road en de Redshield familiebank zal geen hypotheken kunnen verstrekken, want zelfs een kakkerlak zal hier niet meer kunnen leven,” zei ik, terwijl ik de jonge Illuminati aankeek.

“Kun je het bevatten knul, zie je wat ik bedoel?” vroeg ik. Ik stond op en stak hem een vinger in zijn oog.

De Redshield Illuminati schreeuwde al zijn favoriete duivels uit de hel. Hij rolde over de vloer met zijn hand op zijn gewonde oog.

“Dat is voor die klap die je mij net gaf. Eigenlijk zou ik je een zoen moeten geven daarvoor, maar we hadden toch wel gewonnen. Nou, dat was het slechte nieuws...”

“Palmer, bind die armen van die soldaten af, want anders zijn zij binnen tien minuten leeggebloed,” zei Stefano.

Palmer gebruikte de hemden van de soldaten om tourniquetten aan te brengen. Ik vond dat ze er al een beetje 'peely-wally' uitzagen, maar ik had tijd noch zin om mij daar zorgen over te maken. Ik dacht dat we...

Er werd op de deur geklopt en ik hoorde: “De Geigerteller, mister Palmer.”

“Zeg hem te wachten,” zei ik, terwijl ik naar de computer liep. Ik drukte wat toetsen in en vond wat ik zocht. Het plasma scherm aan de muur lichtte op. Even later keek ik naar de gang en de deur van ons vertrek. Er stond inderdaad één man voor de deur.

“Vertel hem het apparaat voor de deur te leggen en zich te verwijderen. Zeg hem tevens wat er gebeurt wanneer er een Flash-bang granaat in die Geigerteller zit.”

Ik zag Harry’s laatste hoop verdwijnen. Hij bracht mijn boodschap over. Een paar minuten later deelde Harry de twee Illuminati en het oppercommando mee dat Stefano, Perparim en ik zware radioactieve ladingen op ons droegen.

“Zoals ik zei, dit was het slechte nieuws. Nu het goede nieuws. Harry, kijk eens uit het raam of je een auto met een Italiaans kenteken ziet.”

“Ik zie er twee,” zei Harry even later, “Een zwarte Audi en een zwarte Mercedes vrachtwagen.”

“Heel goed,” zei ik, “Renato, je hebt gezien wat hier binnen gebeurd is. Kwispel eens met je staart.”

Renato en Flavio, die in het commandocentrum van de vrachtwagen zaten, hadden alles kunnen volgen via onze videobrillen. Nu leverden zij hun bijdrage. Twee stalen slee-constructies schoven langzaam onder de vrachtwagen vandaan en een batterij M72 LAW raket lanceerbuizen keken Harry Palmer nieuwsgierig aan.

“Stefano, kun je de coördinaten geven,” vroeg ik mijn peetzoon. Stefano keek op zijn GPS-GSM telefoon en gaf de lengte- en breedtegraden. Harry en ik zagen dat de lanceerpijpen onmiddellijk van richting veranderden.

“Zo mister Potter,” zei ik vrolijk, “Jij snapt wel dat je onder geen beding levend uit dit vertrek komt. Ik bedoel, het is uiteindelijk geen ‘fucking rocket science’, ook al wordt er zo Russisch gas in dit vertrek gespoten.”

“Wat is Russisch gas?” kon Jayfuck Fuckefeller niet nalaten angstig te vragen.

“Dat is een mengsel van Halotheen en Fentanyl. De Russen hebben het indertijd gebruikt in een theater in Moskou, waar Checheense terroristen een paar honderd gijzelaars vasthielden. Het is een zeer snelwerkend, reukloos verdovingsgas. Jullie denken toch niet dat ik van de Illuminatipot gerukt ben, hè? Ik ben beter dan jullie duivel, jullie kunnen beter mij aanbidden. Harry, vertel hen de status, old boy.”

“Het gas is het minste waar u zich zorgen over dient te maken. We hebben het gehad, mister Fuckefeller. Ik denk dat wij maar beter alle voorwaarden aanvaarden.”

“Ho ho, je gaat te snel, Potter. Hier is het beste nieuws. Kijken hoe je met rebussen bent. Hier gaat ie dan: Zwarte Mercedes vrachtwagen. Duizend kilo semtex. Honderd kilo verrijkte Caesium-137. Boem! Halveringstijd, wordt geschat op dertig jaar. Chernobyl is na drieëntwintig jaar nog steeds radioactief. Zeg nu rijmend met mij mee: ‘Dag... Mönchengladbach’! Dit klonk net als een verslag van een voetbalwedstrijd, vinden jullie niet?”

Harry Palmer raakte niet snel in paniek. Hij was een getrainde, militair geheimagent. Hij zei: “Wacht eens even. Jullie hebben het geweldig voorbereid, maar er is mij één ding niet helemaal duidelijk. Jullie sterven allemaal met ons. Nou, jij bent een oude vent, maar toch geloof ik niet dat jij bereid bent om te sterven. Hoe zit het met de vrouw? Is zij klaar om te sterven?”

“Ik kan niet verwachten dat je eenvoudige dingen begrijpt, maar het korte antwoord is: Ja! Vraag je af wat wij alle vier gemeen hebben. Ik zal jullie vijf minuten laten denken, we hebben nu de tijd nog.”

Ik richtte mij tot de twee Illuminati en zei: “Jullie..., duivelshit, jullie moeten het weten. Wat hebben wij alle vier gemeen en waarom zijn wij meer dan bereid om te sterven? Denk goed na. Mogelijk redt het jullie leven. Waarschijnlijk niet.”

Ik liet de Illuminati en Harry Palmer hun hoofd breken, maar zij slaagden er niet in, om met het antwoord te komen. Ik stond op en kneep de oude Fuckefeller in zijn wang en zei: “Jullie zijn niet zo briljant als jullie zelf onder vuur liggen, hè? Hier is waarom wij niet bang zijn om te sterven. Bang? Sommigen van ons kijken er zelfs naar uit.

Stefano. Zijn vader werd vorig jaar door Roemenen aan flarden geschoten, in opdracht van de Illuminati. Stefano is een harde man, maar Stefano was waanzinnig met zijn vader. Kijk hem in zijn ogen en vertel mij wat je ziet.

Perparim. Zijn vrouw en kinderen werden geslacht door Arkan en zijn fucking Tijgers in Velika Krusha, in Kosovo. De oorlog in Kosovo. Samen met de Eerste-, de Tweede en de Derde Wereldoorlog waren al deze conflicten gepland door... Albert Pike rond 1860. Top Illuminati. Maar wat zeg ik? Jullie weten dat dat beter dan ik. Kijk naar Perparim en vertel mij dat je een man ziet die bang is om te sterven. Perparim is een Moslim met een bom rond zijn middel. Nou, en wat Moslims met bommen rond hun middel doen, wel... dat is ook een uitvinding van jullie.

Natasja. Zij moest mij opzetten voor de Sacra Corona Unita. Om haar te motiveren, werd haar zoontje gekidnapt. Tijdens het gevecht om het kind te bevrijden, werd het jongetje doodgeschoten. De Sacra Corona Unita handelde in opdracht van de Illuminati, die honderd miljoen euro op mijn hoofd hadden gezet. Geloven jullie dat zij het erg vindt om te sterven, sterker nog... dat zij er zelfs naar uitkijkt? Wacht even, dan geef ik haar de afstandsbediening.”

“Nee,” gilde de jonge Illuminati, “Wij konden niet weten van het kind. Alsjeblieft, alsjeblieft, daar konden wij niets aan doen. Dat was nimmer onze bedoeling. Wij vechten niet tegen kinderen.”

“Nee dat moet ik je toegeven, jullie vechten nooit. Jullie offeren kinderen aan Satan, fuckface! Zit niet steeds te knipogen met dat ene oog naar me, anders prik ik daar ook even in.”

Ik vervolgde: “And then there is me! Mijn peetdochter’s naam was Anouk. Zij was een meisje van negentien jaar. Wij hielden van elkaar en zij had mij net ten huwelijk gevraagd, toen zij door de Sacra Corona Unita door haar keel werd geschoten. Zij stierf in mijn armen..., en ik stierf met haar.”

De tranen liepen over mijn wangen en ik rukte de oude Illuminati uit zijn stoel, en zei zacht: “Kijk naar mij en vertel mij wat je ziet, Jayfuck. Zie je een man die benauwd is om te sterven, of zie je een oude kerel die blij is wanneer deze zich bij zijn geliefde kan voegen?”

“Ik geloof u, mister Jan. Ik geloof u echt, maar wij waren niet verantwoordelijk voor de dood op Anouk. U weet dat.”

“Ik weet dat. Anouk was vermoord door de Sacra Corona Unita. Daarna hebben wij ons op die medaillonnetjes gewroken. Het verhaal was over totdat de Illuminati honderd miljoen euro uitloofde aan de Sacra Corona Unita, om mij te vermoorden. Wanneer loofde de Illuminati dat bedrag uit? Toen zij merkten dat de Sacra Corona Unita had uitgevonden dat ik één van de mannen was die hun medaillonnetjes had vermoord. Hoe vonden zij dat uit? Door een eenvoudige schaapsherder en zijn nichtje van vijftien jaar te martelen en te vermoorden. Lilianalavera was vijftien jaar. Zij begon net te leven. Jullie gebruiken de moord op Anouk om de Sacra Corona Unita te motiveren met honderd miljoen euro, om mij te vermoorden. Jullie hebben Anouk weer in het verhaal gebracht, zij mocht niet rusten. Jullie zijn verantwoordelijk voor al het leed in de wereld, dus ook voor de dood van Anouk.”

Jayfuck was zeventig jaar, niet veel ouder dan ik, maar zijn gezicht was al opengebarsten, voordat hij merkte dat ik hem een krakende kopstoot had gegeven. Hij werd door het vertrek gekatapulteerd en zakte tegen een muur in elkaar. Terwijl hij versuft bleef liggen, dwarrelden de porseleinen kronen van zijn implantaten uit zijn mond.

“Ik weet wat je wilt zeggen, Harry. Beter echter om het niet te doen, want ik castreer je en prop die hand met vellen in je leugenachtige bek, tot je stikt.”

Ik droogde mijn tranen, en vroeg: “Waarom moest ik hier vermoord worden, terwijl MI6 mij hulp verschafte door mij in contact met Kaufmann te brengen? Het is niet zinvol. Kaufmann had nimmer hier hoeven te komen. Jullie hadden ons gelijk kunnen proberen te vermoorden.”

“Je weet hoe het is. Ik heb dit op eigen houtje gedaan, nadat ik benaderd werd door vijanden van je. Wanneer het gelukt was, dan had het MI6 niets uitgemaakt. De Director General, had gedaan wat hem verzocht was door MI5 en Michael.”

“Ja, dat klinkt wel zo’n beetje als MI6. Laat ik dat maar geloven.”

Harry Palmer vroeg: “Mag ik je wat vragen?”

“Sure.”

“Jullie zijn ontzettend goed voorbereid gekomen. Ik geloof dat jullie allemaal bereid zijn om te sterven, maar jullie kwamen de dood niet zoeken. Waarom zijn jullie toch gekomen als je al wist dat het een mogelijke hinderlaag was.”

“Fair question, en ik zal je er een eerlijk antwoord op geven.”

Harry gaf mij een sceptische blik.

“Ik vernam in Holland dat de Sacra Corona Unita een contract op mij had uitgevaardigd. Niet veel later vernam ik dat de Illuminati de honderd miljoen zouden betalen. De Sacra Corona Unita was het meest belangrijk voor mij op dat moment, maar een oorlog tegen hen beginnen is kostbaar. Daar is geld voor nodig. Waar ga je heen wanneer je geld nodig hebt?”

“Naar de bank?” grapte Harry.

“Kijk, aan jou heb ik wat. Precies, naar de bank. Nou, mijnheer Redshield hier heeft de grootste bank ter wereld. Al voor eeuwen. Mijnheer fucking Redshield behoort ook tot een topfamilie van de Illuminati. Nou, de Illuminati hadden straf verdiend, want die hadden geld uitgeloofd voor mijn voortijdig verscheiden. Wat is er beter dan geld halen bij een bankier van de Illuminati? Ik ga er natuurlijk van uit dat hij niet wenst te verdampen in een radioactieve wolk, ook al hebben wij het dan ook gehad. Het punt is echter..., wij kunnen niet verliezen, want wij zijn al dood.”

“Je kon nimmer voorzien dat de Illuminati je hier te pakken zouden gaan nemen.”

“Ja, dat kon ik wel. Ik wist precies dat toen ik Londen voor hulp met de Bundesnachrichtendienst vroeg, dat gezien het internationale karakter dit zou uitlekken naar de Illuminati. MI6 en de Illuminati, wel, ik heb mij vaak afgevraagd of er wel een verschil was. Dat de twee Illuminati mee zijn gekomen, is slechts een bonus, want nu kan ik meer geld van hun bank opnemen.”

“Wat had je gedaan wanneer zij niet waren meegekomen?”

“Iets moeilijker, maar nog niet onmogelijk. MI6, oftewel the SIS (Secret Intelligence Services), heeft de globale drugshandel in handen. Omzet vijfhonderd miljard per jaar. Ponden, of euro’s? Maakt niet meer uit, want die zijn nu gelijk. Nou van vijfhonderd miljard hadden zij ons best kunnen betalen, nietwaar?. Het was niet eens gokken met onze levens, want zoals gezegd, wij zijn al dood. Daarnaast zijn er mensen die niet dood willen, maar die wel hun leven voor minder wagen. Het was een win win situatie. Nou, tot zover de details. Kunnen we nu zaken gaan doen?” vroeg ik aan de Redshield Illuminati.

“Ik heb geen geld bij mij.”

“Ach god, wil je van mij wat lenen soms? Jij gaat geld overmaken naar een vriend van mij, of ga je liever met ons mee als gijzelaar? Ik bedoel... één oog ligt er al bijna uit, dus daar zit zo een gloeilamp in.”

“Nee, ik betaal als je mij zegt naar wie ik het geld over moet maken.”

“Dat komt zo. We gaan eerst over het bedrag praten. Ik was honderd miljoen waard... dood! Hoeveel ben jij dood waard?”

De adellijke bankierstelg keek mij angstig aan, en antwoordde: “Eh... niets.”

“Goed zo, hoeveel ben je dan levend waard?”

“Honderd... miljoen?” opperde de Illuminatifuck.

“En jij,” vroeg ik aan Fuckefeller, “Hoeveel ben jij levend waard?”

“Ik weet het niet, maar ik betaal honderd miljoen voor mijn leven,” brabbelde de gepensioneerde Illuminati door zijn gebroken gebit.

“Stefano, hebben we genoeg aan tweehonderd miljoen?”

“Het lijkt mij een hoop geld voor een paar van die smeerkezen. Doe maar, Zio.”

“Natasja, Perparim, ik denk dat wij dit geld aan moeten nemen. We verkopen daarmee onze principes niet. Tijd genoeg. De Illuminati gaat nu helpen om de oorlog tegen de Sacra Corona Unita te betalen. Maar aannemen die molm, hè?”

De grote Albanees en mijn Limboland prinses knikten.

“Goed. Ik neem tweehonderd miljoen van Redshield. Die kan de helft dan terugvangen van zijn vriend Fuckefeller. Redshield heeft een grotere bank dan die olieboer. Je maakt het bedrag over naar een vriend van mij. Zo gauw die mij bevestigt dat het geld ‘clear’ is, laten wij jullie gaan... wel..., er is nog een kleinigheidje van een borg, maar daar kom ik zo nog op.

Normaal betalen de banken niet uit wanneer er gebeld wordt om zo’n groot bedrag over te maken. Dit in het geval dat de klant gekidnapt is. Nou, Redshield is niet de klant, Redshield is de fucking bank, en wanneer de employee niet naar hem luistert, dan is de employee ontslagen. Alleen is Redshield dan een dode bankier."

Ik richtte mij tot de jonge bankierstelg: "Wat denk je knul, zie je problemen met die overboeking?”

“Nee, ik kan dat regelen.”

“Goed, regel er dan nog even driehonderd miljoen bij.”

“Waaat?” klonk het uit twee monden tegelijk, “Waar is dat voor nodig?”

“Slimme vraag. Het antwoord is nog slimmer. Dat geld is een borg. De garantie dat de ontvanger van de gelden later geen problemen ondervindt; dat er een onderzoek tegen hem wordt gestart, of dat hij problemen krijgt met overboekingen naar onze rekeningen. Uiteindelijk besturen jullie het bankwezen. Nou, normaal neemt de bank altijd zekerheid van de klant, nu neemt de klant zekerheid van de bank. Lijkt mij eerlijk en juist. Die borg is echter een koopje, want wij gooien gratis de Sacra Corona Unita in. Als die voortijdig gewaarschuwd worden, vervalt de borg ook. Is dat okay en begrepen? Jullie kunnen ook samen met ons meekomen straks, als dat jullie liever is.”

De twee mannen zwegen.

Ik vervolgde: “Door jullie samenwerking ben ik in een gulle bui geraakt. De borg dekt tevens iedere actie die tegen ons wordt ondernomen door officiële instanties zoals MI5, MI6, niet te vergeten de familieknokploegen, de Mossad of de CIA met hun ‘wet teams’ (Moord eskaders). Jullie mogen wel –wanneer wij klaar zijn met de Sacra Corona Unita- gangsters op ons afsturen, maar geen instanties, die door jullie gecontroleerd worden.”

“De borg zal zo goed als zeker verloren gaan dan,” zei de oude Jayfuck, met een nog steeds bloedende mond.

“Je moet niet zeiken, schriep. Jullie wilden honderd miljoen voor mijn dood betalen, dat maakt dan driehonderd miljoen voor Perparim, Stefano en mij, of wil je zeggen dat Stefano en Perparim minder waard zijn dan mij?”

De oude vrek schudde snel zijn hoofd, waardoor hij wat bloeddruppels in de rondte slingerde.

“Goed, de vrouw krijgen jullie er dan gratis bij. Uiteindelijk kan zij niet zulke mooie salto’s als Stefano maken. ‘Mind you’..., ze kan wel iets anders...”

“Jan,” waarschuwde Natasja.

“Oh ja, dat is ook zo. Zo, als jullie klaar zijn voor de overboeking van een half miljard, dan zal ik mijn vriend even aan de lijn roepen. Jullie kennen hem wel uit het clubje. Hij is ook van adel en tevens drieëndertigste graad Vrijmetselaar.”

“Michael,” schrok de jonge Redshield.

“Michael, zeer juist.”

Ik pakte de cryptofoon en drukte de vijf in.

“Jan,” klonk het even later in mijn oor, “Is alles goed met jou en je vrienden? Ik krijg vreemde berichten van de Director General van MI5.”

“Alles is onder controle, Michael. Ben jij klaar voor een video conferentie? Mister Baron Redshield wil even een overboeking naar je doen.”

“Geef mij vijf minuten, Jan.”

Ik zei tegen de MI6 ‘spook’: “Maak jij die computer even klaar voor een videoconferentie, dan zal ik je de URL geven. Geen dubbele bodem, want je meesters verliezen driehonderd miljoen... plus hun leven later. Ik heb de oude Redshield weten te kidnappen, ondanks hun waanzinnige beveiliging en ik doe het weer als het moet.”

Ik richtte mij tot de oude Fuckefeller en zei: “Het is beter dat je goede afspraken met dat hoerenjong hier maakt, want hij beslist over jouw molm. Hij breekt een afspraak en jij verliest de helft van de borg. Ik heb namelijk geen zin om naar Walt Disneyland te komen voor jou. Nooit van Amerika of Amerikanen gehouden, want die laten hun vliegtuigen opzettelijk in wolkenkrabbers vliegen.”

Even later zag ik het gezicht van Michael op het scherm verschijnen. Ik gaf Stefano een teken en hij kwam bij mij staan.

“Perparim, geef een MP5 aan Natasja en houden jullie dat zootje militairen en de ‘spook’ goed onder schot. We willen geen hobbels in deze fase van de transactie.”

Terwijl ik naar Redshield bleef kijken die nu voor de terminal zat, hield Stefano zijn blikken op Michael gericht.

“Hallo mister Redshield,” zei Michael, “Het is goed om u gezond en wel te zien.”

“Ik ben blij dat ik niet hetzelfde kan zeggen. Je bent een schande voor de broederschap.”

“Gek,” antwoordde Michael, “Ik wilde eigenlijk precies hetzelfde zeggen..., over u dan. Nog wat echtgenotes laten kidnappen en verkrachten de laatste tijd?”

“Nou, niet kibbelen jongens,” zei ik, maar ik hield mijn ogen gericht op de jonge Illuminati, “Redshield, neem de details van Michael en bel dan je spaarvarken.”

De Illuminati en de top-vrijmetselaar wisselden wat gegevens uit en terwijl Michael nog op het scherm was, belde de Illuminati zijn hoofdkantoor.

“Het is geregeld,” zei hij even later.

“Michael,” zei ik, terwijl ik mijn ogen niet afwende van het bankiersgebroed, “Drie honderd miljoen is een borg. Jij beschikt daarover. Iedere hinder die je ondervindt met verdere overboekingen, witwasonderzoeken, represailles of wat dan ook en het geld is van jou. Nou, bel mij terug wanneer onze tweehonderd miljoen absoluut veilig zijn.”

“Ik ga er nu onmiddellijk aan werken, Jan. Hier is Silvana, die wilde je even gedag zeggen. Ik spreek je zo.”

Nu pas keek ik naar het scherm en ik zag de moeder van mijn dochter in het beeld komen.

“Hi Jan, kun je het redden daar, lieveling?”

“Ja Silvana, we hebben je kwelgeesten net een half miljard schadevergoeding afgepakt. Hoe is het met je, mooi monster? Hoe is het met Franca? Ben je weer helemaal goed?”

“Zeker, nu ik dit hoor. Geweldig Jan. Franca? Wel, je zult het wel voor jezelf zien, wanneer je overkomt. Ik zie Stefano ook staan. Groet hem van mij... enne... Jan?”

“Ja lieverd?”

“Kijk uit met dat fucking MI6. Een groter stelletje levensverraders dan die fucking dopedealers bestaat er niet.”

Silvana en ik groetten elkaar en het beeld vervaagde.

Achtenveertig minuten later belde Michael.

“Jan, gefeliciteerd. Jullie geld en de borg zijn absoluut veilig. Hier is het codewoord, zodat je weet dat er geen wapen tegen mijn hoofd word gehouden.”

Michael gaf mij het codewoord en ik stak mijn duim op naar Stefano. We waren erdoor. Ik groette Michael en beloofde hem en Silvana op te komen zoeken, zodra wij klaar waren met de Sacra Corona Unita. Michael was een machtig man, net als de Redshields.

“Zo,” zei ik, “We zijn er door. De Illuminatifucks daar zullen we voorlopig geen last van hebben, maar wat moeten we nu met MI6?”

“Hoe bedoel je,” vroeg Harry Palmer.

“Wel, sommigen van jullie kunnen rare ideeën in hun hoofd krijgen, ondanks de driehonderd miljoen borg van de Illuminati. Dus daar moeten wij nog even wat aan doen.”

“Wat wil je nog meer doen?” vroeg de MI6 man.

“Is dat ook een videobril die je draagt?” vroeg ik.

“Ja, hoezo? Jullie dragen geen videobrillen, want Bluetooth heeft maar tien meter reikwijdte. De vrachtwagen staat zeker dertig meter hier vandaan.”

“Hoe vind je mijn nieuwe horloge?” vroeg ik.

“Je bedoelt dat...? Oh Jezus, daarom bleven jullie bij die videoconferentie staan. Jij filmde Redshield en Stefano nam Michael op.”

“Ja, maar er is meer. Het Bluetooth videosignaal werd opgevangen en gemoduleerd met een sterker microgolfsignaal in het horloge. Dat signaal werd opgevangen in de vrachtwagen en tot een video samengesteld. Die video is inmiddels ‘ge-upload’ in het Internet.

Alles, maar dan ook alles wat hier voorgevallen is, staat op video. Vanavond gaat er een kopie naar de Director General van MI6 en naar verschillende andere personen. Wanneer er iets gebeurd met ons dan worden de video’s eerst naar de Duitse regering gestuurd en daarna naar de nieuwsmedia -die niet door de Illuminati gecontroleerd worden. Wat dat betekent, hoef ik je niet uit te leggen. ‘You fucked up, mister Potter, and you fucked up fucking bigtime’. Het wordt net zo’n success als de Da Vinci code, alleen dit is fucking real!

Nou, als je nu heel erg boos bent, dan laat je ons doodschieten, terwijl wij hieruit lopen. Wij zij dan wel dood, maar zo zijn jullie en nog tienduizenden anderen. Hoe bedoel je: 'Duitsland zal wel blij zijn met een explosie van duizend kilo semtex en een ‘dirty’ nucleaire bomb?'”

“Ik geef nu opdracht om jullie vrije doorgang te verlenen,” zei Harry verslagen.

Bij de vrachtwagen aangekomen, draaide ik mij om naar het hoofkantoor en hield de afstandsbediening van de bommen omhoog. Ik wist dat er naar ons gekeken werd.

“Natasja,” riep ik, “kom eens even helpen, jij bent hiermee beter dan ik.”

Ik opende mijn broek en begon tegen de zesentwintig IllumiNato vlaggen aan te pissen. Natasja schaterde. Stefano en Perparim gaven elkaar -zeer ongewoon- een ‘High Five’ Vaag hoorde ik de twee jonge Camorristi in de Merdeces een onderwereldlied zingen, terwijl de rakettenbatterij weer onder de vrachtwagen verdween.

 

Het was pas in het restaurant van het hotel, diezelfde avond, dat wij weer een beetje gestructureerd konden praten. We waren hyper geweest gedurende de terugrit. Zelfs de apollinische Stefano was nu dionysich. Onderweg waren we verschillende keren gestopt, want Flavio en Renato wilden met ons allemaal tegelijk praten. We waren zoals gezegd hyper en euforisch.

Nadat we die middag een paar uur geslapen hadden, kwamen wij overeen om in het restaurant allemaal op onze beurt te praten, of gevraagd te worden. We waren uiteindelijk geen boerengangsters, wij bedienden ons van de modernste technieken. Wij hadden zojuist tweehonderd miljoen verdiend. Er was geen sprake van hiërarchie, maar het was algemeen geaccepteerd dat de oudste eerst sprak. Ik zei dus: “Stefano, jij bent de voorzitter, maar voor Natasja stel ik voor dat wij in Engels spreken.”

Ik keek hoe de zoon van mijn dierbare vriend Franco, zijn mond afveegde, en zei: “Renato heeft de grootste input in het plan gehad, ik vind het dus juist dat hij en Flavio beginnen.”

Ook bij de Napolitanen werd gedelegeerd, want Renato was net als zijn vader, mijn lieve vriend Lucio, een man van eer. Hij gaf dus het woord aan Flavio. Normaal volgens hiërarchie zou het ook zo gegaan zijn, maar nu had iedereen respect betoond en ontvangen.

“Zio,” vroeg de jonge Camorrista, “Gisterenavond wisten wij nog niets van tweehonderd miljoen. Wij waren onder de indruk dat wij de vendetta gewoon uit eigen zak zouden betalen. Wat veranderde er?”

“Flavio, net zoals je zegt, dat was gisterenavond. Ik wist toch ook niet alles gisterenavond?”

Renato viel hem bij: “Zio, dat deden wij om u niet onnodig ongerust te maken.”

“Ik wilde jullie niet onnodig blij maken. Nu hebben wij het geld, dus we kunnen tevreden zijn.”

“Tevreden of uitbundig, Zio?” vroeg Flavio.

“Testa di cazzo (klootzak),” zei Renato tegen zijn neef.

“Ik ben redelijk tevreden, Flavio. Het is dat dit op de rug van Anouk rijdt, dat mij stopt om uitbundig te zijn. Wat mij echter extatisch maakt, is dat ik mijn vrienden heb kunnen plezieren. Jullie zijn het liefste dat ik heb. Jullie, en jullie vaders zijn mijn leven.”

Renato sprak: “Zio, ik heb het manipuleren en improviseren van u en van mijn dierbare oom Franco geleerd. Ik vraag u dus niet wat u gepland had. Ik weet hoe goed u bent. Ik geef het woord aan Perparim.”

De grote Albanees nipte van zijn glas met wijn. ‘Eentje, om alles te vieren is goed,’ had ik hem eerder uitgelegd.

“Gian,” zei hij, “Toen ik je voor het eerst zag in Engeland met miss Vanny Fraser, dacht ik dat je een patser en een weggooier was. Toen dat avontuur over was, wist ik dat je de man was. Je bent mijn bloedbroeder en ik zag mijn bloedbroeder vanmiddag de machtigste mannen ter wereld omver trekken. Mohammed moet zoals jij zijn geweest.”

Iedereen zweeg, want dit was blasfemie uit de mond van een Moslim.

Ik stond op, liep naar de grote man toe en omhelsde hem.

“Je bent een mooi mens, Perparim,” zei ik aangedaan.

“Laat mijn vriend hier voor mij praten,” zei de Albanees en klopte Natasja op haar arm.

Natuurlijk hadden wij eerder in bed gesproken. Natuurlijk, maar dit was officieel, nu was het feest en sommige dingen moesten gezegd worden.

Natasja. “Ik ben geen prater en mijn Engels is niet zo goed dat ik kan zeggen, wat ik zou willen zeggen. Jan, Perparim en ik hebben gezien hoe een prachtige jonge man in een flits twee militairen in een salto uitschakelde. Als je dat nimmer gezien hebt, valt het niet te geloven. Tegelijkertijd zag ik hoe een oude lelijke vent diverse psychologische salto’s maakte en hele organisaties en de MI6 schaakmat zette. Terwijl hij toch bezig was, verdiende hij tweehonderd miljoen. Hij startte met een plan van Renato. Wat probeer ik te zeggen? Renato, ik heb het verhaal van jou en Pam gehoord van Zio. Jij en Pam moeten de gelukkigste mensen ter wereld zijn.”

“Weeh, weeh,” zeiden Stefano, Flavio, Perparim en ik.

“Stefano,” vervolgde Natasja, ”Je moet gezien zijn om geloofd te worden, ik heb je gezien. Ik heb je arme vader nooit gezien, maar ik heb veel over hem gehoord van Jan. Ik denk dat jouw vader bijzonder trots op je zou zijn geweest. Je bent een moedige man en een eerlijke man, heb ik gezien. Je bent een man om van te dromen.

Ik ben met een nachtmerrie. Hij is oud, hij is lelijk en hij is goor, maar ik wil hem voor niemand ruilen. Ik heb hem in actie gezien en ik ben sprakeloos. Ik wist van de laatste twee dagen dat hij erg veel kon; ik ben nimmer meer dan één keer aan mijn gerief gekomen, bij welke man dan ook. Ik heb ook niet veel mannen gehad, maar jullie Zio, liet mij negen keer sterren zien en het was zo geweldig dat ik mij er niet voor schaam om dit te zeggen. Geen wapens, bommen of Polonium. Nee, liefde en tederheid. Ik ben trots op hem, zeker, maar ik bewonder hem en ik houd van hem. Sorry.”

“Zio,” zei Stefano lachend, “Wat hoor ik nu? Ach, ik heb het altijd vermoed, want er waren altijd vrouwen. Ik begrijp nu dat ik nog veel van u moet leren, Zio.”

“Weeh, weeh,” juichten Flavio en zijn neef Renato.

Perparim keek afgemeten. Ik was aangeslagen, ik had alles verwacht, maar niet wat Natasja net had gezegd. Zeker, het was een verschrikkelijk groot compliment dat zij mij maakte, maar het was alsof ik Anouk hoorde praten. Simpel en eerlijk.

Ik hoorde ook Natasja’s zoontje, Thierry, roepen: “Mama, mama!”

Ik draaide mij om en zag hoe Pietro met Thierry aan zijn hand, het restaurant inkwamen. Het jongetje liet de hand van Pietro los, rende het restaurant door en vloog Natasja om haar nek. Mijn Shapeshifter huilde nu en ik dacht dat het kind doodgeknuffeld zou worden.

“Wat is er gebeurd?” vroeg ik aan Pietro.

“Niets, Don Giovanni. Toen ik het kind achter wilde laten bij de zuster van Natasja, begon hij hartverscheurend te huilen. Ik begreep dat hij naar zijn moeder, of met mij mee wilde. Wij kunnen goed met elkaar opschieten en we hebben geen enkele moeite om elkaar te begrijpen. Mogelijk omdat ik altijd een zoon heb willen hebben. Het is een lieve jongen.”

Ik vertelde Natasja wat er voorgevallen was.

“Je moet nu terug, lieverd. Het is te gevaarlijk met je kind erbij. Je hebt het beloofd.”

Natasja huilde en knuffelde Thierry nog steeds, maar ze schudde vastbesloten haar hoofd. Ze zei snotterend: “Er moet een oplossing zijn, Jan. Ik ga niet bij je weg.”

Stefano kon mij goed en hij zag dat er een probleem tussen Natasja en mij aan het ontstaan was. Hij vroeg mij wat er aan de hand was. Ik vertelde hem wat Natasja wilde en zag hem nadenken.

“Pietro,” vroeg hij even later, “Wil jij een dag of vijf vakantie?”

“Niet echt, Don Stefano. Waarom?”

“Ik verwacht dat het hier gaat beginnen met een dag of vijf. Als het jongetje werkelijk bij jou wil blijven, wel, breng hem dan naar je vrouw en kijk hoe hij daarmee op kan schieten. Als dat na vijf dagen niet blijkt te lukken, dan mis je de pret hier, want dan blijf je met Thierry thuis. Anders verwacht ik je met vijf dagen weer hier. Waar zijn je mannen?”

“In het motel, Stefano. Wie wijs ik aan voor het commando?”

“Luigi. Wat denk je van het idee?”

“Het is geweldig, ik breng graag een paar dagen met de jongen door en mijn vrouw heeft altijd kinderen willen hebben. Ja, als Natasja het goed vindt, graag. Dan gaan wij nu nog rijden.”

Stefano legde zijn idee uit aan Natasja en ik zag haar gezicht opklaren. Ze vroeg: “Thierry, wil jij met oom Pietro op vakantie naar Italië, tot mama je weer komt halen?”

Het kind knikte enthousiast, greep Pietro’s hand: “Mag Io dan weer guidare, Zio Pietro?”

Blijkbaar had Pietro hem, naast wat Italiaans, ook al leren sturen. Natasja stond op en omhelsde Pietro. Perparim keek niet echt blij.

Toen Pietro en Thierry gegeten hadden, vertrokken zij naar Italië. Natasja was vrolijk en treurig tegelijk bij haar zoons vertrek.

“Beter voor kinderen dan Pietro en zijn vrouw bestaan er niet, Natasja,” troostte Stefano haar. Snel nam de hyperstemming van ’s middags weer over bij Natasja en ‘shifte’ zij weer in haar oude ‘shape’.

 

“Jan,” vroeg Natasja, mij later in bed, “Had je alles van te voren uitgedacht? Ik bedoel, hoe kon je er zo zeker van zijn dat alles goed af zou lopen? En dan, terwijl je toch even bezig was, pakte je die Illuminati gelijk maar tweehonderd miljoen euro af.”

“Nee lieverd, als je bedenkt dat ik gisterenavond pas het plan hoorde van Stefano, dan kun je nagaan dat ik niet alles van te voren heb kunnen plannen. Daarnaast hoorde ik vanmorgen pas dat iedereen mee zou komen.

Wat ik heb gedaan, was improviseren. Je kijkt heel snel wat voor ‘assets’ je tot je beschikking hebt, en dan maak je een basisplan. Wanneer dat stabiel en goed is, dan bedenk je er andere mogelijkheden en combinaties bij, terwijl je bezig bent. Zo kom je tot een passend geheel. Maar het was geen tweehonderd miljoen, het was een half miljard, lieverd.”

“Ja, maar die driehonderd miljoen zijn toch een borg?”

“Inderdaad, maar de hoofdzaak is dat wij de tijd daardoor krijgen om de Sacra Corona Unita aan te pakken. Ik zorg er wel voor dat ze hun verplichtingen niet nakomen, dus verliezen ze die driehonderd miljoen ook.”

“Waarom heb je niet gelijk vijfhonderd miljoen bedongen, Jan?”

“Dan had het accent teveel op het geld komen te liggen. Bij personen die op een quasi zelfmoordmissie zijn, ligt de klemtoon niet zo zeer op het geldbedrag. Dat zou hun missie ongeloofwaardig maken. De borg was het belangrijkste, want die gaat naar Michael. Ze weten dus dat wij niet zozeer achter het geld aanjagen. De tweehonderd miljoen kunnen ze allemaal begrijpen, want dat gaat de kosten voor de oorlog tegen de Sacra Corona Unita dekken.”

Natasja dachte even na en zei toen, “Ja, ik kan dat volgen, maar hoe kon je voorzien dat ze je dreiging met die ‘dirty’ bom serieus zouden nemen? Uiteindelijk blaast iemand zich niet zo maar op.”

“Een jaar geleden hebben Stefano en Renato een heel magazijncomplex van de Vangenati, in Milaan, besmet. Zowel de Illuminati en MI6 wisten vandaag dat wij dat gedaan hadden. Met de Geigerteller werden wij radioactief bevonden. Ze wisten van Stefano, Perparim en mij dat wij recent een verschrikkelijk verlies hadden geleden. Zij hadden geen reden om aan te nemen dat het met jou anders zou zijn, anders was je niet met ons meegekomen.

Ze hadden veel meer reden om te geloven dat wij het wel zouden doen, dan dat het een bluf was. Denk erom, de Illuminati zowel als MI6 zijn gewend om met waanzinnige samenzweringen en ongelooflijke catastrofes om te gaan, die zij zelf in scène zetten. Kijk maar naar de Twin Towers, Pearl Harbour en de Golf van Tongkin. Waarom zouden wij anders zijn? Ze konden geen risico nemen, er viel niets te winnen voor ze, maar wel alles te verliezen.

Ja, ik heb er even aan gedacht dat het verkeerd kon aflopen, maar we riskeren ons leven meer, wanneer wij ons in het drukke verkeer begeven. Om je vraag te beantwoorden, nee ik heb het niet van te voren gepland. Dat kan ook niet altijd. Ik ben echter erg goed in improviseren, dat weet ik zelf, maar dat weten mijn vrienden ook.”

“Volgens mij had het mis kunnen gaan op het moment dat die vier militairen naar binnen kwamen. Wat als zij onmiddellijk geschoten hadden. Ze hadden jullie uiteindelijk onder schot.”

“Wel, dat was omdat Stefano en Perparim dat toelieten. Dat was de bedoeling ook. Denk niet dat die twee zich zo maar even een machinepistool in hun gezicht laten duwen, wanneer zij dat niet willen. Je hebt gezien hoe snel ze zijn. Daarnaast wist ik niet zeker dat de twee Illuminati er ook zouden zijn, al had Herr Kaufmann mij wel een waarschuwing in die richting gegeven. Zelfs zonder de Illuminati, wilde MI6 nog iets van mij. De CD met de gegevens over de Sacra Corona Unita. Als ze mij doodgeschoten hadden, dan was die informatie voorgoed verloren. Informatie verliezen, wil MI6 niet, ze verliezen liever geld.”

“Hoezo, als wij dood waren dan hadden ze toch zelf die CD kunnen pakken?”

“Ja, dat wel, maar dat was alles geweest. Het paswoord wisten ze niet, en denk erom dat die Duitsers ‘gründlich’ zijn. Die gebruiken geen fietsslot om een trein te beveiligen. Wat ze wel met ons hadden gedaan, is nu van geen belang. We weten het niet en we zullen het nooit weten, maar het is onbelangrijk. We zijn erdoor, monster.”

Natasja kroop tegen mij aan en zei: “Ja, en ik vind dat je het geweldig gedaan hebt. Ik sta nu echt nergens meer van te kijken met jou. Weet je nog wat trucjes misschien, want ik ben meer dan in de stemming voor wat vochtig vermaak. O, ik ben erg, hè?”

“Mmm, erg lekker, ja. Je zult mij moeten overtuigen. Kun je die waar de vrouw de man probeert op te tillen met haar lippen?”

“Nee, hoe gaat dat dan?”

“Wel, de meeste mannen hebben een zogenaamd buikhandvat. Wil je dat ik het je leer?”

Natasja wilde dat en we weten intussen dat mijn Farfallina een uitstekende leerlinge is, dus ik hoef hier niet verder over uit te weiden.

 

ANNOUK III - Putting it together...

De volgende dag zat ik met twee leerlingen in het mobiele commando- en communicatie centrum, oftewel de omgebouwde Italiaanse Mercedes vrachtwagen. Alle inlichtingen die ik in Holland van de Pugliesen had verkregen in de fabriekshal, plus de informatie van de twee Italianen uit Campobasso –die ik ongedeerd had laten vertrekken- werd door Natasja in een computer ‘outliner’ programma ingevoerd.

Ik was de gegevens op de CD van Herr Kaufman aan het doornemen en gaf de noodzakelijke details door aan Renato, die aan de andere kant van mij zijn gegevens zat in te voeren.  

“Zio,” had Stefano mij vanmorgen aan de ontbijttafel gevraagd, “Wilt u dat ik bij het onderzoek aanwezig ben? Ik neem aan dat er wel een paar dagen overheen gaan, voordat wij enige actie kunnen ondernemen. In dat geval zou ik willen voorstellen dat Flavio, Perparim en ik onze mensen, die over NordRhein Westfalen in motels verspreid zitten, bezoeken en motiveren. Niets is erger in dit beroep als verveling. Ik wil de mannen scherp en alert houden.

Ik vermoed dat wij morgen een goed idee zullen hebben, waar de rattennesten zich bevinden. Vanaf dat moment gaan wij de gehele omgeving verkennen om ons daar vertrouwd mee te maken. De ‘wheelmen’ (zeer capabele hoge snelheids achtervolgings- en vluchtauto-chauffeurs) kunnen zich dan vertrouwd met de algemene ontsnappingsroutes maken. Daarna wil ik een paar gesimuleerde aanvallen doen, waarbij alle mannen in verbinding staan met de coördinator hier, die het commando heeft. Wat dacht u?”

“Uitstekend idee, zoon,” had ik geantwoord, “Tenzij wij voor drastische verassingen komen te staan, sluit ik mij daar helemaal bij aan. Renato, Flavio, Perparim, is dat een starter?”

De grote Albanees en de twee jonge Camorristi hadden volmondig hun instemming betuigd.

Toen ik vroeg, ‘Stefano, wie wordt de coördinator eigenlijk’, had de Bresciaanse mafioso geglimlacht en geantwoord: “U en Renato zijn de beste planners, Zio.”

“Precies, maar Renato is nog een betere planner dan ik. Snel, jong en wakker, Misschien dat hij dan coördinator wil zijn, want mij krijg je zo gek niet. Ik zit de hele dag voor een fucking computer. Ik weet wat je probeert te doen, en ik dank jou daarvoor, maar ik bedank voor de eer.”

“We zien wel,” was Stefano zijn antwoord geweest.

“Aye, fucking right, we zien wel. Als jij mij niet wilt in je groep ga ik met Renato, Flavio of Perparim mee.”

Dat was die morgen aan het ontbijt geweest. Natuurlijk was ik niet kwaad, want ik wist waarom Stefano dit wilde. Ten eerste ben ik goed met plannen, maar zijn hoofdgedachte was dat hij mij niet in de strijd wilde hebben, met zo een grote, gevaarlijk vijand. Niet nadat hij pas zijn geliefde vader had verloren. ‘Ik vraag mij af of Renato coördinator zal willen zijn,’ dacht ik en verloor mij een ogenblik in overwegingen.

Renato was intertijd behalve een angstig knappe man, ook een superintelligent persoon, een geweldige vechter en een man van eer, toen ik op zijn bruiloft mijn vriendin Pam moest weggeven. Ik zag weer hoe alle bruiloftsgangers gegijzeld werden en twintig lijfwachten van de Camorra onmiddellijk werden doodgeschoten door Siobhán en haar Vangenisti. ‘Misfit and the Hitslit’ Het was hen om mij en Pam, de bruid van Renato, te doen.

Ik zie weer hoe Renato vocht om haar leven te redden, maar Siobhán was een razor-queen uit de Gorbals, in Glasgow. Zij had hem aan linten gesneden wanneer Stefano zijn vriend niet in zijn bovenbenen had geschoten, zodat Renato niet verder kon vechten. Ik zie ook weer hoe Stefano ernstig gewond raakte in het gevecht met Siobhán. Stefano weigerde een vrouw te doden, omdat hij dat beneden zijn waardigheid achtte. Judith, mijn vriendin, die met mij naar Napels was gereisd, had dat probleem niet en zij schoot Siobhán twee keer door haar hoofd.

Renato, had een jaar lang psychische problemen gehad, omdat hij vond dat hij zijn vrouw niet had kunnen verdedigen. Na een jaar moest hij weer tegen een vrouw vechten. Honey, de prijsspionne van de Illuminati, die naar Franco en mij was overgelopen, vocht honderd keer beter dan Siobhán. 'Trash and the Honeygash' Het was in dit gevecht dat Stefano en ik tussen Renato en Honey arrangeerden, dat Renato zijn psychische probleem overwon en zijn eigenwaarde terugvond..., door van Honey te winnen. Renato wat was hij goed gew...      
 

“Zio," onderbrak Renato mijn dagdroom, “Ik heb mijn vader aan de telefoon."

“Ciao Lucio,” zei ik toen ik de telefoon aanpakte, “Hoe is het in Napels, mijn vriend?”

“Stiamo bene, Giuwa. Ik hoor net van Renato dat het met jullie daar uitstekend gaat. Gedraagt mijn zoon zich een beetje?” vroeg mijn oude vriend, een Vangelista van de Camorra.

“Je hebt het net van hem gehoord, Lucio en nu hoor je het van mij. Die vijf mobiele commando- en communicatie units, die jij en Umberto hebben besteld, zijn al zo’n vijftig keer betaald..., dank zij je zoon. Hij had een briljant idee, en het werkte.”

“Werkelijk? Dat is geweldig nieuws. Daar heeft hij mij nog niets van gezegd. Nou ja, hij is niet voor niets mijn zoon,” lachte Lucio bescheiden, en vervolgde: “Luister Giuwa. Er zijn hier twee Italianen uit Molise. Ze zeggen dat ze zich bij ons melden moesten. Klopt dat?”

“Ja, dat is juist. Goed zo, kijk of je ze iets kunt laten verdienen. Ze zijn alle twee financieel afgebrand, maar het waren goede vijanden. Anders kun je ze laten gaan.”

“Zij staan hier naast mij. Één wil je iets vertellen. Hij zegt dat het dringend is, Giuwa.”

Een ogenblik later hoorde ik: “Buongiorno Don Giovanni. Dit is Luca. Ik wilde u bedanken voor uw oprechtheid en uw behulpzaamheid. Tot wij uw vriend Don Lucio ontmoetten, zijn wij steeds bang geweest dat wij vermoord zouden worden. Het is niet logisch, dat weet ik, want dan had u dat in Holland wel gedaan. Ik heb echter iets van informatie, dat ik u alsnog wilde geven. Ik had mij in Holland voorgenomen om u dat te geven, wanneer u eerlijk met ons zou zijn. Ik wil mijn voornemen dus waarmaken...”

“Luca, wat je gedaan hebt, kan ik mij indenken, maar waarom is dat er in het verhoor niet uitgekomen? Leer mij iets..., wat hebben wij verkeerd gedaan?”

“Niets, Don Giovanni, niets. Het was alleen dat ik wist dat ik de enige van ons twee was, die deze informatie had. Het is niet veel misschien, maar ik zat een keer op het toilet in het Pugliese restaurant Aquasala in Dusseldorf, toen er twee manovalanze (ingezworen manschappen) van de groep van Dino –de eigenaar van het restaurant- het toilet inkwamen om coke te ‘snorten’.

...‘Wie is die Fausto eigenlijk?” hoorde ik een man vragen. ‘Fausto is een ‘Vangelista,’ antwoordde zijn maat. Hij komt speciaal over voor de zaak met die Hollander’.

‘What te fuck is een Vangelista?’ vroeg de eerste. ‘Het is één van de hoogste rangen in de ‘Ndrangeta, maar de Camorra en de Sacra Corona Unita, voor wie wij werken, gebruiken die rangen nu ook sinds een paar jaar. Gek eigenlijk, want Vangelista betekent gewoon Evangelist.’

‘Dus die Fausto is een hele hoge in de Sacra Corona Unita? Wat is het voor een vent eigenlijk?’ ‘Je wilt het niet weten, het is een sadist. Voordat je het weet groeit er een loop van een Beretta uit je oor.’ ‘Fijne Evangelist is dat dan’. ‘We zullen niet veel last van hem hebben want hij beveelt rechtstreeks aan de Santiste in Duisburg, Keulen en hier in Düsseldorf. Wat ik gehoord heb, is het één van de meest capabele en gevaarlijke mannen uit Zuid Italië’...,” besloot Luca.

“Good man, Luca. Ik waardeer dat. Geef mij Don Lucio nog even. Als jullie mij niet meer horen, dan wens ik jullie veel succes. Mijn vriend zal jullie op weg helpen. Bedankt voor de informatie.”

“Lucio, fammi ‘na curtesie. Geef die mannen een paar duizend euro. Ik denk dat wij wel wat aan die informatie hebben.”

Ik hoorde hoe Lucio de twee Pugliesen beval om even in het restaurant te wachten, voordat hij tegen mij zei: “Giuwa, die informatie is zeer waardevol. Die Vangelista heet Fausto Macchiarola. Het is een maverick (afgedwaalde) Vangelista, want hij was te heavy voor één familie. Hij is daarna freelance gegaan en voert bijzondere opdrachten voor de Sacra Corona Unita en de ‘Ndrangeta uit. Op een gegeven moment had hij had ook een groep mensen voor hem werken, maar wat daarmee gebeurd is, weet niemand.

Ik ken jou, ik ken Stefano en ik ken Flavio. Ik zou mijn zoon Renato niet graag tegenover dat beest willen zien staan, hoe goed mijn zoon ook is. Het is een psychopaat, maar hij is een zeer intelligente en onwaarschijnlijk sluwe psychopaat. Ik vraag jullie zeer voorzichtig te zijn. Iedereen vergist zich in Fausto Macchiarola. Dat is zijn kracht. Zijn kracht en zijn moed, het is zeker geen lafaard.”

“Macchiarola..., Macchiarola, ik heb die naam eerder gehoord, Lucio. Goed, natuurlijk zijn we voorzichtig.”

“Ik zal die twee jongens wat karweitjes laten doen. Mochten ze niet goed genoeg zijn, dan geef ik ze wel wat geld, zodat ze zich de eerste tijd kunnen redden. Giuwa..., let op. Dit wordt een zware strijd. Ti saluto, compare.”

“Ciao Lucio, hartstikke bedankt en groet Umberto van ons allemaal.”

“Macchiarola,” zei Renato even later, “Ik heb die naam ook gehoord, Zio. Ik heb een raar gevoel.”

“Ik ook, zoon. Ik ook. Laten we maar doorwerken, misschien kom ik wat meer te weten van de informatie op de Duitse CD.”

Verdiept in ons werk, verloren wij alle besef van de tijd. Voordat wij het wisten was het avond en stapten Stefano, Flavio en Perparim de MCCC (Het Mercedes communicatiecentrum) in. Ik vroeg Stefano om mij nog een half uur te geven, zodat ik hem en de anderen, later in het restaurant een volledig beeld kon geven van mijn bevindingen.

Ik zei tegen Natasja: “Ik ben met een half uur klaar, foofie. Ga met de jongens mee, dan kun je vast gaan douchen en opknappen, want je begint te stinken.”

‘Macchiarola... Macchiarola...,’ fluisterde ik en keek naar de foto die de Herr Kaufmann had bijgevoegd op de CD, ‘ik ken jou..., ik ken jouw naam. Jij bent slecht nieuws en ik weet dat. Jij bent fucking slecht nieuws.’ Ik scande de gehele CD, de ‘outline’ die Natasja had gemaakt en de input van Renato nog een keer. Niets, ik had alle informatie die er was. Het zou uit mijn hoofd moeten komen.

 

Een uur later stapte ik het restaurant binnen, nadat ik mij snel gedoucht en omgekleed had. Ik zag onmiddellijk dat de stemming aan de tafel bedrukt was. De ogen van mijn vrienden verraadden hen niet, zij hadden teveel ervaring, maar ik zag de waarheid in Natasja’s ogen. Ik zag medelijden en verdriet en ik wist dat ik het wist. Ik zei: “Jij wist het, Renato. Waarom heb je het mij niet gelijk gezegd?”

“Mijn vader belde net met die informatie. Hij is in alle staten en wil onmiddellijk hierheen komen. Het spijt mij zo verschrikkelijk veel, Zio,” zei hij terwijl de tranen over zijn wangen rolden. De wereld draaide van mij weg en ik dook in een vertrouwde psychose.

“Dat is de man die onze Anouk vermoorde met een halsschot,” zei Stefano, met moeite het van woede trillen, uit zijn stem houdend.

Ik liep naar de man, en vroeg: "Hoe heet je?"

De man keek mij rustig aan, terwijl hij antwoordde: "Macchiarola. Angelo Macchiarola".

"Angelo Macchiarola, hoe voelde het om een achttienjarig meisje door haar keel te schieten? Ze zou mijn vrouw worden, weet je? Ik weet dat het niet persoonlijk was, maar kun je je voorstellen hoe ik mij voel?”

Angelo knikte, en zei: “Ik ben niet bang om te sterven, en ik weet dat ik ga sterven, maar het was mijn beroep. Het was inderdaad niet persoonlijk, ik liet u nog zien dat het alleen om de vrouw ging. Ik had u gemakkelijk neer kunnen schieten. Ik betuig u echter mijn deelneming. Als ik de opdracht niet had uitgevoerd, dan was ik geëindigd als de vader van het meisje.”

“Dus daar weet je van?”

“Ja, uw vriend Franco heeft het mij verteld.”

“Wat was verkeerd met een hoofd, of hartschot? Waarom moest zij lijden?”

“Zo was het mij opgedragen, omdat Gerardo moest lijden met een priem in zijn hersens.”

“Ik begrijp het. Goed, je weet dat je dit niet overleeft?”

“Jawel.”

Ik pakte een gouden Cartier ballpoint uit mijn zak en ze: “Jij bent de moordenaar van Anouk, het liefste dat ik op deze wereld bezat. Geef mij je handtekening, dan laat ik die op haar foto zetten, opdat ik beide altijd herinner.”

Renato sneed de man zijn handen los, terwijl Flavio hem een stuk schrijfpapier gaf. Gedurende het zetten van de handtekening, hielden Reanato en Flavio een pistool op het hoofd van de man. Uiteindelijk was Angelo een professionele ‘hitman’ en hij kon, net als Anouk, doden met een ballpoint.

Na het zetten van zijn handtekening, gaf de man mij de pen terug. Ik klikte doelloos wat met mijn duim op de pen, terwijl Renato en Flavio hun wapens lieten zakken.

“Het spijt mij oprecht,” zei de ‘contractkiller’, “Het was ‘never’ persoonlijk.”

“Het spijt mij ook..., en dit is ook niet persoonlijk,” zei ik, en sloeg achterwaarts de metalen ballpoint in de halsslagader van de ‘hitman’. Ik trok de pen terug en terwijl zijn levensbloed in mijn gezicht spoot, sloeg ik de pen nog een keer in zijn keel.

“Zo Angelo Macchiarola, dan weet jij ook weer hoe dat voelt,” zei ik, “Het probleem is dat jullie killers je niet kunt verdedigen. Anders had je nu niet op de grond gelegen met een dubbele tracheotomie. Anouk kon zich wel verdedigen, maar tegen een kogel is niemand opgewassen, nietwaar?”

“Laat dat vuil naar buiten gooien,” zei Franco tegen Rino.

“Sorry dat dit in je huis gebeurde, Franco, maar de gelegenheid had zich buiten nooit zo voorgedaan.”

“Doe niet zo achterlijk, Gian. Het was perfect zo. Wat wil je met die vier medaillonnetjes doen? Zij hebben de moordopdracht op Anouk, zowel als op haar vader gegeven. Wil je ze afschieten?”

Ik dacht na en zei toen: “Nee, de grootste wil ik vechten. De andere drie mogen een keus maken uit zelfmoord, of met zijn drieën samen tegen één van de jongens, als de vaders het er mee eens zijn.”

Ik zag dat iedereen om mij heen stond, toen ik weer bijkwam. Weer lag ik met mijn hoofd in Natasja’s schoot. Zij streelde mij liefkozend over mijn gezicht. Perparim hielp mij met opstaan. De Duitsers aan de tafel naast ons keken mij medelijdend aan, terwijl Stefano de chef van het restaurant geruststelde, en hem verzekerde dat ik het restaurant niet zou bevuilen.

“Jan,” zei Natasja, “Laten wij een uur gaan rusten. Dit is nu de tweede keer in vier dagen. Dat kan niet goed zijn. Kom lieverd, ik weet zeker dat...”

“Ik ben okay, monster. Ik ben zo okay dat ik ga zitten en iedereen op de hoogte stel van wat we aan informatie hebben. Je bent een echte lieverd, maar dit gaat nu voor.”

Ik wende mij tot Renato en vroeg: “Was Anouk’s killer de broer van Fausto Macchiarola?”

Renato aarzelde even, maar even was lang genoeg. Ik had het begrepen.

“Mijn God,” zei ik, “Het was zijn zoon dus?”

“Ja, Zio.”

“Arme man,” zei ik.

Niemand sprak mij tegen, want de meesten van ons wisten hoe het was om een vader of een kind te verliezen.

Gedurende de maaltijd sprak er niemand. We hadden genoeg om over na te denken, maar wij dronken wijn. Veel wijn. Zelfs Perparim dronk wijn, want iedereen, behalve Natasja, had de enormiteit van het noodlot begrepen. Stefano keek mij aan en schudde zijn hoofd, alsof hij zeggen wilde: “Nee Zio, dat gebeurt nooit.”

Ik knikte langzaam om hem tegen te spreken, en opende mijn handen naar hem om te zeggen: “Wat moet ik? Ik kan niet anders.”

“Ik zal jullie vertellen wat de status is,” zei ik, toen wij aan de koffie zaten, “Renato, wanneer ik iets vergeet, spring onmiddellijk bij. Natasja, dit wordt vervelend, want het gaat in het Italiaans. Weet je zeker dat je erbij wilt blijven?”

“Alleen wanneer ik straks in bed je hoofd nog een keer in mijn schoot mag leggen,” antwoordde zij in het Nederlands.

Ik verslikte mij zowat in de espresso en lachte hoestend, terwijl ik aan
mijn verslag begon.

“Drie afgevaardigden van de Pugliese SCU families Pacchioni, Narciso en Vaccarelli controleren respectievelijk Düsseldorf, Duisburg en Keulen. Dit... zijn onze tegenstanders. Leiding. De hoogste rang is Sgarristo, geen van de families heeft een Santista aangesteld. De Santiste van de genoemde families komen geregeld uit Italië om de activiteiten te controleren en het vuile geld op te halen. Mankracht. De totale, militaire mankracht wordt geschat op vierhonderdvijftig man.

Bewapening. Volgens de Duitse geheime dienst bestaat de bewapening hoofdzakelijk uit handvuurwapens, zoals pistolen, revolvers en submachinepistolen, enkele machine geweren en handgranaten. Nimmer zijn er raketlanceerbuizen gevonden, hetgeen echter niet wil zeggen dat die wapens er niet zijn. De picciotti, manovalanze en Sgarristi dragen kogelvrije vesten. Geen van hun voertuigen zijn gepantserd.

Zichtbare activiteiten en locaties. Alle drie de groepen hebben restaurants, pizzeria’s en alimentari (levensmiddelenwinkels) in de centra van de genoemde steden. De namen van de restaurants waar de leiding zetelt zijn respectievelijk Aquasala, Narciso en San Severo.

Er zijn nog wat splintergroepen, maar die werken samen met de drie clans en vormen op zich geen bedreiging. Hun totale sterkte is al opgenomen in de eerder aangegeven mankracht.

Normaal werken de drie hoofdgroepen onafhankelijk van elkaar en soms zijn zij zelfs in regelrechte concurrentie met elkaar. Nu worden de drie groepen geleid door Fausto Macchiarola, de Vangelista die is aangesteld door de drie families van de Sacra Corona Unita in Puglia. De totale mankracht van de drie Duitse organisaties staat tot zijn beschikking en daarnaast voert hij een groep van acht Serviërs aan.”

Ik keek naar Perparim, en vervolgde: “Malisĕvo is de commandant van de Serviërs en hij is...”

“Een ex-Arkan Tiger,” vulde Perparim aan, “Hij was de lijfwacht van Arkan, maar misschien niet zo’n goede, want Arkan werd evengoed vermoord.”

Ik aarzelde: “Met respect, Perparim. Ik heb de informatie doorgekregen dat Malisĕvo de Servische tegenhanger is van Fausto Macchiarola, wat geweld betreft. Hij heeft alleen niet de intelligentie en de sluwheid van de Vangelista.”

Perparim knikte, en zei langzaam: “Hij zal ook niet meer zo gewelddadig zijn, wanneer ik dat gedeelte van de operatie krijg toegewezen. Gian, hij was bij de slachting waarin mijn vrouw en kinderen zijn omgekomen. Ik verwacht dat ik dat gedeelte erbij krijg. Je kunt mij dat niet ontnemen.”

“En dat doe ik ook niet, maar je krijgt alleen de ‘endgame’, de finale, oftewel het ontmaken van Malisĕvo. De recce (verkenning) doen Renato en Flavio’s mannen. Serviërs ruiken Albanezen, net zoals jij Serviërs in de lucht voelt. Dat zou de gehele operatie in gevaar brengen. Ik heb gelezen dat het een bijzonder naar stuk werk is, dus ja, natuurlijk mijn vriend. Met genoegen.

Goed, we hebben het over de locaties gehad. Ik acht de activiteiten van de clans van mineur belang, maar de informatie is beschikbaar, wanneer iemand daarover meer wil weten... Porco Giuda, Porco Cane d’na sporca Putana,” vloekte ik ineens.

Mijn vrienden keken mij aan alsof ik op het punt stond weer in een psychose te duikelen, maar niets was minder waar. Na een psychose kreeg ik uren van waanzinnige helderheid..., en zo ook nu.

“Amici, ik zei net dat de activiteiten van de clans ons niet interesseerde, maar ik vertelde een leugen. Die activiteiten brengen ons de overwinning op een manier die zijn weerga niet kent. Ik kom hier zo op terug.”

“Plotselinge ingeving, Zio?” vroeg Stefano.

“Het oude hoofd werkt nog steeds, zoon. Ik kan niet wachten, maar laat mij even mijn verslag afmaken.”

Op de sterkte van mijn belofte gaven Renato en Flavio elkaar de ‘HI5’ en Perparim klopte Natasja bemoedigend op haar arm.

“Wat is met de pret?” vroeg Natasja aan Perparim.

“Zio, heeft een denkhoofd, Natasja. Hetgeen zeggen wil dat we de strijd al hebben gewonnen,” dolde Perparim.

“Really?” vroeg mijn witte vlinder.

Terwijl wij even op Stefano en Renato –die een moment naar het toilet gingen- wachtten, zag ik dat Perparim Natasja vertelde dat hij de moordenaar van zijn vrouw, kinderen en ongeboren zoon zou gaan ontmoeten.

Ik zag ook dat Natasja, die ontzettend op Perparim gesteld was geraakt, haar armen om zijn nek sloeg en hem een paar keer op zijn woeste, verweerde gelaat kuste. Perparims’s avond kon nu helemaal niet meer stuk.

Nadat er een nieuwe ronde koffie en Grappa was gebracht, vervolgde ik: “Nou, wat commandocentra en opslagfaciliteiten betreft, verschillen de drie clans in niets van elkaar. Zij slaan hun gestolen goederen en andere illegale handel op in industrieloodsen, die vierentwintig uur per dag bemand zijn. Daaruit leid ik af dat er ook drugs worden ‘gestasht’.

De commandocentra zijn de drie restaurants. Van de geheime dienst hebben wij plattegronden gekregen en weer blijkt het dat de drie families van de Sacra Corona Unita een identieke werkwijze hebben. De twee aangrenzende panden naast de restaurants zijn door de clans opgekocht. Dit om te voorkomen dat justitie-instanties ‘fiber optic’ camera’s door de muren boren. Deze manier van observeren is al lang achterhaald, maar goed, het geeft aan dat ze voorzichtig zijn. De ramen zijn afgeschermd, zodat een gerichte parabolische microfoon geen gesprekken opvangt.

Veel manschappen slapen in de aangrenzende panden en boven het restaurant zijn een paar kantoren, en het commandocentrum. Veel van hun communicatie met Italië verloopt via Skype en Proxy-servers. Ook niet waterdicht, maar dat wordt ons geluk. De locale communicatie verloopt mondeling of met gesms’te cijfercodes via prepaid mobiele telefoons, die iedere week vervangen worden. Zowel de telefoons als de GSM kaartjes. Heeft iemand vragen zover?”

“Krijgen die drie Sgarristi dan regelrecht hun opdrachten nu van de Vangelista?” vroeg Renato, “Dat is wel heel ongebruikelijk, Zio. Dat geeft Fausto Macchiarola vrijwel carte-blanche.”

“Ik verwacht dat er drie Santiste over zullen komen voor het evenwicht, maar als dat niet zo is, dan wordt onze strijd moeilijker en moeten wij die gaan verleggen naar Puglia. Ik zie dat toch wel gebeuren.”

“Absoluut,” gaf Stefano mij gelijk, “Met respect aan Renato en Flavio hier, die beiden ook Santista zijn, maar een oorlog winnen van drie Santista van de Sacra Corona Unita is nu niet iets, waarvoor je jezelf op je schouder kunt kloppen..”

“Nee,” viel Flavio hem bij, “Met drie Santiste van de Camorra of de ‘Ndrine (‘Ndrangheta) wordt het een heel ander verhaal. Daarnaast is de dood van Fausto Macchiarola en de Serviërs niet echt een verlies voor de Sacra Corona Unita, omdat dezen freelance zijn.”

“Jij leert het ook nooit, hè neef?” vroeg Renato, “Jij blijft je voet in je mond steken. Wij zijn hier om de Sacra Corona Unita af te straffen voor het feit dat Anouk niet mocht rusten. Als wij hun organisaties hier in Duitsland verpletteren, drie Santista’s en drie Sgarristi mee de weg uitnemen, plus wat wij nog in Puglia kunnen bereiken, dan zie ik dat niet als een slecht resultaat. Daarnaast kan dan Perparim de geest van zijn familie eindelijk ter ruste leggen.”

“Jullie hebben allemaal gelijk,” vervolgde ik, “Wij moeten er echter rekening mee houden, dat wij ons geen oorlog met vierhondervijftig man kunnen, of zelfs maar willen veroorloven. Strategisch heeft het weinig waarde, want die mannen zijn allemaal 'picciotti' en 'manovalanze'. Die kunnen zo vervangen worden. Daarnaast wordt het een bloedbad waar de Duitse autoriteiten niet blij mee zullen zijn. Het risico op collaterale verliezen wordt daarmee ook vergroot, en dat willen we helemaal niet. We hebben nu de medewerking en het respect van de Bundesnachrichtendienst en dat willen wij zo houden. Wie weet waar het nog goed voor kan zijn in de toekomst.”

“Weeh, weeh,” bevestigden mijn vrienden.

“Zoals ik het op het ogenblik zie, zijn dit onze objectieven:

Één. Wij willen de drie clans hier economisch vernietigen. Wij doen dat op dusdanige wijze dat het heel moeilijk en zeer kostbaar zal zijn voor die families van de Sacra Corona Unita, om dat verlies ongedaan te maken.

Twee. Wij willen een voorbeeld stellen door de Sgarristi en de Santiste op meedogenloze wijze te vermoorden. Daarnaast creëren wij respect en angst wanneer wij de Vangelista en Malisĕvo met zijn Arkan fucking Tijgers laten verdampen. Dat wordt een wapenfeit waar wij rustig trots op kunnen zijn.

Drie. Als laatste, en als kaarsjes op de taart, vermoorden wij de drie families van deze clans in Puglia. Dat is dan de tweede keer dat wij meerdere families van de Sacra Corona Unita in Puglia te grazen hebben genomen.

Ik denk dat Otto medaglioni con catena della società maggiore’ (acht medaillons met ketting van de hoofdorganisatie – het hoofdcommando) van de Sacra Corona Unita geen verdere privé wraakacties meer zullen sanctioneren. O, voor de honderd Illuminati miljoen hadden zij hun "Società Segretissima (Allergeheimste organisatie) wel ingeschakeld, die op haar beurt weer het Squadra della morte (Eskader des doods) aanstuurt. Dat had een probleem kunnen zijn, maar dat is nu niet aan de orde. Het hoofdcommando wil die verliezen en zeker de publiciteit niet.

Vier. Dit zijn onze twee gevaarlijkste tegenstanders hier,” eindigde ik terwijl ik twee kleurenafdrukken op tafel legde, “De Vangelista, Fausto Macchiarola, en de ex-Arkan Tiger Malisĕvo. Kijk goed naar hen. Dat wordt een bijzonder fysieke situatie. Voor de rest heb ik mogelijk de oplossing.”

“Wat een schatjes,” merkte Flavio op toen hij naar de foto’s keek, maar verder zweeg iedereen uit respect. Niemand vroeg mij hoe wij onze doeleinden moesten bereiken. Ze wisten dat ik het al wist en ze wachtten dat ik het hen zou vertellen.

Stefano bestelde Champagne. Hij had zoveel vertrouwen in mij dat het voor hem al besloten was, dat wij wat hadden te vieren.

“Ben jij de baas of zo? Jan,” vroeg Natasja dollend, “Ik hoor alleen jou maar praten. Nou, dat is niets bijzonders, maar iedereen luistert ook nog vol aandacht naar je.”

“Beter dan jij een paar dagen geleden, nietwaar?” repliceerde ik.

Natasja glimlachte verlegen.

Alhoewel ik het een beetje voorbarig vond om de overwinning te vieren en ik zeker niet van Champagne hield, was ik blij om een toast uit te kunnen brengen met mijn vrienden.

“Salute,” klonk het uit vijf monden.

“Proost,” zei Natasja een beetje verloren.

“Alle objectieven die ik eerder heb aangegeven, kunnen wij verwezenlijken met een zekerheid van negentig procent, mits wij aan bepaalde vereisten kunnen voldoen. Het spijt mij dat de verwezenlijking van die noodzakelijkheden van Stefano en jullie en/of jullie vaders afhangt,” zei ik tegen Renato en Flavio. Maar zelfs als wij dat voor elkaar kunnen krijgen, dan wordt het fucking hard werken. Ik raam de kosten op enkele honderdduizenden euro’s, dus daar kunnen wij ons geen buil aan vallen. Alles valt of staat echter met het eerste vereiste. Kan dat niet gerealiseerd worden, dan ben ik bang dat voor vanavond mijn plan een ‘non-starter’ wordt.”

Ik keek Renato en Flavio aan en vroeg: “Hebben jullie families iemand bij de ‘Ndrine’ (‘Ndrangheta) die jullie, als Camorristi, een recommandatie kan geven bij de Sacra Corona Unita? Het maakt niet uit wat het kost, maar het moet een hoge rang zijn, minstens een ‘quintino’ of nog beter, een capo-bastone.”

“Is dat alles?” vroeg Renato, “Ik kan die vraag nu al met ja beantwoorden, maar wacht even tot ik met mijn vader gesproken heb.”

Renato pakte zijn mobile en belde naar Napels. Nou, Stefano is een Italiaan die zijn hele leven met Napolitanen heeft gewerkt. Ik spreek vloeiend Italiaans en begrijp het Napolitaanse dialect goed..., dacht ik. Ik verstond geen fucking woord van het gesprek. Dit was geen stadsdialect, dit was buurt, zo geen straatdialect aangelengd met Bargoens (dieventaal).

“Capobastone pronto,” bevestigde Renato, terwijl hij zijn mobiel dichtklapte, “Onze families doen veel zaken met de zijne. Hij wil alleen betaald hebben, wanneer het spoor terugvoert naar hem. Klaar voor het volgende, Zio.”

“Dat is geweldig, guaglio. Nu het lokaas. De drie clans hebben naast vele andere illegale activiteiten ook een afzetgebied gecreëerd voor elektrische en elektronische apparatuur. Naast imitatie merkgereedschap zoals Bosch, Honda en Hitachi boormachines, kettingzagen enzovoort, verkopen zij nu ook iPhones, Nokia en Samsung mobiele telefoons en plasma- en LCD televisie en computerschermen van Samsung, Sony en Toshiba. Dat klinkt op zich vrij rustig, maar deze apparatuur wordt allemaal in China, in opdracht van de Camorra gemaakt en van onschuldige merknamen voorzien.

Rondom Napels, in de regio Campania, zijn honderden werkplaatsen waar deze apparatuur wordt voorzien van de bekende namen van hun veel duurdere, originele tegenhangers. Tevens wordt de apparatuur voorzien van alle Europese keurings- en toelatingsmerken. Renato en Flavio weten beter dan ik dat dit een minder riskante, meer relaxte- en beter renderende handel is, dan drugs. Voor iedere geïnvesteerde euro, verdient de Camorra er tien.

De Sacra Corona Unita koopt van de Camorra en stuurt deze handel naar haar vestigingen in Europa, en zo ook naar Düsseldorf, Duisburg en Keulen. Wat ik wil voorstellen, is dat wij een vrachtwagen handel kopen van de relevante Camorra familie en die handel, op voorspraak van de capobastone van de ‘Ndrangeta, aan de Sacra Corona Unita in Duitsland aanbieden. Dat wordt onze binnenkomer. Heeft iemand vragen tot zover?”

“Maar Zio,” vroeg Flavio, “Als de Sacra Corona Unita al regelrecht koopt van de Camorra, dan is het toch helemaal niet interessant, voor de SCU om van ons te kopen?”

Stefano lachte en Renato zei tegen zijn neef: “We hoeven er toch niet aan te verdienen? Wij willen er zelfs aan verliezen. Het is om de SCU lekker te maken en te interesseren voor het plan van zio Gian.”

“Juist, zelfs wanneer wij de handel aanbieden en verkopen voor zeventig procent van de prijs, die de Camorra normaal aan de SCU vraagt, dan is dat een geweldige besparing voor de laatste. Wij krijgen dus zeventig procent van onze investering terug en mogelijk kunnen jullie vaders nog wat korting van de relevante Camorra familie bedingen. Ik maak mij sterk dat Camorra hetzelfde moet betalen als de SCU. Dit is een aanbod wat wij aan de Sacra Corona Unita doen, dat zij niet kunnen weigeren. Vooral niet wanneer wij hun een geregelde aanvoer garanderen.”

“Ik denk niet dat de familie er blij mee zal zijn, dat hun waren onder hun eigen prijs verkocht worden,” zei Stefano.

Renato antwoordde voor mij: “Het Systeem is niet zo rigide als de ‘Ndrangheta of de mafia, Stefano. Wij doen al eeuwenlang handel en ons motto is: ‘laissez faire’. Niemand zal zich daar druk om maken en daarnaast is het een éénmalige transactie, waar honderden excuses voor verzonnen kunnen worden. Nee, dat is geen enkel probleem.”

“Hoe verantwoorden wij die lage prijs aan de Sacra Corona Unita,” vroeg Flavio zeer terecht.

“Makkelijk,” zei Renato, “We hebben met het kartel deze handel voor drugs geruild. Daardoor kunnen wij het goedkoop verkopen, of we zeggen dat het afkomstig is van een ‘bidone’, een levering die niet betaald is. Sorry Zio, ik wilde even pronken.”

Ik lachte, en zei: “Helemaal goed, zoon. Ik weet dat je het kunt. Goed, we hebben nu de introductie en we hebben het lokaas. De levering van dat lokaas zal geen problemen opleveren, denk ik. Het is de levering van het wapen, dat mogelijk wat problematischer ligt.”

Ik vroeg aan Renato: “De leverancier van die vijf MCCC’s (mobiel commando- en communicaticentrum) die jullie vaders hebben besteld, komen die van dezelfde leverancier als de leverancier die de MCCC’s van Stefano heeft gemaakt?”

“Si Zio, wij waren behoorlijk onder de indruk van de capaciteiten en flexibiliteit van dat bedrijf. De prijs was ook goed, plus het feit dat de wagens in Noord Italië zouden worden uitgerust, was voor ons bijzonder belangrijk. Wij wilden niet dat ook maar iemand in de regio Campania daarvan zou weten.”

“Goed, voor de uitvoering van ons plan hebben wij wat speciaal aangepaste apparatuur van die leverancier nodig. Alle onderdelen zijn gemakkelijk te verkrijgen. Het assembleren van de hardware en het aanpassen van de software, hoeft niet meer dan een paar dagen te duren, wanneer het bedrijf meewerkt. Het zou nuttig zijn wanneer jullie en Stefano de leverancier een beetje motiveren door hem duidelijk te maken dat de afname van de zes MCCC’s in gevaar kan komen, wanneer de leverancier er niet in slaagt om deze spoedbestelling op tijd af te leveren. Het is misschien niet bijzonder ethisch, maar het doel heiligt de middelen. Daarnaast is het niet echt een leugen, want onze levens kan van die bestelling afhangen. Als wij dood zijn, kunnen we de MCCC’s ook niet afnemen. Vragen?”

“U weet precies hoe het ‘wapen’ samengesteld dient te worden, of hoe het eruit komt te zien?” vroeg Stefano.

Ik weet precies wat het moet doen en ik kan dat ook goed beschrijven. Het is bestaande technologie, die alleen maar aangepast dient te worden. Het is iets dat normaal nimmer verkocht wordt, maar ik kreeg het idee toen ik in de Mercedes zat te werken vandaag.

“Ga je het ons vertellen, Gian?” vroeg Perparim.

“Mag ik het vertellen, Zio?” vroeg Renato onschuldig.

Iedereen, waaronder ikzelf, keek Renato verbaasd aan. Ik wist dat Renato erg goed was. Hij had mijn manier van denken, analyseren en improviseren, maar ik had niet verwacht dat hij mij al geraden had. Als hij dat kon..., dan konden anderen dat ook en dat...., dat zou niet goed zijn.

Gelukkig bleek hij er volkomen naast te zitten. Stefano lachte en Flavio trok een lange neus naar zijn neef.

“Met alle respect, Renato, ik weet dat je een hersenduivel bent. Je bent werkelijk briljant, maar als je dit geraden had, dan had ik mijn hele plan moeten herzien. Er zijn anderen, die kunnen wat jij kan. Wil iemand anders een poging wagen?”

Niemand van mijn vrienden had ook maar een idee van wat ik in mijn hoofd had. Wanneer je een groot ego hebt, dan is dat fijn, maar ik vond het jammer, want mijn vrienden waren zeer intelligent en als het erop aan kwam, dan denk ik dat Stefano en Renato beiden mogelijk betere en scherpere ‘planners’ waren dan ik. Maar goed, dit was een ingeving die door gedachteassociaties uit het niets was gekomen. Ik begon het wapen dus uit te leggen. Halverwege mijn relaas zei Renato: “Wow! No shit!”

“And fucking wow again,” zei Stefano, die haast nooit vloekte.

“We zijn er, Zio,” zei Flavio.

Perparim kwam twintig seconden later, omdat hij nu uitgedaagd werd om te denken.

“Dat is duivels,” zei Stefano tevreden.

“Dank je. Het was het beste en het meest logische dat ik even snel bedenken kon. Dus ik heb toestemming?”

“Ja,” zei Stefano, “Ik wil echter één ding gelijk duidelijk stellen. Dat verhaal over Fausto Macchiarola –het verhaal dat u ons nog niet verteld heeft- dat verhaal gaat dus niet door. Het is waanzin en als u er op staat, dan zult u niet bij de uitvoering van de operatie zijn.”

Ik zuchtte: “Ik kan niet anders, Steffie. Kom, wees niet kwaad, je weet dat ik niet anders kan.”

Perparim en Flavio keken verbaasd, maar Renato vroeg: “Wat is het dat wij missen hier?”

Ik zag de paniek in Stefano’s ogen en ik wilde dat ik het niet toegegeven had. Ik zou niets erover zeggen en Stefano zou uit respect ook niets zeggen, maar ik zag zijn ogen nu zwart worden. De anderen zagen het ook. Natasja voelde de elektriciteit, want ze keek van de één naar de ander, en toen naar mij. Perparim legde zijn hand op haar arm.

Stefano en ik konden nimmer ruzie krijgen, maar ik wist dat hij mij zonder schromen net zo vaak neer zou slaan, totdat ik van mijn voornemen afzag.

“Ja, maar ik ben eruit nu,” zei Renato, “Dit was geen ‘fucking brainteaser’, Zio. Maar ik ben met Stefano ‘all the fucking way’. Ik vermoord dat kreng voordat u hem ziet. Ik ga mijn vader bellen. Nu. Ik ken u, maar het gebeurt niet. Ik laat u terugroepen..., in een dwangbuis als het moet.”

“Rustig, rustig. Waarom vertrouwen jullie mij niet? Niemand heeft mij gevraagd hoe ik het denk te gaan doen,” vroeg ik, quasi verongelijkt.

Renato vertelde Flavio en Perparim wat ik van plan was. Dat hen dit niet als muziek hun oren klonk, bleek uit de afkeuring die rijmend uit hun ogen blonk. Daar ik dus weinig bijval kreeg voor mijn voorgenomen actie, zei ik:
“Laten wij dit maar later bespreken. Het is niet aan de orde, daar het pas in de eindfase zal dienen.”

“Het zal nimmer dienen, Zio. Nimmer, zolang als dat ik leef,” zei Stefano, terwijl hij mij goedmoedig in mijn wang kneep. De zwarte blik in zijn ogen, was verdrongen door tranen.

Hoewel er geen enkele dissonant was gevallen en mijn vrienden net zoveel van mij hielden, als ik van hen, eindigde de avond op een ietwat sombere noot.

Toen Natasja mij later in bed vroeg wat er eerder aan de hand was, ontweek ik haar vraag. Ze was verstandig genoeg om niet door te vragen, maar ze wikkelde zich liefdevol om mij heen. Zij dacht dat ik sliep, toen zij ’s nachts tegen mij fluisterde: “Ik weet nu wat je wilt gaan doen, Jan, maar we laten het niet gebeuren want we houden teveel van je, en we hebben je allemaal nodig.”

 

De volgende morgen om negen uur zaten Natasja, Renato en ik weer achter de computers in de zwarte Italiaanse Mercedes. Terwijl Natasja alle gegevens nog in haar ‘outliner’ aan het ordenen was, waren Renato en ik bezig om de operatie te plannen. Perparim zou die dag de Bresciaanse, Napolitaanse en Albanese manschappen van motel laten wisselen, voordat dezen, door een te lang verblijf op één plaats, zouden gaan opvallen.

Stefano en Flavio waren die ochtend al vroeg naar Italië vertrokken. Zij zouden zich er eerst van overtuigen dat de leverancier van hun mobiele control- en communicatie eenheden de door mij voorgestelde apparatuur op tijd kon leveren. Afhangende daarvan zouden zij naar Napels vertrekken om de elektronische-, en elektrische ‘nepkak’ te bestellen, die wij aan de Sacra Corona Unita zouden aanbieden als lokaas. Wanneer deze twee fases succesvol waren afgerond, zouden wij ons bezig gaan houden met het vinden van een industrieloods om de handel uit Italië op te slaan. Het was jammer dat...

“Gian,” zei Renato, “Er is vijf minuten geleden een auto in een parkeerplaats gestopt. Er zaten twee mannen in. Voor mijn gevoel is het een rechercheauto. Één van de mannen is uitgestapt en hij is al een keer langs de Mercedes gelopen.”

Ik keek naar het LCD scherm en zag een man naar de Mercedes staan kijken.

“Ja, ik zie de man. Blaas hem eens op, Renato.”

Het beeld vergrootte zich en ik zag een man van middelbare leeftijd, die mij vaag bekend voorkwam. De man pakte een mobiel uit zijn zak en koos een nummer. Op dat moment ging mijn mobiel ook over.

“Hallo?”

“Erkennst du meine Stimme, Jan?”

Ik dacht een seconde na en antwoordde: “Ja, natürlich, Herr Kaufmann. Kommen Sie bitte herein.”   

“Renato,” zei ik een moment later, “Dit is Herr Kaufman van de Duitse geheime dienst. Herr Kaufman, sta mij toe u aan mijn peetzoon Renato voor te stellen.”

Soms ontmoeten de uiteinden van de wereld elkaar. Het was nu dat ik met plezier keek hoe een jonge Napolitaanse gangster en een oudere opsporingsambtenaar elkaar hartelijk de hand drukten.

“Natasja kent u al. Ik zal uw intelligentie niet beledigen door te vragen hoe u wist, dat u ons hier kon vinden. Ga zitten alstublieft, Herr Kaufmann,” nodigde ik de Duitse ‘spook’ uit om plaats te nemen.

“Danke, Jan. Ik zal met de deur in huis vallen. Toen het verzoek van MI6 kwam om een ontmoeting met u te willen hebben, wist ik al dat wij daarover meer wilden weten. MI6 en de Illuminati, wat is het verschil? Daar uw operatie op Duits grondgebied plaats zou vinden, vond ik het mijn plicht om zoveel mogelijk aan de weet te komen, zonder overigens uw operatie daarbij te compromitteren.

Toen ik in het Gezamenlijk Hoofdkwartier van de Britse Strijdkrachten Verbindingsorganisatie was, zag ik Jay Fuckefeller en Amschel Redshield. Ik wist toen niet of dat in scène was gezet, maar ik besloot u toch te waarschuwen. Toen ik op u zat te wachten, heb ik twee ‘bugs’ (afluisterapparatuur) onder de tafel en mijn stoel aangebracht.

Na mijn vertrek riep ik een observatieteam op die deze Mercedes en de zwarte Audi volgden. Belangrijker was echter dat ik precies vernomen heb wat zich in dat kantoor heeft afgespeeld. Laat mij voorop stellen dat mijn sympathie en bewondering naar u uitgaat. U bent Harry Palmer en de Illuminati waanzinnig te slim afgeweest. Mijn complimenten daarvoor, ik had er graag bij willen zijn. Dit was het goede nieuws, Jan.

Jullie bluf, want dat was het, was gebaseerd op twee ons Polonium-210 en honderd kilo Caesium-137. De Polonium, heb ik begrepen, is door Palmer geverifieerd. De Caesium niet. Hoe dan ook, Jan..., ik kan niet toestaan dat deze zwaar giftige, radioactieve stoffen hier een eigen leven gaan leiden. Ik verzoek je mij die stoffen te overhandigen. Bij je vertrek, na de operatie kun je het weer meenemen, onze samenwerking blijft gewoon doorgang vinden. Ik hoop dat je mijn verzoek kunt billijken.”

Ik legde mijn hand op Herr Kaufmann’s arm, alsof ik hem om een moment geduld verzocht. Daarna stelde ik Renato snel op de hoogte. Toen ik uitgesproken was, knikte deze begrijpend en goedkeurend, terwijl hij naar de vriendelijke Duitser glimlachte.

“Herr Kaufman, met alle respect. De Polonium kunt u zo meenemen. De Caesium bestaat niet. De Caesium was een bluf, maar dat wist u al,” zei ik glimlachend.

“Hoe kan ik dat weten, Jan? Je bluf was overtuigend zat. Iedereen in het Britse hoofdkwartier geloofde je, dus waarom zou ik je niet geloven?”

“Het feit dat u niet om u heen keek toen u binnenstapte, vertelt mij dat u al op de hoogte was van het interieur. U, of uw mensen hebben de bus doorgelicht. Daar is apparatuur voor en ‘See Through Wall Xaver800 camera’s’ zijn van die apparaten.

Nou, ik kan mij voorstellen dat u geïnteresseerd in het interieur bent..., wat ik mij niet kan voorstellen, is dat u niet zou checken of er inderdaad honderd kilo Caesium in de bus verstopt zat. Uiteindelijk heeft u dat in de geluidsopname gehoord. Goed, er was dus een radioactieve uitlezing, maar die was lang niet hoog genoeg om aan te nemen dat die hoeveelheid Caesium in de vrachtwagen zat. U zegt het mij wel als ik het verkeerd zie.”

Lachende Duitsers zij zeldzaam. Lachende Duitse ambtenaren zijn net zo schaars als kippentanden. Het was dus een privilege om Herr Kauffman te zien glimlachen. Nu was hij het die zijn hand op mijn arm legde, en zei: “Je hebt volkomen gelijk, maar ik wilde er zeker van zijn dat het niet in een met lood beklede container zat. Je bent werkelijk erg goed. Je neemt het mij niet kwalijk?”

“Nee, waarom? U doet uw werk en u hebt uw werk tot zover bijzonder goed gedaan. We hebben al heel veel aan uw hulp gehad en wij zijn u allemaal zeer dankbaar. Als ik niet onbeleefd ben, zou ik u om een gunst willen verzoeken. Het is niets ‘coverts’ maar het welslagen van onze operatie kan er mee staan, of vallen.”

“Ja
selbstverständlich, wenn ich helfen kann..., maar vertel mij wat je gepland hebt.”

Ik dacht even na en vertaalde toen het dilemma naar Renato, voor zijn goedkeuring, of afwijzing. Mijn peetzoon dacht niet lang na en zei in het Napolitaans: ‘Ik heb de man geobserveerd, Zio. Hij is erg scherp, maar ik vertrouw hem.’

Ik dacht dat ik het in Keulen hoorde donderen, maar dat is mogelijk omdat wij op dertig kilometer afstand van die stad zaten. Renato, ‘una verraccia’ (de echte Napolitaan) een Santista van de Camorra, die een ambtenaar vertrouwde. ‘Miracles never fucking seize’.

“Ik ga u mijn plan uitleggen, Herr Kaufmann. Renato vertrouwt u en voor mij voelt u ook goed. Ik wil dat u weet dat wij open kaart met u spelen. Wij hebben uw hulp nodig, dus u vertrouwen is het minste dat wij kunnen doen. Ik zal u vertellen wat mijn plan is...”

“Wacht even, Jan. Stefano en Perparim zijn hier nu niet bij. Ik heb begrepen van de opname dat jullie allemaal een verschrikkelijk verlies hebben geleden. Is dat ook het geval met jouw vriendin Natasja?”

“Nee, gelukkig niet. Alleen moesten wij dat wel fingeren om onze vastbeslotenheid duidelijk te maken. Nee, gelukkig niet.”

“Goed, ik wist dat, want gisterenavond, na uw psychose, zagen wij haar verenigd met, wat leek haar zoontje te zijn. Neem mij niet kwalijk, ik moet grondig zijn.”

Dit was het moment waar ik normaal ‘apeshit’ zou zijn gegaan, maar de man was eerlijk. Wat moest ik doen?

“Het is goed, Herr Kaufmann.”

“Jan, ik heb namen en voorvallen gehoord. Word niet boos, maar vertel mij van Anouk, want ik heb het gevoel dat mij dat meer zal vertellen dan je strategie.”

“U kunt beter uw collega dan bellen, want dit gaat even duren,” zei ik, mij afvragend waar ik mee bezig was. Ik vroeg of Natasja en Renato samen met de collega van Herr Haufmann een kop koffie wilden gaan drinken in het motel.

Nadat Kaufmann zijn collega gebeld had, begon ik te vertellen. Ik moest het verhaal kwijt om de zoveel tijd, want ik werd van binnen uitgehold door pijn en verdriet.

...... L'INCONTRO CON ANOUK (De Ontmoeting met Anouk)

Op een avond kwam ik thuis en terwijl ik de voordeur ontsloot, hoorde ik een stem achter mij vragen: “Bent u Cajun?”

‘Dus, na al die tijd hebben ze mij toch gevonden,’ schoot het door mij heen, terwijl ik mij omdraaide en zijwaarts liet vallen, de Sig Sauer P226 X-FIVE BIANCHI uit mijn rugholster trok... en op een jong meisje richtte.

Cajun was het alias waaronder ik altijd in Italië gewerkt had. Niemand, behalve Lino, Franco, Lucio en Umberto had ooit geweten wat mijn echte naam was.

“Wie ben jij, meisje?” vroeg ik verbaasd, terwijl ik opkrabbelde en het wapen wegstak.

“Mijn naam is Anouk. Ik ben de dochter van Ennio.”

ANOUK MAL ’AKH HA-MAVET (Anouk de Engel des Doods)

....Toen Anouk zeven jaar oud was, begon Ennio haar alles te leren over mensen, en hoe zich daartegen te beschermen. Het meisje was een talent, en omdat haar vader een superintelligente man was, kon zij op haar zeventiende jaar op een mensenkennis bogen, waarop menige veertiger jaloers zou zijn.

Zij sprak vier talen vloeiend en zij kon met vele handvuurwapens en messen omgaan. Zij kon doden met een spijker, een ballpoint, een puntkam, een opgerolde krant, een kredietkaart en nog vele andere normale voorwerpen. Dat was toen ik Anouk weer ontmoette. Het was van Anouk dat ik hoorde dat haar vader, mijn oude vriend Ennio vermoord was....

LA VENDETTA D'ANOUK (De Wraak van Anouk)

....De Maresciallo gaf een teken en de twee bestuurders van de, over de weg geparkeerde, Alfa Romeo’s reden achteruit.

We waren erdoor! Nu Stefano nog...

“Mijn god!, schreeuwde ik in de intercom tegen de chauffeur van onze ambulance, ”Zo snel je kunt weg hier en bij de eerste de beste inrit, of parkeerplaats, zover mogelijk van de weg af! RIJDEN!

Renato keek mij vragend aan, en ik zei: “Als die raketschutters die Alfa’s missen, dan krijgen wij een hete prop in onze reet gepompt. Die projectielen zijn hittezoekend.”

Onze ambulance schoot vooruit. Renato en ik legden de HK MP7 A1’s op de grond en hielden de brancard van Anouk stabiel. Na ongeveer honderd meter zag de bestuurde een uitsparing in het rotsmassief. Hij reed het voertuig erin, stopte en reed gelijk zo ver mogelijk achteruit. De wagen was nu uit de vuurlijn.

Renato en ik openden de achterportieren en sprongen uit de ambulance, net op tijd om de Napolitaanse Alfa van de Camorra, achter de bus van Stefano vandaan te zien komen. Lang voordat we de explosies hoorden, zagen wij de twee over de weg geparkeerde Alfa’s in een vuurbal veranderen. Toen wij het gehuil van een, met zevenhonderdtwintig kilometer per uur, passerende raket hoorden, was deze al tweehonderd meter verder tegen een rotswand geëxplodeerd. De nog levende carabinieri stonden een moment als versteend, want op dat ogenblik was er geen zuurstof meer in de lucht..., een moment dat lang genoeg was voor de Albanese M202A1 FLASH fosforgranaatschutters, om hun vurige lading in de overgebleven carabinieri te duwen.

De verzengende hitte-explosies zorgden ervoor dat de carabinieri in enkele seconden, net zo zwart waren als hun uniformen. De nu uit hun wagens gesprongen Camorristi schoten maar een beetje doelloos in het vuur. Het was meer een gebaar. Een gebaar dat zei: “Don’t try to fuck our Anouk about, because we will fuck you right back, and fucking waste you!”

“Pfoe,” zei Renato, “Dat is nog eens wat anders dan het embleem dat de carabinieri op hun petten dragen. Een bom en een vlam. Nou, daar zijn zij mee bediend geworden. Jammer, ik mocht die Mareschiallo wel. Het leek mij een warme persoonlijkheid.”

De zware Mercedesbus van Stefano duwde de nog brandende overblijfselen van wrakken van de Alfa Romeo’s opzij. Enkele minuten later reden wij weer achter de ambulance van de Camorra. De bus en de rest van de voertuigen hadden de rij weer gedicht. De verkenners zouden de eerste vijftig kilometer nog ver voor ons uit blijven rijden, al was het dan zeer onwaarschijnlijk dat wij nog een keer gestopt zouden worden.

“Fuck..., Jan,” zei Renato nu, “Dat was een stomme fout van me. Die raket had ons allemaal het leven kunnen kosten. Zal je me mijn vader horen, straks.”

“Wij kunnen er toch niets aan doen dat hij zulke slechte raketschutters heeft?” deed ik de zaak af, “Jezus Renato, niemand van ons allen heeft daar rekening mee gehouden. We waren te gefocusseerd op de ‘exit’ strategie. Wel, en die was perfect. Complimenten, guaglio. (Napolitaans: jongen)”

“U ook Zio, u ook. U dacht er gelukkig nog op tijd aan. Figa di putana (hoerenkut), we zijn er door.”

“Renato?” vroeg Anouk zwakjes.

“Ja lieverd, hoe is het met je?”

“Je blijft een... vunzige smeerlap. Hoe gaat... het met je?”

“Goed Anouk, goed. We zijn op weg naar huis, lieverd.”

“Jan is goed... hè, Renato?”

“Ja lieverd, hij is de beste. Een lelijke vent, maar ik wil hem niet kwijt.”

“Ik ook..,” en weg was ze weer.

ANOUK NON C'È PIÙ (Anouk is er niet meer)         

....Ik kuste haar gelaat en liep hevig geëmotioneerd naar mijn Audi.

“Jan?” hoorde ik Anouk vragen.

“Ja?” antwoordde ik verbaasd, terwijl ik naar de rots keek.

Het uitgebeitelde gezicht van Anouk begon te gloeien en kwam tot leven. Ik zag haar lippen bewegen, toen zij zei: “Jan, bedankt dat je mij gewroken hebt en bedankt dat je een vrouw van mij hebt gemaakt. Pas goed op jezelf, lieve Jan.”

Ik wilde naar haar toe lopen, maar ze zei: “Ga nu, Jan. Zet mij bij mijn ouders, lieveling.”

“Anouk,” schreeuwde ik.

Het gezicht vervaagde weer in de gebeitelde rots.

Na een uur naast de rots gewacht te hebben, om te zien of zij nog terug zou komen, besloot ik dat het een visioen was geweest. Ik kuste wederom haar gezicht, stapte in de auto en reed weg.

Een uur later, toen ik de Brennerpas over reed, was ik redelijk gekalmeerd. Verdriet, eenzaamheid, de stilte en energie in de natuur kunnen vreemde dingen met een mens doen, besloot ik.

De gehele weg terug naar Holland, herbeleefde ik het verhaal van Anouk de Killa Gal.

Anouk de Engel. De Engel der Wrake. Waar ze ook mag zijn..., dat is de plaats waar mijn hart is..., maar om er voor te zorgen dat de rest van mij daar niet voortijdig naar toe gaat, zit Pietro nu naast mij.

Zijn vrouw en Stefano hadden hem bevolen op mij te passen, tot ik weer goed zou zijn. Ik ben er blij mee, want hij herinnert mij ieder moment van de dag aan Anouk..., en zo wil ik het ook.

......

Een klein uur later had ik het verhaal Anouk verteld. Herr Kaufmann had mij aangehoord, zonder mij in de reden te vallen. Toen ik uitgesproken was, zei hij: “Mein Gott, een meisje van negentien jaar..., door haar keel geschoten. Wat een wereld. Ik heb begrepen dat je je dood wilde lopen in de Dolomieten, terwijl je de as van Anouk met je meedroeg...?”

“Ja..., dat wilde ik, Herr Kaufmann. Het leven had geen enkele waarde meer voor me, ondanks dat ik zulke prachtige vrienden had, en gelukkig nog steeds heb.”

“Kom, noem mij Dieter, Jan. Ik hoorde je de naam van Anouk’s moordenaar noemen. Zit ik er naast als ik veronderstel dat hij familie van Fausto Macchiarola was?”

“Het was Fausto’s zoon, Herr... Dieter.”

“Lieber Gott! Weet hij dat je zijn zoon vermoord heeft?”

“Nog niet, maar ik zal het hem wel vertellen.”

“Mensch, bist Du verrückt? Hast Du einen Todeswunsch?”

“Niet meer, denk ik. Af en toe ben ik het zat, omdat ik Anouk zo vreselijk mis. Ik heb vele vrouwen na haar gehad, maar niemand kan haar plaats innemen. Iedere keer nadat ik een poosje in een relatie heb gezeten, wil ik weer alleen zijn..., wil ik weer samen met Anouk zijn.”

De geheime dienst man dacht even na en zei toen: “Ik hoef je strategie niet te weten. Ik doe iets wat niemand van ons doet. Ik vertrouw iemand. Ik heb je nagenoeg in actie gezien en ik heb je verhaal gehoord. Ik zou alleen willen weten of het voor jou een wraakactie is.”

“Nee Dieter. Zeker niet om te beginnen. In Holland vernam ik dat de Sacra Corona Unita achter mijn identiteit was gekomen en mij wilde vermoorden. Aanvankelijk dacht ik dat dit een autonome onderneming was, maar niet veel later kwam ik erachter dat de Illuminati een contract van honderd miljoen op mij hadden gezet. Toen werd de zaak voor mij zeer persoonlijk, omdat zij Anouk gebruikten om hun doelen te verwezenlijken.

Al mijn vrienden hier, hielden minstens evenveel van Anouk, als ik dat deed. Allemaal hebben zij hun leven gewaagd om Anouk, die stervende was, te redden uit Puglia. Allemaal hebben wij besloten dat dit de finale afrekening wordt met de Sacra Corona Unita en ja, dit rijdt als wraak op de rug van onze vermoorde Engel. Maar, nee, wij worden niet door emotie aangestuurd, wij zitten volledig in onze ratio en zullen dealen met deze operatie, als ware het een transactie, of inderdaad een contract.”

“Dat wilde ik horen, Jan. Waarmee kan ik jullie helpen?”

“Dank u, Herr Kaufmann. Het hangt nog af van de resultaten waarmee Stefano en Renato uit Italië terugkomen, maar wij hebben vrijwel zeker een industrieloods nodig, waarin een groothandel in elektrische- en elektronische apparaten is gevestigd. Het maakt niet uit waar, als de locatie maar centraal in de lijn Duisburg, Düsseldorf en Keulen ligt.”

“Ik begrijp dat er dus spullen uit Italië komen, waarom neem je niet gewoon een lege loods, Jan? Die zijn overal te huur.”

“U hebt al begrepen dat de apparatuur uit Italië, wordt aangeboden aan de Sacra Corona Unita hier in NordRhein Westfalen. Wanneer de headhoncho’s onze geloofsbrieven natrekken, dan is een splinternieuw bedrijf niet noodzakelijk verdacht, maar een gerenommeerde zaak die al wat jaren bestaat, wekt automatisch veel meer vertrouwen.”

De geheime dienst man knikte. “Ja, je hebt volkomen gelijk,” zei hij, “Hoe lang heb ik en wat kan ik de eigenaren aanbieden?”

“Ik verwacht morgenavond een definitief antwoord. Mocht dat positief uitvallen dan verwacht ik de goederen met een week hier te hebben. Wanneer wij het tijdelijk zouden moeten opslaan, tot het moment dat u voor ons het juiste bedrijf hebt gevonden, is dat geen enkel probleem natuurlijk.

Ieder redelijk bedrag dat de eigenaar bedingt, is acceptabel voor ons. Alle schade en kosten voortvloeiende uit ons verblijf en gebruik van het warenhuis en eventuele opgeslagen goederen, zal door ons volledig vergoed worden. Wij accepteren dan ook iedere redelijke borg. Na het gebruik van het warenhuis zal bij de eindafrekening een bonus van honderdduizend euro aan de eigenaar(s) betaald worden. Ik zit er over te denken om sowieso een lege industrieloods erbij te huren.”

“Dus de eindstrijd zal niet in het warenhuis plaatsvinden?” vroeg Dieter slim.

“Niet wanneer alles volgens plan verloopt, Dieter.”

“Goed, ik ben vrijwel zeker dat ik jullie kan helpen. Laat mij maar weten wanneer je zeker bent van de noodzaak voor dat bedrijf. Ik zal er nu onmiddellijk mensen opzetten, zodat wij geen tijd verliezen. Nu wil ik jou om een gunst vragen.”

“Sure, be my guest!”

“Ik ga over drie jaar met pensioen, Jan, en ik ben momenteel een verslag aan het schrijven van mijn jaren in Bundesnachrichtendienst. Ik versla bijzondere operaties, mijn ervaringen en geef recommandaties. Het manuscript zal nimmer gepubliceerd worden en zal alleen voor intern gebruik dienen. Ik denk dat het een waardevolle aanvulling zou zijn wanneer ik een verslag zou kunnen toevoegen van de planning en executie van een operatie van...”

“Een groep misdadigers?” vulde ik aan.

“Jij zegt het, niet ik, al denk ik dat het in de beschouwing wel zo gezien zal worden. Maar nee, ik zie dat nu niet meer zo. Ik denk dat moreel gezien, wij net zo vaak als misdadiger beschouwd zullen worden. Wat mij echter bijzonder interesseert, is hoe je tot een bepaald plan bent gekomen in de paar dagen dat je onze informatie bezit. Denk je dat je dat kunt doen?”

“Ja, ik zie niet waarom niet. Ik maak voor mijzelf ook altijd rapporten voor mijn verhalen. Ik wil het wel algemeen houden, geen namen, specifieke locaties, of data. Ik heb anders net het gevoel alsof ik een bekentenis afleg.”

Dieter lachte, stond op en zei: “Ja, dat begrijp ik en het is prima wat je zegt. Jan... speel het rechtuit met ons en je hebt de beste bondgenoot die je je wensen kunt. Denk je dat je nu al de gehele operatie kunt overzien?”

“Ja, als we kunnen starten wanneer Stefano en Renato terug zijn, ja, tenzij er een natuurramp of een andere gebeurtenis plaatsvindt, die net zo catastrofaal en onvermijdelijk is..., is het gesneden fucking ‘
Weißbrot’” zei ik, en bood hem mijn hand aan.

De geheime dienst man lachte weer, schudde mijn hand en zei: “Je hebt een klasse ‘setup’ hier, Jan. Geweldig communicatie- en commando centrum. Ja, ik denk wel dat je de zaak stevig in handen hebt. Heb je een cryptofoon?”

“Ja, maar ik denk niet dat onze encryptie-codes uitwisselbaar zijn.”

Dieter gaf mij een kaartje en zei: “Voeg mij toe. De encryptie-code is twee keer het landennummer, die kun je vooraf programmeren in je adresboek. Zo kun je mij altijd bereiken.”

“Wicked! Dank u wel, wilt u mijn nummer ook hebben?” probeerde ik.

Dieter lachte opnieuw en terwijl hij uitstapte, zei hij: “Dat heb ik al, Jan. Niet zo min over ons denken.”

Ik schoot in de lach en zei: “Ik mag het toch wel proberen? Wacht, ik loop met u mee naar uw collega en mijn vrienden. Mag ik u lunch aanbieden?”

 

Zes dagen later hielpen Renato en Flavio mij met het installeren en aansluiten van een 70” NEC MultSync LCD Monitor. Het was een benauwd moment geweest toen Pietro en Perparim het, normaal honderd kilo wegende, scherm aan zijn muurbeugels hingen. Met de door mij gewenste veranderingen woog het scherm nu honderdtwintig kilo. Ik maakte mij meer bezorgd over het gewicht van het aangepaste scherm dan de prijs daarvan -die nu vijftienduizend euro, in plaats van negenduizend euro bedroeg. De twee reuzen hingen het scherm aan de muur alsof het een Delft’s blauw tegeltje was.

Stefano en Flavio waren twee dagen na hun vertrek teruggekeerd en hun missie was een volledig succes. De fabrikant van het mobiele communicatie- en commando centrum kon de door mij gewenste apparatuur en software binnen een week leveren. Daarna waren Stefano en Flavio naar Napels gevlogen om een vrachtwagen vol met elektronische- en elektrische artikelen te bestellen en die handel contant af te rekenen.

De Camorra verliest nimmer tijd, want een dag na de terugkeer van Stefano en Flavio, arriveerde de vrachtwagen met de door ons bestelde artikelen. Gelukkig had mijn nieuwe vriend Dieter, zijn vinger 'big-time' uit zijn reet getrokken en alle knoppen al ingedrukt. We konden de vrachtwagen laten lossen in ons nieuwe warenhuis in de Henkelstrasse, op het industrieterrein Düsseldorf-Reisholds AG. Het personeel van de vriendelijke eigenaar loste zelfs de vrachtwagen voor ons. Daarna gingen de eigenaar en zijn personeel op een vakantie, die door ons betaald werd.

Het warenhuis lag mooi centraal en de verbindingen naar de uitvalswegen waren uitstekend. Dieter had niets over het hoofd gezien.

De rest van de week hadden wij besteed door verkenners naar de restaurants en opslagloodsen van de Sacra Corona Unita in Duisburg, Düsseldorf en Keulen te sturen. De verkenners droegen videobrillen. Het door hun polshorloge opgevangen Bluetooth videosignaal werd versterkt en ‘gerelayd’ naar de auto van de ‘wheelman’, die in de kofferbak een ‘relay-amplifier’ (heruitzending/ versterkingsstation) had staan.

De van de polshorloges opgevangen signalen werden versterkt en via een 3G GSM circuit naar ons mobiele communicatie en commando centrum verzonden. Daar konden wij op de LCD schermen in ‘real-time’ zien en horen, wat de verkenners waarnamen in de restaurants en warenhuizen van de Sacra Corona Unita in Düsseldorf, Duisburg en Keulen.

De verkenners hadden de foto’s van Fausto Macchiarola, de freelance Vangelista, en Malisĕvo, de Arkan Tijger bestudeerd. Zij hadden allemaal de opdracht, wanneer zij eenmaal de Vangelista of de Arkan Tijger zagen, om vanaf dat moment de grote Pugliees en de Serviër onder observatie te houden. Deze observatie had de absolute prioriteit over alle andere verkenningen, daar dit stel de enige losse kanonnen –en dus onvoorspelbare factoren- in de organisatie, en dus de operatie waren.

Een rijkdom aan informatie en beelden was die dagen opgeslagen en Renato, Flavio, Stefano en ik begonnen onze strategie nu in miniem detail uit te werken. Het was mij opgevallen dat Flavio en Renato mij al een paar keer goedkeurend en glimlachend hadden zitten observeren. Stefano’s gezicht verraadde niets. De ouverture van onze operatie zou binnen een paar dagen beginnen. Niemand van ons was arrogant. Wij beseften allemaal dat één of meerdere van ons het leven kon laten tijdens de executie van onze aanvallen. Toch waren wij allemaal –behalve Perparim en Pietro- hyper en konden niet wachten op het startschot. Voor de twee giganten was het gewoon ‘business as usual’

“Dus dezelfde installatie wordt nu bij mijn vader in Napels aangebracht?” vroeg Renato, terwijl hij de videokabels van het net opgehangen monster LCD scherm in de achterkant van de observatie- en communicatie server plugde.

“Als het goed is, dan is dat al gebeurd,” zei Stefano, “We konden niet op twee plaatsen tegelijk zijn, dus de fabrikant zou dat voor ons doen. Hij zou tevens de bediening aan je broer Paolo onderwijzen, omdat we niet mochten verwachten dat jullie vaders daar erg in geïnteresseerd zouden zijn. Wanneer de installatie in Napels gereed is, dan gaan ze gelijk ‘online’”

“We zullen het meteen weten,” zei ik, terwijl ik de power inschakelde.

Een moment later lichtte het LCD scherm op.

“Ciao zio Giuwa (ome Jan),” zei de jongeman die ons aankeek.

“Ciao Paolino,” antwoordde ik verheugd, “Che fai, guaglio?”

“Bene, bene, Zio. Papa... Zio Umbè... venite a ca! (Papa, oom Umberto, kom eens hier)”

“Ciao, Giuwa. Ciao ragazzi,” zei Lucio, die samen met zijn broer Umberto in het beeld verschenen,

“Wel mooi zo’n webcammetje,” dolde Umberto.

Ik was extatisch en tegelijkertijd hevig geëmotioneerd om mijn oude vrienden van de Camorra te zien. Dat ook de twee oude Vangeliste ontdaan waren, was duidelijk te zien.

“Wanneer deze operatie achter de rug is, Giuwa, dan moet je ook zo’n installatie thuis bij je zetten. Dan kunnen we gezamenlijk eten, drinken en kaarten,” stelde Umberto voor.

“Goed idee, Umbie,” antwoordde ik lachend, terwijl ik mij afvroeg waar thuis dan wel voor mij was. Ik zag aan Natasja dat zij mijn gedachten geraden had.

“Dus wij kunnen de gehele operatie volgen?” vroeg Lucio me.

“Ja, maar dat niet alleen, jullie kunnen ook coördineren wanneer wij hier in Duitsland de strijd ingaan. Dit systeem staat namelijk weer in verbinding met het mobiele communicatie- en commando systeem. Dat is dan het leukste en meest realistische videospelletje dat ooit uitgevonden is,” lachte ik.

“O, jij oude duivel,” hoorde ik Stefano hijgen, “Daarvoor wilde je die systemen hebben, Zio. Nu hebben wij geen excuus meer om je uit de strijd te houden door je te laten coördineren. Jij stiekeme vent.”

Lucio brulde van het lachen en Umberto, de vader van Flavio, vroeg: “Hij is goed hè, jongens. Hai fatto bene, Giowa. Brave, brave. (Goed gedaan, Jan. Keurig, keurig)”

“Vinden jullie het geen leuke verrassing,” vroeg ik mijn drie peetzonen. Perparim en Pietro stonden te stikken van het lachen. Even later legde Perparim aan Natasja uit wat ik gedaan had. Die ging gelijk heel eigenwijs kijken, alsof zij het bedacht had. Nou ja, ze had wel geholpen, want ze inspireerde als een gek in dit hele verhaal.

Stefano’s mobiel rinkelde. Hij nam op en luisterde. Hij stak zijn duim op naar Lucio en Umberto, voordat hij zei: “Ja, is goed, komen jullie maar naar binnen. Wij zijn er precies klaar voor.”

“Giovanni?” hoorde ik Lucio vragen.

“Si caro?” antwoordde ik.

“Dit is een cadeau van ons allemaal, Giowa. We zijn er meer dan een jaar mee bezig geweest, omdat wij wel konden nagaan dat dit, vroeg of laat, moest gebeuren. We hopen dat je er blij mee bent.”

Ik hoorde de deur van het warenhuis opengaan en keek op de monitor van het ‘cctv security system’. Wat was dat...? Het leek wel een groep vrouwen die binnenkwam. Vrouwen? ‘What the fuck...’

“Ecco noi, ragazzi (Hier zijn we dan, jongens)” klonken zes zilveren stemmetjes uit de monden van evenzoveel jonge vrouwen. Zes jonge vrouwen..., meisjes nog eigenlijk. Het leek wel een ‘fucking’ zesling. Zes griezelig mooie, zwartharige schoonheden. Lange zwarte nappa jas en een lange zwarte leren rok boven zwarte leren laarzen met een platte hak. Ik dacht dat ik droomde, maar ik hoorde Natasja zeggen: “Wow, die zijn mooi, wat een mooie vrouwen.”

Flavio zei: “Vi presento (Ik stel jullie voor aan) Ambra, Nicola, Noemi, Oriana, Umi en Keiki.”

“Piacere (Aangenaam),” zeiden Perparim, Pietro en ik verbouwereerd.

“Zio, als u nu even uw kin van uw borst haalt dan kunnen we beginnen,” zei Flavio, “Meisjes, kleden jullie je eens uit.”

Ik dacht dat ik gek werd toen ik dat hoorde, en met de twee reuzen was het al niet beter gesteld.

De zes meisjes trokken hun leren mantel uit en legden die op een stapel dozen, waarna ze hun leren rok opentrokken, afdeden en die bij de mantels gooiden. Alles zes waren gekleed in elegante, zwarte kevlar boxershorts, zwarte kevlar T-shirts met daaroverheen lichte POINT BLANK kogelvrije vesten. Onder hun rechteroksel hing een HK MP7 A1 submachinepistool en onder hun linkeroksel zat een 9mm Sig Sauer P226 X5 in een zwartleren sneltrekholster. Op hun linkerdijbeen droegen ze een zwartleren holster met een 9mm Baby Glock 26 pistool; op hun rechterdijbeen waren holsters van zwart kalfsleer gegespt, die extra magazijnen voor de HK MP7 A1, De Sig Sauer en de Baby Glock bevatten. Alle meisjes droegen twee Cobra Spiked Warrior Knives; ik kon de heften boven hun laarzen zien.

“Draaien,” beval Flavio.

Als volleerde fotomodellen draaiden de zes zwartharige schoonheden zich bevallig om. Op hun rug, onderaan de kogelvrije vesten, zag ik de twee korte heften van keramieken messen uit de zoom steken. Deze meisjes zouden Lara Croft zwart doen zien van jaloezie. Niet alleen waren ze mooier en beter uitgerust, zij zagen er ook uit alsof ze de wapens konden gebruiken.

“Ambra en Keiki, verder uitkleden en formatie,” zei Flavio.

De twee aangeduide meisje ontdeden zich van de kogelvrije vesten en alle wapens behalve de Cobra Spiked Warrior Knives, die zij nu uit hun laarzen trokken. Zij hielden de messen zo, dat de lemmeten naar hun ellebogen wezen. Zij kruisten hun armen voor hun borst en begonnen zich te concentreren op hun ademhaling. Ik kreeg het plotseling benauwd, het was alsof ik wist wat er zou gaan gebeuren.

“Geef me je hand,” zei ik hees tegen Natasja.

Aan iedere kant van Ambra en Keiki kwamen twee meisjes op ongeveer een halve meter afstand staan. Flavio gaf Stefano een teken en de twee mannen stelden zich, op ongeveer twee meter afstand, recht tegenover Ambra en Keiki op.

Iedereen was doodstil. Alleen de ademhaling van Ambra en Keiki was duidelijk hoorbaar. De twee meisjes bogen voorover en spreidden hun armen, zodat zij op zwanen leken. De punten van de vier messen leken de kelen van hun collegaatjes te raken. Mijn ogen vulden zich met tranen. Ik realiseerde mij nu waar ik naar keek....

....Ze stonden ongeveer anderhalve meter apart, toen Anouk naderde met twee vlijmscherpe messen. Ze droeg de messen met de lemmeten naar achteren wijzend, zoals veel Shilat Pentjak vechters dat doen.

Ze ging tussen de Stefano en Rino in staan met haar armen langs haar lichaam gestrekt, de heften van de messen naar de grond wijzend, zodat de punten bijna haar ellebogen raakten. De paar seconden dat zij haar ademhaling regelde, leek het wel alsof Anouk in trance was.

Zij stapte naar achter en maakte een voorwaartse salto. Toen zij weer stond, wezen haar handen naar de kelen van de beide mannen. De lemmeten van de messen, lagen tegen de kelen, voor een fractie van een seconde. Dodelijk. Anouk kruiste haar armen voor haar borst, stapte naar voren en maakte een achterwaartse salto, kwam neer met nog steeds gekruiste armen, zij sloeg haar armen uit elkaar, zodat zij op een zwaan met gespreide vleugels leek. Het volgende moment hadden Stefano en Rino ieder de punt van een mes onder hun kin. Dodelijk. Als Stefano of Rino hadden bewogen gedurende Anouk’s kata, dan zouden ze dood geweest zijn.

Zij verhoogde nu haar tempo en maakte draaisprongen en overslagen uit het Batay Kréol om de mannen heen, en tussen hen door. Iedere keer dat zij stopte, rustte een lemmet of de punt van een mes tegen de huid van één of beide mannen, op een plek waarachter een vitaal orgaan, of slagader huisde. Nog steeds verhoogde zij haar tempo, het was moeilijk te volgen, wat zij precies deed. Vanuit een overslag liet zij zich vallen en met de bewegingen van een ‘breakdancer’ draaide zij om de mannen heen, en tussen door; zij leek niet meer te kunnen stoppen, maar het volgende ogenblik stond zij doodstil, voorover gebogen tussen de twee mannen. Haar armen waren gespreid en de punten van de messen rustten tegen het scrotum van haar sparringpartners. Nu liepen de rillingen mij wel even over mijn rug en ik hoorde de tien mafiosi en Franco zuchten.

“Mamma mia,” fluisterde de reusachtige Pietro, ontzet.

Nu draaide Anouk om haar eigen as, zoals een schaatsenrijdster, of een ballerina, alleen ze was voor het oog niet meer te volgen. Ze wervelde tussen de mannen door, en om hen heen. Haar armen bewogen nu razend snel. Het ene moment rustte een messenpunt tegen de leverstreek, het volgende moment sloeg ze het heft, zodat de zware achterkant van het mes de slaap, of de kaak zou breken. Ze leek nu wel een wervelende Kozak, of een dolle derwisj. Dit kon niet veel langer doorgaan, voordat zij haar balans moest verliezen. Ze stopte, gooide de twee messen in de lucht, maakte een salto, ving de twee messen tegelijkertijd op en gooide die van zich af. Zij nam een aanloop en terwijl de twee messen trillend in de houten lambrisering, twintig centimeter naast mijn hoofd ploften, maakte Anouk een dubbele salto, waarna zij op Stefano’s schouders belande.

Zij nam zijn hoofd in haar armen en kuste hem waar ze hem raken kon. Stefano tilde haar van zijn schouders, nam haar in zijn armen en zei luid: “Welkom Anouk, welkom thuis”....

“Welkom in Duitsland, guagliune (meisjes),” zei Flavio terwijl hij en Stefano ieder een zwarte ‘feline female’ van hun schouders tilden.

Met betraande ogen keek ik naast ons en ik zag dat twee Cobra Warrior Knives naast mij en Natasja-, en de andere twee tussen Perparim, Pietro en Renato in de houten wand staken. Dat was een fenomenaal staaltje van wapenbeheersing, want deze messen laten zich nagenoeg niet gericht gooien.

Ik realiseerde mij dat, hoewel ik niets van het schouwspel gemist had, mijn hersens de vertoning hadden vertaald naar de geweldige kata (oefening) van Anouk, nadat wij haar van een wisse dood in Puglia hadden gered.

“Zio,” zei Flavio, “Ik stel u nogmaals voor aan Ambra, Nicola, Noemi, Oriana, Umi en Keiki..., oftewel... ANNOUK!”

“Oh mijn god,” hijgde ik, “Dus toch een acroniem, de twee N’en gooiden mij van het pad.”

“Ambra en Keiki,” stelde Flavio mij voor aan de twee meisjes die de kata zo perfect hadden uitgevoerd. De twee Napolitaanse schoonheden omhelsden mij om beurten.

“Per Anouk,” zei Ambra.

“Per ANNOUK,” retourneerde ik de strijdkreet naar Ambra.

“Per Anouk! Facimme fess’ a tutt’ vettente pezzi di merda,” schold Keiki niet erg damesachtig in het Napolitaans.

“Per ANNOUK!”

Daarna werd ik omhelsd door de andere vier Napolitaanse schoonheden, die ieder de strijdkreet herhaalden.

“Ma..., siete proprio magnifiche e fenomenale,” zei ik tegen het vrouwelijke vechtteam, hen het compliment makende dat zij ‘magnifiek en fenomenaal waren’.

“Come mai?” nodigde ik Flavio uit om mij uit te leggen waarom er zes levensgevaarlijke, vrouwelijke schoonheden uit Napels waren gekomen om ons bij te staan.

“Renato?” nodigde Flavio zijn neef uit.

“Toen u na de wraak op de moordenaars van Anouk naar Nederland was vertrokken, bleven wij met een gat zitten, Zio. Wij respecteerden allemaal uw liefde voor Anouk, maar wij hielden ook van haar,” begon Renato, “We waren verteerd van verdriet en toen onze vaders ons vertelden dat er, vroeg of laat, een wraakactie van de Sacra Corona Unita zou komen, stelde mijn vrouw Pam voor, om een team van vrouwen samen te stellen -in de geest van Anouk. We hebben een grote familie en alle families die een dochter hadden in de leeftijd van Anouk, vroegen ons om die dochter op te leiden, nadat ze het verhaal van Anouk vernomen hadden. Oriana!”

Het zilveren stemmetje van Oriana tinkelde: “Wij zijn temperamentvolle vrouwen, zio Giovanni, maar het verhaal van de liefde tussen u en Anouk was voor ons veel mooier dan het verhaal van Romeo en Julia. Nicola!”

Nicola kneep Natasja vriendschappelijk in haar wang en vervolgde: “Toen wij het hele verhaal gehoord hadden, meenden wij dat dit een echt liefdesverhaal was. Niet die laffe, kleffe fuckshit van Romeo en Julia. Alles was er. Oneindig respect, mateloos geweld, eindeloos verdriet en mooie, spannende seks tussen twee mensen, die een mensenleven in leeftijd verschilden. Noemi!”

“Wees goed voor onze Zio,” zei Noemi, terwijl zij Natasja omhelsde, “Toen wij hoorden dat u had getracht om uzelf dood te lopen in de Dolomieten, alleen om weer bij Anouk te zijn, hield niemand het van ons droog. Pam hoefde ons niet te overreden. Wij waren besloten. Umi!”

Umi stak haar arm door die van Natasja, en zei: “Eens besloten, wilden wij ook goed worden. Wij realiseerden ons dat wij nimmer zo goed als Anouk zouden zijn, maar wij wilden allemaal die droom beleven. Zio Giovanni, u bent een beroemd man in onze familie en als u een beetje van ons zou kunnen houden, zoals Pam, zi’ Renato, zi’ Flavio, zi’ Lucio, zi’ Umberto en u van Anouk hebben gehouden dan geeft u ons het mooiste cadeau mee voor de rest van ons leven. Malavita!”

“Onderwereld!” kopieerde ik haar strijdkreet, “Maar hoe is het mogelijk? Zes Napolitaanse schoonheden die kunnen vechten als Anouk. Waarom heb ik nooit iets geweten. Je bent erg mooi, Umi, net als je nichtjes.”

“Zi’ Stefano?” nodigde Umi de zoon van mijn geliefde, vermoorde vriend Franco uit.

“Zio Gian, u bent met mijn moeder, vrouw en kinderen het liefste wat ik bezit op deze wereld. Toen Anouk van ons wegviel, en niet lang daarna mijn vader, heb ik verscheidene keren overwogen om een eind aan mijn leven te maken. Echter, en zoals u weet, Zio, Pam is een wijze vrouw. Renato en vooral Flavio waren al begonnen met de training van ANNOUK en Pam wist mij te interesseren om mij voor ANNOUK in te zetten. Het kostte haar geen enkele moeite. Ik vond het geweldig, vooral omdat ook ik besefte, dat vroeg of laat er een eindafrekening zou komen.

Als Anouk een hele Sacra Corona Unita familie kon vermoorden, wat zouden zes geweldige vrouwen dan kunnen? De weekenden dat ik niet naar Napels kon gaan, kwamen Renato en Flavio naar mij om te trainen en te leren. Gedurende de week leerden zij de leden van ANNOUK weer. De meisjes zijn natuurlijk niet zo goed als Anouk, maar wat zij in een jaar bereikt hebben, grenst aan het ongelooflijke. Dat is het zo’n beetje, Zio.”

Ik was zwaar aangedaan. Terwijl Perparim alles voor Natasja vertaalde, zei ik: “Ambra, Nicola, Noemi, Oriana, Umi en Keiki, ik vraag jullie niet of jullie ervaring in actie hebben opgedaan. Mijn vrienden kennende, zal het jullie daar niet aan ontbreken. Toch ben ik bezorgd, jullie moeten jullie leven nog beginnen, en dat terwijl jullie al zo goed zijn. Als iets met één van jullie zou gebeuren, dan is het net of de geschiedenis zich herhaalt. Ik doe een concessie, namelijk, ik zal alles coördineren, maar jullie luisteren naar de orders van Stefano, Renato en Flavio. Geen improvisatie of heldendaden. Heb ik jullie woord?”

“Si Zio,” juichten de meiden.

“Si, maar u laat ons de dood van Anouk nogmaals wreken, en onze levensdroom beleven?” vroeg Umi bezorgd.

“Malavita (Onderwereld)” zei ik.

“Malavita,” galmde het om mij heen in eendracht.

“Malavita,” hoorden wij Lucio en Umberto vanuit Napels

 

ANNOUK IV - Hitting where it hurts...

Twee dagen later zaten Natasja, Renato, Flavio en ik weer voor de monitoren in de Mercedes vrachtwagen. We stonden geparkeerd in de Donatusstraßse, in het industriegebied ‘Im Gwerbegebiet’ in Keulen.

In de Mannheimer Straße was het bedrijfspand van de restauranthouder en Sgarristo Gianni Vaccarelli gevestigd. Hier werd de elektrische- en elektronische namaakapparatuur van de clan Vaccarelli verkocht. Het was meer dan waarschijnlijk dat hier ook drugs werden verkocht, of in ieder geval lagen ‘gestashed’.

Eerder die week hadden wij drie personenauto’s geparkeerd tegenover de bedrijfspanden van de drie Sacra Corona Unita clans. In de personenauto’s waren camera’s en GSM ‘relay- en versterkerstations’ gemonteerd. Renato, Flavio en ik had dus een vrij zicht op de voorgevels van betreffende bedrijfspanden.

Ik wachtte tot ik de zwarte Audi A8 van Perparim zag stoppen voor het bedrijfspand van restauranthouder Sgarristo Paolo Narciso. Het pand was gelegen in de ‘Am Nienshaushof’ in het industrie gebied ‘Gewerbegebiet Stepelsche Straße’ in Duisburg. Ik nu gaf het teken: “BS2, BS3 en BS4, dit is BS1. Jullie kunnen doorgaan, naar fase 1. Stop jullie voertuigen uit het zicht van de beveiligingscamera’s.”

Een moment later zag ik de Mercedes van Pietro stoppen voor het warenhuis van restauranthouder en Sgarristo Dino Pacchioni in de ‘Heerdter Lohweg’ in het industrieterrein ‘Gewerbegebiet im Hansapark

Nagenoeg tegelijkertijd stopte de gepantserde, zwarte Audi A6 van Stefano voor het bedrijfspand om de hoek waar onze commando Mercedes stond geparkeerd.

“BS 1, 2 en 3. Het gaat beginnen, als jullie klaar zijn. Vergeet het toneelstuk niet. In gamba, ragazzi. (Toi, toi jongens)”

De drie bestuurdersportieren gingen tegelijkertijd open. Perparim, Pietro en de chauffeur van Stefano stapten uit en hielden de achterdeur van hun voertuig open. Uit ieder voertuig stapten twee leden van ANNOUK. Zij waren met recht ‘dressed to kill’ in hun zwartleren kleding. Zij wachtten tot hun begeleiders –Stefano en een mafioso van hun groep- uitgestapt waren en gaven hen toen een arm.

Het was grappig, bijna belachelijk om dit schouwspel in triplo te zien, maar dat was niet wat de portiers in de drie bedrijfspanden zagen. Iedere portier zag een dure auto stoppen, waaruit twee nog duurdere ‘Trophy-wifey’s’ met hun ‘Manthers’ (suikeroompjes) stapten, waarna de chauffeur de autoportieren weer sloot. De portier zag geld uit de auto stappen. Veel geld..., en veel geld is altijd goed voor de clans.

De chauffeur van iedere groep stak de straat over –gewapend met een koffertje- en de twee paren volgden lachend en dollend –ogenschijnlijk zonder enige haast.

“Rijke pleurislijers,” dacht de jaloerse portier en drukte op een knop om de voordeur te openen.

“Flavio, jij observeert Duisburg en Renato, jij bekijkt Düsseldorf. Wanneer er ergens een situatie dreigt te ontstaan, dan gooi je een kopie van dat ‘window’ naar mijn scherm. Va bene?”

“Si Zio,” klonk het tegelijkertijd uit twee monden.

“Goed, het gaat beginnen. Veel plezier. Kunnen jullie het goed zien?” vroeg ik Lucio en Umberto, die in Napels voor hun schermen zaten.

“Perfettamente, Giuwa.”

“Goedemiddag,” zei Stefano tegen de portier, “Wij komen voor Signor Gianni Vaccarelli. Een gemeenschappelijke vriend heeft mijnheer Vaccarelli aangeraden.”

“Mijnheer Vaccarelli is op het moment niet aanwezig, ik kan u zijn vervanger geven.”

Stefano keek verveeld en zei: “Ik wilde graag zaken met de orgeldraaier doen..., niet met zijn aap.”

“Signor Donato is een heel capabele man,” zei de portier, “U zult zien dat u zaken met hem kan doen. Laat mij hem even roepen.”

Een moment later ging de stalen sluisdeur open en een ‘made man' (gangster) nodigde Stefano en zijn gezelschap uit verder te komen.

“Signor Donato verwacht u, signori. De chauffeur kan hier bij de portier wachten.”

“Dai scugnizzo (Zeg kwajongen),” antwoordde Stefano, “Mijn chauffeur draagt het geld en daarna de goederen. Geen chauffeur..., no fucking deals. Het begint al weer goed hier. Wat zal het zijn, zaken of geen zaken doen?”

“De chauffeur kan natuurlijk meekomen,” zei de goon ijzig, terwijl Umi en Oriana vrolijk kwebbelden, alsof er niets aan de hand was.

Even later werd het kleurige gezelschap in een reusachtig kantoor gelaten. Donato zat achter een groot mahoniehouten bureau en werd geflankeerd door twee lijfwachten.

“Gaat u zitten,” nodigde Donato het gezelschap uit om plaats te nemen. De ‘goon’ bleef bij de deur staan.

“Wat kan ik voor u doen, signori?” vroeg Donato.

“Een gezamenlijke vriend van Gianni Vaccarelli en mijzelf heeft mij verteld dat Vaccarelli mij mogelijk kan leveren, wat ik zoek.”

“En uw naam is,” vroeg Donato, de telefoon pakkend om met zijn baas, de Sgarristo Vaccarelli te checken.

“Che bello (wat mooi),” juichte Umi enthousiast, en liep naar een schilderij dat aan de muur hing.

“Mijn naam is Stefano, ik zal u mijn visitekaartje geven,” zei Stefano. Hij stond op, stak zijn hand in zijn binnenzak, trok die er weer uit met een gedempte Baby Glock. Hij schoot de twee lijfwachten ieder twee kogels door hun voorhoofd. De ‘goon’ bij de deur wilde een wapen trekken, maar de kogel uit de gedempte Baby Glock van Umi vertelde hem dat hij te laat was.

“Stel het warenhuis zeker,” beval Stefano.

Oriana en Umi pakten hun HK MP7 submachinepistolen vanonder hun oksels. De twee mafiosi bewapenden zich met machinepistolen, die zij uit het koffertje pakten. Daarna zwermden de meisjes en de twee Brescianen het warenhuis in.

“BS4 ga door naar de locatie. Copy that.” riep ik een back-up team op

“BS4 naar locatie.”

“BS6 ga door naar de locatie. Copy that.” Hoorde ik Flavio naast mij.

Twintig seconden later stopte er een Mercedes achter Stefano’s Audi. Vier man stapten uit. Drie liepen snel naar het warenhuis, maar de vierde bleef bij de Mercedes wachten.

De portier die voelde dat er iets niet goed was, pakte de telefoon om Donato te waarschuwen.

“Vergeet het bellen maar,” zei Umi en drukte de loop van haar machinepistool in het oor van de portier.

“Open die buitendeur, anders ben je straks aan één kant doof.”

De portier drukte op de knop en de buitendeur ging open. Drie mannen renden naar binnen, terwijl de vierde nu een grote weekendtas uit de kofferbak pakte. Even later stond hij ook in het warenhuis.

“Laat iemand van jullie die portier wat plastic ombinden. De rest gaat met mij mee.”

Ik verplaatste het beeld weer naar het kantoor met Stefano en Donato.

“Wat is de bedoeling van dit?” vroeg Donato, die een beetje van de schok bekomen leek te zijn, “Jullie komen nooit weg hier.”

“Rustig maar,” antwoordde Stefano, “Je bent zo aan de beurt. Wel, en wat wegkomen betreft, we zijn erin gekomen ook, dus wegkomen moet niet al te moeilijk zijn. Temeer daar er niemand meer zal zijn, om ons tegen te houden. Je bent hoogstwaarschijnlijk ‘manovalanza’ dus je bent niet zo belangrijk voor de organisatie. Dat is mogelijk je geluk..., of misschien ook niet. We zien wel hoe behulpzaam je bent.”

Op dat moment hoorde ik een paar snerpende salvo’s van de HK MP7 A1’s.

“BS1 en Stefano, plan de exit maximaal voor over vijftien minuten. Die salvo’s kunnen gehoord zijn. De tijd wordt dun. Zodra ik een melding op de politie frequenties doorkrijg, waarschuw ik jullie.”

Stefano stond op en zei tegen Donato: “Nou, we zijn hier nog sneller weg dan ik dacht. Ik heb weinig tijd, dus ik vraag het maar één keer. De drugs.”

“Die liggen in de kluis. Ik heb de sleutel niet,” antwoordde Donato.

“Wedden van wel,” zei Stefano, en hij liep naar Donato. In verweer stond Donato op. Hij hief zijn handen op in afweer. Een nutteloos gebaar, want Stefano had al een vinger in het linkeroog van de manovalanza (onderbaas).

“De sleutel, want anders ruk ik je oog eruit,” zei Stefano verveeld. Hij wist de uitkomst al. Op dat moment kwam Umi binnen.

“Zes lichamen. De portier ligt geboeid. De ladingen zijn bijna allemaal geplaatst, Stefano,” zei ze.

“Goed, snij deze dumbfuck eens een oor af, voordat ik mijn vinger uit zijn oog haal. Als hij niet praat, hoeft hij ook niet te luisteren, of te zien. We maken een schemerlamp van hem.”

Umi trok een Warrior Knife uit haar laars en liep naar Donato en Stefano. Donato had er genoeg van om voor held te spelen. Hij schreeuwde Stefano te stoppen, omdat hij de kluis wel zou openen.

Enkele minuten later lag er totaal vijftien kilo aan heroïne en cocaïne op tafel en het kantoor stond nu vol met Stefano’s mannen.

“Pak die dope in de koffer en breng die naar de auto. Kom terug met de koffer. Twee man blijven bij de auto. Exit over vijf minuten. Enrico, begin de M202A1 FLASH fosforgranaten af te vuren. Umi, vernietig de CCTV opnames.”

Vier minuten later was het een ziedende vlammenzee in het warenhuis. Het waren hoofdzakelijk de voorraden die brandden, want het warenhuis was een staalconstructie. Er zou geen schade aan aanliggende warenhuizen ontstaan.

“Maak jij de portier maar los, Donato. Zie maar met één goed oog hoe je thuiskomt. Zeg tegen Gianni Vaccarelli dat ANNOUK even langs is geweest. Ta, ta.”

Precies op tijd verlieten Stefano, Umi, Oriana en de vier mafiosi het warenhuis en stapten in de Audi en de Mercedes. De twee wagens reden rustig weg.

“Hoe is het bij jullie?” vroeg ik Renato en Flavio.

“Exit in tien minuten. Acht lichamen, alle schoten waren gedempt. Drugs worden nu uit de kluis gehaald. Opnames van de CCTV’s worden nu vernietigd. Düsseldorf is onder controle,” zei Renato.

“Exit ieder moment nu. Negen lichamen en hoorbare schoten zijn gevallen. Geen sirenes. De opnames van de CCTV’s zijn veilig gesteld. Duisburg lijkt onder controle te zijn,” rapporteerde Flavio.

“Wat dachten jullie ervan?” vroeg ik Lucio en Umberto in Napels.

“Geweldig videospel, Giovanni,” zei Lucio, “Volgende keer zou ik wel een Joystick erbij willen hebben.”

 

ANNOUK V - Hitting harder and disabling...

Diezelfde avond stond ik met de commando- en communicatie Mercedes een paar straten voorbij het ‘Ristorante Aquasala’, in Düsseldorf, geparkeerd. Stefano, een lijfwacht, Umi en Oriana zaten in het restaurant om de avondmaaltijd te nuttigen. Twee zusters met hun echtgenoten. Het was een gezelschap zoals duizenden anderen. Centraal in het restaurant was een ronde fontein gebouwd. De fontein had een Ionische zuil in het midden, waarop een enorm bloemstuk stond. Het water kwam niet uit de zuil, maar uit de rand van het ronde fonteinbassin, zodat er een rond, gebogen watergordijn tegen de zuil aan klaterde. De lampen die onderin de zuil waren gemonteerd, gaven het geheel een speciaal effect. Zeer apart... en bijzonder handig.

Perparim, zijn eerste man, Ambra en Noemi genoten een diner in het ‘Ristorante Narciso’ in Duisburg. Twee zusters met hun echtgenoten. Het was een gezelschap zoals duizenden anderen.

In het ‘Ristorante San Severo’ van Gianni Vaccarelli in Keulen, zag ik op de monitor dat Keiki en Nicola met hun echtgenoten Pietro en zijn eerste man hun dessert beëindigden.

Het feit dat ik in ieder restaurant de twee paren kon zien eten, kwam doordat in datzelfde restaurant ook twee heren het diner genoten. Zij droegen de videobrillen, die zij later voor hen op tafel legden. Vier mannen en twee beeldschone Napolitaanse vechtvlechten in ieder restaurant. Zes man, oftewel zes vrouwen. Er was geen verschil.

Renato en Flavio konden zeer tot hun ongenoegen niet aan de actie deelnemen. Zij zouden later in de operatie een zeer belangrijke rol gaan spelen en mochten in deze fase beslist niet gezien worden. Gezien worden? Ja, klootveger. Zelfs restaurants hebben tegenwoordig camera’s

“Jezus fuck,” schold Natasja naast me, “Dit is fucking spannend, Jan.”

“Ja, dat merk ik nu ook, doll,” antwoordde ik, niet echt op mijn gemak,

“Renato, jij observeert Duisburg en Flavio..., jij controleert Keulen. Wanneer iets mis dreigt te gaan, alarmeer eerst de backup-ploeg en mij onmiddellijk daarna, door een kopie van je ‘window’ op mijn scherm te dumpen.

Toen uit alle drie de restaurants alle andere klanten al vertrokken waren en de groepen van Stefano, Pietro en Perparim al verscheidene aanmaningen van het personeel hadden gehad om af te rekenen, gaf ik het signaal.

Ik keek naar Düsseldorf. Stefano riep de ober voor de rekening. De ober had de rekening blijkbaar al klaar, want een moment later kreeg Stefano de rekening op een bordje gepresenteerd. Iets was blijkbaar niet goed met de rekening, want de ober boog zich over de rekening op het bordje.

Fout. Umi gaf de ober een Uraken (zweepslag) op zijn slaap. De ober zeeg ineen... en sliep. De gerant pakte de telefoon. Even later zag ik een paar mannen het restaurant inlopen. De man in het midden gaf de orders aan zijn ‘wise-guys’. Aan de gebaren van autoriteit meende ik dat dit de eigenaar Dino Pacchioni moest zijn. Hij beval het personeel om aan de bar te gaan zitten.

“Hahaha,” lachte Renato naast me, “Amra haar hand schoot uit. Oops! Een serveerster die slaapt op haar werk, is echt geen aanwinst voor een restaurant. O, o, hier komt de baas. Flavio, alles goed bij jou?”

“Ik zit me te amuseren hier. Die meiden zijn echt goed. Yeah, fat fucking cool!”

Natasja en ik zagen hoe Dino Pacchioni en zijn lijfwachten om de tafel van Stefano –die nu zijn videobril droeg- kwamen staan.

“Waarom sloeg u mijn ober?” vroeg Dino aan Stefano.

“Ik sloeg hem niet. Mijn vriendin hier sloeg hem, omdat hij in haar decolleté stond te turen.”

“En daar slaat zij mensen voor? Wat als ik in haar decolleté staar, zoals nu?”

Dino Pacchioni boog zich voorover om..., van Umi een razendsnelle open handslag onder zijn kin in ontvangst te nemen. Zijn hoofd sloeg achterover en hij viel languit op de grond, naast zijn ober, die net weer bij zijn positieven begon te komen.

Terwijl Dino half versuft van de grond opkrabbelde, trokken de vier lijfwachten hun pistolen, die ze op Stefano en zijn gezelschap richtten. Toen Dino weer stond zei hij: “Jij houdt ervan om mannen te slaan, gore snol?”

Hij trok een revolver en zette die op Umi’s hoofd en beval: “Opstaan en je handen omhoog. We nemen jou even mee.”

“Beter van niet,” Stefano, “Dat loopt nooit goed af, maar ja, je moet het zelf weten.”

“Opstaan, snol en die handen omhoog!”

Umi stond langzaam op en bracht langzaam haar handen omhoog..., wat ook van haar verwacht werd. Toen haar armen ter hoogte van Dino’s revolverhand waren, draaide zij die met een cirkelende Tai Chi beweging weg, omcirkelde de revolverarm zodat die onder haar schouder opgesloten werd. De hand van die linkerarm hield nu een Cobra mes tegen de keel van Dino terwijl twee vingers van haar rechterhand diep in de neusgaten van een verbouwereerde restauranthouder staken.

“Revolver laten vallen, anders trek ik je oogballen naar binnen, en de voering uit die gaffel, fuckface,” waarschuwde Umi de kermende Sgarristo van de Sacra Corona Unita.

Met een plof viel het wapen op de grond.

“Stand-off,” zei de leider van de lijfwachten, “Verwond de baas en wij schieten je vrienden dood.”

“Ho, Ho. Wacht even, wij doen ook mee,” klonk het van de tafel achter de groep lijfwachten, “Wapens laten vallen, anders pompen wij een paar ons Natolood door jullie confectie.”

De lijfwachten draaiden zich om en keken in de lopen van twee HK MP7 A1 submachinepistolen.

“Klein kaliber Heckler & Koch, maar met een vuursnelheid van 900 kogels per minuut, die een snelheid van 685 meter per seconde hebben. Er bestaat geen kogelvrij vest dat die kogels stopt,” deelde Stefano’s man behulpzaam mee.

Toen de lijfwachten zich weer terugdraaiden, keken zij in de lopen van twee P226 X-Five Bianchi’s, die werden vastgehouden door Oriana en haar begeleider. De lijfwachten bukten zich en legden hun wapens op de grond. Één van de mannen van Stefano veegde het bloemstuk van de zuil in de fontein en zette er een klein, decoratie vuurtorentje voor in de plaats. In tegenstelling met de ‘real thing’ draaiden hier vier lampjes rond in het glazen gedeelte van de vuurtoren. Hij vroeg het restaurantpersoneel en de lijfwachten: “Heeft iemand van jullie nog wapens op zich?”

De obers en lijfwachten schudden hun hoofd.

“Mooi, als de vuurtoren ingeschakeld wordt en ik hoor piepen, schiet ik jullie baas dood,” zei Bresciaanse mafioso, en schakelde het vuurtorentje in.

Dit was de officiële versie. De onofficiële verklaring was dat de vier minicamera’s in het vuurtorentje mij nu, in een nieuwe ‘window’, een driehonderdzestig graden beeld van het interieur van het restaurant verschaften. Nu kon ik iedereen en alle deuren in het restaurant in de gaten houden, terwijl de groep van Stefano zijn werk deed.

“Kunnen jullie het goed volgen,” vroeg ik Umberto en Lucio, die in Napels mee zaten te kijken.

“Perfetto, Giuwa. We hebben er geen spijt van dat wij die mobiele centra hebben aangeschaft. Het geeft een geheel nieuwe dimensie aan het voeren van een gangsteroorlog,” zei Umberto tevreden, “Driedimensionaal nog wel.”

Umi trok haar vingers uit de neus van Dino en doopte die in haar wijnglas, waarna ze haar vingers afdroogde aan de Sgarrista’s onberispelijk gestreken overhemd. Langzaam liet zij de hand met het mes zakken. Uit Dino’s hals sijpelde een dun straaltje bloed, net als uit zijn neusgaten.

“Wie zijn jullie,” vroeg de Dino aan Stefano, terwijl hij het bloeden uit zijn neus probeerde tegen te houden, “Hebben jullie soms ook iets te maken met die schietpartij in mijn magazijn vanmiddag?”

“Praat met haar,” zei Stefano terwijl hij Umi aanwees.

“Wij zijn de afgevaardigden van Mal ’Akh Ha-Mavet,” zei Umi plechtig.

De restauranteigenaar schudde langzaam zijn hoofd en keek Stefano weer aan voor hulp, die opnieuw met zijn wijsvinger naar Umi wees.

“Wat is Mal ’Akh...?” vroeg Dino.

“Mal ’Akh Ha-Mavet, oftewel Anouk. Anouk de Engel des Doods. Wij zijn ANNOUK. We zijn gekomen om wraak te nemen op families die een moordcontract op Gian ter Haak hebben gezet. Jij bent Sgarristo van de familie Pacchioni, één van de drie families. Is dat juist?”

Dino knikte en zei: “Ik weet van de Hollander, maar wie is Anouk?”

“Anouk was de negentienjarige verloofde van Gian. Jullie families gaven opdracht om haar te vermoorden, nadat zij haar vader, die ook door de Sacra Corona Unita vermoord was, gewroken had. Een negentienjarig meisje werd door haar keel geschoten.”

“O Dio mio,” kreunde Dino, “En de Hollander is hier?”

“Wij zijn hier en wij komen Anouk wreken en wij zij de nieuwe Mal ’Akh Ha-Mavet. De Engelen des Doods.”

“Maar Gian de Hollander heeft Anouk toch al gewroken? Ik kan mij voorstellen dat hij ons wil vermoorden om reden van het op hem geplaatste contract, maar waarom komen jullie het meisje weer wreken?”

“Maakt het wat uit waarom je sterft?”

“Giuwa?” hoorde ik Lucio in Napels zeggen.

“Si caro?”

“Giuwa, laat Stefano opletten, de tweede lijfwacht millimetert zich naar Oriana toe. Zijn handen zijn op zijn rug, maar zijn vingers werken zich onder de rug van zijn colbert.”

“Grazie Lucio. Je hebt gelijk. Ik zat al op zijn schouders te letten.”

“Stefano, knik twee keer als je mij hoort.”

“Stefano knikte.”

“Let op de tweede lijfwacht. Hij ‘incht’ zich naar Oriana toe. Ik vermoed dat hij een mes, of een pistool, op zijn rug draagt. Hij heeft de bluf met de vuurtoren door, omdat zijn wapen niet ontdekt is. Ik geef het nu aan Oriana door. Pas op haar, Steffie.”

Ik had mijn waarschuwing nog niet uitgesproken of de lijfwacht bewoog zo snel als een kat en greep Oriana om haar nek..., maar hij verloor zijn evenwicht, omdat hij misgreep. Oriana zat al op haar hurken. Terwijl zij omhoog kwam, trok zij de twee Cobra Warrior Knifes uit haar laarzen. Zij ving het mes van de lijfwacht tussen de stalen punten van haar boksbeugel -het handvat van haar mes. Met een snelle polsbeweging brak zij het mes van haar aanvaller terwijl zij hem met haar rechterboksbeugel in zijn gezicht ramde. Het duidelijk hoorbare gekraak vertelde ons dat zij zijn kaak gebroken had.

De lijfwacht werd waanzinnig en probeerde het gebroken mes in Oriana’s gezicht te stoten. Oriana draaide onder zijn arm door en stak achterwaarts het Warrior Knife in de lijfwacht’s rechternier. Oriana voltooide haar cirkel en stond weer voor de lijfwacht, die in elkaar begon te zakken. Ze ving hem behoedzaam op..., met haar mes..., in zijn keel. Ze trapte zijn hoofd achterover en trok het mes uit zijn keel en veegde dat aan zijn kleren af. Reutelend en wild trappend, begon de lijfwacht te sterven.

“Per Anouk,” zei Oriana.

“Per Anouk,” vielen Stefano, Umi en drie Bresciaanse mafiosi Oriana bij.

De drie lijfwachten en Dino raakten in paniek. Het stond voor hen vast dat niemand van hen de volgende ochtend zou zien. Het psychologische effect was ook van monsterachtig grote proporties. Het was eenvoudig. Als twee jonge meisjes van een ‘hitteam’ zo goed waren, hoe goed moesten de mannen dan niet zijn?! Die vraag werd onmiddellijk beantwoord.

Om geschreeuw en dus schieten te voorkomen, stapte Stefano rustig naar voren. Hij stelde zich voor de lijfwachten op.

“Het doet maar even pijn,” zei Stefano. Hij draaide zich om, om weer weg te lopen.

Ik had het zo vaak gezien, maar iedere keer opnieuw vroeg ik mij af of dat inderdaad wel zo was. Ogen werden bedrogen, want de hand was sneller dan het oog en Stefano was geen goochelaar. Stefano is de man. Stefano is de zoon Franco.

Het was te snel. Ik heb het nog op video. Af en toe kijk ik er naar. Toen Stefano zich omdraaide, begon hij snelheid en middelpunt vliedende kracht op te bouwen. Halverwege de draai sprong hij en voltooide de zwiepende wending tot een complete cirkel. De linker lijfwacht kreeg een elleboogstoot onder zijn neus. Zijn hoofd bewoog niet eens. Het neusbeen brak en de splinters schoten de hersens in. Stefano’s linkerarm strekte zich nu en samen met zijn rechterarm. Op hetzelfde moment bereikten beide armen volle strekking. De linker- zowel als de rechterhand waren open en stonden in een hoek van negentig graden ten opzichte van de polsen. De beide, harde onderkanten van zijn handen raakten tegelijkertijd hun doel. De plek op de bovenlip onder de neuzen van de middelste, en de rechter lijfwacht. De hoofden bewogen amper, het kraken van de brekende neusbotten, klonk eenvoudig simpel. De drie lijfwachten waren dood nog voordat zij op de grond lagen..., alleen wisten zij dat al niet meer.

‘Yes!’ hoorde ik Natasja roepen, voordat Renato en Flavio ‘Cazzo’ (vloek) schreeuwden. Zij hadden allebei een venster van mijn strijdtoneel geopend op hun monitoren. Hoe kon dat? Waren de andere twee strijdtonelen minder belangrijk? Waren dat eitjes? Nee, maar Pietro en Perparim waren mensen die op zeker gingen. Zij lieten geen ruimte voor ‘fancy footwork’. Die twee operaties verliepen volgens het boekje, terwijl Stefano zijn tegenstanders altijd een kans gaf.

Een kans? Nee, misschien was het geen kans. Misschien was Stefano wel een kat... een kat die met talloze muizen speelde. Stefano was een goed mens, Stefano was een wijs mens. Stefano haatte niemand. Stefano haatte niemand behalve de moordenaars van zijn vader en de moordenaars van Anouk. Stefano was de man. Stefano is de zoon Franco en de vier lijfwachten waren fucking dood.

Stefano liep naar de Sgarristo van de Sacra Corona Unita. Drie Bresciaanse mafiosi en twee jonge ‘donne della Camorra’ (vrouwen van de Camorra) vormden een halve cirkel om hem heen. Hun ruggen raakten bijna de rug van Stefano. Een peleton soldaten had Stefano nog niet in de rug aan kunnen vallen en het personeel dat op de barkrukken zat, zou dat zeker niet willen doen.

Conclusie. Stefano trok de Sgarristo op aan zijn oor, en fluisterde: “Jij, wangedrocht, jij misbaksel. Jij denkt dat jij je steentje kunt bijdragen om de beste vriend van mijn vermoorde vader te vermoorden? Jullie moeten mij eerst vermoorden en daarvóór..., moeten jullie ANNOUK vermoorden. De arrogantie. Ik zeg je dat het niet gaat lukken. Het gaat niet lukken omdat ik jullie uitroei. Ik ben een Noord-Italiaan, een ‘fucking’ Oostenrijker, een ‘flipping’ Duitser als je wilt, maar jullie fucking ‘hocus pocus’ raakt mij niet..., of misschien toch weer wel. Jullie en jullie Illuminati vrienden aanbidden de duivel. Wel..., ik ben de fucking duivel en Satan is Jezus Christus bij mij vergeleken. Heb ik je aandacht, Dino Pacchioni?”

“Si signore,” fluisterde de restauranteigenaar.

“Goed zo,” zei Stefano, “Paolo, Martino bind het personeel en dit stuk flipshit vast en leg de hele ploeg achter de bar op de grond.”

Toen de twee mafiosi het personeel en hun baas met ‘plasticuffs’ geboeid hadden, trokken zij hen achter de bar.

Ik riep de leider van het ‘back-up’ team op en zei: “Okay, dit is BS1 (Brescia 1) Stuur de plastic man naar binnen. Do you copy?”

“Affirmative BS1. Plastic man gaat nu naar binnen.”

Even later zagen Natasja en ik de man met een weekendtas het restaurant inkomen.

Het restaurantpersoneel en Dino konden niet zien wat er gebeurde, maar Umi zei tegen hen: “Jullie overleven dit. Blijf hier liggen, blijf rustig en er gebeurt niets met jullie. Wij doden geen onschuldige mensen. Als er niets gebeurt met jullie, dan gebeurt er ook niets met de baas..., dat lijkt mij logisch. Het restaurant wordt vernield, want dat moet. Jullie werkgever, Dino, wordt vernield in de eindafrekening, dus jullie kunnen het beste maar vast voor een nieuwe werkgever uit gaan kijken.”

“Wat doet die man met die weekendtas, Jan?” vroeg Natasja.

“O, hij is de sloper, doll. Hij maakt dingen stuk, maar hij maakt niet meer stuk dan nodig is. Vanmiddag hebben wij hun inkomen van drugs en elektrische- en elektronische ‘fakeshit’ onderbroken..., nu gaat de dekmantel eraan. Hoe is het bij jullie, Camorristi?”

“Onze mensen zijn net vertrokken, we zijn klaar voor de ‘trigger’,” zei Flavio.

“Plastic man is aan het plaatsen, Zio. Ik schat vijf minuten ‘to countdown’” deelde Renato mij mee.

“Yeah, dat loopt aardig synchroon,” dacht ik, terwijl ik keek hoe ‘Plastic man’ de ladingen aan het plaatsen was.

“Plastic man,” riep ik hem op, “Dit is BS1. Kijk of je de recorders, of de computer kunt vinden waar de cctv camera’s op zijn aangesloten.”

“BS1. Dat heb ik al gedaan. De kabels van de camera’s gaan naar de verdiepingen boven het restaurant, waar ik vermoed dat de recorder, of de PC staat. Wil je dat ik naar boven ga om te kijken?”

“Negative. Dat kost teveel tijd en we weten niet wie er boven nog zitten. Ladingen aanbrengen en dan exit. Copy that.”

“Ladingen aanbrengen en exit.”

Tien minuten later pakte de ‘Plasic man’ de vuurtoren van de fontein en het driehonderdzestig graden beeld verdween. Ik keek nu nog naar de beelden die de videobrillen doorgaven en zag dat ‘Plastic man’ een tien liter blik op de Ionische zuil in de fontein zette. Daarna zag ik beelden van de straat voor het restaurant.

“BS1, ‘exit completed’” hoorde ik Stefano even later.

00:0300 - “Okay, jullie gaan terug naar de basis. Countdown start nu. ‘Zero hour’ in drie minuten”, deelde ik de manschappen mee.

00:0145 - Ik keek naar de straat voor het restaurant en zag dat het trottoir leeg was.

00:0058 - “Renato, Flavio, bevestig de afwezigheid van voetgangers voor de restaurants.”

00:0045 -  “Keulen is schoon,” zei Renato.

00:0028 -  “Duisburg is.... nu schoon,” bevestigde Flavio.

00:0012 - Ik zag dat het trottoir voor het restaurant in Düsseldorf nog altijd leeg van voetgangers was en ik liet de ‘emergency-stop’ knop los.

00:0006 – “Zero hour...”

00:0000 – “Now!”

Het acht meter brede raam van het restaurant versplinterde. De stukken glas werden naar buiten, over het trottoir geblazen. Een seconde later hoorde ik de gedempte explosie. Nu dat de druk door de raamopening kon ontsnappen –zodat het personeel niet gewond zou raken- hoorde ik een serie van kleinere explosies, die elkaar snel opvolgen. Na de laatste explosie leek het wel of er een restaurantslagader werd doorgesneden, want een wolk van bloedspatten werd door de raamopening naar buiten gedreven.

“Jezus,” riep Natasja, “Is dat bloed, Jan?”

“Nee, het is rode verf, hen. Met de kleine ontploffingen werden de meest essentiële onderdelen –zoals het interieur, keuken, toiletten- in het restaurant vernietigd. Als laatste werd er een twee gallon blik met rode verf tot ontploffing gebracht. Daar het inderdaad net bloed lijkt, kun je wel nagaan wat het psychologische effect moet zijn wanneer je in die puinhoop binnenstapt. Ik heb altijd al gevoel voor drama gehad.”

Ik vroeg Flavio en Renato mij even wat hoogtepunten uit hun observaties te laten zien. Bepaald grappig was het moment dat Ambra Paolo Narciso, de eigenaar van restaurant Narciso in Duisburg, volledig in elkaar aan het trappen was, dat Perparim opstond en Paolo zo een geweldige slag gaf, dat deze zes meter door zijn restaurant werd gekatapulteerd, en bewusteloos tegen een muur in elkaar zakte.

“Kun je wel tegen een weerloze vrouw?” gromde Perparim.

In Keulen was de reusachtige Pietro al niet minder galant. Keiki werd met pistolen op haar hoofd, door twee lijwachten gedwongen om op te staan. Het opstaan, en de armen omhoog steken, was ook hier weer de truc. Keiki was verschrikkelijk snel. Voor dat de lijfwachten beseften wat er gebeurd was, had zij een lijfwacht zijn nek gebroken met een open handslag onder zijn kin. De tweede lijfwacht kon niet schieten omdat hij dan zijn stervende collega zou raken. Keiki draaide zich in zijn armen en pakte de hand met het wapen. JiuJitsu vertelde de lijfwacht dat hij het wapen gillend moest laten vallen. Pietro stond op en brak de man zijn nek, terwijl Nicola de baas Gianni Vaccarelli en zijn overige drie lijfwachten met haar P226 X-Five Bianchi in bedwang hield .

Pietro vroeg aan Keiki: “Heeft die schoft je pijn gedaan, lieverd?”

Perparim en Pietro, het criminele zout der aarde.

 

ANNOUK VI - Dieter...

We zaten die ochtend aan de ontbijttafel, toen mijn cryptofoon ging. Mijn nieuwe vriend, Dieter Kaufmann van de Bundesnachrichtendienst.

“Jan?”

“Guten Morgen, Dieter.”

“Jan, ga niet weg. Ik ben binnen een half uur bij je.”

Precies een half uur later liep de geheime dienst man het restaurant in. Ik had eerder de meisjes van ANNOUK gewaarschuwd geen opmerkingen in het Napolitaans te maken over Herr Kaufman, omdat men nimmer wist wat iemand wel, of niet kon verstaan.

“Het is niet dat ik denk dat jullie dom zijn, want Napolitaans is een veilige taal. Dieter, Her Kaufman is echter een absolute bondgenoot en zonder zijn hulp, konden wij hier niets. Behandel de man alsof het Flavio, of Renato is. Hij verdient het.”

“Ma certo, zi’ Giovanni (Zeker, ome Jan),” tinkelden zes zilveren stemmetjes.

Ik stelde mijn vrienden aan Dieter voor en zei toen: “Herr Kaufman, ik wil u voorstellen aan een heel speciaal team. Het zijn allemaal nichtjes van Renato en Flavio. Dit zijn Ambra, Nicola, Noemi, Oriana, Umi en Keiki, oftewel ANNOUK.”

Dieter keek mij aan en vroeg: “Anouk als in..., Anouk?”

“Ja, maar dan met twee N’en. ANNOUK is een acroniem.”

Ik vertelde hem in one-liners wat mij een paar dagen geleden was verteld. Ik zag zijn ogen oplichten, voordat hij in perfect Italiaans zei: “Ma che piacere, che onore. Ma quanto siete simpatiche e belle, signorine. Sono molto, ma veramente molto onorato.”

De monden van de meisjes vielen open. Stefano lachte. Renato en Flavio stonden op om Dieter te complimenteren met zijn schitterende Italiaans. Dieter kon nimmer meer kwaad doen bij mijn vrienden. (Ik geloof trouwens dat ze een standbeeld in Napels voor hem hebben opgericht –naast dat van Garibaldi.) Ambra, Nicola, Noemi, Oriana, Umi en Keiki waren over hem heen als een huiduitslag. Dat ik Napolitaans sprak, was normaal voor ANNOUK, maar dat een Duitser zo goed Italiaans sprak, betekende voor hen dat hij wel speciaal moest zijn. Dieter genoot..., as we all did!

Nadat we genoten van Dieter en de meisjes hadden, stond iedereen op om mij met hem alleen te laten. Ik vroeg Stefano, Renato en Flavio te blijven zitten.

“Vrienden” begon Dieter in het Italiaans, “Ik heb vanmorgen alle gegevens doorgekregen. Jullie zes operaties zijn keurig afgewerkt. Mijn superieuren complimenteren jullie met het professionalisme dat jullie aan de dag gelegd hebben. Materiële schade is beperkt gebleven en de lichamen worden niet door Duitse families betreurd. Eerste klas.”

Ik bedacht dat ik mijn drie vrienden eigenlijk nooit verlegen had zien worden. Tot nu dan. Renato en Flavio gaven elkaar de High Five. Die Yankee pestgewoonte begon vervelend te worden, maar de zonen van Lucio en Umberto waren zo speciaal, dat ik glimlachte..., net zoals Stefano en Dieter.

“Dat was het goede nieuws,” hernam Dieter, “Ik heb doorgekregen van onze afdeling in München dat Fausto Macchiarola, Malisĕvo en nog acht Serviërs vannacht in haast zijn vertrokken. Ze reden naar het noorden, dus ik verwacht ze ieder moment in NordRheinland-Westfalen. Onze mensen zijn er onderweg in geslaagd om een ‘tracer’ onder de auto van Macchiarola te plaatsen. Wij houden het gezelschap ter observatie, totdat jullie mensen kunnen overnemen.”

“Dat is briljant, Herr Kaufmann,” zei Stefano, “Wij zijn u veel verschuldigd. Mijn dank namens ons allemaal.”

Stefano deed zijn gouden plaatarmband af, gaf die aan Dieter, en zei: “Achter in de plaat staan twee nummers. Het eerste nummer is van de ‘Commandante Generale’ (Opperbevelhebber) van de Carabinieri in Rome. Het tweede nummer wordt altijd beantwoord door één van mijn mensen. Wanneer u waar dan ook een probleem heeft in Italië belt u één, of beide nummers. De aard van het probleem is niet belangrijk. U kunt met autopech staan, uw bezittingen zijn gestolen, of mogelijk erger. U weet zelf wel wanneer u de Commandante Generale moet bellen. In beide gevallen identificeert u zich met de som van deze twee nummers. Ik hoop dat u het nimmer nodig zult hebben.”

Renato deed zijn gouden Audemars Piquet af en legde die naast de armband.

“Zelfde verhaal in Campania of Napels, wanneer u snelle, creatieve assistentie nodig hebt. Het eerste nummer is van het ‘Consiglio della Sistema’ (Raad van het Systeem(Camorra)). Het tweede nummer is van onze familie. Ik hoop dat u het nooit nodig zult hebben, maar ik hoop wel dat u het tweede nummer zult gebruiken wanneer u in de buurt van Napels bent.”

Ik zag dat Dieter duidelijk aangedaan was. Hij zei: “Maar beide sieraden vertegenwoordigen een kapitale waarde. Ik kan dat niet aannemen.”

Flavio antwoordde: “Dit is geen omkoping, Herr Kaufman. Dit is een blijk van onze dankbaarheid. U kunt hier gewoon melding van maken, niemand van ons heeft iets te verbergen. Wij zijn u erg dankbaar.”

Ik voelde mij goed voor Dieter. Het was de man niet om er prat op te gaan, of mee te pronken in zijn afdeling, maar dat hij bijzonder vereerd en trots was, dat was duidelijk te zien.

Dieter zei: “Ik weet niet wat ik moet zeggen. Ik zal de sierraden met ere dragen. Meer nog dan een hulp voor noodgevallen, zullen zij mij herinneren aan de mooiste, meest bijzondere en capabele mensen die ik ooit heb mogen ontmoeten”

Hij opende zijn aktetas en haalde er twee modules en een CD uit, die hij voor ons op tafel legde. Hij zei: “Plug één van die modules in de computer in het mobiele communicatie- en commando centrum. Installeer vervolgens de software en jullie hebben gelijk een trace op Macchiarola, en zijn ploeg Serviërs. De tweede module kunnen jullie mobiel gebruiken, op een laptop of zo. Als laatste dit nog: aarzel niet om assistentie te vragen, wanneer jullie dat nodig achten. Ik weet dat jullie je eigen boontjes kunnen doppen, maar Macchiarola is een naar, naar stuk werk. Hij lijkt gek, maar hij is super sluw en dat maakt hem levensgevaarlijk.

Malisĕvo is niet zo slim als zijn baas, maar hij is zeker niet minder gevaarlijk. De manschappen zijn allemaal meervoudige moordenaars, en in tegenstelling met jullie, hebben zij geen enkele eer. Geld en geweld hebben hun enige respect.”

Stefano stond op en zei: “Jan, ik ga met iedereen naar ons nieuwe warenhuis in de Henkelstrasse. Wij gaan alles voorbereiden voor ‘de deal’. Waarom neem jij Herr Kaufmann niet mee naar de Mercedes, zodat je hem een stuk van de actie kunt laten zien? Wanneer jullie klaar zijn, dan komen Natasja en jij maar naar ons toe.”

Mijn vrienden namen afscheid van de vriendelijke Duitser en vertrokken. Dieter, Natasja en ik liepen naar de Mercedes. Het viel mij op dat Natasja een beetje stil was die morgen.

Twee uur later hadden wij alle acties in de Sacra Corona Unita warenhuizen en de restaurants bekeken. Dieter had zwijgend zitten kijken. De enige momenten dat hij zijn zwijgen verbrak, was bij de acties van Umi, Oriana, Ambra, Keiki en Stefano. Al dat ik hoorde was: ‘Mein Gott, Lieber Mensch en Mein Himmel’. Twee keer hoorde ik hem lachen toen Perparim en Pietro het nodig vonden om Ambra en Keiki ‘te beschermen’.

“Geweldige operaties, monsterachtig goed gepland en uitgevoerd. Wat zijn die meisjes verschrikkelijk goed geworden in zo’n korte tijd. Wat Stefano betreft..., nou ja..., dat moet je gezien hebben om het te kunnen geloven. Één ding zijn jullie vergeten, Jan.”

“De opnames van de veiligheidscamera’s?”

“Inderdaad.”

“Het is niet dat wij ze vergeten zijn. Van de restaurants in Keulen en Duisburg hebben wij de opnames veilig gesteld, net als die in alle warenhuizen. In Düsseldorf stond de opname apparatuur op de eerste-, of tweede verdieping. Het loonde de moeite niet om daar naar te gaan zoeken. Mogelijk waren er boven nog andere ‘goons’ en het overlevende personeel en Dino Pacchioni hadden toch de gezichten van die groep gezien.”

“Daar ben ik mij van bewust, maar de Kriminalpolizei zou wel blij met die opnamen zijn, nietwaar?”

Ik haalde mijn schouders op.

“Niets is perfect, Herr Kaufmann. Dit was een aanvaardbaar risico. CCTV opnamen zijn niet per definitie onomstotelijk bewijs. Alibi’s kunnen gekocht worden. Het tweede nummer op uw armband vertelt dat Stefano en de Commandante Generale van de Carabinieri die avond samen gedineerd in Rome hebben.”

Dieter glimlachte en zei: “Waarom verbaast mij dat niet? Niettemin, ik heb een cadeautje voor jullie. Mijn mensen waren als eerste in het restaurant in Düsseldorf. Uiteindelijk hadden wij alle restaurants, zowel als de warenhuizen onder observatie. De opnames zijn vernietigd.”

“Dank je wel. Dat zal Stefano zeker waarderen. Ik heb voor jou ook een cadeautje,” zei ik en drukte op de knop van het arsenaal. De valse tussenwand spleet open. Ik wees Dieter op een stapel plastic pakken.

“Was zur Hölle ist das?”

Totaal honderddertig kilo cocaïne en heroïne. Gevonden in de kluizen van die warenhuizen.

“En jullie gooien een kapitaal weg?”

“Onze aanvankelijke missie is nu een manoeuvre van wraak en vergelding geworden. Deze hele operatie rijdt nu op de rug van een vermoord, negentienjarig meisje. Niemand van ons wil daaraan verdienen. Het zou de nagedachtenis aan Anouk besmeuren en er zou ook geen zegen op rusten. Je kunt ermee doen wat je wilt, maar wij willen het niet. De Joodse Illuminati bankiers hebben een half miljard gestort. Dat zijn voor ons eerbare, en te rechtvaardigen verdiensten. We willen in deze operatie geen geld verdienen aan een gore, ordinaire dope rip-off. Een operatie waarbij al zo’n dertig doden zijn gevallen, nee..., dertig moorden zijn gepleegd. Ik zou niet meer met mijzelf kunnen leven.”

Dieter dacht even na en zei toen: “Je bent een bijzonder mens, Jan. Ik wens jullie oprecht alle succes. Geef mij even een hand met die pakken in mijn auto te laden, als je wilt.”

Toen wij de pakken drugs aan het inladen waren, vroeg ik mij af of ik mijn probleem aan Dieter kon vertellen. Ik ben niet goed in het vragen van hulp aan vreemden, tenzij ik ook wat te bieden heb. In dit geval had ik niets te bieden, maar ik moest wel met mijn billen bloot.

“Is er wat, Jan?” vroeg Dieter, toen hij mij ten afscheid een hand wilde geven.

“Ja..., er is wat. Ik wilde er niet eerder over beginnen, omdat ik niet de kans wilde lopen dat Natasja er iets van begreep. Ik weet wat ik doen wil, maar ik heb specialistenhulp nodig. De tijd is te kort, anders had ik het zelf kunnen verzorgen. Niemand van mijn vrienden mag hier nog van weten. Ze vermoeden al iets en zij worden dol wanneer zij horen dat ik mijn plan zal uitvoeren.”

Ik brak nu met al mijn gewoontes en principes. Nimmer had ik advocaten, politie, magistraten, of wat voor soort opsporings- of regeringsambtenaren dan ook, vertrouwd. Ik had nu echter geen keus. Ik moest wel, maar gelukkig had ik bij Dieter een goed gevoel.

Ik vertelde hem dan ook wat mijn plan was.

Dieter’s ogen sperden zich wijd open en hij barstte uit: “Mensch, bist du denn völlich verrückt?”

“Ik heb geen keus, Dieter, maar ik denk niet dat ik zo gek ben. Noch heb ik een doodswens, nog niet althans. Met jouw hulp kan ik mijn plan realiseren. Jij hebt de mensen die kunnen maken wat ik nodig heb.”

Dieter dacht na, en zei: “Ik zie de logica, ik zie het nog wel lukken ook, maar als je ook maar een seconde verkeerd timet..., dan ben je dood, Jan. Dan ben je fucking dood! Waarom laat je niet één, of desnoods al je vrienden het oplossen? Ik heb Stefano bezig gezien. Die draait zijn hand er niet voor om.”

“Renato en Flavio ook niet, maar er komt een tijd dat je je vrienden laat zien, dat je zelf doet, wat je normaal van hen vraagt. Dit is mijn feestje. Ik was ten huwelijk gevraagd door Anouk. Niemand anders!”

“Ik zal verzorgen wat je mij vraagt, Jan. Ik ben het er helemaal niet mee eens, maar ik zal je wens eerbiedigen door er met niemand over te praten. Geef mij een paar dagen. Moge God je bijstaan.”

“Yeah,” zei ik, “Dank je wel Dieter. Je bent een goede vriend.”

“Danke, jij bent een slechte vijand, Jan.”

 

ANNOUK VII - Natasja...

“Is er iets met jou, Natasja?” vroeg ik, nadat Dieter was vertrokken, “Je bent zo stil vandaag. Heb ik iets verkeerd gedaan, of gezegd? Mis je Thierry misschien? Luister, we hebben nu...”

“Nee Jan, je hebt niets verkeerd gedaan. Echt niet, en ja natuurlijk mis ik Thierry. Het gaat straks wel over. Ik heb nu ook de maandelijkse ellende, en dat helpt ook niet. Het is niets, Jan.”

“Wel, ik hoop echt dat er niet iets anders is, monster. Ik haat het om je down te zien. Ik denk dat wij misschien...”

“En ik ben jaloers ook,” flapte Natasja eruit.

“Jaloers? Maar op wie, doll? Waar, of op wie kun je mogelijk jaloers op zijn.”

Natasja zweeg.

“Kom vertel het me. Mogelijk kunnen we in ieder geval dat probleem oplossen. Ben je verliefd op Stefano..., op Flavio misschien? Ik weet het..., je bent verliefd op Renato. Hij is prachtig en alle vrouwen zijn verliefd op hem. Wat kan ik in hemels...”

“Doe niet zo stom, Jan. Renato en Stefano zijn alle twee getrouwd. Ik ben jaloers op ANNOUK. Die meisjes zijn prachtig, ze zijn jong en ze kunnen alles. Eerst spraken Perparim en Pietro steeds met mij. Nu draaien ze de hele tijd als twee kwijlende hanen om die wipkuikens heen. Daarom ben ik jaloers, maar dat snapt een vent toch niet.”

Ik moest moeite doen om niet te lachen. Ik was echter wel zo wijs om dat niet te doen, want het leek me dat Natasja daar nu net op zat te wachten. Ik vroeg: “Perparim, Pietro? Maar je hebt mij toch?”

Natasja lachte nu, en zei: “Ja, maar dat is anders. Jij bent een lelijke, vieze, ouwe vent, maar van jou houd ik. Perparim en Pietro zijn interessante mannen. Het is net of ik er niet meer ben voor ze.”

Denken, denken, altijd maar denken, manipuleren en ‘plannen’.

“Het zijn die zwarte nappaleren uitrustingen, denk ik,” zei ik serieus, “Je bent bijna net zo jong als die meisjes, en je bent zeker mooier. Ik denk dat wij eens even naar de Königsallee in Düsseldorf gaan om ook zo’n outfit, stapkit en ander designershit voor je te kopen. Ik kan me dat nu net veroorloven met dat half miljard van die fucking Illuminati bankrovers. Ja, daar heb ik echt zin in. Kom Natje, we gaan wat euromolm verbranden.”

Is een vrouw triest, weemoedig of down? Ga kleren met haar kopen, kleed haar aan, hang haar vol, prop haar vol met ‘fancy grub’ in een luxe restaurant, stop haar vol met popcorn in een bioscoop..., en ze is binnen de kortst mogelijke tijd weer helemaal nieuw. Money talks. Daarna kleed je haar uit. Teder. Je verwent haar, maar niet de gebruikelijke vijf minuten. Je doet er vijf uur over. Daarna val je gewoon in slaap terwijl de vrouw met wijd geopende ogen naast je ligt, en nog maar niet kan begrijpen wat haar allemaal is overkomen die dag. Ze huilt weer..., maar nu anders.

“Echt,” vroeg Natasja zichtbaar verheugd, “Krijg ik dan ook die wapens die zij allemaal hebben? Ik wil ook zo’n Baby Glock op mijn dijbeen. Die messen met al die punten zijn ook rad. Ja, laten we wat gaan doen samen. Laten we tussen de levende mensen gaan, ik heb teveel dooie gangsters gezien. Zal ik dat vechten ook kunnen leren?”

“Je kunt het wel beginnen te leren, maar je bent het snel zat. Je mag die wapens hebben, maar ik laat je ze niet gebruiken. Okay? O ja, en dan is er nog een voorwaarde.”

“Ja, zeg het maar,” zei Natasja enthousiast.

“Wanneer je die zwarte leren kleding hebt en je hebt die wapens aan je hangen, draag je alles dan vanavond in de slaapkamer voor mij? Die kevlar boxertjes kun je dan wel uit laten. Gewoon zo, met je kale, blote foof onder die leren rok. Lekkah!”

“Ja, leuk,” lachte Natasja, “Maar was doen we met mijn maandelijkse ellende?”

“O, ik vind het niet erg om een rode kop te krijgen, en anders proppen we wel een babysponsje tegen je A spot aan,” dolde ik.

“Vieze smeerlap,” griezelde Natasja.

 

“Wat denk je ervan?” vroeg mijn Trophy-wifey, terwijl zij een pirouette maakte en koketteerde in de Boutique Giorgo Armani in de Königsallee. Ze leek nu wel een kopietje van de meisjes van ANNOUK in haar zwartleren complet, en bijbehorende laarzen.

“Ik weet het niet, doll. Het maakt je hard in je gezicht. Als ik het eerlijk mag zeggen lijk je wel een fucking mamma van de Hells Angels. Mag ik een suggestie doen?”

“Ik geloof niet dat ik je stoppen kan,” antwoordde Natasja teleurgesteld.

“Luister, als jij straks aankomt in die zwarte ‘outfit’, dan weet iedereen dat je die meisjes wilde kopiëren. Het zal niemand wat uitmaken, maar het is geen klasse. Waarom ben je niet origineel en draag je een kleur die je bijzonder goed staat?”

“Zoals?” vroeg Natasja.

Ik wende mij tot de verkoopster en vroeg haar wat in het Duits. Toen zij even later terugkwam, legde zij een turkooiskleurige leren complet, met bijbehorende turkooiskleurige leren laarzen voor Natasja neer.

“O, wow,” zei Natasja, het leer aaiend, “Dat is echt mooi, Jan.”

“Ik heb je in die kleur leren kennen en ik heb er afgezien van fijne herinneringen, ook mijn leven aan te danken. Trek het eens aan, en kijk hoe het je staat.”

Het stond duidelijk beter dan een houten poot en Natasja zag er beeldig uit. Zij straalde, glom mij tegemoet en zei: “Ja, dit is prachtig, ik wil het graag hebben, als dat goed is.”

De verkoopster had het al begrepen en kwam met een turkooiskleurige leren damestas aangelopen. Natasja bekeek de tas, deed hem om haar arm en keek mij aan.

“Als je die tas mooi vindt, dan neem je die er toch bij. Moet je ook nog een pet in dezelfde kleur?”

“Hebben ze die...”

Ze stopte, en keek mij aan. Ik dook achteruit, want ik dacht dat ik een slag met een turkooiskleurige leren Armani handtas om mijn oren kreeg.

“Wat ben je ook een bloedhond, hè? Je kunt nooit even serieus zijn, jij.”

“Ik moet wel lachen, want anders begin ik te huilen. Heb je die prijs van dat setje gezien?” lachte ik, “Okay, nu gaan we serieus kleren kopen, want we zijn hier toch. Spijkerbroeken, Jeans Jackets, als die nog in de mode zijn. Truitjes, of hoe heten die dingen. Alles wat je bedenken kunt... enne o ja, Natasja, kijk eens of ze ook Armani boxertjes hebben. Ik wil die spaarpot van je nu wel eens uit een dure box pellen. Vraag of ze waterdichte boxertjes hebben. Zo niet gaan we wel wat ‘Perla schore’ halen.”

Weer kreeg Natasja een rode kop en zij keek de verkoopster aan of die het begrepen had. Verkoopsters bij Armani hebben een advocatenopleiding gevolgd, want ze lachen alleen als dat van hen verwacht wordt. Behalve een vrouw inpakken wanneer haar partner erbij is, zijn het net robotten.

Een paar uur later liepen wij op de Königsallee met het minimum aan plastic tassen. Ik had in de Boutique Armani gevraagd om alles bij het hotel te willen laten zorgen, afgezien van de kleren die Natasja onmiddellijk wilde dragen. Ik vond het minder erg om zesduizend euro uit te geven voor mijn Trophy-wifey, dan dat ik voor zesduizend euro plastic tassen moest gaan dragen. Ik ben geen fucking pakezel.

“We hadden beter Perparim en Pietro mee kunnen nemen,” klaagde ik, “Die hadden graag de tassen gedragen voor je, lekkere wiplip. Hey, moest je eigenlijk geen pinnen in dezelfde kleur hebben?”

“Heb je al naast je gekeken, Jan?”

“Hoezo? Wat moet ik zien dan, afgezien van een turkooiskleurige clickchick?”

“Ik ben één meter tachtig, Jan. Als ik naast je loop op naaldhakken, dan denken de mensen dat ik mijn zoon naar school aan het brengen ben.”

“Dat is een mooi compliment voor me, dank je wel.”

“O, Jan, ik schaam mij dood. Je hebt al dat geld voor me uitgegeven. Dat is mij nog nooit gebeurd.”

“Dat zegt iedere vrouw, hahaha. We maken nog wel een goede golddigger van je, foof. Je hebt het echt verdiend. Ik hoop dat je er blij mee bent.”

Ik belde Stefano en vroeg hem of hij het die dag zonder mij zou kunnen stellen. Het was natuurlijk geen probleem en wij spraken af om ’s avonds gezamenlijk te dineren in het restaurant van het hotel. Stefano wenste ons een fijne dag toe.

Een fijne dag werd het ook. Natasja en ik lunchten in het Steigenberger Parkhotel. Gelukkig dat het restaurantpersoneel het Armani embleem op de plastic tassen hadden gezien, want ik denk dat we anders het restaurant waren uitgegooid. Natasja zag er dan wel uit als ‘het gedeelte’, maar ik trok geen volle zalen met mijn spijkerbroek, zwart leren jack en Timberland bergschoenen. Ik was de hobo die ik mijn leven lang was geweest, en ik zat er niet mee. Om eerlijk te zijn, boeide het Natasja ook niet bijzonder.

Er zijn mensen die komen nooit verder dan de patatzaak op de hoek, of de toiletten van MacDonald’s. Niet dat dit een schande is, maar wat rechtuit belachelijk is..., is dat wanneer zij in een ‘hoity-toity upmarket’ restaurant gingen eten, dat ze ineens hun Spa Rood dronken met uitgestoken pink en met een accent spraken, alsof ze hun mond vol glazen stuiters hadden.

Ik was zwaar in de verleiding om een scheet te laten, maar het was Natasja haar dag en die liet ik niet vergallen door een paar restaurantslaven die de pech hadden te moeten werken en daarnaast het geluk om in een exclusieve zaak te mogen bedienen. Zij zijn zo idolaat van zichzelf, dat ze hun eigen naam roepen wanneer ze klaarkomen. Hoe bedoel je: horeca-narcisten?

“Het is niet echt jouw ding, hè Jan,” vroeg Natasja toen wij weer buiten liepen, “Ik moet eerlijk zeggen, het was een ervaring en het eten was erg lekker, maar ik vond het gezelliger bij jou thuis.”

“Naah, ik houd niet van snobs en wannabe’s, dat is alles. Ik heb bij Pietro en zijn vrouw thuis gegeten en dat had ik niet willen ruilen voor een diner in de George V in Parijs. Daarnaast heb ik in werkelijk klasse zaken gegeten, en geloof me, je kon normaal gekleed naar binnen. Niemand die je raar aankeek. Iemand die werkelijk wat te verteren heeft, let ook niet op uiterlijk fucking vertoonshit. Anyway, ben je gelukkig, prinses?”

Ze stopte, ging voor mij staan, sloeg haar armen om mijn nek en zei: “Ik ben heel erg gelukkig, Jan, meer dan je kunt vermoeden, maar waarom ben je zo morose, ineens? Jan? Heb ik iets verkeerd gedaan?”

“Nee, hoe kom je erbij. Je doet het alleen maar goed, monster. Het is die onbenulligheid van net met die maffe obers en fucking ‘oberinnen’ die de fucking realiteit weer bij me op de stoep leggen. De waanzin in de wereld, ik weet het, normaal interesseert het mij geen ‘flying fuck’, maar er zijn nu, met Holland mee zo’n veertig mensen vermoord. Veertig mensen..., en nog dorst ik naar bloed. Anouk heeft mij al een paar keer laten weten dat ik moet stoppen met die wraak, omdat het mij verteert.”

“Wil je stoppen, Jan?”

“Ik weet het niet, Natje. Kijk eens wat mijn vrienden voor Anouk doen. Zij willen die wraak ook. Ambra, Nicola, Noemi, Oriana, Umi en Keiki hebben het tot hun roeping gemaakt. Wat moet ik doen?”

“Jan, met alle respect voor de meisjes. Zij zijn echt buitengewoon, maar ik denk ook dat het de leeftijd is. Het is de romantiek. Ik ben niet jaloers op hen, ze zijn werkelijk formidabel. Stefano, jij en Perparim hebben een geweldig verlies geleden. Jullie zoeken alle drie vergetelheid in de wraak. Renato, Flavio, hun vaders en Pietro houden van jullie drieën. Zij zullen dus alles doen om jullie te helpen. Ik ben geen intelligente vrouw, Jan, maar ik voel dat je los moet laten, voordat het je vernielt.

Maak dit karwei af en geef Anouk de kans om te rusten. Denk erom, ik ben absoluut niet jaloers op een meisje dat vermoord werd, nog voordat zij kon gaan leven. Of je bij mij blijft, of niet, dat heeft er niets mee te maken. Ik ben veel van je gaan houden in tien dagen. Kom, lieveling, wees niet zo hard voor jezelf.

Ik voelde de tranen in mijn ogen prikken en ik duwde mijn gezicht tegen dat van Natasja. Ik kon nu niet zwak worden, ik mocht niet zwak worden. Terwijl de voorbijgangers nieuwsgierig naar ons keken, fluisterde ik: “Ik ben bang, Natasja. Ik ben bang..., niet voor mijzelf..., ik ben bang voor mijn vrienden, voor die meisjes. Ik heb een slecht gevoel bij die Vangelista, Fausto Macchiarola. Het is een naar stuk werk.”

Toen Natasja mij omhelsde, keken de voorbijgangers nu verbaasd naar ons. Mogelijk vroegen zij zich af wat een goed geklede, knappe jonge vrouw met een oude, vieze zwerver moest.

 

“We hebben twee mogelijke problemen, lieverd,” zei ik tegen mijn turkooizen Limbobruid, terwijl wij de hoteltrap afliepen om naar het restaurant te gaan.

“O? Ernstige problemen?”

“Wel, het eerste probleem is dat wij nimmer wapens bij je nieuwe garderobe zullen vinden. Ik heb tenminste nog nooit een turkooiskleurig HK submachinepistool gezien. Blauwgroene Baby Glocks kom je ook niet vaak tegen,” zei ik ernstig.

Natasja keek mij aan, stopte, lachte en zei: “Je bent mij weer in de maling aan het nemen.”

“Ja, ik wilde je laten lachen, voordat ik je het mogelijk slechte nieuws gaf. Ik wilde je het eerst niet zeggen, maar nu merk ik dat ik het niet geheim kan houden.”

“Wat is het dan?”

“Stefano belde mij om te zeggen dat de meisjes van ANNOUK ook de stad in waren geweest. Renato had ze een bonus gegeven, omdat ze hun eerste taak in het buitenland zo goed hadden uitgevoerd. Waar denk je dat modebewuste Napolitaanse schoonheden terecht komen in Düsseldorf?”

Natasja stopte weer en keek mij ongelovig aan.

“Bij..., Armani?” vroeg ze beduusd.

Ik knikte en zei: “Ja, maar dat is het ergste niet, doll. Wat denk je dat ze alle zes gekocht hebben?”

“O nee! Nee Jan, zeg dat het niet waar is. Niet hetzelfde toch? Als dat zo is, ga ik terug naar de kamer om mij weer om te kleden.”

Ik zag dat haar ogen begonnen te glanzen en even haatte ik mijzelf.

Ik greep Natasja om haar nek, trok haar tegen mij aan, kuste herhaaldelijk haar gezicht, terwijl ik fluisterde: “Ik heb de gehele voorraad turkooiskleurig nappaleer opgekocht van Armani. Jij bent de enige met zo’n complet, prinses. Je bent de mooiste vrouw van West Europa en morgen ga ik met je naar de Heckler & Koch fabrieken. Daar laat ik dan een turkooiskleurig MP7 submachinepistool en een USP Compact voor je maken. Kom, stop je tranen weer weg.”

Natasja keek mij -met betraande ogen- verwijtend aan. Het was klote, maar het was nodig en het hoorde bij haar dag.

De eerste die wij hoorden toen wij het restaurant inliepen, was Renato: “Mincchia, ma quanto sei bella, Natasja (Tering(lett: lul), maar wat ben je mooi)”.

Italianen. Iedereen stond op en kwam bij Natasja staan. De meisjes aaiden het leer en knepen haar in haar wang. Geen jaloezie. Natasja begon nu wel te huilen. De meisjes trokken haar mee en Natasja moest alles over haar aankopen vertellen. Het succes was werkelijk fenomenaal en ik voelde mij goed. Ik had haar bewust even naar een dieptepunt op de trap gebracht, want ik ken de Italiaanse-, en zeker de Napolitaanse mentaliteit. Ben je een vriend..., dan bestaat er geen jaloezie, maar slechts enthousiasme en verrukking. Na een kortstondig dieptepunt zou haar blijdschap later des groter zijn.

Keiki was werkelijk de Stefano onder de meisjes. Ze zei: “Natasja, je bent de mooiste vrouw vanavond..., wat zeg ik? Je bent de mooiste vrouw. Jij mag je tafelvriend uitzoeken.”

“Maar...,” zei Natasja en keek mij aan.

“Je hoort wat Keiki zegt. Zoek je partner uit, monster.”

Natasja dacht even na en deed toen wat niemand verwacht had.

“Ik kies Stefano,” zei ze en ging bij hem op schoot zitten. Ze sloeg haar arm om hem heen en de twee begonnen elkaar driftig te knuffelen. Stefano knipoogde ‘for my eyes only’. Hoe bedoel je niet jaloers? Nu was iedereen jaloers. Ja, zelfs ik. Speciaal ik. Ik was veel om haar gaan geven in die tien dagen. Ik besloot dus maar plaats tussen de meisjes te nemen. Ooit zes Napolitaanse vrouwen over mode horen praten? Ja? Dan begrijpt u dat ik mij die avond dus bezighield met mijn vrienden Pietro en Perparim.

 

“Je bent een slimme flikker jij, Jan. Bedankt voor alles,” mompelde Natasja, vlak voordat ze in slaap viel.

Ik kon de slaap niet vatten. Ik lag constant over een oplossing van het probleem Fausto Macchiarola te denken. Het was zo gemakkelijk, maar makkelijke oplossingen hadden mij nog nooit bekoord. Bij mij moest alles moeilijk gaan.

Het was diep in de nacht dat Natasja haar arm om mij heen sloeg, tegen mij aankroop en weer fluisterde: “Ik weet wat je wilt gaan doen, Jan. We staan het niet toe, geloof me. We houden teveel van je, en we hebben je allemaal nodig. Morgen praat ik met je vrienden en de meisjes.”

 

ANNOUK VIII - Dealing...

Een week later waren wij klaar met het preparen van onze tweede industrieloods in ‘Am Hagelkreuz’ in het industriegebied ‘Gewerbegebiet Hoisten’, in Düsseldorf. Het was hier dat de finale plaats zou vinden. Het gebouw leende zich, door de afgelegen ligging uitstekend voor een eventueel vuurgevecht. Niet dat wij daar naar uit zaten te kijken, maar de ervaring leert dat plannen de nare gewoonte hebben om ‘tits-up’ te gaan.

Dieter had werkelijk alle registers opengetrokken om ons deze loods te verzorgen. De loods moest een mogelijkheid bieden aan de aanvalsploeg om snel en betrekkelijk gemakkelijk binnen te dringen, zonder dat deze ‘aanvalsvriendelijkheid’ verdacht was. Daarnaast moest het gebouw ons de gelegenheid geven om in een kelder te overleven, wanneer de aanvallers besloten een paar raketten, of granaten naar binnen te schieten.

Dit hield dan automatisch in, dat wij ook door de kelder naar buiten konden, zonder dat de aanvallers deze vluchtweg konden gebruiken om in de loods te dringen, of zelfs maar van het bestaan van deze ontsnappingsroute op de hoogte waren.

Een loods met een kelder was niet zo moeilijk te vinden, maar met een uitgang uit de kelder die aan onze eisen voldeed, bleek onmogelijk. Renato loste het probleem op door zijn idee aan Dieter voor te leggen. Deze zorgde onmiddellijk voor een ploeg vertrouwde werklui. De specialisten maakten een tunneltje van een meter, dat vanuit de kelder naast de buitenmuur op straat, omhoog kwam. Het kon het beste met een opening van een bierkelder verleken worden.

Om die opening te camoufleren, werd er een container met wat leeg verpakkingsmateriaal opgezet. Een kunstig gecamoufleerd, stalen luik –dat elektronisch geopend en gesloten werd- was in de containervloer aangebracht. Daar wij onze tegenstander niet onderschatten, en de kelder een indicatie kon geven ten aanzien van onze bedoelingen, vroegen wij Dieter of die alle bouwtekeningen bij het kadaster en eventuele makelaars tijdelijk kon laten verdwijnen. Daarnaast zouden wij gewaarschuwd worden, waneer er door iemand een aanvraag voor de tekening werd ingediend.

Nadat deze nooduitgang was aangebracht, hadden wij het pand laten bewonen en bewaken door tien Albanezen en tien man van de Bresciaanse maffia. Wij wilden er tijdens de finale niet achterkomen dat er zich eerder in de week, een groep Serviërs toegang tot het pand hadden verschaft.

Gedurende de week had Renato met Dino Pacchioni, de niet meer zo actieve restauranthouder, getelefoneerd. Renato zei dat hij vanuit Italië vernomen had, dat het warenhuis van de Sgarristo was uitgebrand. Hij bood de gangster alle waren aan, die deze maar nodig dacht te hebben. Dit tegen een prijs, die net niet laag genoeg was, om verdacht te zijn.

Verdacht. Dino Pacchioni was zeer achterdochtig en vroeg aan Renato van wie zij die feiten vernomen hadden. Renato in al zijn onschuld gaf Dino de naam van de Capo Bastone van de ‘Ndrangetha, van wie zij ook het telefoonnummer van de restauranthouder hadden gehad. Dino Pacchioni had gezegd dat hij het met zijn familie (clan) zou bespreken en vroeg Renato waar hij zijn warenhuis kon vinden.

Vanaf dit moment hadden wij ook in ons officiële warenhuis in de Henkelstrasse, op het industrieterrein Düsseldorf-Reisholds AG dertig Camorristi gestationeerd. Het zou verdrietig zijn om ’s morgens binnen te komen en te moeten constateren dat Dino Pacchioni zo enthousiast was over Renato’s aanbod, dat hij besloten had om zich de goederen met honderd procent korting te verschaffen.

Ik had Renato en Flavio tot dusverre uit de strijd gehouden, zodat wij de Sacra Corona Unita konden laten geloven dat alle acties tegen hen waren uitgevoerd door Noord-Italianen. Het was ook logischer en meer geloofwaardig dat de Camorra artikelen verkocht, die een andere clan van de Camorra in China liet vervaardigen, dan dat andere Italianen van welke regio dan ook, dat zouden doen. Het was nu dat de Napolitanen hun entree in de strijd zouden maken.

De gehele week hadden verschillende volgteams de Vangelista, Fausto Macchiarola, achtervolgd en geobserveerd. Het leek wel of hij een pendeldienst tussen de drie restaurants in Keulen, Düsseldorf en Duisburg onderhield. In die week waren er ook drie Santiste (onderbazen) van de betreffende clans uit Italië gekomen. Het was duidelijk dat er zwaar gediscussieerd werd door de Sacra Unita over hoe zij wraak zouden gaan nemen op de Hollander en de Italianen, die verantwoordelijk waren voor de schade aan de restaurants en de warenhuizen, de vernietiging van hun goederen en het rippen van de drugs.

Dit was makkelijker gezegd dan gedaan, want de Hollander noch de Italianen waren te vinden, erger nog, niemand wist wie wij waren. Het was daarom ook niet verwonderlijk dat de Vangelista wederom volmacht kreeg van de drie Santiste om een vergeldingsoperatie naar zijn goeddunken uit te voeren. Het was nog minder te verwonderen dat de Vangelista zou beginnen te zoeken bij het enige spoor dat er mogelijk was -het nog immer verdachte aanbod van Renato.

Mijn telefoon ging over. Het was de leider van het observatieteam dat achter de Vangelista aanreed.

“Don Giovanni, wij rijden kort achter FM (Fausto Macchiarola). Hij heeft Keulen net verlaten. Het ziet er naar uit dat de twee wagens onderweg naar de ‘supermarkt’ zijn. ETA (Geschatte aankomsttijd) ongeveer vijfentwintig minuten.”

“Bedankt. Is AT (Arkan Tijger, Malisĕvo) er ook bij?”

“Inderdaad. Tien man in totaal.”

“Grazie Luigi. Vertel de twee neven dat wij onderweg zijn en deel hen mede wat je mij net hebt verteld. Onze ETA zal twintig minuten bedragen. Laten de neven hen niet binnenlaten, voordat ik het teken geef.”

Ik belde af. Stefano, Natasja en ik renden naar de gepantserde Audi A8. Stefano scheurde de witte strepen van het asfalt af en achttien minuten later trokken wij de deur van de zwarte Mercedes vrachtwagen achter ons dicht. Ik startte de computers op en even later zag ik Renato.

“Ciao Zio, ik hoor net van Luigi dat ze hier met drie minuten zijn. Blijft het plan zoals we afgesproken hebben?”

“Ja, laat niet meer dan vier man binnen, Renato. De rest kan buiten wachten, heel normaal. Niet goed? Geen deal. Het is het enige spoor dat de Vangelista heeft, dus hij zal je bluf niet roepen. Is je vader on standby?”

“Si Zio.”

“Va bene, zet jij je scherm nu ook ‘on stand-by’. Ik schakel jullie in. In bocca lupo, ragazzi (Toi, toi, jongens.)”

Ik schakelde Napels in.

“Ciao Lucio, ben je er klaar voor?”

“Tutt’apposto, Giovanni.”

“Va bene, ik schakel jou in op het juiste moment. Kun jij het met Calabrië kortsluiten?”

“Geen probleem, Giuwa. Ik ga nu in stand-by. A presto (Tot snel)”

“Ciao Lucio, a presto.”

Vier minuten later stopten er twee zwarte BMW’s 740 voor ons warenhuis. De chauffeurs stapten uit en hielden de achterdeuren open. Er stapten twee Serviërs uit iedere BMW. Net als in de film ritsen zij hun jack halfopen en keken om zich heen. Daar er niet gelijk geschoten werd, konden de Vangelista en Malisĕvo uitstappen. Gevoel voor drama kon hen niet ontzegd worden. Toen alle Serviërs uitgestapt waren, liep de groep naar de ingang van het warenhuis. Één van de lijfwachten droeg een koffertje. Een soortgelijk tafereel had ik een week terug al gezien, alleen was het toen omgekeerd. Hopelijk hield daar de vergelijking op.

“Wij komen om Signor Renato Casadei te spreken,” sprak de Vangelista.

“Hoe is uw naam?”

“Fausto Macchiarola”

“Hebt u een afspraak?”

“Nee, die maken wij nu!”

“Één momentje,” zei de Camorrista, die als portier dubbelde.

“Signor Casadei heeft nog nooit van uw naam gehoord,” zei de portier verontschuldigend.

“Vertel hem maar dat hij mijn naam vanaf nu in zijn nachtmerries droomt, wanneer hij ons voor niets laat komen,” zei de Vangelista.

“Voor niets laat komen? U heeft geen afspraak, zei u net.”

“Je baas heeft met Dino Pacchioni, eigenaar van restaurant Aquasala, over handel gesproken . Wanneer hij ons voor niets heeft laten komen, dan laat ik hier morgen een twintigtonner door de voorgevel naar binnen rijden.”

“Momentje nog,” verzocht de portier.

“Signor Casadei herinnert zich het gesprek met uw vriend. Vier personen kunnen naar binnen gaan. De rest kan hier wachten, of buiten.”

“We gaan allemaal naar binnen, of er is geen deal,” zei Malisĕvo.

“Dan is er geen deal,” zei de portier, “We organiseren geen excursies voor gezelschappen.”

De Vangelista schoot in de lach en zei: “Va bene, verracia (echte Napolitaan), er gaan vier man naar binnen. Je bent een aanwinst voor je baas.”

Even later zag ik dat de grote Pugliees en de drie Serviërs het kantoor bij Renato binnengeleid werden.

“Buongiorno, gaat u zitten” verwelkomde Renato de vier mannen, “Mijn excuses voor het misverstand, maar u begrijpt dat wij in onze handel voorzichtig moeten zijn. Dit is mijn neef Flavio. Wij runnen het bedrijf samen.”

Terwijl de twee lijfwachten post bij de deur vatten, de Serviër en de Vangelista gingen zitten, vroeg Flavio of ‘de heren’ iets wensten te gebruiken. Nee dus.

“Ik zal uw tijd niet verknoeien, signor Casadei,” begon de Vangelista, “Ik begrijp dat u dezelfde waren, of liever soortgelijke waren, als mijn vriend heeft verloren, aanbiedt.”

“Dat is correct, denk ik. Ik weet natuurlijk niet precies welke waren uw vriend verloren is. Wij kregen het bericht door uit Italië, net zoals het telefoonnummer van uw vriend,” antwoordde Renato, “Ik heb net een vracht artikelen binnen gekregen. Ik kan oplezen wat wij in voorraad hebben.”

“Dat is een goed idee, dat spaart ons lopen voor het moment. Later kunnen wij ons wel van de kwaliteit vergewissen.”

Renato pakte een lijst uit zijn bureau en de Vangelista haalde een stuk papier uit zijn binnenzak. Nadat Renato de lijst voorgelezen had, begon Fausto Macchiarola naar prijzen te vragen. Ik zag hem een paar keer tevreden knikken.

“Het ziet er naar uit dat wij zaken kunnen doen, signor Casadei,” zei de Vangelista, “Maar laat mij u één ding vragen. Waarom bent u zo goedkoop met uw prijzen?”

“Het antwoord is tweeledig,” antwoordde Renato, “Ten eerste beginnen wij net. Wij hebben dit bedrijf overgenomen en wij willen uit de kosten komen. Dat kan alleen door klanten te maken. Ten tweede ruilen wij deze artikelen voor een artikel dat wij voeren. Daardoor kunnen wij goedkoop verkopen.”

“Wat voert u zelf voor artikel, signor Casadei?”

Renato bleef de Vangelista aankijken en vertrok geen spier van zijn gelaat.

“Dope dus,” zei Fausto Macchiarola, “Dat is goed. Daarin zijn wij ook geïnteresseerd. Wat kunt u ons verkopen?”

“Wat u wilt, maar wij doen alles op zijn tijd. Laten wij eerst tot zaken komen met de artikelen waarvoor u gekomen bent.”

“Je hebt niet toevallig honderddertig kilo cocaïne en heroïne liggen?” tutoyeerde de Vangelista, terwijl hij opstond.

“Mogelijk,” antwoordde Renato, “Maar ik moet u verwijzen naar mijn antwoord hiervoor. Laten wij elkaar eerst wat beter leren kennen.”

Ineens keek Renato in de loop van een 9mm High Power Browning.

“Luister jij Napolitaanse gladjakker,” raasde de Vangelista, terwijl Malisĕvo een reusachtige .45 Colt Commander op Flavio richtte, “Je bent mij net even te cool voor een jong, pasbeginnend koopman. Je komt nu met de juiste antwoorden, of je leert mij sneller kennen dan je lief is.”

Renato en zijn neef Flavio leken niet erg onder de indruk te zijn.

“Drie warenhuizen van mijn vrienden zijn overvallen en er is totaal honderddertig kilo dope verdwenen. Mijn drie vrienden willen die shit terug, en ik ben de teringlijer die het hen terugverzorgt,” probeerde Fausto Macchiarola slim.

We wisten allemaal dat de Vangelista niet zou schieten, althans nu niet. Hij wilde antwoorden, niet schieten.

“Ben jij klaar Lucio?” vroeg ik mijn vriend in Napels.

“Si Giuwa. Gek gezicht om je zoon met een revolver op zijn hoofd te zien. Alleen daarvoor, heeft hij nu zijn leven verspeeld.”

“Wacht tot je scherm oplicht, daarna is het jouw beurt, mijn oude vriend.”

“Drie warenhuizen?” vroeg Renato, “Drie vrienden? Ik weet maar van één warenhuis, net zoals ik ook maar het telefoonnummer van één vriend heb gekregen. Ik weet echter niets van drugs die zijn gestolen.”

De Vangelista merkte dan zijn val niet had gewerkt en keek nu peinzend naar Renato.

Ik schakelde de LCD panelen in Napels en ons warenhuis in.

“Renato? Luister eens ev...,” hoorde ik Lucio zeggen.

De Vangelista  en Malisĕvo draaiden zich razendsnel om toen zij Lucio’s stem hoorden. Een moment dacht ik dat zij in het LCD scherm zouden schieten, maar nee, gelukkig waren het professionals. Zij keken nu naar Lucio, die naar hen keek.

“Che cazzo (What the fuck)?” klonk het nagenoeg gelijktijd uit drie monden.

“Papa,” zei Renato, “Dit zijn signor Fausto Macchiarola en signor Malisĕvo. Zij zijn in onze handel geïnteresseerd.”

“Met een wapen in hun hand?” vroeg Lucio, “Ik ken signor Macchiarola, net zo als dat hij mij kent, nietwaar Fausto?”

“Don Lucio...,” hijgde de Vangelista, “Waar bent u?”

“In Napels, net zoals jij binnenkort... dood, wanneer die wapens niet uit de gezichten van mijn zoon en mijn neef worden gehaald. Wat is het probleem?”

De twee gangsters staken hun wapens weg en de Vangelista gaf in het kort zijn versie van het verslag van de gebeurtenissen.

“Ik wist niet dat Renato uw zoon was, ik ken u als Don Lucio, niet als Don Casadei. Neemt u mij niet kwalijk, maar u zult toe moeten geven dat het allemaal erg toevallig was. Onze spullen verdwijnen en hey presto..., daar zijn toevallig net een paar Italianen die een gerucht hebben gehoord en ons de handel kunnen verkopen, die wij net nodig hebben.”

Lucio pretendeerde even na te denken, en zei toen: “Ik hoor wat je zegt, Fausto, wacht een moment, alsjeblieft.”

Hij pakte zijn mobiel en toetste een nummer in.

“Capu?, u spreekt met Lucio, “Kunt u een moment naar het scherm gaan? Het is dringend.”

Even later opende er zich een nieuw ‘window’ op de schermen in Napels en in het kantoor van Renato. Het gerimpelde gezicht van een oude man domineerde het venster.

“Ik laat je even spreken met iemand die je heel goed kent, Fausto. Don Calabrese, Capu Bastune (Capo Bastone (bevelhebber)) van de ‘Ndrine Calabrese (Clan Calabrese van de ‘Ndrangheta),” zei Lucio, “Capu, wilt u de Vangelista uitleggen hoe hij bij mijn zoon is terecht gekomen?”

“Buongiorno Fausto,” sprak de Capu Bastune.

“Buongiorno, Don Calabrese,” antwoordde Fausto Macchiarola respectvol.

“Waarom was mijn recommandatie van Renato aan de familie Pacchioni niet genoeg? Waarom duwt u de zoon van mijn vriend een wapen in zijn gezicht?”

“Met respect, Don Calabrese. Ik wist niet dat die recommandatie van u kwam, dat is mij nimmer verteld. Het is nu dat ik dit voor het eerst hoor...”

De Vangelista gaf weer zijn verslag betreffende de vreselijke toevalligheid. Het verslag dat hij eerder aan Lucio had gedaan. Hij was zeker niet bang, maar hij liep over van respect voor de oude Capu van de ‘Ndrangheta.

Toen hij uitgesproken was, zei de oude man: “Ik zie inderdaad de toevalligheid. Het leven bestaat echter uit toevalligheden. Ik heb je altijd bewonderd voor je moed en intelligentie. Zorg dat dit niet verandert. Doe zaken, of doe geen zaken, maar geef respect aan mijn vrienden, zoals je dat altijd aan mij hebt gegeven. Kan ik verder gaan met eten? Mijn familie verwacht mij.”

“Certo, Don Calabrese. Ik bied mijn excuses aan u en de familie Casadei aan.”

Het venster rond de oude man sloot zich.

“Ik hoop dat alles opgelost is, Fausto,” zei Lucio.

“Absoluut Don Lucio. Nogmaals mijn excuses.”

“Va bene. Renato, wanneer je alleen bent, wil ik even een videoconferentie met jou en onze man in Philadelphia hebben. Wij doen dat in de vooravond, want dan zijn die Yanken wakker, zo ze al ooit wakker zijn.”

“Va bene, papa.”

Het venster rond Lucio sloot zich en ik schakelde Lucio’s monitor uit.

De Vangelista en Malisĕvo boden hun excuses aan en gaven toen om beurten Renato en Flavio een hand.

“Ongelooflijk,” zei de Vangelista.

“Sorry?” zei Renato.

“Die schermen. Staan jullie zo in contact met jullie mensen? In Napels? Overal ter wereld?”

“Ja, het is wel makkelijk,” deed Renato onverschillig, “We doen al onze communicatie ermee. Alle gesprekken en beelden worden gecodeerd verzonden. We kunnen niet afgeluisterd worden. Verder doet het nog een paar dingen.”

“Mag ik vragen wat, Renato?”

“O ja, als het u interesseert.”

“Het interesseert mij, het interesseert mij, geloof me.”

“Zweert u een eed van geheimhouding?”

“Certo. Ik ben geen verrader, dat weten je vader en de Capu.”

“Wij breiden onze veiligheid ermee uit,” zei Renato en liep naar het scherm. Hij toetste een paar knoppen in en een ‘window’ opende zich. Vier mannen met Diemaco C8 aanvalskarabijnen werden zichtbaar in een onderbelichte ruimte. De karabijnen waren allemaal tegen de muur gericht.

“Pino,” zei Renato tegen het scherm, “houd jij je videobril eens tegen de muur, de plaats waar nu de loop van je karabijn is.”

Één van de mannen zette zijn Diemaco C8 op de grond en hield zijn videobril tegen de muur. Het kantoor met Renato, Flavio en de twee gangsters werd zichtbaar.

“Je hebt ons al die tijd onder schot gehad,” vroeg de Vangelista met ontzag.

“We willen voorkomen dat ons gebeurt, wat er met uw vrienden is gebeurd,” zei Renato eenvoudig.

Hij drukte weer een paar knoppen in en de voorruit van de auto, die eerst de twee BMW’s van de gangsters had gevolgd, werd zichtbaar. Door de vooruit was het verkeer zichtbaar.

“We volgen op het moment iemand,” legde Flavio uit. De visuele beelden komen van videobrillen. We kunnen het wild niet verliezen, want er zit een ‘tracer’ onder zijn auto. Hier zijn de coördinaten van de achtervolgde.”

Flavio toetste weer een paar knoppen in en een venster met een navigator verscheen.

“We kunnen de auto vierentwintig uur per dag volgen, de route wordt tegelijkertijd opgeslagen door de computer. Het mooiste is dat hetgeen wij zien, tegelijkertijd in Napels, Amerika of waar dan ook gezien worden. Het is een communicatie- en commando station,” legde Renato uit, “Maar laten we verder gaan met onze zaken.”

“Nee, nee, niets zaken. We doen zaken. We kopen wat jullie in voorraad hebben. Als jullie kunnen blijven leveren voor die prijzen, dan blijven wij kopen.”

“De prijzen kunnen fluctueren, maar niet veel,” zei Flavio.

“Nee,” lachte de Vangelista, “Dat hangt van de drugsprijzen af natuurlijk. We kopen van jullie, op één voorwaarde. Je verkoopt mij tien van die communicatie stations en je sluit ze aan voor mij. Wat kost eigenlijk zo’n station compleet met de computer, software en de aansluiting?”

“Dit is een duur station omdat wij het grootste scherm hebben, het scheelt duizenden euro’s wanneer je hetzelfde station met een kleiner scherm neemt.”

“Nee, nee. Ik wil dit scherm. Dit was een revolutionaire vertoning. Ik ben onder de indruk. Laat eens horen wat het kost.”

“Alles bij elkaar, met een paar volgmodules komt dit station op zestienduizend euro. De aansluiting is gemakkelijk. Het is net zo eenvoudig als een PC aansluiten. Je kunt geen fouten maken. De handleiding is in het Italiaans, en zeer eenvoudig. Als je een klein beetje met een computer kunt omgaan, dan kun je dit station bedienen. In een dag leer je alles.”

“Dus voor honderdzestig duizend euro ben ik klaar?” vroeg de Vangelista.

“Ja, we hoeven er niets aan te verdienen,” zei Flavio, “We verdienen al aan onze handel.”

“Nonsens,” zei de Vangelista en pakte zijn mobiel.

“Met Fausto, Sgarristo Pacchioni?”

...

“Luister Sergio. Ik ben bij de Napolitanen. We gaan zaken doen. De handel is goed en goedkoop. Daarnaast zal er in de toekomst handel te koop zijn, die jullie graag willen hebben. Ik ken de familie van Renato en het is ‘sound’. Ik sta er persoonlijk garant voor. Hier bel ik je voor: ik sta op het punt een aankoop te doen, die in het absolute belang is van de drie families. Er is een totaalbedrag van tweehonderdveertig duizend euro mee gemoeid. Dus tachtigduizend euro voor iedere familie. Ik moet dus een ‘clearance’ voor tachtigduizend euro van je hebben. You say what?”

“... ...?”

“Absoluut! Ik ben geen kwajongen.”

“... ...”

“Va bene. Mijn dank. Ik bel nu de andere twee Sgarristi.”

Toen de Vangelista met de andere twee Sgarristi gesproken had, klapte hij zijn mobiel dicht en zei: “Fatto. (Klaar). De zaak is gedaan. We verdienen er de man veertigduizend euro aan. Je hebt gehoord dat ik tachtigduizend meer gevraagd heb dan de kostprijs bedraagt. Hopelijk maken de veertigduizend euro de belediging een beetje goed.”

“Dat was niet nodig geweest, signor Fausto. We zijn tevreden met uw klandizie.”

“Rubbish, we moeten allemaal verdienen. Als je nu even aan de portier vraagt of hij mijn man, Dobrilo, door kan sturen, dan geef ik jullie vast een aanbetaling van honderdduizend euro.”

Ik kon niet helpen de Vangelista te bewonderen. Hij was een moedige man, zakelijk en razend snel. Ik keek Stefano aan, die knikte en zijn duim opstak.

“Ik heb één vraag,” zei de Vangelista, “Ik vertrouw jullie, maar in theorie kunnen jullie dan ook onze communicatie volgen, nietwaar?”

Renato en Flavio lachten.

“Dat is precies wat wij dachten, toen de stations werden gedemonstreerd. Wanneer je de stations echter voor het eerst inschakelt, dan vraagt het programma om een code van twaalf cijfers. Alle stations die deel uitmaken van jullie groep krijgen het nummer, dat alleen jij weet. Nadat dit nummer ingevoerd is, gaat het systeem zijn video- en audio-encryptie daarop instellen. Dat is een eenmalige procedure.

Het nummer stel jij samen. Mocht dat nummer al bestaan, dan waarschuwt het systeem en vertelt je hoe vaak dat nummer al voorkomt en vraagt of je door wilt gaan. Als jij het nummer in de eerste computer invoert, dan mag het nummer dus nog niet bestaan. Bij de tweede computer, moet het nummer dan één keer bestaan. Bij de derde computer bestaat het nummer twee keer, en zo verder. Ik hoef je niet te zeggen dat je dat nummer goed moet bewaren voor als je het systeem ooit denkt uit te bereiden in de toekomst.”

Fausto Macchiarola knikte tevreden, en zei: “Dat is een mooi systeem en een goede beveiliging. Ik ben tevreden. Betaal de mensen uit, Malisĕvo.”

Toen Malisĕvo honderdduizend euro had uitgeteld, schudden de ‘nieuwe vrienden’ elkaar de hand. Daarna vertrokken de Vangelista en de Serviërs.

“Ongelooflijk, Zio,” zei Stefano, terwijl ik de computers en de schermen uitschakelde, “Het loopt precies volgens uw plan.”

“Niet helemaal,” zei ik, “Ik vermoed dat de Serviër die het geldkoffertje opende, foto’s nam van Flavio en Renato.”

“Dus?” vroeg Stefano.

“Dus moeten we splitsen. Renato en Flavio kunnen niet meer met ons gezien worden tot aan ‘the endgame’. De meisjes mogen ook niet meer met Renato en Flavio gezien worden. Wij moeten ons opsplitsen over verschillende motels. Perparim kan zijn mensen op een paar lijfwachten na, naar huis sturen. Die Albanesen gaan opvallen. Verder zou ik willen voorstellen om van de andere twee ploegen tien man hier te houden en de overige veertig man naar huis te sturen. Ze zijn hier al te lang, en ze gaan ook opvallen. De achterblijvende twintig mannen kunnen de warenhuizen bewaken.”

We stapten uit de Mercedes, sloten de deuren af en liepen naar Stefano’s Audi. Dieter stond ons op te wachten. Nadat wij elkaar begroet hadden, gaf Dieter mij een klein, plat pakje. Ik opende het en zag de twee nikkelstalen pennen.

“De beschrijving zit er bij, Jan. Lees die goed door. Ik hoop dat dit is wat je wilde. Ik moet gaan, want we hebben een terroristenmelding. Schuß, machst gut. Ciao Stefano!”

In de wagen vroeg Stefano: “Gaat u in de relatiegeschenken, Zio?”

“Ja, het is inderdaad een cadeautje voor iemand,” antwoordde ik.

“Waarom liegt u tegen mij, Zio? U hebt nimmer tegen mij gelogen. U neemt u vreemde acties voor, u ontvangt cadeautjes, u doet geheimzin...”

“Stop,” riep ik gekweld, “Je weet wat dit is en ik weet dat jullie er allemaal tegen zijn, maar ik kan het niet anders doen. Dit is namelijk werkelijk mijn shit, en als ik daar niet mee dealen kan, dan heb ik afgedaan, snap je dat niet?”

Stefano haalde zijn schouders op, en zei: “U weet dat ik u niet zal stoppen, wanneer u echt besloten bent. Ik respecteer u, maar u bent een grote egoïst, Zio. Eerst heb ik mijn vader moeten begraven en nu kan ik u in een paar dagen begraven. Renato, Flavio, Lucio, Umberto, Pietro, Perparim en nu Natasja, waar hebben die dat aan verdiend? Een beetje melodrama en uw fucking principes? Wanneer u werkelijk zo principieel bent, dan laat u uw vrienden prevaleren. Wij houden van u en willen u niet kwijt.”

Mijn dilemma was groot, maar Stefano had zoals altijd gelijk. Ik zei dus: “Ik vertel je nu wat ik van plan ben. Ik weet dat ik een mentale egoïst ben, maar je weet ook dat ik goed ben. Wanneer het in jouw ogen een kans van slagen heeft, dan haal jij de rest van de groep van mijn rug af. Ze vertrouwen jou.”

“Ik moet dus uw vuile werk opknappen? Ik moet er voor zorgen dat u uw achterlijke plan uit kunt voeren? Wel, laat maar horen dan. Luisteren kan geen kwaad.”

Stefano zweeg een tijdje, nadat ik hem mijn plan had verteld. Daarna schudde hij zijn hoofd, en zei: “Het zou net kunnen werken. Ik heb inderdaad gekkere dingen met u meegemaakt. Goed, ik regel het met de groep. U regelt het met Natasja, Moge God u bijstaan!”

“Anouk is genoeg,” blasfemeerde ik, “Dank je wel, zoon.”


ANNOUK IX - The endgame, going for the jugular..

Net als een paar weken geleden genoten Natasja en ik weer van het magnifieke panorama over het Moezeldal. Het visuele en gastronomische genot deelden wij nu echter met onze vrienden. Stefano, Perparim, Pietro en de meisjes van ANOUK waren met ons in het Moselhotel, in het Moezeldal getrokken. We hadden besloten om een flink eind uit de buurt van Keulen en Düsseldorf een hotel te nemen voor de periode dat wij niets konden doen. De meisjes van ANNOUK hadden een metamorfose ondergaan. Zij droegen allemaal verschillende kleuren pruiken en ook hun kleding leek in niets meer op elkaar.

Stefano en ik hadden ons hoofd gebroken over het vraagstuk dat wanneer wij ons nog verder opsplitsten, of wij dan meer of minder risico liepen. Stefano was van mening dat verder opsplitsen veiliger was, omdat het aantal aanwezige meisjes overeenkwam met het aantal gedurende de zes overvallen. Hij zei ook dat Perparim en Pietro zo opvallend waren door hun lichaamsbouw, dat één van hen als toevallige gelijkenis afgedaan kon worden. De twee reuzen, dus twee gelijkenissen waren geen toeval meer.

Ik zag zijn logica wel, maar vertelde hem dat wanneer wij ons in drie groepen zouden splitsen dat wij dan twee keer meer kans liepen, dat iemand van ons herkend werd. Daarnaast was er het ongemak in communicatie en ons voordeel in aantal, zo het tot een strijd mocht komen.

De elektronische- en elektrische apparatuur was al door de Serviërs opgehaald, en afgerekend. Het wachten was nu op het tijdstip dat de communicatie- en commando stations afgeleverd, en geïnstalleerd waren. Hij had vier systemen voor Duitsland, en zes systemen voor Italië besteld. ‘Zat daar dan verschil tussen?’ had hij Renato gevraagd. Die had hem uitgelegd dat om te beginnen de stekkers anders waren in Italië. Daarnaast, wanneer men de systemen ook voor computerwerkzaamheden wilde gebruiken, dan moest men een Duits toetsenbord in Duitsland gebruiken, en een Italiaans in Italië. De accenten waren anders. De Vangelista was met de Napolitanen overeengekomen dat hij de apparatuur in Duitsland zou afrekenen, maar dat zijn mensen het in Italië zouden overnemen van mensen van Renato..

“Hier waren wij ook met onze bruidsnacht, Jan,” zei Natasja, “Ik weet niet of het door het eten komt, maar ik heb vlinders in mijn buik. Denk je dat je daar straks wat aan kunt doen?”

“Dat weet ik wel zeker, monster. Ik zat er net aan te denken. Merkte je het niet?”

“Hoe zou ik dat moeten merken?”

“De eettafel komt steeds los van de grond. Ik durf nu niet op te staan.”

“Zal ik net doen of ik iets heb laten vallen? Dan kan ik onder tafel kruipen.”

“Nee, je bent okay, foofie. Het pakje blijft nog wel een paar uur goed.”

“Waarom denk je dat de Vangelista die stations in Italië wilde overnemen?” vroeg Stefano me.

“Wel, de eerste reden is dat er minstens drie stations in Italië blijven. Die gaan naar de drie families van de Sacra Corona Unita.

“Waarom tien stations dan? Wanneer er drie naar Duitsland komen, dan had hij er aan zes genoeg gehad.”

“Ik ben er zeker van dat de Vangelista zo’n station voor zichzelf wilde hebben. Of hij dat ook aan de clanleiders vertelt, staat te bezien. Alle twee de mogelijkheden hebben hun voordelen. Daarnaast denk ik dat hij tenminste twee, mogelijk drie stations wil plaatsen bij de ‘Medaglioni con Catena della Società Maggiore’ (medaillons met ketting van de hoofdorganisatie – het hoofdcommando) van de Sacra Corona Unita. Dat is voor ons alleen maar beter, en eerlijk gezegd, daar waren mijn plan en hoop ook op gebaseerd.”

“Dus wij kunnen straks precies zien en opnemen wat drie, mogelijk negen van de Sacra Corona Unita families doen?” vroeg Keiki, “Dat is wicked, Zio.”

Perparim en Pietro zaten te wedijveren wie er mocht vertalen voor Natasja.

“Ja, monster, maar niet alleen zien, wij zullen ook in staat zijn hun operaties te onderscheppen, te verijdelen en te sturen. Het is net Mafia op fucking facebook.”

“En dat nummer van twaalf cijfers?” vroeg Stefano.

“Welk nummer?”

“Ja, dat begrijp ik, maar hoe werkt het precies?”

“Bij ons zit die functie er in, en het werkt. Bij de systemen van de Sacra Corona Unita zit die functie er nog wel in, maar is losgekoppeld van het encryptie systeem. De code functie werkt dus niet meer. Het nummer is onwisbaar voorgeprogrammeerd in al hun systemen, wat denken jullie dat dit voor nummer is?”

“Het onze..., van onze systemen,” juichte Umi, “Mooi. U bent een slimme man, Zio.”

“Wacht even,” vroeg Oriana, “ik ben nu dan wel blond, maar houdt dat niet in dat zij ook in onze systemen kunnen kijken?”

“Goede vraag, Oriana, maar nee. De richting van het electonische verkeer is ‘uni-directional’, oftewel, wij kunnen over hun schutting kijken, maar zij niet over de onze. Het is niet echt ‘uni-directional’, maar dat is de beste manier om het uit te leggen, zonder al te technisch te worden. Het enige waar we op moeten letten is dat we geen ‘windowtje’ van ons op hun systemen dumpen. Dat zou pijnlijk en gênant zijn, en typisch iets wat mij zou kunnen overkomen. Dus...Natasja, geef mij wat rust ’s nachts.”

De meisjes gierden van het lachen. Natasja niet zo erg, nadat Perparim haar de vertaling had gegeven.

“Bravo Natasja,” riep Ambra, “Natasja è la bomba (Natasja is de bom).”

Dit waren prachtige dagen. We waren relaxed en we keken uit naar de finale. Overdag had ik geregeld contact met Lucio, Renato en Flavio. Zelfs Dieter kwam twee avonden dineren. Ondanks mijn dilemma was ik gelukkig. De nachten, wel, hoewel de jaren gingen tellen, slaagde ik er toch in om Natasja naar het volgende niveau te duwen. Hoe? Kom nou, jullie hebben nog niet eens het eerste niveau onder de knie. Oefen daar maar een beetje op en laat mij mijn vlinderbruid ongestoord prikken. Jullie weten genoeg. Koop maar een medische encyclopedie, of de fucking Kama Sutra.

Het was of ik op een soort van huwelijksreis was met al mijn vrienden bij ons. Maar terwijl ik bezig was met gelukkig te zijn, kwam er een sms’je van Renato binnen. Het las: ‘Zio, tien systemen actief. We missen u.’ Dat was de vakantie over.

 

De avond voor de dag erna.

“Natasja,” zei ik toen wij in bed lagen, “Ik wil even met je praten, dotje.”

Natasja kroop tegen mij aan. Ze rook lekker en hoewel dat vlinders van rupsen kwamen, was er niet veel voor nodig om mijn rups in een vlinder te laten komen. Natasja’s vlinder. Het was nagenoeg onmogelijk om aan haar feromonen weerstand te bieden.

“Jan, je wilde met mij praten. Ben je doofstom dat je met je handen praat?”

“Sorry, mooikop. Je hebt gelijk. Beloof je me dat je kalm blijft?”

“Hoe kan ik dat beloven? Dat hangt af van wat je gaat zeggen. Ik zal het proberen, ook als het moeilijk is. Dat beloof ik.”

“Goed. Ik heb je een paar keer tegen mij horen praten, Natasja. Je dacht dat ik sliep. Je hebt geraden wat ik moet doen. Daat gaat dit gesprek over.”

“Ik heb geraden wat je wilt doen, niet wat je moet doen. Het gaat echter niet gebeuren, Jan. Morgen praat ik met Stefano, Perparim en Pietro. Ik kan geen rechten op je laten gelden, maar je verraadt je vrienden. Zij zijn hier hoofdzakelijk voor jou, heb je daar al eens over gedacht? Ik begrijp je, o, denk niet dat ik je niet begrijp, Jan. Je bent een eerlijke en oprechte man. Als ik geen kind had, dan zou ik je mogelijk aanmoedigen, en als het je leven kostte, dan zou ik met je meegaan..., ware het niet voor je vrienden. Je mag dit niet doen.”

“Natasja, waarom heeft niemand vertrouwen in mij. Morgenavond zal ik bewezen hebben dat ik precies weet wat ik doe. Ik heb met Stefano en Dieter erover gesproken. Stefano wil het een kans geven, hij zei vandaag dat het kon slagen, en Dieter...”

“Een kans geven? Als het mislukt ben je fucking dood, Jan. Mag ik stellen dat ik een paar weken geleden je leven gered heb?”

“Ja, dat is absoluut waar, Natasja.”

“Jan, Ik heb overal bij willen zijn. Ik heb alles met je willen delen, maar ik heb je leven niet gered om je dat nu weg te laten gooien. Ik wilde graag bij de finale zijn, maar wanneer je bij plan blijft..., lieve Jan..., dan vertrek ik morgenochtend. Misschien wil je met Pietro praten om de terugkeer van Thierry te regelen.”

Ik dacht na. Ze had gelijk, volkomen gelijk, maar ik voelde dat ik nog steeds een schuld aan Anouk had. Ik moest dit doen.

“Het is goed, Natasja. Ik spreek morgen gelijk met Pietro. Wanneer het echt mijn leven kost, zoals jullie allemaal denken, weet dan dat ik veel van je gehouden heb.”

“Ik houd waanzinnig veel van jou, Jan. Ga op je rug liggen.”

Ik weet niet waar ik aan dacht, maar ik draaide mij op mijn rug.

Natasja kroop tussen mijn benen, en zei: “Ik wil je bedanken omdat je Thierry voor mij terug hebt gehaald.”

“En dit is jouw manier? Waarom bedank je mij niet met je vertrouwen?”

“Sssst,” zei Natasja en boog zich voorover.

“Nee, Natasja nee, zo wil ik niet bedankt worden. Is dat mijn dank, voor het terugbrengen van je zoon? Mij even leeglurken in een hotelkamer? Bedank mij dan maar niet.”

Ik trok haar naast mij en ik zag de pijn in haar ogen, maar in diezelfde ogen zag ik mijn leed. Zij voelde ons verdriet en wij waren niet bij machte om een compromis te vinden. Nimmer in mijn leven heb ik mij laten conditioneren door een vrouw, ook al hield ik daar nog zo veel van. In mijn jonge leven was dit om niet kwetsbaar te worden. In mijn latere leven heb ik mij enkele keren kwetsbaar opgesteld en de pijn kwam dus. Ik vond dat niet erg, maar ik heb mij nooit laten conditioneren. Ik wist dat ik vaak mijn neus afsneed om wraak op mijn gezicht te nemen, maar ik was niet bij machte om mijn gewoonte te veranderen, noch wilde ik dat.

Wij lagen in elkaars armen koppig en treurig te zijn. Aan het af en toe stokken van haar ademhaling, gevolgd door een droge snik, bemerkte ik dat ze huilde. Bij mij ging dat nu veel makkelijker. De tranen gewoon stroomden uit mijn ogen, maar Natasja kuste ze weg. Toch konden wij niet tot elkaar komen. Morgen zouden wij dus afscheid nemen. So be it.

Ik wil het wel uitschreeuwen: “Natasja, ik houd waanzinnig veel van je...!” Maar mijn keel zit dichtgesnoerd. Ik wil haar vaster in mijn armen nemen en haar liefkozen, haar vasthouden en nooit meer laten gaan. Ze is het dierbaarste wat ik bezit, het dierbaarste op één ding na: mijn trots. Mijn verrotte trots, waar ik geen weerstand aan kan bieden, mijn trots die me tot een waardige vriend van velen maakt, maar mij verbiedt ‘Okay, ik doe wat je wilt’ te zeggen tegen de persoon die mij, met mijn vrienden het liefste op deze wereld is. Ik vecht tegen mijn verdomde trots en ik verlies, ik verlies gruwelijk. Natasja, mijn lieve Natasja, waarom kan ik je niet zeggen wat je wilt? Waarom wil ik het niet?

 

De morgen na de avond ervoor.

Ik ontbeet niet die morgen en ik zag dat Natasja alleen haar koffie dronk. Ik riep Pietro apart en vroeg hem of hij Natasja naar haar huis wilde brengen. De reus keek mij aan en ik zag tranen in zijn ogen komen. Hij zei: “Giovanni, stuur haar niet weg, ze houdt van je.”

“Wij houden van elkaar, Pietro, en ik stuur haar niet weg. Soms lopen dingen zo in het leven.”

“Wil je dat ik vandaag bij haar blijf, Gian? Ik kan mij voorstellen dat ze erg verdrietig is.”

“Als je dat wilt doen, dan zou je mij erg gelukkig maken, Pietro. Het is een supervrouw en ze verdient al het goede. Spreek jij ook met haar door over Thierry?”

“Ik denk dat ik Natasja een paar maanden bij mij thuis uitnodig. Misschien dat het dingen wat makkelijker maakt voor haar. Wij zijn allemaal erg gesteld op haar, Giovanni.”

Natasja omhelsde iedereen in de ontbijtzaal. Iedereen wist..., iedereen voelde waarom zij vertrok.

De meisjes huilden en Natasja snikte. Perparim tilde haar weer op, en zei: “Treur niet, Natasja. Alles komt goed, en zo niet..., wel er zijn mooiere oude kerels dan Gian.”

Toen zij bij Stefano aankwam, loeide Natasja van verdriet. Stefano nam haar in zijn armen en hield zijn hand op haar achterhoofd, tot zij een beetje gekalmeerd was. Dit was de eerste keer in mijn leven, dat ik Stefano kwaad naar mij zag kijken.

“Dus dit is het, doll?” vroeg ik, toen Natasja bij mij kwam om afscheid te nemen.

“Het spijt mij, Jan. Ik houd erg veel van je en je bent ook erg goed voor mij geweest, maar ik kan niet in een hotelkamer of in een auto gaan zitten wachten tot ik het bericht krijg dat je dood bent. Nu zal ik het nooit weten.”

“Natasja...,” zei ik schor.

“Ja Jan?”

“Nee, het is niets. Ga maar lieverd, dit is al pijnlijk genoeg.”

Wij kusten elkaar en toen liep Natasja met Pietro mee. Bij de deur keek zij nog éénmaal om. Ik zag dat zij weer huilde. Toen was zij verdwenen.

De strijd tegen de Sacra Corona Unita zouden wij wel gaan winnen, maar het gevecht met mijzelf had ik al gruwelijk verloren. Natasja.

Ik was die dag als een beer met koppijn en iedereen vermeed mij. Of dat was door mijn stemming, of dat iedereen kwaad op mij was, wist ik niet en het interesseerde mij eerst niet.

“Ben je kwaad op me?” vroeg ik later aan Stefano.

“Ik was een moment boos, Zio. Dat was toen ik die arme Natasja zag vertrekken. Het was of mijn hart brak, maar ik ben zeker dat het er met uw hart slechter aan toe is.”

“Too fucking true, son. Ik ben er kapot van. Ik voel mij weer net als na Irina, Yvonne en Vanny. Annouk was anders. Daar had ik geen zeggenschap in de relatie, dat is mij ontnomen, al denk ik niet dat ik ooit met Anouk een verschil van mening zou hebben gehad. Misschien dat ik daarom wel zo gefocusseerd ben op mijn actie. Sommige dingen kan ik niet veranderen Stefano. Ik ben al veel toleranter dan vroeger, daar ben ik mij van bewust.

Natasja stelde mij een ultimatum. Ik zou van mijn missie afzien, of zij zou mij verlaten. Daar kwam het op neer. Dat is geen keuze, Stefano, dat is conditioneren. Ze heeft zoveel vertrouwen in mij gehad, ze heeft gezien dat alles wat ik ondernam met jullie, een succes werd. Ze had wat meer vertrouwen in mij moeten hebben.”

“Ze komt wel terug wanneer ze weet dat alles goed is. Ik kan haar ook begrijpen, Zio. Mijn vrouw zou hetzelfde met mij gedaan hebben. Vrouwen en mannen redeneren nu eenmaal verschillend, hoewel ik het gelijk aan Natasja geef.”

“Ik ook, Stefano. Denk niet dat ik haar niet begrijp. Help me om de dag door te komen. Ik moet nu mijn hoofd leegmaken. Ik kan mij niet permitteren om fouten te maken. Help me, zoon.”

Stefano klopte op mijn knie, en zei: “Ik bel zo iedereen op. Waar rijden we nu heen? Naar onze loods of naar de Mercedes? Het maakt niet uit, Stefano. We kunnen nog steeds niet naar de loods van Renato en Flavio gaan. Laten wij maar naar onze loods gaan. Met een beetje geluk is de eindstrijd vanavond.”

De meisjes en Perparim deden weer alsof er niets voorgevallen was. Het leek wel of Ambra, Keiki en Umi mij speciale aandacht gaven om het gemis van Natasja een beetje te compenseren. Perparim kwam naar mij toe om mij een ‘bear-hug’ te geven.

“Hou is het, oude vriend?” vroeg hij.

“Klote Perparim, zwaar fucking klote. Ik mis haar.”

Even later keek ik naar de knappe gezichten van Renato en Flavio, en het harde, gerimpelde gelaat van Lucio, op het scherm.

Na de wederzijdse begroetingen, zei Flavio: “Zio, alle systemen zijn actief van de Sacra Corona Unita. De verdeling is als volgt: drie systemen in Duisburg, Düsseldorf en Keulen bij de clans Narciso, Pacchioni en Vaccharelli.

Drie systemen bij de respectievelijke families in Puglia en drie systemen bij drie families van het oppercommando van de Sacra Corona Unita...”

“Yes!” schreeuwden Stefano en ik tegelijk.

“Wij dachten al dat jullie blij met dat nieuws zouden zijn. Er is de hele morgen al een videoconferentie gaande tussen de drie Duitse clans en hun families in Italië. Er is in de namiddag een conferentie belegd tussen alle families en de Vangelista. Deze is nu op weg naar ons om de winst op de systemen te betalen. Wat wilt u dat wij doen?”

“Jullie vinden het zo geweldig dat de Vangelista jullie aan de systemen heeft laten verdienen, dat jullie hem nu een dienst gaan bewijzen. Jullie hebben laten informeren en jullie hebben de Hollander en de Italianen gevonden die de overvallen op de restaurants en de warenhuizen hebben uitgevoerd. Jij hebt alle reden om aan te nemen dat er honderddertig kilo coke en horseshit in hun warenhuis ligt. Zeventig kilo cocaïne en zestig kilo smack.

Gooi er een beetje van dat peetvader dramashit in schrijf alle gegevens en ons adres op een papiertje.”

“Gian,” waarschuwde Renato, “Dat is te vlug. Wij moeten ons nog voorbereiden op de finale.”

“Renato, luister naar mijn vriend”, sprak Lucio in Napels, “Giovanni weet wat hij doet. Geef de vijand geen tijd om na te denken, of een gedegen strijdplan te maken. Houd de druk op de ketel. Het lokaas van de dope maakt dat ze alle voorzichtigheid uit het oog zullen verliezen en fouten zullen gaan maken. Dat moet ook wel, want de Vangelista alleen, is al erg genoeg.”

“Si papa, avete ragione. (Ja papa, u heeft gelijk),” verontschuldigde Renato zich, “Is er nog iets dat wij moeten weten, want ik zie een BMW stoppen.”

“Ja, zeg dat jullie mensen ons geobserveerd hebben en dat wij iedere avond om zes uur de loods verlaten. Jullie advies is dat zij ’s avonds in de loods inbreken, de dope eerst veilig stellen en vervolgens daar de nacht in de loods doorbrengen om ons ’s morgens in het valletje te laten lopen. Dat is hoe jullie het zouden doen.”

“Va bene, Zio. Ik ga offline, want ze kunnen ieder moment binnenkomen. Ik neem aan dat u het gesprek blijft volgen?”

“Dat is correct. Ik spreek je later.”

“Ciao Zio, ciao Steffie.”

“Buongiorno Fausto, buongiorno signor Malisĕvo,” begroetten Renato en Flavio hun nieuwe klanten.

“Ciao ragazzi,” groette de Vangelista terug. De grote Serviër knikte alleen.

“Hier is jullie gedeelte van de winst, jongens. Jullie hebben het meer dan verdiend. De systemen zijn allemaal geïnstalleerd en werken feilloos. De installatie, zowel als het gebruik was zeer eenvoudig.”

“Dat is goed nieuws. Dank u voor het delen van de winst met ons.”

“Kunnen wij de systemen in ons pakket opnemen? Ik denk dat ik honderden families in Duitsland, zowel als Italië kan interesseren,” vroeg de Vangelista.

“Ja, dat is geweldig. De prijzen van die grote schermen gaan nu ook zakken en bij grote afnamen gaat de prijs per systeem ook naar beneden. Ik denk dat wij in een paar weken al op de twaalfduizend euro zitten, dus dat is honderd procent winst,” rekende Renato.

“Dat is goed nieuws, jongens. Hoe is het? Lopen de zaken een beetje?”

“We mogen niet klagen, Fausto. Absoluut niet. Kan ik je een plezier met een cadeautje doen?”

De Vangelista keek Renato niet begrijpend aan.

“Nadat wij elkaar de laatste keer hebben gezien, hebben wij wat gunsten en schulden ingeroepen. Ik denk dat ik iets voor je heb, waar je op zijn minst blij mee zult zijn, alleen deze keer willen wij geen portie. Het is zuiver een vriendendienst, hopende dat je alles bij ons komt kopen in de toekomst,” deed Renato nonchalant.

Hij schreef wat op een kladblok, nadat hij eerst een stalen plaatje onder het bovenste velletje had gelegd. Hij scheurde het velletje af en gaf dat aan de Vangelista, die las:

70k Charlie
60k Horse
Totaal 130k

Einheit 8
Am Hagelkreuz’
Gewerbegebiet Hoisten, Düsseldorf

Fausto keek naar Renato en vervolgens naar Flavio. Hij stak het papiertje in zijn mond, kauwde erop en slikte het door. Even later zei hij: “Dat is wel een hele erg grote dienst die jullie mij bewijzen. Waarom? Jullie hadden zelf die honderddertig ki kunnen gaan halen. Waarom een kapitaal cadeau doen?”

“Niet echt, Fausto. Wij doen er onszelf een groot plezier mee. Ik wil wel toegeven, dat wanneer wij jou niet ontmoet hadden, dan hadden wij inderdaad die handel geript. Het gevolg was dan echter geweest dat wij steeds achterom hadden moeten kijken, en dat is niet slim als je een bedrijf wilt opbouwen.

Daarnaast hebben wij zelf alle handel die klanten maar kunnen verlangen. Ik weet niet precies hoe jouw verhaal in elkaar steekt, maar jij ruimt nu de concurrentie- en een groep rippers- voor ons op. Als laatste ben je netjes tegen ons geweest, dus nee, wij geven geen kapitaal weg, want wij hebben dat kapitaal nooit gehad. Daarnaast hebben wij nu wel een vriendschap die wij eerst niet hadden.”

De Vangelista knikte goedkeurend, en zei: “Er groeit geen mos op jullie, hè jongens? Don Lucio zal wel trots op je zijn, zoon. Flavio, ken ik jouw vader eigenlijk?”

“Mijn vader heet Umberto, Fausto. Het is de broer van Lucio.”

De Vangelista dacht na, maar schudde toen zijn hoofd.

“Nee, ik geloof niet dat ik ooit het genoegen gehad heb. Anyway, weten jullie iets over die groep?”

“Alleen dat het een groep Noord-Italianen is, die voor een buitenlander werken. Ik geloof dat het een oude Belg of zoiets is.”

“Een Hollander, misschien?” vroeg Fausto gretig, “Kan het een Hollander zijn?”

“Een Hollander, dat is het Renato. Sergio zei dat het een Hollander was, wees Flavio zijn neef terecht.

De haast die de Vangelista en de Serviër nu aan de dag legden was goed te begrijpen. De Vangelista stond op en zei: “Hier hebben jullie mij wel een heel groot plezier mee gedaan. Ik zal dit niet vergeten. Wij moeten er nu vandoor, maar ik wilde wat vragen, als dat goed is?”

“Certo, als we het antwoord maar hebben.”

“Kennen jullie het pand?”

“Fausto, ik weet dat wij nog jong zijn, maar ik had je nimmer deze informatie gegeven wanneer ik niet voor ten minste vijfenzeventig procent zeker was, dat je er ook iets aan hebt. Wij maken ons niet graag belachelijk. Ja, wij kennen nu de situatie daar, nadat wij een paar dagen mensen erop gezet hebben. Mag ik een suggestie doen?”

“Ja, graag zelfs.”

“Met respect, Fausto. Je zult ongetwijfeld je eigen plan hebben, maar dit is hoe wij het zouden doen: De Hollander komt iedere dag even. Er is echter geen patroon in komst en vertrek. De groep bestaat uit een man of zes, maar vaak hebben ze hun vrouwen ook bij hen. Ze vertrekken altijd rond zes uur ’s avonds. Ik zou ’s nachts in het pand gaan met een paar mensen en als eerste de dope veilig stellen. Dan zou ik met een man of tien in die loods blijven en de groep ’s morgens in het valletje laten lopen.”

Blijkbaar sprak dit scenario Malisĕvo erg aan, want dat was de eerste keer dat ik de Serviër zag lachen.

“Honden, alarmsysteem?” vroeg de Vangelista.

“Geen honden, dat is zeker. Er zit een sirene aan de voorkant van het pand, maar die kun je volspuiten met piepschuim. Ik zou zeggen dat de kans dat er een werkend alarmsysteem zit, fifty-fifty is. Als er een werkend alarm zit, dan weet je wat je moet doen.”

“Ja, dan laten we het eerst tien keer af gaan, dan wordt het vanzelf wel uitgezet. Goed, dat was geweldige informatie, jongens, ik ben jullie verschuldigd.”

Even leek het of de Vangelista nog iets wilde zeggen, maar hij bedacht zich en nam afscheid van Renato en Flavio.

“Wat dacht u, Zio?” vroeg Renato mij even later.

Stefano antwoordde voor me: “Ik denk dat jullie heel erg goed op moeten letten vanavond. Fausto gaf mij de indruk dat hij achterdochtig was. Het gaat hem te gemakkelijk, te snel. Hij kan zich echter niet veroorloven om de informatie te negeren. Hij beseft dat hij geen keus heeft en dat maakte hem ongemakkelijk. Zio?”

“Helemaal mee eens, Stefano. We gaan nu in turbomode. Straks heeft de hele sjebang een video-conferentie met alle fucking ‘big-wigs’ erbij. Fausto maakt mooie sier, want hij komt thuis met een snel resultaat. Hij zal nimmer verklaren hoe hij aan die informatie is gekomen, want hij maakt zich nu onmisbaar voor de clans. Als hij die informatie wel zou geven, dan is het voor ons nog geen gewonnen partij. Die fucking medaillonnetjes van de Sacra Corona Unita zijn niet in het opperbevel gekomen door voor fucking paljas te spelen. Het zijn de denkers. Maar goed, dat kunnen we straks allemaal meemaken.

Mijn advies jongens, ga niet buiten spelen want er bestaat de kans dat de Vangelista langs komt om jullie als gijzelaar mee te nemen. Blijf binnen en wees op jullie hoede. Ik wil die tien man bij jullie in constante staat van paraatheid. Niet meer dan vijf man tegelijk laten slapen.

Daarnaast is er nog één ding. Let in godsnaam op wanneer jullie naar die medaillonnetjes-vergadering zitten te kijken, dat je niet per ongeluk een ‘windowtje’ op hun scherm ‘dumpt’. Het is speciaal opletten geblazen wanneer wij tegelijkertijd in conferentie gaan. Ik weet dat jullie niet gek zijn, maar een fout met een computer is snel gemaakt.”

“Dus wij missen de finale, Zio,” vroeg Flavio teleurgesteld.

“Niet wanneer jullie dat niet willen. Jullie kunnen het warenhuis verlaten, wanneer de ploeg van de Vangelista hier gaat beginnen. Het warenhuis heeft dan voor ons geen waarde meer, dus kom met al je mensen hierheen. Jij en Renato komen door het kelderluik naar binnen. Drie van je mannen laat je buiten het gebouw bewaken. Bewapening van die ploeg is een Diemaco C8 karabijn met Surefire FA556SA 5.56 Suppressor (Geluiddemper), LLM01 laser vizier en met Green Laser Optical Warner (GLOW).

Niemand, ik herhaal niemand van de tegenpartij gaat er levend vandoor. Daarnaast verwacht ik een ‘backup team’ van de Vangelista te arriveren, nadat zijn opdrachtgevers een tijd niets van hem vernemen. Laten jouw mensen daarvoor uitkijken, want dat wordt de enige onzekere factor in dit verhaal. Het zal geen ‘crackteam’ zijn, maar gewone voetsoldaten.

Jullie kunnen in de kelder op de monitor zien wat er bij ons gebeurt. Wanneer het bij ons ‘tits-up’ gaat, of je denkt dat het een goed moment is, dan komen jullie het warenhuis in. Mijn laatste suggestie: neem NVG’s (Nachtkijkers) mee en draag jullie reflecterende armbanden, zodat jullie geen ‘vriendelijk vuur’ aantrekken. Hebben jullie nog vragen voor nu?”

“Nee,” zei Renato, “Als ons wat te binnen schiet, melden we ons. Ik ben benieuwd naar die conferentie. Ciao Zio.”

“Ciao ragazzi,” zei ik en melde mij af.

“Het grootste probleem is om iedereen in Italië later weer in conferentie te krijgen –nadat wij de Vangelista hebben uitgeschakeld. De clans in Duitsland zullen met smart op nieuws zitten te wachten, net als de families in Puglia, maar die fucking arrogante fuckmedaillonnetjes denken dat ze God zijn. Als die niet in conferentie komen, doordat ze voetbal zitten te kijken, dan hebben wij een probleem.

‘No fucking way’ dat de Vangelista ons even behulpzaam al zijn door een noodsituatie af te kondigen. Dat zou die oude sigarenlurkers snel wakker schudden.”

“Kan niemand van ons pretenderen dat hij voor Fausto invalt, dat er een situatie is en dat Fausto heeft gebeld en onderweg is met de Hollander?” vroeg Stefano.

“Hebben we een Pugliees bij onze mannen?”

“Ja twee, maar die hebben we vanmorgen met veertig anderen, naar huis gestuurd, Zio. Weet u nog?”

“Shit, dat is pech hebben. Nooit van zijn leven dat die kopstukken met hun ‘henchmen’ naar een Noord-Italiaan luisteren.”

“Kan Renato, Flavio of één van hun mannen niet inzitten? Het accent is niet zo verschillend, Zio?”

“Nee, ik wil de Napolitanen zoveel mogelijk uit de ‘limelight’ houden. Met een beetje geluk sterft hun betrokkenheid samen met de Vangelista en de Serviërs. Met terugblik, had ik beter Lucio er ook uit kunnen houden. Nee, beslist geen Napolitanen.

Nou ja, dit kunnen we niet meer veranderen. Improvisatie zal weer uitkomst moeten bieden. We zien wel hoe het zich ontwikkelt; tot nu aan toe is alles verlopen, zoals gepland.”

“Amen to that,” zei Stefano.



Vier uur. Videoconferentie. Ons kantoor leek wel een bioscoopzaaltje. Ik zat met Stefano achter de computer. Perparim zat achter ons tussen de zes ‘Angeli della Morte (Doodsengelen)’, en daarachter zaten zeven Bresciaanse mafiosi. Hun drie collega’s liepen wacht, maar die mochten later de video terugkijken. We beseften allemaal dat dit de culminatie van weken van voorbereidingen was. Niemand was bang, iedereen was hyper en de spanning was te snijden.

Als een goede, onmisbare ‘troubleshooter’ liet de Vangelista even op zich wachten, maar toen wij ‘online’ gingen, zagen wij onmiddellijk de Santiste en de Sgarristi van de drie Duitse clans, in het oplichtende beeld. Elk van de drie Duitse clans had nog drie bevoorrechte manovalanze (soldaten) inzitten.

Niet veel later zagen wij tegelijkertijd de Vangelista in Düsseldorf en de drie families Pacchioni, Narciso en Vaccarelli in Puglia, Italië hun entree maken. De families bestonden uit het hoofd van de familie, een Vangelista, twee Santiste en drie sgarristi.

Gedurende het wachten op de ‘Medaglioni con catena della società maggiore vroeg ik twee mannen achter mij, die de Vangelista steeds hadden gevolgd, waar en hoe die eigenlijk woonde.

“Hij woont in een gehuurde, vrijstaande villa in een buitenwijk van Düsseldorf, richting Neuss. Wilt u het adres hebben?”

“Nee, nog niet. Dank je wel, Sergio.”

De drie families waren nog steeds elkaar aan het begroeten toen successievelijk de Medaglioni kwamen binnendruppelen op het scherm. Iedere Medaglione (Hoofdbaas) was vergezeld van twee Vangeliste, drie Santiste en vijf Sgarristi.

Zesenzestig man, waaronder de absolute top van de Sacra Corona Unita en de Vangelista namen deel aan de conferentie. Terwijl iedereen de Vangelista complimenteerde met de geweldige aanwinst in communicatie, begon een Vangelista van de oudste Medaglione, tot stilte te manen.

Toen het rustig was, wilde de oude Medaglione opstaan en zijn colbertje dichtknopen, toen hij zich realiseerde dat hij voor een virtuele audiëntie oreren moest. Een beetje ongewend, en licht beschaamd ging hij weer zitten.

“Amici, amici cari (Lieve vrienden),” verwelkomde hij de deelnemers ‘online’, en dat was zowat de meest zinnige uitspraak die wij van hem te horen zouden krijgen. Hij vertelde hoe verheugd hij was dat de techniek de leden van de ‘Verenigde Heilige Kroon’ in de éénentwintigste eeuw had gebracht.

“Mijn God,” zei Stefano, “ik hoop niet dat we lang moeten luisteren naar het gebazel van dat oude secreet. Ik denk dat hij zowat honderdnegentien jaar is.”

Blijkbaar had de oude man hem gehoord, want na een paar cliché uitspraken sloot hij af met: “Ik heb begrepen dat Vangelista, signor Fausto Macchiarola, ons wat belangrijk nieuws heeft mede te delen. Carlo, jij neemt over van mij nu,” sprak de oude ‘big-wig’ tegen zijn Vangelista.

“Ga je gang, Fausto,” sprak Carlo.

De Vangelista gaf een kort en bondig verslag en besloot met: “Ik heb zeer goede hoop dat wij vannacht alle gestolen handel veilig kunnen stellen. Daarnaast hoop ik morgen ‘online’ te komen met meer nieuws over de Hollander en de groep Noord-Italianen.”

“De plaatsvervanger van de Medaglione, Vangelista Carlo sprak: “De handel heeft niet onze interesse. Daar zullen de families Pacchioni, Narciso en Vaccarelli meer in geïnteresseerd zijn. Wat wij willen weten, is deze Hollander de man waar het contract op was gezet? Is het dezelfde man die vijf van onze families heeft laten vermoorden en zo ja, hoe komt het dat deze man ons nog steeds last bezorgt? Hebben de drie families niet genoeg aan vierhonderdvijftig manschappen in Duitsland?”

Fausto voelde zich niet aangesproken, uiteindelijk was hij aangezocht om de shit van de families op te ruimen. Hij antwoordde: “Ik hoop morgenochtend op deze vragen een positief antwoord te kunnen geven. Ergo, ik verwacht morgenochtend de Hollander en de Noord-Italianen uitgeschakeld te hebben. Ik durf dit met vijfenzestig procent zekerheid te garanderen. Wij hebben twee doorbraken.”

Nu had de Vangelista onze aandacht. Dit was het moment waar de communicatiesystemen hun geld op zouden gaan brengen.

“Leden van de Pacchioni familie hebben wekenlang een huis in Nederland onder observatie gehad. Vanmiddag hadden zij eindelijk succes...”

Ik voelde mij misselijk worden.

“...de twee observanten hebben deze foto’s met hun mobiele telefoons kunnen maken. Het betreft...”

Het voelde alsof ik moest overgeven. Ik ging met mijn hoofd in mijn handen zitten.

Cluster fuckup. Operatie mislukt! Ik keek naar foto’s van Natasja die door Pietro werd ondersteund, en naar de voordeur van haar huis werd gebracht.

“Fucking Christ,” vloekte Stefano.

“O Mamma Mia,” klaagden de engelen van ANNOUK.

Perparim vloekte in het Albanees, stond op en begon te ijsberen.

“...wij weten zeker dat dit de vriendin van de Hollander is geworden over de laatste weken. Ook als wij hem vannacht niet zeker stellen dan zullen wij van haar vernemen waar wij hem en zijn ‘wise-fucks’ kunnen vinden. Nu, terwijl wij spreken er een ‘extractie team’ onderweg voor de vrouw en haar begeleider.”

Hoop! Stefano pakte zijn mobiel en toetste een nummer in.

“Pietro?”

“...”

“Ascolta mi bene (luister goed naar me) Er staat een wagen met twee ‘goons’ voor de deur. Zij hebben jullie thuis zien komen en jullie foto’s genomen. Ik heb die foto’s net gezien. Er is een ‘extractie-team’ onderweg om jullie te kidnappen. Er is geen tijd te verliezen. Verlies die twee observanten en neem hun mobiele telefoons mee. Doe dit meteen en geef mij Natasja.”

Stefano gaf de telefoon aan mij en ik hoorde: “Stefano?”

“Nee, ik ben het. We hebben een situatie Natasja. Vraag niets, doe wat ik zeg, want jullie levens hangen er vanaf.”

“O Jan,” huilde Natasja, “Ik heb zo’n spijt. Het spijt me zo. Ik..”

“Het spijt je nog meer, wanneer je niet luistert. Kun jij via je achtertuin in een straat komen waar Pietro je met zijn auto gemakkelijk kan oppikken?”

“Ja, dat is heel eenvoudig. Het is nog geen minuut lopen. Ik heb dat vaak...”

“Luister naar me. Pietro komt zo terug. Ga met hem de achterdeur uit. Vertel hem hoe hij moet lopen, om weer bij zijn auto te komen. Jij wacht daar en Pietro pikt je even later op. Daarna gaan jullie terug naar het hotel in het Moezeldal en wachten daar op ons. Je eigenwijsheid kost ons mogelijk de operatie, foof.”

“Jan, het spijt mij werkelijk. Ik wilde al terugkomen, maar... Hier is Pietro.”

Ik vertelde Pietro wat ik tegen Natasja had gezegd en wenste hen geluk. Mijn misselijkheid was iets gezakt.

“Hoe hebben ze Natasja’s huis gevonden?” vroeg Stefano.

“De zuster van Natasja’s ex-man Ricky was met een manovalanza van de familie Pacchioni. We hebben Ricky en zijn zwager ‘verloren’. Toen haar man niet meer thuiskwam, is de zuster natuurlijk met Dino Pacchioni gaan praten.”

“Juist,” zei Stefano, “We kunnen nu niet doorgaan zoals is gepland. Fausto hoort dat de twee observanten vermoord zijn en dat zijn hun telefoons niet meer hebben. Hij is niet gek, dus hij denkt dat ze een verrader in hun midden hebben. Hij zal zijn plannen drastisch gaan herzien. Sorry, Zio, maar Natasja heeft -naar alle waarschijnlijkheid- zojuist je leven gered, al is de operatie erdoor aan de grond gelopen. Kunt u improviseren?”

“Ja, ik moet dus van mijn actie afzien. Het is niet anders. De tekens vertellen mij dat het niet goed was. We kunnen ons hele plan alsnog uitvoeren, alleen moeten we het nu later tegen Malisĕvo en zijn ploeg Serviërs opnemen. Wanneer en waar is mij nog niet duidelijk. We starten de finale nu.”

Men kon de spreekwoordelijke speld horen vallen. Zelfs Perparim had opgehouden met mopperen. Iedereen wist wat dit betekende.

Ik rangschikte de open ‘windows’. Ik zette de Vangelista bovenaan het scherm. Daaronder plaatste ik de drie vensters van de Medaglioni. De families Pacchioni, Narciso en Vaccarelli in Puglia rangschikte ik weer onder de ‘windows’ van de Medaglioni. Als laatste plaatste ik geheel onderaan de Duitse clans Pacchioni, Narciso en Vaccarelli.

“Zijn die restauranthouders met hun handlangers eigenlijk nog belangrijk?” vroeg Stefano.

“Niet echt, Steffie. Wil je ze uit de vergaring verwijderd zien?”

“Ja, ruim die hufters maar op. Ze zijn alleen maar schermvulling.”

Openbaring van Johannes - Apocalyps. Ik typte: ‘SCU3 terminate. Harddisks 1’ en drukte op ‘Enter’...

De reeks van letters werd vertaald naar computertaal. Binaire code. Toen dat gebeurd was, interpreteerde het programma de opdracht. Als laatste fase was er de executiefase in het programma... Een digitaal signaal werd het Internet opgeduwd... en reisde met een snelheid van 300,000 kilometer per seconde naar de verdiepingen boven de vernielde restaurants in Duisburg, Düsseldorf en Keulen. Men mag haast zeggen dat het signaal de communicatie systemen bereikte, op het moment dat ik ‘Enter’ indrukte.

Het signaal werd ontvangen en geïnterpreteerd door de software van de drie systemen. Op dat moment wisten de enorme LCD schermen en de harddisks in die systemen nog van niets. Het achterpaneel van het LCD scherm was echter gevoerd met laag semtex, waarop een metalen honingraat, die net zo hoog en breed was als het scherm, rustte. In de gaatjes van de honingraat zaten stalen kogeltjes, die in kogellagers werden gebruikt. De harddisk was een dummydisk, die alleen in staat was een elektronisch signaal te ontvangen..., en dat te vertalen naar de detonator die in de semtex was gestoken. De semtex waarmee deze dummy harddisk was gevuld. Zo dit al technisch was, het resultaat was dat beslist niet.

De semtex in het LCD paneel explodeerde. De druk verplaatste zich van de muur af en als bij een enorme Claymore landmijn werden de honderdvijftigduizend stalen kogeltjes afgevuurd. De vijf mannen in het vertrek zagen er uit alsof ze de holle mazelen hadden, al maakte hen dat niets meer uit, want op dat moment explodeerde de semtex in de harddisk. De reeds door perforatie verzwakte fysieke structuren van de vijf ‘wise-guys’ werden nu uit elkaar gerukt en door de ramen, deuren en wanden in een andere dimensie geblazen.

Een seconde nadat ik ‘Enter’ had ingedrukt waren de drie onderste ‘windows’ leeg. Met de muis klikte ik ze dicht.

“Boem,” zei Perparim.

“What the fuck...” zei de Vangelista.

“Wat gebeurt er?” echode het achter elkaar uit de luidsprekers van ons LCD scherm.

“Het zal een storing op het Duitse gedeelte van het Internet zijn,” opperde de Vangelista, “Ze zullen zo wel weer ‘online’ komen. Die dingen gebeuren af en toe.”

“Too fucking true,” mompelde ik en drukte de F12 knop in. In Düsseldorf en in Puglia verscheen mijn gezicht op de schermen.

“Het spijt ons bijzonder de aanwezigen te moeten meedelen dat de clans Pacchioni, Narciso en Vaccarelli in Duitland, door een ernstige storing, niet langer aan de vergadering deel kunnen nemen.”

“Che cazoooooo!” galmden de overige tweeënvijftig verbaasde stemmen uit ons geluidssysteem.

“Wie ben jij,” vroeg de Vangelista, “Wat is er met Duitsland aan de hand?”

“Duitsland is fijn. De drie groepen iets minder. Er waren drie bommen in hun kantoren geplaatst. Je kent dat wel. Boem! Ze zijn niet langer met ons, voor wat betreft wie ik ben... tja..., ik ben jullie ergste nachtmerrie. Ik ben de Hollander.”

“L’Olandese...” kon ik horen fluisteren.

“De Hollander die...,” vroeg de Vangelista, de assistent van de oude Medaillon.

“Ja, mijn naam is Jan ter Haak. De Sacra Unita heeft mijn vriend Ennio laten vermoorden. Ennio’s dochter, mijn peetdochter en later mijn toekomstige vrouw, Anouk heeft toen de dood van haar vader gewroken en de familie van Gerardo vermoord. (Oddball and the Killagal)

Niemand sprak meer.

De Sacra Corona Unita vond het toen nodig om een contract op Annouk te zetten. De zoon van de Vangelista, Fausto Macchiarola, heeft haar toen door haar hals geschoten. Een meisje van negentien jaar werd door haar hals geschoten.

Mijn vrienden vermoorden toen vijf families van de Sacra Corona Unita in Puglia, ontvoerden hun leiders en de zoon van Fausto Macchiarola. Ik heb een Medaillon en de zoon van de Vangelista vermoord. De andere drie Medaillonnen werden vermoord door de man die jullie net op de foto hebben gezien.

Dat was de wraak over, totdat de drie families via de Vangelista een contract van de Illuminati kregen aangeboden. Die drie families hebben de schaapsherder Todeschini en zijn nichtje van vijftien jaar, Lilianalavera vermoord. Waarom? Omdat die twee mensen Anouk, die stervende was het leven hebben gered.

Ik kon de leden van de diverse families met elkaar zien fluisteren. Sommigen schudden hun hoofd.

Nu, ongeveer drie weken geleden, werd het zoontje van mijn vriendin ontvoerd door leden van de niet meer bestaande groep van Dino Pacchioni. Dit was gedaan om de moeder te dwingen om mij op te zetten voor een val van diezelfde groep. Vanmorgen moest deze vrouw ontvoerd worden om haar te kunnen martelen, zodat zij mijn schuilplaats zou verraden. Ik zit echter niet verscholen, ik zoek jullie op en ik vlak jullie uit. Ik vind wel dat de Sacra Corona Unita uitblinkt in het vermoorden van vrouwen en kinderen. Ik kan daar geen waardering voor hebben. Ik vind dat de families Pacchioni, Narciso en Vaccarelli niet langer meer deel moeten nemen aan deze vergadering.

“Je kunt er weinig aan doen, straniero (buitenlander),” schreeuwde de Medaillon Pacchioni uitzinnig van woede.

“Dat is nu waar je je vergist,” zei ik vriendelijk, “Kijk naar je zelf op het scherm. Now you can see yourselves...”

Ik typte ‘SCU2 terminate. Harddisks 5’ en drukte op ‘Enter’...

Ééndriehonderdste seconde later bereikte het signaal de drie systemen in Puglia. De LCD schermen explodeerden en spuugden hun dodelijke lading kogeltjes uit. Achttien man werden nu doorzeefd met roodvonkballetjes. Hun rood gespikkelde afdruk was voor een fractie van een seconde op de wit gestuukte muren te zien, maar er was een verschil. Dit waren de Italiaanse systemen met het andere type stekker. Het was niet het enige dat verschilde van de Duitse systemen. In plaats van één dummyharddisk, ontploften er nu vijf semtex ladingen in ieder systeem. Door de veel zwaardere explosies werden de drie bungalows tot kruimelpuin gereduceerd, en samen met de overblijfselen van de achttien gangsters als gourmetvlees over Puglia verspreid.

“...and now you fucking don’t,” maakte ik mijn zin af.

“Klasse Zio,” zei Stefano, “ik vond uw toespraak ook veel mooier dan die van die oude olijvenvreter.”

“Ik hoor ontploffingen,” zei de assistent van de oude Medaglione.

“Dat krijg je als je met vuur speelt,” zei ik, “Families Pacchioni, Narciso en Vaccarelli zijn voorgoed geschorst.”

Voordat de overgebleven leden van de drie families zich zouden realiseren wat er gebeurd was en in paniek zouden geraken, zei ik: “Vooral zitten blijven. Wanneer er iemand opstaat, dan blaas ik jullie ook op. Jullie kijken nu naar een semtexbom. Begrijpen jullie dat? Knikken is genoeg, maar niet te enthousiast, want anders explodeert de bom.”

Ik zag de paniek op de gezichten van drieëndertig oude en jonge leden van de Sacra Corona Unita. Fausto Macchiarola’s gezicht was uitdrukkingsloos. Hij wist dat hij dood was, maar hij was een professional, net zo als zijn zoon een professional was geweest.

“Je hebt dit allemaal voorruit gepland, Gian? Mag ik Gian zeggen?”

“Ja, en ja. Het was niet echt moeilijk, Fausto. Nu geen namen of gegevens doorgeven, want anders moet ik deze drie families ook laten ontploffen.”

“Dat zul je evengoed wel doen,” sprak de oude Medaillon.

“Niet noodzakelijk,” zei ik, “In de ‘pizzeria da Gennaro op de Piazza Garibaldi in San Severo bij u, wordt nu een pak documenten afgegeven. U kunt één ‘manovalanza’ aanwijzen om die documenten op te halen. Hij kan in een half uur terug zijn. U kijkt de documenten door en ik stel mijn condities. Wanneer u en de andere twee
‘Medaglioni con Catena della Società Maggiore’ daarmee akkoord gaan, dan stopt het moorden. Ik ben het zat om Pugliese gangsters te vernielen. Zeg het maar.”

Terwijl Stefano mij bevreemd aankeek, haasten de drie Medaglioni om ‘Va bene’, ‘D’accordo’ en ‘Parola d’Onore’ te zeggen.

“Angelo, vai a prendere questi documenti en darti da fare (Angelo, ga die documenten halen en schiet een beetje op),” beval de oude Medaillon.

“Ik wil de tijd die wij wachten gebruiken om Anouk te gedenken,” sprak ik tegen de Medaglioni. Hier is een foto van haar.”

Ik dumpte een foto van Anouk op het scherm.

“Zien jullie wat ik zie? Ik zie een meisje van negentien jaar. Hier is zij nog een keertje. Geniet ervan!”


De Pugliesen zagen nu een foto van het forensisch laboratorium. Anouk’s gezicht was blauw en gezwollen. In haar hals was de kleine wond zichtbaar, waar de .338 Lapua Magnum haar geraakt had.

Ik hoorde de meisjes achter mij huilen.

Ik opende een derde foto en nu zag men Anouk op haar rug. Haar halve nek was weggeschoten.

“Een kogel was niet genoeg voor de Sacra Corona Unita,” zei ik met verstikte stem, “Het moest een Hydrashock kogel zijn, die haar halve nek wegrukte.”

“Bastardi, Bastardi vigliacchi, (Laffe bastaards),” brulden de Keiki en Umi.

De Pugliesen raakten in paniek.

“Laat mij jullie voorstellen aan de belichaming van Anouk, oftewel ANNOUK.”

De meisjes kwamen om mij heen staan.

“Anouk was Mal’akh Ha-Mavet, oftewel de Engel des Doods. Dit zijn de Engelen der Wrake. Annouk was zo mooi als ieder van hen.”

Wat nu volgde, was nooit afgesproken, maar als bij afspraak ontkleedden de zes meisjes zich, tot zij op een slipje na naakt stonden. Ik begreep wat zij wilden, en ik knikte naar hen.

“Per Anouk,” zei ik.

“Per Anouk,” herhaalden de meisjes snikkend.

Terwijl de tranen over mijn wangen liepen, typte ik iets op het toetsenbord.

“Jullie bewijzen Anouk de laatste eer, wanneer jullie willen blijven leven,” zei ik tegen de Pugliesen.

Keiki stapte kruislings over mijn schoot en omhelsde mij. Terwijl onze tranen zich vermengden en Keiki mij op mijn mond kuste, zei Stefano tegen de Pugliesen: “Ga staan en zeg mij na, als jullie willen leven. Per Anouk!”

“Per Anouk,” klonk het bedrukt uit Puglia.

“Per Anouk,” hoorde ik de vijf engelen huilen.

“Per Annouk,” brabbelde Keiki in mijn mond en drukte op de ‘Enter’ toets, “Crepa bastardi. (Krepeer bastaards)”

Het was nu doodsstil om mij heen. In een visioen zag ik in Puglia de drie LCD schermen fragmenteren en de vlammen uit de muren komen. Toen de dodelijke lading stalen balletjes de tweeëndertig mannen raakte, werden hele stukken lichaam van hen afgerukt. De brokstukken werden als door een stalen orkaan tegen de muren geplakt. Die bleven daar even hangen en zakten toen op de grond, de muren achter hen rood kleurend.

De computer systeemkasten spatten in vlammen uit elkaar toen de vijftien ladingen semtex explodeerden. Een fractie van een seconde bleven de explosies in de lucht hangen, voordat de bungalows desintegreerden. Het was angstaanjagend stil, ik hoorde geen enkel geluid, maar toch was het alsof ik midden in het landschap stond. Om mij heen werden brokken puin en stukken varkensmedaillon door de heuvels geblazen. Toen het stof opgetrokken was, zag ik de hemel oplichten.

Tussen de wolken verscheen een verblindend licht, dat mij verwarmde. Ik voelde de rust in mij terugkeren, toen Anouk op mij neerdaalde. Ik voelde haar armen om mijn nek, haar mond die mij kuste. Onze tranen vermengden zich. Ik hoorde haar stem die in mijn oor fluisterde: “Het is over, Jan. Alles is voorbij nu. Je kunt gaan rusten. Meer dan honderd doden, Jan. Je moet stoppen, want je wordt net als zij..., net als ik. De dood is niet mooi..., onze liefde was mooi. Weet je nog hoe je mij alles leerde?”

De herinnering maakte dat ik onmiddellijk verhardde. Ik wilde hier niet aan toegeven, maar Anouk verschoof, zodat wij elkaar konden voelen.

Ik wilde wat zeggen, maar Anouk zei: “Nee Jan, ik wil dat je de Vangelista laat leven. Hij heeft net als jij ook een enorm verlies geleden. Stop met moorden, tenzij je je verdedigen moet. Doe je dat voor mij, Jan?”

Ik wilde mijn hoofd schudden, maar ik kon het niet.

“Ja Anouk, ja. Nog even en dan zijn we weer bij elkaar. Het duurt niet lang meer. Ik ben onderweg kun je wel zeggen. Ik wil niet meer leven, ik ben zo moe.”

“No Gian, no! Devi vivere! (Nee Jan, nee. Je moet leven),” hoorde ik Keiki in mijn oor zeggen.

Het licht verdween en de geluiden keerden langzaam terug.

Keiki zat nog kruislings over mijn schoot en hield mij omarmd. Ambra, Nicola, Noemi, Oriana en Umi stonden hand in hand, in een cirkel, om ons heen. Hun ruggen waren naar ons toegekeerd. Daaromheen stonden de zeven Bresciaanse mafiosi met de armen over elkaar’s schouders. Het was alsof de meisjes en de mafiosi ons wilden beschermen. Beschermen tegen de blikken van de Vangelista. Niemand sprak, maar de ‘power’ in het middelpunt van die cirkel was enorm.

Ik weet niet hoe lang ik zo gezeten heb, maar ineens hoorde ik de stem van Lucio: “Keiki, ik weet niet wat je aan het doen bent, maar mijn broer..., je vader zegt net tegen me, dat één knop inschakelen méér dan genoeg is.”

Vanuit het andere warenhuis klonk de stem van Renato: “Laat die meid, papa. Ze zijn stuk voor stuk geweldig geweest, en het is nog niet over.”

“Ik dol, zoon. Ik dol. Jullie zijn allemaal fantastisch.”

De cirkels openden zich. Het leek wel of Keiki met tegenzin van mijn schoot opstond. Na een laatste kus zei zij: “Gian, zio Gian. Het leek wel of Anouk in-, en later door mij sprak. Zij vroeg mij die knop in te drukken, want ze wilde niet dat u nog meer moorden zou begaan. Het was heel sterk, en alles voelde heel goed.”

“Je bent een lieve schat, Keiki, maar dat zijn jullie allemaal. Wij zijn jullie veel verschuldigd.”

“Blijf nog even zitten, voordat u weer opstaat,” zei Keiki ondeugend.

Ik denk dat dit eerste keer in mijn leven was dat ik bloosde. De meisjes gierden van het lachen. Lucio pretendeerde dat hij niets gehoord had.

“Malavita,” zei hij.

“Malavita,” klonk het uit zeventien monden om mij heen.

“Malavita,” hoorde ik de Vangelista zeggen, “Maak er een einde aan, Gian.”

“Heb je haast?” vroeg ik, “Je weet dat ik je zoon heb vermoord?”

“Hoe eerder het over is, des te beter. Ik ben er net als jij ziek van. Ja, ik weet dat je mijn zoon vermoord hebt. Mag een ter dood veroordeelde om een gunst verzoeken?”

“Ik weet wat je wilt vragen. Je zoon stierf als een man. Hij was geen moment bang. Hij was zeer professioneel, want hij had mij ook gemakkelijk dood kunnen schieten, maar dat was zijn opdracht niet. Je zou bijzonder trots op hem geweest zijn.”

Ik zag de ogen van de Vangelista oplichten. Hij zei: “Dank je wel, Gian. Je weet niet hoe gelukkig mij dat maakt. Ik weet dat ik de vader van de moordenaar van Anouk ben, maar ik bewonder je als de professioneel die je bent. Je bent zeer kundig. Wij zouden goed zijn geweest samen.”

Ik zag Stefano en Perparim goedkeurend knikken.

“Mag ik je een paar dingen vragen, Fausto? Ik heb zo mijn theorieën en ik zou graag willen weten of ik gelijk heb.”

“Als ik je daarmee kan helpen, zeker. Vraag mij niet waar Malisĕvo is, want daar antwoord ik niet op.”

“Het feit dat je mij daarvoor waarschuwt, vertelt mij dat hij onderweg naar ons is, of onderweg gaat.”

De Vangelista vertrok geen spier van zijn gelaat.

“Heb jij Ennio, de vader van Anouk vermoord, Fausto?”

“Ja, ik had het contract aangenomen, dat klopt. Als ik geweigerd had, hadden zij mij vermoord.”

“Heb jij de Roemenen aangevoerd met hun operaties?”

“Met sommige operaties, ja inderdaad. Ik had het bevel indertijd voor de aanval op de bungalow van je vriend Franco. (Brainbox and the Fuzzfox) Ik had het bevel tijdens de slag in de Dolomieten. (Trash and the Honey Gash) In beide gevallen bleken jullie te goed.”

“Dus je werkte voor de Illuminati?”

“Nee, ik voerde contracten uit voor ze, maar op een freelance basis en ik nam niet alle contracten aan.”

“Zoals bijvoorbeeld?”

“Ik weigerde het contract om je vriend Franco te vermoorden. De man was bij iedereen gezien en hij was superprofessioneel. Daarnaast, en met alle respect voor je vriend Franco..., ik had geen dertig fucking Roemenen met raketten nodig gehad. Je vriend zat alleen in de wagen. Het was te makkelijk.” (Goof and the Gunfoof)

“Hiernaast mij staat Stefano. Hij is Franco’s zoon. Kun je..., wil je hem iets vertellen over de moord op zijn vader?”

“Ja, al weet ik niet echt veel. Ciao, Stefano. Alsnog mijn deelnemen met het verscheiden van je vader.”

“Grazie, Fausto.”

“Stefano..., ik heb dit later uit eerste hand vernomen. Je vader heeft nooit een kans gehad, Stefano,” zei hij, “Hij werd klemgereden door twee trucks. De A6 was zwaar gepantserd, dus kogels en zelfs een granaat hadden hem niet kunnen doden. De Roemenen hadden echter twee LASM raket lanceerbuizen. Zij dreigden een raket in de A6 te schieten, als je vader er niet uit stapte. Die raketten gaan door een tank heen, dus de A6 bood je vader geen verdere bescherming.

Je vader besloot uit te stappen en zoveel mogelijk Roemenen met zich mee te nemen. Vurend uit een HK MP5K submachinepistool en een Sig Sauer P226 X-Five nam hij acht Roemenen met zich mee. De overmacht van dertig Roemenen was echter te groot. Je vader is aan stukken geschoten, maar acht van die laffe kankerhonden heeft hij met zich meegenomen.”

“Grazie Fausto, ik waardeer dat,” zei Stefano.

“Dus jij wist van mijn verbond met Franco, waarom heb je dat nimmer aan de Illuminati meegedeeld?”

“Ik werd daar niet voor betaald. Kennis is meer waard dan geld. Ook wilde ik te zijner tijd jou vermoorden, om mijn zoon te wreken.”

“Dat begrijp ik. Ik kom hier zo op terug, Fausto,” zei ik, “Zit ik er ver naast, als ik veronderstel dat jij met een groep uit Milaan, genaamd de Vangenati, werkte?”

“Nee, dat is juist. Een paar jaar geleden zijn heeft groep ontevreden Vangeliste zich losgemaakt van de Sacra Corona Unita. Ik zat daarbij. Wij besloten om freelance te gaan werken. Daar wij in het begin veel opdrachten van de P2 (PiDue – Vrijmetselaars loge) en de Illuminati kregen, besloten wij ons de Vangenati te noemen.” (The Misfit and the Hitslit)

“Waarom ben je met hen gestopt?”

Ik zag dat de Vangelista geëmotioneerd raakte.

Op dit moment popte een ‘windowtje’ open op het scherm en wij hoorden: “De Mercedes van Pietro stopt net..., momentje..., ja, het zijn Pietro en Natasja.”

Even later keek ik in het vertrouwde gezicht van Pietro en het betrokken gelaat van Natasja. Pietro keek mij aan alsof hij zeggen wilde: 'Sorry Gian, maar ik kon Natasja het hotel niet inkrijgen.'

Waar in andere verhalen de vrouw hier om de nek van de held zou vliegen..., niet zo Natasja, maar ik was dan ook geen fucking held. Ze bleef mij aan staan kijken. Eindelijk sprak zij: “Heb ik een ‘fuck-up’ gemaakt, Jan?”

“Niet echt. Ik ben blij om je weer veilig te zien. Ik dacht dat ik stierf, toen ik je foto’s doorkreeg op het scherm.”

“Dus je houdt..., je wilt..., je wilt mij nog wel?”

“Mag ik mijn actie uitvoeren?”

“Jan, ik kan je niet tegenhouden. Wat ik geleerd heb, is dat ik vertrouwen in je moet hebben. Dit is nu de tweede keer dat ik je niet vertrouwd heb. Vergeef je het mij?”

God vergeeft, en ik ben God niet. Doe niet zo moeilijk, foof. Het loopt in het leven zoals het lopen moet.

Natasja pakte mijn handen.

“Bacio, bacio (Kus, kus),” juichten de meisjes.

“Strakjes. Natasja, dit is mijn opponent. Zijn naam is Fausto Macchiarola. Hij is de vader van de man die Anouk vermoorde. Pak een stoel en ga zitten. Perparim vertaalt wel voor je.

“Fausto, sorry voor de onderbreking, maar dit is mijn vriendin Natasja.”

“Dag Natasja, je bent een gelukkige vrouw. Gian is erg goed. Te goed, ik hoop dat hij ook goed voor jou is. Het is goed om de liefde van een vrouw te zien. Ik had ook een vrouw lief, Gian. Het is een paar jaar geleden nu.”

“Wat is er gebeurd, of wil je er niet over praten?”

“Ja, jawel. Het voelt goed. Het was tijdens de Vangenati. Het was een Schotse vrouw. Mogelijk was zij niet zo goed als Anouk, maar er waren weinig mannen die haar de baas konden. Tijdens een opdracht stierf zij.”

“Siobhán,” hijgde ik, “Jij was met Siobhán, Fausto?”

“Ja, heb je haar gekend?”

“Ja, ik heb haar zien vechten ook. Vertel mij je verhaal en ik vertel je de rest.”

“We kregen een opdracht van de Illuminati om een vrouw Pam en jou te kidnappen, tijdens de bruiloft van die Pam. Ik weigerde omdat ik Don Lucio goed kon. Ik respecteerde hem, en het was zijn zoon die met die Pam zou... O Dio mio... RENATO! Renato, de zoon van Lucio. Hij zou trouwen met de vrouw Pam. Hoe heb ik dat over het hoofd kunnen zien.” (The Misfit and the Hitslit)

“Ik heb nimmer gehoord wat er gebeurt is, want niemand van de Vangenati overleefde hun aanval. Siobhán stierf daar ook.”

“Siobhán vocht met Renato. Als zij zou winnen dan zou zij Pam en mij krijgen. Als zij zou verliezen..., wel, dan was zij dood.”

“Renato doodde haar dus?” vroeg de Vangelista.

Renato kwam nu in het beeld.

“Ciao Fausto. Nee, Siobhán had mij vermoord wanneer Stefano niet ingegrepen had. Hij schoot mij in mijn bovenbenen, zodat ik niet verder kon vechten.”

“Dus Stefano doodde haar?”

“Nee,” zei Stefano, “Siobhán was erg goed. Ze had mij gedood wanneer...”

“Wanneer?” vroeg de Vangelista.

“Wanneer mijn vriendin Judith, Siobhán niet door haar hoofd had geschoten,” zei ik, “Siobhán was erg goed, maar ze was lang niet zo goed als Stefano. Hij had haar wel twintig keer kunnen doden, maar Stefano kan geen vrouwen vermoorden. Hij vocht met zijn blote handen, maar Siobhán had hem meer dan twintig keer geraakt met haar scheermessen. Stefano raakte verzwakt door bloedverlies. Judith kon het niet langer aanzien en schoot Siobhán twee keer door haar hoofd. De Vangenati verloren allemaal het leven.”

“Siobhán, the razor-queen,” zei Fausto, terwijl de tranen over zijn wangen liepen, “Ik hield zo fucking veel van haar, maar ze wilde niet van de opdracht afzien.”

“Het spijt me oprecht, Fausto. Het is nog niet zolang dat ik weet wat het is, om van een vrouw te houden. Het spijt me, het fucking spijt me. Wil je horen wat er verder gebeurde?”

“Ja, het is goed om dingen te weten, het geeft mij rust.”

“Jullie hoofdkwartier, de wijnloods in Milaan...”

“Die heb je ook gedaan? God, dat was een klassieker met die Polonium-210. Afgezien van het verlies van mijn mannen, vond ik het wel een stunt.”

“Dat is het zo’n beetje, Fausto. Het spijt mij dat het allemaal zo gelopen is. We hebben allemaal te grote verliezen geleden. Te veel fucking verdriet.”

“Je bent een goede vijand, Gian.”

Ik keek naar Stefano. Hij knikte, want hij wist ook wat er gebeuren ging.

“Ik was liever een goede vriend van je geweest, Fausto.”

“No matter. Shit happens and life is a fucking bitch,” antwoordde de Vangelista, “Bedankt voor alles, Gian.”

Hij stak zijn linkerduim naar ons op, en zei: “Malavita (Onderwereld)”

“Malavita,” echoden wij allemaal.

Fausto hield zijn duim naar ons opgestoken, trok zijn 9mm High Power Browning, opende zijn mond en schoot zijn hoofd eraf.

“Perëndia e ndihmuar atë të,” zei Perparim in het Albanees.

“God help hem,” zei Natasja hem na.

Stefano en ik hadden het aan zien komen en naar het later bleek, Lucio ook. Ik weet niet of de meisjes geschokt waren, maar ze waren erg stil. Ik was fucking stil. We waren allemaal stil.

Ondanks de ongelooflijke slag die wij de Sacra Corona Unita hadden toegebracht, de dood van de Vangelista haalde op één of andere manier de glans eraf. Een vijand, nota bene. Een vijand die er geen moment over nagedacht zou hebben om ons allemaal te vermoorden. Is het leven niet vreemd?

“En met hem zou je hebben moeten vechten?” vroeg Natasja

“Wanneer het tot vechten zou zijn gekomen, dan had hij mijn armen uit mijn lijf gerukt en mij ermee doodgeslagen. Nee, ik had hem de kans gegeven om zijn zoon te wreken. Ik vond dat dit het minste was dat ik kon doen. Het is niet hetzelfde,” antwoordde ik.

“Ik zie het verschil niet,” zei Natasja.

“Ik leg het je later wel uit,” zei ik, toen mijn cryptofoon mijn aandacht vroeg.

“Hallo Dieter.”

“Wie geht’s, Jan? Luister, Mogelijk is Malisĕvo met acht Serviërs en twintig Italianen onderweg. Hij weet van de explosies en hij heeft die Italianen bij elkaar gescharreld uit de voetsoldaten. Ik denk dat hij hen opoffert als kanonnenvoer. Zij stellen ook niet veel voor. Ik moet je opnieuw waarschuwen voor Malisĕvo en de Serviers. Malisĕvo is niet zo slim als de Vangelista, maar hij is net zo gevaarlijk en veel wreder. Hoe is het met de operatie?”

“Op de Serviërs na..., afgelopen. Het is een succes met een twist geworden. Ik leg het je wel uit wanneer ik je zie. Viel de bomschade mee in die Italiaanse panden?”

“Ja, goed uitgerekend. Ramen en binnenmuren eruit. Geen collaterale schade. Complimenten. Computers, hè? Dat was werkelijk slim. Ik zie je verslag met spanning tegemoet. Wil je bijstand hebben met die Serviërs?”

“Nee, dank je wel, Dieter. Ik laat Renato met zijn mensen komen. Wel bedankt voor de waarschuwing.”

“Geen dank. Ik spreek je snel. Kijk uit.”

“Schüß Dieter.

Stefano had inmiddels Renato en Flavio al opgeroepen. Renato en Flavio zouden met zeven van hun Camorristi door het kelderluik naar binnen komen, om ons bij te staan. Drie van de Camorristi zouden de Bresciaanse mafiosi buiten vergezellen. Er zouden geen aanvallers het pand levend verlaten, nadat ze eenmaal binnen waren.

“Waar gaan we met de lichamen naar toe?” prakkiseerde ik hardop.

“Buh...,” zei Stefano, “We kunnen ze in die container gooien en die met valse papieren naar Servië sturen.”

“Ja, leuk idee. Makkelijk, die open grenzen..., alhoewel ik geloof niet dat Servië een open grens heeft. Ik zal anders eens aan Dieter vragen. Misschien wil die ze hebben, hahaha.”

“We laten de container naar Oostenrijk rijden met een oude vrachtwagen. Daar parkeren de combinatie en schieten een paar fosforgranaten in die container,” stelde Stefano voor.

“Zo doen we het.”

Niet lang na de waarschuwing van Dieter, kregen wij nog een waarschuwing. Dit keer was het van onze groep van drie uitkijken, die de straat en het pand bewaakten.

“Er is een zwarte BMW gestopt. Vier inzittenden zijn uitgestapt, en lopen in twee groepjes van twee om het pand elkaar tegemoet. Wil je ze donker laten maken?”

“Negative. Geen actie. Dit zijn verkenners. Bevestig.”

“Geen actie.”

Ik belde Renato voor het geval die onderweg was met zijn mensen, en zei hem het pand niet te benaderen, voordat ik hem het groene licht gaf. Even later meldde de buitenbewaking zich weer.

“BMW is net vertrokken met twee man. De andere twee zijn achtergebleven. Donker maken?”

“Heb jij wat met donker maken? Zij hebben hun ogen achtergelaten, wanneer er iets met hen gebeurt, dan is de rest gewaarschuwd. Ik zeg je wel wie, wat en wanneer je donker kan maken,” zei Stefano, zijn hoofd schuddend.

“Wacht even,” zei ik, “Vraag eens waar die twee man zijn, Stefano. Die uitkijken moeten achter het pand vandaan, want anders kunnen Renato en Flavio niet naar binnen. Dit hebben ze zonder het te weten slim gedaan. Als er één achter het pand is, dan moeten die twee verkenners levend naar binnen worden gebracht. We doen ze dan veiligheidsriemen om en sturen ze weer naar buiten.”

Stefano riep de buitenwacht op en het bleek dat de verkenners aan de voorkant van het pand stonden te roken. Hij instrueerde zijn mensen onmiddellijk contact met Renato op te nemen, wanneer de status veranderde. Daarna belde hij Renato, die nu onderweg was.

“Renato, er staan twee uitkijken van de tegenpartij voor het pand. Benader het gebouw voorzichtig van de achterkant. Laat de mannen met tussenpozen van een minuut naar die container rennen. Jij komt als laatste. Je wordt direct door onze uitkijken gewaarschuwd, wanneer de ogen van de tegenpartij zich verplaatsen. Geef onduidelijkheden gelijk terug” zei Stefano.

“Geen onduidelijkheden, Steffie,” antwoordde Renato, “Ik meld mij voordat de eerste man naar binnen gaat.”

Degene die ooit gezegd heeft dat wachten niet lang duurt, zat zeker eventjes in de wachtkamer van de tandarts. Hier leek het wel of de avond en vervolgens de nacht, niet omkwamen. Renato, Flavio en zeven van hun mannen waren al een paar uur binnen. Dieter had twee keer gebeld of alles in orde was, en die fucking Malisĕvo was blijkbaar in dunne lucht opgelost. Het vreemde was dat ook hun uitkijken geen telefoontjes hadden gehad, al was het natuurlijk mogelijk dat er per sms werd gecommuniceerd, en dat hun telefoons op trilfunctie stonden.

De mannen werden ook onrustig. De zeven Bresciaanse mafiosi en de zeven Camorristi zaten in de dakspanten boven de lampen, zodat zij onzichtbaar waren voor iemand die omhoog keek. Zij waren gewapend met Diemaco C8 karabijnen met suppressors (geluiddempers) LLM01 laser vizier en met Green Laser Optical Warner (GLOW). Zij waren allemaal uitgerust met ‘comms’ (communicatie) setjes.

Perparim en zijn twee Albanese lijfwachten lagen op de grond te slapen.

Stefano, Pietro, Renato en Flavio zaten te pokeren. Flavio was de enige van het viertal, die opgewekt zat te kwetteren, maar dat had mogelijk iets te maken met de stapel eurobiljetten, die voor hem lag.

De lieftallige, maar dodelijke leden van ANOUK zaten hun wapens schoon te maken. Ze waren precies zo gekleed en uitgerust als de dag dat ik ze voor het eerst ontmoet had. Zwarte kevlar boxershorts, zwarte kevlar T-shirts met daaroverheen lichte POINT BLANK kogelvrije vesten. Onder hun rechteroksel hing normaal het HK MP7 A1 submachinepistool, dat zij nu gedemonteerd op tafel voor hen hadden liggen.

Onder hun linkeroksel zat een 9mm Sig Sauer P226 X5 in een zwartleren sneltrekholster. Op hun linkerdijbeen droegen ze een zwartleren holster met een 9mm Baby Glock 26 pistool; op hun rechterdijbeen waren holsters van zwart kalfsleer gegespt, die extra magazijnen voor de HK MP7 A1, De Sig Sauer en de Baby Glock bevatten. Alle meisjes droegen twee Cobra Spiked Warrior Knives op hun kuiten; het enige verschil was dat zij nu geen laarzen, maar zwarte Reebok trainers droegen.

Malisĕvo zou zich wel afvragen of hij met deze tegenstanders nu moest vechten, of vrijen. Ik hoopte dat hij het laatste zou proberen.

“Wij brengen onze bruidsdagen alleen maar in loodsen door, foofie,” zei ik tegen Natasja.

“Al zaten wij op een vuilnisbelt, dan interesseerde mij dat nog niet. Ik ben blij dat ik weer bij je ben, Jan. Hoewel, ik vraag mij af wat jij met die Keiki hebt uitgespookt, gedurende mijn afwezigheid. Ze kijkt naar je alsof de zon uit je fucking reet schijnt.”

“Wooow, ben je jaloers, panther? Je afwezigheid? Je bent een halve dag weggeweest, hahaha. Ze is wel fenomenaal goed, vind je niet?”

“Ze is mij een beetje te goed met je. Ik hoop dat ze een beetje dimt, want anders...”

“Anders, sla je haar even door het pakhuis heen,” lachte ik, “Ik denk niet dat dat erg verstandig zou zijn, foofie.”

Natasja trok een lip.

Om tien over twee klonken er zes harde tikken tegen de metalen voorkant van het gebouw. Tegelijkertijd sprong er een schermpje open en een uitkijk melde zich: “Een Mercedes is zojuist voor het gebouw gestopt. Iemand loste een paar schoten uit een wapen met een geluiddemper. Ik vermoed dat hij op de alarmsirene schoot. Actie?”

“Geen actie,” zei ik, “Ze proberen alleen uit of het alarm afgaat. Blijf opletten, want ik vermoed dat er nu snel iets gebeuren gaat.”

Stefano stond op om Perparim en zijn lijfwachten wakker te maken.

“Hoe denkt u dat zij binnen komen?” vroeg Renato.

“Geen idee, maar ze komen naar binnen. Ik bedoel te zeggen, dat ze geen raketten in het gebouw schieten, want daarvoor hoef je het alarm niet te testen.”

“We kunnen nu maar beter onze oortjes ook gaan dragen,” zei Stefano, “Zolang we niet weten wat Malisĕvo precies wil gaan doen, houden wij onze opties maar open. Heeft u voorstel, Zio?”

“Ja, ik wil de meisjes verspreid zien over de warenhuisvloer. Niet in een groep, zodat een ongelukkig schot één van hen treft. Tevens wil ik hen waar ze altijd dekking hebben van C8 karabijnen, van de mannen in de dakspanten. Alléén die groep karabijnschutters moet meer dan in staat zijn om af te rekenen met de Malisĕvo en zijn rag-tag bende. Ik wil geen heldendaden ANNOUK. Veiligheid gaat voor alles. Ik wil dat we hier uit komen met net zoveel lichaamsopeningen als dat wij nu hebben. Duidelijk?”

“Si Zio,” tinkelden de zilveren stemmetjes.

“Waar ze ook binnenkomen, Stefano, Pietro, Flavio en ik vormen de eerste groep. Renato, Perparim en de twee lijfwachten zijn de tweede groep. Wij zullen in de toiletten en in het kantoor wachten. De lichten blijven daar aan, terwijl alle lichten in de loods zelf, uit gaan. Natasje bedient de lichten in de loods, dat heeft ze al eerder gedaan en ze is tevens uit het zicht in die schakelruimte.

Wanneer Malisĕvo en zijn mannen binnen zijn, moeten zij zich bedienen van schijnwerpers, daar de loods in duisternis gehuld zal zijn. De karabijnschutters beginnen dan met een stuk of tien Pugliesen af te schieten. Met die laservizieren zal dat kinderspel zijn. Tijdens de verwarring die dan ontstaat, schakelt Natasja alle grote schijnwerpers in. De indringers zullen moment verblind zijn en in dat moment komen wij naar binnen. Onze ogen zijn gewend aan het licht. Daarna wordt het improviseren.

Hebben jullie dat meegekregen ‘carabinieri’?” vroeg ik dollend aan de karabijnschutters.

“Perfettamente,” bevestigden de twee leiders.

Terwijl wij onze Kevlar vesten aantrokken, kwam de melding van de uitkijk aan de achterkant van het gebouw: “Vier man lopen snel in de richting van de container. Ze dragen iets wat op een zuurstofles lijkt. Twee van hen dragen emmers. Actie?”

“Nee, nee, absoluut niet. Waarschuw ons wanneer de hoofdstrijdmacht de container inloopt. Bevestig,” zei ik.

“Geen actie. Waarschuwen bij nadering van hoofdstrijdmacht,” herhaalde de uitkijk.

“Malisĕvo is niet zo stom blijkbaar. Hij is feitelijk bijzonder slim geweest. Hij heeft de beste manier gevonden om binnen te komen.”

“Via de container?” vroeg Renato, “Maar ze vinden dat luik nooit.”

“Ze hebben een thermische lans meegebracht. Erg ‘clever’. Zonder dat zij gezien kunnen worden, snijden ze tegelijkertijd deuropeningen in de container, en de wand van de loods. De emmers zijn om het roodgloeiende plaatijzer af te koelen. Het is voor hen te hopen dat zij zuurstofmaskers hebben meegebracht, want anders stikken ze in die container.”

“Waarom?” vroeg Natasja.

“Die thermische lans gebruikt zoveel zuurstof dat er nooit genoeg zuurstof in die kleine ruimte overblijft om te ademen,” zei Stefano.

“Okay, ‘carabinieri’” riep ik naar de karabijnschutters, “Kleine uitbreiding van het plan. Vier van jullie komen naar de achterwand, ter hoogte van het keldergat. Op mijn teken laten jullie vier parakoorden zakken.”

“Het is duidelijk dat Malisĕvo zal wachten op een ‘alles in orde’ teken van zijn vier verkenners. Tot het moment dat die verkenners doorgeven dat alles veilig is hier, kunnen we allemaal bij elkaar blijven. Wanneer Malisĕvo onderweg is, gaat iedereen naar de eerder afgesproken plaatsen. Okay?”

“Roger that,” zei Keiki ernstig.

Niet veel later keken wij naar vlam die door de plaatijzeren buitenwand barste. De thermische lans gleed door de twee ijzen wanden, als een mes door de boter. Toch stopte de lans steeds, om na een minuut het snijden weet te hervatten.

“Waarom stopt hij steeds,” vroeg Flavio.

“Hij moet er af en toe een nieuwe lans in doen, maar ik vermoed dat ze zuurstof, en dus ademhalingsproblemen hebben,” zei Stefano, “Ik hoop dat ze opschieten, want de verf begint nu te branden. Perparim, laat je mensen de brandslang hier vast heen trekken. Zo snel die vier binnen zijn, kunnen ze gelijk met blussen beginnen. Laat ze tegen de muur boven het gat spuiten, zodat het water van de muur afloop. Laat ze onder geen beding in het gat spuiten, want dan spuiten ze water in die container en dat is niet erg logisch.”

Ik gebaarde iedereen tegen de muur, aan de zijkanten van het branden te gaan staan, voordat het snijden was afgelopen. De stukken uitgebrand metaal werden naar binnen getrapt en kletterden op de grond. Vier emmers werden een moment later naar binnen gegooid. Met korte tussenpozen doken er vier aanvallers door de brandende opening. Toen zij omhoog wilden komen, keken zij in lopen van de submachinepistolen van Perparim, Stefano en de twee Camorristi. Ze waren uitgebrand.

Terwijl ik hen vlug fouilleerde en boeide met plasticuffs, begonnen de mannen van Perparim de wand boven het gat af te spuiten, zodat het naar beneden lopende water de vlammen bluste. Ik riep de ‘carabinieri op om nu hun parakoorden te laten zakken.

Niet veel later waren de vier Pugliesen met een parakoord acht meter omhoog, tussen de dakspanten getrokken.

“Hoe wordt Malisĕvo gewaarschuwd dat alles in orde is? Bellen jullie, of worden jullie gebeld?”

De vier Pugliesen zwegen.

“Ik heb weinig tijd. Cabiniero, trap er eens eentje naar beneden,” zei ik.

Met een smak lande het lichaam van een Puliees op het beton. Zijn hoofd barste open als een rijpe Pugliese zontomaat.

“Wie wil graag de volgende zijn?”

Drie Pugliesen begonnen nu tegelijk te praten.

“Jullie gaan van het ene-, in het andere uiterste. Één tegelijk.”

“Wij moeten Malisevo bellen, wanneer wij klaar zijn. Hij wil van ons horen hoe de toestand hier binnen is.”

“Goed, jullie kunnen bellen wanneer je het teken van een ‘carabiniero’ krijgt. Geef een waarschuwing door en we laten je weer zakken met de parakoorden..., om je nek..., tenzij je liever wilt springen..., met je hoofd naar beneden.

Carabinieri, breng hen naar het gedeelte tussen de toiletten en de kantoren. Het verdere plan blijft bij het oude.”

Ik wachtte tot de drie Pugliesen over de loopplanken naar de aangegeven ruimte waren gebracht en gaf toen iedereen opdracht om zijn plaats in te nemen. De twee lijfwachten spoten het bloed van de vloer weg en legden de dode Puglies in een stelling, uit het zicht.

“Natasja, schakel nu de verlichting in de loods uit. Let op dat je het licht in het kantoor en de toiletten ook niet uitschakelt.”

“Laat maar naar Malisevo bellen,” riep ik naar de ‘carabinieri’, “Als ze nog wat aanmoediging nodig hebben, rot er dan nog maar eentje naar beneden.”

Het licht ging uit en ik hoorde de Puglies zijn baas het teken geven dat alles in orde was.

“Het is donker hierbinnen, maar het pakhuis lijkt verlaten te zijn.”

“...?”

“Nee, wij hebben de brandslang erop gezet, maar het is beter om te springen. Die randen zijn vlijmscherp,” hoorde ik de Pugliees zijn baas geruststellen.

“Lekker personeel,” dacht ik nog, voordat ik mijn vrienden in het kantoor opzocht.

“We staan op punten voor, ragazzi (jongens). Die Pugliesen zijn werkelijk behulpzaam, wanneer ze je een beetje kennen.”

“Vooral wanneer je ze een beetje op een voetstuk...”

De uitkijk aan de achterkant van het pand melde zich: “Tien man rennen nu naar de container. Actie?”

“Geen actie, bevestig.”

“Geen actie. Er gaan er weer vijf..., en weer vijf. Niet te geloven, zeg. Vijfentwintig man onderweg, nu. Ik herhaal dat: vijfentwintig man zijn onderweg, Giovanni. Sterkte daarbinnen.”

“Dank je. Jullie kunnen die uitkijken nu donker maken. Gooi de lichamen maar in de container.”

“Roger that. Succes.”

Plotseling bedacht ik mij. Ik pakte een set NVG’s, een gedempt MP7 A1 submachinepistool en zei tegen Stefano. Ik ga hieruit. Ik geef je aanwijzingen, die jij herhaalt op de omroepinstallatie. Ik zeg je wanneer jullie uit het kantoor kunnen komen. Pas wel een beetje op je oude oom Zio, want ik zal even niets kunnen zien, wanneer het licht aangaat.

“Maar...”, begon Renato.

“Nee, niets maar. Ik ben een ‘good boy’ geweest, door alles te coördineren. Ik wil nu even uit die fucking virtualiteit en een beetje ‘real death action’ zien.”

“Pas op, Zio,” hoorde ik Stefano nog en toen was ik in het stikdonkere pakhuis. Ik schoof de NVG’s over mijn ogen en schakelde in. Na een paar seconden lichtte de loods op. Ik zocht een plaatsje bij een stalen gereedschappenkast en gaf mijn positie aan de ‘carabinieri’ door

“Vijfentwintig man binnen,” hoorde ik een ‘carabiniero’ even later fluisteren.

“Verlies er een stuk of tien..., als het kan Pugliesen. Malisĕvo zal wel met een paar man als laatste naar binnen zijn gekomen.


Pandemonium. Ik zag hoe de rode laserstralen van de C8 karabijnen hun doelwitten vonden. Het was een vreemde gewaarwording. Het leek wel of de tien Pugliesen zich dood hoestten. Na iedere zachte, fluitende kuch, zag ik een Pugliees in elkaar zakken, of gewoon omvallen. Het hoesten stopte en de rode laserstralen waren verdwenen.

Ik gaf Stefano zijn tekst. Even later klonk het uit het omroepsysteem:

“Wapens neergooien, of we ruimen jullie allemaal op.”

“Licht,” zei ik tegen Natasja en trok mijn NVG’s af.

“Nu Stefano! Nu Perparim!”

Net toen de Serviërs zich begonnen te realiseren dat de schutters mogelijk boven hen zaten, gingen de lichten aan en zij zagen een moment niets meer. Net als ik.

Toen ik mijn volle zicht weer terughad, zag ik dat er een stand-off was. De groepjes van Stefano en Perparim hielden hun HK MP7’s gericht op de Serviërs, maar dezen hielden hun oude MKII stenguns nog stevig in hun handen.

[Waarom heb ik geen opdracht gegeven om eenvoudig iedereen af te laten schieten? Ja, dat is een goede vraag. Het was wel het meest logische geweest, maar dan ik mijn belofte gebroken. Met vijanden maakt dat niet zoveel uit, maar met vrienden kan men dat niet doen. Dat is dus de reden.]

“ANNOUK, op mijn teken,” zei in de comms.

“Roger that,” hoorde ik Keiki.

“Carabinieri, als ik uitgesproken ben, dump de ballast en gebruik de GLOW lasers tot ik zeg te stoppen.”

Drie beginnende schreeuwen begeleidde de drie lichamen, die als natte zandzakken op het beton ploften. Twee van de vallende Pugliesen hadden geprobeerd op hun voeten terecht te komen, maar dat valt niet mee wanneer je de wereld ondersteboven bekijkt. Bloed en hersens uit hun openbarstende schedels spatte op hun nog levende kornuiten, die verschrikt achteruit sprongen.

De Serviërs waren iets minder gemakkelijk te intimideren en wilden het net met ons gaan uitschieten, toen de groene laserstralen hen troffen. De aangestraalde Serviërs raakten verblind en volkomen gedesoriënteerd. Hun wapens vielen op de grond. De wapens van de Pugliesen werden op het beton gegooid.

Terwijl de leden van ANNOUK nu de gelederen sloten, schopten de twee lijfwachten van Perparim de wapens weg. Dit was het moment dat wij hen hadden moeten boeien, maar mijn belofte verbood mij dit.

De Serviërs kwamen weer tot hun positieven en zagen dertien karabijnschutters langs parakoorden naar beneden zakken. Ik moet zeggen dat het er verdomd professioneel uitzag. Ik stak mijn duim op naar Natasja. Ze glimlachte.

Onze ‘carabinieri’ vormden weer de buitenste cirkel, maar dertien karabijnen bleven gericht op acht Serviërs en Malisĕvo. De Pugliesen, bewaakten zichzelf. Hen was de lust tot vechten vergaan.

“ANNOUK,” zei ik.

Keiki, die nu was geaccepteerd als onbetwiste leidster door de andere engelen, stapte naar voren en vroeg aan de Pugliesen: “Jullie zijn allemaal Sacra Corona Unita?”

De Pugliesen knikten.

“De Piciotti (laagste rang – niet ingewijden) stappen naar voren.”

Twee mannen stapten naar voren.

“Boei hen, en zet hen tegen de muur,” zei Keiki tegen Umi en Ambra.

“Wij zijn hier verkeerd,” zei een lijfwacht van Malisĕvo.

“En hoe is dat?” vroeg Stefano, terwijl hij naar de Serviër toeliep.

“Wij moesten bij een oude Hollander zijn, maar ik zie dat wij in een hoerenkast zijn terechtgekomen.”

Toen wij het zagen, was het al gebeurd.

De linkerhand van Stefano schoot naar voren als een sissende cobra. Toen hij zijn hand weer terugtrok, trok hij de Serviërs ogen mee.

“Voelt dat beter?” vroeg Stefano aan de brullende Serviër, “En wat zie je nu precies?”

Keiki zei tegen de overgebleven Pugliesen: “Jullie zijn allemaal ‘manovalanze’ van de Sacra Corona Unita. Klopt dat?”

De vier mannen knikten opnieuw.

“De mannen van de Sacra Corona Unita vermoorden meisjes door ze door hun kelen te schieten. Jullie zijn gezworenen van die organisatie, dus jullie maken deel uit van een genootschap van vrouwenmoordenaars. Daarnaast zijn jullie gekomen om iedereen, die jullie in de loods aantroffen, te vermoorden. Klopt dat?”

“Ik weet niets van moorden op meisjes, maar de rest is waar ja. We hadden opdracht om te schieten om te doden. Wanneer het ons niet lukt, komen er anderen om het karwei af te maken.”

“Anderen?” vroeg Keiki verbaasd, “Anderen? Wie dan wel, we hebben meer dan honderdvijftien leden van de Sacra Corona Unita vermoord, waaronder drieëndertig Sgarristi, zevenentwintig Santiste, tien Vangeliste en zes Medaglioni. Je kunt dus niet zeggen dat wij alleen de krullenjongens aangepakt hebben, maar ik ben benieuwd waar jullie organisatie nog mee denkt te kunnen komen. Het zal nu wel afkoelen zonder al te hard te moeten blazen.

Nu jullie. Wij doden veel en wij doden graag, maar wij doden niet in koelen bloede. Jullie krijgen een kans. Jullie vier mannen, vechten vier... meisjes. Als de man wint, is hij vrij. Verliest hij, dan is hij... dood. Bespreek het maar even met je drie vrienden hier.”

“Ik vecht niet met vrouwen,” zei de oudste van de vier.

Pietro liep naar hem toe, en vroeg: “Dat weet je zeker?”

“Absoluut!”

Een flitsende stoot, die hem deed dubbelklappen, trof de Pugliees in zijn maag. Het ongemak duurde echter niet lang, want Pietro trok de man aan zijn hoofdhaar weer overeind. Hij klemde het hoofd tussen zijn onderarmen, terwijl hij met zijn reusachtige handen het hoofd op zijn plaats hield. In een snelle beweging bewoog hij zijn handen in tegenovergestelde richtingen..., daarbij de nek van de Puglies omdraaiend..., en brekend.

“Wat is er verkeerd met onze vrouwen?” vroeg hij, terwijl hij het lichaam op de grond liet vallen, “Zijn die alleen maar goed om dood te schieten? Wie van jullie vecht er nog meer niet met vrouwen?”

De Pugliesen zwegen.

Keiki keek mij aan. Ik begreep haar, ze was uiteindelijk een vrouw. Vrouwen zijn geboren om leven te geven, niet om leven te nemen. Tenzij..., hen een dierbaar leven ontnomen werd, en dan waren ze moordlustiger dan welke man ook.

“Laat het even rusten, doll,” zei ik, boei die drie en zet ze bij hun makkers tegen de muur.

Dit ontging Malisĕvo niet. Hij legde het uit als een teken van zwakte en besloot daarop in te spelen. Serviërs vergeten niet..., Serviërs vergeven niet en Serviërs vragen niet om genade.

“Wie ben jij?” vroeg hij mij, “Ben jij die Hollander soms? Laat je altijd vrouwen voor je vechten? Waarom doe jij je jas niet even uit, dan vechten wij tot de dood!”

Stefano wilde naar hem toe lopen, maar ik schudde mijn hoofd.

“Ik ben die Hollander, inderdaad. Maar nee, ik doe mijn jas niet uit, het is mij te koud hier binnen. De vrouwen die hier vechten, doen dat omdat zij het willen. Wil jij soms even met een vrouw vechten? Vechten tot de dood? De oudste is éénentwintig. Durf je dat, Malisĕfuck?”

“Ik dood geen vrouwen, dus ik vecht ook niet met ze. Stuur die grote aap maar om mijn nek ook even te breken. Boei mij wel eerst, want anders breek ik zijn apennek!”

Malisĕvo wilde het te mooi doen, maar Malisĕvo stapte in de val die ik voor hem gezet had. Feitelijk..., hij sprong in die val, met zijn hoofd naar voren. Dit was het moment iemand jaren op gewacht had.

“Jij doodt geen vrouwen?” vroeg ik, “Ik heb getuigen die anders zeggen. Jij bent een leugenaar. Perparim, Skender, Besnik, stellen jullie je even voor.”
De drie Albanezen stapten naar voren. Niemand sprak. We voelden allemaal de emotie die onze grote vriend nu moest voelen.

“Perparim,” zei ik met een dikke strot, “Jij neemt het commando over.”

De reus zei niets. Hij trok zijn twee High Power Brownings, legde die voorzichtig op de grond en begon kleren uit te trekken. De twee lijfwachten volgden zijn voorbeeld. Toen de drie mannen met ontbloot bovenlijf stonden, stapte Perparim naar voren en zei: “Malisevo, herinner je je Velika Krusha in 1999?”

Wij zagen het gezicht van Malisĕvo vertrekken. Hij herinnerde, maar afgezien van dat hij herinnerde, zag hij..., en wat hij zag, was zijn ergste nachtmerrie. Het lichaam van Perparim was wassief. Zijn spieren lagen als een dubbele bekabeling onder zijn donkere huid. Hij had niet de kunstmatige ‘look’ van een body-builder, maar het getrainde lichaam van een man die zijn spieren voor allerlei zware werkzaamheden had gebruikt. In plaats van de korte, opgepompte spieren van iemand die met gewichten traint, had hij de lange, soepele, maar ijzersterke spieren van een houthakker..., een bokser..., een turner. Perparim was één meter achtennegentig, maar wanneer men hem in de lengte in tweeën spleet, dan zag men nog twee nekkenbrekers. Iedereen was onder de indruk..., Malisĕvo duidelijk het meest.

“Een fucking Albanees,” blufte hij, “Nou je past wel in dit zootje ‘rag-tag fucking bastards’ en hoeren.”

Ik zag dat ik Stefano moest aanlijnen. Perparim en hij hadden altijd onenigheid, maar ze hielden van elkaar als broers. Als ik hem zou laten gaan, dan was Malisĕvo in twee minuten dood.

“Stefano, dit is Perparim’s feestje. Houd je erbuiten en dat geldt voor jullie ook,” zei ik tegen Renato en Flavio. Zij waren bijna net zulke goede en efficiënte vechters als Stefano, maar hun Napolitaanse temperament, maakte hen veel gevaarlijker. De belediging aan hun nichtjes zou niet ongewroken gaan, zo goed kon ik hen nu wel.

Perparim negeerde de belediging van Malisĕvo. Hij had tien jaar gewacht op dit moment. Tien minuten zouden geen verschil meer maken. Hij sprak: “Malisĕvo, Arkan Tijger. Mijn zwangere vrouw hebben jullie verkracht. Daarna hebben jullie mijn ongeboren zoon uit haar buik gesneden. Daarna gebruikten jullie de foetus als schietschijf. Mij twee zoons hebben jullie de oren afgesneden. Van de oren hebben jullie een halssnoer gemaakt. Daarna werden mijn zoons vermoord. Mijn vierjarige dochter hebben jullie verkracht... en vermoord.

De meisjes van ANNOUK loeiden van woede. Natasja, die kon raden wat Perparim zei, huilde. Ik huilde.

“Arkan Tijger..., ik was vijf minuten te laat om Arkan te vermoorden. Ik heb hier tien jaar op gewacht. Ik ga jou vermoorden. Rustig, rustig en op mijn gemak. Ik ga je tot pulp slaan en als ik daar mee klaar ben, dan snijd ik jouw oren af. Daarna pis ik je in je bek. Daarna vermoorden wij drieën je mannen. Moge Allah mij vergeven. Maak je klaar om je te verdedigen, vrouwen- en kindermoordenaar.”

Malisĕvo, mocht dan zijn wie hij was, maar hij was niet laf. Hij trok zijn bovenkleren uit en gooide die achter zich op de grond. De Serviër was beslist niet klein, maar in lengte scheelde hij zeker acht centimeter met de Albanees. Zijn lichaam was goed getraind, en kurkdroog. Definitief het lichaam van een bokser, of een kickbokser.

Nadat beide mannen hun spieren wat opgewarmd hadden, stapten zij naar voren. Er was geen scheidsrechter of een gong nodig. Dit gevecht zou eindigen bij de dood van één van de twee mannen.

“Zeg mij waarom je het deed, Malisĕvo. Als je onder orders stond, dan zal ik je snel en zo pijnloos mogelijk doden. Zoniet, sla ik je tot bruine bagger. Ik breek iedere bot in je lichaam en ik splijt je lever en je milt.”

“Ik heb altijd al een haat aan smerige Albanezen geha...”

Krak! De klap kwam vanuit het niets en wanneer Perparim het gewild had, dan was de Serviër hier al knock-out gegaan. Perparim wilde hem echter niet knock-out, hij wilde dat zijn vijand de gruwelijke pijn van iedere klap zou voelen. In plaats van de kin, had Perparim nu het jukbeen van de Serviër gebroken.

Terwijl de Serviër Perparim op een afstand probeerde te houden met lange linkse directe slagen, Perparim nam de plaagstoten en liep door. Hij was zeker net zo snel als Malisĕvo, maar hij wilde van zeer korte afstand vechten. Het waarom werd ons allemaal duidelijk. Iedere keer dat zijn opponent wilde gaan ‘clinchen’, bewerkte de reus hem met zeer korte stoten op het lichaam. Hij verknoeide geen energie met lange hoeken die vaak hun doel misten. Iedere klap was raak, en iedere klap klonk als een slag met een honkbalknuppel op een zak zand. Iedere klap brak, scheurde of kneusde iets.

Korte, droge, hamerende stoten. Ik had nimmer zoiets gezien. Perparim zou doen wat hij gezegd had. Hij zou de botten van de Serviër versplinteren, zodat alle organen doorboord werden. Hij kon deze slagen uren volhouden als het moest. Hij verspilde geen energie.

Toen Perparim met een korte punch een paar ribben van Malisĕvo brak, ging deze in de clinch, de armen van Perparim afklemmend. De reus gooide zijn tegenstander van zich af, volgde hem, stapte in en brak met een krakende kopstoot het neus- en voorhoofdsbeen van de Serviër. Malisĕvo wankelde en zakte op één knie. Na een paar seconden kwam hij weer omhoog, terwijl hij iets uit zijn laars trok...

“MES!” schreeuwde Natasja, “Perparim, hij heeft een mes.”

Perparim sprong naar achter, maar het grote Bowiemes drong zijn borstkas in. Perparim gooide de Serviër achteruit, die het mes meetrok. Het moment dat Malisĕvo weer wilde steken, sprong Besnik voor het lichaam van zijn baas. Hij ving het mes op..., in zijn hart. Hij begon ter plaatse te sterven. Perparim zakte in elkaar. Stefano sprong naar voren, om de Serviër te doden. Dit was de enige keer dat ik zag dat Stefano te laat was.

Keiki was sneller. Ze sprong tegen de rug van de Serviër alsof ze tegen een muur aan sprong, waar ze overheen wilde klimmen. Ze sloeg de twee Warrior Knifes tussen zijn sleutelbeenderen in en trok zich op, zodat zij voor een moment op Malisevo’s schouders zat. Ze liet de messen los en trok een koord uit haar Kevlar en sloeg dat twee keer om de Serviër’s nek. De uiteinden vasthoudend, liet zij zich achterover van de Malisĕvo’s schouders rollen.

“ANNOUK! Per Perparim!”

Ik had dit ook maar één keer in mijn leven gezien, en het was in Schotland. Een rottweiler had zeven ferals (verwilderde katten) ‘gecornerd’. De katten konden geen kant op..., behalve door de hond..., en dat was wat zij dan ook deden. Wanneer je dat nimmer gezien hebt, dan geloof je het niet. De katten sprongen de hond midden in zijn gezicht. Ieder had zijn eigen plekje. Toen het slopen afgelopen was en de katten verdwenen waren, moest ik een veearts bellen, om de hond in te laten slapen. Zijn snuit was aan flarden gereten en zijn ogen waren door de ‘ferals’ als trofee meegenomen.

De ferals. Keiki hing aan het koord op de rug van Malisĕvo die langzaam werd gewurgd. Wanhopig probeerde hij met zijn handen het koord losser te maken. Mogelijk was hem dit ook wel gelukt, wanneer Umi en Ambra niet waren aan komen rennen, een voorwaartse salto maakten en ieder een Warrior Knife in zijn handen en borst plantten. De Serviër wilde gillen, maar het koord liet dat niet toe.

Oriana, die nu voor Malisĕvo stond, gebruikte al haar kracht om een Warrior Knife tussen de bovenste ribben van de Serviër te steken. Dit mes als houvast gebruikend, bouwde zij haar kracht weer op en stak het tweede mes onderhands tussen de benen van de Serviër. Het mes had de prostaat doorboord en Oriana wrikte het mes nu horizontaal, zodat het zijn endeldarm opensneed. Malisĕvo nu begon te wankelen, maar Nicola, die breakdansend over de vloer was aankomen rollen, bracht daar duidelijkheid in. In een heen en weer gaande beweging sneed zij de Achillespezen van Servische moordenaar door.

Malisĕvo stortte op de grond, Keiki, Umi en Ambra met zich meesleurend. Met een plof landde Noemi op zijn borst en sneed de vrouwen- en kindermoordenaar zijn beide oren af. Doordat het koord tijdens zijn val wat losser was geraakt, dacht Malisĕvo dat hij schreeuwen kon. Net als bij Perparim was zijn bloed helder rood en schuimend met luchtbellen. Alleen kwam het bij de Serviër uit zijn mond.

Noemi en ik liepen naar Perparim, terwijl de dertien ‘carabinieri’ de zeven Serviërs onder schot hielden. Perparim lag met zijn hoofd in Natasja’s schoot. De tranen stroomden over haar gezicht en zij brulde: “Perparim, Perparim, niet opgeven. Wij houden van je.”

De reus opende zijn ogen en keek haar dankbaar glimlachend aan. Noemi knielde naast hem en zei huilend: “Niet opgeven, Perparim. Ik heb wat voor je.”

Zij drukte de Albanees de twee afgesneden oren in zijn handen. Perparim keek, begreep en glimlachte weer, voordat hij het bewustzijn verloor. Ik pakte de cryptofoon en drukte de zes in. Het leek wel of Dieter op mijn telefoontje had zitten wachten.

“Jan, hoe gaat het daar?”

“Alles is onder controle, maar Perparim heeft een messteek in zijn long opgelopen. Hij moet snel medische hulp hebben, Dieter, anders is onze vriend een ‘goner’”

“Laat de man liggen. Ik had al een paar ambulances op stand-by staan. Ze zijn over een paar minuten bij je. Heeft Perparim veel bloed verloren, Jan?”

“Uitwendig niet, maar het is moeilijk te bepalen hoe het met het inwendige bloedverlies is. Hij ziet er niet goed uit, Dieter. Hij is bewusteloos nu.”

“Ze zijn zo bij je.”

“Dank je wel, Dieter. Er is ons zeer, zeer veel aan Perparim gelegen.”

“Blijf jij bij hem zitten, Natasja? Een medisch team is hier in een paar minuten.”

Natasja knikte, terwijl ze Perparim over zijn gezicht streelde.

Ik voelde mij misselijk, en naar van mijzelf worden. Deze prijs was te hoog. Ik achtte mij tevens schuldig, want dit had nimmer mogen gebeuren. Ik had de meest elementaire fout gemaakt, door de Serviërs niet te laten fouilleren.

De ferals hadden niet alleen bloed geroken, maar zij waren buitenzinnig van woede. Het verhaal van de afgrijselijke moord op de vrouw en kinderen van Perparim had hun razernij opgewekt. Die furie en de adrenaline maakte hen tot harpijen... en het was eng om te zien. Als er zo iets als feralhyena’s bestonden die aan een kadaver stonden te rukken, dan keek ik er nu naar. Het enige verschil was dat Malisĕvo nog niet dood was. Ik hoopte dat het lang zou duren, voordat hij stierf.

Feralhyena’s die een opleiding in forensisch onderzoek hadden genoten, want ze waren nu sectie aan het verrichten op een nog levende Malisĕvo. Het was te gruwelijk om dit hier neer te schrijven, maar laat het volstaan dat de zes meisjes de repen van Malisĕvo afsneden en hem vilden. Plotseling, en als bij toverslag stopten zij. De Serviër was dood.

Er werd op de voordeur gebonkt. De ambulance.

“Gooi even een stuk zeil over die rotzooi heen,” zei ik, en wees op het lijk van de Serviër, “Ik zal even opendoen.”

Ik zag onmiddellijk dat wij van het ambulancepersoneel geen problemen hadden te verwachten. Ze werkten voor de Duitse geheime dienst. Ze verloren geen moment met onnodige vragen en rondkijken, maar lieten zich gelijk naar Perparim brengen. De chauffeur nam Perparim’s pols en controleerde zijn bloeddruk, terwijl zijn collega een infuusnaald in de Albanees zijn arm stak.

“Zal hij leven?” vroeg Skender met tranen in zijn ogen.

“Het zal ‘touch and go’ zijn,” antwoordde de chauffeur, “ik denk dat er een inwendige bloeding is. Hij is zeer zwak.”

Ik voelde mijn maag omdraaien, maar zei: “Natasja, ga jij met hem mee? Hij is zo op jou gesteld. Ik kom zo snel ik kan. Bel me als je weet waar jullie zijn.”

Perparim werd weggereden op een brancard. Natasja liep er naast met de plasmazak. Mijn keel werd dichtgeknepen. Het was niet zo lang geleden dat ik naar een soortgelijk tafereel had gekeken. Anouk die op de brancard lag, Lilianalavera die het plasma droeg en Perparim die bezorgd naast de brancard van Anouk liep. De woede begon nu in mij te groeien. Ik zwoer dat wanneer Perparim zou overlijden, dat ik alle virtuele fucking Servische dierentuinen in Absurdistan af zou lopen om Arkan fucking Tijgerfucks te vinden. Ik ben dan wel de grootste dierenvriend die er is, maar deze krengen mochten de naam Tijger niet dragen. Omdat er geen tijd zo geschikt is als het heden, besloot ik om maar gelijk te beginnen.

Ik griste mijn HK MP7 van de plaats waar ik bij Perparim had gezeten en liep naar de grootste van de zeven Serviërs. Ik stootte de loop van het machinepistool in zijn keel, zodat hij kotsend achteruit struikelde. Ik volgde hem en trapte hem op zijn knieschijf. Mijn Timberland bergschoen was de onbetwiste winnaar. De Serviër zakte op één knie, zodat ik niet hoefde te springen om de loop van de Heckler door zijn tanden in zijn mond te stoten.

“Whaaaa!” schreeuwde ik, “Ken je het verhaal van Agatha, fuckface? Nee, ken je het relaas van Chris Ryan? Nee, natuurlijk niet. Tien kleine negertjes en tien SAS mannen. We zijn nu down tot zeven. Jullie zijn de hekkensluiters. Nog zeven kleine Serviërs  en we hebben honderdzesentwintig man vermoord..., en weet je fucking wat? Het maakt niet fucking goed voor één Albanees. Kleed je uit en als ik één wapen vind, dan ram ik het door je strot naar binnen, omdat ik dan weet dat je het wilde gebruiken.”

De Serviër zei: “Ik heb een mes in een rugschede.”

“Trek het eruit, en als je meent iets te moeten kunnen..., laat ik je dan niet stoppen. Vooral proberen.”

De Serviër trok een mes uit zijn laars. Het lemmet was vijfentwintig centimeter lang. Het leek wel een fucking zwaard. Voorzichtig legde hij het naast zich op de grond.

Ik pakte het mes op, terwijl ik hem aan de loop van mijn HK machinepistool liet zuigen. Het was een waar kunstwerk, wanneer je van dat soort wapens hield. Ik keek naar het merk.

“Toe maar weer, een KA-BAR Extreme Fighting knife nog wel. Houd jij van extreem mesvechten? Hoe gaat dat precies? Eerst snijd je de foetus uit de buik van een zwangere vrouw, daarna lub je wat oren van kinderen af en als alles meezit dan onthoofd je een ploegje -voor hun leven smekende- moslims? Dat is inderdaad fucking extreem. Was jij met Malisĕvo in Velika Krusha in 1999? Lieg niet, want dat zie ik. Lieg, en ik martel ik het uit je, ratface. Je hebt gezien dat de meisjes goed zijn in extreem fileren. Zeg het maar,” raasde ik, nog steeds uitzinnig van woede en verdriet.

Stefano zag dat ik in een ‘frenzy’ van waanzin raakte. Ik had gemerkt dat, na het verlies van zijn vader, hij zeer bezorgd was geworden voor mij.

“Zio, 'cool it' een momentje. Ik neem het wel over van hier.”

Een wonder gebeurde, maar het was pas veel later dat ik mij dat zou realiseren. Pietro, die niet voorbij zijn baas kon kijken en hem dus aanbad, zei: “Nee, Stefano. Met respect, maar ik denk dat je Gian zijn gang moet laten gaan. Dit gaat veel verder dan een paar gore Serviërs. Ik weet niet hoe ik het uitleggen moet, maar ik weet wat ik voel. Het is nog steeds Anouk. Gian was aan het afrekenen in zijn hoofd, maar Perparim’s verwonding en zijn verschrikkelijke verlies hebben alles weer naar boven gehaald. Straf mij, maar laat Gian zijn ding doen.”

Stefano keek zijn capo regime even aan. Hij knikte.

Ik keek om mij heen, tot ik vond wat ik zocht. Een houten plankje van dertig bij vijftien centimeter. Twee centimeter dik. Ik pakte het op en zette het tegen een stelling. Met mijn Sig P226 schoot ik drie 9mm kogels precies naast elkaar, zodat er een driehoekig gat ontstond. Met het extreme mes maakte ik het gat groter en rond, net zolang totdat de achterkant van het heft precies in het gat paste.

Ik liep weer terug naar de Serviër, legde het plankje voor hem op de grond en zette het mes erin, zodat de punt naar boven wees. Ik zei: “Jij zult de dag betreuren dat jij dit mes hebt aangeschaft. Trek je bovenkleren uit.”

Toen de man met ontbloot bovenlijf stond, zei ik: “We gaan wat extreme push-up’s doen, Vladimir. Maak er eerst maar eens vijftig, zo zonder mes.

De man gehoorzaamde en met een van pijn vertrokken gezicht maakte hij vijftig push-up’s.

“Keurig, even houden zo,” zei ik en met mijn voet schoof ik het plankje onder hem, zodat de punt van het mes naar zijn sternum wees.

Na vijf minuten begon de Serviër te zweten. Hij kreunde: “Je hebt mijn knieschijf gebroken, ik kan dit niet lang meer volhouden.”

“Wedden?” vroeg ik, “Maak eerst nog maar eens een paar push-up’s.”

“Het mes staat tegen mijn borst. Ik kan mij niet laten zakken.”

“Wedden?” vroeg ik weer en ik trapte zijn rechterarm onder hem vandaan.

De Serviër zakte met een schreeuw door zijn linkerarm. Hij schreeuwde niet erg lang want het de punt van het mes doorboorde zijn sternum, en vervolgens zijn hart. Eerst dacht ik het mij te verbeelden, maar het mes ‘stond op het punt’ om naast zijn ruggengraat naar buiten te komen. Ik sprong op zijn rug en het bleek dat ik mij niet vergist had. Fucking extreem, nietwaar?

“Zes man nog,” zei ik tegen Renato en Flavio, “Weten jullie nog wat leuks voor dat tuig?”

“We hebben een thermische lans,” antwoordde Renato, “We kunnen openingen in hen snijden.”

Ik keek naar de meisjes van ANNOUK. De strijd was uit hen verdwenen. Gek, ik voelde ook dat ik leeg begon te lopen; de adrenaline was aan het uitzakken. Stefano, Renato en Flavio waren jong, die hadden daar nog niet zo’n last van.

“Zio, ascoltami un attimo (Luister een momentje naar mij)” sprak Stefano, terwijl hij mij apart trok.

Hij fluisterde: “Ik denk dat wij er een einde aan moeten maken. Als we nu verder gaan, dan zijn wij niet veel beter dan dat tuig daar. Daarnaast zal de Bundesnachrichtendienst ook te weten komen hoe zij aan hun einde zijn gekomen. Of wij de lijken in de container verschepen of niet, ze zullen de rapporten krijgen. Het zou mij ook niet verbazen, wanneer ze alle beelden al hebben. We hebben het gebouw nimmer grondig nagezocht op ‘bugs’. Ik denk niet dat het goed is voor ons imago, wanneer zij denken dat wij een groep sociopatische, sadistische moordenaars zijn.”

“Is dat wat ik ben dan, zoon?”

“Natuurlijk niet, maar zij weten niets van onze emoties. Laten wij er een eind aan breien, dan kunnen we gaan kijken hoe het met Perparim is.”

Ik greep zijn handen en zei: “Je hebt volkomen gelijk, zoon. Wil jij het commando geven? Ik voel mij ineens moe.”

“Geen wonder,” lachte Stefano, “U bent er weken mee bezig geweest... en dan nog Natasja bijgehouden ook. Zij liep de hele dag met een vette glimlach op haar gezicht, maar het gaat u niet in uw koude kleren zitten. Kom, dan ronden wij het af. Ik heb honger ook.”

We liepen naar de groep terug. Stefano zij tegen de zes Serviërs: “Naast elkaar opstellen. Jullie zes vechten drie van ons.”

Terwijl de Serviërs naast elkaar gingen staan, riep Stefano Renato, Flavio en Pietro naar zich toe. Hij legde zijn armen om hen heen en fluisterde:“Carabiniero veertien, alle zes verliezen.”

We hoorden zes keer een zacht fluitende kuch en we zagen hoe zes gezichten van hun hoofden afgerukt werden. Even later zagen wij de veertiende ‘carabiniero’ langs zijn parakoord naar beneden afdalen. De Diemaco C8 hing over zijn rug. De achtergebleven Camorrista was een scherpschutter. Hij was een huurmoordenaar, net als dat Ennio, Anouk en de Vangelista waren geweest. De cirkel was rond en de strijd was over.

“Wat wil je met de Pugliesen doen, Keiki?” vroeg Renato.

“Laat de picciotti lopen, zio Renato. Zij zullen nooit een gevaar zijn.”

“Laat de ‘manovalanze’ ook maar gaan, Keiki,” zei Stefano, “Ook zij zullen nimmer een gevaar meer zijn. Laat ze de boel hier opruimen en stuur ze dan naar huis. Je ooms, Gian en ik gaan Perparim bezoeken.”

ANNOUK X - Tyding up...

Zes dagen later was Perparim nog steeds niet buiten levensgevaar. Hij had een waanzinnig moeilijke en zware operatie ondergaan. Tevens hadden de chirurgen een tracheotomie gedaan. Perparim werd dus nog steeds invasief beademd. ‘Een minder sterke man was al dood geweest’, had een chirurg ons meegedeeld. Wij hadden allemaal om beurten bij Perparim geslapen, maar Natasja en Skender, Perparims lijfwacht, waren iedere nacht gebleven. Gedurende de dagen sprak zij tegen hem. Zij was ervan overtuigd dat Perparim haar horen kon.
 
Skender werd gekweld door schuld, hij was van mening dat hij ernstig tekort was geschoten in zijn taak als lijfwacht. Mijn vrienden en ik hadden hem herhaaldelijk verzekerd dat er niets was, dat hij had kunnen doen. Het was een gevecht van man tot man geweest. Ik zei tegen Skender dat ik de werkelijke fout had gemaakt, door de Serviërs niet onmiddellijk te laten fouilleren. Skender had echter een eenvoudige logica: “Besnik gaf zijn leven om Perparim te redden. Als Perparim nu dood gaat dan is Besnik’s opoffering voor niets geweest..., en ik heb niets gedaan. Ik heb gefaald en ik ben onwaardig.”

 De zesde dag kreeg Stefano bericht uit Italië dat er een situatie was. Hij had eerder zijn bank in Brescia opdracht gegeven om honderd miljoen van het Illuminati geld naar de bank van Lucio en Umberto, in Dubai, over te maken. Zijn bank maakte bezwaren en de directeur wilde dat Stefano persoonlijk de geldtransfer kwam autoriseren. De directeur had tegen Stefano als reden opgegeven dat Stefano wel gekidnapt kon zijn en dat zijn kidnappers hem een pistool tegen zijn hoofd hielden, om hem te bewegen die geldtransfer te doen.

In alle eerlijkheid moet gezegd worden dat de Italiaanse banken deze verzoeken tot uitbetaling -en zelfs tot persoonlijke opname- al dertig jaar niet meer honoreerden, en dat meestal bij een dergelijk verzoek, automatisch de Politie werd ingeschakeld. De reden hiervan was dat er in de jaren zeventig een reeks van industriëlen werd ontvoerd door de Calabrese ‘Ndrangeta. Pas na uitbetalingen van het losgeld, dat toentertijd vaak de vijfentwintig miljoen gulden overschreed, werden de slachtoffers dan losgelaten.

Stefano’s bank had nooit eerder moeilijk gedaan. Het was dus duidelijk dat de wielen van de Kabbalistische, Frankistische, Illuminati bankiers al weer in beweging waren gezet. Blijkbaar wilden zij weten wie de rest van de ontvangers van hun tweehonderd miljoen euroshit, waren. Stefano en ik waren al bekend, maar Lucio en Umberto nog niet.

Nadat Stefano met Lucio en Umberto had gesproken, belde hij zijn bank. Hij zei tegen de directeur dat hij onmiddellijk zou overkomen. De geldtransfer kwam te vervallen. In plaats van de transfer bedong hij nu dat Lucio en Umberto het geld ter plaatse, contant uitbetaald zouden krijgen. Waanzinnig... en om moeilijkheden vragen, nietwaar? Yeah right!

We vertrokken dus allemaal naar Italië. De manschappen zouden mijn Mercedes vrachtwagen en het mobiele communicatie- en commando centrum terugrijden. Natasja en ik reden met Stefano mee naar Italië. Het was niet eenvoudig geweest om Perparim achter te laten en Natasja maakte bijna ruzie met mij, omdat zij in het ziekenhuis bij Perparim wilde blijven.

“Wanneer hij bij kennis komt, of wanneer hij komt te overlijden, wil ik er zijn voor hem,” had ze mij gezegd.

Ik kon haar goed begrijpen en het was pas nadat Skender haar verzekerd had dat hij vierentwintig uur bij Perparim zou zitten, en dat ook Perparim gewild zou hebben, dat zij nu naar haar zoontje Thierry ging, dat Natasja toegaf. Ik beloofde haar dat wij onmiddellijk naar Duitsland terug zouden keren, wanneer wij onze zaken in Italië hadden geregeld.

“Je zult zien dat Perparim dan al aan het herstellen is, Natje. Hij is een geweldig sterke man. Ik wil ook naar Italië omdat Lucio en Umberto naar Brescia komen. Ik heb ze al lang niet gezien, en we worden allemaal ouder. Iedere kans die ik krijg om hen te zien, grijp ik aan.”

Twee dagen later zaten wij allemaal ik bij Donatella, Stefano’s vrouw, te wachten op haar man. Die was met nog twee Italianen naar de bank gegaan, om de geldzaken te regelen. Zij werden vergezeld door Pietro met zes lijfwachten.

 

Na twee uur arriveerden Stefano en zijn gezelschap. Pietro en de lijfwachten droegen vier koffers met geld.

“Hoe is het gegaan, Steffie?” vroeg ik.

“Het is allemaal goed verlopen. Het was duidelijk dat de directeur onder druk was gezet. Hij had zijn opdrachten van het hoofdkantoor in Rome gehad; blijkbaar onmiddellijk nadat Michael het geld had laten overboeken. De directeur had mij al thuis proberen te bellen, maar Donatella had hem gezegd, dat ik in het buitenland was. Nou, luister naar dit:

Halverwege de vergadering werd de bankdirecteur gebeld. Nadat hij de telefoon had neergelegd, zei hij: ‘Mijn orders zijn net weer veranderd. Ik moet u nu met alles mijn medewerking verlenen, Ik geloof dat ze daar in Rome de helft van de tijd niet weten wat ze willen. Ik ben blij dat het opgelost is en ik verontschuldig mij voor de overlast. Uw vrienden moeten zich alleen even legitimeren, een formulier invullen en een handtekening zetten. Daar kan ik niets aan veranderen, Stefano. Dat zijn de Europese anti-witwaswetten.’

De honderd miljoen euro konden we daarna meenemen. We kregen zelfs de koffers van de bank in bruikleen. Ik vraag mij af waar dat telefoontje ineens vandaan kwam.”

“Michael,” zei ik, “Ik heb gisteren Michael gebeld met het verzoek om die Illuminatifuck Redshield mede te delen, dat de driehonderd miljoen borg zou komen te vervallen. De reden daarvoor was dat wij bemoeilijkt werden in de opname en transfer van de gelden. Ik denk dat er iemand slim heeft willen zijn en dat Redshield daar niet van op de hoogte was. Anyway, het geld is er en de Illuminati zijn het spoor naar Lucio en Umberto bijster.”

“Zeer juist,” zei Umberto, Flavio’s vader, “Stefano, kan ik even wat geld uit een koffer pakken?”

“Hoe weet ik of je dat kunt?” antwoordde Stefano lachend, “Het zijn jullie centen.”

Pietro droeg een koffer naar de twee oude Camorristi, en opende die. Umberto begon pakjes geld uit de koffer te halen. Toen hij er honderd had afgeteld, zei hij: “Lucio?”

Lucio sprak: “Luca, Giorgio, jullie hebben ons goed geholpen om dit geld te krijgen, zonder dat er een spoor naar ons zou leiden. Mijn broer en ik vinden het redelijk dat wij jullie daarvoor naar evenredigheid belonen. Hier op tafel liggen vijf miljoen euro voor jullie.”

De twee Molinesen, Luca en Giorgio –voor wie wij in Holland een treinkaartje hadden gekocht- protesteerden oprecht, en Luca zei: “Don Lucio, wij hebben al zoveel aan Gian, u en uw familie te danken. Wij kunnen dit niet aannemen.”

“Is ons geld niet goed genoeg voor jullie?” vroeg Lucio, quasi dreigend.

Luca en Giorgio begonnen te huilen van dankbaarheid.

Even later zei Giorgio tegen mij: “U hebt ons hele leven veranderd, Don Giovanni. Zonder u hadden wij nog op de straten van Düsseldorf gelopen, of erger..., wij waren vermoord.”

“Stop die fucking Godfathershit nu eens, ik heet Jan, of Gian,” zei ik, “Soms moet je gewoon een beetje geluk in je leven hebben. Wel dat moment was nu dan. Jullie hebben er uiteindelijk ook voor gewerkt. Gebruik het geld wijs, want geld is een duivel. Doe geen grote opvallende uitgaven en jullie zijn klaar voor je leven.”

 

Later vroeg Natasja aan me: “Vijf miljoen euro. Wat hebben ze daar in godsnaam voor moeten doen?”

“Ze zijn met Stefano mee naar de bank gegaan en zij hebben zich gelegitimeerd als Lucio en Umberto. Het spoor naar de vaders van Renato en Flavio, loopt nu dood.”

“Geweldig,” zei Natasja, “Geweldig, geweldig ook voor die twee Italianen, Jan. En dan te denken dat ik dacht, dat je ze had laten vermoorden. Jij bent net zo bijzonder als je vrienden. Ik ben blij dat ik dit allemaal mee heb mogen maken.”

 

Dezelfde dag hadden wij besloten om één avond met elkaar door te brengen. Iedereen hield van Perparim, maar wij hielden ook van elkaar. Die avond hadden wij voor het eerst sinds weken, weer allemaal samen gegeten. De stemming was goed, al zaten de gedachten aan Perparim in ieders hoofd.

Wij waren allemaal uitgenodigd voor het avondeten bij Pietro en zijn vrouw. Het mensje was idolaat van Thierry, die nu aan Natasja zijn avonturen zat te vertellen. Natasja, wat was het toch een bijzondere vrouw. Ik vroeg mij af hoe het leven zonder haar er weer uit zou zien. Ik wilde dat het nooit zou stoppen, maar ik wist dat het bijna afgelopen was. Ik voelde dat ik morose begon te worden.

“Niets helpt zo goed als het zien van een paar blije gezichten,” dacht ik en ik vroeg Stefano of dit voor hem het goede moment was. Mijn vriend knikte.

“Wipkuikens,” onderbrak ik het gekwebbel van Ambra, Nicola, Noemi, Oriana, Umi en Keiki, “Hebben jullie een momentje voor jullie zio Gian en zio Stefano?”

De meisjes keken ons eerst verbaasd aan, en kwamen toen om ons heen staan. Wij troonden ze mee naar buiten, naar de garage van Pietro. Voordat Pietro de garagedeur opentrok, en wegliep, zei Stefano: “Wij wilden jullie een kleine blijk van onze waardering geven. Dit is een cadeau van Gian en mij.”

De engelen zagen zes splinternieuwe Volkswagens Golf. Gedurende de week waren Renato en Flavio er op slinkse wijze achter gekomen wat de individuele favoriete kleuren van de meisjes waren. Het leek wel een verzameling metallic Engelse GTI drop. Alle toeters en bellen zaten erop. Een artiest had de wagens kleurgepimpt, door er vlammen en engelen op te schilderen. Engelen der Wrake. Op de achterdeuren was ANNOUK in schrijfletters geschilderd.

“Ooooow,” hoorde ik en zag dat er verscheidene lippen werden getrokken.

Even later liepen de meisjes hun bezit te bewonderen en te inspecteren. Als wij ze hun gang hadden laten gaan, dan hadden niemand hen die avond meer teruggezien. De meiden waren extatisch en lieten ons dat merken ook. Keiki bleef –geloof ik- twintig minuten aan mijn lippen hangen, wat Natasja niet echt leuk vond. Daarna deed ze het bij Stefano..., waar ik weer niet zo groots mee was, hahaha.

“Zijn jullie er echt blij mee?” vroeg Stefano, “Ik wil jullie even hierbuiten hebben. Er komt namelijk nog iets aan voor jullie.

Pietro kwam aanrijden in een blauw, gesloten Volkswagen busje. Hij stopte tussen ons, en sprong uit de Van.

“Dit is de originele bus van Anouk,” zei Stefano, ”Zij heeft hem nooit kunnen gebruiken. De wagen heeft een tijd in een garage in Puglia gestaan, voordat onze mensen hem vonden.”

De meisjes waren sprakeloos en voor een moment leek het er nu echt op, dat ze zouden gaan huilen..., maar ze vermanden zich.

“Het is... fantastisch,” brabbelde Keiki, aangedaan.

“Zeg dat maar wanneer jullie hem van binnen hebt gezien, monsters,” zei Stefano, en hij trok de zijdeur open. Iedereen verdrong zich om in een compleet uitgeruste kampeerbus te kijken.

De meisjes waren begeesterd van het vervoermiddel, maar toen Stefano om wat ruimte verzocht, en hij alle kastjes van de camper begon open te trekken, vielen de monden open. Alle wapens die ze maar nodig konden hebben, waren verstopt ingebouwd in de camper. Van een Sig Sauer P220 Compact, en Sig P226 X-FI Open, Heckler & Koch MP7 A1 submachinepistool, tot een HK MG4 machinegeweer en een Diemaco C8 karabijn met een Elcan C70 Scope.

De laatjes lagen vol met semtex explosieven, detonators, messen, werpmessen. Firestorm Stunguns, Stunbatons en Flash-bang granaten. Alles wat ANNOUK ook maar nodig kon hebben om een oorlog te beginnen, was aan boord.

“Ik hoop dat jullie niets van dit alles ooit nodig zult hebben, maar mocht je dat wel hebben..., er is aan alles gedacht; tot injectiespuiten met sodiumchloride aan toe. Jullie hebben een moordwinkel op wielen,” lachte Stefano, “Maar kijk ook nog even naar dit, kinderen, voor het geval dat jullie dit, onverhoopt ooit nodig hebben.”

De meisjes keken met Stefano in bestuurderscabine. Stefano drukte een knop in op de navigator en de weg, vóór en achter de Volkswagenbus, werd zichtbaar.

“Kijk even aan de voorkant van de bus,” zei hij tegen ANNOUK, en drukte een andere knop in.

Weer zag ik hoe twee M72A4 LAW raketlanceerbuizen op rails onder de campervan vandaan schoven.

“Je hebt er twee aan de voorkant en twee de achterkant, kuikens. Het zijn lichte anti tank wapens, dus geen enkele auto kan nog een obstakel voor je zijn. Een zoemtoon op de navigator vertelt je wanneer de raketten hun doel hebben gevonden. Een vizier op het scherm van de navigator bevestigt dat.

Één ding echter, wanneer jullie één of meerdere raketten hebben afgevuurd, controleer onmiddellijk, wanneer jullie in veiligheid zijn de onderkant van het voertuig. Ook al hebben we de hele onderkant van de Van vuurproef moeten laten maken, het is niet ondenkbaar dat de steekvlammen van de raketten schade aan het voertuig, of erger, de benzinetank zouden aanrichten. Dit is het beste dat we toen –op korte termijn- konden doen.”

“Is die ook voor ons? Echt?

“Ja, maar er is een voorwaarde aan verbonden. De wagen is een rijdend arsenaal. Hoewel de wagen en de uitrusting volkomen functioneel zijn en gebruikt kunnen worden, is de VAN meer bedoeld als een herinnering aan Anouk.

Jullie mogen de VAN hebben op voorwaarde dat jullie weer gaan studeren. Er is niets verkeerd met jullie levenswijze, maar kennis is macht. Ga studeren en zorg dat je minstens advocaat wordt. Beter kan ik het niet zeggen.”

Ik weet dat ik een aardig verhaal kan vertellen, maar de blijdschap van de zes jonge, Napolitaanse schoonheden verhalen, nee, dat lukt mij niet. Het maakte zoveel goed. Zes verrukte jonge vrouwengezichten..., bestaat er nog iets mooiers? Naaah, ‘I dinnie fucking think so.’ Hoewel ik een moment de gezichten van Anouk en Perparim weer voor mij zag..., ik was nu even gelukkig, en zo was mijn Stefano. Ik wist wat er door hem heen ging. Franco, mijn vermoorde vriend..., Stefano’s vader.

“Je zou mij nog vertellen hoe je de Vangelista wraak dacht te laten nemen, zonder dat jij het leven er bij zou laten,” zei Natasja, toen wij later aan de koffie zaten.

Het was duidelijk dat Renato, Flavio en Pietro nieuwsgierig waren en de vraag hadden laten stellen door Natasja. ‘Ik zal jullie opknappen,’ dacht ik. “Ja, dat is waar ook,” zei ik in het Hollands, en begon te vertellen.

Ik zag hoe Pietro nu iets aan Stefano vroeg. Twee grote- en één reusachtige kerel en nog nieuwsgieriger dan een partijtje Tupperware foofs.

“Kom Zio, zei Stefano. We hebben er problemen genoeg om gehad. Daarnaast hebben Renato en Flavio nooit aan u getwijfeld.”

“Renato wilde mij door zijn vader laten terugroepen. Als het moest in een dwangbuis,” pestte ik.

“We willen u niet kwijt, Zio,” zei Renato eenvoudig.

“Okay. Ik zal vertellen wat ik in mijn hoofd had. We doen het in het Engels, want anders moet ik het straks nog een keer aan Natasja vertellen. Daarnaast denken jullie met mij mee. Jullie zijn de Vangelista, en jullie geven antwoord op mijn vragen. Wanneer die antwoorden heel erg verschillen van mijn inschattingen en planning..., dan is het maar goed dat mijn actie niet is doorgegaan..., want dan was ik inderdaad dood geweest. Stefano kan niet meedoen, want die weet iets dat alleen ik weet. ”

“Hij zal niet,” zei Renato quasi beledigd.

“Mogen wij ook meedoen?” vroeg Keiki.

“Ja, natuurlijk. Spreken jullie allemaal Engels en Mexicaans?” dolde ik Keiki. Van het hele stel was zij wel bijzonder bijzonder. Vandaag of morgen zou zij in Napels een man héél erg gelukkig maken. De meisjes waren allemaal fenomenaal, maar Keiki was het complete pakket. Zij was de vrouwelijke, Napolitaanse tegenhanger van Stefano.

“Zit niet zo verliefd te kijken goorling,” pestte Natasja mij, “Ze kon je kleindochter wel zijn.”

“Jij ook,” zei ik.

“Als iemand van jullie in de plaats van de Vangelista had gestaan, toen hij nog leefde... en iemand had jouw zoon vermoord, wie had niet zijn..., of haar zoon willen wreken?”

Niemand.

“Zoals jullie dat begrijpen, begreep ik dat ook. Een kind verliezen is het ergste, zeggen ze, maar geloof me, een geliefde verliezen, wel..., ik kon de man dus begrijpen.

Goed, en omdat jullie de zaak van twee kanten willen begrijpen, zijn jullie nu mij, voor een moment. Je geliefde is vermoord en je wreekt haar door haar, of zijn moordenaar te vermoorden. Dan komt het moment dat je de vader van de moordenaar gaat ontmoeten. Je begrijpt dat de man zijn zoon wreken wil, maar nu komt het dilemma.

Als je weet dat de vader veel te sterk voor je is, dan kun je weglopen en dan ben je –in je eigen ogen- een lafaard. Je kunt ook in het gevecht gaan, wetend dat je de partij zult verliezen en dat je dan fucking dood bent. Dood zijn, is ‘very uncool’. You say what?”

Bijval.

“Je kunt net doen of het probleem niet bestaat en je zult je leven lang met vraagtekens blijven zitten, en/of jezelf haten, omdat je de vader geen kans gegeven hebt. Iemand die mij wil corrigeren?”

Niet.

“Mag ik daaruit concluderen dat we de vader zijn kans willen geven, zonder daarvan zelf het slachtoffer te worden, opdat wij onszelf altijd recht in de spiegel kunnen aankijken?”

Nu sprak iedereen, en iedereen was het eens. Dit was het knelpunt.

Natasja vond blijkbaar dat ze genoeg krediet van mij had gehad, dus ze legde mij het vuur niet aan de schenen. Keiki was echter van mening dat ze wel wat bonuspunten had gescoord bij me, en vroeg: “Zio, maar wanneer ik mijzelf dan even als voorbeeld neem en ik zou dus de vader de kans geven om zijn zoon te wreken, wat voor garantie is er dat mijn plan werkt? Daarnaast zijn er mensen die veel om mij geven, die zullen zich ook ongerust maken, stel ik mij voor.”

“De twee antwoorden zijn: vertrouwen..., en vertrouwen. Een garantie is er voor nagenoeg niets in dit leven, maar je moet je plan zo waterdicht zien te maken, dat je er alle vertrouwen in kunt hebben. Dat de mensen die je liefhebben, zich ongerust maken, is logisch..., maar als ze je kennen, dan zullen ze vertrouwen in je moeten hebben.”

“Ik denk dat mijn familie en vrienden meer vertrouwen zouden hebben, wanneer ze met de details van het plan op de hoogte zijn,” stelde Ambra.

“Mogelijk, maar dat schept de mogelijkheid tot een discussie, die je aan het twijfelen kan brengen. Dan hang je tussen de wal en het schip. Je moet vertrouwen in jezelf blijven hebben. Maar dat is mijn mening. Iedereen is gerechtigd tot zijn eigen mening.

Vertrouwen in jezelf hebben, moet gebaseerd zijn op ervaring. Wanneer je geen ervaring hebt of een stomme ‘dumbfuck’ bent, dan kun je wel vertrouwen hebben, maar dat is meer hoop, arrogantie of ‘wishful thinking’, want er is geen enkele rechtvaardiging voor dat zelfvertrouwen. De familie en kennissenkring zullen dan ook geen vertrouwen hebben.

Nou, een gewetensvraag: heb ik genoeg zelfvertrouwen, is er een duidelijke rechtvaardiging voor dat zelfvertrouwen, met andere woorden, heb ik de ervaring, het verstand en het improvisatie vermogen?”

Iedereen was het eens.

“Dus waarom had niemand vertrouwen in mij?”

“Angst,” zei Renato, “Wij waren bang dat het verkeerd zou aflopen.”

“Angst is een slechte raadgever. Angst is een emotie die vaak gevoed wordt door onzekerheid..., en nu is de cirkel rond. Ik begrijp jullie allemaal, en houd net zoveel van jullie, als jullie van mij houden. Laten wij nu naar mijn strategie kijken, en wanneer jullie daar bekend mee zijn, oordeel dan of jullie meer vertrouwen in mij hadden moeten hebben.

Ik wil dus een man een kans geven, om zijn zoon te wreken. We kunnen een ‘OK Corral’ doen, en het uitschieten. Afgezien dat het nogal rommelig zou zijn, zou ik mijzelf niet meer dan dertig procent kans geven.

Een messengevecht? Ik zou mijzelf nog geen twintig procent kans geven. De Vangelista is met messen opgegroeid. Hij was een stuk jonger en veel fitter dan ik, dus het was zeker een verloren partij voor mij geworden. Geen messen.”

Een gevecht met blote handen? Einde verhaal en doek voor zio Gian. Zoals gezegd, was de Vangelista fysiek mijn absolute meerdere. Geen procenten. Nou wat? Hoe redeneer ik vanaf hier? Over naar jullie.

Er werd druk gespeculeerd door de meisjes. Flavio overlegde met Renato en Natasja zat belangstellend te luisteren naar één van de leden van het reuzenduo, Pietro. Stefano keek gepikeerd dat hij niet kon inzitten in het forum..., hij zou het in no-time hebben geraden.

Het was dan ook niet verwonderlijk dat uiteindelijk mijn favoriet van ANNOUK met het begin van de oplossing kwam. Keiki zei: “Het moet volgens mij een gevecht zonder wapens worden, maar u hebt iets dat weliswaar geen wapen is, maar wel als wapen gebruikt kan worden?”

“Dat is volkomen juist en zeer goed geredeneerd. Kom met de oplossing en ik nodig jullie uit voor een maand Amsterdam.”

Keiki draaide haar duim in haar wang en zei: “Ah’m so fucking good! Wicked. Spliffs roken. Snoepjes eten.”

“Let een beetje op je fucking taal, Charlie’s fucking Angel,” vloekte haar oom, Lucio.

De meiden lagen om van het lachen.

“Dit is het moeilijke gedeelte, want wat ik als wapen gebruiken wil, is weliswaar geen wapen, maar als ik het pak, wordt het als wapen herkend en kan ik het wel vergeten.”

Het was even stil voordat Renato zei: “Tenzij u wordt...”

“Niet zeggen! Niet zeggen, laat mij het zeggen, Renato. Jij bent veel groter dan ik. Ja?”

Renato lachte en zei: “Ja, doe maar, Keiki. Ik weet het nu namelijk.”

Keiki danste van opwinding en riep: “Als de Vangelista u had uitgenodigd, of liever gezegd, had uitgedaagd om dat voorwerp te gebruiken, dan had u het zonder problemen kunnen pakken.”

“Hoe had ik hem zover gekregen om die uitdaging aan mij te richten?”

Keiki zei: “Het is niet echt deductie, het is meer een ingeving door associatie, Zio.”

“Dat zijn de allermooisten, monster. Vertel ons je associatie. Ik denk verdomd dat je het goed hebt.”

“We weten allemaal precies hoe het na de moord op Anouk verder ging. Wij hebben er zowat een studie van gemaakt. Ik associeerde de Vangelista met zijn zoon Angelo, de moordenaar van Anouk. Dit is wat ik zag, Zio:”

Renato sneed de man zijn handen los, terwijl Flavio hem een stuk schrijfpapier gaf. Gedurende het zetten van de handtekening, hielden Renato en Flavio een pistool op het hoofd van de man. Uiteindelijk was Angelo een professionele ‘hitman’ en hij kon, net als Anouk, doden met een ballpoint.

Na het zetten van zijn handtekening, gaf de man mij de pen terug. Ik klikte doelloos wat met mijn duim op de pen, terwijl Renato en Flavio hun wapens lieten zakken.

“Het spijt mij oprecht,” zei de ‘contractkiller’, “Het was ‘never’ persoonlijk.”

“Het spijt mij ook..., en dit is ook niet persoonlijk,” zei ik, en sloeg achterwaarts de metalen ballpoint in de halsslagader van de ‘hitman’. Ik trok de pen terug en terwijl zijn levensbloed in mijn gezicht spoot, sloeg ik de pen nog een keer in zijn keel.

“Zo Angelo Macchiarola, dan weet jij ook weer hoe dat voelt,” zei ik, “Het probleem is dat jullie killers je niet kunt verdedigen. Anders had je nu niet op de grond gelegen met een dubbele tracheotomie. Anouk kon zich wel verdedigen, maar tegen een kogel is niemand opgewassen, nietwaar?”

“Een ballpoint?” klonk het in koor.

“Een ballpoint zou het wapen geweest zijn,” zei Keiki trots.

“Met respect, Zio,” zei Flavio, “Ik heb gezien hoe u de grootste van de vier Medaglioni in een messengevecht doodde, en ja, ook toen gebruikte u weer een truc, maar –en nogmaals, ik zeg dit het met het meeste respect-” ik denk niet dat u de Vangelista met een ballpoint had kunnen doden.”

“Daarnaast, Zio,” sprak Renato, “Hoe wilde u de Vangelista zover krijgen dat hij u een ballpoint zou laten gebruiken?”

“Psychologie,” antwoordde Keiki voor mij, “De Vangelista was heel erg goed in zijn vak, en hij wist dat zelf ook. Hij was dapper, maar arrogant. Voor het tot een gevecht zou zijn gekomen, zou hij hebben willen weten hoe u zijn zoon vermoord had. Hij zou u dan op dezelfde wijze kunnen vermoorden..., maar waarschijnlijker lijkt mij dat hij u uitgedaagd had, ‘om hem nu ook maar eens met een ballpoint te vermoorden’. U kon dus op dat moment de ballpoint in het gevecht introduceren, zonder dat dit verdacht leek.”

“Kom op mijn schoot zitten,” zei ik, diep onder de indruk.

Keiki kwam bij mij zitten en begon op haar duim te zuigen. Iedereen lachte, maar Natasja keek niet echt blij.

“Eh, maar toch, Don Giovanni,” zei Pietro nu, “Een ballpoint is niet echt een wapen. Behalve Anouk, zou ik voor niemand bang zijn met een ballpoint.”

“Tenzij dat natuurlijk ook een truc was,” murmelde Keiki, driftig op haar duim sabbelend.

“Een 4.56 kogelpen,” opperde Flavio.

“Kom nou, dat zie je gelijk,” zei Renato, “Daar zit een twee inch stalen loopje op.”

“Laat mij eens even in mijn binnenzak,” zei ik tegen de duimende Keiki.

“Mmm,” murmelde Keiki en wilde haar duim in mijn mond steken.

“Ga weg, griezel. Ga met je vriendinnetjes spelen.”

Ik pakte het doosje met de twee pennen uit mijn binnenzak en zette dat geopend op tafel. Renato had het als eerste in zijn handen.

“Mooi nikkelstaal, schitterend gemaakt. Ze zijn wel scherp, moet ik zeggen.”

“Laat de pennen onder geen beding vallen, wees er voorzichtig mee,” waarschuwde ik, “Pietro, heb je misschien een stuk hakhout of boomstam, dat wij kunnen gebruiken in je tuin?”

We liepen allemaal weer naar buiten. Ik pakte een pen uit het doosje, terwijl Pietro een stuk boomstam op de tuinmuur zette.

“Iemand bezwaar, wanneer die duimelot hier een demonstratie geeft? Ze heeft het wel verdiend, dacht ik?” vroeg ik.

Ik gaf de pen aan Keiki, die hem voorzichtig aanpakte. Ik zei: “Let op dat je de pen op niemand richt. Terwijl ik je je instructies geef, houd je de pen schuin naar voren op de grond gericht.”

Keiki hield de pen vast met een gezicht, alsof het een stuk papier was, waar een grote, vette spin op zat.

“Goed, Houd de pen met je linkerhand bij het voorste gedeelte vast... Zo, ja. Nu draai je met je rechterhand de bovenkant een kwart slag naar links. Wees bijzonder voorzichtig dat je de clip niet aanraakt... Juist, dat is goed. Ben je klaar?”

Keiki knikte.

“Ga op een meter van de boom staan en richt de pen op de boom. Als je klaar bent, druk je de clip in. Niet schrikken.”

Keiki verwachtte wat iedereen -behalve Stefano en ik- verwachtte, namelijk dat de scherpe stalen stift, uit de pen, in de boom geschoten zou worden. Dat was ook precies wat er gebeurde. De explosie die een moment daarna een stuk hout ter grootte van een flinke vuist uit de boomstronk rukte, had niemand verwacht.

Keiki gaf een schreeuw en liet de pen vallen.

“De stift was explosief dus?” vroeg Pietro.

“De punt was massief, maar de stift was gevuld met geperst kwikfulminaat, een hoogst onstabiele, maar krachtige springstof. De stift werd gelanceerd door een cilindertje met samengeperst gas. Dat is het hele verhaal. Jullie hebben gezien wat het met de boom deed, dus jullie kunnen wel nagaan wat het met de hals van de Vangelista had gedaan.”

“Zio heeft overal trucjes voor,” verzekerde Keiki haar vriendinnen, met een wijs gezicht.

“Wat denken jullie?” vroeg ik al mijn vrienden, “Had ik een kans gemaakt in een gevecht met de Vangelista?”

“Ik geef je negentig procent,” zei Umberto.

“Dat is goed genoeg voor mij. Dat zijn mooie 'odds'. Nu mijn vraag: Hadden jullie meer vertrouwen in mij mogen hebben?”

“Absoluut,” zei Natasja, “Maar vrouwen redeneren niet altijd met hun logica. Jij weet dat beter dan wie dan ook van ons.”

“Zio Gian,” vroeg Umi, “Waarom liet u die ene ‘manovalanza’ weggaan om documenten te gaan halen? U had toch helemaal geen papieren af laten gegeven in die pizzeria in San Severo?”

“Of wel?” vroeg Keiki.

“Nee, ik wilde dat die man zou blijven leven.”

“Maar waarom? Kon u hem? Was het een spion voor ons?” fantaseerde Ambra.

“Nee lieverds, laat Renato of Flavio, het jullie maar vertellen.”

“Als die man was omgekomen bij de explosie,” zei Flavio, “dan had niemand geweten wat er gebeurd was. Nu weet heel Puglia het, en heel Puglia weet wie het gedaan heeft.”

“Is dat dan goed?” twijfelde Noemi.

“Ja, bij een grote heavy operatie als deze, laat je altijd iemand leven, zodat die kan vertellen wat er gebeurd is. Zijn woorden zijn geen enkel bewijs, maar iedereen die nog aspiraties had om ons aan te pakken, zal de lust wel snel vergaan wanneer hij begrijpt wat hem, of hen te wachten staat.”

“Dus de boodschap is?” vroeg Ambra.

“You fucka widda us... and we fucka ya right fucking back,” imiteerde Keiki, gillend van het lachen, een Mexicaan.

 

Natasja - Loving whilst hurting...

Twee weken later. Het was een kleine, sombere processie, die langzaam de bergweide opliep. Wij konden het Gardameer niet zien door de mist. De warme regen viel gestaag op ons neer. Het had de mannen van Stefano veel moeite gekost om de twee kisten de bergen in te dragen, nadat de 4x4 Toyota’s niet verder meer konden rijden, doordat het te steil werd. Moeizaam waren wij omhoog geklommen.

Ik keek hoe de mafiosi begonnen te scheppen. Na een paar minuten keek ik naar de restanten van een lichaam. De mannen rolden de overblijfselen voorzichtig in een laken. Daarna pakten zij gezamenlijk het laken op en lieten dat in een kist zakken. Toen het deksel was gesloten, begonnen zij het gat in de grond groter, en dieper te maken.

Twintig minuten later lieten zij eerst de eerste-, en daarna de tweede kist in het gat zaken, zodat de kisten naast elkaar stonden. Ik bukte mij en gooide voorzichtig een zilveren fotolijstje op een kist. Ik keek naar Stefano. Hij knikte, en zei: “Malavita”

Alle mafiosi namen hun mutsen af en zeiden: “Malavita.”

“Malavita,” zei ik.

“Rust zacht,” sprak Natasja.

De mafiosi vulden het gat weer met aarde. Toen de grond weer dicht was, liepen de mannen weg, om ons een moment alleen te geven.

De beelden trokken aan mijn geestesoog voorbij en ik voelde hoe mijn benen zwak werden. Natasja kneep mij in mijn hand.

Ik hoorde de stem van Anouk zeggen: “Het is goed, Jan. Het is over nu. Ik woon in je hart, maar je zult mij niet meer zien..., totdat je mij, mijn ouders en Franco komt vergezellen. Ga genieten van je leven. Leef voor mij, liefste. Doe je dat voor mij?”

Ik knikte bedroefd.

Terwijl de mafiosi het graf camoufleerden, liepen Stefano, Natasja, en ik langzaam naar de Toyota’s.

“Dat is mooi wat Stefano en jij gedaan hebben,” zei Natasja, “Hij is nu samen met zijn zoon.”

Nadat ANNOUK, Renato, Flavio, hun vaders en de Camorristi weer naar Napels waren vertrokken, had ik Dieter om een laatste gunst verzocht. Na veel Duits huffen en puffen van het Bundeskriminalamt en nog meer ‘armtwisten’ door Dieter, hadden de autoriteiten eindelijk toegegeven. We mochten het lichaam naar Italië laten transporteren, ondanks dat niemand wist wie het slachtoffer was.

“Wat was dat voor een foto, Jan?” vroeg Natasja, “Was dat zijn vrouw?”

“Nee lieverd, dat was Siobhán, zijn geliefde. Ook zij was vermoord. Het was de Vangelista’s Anouk.”

Perparim, die gelukkig volkomen hersteld, maar nog wel zwak was, stond ons bij de 4x4 Toyota Landcruisers op te wachten. Skender hield de deur voor Natasja open en Perparim omhelsde mij, wat mij alleen maar nog schuldiger tegenover hem deed voelen...

 

Ik zal nimmer het vervolg schrijven...

Dedicatie...

Dit verhaal is opgedragen aan Natasja ten Berg,  wederom een fantastische en fantastisch mooie, vriendelijke, jonge vrouw, die ik eigenlijk nimmer gekend heb, en waarschijnlijk nimmer zal kennen.

Naast de genoemde inspiratie, die Natasja mij verschafte -wanneer wij geen ruzie maakten- heeft zij mij grootmoedig het gebruik van haar eigen zeer bijzondere foto’s toegestaan.

Natasja, ‘here’s to you’! Ik kan je nooit genoeg bedanken mooie, venijnige langpoot!

Respect, Jan ter Haak

Amsterdam, 9 juni 2010

Dit wil je echt niet weten...
 
Geloof me, je wilt het niet weten...
 
Deze store is als mijn stories. FUCKING COSMIC!
 
Voor de grootste collectie TRUE CRIME books...
 
WILBRO Boekhandel - De best gesorteerde boekhandel in Nederland...
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Bestel nu en stel uw korting veilig...
 
Klik om de muziek uit te zetten. Trek de tekst met de muis om het volume te regelen.